30 april 2026

Instinct – 2 Elmo – Buiten

Later loopt hij nog met natte haren en zijn kleren de badkamer uit. Echt getreuzeld heeft hij niet, alleen iets grondiger dan normaal zichzelf gepoetst. Met het vooruitzicht op een dag als een dikke wolk, die constant van vorm verandert. Hij weet precies, wat hij gaat doen en is verrassend laconiek over de woorden van zijn vader, in gedachten staat hij al op een open plek in het woud. In zijn kamer gunt hij zichzelf een blik op de gewone buitenwereld. Een lijnbus rijdt net voorbij, remt af om te stoppen bij de halte. Een fietser wijkt aarzelend uit. Het gevaarte is te laat, te vol – zoals altijd. Ook dit is een kans om weg te komen. De bus maakt een ronde door het centrum, laat alle passagiers uitstappen en rijdt daarna door in dezelfde richting als waar hij heen wil. Na het laatste huis van de stad horen vrijwel alle reizigers bij het roedel, hebben een bezigheid er buiten. Hun bestemming heet ‘thuis’.

De rest van de straat is net zoals het huis, waar hij woont. De opritten zijn de enige verharding in de verzorgde tuinen, waar het gras kort is en de hagen accuraat gesnoeid. Alle overige zaken komen uit een catalogus of folder. Elk huis volgt de stilzwijgende overeenkomst met een witte of lichtgrijze gevel, diepgrijze dakpannen, een deurbel van gepolijst metaal en een grote brievenbus met de naam van de bewoners erop. Waar auto’s geparkeerd staan, glimmen ze van de wasstraat. De ramen hebben minstens dubbelglas, wat het verkeerslawaai dempt.

Hier wordt in het voorbijgaan gegroet en de communicatie gaat over wanneer welke vuilnis wordt opgehaald, de prestaties van kinderen en kleinkinderen of de bestemming van de zomervakantie. Alles volgt dezelfde structuur, heeft een schema en vermoedelijk een toekomst. Het is een straat, die lijkt stil te staan, een zwakke afspiegeling geeft van, wat een leven zou kunnen zijn. De bus vertrekt weer – zonder Elmo aan boord. Het is niet erg, dat de eerstvolgende bus naar ‘thuis’ over een uur vertrekt. Heel even heeft hij aandacht voor een buurman in pak, die achterwaarts uitrijdt met een beker koffie in de hand.

Elmo draait zich om, want deze beelden laten zijn eigen wolf in een kooi rondjes draven. Opgesloten. Tijd om het beest vrij te laten en dat lukt beter met kleren aan, met gekamde haren, een paar schoenen aan zijn voeten en zijn rugzak. Op een drafje komt hij beneden, trekt zijn jas aan en kiest de andere deur, die naar de garage, waar zijn fiets staat, die hij tegenwoordig veel te weinig gebruikt. Extra lucht in de banden zal hem vandaag sneller laten fietsen. Gedacht, gedaan. Rugzak om en met rustige muziek op weg. Geen zang in zijn oren, alleen klanken, die door hem heen stromen, zoals de wind door de bomen in een woud waait. Het laat hem helderder denken en meer opletten.

Garage uit, afsluiten, op de lege oprit opstappen en wegfietsen, zodat de wereld aan hem voorbij trekt. Eerst de bebouwde omgeving uit, daarna een klein bospad in. Het is ruim een uur fietsen over de oude route. Vroeger was het zijn weg naar Oma, in de vakanties, op zondag, na nachtmerries of op dagen met te veel gedachten en te weinig emoties.

