18 december 2021

Breng Licht In Het Donker – 14

Er was opluchting. Bij iedereen, zo leek het. Hugo had de opnameapp uitgezet toen Trees hem daarop had gewezen. Het was tijd voor eten, zo vond Cas. Niemand sprak hem tegen. Niemand leek het al tijd te vinden om naar bed te gaan. Het was een vreemde kerstnacht.
De tafel in de voorkamer werd met gesmeerde broodjes, warme chocolademelk, koffie en thee beladen. Sjeng had zijn eigen afdeling met gesmeerde en in stukjes gesneden boterhammen. Een voorraad die hij dacht nooit op te krijgen. Iedereen nam wat. Toen voelde het voor Sjeng ineens alsof de spanning toenam.

‘Is die stoel van jou de praatstoel?’ vroeg Hugo.

‘Huh … hoe bedoel je?’

‘Nou … was die stoel een goed hulpmiddel om te praten?’

‘Ik weet nog steeds niet precies wat je bedoelt, maar … kan wel zeggen dat de twee secondanten,’ en hij keek links en rechts naar een oma, ‘enorm geholpen hebben.’

‘Mag ik daar dan zitten?’

Trees keek haar ogen uit. ‘Hugo?’

‘Ja, Mam?’

‘Euhh … nee … weet het even niet meer.’

‘Ik heb iets te vertellen. En … nou ja … het brood is nog lang niet op en volgens mij is nog helemaal niemand aan slapen toe. Dus … een prachtige gelegenheid om het gewoon te doen. Zullen we dan maar?’ stelde hij Sjeng voor.

‘Ja. Mits je mij een stoel van achteren haalt.’

‘Oh ja … natuurlijk.’ Hugo liep naar de eettafel en haalde daar een stoel voor Sjeng op, om die vervolgens naast de bank te zetten. Zelf ging hij tussen de oma’s inzitten. Beiden reikten ze hem meteen een hand. ‘Wauw! Dit voelt werkelijk heel erg goed, maar … ik ga niet de hele tijd hand in hand zitten hoor! Dat is teveel van het goede voor mij. Af en toe vind ik het wel fijn en ik laat het aan jullie fijngevoeligheid over om op te merken wanneer dat nodig is.’ De verbonden handen werden ontkoppeld.

‘Ga je nou nog een keer praten!’

‘Ja, Ben, rotjoch! Ik ga praten. En het gaat ook over jou.’

‘Oww. Dat had ik niet zien aankomen.’

‘Geen roddels hoor. Gewoon de zuivere waarheid.’

‘Lieverd! Hugo! Toe nou, begin nou gewoon.’

Hugo wist dat hij beter kon stoppen met dollen als zijn moeder zo’n opmerking maakte. ‘Ja, Mam. Ik ga beginnen.’ Maar toen was het best nog lastig. Gewoon moeilijk. Een por van zowel links als rechts, spoorde hem aan. ‘Ben en ik zijn heel goede vrienden. Echter … de laatste tijd waren er wat problemen.’ Hij zag dat Ben wilde protesteren. ‘Nee, Ben, ik wil hierover praten. Het gaat niet alleen jou en mij aan, maar … zo vind ik … deze hele bijzondere groep mensen. Met mijn gedrag van de laatste weken was van alles aan de hand. Een paar maal kreeg ik van mijn moeder te horen dat ik nurks was. Ik kende het woord niet toen zij het de eerste keer gebruikte. Heb het opgezocht. Bars, brompot, brombeer en dat soort woorden las ik op internet. Een niet gezellig persoon, in elk geval. En dat wil ik niet zijn. Dus … heb ik me geprobeerd in te houden, maar … daar ben ik dan weer niet goed in. Als er iets is, dan moet ik me kunnen uiten. En … in praten ben ik niet echt goed.’

‘Helemaal mee eens,’ bemoeide Ben zich ermee, ‘zoveel zinnen heb ik je nog nooit achter elkaar horen zeggen!’

‘Cas, kun je die jongen niet wat in bedwang houden!’

‘Ben! Hier! Tussen Trees en mij in!’

Met duidelijke pret voldeed Ben aan het “bevel” van zijn oom en kreeg van hem te horen: “En als je je niet gedraagt, dan … dan … nou ja … dat zie je dan wel.”

