25 januari 2021

Weekendje Wadden – 5

Met een wit weggetrokken gezicht staart zijn vader voor zich uit. Merel zit naast zijn moeder en heeft een arm om haar heengeslagen. Ze kijkt op als hij de kamer binnenloopt.
“En?”, vraagt Merel.
“Hij slaapt weer.”
Diede gaat in de stoel tegenover zijn vader zitten. “Wat is er nou precies gebeurd, pap?”
Zijn vader schudt het hoofd, ontwijkt zijn blik. “Geen idee, hij wil niks zeggen. We werden gebeld door het ziekenhuis.”
“Wanneer?”
“Donderdagavond.”
“Donderdag? Waarom hebben jullie me niet eerder gebeld?”, vraagt Diede ontsteld.
“We wilden eerst weten of hij…” Zijn stem breekt, hij knippert een paar keer flink met z’n ogen.
“Ik schrok me kapot…” zegt Diede.
“Ja”, reageert zijn vader, “wij ook.” Hij kijkt Diede nog steeds niet aan.
Zijn moeder begint opnieuw te snikken.
“Rustig maar”, troost Merel haar. “Hij is nou toch hier?” Ze trekt haar even tegen zich aan.
“Hoe kon hij dit nou doen?”, snottert zijn moeder. “Waarom doet hij ons dit aan?”
“Mam!” reageert Diede fel. Te fel misschien… “Waarom doet hij ons dit aan? Waarom doet hij zichzelf dit aan, zul je bedoelen! Hoe denk je dat hij zich voelt?”
Merel kijkt hem afkeurend aan.
“Nee Merel,” zegt hij hoofdschuddend, “Dit gaat om Eddy, niet om ons.” Hij staat op en loopt de kamer uit.
Merel gaat hem achterna. “Schat”, zegt ze. Ze pakt zijn hand vast. “Zij zijn ook geschrokken.”
“Weet je waarom?”, vraagt Diede, nog steeds fel. Hij kijkt haar uitdagend aan. “Ze weten dat het hun schuld is!” Zijn ogen schieten vuur.
“Diede, kalmeer. Hier heeft niemand wat aan.” Ze slaat haar armen om hem heen. “Jongen, rustig maar. Hij leeft nog…”
“Hij moet hier weg Merel. We nemen hem mee naar ons”, reageert Diede opgefokt.
“Denk je?”
“Ik weet het zeker.”
“Wat weet jij dat ik niet weet?”
“Ik ken m’n ouders… Ik kom ook uit dit nest. Dit is niet goed voor hem, geloof me. Als hij hier blijft, doet hij het zo weer. En terug naar zijn flatje lijkt me nu ook niet verstandig.”
“Heeft hij jou soms iets verteld?”
Diede schudt zijn hoofd. “Maar ik denk wel dat ik weet waarom hij… En ik zeg je… Hij kan hier niet blijven.”
Merel kijkt hem lang aan. “Oké”, zegt ze. “We nemen hem mee.”
Diede kust haar opgelucht. Ze lopen terug naar de kamer.
“Eddy komt een tijdje bij ons”, zegt hij kortaf.
“Misschien is dat wel beter, praat hij wel tegen jou”, zucht zijn moeder berustend.
Zijn vader kijkt stuurs voor zich uit.
“Ik ga kijken of hij wakker is”, gaat Diede verder.
Zijn moeder knikt. Zenuwachtig plukt ze aan haar vingers.
“Ik zal goed op hem passen, mam.” Geruststellend legt Diede zijn hand op haar arm. Merel kijkt haar vriend aan en glimlacht.

