‘Nou ja … ik heb wel wat geld natuurlijk en ik kan best wat teru… ‘
‘Richard! Houd op! Je weet heel goed wat Edith en ik daarvan denken.’
‘Ja maar … ‘
‘Nee! Geen woord meer over dat onderwerp. Jullie zijn hier te gast en gasten breng je helemaal niets in rekening.’
‘Sorry. Ik weet eigenlijk niet waarom ik daar telkens weer over begin.’
‘Ik wel. Je bent altijd gewend geweest om voor alles te zorgen. Je hebt altijd baantjes gehad om geld te verdienen zodat jij en Stan ook leuke dingen konden doen. Zelfs toen je klein was, zo vertelde je, deed je al boodschappen voor iedereen in de buurt om iets te verdienen. En dat onafhankelijk willen zijn, dat zit er nog steeds in. Heel goed op zich maar, zoals Edith en ik al eerder hebben gezegd, nu is het tijd voor iets anders.’
Richard haalde zijn neus op. Niet omdat hij verkouden was maar omdat er even weer emoties naar boven kwamen. ‘Ja. En ik weet dat ik daarvan gebruik moet maken op dit moment. Ik ben een wrak. Ik kan helemaal niets.’
‘Je kunt genoeg, Richard, maar alles wel heel erg gedoseerd.’
Richard kon het alleen maar beamen. Daarna kwam een vraag die te maken had met het onderzoek dat Max wilde opstarten. ‘Dat onderzoek … dat is gericht op Stan, nietwaar?’ Een knikje van Max was voldoende voor hem om door te gaan. ‘Hoe werkt zoiets? Weet je dat?’
Snel maakte Max zijn mond leeg. Hij vond het fijn om te vertellen. ‘Eerst gaat het alleen maar om bureauwerk. Saai werk, eigenlijk. In dit geval gaan ze ongetwijfeld beginnen met zijn geboortedatum en -plaats. Dat is iets wat we weten, nietwaar?’
Ja. Dat was een vaststaand feit, zo overdacht Richard.
‘En dan gaat het verder. Personen zoeken, naar gebeurtenissen en dat is vaak niet meer achter het bureau. Er moeten mensen gevonden worden die zich de moeder van Stan weten te herinneren. En door gesprekken kom je dan in de juiste richting.’
‘En dat is het vinden van Stans moeder.’
‘Dat is het uitgangspunt.’
Een bijzondere opmerking, vond Richard. Het voelde alsof er een “maar” zou volgen maar ook toen hij erop wachtte kwam het niet. ‘Maar… ,’ gaf hij toen zelf de voorzet.
‘Edith noemde het eerder een puzzel. Maar het is heel anders dan een cryptogram of kruiswoordraadsel. Daarbij zoek je naar antwoorden die precies in de lege vakjes passen en ook nog eens overeenkomen met dat wat de maker van de puzzel heeft bedacht.’
‘En bij zo’n onderzoek is dat anders.’
‘Ja. De werkelijkheid kan anders zijn dan dat wat wij denken dat het is.’
‘Klinkt cryptisch.’
‘Ja. Je gaat zoeken maar soms kom je heel andere dingen tegen als je gaat graven. Het is net als met echt graafwerk. Je steekt je schep in donkere aarde maar weet niet wat er onder het oppervlakte ligt.’
‘Met andere woorden, de uitkomst van zo’n onderzoek kan verrassend zijn.’
Max vond dat een prima verwoording. ‘Precies, zo is het.’
‘En dan?’
‘Begrijp ik hieruit dat je restricties wilt verbinden aan het onderzoek?’
‘Ik weet het niet. Ik weet niet of het altijd goed is om de waarheid te weten. Soms … kan die verwarrend zijn, teleurstellend of noem maar op … Kan toch?’
‘Ja. Maar voor mij, en dat is natuurlijk heel persoonlijk, zou ik het toch heel fijn vinden om de waarheid te weten. Ook al is die wellicht niet dat wat ik ervan heb verwacht.’
‘Stel … stel je vind Stans moeder. Wat dan? Word ze hem dan gepresenteerd zoals in zo’n tv-show waar de lang verloren persoon ineens vanachter een gordijn verschijnt?’ vroeg Richard naar de bekende weg want hij wist dat Max dat nooit zo zou doen.
‘Nee. Meer hoef ik eigenlijk niet te zeggen. Nee, is duidelijk. Misschien moet ik er “nooit” van maken en dat woordje dan gevolgd door heel veel uitroeptekens. Niet mijn stijl. De onderzoekbureaus die ik in ga schakelen rapporteren aan mij. Aan mij alleen. Ik rapporteer te zijner tijd, als er antwoorden zijn, aan jou. Als ik de moeder van Stan vind en zij wil contact met hem, dan beslist Stan daarover. En ik zeg heel bewust dat hij erover moet beslissen. Ik weet dat jij vaak beslissingen voor Stan moet nemen.’
‘Hij heeft daar moeite mee.’
‘Dat heb ik opgemaakt uit dat wat je mij over hem hebt verteld. En het is prima dat jij veel dingen voor hem wegneemt. Maar in dit geval zou ik echt zijn antwoord willen weten. En alleen met zijn antwoord ga ik dan verder. Ik ga niet om hem heen.’
‘Duidelijk. Bedankt, Max. Ik … ik zeur.’
‘Nee, je wilt duidelijkheid. En dat is belangrijk. Zijn er verder nog beperkingen die je wilt inbouwen in het onderzoek?’
‘Nee … ik weet het gewoon niet … ik … ik wil je niet beperken. Ik geef jou de vrije hand. Je mag over alle tussenliggende stappen de beslissingen nemen.’
‘Maar … als ik in gewetensnood kom over het een of ander. Wat dan?’
