‘Zij is psycholoog van beroep en in jouw verhaal zitten naar mijn mening gaten met betrekking tot de herkomst van Stan.’
‘En waarom is het belangrijk om die informatie te weten en daar een psycholoog bij te halen?’
‘Aan dat wat jij ons vertelde over die avond is iets vreemds, heb ik het idee. Het is niet dat wij jouw weergave niet geloven maar je was nog jong toen en je zei zelf dat je het niet allemaal begreep.’
‘Ja. En zeg me maar als ik het verkeerd uitleg maar je zou willen dat mevrouw Harper mij ondervraagt om te achterhalen of ik wellicht meer weet dan dat ik me kan herinneren? Of zoiets?’
‘Ja. Dat is precies wat ik bedoel, Richard. Dat wat zij doet heet cognitief interview. Soms gebruikt ze daarbij hypnose maar niet altijd, weet ik. En, geloof me, het is geen hocus pocus! Soms leggen we iets in woorden uit, zoals jij tegenover ons deed, maar schuilen achter die woorden nog heel veel dingen die we niet zeggen. Niet onder woorden brengen. En zij kan dat soort dingen soms boven water krijgen.’
‘Wat vinden jullie precies vreemd aan dat wat ik vertelde?’
‘Om te beginnen de moeder van Stan. Na bijna twee jaar staat zij ineens haar zoon af en verdwijnt zij voorgoed want ik heb nergens van jou gehoord dat er ooit weer contact is geweest. Verder vind ik het bijzonder dat jouw vader Stan in huis neemt. Natuurlijk, je vertelde dat Stan je halfbroer is maar heeft hij zich ooit afgevraagd of hij wel de vader van Stan is? Al dat soort dingen zou ik graag willen achterhalen.’
‘Dan mag je wel een detective inhuren want daar weet ik dus, hypnose of niet, helemaal niets van.’
‘Dat ben ik ook van plan. Een aantal dingen kan ik zelf maar lang niet alles en dus laat ik een onderzoekbureau werk voor mij doen.’
‘Maar zoiets kost klauwen met geld en … en dat heb ik niet. En als ik het had zou ik het niet kunnen missen. Er zijn andere prioriteiten, Max! Ik wil …’
‘Dat hoeft ook niet, Richard,’ zei Edith terwijl ze haar hand over die van Richard legde in de hoop dat hij wat rustiger zou worden want voor haar was het duidelijk dat hij zich te veel opwond op dat moment, ‘wij betalen dat voor jullie. Wij willen jullie graag helpen en als er antwoorden komen, denken we dat we jullie beter kunnen helpen.’
‘Maar wat maakt het uit of … of hij de … ‘ dat woordje wilde hij niet zeggen! Nooit zou hij het zeggen over hem! ‘Of hij dat van Stan is of niet.’
Edith wist maar al te goed wat ze moest invullen in de stiltes die Richard had laten vallen. ‘Misschien helemaal niets. Misschien ook wel. We weten het niet, Richard, maar het is als een puzzel voor Max en als hij een puzzel ziet dan wil hij die heel graag oplossen.’
‘Maar deze puzzel,’ zo vulde Max aan, ‘wil ik alleen maar oplossen als jij het ermee eens bent en niet voor mezelf. Ik wil het doen voor jou, voor jullie. Misschien heb je nu het idee dat antwoorden er helemaal niet toe doen maar … soms kunnen antwoorden je wel verder helpen. Iedereen heeft een achtergrond. Een familie waar je uit voortkomt en soms is het belangrijk daar dingen over te weten. Te weten waarom bepaalde dingen zo geworden zijn als ze geworden zijn.’
Richard wist het niet. Het duizelde hem allemaal. Stan hierheen halen? Oké! Maar … waarom die dingen achterhalen die zojuist genoemd waren? Schoot hij daar iets mee op? Schoot Stan daar iets mee op? ‘Ik weet het niet. Ik weet het allemaal even niet,’ wist hij uiteindelijk te zeggen.
‘Kun je het misschien loslaten?’ vroeg Edith. ‘Ik bedoel, alles even aan een ander overlaten?’
‘Aan jou en Max, bedoel je.’
‘Op dit moment is het lastig voor jou om zelf aan die puzzel te werken. Eraan denken alleen al is een opgave. Jij kunt je energie nu beter steken in het helen. Niet alleen van de pijn in je lijf op dit moment maar ook van alle ellende die jou en Stan is overkomen.’
‘Ja, dat begrijp ik maar dan heb ik nog een veel groter probleem. Eentje waar ik helemaal niets van snap!’
‘Gooi het eruit, Richard, het kan heel goed zijn dat wij iets over het hoofd gezien hebben of dat we iets vergeten zijn te vertellen.’
‘Als jullie Stan gaan ophalen … dan … dan … kan hij niet meer terug. Nooit meer terug! Eenmaal hier kan ik hem niet terugsturen naar die ellende! Naar die hel! En ik kan niet voor hem zorgen op dit moment. Ik heb geen geschikte woonplaats! ik heb geen geld genoeg!’
