Het wachten duurde Richard lang. Eerst hadden ze thuis nog wat moeten wachten voor ze naar het ziekenhuis konden rijden. Alle dingen die hem, en eigenlijk ieder gezond mens, normaal gesproken goed afgingen zoals lopen, zitten en liggen, kon hij nu niet. Hij kon het wel maar alles maar eventjes. Even een eindje lopen maar meer dan een paar passen heen en weer op het terras was het niet. Daarna moest hij weer gaan zitten. Maar ook dat niet voor lang want dan kreeg hij last van zijn rug en schouders en leek het alsof zijn longen samengeperst werden. Dan maar weer in de benen. Max was thuisgebleven – omdat Edith van mening was dat zij Stan beter kon verzorgen dan hij – en kwam aanzetten met een luchtbed en pomp. Hij zorgde voor lucht in het luchtbed en legde dat op een ligbed neer zodat Richard af en toe ook even kon gaan liggen. Tegen half negen gaf Max aan dat het goed zou zijn als hij zich even ging douchen. Richard zag het in zijn hoofd al voor zich: een hel zou het worden. Maar Max zorgde ervoor dat het goed te doen was. Hij liet hem niet alleen zijn gang gaan maar verzorgde hem helemaal en dat was maar goed ook want zijn rechterarm kon hij nu helemaal niet meer bewegen. Het enige dat hij hoefde te doen was rechtop blijven staan. Max zeepte hem in, waste zijn haren en spoelde hem af om hem daarna af te drogen en aan te kleden. Na die douchebuurt, waarbij hij praktisch helemaal niets had hoeven doen, voelde hij zich verfrist maar merkte hij ook dat hij doodop was. Gelukkig kon hij even bijkomen in de auto. Voor ze weggingen had Max nog even met Alice Jenkins gebeld. Hij had haar zijn status quo medegedeeld en een tijdje met haar gepraat. ‘Heeft ze een vermoeden?’ had hij toen willen weten.
‘Ze denkt dat je op z’n minst een rib gebroken heeft. Volgens haar is het niet goed kunnen doorademen daar een teken van.’
‘Maar kan het niet gekneusd zijn?’
‘Kneuzen doet ook pijn maar volgens mij heb jij meer last van ineens opkomende pijn. Pijnscheuten, laat ik maar zeggen. Klopt dat?’
‘Ja. Soms is het even weg en dan ineens weer terug.’
‘Als je het goed vindt blijf ik straks bij alles waar dat mogelijk is bij je maar probeer het zelf ook goed aan te geven aan de arts die je straks zal behandelen.’
Het duurde zo’n twintig minuten voor ze bij Monterey Bay Urgent Care waren. Eerst had hij zich moeten inschrijven. Geheel rechts als hij was liet hij het invullen van de formulieren over een Max. Een verzekering had hij niet en hij voelde zich heel erg schuldig toen hij dat moest aangeven.
‘Geeft niets. Alles wordt verzorgd en maak je daar vooral niet druk over.’ Maar Max zag heel duidelijk dat het Richard absoluut niet aanstond. ‘Ik zie op je gezicht dat je er moeite mee hebt.’
‘Ja. Ik … ik kan dit niet van jullie vragen.’
‘Nee. Dat hoeft ook niet. Het wordt je geschonken allemaal. Open je handen, Richard. Edith zei dat gisteravond al en ik herhaal het. We zullen nog veel meer voor jullie gaan doen en we weten heus wel dat je het niet zult kunnen betalen maar laat ons voor jou en Stan zorgen.’
‘Maa… ‘
‘Nee. Geen mitsen en maren. Laat je verzorgen. Geef je verzet tegen het afhankelijk zijn van iemand anders op, Richard, want anders maak je het jezelf nog steeds veel te moeilijk en het lijkt me dat je het al moeilijk genoeg hebt.’ Op een antwoord wachtte Max niet. Hij leverde de formulieren in en praatte eventjes met de vrouw achter de balie. Richard voelde zich misselijk worden. De pijn was ineens weer heel hevig. ‘Max!’ riep hij. Meteen werd er actie ondernomen. Meteen waren er heel veel mensen om hem heen. Hij had niets gezegd verder maar in een ommezien lag hij languit op een brancard in een door gordijnen afscheiden ruimte met een zuurstofmasker op zijn neus en mond. Max stond naast hem en hield zijn hand vast. Aan de andere kant stond een verpleegster die hem vroeg de mate van pijn aan te geven in een cijfer van 1 – geen pijn – tot 10 – veel pijn. Richard stak, nadat Max zijn hand had losgelaten, tweemaal de vijf vingers van zijn linkerhand op. Ze ging even weg en kwam terug met iemand anders.
‘Ik ben dokter Jarvis. Vertelt u mij eens wat er is gebeurd.’
Richard richtte zijn blik op Max en die begon de arts uit te leggen wat er gebeurd was.
‘Oké, een val op hard beton. En geen hoofdletsel?’
‘Dat weten we niet,’ antwoordde Max, ‘De verpleegkundige op school heeft wel gekeken of er sprake was van een hersenschudding maar heeft dat toen niet kunnen constateren.’
‘Ik ken de test. Heel goed maar observatie gedurende langere tijd is beter. Heeft hij geslapen vannacht?’
‘Eerst lukte dat niet. Later heeft hij een dik uur geslapen maar is daaruit wakker geworden door een nachtmerrie. Daarna waren het allemaal hazenslaapjes.’
‘Spelen er nog andere dingen? Het valt me namelijk op dat,’ snel keek ze even op haar papieren, ‘Richard nogal paniekerig uit zijn ogen kijkt.’