‘Ook dan neem jij de beslissingen. Overleg eventueel met een ander maar niet met mij. Ik wil tijdens het onderzoek het liefst helemaal niets weten.’
‘Dank je voor je vertrouwen in mij, Richard.’
‘Heel iets anders. Heb je al een afspraak kunnen maken met mevrouw Harper?’
‘Ja. Ze komt morgenmiddag. Zou Stan er bij moeten zijn?’
‘Nee! Echt niet!’ klonk het paniekerig. ‘Sorry, dat klonk heel erg stom maar ik wil gewoon niet dat hij erbij is. Hij … ‘
Max begreep dat Richard zocht naar woorden. ‘Zeg het op je eigen manier, jongen. Dat is de juiste manier.’
‘Nu hij hier is, wil ik dat hij door niemand meer herinnerd wordt aan daar waar wij vandaan komen. Nooit meer! Hij moet het achter zich kunnen laten en dat zo snel mogelijk. Gewoon door het niet meer te benoemen.’
‘Denk je niet dat hij misschien wel eens behoefte heeft om daarover te praten?’
‘Dat zou kunnen,’ verwoordde Richard de twijfel die in hem opgekomen was door de vraag van Max, maar hij voegde er meteen aan toe: ‘Maar dan komt het uit hem zelf en dan is het goed. Dan geeft hij aan dat hij erover wil praten en dan kan dat. Maar als hij bij mijn gesprek met mevrouw Harper zal zijn, dan kan het zijn dat hij dingen hoort die niet goed voor hem zijn.’
‘Heb je het idee dat hij zou kunnen gaan twijfelen over zijn eigen herkomst?’ opperde Max.
Even moest Richard nadenken. ‘Ja. Bijvoorbeeld dat. En dat wil ik niet.’
Max nam een hap brood en overdacht dat wat hij zo-even gehoord had. Maar al heel snel wist hij dat zijn mening er niet toe deed. Richard wist het beste hoe je met Stan moest omgaan, zo concludeerde hij. Richard had een jarenlange ervaring hoe om te gaan met zijn broer en was daarin dus de ervaringsdeskundige. ‘Je hebt gelijk en kunt er verzekerd van zijn dat wij onze uiterste best doen om het verleden te laten rusten.’
‘En als het een keertje niet lukt,’ zo vond Richard een middenweg, ‘is dat ook niet zo erg. Het kan toevallig eens ter sprake komen of hij kan binnenkomen terwijl jij en ik met elkaar praten of zo. Dan breien we het met elkaar wel weer recht.’
Max beaamde dit en inwendig juichte hij van pure blijdschap omdat Richard heel duidelijk het woordje “we” had gebruikt. Voor hem voelde het als een doorbraak. Het was niet langer “Richard tegen de rest van de wereld” maar de jongen had met dat kleine, tweeletterige, woordje heel duidelijk aangegeven dat hij het gevoel had ondersteund te worden. Een gevoel dat eindelijk geland was.
* * *
‘Vertel me eens over die dag,’ klonk de ietwat hese, haast fluisterende stem van Jocelyn Harper. Het was de zoveelste vraag die zij die zondagmiddag aan de jongeman tegenover haar stelde. Toen zij aangekomen was had Edith haar begroet op de oprijlaan. Een vriendelijke, joviale begroeting zoals altijd omdat ze elkaar al heel lang kenden en dat ook privé. Ze had een stukje spanning gevoeld bij Edith. Ze begreep heel goed dat ze zich zorgen maakte over Richard, haar cliënt die zij straks zou ontmoeten. Heel bewust had zij Max, toen hij deze afspraak met haar had gemaakt, ervan weerhouden om dingen over de jongen te vertellen. Het was heel goed bedoeld van hem maar liever wist ze vooraf niets van haar cliënten, wilde ze zich zelf een beeld van hen vormen. In de woonkamer had ze kennis gemaakt met Richard. Hij had zich verontschuldigd voor het feit dat hij niet opstond om haar de hand te drukken. Goede manieren, zo concludeerde ze. Ze was bij hem gaan zitten en had een cafeïnevrije cappuccino gekregen. Richard dronk water, zo zag ze. Max was in de tuin met Stan, zo vertelde Edith haar, en straks zou de jongste van de twee broers met Nancy en Nathan de stad gaan bekijken. Tijdens het gesprek dat ze daarna met Richard aanknoopte – een gesprek over alledaagse dingen – moest ze de nodige moeite doen om ervoor te zorgen dat Richard haar bij haar voornaam noemde. Hij bleef haar maar steeds mevrouw noemen.
Toen Max en Stan binnenkwamen viel het haar meteen op dat Richards jongere broer helemaal niet op hem leek. Groter verschil was haast niet mogelijk. Richard was smal en klein waar Stan groot, en breed was. Handen als kolenschoppen had hij, zo bemerkte ze toen Stan haar de hand drukte en daarin iets te hard kneep. Buiten klonk er op dat moment de claxon van een auto en Max zei Stan dat dat Nancy en Nathan waren om hem op te halen. Even gleed er toen een waas over het gezicht van de jongen, zo bemerkte Jocelyn, en heel even zocht hij oogcontact met zijn broer.
‘Het is goed, Stan. Zo hadden we het toch afgesproken?’
‘Ja. Maar wil je niet liever dat ik hier bij jou blijf?’
‘Nee. Het is goed dat jij de stad gaat bekijken. Dit is ons nieuwe thuis en je zult je hier moeten kunnen redden en daarom is het goed dat je met Nancy en Nathan gaat kijken hoe Monterey er uit ziet. Je hoeft helemaal niets te onthouden. Dat heb ik je gezegd. Vandaag ga je gewoon kijken. Zo hadden we het afgesproken. Weet je nog?’
‘Ja. Het is goed. Ik ga.’