Heel bewust wachtte Max tot Richard uitgepraat was. Hij wilde daarmee in elk geval aangegeven dat hij dat wat de jongen opmerkte serieus nam. Pas toen nam hij het woord door te zeggen: ‘Sorry, Richard. Wij hadden het beter moeten aangeven. Het is ons voornemen om Stan hier naar toe te halen en hem hier te laten blijven en met hier bedoel ik bij ons. Wij willen voor hem en voor jou zorgen. Jullie kunnen hier een thuis krijgen dat jullie nooit hebben gehad.’
‘Maa… Maa.. ‘ Verder kwam Richard niet. De tranen kwamen en hij beet op zijn onderlip.
‘En je hoeft daarvoor helemaal niets terug te doen, Richard,’ zei Edith die naast hem was gaan staan en voorzichtig een arm om zijn schouders legde. ‘Wij doen het omdat het goed voelt voor ons om te doen.’
‘Maar jullie … jullie zijn al op leeftij… ‘
‘Oei, nou begeef je je op glad ijs, Richard,’ was de reactie van Max. ‘Toen ik gisteravond een opmerking in die richting maakte vloog ze me zowat aan!’
‘Je overdrijft, Max Drummond, en bovendien doet het niet ter zake. Wij beiden zijn nog behoorlijk fit en een paar jonge mensen in huis zal ons goed doen.’
‘Maar … komt daar geen gedoe van? Ik bedoel … juridisch … Stan is nog minderjarig en zij hebben nog steeds de voogdij over hem.’
‘Kan Stan bij zijn Amerikaans paspoort komen?’
‘Ja. Hij weet waar die ligt.’
‘Eerste stap gezet. Stan is net als jij Amerikaans Staatsburger en volgens mij is het geen probleem als hij, als zeventienjarige, zelf van Canada naar de Verenigde Staten zou willen reizen. Dus … denk ik niet dat er een probleem zal ontstaan. Ontstaat dat er wel dan schakel ik ter plekke een advocaat in en ga ik in jouw naam een klacht indienen en ervoor zorgen, dat zou een goede uitkomst zijn, dat de voogdij over Stan tijdelijk aan jou wordt toegewezen vanwege de thuissituatie. Maar … laten we hopen dat het allemaal snel en makkelijk kan. We moeten echter wel voorbereid zijn en daarom dus straks de nodige papieren opstellen. Jij moet in elk geval een kort briefje schrijven die wij bij jou thuis zullen achterlaten. Een mededeling dat Stan een tijdje bij jou zal zijn. Laten we zeggen tijdens Pasen. Dat is het volgende week zondag al. Zij kunnen ons dan in elk geval nooit het verwijt maken dat zij niet weten waar Stan is. En als Stan hier eenmaal is ga ik, met de hulp van anderen, van alles en nog wat uitzoeken en proberen boven tafel te krijgen.’
‘Dank jullie wel. Ik … ik weet gewoon niet wat ik moet zeggen.’
‘Zeg dan maar niets,’ zei Edith met een stralende glimlach omdat ze het gevoel had dat de jongen zich gewonnen had gegeven.
Richard wilde niet langer bezwaren opwerpen. Hij kon het niet. Hij was moe. Doodmoe en dus legde hij zich neer bij het plan dat hem gepresenteerd was. Hij vertrouwde er volledig op dat de Drummonds wisten wat ze deden. Maar er was nog een heel prangende vraag die hij wel moest stellen: ‘Nancy. Die komt straks en Nathan ook. Moet ik hen iets vertellen?’
‘Alleen als jij dat wilt. Zie het absoluut niet als een verplichting. Ik betrek hen hierbij omdat jij Stan vast wel eens wat verteld hebt over Nancy en misschien ook wel over Nathan.’ Max keek Richard aan en zag hem knikken. ‘Oké. Dat is belangrijk.’ Hij begon het idee over de videoboodschap en hoe die er ongeveer uit moest komen te zien uit te leggen. Regelmatig zag hij Richard knikken en dat was een goed teken. Richard leek enthousiast te worden, ook over de stappen die hij later wilde zetten, en dat gaf hem een goed gevoel.
‘Maar … ‘ begon Richard daarna toch opnieuw, ‘moet ik het hen vertellen? Wat vinden jullie?’
‘Ik vind,’ nam Edith het woord, ‘dat dat jouw beslissing moet zijn. Niet de onze, toch, Max?’
‘Helemaal mee eens.’
‘Ik denk dat ik het hen wel moet vertellen. Ze hebben mij vanaf het moment dat we elkaar voor het eerst ontmoetten altijd heel erg goed behandeld. Ze zijn vrienden hoewel ik die rol niet altijd heel erg goed gespeeld heb omdat … nou ja … omdat ik nogal gesloten was.’
‘Maar dat had een oorzaak,’ bracht Edith ter verdediging van zijn handelswijze in.
‘Ja. En dat kan ik nu goedmaken!’