Even wisselde Max een blik met de jongen op de brancard en zijn ogen zeiden hem voldoende. ‘Er is sprake van een gezinsdrama. Iets wat al jaren speelt en waarover Richard gisteren pas voor het eerst heeft durven praten.’ Het was niet helemaal conform de waarheid maar hiermee zou de arts het moeten doen.
‘Oké, en die val in de fietsenkelder is echt een val in de fietsenkelder of heeft die ook te maken met dit familiedrama, want u beiden zult begrijpen dat als dit wat ik hier en nu zie,’ en ze wees op Richard, ‘en straks krijg te zien op röntgenfoto’s het gevolg is van mishandeling dan ben ik verplicht aangifte te doen.’
‘Het is echt een val geweest en hij heeft daarvan een getuige,’ reageerde Max. ‘Nancy Feldmann is zijn getuige.’ En daarna legde Max haar uit hoe het precies was gekomen dat Richard in onzachte aanraking was gekomen met de vloer van de fietsenkelder.
‘Oké, dank u.’ Toen richtte de arts zich tot de verpleegkundige en werd er even overlegd. ‘Ik kom straks bij u terug met een voorstel voor behandeling.’
‘En nu?’ vroeg Richard vanachter zijn zuurstofmasker.
‘Rustig blijven liggen, jongen. Probeer rustig te blijven ademen want je piept zowat, man!’
Dat piepen vond Richard overtrokken. Maar … gemakkelijk ging het ademhalen ook niet. De verpleegster kwam terug en zei dat ze hem twee injecties zou geven. De ene was een pijnstiller en de ander een rustgevend middel. Dat laatste wilde hij eigenlijk niet maar toen hij naar Max keek waren diens ogen onverbiddelijk. ‘Oké. Ik geef me over in uw handen, mevrouw,’ merkte hij op. Beide spuiten werkten snel. Eerst kwam de rust, zo leek het. Hij voelde zijn spieren ontspannen en werd heel rustig van binnen. Hij werd zelfs iets slaperig en … nou ja … ook geen wonder. Hij had de hele nacht haast niet geslapen. De pijn ging ook gedeeltelijk weg. Niet helemaal. Er bleef iets zeurend hangen maar de vlammende pijn verdween gelukkig wel.
‘En als de pijn weer heviger wordt,’ zei Max, die naast hem was gaan zitten, ‘moet je het aangeven, dan krijg je nog een injectie.’
‘Wil je me als speldenkussen laten gebruiken?’
‘Ze halen de naalden er wel weer uit hoor! Tenminste als je geluk hebt.’
Het wachten op de arts duurde een vijftien minuten. Toen was ze terug met papierwerk en een mannelijke verpleegkundige dit keer.
‘Ben rijdt jullie naar de fotoshop,’ zei ze op vrolijke toon. ‘Wel lachen straks hoor! Ik zie mijn patiënten graag lachend op de foto. Doe je je best?’
‘Ja, mevrouw.’
Het ging allemaal best snel. Er was daar geen wachtruimte maar hij werd meteen een ruimte binnengereden met allerlei apparatuur. Max mocht helaas niet mee en dat vond hij enorm jammer maar hij begreep het wel. Het was vanwege de straling. Eerst werden er foto’s van hem gemaakt terwijl hij op zijn rug lag. Toen hielpen twee mensen hem op zijn linker zij. Een foto dus van de rechter, geblesseerde, kant. Het draaien veroorzaakte pijn. En toen moesten er nog foto’s gemaakt worden terwijl hij stond. Eerst ging het terug op zijn rug en bleef hij even liggen om op adem te komen. Daarna ging het bovenstuk van de tafel waarop hij lag langzaam omhoog zodat hij in zittende positie kwam. Dat zorgde voor meer druk en meer pijn. Het moest aan zijn gezicht te zien zijn want ze vroegen hem of het wel ging. ‘Ja, maar langzaamaan alsjeblieft. Ik heb steeds tijd nodig om me aan te passen.’ Ze begrepen het en zeiden dat hij zelf moest aangeven wanneer hij eraan toe was om van de brancard te komen. Hij nam de tijd en toen hij zich sterk genoeg voelde, leidden ze hem naar een ander apparaat. Daar moest hij twee beugels, één links en één rechts, beetpakken. Hij begreep dat zijn borst nu in zijn geheel op de foto gezet zou worden. Hij voelde zich moe. Heel moe. Op aangeven van een van de medewerkers ademde hij in en hield zijn adem vast. Daarna mocht hij het weer loslaten. Het zorgde ervoor dat hij een hoestbui kreeg. Rechtop blijven staan, zoals Max hem die ochtend had aangeraden, lukte niet. Hij liet de beugels los, deed een stap naar achteren en voelde meteen ondersteuning van een van de medewerkers die hem vroeg of het wel ging. ‘Ja. Even op adem komen en ik weet dat het beter is om rechtop te blijven staan maar dat lukt gewoon niet.’
‘Hè, ik heb je geen verwijt gemaakt hoor!’ zei ze terwijl ze hem naar een stoel begeleidde.
‘Sorry. Zo bedoelde ik het niet.’
‘Nee, ik begrijp het. Nog één plaatje en dan ben je klaar. Maar neem de tijd om even op adem te komen. Oké?’
Richard knikte en nam zich voor om als hij weer uit mocht ademen hij dat heel rustig zou doen. Niet ineens alles loslaten maar heel kalm de adem tussen zijn lippen door uitblazen. Hij was er klaar voor. Ging onder begeleiding weer naar het apparaat en volgde de aanwijzingen die hij kreeg keurig op. Op het moment dat hij de ingehouden adem weer los mocht laten deed hij dat heel rustig en ineens … ineens voelde hij zich onwel worden. Hij werd duizelig en … daarna was er niets.
Toen hij weer bij zijn positieven kwam lag hij languit in een echt bed, onder een wit laken en een dunne, blauwe deken, in een andere ruimte en Max zat naast hem. Hij wist dat hij tijd kwijt was maar niet hoe dat zo gekomen was.