En weg was de jongen geweest. Ondanks dat grote lijf van hem was hij toch soepel en snel, zo oordeelde Jocelyn. ‘Maak je je zorgen om hem?’ vroeg ze toen Stan weg was.
‘Ja. Stan is bijzonder. Wat hij precies heeft weet ik niet. Maar hij kan slecht leren. Nou ja … ik bedoel dat hij niet kan leren op het niveau dat leeftijdgenoten dat kunnen. Hij zal een achterstand hebben.’
‘Maar hij is niet dom.’
‘Nee. Bijzonder. Een beter woord om Stan te omschrijven is er volgens mij niet.’
‘Richard en ik,’ zo mengde Max zich in het gesprek, ‘hebben afgesproken dat Stan nadat hij hier gewend is zal worden getest in de veilige omgeving van dit huis dat voorlopig het thuis van de jongens zal zijn.’
‘Heel goed. Ik heb het gevoel dat er heel veel in hem zit maar dat dat nooit goed is aangeboord.’
Richard was verbaasd. Het was precies zijn mening. Ook hij had altijd gedacht dat als Stan goed begeleid was geweest hij tot veel meer dingen in staat was dan dat hij nu kon. ‘Op grond waarvan denk je dat?’
‘Zijn ogen. Toen jij hem zo-even herinnerde aan jullie afspraak, had ik de kans in zijn ogen te kijken. Hij heeft heel heldere ogen. Ogen die schrander zijn. Die openstaan voor dingen die hem op de juiste manier aangereikt worden.’
‘Ja. Dat laatste is heel belangrijk.’
‘Zeker weten! Eigenlijk geldt dat voor ons allemaal. We floreren het best als we dingen op de juiste manier aangereikt krijgen. Vind je niet, Max?’
‘Ja. Helemaal mijn idee. Waarom denk je dat ik elk jaar zoveel tijd besteed aan onze nieuwe leerlingen?’
‘Ik maakte maar een grapje, Max. Ik weet dat het een van jouw stokpaardjes is. Maar … nu gaan we iets anders doen. Ben je er klaar voor, Richard?’
‘Ja.’
Ze was nog niet meteen begonnen omdat ze eerst het een en ander moest voorbereiden. Ze zette twee stoelen tegenover elkaar neer. Sloot de gordijnen en stak kaarsen aan. Ook gebruikte ze altijd wierook. Meestal patchouli: een heerlijke geur die ervoor zou zorgen dat ze niet ging zweven. Ze moest glimlachen om die omschrijving. Heel veel mensen dachten dat het hocus pocus was wat ze deed maar dat was grote flauwekul. Het was aards. Ze vroeg alleen maar, kreeg antwoorden en ging daarmee verder. Nieuwe vragen. Nieuwe antwoorden en zo steeds verder. Het enige wat ze deed was het naar boven halen van herinneringen die in iemands geheugen waren opgeslagen maar niet meteen beschikbaar. De resultaten waren meestal enorm verrassend voor degene die tegenover haar zat. Ze vroeg Max hoe zijn muziekinstallatie werkte. Toen hij de afspraak maakte had ze hem al gevraagd of het apparaat een USB-aansluiting had en dat was het geval geweest. Dat scheelde haar CD’s meenemen. Max legde haar het een en ander uit en daarna stak ze de meegebrachte USB-stick in de ingang. Ze bediende de toetsen en zocht de map die ze vanavond wilde gebruiken. Vrijwel meteen daarna begon de muziek zachtjes te spelen. Ze wees Richard op een stoel en vroeg of hij daar wilde gaan zitten. De jongen kwam moeilijk overeind. Het was duidelijk dat hij pijn had. Ondanks de pijnstilling die volgens Edith erg sterk was, had hij nog pijn. Maar, zo dacht ze, is het alleen maar fysieke pijn? Richard ging tegenover haar zitten en op zijn verzoek bracht Edith hem een kussen die ze achter zijn rug deed en een flesje met water. Ze zag aan zijn gezicht dat het kussen ervoor zorgde dat hij beter zat. De muziek kabbelde rustig verder. Muziek om bij te relaxen. Muziek als achtergrond. Ze ging zitten en begon met haar uitleg. ‘Probeer je zoveel mogelijk te ontspannen, Richard. Als het voor jou goed voelt mag je je ogen sluiten maar je mag ze ook open houden.’ Ze wist dat hij ze open zou houden in het begin. Hij voelde zich nog niet genoeg op zijn gemak om zich volledig over te geven. ‘Als je je slaperig gaat voelen, is dat heel gewoon. Je hoeft je niet te verzetten. Je mag slaperig zijn en gapen, als je dat wilt, omdat je toch wel antwoord zult geven op de vragen die ik stel. Bovendien geeft gapen een stuk ontspanning en als jij ontspannen bent, zal ik beter in staat zijn om aan te voelen welke kant ik op moet.’ Een wat vage omschrijving, zo wist ze, maar ze had nooit een betere tekst kunnen vinden voor wat ze bedoelde en daarom bleef ze deze gebruiken. ‘Dat wat ik doe staat nergens beschreven. Het is mijn invulling van mijn vak. Collega’s zullen vraagtekens zetten bij hoe ik dit doe maar voor mij werkt dit goed. Begrijp je dat, Richard?’
‘Ja.’
‘Wat is je volledige naam?’
‘Richard Maynard Donahue.’
‘Op welke datum ben je geboren?’
‘2 januari 1989.’
‘Je woont hier in Monterey heb ik begrepen maar waar kom je vandaan?’ Het antwoord kon ze niet goed verstaan maar er opnieuw naar vragen deed ze niet. ‘Welke kleuren vind je mooi?’
‘Groen is mijn favoriete kleur maar rood en blauw vind ik ook mooi.’
