6 mei 2026

Instinct – 3 Dario – Missen

Dario wordt wakker, terwijl hij een vreemde adem langs zijn keel voelt. Panja ligt deels op hem, een hand over zijn buik en het gezicht half op zijn schouder. Haar ademhaling is vrijwel zonder geluid, met de mond een klein beetje geopend. Ze is altijd al mooi geweest met sprekende ogen, vandaag lijkt haar huid goud te glanzen in de ochtendzon en liggen haar rode haren nu op zijn arm uitgespreid. Ze geeft warmte en toch … snakt Dario naar vrij ademen.

Hij mag haar, heel erg zelfs. Ze is geestig, slim, kent zijn zwakke plekken en weet met zijn temperament om te gaan. Allemaal redenen om haar aardig en meer te vinden. Tegelijk is op de achtergrond altijd iets geweest. Dario mist iets en Panja kan die open plek niet opvullen.

„Alleen voor morgen,“ fluisterde ze gisteravond direct in zijn oor, „Zodat onze wolven zich herinneren, hoe het voelt.“

Hij knikte en heeft haar gezoend, later uitgekleed en het was goed. Goed genoeg. Op dit moment, met het eerste licht door de halfopen gordijnen, is zijn lichaam ontspannen. Zijn geest vindt het te vol, te dichtbij in bed en het heeft te lang geduurd. Starend naar het plafond hoort hij ergens in huis een deur dichtslaan en het vertrouwde geluid van koffie, die wordt gezet. Mama is wakker. Elk moment kan ze binnenkomen, zonder kloppen, aanwezig als altijd, en iets zeggen als ‘Oh… wat zijn jullie een leuk stel.’

Hij probeert zo zacht mogelijk uit te ademen, zodat Panja blijft slapen. Zijn arm slaapt ook, zijn rug kleeft aan het laken. Het is aangenaam, tegelijk onvoldoende. Nog niet eerder heeft hij zoveel gevoeld voor een vriendin. Tot nu toe heeft hij niemand langer dan een paar maanden zo dichtbij laten komen. Met Panja is het allemaal anders. Langer, rustiger, vertrouwder. Als dat geen liefde is, wat dan wel?

De laatste tijd is het gemis duidelijker geworden, scherper. Het passende plaatje wijst de twee samen in bed, innig verstrengeld, af. Blijkbaar interesseert dit plaatje zich niet voor alle fijne momenten van het leuke stel of hoe comfortabel ze zich bij elkaar voelen.

Panja mompelt in haar slaap, zoekt nog meer lichaamscontact met haar vingers ergens bij zijn navel. Zijn spieren trekken kort samen en Dario sluit de ogen met de wens, dat het allemaal makkelijker zou zijn.

De deur vliegt open met zoveel kracht, dat elk slot overbodig is.

„Goedemorgen!“, staat zijn moeder in de deur als een levende zonnestraal, op blote voeten, met een schort om, met een klodder deeg op haar wang en haar haren in een sjaal gewikkeld, zodat die niet voor haar ogen vallen. Ze heeft iets goeds bij zich. Een mok, waaruit de geur van cinnamomum en koffie komt.

„Komen jullie? Ik heb een uitgebreide ontbijttafel klaarstaan ter ere van de feestdag!“

Dario krimpt onopvallend in elkaar, „Goedemorgen, Luana.“

Panja is ineens wakker, rekt zich uit zoals katachtigen dat kunnen en tovert een slaperige glimlach tevoorschijn, „Het ruikt heerlijk.“

„Ik heb rozijnenbollen gebakken, Panja, daar hou je toch zo van … en Dario, je vader heeft gisteravond bessen geplukt op de bovenste heuvel. Na zo’n nacht hebben jonge wolven als jullie nieuwe energie nodig. Daarom heb ik het deeg vannacht laten rijzen en wat moois gemaakt voor ons allemaal,“ danst Luana bijna en komt verder de kamer binnen, daarbij vrolijk elke privé sfeer van Dario negerend. Zo kent hij haar – ze is nu eenmaal snel, luid en soms erg aanwezig. Ze houdt met heel haar hart van hem.

