30 mei 2026

Instinct – 7 Dario – Onlogica

Dario recht zijn schouders, „Het is beter om terug te keren, zodat ze ons niet missen en wij deel uitmaken van het Roedel.“

Echt serieus bedoelt Dario het niet, maar Elmo knikt instemmend. Toch wil Dario nog iets meer en spreidt zijn armen uit. Elmo’s warmte en geur overspoelen hem. De eerste zoen is nog voorzichtig, teder, uit angst, dat het te veel wordt. Het is genoeg om de eerdere passie terug te laten komen. Met de handen op elkaars billen houden ze elkaar vast, rechtop en starten een volgende zoen. De ogen worden donkerder, intenser en de zoen wilder. De handen verhuizen naar de heupen voor meer huidcontact en onder de lappen stof zoekt iets daglicht. Elmo protesteert fluisterend, „Dario, we willen terug in plaats van nog een keer.“

„Ik weet het, maar je ruikt zo goed,“ merkt Dario met hese stem op.

Elmo staat op het punt om toe te geven, wanneer geluiden ze weer bewust van omgeving maken. Knappende takjes, voetstappen, een vrolijke lach kondigen de komst van een ander koppel aan, dat over een smal zijpad vanuit het woud tevoorschijn komt. De haren zijn vol mos en takken, aan de knieën kleeft gras en resten van de kleding houden ze los in de hand. Hij heeft krassen op zijn schouder, zij een tandafdruk op haar heup. Hun geur is eerder bij Dario en Elmo dan zijzelf. Ze ruiken naar een nacht, zoals ze die zelf hadden.

De jonge vrouw blijft staan, aarzelt, knippert met ogen en bekijkt Elmo en Dario nog een keer – ze staan nog tegen elkaar met de handen op elkaars heupen. Elmo lijkt gespannen, zijn hand drukt harder tegen Dario’s heup. Dario glimlacht en kijkt opzij. De jonge man herkent hem, knikt beleefd, „Dario.“

„Woldemar,“ knikt Dario zonder verdere reactie. Zij kijkt nog een keer naar Elmo, slaat haar ogen neer, legt een hand op de rug van Woldemar en ze wandelen verder. Toch draait ze zich drie keer om voor een laatste blik. Pas als de twee zijn verdwenen, laten Elmo en Dario elkaar los, ontspannen ze zich. Dario trekt zin wenkbrauwen licht op, „Waarschijnlijk gaan we dit vaker meemaken.“

„Zolang het bij kijken blijft, is het goed,“ probeert Elmo tegelijk zijn penis weer achter stof te krijgen. Dario doet hetzelfde en blijft eerlijk, „Tegen roddelen is weinig te doen.“

Elmo zucht, het klinkt berustend, „Ik weet het. Zo, alles op zijn plek.“

Prompt verergert Dario het probleem door met een vinger over zijn kruis te strelen, maar Elmo glimlacht en doet hetzelfde. Een manier om elkaar te testen – kun je tegen plagen? Ja!

Ze wandelen verder en concentreren zich meer op de omgeving. Het Roedel komt dichterbij, iemand is hout aan het hakken. Ze komen bij een splitsing. Dario vermijdt even oogcontact, maar is wel nieuwsgierig, „Ga jij naar je oma?“

Elmo aarzelt, „Ja … ik wil zo niet bij mijn ouders aankomen.“

„Begrijpelijk,“ steunt Dario hem, „Wanneer zien we elkaar weer?“

„Vanavond?“

„Bij je oma of bij de nieuwe huizen?“, geeft Dario de plek aan.

„De nieuwe huizen,“ beslist Elmo.

„Ik ga er eerder heen. Ik wil mij eerst wassen, omkleden, mijn ouders zien. Ze zullen uit hun dak gaan, maar daarna …“ grijnst Dario.

„Je ouders? Vanwege mij?“

„Vanwege alles, maar dat zal goed komen. Denk je, dat je oma zal schrikken?“, pakt Dario weer Elmo’s hand vast. Dat voelt al heel vertrouwd. Elmo glimlacht flauw, „Alda zal blij zijn, waarschijnlijk weet ze het al. Ze heeft gisteren een paar cryptische tips gegeven.“

„Ze is een geweldige vrouw. Je hebt geluk met haar.“

Ze kijken elkaar aan en de stilte tussen hen voelt comfortabel. Woorden zijn op dit moment overbodig, ze begrijpen elkaar. Tijd om los te laten en met een simpel ‘Tot later’ elk hun pad in te slaan. Geen knuffel, geen zoen, vooruit kijken. Meer lichaamscontact is nu te gevaarlijk, dan moeten ze terug het woud in.