* * *
‘Waar kijk je naar?’ vroeg Nancy. Heel vroeg die ochtend, of beter gezegd midden in de nacht, was ze uit haar bed gebeld door Max Drummond en meteen helder wakker geweest. Als Max op zo’n idioot tijdstip belde dan moest er iets aan de hand zijn en meteen had ze instinctief geweten dat het om Richard ging. De uitleg die ze kreeg met daarin een vraag vervat was duidelijk geweest. Ze had haar wekker gezet en had geprobeerd weer te gaan slapen. Het was niet gelukt. Richard was haar vriend. Ze maakte zich ongerust om hem. Ruim voordat het alarm van haar wekker ging, was ze al helemaal klaar geweest. Ze had op haar beurt Fred Quintana uit zijn bed gebeld en hem het verzoek van Max doorgegeven. Fred had haar bij haar flat opgehaald en met z’n tweeën waren ze naar zijn winkel gereden om een nieuwe telefoon voor Richard op te halen. Daar had Fred hem zover als mogelijk was geïnstalleerd en haar aangegeven dat Richard hem alleen nog moest synchroniseren met of een Samsung- of een Google-account. Het mocht ook een ander zijn, had hij haar gezegd. Ze snapte er zelf helemaal niets van maar Richard zou het vast en zeker wel weten en anders Nathan wel. Daarna had Fred haar naar Sunset Point gebracht. Edith had de deur voor haar geopend en daarna hadden ze met Max erbij even gepraat in de hal. De mededeling dat Richard in de tuin was en heel graag met haar wilde praten, had haar verontrust. De Drummonds hadden echter hun mond gehouden en gezegd dat ze maar beter naar hem toe kon gaan. Ze was door het huis gelopen. De schuifdeur naar het terras stond open en toen ze naar buiten ging zag ze Richard verderop staan. Het begon langzaamaan licht te worden. Hij leunde met zijn linker schouder tegen de pergola en leek de hemel boven hem te bestuderen. En daarom vroeg ze hem waar hij naar keek.
‘Goedemorgen, Nancy.’
‘Goedemorgen, Richard.’
‘Ik kijk of ik de morgenster kan ontdekken.’
‘En dat is?’ vroeg ze, wetende dat ze kans had op een uitvoerig antwoord omdat dat Richard ten voeten uit was. Altijd was hij zo volledig mogelijk in zijn antwoorden. En altijd bereidde hij zich overal uit en te na op voor. Zo ook toen ze in de introductieweek een museum voor moderne kunst hadden bezocht in de stad. Richard was vooraf naar de bibliotheek gegaan en had diverse boeken over het onderwerp geleend om zich voor te bereiden. Een leuke afwijking had ze dat altijd gevonden.
‘Of Mercurius of Venus die alleen vlak voor zonsopkomst te zien is.’
‘En jij weet niet wie van de twee het is?’ vroeg ze hem als grap.
‘Meesta… ‘
‘Een grapje, Richard, niet serieus op in gaan. Ik weet helemaal niets van dat soort dingen. Heb vast wel eens van de morgenster gehoord maar jouw uitleg is compleet nieuw voor mij. Is er ook een avondster?’
‘Ja. Maar dan zijn die planeten alleen zichtbaar vlak na zonsondergang.’
Gedurende hun korte uitwisseling had ze Richard goed bekeken. Ze was geschrokken. De jongen zag er slecht uit. Het leek of hij jaren ouder was geworden sinds ze hem aan het begin van de vorige avond had gezien. ‘Hoe gaat het met je?’
‘Goed hoor.’
‘Houd een ander voor de gek, Richard! Je ziet er hartstikke beroerd uit, man! Heb je wel geslapen? Stomme vraag. Aan die wallen onder je ogen kan ik gewoon zien dat je niet hebt geslapen.’
‘Heel weinig in elk geval. De val is harder aangekomen dan ik in eerste instantie dacht. Straks gaat Edith met mij naar het ziekenhuis om een foto te laten maken. Goed in- en uitademen doet enorm pijn.’ Even stopte hij om zich voor te bereiden op wat hij nog meer wilde gaan zeggen. Nancy was zijn vriendin. Ze moest het weten. Maar ze was hem voor.
‘Hoe komt het eigenlijk dat jij al dat soort dingen, over die sterren bijvoorbeeld, weet?’
Richard kon snel antwoorden. Wellicht was het zelfs een goede introductie op dat wat hij haar wilde vertellen. ‘Voor mij is het willen weten van dingen altijd belangrijk geweest. Het was, beter gezegd het is, een stuk afleiding. Ik heb altijd veel gelezen. Als kind al zeulde ik elke week boeken in mijn karretje van de kleine bibliotheek in het gemeenschapshuis naar huis om te lezen. Boeken waren voor mij vensters op de wereld. Dat klinkt apart wellicht … maar het was wel zo. Atlassen vond ik ook bijzonder. Ze maakten de wereld waarin ik leefde groter. Door die atlassen wist ik dat er veel meer was dan alleen het stadje waar ik woonde. Als … als er dingen niet goed gingen thuis dan pakte ik een willekeurig deel van een oude encyclopedie die op mijn kamer stond en zocht ik dingen op. Door dat weten, leek het of mijn wereld anders werd. Want … er is meer dat je over mij moet weten maar het is misschien beter als we dan gaan zitten.’
Nancy nam plaats op het bankje naast de pergola. Hier had ze heel vaak gezeten met George, een van de kleinkinderen van de Drummonds. Hij was haar vriendje geweest destijds. Kalverliefde. Maar wel heel leuk. En nog steeds hadden zij en George een enorm goede band. Iets waar niemand iets aan zou kunnen veranderen. Richard ging heel voorzichtig naast haar zitten. Ze had hem willen helpen maar dat had hij geweigerd met de woorden dat het goed ging. Oké, zelf weten. Toen hij zat ademde hij eerst een paar keer voorzichtig in en uit. Ze zag zijn gezicht vertrekken. ‘Gaat het echt wel?’