En zo ging ze een tijdje verder. Allerlei heel gewone vragen. Vragen om de jongeman die tegenover haar zat ietsjes beter te leren kennen voordat ze met hem het diepe insprong. Ook om hem te laten wennen aan haar stem. Te pogen hem zover te krijgen dat hij als in een automatisme zou antwoorden. Te reageren zonder dat hij zou gaan nadenken. ‘Waarom heb je Edith en Max gevraagd bij ons gesprek aanwezig te zijn?’
‘Omdat ze mij de afgelopen tijd tot een enorme steun zijn geweest. Zij kennen mijn levensverhaal en hebben daar heel erg mooi op gereageerd door hulp te bieden aan Stan en mij.’
Er volgden nog vele vragen en antwoorden. ‘Zijn er geheimen in jouw leven?’
‘Ja.’
Dit was een voor haar belangrijke vraag geweest. Met de wijze waarop het antwoord gegeven werd wist ze dat ze op het juiste punt was aanbeland. Mensen die geheimen hadden zouden dat onder normale omstandigheden meestal ontkennen of op z’n minst twijfelen alvorens antwoord te geven maar het antwoord van Richard was meteen en zonder enige aarzeling gekomen. Ze richtte haar ogen op hem en zag – als tweede teken dat ze juist zat – dat hij zijn ogen nu wel gesloten had. Het leek alsof hij in slaap gevallen was. Ze zag zijn ademhaling diep in zijn buik. ‘Naar welk moment in jouw leven wil je teruggaan, Richard?’
‘Het moment dat Stan bij mij thuis werd gebracht door zijn moeder.’
‘Zij bracht hem bij jou ouders thuis. Begrijp ik dat goed?’
‘Zij bracht hem bij ons.’
Een vreemd antwoord, zo vond Jocelyn. Het was niet een gewoon “Ja” maar een herhaling van dat wat zij gesteld had.
Max hoorde heel duidelijk dat Richard opnieuw niet de term “ouders” gebruikte of bevestigde. Het was een gewoonte van de jongens en Max begreep, zeker na de uitleg die Richard gegeven had daarvoor, het heel erg goed. Wel vroeg hij zich op dat moment af of hij Jocelyn daarvan toch op de hoogte had moeten brengen maar die vraag beantwoordde hij daarna ook heel snel met een duidelijk “nee”. Jocelyn had bijna geen enkele informatie over Richard willen hebben. Het was haar manier van werken. Ze wilde het allerliefst iemand volledig blanco tegemoet treden. Voor haar de manier om volledig open te staan voor degene die zij tegenover zich had.
‘Vertel me eens over die dag.’
Richard had de stem van Jocely vanaf het begin heel mooi gevonden. Er klonk liefde in, zo had hij voor zichzelf bepaald. ‘Het was een koude dag. Winter. Een strenge winter.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Ik had die middag nadat ik thuisgekomen was een sneeuwpop gemaakt. Een sneeuwbal rond ons huis gerold tot ik weer terug was in de voortuin. Daarna een kleinere bal net zolang heen en weer gerold die als hoofd bedoeld was. Maar hij was te zwaar. Ik kon hem niet tillen.’
‘Hoe oud was je toen, Richard?’
‘Zes.’
‘Ga verder, alsjeblieft.’
‘Ik ging naar binnen en vroeg haar of ze me wilde helpen.’
‘Wie?’
Richard herhaalde de zin die hij eerder had uitgesproken.
Jocelyn was even van haar stuk gebracht. Ze begreep het niet. Ze draaide zich om en keek Max en Edith aan en haalde tegelijkertijd vragend haar schouders op. Max maakte met zijn lippen en mond, zonder enig geluid daarbij te maken, het woord “moeder”. ‘Je vroeg het je moeder,’ probeerde ze in de richting van Richard.
‘Ik vroeg het haar.’
Vreemd. Waarom niet gewoon “Ja” zeggen? Waarom niet gewoon “moeder” gebruiken? ‘Wat zei ze tegen je?’
‘Dat ik niet zo moest zeuren. Die bal was voor haar veel te zwaar en ik moest het hem maar vragen als hij thuiskwam.’
‘Je moest het aan je vader vragen. Zei je moeder dat?’
‘Ze zei dat ik het hem maar moest vragen als hij thuiskwam.’
Geen rechtstreeks antwoord. Opnieuw een herhaling van dat wat hij eerder gezegd had. De jongen kon het niet over zijn hart krijgen om zijn vader en moeder als zodanig te benoemen. Niet eens in een eenvoudig “Ja” op haar vragen. ‘Vertel verder als je wilt.’
Richard was boos. Hij voelde de woede die hij die middag had gevoeld weer helemaal terugkomen. Raar. Het was zoveel jaar geleden inmiddels maar het voelde alsof hij terug in de tijd was gegaan naar die dag, dat moment. Hij kon de kou in zijn handen, omdat zijn handschoenen kletsnat geworden waren, nog heel goed voelen. ‘Toen hij thuiskwam vroeg ik hem of hij me wilde helpen. Hij had geen tijd voor me. Hij zei dat we moesten eten en dat hij dan naar een vergadering moest. Ik wilde dat hij me zou helpen, ging voor hem staan op het pad en wilde hem tegenhouden. Met een simpel armgebaar duwde hij me van het pad in de sneeuw. Ik schreeuwde en krijste. Rende naar hem toe en begon hem te slaan. Ik riep dat hij nooit tijd voor me had. Dat hij nooit met me speelde. Dat hij … ‘ Richard opende zijn ogen, hapte naar adem en sloot heel voorzichtig zijn linkerarm om zijn borstkas.
