24 december 2021

Breng Licht In Het Donker – 20

Zaterdag 26 december

*

Al voor tienen ging Cas met Ben, Hugo en Ivar – een neef van de familie Müller – naar het dorp. Hugo was nog steeds vastbesloten om mee te doen aan de schaatswedstrijden en Ivar wilde niet achterblijven. De anderen zouden met de familie Müller een tocht rond het meer maken met drie arrensleeën. Er was hen gezegd dat het heel goed zou kunnen dat anderen uit de buurt er zich bij zouden aansluiten. Onderweg was een lunch geregeld in een restaurant aan het meer. Hoewel het niet meer sneeuwde was het wel flink koud. Mevrouw Müller zorgde ervoor dat de oma’s, Trees en Sjeng goed ingepakt waren, voordat ze vertrokken. Koud zouden ze het echt niet krijgen, had de jongen het idee. Hij droeg net als de anderen thermo-onderkleding en een skipak. Voor het eerst in zijn leven had hij zijn oma in een broek gezien. Het stond haar prima! De dekkleden – die enorm dik waren – zorgden ervoor dat hun lichaamswarmte goed werd vastgehouden. Daarnaast hadden ze allemaal een aantal warmwaterzakken bij zich liggen die tijdens de stop vernieuwd zouden worden voor de terugtocht.

Meteen toen hun arrenslee in beweging kwam, hoorde Sjeng de belletjes rinkelen. Het zorgde voor een vrolijk gevoel. Hij glimlachte en keek naar zijn oma die naast hem zat en die ook breeduit glimlachte. Ook aan de overkant waar Suus en Trees zaten, merkte hij die vrolijkheid op. Het leek alsof ze op schoolreisje waren. Hij keek achterom en zag dat de twee andere sleden hen volgden. En Helmut – meneer Müller – had helemaal gelijk gehad. In de verte zag hij er nog meer aankomen. Was dit een jaarlijks terugkerend festijn? Een traditie?

Na een aantal kilometers bracht Helmut hun slee tot stilstand. Hij stapte uit en vroeg of Sjeng mee wilde naar de top van de heuvel.

Sjeng had het er niet zo op. Hij had zijn bedenkingen, bang als hij was dat hij zou vallen in de sneeuw.

Zijn oma gaf hem echter een uiterst voorzichtige por en zei: ‘Toe, jungske! Je hoort erbij! Je niet terugtrekken!’

Dat haalde hem over de streep. Hij stapte uit en stak zijn arm door die van Helmut die gedienstig op hem was blijven wachten. De ondersteuning van de man voelde goed. Hij vertrouwde er helemaal op dat hij veilig boven zou komen. De kinderen van Helmut en Emma stonden al boven op de heuvel en keken met verrekijkers in de verte. Hun vader vroeg er één aan hen en Sjeng kreeg die aangereikt. Hij wees Sjeng waar hij moest kijken. Hij deed het, maar hem viel niets op. “Zoek naar andere arrensleeën aan de overkant,” werd hem gezegd. En ja … als je dan weet waar je naar moet kijken, dan lukt het ineens wel. Hij zag ze. Ook aan de andere kant van het meer reden ze. Hij vroeg ernaar en het bleek inderdaad een traditie te zijn. Een heel oude die ook een aantal jaren in de mottenballen had gelegen, maar sinds 2010 weer opgepakt was. Hij vond het mooi zoiets. Ze gingen terug. De heuvel af was lastiger, maar de sterke arm van Helmut was verzekering genoeg.

Ze waren verder gegaan. De wolken waren allengs donkerder geworden. Helmut had vanaf de bok geroepen dat het weer zou gaan sneeuwen. Gelukkig waren ze voor de bui aan in het restaurant waar ze zouden lunchen. Ze waren nog maar net binnen of de witte wollige vlokken dwarrelden weer naar beneden.

Duitsers zijn echte levensgenieters wat eten betreft, zo concludeerde Sjeng. Limburgers hebben dat ook wel, maar … toch ietsjes minder. Nou ja … hij waarschijnlijk. Bovendien zou hij niet moeten vergelijken. Nergens voor nodig. Hij besloot gewoon mee te doen. Gewoon te genieten.

Na hen kwamen nog meer mensen binnen. En velen daarvan waren wit besneeuwd bij binnenkomst en begaven zich meteen naar de open haard. Het restaurant had die dag een goede omzet.

Helmut stond voor het raam en keek naar buiten. Dit had geen zin, nam hij zijn besluit. De bui zou eerst over moeten zijn voor ze weer verder zou rijden. En zo duurde het oponthoud langer dat gepland. Niet dat dat een echt probleem was. Er was voldoende te eten en te drinken en het was lekker warm binnen.

Toen het ophield met sneeuwen ging het weer verder. De lampen werden voor vertrek aangestoken. Sjeng vond dat vreemd. Het was nog volop licht. Helmut legde hem uit dat er nog meer sneeuw werd verwacht en dat ze niet opnieuw zouden stoppen. Voorzorg dus.

