3 januari 2022

Familie? Familie! – 2 Charlie

Maandag 29 augustus 2011
Jesse Cook – Breathing Below Surface

Charlie Bohling probeert te glimlachen, zelfs al wordt het zeker een onaangename ontmoeting. De aanwezigheid van de man in het zwart, die welwillend voor haar staat, laat haar ironisch genoeg glimlachen. Hij trekt zijn pastoorskraag recht en glimlacht terug.

‘Net iets voor haar om een pastoor mee te brengen.’

Charlie zegt het tegen zichzelf, wanneer ze door het restaurant loopt om de gasten bij de deur te begroeten. De gastvrouw neemt de apathische jongen, die vlak voor de pastoor staat, in zich op en geeft hem een vriendelijke blik. Hij heeft echter geen aandacht voor haar en wrijft over zijn borst. Charlie’s aangename gezichtsuitdrukking vervaagt, zodra ze de de trotse blik van haar bezoekster opmerkt, die achter de pastoor staat. Ze schakelt over naar haar professionele houding, alsof de bezoekster een willekeurige gast in haar restaurant is.

„Henriette.“
„Charlotte.“
„Welkom in Bohling’s.“

Charlie steekt haar arm uitnodigend uit, om het drietal in haar restaurant te begeleiden.

„Willen jullie een tafel aan een raam?“
„Heb je een tafel waar de mannen kunnen lunchen? Ik wil je eerst onder vier ogen spreken.“

Charlie merkt de emotieloze toon in de stem van haar zus op, maar knikt toch instemmend. Na een kleine handbeweging komt kelner Luca vanachter de bar naar haar toe. De kelner brengt de pastoor en de jongen naar de eetzaal. De zussen blijven staan op de met tapijt beklede trap bij de ingang van het restaurant. De ongemakkelijke stilte tussen hen beiden stoort Charlie niet. Ze merkt Henriette’s subtiel omhooggetrokken wenkbrauw op. Zonder twijfel zoekt haar zus meer achter de subtiele bewegingen, waarmee ze haar personeel opdrachten geeft. Het kan haar niet uit haar rol brengen.

„Zullen we in de lounge gaan zitten?“

Charlie gebaart weer naar haar zus om haar de trap af te volgen naar de kleine tafels voor de bar. Ze leidt haar zus naar een tafel in een hoek van dit lege gedeelte van het restaurant, zodat ze ongestoord met elkaar kunnen praten. Een van haar eerdere instructies aan haar personeel betreft het weghouden van gasten uit de lounge. Het restaurant heeft al eerder heftige ontmoetingen gezien. In dit geval wil Charlie alle beschamende momenten voorkomen, omdat zij en de oudste van de kinderen Bohling niet goed kunnen opschieten met elkaar. Ze hebben een verschillend karakter en weinig gemeenschappelijke interesses. Na het korte bericht van Lars wil ze niet verantwoordelijk zijn voor gênante momenten in haar restaurant. Ze heeft zich voorbereid op een potentieel explosief bezoek en herinnert zich de vrolijke, half lachende toon van zijn bericht.

‘Ze komt naar Köln om je te zien en je zal niet geloven, wat het probleem is! Ze vroeg me om ook te komen, maar ik kan pas aan het einde van de week weg uit München. Wacht gewoon af, tot ze je het uitlegt!’

Wanneer Lars de nood van zijn oudste zus amusant vindt, dan moet Charlie op haar hoede zijn. Dat was vroeger al zo en deze houding is later sterker geworden, toen haar broer in Köln woonde. Ze vraagt zich af, of het wel gepast is om te lachen in aanwezigheid van haar zus.

Voorzichtig, met aandacht neemt ze haar zus in zich op. De jaren hebben hun sporen nagelaten bij de vrouw van bijna zestig. Charlie hoopt onderhuids niet, dat haar huid net zo veroudert als die van Henriette. Het grijze haar van haar zus is mooi gekapt, zodat iedereen haar zus direct herkent als iemand zonder financiële problemen. Ze draagt een goed gestreken pak, hoewel de kleur niet past bij de zorgvuldig aangebrachte make-up. Zoals altijd draagt haar oudere zus te veel sieraden. Het grote aantal gouden kettingen en ringen komt niet overeen met de sobere levensstijl van Henriette, die notoir zuinig op haar geld is. Charlie vernauwt haar oge,n wanneer ze snel en grondig telt, hoeveel sieraden van hun overleden moeder ze herkent. Henriette leunt voorover met gevouwen handen op tafel. Bewust en tegelijk onbewust laat ze een ring met bijzondere emotionele waarde zien, terwijl ze fluistert.