‘Zo. Eén probleem opgelost. Nou de mijne nog.’ Even moest hij slikken. ‘Euhhh… onze vriendschap is heel erg goed. Op een gegeven moment merkte ik dat er bij Ben meer was. Ik wist dat hij op jongens was. Nooit een probleem geweest. Maar … toen ik merkte dat hij verliefd op mij was en dacht dat ik dat ook op hem was, kreeg ik het benauwd. Ik was toch niet zo?’ Heel duidelijk had hij het vraagteken benadrukt. ‘Ik wilde niet zo zijn, kon niet zo zijn. Ik … ben soms best bang. En toen ook. Ik wilde niet tot een minderheid behoren. Die hebben het vaak niet makkelijk. Op school was dat vroeger ook al zo. Kinderen met een bril, rood haar – ikke dus ook, de dikkere figuren. Allemaal minderheden die vooral op de basisschool gepest werden. In het voorgezet onderwijs is dat pesten wel over, maar val je gewoon buiten de groep. Laten ze je links liggen. Heel af en toe heb je van die groepjes waar al die minderheden elkaar dan weer vinden, maar … niet overal. En … ik wilde dat dus niet. Ik was gewoon. Ik was Hugo. Ik … ik wilde niet bijzonder zijn. Want … dat ben je dan toch wel. Toen we erover praatten – Ben en ik – want dat wilde hij, heb ik hem gezegd dat ik geen homo was. Dat ik biseksueel was. Want … samen onder de douche, sorry voor de eerlijkheid, krijg ik altijd een harde. En dat had hij natuurlijk wel gezien. Dus … volgens hem moest er iets zijn. Ik noemde dat dus zoals ik zei, maar dat alleen omdat ik dat andere niet wilde. Stom van me. Heel stom.’ Hij zag hoe Trees hem wilde onderbreken, maar was haar voor. ‘Ik weet dat je liever hebt, dat ik dat niet zeg, maar … zo voelt het wel voor mij. Ik ging ook dingen doen, omdat ik me nou eenmaal zelf dat etiket had opgeplakt. Nog stommer. Maar misschien ook niet. Ik wilde weten hoe het was. Hoe het was om seks te hebben met een meisje. En … geloof me, Mam, ik heb ze altijd goed behandeld. Ik heb tegen geen enkele gezegd dat ik verliefd op ze was. Want … daar was absoluut geen sprake van. Ze waren leuk, aardig, mooi, maar meer was het niet. De seks viel me tegen. Ik was een stuntel. Wist dat wel met humor te verbloemen, zodat het hen niet al te veel opviel, maar … het was geen succes.’

‘Hoeveel?’

Bens vraag. Eerlijk als hij wilde zijn, zou hij antwoorden. ‘Twee. Het waren er twee. Het zorgde er voor mij wel voor dat het helderder werd in mijn hoofd. Alsof er een lampje ging branden ergens. En dat belichtte heel duidelijk mijn probleem. Ik kan niet weglopen voor dat wat ik ben. Ik ben Hugo, ik ben homo en ik ben verliefd op Ben.’

Ben drukte zich heel dicht tegen Cas aan en voelde dat die meteen zijn armen als in bescherming om hem heen sloeg.

‘Het spijt me dat ik er zoveel moeite me had, Ben. Het spijt me oprecht. Het spijt me nog veel meer dat ik jou verdriet heb gedaan, want ik weet dat ik dat heb gedaan. Heel bewust toen tijdens dat gesprek tussen ons beiden. Maar … ik kon niet anders op dat moment. Het benauwde mij.’

‘En nu? Is dat benauwende gevoel er nog steeds?’ wilde Truu weten.

‘Het lijkt me nog steeds niet prettig om op school of op de voetbal te vertellen dat ik homo ben. Maar … ik ga het wel doen. Ik weet zeker dat er … mensen zullen zijn die het afkeuren, die me zullen laten vallen, maar … dat is dan maar zo. Ik ben Hugo, ik ben homo, ik ben wie ik ben. En ik houd van je, Ben! Heel veel en, alsjeblieft, ik wil dat je heel even naar me kijkt. Alsjeblieft!’ Hij wachtte tot Ben in beweging zou komen. Het duurde even, maar toen richtte Ben zich toch op, veegde hij de tranen van zijn gezicht en keek Hugo aan. ‘Bedankt. Ik hou van jou. Weet dat jij het een hopeloze liefde noemde. Hoorde het je zeggen tegen Sjeng toen ik jullie op wilde halen. En ja …dat leek het ook te zijn. Ik hou van je en nou kan het lijken alsof het probleem uit de wereld is, maar dat is het niet. Niet helemaal in elk geval.’ Hij keek de kring rond en zag overal de vraagtekens. ‘Het gebeurt vaker. Soms los je een probleem op en vervolgens heb je er een nieuwe bij. Nu ook. En ik voel, nee volgens mij beter gezegd, ik weet dat het voor jou ook zo is. Ja of ja?’