Sinds hij werk heeft, beweegt hij minder en is zitten op een zadel niet meer gewend. De diensten in het café zijn lang en samen met de routine van elke dag is bewegen uit zijn leven grotendeels verdwenen. De korte afstanden in het café zijn geen training voor lange fietstochten. Het bewijs is de eerste, lichte helling. Zijn beenspieren branden, zijn adem versnelt en de vochtige zomerlucht veroorzaakt een kleverig gevoel in zijn nek. Bij elkaar goed te doen. De wind verwent zijn neus met allerlei geuren. Hars, droog gras, een subtiele groet van paddestoelen dieper in het woud. Meter na meter wordt het beklemmende gevoel een levende etalagepop te zijn kleiner, de wereld groter en de horizon breder. Zijn wolf geniet van deze vrijheid. De muziek is zijn tweede ademhaling. Ergens op de helft komt hij niet alleen door de pedalen vooruit, maar krijgt hulp van binnen. Iets vibreert in zijn lichaam, zonder precies te weten wat het is. Het geeft hem meer kracht, terwijl de wind aan zijn handen trekt en breidt zich uit, als Elmo het eerste woud bereikt. Blijkbaar is er iets in hem, dat zich precies hier op zijn gemak voelt en juist niet in een klaslokaal, aan de bar van het café, op de door anderen vooraf uitgestippelde wegen. Is het de zachte bodem of is het de wind, die verhalen vertelt, als je zelf maar lang genoeg zwijgt?

Een andere gedachte valt hem ineens binnen, net zo helder als het zonlicht op de bladeren. Hij negeert een directe opdracht van Papa. Dat is voor het eerst in zijn hele leven. Natuurlijk is ook hij wel eens te laat thuisgekomen, heeft hij de vuile afwas laten staan en zijn vuile kleren niet in de wasmand gegooid, maar door Papa’s blik heeft hij bij dat ene onderwerp altijd toegegeven. Vandaag is anders. Zijn intuïtieve gevoel is sterker en op de fiets stappen nauwelijks meer een bewuste keuze, eerder doen wat gedaan moet worden. Zijn traptempo gaat omhoog.

Hij zal het doen – naar het huis fietsen, de zegening aannemen, meedoen aan het Ritueel. Van zijn kant uit is het geen opstand, zo’n rebel is hij nu eenmaal niet, het is terugkeren naar zichzelf.

Met een van zweet doorweekte rug stapt hij van de fiets. Zijn shirt kleeft aan hem, zijn haren hangt vochtig over zijn voorhoofd. Het doet hem iets – nu is hij weer bezig te leven. De fiets blijft achter bij de oude berkenboom langs de weg. Onafgesloten, want wie bij het Roedel hoort, steelt niet. Mocht iemand het toch proberen, dan zijn er de oudsten en de Alfa om het te regelen. Een ongeschreven wet, ouder dan elk stuk papier.

Oma’s huis staat nog steeds op zijn plek. Een klein, scheef gebouwd, houten huis met mos als dakbedekking, een krakende veranda en een rokende schoorsteen, die de geur van kruiden verspreidt. Vandaag ruikt hij salvia, artemisia en lavandula. Een warme zomerbries laat het windorgel van metaal en glas opgewekt rinkelen. Twee zonnevangers weerkaatsen het licht in de vorm van dansende regenbogen op de grond. Daartussen bungelen oude veren en kleurrijke linten, hun bewegingen lijken hem te begroeten.

Voor het huis staan jonge mannen in de rij, allemaal ongeveer net zo oud als Elmo. Iedereen een eigen verschijning, de kleding verschillend, net zoals de lengte en het model van de haren. Vandaag krijgen ze allemaal een zegen en een markering als voorbereiding op het Ritueel van de zonnewende, voor iedereen de officiële toegangspoort tot de wereld van de volwassenen in het Roedel.

Elmo veegt met zijn hand het zweet van zijn voorhoofd en kijkt rond, ziet onbekende gezichten. Pas na een tweede keer kijken herkent hij een paar van vroeger, de meesten zal hij misschien als kind voor het laatst hebben gezien. Ze zullen naar een andere school zijn gegaan en binnen het Roedel zijn opgegroeid. Het geeft hem het idee een buitenstaander te zijn. Zou een toerist zich zo voelen? In elk geval voelt hij zich op deze plek meer thuis dan waar ook in de voorbije jaren.