***

Met zijn ogen wijd open lag Eddy op zijn rug op de stretcher. Naast hem hoorde hij Ton licht snurken. Net als de eerste avond, hadden ze ook gisteravond tot diep in de nacht in ‘The Big Apple’ doorgebracht. Althans, de andere vijf. Hijzelf was al eerder vertrokken. Ton had hem aan de vriendin van het meisje waar hijzelf mee danste, gekoppeld. Eigenlijk had hij er helemaal geen zin in gehad, maar ja, hij kon dat meisje toch moeilijk bot afwijzen. Dus had hij een tijdje met haar gedanst. Tot ze had geprobeerd hem te zoenen. Dat was de druppel. Dansen was tot daar aan toe, maar zoenen met een meisje, dat ging hem echt te ver! Buiten het feit dat hij niet op meisjes viel, voelde het bijna alsof hij iets deed wat niet mocht. Alsof hij die jongen uit de Jumbo bedroog… Dat was toch van den gekke! Ze hadden elkaar twee keer gezien en nauwelijks een woord met elkaar gewisseld! Waarschijnlijk zag hij hem nooit meer… Waarom voelde hij het dan zo? Hij kwam er niet uit. Oké, hij vond die jongen leuk. Maar waarom? Waarom vond hij al die sproeten ineens zo waanzinnig lief? Waarom kreeg hij vreselijke kriebels in zijn buik als hij aan die leuke kuiltjes in zijn wangen dacht?
Wat moest hij hier nou mee? Sinds ze elkaar gisteren aan het eind van de middag bij ‘Frits’ Snacks’ weer tegen waren gekomen, kon hij de jongen onmogelijk nog uit z’n hoofd krijgen. De hele avond in ‘The Big Apple’ had zijn telefoon in zijn zak gebrand. Overdreven vaak was hij naar het toilet gelopen om zijn foto te bekijken. Hij kon de verleiding gewoon niet weerstaan. Knettergek werd hij ervan! Als hij eerlijk was, wilde hij maar één ding… die jongen terug zien. Gewoon bij hem zijn. Beetje kletsen… Hij schoot in de lach. Kletsen… Man, hij wist geen woord uit te brengen als hij in zijn buurt was! Leuk gesprek zou dat worden…
Ton bewoog. “Mogûh”, mompelde hij slaapdronken. “Hoe laat is het?”
Eddy draaide zich om en pakte z’n telefoon. Hij glimlachte. Kon hij meteen zijn foto nog een keer bekijken… “Bijna elf uur”, gaf hij Ton door.
“Mooie tijd”, reageerde Ton terwijl hij uit zijn slaapzak kroop. “Eten?”
“Is goed”, stemde Eddy in.

“Wat gaan we doen vandaag?” Lusteloos keek Hannah het clubje rond. Ze propte een boterham met hagelslag in haar mond.
Was ze gisterochtend nog behoorlijk helder geweest, vandaag was daar geen sprake van. Twee nachten feesten hadden hun tol geëist. De rest zag er al niet veel beter uit. Alleen Eddy had nergens last van. Niet zo gek natuurlijk, hij had gisteravond niks gedronken en was bovendien op tijd gaan slapen.
“Ik heb eigenlijk niet zo’n zin om iets te doen”, zuchtte Anika. “Kunnen we niet weer naar het strand gaan? Lekker in de zon liggen, beetje slapen nog…”
Eddy grinnikte. Hij had van te voren kunnen voorspellen dat het zo zou gaan. Elke avond en nacht flink feesten en voor de rest maar een beetje rondhangen. Ergens vond hij het best zonde van de tijd. Aan de andere kant, zo had hij wel lekker veel tijd om een beetje te mijmeren. Kon hij tenminste ongestoord nadenken…

Aan het begin van de middag fietsten ze in een rustig tempo opnieuw richting Formerum aan Zee. Veel meer dan een beetje zonnen, af en toe zwemmen en een potje voetbal, deden ze niet. Eddy paste er wel voor op niet te opvallend naar de strandovergang te kijken, hij had geen zin in weer een hoop flauwe opmerkingen van Ton.

***

“Hé motherfucker!” riep Remco geschrokken.
Vanuit het niets knalden de blokarts van Jeffrey en Jorick tegen hem op. De tweeling had de grootste lol. Ze deden hun uiterste best indruk te maken op de twee meiden, die van een afstandje stonden toe te kijken.
“Jemig, man… Waar zit jij met je hoofd? Zag je ons niet aankomen?” Jorick hikte van het lachen.
“Godsamme, eikels”, mopperde Remco. “Ik schrok me kapot.”
“Je verdiende loon omdat je gisteren mijn vlieger naar beneden hebt gehaald”, grinnikte Jeffrey.