‘Ja. Nou ja … niet helemaal. Het spijt me, Nancy, maar ik ben niet echt een goede vriend geweest voor jou en Nathan.’
‘Waar heb je het over, Richard! Hoezo niet? Je bent gewoon hartstikke leuk en we hebben met z’n drieën leuk veel lol e… ‘
‘Maar ik heb heel veel vragen van jou nooit beantwoord. Soms gedaan alsof ik het niet gehoord had. Soms gezegd dat ik je het antwoord later zou geven maar dat nooit gedaan en soms zelfs gewoon geen antwoord gegeven terwijl ik duidelijk wist dat het een vraag was. Kortom; geen goede vriend. Vrienden mogen elkaar bevragen volgens mij.’
‘Ja. Maar … ik wist dat er iets was. En … daarom heb ik ook nooit aangedrongen. Weet je, Max heeft me op een gegeven moment vragen over jou gesteld en gevraagd of ik wilde proberen om wat meer over jou te weten te komen. Eerst vond ik dat heel erg rot. Ik voelde me een spion. Maar … ik wist ook dat het Max was die het me had gevraagd en als hij iets vraagt weet ik gewoon dat het belangrijk is. Ik … ik vertrouw hem volledig, Richard, begrijp je dat?’
Heel duidelijk bracht Richard onder woorden dat hij haar helemaal niets kwalijk nam. Dat hij de enige was die iets kwalijk te nemen viel.
‘En dat moet je dus niet doen. Toen het mij niet lukte je echt aan de praat te krijgen, vertelde ik dat Max en was hij van mening dat ik moest stoppen en dat heb ik gedaan. Toen wist ik gewoon dat er echt iets was en heb ik je met rust gelaten.’
‘Ja. Er is iets aan de hand.’ Richard voelde zich benauwd ineens. Tranen diep van binnen verstikten zijn stem. Hij zou het allemaal opnieuw onder woorden moeten brengen en toch was het nog steeds niet gemakkelijk. Maar … hij zou het wel doen. Hij zou het Nancy vertellen en zij moest het dan later maar aan Nathan vertellen want hij zag het niet zitten om het allemaal nog eens te doen. Niet nu. Dat zou te veel worden. En, dat wist hij ook, hij zou hulp moeten zoeken. Hij zou of een psycholoog of een therapeut moeten inschakelen om echt af te rekenen met zijn verleden. Tot nu toe had hij er steeds tegen gevochten maar hij wist dat hij dat niet de rest van zijn leven zou kunnen blijven doen. Dit moment zou een keerpunt in zijn leven worden. Hij zou op Edith en Max vertrouwen en degene die genoemd was, hij was haar naam kwijt, zou benaderd moeten worden en … als het kon … op korte termijn. Uitstellen wilde hij het niet. Nu eerst Nancy op de hoogte brengen.
Diep van binnen was Nancy bang voor wat komen zou. De verandering in het bijna altijd stralende, strakke en jeugdige gezicht van Richard hield niet alleen maar verband met een nacht slecht slapen en de val in de fietsenkelder. Natuurlijk had hij pijn en ze wist dat lichamelijke pijn enorm kon tekenen maar … dat wat hij haar zou gaan vertellen moest iets heel ergs zijn. Ze probeerde zich voor te bereiden, zich iets af te schermen maar toen Richard dan eenmaal zijn mond opende, merkte ze al snel dat zoiets onmogelijk was. Het raakte haar keihard. Haar gezicht verkrampte en ze voelde een knoop in haar maag. Ze balde beide handen tot vuisten en haar nagels prikten scherp in haar handpalmen. Het was vreselijk. Hoe kon iemand het over zijn hart krijgen om een kind, nee twee kinderen, zoiets aan te doen. Voor kinderen moest gezorgd worden. Dat wist ze zelf maar al te goed. Als driejarige was ze als wees achtergebleven toen haar ouders een auto-ongeluk hadden gehad. Haar grootouders hadden haar met liefde en aandacht opgevoed. En dat hoorden kinderen te krijgen: liefde en aandacht. En Richard en zijn broer hadden dat, zo begreep ze maar al te goed, nooit gehad. Een vader die om het minste en geringste sloeg, een moeder die zich nergens om scheen te bekommeren. Verdomme! De tranen liepen haar over de wangen. Ze hoorde Richards laatste woorden, of ze interpreteerde ze als zodanig, en sprong op. Ze liep naar het hek bij de rand van de klif, liet haar tranen de vrije loop en slaakte een keiharde vloek die ze meerdere keren, in diverse variaties, bleef herhalen.
‘Het spijt me,’ zei Richard toen hij bij haar stond.
‘Verdomme, Richard! Houd daar alsjeblieft mee op!’ Ze draaide zich naar hem toe met een woeste trek op haar gezicht. ‘Je moet je niet steeds voor van alles en nog wat verontschuldigen! Het spijt je dat je geen goede vriend bent geweest, terwijl je dat juist wel bent! Een betere vriend kan ik niet wensen, idioot! Je verontschuldigt je voor dat wat je me hebt verteld over dat verdomd rotte gedrag van twee mensen die je ouders heten te zijn en … en … verdomme! Dat is niet nodig, Richard!’
‘Ik wilde je niet aan het huilen maken.’