‘Ja.’

‘Dank je, Ben, voor je oprechtheid.’ Dit was genoeg.

‘Dit is vaag,’ merkte Suus op. ‘Maar … heb het idee dat het nog verder gaat.’

‘Ja. Maar Ben en ik moeten hier nog eens goed over praten. Samen. Met z’n tweeën. Volgende onderwerp.’

‘Ho! Zo snel kan ik niet schakelen hoor,’ meende Sjeng. ‘Geef ons in elk geval even tijd om bij te komen van deze onthullingen. En … ik moet nodig naar de wc.’ Hij stond op en liep weg. In de hal ging hij naar het toilet. Het was veel meer een excuus geweest om weg te zijn, even op zichzelf. De onthulling van Hugo had hem geraakt. Hij had blijheid gevoeld voor Ben, omdat diens hopeloze liefde ineens niet zo uitzichtloos meer was. Er was hoop voor hem. En toen kapte Hugo het toch nog ineens af. In elk geval, zo had het voor hem gevoeld. Een rare wending, waar hij zich even geen raad mee wist. Hij deed zijn plas en stond weer op. Hij droeg joggingbroeken in de regel alleen als het koud was in bed, maar nu vond hij dat kledingstuk enorm handig. Terug naar de kamer, waar inmiddels diverse gesprekken waren ontstaan. Allemaal met een luchtige ondertoon, meende hij te kunnen onderscheiden toen hij naar de tafel liep om een nieuwe boterham te pakken. Hij vroeg Suus of ze die op zijn bord wilde schuiven. Hugo had gezegd dat er nog meer was en dus zou deze pauze niet meer dan een onderbreking zijn. Een intermezzo. Hij ging met zijn bord bij het raam aan de achterkant van het huis staan en keek of hij dingen in de tuin kon onderscheiden. Dat lukte maar moeilijk. Ineens zag hij iets. ‘Het sneeuwt!’ riep hij uit. Meteen schoten er anderen naar hem toe. Ook zij keken naar buiten en herhaalden zijn uitroep. Ja, deze kerst sneeuwde het. Na de eerste opgetogenheid over de sneeuw, kreeg hij het toch te benauwd. De sneeuw herinnerde hem teveel aan zijn moeder. Aan vakanties in Oostenrijk. Hij voelde hoe een arm om hem heen werd geslagen. Het was Cas.

‘Herinneringen?’

‘Ja. Mooie. En die doen soms pijn.’

‘Kan ik me voorstellen.’

‘Hoe zat het tussen jou en je moeder?’ vroeg Sjeng ineens.

‘Owww … dat is een lastige. Hoe kom je daar zo op?’

‘Vanwege een paar opmerkingen die jij maakte. De eerste in het ziekenhuis en later nog één bij jou thuis toen ik vroeg hoe het nou precies zat met oma Suus.’

‘Ja. Ik laat me nog wel eens gaan zonder erbij na te denken.’

Hugo vroeg om de aandacht. Gaf aan dat hij verder wilde gaan.

‘Mijn uitleg zal later moeten, Sjeng.’

‘Is goed. Hoeft ook niet natuurlijk. Was alleen maar een vraag.’

‘Maar wel eentje die ik zal beantwoorden. Het is een rare nacht, nietwaar?’

‘Ja.’ Samen met Cas liep hij terug. De anderen zaten al. Ze namen hun plek weer in.

‘Ik ga verder en opnieuw is dit een verhaal dat niet alleen over mij gaat.’

‘Wordt dit ook weer een verhaal zonder een echt eind?’ wilde Trees weten.

‘Hangt er vanaf of de persoon op wie dat wat ik ga vertellen betrekking heeft het af wil maken.’

‘En wie is dat, want dan kan die zich vast voorbereiden.’

‘Jij, Mam.’

‘Wat? Ik?’

