7 mei 2022

Morgenster – 7

‘Jij was zijn schild.’
‘Ja. Meestal was ik op tijd. Zag ik het aankomen of voelde ik het. Maar soms ook niet en dat … dat vond ik de meest vreselijke momenten.’
‘Vandaar dat je ook het meest bang bent voor die tweede nachtmerrie van je.’
Richard knikte en wist dat dat duidelijk genoeg was.
‘Je zei net zoiets als “die laatste keer” ik begrijp dat niet helemaal.’
‘Ik was het kwijt. Dat gips om mijn onderarm was de aanleiding dat ik was gaan nadenken over hulp zoeken. Ik nam me toen voor om met juffrouw Beatrice te gaan praten maar zocht naar een goede mogelijkheid daartoe. Ik twijfelde nog steeds enorm of het wel goed was om erover te gaan praten. Het was alsof ik lamgeslagen was en niet van mijn plaats kon komen. Lang nadat mijn arm geheeld was, kwam er een nieuw pak slaag met als gevolg de blauwe plekken die zij zag tijdens de training. Het was de bekende druppel. Er was voor mij een grens bereikt.’
‘Ja. En logisch. En naast die bezoeken aan de eerste hulp waren er vast ook nog wel andere dingen die niet behandeld hoefden te worden.’
‘Zat. Voor kleine verwondingen was er de verbanddoos. Blauwe plekken trokken vanzelf wel weg en als het toch te veel opviel of als ik wat beroerd liep vanwege de pijn dan werd ik ziek gemeld. Na een paar dagen thuis kon ik dan wel weer naar school. Ik droeg vaak T-shirts en shirts met lange mouwen. Dan vielen de blauwe plekken niet op.’
Max kende dit soort verhalen maar al te goed. Maar toch raakte het hem ook dit keer weer keihard. ‘Maar, zo ging hij verder, je wilde iets weten over Jocelyn.’
‘Ja, maar dat moet wel even wachten want ik moet nu heel nodig naar de wc.’
‘Laten we dat dan maar eerst doen.’
Toen Richard weer rechtop in zijn bed zat gaf hij aan dat Max van wal kon steken wat betreft het onderwerp Jocely Harper.
De uitleg van Max volgde. Hij vertelde dat Jocelyn psychologie had gestudeerd en daarnaast huisarts was. Een voorbeeld maakte volgens hem het beste duidelijk hoe ze werkte. Hij was zelf getuige geweest van een sessie van Jocelyn met Nancy. Laatstgenoemde was aan het begin van haar puberteitsjaren op dat moment en had wat problemen met haar eigen identiteit. Ze wilde zich heel graag dingen herinneren van haar ouders. Hoewel er plakboeken waren met foto’s en verhalen zat van haar grootouders, miste ze toch iets: een eigen herinnering. Hij had haar grootouders verteld over het werk dat Jocelyn af en toe deed voor de stichting en hen aangeraden eens contact met haar op te nemen. Dat hadden ze gedaan. Tijdens de sessie waren Edith en hij daarbij aanwezig geweest.
‘Waarom?’
‘Omdat Nancy dat graag wilde. Ze kende ons. Ze vertrouwde ons. Ze was hier kind aan huis. Redenen genoeg voor haar.’ Max keek Richard aan en ging verder. ‘Jocelyn is iemand van de rust. Zij probeert als eerste een rustige atmosfeer te creëren. Doet dat vaak met muziek. Ze heeft een hele serie CD’s en tegenwoordig een MP3-speler die ze kan aansluiten op een aanwezige muziekinstallatie.’
Richard luisterde aandachtig. Als hij van deze methode gebruik wilde maken, wilde hij weten wat hij kon verwachten. Hij merkte op hoe Max dat wat hij zei heel zorgvuldig af leek te wegen. Af en toe liet hij een stilte vallen om daarna met de door hem gekozen woorden verder te gaan. Eerst gaf hij een beschrijving van de muziek. Rustgevende muziek, zo concludeerde Richard. Oosters misschien maar tegenwoordig waren er westerlingen zat die dat soort muziek konden spelen of op een synthesizer of op originele muziekinstrumenten. Dat laatste was natuurlijk echter, zo vond hij. Max beschreef toen het plaatje van een dertienjarige Nancy die tegenover Jocelyn op een stoel zat. Haar grootouders en de Drummonds hadden verderop in de kamer gezeten met het verbod om ook maar iets te zeggen. Ze mochten toeschouwers zijn maar moesten zich onthouden van elk commentaar. Nancy was gespannen geweest. Logisch, zo dacht Richard. Dat zou hij zelf ook zijn als hij zou besluiten hiervoor te kiezen.
‘Het was bijzonder. Nancy had geen enkele echte herinnering maar door heel gerichte vragen te stellen wist Jocelyn toch eerst enkele flarden uit haar geheugen te halen als het ware. Het waren snippers, als je begrijpt wat ik bedoel.’
‘Je bedoelt gedeelten van herinneringen die ze nooit eerder als zodanig had herkend?’
‘Ja. Dat is een heel goede omschrijving. Ben je moe, Richard?’
‘Een beetje. Maar ga alsjeblieft verder. Als ik te moe word, geef ik het echt aan.’
‘Daar houd ik je aan. Overschat jezelf niet, jongen.’
‘Vertrouw me, alsjeblieft.’ Ook zijn woorden waren met zorg gekozen. Hij wilde zeker weten dat Max hem vertrouwde. Het vertrouwen moest wederzijds zijn.
Max begreep dat het een vertrouwensvraag die hem gesteld werd. Zijn woorden moesten duidelijk maken dat er van zijn kant vertrouwen in Richard was. ‘Dat doe ik. Wees daarvan overtuigd.’ De jongen recht in de ogen kijkend, zag hij dat het over en weer goed zat. ‘Oké, verder. En door met die gedeelten van herinneringen verder te gaan, nadere vragen te stellen over dat wat Nancy ineens wel zag, kreeg Jocelyn het voor elkaar om beelden aan elkaar te koppelen en te komen tot een aantal echte herinneringen.’