Dario loopt verder, over de lage heuvelrug, die het gebied van het Roedel scheidt van de rest van de vallei. Het gras onder zijn voeten is vochtig en heerlijk koel. Zo kun je wakker worden. In zijn hoofd nog een echo van het woud, dat hij steeds verder achter zich laat. De omgeving hier is geen plek, waar iemand hem op zijn uiterlijk aan zal spreken. Eerder het tegendeel. Iedereen, die hem nu ziet en vroeger de zonnewende in het woud heeft doorgebracht, zal alles aan hem herkennen uit eigen ervaring en wellicht glimlachen. Belangrijker dan de lappen stof is de geur van Elmo, die hij zich diep heeft ingeprent. De zon staat hoog aan de hemel, wanneer hij het pad naar het huis van Luana en Hiltwin inslaat. Een stil welkom van elke steen en elke boom langs de rand en bij elke stap dringt het beter door. Hij is veranderd, hij is gegroeid.

Net zoals het huis van zijn ouders door de jaren heen gegroeid is en nu uitgebouwde erkers heeft, klein maar ruim. Bij het tuinpad hoort hij de stemmen binnen, licht gedempt maar warm en vol leven. Hij schuift de deur open, stapt naar binnen en blijft staan, kijkt even naar zijn moeder, die met een grote lepel in haar hand krachtig in een pan roert. Luana heeft hem gehoord, draait zich om en staart kort, waarbij de lepel uit haar hand valt.

„Dario! Bij je voorouders, je bent terug!“, klinkt een lach en vooral opluchting in haar stem. Haar schort gooit ze op een stoel en rent naar hem toe met gespreide armen, die zich om hem sluiten. Dario ruikt lavandula, terwijl ze zich tegen hem aan drukt, „Je bent … je bent echt terug.“

„Ik ben nog geen dag weggeweest,“ mompelt Dario net zo zacht, terwijl hij haar rustig omarmt. De stem van zijn vader komt van achter hem, „Een dag, waarop je had kunnen sterven, een vrouw vinden of voor eeuwig in het woud achterblijven.“

Hiltwin komt uit de kamer achter hem, leunt tegen de deurpost, met zijn haar in de war en alerte, onderzoekende ogen, „Nou, heeft je wolf iemand gevonden?“

Heel even aarzelt Dario, dan knikt hij vol overtuiging. Luana laat hem los, doet een stap achteruit en kijkt hem met vochtige ogen aan, „En? Wie is het? Kennen we haar?“

„Elmo,“ en meer dan de naam kan Dario niet uitbrengen. Zijn ouders blijven stil om hun gedachten op orde te krijgen, maar de gezichten vertellen het al. Ze wisselen een blik en zijn moeder gaat voor zekerheid, „Een man?“

Dario knikt, waarop ze kort met haar ogen knippert – ze wil niet huilen – en dan glimlacht, „Dat gebeurt zelden, maar vaker dan iedereen denkt.“

Hiltwin slaat zijn armen over elkaar en kijkt naar Luana, „Zijn we in Acebedo niet een oud echtpaar, twee mannen, tegengekomen, die elkaar in het Lenteritueel daar hebben gevonden?“

„Ja en later in Chabanier een jonger stel, een loodgieter en een timmerman. Hun band was uitzonderlijk sterk.“

Hiltwin klopt hem op zijn schouder, „Dan is het duidelijk. Je gaat je eigen weg en ik zie graag, dat je dat blijft doen in de toekomst.“

„Ik hoop het,“ wordt Dario een klein beetje timide.