‘Rustig aan, Richard. Je doet het heel erg goed.’ Jocelyn zag een flikkering in zijn ogen die ze als “gevaarlijk” typeerde. Maar ondanks de heftige uitbarsting van de jongeman tegenover haar was ze heel rustig gebleven. Ze wist dat zoiets kon gebeuren. Emoties van vroeger konden ook in het heden nog heel heftig gevoeld worden en dat was bij Richard ook gebeurd nu. Naast dat zijn ogen wild in zijn hoofd stonden, zag ze ook dat hij zweette en dat de vuist van zijn linkerhand, die nu weer in zijn schoot lag, gebald was. ‘Neem even de tijd om tot rust te komen. Laat alle spanning los. Ontspan je spieren. Ga niet meteen verder met je verhaal. Laat alles van je af glijden. Geef de heftige emoties in je de tijd om te bezinken. En daarmee bedoel ik niet dat je ze moet onderdrukken. Nee, die emoties mogen er zijn. Maar realiseer je heel erg goed dat het opgeroepen emoties zijn. Ze zijn niet de werkelijkheid. Jij en ik gaan heel bewust terug naar jouw verleden met een bepaald doel. Dat doel hebben we vooraf bepaald. Het moment dat Stan bij jou thuis werd gebracht. Daar zijn we nog niet aangekomen. Neem de tijd ervoor. En als je je weer rustiger voelt, dan kunnen we verder gaan. Jij geeft dat aan. Heb je dat begrepen, Richard?’
‘Ja.’ Hij was heel blij dat ze hem had onderbroken. De woede van toen voelde zo echt. Hij was boos geweest. Heel erg boos en hij had, onnozel genoeg, een poging gedaan hem aan te vallen. Opgekropte woede had er achter gezeten. Kinderlijke woede. Maar wel heel erg sterk en heftig. Was dit de eerste keer geweest dat hij hem te lijf was gegaan? Dat hij hem had aangevallen? Toen hij het nog een keer allemaal in alle rust aan zijn geestesoog liet voorbijgaan had hij het idee dat het zo moest zijn geweest. Er moest meer voorgevallen zijn. Het kon niet anders dan een opeenstapeling van gebeurtenissen zijn geweest die hem zover had gekregen dat hij overgegaan was tot het uiten van zijn boosheid op die gewelddadige manier. Langzaamaan kwam hij weer tot rust. Even wachtte hij nog maar toen sloot hij zijn ogen weer. Driemaal ademde hij rustig in en uit voordat hij weer het woord nam. De herinneringen waren er meteen weer. ‘Hij sloeg me van zich af. Terwijl ik op de grond lag schopte hij naar me. Hij raakte me hard en het deed vreselijk pijn.’
Edith, zittend op de bank naast Max, sloeg een hand voor haar mond en haalde haar arm door die van haar man. Dit was vreselijk. Eerder had ze al zoveel narigheid gehoord en nu opnieuw. Ze zag hoe Max bezorgd naar haar keek en knikte naar hem ten teken dat alles goed was met haar. En dat was het ook. Ze zou blijven zitten waar ze zat. Al was het alleen maar ter ondersteuning van Richard.
‘Zij kwam naar buiten en beukte op hem in. Beschermde ze me? Toen ze hem het huis in had geduwd kwam ze terug. Ze trok me uit de sneeuw omhoog en zei me dat het niet handig was van me hem aan te vallen. Ik schudde haar hand van me af. Ik was nog steeds woest, rende naar de grote sneeuwbal en in een mum van tijd sloopte ik hem helemaal. Ik weet niet waar de kracht vandaan kwam maar er bleef heel weinig van die grote sneeuwbal over. “Ga naar binnen,” zei ze me toen ik klaar was en hijgde. “Hang je jas op, wanten op de radiator, was je handen”. Alles wat ze zei deed ik. Na mijn ontlading voelde ik me leeg. Toen ik aan tafel ging zitten begonnen ze te kibbelen. Hij wilde niet dat ik zou eten. Ik had straf verdiend. Zij was het niet met hem eens. Ik sloop weg en ging naar boven. Ik had nog wel iets … ‘ Even was hij helemaal weg. Hij merkte dat hij niet meer praatte. Stil. Maar niet achter zijn ogen. Daar zag hij beelden maar … het was hem niet duidelijk. Het was vaag. Hij probeerde het te begrijpen maar … het lukte niet. ‘Ik had nog wel iets in mijn broodtrommel,’ maakte hij uiteindelijk de zin af omdat hij niet langer wilde nadenken over dat wat hij miste. Ik hoorde hen nog heel lang ruziën en moet toen in slaap zijn gevallen.’
‘Neem even een kleine pauze, Richard. Wil je wat drinken?’
Richard opende zijn ogen, knikte en pakte met zijn linkerhand het flesje water dat naast zijn stoel stond. Met zijn tanden trok hij het tuitje van de sportdop eruit en dronk wat van het water.
Jocelyn stond op, en liep in het halfduister naar de bank. ‘Alles goed met jullie?’ fluisterde ze.
‘Ja,’ sprak Max op fluistertoon terug.
‘Maar het is wel heel erg aangrijpend,’ gaf Edith uiting aan haar gevoelens.
* * *
‘Zullen we verder gaan?’
Haar vraag leek alsof hij een keuze had. Maar voor hem voelde het niet zo. Niet dat hij zich gedwongen had gevoeld om dit gesprek aan te gaan, dat absoluut niet. Het was veel meer dat hij nog steeds niet helemaal begreep waar het toe zou kunnen leiden en daar was hij enorm benieuwd naar. Tot nu toe was het niet meer dan een opsomming geweest van een van de vele miserabele dagen uit zijn jeugd. Maar zo waren er zo vele geweest. Niets bijzonders eigenlijk.
‘Als je het goed vindt wil ik graag een klein eindje met jou teruggaan in dat wat je mij verteld hebt.’ Kort gaf ze Richards laatste opmerkingen weer. Hoe hij zonder eten van tafel was geslopen en zijn ouders ruziënd beneden had gelaten. Ook dat hij hen daarna nog heel lang had horen bekvechten. ‘Daar wil ik graag even wat dieper op ingaan. Je hoorde ze praatten. Kon je ze ook verstaan?’