„We komen er zo aan,“ meldt Dario en probeert haar met een scherpe blik richting deur te krijgen. Luana gebruikt haar vrije hand om kort over Panja’s voet te wrijven. De gelakte teennagels steken onder het dekbed uit. Ze grijnst, „Jullie zijn echt een prachtig stel. Ik zeg het al weken, als vandaag geen band ontstaat, eet ik mijn schort op.“

„Ik zou voor de zekerheid een recept zoeken daarvoor,“ mompelt Dario, maar Panja’s heldere lach overstemt zijn respons.

„Schieten jullie op, voordat alles koud is,“ roept Luana nog over haar schouder, terwijl ze de kamer uitwervelt … en de deur open laat. Genietend rekt Panja zich nog een keer uit om hem daarna aan te kijken, „Ze ziet mij graag.“

„Je hebt het over Luana en jij bent de ideale schoondochter,“ merkt Dario droog op. Panja lacht, slaat het dekbed opzij en staat op. Ze beweegt zich met een vanzelfsprekendheid door de kamer, dat die van haar lijkt te zijn en niet van Dario, die op zijn beurt haar daarvoor bewondert en op een ander moment zich eraan ergert. Haar lichaam is zowel mooi, zacht als krachtig en ze is zich bewust van haar uitstraling op anderen. Langzaam kleedt ze zich aan, zoekt naar haar zomerjurk, die naast zijn stoel op de vloer terecht is gekomen, trakteert hem daarbij op een half verleidelijke, half onderzoekende blik. Misschien wil ze zien hoe hij op haar reageert. Dario glimlacht en kijkt naar de deur, hij heeft nu geen behoefte aan toeschouwers en volgt haar voorbeeld door zijn eigen kleren te zoeken.

In de grote woonkamer met keuken valt Dario ineens op, dat hun eettafel eigenlijk uit een sprookje komt. Hij is groot, zwaar, van donker hout met nerven, die de structuur van een rivier aangeven. Op die tafel staat het hele ontbijt klaar, inclusief een pot kruidenthee, een mand versgebakken rozijnenbollen, bessen, boter, honing, roerei en gesmoorde champignons. Luana heeft alles zelf gemaakt en met zorg gerangschikt. Dario landt op zijn vaste plek. Panja gaat dicht naast hem zitten, hun bovenbenen raken elkaar. Ze pakt meteen een bol en bijt er met plezier een stuk vanaf. Luana kijkt met haar handen op haar heupen en een stralend gezicht toe, terwijl haar stem trilt van enthousiasme, „Ach, nog een keer jong en verliefd zijn … Dario, je zal het fantastisch doen vandaag. Ik weet het gewoon.“

„Dank je, Luana,“ reageert de zoon met een goed geoefende glimlach, duidelijk genoeg om geloofwaardig te zijn en kort genoeg om geen vragen te laten opkomen. Zijn moeder gaat naast hen zitten, streelt kort over Panja’s hand en schenkt daarna thee in, „En Panja, we hebben geluk met jou. Je bent zo’n geweldige jonge vrouw. Intelligent, zelfbewust en altijd zo hartelijk. Er zijn er niet veel met zo’n goede intuïtie.“

Elisa lacht zacht, bescheiden, zoals van haar verwacht. Ze weet hoe ze hiermee om moet gaan en straalt zonder zich op te dringen.

„Dank je. Het is hier fijn bij jullie en ik hoop, dat het vandaag een bijzondere dag wordt. Voor ons,“ Panja kijkt bij de laatste woorden Dario met een dubbelzinnige blik aan.

Luana klapt zacht met haar hand. Het kan een uitnodiging aan het lot zijn direct aan te schuiven bij het ontbijt. Met een liefdevolle blik naar haar zoon komt het volgende compliment, „Je hebt een goede smaak.“

Dario verbergt zich achter zijn kop koffie. Hoewel hij nauwelijks honger heeft, vult hij zijn bord met champignons en brood. De knoop in zijn maag blokkeert grote voedselopname en de goede sfeer aan tafel wordt hem te veel. Het is een deken, die hem de adem wegneemt. Deze ochtend is alles … goed, perfect in scène gezet en tegelijk voelt het verkeerd aan, bij elke hap en bij elke nieuwe opmerking iets meer.