„Alsjeblieft, zeg niet dat je niet wilt helpen. Ik zag net, hoe hij naar je keek.“

Charlie zucht bij het vooroordeel van haar zus over haar personeel. Ze wil Henriette op geen enkele wijze laten genieten van haar gebreken of de tekortkomingen, die Henriette haar toeschrijft. Zelfs niet nu haar zus een probleem heeft. Toch klinkt een lichte ergernis door in haar stem.

„Henriette, je verbeeldt je dingen. Ik ga niet familiair om met mijn personeel. Lars zei me, dat je ergens een probleem mee hebt.“
„Charlotte, vind je het niet nodig om na al die jaren met sporadisch contact wat vriendelijker te beginnen? Ik ken je niet anders, dan iemand die graag praat.“

Charlie is even uit het veld geslagen door de beledigende toon van haar zus. Net zoals haar iets oudere broer Thomas en veel jongere broer Lars heeft ze een hekel aan de hypocrisie van Henriette, vroeger al en nu opnieuw.

„Christel vertelde me, dat Silke hier niet meer woont.“
„Dat klopt. Ze is een tijdje geleden vertrokken. Ze is vastbesloten om een actrice in Amerika te worden.“
„Thomas zei, dat ze niets meer van haar hebben gehoord. Jij wel?“
„Nee, maar Alexander en ik verwachten dat ook niet. Ze heeft geld uit de kassa van zijn zaak gestolen voordat ze vertrok. Ze heeft niets meer in Köln om naar terug te komen.“
„Ze was altijd al een onstuimig kind. Thomas heeft haar teveel verwend en Christel heeft haar geen discipline bijgebracht. Met een betere invloed zou ze vanzelfsprekend …“
„Henriette, je wilde vriendelijk beginnen. Waarom heb je mijn hulp nodig?“

Kelner Niklas brengt een schaal met gesneden vers fruit en gebak, waardoor Henriette nog even haar mond houdt. Hij zet twee dampende kopjes espresso op tafel.

„Frambozengebak! Je hebt het onthouden!“

Henriette vergeet even haar goede manieren en schrokt het gebak met een paar snelle happen naar binnen. De onverwachte plezierige gezichtsuitdrukking van haar zus geeft Charlie een zekere voldoening. Ze doet erg veel moeite om haar zus alle mogelijke munitie uit handen te nemen, zodat Henriette bij terugkomst in Lingen geen negatieve dingen kan vertellen.

Er gaan al genoeg verhalen rond over haarzelf. Zo is het een schandaal, dat ze elke verloving heeft verbroken en vanzelfsprekend meer dan een schandaal, dat ze niet getrouwd is. De restauranthoudster wil haar veeleisende en kieskeurige oudere zus geen enkele reden tot klagen geven, laat staan een nieuwe reden om haar te veroordelen. Henriette mag genieten van het frambozengebak, zij associeert frambozengebak met een bijzondere ongelukkige jeugdherinnering. Ze nipt aan haar koffie en wacht met een neutrale gezichtsuitdrukking geduldig tot haar zus begint te spreken.

„Wat heeft Lars je verteld?“
„Hij heeft alleen een bericht gestuurd. Ik denk, dat hij het beter vindt, wanneer ik alles van jou hoor.“
„Je zag net de jongen die met Rudolf en mij mee is gekomen?“
„Ja.“
„Hij heeft een zwaar leven gehad. Hij is grotendeels opgevoed door zijn moeder en zelfs zij kon de verantwoordelijkheid van het opvoeden niet aan. Ze had problemen.“

Henriette’s stem klinkt vlak, al spreekt een roddel uit haar woorden. Charlie weet zeker, dat alle smeuïge details onderweg zijn. Haar oudere zus geniet ervan om de meest onwaarschijnlijke gebeurtenissen uit het leven van anderen in geuren en kleuren te vertellen. Ze probeert zo neutraal mogelijk te reageren.