„Dan wordt het de hoogste tijd, dat wij je helpen een eigen plek te vinden. Weet je, ik heb mijn oog laten vallen op een nieuw huis met rubus idaeus in de tuin en al veel ideeën, hoe wij het voor jullie gezellig kunnen maken. Ik beloof je, Elmo zal zich hier welkom voelen,“ is Luana totaal zichzelf, terwijl ze met haar hand wat vuil van zijn gezicht veegt. Dario geniet van de vanzelfsprekendheid, waarmee Hiltwin en Luana op het nieuws reageren, zonder voorbehoud of ‘ja, maar’ of wantrouwen, daarvoor met open armen. Hij komt niet goed uit zijn woorden en houdt het bij, „Dank je wel.“

„Wanneer wil je hem voorstellen?“, wrijft Luana over zijn hand. Dario kijkt naar buiten, waar de zon de daken in warm licht zet. Elmo komt zijn hoofd binnen als een schaduw in de warmte, dichtbij, tastbaar en wakker, „Hij moet nog wat regelen met zijn familie en wil dan hierheen komen.“

Luana zwijgt even, terwijl ze naar de tafel loopt, „Komt hij uit ons Roedel?“

De vraag verrast Dario en hij kijkt op, „Ja, hij is de kleinzoon van Alda. Zijn vader is Severin.“

Luana knikt, langzaam en komt ineens jonger over. Ze is terug in haar herinneringen en haar stem klinkt breekbaar, „Severin kan ik mij herinneren. Toen hij vertrok, was ik zeventien. Severin had ruzie met het Roedel, met alles wat daarbij hoort en keerde alles en iedereen de rug toe. Het was kort …“

Ze valt stil, met haar hand op tafel, met licht trillende vingers. Hiltwin komt bij haar staan, legt zijn hand over die van haar. Ze herpakt zich, „Het was kort voordat ik ben vertrokken, op pad ben gegaan.“

Dario kent het verhaal. Luana heeft het hem een keer verteld en verder komt het onderwerp nooit langs. Een dodelijk ongeluk, waardoor ze alles heeft meegenomen bij haar vertrek. Nu haalt ze diep adem, herstelt zich, „Ik heb niet verwacht, dat Severins familie nog hier is of dat uitgerekend onze kinderen …“

Ze valt stil, glimlacht schuchter, als een klein meisje, „Het leven heeft een eigen gevoel voor ironie.“

„Zijn vader heeft uit alle macht geprobeerd Elmo bij het Roedel weg te houden, waardoor hij denkt, dat er iets mis met hem is,“ vat Dario samen. Luana schudt haar hoofd en reageert met nadruk, „Arme jongen. Vertel hem, dat hij hier geen vreemde is. Hij hoort bij ons, ook al is zijn vader dat vergeten. Wanneer jullie zover zijn, breng hem mee.“

Waarna Hiltwin en Luana samen werken om Dario een ontbijt na een doorwaakte nacht voor te zetten. Brood, geitenkaas, olijven, bessen, thee, het smaakt naar thuis en deze keer heeft hij genoeg honger om alles op te eten. Zijn eigen wolf mist Elmo nu al, maar het beest komt tot rust, terwijl Dario geniet van alle goede zorgen voor hem. Daarna wil hij zich weer toonbaar maken en onder de douche dwalen zijn gedachten vanzelf naar Elmo en alles aan de jongen. Het is een moedige jongen, die vastberaden naar zijn familie ging. Na de persoonlijke verzorging vertelt een blik naar buiten hem, dat hij nog ruim de tijd heeft, totdat hij Elmo weer ziet, genoeg tijd om de jongens te zien. Wat oudere kleding lijkt hem de beste keus, onzeker als hij is over de rest van de dag.

Bij vertrek roept hij nog, „Ik ga nog even op stap.“

„Pas goed op jezelf,“ komt direct terug. Alles is weer normaal.

Op deze tijd van de dag geeft de zon zoveel warmte, dat het met moeite uit te houden is. Op het pad voor het huis loopt hij direct tegen iemand aan, „Oh! Sorry!“

Panja is de ongelukkige, die hij nu met twee armen vasthoudt, zodat ze niet op haar rug valt. Ze heeft aan het Ritueel geen schade overgehouden en zodoende meer dan genoeg kracht om zich op zijn borstkas af te reageren met trommelende vuisten.