‘Dat is ook niet je bedoeling geweest! Heb je je ook verontschuldigd tegenover Max en Edith toen je hen dit gisteravond vertelde?’ Om daar heel snel, voor Richard kon antwoorden, aan toe te voegen, ‘Ja, waarschijnlijk wel. Zo ben je nou eenmaal! Maar waarom doe je dat eigenlijk steeds? Waarom steeds je verontschuldigen voor iets dat helemaal niet hoeft!’
Even wist hij niet wat hij van Nancy’s vraag moest denken. Hij was van zijn stuk gebracht omdat hij een direct antwoord niet wist. En toch … toch begon er zich toen ineens een antwoord te vormen. Er ontstond iets zonder dat hij er echt ooit over had nagedacht. ‘Het … nou ja … ‘
‘Je hoeft geen antwoord te geven, Richard! Het was zomaar een opwelling van mij omdat ik boos was omdat jij je steeds verontschuldigt terwijl dat helemaal niet nodig is.’
‘Maar er is wel een oorzaak. En die wil ik je vertellen. Het is goed voor mij om van me af te praten. Ik heb dat nooit kunnen doen en … ik wil het je vertellen.’
‘Maar doe het niet omdat ik een stomme vraag aan je gesteld heb.’
‘Vragen zijn nooit stom,’ zei hij met een glimlach. ‘Dat steeds “sorry” zeggen en mezelf overal de schuld van geven, want dat is iets dat er meteen achteraan komt altijd, is voor mij een overlevingsstrategie geworden. Ik moest altijd scherp zijn. Ogen en oren wijd open om signalen op te vangen en ook het onderbuikgevoel stond altijd aan. Maar toch … toch … het gebeurde soms gewoon dat ik even niet op iets verdacht was en ja … dan was ik de klos … of Stan … en als dan alles achter de rug was … dan … dan evalueerde ik hoe het zo ver had kunnen komen. Wat ik gemist had. En dan … dan gaf ik mezelf de schuld dat ik niet goed had opgelet, verontschuldigde ik me naar Stan toe, die ook altijd zegt dat het niet nodig is. Voor mij is het steeds nodig geweest om te overleven. Ik moest zorgen dat ik alert bleef. Altijd! Zodra hij in de buurt was moest het en … ‘
‘Dat lukte niet altijd. Logisch toch!’
‘Maar het moest, Nancy!’
‘Ja, ik begrijp het.’
‘Ben je boos op me?’
‘Nee, sufferd! Natuurlijk niet. Ik ben boos op je ouders, op de wereld, op … ‘
‘Je voelt je onmachtig. Begrijp ik dat goed?’
‘Ja.’
‘Lieve vriendin, je bent niet onmachtig. Max heeft een heel plan opgesteld en daarin speel jij een belangrijke rol. Jij gaat straks met Nathan en Max naar mijn broer toe om hem op te halen. Om hem te verlossen uit de ellende waar hij en ik jarenlang in gezeten hebben. En dan voel jij je onmachtig? Wat moet ik dan wel niet! Ik moet hier blijven en met Edith naar het ziekenhuis! Thuiszitten! Op de klok kijken! Afwachten! Hopen dat alles goed gaat!’
‘Dat is maar voor een aantal uren. Je moet proberen te slapen. Zorg ervoor dat je die wallen onder je ogen kwijtraakt. Bovendien zal ik regelmatig contact met je opnemen. Ik laat je heus niet alleen.’
‘Dank je. Trouwens … van wie heb jij zo leren vloeken?’
Nancy schoot in de lach. ‘Wat is dat nou voor een vraag!’
‘Ik dacht dat jij netjes opgevoed was. Als je hier in de buurt bent opgegroeid, en dat ben jij zo weet ik, dan moet je wel netjes opgevoed zijn. En dan zo vloeken?’
‘Dat is de schuld van Nathan. Beloof me dat je nooit met hem naar sport gaat kijken want dan verpest hij jou ook nog.’
Richard moest lachen maar veel meer dan een glimlach liet hij niet toe want echt lachen zou pijn doen zo wist hij maar al te goed. ‘Je belt straks wel regelmatig, hè?’
‘Ja. Dat heb ik zojuist beloofd en dan doe ik dat ook. Maar je moet me wel beloven dat je echt gaat proberen te slapen en dan zul je de telefoon niet kunnen opnemen.’
‘Ja. Daarin heb je gelijk.’
‘Als je niet opneemt, stuur ik je een SMS en dan kun je me later een antwoord sturen. Is dat goed?’
Richard knikte. ‘En … wil jij het vertellen aan Nathan want ik krijg dit hele verhaal niet nog een keer over mijn lippen. Hij is een vriend en hij moet het weten maar … ‘
‘Ik begrijp het, Richard. En op school?’
Even was hij verrast. School? Wat had dat er nou mee te maken. Maar een uitleg van Nancy kwam zonder dat hij erom had gevraagd. Ze gaf aan dat hun klas een vriendenclub was. Iedereen was bezorgd om hem geweest. Het hele jaar al. Ze hadden zich allemaal afgevraagd hoe hij het volhield om al die baantjes uit te voeren. En ja, ze hadden zich zorgen om hem gemaakt als ze hem weer eens in een hoekje van de aula, of ergens anders, slapend hadden aangetroffen. ‘Ik weet het niet.’