‘Maar hoe werkt zoiets dan?’
‘Tja … Euh … Je merkt dat ik zoek naar woorden nu omdat ik de technische gegevens hoe zoiets werkt niet ken. Ik heb heel veel kennis maar op dit gebied sta ik met de mond vol tanden. Ik zal proberen het te omschrijven in beelden die voor jou en mij wel duidelijk zijn.’
Richard begreep wat hij bedoelde en knikte.
‘Ons geheugen is een soort van vergaarbak. Als je jong bent, sla je van alles en nog wat op en … op mijn leeftijd kun je bepaalde laatjes ineens niet meer open krijgen. Dan weet ik bijvoorbeeld wel de titel van een liedje op de radio maar niet meer wie het gezongen heeft. Wat ik dan nog wel weet is dat de naam van de zanger begint met de letter H. Heel gek. Je geheugen laat je in de steek maar er is wel een klein gedeelte dat je nog wel weet. Natuurlijk weet je de hele naam van de artiest maar even is het niet bereikbaar. Zo werkt het ook met het geheugen van een kind. Er wordt enorm veel opgeslagen maar later is lang niet alles meer terug te halen. Kinderen zijn heel ontvankelijk voor gevoelens. Sommigen meer dan anderen maar toch … En Jocelyn weet die gevoelens op te roepen. Bij Nancy maakte ze gebruik van een fotoboek. Nancy moest haar een aantal foto’s laten zien die haar dierbaar waren. Daarna begon ze allerlei vragen te stellen. Over het weer. Over het ijsje dat ze at op een van de foto’s. Over de lachende gezichten van haar ouders en andere mensen op de foto’s. Het ging haar voornamelijk om het gevoel dat Nancy erbij had. Via die gevoelens bereikte ze de herinneringen die Nancy aan de momenten van die foto’s had maar waarvan zij zich niet bewust was. Het was … ondergesneeuwd. Heb ik dat al eerder gezegd? Ik weet het niet meer maar het lijkt me er een goed woord voor.’
‘En jij denkt dat dat bij mij ook het geval is.’
‘Ik heb het vermoeden van wel. Maar het is geen zekerheid. Ik weet het niet. Het kan. Het is mogelijk.’
Even sloeg Richard zelf aan het experimenteren maar al snel gaf hij het op. Hij was te moe en het denkwerk bracht verergering van zijn hoofdpijn met zich mee.
‘Zoals ik al zei net,’ onderbrak Max heel bewust het denken van Richard, ‘kinderen slaan heel veel op, zijn gevoeliger. Bovendien ben jij bijzonder scherp. Een kind van jouw leeftijd dat al door heeft wat er thuis aan de hand is, dat is heel opvallend. Merkwaardig. Je hebt volgens mij meer opgeslagen van die avond dat Stan bij jou thuis gebracht werd en het gesprek tussen de volwassenen dan jij je nu kunt herinneren. En alles wat ik te weten kan komen over dat gesprek, over Stan, is belangrijk. Tenminste … dat idee heb ik.’
‘Je zoekt naar aanknopingspunten en denkt dat ik die ergens hier,’ en hij maakte het tikkende gebaar met zijn vinger tegen de zijkant van zijn hoofd zonder die vanwege zijn hoofdpijn werkelijk aan te raken, ‘heb opgeslagen.’
‘Ja. Een heel goede verwoording. Het zou het zoeken een stuk vergemakkelijken met een ooggetuigenverslag.’
‘Maar ik was nog maar zes?’
‘Kinderen letten vaak heel goed op. Kunnen soms een situatie of gebeurtenis veel beter beschrijven dan een volwassene omdat ze nog niet bevooroordeeld zijn. Ze nemen veel beter waar.’
‘Oké. Maar waarom zouden we gaan zoeken? Wat is er te vinden in mijn eventuele antwoorden?’
‘Ergens bekruipt mij nog steeds het gevoel, noem het intuïtie, dat er iets niet helemaal juist is. De beschrijving van die avond, en zoals ik al eerder zei het zondermeer accepteren van hem dat Stan zijn zoon is.’
‘Maar wat schiet ik er allemaal mee op? Wat schieten wij er mee op? Kan het zijn dat het nog meer vragen gaat oproepen?’
‘Ja. Dat zou kunnen. Maar wat ik voornamelijk wil proberen is om te achterhalen wie de moeder van Stan is.’
‘Maar waarom?’
‘Het is belangrijk, Richard.’
‘Voor mij niet. Ik heb voor Stan gezorgd altijd alsof ik zijn vader en moeder ben.’ Richard zuchtte. ‘Nee, ik moet het anders zeggen. Ik was het. Ik ben het. Ik was degene die bij hem thuisbleef als hij ziek was. Ik verzorgde hem. Ik … ‘
Max begreep heel goed dat hij daar helemaal niets tegen in kon brengen. ‘Ja. Daarin heb je gelijk. Jij hebt die taak op je genomen. Maar … een biologische band, ook al heeft Stans moeder die verbroken, kan soms heel belangrijk zijn. Voor geadopteerde kinderen is het vaak heel belangrijk, zeker als ze tiener en jongvolwassene zijn, om te weten wie hun werkelijke ouders zijn. De band met degenen door wie ze geadopteerd zijn kan nog zo goed zijn, kinderen willen vaak weet hebben van hun eigen herkomst.’
‘En dan vooral waarom hun ouders ze weggegeven hebben?’