„Wat vervelend.“
„Het is echt om je voor te schamen. Zijn moeder heeft hem verwaarloosd en kwam daardoor in moeilijkheden. Ze gaf hem niet, wat moeders horen te geven. Moeders horen hun kinderen liefde en geborgenheid te geven, hij heeft alletwee niet gekregen. De arme jongen is bij haar weggehaald door het Jugendamt en daarna in de loop der tijd bij verschillende gezinnen ondergebracht.“

Charlie weet haar verbazing te verbergen onder haar professionele, warme glimlach. Haar zus staat niet bekend als een nobel iemand. Het is nog verbazingwekkender om te horen, dat Henriette een jongen met een moeilijke achtergrond helpt.

„Vorig najaar heeft pastoor Rudolf na een kerkdienst Max en mij apart genomen om ons het trieste verhaal van de jongen te vertellen. Hij veroorzaakte moeilijkheden bij een aantal gezinnen, waar hij was ondergebracht. Hij zou een slechte invloed hebben, onhandelbaar en ongedisciplineerd zijn. Op dat moment zou hij bij geen enkel ander gezin terecht kunnen en daarom beslist in een kindertehuis geplaatst worden bij andere ongelukkige kinderen.“

Charlie leunt naar voren om het beter te kunnen verstaan. Haar zus heeft een aantal vervelende eigenschappen, maar Henriette is een toegewijd lid van de kerk. Helaas heeft die devotie niet geleid tot een zachte benadering van de andere broers en zus of zelfs Henriette’s eigen kinderen. Het is echt nieuws, dat haar zus zich voor anderen inzet. Alexander zal steil achterover slaan. Haar zus neemt een slokje koffie en vertelt verder, terwijl Charlie in haar stoel tegen de leuning gaat zitten en een afwijking in een ketting van haar zus ontdekt.

„De moeder leidde een weerzinwekkend leven vol zonde, vernederingen en teleurstellingen. Ze was een alcoholiste. De arme jongen is buiten het huwelijk geboren. Ze had nooit genoeg geld om fatsoenlijke kleren voor hem te kopen, om hem er goed uit te laten zien. Ze liet hem niet naar de kerk gaan. Als ze in God had geloofd, dan zou God haar zeker een weg hebben gewezen om hem goed op te voeden. De tere vrouw vond haar geloof pas terug tegen het einde van haar leven.“
„Ze heeft tenminste de weg terug gevonden.“
„Het was duidelijk, dat de jongen niet meer bij haar kon wonen. Het Jugendamt zou dat nooit toestaan. Haar gezondheid ging achteruit als gevolg van de drank. Ze wilde, dat hij in een goed huis zou worden opgevoed, liever in een gelovige omgeving dan in een goddeloos kindertehuis. Haar pastoor heeft Rudolf gebeld om te zien of iemand in onze gemeente hem kon opnemen. Niemand in zijn oude omgeving wilde hem opnemen, omdat zijn achtergrond bekend was.“

Charlie is op dit moment blij met haar jarenlange ervaring in de horeca. Ze begrijpt, dat Henriette in elk kindertehuis een goddeloze plaats ziet en verbergt haar mening door van de espresso te nippen, voordat ze belangstellend reageert.

„Dus … zo is hij bij jou onderdak gekomen?“
„Ja. Ik zou graag zeggen, dat wij de eerste familie waren die Rudolf heeft benaderd, maar dat is niet het geval. Rudolf hoopte een huis te vinden met kinderen van zijn leeftijd in onze gemeente, maar niemand was in staat om hem op te nemen.“

Charlie legt haar vork neer. Ze knikt begripvol en breekt een stukje van haar croissant af. De vreemde mengeling van koppige trots en nederigheid in Henriette’s verhaal brengt haar in verwarring. Ze vermoedt, dat de jongen zich sneller aanpast aan een normaal gezinsleven, wanneer hij bij kinderen van zijn eigen leeftijd wordt geplaatst. De jongere zus knijpt haar ogen iets toe, terwijl Henriette onverstoorbaar verder spreekt.

„Toen herinnerde hij zich, dat Max en ik twee jongens hebben opgevoed, hoewel de laatste jaren thuis van de jongens niet zonder specifieke problemen waren. Gelukkig kon ik ondanks deze … tegenslag bij de kerk terecht voor advies en steun. Het is mij gelukt mijn wanhoop en teleurstellingen met mijn beide jongens te overwinnen.“

Henriette vindt het pijnlijk om over Alexander en zijn levensstijl te praten. Dat is niet veranderd. Charlie stopt met het kauwen van haar stukje brood en trekt een glad gezicht, waar geen emoties zichtbaar zijn. Ze wil de vooroordelen van haar zus niet bevestigen. Henriette mag geen aanleiding vinden om te denken, dat iemand anders schuldig is aan de mislukte relatie met haar eigen kinderen. Daarvoor is Henriette zelf verantwoordelijk en niemand anders. Henriette merkt de neutrale blik van haar zus op en pauzeert even om een ander stukje frambozengebak te proeven.