Op dit moment zit ze vol met verwijten. Waar was hij? Hoe kon hij? Ze had al haar kaarten op hem gezet. Pas na haar eerste aanval, gevolgd door een huilbui, lukt het Dario om iets te zeggen, „Panja, het Ritueel kent geen logica. Je kunt zelf niet kiezen, de wolf in je trekt je mee naar een ander.“

Zoveel is duidelijk. Iemand heeft haar veroverd en hoewel Panja het ontkent, is het iemand naar haar wensen. Attent, zorgzaam, meegaand. Hij heeft haar niet verwond en net zo lang omarmd, totdat ze het zelf warm genoeg had. Bovendien is de kleding heel gebleven, ook belangrijk. Na haar relaas voegt Dario ‘respect’ toe aan haar verovering. Hoewel ze het ontkent, heeft haar wolf overduidelijk voor hem gekozen, simpelweg omdat ze bij elkaar passen. De consequentie vindt ze moeilijker. Om de familie te ontmoeten, moet ze mee naar zijn Roedel op drie dagen reizen naar het oosten. Pas daar willen ze beslissen, waar ze gaan leven. Een grote stap voor Panja, die nooit ergens anders heeft gewoond in haar leven.

Hoewel ze was gekomen om Dario in elkaar te slaan, vindt ze troost bij hem en nemen ze met een melancholisch gevoel afscheid van elkaar. Wanneer ze weg is, valt het Dario op. Het ging alleen om haar, niet om hemzelf en daarmee is het goed, dat ze tijdens het Ritueel elkaar zijn misgelopen.

Rustig wandelt hij naar zijn eigenlijke doel, de vaste plek van de jongens. Zodra hij uit de schaduw in het licht stapt, begroet Rulan hem, „Daar is hij eindelijk.“

„We dachten al, dat je er met haar vandoor was gegaan,“ grijnst Tarje, terwijl hij rondkijkt. Jaquan zit op de omgevallen boom, „Of in slaap gevallen in het woud.“

Dario gaat erbij zitten, het hout voelt ruw aan en de lucht ruikt naar aarde en kruiden, vermengd met geursporen van het Ritueel. Tarje raakt kort zijn bovenarm, „Vertel. Wie is het? Panja?“

Dario kijkt op, tegen de laagstaande zon in, weerstaat de verleiding van een grap of leugen. De waarheid is vele malen mooier en aantrekkelijker, „Elmo.“

De stilte laat hem glimlachen. Rulan schrikt op, Jaquan denkt na, Tarje opent zijn mond en brengt geen woord uit. Dat doet Rulan, „Elmo? De kleinzoon van Alda?“

„Ja. Onze wolven … je weet hoe het gaat,“ kijkt Dario rond en iedereen zwijgt. Jaquan legt zijn handen over elkaar, voor zijn kruis, „Maar … hij is een man.“

„Dat is mij opgevallen,“ pareert Dario. Jaquan verdwaalt in zijn gedachten en probeert iets samenhangends te brengen, „Ik bedoel … ik dacht altijd, dat bij het Ritueel jongens en meisjes worden gekoppeld … ik wist niet, dat het ook anders kan.“

Jaquan is onzeker, Dario blijft eerlijk, „Ik wist het ook niet, totdat het gebeurde.“

Waarna Jaquan glimlacht.

„Apart,“ leunt Tarje achterover. Rulan schudt zijn hoofd, „Hoe is het mogelijk? Ik bedoel, het Ritueel is …“

„We hebben elkaar gevonden,“ blijft Dario kalm. Het blijft stil, totdat de woorden uit Tarje breken, „Is dit nu een uitzondering of vergissing?“

„Was het bij jou een vergissing? Of was je al blij, dat niemand je wolf voor een hond aanzag?“, wordt Dario scherper. Tarje krabbelt terug, op vier hele kleine pootjes, „Ik vroeg het alleen maar.“

Iedereen blijft stil, ze denken na over het nieuwe. Toch brandt Rulan als eerste los. Hij is nauwelijks te stoppen, lijkt gevangen in een oude, diepgewortelde weerstand, die hij zonder verdere vragen van vorige generaties heeft overgenomen. Het eerste is een kort betoog over het Ritueel – man en vrouw komen samen, niet man en man of vrouw en vrouw.

De laatste combinatie onthoudt Dario. Het is iets om na te vragen bij wie er het meeste van weet. Een Alpha of een genezeres bijvoorbeeld. In dit Roedel met zekerheid twee mensen, die zo’n vraag serieus nemen en op zoek gaan naar antwoorden.