Hij vond het een vreemde vraag. Was hij niet duidelijk genoeg geweest? Toen sloot hij zijn ogen weer. Het niet kunnen zien hielp hem om makkelijker terug te kunnen keren naar die bijzondere dag. De woede over alles wat er gebeurd was die middag was er als eerste. Hij glimlachte. Het leek alsof het een kleur had gekregen: rood. Was hij die middag niet net zo sterk geweest als een stier toen hij die grote sneeuwbal helemaal verpulverde? Ja. Rood. Dat was de juiste kleur voor zijn woede. Zeiden mensen ook niet vaak … Even voelde hij zich verward. Hij was aan het denken en dat was niet de bedoeling. Hij concentreerde zich op de vraag van Jocelyn. Had hij hen kunnen horen? Hij was niet meteen in slaap gevallen toch? ‘Eerst heb ik wat gegeten.’ Opnieuw was hij even weg. Wat was het toch waar hij niet helemaal de vinger achter kon krijgen? Hij snapte er niets van. Hij bleef in zijn gedachten. ‘Ik at wat boterhammen uit mijn broodtrommel en dat stilde mijn honger want van mijn poging om een sneeuwpop te maken en hem vervolgens te slopen had ik best honger gekregen. Daarna ging ik op bed liggen.’
Jocelyn had rustig afgewacht en aan het wat zenuwachtig ogende trekken van spieren in Richards gezicht gezien dat hij afgedwaald was. Geen wonder ook. De woede van zo-even was zo echt geweest dat het misschien teruggekomen was of er was even iets anders. Toen ze de rust zag terugkeren op zijn gezicht, wist ze dat hij weer bij de les was.
‘Ja. Ik kon ze verstaan. Grotendeels dan.’
‘Probeer, als het kan, mij te vertellen wat er gezegd werd beneden. Je zult toen waarschijnlijk niet bewust voor luistervink gespeeld hebben en daarom is het misschien heel moeilijk. Als het je niet lukt, is dat geen enkel probleem.’
Had hij wel of niet bewust geprobeerd hun gesprek te horen. Richard wist het niet meer. Het was vaag. Maar hij wist nu wel dat hij het vaker gedaan had. Heel vaak als hij ’s avonds laat wakker geworden was, was hij boven aan de trap gaan zitten en had hij naar de geluiden van de tv en hun gesprekken geluisterd. Was het iets dat hij gedaan had om hen af te luisteren? Het was een naar woord, zo vond hij. Terug naar zijn opdracht. ‘Hij was heel boos en wat ze ook zei, het hielp niets om die boosheid te verminderen. Het leek erop dat zij het op een gegeven moment zat was.’
‘Wat hoorde je precies, Richard?’
Ineens was het heel vreemd. Hij hoorde heel duidelijk haar overslaande stem. Hij hoorde de woorden één voor één heel duidelijk. Het was een verwijt. Hij opende zijn ogen. Dit was dus dat wat Max had bedoeld. Hij wist meer van die avond dan hij dacht te hebben geweten.
‘Is het moeilijk?’
‘Ja.’
‘Iets onverwachts? Iets onduidelijks? Iets anders?’
‘Het tweede.’ Even liet Richard een stilte vallen. Heel bewust omdat hij dat wat hij gehoord had totaal niet kon begrijpen. ‘Ze zei: “Jij hebt hem gewild! Ik niet! En nadat hij er zonder al te veel gedoe was, heb jij nooit meer naar hem omgekeken!” Dat waren haar woorden. Wilde zij me niet? Wat bedoelde ze precies?’
‘Ik weet het niet, Richard,’ zei Jocelyn zacht terwijl ze haar rechterhand op zijn linkerhand legde. ‘Dat wat zij zei is voor jou maar ook voor mij onduidelijk op dit moment.’
‘Is het mijn schuld dat zij zo zijn? Is dat gekomen door mij?’
‘Geef jezelf niet de schuld van hoe je ouders zijn, Richard. Ik weet niet waarom die woorden gesproken werden. Ik weet alleen dat je haar woorden hebt weergegeven zoals zij ze heeft uitgesproken. Wat er achter die woorden schuilt aan verdriet, pijn, emoties van haar kant is niet duidelijk. Niet voor jou en ook niet voor mij. Het zou van onze kant giswerk worden als we het zouden proberen te ontrafelen. En daarom raad ik het je ook ten zeerste af om nu iets met haar woorden te gaan doen.’
Richard sloot zijn ogen. Hij wilde het niet laten rusten. Niet nu! Het voelde voor hem alsof hij vlakbij een doorbraak zat. Ineens wist hij heel erg zeker dat hij over meer informatie beschikte, dat hij meer had gehoord die avond. ‘Hij …’
‘Weet je zeker dat je dit wilt, Richard?’ vroeg Jocelyn met zachte maar toch dwingende stem.
Hij knikte alleen maar. ‘Hij … nee … Zij ging verder. Ze zei … dat ik hem vanaf het allereerste begin al was tegengevallen. Dat ik te klein was. Zelfs al te klein toen ik nog een baby was. Dat … ‘ Tranen maakten hem het spreken moeilijker. Hij voelde ze niet in zijn ogen maar het leek alsof ze van heel diep van binnen in hem opwelden. ‘Ze zei dat … hij er altijd van gewalgd had als mensen in de kinderwagen hadden gekeken en me een lief klein popje hadden genoemd. Een lief klein popje met grote, groene ogen. Ze zei hem dat je een baby niet kon samenstellen zoals een robot. Die kon je waarschijnlijk naar eigen wens samenstellen maar … een kind niet.’