‘De spijker op z’n kop, Richard. Dat vooral. En wellicht leeft dat helemaal niet bij Stan omdat hij … tja … laat ik jouw woorden maar gebruiken … omdat hij bijzonder is maar … ‘
‘Het is goed. Ik begrijp dat jouw gevoel niet goed uit te leggen is. Maar ik weet ook dat gevoelens heel belangrijk zijn.’ Richard gaf zich gewonnen maar plaatste wel een kanttekening bij het onderzoek dat Max aan het opstarten was. Hij zag de aarzeling bij Max maar uiteindelijk ook het knikje. De instemming die hij wilde. ‘Dank je, wil je mevrouw Harper bellen voor een afspraak?’
‘Dat doe ik, Richard. Ik vraag haar of ze hier heen wil komen.’
‘Ik zou graag willen dat jij en Edith er bij zijn.’
‘Dat is goed. En Stan?’
‘Nee. Beter van niet. Hij heeft zelf helemaal geen herinneringen aan zijn moeder volgens mij en het is beter dat zo te houden. Voorlopig in elk geval. Bovendien … ik kan me voorstellen dat niemand herinneringen wil hebben aan een moeder die je na twee jaar zomaar ergens dropt. Tenminste … dat geldt voor mij. Nou ja … ik weet het ook niet. Niet zeker in elk geval. Ik … moeilijk.’
‘Het is misschien goed om het aan hem zelf over te laten.’
‘Dat denk ik niet. Als hij vragen stelt over zijn achtergrond en wij weten die antwoorden dan zullen we ze hem geven. Ben je het daarmee eens?’
‘Ja. En nu ga je slapen. Over twee uur maak ik je wakker voor het eten.’
‘Ik wil Nick nog even bellen om hem te bedanken.’
‘Vind je het goed dat ik dat doe? Ik heb nog wat vragen voor hem en hij moet het laatste gedeelte van ons plan in werking stellen.’
Moe als hij was liet hij zich zonder tegen te stribbelen overhalen. ‘Ja, dat is goed.’
Max haalde nog een glas water en een nieuwe pijnstiller en daarna liet hij Richard alleen. In de woonkamer pakte hij de telefoon op en tikte het nummer in van Nick dat hij van Richard had gekregen. Vrijwel meteen werd er opgenomen.
* * *
Toen Richard wakker werd was dat op een vreemde manier. Het eerst waren er de zachte geluiden in de slaapkamer. Eerst kon hij ze niet thuisbrengen maar nadat hij een tijdje had geluisterd, herkende hij het. Het was het omslaan van papier als in de bladzijden van een boek of een tijdschrift. Max zat dus waarschijnlijk opnieuw in de stoel bij het raam. De toewijding van Max en Edith vond hij heel bijzonder. Natuurlijk wisten ze na die verstoorde nachtrust van zijn nachtmerries en hij begreep heel goed dat ze zo snel mogelijk bij hem wilden zijn als het weer zou gebeuren maar zoiets zouden ze toch niet steeds kunnen doen? Nee. Natuurlijk niet. Misschien deed hij het alleen nu omdat zijn lichaam ook nog moest wennen aan de medicijnen die hij noodgedwongen moest nemen. Hij moest uitrusten. Hij moest herstellen en wel zo snel mogelijk! Zijn ogen had hij al die tijd nog gesloten gehouden. Eerst waren er dus de geluiden geweest en toen de gedachten. De geuren kwamen pas nadien. Werd er gekookt? Maar … wie deed dat dan? Niet mijn probleem, zo sprak hij zichzelf toe. Hij kon nog rustig een tijdje hier blijven liggen en wat nadenken met zijn ogen dicht want zodra hij ze zou openen zou Max dat merken, zo had hij het idee. Opnieuw liet hij van alles de revue passeren. En opnieuw vond hij geen pasklare antwoorden. Hij wist niet hoe hij het zou moeten aanpakken. Hoefde misschien ook nog niet. Voorlopig was Stan veilig en dat was het allerbelangrijkste. Later zou hij wel bekijken hoe het verder zou moeten. Voorlopig konden ze, zo had hij begrepen, hier een tijdje blijven. In elk geval totdat hij opgeknapt was en dan zou hij een andere woning moeten gaan zoeken om samen met Stan daar te kunnen gaan wonen. Maar … Het denken leverde hoofdpijn op. Hij opende zijn ogen met een diepe zucht. Verdomme! Knallende hoofdpijn! Nergens voor nodig ook. Waarom liet hij nou niet gewoon even de boel de boel zoals Max hem had aangeraden? Waarom moest hij nu oplossingen bedenken voor dingen die mogelijk zouden kunnen gaan gebeuren?
‘Heb je goed geslapen?’
‘Ja.’
Aan de rimpels in zijn voorhoofd en het knijpen met de ogen zag Max dat de jongen last had van hoofdpijn en hij vroeg ernaar.
‘Mijn eigen schuld,’ erkende Richard ruiterlijk. ‘Ik was al eventjes wakker en genoot van de rust maar … daarna kwamen ook heel snel allerlei gedachten.’
‘Mijn excuses dat ik je onderbreek maar is je hoofdpijn erger geworden?’
‘Ja. Maar nogmaals, mijn eigen schuld.’
‘Niet nodig om zoiets te zeggen. Ik haal even een pijnstiller voor je.’
Richard had nog iets willen zeggen maar Max was al weg. Bovendien zou het geen zin gehad hebben om te zeggen dat hij die niet wilde. Nou ja … misschien was het beter om die pijnstiller gewoon in te slikken, zonder commentaar, zonder erbij na te denken.
‘Een glas water en een pil,’ zei Max en keek toe hoe Richard zonder tegenwerpingen, iets wat hem enorm meeviel, de pijnstiller in zijn mond nam en inslikte met een flinke slok water. ‘Ik schuif even mijn stoel weer aan.’ En dit keer werd het echt schuiven. Het tillen dat hij eerder gedaan had, was hem niet goed bevallen. Hij ging zitten en pakte het eerdere, korte gesprek heel eenvoudig weer op. ‘En die gedachten gingen met je aan de haal?’
‘Dat is een mooie omschrijving maar … ook weer niet want het lijkt dan of de schuld ligt bij die gedachten en dat is natuurlijk niet zo.’