Er verscheen zowaar een flauw lachje op Remco’s gezicht. Het was ook zijn eigen schuld, dat wist hij wel. Gisteren met vliegeren had hij zijn hoofd er al niet bij gehad en vandaag met het strandzeilen, leek het wel nog erger.
Voor ze zich op het strand bij West aan Zee hadden gemeld, hadden ze zo ongeveer elk fietspad op het eiland gehad. Jammer genoeg geen spoor van die blonde jongen… Op de één of andere manier had hij zichzelf ervan overtuigd dat hij hem vandaag wel weer tegen zou komen en zich daarop verheugd.
Hij had zich stellig voorgenomen hem op z’n minst zijn naam te vragen. En wat hij absoluut uit moest zoeken, was of die gast die zo tegen hem aanhing, zijn vriend was. Het hoefde natuurlijk niks te betekenen, zijn vrienden en hijzelf hingen ook vaak zat tegen elkaar aan. Maar toch… En als het wel zijn vriend was, hoe serieus was dat dan? Waarom keek hij dan zo naar hem? Waarom kreeg hij dan zo’n rooie kop toen hij wat tegen hem zei? En misschien nog wel het meest belangrijke… waarom had hij dan een foto van hem gemaakt?
Hoe later het werd, hoe stiller hij was geworden. De kans dat hij hem nog tegen zou komen, werd steeds kleiner en dat had direct invloed op zijn humeur. Tegen de tijd dat ze gingen strandzeilen, was er van zijn vrolijke bui weinig meer over. Die blonde knul bleef hem maar bezighouden. Vooral de vraag of die andere jongen iets met hem had, spookte steeds opnieuw door zijn hoofd…

Jorick en Jeffrey rolden hun blokart een stukje naar achteren en probeerden weer wind te vangen. Langzaam kwamen ze op gang.
“Laat je niet zo kennen, man”, merkte Wim op terwijl hij naast Remco stopte. “Pak ze gewoon terug.”
“Je hebt gelijk. Ik moet me niet zo aanstellen”, knikte Remco.
“Precies. Dat je hem vandaag niet hebt gezien, zegt niks, joh. We zijn hier nog bijna een week. Tijd zat”, deed Wim een poging zijn broer op te monteren. Hij had wel in de gaten dat Remco’s goeie humeur van vanochtend inmiddels als sneeuw voor de zon was verdwenen en wist dondersgoed waardoor dat kwam.
“Zet hem uit je hoofd, man… Leef je lekker uit. Normaal gesproken rij jij die twee ettertjes er toch makkelijk uit? Nou, kom op dan!”, spoorde hij zijn broer grijnzend aan.
Remco lachte. “Right! Ik zal ze eens laten zien wie hier de beste is!”
“Zo ken ik je weer”, riep Wim jolig.
Remco gooide zijn zeil om en maakte vaart. In no time had hij Jeffrey en Jorick ingehaald. Breed lachend scheurde hij ze voorbij. “Waar blijven jullie nou, slome sukkels?”, schreeuwde hij vrolijk.

***

“Alweer de laatste avond”, zuchtte Ton.
“Drie dagen is veel te kort”, beaamde Jan Willem.
Na de hele middag op het strand doorgebracht te hebben, zaten ze met z’n zessen op het terras van eetcafé ‘de Rustende Jager’. Voor een prikkie hadden ze heerlijk gegeten en genoten ze nu van een lekkere bak koffie.
“Je laatste kans, Eddy”, grijnsde Ton terwijl hij hem aankeek. “Vanavond moet het gebeuren, kerel.” Hij klopte hem op zijn schouder.
Eddy zuchtte. Begon hij nou weer? Hij had helemaal geen laatste kans, die had hij gisteren al verspeeld… Maar ja, dat wist Ton natuurlijk niet.