Richard haalde zijn neus op. Wat volgde was een snik die van heel diep van binnen leek te komen. Zij had hem niet gewild. Dat was hem nu wel duidelijk. Maar als hij wel graag een kind had gewild, waarom was hij dan zo’n hufter? En toch … toch leek het uit die laatste woorden van haar alsof … alsof ze toch om hem had gegeven … alsof …
‘Als het je te veel wordt, dan stoppen we.’
‘Nee. We gaan door. We zijn nog niet bij ons doel aangekomen. We zijn nog niet eens aangekomen bij het gedeelte over Stan en dat was de bedoeling.’
‘Ik weet het, maar het gebeurt vaker dat ik tijdens een sessie onderweg al ergens op stuit dat te veel vergt van degene tegenover mij en soms is het dan verstandig om te stoppen.’
‘Nee!’ klonk het heel resoluut. ‘Sorry, zo bedoelde ik het niet. Ik heb liever dat we verder gaan.’
‘Dan doen we dat. Maar zorg wel goed voor jezelf, Richard, ook tijdens deze sessie van jou en mij.’
‘Ik doe mijn best.’
Jocelyn voelde heel duidelijk dat het woorden waren en niet meer dan dat. Richard was het stijfkoppige type. Maar wel eentje met verstand. Hij zou nooit steeds maar weer met zijn hoofd tegen dezelfde muur blijven lopen maar er een weg om heen zoeken. ‘Hoorde je nog meer op dat moment.’
Richard deed zijn ogen weer dicht met de bedoeling nu echt vorderingen te willen maken. Hij zou proberen om zijn emoties niet opnieuw met hem op de loop te laten gaan. Het kostte wat tijd om terug te keren naar het moment waar hij gebleven was. Eerst hoorde hij weer de woorden van haar als in een herhaling. De reactie van hem was geweest dat zij net zo goed een kind had gewild maar daar nooit eerlijk over was geweest. Richards eigen denken nam de overhand. Altijd en eeuwig hadden ze ruzie met elkaar gemaakt. En altijd was dat begonnen met verwijten die over en weer waren gevlogen. Ook op dat moment. Het denken blokkeerde zijn gang naar het verleden. Het gesprek van toen werd hem niet duidelijker. Hij zuchtte diep. ‘Het gaat even niet meer. Het spijt me.’
Max legde een hand op Jocelyns schouder en fluisterde haar iets in het oor.
‘Richard, het is het beste om dit voor nu even te laten rusten. Een volgende keer, als je dat wilt, kunnen we erop terugkomen maar nu is het beter om zoals je zelf ook al aangaf verder te gaan.’
‘Oké.’ Het voelde goed voor hem om er een punt achter te zetten. Hij zat vol met vragen en wist dat hij daarover zou gaan nadenken en dat zou het verdere proces vast en zeker verstoren.
‘Je had gegeten, had geluisterd naar hun gesprek en daarna ben je in slaap gevallen. Wanneer werd je wakker?’
Opnieuw duurde het even voor hij terug was in de wereld van toen. Soms leek het alsof hij naar zichzelf keek vanaf een hogere positie en soms ook weer niet. Nu zag hij zichzelf in elk geval languit liggen op zijn bed. Alle kleren nog aan omdat hij zich niet had uitgekleed. Waarschijnlijk was hij van vermoeidheid in slaap gevallen. ‘Ik werd wakker van geschreeuw beneden. Er was een nieuwe stem. Die van hen kende ik wel en het is maar de vraag of ik daarvan wakker zou zijn geworden. Maar deze stem was nieuw.’
‘Kun je de stem omschrijven?’
‘Het was de stem van een vrouw. Maar duidelijk hoger dan die van haar. Afstandelijk. Hard soms ook. En dan niet alleen in volume maar ook in dat wat ze zei. Ze had een woordenwisseling met hem.’ Even nam hij de tijd om naar zijn eigen herinnering te luisteren. ‘Dat wat ze zei kwam erop neer dat het nu zijn taak was om een tijd voor het kind te zorgen. Dat zij dat even niet meer kon. Het was, volgens haar, net zo goed zijn kind als dat van haar.’
‘Het was dus de stem van de moeder van Stan. En er was sprake van een tijdelijke verhuizing voor hem?’
‘Ja. Dat leek er wel op in elk geval. Ik was dus wakker geworden en ging daarna zitten op mijn vaste plaats boven aan de trap. Ik kon het beneden aardig goed overzien maar niet alles.’
‘Probeer zoveel mogelijk te letten op dat wat er gezegd werd. Het beeld is niet echt belangrijk.’
Richard begreep het. Beelden zouden kunnen verwarren. Hij concentreerde zich weer. Zij bemoeide zich op een gegeven moment met het gesprek. Ze was boos op hem en vroeg met hoeveel wijven hij het nog meer had gedaan. Hij probeerde haar te slaan maar ze dook handig weg. De andere vrouw bemoeide zich ermee.
‘Hoorde je een naam?’
‘Een naam van die andere vrouw?’
‘Ja.’
Het leek of beelden en geluiden door elkaar heen begonnen te lopen. Richard voelde zich enorm moe ineens. Hij moest zorgen erbij te blijven want anders zou het niet lukken. ‘Ik weet het niet.’
‘Het geeft niets, Richard.’
‘Ja, dat doet het wel! Ik … ‘
‘Soms moeten we losla… ‘
‘Joyce. Maar … dat komt al van veel eerder. Joyce nog iets. De achternaam heb ik niet goed gehoord, denk ik. Ik heb die naam al gehoord toen ze op de stoep stond en zich voorstelde aan haar. Zij had open gedaan. Waarschijnlijk heeft de moeder van Stan eerst een tijdje op de bel gedrukt omdat zij weer eens in slaap waren gevallen voor de tv. De bel heeft mij gewekt en niet het geschreeuw. Dat begon later.’