‘Heel scherp opgemerkt, Richard.’
‘Zo is het toch? Ik ben degene die die gedachten heeft toegelaten en er iets mee is gaan doen. Ik houd er niet van om de schuld van me af te schuiven.’
‘Maar is het wel helemaal jouw schuld?’ Max plaatste met twee vingers van elke hand aanhalingstekens rond het laatste woordje van zijn zin.
‘Ja! Ik zou ook gewoon eventjes niet kunnen denken. Alles loslaten. Toch?’
‘Hebben ze jou thuis ooit die mogelijkheid geboden?’
Die vraag liet hij even op zich inwerken. Maar het antwoord, als je dat wilde vatten in een simpel “ja” of “nee”, wist hij al. Het zou een ontkenning worden. Want thuis had hij nooit echt de gelegenheid gehad om los te laten. Altijd waren al zijn zintuigen tot het uiterste gespannen geweest om tekenen van mogelijk gevaar te herkennen. Geluiden vanuit de tuin als hij wist dat Stan en hij daar waren. Bewust niet echt diep slapen zodat hij toezicht kon houden op zijn broer. Plotselinge armbewegingen van hem die mogelijk inhielden dat je een klap zou krijgen. Altijd tot het uiterste aanwezig omdat hij steeds gefocust moest zijn op mogelijk gevaar.
‘Ik begrijp dat je niet met een antwoord komt. Het is moeilijk voor je maar wel duidelijk voor mij. Als onze kinderen thuiskwamen van school riep één van het stel altijd “We zijn thuis”, gewoon omdat ze dan wisten dat er iemand voor hen zou zorgen. Thee of iets anders op tafel een koekje erbij, praten over de schooldag. Edith, ik of een van de vaste oppassen was er altijd. Bij jou? Hoe ging het daar?’
Richard snoof. ‘Wij hielden ons zo stil mogelijk. Bang als we waren dat we één van beiden zouden storen. Vooral niet struikelen over de rotzooi. Stan was en is niet altijd even handig. Kan hij niets aan doen. Maar bij het binnenkomen zorgden we ervoor zo weinig mogelijk lawaai te maken.’
‘Dat bedoel ik dus. Jouw thuis kun je geen thuis noemen. Kinderen die zich niet durven melden als ze weer terug zijn van school, dat is niet goed. En hoe zou jij je kunnen ontspannen in zo’n situatie? Alleen maar petje af voor jou, jongen. Je hebt je ondanks de situatie thuis ontwikkeld tot een prachtig persoon. Tot een verantwoordelijke volwassene. En dat is sterk! Heel sterk! Jarenlang ben ik onderwijzer geweest op de Elementary School. Het was het begin van mijn carrière in het onderwijs. En ik haalde, na verloop van enkele jaren, feilloos de leerlingen eruit die met problemen rondliepen. Leren kun je alleen maar als je goed in je vel zit. Als je weet dat het niet erg is om fouten te maken. Bestraf je als leraar een fout, dan zal een kind bang worden om een volgende fout te maken en juist omdat het kind, na een strenge berisping, dan gespannen wordt, zal het nieuwe, meer, fouten maken. Natuurlijk gaat dat niet voor elke leerling op. Uitzonderingen bevestigen nou eenmaal de regel. Maar wat ik wil zeggen is dat je alleen maar dingen kunt leren als je de mogelijkheid daartoe krijgt, Richard. Wij hebben onze kinderen heel veel dingen kunnen leren. Hebben dat gedaan omdat je als kind, puber, jongvolwassene nou eenmaal dingen moet leren. Als je niet openstaat om te leren, kom je nergens. De manier waarop wij onze kinderen dingen geleerd hebben, hing onder andere af van de leeftijd. Een jong kind doe je dingen voor. Praten heeft daarbij vaak nog geen nut. Langzamerhand verandert de manier waarop je kennis overdraagt. Maar … het moet naar mijn mening altijd zo zijn dat een kind, in welke leeftijd dan ook, mag weten dat het fouten mag maken. Een fout is geen overtreding waarop een straf staat. En ja … dat heeft natuurlijk ook weer grenzen. Toen onze kinderen veertien waren kregen ze een maandelijkse toelage van ons. Daarmee moesten ze uitkomen voor alles wat ze wilden doen. Natuurlijk gaven wij begeleiding. We legden hen uit hoe ze het zouden kunnen aanpakken. Gaven bijvoorbeeld aan dat ze er rekening mee moesten houden dat ze op
een gegeven moment, bij de wisseling van de seizoenen, nieuwe kleren zouden moeten kopen. En … dat ze dan dus geld daarvoor moesten hebben. En natuurlijk waren ze bijna allemaal eigenwijs genoeg, eentje uitgezonderd, om alle goede raad naast zich neer te leggen en om na drie weken bij ons aan te kloppen met de mededeling dat hun geld voor die maand op was.’
Richard moest glimlachen omdat hij het zich helemaal kon voorstellen hoe zoiets gegaan was.
‘Natuurlijk moesten wij ook glimlachen en het was onze stelregel om een eerste keer met de hand over het hart te strijken, ze extra geld te geven maar wel met de waarschuwing dat het eenmalig was. We probeerden hen ook zover te krijgen dat ze gingen kijken hoe het kwam dat het geld “ineens” op was. Voor de meeste van onze kinderen was dat voldoende. Ze hadden geleerd dat het vervelend was om bij je ouwelui aan te moeten kloppen omdat je portemonnee leeg was. En bovendien zaten ze natuurlijk niet te wachten op een preek. Het werkte niet altijd. Twee van de vijf bleven problemen houden en dan stelden wij een intensievere begeleiding voor omdat wij niet van plan waren steeds bij te passen. Dan werd de uitgifte van geld bijvoorbeeld niet eenmaal per maand maar per week geregeld. En dat werkte dan ineens beter. En het ging natuurlijk niet alleen op voor omgaan met geld. We hebben hen geprobeerd een stuk zelfstandigheid bij te brengen, wetende dat ze de fout in konden gaan. Maar ook steeds duidelijk makend naar hen toe dat een fout maken geen probleem was. En onze kinderen hadden het relatief gezien gemakkelijk. Ze hadden niet de zorgen en problemen waar jij voor stond, Richard.’