Oma’s huis markeert het midden van het gebied. Het ligt aan de rand van een brede, zacht glooiende vallei met open plekken tussen oude bomen. De paden zijn net zo oud, slingeren langs rotsen met terrassen en leiden naar een helder meer, dat nu het middelpunt vormt. De huizen zijn niet gebouwd, maar gegroeid. Mos en kleine planten geven de daken een groen uiterlijk, terwijl alles daaronder van hout is. De ramen volgen de baan van de zon door de dag. Hier is niets ontworpen volgens fabrieksstandaard, maar organisch ontstaan. Tegelijk is elk gebouw functioneel en stabiel.

Ondanks de oude tradities leeft het Roedel niet in het verleden. Zon, wind en water zijn de bronnen van energie. Wie haast heeft, kan met een golfkar over het terrein rijden. Regenwater wordt opgevangen, gebruikt en natuurlijk gezuiverd. Techniek is geen vijand, maar een hulpmiddel om de natuur in stand te houden.

Kinderen spelen tussen de moestuinen, die volgens de trek van de bijen zijn aangelegd. Een paar jongeren hangen tegen het houten gemeenschapshuis, lijken met hun telefoon vergroeid. Vandaag zullen de berichten vooral gaan over wie in de rij staat, wat Alda zegt en hoe het Ritueel verder vorm krijgt. Ernaast voedt een ondergrondse bron een fontein van basalt met altijd stromend water. Velen vinden dit een heilige plek, die ‘s avonds wordt verlicht met vuurkorven.

De geuren maken op Elmo de meeste indruk. Planten, bomen, dieren, aarde en zon getuigen van een kloppend hart, een levendige gemeenschap. Zonder kaarsrecht gesnoeide hagen, wel wordt het groen tussen de huizen verzorgd en gerespecteerd. Wat er groeit, dat groeit er en krijgt zo’n verzorging, dat de vruchten vanzelf komen.

Elmo sluit zich aan in de rij, die achter hem snel langer wordt. Stuk voor stuk jongens of jonge mannen, die rustig wachten of met elkaar praten, sommigen duidelijk nerveus of juist net iets te hard lachend. Hij doet zijn muziek uit, waardoor hij nu alle geluiden zonder filter hoort, ook geritsel in het kreupelhout, de lach van een kind veel verderop, stromend water, een houtzaag en geklop op hout. Dat roept een herinnering op. Bij de zonnewende worden de kleine huizen vernieuwd of nieuw gebouwd, heeft Oma ooit verteld.

Met gesloten ogen kan hij sommige dingen voelen. Het ondergrondse leven precies onder zijn voeten. Een wirwar van wortels, water en de nodige beestjes, die liever het daglicht mijden. Misschien hangt er magie in de lucht, waardoor het lukt. Deze magie dringt zich niet op, vuurt geen bliksem af of laat voorwerpen bewegen, is van het soort, dat verloren zaken terug naar huis brengt. Blijkbaar was hij iets kwijtgeraakt.

Met open ogen voelt hij over zijn buik, over de plek waar het trok in zijn dromen. Het is daar, een aanhoudend subtiel gevoel.

Alda duikt in zijn gedachten op. Haar glimlach, als ze wist, dat hij ergens onderuit probeerde te komen of haar manier om zijn woede met één oogopslag te laten verdwijnen. Vandaag zal ze vooral Alda zijn en minder Oma, gegeven de rij wachtenden. Voor hem beweegt de rij zich langzaam vooruit. De volgende gaat het huis in, tegelijk ontstaat een kleine woordenwisseling voor hem, luid genoeg om het momentum te verstoren.