Twee mannen samen is voor Rulan smerig, abnormaal, ziek, walgelijk, maar hij krijgt geen enkele steun of reactie van de anderen. Dan schakelt hij op, alsof hij de hele wereld wil overtuigen van zijn gelijk over het doel van afgelopen nacht. Het gaat om de sterkte van de ontstane band, om nakomelingen, om het voortbestaan. Voor hem is het Ritueel heilig. Ondanks zijn totale weerzin presteert Rulan het om die ene vraag te stellen, op scherpe toon en met dwingende ogen, „Hebben jullie het echt gedaan? Heb je zijn broek naar beneden getrokken en hem geneukt of heb jij je door hem laten neuken?“

Rulan is zo in zijn eigen gedachten verstrikt, dat hij niet eens een reactie afwacht, maar nog een keer zijn afwijzing herhaalt en pas stopt, wanneer Dario opstaat en tegenspreekt, „Wat is normaal? Is het natuurlijk om wolf te worden, wanneer je wilt jagen? Is het normaal om met een vreemde plotseling een band voor het leven te ervaren?“

Iedereen zwijgt. De wind waait over de open plek, laat de bladeren bewegen en dat is het enige geluid. Corvin zit op het einde van de boomstam en alleen zijn vingers kloppen in een ritme, dat een nieuw lied aankondigt. Dan reageert Corvin met zachte stem, „Je weet, dat het klopt, Rulan, je wilt het niet aannemen. Jullie kennen elkaar twaalf jaar. Geloof je nu echt, dat het niet echt is, omdat het anders is?“

„Niet echt is nog onschuldig, dit is verkeerd en ik heb het nooit eerder gezien of gehoord en ik wil het ook niet begrijpen. Het klopt niet en ik kan niet geloven, dat iemand dit serieus accepteert,“ brengt Rulan uit, terwijl hij naar de bodem kijkt, elk contact mijdt. Dario reageert snijdend, „Voor mij is het waar.“

Tarje klopt Dario op zijn bovenbeen, „Al is het heftig, het is goed. Eerlijk gezegd had ik erger verwacht.“

Darina kijkt hem aan, „Zoals?“

„Zafrina of de zus van Rulan,“ grijnst Tarje in een poging de spanning te breken. Jaquan mompelt, „Ze zouden zeker minder lawaai hebben gemaakt.“

Waarmee de spanning verder wegvalt. Dario kijkt rond, Rulan ontwijkt zijn blik. Daarvoor wordt zijn nonverbale communicatie sterker. Armen over elkaar, de schouders lijken smaller, de benen over elkaar, de ogen dwarrelen – Rulan kan zich nergens op concentreren. Alleen op een onbewaakte moment kijkt hij naar Dario, die te veel wolf is om het niet te merken. Het nieuws heeft het effect van een aardbeving, die scheuren in de aarde achterlaat. Dario laat het gaan. Rulan moet in zijn eigen tempo leren omgaan met de nieuwe situatie. De afgelopen weken was Rulan ook afwijzend tegenover de jongens en meisjes uit andere Roedels, die vanwege het Ritueel hier waren. Een keer ademhalen en met opgeheven hoofd en ontspannen toon over iets anders beginnen, „Zo, genoeg over mij. Wie van jullie heeft de hoofdprijs binnengehaald of wat anders meegemaakt vannacht?“

„Ik!“, slaat Tarje trots op zijn borstkas en grijns over zijn hele gezicht, „Ik weet zeker, dat ze met opzet nog een keer met haar nagels over mijn arm is gegaan, zodat iedereen weet, dat ik bij haar hoor.“

„Of omdat je zou vergeten, dat je met haar samen bent?“, merkt Jaquan droog op, wat Tarje ongekend eerlijk bevestigt, „Waarschijnlijk wel.“

„Wie is ze?“, gaat Dario weer zitten.