‘Een plotselinge daling van je bloeddruk, Richard,’ zo beantwoordde Max de ongestelde vraag die hij zo duidelijk op het gezicht van de jongen had kunnen lezen.
‘En die laatste foto?’
‘Alle foto’s zijn goed gelukt. En nu moeten we rustig afwachten tot de arts ze bekeken heeft. Wil je iets drinken?’
Hij lustte wel een kop koffie want hij had dorst en wilde iets stevigs. Geen thee of zo in elk geval. Iets wat pit in zijn lijf zou brengen want hij voelde zich slap en dat wilde hij niet.
‘Kijk,’ zo wees Max naar het tafeltje naast het bed, ‘Zwart en heet. Ik had het al voor je besteld en ken je voorkeur. Drink het op maar niet nadat je iets gegeten hebt want anders denk ik dat je maag zal protesteren.’ Hij hield Richard een schaal met broodjes voor.
‘Wauw, hoort dit bij de service hier?’
‘Ja. Ze hebben niet graag dat hun patiënten onderuit gaan.’
Richard voelde een blos op zijn wangen verschijnen. Hij had het personeel toch niet in moeilijkheden gebracht? En meteen na de gedachte stelde hij die vraag aan Max.
‘Nee, echt niet. Ze willen alleen dat als jij hier weg gaat je je beter voelt dan nu. En daarom heeft iemand gezorgd dat er broodjes kwamen. Je moet wat aansterken. Je vermoeidheid heeft natuurlijk alles te maken met het slecht slapen van de afgelopen nacht en de pijn die je hebt maar er is natuurlijk meer.’
Richard wist waar hij op doelde. Het altijd maar bezig zijn. Het rennen van school naar een baantje en vervolgens naar een ander baantje en daarna naar nog weer een ander had een zware wissel op hem getrokken. En … dat drukke gedoe was natuurlijk niet alleen van de laatste tijd. Thuis was hij ook altijd bezig geweest. Van klein af aan had hij baantjes gehad om geld te verdienen. Hij deed boodschappen voor oudere buren. Bracht kranten rond. Onderhield tuinen in de buurt. Toen hij er midden in zat, had hij dat niet eens opgemerkt. Het lukte hem altijd omdat … nou ja … omdat hij een doel voor ogen had gehad. Dat doel was er nog steeds. Nog steeds wist hij niet of … of dit een eindoplossing zou zijn dat wat hem hier geboden werd. Hij wist het niet. Hij kon het nog niet overzien maar hij wilde er zich nu ook geen kopzorgen over maken. Hij zou deze pauze gebruiken om Stan daar weg te halen, laten halen, en voor hen beiden even een intermezzo in te lassen. Daarna zouden ze wel verder zien. ‘Ja, er is meer. Ik heb mezelf flink verwaarloosd.’
‘Ik denk dat dat een heel goede constatering is. En ik zal je nooit snel ongevraagd advies geven maar dit keer doe ik dat wel. Ik zou je willen aanraden om het een tijdje rustig aan te doen.’
‘En wat had je daarbij in gedachten?’ want hij voorvoelde dat Max al het een en ander had uitgedacht.
‘De komende week ga je niet naar school en laat je al die baantjes van jou voor wat ze zijn.’
‘Maa… ‘
‘Ik regel vervangers voor je.’
‘Oh.’
‘Ik begrijp heus wel dat jij je werkgevers, zo van het ene op het andere moment, niet in de kou kunt laten staan en daarom heb ik voor de honden tussen de middag al iets geregeld. Al de baasjes laten je groeten en hopen dat je snel weer beter zult zijn.’
Richard stelde geen vragen maar die waren er natuurlijk wel. Hoe wist Max bijvoorbeeld voor wie hij de honden uitliet? Maar hij wilde het niet weten. Laat het hem maar regelen, dacht hij. ‘De sleutels van de drie appartementen zitten in mijn rugzak aan een sleutelring.’
‘Goed. Die laat ik dan straks ophalen. Mevrouw O’Malley was blij met de hulp van Nathan vanmorgen maar vond het niet nodig dat ik iemand anders regelde voor de komende tijd. Ze wist wel iemand. Ook zij wenst je beterschap.’
Richard voelde een traan aan zijn oog ontschieten. Het medeleven van al deze mensen was roerend. Het deed hem goed en tegelijkertijd werd hij er emotioneel van.
‘Het is goed, Richard, om te laten zien dat je emoties hebt. Veel te lang heb je die verborgen, volgens mij.’
Richard knikte. ‘Ja. Ik kon ze niet uiten. Had niemand om ze aan te laten zien. Niemand die … die vertrouwd of veilig was.’
‘En Stan?’
‘Nee. Bij hem deed ik het ook niet. Hij … hij kan zoiets niet aan. Als ik hem zou laten zien dat ik zwak ben of ziek of beroerd dan zakt ook hij in.’
‘Heeft hij invoelend vermogen?’
‘Nee.’
‘Ik meende zoiets al ontdekt te hebben toen je gisteravond met hem belde. Je vertelde dat je gevallen was en volgens mij kwam er geen reactie van hem. En vanmorgen opnieuw.’
‘Zo is Stan nou eenmaal. Hij kan er niets aan doen.’ Even moest hij glimlachen. ‘Ik heb hem zover dat hij op ons dagelijks telefoonmoment mij vraagt hoe het was op school en op mijn werk. Maar dat is niet vanuit hem zelf gekomen. Ik heb hem er regelmatig op gewezen dat ik het leuk zou vinden als hij dat zou vragen. En op een gegeven moment heeft hij dat opgepikt. Of het hem echt interesseert weet ik niet, maar zo kan ik in elk geval iets kwijt van mijn leven hier aan hem.’