Dat de lokale inwoners verstand hadden van het weer, bleek toen ze ongeveer halverwege de terugreis waren. Opnieuw sneeuwval. Echt dikke vlokken. Zijn oma kroop dicht tegen hem aan. Het was een reuzegoed gevoel.

Op het laatste stukje pikten ze Hugo, Ben, Cas en Ivar op die op de terugweg naar het huis van de Müllers waren. Thuis stapten ze allemaal snel uit. Emma vroeg Trees of ze die avond ook kwamen eten. Een vriendelijke uitnodiging, maar ze sloeg hem net zo vriendelijk af. Toen ze haar portemonnee pakte om te betalen voor de arrensleeëntocht wilde Emma daar niets van weten. “Het doet ons goed om vrijgevig te kunnen zijn,” zo had ze gezegd. En ja … daar had Trees niets tegenin kunnen brengen.

Binnengekomen hadden ze zich eerst allemaal ontdaan van de extra kleding. Die was buiten echt nodig geweest, maar binnen zeker niet. Rond het haardvuur gezeten, dronken ze koffie, thee en warme chocolademelk en waren de verhalen losgekomen. Hugo had de bronzen medaille behaald. Hij had graag willen winnen, maar het in de halve finale afgelegd tegen een jongeman die ouder en sterker was. “Mijn techniek was echter stukken beter,” liet hij iedereen weten en voegde eraan toe: “Volgend jaar versla ik ze allemaal!” Sjeng en Suus hadden verslag gedaan van hun belevenissen. Daarna werden er spelletjes gespeeld en vervolgens bereidden Suus en Ben zich voor op hun optreden van de volgende ochtend. Ze kozen muziekstukken en liederen uit en speelden die. De anderen luisterden en genoten volop.

Sjeng verloor zich helemaal in de rust en de muziek. Het leek alsof alle spanning pas nu wegvloeide. Zijn verhaal in de kerstnacht had dat deels gedaan. Het goede nieuws van Cas ook. En gisteravond dat laatste bericht over het ouderschap dat van zijn vader naar Trees en Cas zou gaan. Maar pas nu … nu voelde hij het echt. Hij was vrij. Hij kon al dat rotte van de afgelopen jaren achter zich laten. Kon zich richten op … gedeelten van de tekst van het lied van Stef Bos kwamen weer in hem naar boven. “Streep door het verleden. Toekomst aan het woord. De strijd die is gestreden. De gebeden zijn verhoord.” Nou ja … bidden had hij niet echt gedaan. Schietgebedjes misschien af en toe, als … als hij zich heel rot had gevoeld. “Er is nog niets verloren. Al is er veel vergaan.” Ja. Dat was waar. Niet alles was weg. Waarden als vriendschap, liefde, er voor elkaar willen zijn, waren gebleven. En vooral dat “Ik kijk niet om. Ik blijf niet staan. Ik begin van voor af aan”. Dat trof hem het allermeest op dat moment. Een glimlach verscheen op zijn gezicht. Het was goed, zoals het was.

Truu had haar kleinzoon al een tijdje in de gaten gehouden. Tijdens de muziek had ze opgemerkt dat die brede denkrimpel op zijn voorhoofd was verschenen. Ze had er een hekel aan als ze die zag. Ze wist dat hij dan veel te veel aan het denken was. Maar toch had ze het hem laten doen. Hij was zestien. Wist natuurlijk nog lang niet alles, maar … als hij vond dat er gedacht moest worden, dan zou ze hem die ruimte geven. Maar niet te lang. Op gegeven moment voelde ze aan dat de muziek zou gaan stoppen. Zonder te spreken wist ze de aandacht van de andere luisteraars te trekken. Ze legde een vinger tegen haar lippen en wees daarna in de richting van Sjeng. Het werd begrepen. Ze stonden allemaal bijna geruisloos op en gingen naar de keuken. Ze besloot het denkwerk nog even wat tijd te geven. Ze wist zeker dat het nu tijd was, om haar opdracht – die ze in de kerstnacht had gekregen had – uit te voeren. Ze zou wel zien wanneer hij klaar was. En ja … dat moment kwam al snel. ‘Hé, je bent er nog,’ zei Truu, toen ze eerst zijn glimlach had gezien en daarna de beweging in zijn lijf.

‘Ja.’ Hij keek om zich heen. Ze waren met z’n tweeën. De anderen waren allemaal in de keuken bezig met de voorbereidingen voor het avondeten.

‘Het was mooi, hè!’

‘Ja, Ama. Het was heel mooi.’

‘Alles?’