‘Ja. Jij. Wij beiden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ooit was daar nog een derde bij, maar die … doet niet meer mee.’ Dat was wel een leuke omschrijving. Maar nu zou het minder leuk worden. ‘Niet het afgelopen weekend maar twee weken daarvoor, zou ik bij Peter zijn. Ik ben daar niet geweest. Ik heb gelogeerd bij een vriend die ik ken van voetbal. Daar weer twee weken daarvoor was ik wel bij Peter en … toen kregen we onenigheid. We zouden een tuinhuisje in elkaar gaan zetten. Je weet dat ik best technisch inzicht heb.’

‘Ja,’ beaamde Cas voor zijn beurt, want de vraag was niet aan hem gericht geweest.. ‘Dat heb je zeker. Meer dan ik soms en daarom vind ik het altijd heel erg fijn als we samen met een klus bezig gaan. Als ik met jou samenwerk, weet ik zeker dat het goed gaat komen.’

‘Lief van je, Cas, om dat zo te zeggen,’ merkte Trees op.

‘Ja, Mam, heel erg lief van hem. Geeft ook aan hoe Cas in elkaar zit. Geen vooroordelen. Niet de één weet het altijd beter dan de ander. Mijn vader is anders. We waren bezig. Werkten leuk tot we verschil van mening kregen. De bouwtekening was niet helemaal duidelijk. Hij wilde het op een bepaalde manier doen. Ik was van mening dat het ook anders kon. We kregen ruzie. Stonden schreeuwend tegenover elkaar. Ik heb een kort lontje. Ik weet het. Niet altijd handig. Beter gezegd, erg lastig. Want … als ik boos word, verlies ik het overzicht. Is er alleen nog maar dat boze in me. En… nou ja … niet goed. Toen echter wist ik me te herpakken. Ik zorgde ervoor dat ik weer rustiger werd. Heb ik geleerd van jouw moeder, Sjeng.’

‘Oké,’ iets anders wist hij even niet uit te brengen.

‘Ik bracht het volume van mijn stem terug en praatte weer op normale manier tegen hem. Hij was nog steeds verhit, zag ik duidelijk. Heel rustig vroeg ik hem of hij dan in elk geval in kon zien, dat de werkwijze die ik voorgesteld had ook een mogelijkheid was. En toen knalde het bij hem opnieuw. Onbedoeld had ik waarschijnlijk het vuur juist aangewakkerd. Hij gooide me van alles voor de voeten. Gaf aan dat ik nog steeds dat onmogelijke kind van vroeger was.’

Trees sloeg een hand voor haar mond.

‘Dat ik altijd en eeuwig gelijk wilde hebben. Dat ik … dat ik zijn huwelijk had getorpedeerd. Dat ik de er de schuld van was dat hij van jou gescheiden was, Mam. Dat wat hij altijd ontkend had tegenover mij – heb het enorm vaak gevraagd aan zowel jou als aan hem – bleek een leugen te zijn. En daarom wil ik straks van jou graag weten of ook jij mij een onwaarheid hebt opgedist al die jaren. Maar … niet eerder dan dat ik jullie hebt verteld dat Peter en ik inmiddels een wapenstilstand zijn overeengekomen. Zijn huidige vrouw, Gisella, heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Zij heeft ervoor gezorgd dat wij met elkaar in gesprek bleven, ook nadat het weer even flink had geknald tussen ons. Ik ben akkoord gegaan met die pauze in onze gevechtshandelingen. Ook omdat ik het absoluut niet verkeerd vind om met hem in contact te blijven. Heb echter wel een voorwaarde gesteld. Ik heb hem gevraagd om niets achter te houden van dat wat er in het verleden is gebeurd. Volgens hem was er niets meer. Heb ook heel bewust gevraagd, of er geen verborgen dingen waren in zijn verhouding met jou, Mam. En … dus … zou jij verder willen vertellen?’