‘Maar als ik dat gebruik als een excuus … is dat dan niet net zoiets als de schuld ergens anders leggen dan waar hij hoort?’
‘In mijn ogen niet. Maar ook dat is iets wat je zult leren inzien, zo denk ik. Je kunt niet alles van vandaag op morgen leren. En die hoofdpijn van jou is misschien een probaat middel om je non-stop denken tijdelijk uit te schakelen. Maak er gebruik van, zo zou ik zeggen.’
‘Dank je.’
‘Waarvoor?’
‘Voor alles wat jij en Edith voor mij hebben gedaan.’
‘Ach, kom!’
‘Nee. Misschien moet jij, moeten jullie, ook eens bedankjes in ontvangst leren nemen.’
‘Ja. Je hebt gelijk. Misschien moeten Edith en ik dat nog leren. Maar alleen als jij mij belooft dat je ons niet steeds blijft bedanken voor van alles en nog wat.’ Max wachtte op een antwoord en toen dat naar zijn mening niet snel genoeg kwam, vroeg hij: ‘Beloofd?’
‘Ja.’
‘Oké. Denken is op zich niet slecht. Je kunt je hersenen gebruiken als een gereedschapskist. Heb je het nodig, dan haal je het tevoorschijn en gebruik je die dingen die je nodig hebt. Als de klus geklaard is, berg je het weer op en gaat de kist terug naar de schuur of waar je hem ook maar hebt staan.’
‘Dus niet steeds denken maar alleen gericht? Begrijp ik het zo goed?’
‘Ja. Het is constructiever.’
Richard keek Max aan. ‘Zit je met iets? Is er een probleem?’
‘Kun je dat zien?’ vroeg Max verbaasd.
‘Nou ja … nou ja … klinkt misschien stom maar ik … ja … ik denk dat ik het aan je gezicht kan zien.’
Inderdaad. Max zat met iets. Het telefoongesprek dat hij met Nick had gevoerd was goed geweest. Hun bondgenoot in Canada had precies gedaan wat ze hadden afgesproken. Nadat hij Stan had afgeleverd op het vliegveld was hij teruggereden naar Metchosin en had daar bij de politie, met het formulier dat door Max was opgesteld en door Richard ondertekend, aangifte van de mishandeling van Stan gedaan. Tot zover alles volgens plan. Maar er was ook iets geweest dat hij totaal niet had verwacht in de berichtgeving vanuit Canada. ‘Er is inderdaad iets maar … ik weet niet of ik het je moet vertellen. Je hebt namelijk vanmiddag nog gezegd dat je van het hele onderzoek dat ik aan het opstarten ben pas iets wil weten als ik alle antwoorden verzameld heb.’
‘Ja,’ Richard bevestigde dat wat hij aan Max had aangegeven. Hij hield niet van halve antwoorden. Die zouden alleen maar nieuwe vragen oproepen en daar zat hij niet op te wachten.
‘En toch … toch denk ik dat ik even om die belofte heen moet. Ik … het is belangrijk … denk ik.’
Het was duidelijk te zien dat het Max hoog zat. Datgene waar hij het over had, moest belangrijk zijn. ‘Oké, ik ga op jouw mening af. Als jij denkt dat het belangrijk is voor mij om te weten dan … vertel het dan maar.’
‘Zeker weten? Want ik houd er absoluut niet van om een gedane belofte te verbre… ‘
‘Dat begrijp ik maar als het echt belangrijk is … dan wil ik het weten ook.’
Max begon voorzichtig. Legde uit dat Nick alles volgens plan had gedaan. Dat de aangifte in Metchosin was opgenomen maar dat het toch allemaal iets anders was verlopen dan ze vooraf hadden gedacht.
‘Wat was er dan?’ klonk het ongeduldig nu uit Richards mond.
Max besloot omzichtig te blijven en haar te benoemen zoals de jongen altijd had gedaan, ook al was dat voor hem minder natuurlijk. ‘Toen Nick aankwam en de wachtcommandant achter de balie de naam van Stan in onze tekst zag, werd hij meteen meegenomen naar een kamertje. Daar kwam even later een inspecteur om met hem te praten.’
Onrust, dat is wat Richard ineens voelde. ‘Alles is toch wel goed, hè? Stan zit gewoon in het vliegtuig en is onderweg hierheen, toch?’
Max stelde hem gerust en verzekerde hem dat zijn broer echt onderweg was. ‘Dat is allemaal goed gegaan.’
‘Ik snap het niet!’
‘Ik klets erom heen. Sorry. Ergens in de ochtend heeft zij een bezoek gebracht aan het politiebureau waar Metchosin onder ressorteert.’
‘Die aan Atkins Avenue.’
‘Ja. En daar heeft zij aangegeven dat zij er weet van heeft dat Stan een tijdje bij zijn oudere broer in de Verenigde Staten zal zijn.’
Verbazing. Grote verbazing want hij snapte er helemaal niets meer van. Maar hij wilde niet met vragen blijven zitten. Hij moest antwoorden hebben. ‘Waarom? Waarom heeft ze dat gedaan?’
‘Ik weet het niet, jongen. Maar … ik denk dat het wel gunsti.. ‘
‘Waarom zou het gunstig zijn!’
‘Probeer rustig te blijven, Richard. Ik bemerk dat je je boos maakt. Zie ik dat goed?’
Inderdaad, Richard was boos. Alles was door hem, Edith en Max uitstekend gepland en nu … nu had zij zich er ineens mee bemoeid en zou het goed zijn!’