‘Oh ja, Ama, alles was heel mooi. Deze kerst is voor mij zo ontzettend anders dan ik me had voorgesteld. Natuurlijk zou ik anders mijn best hebben gedaan om er wat van te maken. Het huis was al versierd. De tuin zou ik verlichten en de kribbe en figuren opstellen. Op eerste kerstdag zou jij terugkomen en dan zou ik ’s middags bij jou eten. Maar … het werd allemaal zo anders.’ Even was er een traan. Hij veegde hem weg. ‘Maar … het werd allemaal zo enorm goed, Ama! Ik werd ontzettend goed verzorgd in het ziekenhuis. Kreeg een voorkeursbehandeling. Herkende Anne. Daar zijn, was ineens niet zo slecht. Ik wist dat ze – ondanks mijn gemopper aan het begin – hun uiterste best voor mij deden. Ook die jonge arts. Ben zijn naam kwijt. Hij … hij zorgde, met dat wat hij geleerd had, ervoor dat het terugzetten van die schouder in de kom vrijwel pijnloos was. En dan die opvang van Trees en Cas. Het was niet dat ik bij wildvreemde mensen in huis kwam. Zo voelde het totaal niet. Het leek … alsof … ik er altijd al geweest was. En toen … de volgende dag was jij er ook. Ze hadden dingen geregeld. Zorgden ook op die manier voor mij. We gingen hierheen en … ach … je hebt het meegemaakt. Die kerstnacht … zo bijzonder. Al die verhalen. We hebben niet meer alleen elkaar, Ama. Jij en ik, we hebben een familie gekregen.’

‘Helemaal juist, jungske. Maar … dat ene … dat je nog niet verteld hebt? Dat jullie nog niet verteld hebben? Waarover jij zo-even nog zo lang hebt zitten peinzen?’

Hij keek zijn oma vorsend aan. Hij wist wat ze bedoelde. ‘Oh. Dat.’

‘Ja. Dat. Dat ene. Dat heel mooie. Dat is ook belangrijk, lief jungske. Het allerbelangrijkste in het leven. Als je dat gevonden hebt, dan … dan zou je dat van de daken moeten schreeuwen! En het niet in het verborgene houden.’

‘Ook niet als … als dat zo bijzonder is … als … als … bij ons?’

‘Nee. Ook dan niet, jungske!’ Ze wist niet of ze het moest zeggen. Misschien zou hij verdriet hebben. Toch deed ze het. ‘Denk aan dat wat je moeder je heeft gezegd, Sjeng. “Zörg dérveur daste dig zėllef blifs, jungske.” Dat was haar opdracht voor jou, lieverd. En dat geldt ook nu. Ook voor dat ene. Kom ermee, alsjeblieft. Deel ook dat met ons. Liefde is iets om te vieren.’

‘Maar … ‘ Hij voelde haar warme hand op die van hem.

‘Eventjes nog. Vier die liefde, schat. Praat er met Ben en Hugo over. Praat erover vanuit je gevoel. Ik weet dat jij het liefst geen geheimen wil hebben voor anderen. Ik weet ook dat er nog veel meer dingen meespelen soms. Af en toe gaan we iets om de waarheid heen, om anderen niet te bezeren, bijvoorbeeld. En ook dat kan goed zijn. Maar … in dit geval … zou ik voor openheid, voor de waarheid gaan.’

Dat dubbele dat had hij ook. Net als Hugo en Ben. Daarom hadden ze besloten om er nog niets over te zeggen. Ze hadden alle drie uitgesproken, dat ze van elkaar hielden. Maar ze voelden zich ook verward, omdat ze niet hadden geweten hoe het te moeten brengen naar de anderen. Een paar keer hadden ze het er met elkaar over gehad. Maar een oplossing was er niet gekomen. Het voelde aan de ene kant zo prachtig mooi, maar … er was ook dat bijzondere, dat vreemde. En misschien, heel misschien, zou er onbegrip zijn. Zijn Ama had helemaal gelijk: het liefst had hij geen geheimen voor anderen. Zeker niet tegenover mensen die zijn naasten waren, de mensen waar hij van hield. En eigenlijk wist hij wel zeker dat Ben en Hugo er ook zo over dachten. ‘Hoe wist je het, Ama?’

‘Ach, het viel me gewoon op in de kerstnacht. Laat ik maar zeggen, dat mij een lichtje opging. En jij? Ga jij dat lichtje van mij nu verder brengen?’

‘Ja, dat zal ik … dat zullen we doen. Bedankt, Ama!’

‘Graag gedaan, jungske!’ Vol trotst keek Truu naar haar kleinzoon die haar zo ontzettend lief was. Ze was blij dat ze in zijn leven een rol mocht spelen. Dat dat wederzijds was, tussen hen. En ze was blij dat ze die fluisterstem in haar hart, die ze in die kerstnacht had gehoord, had gevolgd. De stem die haar had gezegd: “BRENG LICHT IN HET DONKER.”

EINDE

Dank aan GrensGeval voor het aanleveren van de Limburgse teksten die in die verhaal worden gebruikt.
De titel voor dit verhaal heb ik ontleend aan het lied “Bring’ ein Licht ins Dunkel” van Udo Jürgens.
Als je het wil beluisteren kan dat onder andere via https://music.youtube.com/watch?v=gTp0hb2aNz4
Reacties zijn van harte welkom via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk

©Lucky Eye, december 2020
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.