„Ylvari van het noordelijke Kynna-Roedel. Ze is zwaardvechtster, totaal gespierd en krachtige stem. Voorlopig blijft ze hier, maar ik wil zeker mee naar Kynna, kijken hoe het daar is,“ is Tarje nog onder de indruk. Corvin kijkt niet op of om, „Je houdt van drama.“

„Ik val op vrouwen, die tegen mij op kunnen en tot het uiterste drijven. Ze heeft me drie keer omver geduwd, voordat we konden praten. Ik denk, dat ik verliefd ben,“ reageert Tarje zonder aarzeling. Het levert hem een schouderklop en hartelijk gelach op, waarna Tarje naar Jaquan kijkt, „En jij?“

„Nadin, uit ons Roedel. Op zich kennen we elkaar, maar toen ik zag met wapperend haar in die eenvoudige jurk, was alles op de een of andere manier anders. Mijn wolf wilde haar,“ Jaquan gaat met een hand door zijn vlecht om de woorden te vinden, die hij zoekt, „Op dat moment viel alles op zijn plek. Niets dramatisch, meer het gevoel van thuiskomen.“

Corvin knikt, begrijpt wat Jaquan bedoelt. Dario mist nog iets, „Hoe heeft zij gereageerd?“

„Ze heeft mij recht in mijn gezicht geslagen,“ snuift Jaquan, waarop iedereen naar hem staart en hij een verklaring geeft, „Dat ging per ongeluk. Ze was net weggedoken en ik rolde op hetzelfde moment van de helling af. Mijn neus heeft het overleefd, mijn trots niet.“

Tarje rolt bijna van de boomstam af van het lachen.

„Maar daarna was het goed. Het was … alsof onze wolven al hadden gekozen, voordat wij er waren. Het wordt mooi met Nadin,“ kijkt Jaquan op het einde dromerig naar de anderen. Darin knikt, dit spreekt hem aan. Soms is een band direct heel diep in plaats van met veel tumult te ontstaan. Tijd voor de laatste, „Corvin, jij?“

Ze kijken elkaar direct aan, kunnen eerlijk zijn zonder te plagen. Corvin heeft weinig te melden, „Ik wacht nog. Ze was er niet.“

Tarje kijkt verrast op, „Hoe bedoel je? Heb je haar gemist of was ze er helemaal niet?“

„Ik weet het niet. Ik heb overal gezocht, gerend, gejaagd, maar niets trok mij aan, geen enkele geur of andere energie. Misschien volgend jaar,“ haalt Corvin zijn schouders op. Dario laat het op zich inwerken en knikt, „Je zal haar vinden of zij zal jou vinden.“

„Misschien,“ kijkt Corvin weer omlaag. Hij is niet verdrietig, alleen teleurgesteld over de afloop. Met spanning in zijn stem meldt Rulan zich, „Ik ben gekoppeld aan Varya.“

Niemand reageert, alleen Tarje durft verder te vragen, „Varya uit het Vyganashchanska-Roedel?“

„Ja. Ze was zo stil, dat ik heel goed moest luisteren om haar te vinden.“

„En jou horen we op drie kilometer afstand als een tak op je kop valt,“ merkt Jaquan op. Rulan glimlacht half en kort, „Precies. Ik heb haar bijna omver gelopen. Ze stond gewoon stil en keek mij aan … zo kalm … ik kon alleen stamelen.“

Tarje acteert verontwaardiging, „Geen gevecht? Niet worstelen in de struiken?“

„Ze heeft mij zo aangekeken, dat ik helemaal niets meer kon. Mijn wolf is omgevallen … ik denk, dat ik nog tijd nodig heb om uit te zoeken hoe het verder gaat,“ mompelt Rulan en oogst zacht gelach. Jaquan blijft oprecht, „Dat komt goed.“

De stilte keert terug op een goede manier. Dario kijkt rond. Ze zijn vrienden, tegelijk volgt iedereen een eigen pad, verzorgt eigen wonden en kijkt naar voren. Soms kan het zo eenvoudig zijn. Totdat Tarje zijn hand uitsteekt en Jaquan aantikt, „Wat ik wil weten … hoe vaak hadden jullie seks en hoe was het?“

„Je bent onmogelijk,“ weert Jaquan af.