‘Laat het los, Richard. Misschien had ik erover moeten zwijgen. Het voor me houden. Dan zou jij nu niet zo boos zijn.’
‘Flauwekul! Ik snap gewoon niet waarom zij het heeft gedaan!’
‘Ik ook niet.’
Maar er was nog meer dat Richard niet snapte. ‘Wanneer heeft ze dat gedaan? Zei je niet in de ochtend?’
Max knikte.
‘Ik snap er gewoon niets van. Stan heeft gezegd dat hij pas belde toen zij beiden van huis waren. Toen pas durfde hij te bellen.’
‘Het kan zijn dat ze terug naar huis gekomen is en daar het briefje heeft gevonden dat Nick er had achtergelaten.’
‘Ja. Moet wel want anders begrijp ik het helemaal niet meer. Maar … in al die jaren heb ik nog nooit meegemaakt dat zij terug naar huis is gegaan voor iets. Ze is niet vergeetachtig of zo. Goed georganiseerd juist. Nog nooit heeft ze dat gedaan.’ Een vreemd gevoel maakte zich van hem meester. Het was raar. Vreemd. Bijzonder. Het gedrag van haar was niet te verklaren. ‘Maar … dan heeft ze dus geweten dat ik niet ergens in Canada was maar in de Verenigde Staten want dat stond niet in ons briefje.’
‘Ja. Daar lijkt het op. Enig idee hoe ze dat zou kunnen weten?’
Een antwoord kwam snel: ‘De enige manier waarop ze daar achter heeft kunnen komen is door te weten met welke veerboot ik het eiland heb verlaten.’
‘Gaat er één veerboot naar de V.S?’
‘Nee, meerdere. Naar diverse plaatsen maar … ze heeft geen plaats genoemd toch?’
‘Je hebt gelijk. Ze heeft alleen het land genoemd.’
‘Maar … die verklaring van haar heeft er nu voor gezorgd dat Stan zonder problemen mee kon naar hier?’
‘Het is in elk geval handig. Ik denk dat hij sowieso mee had gekund omdat hij net als jij Amerikaans staatsburger is maar het is goed dat één van zijn … dat zij verklaard heeft dat zij achter dat plan staat.’
Moest hij haar dankbaar zijn nu? Ook dat voelde vreemd voor Richard. Hij voelde hoe een huivering over zijn rug trok. Bewust schudde hij het van zich af. ‘Ik weet het niet.’
‘We weten niet waarom zij het heeft gedaan, jongen. Laten we het daar op houden. We begrijpen het niet omdat we haar niet kennen. Niet weten wat zij ermee voor heeft. Zullen we het afsluiten?’
Richard was het daar helemaal mee eens. Hij wilde er geen minuut langer over nadenken meer en knikte naar Max.
‘Ben je moe nu?’
‘Nee, dat valt mee.’
‘Als je moe bent moet je dat gewoon zeggen hoor en anders wil ik graag een boom met je opzetten.’
Richard keek hem vragend aan. Hij snapte dat wat Max bedoelde niet.
‘Is dat typisch Amerikaans die opmerking?’ vroeg Max toen hij zag dat het niet gesnapt werd.
‘Ik snap het in elk geval even niet.’
‘Ik bedoel dat ik graag even met jou wil praten over wat jouw ideeën zijn geweest over de toekomst van Stan en jou. Het kan nog mooi want Anna is nog maar net begonnen met het eten. Tenminste,’ zo voegde hij er aan toe, ‘als jij dat wilt? Je mag gerust nee zeggen. Het is jullie leven en je hoeft mij niet overal in te kennen.’
Richard voelde het absoluut niet als een verhoor of zoiets. Hij merkte de daadwerkelijke interesse van Max op en vond het fijn om zijn gedachten over de toekomst van zijn broer en hem te toetsen. Want … had hij alles wel altijd goed gehad? Zaten er geen ondoordachte dingen in zijn plannen? ‘Ja, dat is goed,’ zo zei hij.
‘Wat waren jouw plannen voor als je eenmaal afgestudeerd was en Stan hier naar toe had gehaald. Want dat was toch jouw bedoeling?’
‘Ja. Dat was mijn opzet. Ik wilde dan samen met hem ergens gaan wonen hier. Niet in mijn studentenflat natuurlijk want die is te klein. We moeten beiden een eigen slaapkamer hebben, in elk geval. Het was mijn bedoeling om het werk dat ik nu al doe voor Fred in eigen beheer te doen.’
‘Computerbeheer dus.’
‘Ja. Ik heb het idee dat heel veel mensen het fijn vinden als je bij hen thuis komt daarvoor. Zelf vind ik dat ook prettig. Je ziet dan namelijk ook hoe mensen met hun apparatuur omgaan en tegen welke problemen ze aanlopen.’
‘Ja. Dat kan ik me heel goed voorstellen. Vandaar ook mijn uitnodiging aan jou. En wilde je ook nog verder studeren daarnaast?’
‘Nee. Ik denk niet dat ik daar de mogelijkheid voor zal hebben. Er moet geld op de plank komen en ik zal degene zijn die dat moet verdienen. Maar de hardop uitgesproken gedachten van Fred en zijn voorstel naar mij toe hebben alles wel wat aan het wankelen gebracht.’
‘Dat begrijp ik. Het is een erg aanlokkelijk aanbod, nietwaar?’
‘Ja. Eentje waarover ik nog niet heb willen nadenken eigenlijk.’
‘Vanwege de onrust die dat waarschijnlijk zal brengen in je hoofd en gedachten?’
Richard knikte. Dat was precies waar hij bang voor was. Alles wat hij bedacht had zou dan ineens heel anders kunnen zijn. Natuurlijk zou hij de eerste jaren nog niet meteen volledig financieel verantwoordelijk zijn. Zo had Fred het gebracht in elk geval. Eerst zou hij Freds werknemer zijn als filiaalhouder hier in Monterey en pas later zou hij de zaak echt overnemen. Het was een opstapje naar, als het ware. Maar toch … toch was het anders dan hij ooit gedacht had en … dat zorgde ervoor dat hij het zou moeten overdenken.