„Max en ik hebben gediscussieerd of wij de jongen zouden opnemen. Het is niet gemakkelijk om een kind op te voeden, maar we denken, dat we hem een stabiele omgeving vol warmte en liefde kunnen bieden, ondanks dat wij wat ouder zijn. We hebben het geld om dit te kunnen doen. We kunnen hem veel goeds geven en de wensen van zijn moeder uitvoeren.“

Charlie kan een tevreden glimlach niet tegenhouden. Henriette brengt het als een gezamenlijk besluit, maar haar echtgenoot Max kwam met het idee om de jongen in hun huis op te nemen. De blonde zus vermoedt, dat haar grijze zus tegen haar man heeft gestreden tot het moment, dat de jongen op de stoep stond. Charlie heeft een warme sympathie voor Max.

„Hoe lang is hij al bij jullie?“
„Sinds eind vorig jaar. Rudolf heeft ervoor gezorgd, dat hij tijdens de feestdagen bij zijn moeder was, omdat iedereen verwachtte, dat het haar laatste feestdagen zouden zijn. Ze is van de zomer overleden.“
„Ben je met hem naar de begrafenis geweest?“
„We waren in ons vakantiehuis en hebben pas na de begrafenis van haar overlijden gehoord. De arme ziel ligt in een naamloos graf, maar we hebben hem beloofd, dat we een mooie grafsteen zouden kopen voor haar naar zijn keuze.“

Charlie fronst haar wenkbrauwen. Ze krijgt een zwart vermoeden over haar zus. Het lijkt haar waarschijnlijker, dat Henriette wel heeft gehoord van het overlijden, maar het pas heeft verteld, toen ze weer thuis waren. Tenslotte heeft Henriette een reputatie opgebouwd met al haar pogingen de gevoelens van mensen om haar heen te manipuleren, met name de emoties van haar kinderen.

Charlie kent de waarheid niet precies, maar haar scepsis over de intenties van haar zus blijft overeind. De twijfel komt voort uit de vaak pijnlijke gebeurtenissen in hun gezamenlijke verleden. De oudere zus nipt aan haar espresso en prikt een stukje fruit weg. Charlie heeft haar vraagtekens en denkt, dat het nu het beste is om vragen te stellen in plaats van Henriette’s verhaal te onderbreken en daarmee een slechte indruk achter te laten. Ze bedenkt, dat ze het beste de delicate evenwichtsbalk kan betreden door haar kortere naam te gebruiken.

„Henny, ik waardeer het, dat je je nobel opstelt en de jongen een thuis probeert te geven. Het is een goede daad van Max en jou. Maar Lars vertelde, dat jullie problemen hebben. Hij zei, dat je bij mij zou komen voor hulp. Bij mij. Ik begrijp niet goed, waarmee ik je van dienst kan zijn.“
„Ik … ik heb geprobeerd om een goed mens te zijn. Ik heb mijn fouten, Charlotte, dat weet ik. Ik heb net zoveel zonden begaan als elk ander schepsel van God. Ik heb mijn best gedaan om het voor mijn jongens goed te doen. Als eerste heeft Alexander gekozen voor zijn afwijkende leven vol zonde. Dat is alweer tien jaar geleden. Maar Bastian spreekt ook niet meer met mij, sinds hij getrouwd is. Hij zegt dat hij het te druk heeft.“

Henriette’s bedroefde ogen ontroeren Charlie. Er is echt iets aan de hand in het leven van haar oudere zus, die vroeger Alexander bij haar vandaan heeft gehouden. Sinds Alexander is verhuisd naar Köln, heeft ze hem zien opbloeien. Hij geniet van zijn leven hier en zij geniet van Alexander’s levenslust. Tegelijk wordt haar jongste neef sindsdien van haar weggehouden. Ze heeft geen idee, hoe Bastian er tegenwoordig uitziet of wat hij doet. Blijkbaar is Henriette bang, dat zij beide zonen van Max en Henriette bederft.