‘Maar vind je het niet moeilijk dat hij zo is?’
‘Nee. Dat is gewoon zoals hij is.’
‘Zou je het niet liever anders zien?’
‘Nee. Dan zou hij zichzelf niet zijn. En ik … Nou ja … Hij is zoals hij is.’
* * *
Onderweg van het ziekenhuis naar het huis van de Drummonds zag Richard dat Nancy twee keer had gebeld. Ook zag hij twee SMS’jes. In de eerste gaf ze aan dat vliegen boven zee een pracht van een belevenis was. In de tweede meldde ze dat Nick contact met Edith had gehad en dat hij en Stan in Port Renfrew waren. Hij kende de stad en het gebied eromheen. Iets na elf uur waren Richard en Max weer terug bij het huis aan Sunset Point. De foto’s hadden aangetoond dat er geen schade aan de longen was maar dat er rechts wel drie ribben waren gebroken en dat andere gekneusd waren. Dokter Jarvis had Richard de keuze gelaten: of intapen of niet. Hij had haar gevraagd naar voor- en nadelen en hoewel hij wist dat hij zijn eigen beslissing zou moeten nemen, had hij na de uitleg van de arts toch Max gevraagd naar zijn voorkeur. Die had hem gewezen op het feit dat hij op dit moment een enorme hoeveelheid stress te verwerken had en dat het hem daarom beter leek het te laten intapen. Toen Richard naar de arts had gekeken had hij haar instemmend zien knikken en was de keuze snel gemaakt. Het niet kunnen bewegen van zijn rechterarm was een probleem van de spieren en dat zou zich, volgens de arts, helemaal herstellen.
In de kliniek had hij ook medicijnen meegekregen: een pijnstiller, een kalmerend middel en een slaapmiddel. Dat laatste zag hij niet echt zitten. Thuisgekomen was de buurvrouw er. Zij stelde zich voor als Anna Juckers en Richard veronderstelde dat zij dan de andere buurvrouw moest zijn en niet de oma van Nancy omdat Nancy’s achternaam Feldmann was. En toch … toch had hij het idee dat hij overeenkomsten in het gezicht kon zien. Max hielp hem uit de droom.
‘Anna is de oma van Nancy.’
‘Dus toch? Ik dacht vanwege de achternaa… ‘
‘Gebeurt me vaker,’ interrumpeerde Anna, ‘ik heb altijd mijn meisjesnaam gebruikt en blijf dat ook maar doen. Veranderen heeft na al die jaren geen zin meer. Ik heb,’ en ze richtte zich tot Max, ‘het nieuwe beddengoed meteen even op een kort programma gewassen en daarna in de droger gedaan. De verstelbare lattenbodems en matrassen zijn geïnstalleerd en ik heb de bedden opgemaakt.’
Richard had vreemd opgekeken bij deze ratelende opsomming en Max had moeten lachen.
‘Voor jou en Stan, jongen. Slapen in de stoel vannacht was een tijdelijke oplossing. Nu heb je een bed dat je zo kunt instellen als voor jou gemakkelijk is. Een bed is om in te slapen en niet een stoel. En nu niet komen met allerlei tegenwerpingen want daarvoor ben ik vandaag hartstikke doof. Anna, loop je even mee voor een kop koffie?’
Ze aarzelde even. ‘Nee,’ zei ze toen resoluut, ‘ik laat jullie met z’n tweetjes. Ik zou jullie alleen maar aan de praat houden met mijn eeuwige geklets. Als ik nog iets kan doen of zo, moet je me maar bellen. Nou, doei!’
‘Bedankt!’ riep Max haar na.
Richard zag dat zij halverwege de oprit een soort van wegwerpgebaar maakte. Een overduidelijk teken dat ze van het bedankje niets wilde weten. Hij volgde Max naar de keuken waar deze meteen aan de gang ging om een broodmaaltijd te maken. ‘Is het nog niet wat vroeg voor de lunch?’
‘Ja. Op normale dagen wel maar vandaag is geen gewone dag. Jij moet zorgen dat je veel slaapt. De arts heeft het gezegd en ook nog eens onderstreept door de medicijnen die ze je heeft gegeven. En dus gaan jij en ik nu alvast wat eten zodat je daarna meteen naar bed kunt.’
Erop bedacht dat hij geen ‘maar’ moest gaan zeggen, kleedde Richard zijn vraag anders in. ‘Ik zou graag wakker blijven zodat ik weet wat er verder allemaal gebeurt.’
‘Dat snap ik maar dat is geen doen. Je bent moe, Richard, en daaraan moet je toegeven. Als je je er tegen gaat verzetten wordt het alleen maar erger en knap je straks echt af. En, geloof me, daar heeft helemaal niemand iets aan. Ook Stan niet. Als hij straks hier is, dan heeft hij je nodig.’
Dat laatste deed Richard beseffen dat hij inderdaad moest gaan slapen. Bovendien waren ze nog niet eens in Victoria. ‘Oké, eerst eten en dan slapen.’
Meteen na de broodmaaltijd was Richard naar de kamer gegaan die hij nu zijn slaapkamer mocht noemen. Het rook er nieuw. Het was hetzelfde bed als gisteren maar, nu niet te zien, voorzien van een nieuwe lattenbodem en matras. Bovendien was het witte dekbedovertrek vervangen door iets dat veel fleuriger was.
‘Edith heeft het uitgekozen en hoopt dat je het mooi vindt.’
‘Ja. Dit is echt heel erg mooi.’ Het was een oprecht gemeend antwoord. Richard hield van bloemen en dit leek alsof er een veldboeket – van onder andere Californian poppy, Matilija poppy en Blue bedder – geschilderd was op een gebroken witte ondergrond. ‘Wauw, echt mooi. Ik … ‘ Opnieuw werd hij emotioneel en kwamen er tranen.