‘Richard,’ zo sprak Max terwijl hij de jongen heel rustig tegen zijn onderarm tikte, ‘spreek je gedachten uit. Blijf er niet mee in je hoofd zitten. Deel ze met me, als je dat wilt. Het zal je opluchten.’
En omdat Richard dat ook zo voelde bracht hij dat wat hij eerder in zijn hoofd had laten rondspelen onder woorden en breidde hij het uit. Gaf hij Max inzicht in het hele plaatje dat hem bezig hield met daarin ook heel duidelijk de zorgen om Stan. Stan die bijzonder was. Die nooit echt goed onderwijs had gehad omdat hij nooit getest was. Nooit was er onderzocht waarom Stan bijzonder was en als dat wel zou gebeuren zou hij misschien nog kunnen groeien. Opbloeien. En dat zou misschien een stukje van zijn voortdurende zorgen om zijn broer weg kunnen nemen.
Dat Richard zich enorme zorgen om Stan maakte was duidelijk voor Max. Hij begreep dat volkomen. Voor hem was duidelijk dat ze Stan zouden moeten onderzoeken. Natuurlijk alles heel voorzichtig. Alles in kleine gedeelten. In een voor de jongen veilige omgeving. En dan kijken wat er met hem te bereiken viel. Ook om Richard enigszins te ontlasten, want het kon natuurlijk niet zo zijn dat Richard alles alleen zou moeten opknappen.
‘Oh ja, dit moet ik je in elk geval nog vertellen over Stan,’ zei Richard nadat zijn woordenstroom was opgedroogd. ‘Het is belangrijk.’
* * *
Richard werd wakker van een geluid dat hij in eerste instantie niet herkende. Toen hij het even op zich had laten inwerken, wist hij het te plaatsen: het zachte gesnurk van Stan. Hij draaide zijn hoofd in de richting van het andere bed en op dat moment overvielen allerlei emoties hem. Hij voelde zich opgelucht dat het Edith en de anderen gelukt was om Stan veilig hierheen te brengen. Blijdschap omdat de arts, waar Stan na aankomst op het vliegveld heen had gemoeten, hem ook weer had laten gaan; er was dus niets ernstigs met hem aan de hand. En naast die blijmoedige gevoelens was er ook verdriet; verdriet dat zich liet kennen door de tranen die langzaam uit zijn ooghoeken liepen. Hoe zou alles nu verder moeten? De avond ervoor had hij uitgebreid met Max gepraat. Eerst in de slaapkamer en later ook nog aan tafel waar hij maar heel erg weinig van het heerlijke eten dat Anna had gemaakt op had gekund. Een knoop in zijn maag had hem verhinderd er echt van te kunnen genieten. Noch Anna, noch Max had er iets van gezegd dat hij maar zo weinig had gegeten. Hij had hun liefde en bezorgdheid echter wel gevoeld. En dat laatste voelde rot. Hij wilde niet dat anderen bezorgd om hem waren. Hij had zich altijd zelf kunnen redden! Was altijd sterk geweest! En nu … nu kon hij dat eventjes niet. En wat als ze er ooit achter zouden komen? Wat dan? Moest hij zijn plannen om zich in Monterey te vestigen nu al opgeven of … of toch maar eerst wachten en aanzien wat ervan zou komen. In elk geval zou hij niet te veel moeten loslaten. Voorzichtig moeten zijn met dat wat hij vertelde. Het voelde hartstikke goed om van je af te kunnen praten maar … Nee. Niet alles zouden ze mogen weten.
Hij knipte het lampje naast zijn bed aan en draaide daarna zijn hoofd weer in de richting van zijn broer. Hij lag er rustig bij en sliep diep. Berty de beer zat in de stoel bij het raam waar Max eerder had gezeten en op het tafeltje stond de grote, houten kist met Stans verzameling stenen. Richard glimlachte. Ineens sloeg Stan toch zijn ogen open.
‘Hé, Rich! Ben je wakker?’.
‘Ja. Heb ik je wakker gemaakt toen ik het licht aandeed?’
‘Weet niet,’ zei Stan en viel stil. ‘Maar het was echt geweldig, man! Ik heb walvissen gezien en in een vliegtuig gezeten! Ik mocht naast de piloot en heb ook mogen sturen!’
‘Echt?’
‘Ja, man!’ Stan sloeg het dekbed weg en liep om de bedden heen om bij Richard op de rand van diens bed te gaan zitten. ‘Het was echt zo mooi! En Nick heeft me heel goed geholpen. We zijn eerst naar zijn huis geweest en daarna naar het natuurreservaat. Hij heeft me heel veel mooie dingen laten zien.’
‘Leuk, Stan,’ antwoordde Richard terwijl hij zijn broer, die gekleed was in een witte wijde short en wit T-shirt, goed in zich opnam. Het waren ongetwijfeld geleende spullen maar dat deed er niet toe. Anna had, ergens in de loop van de dag, zijn eigen kleren opgehaald maar vanwege zijn arm droeg hij nog steeds een geleend pyjamajas. ‘En hoe vind je het hier?’
‘Leuk!’
‘Het was al erg donker zeker toen jullie hier aankwamen.’
‘We waren laat. Hebben nog iets gedronken. Zijn toen snel gaan slapen. Eerst heb ik gedoucht maar niet hier. In een andere badkamer. Ze hebben er wel zes, zei Edith! Wie heeft er nou zes badkamers!’