„Hey, heb je gezien hoe die blonde keek? Ze scheurt je in stukken, als je zo langzaam bent.“

Er wordt hard gelachen. Een jongen maakt een obsceen gebaar en krijgt een zachte duw van een ander. Het is groep jongens in te strakke shirts met zichtbare spieren onder de huid en adrenaline in de stemmen. Na een volgende opmerking wordt het gelach harder, bijna overdreven. Instemmend wordt een jongen met een half lege waterfles op de schouder geklopt.

Een andere jongen valt op door de iets grotere afstand tot de rest. Hij is lang, lijkt stilstaand nog te bewegen. Zijn ogen zijn half bij de groep, met zijn handen in de zakken en hoofd licht scheef, luistert hij zonder erbij te zijn. Elmo ziet hem en profil. De schaduw van zijn gezicht, de gespannen spieren onder de kleding. Het is vreemd om tussen alle stemmen en mensen alleen nog deze jongen te zien. Al het andere wordt vlak, dof en zonder betekenis. Tegelijk versterkt het trekkende gevoel in zijn buik zich. Misschien is dit hetzelfde als op Oma’s verjaardag, misschien is het gewoon de vermoeidheid na de lange fietstocht.

De jongen draait zich meer naar de groep met een halve lach. Een van de stemmen brengt Elmo terug naar het hier en nu, waar hij voor even uit was gestapt. Diep ademhalen, met zijn ogen even knipperen om de droogte kwijt te raken.

De woorden van de jongen brengen de groep nog meer tot leven. Een ander gooit de armen in de lucht, alsof hij op een podium staat. De vrolijke stemming houdt aan. Blijkbaar is die ene jongen het kloppende hart van de hele groep, die zichzelf heeft herpakt. Bijna onmerkbaar, op een moeiteloze manier, waarachter al het andere schuilgaat. Opnieuw gejuich.

De lach van de jongen komt op Elmo over, alsof hij een masker draagt. Met de armen over elkaar, het hoofd nog steeds iets scheef, lijkt hij de bewonderende blikken met een vanzelfsprekendheid te genieten, die verraadt, dat het altijd zo gaat. Een speelse klap tegen zijn ribben leidt tot een explosie aan reacties. De stemmen vertellen over geruchten, fantasieën en maken grappen, slim en plat tegelijk.

De lach is overgegaan in een glimlach, nu met een ontspannen houding. Rechte rug, vurige ogen. Het is iemand, waar iedereen het over heeft, waar je graag naar luistert, die je graag plaagt met de zekerheid, dat er een grap terugkomt, die meer vriendelijk dan gemeen is. Hier twijfelt niemand eraan, dat hij in het Ritueel een vrouw vindt of zelfs twee, volgens een plaaggeest.

Het is een complete verandering in vergelijking met de uitstraling eerder, waar hij net te serieus leek. Dat is alweer vervaagd en vergeten onder het lawaai van nu.

Zonder dat iemand het opvalt, is de deur van het huis opengegaan zonder te kraken of te piepen, alleen het zachte geluid van hout tegen hout. De stem is kalm, maar heeft een kracht, die door merg en been snijdt, „Dario.“

Alleen de naam, meer niet. Dat is Alda! Haar contouren zijn tegen het warme licht binnen goed zichtbaar achter de deur. Tegelijk valt de groep stil, alsof in de naam een geheim bevel is verstopt. De lucht trilt kort, wanneer de uitgelaten stemming zich ontlaadt. Alle ogen gaan naar de jongen, die Elmo al iets langer volgt, naar het middelpunt van de groep. Dario haalt adem en met opgeheven hoofd draait hij zich richting deur. Bij zijn eerste stap kijken ze elkaar recht in de ogen.

Voor Elmo krimpt de wereld. Het oogcontact slurpt alles op. Dat kan toeval zijn of een reflex. Dan is het weer voorbij. Het is slechts een flard van iets, dat alles omvat en te vluchtig is om volledig te benoemen. Het rauwe, zoekende heeft doel gevonden, zelfs wanneer niemand dat wil. Dario draait zich om en de rest van de groep herstelt zich direct. Handen kloppen optimistisch op de rug of schouder, terwijl Dario naar de deur loopt, die achter hem dichtvalt.