‘Laat ze maar komen, Richard, het zal je goed doen.’ Max had een arm om hem heen geslagen en klopte zachtjes op de linkerkant van zijn rug. ‘Het is natuurlijk Ediths eigen smaak ook maar … ze dacht dat het goed zou zijn.’
‘Dat is het ook. Ik voel ineens overal liefde en aandacht en dan … dan voel ik ook het contrast. Snap je?’
‘Ja. Dat doe ik. En daarom raadde ik je ook aan om je emoties te laten zien. Krop het niet op en praat, zoals je nu heel goed doet, erover. Dat kan opluchten. Dat kan helpen. Maar nu ga ik je uit de kleren helpen en dan het bed in.’
Toen Richard het bed in de juiste stand had gezet en zijn medicijnen had ingenomen was Max weggegaan maar niet voor lang. Met een thermoskan en een stapeltje boeken had hij zich in de stoel bij het tafeltje bij het raam geïnstalleerd. Richard begreep waarom Max in de buurt bleef en vond het goed. Hij was moe. Heel erg moe. Maar vreemd genoeg voelde hij geen angst. Er was bij hem geen spoor van vrees dat het ophalen van Stan tot problemen zou leiden. Er was gewoon de zekerheid dat alles goed zou komen. Als hij straks wakker zou worden dan hadden Edith, Nancy en Nathan vast Nick en Stan al ontmoet en waren ze misschien al wel op de terugweg? Dat zou mooi zijn. Maar nu niet aan denken, nu gewoon gaan slapen.
Max deed alsof hij las maar hield Richard goed in de gaten. Toen hij zag dat de ogen van de jongen dicht vielen en hij heel rustig adem begon te halen, pakte hij pas een boek. Van lezen kwam echter niets. Het gesprek met de arts, op het moment dat een van de verpleegkundigen Richard had ingetapet, bleef maar steeds in zijn hoofd terugkomen. Zodra het eventjes stil was kwam alles weer naar voren en ook nu. Ze had gevraagd of ze eventjes met hem kon praten. Op Richards vraag in de auto waarover zij met hem had willen praten had hij geantwoord dat het alleen maar om de papieren ging, maar dat was een leugentje om bestwil geweest. In haar kantoor had ze de foto’s die ze eerder aan Richard had laten zien opnieuw op een viewer aan de wand gehangen en hem gevraagd even mee te kijken. Hij was naast haar gaan staan.
‘U blijft bij het verhaal dat Richard in de fietsenkelder is gevallen?’
‘Ja. Dat heeft hij mij verteld en is mij bevestigd door de goede vriendin die ik genoemd heb. Bovendien heeft mijn secretaresse er meteen de schoolverpleegkundige bijgehaald toen Richard met zijn verwondingen mijn kantoor binnenkwam. Maar mag ik u vragen waarom u nog twijfelt?’
‘De drie verse breuken zijn gelukkig goed te zien. Heel vaak gebeurt het dat verse breuken niet meteen te zien zijn maar in dit geval gelukkig wel. Maar als u even met mij mee wilt kijken? Kijk. Hier. En hier. En hier. Herkent u het?’
‘Nee.’
‘Het zijn oude breuken. Van lang terug maar nog steeds zichtbaar.’ Ze knipte het licht uit en stelde voor dat ze zouden gaan zitten.
‘Richard heeft mij en mijn vrouw gisteravond iets verteld over zijn jeugd thuis. Hij is een oester. Moeilijk open te krijgen, als u begrijpt wat ik bedoel.’ Hij zag haar knikken. ‘Maar toen hij eindelijk sprak, hoorden wij met grote afschuw wat er thuis bij hem gebeurde vroeger.’
‘Vroeger?’
‘Ja.’ Hij wist niet of hij meer moest vertellen.
‘Dus zijn verwondingen van gisteren hebben niets met dat verleden te maken?’
‘Gelukkig niet.’
‘U begrijpt dat als ik ook maar een zweem van een vermoeden van huiselijk geweld heb ik dit moet melden?’
‘Ja. Dat begrijp ik maar om mijn woorden wellicht geloofwaardiger te ma… ‘
‘Nee, zo bedoel ik het niet, meneer … ‘ Snel keek ze even in haar papieren. ‘Drummond. Drummond? Die naam zegt me iets.’
‘Twee van uw kinderen, Jason en Ann, zitten op dit moment bij mij op school. En uw oudste is drie jaar geleden afgestudeerd.’
‘Ah, u bent dean Drummond van het Community College. Ik heb uw naam regelmatig gezien onder brieven en dergelijke.’
‘Maar ik zou mijn zin graag willen afmaken.’
‘Ja, natuurlijk. Sorry voor mijn onderbreking maar het is niet dat ik twijfel maar ik probeer zoveel mogelijk zekerheid te krijgen opdat ik de juiste beslissing kan maken.’