Hij houdt van zijn moeder, zoals elke zoon, maar haar omgang met het Ritueel drukt op hem als een zware last, die hij niet van zich af kan zetten. Ze verdeelt de voorpret rijkelijk over elke aanwezige en creëert zo een verwachting, dat dit het mooiste is, wat een jongen kan overkomen. In haar voorstelling is het een zonovergoten moment, waarbij eindeloos gouden confetti omlaag dwarrelt. Hij zit in een toneelvoorstelling en vandaag is de première, terwijl hij zijn rol niet kent. Is hij de hoofdrolspeler of een figurant in een geleend kostuum?

Er mist iemand. Normaal is zijn vader ‘s morgens graag bij zijn vrouw in de keuken, vandaag opvallend afwezig. De logische vraag is dan, „Waar is Hiltwin?“

„Bernardo heeft je vader opgeroepen voor een belangrijke bijeenkomst met de andere ervaren krijgers. Het gaat om de grenspatrouilles en ik weet zeker, dat jij het zal horen, als het belangrijk is,“ blijkt Luana goed op de hoogte.

Nu knikt Dario met interesse. Hij geeft zelf leiding aan een groep jonge, ongebonden, goed getrainde wolven, die alles rond de grens van het Roedel in de gaten houden. Luana kijkt hem kort aan en geeft Panja de schaal met bessen, „Jullie moeten absoluut goed eten, want je weet nooit hoe lang het duurt en in alle opwinding vergeet je het belangrijkste: genoeg kracht hebben en houden.“

„Oh, ik heb meer dan genoeg energie. Als die daar straks op pad gaat, hoop ik, dat ik niet zo makkelijk te vangen ben,“ merkt Panja vrolijk op met een knipoog voor Dario. Luana lacht hartelijk, „Je weet niet hoeveel geluk je hebt met een wolf zoals hij.“

Dario zou nu graag ‘ik ben hier’ zeggen, maar kiest voor een volgende glimlach. Van binnen stapelen de woorden zich op, neemt de druk toe en is het te luid, buiten hem te stil. Een blik door het raam laat glinsterend licht op de weide zien. Een libelle zweeft over een rots. Ze heeft geluk, is vrij en kan gaan waar ze wil, zelfs de zwaartekracht trotseren gaat moeiteloos. Met de nodige concentratie lukt het om het eten naar binnen te krijgen. De smaak valt hem nauwelijks op, ondanks goed kauwen. Het is warm en zacht, iets tussen paddenstoel en deeg. Alles komt gedempt over, zowel de woorden van zijn moeder als Panja’s glimlach als dit feestelijke zomerontbijt. Stil zitten met een rechte rug en dieper ademhalen is zijn oplossing om weer alles op te merken.

In gedachten herhaalt hij zijn mantra. ‘Ik weet, wat ik doe en begin voorbereid aan het Ritueel.’ Het laatste klopt gedeeltelijk. Fysiek is hij zover en hij heeft alle verhalen gehoord, zich de regels eigen gemaakt. Daarboven heeft hij Panja, ervaring en daarmee voorsprong op velen. Wie jaagt zonder te weten hoe en wat, die is zowel opgewonden als verlegen, begrijpt niet altijd de hints over de afloop van het Ritueel. Ook Panja heeft voorgangsters. Hij heeft gezoend, gestreeld, gevoeld, kent de warmte, weet zijn weg over het andere lichaam, kent de vormen, geluiden en sinds Panja ook het spelen met dichtbij elkaar zijn. Allemaal oud nieuws, bekend terrein en zeker niet spannend.

Waarom het Ritueel aanvoelt als begraven worden onder een stapel stenen, begrijpt hij zelf niet. Het is een mantel, die aan zijn schouders verankerd is. Zelfs vanmorgen is dat zo, ondanks de waargeworden droom van elke schoonmoeder naast hem aan de gedekte tafel, zittend met de voeten in het zonlicht. Misschien ligt het aan alle stemmen, die hij niet kan negeren of aan de vragen, die binnen het Roedel rondreizen. Voel je het als het zover is? Weet je wolf het? Is je lichaam er klaar voor? Wat als je niemand vind? Wat als je het juiste moment mist? Wat als je partner je niet wil?