De achterblijvers weten niet goed hoe de ontstane leegte in te vullen. Ze worden nu geconfronteerd met de reden, waarom ze in de rij staan en zoeken bescherming tegen de spanning van de komende avond en nacht. De eerste, luide en overdreven, poging kwam na enkele seconden.

„Goed … dan hebben wij nog de keuze uit de rest!“

De reacties zijn mager en boven alles onzeker. Iemand leunt op één been en dan op het andere. Een ander probeert een grap over een zekere Panja, met lauwe reacties als beloning.

Elmo luistert nauwelijks meer, de stemmen trekken als een ruisende wind langs zijn oren. De aparte mengeling van nerveus zijn en warmte, gecombineerd met een echo van emotie, bepaalt zijn hartritme. Zonder te weten waar de echo vandaan komt. Zijn ogen blijven gericht op de deur, waardoor Dario is verdwenen. Zelfs wanneer dwang zou worden gebruikt, kan hij niet zeggen waarom hij dit doet. Misschien is zijn focus gehypnotiseerd, wie zal het weten?

Het wachten lijkt kort. De een na de ander gaat naar binnen, tussendoor staat hij met gesloten ogen stil en probeert kalm te blijven. Totdat hij vooraan in de rij staat, de deur geopend wordt en Alda hem om de hoek even aankijkt in plaats van zijn naam uit te spreken.

Elmo loopt naar binnen en landt direct in een andere sfeer, veel sterker dan hij zich van vroegere bezoeken kan herinneren. Het licht wordt weerkaatst door alles van metaal of glas, vooral van de zonnevangers. Het dakraam is open en zorgt ervoor, dat rookpluimen opstijgen. De geur van kruiden domineert. Salvia, verbena, lavandula en boven alles olibanum en commiphora dringen zich op. Het is warm, niet door de temperatuur op deze zomerdag, maar door de atmosfeer. Het gevoel is ineens veel beter.

Alda staat in het midden, op blote voeten en het lange, witte haar los over de schouders in een licht glinsterend gewaad. Het herinnert aan de morgendauw op herfstbladeren in zonlicht. Zodra ze elkaar aankijken, verandert iets. Haar glimlach gaat over in een korte lach, die door de kruidige nevel danst.

„De wind heeft mij verraden, dat je toch zou komen. Hij was behoorlijk opgewonden, Elmo.“

Voor Alda is dit de normaalste zaak van de wereld. Elmo blijft staan met droge keel en iets te koude handen, „Ik …“

Hij valt stil, omdat woorden nu te veel, te zwaar zijn. Alda komt naar hem toe en omarmt hem, stevig, zonder twijfels of vragen. Hij pakt haar even vast en dan laten ze los, Alda neemt hem bij de hand, „Kom. We moeten je voorbereiden. Je kijkt, alsof je net terug bent van een wereldreis, zowel van binnen als van buiten.“

Ze neemt hem mee naar het midden van de kamer, naar een lage kruk, waar hij op mag zitten met ontbloot bovenlijf. Om hem heen een cirkel van symbolen en naast hem de bron van de sterke geur in de kamer. Een kruidenbrander, waaruit een lichte rook komt. Zijn knieën trillen licht. Hij weet niet of het van al het voorafgaande komt of juist door wat komen gaat. Alda zwijgt even, pakt een tweede kruk en gaat tegenover hem zitten. Haar ogen zijn alert, helder en warm.

„Je hoeft niet altijd alles te weten. Soms is het genoeg om alleen te voelen.“

Ze praat zacht, maar indringend. Alda is het type vrouw, dat zonder angst leeft. Als het nodig is, wordt ze scherp. Elmo slikt als de boodschap doordringt, maar kan opnieuw geen woord uitbrengen.