‘Wil je erover nadenken?’
‘Ja. Maar … ik wil het ze heel graag vertellen maar ik krijg het echt niet meer voor elkaar. Gisteren heb ik het verteld en zo-even aan jou maar … het doet telkens zo’n verschrikkelijke pijn. Ik kan het gewoon niet meer. Sorry.’
‘Nee, niks sorry, Richard. Het geeft niet. Vind je het goed dat ik er komende maandag in de klas iets over vertel? Ik zal absoluut niet in details treden. Maar het is goed, denk ik, als ze er iets van weten. Het zijn onze vrienden.’
‘Ja. Dat is goed. Vertel het ze maar.’ Heel even zat hij nog in zijn hoofd en toen voegde hij eraan toe: ‘En geef ook maar aan dat ik later een uitgebreide toelichting zal geven.’
‘Dank je, Richard. Ik ben heel blij dat je ziet dat je vrienden hebt hier.’
Op het moment dat Nancy Richard een voorzichtige knuffel wilde geven, schrok ze op van Nathan die de tuin in gerend kwam met een telefoon in zijn hand.
‘Het is je broer, Richard!’
* * *
De mededeling dat Stan hem belde op het toestel van Max deed Richard verstijven. Stan belde nooit zelf. Hij nam altijd contact met hem op. ‘Verdomme,’ vloekte hij en liep stram, stijf en kreunend van de pijn Nathan tegemoet. Toen ze bij elkaar waren nam hij het toestel over ‘Stan, met mij!’
‘Ik voel me niet lekker. Is het goed dat ik school afbel?’
Richard liep langzaam bewegend terug in de richting van het huis. ‘Waar heb je last van, Stan?’ Hij ging naar binnen en ging zitten op de eetkamerstoel die Max snel voor hem neerzette.
‘Ik voel me niet lekker. Heb hoofdpijn.’
Nog steeds vond Richard het bijzonder dat Stan hem belde en voor een beetje hoofdpijn zou hij echt niet van zijn vaste gewoonte van niet-zelf-bellen afwijken. ‘Is er iets bijzonders gebeurd?’
Er kwam geen antwoord. Het bleef stil en Richard kende zijn broer maar al te goed om te weten dat er iets gebeurd was. Liegen kon Stan niet en zeker niet tegen hem. Liever zei hij dan helemaal niets. Bovendien had er iets ontbroken in zijn stem. Hij sprak op volledig monotone toon en dat was geen goed teken. ‘Vertel me alsjeblieft wat er is, Stan.’
Aan de spanning die in Richards gezicht trok begreep Max dat er iets bijzonders aan de hand moest zijn. Hoewel hij de jongens hun privacy gunde, vroeg hij toch: ‘Vind je het goed dat wij meeluisteren en het gesprek opnemen, Richard?’ En toen hij zag dat Richard iets veranderde aan de telefoon vroeg hij meteen daarna aan Nathan om het gesprek op te nemen.
Zonder antwoord te geven op de vraag van Max zorgde Richard ervoor dat de anderen mee konden luisteren. Zijn gevoel over Stans telefoontje was niet goed.
‘Nee. Straks. Als je thuis bent,’ kwam er eindelijk een reactie van Stans kant.
‘Stan, er zijn hier mensen bij mij die ons gaan helpen. Echt helpen! Gisteravond heb ik Max en Edith, die jij later vandaag gaat ontmoeten, alles verteld over thuis. Zij luisteren mee maar je moet me alles vertellen, Stan.’ Eerst was er nog stilte. Alsof Stan zichzelf ervan moest overtuigen dat het veilig was, zo had Richard het idee.
‘Gisteravond laat deed hij moeilijk,’ begon Stan eindelijk. ‘Ik keek nog tv beneden.’
Het vijftal hoorde vervolgens dat wat Stan vertelde. Hoe hij eerst geprobeerd had hem op listige manier te manipuleren zodat hij zou vertellen waar het geld was dat de jongens verstopt hadden. Hij had gezegd dat Stan het hem moest vertellen omdat Richard het gezegd had. Richard zou hem gebeld hebben om te zeggen dat Stan het aan hem moest doorgeven. Stan had in eerste instantie niet gereageerd. Toen had hij gezegd dat Richard heel boos op Stan zou worden als hij het niet vertelde.
‘Maar je wordt niet boos op mij, hè Rich? En het geld is hier niet eens. Het meeste heb jij meegenomen.’
‘Nee, Stan, ik word niet boos op jou. Je deed het goed. Je vertelde hem niets.’
‘Maar daarna begon hij te slaan, Rich.’
Ze hoorden Stan huilen. Richard troostte hem zo goed als dat ging via de telefoon.
‘Hij wilde het weten! En ik zei niets!’ klonk het tussen het snikken door. ‘Hij bleef slaan en toen … toen heb ik ook geslagen en jij hebt altijd gezegd dat ik niet mag slaan. En toen deed ik het verkeerd. Het spijt me, Rich.’
‘Niet doen, Stan. Niet nodig. Hij is begonnen.’
‘Maar je zegt altijd dat ik niet mag slaan.’
‘Stan, het is even tijd om goed naar me te luisteren. Probeer rustig te worden en luister dan goed naar me.’ Heel bewust liet hij even een stilte vallen. ‘Ik heb je gezegd dat je niet zelf mag beginnen met slaan. Maar je hebt ook wel eens gezien dat als hij mij sloeg of mij probeerde te slaan, ik terug sloeg. Begrijp je dat?’