„Ik weet niet, wat ik verkeerd doe.“

Henriette begint te huilen en Charlie durft niet te reageren. Ze maakt een handgebaar en Luca komt met een doos zakdoeken naar de tafel en loopt weer weg met de lege kopjes. Ze geeft haar zus een zakdoek om de tranen mee af te deppen.

„Maar nu … nu begrijp ik wat die gezinnen bedoelden, toen ze zeiden dat hij geen discipline heeft.“
„Wat is er gebeurd?“
„Ik betrapte hem … net zoals ik Alexander heb betrapt.“

Charlie is stomverbaasd door de explosieve bitterheid in Henriette’s antwoord. Haar zus spreekt met zoveel venijn, dat ze Charlie’s woede oproept. Ze kan nu niet lachen, zoals Lars heeft voorspeld. Normaal zou ze hartelijk lachen om de ironische situatie van haar zus. Nu voelt ze zich allesbehalve tevreden over de hachelijke situatie, waarin Henriette zich bevindt. Ze voelt haar bezorgdheid voor de jongen. Wanneer iemand niet voldoet aan de verwachtingen van haar grijze zus en Henriette wil dat niet accepteren, dan zijn er altijd situaties en gevolgen. Hiermee heeft Henriette blijvende reputatie opgebouwd.

Dit kind is niets voor haar, ook al is de jongen in huis gehaald als daad van naastenliefde en bewijs van toewijding aan haar geloof. De jongen is geen bloedverwant, haar zus heeft geen echte verplichtingen ten opzichte van hem. Charlie vermoedt, dat Henriette gaat proberen de jongen de rug toe te keren of weg te sturen. Max zal het eerst niet toestaan maar daarna meegaan met elke andere aanleiding, die ze vindt. Henriette zal toch niet van plan zijn om de jongen bij haar achter te laten? Ze weet, dat ze de jongen probleemloos kan opvangen, maar dit is niet de hulp, die ze wil aanbieden.

„Rudolf wist dat Max en ik al dezelfde problemen met Alexander hadden. Waarom zou hij mij opnieuw met hetzelfde probleem opzadelen?“
„Of is het misschien omdat je ervaring hebt met dit soort kwesties, dat hij jullie gevraagd heeft de jongen in huis te nemen.“
„Dat is onzin! Ik heb juist ingestemd met Max, zodat ik mijzelf kan overtuigen, dat ik geen fouten met Alexander heb gemaakt. Alexander’s zonden zijn niet mijn schuld. Ik wil zeker weten, dat ik een goede moeder voor een jongen kan zijn en hij een normaal, liefdevol leven opbouwt!“
„Je zegt nu iets vreselijks!“
„Ik kan zo’n teleurstelling niet opnieuw aan. Het is niet eerlijk!“

Henriette kijkt haar even beschuldigend aan. Charlie weet, waar haar zus op doelt en legt haar servet op de tafel, voordat ze opstaat. Ze wil het liefste weglopen, maar vooral ook haar zus tegenspreken. Er zijn zoveel dingen, die ze de vrouw aan de andere kant van de tafel wil zeggen. Maar ze wil vooral aan de jongen denken en daarvoor moet ze eerst kalm weten te blijven.

„Een ogenblik.“

Bruusk loopt ze naar de bar. Henriette blijft zitten aan tafel en huilt in stilte. Niklas glimlacht samenzweerderig terwijl hij Charlie een glas sterke drank toeschuift, ze kijkt alsof ze het kan gebruiken. Charlie staat met haar rug naar Henriette, zodat die niet kan zien, wat ze in een slok opdrinkt. Ondertussen schuift Niklas de volgende twee kopjes espresso zwijgend naar Charlie en geeft haar een knipoog. Ongewild moet ze glimlachen en bedenkt zich, dat ze deze kelner moet zien vast te houden. Duidelijk rustiger loopt ze terug naar de tafel. Zodra ze zit, opent Henriette haar mond om iets te zeggen. Charlie onderbreekt haar.

„Er zijn enkele dingen, die je nu moet weten. De enige reden, waarom ik hier zit in plaats van je uit mijn restaurant te zetten, is dat de jongen mijn hulp nodig heeft. Je mening over zijn acties of zijn … leven zijn meer dan een belediging – het is walgelijk. Dit is één van die momenten, dat ik mij schaam, dat je mijn zus bent. Je stuurt je zoon weg, omdat je zijn beslissingen en zijn leven niet kan uitstaan. Alexander is gelukkig en uitgegroeid tot een geweldige man. Je zou wat van zijn geluk kunnen meemaken, wanneer je je leven niet door je vooroordelen laat beheersen.“

Henriette probeert nogmaals aan het woord te komen, maar Charlie steekt haar hand een klein beetje op om haar het zwijgen op te leggen. Charlie’s ogen doen de rest.