Trees voelde niet alleen de ogen van Hugo op zich gericht. Ze wist dat alle anderen dat ook deden. En logisch. Het tweede gedeelte van het verhaal van haar zoon, was niet meer dan een inleiding geweest. Een voorspel op dat wat zij te vertellen had. Ze kon twee dingen doen. Maar eigenlijk ook niet. Hugo wilde de waarheid weten. En die zou ze hem niet onthouden. ‘Ja. Ik zal verder gaan, maar ik blijf wel hier zitten. Die praatstoel, daar geloof ik niet in. Als eerste terug naar wat Peter jou verweet. Dat jij de schuld was van onze scheiding. Zijn manier van kijken. Niet de mijne. Voor mij ben jij niet, absoluut niet, de schuld van onze scheiding en daarom heb ik je dat altijd ook zo gezegd. Dat hij een andere mening is toegedaan, zegt alles over hem en niets over mij. Peter … tja … hoe moet ik het zeggen. Peter was, ik praat in de verleden tijd over hem, want het kan best zijn dat hij veranderd is inmiddels. Hij was iemand van de regeltjes. Je doet dit, en vervolgens dat. Iemand reageert zus, en dus de ander zo. Op die manier waren dingen voor hem overzichtelijk. Toen jij je aandiende, Hugo, werd het moeilijk voor hem. Een kind hoort ’s nachts te slapen, was zijn mening. Jij deed dat lang niet altijd. Jij had een hekel aan schema’s. Gooide ze om. En mij leek het het beste om mee te waaien met de wind, zodat in elk geval de mast niet zou breken. Dat werkte goed. Voor mij en jou. Voor hem minder. Zijn regelmaat was weg. Hij kon zijn voetbalsokken niet meer vinden. Hij … hij was hopeloos. Nog meer dan voorheen, want toen zorgde ik dat altijd alles op de juiste plek lag. Maar … met een kind erbij had ik het daar even moeilijk mee. Voor mij was het ook opnieuw mijn leven inrichten. Hij was ervan uitgegaan dat een kind er gewoon bij kwam en dat alles hetzelfde zou blijven. Hij mocht van mij op zaterdag naar de voetbal. Geen probleem. Hij mocht de hele dag bij zijn cluppie blijven en ’s avonds lam thuiskomen. Geen probleem. Maar … hij moest niet proberen om mij te zeggen wat ik moest doen! Jij was mijn kind! Daar moest hij vanaf blijven! En wilde hij zich wel met de opvoeding bezig houden, dan wel op een manier die goe … nee … niet het goede woord … een manier die heilzaam was voor jou.’

Voor Truu was het ineens alsof er een licht in haar opging. Waar had ze dat woord eerder gehoord? Ze kwam er niet zo snel op. Herhaalde het een paar keer in haar hoofd, opdat het niet al te diep weg zou zinken.

‘Peter is door zijn moeder altijd klein gehouden. Ze regelde alles voor hem en toen wij trouwden nam ik dat als automatisch over. Verkeerd natuurlijk, maar … soms gaan dingen zoals ze gaan. Toen jij geboren werd, had ik iemand nodig die naast me stond. En die rol kon of wilde hij niet spelen. Hij was het niet gewend om … luiers te verschonen. Hij spoot met een luchtverfrisser door de kamer als jij een volle luier had.’

‘Echt!’

‘Ja. In plaats van jou op te pakken en te verschonen, bestreed hij de geur.’

‘Wat een lul!’

Normaal gesproken zou Trees haar zoon gewezen hebben op zijn taalgebruik, maar niet nu. ‘Het krijgen van een kind, iets dat ook hij had gewild – het was onze gezamenlijke keuze geweest, viel hem zwaar. Ineens stond hij niet meer in het middelpunt van de belangstelling. Met een baby heb je dat nou eenmaal. Alles draait om het kind. En dat is logisch, want zo’n kleine is compleet afhankelijk. Je was niet makkelijk. Het was best zwaar. Maar … je was ook ontzettend lief. En dat maakte voor mij alles veel makkelijker. Als je dat gevoel als moeder hebt, dan … dan kun je de hele wereld aan. Ook als je het alleen moet doen. Ik wel in elk geval. Peter er aan de haren bijslepen, zou niet gewerkt hebben. Het moest vanuit hem zelf komen. En … dat gebeurde niet. Terug naar jouw vraag, Hugo. Ik blijf bij de mening dat onze scheiding niet door jou is veroorzaakt. Voor mij is dat duidelijk.’

‘Maar ik was lastig! Ik was … zoals hij zei … een ontzettend grote last!’

‘Nogmaals, dat is zijn mening. Niet die van mij. Niet de waarheid. Je was moeilijk. Maar … ik had er alle hoop op dat het beter zou worden. Ging op zoek naar mogelijkheden. Praatte met collega’s, praatte met Else en zij zei: “Kom maar mee!” Ik ging mee naar haar kantoor. Ik praatte van me af. Gaf haar duidelijkheid en haar reactie was heel gewoon: “We zullen eens naar Hugo kijken.” Er was hoop. Maar Peter wilde die onderzoeken, die consulten, die gesprekken niet afwachten. Hij legde een tijdbom onder ons huwelijk. Het moest binnen een bepaalde tijd beter zijn en anders zou hij weggaan.’