‘Het is een groot huis, Stan. En er hebben hier heel veel verschillende mensen gewoond.’ Op het moment dat hun gesprek opnieuw stil viel, keek Richard zijn broer heel goed aan. Hij zag de blauwe plekken op zijn armen en op zijn gezicht, het blauwe oog dat nog grotendeels dicht zat, een wond in zijn hals. Verdomme! Waarom had hij Stan niet kunnen helpen dit keer? Maar nu moest hij sterk zijn voor Stan! Hij mocht niet huilen hoewel hij dat heel erg graag wilde. Hij pakte de hand van Stan beet en vroeg: ‘Gaat het goed met jou? Zei de dokter nog iets bijzonders over jou?’
‘Ze hebben foto’s gemaakt maar alles was goed. Ze hebben nieuwe pleisters geplakt maar dat hadden Nick en Edith ook al gedaan.’
‘Je bent sterk, broer!’
‘Ja.’
‘Ik ben eventjes niet zo sterk als ik wel zou willen maar dat komt wel weer goed.’
Er werd op de deur geklopt. Stan wilde snel terug naar zijn bed gaan maar Richard hield hem tegen door zijn hand stevig vast te houden, en riep zachtjes: ‘Binnen’.
‘Alles goed hier?’ vroeg Max die zijn hoofd om de hoek van de deur stak.
‘Ja. Ik was wakker geworden,’ zei Richard, ‘van het snurken van Stan.’
‘Ik snurk niet,’ verweerde Stan zich.
‘Echt wel!’ plaagde Richard hem met een brede glimlach op zijn gezicht.
Max keek de broers aan en moest glimlachen. Dit zag hij graag. Ze lachten en dolden met elkaar en dat was een goed teken. ‘Ik heb mijn uurtjes slaap erop zitten. Iemand zin in een vroeg ontbijt?’
‘Ja!’ riep Stan en stond op van Richards bed. Maar toen Richard niet reageerde keek hij hem aan en zei: ‘Jij niet?’
‘Nee. Ik ga nog even wat slapen. Maar ga met Max mee en eet wat. Je hebt het nodig. Je bent nog in de groei.’
Max haalde een badjas uit de kast en reikte die de jongste van de twee broers aan. ‘Kom, Stan,’ moedigde hij de jongen aan toen hij toch enige twijfel op diens gezicht meende te bespeuren, ‘laat me maar eens zien hoeveel honger je hebt.’ En dat zorgde ervoor dat Stan met hem meeging.
Het leek goed te gaan met Stan, zo overdacht Richard, toen hij weer alleen was. Hij had in elk geval zijn eetlust nog.
* * *
Tegen zes uur werd Richard opnieuw wakker. Het was nog niet licht buiten. Stan lag nu op zijn linkerzij van hem afgedraaid. Dit keer snurkte hij niet. Richard glimlachte en drukte op de knop van de bel naast zijn bed.
‘Goedemorgen,’ fluisterde Max toen hij de kamer binnenkwam. ‘Meneer, heeft gebeld?’
Richard moest glimlachen. ‘Ja. Ik moet naar het toilet en heb nu wel zin in wat eten.’
‘Kom, dan help ik je,’ zei Max en zorgde ervoor dat Richard zonder al te veel pijn uit bed werd geholpen. ‘Gezien Doornroosje in het andere bed lijkt het me beter om van een ander toilet gebruik te maken. Vind je niet?’
Richard was het met hem eens en daarom maakte hij even later gebruik van het toilet in de hal. Toen hij klaar was, liep hij met Max naar de keuken.
‘En hoe vond je broer het hier?’
‘Hij was enorm verbaasd over het aantal badkamers.’
Max schoot in de lach. ‘Gisteravond ook al,’ zei hij. ‘Edith vertelde hem het een en ander over ons huis en hij kreeg ogen als schoteltjes toen hij het aantal slaap- en badkamers hoorde.’
‘Ons wereldje is altijd klein geweest,’ zei Richard terwijl hij aan tafel ging zitten.
‘Wat wil je eten?’
‘Hebben jullie muesli in huis?’
‘Zeker wel. Fruit en honing erbij?’
‘Graag.’
Even later zaten ze elk met hun ontbijt voor zich aan tafel.
‘Weet je dat je uiterlijk helemaal niets lijkt op Stan.’
‘Ja. We hebben beiden zwart haar maar verder is er geen enkele overeenkomst, hè?’
‘De haarkleur is dan wel gelijk maar … er zit toch ook duidelijk een verschil in. Het heeft te maken met de glans erin. Tenminste … zo zie ik dat. Toen ik Stan gisteravond voor het eerst echt zag was ik enorm verbaasd. Nou is het natuurlijk niet altijd zo dat broers of halfbroers op elkaar lijken maar vaak zie je toch wel iets dat overeenkomt maar bij jullie twee heb ik dat nog niet kunnen ontdekken.’
‘Verder zoeken heeft ook geen zin. Ik heb het vaak genoeg gehoord dat er tussen ons beiden geen gelijkenis is. Ik… ‘ Richard viel stil. Hij nam een nieuwe hap van het eten in zijn kom en zei, toen hij dat goed gekauwd en doorgeslikt had: ‘Als ik op een van hen lijk dan is het op… op haar. Stan lijkt het meest op hem. Maar dat is alleen maar lichamelijk. Zij is slank en hij breed. Een echte gelijkenis is er ook met hen niet volgens mij. Tenminste … het is mij nooit opgevallen.’
‘Stan is groot. Breed in de schouders en enorm sterk, lijkt me.’
‘Dat is ook zo. Een partijtje stoeien met hem leidt er steevast toe dat ik verlies en dat is al heel wat jaren zo. Ik ben dan wel zijn grote broer maar al jaren een flink aantal centimeters kleiner. En voorlopig zal dat alleen nog maar meer worden want ik vraag me af wanneer hij stopt met groeien.’
‘En een eetlust!’ sprak Max, grote verbazing leggend in zijn stem.
‘De onkostennota zal straks erg hoog zijn, zo denk ik.’
‘Onkostennota?’

*

Morgenster – 6 – Morgenster – 8