„En jij ontwijkt de belangrijkste vragen,“ lacht Tarje, waar de rest mee instemt. Pas als ze weer stil zijn, valt Dario iets anders op, „Waar is Gilgian?“

„Hij is een van de vermisten. Er wordt naar hem gezocht,“ meldt Corvin aarzelend. Dario wordt bezorgd, „Hebben jullie hem in het woud gezien?“

„In het begin. We renden redelijk dicht bij elkaar, maar daarna volgde iedereen een eigen spoor en … ik werd snel afgeleid,“ vertelt Jaquan. Tarje glimlacht breed, „Je bedoelt, dat je helemaal weg was van haar en alles vergeten bent.“

Jaquan knikt, terwijl hij zijn schouders ophaalt. Rulan blijft optimistisch, „Ik denk, dat hij opduikt. Misschien is het bij hem heel erg … intensief.“

„Zoals bij jou? Jullie konden elkaar niet loslaten. Het is wonder, dat jullie niet direct in de grot zijn gebleven, waar jullie het deden, terwijl jij haar naam brulde,“ merkt Tarje uitdagend op. Rulan kijkt hem abrupt aan, „Zeg dat nog eens.“

„Wat? Dat haar oren waarschijnlijk nog trillen van jouw stemgeluid of dat iedereen erover dacht om jullie met een breekijzer los te maken, terwijl jullie praktisch naakt over het plein liepen?“, blijft Tarje provocatief onderkoeld, waarop Rulan opspringt en Tarje met zijn schouder met zoveel kracht tegen de grond werkt, dat dit duidelijk geen spel is.

„Hé!“, lacht Tarje, terwijl hij overeind komt en op zijn beurt Rulan met een schouderworp op de grond werkt. Het leidt tot een ronde worstelen. Het grommen geeft de onderliggende spanning aan. Stof wervelt door de lucht, takken kraken en gras wordt platgemaakt. Een kreun, een grom, de kleren scheuren. Jaquan beweegt zijn ogen, „Geweldig. Ze weten nog steeds niet waar ze hun testosteron moeten laten.“

„Laat ze fijn gaan, Rulan heeft het nodig,“ mompelt Corvin, terwijl Rulan op de grond nu een arm om Tarje’s bovenlijf heeft en de andere om Tarje’s hoofd.

Dario kijkt toe en wil hierbuiten blijven. Rulans eerde, harde afwijzing heeft een bittere nasmaak achtergelaten en stelt hun vriendschap op de proef. Ze kennen elkaar al jaren en ergens hoopt hij, dat het goed komt, het liefst voordat Rulan zijn Varya volgt.

Rulan hijgt inmiddels, „Geef het op. Zeg, dat je het niet zo meent.“

„Waarom? Het is allemaal waar,“ grijnst Tarje, al zit zijn gezicht klem in Rians arm, „Maar laat mij leven. Van ons tweeën zie ik er het beste uit.“

Rulan briest nog een keer en laat los, staat op, schudt zich als een natte wolf, die zich wil drogen, doet een stap achteruit en haalt uiteindelijk diep adem, „Je bent een nachtmerrie, Tarje.“

„Weet ik, maar wel een aantrekkelijke,“ veegt Tarje het vuil van zijn schouders. De andere lachen kort, Dario lukt het niet meer. Waar de anderen brullen, grappen maken, weer een groep van vrienden zijn, houdt Dario zich in. De rest pakt de draad weer op en gaat door, alsof er helemaal niets is gebeurd. Voor hem is er meer veranderd.

Dit waren zijn vrienden, maar Elmo staat ineens veel dichterbij Dario dan een Gilgian, Tarje of Jaquan om over Rulan maar te zwijgen. Hij heeft niets verwacht, maar alles overrompelt hem en hij voelt zich kwetsbaar. Een dikke vacht biedt op dit moment nog geen warmte of bescherming. Zijn aandacht gaat naar Corvin, die stil alles observeert. Ze zien elkaar en Corvin knikt onopvallend met een kleine glimlach, wat bij Dario een golf aan emoties oproept, warmte en zich veilig voelen voorop. Corvin begrijpt hem zonder woorden en Dario vertrouwt Corvin volledig. Ook na vandaag zullen ze voor elkaar klaarstaan en opkomen, wanneer dat nodig is.

Een andere besef dringt zich op. Vanaf nu is Elmo zijn man, Corvin zijn beste vriend en de rest zijn goede bekenden. Ook na vandaag is hij allesbehalve alleen en dat is een heel goed gevoel.

6 Elmo – Samen +++ 8 Elmo – Doorzetten