Telkens weer dezelfde flauwe grappen, naast het houten gemeenschapshuis, waar iedereen ‘s avonds samenkomt of bij het vuur, waar het vlees langzaam gaart en het flakkerende licht gezichten laat zien, die vertrouwder aanvoelen dan ze in werkelijkheid zijn. Grappen over geuren, hoektanden, stevig vastgrijpen, mals vlees, zweten, drukken, bijten. Discussies over de vraag wat er gebeurt als de wolf ja zegt en de mens nee, dan wel andersom. Vrijwel alle jongeren breken hun hoofd hierover, terwijl de ouderen alleen glimlachen, ontwijkend antwoorden of hun hoofd schudden over te directe vragen. Desondanks beseft iedereen, dat het meer is dan speels jagen. Het gaat om een beslissing, om een band, om vlees en geest, die in elkaar grijpen en nooit meer loslaten. Een contract, dat met het hele wezen wordt ondertekend. Een weg terug is er niet meer, als jager en prooi eenmaal in elkaar verstrengeld zijn.

Zijn maag geeft een kramp en Dario schuift zijn bord iets opzij. Direct kijkt Luana hem onderzoekend aan, de bekende mengeling van zorgzaam en waakzaam zijn. Als ze het gevoel heeft, dat iets in hem stil is, dan reageert ze zo, „Alles in orde?“

„Jawel,“ liegt hij en pakt zijn mok, „Ik ben nog niet goed wakker.“

„Dat komt, zodra jullie buiten zijn. Langzaam aan moeten jullie gaan. De zon staat al hoger dan ik dacht.“

Panja veert direct op, vol energie en zin. Ze strijkt haar jurk glad, schudt haar haren los en haar ogen vertellen Dario alles. Verwachting, verlangen, zekerheid, misschien een belofte of een aanspraak – ‘jij bent van mij’.

Dario is wat langzamer met opstaan van tafel. De verhullende glimlach verschijnt weer en zijn hand over zijn voorhoofd zorgt ervoor, dat hij weer is, wie hij hoort te zijn. Maar iets in hem meldt zich zachtjes, tegelijk met nadruk. Hij duwt het weg, op dit moment heeft hij geen energie of interesse daarvoor.

Na een hartelijk afscheid verlaten ze het huis. De zon werpt gouden stralen over het stoffige pad naar het plein. Het is al warm, maar nog niet broeierig. Een milde zomerochtend, perfect om later de herinneringen groter te laten zijn dan de werkelijkheid.

Panja loopt naast hem, een lichte wind laat de korte jurk om haar benen wapperen. Het golvende haar tot op haar rug danst in de zon. Ze praat snel en lacht over dingen, die gisteren, eergisteren of misschien helemaal niet zijn gebeurd. Dario luistert, lacht op het juiste moment, bromt een vragen geluid, wanneer ze het verwacht en als de pauzes lang genoeg zijn, is er plek voor een zin van hem. Alles perfect.

Voor buitenstaanders lijkt het een gewone dag. Twee jonge mensen op weg naar een afgesproken oord, op elkaar ingespeeld, vertrouwd, op de ander gericht. Dario kan zonder te overdrijven genegenheid tonen, zonder veel prijs te geven dichtbij zijn. Hij heeft het jarenlang geoefend. Bij een bocht in het pad reikt het gras tot hun middel. De wind brengt stemmen mee, een losse kreet, het geluid van hout op hout, stampende voeten in aarde.

„Zie je dat?“, blijft Panja staan en wijst naar een oude paal, waarop een gaai zit. Normaal zijn deze vogels schuw – deze blijft rustig zitten, terwijl ze eraan komen.