‘Nondedju! Sorry … niet aan mij om te oordelen.’

‘Het geeft niets, Sjeng. Je bent onderdeel van dit geheel en dus is het prima dat je reageert. En dat vloeken dat heb ik toen ook gedaan. Veel grover nog. Maar … het hielp niet. Voor mij was het toen al over en uit. Dat halve jaar had voor mij niet gehoeven. Heb ik hem ook gezegd, maar hij … pedant als hij is … ‘

‘Dat betekent: arrogant, aanmatigend, alweterig en … euh … nog iets,’ haalde Hugo tevoorschijn uit zijn geheugen. ‘Geleerd van mijn moeder,’ kwam er met een brede glimlach achteraan.

‘En dat is alleen nog maar de letter A, Hugo. Het betekent ook: belerend, betweterig, eigenwijs, elitair en nog heel veel meer,’ vulde Ben aan.

‘Dank je, Ben. Ik leer graag.’

‘Ik bereide me voor op de scheiding in dat halve jaar. Praatte er over met Anne en Else. Kreeg van jouw moeder, Sjeng, het telefoonnummer van Matthieu en hij begon alvast voorwerk te doen. En dat zorgde ervoor dat we voldoende informatie vooraf konden verzamelen. Maar … even terug nog. Nogmaals, lieve zoon van me, die scheiding ligt niet aan jou. Het ligt aan hem. Peter kon het niet opbrengen om af te wachten. Gaf de artsen niet de tijd die nodig was. Gaf jou niet de tijd die jij nodig had.’

‘Dank je, Mam. Dat is dan duidelijk. En dat ande… ‘

‘Sorry, hoor, maar … ik ben eigenlijk wel benieuwd of het wel beter ging na de consulten met mijn moeder. Vond zij iets?’

‘Ja. Ze ging praten met Hugo. Eerst met mij samen, maar later alleen met hem. Ze wist tot hem door te dringen.’

‘Ze was gewoon heel goed,’ vulde Hugo aan. ‘Ze stelde me op mijn gemak en dan … nou ja … dan praat ik eerder. Vertel ik eerder dingen. Ik kon haar vertellen dat er onrust in mij was. Altijd. Altijd drukte in mijn hoofd. Altijd … het gevoel dat ik beter moest zijn dan ik was. Altijd. En daar ging ze mee aan de slag. Ze leerde me hoe ik tot rust kon komen.’

‘En daarnaast liet ze allerlei testen uitvoeren. Die leverden weinig op.’

‘Maar dat tot rust kunnen komen, was al heel belangrijk voor mij.’

‘Dat was het, Hugo. Toen je moeder niet verder kwam, Sjeng, verwees ze ons naar een ander: een arts in het aanvullende circuit.’

Ben gaf aan dat die term niet duidelijk was voor hem.

‘Meestal noemt men dat alternatief.’

‘Oh, ja. Dat ken ik wel.’

‘Voor mij is het niet alternatief, maar aanvullend. Onze medicijnen zijn heel vaak gebaseerd op de werking van kruiden. De kruidenvrouwtjes uit de middeleeuwen, die als heks bestempeld werden en gedood, hadden een enorme kennis van de natuur. En gelukkig is niet alles verloren gegaan. We gingen naar iemand die Else ons noemde. De vrouw onderzocht Hugo op haar manier en stelde voor suiker zoveel mogelijk te laten staan.’

‘Zit in ontzettend veel voedingsmiddelen, dus dat haal je er niet uit. Wel mocht ik toen niet meer chocola, spekkies en dergelijke hebben.’

‘Lastig?’

‘Best wel! Maar toen ik het drie weken had geprobeerd voelde ik me stukken beter. Eerst niet natuurlijk. Een soort van afkickverschijnselen. Het was ontgiften.’

‘Het resultaat mocht er zijn. Hugo was veel rustiger.’

‘Dus … als Peter het wat meer tijd had gegeven, dan … ‘

‘Dan was die scheiding er wellicht nooit gekomen,’ meende Hugo te kunnen besluiten.

‘Nee,’ sprak Trees hem tegen. ‘Die was er sowieso wel gekomen.’

‘Oh???’

‘Nogmaals, de problemen tussen ons lagen niet aan jou, Hugo! Er was meer.’

‘Maar … ‘

‘Ja. Ik weet wat hij jou gezegd heeft. Maar … hij heeft … nee … laat ik bij mezelf blijven. Ik zie het anders.’