‘Dat begrijp ik. Misschien kan ik het u uitleggen.’ Hij had haar verteld dat Edith en hij in het verleden heel veel kinderen en tieners hadden opgevangen die het thuis moeilijk hadden of waarvan de ouders niet in de mogelijkheid waren om, gedurende bepaalde tijd, een goed thuis te bieden. Het werk dat zij hadden gedaan was op een gegeven moment overgenomen door de daartoe opgerichte Giles Hammond Stichting en via die organisatie hadden zij nadien nog heel veel jaren hun werk voortgezet. Ook hadden ze beiden bestuursfuncties bekleed maar nu waren ze al een tijdje niet meer actief en nu ineens was er een hulpvraag gekomen. ‘Ik heb goed afgestelde antennes,’ zo had hij gezegd, ‘en had al vrij snel door dat er met Richard iets was. Zo bracht hij bijvoorbeeld geen bezoek aan de schoolverpleegkundigen, iets dat alle nieuwe leerlingen moeten doen. En ook op brieven van die instelling reageerde hij niet. Daarnaast was er zijn enorm drukke agenda met allerlei baantjes. De kleindochter van onze buren zit bij hem in de klas en die polste ik als eerste. Zij probeerde hem wat aan de praat te krijgen maar dat liep op niets uit. Ik kreeg opmerkingen van leraren dat Richard op onze school niet op zijn plaats was. Hij heeft veel meer capaciteiten. Hij zou zonder enige moeite een universiteit kunnen volgen maar … dat deed hij niet.’ Max vertelde hoe het hem uiteindelijk was gelukt om contact te leggen met Richard. ‘En van het een kwam het ander. Gisteravond zou hij bij mij thuis de computers nakijken en kwam hij dus op weg naar mijn kantoor in de fietsenkelder te vallen toen hij de trap op wilde springen en daar in botsing kwam met Nancy.’
‘Echt een ongeval dus.’
‘Ja. Hoewel er een familiedrama gaande is, is dit echt een ongeval en niet meer dan dat.’
‘Is het nog gaande?’
‘Ja. Maar daarover kan ik u even niets zeggen. Mocht het relevant zijn dan laat ik u dat later weten.’
‘Oké, dan ga ik uit van wat u mij zojuist hebt verteld.’
‘Bedankt.’
‘En als ik, of onze kliniek, verder nog iets kan betekenen voor u of de stichting, dan hoor ik dat graag.’
‘Ik denk dat wij nog vandaag gebruik zullen moeten maken van uw aanbod. Het broertje van Richard komt naar Monterrey en dat kan laat vandaag zijn. En ja … als u, of één van uw collega’s hem dan nakijkt en twijfels heeft over huiselijk geweld, dan heb ik heel graag dat u daarvan melding maakt bij de autoriteiten. Hoewel de jongens uit Canada komen is een melding aan de politie hier voldoende lijkt me.’
Ze hadden hun gesprek met een ferme handdruk besloten waarna ze hem naar de hal had gebracht waar Richard inmiddels was voorzien van zijn medicijnen en in een rolstoel op hem had zitten wachten.
Hij keek naar het bed waar Richard nu rustig lag te slapen. Tot nu toe nog geen tekenen van een nachtmerrie die zijn slaap zou verstoren. Opnieuw probeerde Max wat te lezen. Het lukte niet. Hij draaide zijn stoel iets zodat hij door het raam naar buiten kon kijken. Het uitzicht was zoals altijd mooi. Edith en hij waren bij de eerste bezichtiging meteen verliefd geworden op deze plek. Misschien nog wel eerder op de plaats waar het huis gesitueerd was dan op het huis zelf. Het was een ruim huis geweest. Veel te groot voor hun gezin maar dat was een bewuste keuze geweest. Ze wilden hun huis, en hun gezin, openstellen voor anderen die het tijdelijk niet zo goed hadden en ja, dan moest je de ruimte hebben. Kinderen hadden ruimte nodig. Voor de gezelligheid een keer bij elkaar op een kamer bivakkeren was leuk maar iedereen moest, en daar was hij een warm voorstander van, zich ook kunnen terugtrekken in een eigen domein. Een plek die veilig was. Een plek die van jezelf was. Waar jouw spullen waren en die helemaal van jou alleen was. Groot hoefde die plek niet te zijn. Het ging om de privésfeer die er heerste. En ook daarom hadden ze voor dit huis gekozen. Een huis met veel slaapkamers.
Max had zijn vrouw altijd gesteund in haar voornemen om buitenshuis te blijven werken. Toen hij haar had ontmoet was ze in opleiding tot verpleegkundige en dat beroep had ze na hun huwelijk en tijdens de tijd dat hun kinderen klein waren ook altijd uitgeoefend. Later was ze andere dingen gaan doen maar altijd was ze een gedeelte van de week uit huis geweest. Op dagen dat zij werkte, het waren er nooit meer dan drie per week geweest, was er voor opvang gezorgd. Anna had heel vaak op hun kinderen gepast maar had het toch bezwaarlijk gevonden om de zorg op zich te nemen voor de pleegkinderen die kwamen. Ze voelde zich daar niet capabel voor. Iets wat hij altijd in twijfel had getrokken maar hij kon zich haar tegenwerpingen heel goed voorstellen. Ze hadden een aantal vaste mensen ingehuurd en toen de Stichting de opvang had overgenomen was er nooit gebrek aan hulpkrachten geweest. Het was een mooie tijd geweest, zo mijmerde Max. En … het was nog steeds mooi om dit werk te kunnen doen, dacht hij terwijl hij opnieuw naar Richard keek.
* * *
Heel langzaam kwam Richard bij zijn positieven. Het leek erop alsof de slaap hem niet wilde laten gaan maar toch voelde hij spanning in zijn blaas. Het legen daarvan had toch nog geen prioriteit want hij had eerst een vraag voor Max die bij het raam zat. ‘Hoe laat is het?’
‘Hè, ben je wakker? Heb je goed geslapen?’
‘Ja. Heel diep en ik heb wat hoofdpijn nu.’
‘Kan zijn dat het een bijwerking is van je slaappil.’
‘Hmm, ben je mooi klaar mee,’ bromde Richard.
‘Aan een beetje hoofdpijn ga je niet dood hoor! En houdt die pijn in je hoofd aan, dan heb ik wel een andere pil voor je.’
‘Ja, stop me maar vol met chemische rotzooi!’ Hij liet zijn opmerking gepaard gaan van een brede glimlach.
‘Het is vier uur geweest.’
‘Dan heb ik behoorlijk lang geslapen.’ Hij pakte de afstandsbediening van het bed en bracht het bovengedeelte van het matras naar zittende positie. Zelf hoefde hij geen moeite te doen. Prachtig!