„De jongen is bi. Nou en? Kwetst hij iemand?“
„Hij beledigt God!“
„Nee, het is de manier waarop jij reageert, die beledigend is. Jij beledigt God! Jij neemt dit op als een aanval op jezelf. Dat is het niet. Het gaat erom, wie hij is, toevallig hetzelfde als je zoon. Hij heeft een liefdevol en stabiel thuis nodig. Je moet van hem houden en hem accepteren, net zoals je dat met je zoon had moeten doen. De manier waarop je Alexander hebt behandeld, is meer dan onvergeeflijk. De jongen verdient een kans op liefde, ongeacht wie hij is, ongeacht voor wie hij kiest om mee samen te leven, zolang hij een goed leven leidt. Wanneer je ook maar een moment denkt, dat jij hem kunt veranderen of hem opzij zet, zoals je met Alexander hebt gedaan, dan kom je mij tegen. Ik zal niet toestaan, dat jij hem wegstuurt.“
„Heb ik gezegd, dat ik hem zou wegsturen? Hem ergens anders onderbrengen of hem op straat zetten is een grotere zonde dan zijn vleselijke zonden.“
„Dan kun je beter niet proberen om hem te veranderen in iets, wat hij niet is.“
„Een ding heb ik geleerd uit de opvoeding van mijn twee jongens. Hoe vaker je ze vertelt om iets niet te doen, hoe sneller ze dat wel willen doen. Ik heb hem duidelijk gemaakt, dat ik dit soort losbandigheid als grote zonde zie, maar ik kan het niet veranderen. Het enige, dat ik kan doen, is ervoor zorgen dat hij regelmatig naar de kerk gaat en de juiste weg leert.“

Henriette legt haar servet opzij en vouwt haar handen op haar schoot. Charlie gelooft haar zus niet. Haar ogen etaleren haar ongekende venijn, al merkt ze bij zichzelf een kleine opluchting nu haar zus haar intenties iets meer heeft uitgesproken.

„Ik ben teleurgesteld, dat hij op Alexander lijkt in dit opzicht. Ik vind die hele manier van leven weerzinwekkend en ik ben hier zeker niet naar toe gekomen om je alles over zijn voorkeuren te vertellen. Waarschijnlijk vind je het grappig, dat de jongen zo is. Ik ben overtuigd, dat je denkt, dat deze jongen een straf is voor mij en Max. Als dat al zo is, dan is het een straf voor de manier waarop onze ouders ons hebben opgevoed en voor geloven in wat de kerk mij heeft geleerd. Ik denk, dat jij en Lars hier waarschijnlijk erg om kunnen lachen, jullie staan er totaal anders tegenover. Ik zou je het niet hebben verteld, als het niet belangrijk is. Het is zeker niet de reden, waarom ik je hulp nodig heb.“

Henriette heeft gelijk met de verwijzing naar Lars, maar Charlie laat niets merken. Het zijn de laatste woorden van haar zus, die haar nieuwsgierigheid aanwakkeren.

Henriette pakt haar tas van de vloer en haalt een envelop eruit. Charlie voelt de aarzelingen van haar zus, terwijl Henriette de envelop over tafel naar haar toeschuift. Charlie opent de envelop en haalt de inhoud eruit. Ze bladert langzaam door de papieren, totdat ze een foto ziet. Ondertussen is Henriette alweer aan het woord.

„Deze envelop is de reden, waarom ik jouw hulp en die van Lars nodig heb. De envelop is ruim twee weken geleden bezorgd.“
„Ik weet niet wie er op de foto staat, Henny.“
„Bekijk de andere kant.“

Charlie draait de foto om en leest de tekst op de achterkant. Ze kijkt nog eens naar het vorige document. Ze kan niet begrijpen, wat ze ziet.

„Is dit … is dit echt?“
„Ja.“

Ze blijft stil, weigert haar ogen te geloven en kijkt haar zus aan, die nu verder praat.

„Begrijp je nu, waarom ik je hulp nodig heb?“