‘Jij zou ook terugslaan.’
‘Ja.’
‘Dan is het goed dus.’
‘Ja, Stan, het is goed. Heb je daarom hoofdpijn? Maakte je je daarover zorgen?’
‘Een beetje.’
‘Er is meer, Stan. Vertel het me.’
‘Ja. Ik … je moet me helpen, Rich!’
‘Luister, Stan, dat ga ik ook doen. Maar vertel me eerst waarom je nog meer hoofdpijn hebt.’
Opnieuw volgden er details en al snel begrepen Richard en de anderen dat Stan er vreselijk uit moest zien op dit moment.
‘Waar was zij, Stan?’ wilde Richard weten.
‘Eerst was zij er niet.’
‘Later wel?’
‘Ja.’
‘Wat gebeurde er toen zij er wel was, Stan?’ Op de een of andere manier leek het Richard belangrijk om dat vast te stellen.
‘Toen zij kwam en zag dat wij echt vochten, trok ze hem van mij af en riep naar me dat ik naar boven moest gaan en alles moest doen wat jij mij geleerd had.’
Verbazing was het eerste dat Richard raakte. Het was vreemd.
‘Zei ze dat?’
‘Ja.’
‘En toen?’
Stan vertelde dat hij naar boven was gegaan en hun veiligheidsinstallatie in werking had gesteld. Vervolgens had hij op zijn kamer de ladekost voor de deur geschoven zodat hij niet naar binnen zou kunnen komen.
Het waren de instructies die hij Stan had gegeven voor als er zich serieuze problemen zouden voordoen, zo constateerde Richard maar er ontbrak één ding. ‘Stan, waarom heb je niet eerder gebeld.’
‘Hij is pas net weggegaan. Eerst zij, iets later hij. Toen pas durfde ik te bellen, Rich.’
‘Het is goed, Stan.’ Richard keek op naar Max en vroeg hem zonder ook maar iets te zeggen om advies. Hij hoorde dat wat Max tegen hem zei. ‘Stan, ik wil dat je een foto van jezelf maakt. Je weet hoe dat moet.’
‘Ja.’
‘Maak een foto en stuur die naar mij met een berichtje. Als ik die heb, bel ik je meteen terug. Oké?’
‘Ja. Maar je moet me echt helpen, Rich.’
‘Stan, probeer rustig te blijven. Ik heb je altijd gezegd dat ik je daar weg zou halen maar ook altijd gezegd dat het nog een tijdje zou duren. Maar nu zeg ik je dat ik je nog vandaag daar weg haal. Hoor je me?’ Richards stem brak zowat toen hij zijn broer die belofte deed.
‘Ja. Echt? Doe je dat echt?’
‘Ja.’ Het was niet meer dan een gepiep dat Richard uit zijn keel wist te krijgen maar zijn broer hoorde hem en dat was het belangrijkste.
‘Vandaag nog?’
‘Ja.’ Richard herhaalde zijn opdracht voor het maken van een foto en het opsturen daarvan. Na een over en weer “Tot straks” hoorde Richard hoe Stan de lijn wegdrukte.
‘We kunnen niet wachten tot wij hem daar weg halen,’ klonk het prompte besluit van Max.
‘Maar wat dan?’ vroeg Richard met nog steeds een gebroken stem en grote vertwijfeling.
‘Een plan B,’ zei Max die de kalmte zelf leek te blijven. ‘Een alternatief dat alles wat we hebben afgesproken doet veranderen. Stan kan nu niet langer thuisblijven. Hij kan daar niet blijven wachten tot wij hem komen halen. Vijf of zes uur is te lang. Het moet nu meteen gebeuren. Hij moet daar weg. Dit was onvoorzien en er zouden meer onvoorziene dingen kunnen gebeuren.’
‘Ja,’ vulde Edith aan terwijl ze Richard een glas water gaf, ‘bovendien als hij zich ziek meldt, kan het zijn dat de school een van je ouders, sorry voor het woord, belt om te vragen of hij zich met hun permissie ziek meldt. En… ‘
‘Dus hij moet zich niet ziekmelden,’ reageerde Richard.
‘Niet ziekmelden. We moeten hem tijdelijk ergens onderbrengen. Denk na, Richard, ken je iemand die kan helpen ook als is het maar tijdelijk?’
Richards toestel maakte geluid en hij zag het bericht met foto binnenkomen. Meteen nadat hij hem zelf bekeken had, liet hij hem de anderen zien.
‘Aiiii,’ verzuchtte Nancy en ze zocht en vond steun bij Nathan die een arm om haar heen sloeg.
‘Ik kan iemand die ik ken vragen om Stan daar weg te halen,’ zei Richard.
‘Wie? Vertrouw je hem of haar?’
‘Ja. Ik ken hem van de tijd dat ik koeriersdiensten deed. Als we een lange rit hadden, reden we altijd samen en losten elkaar dan achter het stuur af. Ik weet dat ik hem kan vertrouwen.’
‘Bel nu eerst Stan terug want die wacht op je en draag hem het volgende op.’