Alda steekt haar hand uit en voelt met twee vingers over zijn voorhoofd om dan een goudkleurige zalf uit een potje in cirkels uit te smeren. De plek wordt warm en lost iets op. Voor Elmo gaat een gesloten deur achter zijn voorhoofd open. Kalm gaat ze verder, laat wat olie op haar vingers druppelen en tekent met vaste hand een symbool, wat er blijkbaar altijd al was, op zijn borstbeen. Voordat de olie intrekt, voelt het koel aan.

Elmo luistert en merkt lichte vibraties in de kamer op, net zoals een melodie, waarvan hij niet zeker is of hij dit zelf is of Alda. De klanken landen ergens tussen zijn botten, terwijl ze met haar normale stem spreekt, tegen wie het maar horen wil. De woorden zijn oud en broos, als late herfstbladeren. Sommige herkent hij, anderen fladderen langs hem heen. Opmerkelijk genoeg komt met elke zin meer energie de ruimte in, waarop zijn hartslag hoger wordt. Iets in hem wordt wakker en het is een deel van hem, waarvan hij zich al heel lang niet meer bewust is geweest.

Alda glimlacht, als ze zijn reacties ziet. In zijn lichaam begint iets te gloeien. Het begint warm en breidt zich langzaam uit van over zijn borstbeen naar zijn buik en dan in de breedte. Iets oerouds lijkt zich te rekken en strekken, de aantrekkingskracht ervan houdt hem helemaal in zijn greep.

Hij voelt zijn wolf, zoals het hier wordt genoemd. Het is een aanwezigheid zonder dier of iets anders te zijn. Klaarwakker en rustig op zijn plek, wachtend totdat het beest volledig de overhand heeft. Het maakt hem compleet, tot in elke cel merkt hij het.

Elmo weet niet, wanneer hij dit voor het laatst heeft gevoeld. Misschien was het nooit zo duidelijk en heeft hij al die jaren een zwak gefluister, een echo waargenomen. Dit is veel meer, eerder luid roepen.

Al het andere verdwijnt. Zoals vaders, moeders, verwachtingen, stemmen in zijn hoofd, die vragen of hij wel in orde is en proberen hem te overtuigen, dat hij alleen in zijn verbeelding hier thuishoort.

Deze sensationele ervaring vertelt hem de waarheid. Hij is hier en het is goed. Het gloeien wordt minder, trekt zich terug om ergens in de achtergrond aanwezig te zijn. Alert, waakzaam, wachtend, maar altijd klaar om opgeroepen te worden.

Alda is klaar met haar woordenstroom en kijkt hem lang aan. In haar ogen ligt meer dan warmte, de diepe glans toont zowel verdriet als trots. Vermoedelijk heeft ze net het nodige losgelaten om wat anders vast te houden. Uiteindelijk zegt ze iets anders en het klinkt als zachte zang, „De roep in jou is ouder dan je twijfels, sterker dan je zwijgen. Je zal hem begrijpen als je rent.“

Elmo wil een vraag stellen, iets oppakken wat ze net in hem heeft aangemoedigd tevoorschijn te komen, maar ze steekt een hand omhoog. Een rustig, veelbetekenend gebaar, ze heeft zijn gedachten al gehoord. Hij hoeft niets te zeggen. De hand verhuist naar zijn borstkas, streelt over zijn hart en zakt weer omlaag om hem terloops een flesje olie in zijn hand te drukken.

„Je herkent het als je het toelaat … en wanneer je rent, ren dan niet tegen jezelf.“

Een tedere, zachte glimlach flitst over haar gezicht, waarna ze zich omdraait en naar de achterdeur loopt.

„Ga, mijn schat. De volgende wacht.“

Elmo staat op. Het iets in hem laat hem wankel op zijn benen staan, zijn shirt aantrekken en aarzelend naar buiten gaan. Wanneer de deur zich sluit, is de wereld niet helemaal meer hetzelfde.

1 Elmo – Loslaten +++ 3 Dario – Missen