Hij had niet zo moeten stuntelen, had gewoon een praatje met hem moeten maken. Misschien had hij hem zelfs wel gewoon aan de rest moeten voorstellen. Wat was daar nou raar aan geweest? Niks toch? Hij had hem gewoon voor kunnen stellen als een jongen die hij toevallig ontmoet had. Dat was toch ook zo?
Had het uitgemaakt? Morgen gingen ze al weer naar huis, dan zag hij hem nooit meer. Bovendien, wie zei hem dat die jongen hem ook leuk vond? Oké, gisterochtend in de supermarkt had hij zich omgedraaid en naar hem gekeken voor hij de deur uitliep. En gisteravond bij het cafetaria had hij hem echt wel na staan kijken toen hij naar zijn vrienden terugliep. En hij had hem gedag gezegd toen hij wegging…
Als hij wat doortastender was geweest, hadden ze misschien wat tijd samen door kunnen brengen. Wie weet wat er dan was gebeurd… Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. Dromerig staarde hij voor zich uit.

“Je hebt er wel zin in, zie ik”, merkte Ton op. “Waarom ging je er gisteren eigenlijk vandoor toen ze met je wilde zoenen? Het was toch een hartstikke lekker kippetje?”
“Ach man, hou op. Ik ga echt niet zoenen met iemand die ik nauwelijks ken”, reageerde Eddy geïrriteerd. Ineens grinnikte hij, realiseerde zich dat het niet waar was wat hij zei. Met die jongen zou hij best willen zoenen. En die kende hij ook nauwelijks…
“Wat zit je nou stom te lachen! Doe eens niet zo moeilijk, man”, ging Ton gewoon verder.
“Ja,” viel Jan Willem hem bij, “als je het niet probeert, wordt het natuurlijk nooit wat. Grijp je kans, man!”, hield hij hem voor. “Je bent toch geen homo, of wel?” Hij grijnsde.
Ton lag prompt in een deuk. “Homo! Kom op Eddy, laat zien dat je geen mietje bent… D’r zijn zat leuke meiden hier.”
Eddy liep rood aan. “Alsof jij zo’n succes hebt!”, snauwde hij Ton toe. Pissig schoof hij zijn stoel naar achteren en stond op. “Zoek het lekker uit. Ik heb hier geen zin in.” Kwaad liep hij het terras af.
“Jongens!”, reageerde Anika scherp. “Hou eens op. Laat hem toch…”
“Eddy! Wacht…” Hannah wilde hem achterna, maar André hield haar tegen. “Laat hem maar”, maande hij haar. “Hij komt zo wel weer terug…”
“Jezus, wat een zacht gekookt eitje, zeg”, merkte Ton op. “We willen hem toch alleen maar helpen?”

***

“Jongens, als we vanavond nog naar Midsland willen, moeten we langzamerhand eens richting de camping”, merkte Maaike tegen acht uur op.
Na het strandzeilen waren ze neergestreken op het terras van strandpaviljoen ‘West aan Zee’. Ze hadden er heerlijk gegeten en nog lekker kunnen nagenieten van de middag op het strand.
“Ik wil nog even douchen, moet me nog omkleden… En zo laat wil ik het vanavond eigenlijk niet maken”, ging ze verder.
“Ja, ik wil me ook nog wel even opfrissen”, lachte Gwen naar Jorick. Ondanks dat Jorick en Jeffrey uiterlijk sprekend op elkaar leken, vond ze hem de leukste van de twee. Ze had het idee dat hij haar ook wel leuk vond dus wilde ze zich vanavond maar eens extra mooi aankleden. Wie weet wat er allemaal nog kon gebeuren…
“Oké, dan gaan we die kant maar eens op”, hakte Jeffrey de knoop door. Hij hoopte stiekem vanavond nog wat tijd alleen met Maaike door te kunnen brengen, want hij vond haar echt leuk. Als ze het dan ook nog eens niet zo laat wilde maken, moesten ze nu toch echt vertrekken.