‘Ja. Een half uur geleden hebben ze gebeld.’
‘En?’ vroeg hij met een wat benepen stem.
‘Het gaat goed met Stan.’
‘Gelukkig!’ zei hij terwijl hij de spanning die toch in zijn lijf gezeten had met een voorzichtige zucht los liet.
‘Edith heeft hem zelf kunnen oplappen zonder dat daar een arts bij hoefde te komen. Nick had al wat voorwerk gedaan maar ze vindt het wel een goed idee om zodra ze hier zijn toch even langs het medisch centrum te gaan.’
‘Oké. Ja. Beter, denk ik.’
‘Ik heb dokter Jarvis al gebeld en zij zorgt ervoor dat er een staf aanwezig is om Stan te onderzoeken.’
‘Hoe krijg je dat toch steeds allemaal voor elkaar?’
‘Wat?’ Max stond op, tilde zijn stoel op en nam die mee naar Richards bed.
‘Het lijkt erop dat jij maar met je vingers hoeft te knippen en er is wel iemand die iets voor je wil doen.’
Met een glimlach zette hij de stoel neer en ging zitten. ‘Wij hebben connecties, contacten vanuit het verleden. Heel vaak zijn hier pleegkinderen over de vloer geweest. Kinderen die vanwege problemen thuis daar even niet konden zijn. In de eerste jaren deden Edith en ik, samen met anderen, het opvangwerk in samenspraak met het maatschappelijk werk van de gemeente hier. Later via een stichting. En die stichting is na al die jaren inmiddels heel erg bekend hier in de wijde omgeving en als je die naam laat vallen, dan zijn mensen bereid iets voor je te doen.’
‘Handig.’
‘Zeker altijd han… ‘ Op dat moment werd Max onderbroken door het zachte gezoem van zijn telefoon. ‘Het is Edith,’ zei hij nadat hij het scherm bekeken had. ‘Wil je even met haar praten?’ Hij wachtte niet op een antwoord maar gaf Richard het toestel meteen.
Ineens voelde hij zich zenuwachtig en heel gespannen. Zijn vingers trilden en het lukte hem niet het groene icoontje op het beeldscherm te raken. Max verleende hulp. ‘Met Richard. Is alles goed?’
‘Hoi, Richard. Met Edith. Alles goed. Je moet de groeten hebben van Nick.’
‘Dank je. Ik zal hem straks bellen om hem te bedanken.’
‘Hij heeft Stan heel goed opgevangen. Stan raakt er maar niet over uitgepraat wat ze allemaal hebben gedaan.’
‘Praat hij wel met jullie?’
‘Eerst niet. Kroop hij, bij wijze van spreken, wat weg achter Nick maar voor Nancy lijkt hij een zwak te hebben. Zij was de eerste die wat woorden uit hem kreeg en daarna ging het allemaal heel gemakkelijk eigenlijk. Hij vond het goed dat ik hem onderzocht en zijn wonden verzorgde.’
‘En?’
‘Volgens mij niets ernstigs maar het moet wel even nagekeken worden. Ik kan niet goed inschatten of hij goed kan weergeven wat pijn is. Weet jij dat?’
‘Hij heeft daar moeite mee. Pijn is voor hem een vreemd begrip. Iets dat hij niet goed kan plaatsen.’
Max hoorde de door Richard gemaakte opmerking en dat bevestigde zijn eerdere vermoedens. Iets waarvan hij een aantekening in zijn hoofd maakte.
‘Ik geef je Stan even,’ zei Edith.
Het duurde even maar toen hoorde hij toch de stem van Stan.
‘Rich?’
‘Hé, Stan! Ga je straks vliegen?’
‘Ja, man, te gek gewoon!’
Richard hoorde heel duidelijk de opwinding in de stem van zijn broer. Heel vaak waren ze naar het vliegveld geweest om te kijken naar de vliegtuigen daar. Het landen en opstijgen had Stan altijd reuze interessant gevonden.
‘Hoe is het met jou, Rich?’
Een onverwachte vraag. Had hij eerder niet tegen Max gezegd dat Stan geen invoelend vermogen had? Heel snel realiseerde hij zich dat Stan waarschijnlijk handelde naar dat wat ze hem gevraagd hadden te doen. ‘Goed, Stan. Ik heb zojuist heel erg lang geslapen en dat is goed voor mij. Maar ik ben nog steeds heel erg moe. Maar ik ben heel erg blij dat jij straks gaat vliegen. Voor het eerst in je leven, Stan!’
‘Ja.’ Even bleef Stan stil. ‘En weet je, Toby heeft walvissen gezien en die gaan we straks opzoeken heeft hij gezegd.’
‘Wie is Toby?’
‘Oh. Dat is de piloot. Hij vliegt het toestel.’
‘Ik weet wat een piloot is, Stan.’
‘Oh ja. Stom van me.’
‘Nee, je gaf alleen maar een toelichting, Stan, meer niet. Ik had het niet zo hoeven zeggen. Het spijt me, Stan.’ Stan bleef stil. Waarschijnlijk kon hij hem eventjes niet volgen. ‘Stan?’
‘Ja.’
‘Hoe voel je je?’
‘Ik ben hartstikke blij dat ik straks ga vliegen!’
Richard begreep het en kon ondanks zijn eigen misère een stukje medeblijdschap voelen voor zijn broer. ‘Ja, dat is prachtig, Stan. Geniet ervan!’
‘Doe ik. Edith wil nog even met je praten.’
‘Ja, geef haar maar.’
Edith wilde precies weten wat er allemaal in het ziekenhuis was gebeurd, wat de conclusie van de arts was en of de patiënt zich goed aan de gegeven regels en medicatie hield.