Even wisselde Jocelyn een snelle blik met Max die haar toeknikte en een duim opstak. ‘Richard, het is nu tijd om te stoppen. Voor dit moment weten we voldoende. Er zijn dingen gezegd waar we iets mee kunnen. Als je nu nog verder doorgaat, zou je jezelf alleen maar meer moe maken en dat is niet de bedoeling. Ben je het met me eens?’
‘Nee! Er is meer. Beelden wisselen elkaar in een enorm snel tempo af maar ik weet meer dingen nu. Ik heb Max en Edith eerder verteld van de ochtend erna. Toen zij me voorstelde aan Stan. Maar dat is anders gegaan.’
Heel snel wisselde Jocelyn een blik met Max en Edith. Ze zag hen beiden knikken en richtte zich weer op de jongen tegenover haar. ‘Richard, je mag het vertellen als je wilt.’
‘Ik weet zijn echte achternaam. Ze zei me dat … ‘
Jocelyn merkte de aarzeling bij Richard en zag de blos die op zijn wangen kwam. Ze hoopte dat de uitleg die ze daaraan gaf de juiste was toen ze zei: ‘Gebruik haar woorden, Richard. Het zijn niet die van jou. Je herhaalt alleen maar dat wat jij gehoord hebt.’
‘Ze zei me dat hij Stanley Petursson Williams heette en de bastaard van hem … en … die … blonde slet was. En later heb ik het paspoort van Stan ook gezien. Het lag ergens in de woonkamer. Ik wist niet dat het een paspoort was toen. Ik dacht dat het een boekje was. Ik zag een babyfoto en zijn naam.’
Jocelyn draaide zich opnieuw om in de richting van de bank. Ze zag het teken dat Max gaf en wist dat het voor hem allemaal voldoende informatie was. ‘Voor nu is het voldoende, Richard. We stoppen nu echt. Haal een paar keer rustig adem waarbij je je heel goed concentreert op dat wat de ademhaling met je doet. Voel het op en neer gaan van je buik. Het uitzetten en weer krimpen van je longen. Richt je alleen nog daarop. Laat al het andere van je aflijden. Er is niets anders dan je ademhaling die je kunt gebruiken als een anker. Een anker dat ervoor zorgt dat je niet langer naar het verleden terug wordt gezogen zoals we zo-even wel heel bewust hebben gedaan. Nu is dat niet langer nodig. Vertrouw op je ademhaling. Vertrouw op je anker. En als je het eraan toe hebt, open dan je ogen.’
De diepe ademhaling voelde, ondanks dat er even wat meer pijn was, heel erg goed. Richard was blij dat hij alles uit het verleden los mocht laten. Tranen rolden over zijn wangen en toen … toen voelde hij armen die om hem heen werden geslagen. Het waren de armen van Edith en van Max en het maakte hem zo warm van binnen en tegelijkertijd moest hij zo hard huilen. Het verleden deed hem pijn en ook de waarheid over dat verleden dat nu gedeeltelijk was onthuld en tegelijkertijd nog zo heel veel vragen opriep.
‘Probeer echt alles los te laten, Richard. De vragen die je nog hebt, laat ze voor wat ze zijn nu. Als je het wilt, kunnen we later altijd eens verder kijken. Jij en ik. Max heeft notities gemaakt en zet daarmee anderen aan het werk. De waarheid zal boven tafel komen ook zonder dat jij je er hoofdbrekens om maakt. Laat het los. Het is beter dat het niet jouw taak is om erover na te denken en je zorgen over te maken. Jij hebt een andere taak. Je weet dat je als eerste voor jezelf moet zorgen. Zorg dat je herstelt. En je tweede taak is de zorg voor Stan. Hij heeft je nodig.’
‘Ja, dat weet ik,’ klonk het snifferig. ‘Maar kun je hier echt iets mee, Max?’
‘Ja, zeker wel. De strenge winterperiode die je noemde moet te vinden zijn. Uit Stans paspoort en geboorteakte wist ik zijn geboorteplaats al en met de naam die jij ons nu gegeven hebt moeten er dingen boven water kunnen komen. Iemand van vlees en bloed, zoals de door jou genoemde Joyce Williams, moet te vinden zijn.’
‘De onderzoekbureaus waar je me over vertelde.’
‘Neem van mij één ding aan, Richard,’ zei Jocelyn, ‘als je voor Max mag werken dan moet je goed zijn in je vak.
‘Max?’
‘Ja?’
‘Ik moet loslaten. Kan niet anders dan loslaten.’
‘En dat is goed in jouw situatie,’ deelde Jocelyn haar mening in een poging de jongen te ondersteunen
Max had vaak aan een half woord voldoende en dacht dat hij de opmerking van Richard volledig begreep maar toch vroeg hij om een toelichting.
‘Ik bedoel … als ik moet loslaten … en dat moet ik … dan lijkt het me beter als ik helemaal niets weet. Pas als jij alles op een rijtje hebt, dan wil ik het weten. Of … nou ja … zodra jij denkt dat het goed is om met antwoorden te komen, dan moet je dat doen.’ Hij keek Max aan en zag hem knikken. Ook van Jocelyn en Edith kreeg hij een bevestigend knikje. Zo voelde het goed voor hem. Deze drie mensen waren heel waardevol voor hem, zo wist hij maar al te goed. En hij wist ook dat hij hen nog vaak genoeg nodig zou hebben. Hij haalde een hand langs zijn ogen en nam daarna de tissues aan die Edith hem aanreikte. ‘Ik was heel sceptisch vooraf. Had gedacht dat zoiets als Max mij omschreven had gewoon niet mogelijk was. Je dingen herinneren die diep weggestopt zijn in je eigen geheugen.’
Jocelyn lachte. ‘En dat allemaal zonder hocus pocus!’
‘Ja. Gewoon door met elkaar te praten. Niets bijzonders eigenlijk.’
‘Dat is het. Helemaal niets bijzonders.’
*