„Dat is een teken,“ vindt Panja en Dario blijft een halve stap achter haar staan, „Waarvoor?“

„Voor ons. De wereld kent ons,“ komt direct terug met een stem, waar de lach niet wil doorklinken. Ze zoekt zijn arm en haakt zich in, haar rode haar lijkt in de zon van koper. Dario kijkt nog eens naar de vogel, die roerloos blijft zitten. Gewoon een dier, dat op een paal zit en niet op wil vallen. Voorzichtig vraagt hij na, „Hoe weet je dat?“

Ze haalt haar schouders op en zonder hem aan te kijken strelen haar vingers zijn onderarm, „Is het belangrijk? Je voelt het gewoon.“

Waarop ze weer naar voren kijkt en hem meetrekt, „Bovendien, vind je niet, dat dit moment mooi genoeg is om een teken te zijn?“

Nu komt het oogcontact terug en achter haar glimlach ziet Dario, dat ze liever een paar vragen overslaat dan antwoord te geven. Het gesprek kabbelt verder over banale onderwerpen. Het weer, haar moeder, een genezeres in een ander Roedel die met ganzen communiceert, de keuze van haar jurk. Alle woorden drijven voorbij. Twee andere meiden sluiten zich aan. Het zijn vriendinnen van Panja met heldere stemmen en huppelende passen. Naast de normale begroeting concurreren speelse blikken en halve hints met elkaar. Panja is weer het middelpunt, dat draait om fysieke aspecten, gespannen verwachtingen en voorzichtige nervositeit. Dario is tevreden met zijn bijrol, geeft netjes antwoord als erom wordt gevraagd, glimlacht bij knipperende ogen en legt een hand op Panja’s rug, wanneer ze zich bukt om iets op te rapen.

Op de heuvel kun je het plein al zien, inclusief de paden, de zacht dampende kruidenketel aan de rand en de vuurkorven, die in een halve cirkel zijn neergezet. Alles wordt voorbereid voor het grote moment later vandaag. Het is een geschikte plek om te laten merken, dat alles in orde is tegenover de drie jonge vrouwen. Voor de rest lijkt alles stilgevallen, te wachten.

Zijn eigen wolf houdt zich deze ochend schuil. Waar anderen vandaag al niet kunnen wachten om erop uit te gaan, vaker dan anders de lucht ruiken, hun kaken ongemerkt bewegen, heeft Dario’s wolf zich teruggetrokken. Hij is er wel, alert als altijd, registreert het gelach, de zon of de zoete geur van de drie meiden, maar reageert niet. Wrok, verzet, wantrouwen of scepsis hebben er niets mee te maken, het is een bewuste houding. Zijn wolf is vol vertrouwen en observeert de wereld in afwachting van wat komen gaat. Het gaat dieper dan simpele, vrij inhoudsloze gesprekken. Het is onomkeerbaar. Zijn wolf weet iets, dat Dario zelf nog niet weet en wat het ook is, Dario voelt het.

Het is druk op de open plek in het woud, op het plein. Een groep jonge mannen staat in de zon, de lucht boven hen trilt van de onuitgesproken onderliggende spanning. Sommigen praten zacht, anderen lachen hard. Sommigen maken grappen over wat ze te wachten staat. De spanning bijft aanwezig, omdat je pas begrijpt als je het hebt meegemaakt.

Panja heeft nog steeds zijn arm vast en trekt hem nu dichterbij om haar voorhoofd tegen het zijne te drukken. Ze fluistert lief met een naïeve overtuigingskracht, „Ik weet het gewoon, we horen bij elkaar. Je wolf zal het weten.“

Dario dwingt zichzelf te knikken en te glimlachen, al is het meer een vorm van beleefdheid om de waarheid van de ander te bevestigen, terwijl hij het zelf anders voelt. Zijn reactie is precies genoeg, „Absoluut.“

Panja maakt zich los, brengt met een vloeiende beweging haar haren in model en gaat naar de andere jonge vrouwen om als groep door te lopen. Het woud roept ze, al is hun tijd nog niet aangebroken. Dario kijkt haar na, totdat ze tussen de bomen verdwijnt. De zon op haar haar, de echo van haar stem, de heldere en zorgeloze lach. Dario haalt adem en merkt, dat de plek op zijn arm vreemd aanvoelt, alsof die van iemand anders is. Zo blijft hij achter op de open plek tussen de anderen, nog in de schaduw van de bomen langs de rand.

2 Elmo – Buiten +++ 4 Dario – Vrijheid