‘Ik gedraag me, volgens mezelf, heel keurig op dit moment. Moet ook wel, want ik ben een wrak,’ zo gaf Richard toe.
‘Zorg dat je uitrust, lieve jongen. En wat vind je van het dekbedovertrek?’
‘Echt heel erg mooi. Bedankt.’
‘Als je het niet mooi vindt moet je het ook zeggen hoor, dan kiezen we later samen iets anders uit.’
‘Nee, dit is echt heel erg mooi. Ik houd van de natuur.’
‘Vancouver Island is prachtig. We hebben het een poosje vanuit de lucht bekeken maar het is werkelijk heel erg mooi.’
Richard voelde een steek in zijn hartstreek. Ja, ze had helemaal gelijk. De natuur op het eiland was prachtig maar … voor hem waren er ook die heel vervelende herinneringen. Niet aan het eiland zelf natuurlijk maar …
‘Sorry, Richard,’ reageerde Edith toen ze vond dat haar gesprekspartner toch wat al te lang stil bleef, ‘ik begrijp heel erg goed dat het voor jou gemengde gevoelens moeten zijn.’
‘De natuur kan het niet helpen dat die twee … nou ja … laat ik het erop houden dat ik de natuur altijd prachtig heb gevonden en dat Stan en ik er heel veel van genoten hebben altijd.’ Ze praatten samen nog wat en daarna verbraken ze de verbinding met de belofte dat ze tijdens de vlucht nog eens zouden bellen.
Max zag hoe Richard een traan uit zijn ooghoek wreef voordat hij de telefoon aan hem teruggaf. Hij kon zich heel goed voorstellen dat Richard het moeilijk had op dit moment en toch wilde hij hem nog het een en ander vragen. ‘Gaat het?’
Richard knikte.
‘Moet moeilijk zijn, lijkt me. Je hebt je waarschijnlijk altijd voorgesteld dat jij Stan daar vandaan zou halen en nu is het anders.’
‘Ja. Maar ik weet ook dat het zo goed is. Het kan niet anders. En ik ben heel erg blij dat het zo goed met hem gaat.’
‘Houd er rekening mee dat het straks hier ook anders kan zijn, Richard. Er kan een terugslag komen.’
‘Oké. Wil je mij iets vertellen over Jocelyn Harper?’
De plotselinge verandering van onderwerp was Max niet ontgaanmaar hij vond het prima. Hij had echter zelf eerst nog iets dat hij wilde bespreken. ‘Natuurlijk vertel ik je iets over Jocelyn Harper maar ik heb eerst nog een vraag voor jou, als je het niet erg vindt.’
‘Ga je gang.’
‘Hoe vaak ben jij als kind op de afdeling spoedeisende hulp geweest voor het een of ander?’
Op de een of andere manier had hij die vraag verwacht. Dat dokter Jarvis met Max had willen praten had hij vreemd gevonden. Hij was meerderjarig tenslotte. Nou had het te maken kunnen hebben met de papieren en de verzekering, zoals Max had gezegd, maar … hij had het vreemd gevonden. Nu wist hij waar zij hem op gewezen had. ‘De röntgenfoto’s?’ vroeg hij toch nog ter bevestiging. Hij zag het knikje van Max. ‘In al die jaren heb ik dingen moeten leren. Beatrice heeft me laten zien hoe te vechten en me daarin begeleid. In verbaal geweld, om een fysiek treffen uit te stellen dan wel te voorkomen, werd ik ook goed zoals ik jullie al heb verteld. In dingen die me niet aanstaan te verdringen om meteen daarna verder te gaan ben ik ook een kei geworden. Jouw vraag met een exact aantal beantwoorden is dus lastig. Sommige bezoeken zal ik niet meer terug kunnen halen uit mijn geheugen maar geloof me, ik ben er diverse keren geweest.’ Dit gezegd hebbende had hij niet het idee dat het hem pijn deed. Het leek alsof zijn gevoel nog sliep. Misschien liet hij het wel bewust in slaap. ‘Meestal was het iets met mijn ribbenkast als hij … nou ja … de laatste keer was het mijn rechter ellepijp. Allemaal breuken.’
‘En nooit heef… ‘
‘Nee!’ Het had bars geklonken merkte hij op. Was zijn gevoel wakker aan het worden? ‘En dat kwam omdat ze dus altijd naar het ziekenhuis gingen waar zij werkte. Zij was een collega en zoals ik al eerder heb verteld, hij was ook een bekende voor heel veel mensen. Hij is de coach van het Canadian Footballteam van de high school waar hij werkt en daarnaast lid van de Community Council. Dat soort mensen liegt toch niet over de toedracht van het ongeval van hun kind. Nee, dat kind was gewoon onhandig. Was weer eens van de trap gevallen omdat hij speelgoed had laten slingeren of naar beneden liep terwijl hij met zijn gameboy aan het spelen was.’ De eerder ontwaakte emotie begon op te laaien. ‘Verdomme! Ik had niet eens een gameboy!’
Max voelde heel duidelijk de boosheid bij Richard. Enerzijds was hij er blij mee. Het was goed dat de jongen zich uitte. Aan de andere kant was hij niet blij met het woord “verdringen” dat hij had gebruikt. Voor hem was het duidelijk dat Richard hulp nodig zou hebben om alles te verwerken. Wellicht ook een taak voor Jocelyn. ‘Er werden dus nooit vraagtekens gezet bij dat wat zij zeiden.’
‘Nee.’
Max vroeg of Stan ook vaak naar het ziekenhuis had gemoeten voor kwetsuren maar Richard was daar heel duidelijk over. Dat was volgens hem nooit gebeurd. Voor Max een teken dat Richard waarschijnlijk heel vaak op tijd was geweest om er tussen te springen en de ergste klappen op te vangen maar toch wilde hij graag zekerheid hebben.
*