Richard luisterde goed en toen Max klaar was maakte hij meteen contact met zijn broer. Stan nam meteen op. ‘Luister, Stan, dit is wat je moet gaan doen.’ Zijn hersenen werkten georganiseerd en dat wat Max hem verteld had vertaalde hij nu in instructies die Stan zou begrijpen. Hij vertelde Stan eerst pen en papier te halen. Daarna liet hij hem op het kladblok de cijfers 1 tot en met 4 onder elkaar zetten en vervolgens dicteerde hij hem wat daar achter moest komen te staan. Als eerste moest Stan het geld dat er nog wel was, zijn geboortebewijs en zijn paspoort halen uit de geheime bergplaats. Als tweede moest hij de grote koffer uit de bergkast ophalen. Punt 3 was het vullen van de koffer met dingen die hij mee wilde nemen.
‘Moet ik alles meenemen?’
‘Nee. Alleen dat wat je echt wilt meenemen. Kleren, tandenborstel, tandpasta, al dat soort dingen kunnen we hier kopen. Denk bijvoorbeeld aan je verzameling stenen.’
‘Mag ik die meenemen? Die zijn zwaar!’
‘Meenemen, Stan, je hebt er jaren aan gewerkt om die verzameling bij elkaar te krijgen. En denk aan Bertie.’
‘Ja! Die moet ook mee! Maar …’
‘Wat wil je vragen, Stan?’
‘Ik hoef toch niet terug, hè?’
‘Stan, je gaat nooit meer terug naar Metchosin. Ik heb altijd gezegd dat als ik je daar weg zou halen, je nooit meer terug zou hoeven.’
‘Ja.’
‘Het laatste dat je moet doen is naar beneden gaan en wachten tot Nick Wilson komt. Je kent Nick nog wel, hè?’
‘Ja. Waarom moet ik op hem wachten?’
‘Doe alle deuren goed op slot en doe voor niemand open. Je moet alleen voor Nick open doen. Wacht tot Nick je straks komt ophalen. Ga met hem mee en blijf bij hem net zolang tot hij je naar het vliegveld van Victoria brengt. Ik zorg dat andere mensen je daar later afhalen.’
‘Jij niet?’
‘Nee. Ik moet naar het ziekenhuis, Stan.’
‘O.’
‘Vertrouw me, Stan, alles gaat goed komen. Nog vandaag. Zul je doen wat ik gezegd heb?’
‘Ja. Ik wacht tot Nick komt.’
‘Goed, Stan. Ik maak een foto van de mensen die je ophalen van het vliegveld zodat je ze kunt herkennen. Die foto stuur ik straks naar je toe. Is dat duidelijk?’
‘Ja.’
‘Nu ga ik Nick bellen. Wacht even, Stan,’ zei Richard toen hij begreep dat Nathan iets te zeggen had.
‘Laat je broer zijn telefoon afgeven aan die vriend van je. Die kan er dan voor zorgen dat het toestel verdwijnt.’
‘Een wijziging, Stan. Ik stuur de foto naar het toestel van Nick. Als
hij bij je is, laat hij je de foto zien. Je eigen telefoon moet je aan Nick geven.’
‘Maar dan kan ik hem niet meer gebruiken?’
‘Je krijgt hier een nieuwe, Stan. Begrepen?’
‘Ja. Ik zal doen wat je zegt, Rich, maar ik ben wel bang.’
‘Dat snap ik heel goed, Stan. Het is allemaal heel erg spannend en dan kun je daar bang van worden. Probeer zo rustig mogelijk te blijven. Mijn vrienden vliegen zo snel mogelijk naar Victoria om je op te halen en Nick is heel snel bij je.’
‘Hoe snel?’
‘Je weet dat hij aan het begin van Lindholm Road woont. Zodra ik hem gebeld heb, komt hij meteen naar je toe.’
‘Hoe lang duurt dat?’
‘Ik weet het niet precies, Stan. Als hij wakker is dan kan hij heel snel bij je zijn.”
‘Hoe snel?’
‘Het is maar een klein eindje met de auto, Stan. Dat weet je toch?’
‘Ja.’ Stan viel stil. ‘Maar hoe lang duurt het?’
‘Ik moet eerst nog bellen. Als hij wakker is en daarna meteen naar jou toe kan komen, dan is hij er binnen 15 minuten. En het duurt in elk geval niet langer dan 30 minuten. Verder kan ik er niets over zeggen, Stan.’
‘Oké.’
‘Zodra ik hem gebeld heb, krijg je een berichtje van mij.”
‘Oké.’
‘Doe je alles zoals je opgeschreven hebt?’
‘Ja.’
‘Tot later, broer.’
‘Tot later, Rich.’
Met een diepe zucht, die meteen pijn in zijn borstkast veroorzaakte, verbrak Richard de verbinding.
‘Moed houden, Richard,’ sprak Max hem toe terwijl hij hem stevig in zijn linker schouder kneep.
Nathan had na de door hem gemaakte opmerking niet stilgezeten. Hij had de laatste installatiewerkzaamheden aan het nieuwe toestel van Richard gedaan. Nadat hij de simcard uit het oude, kapotte toestel had gehaald en in het nieuwe had gezet, overhandigde hij het aan Richard. ‘Je moet nu bij je contacten kunnen komen als ze op het kaartje staan.’
Het werkte. Met trillende vingers zocht Richard de naam van Nick in de lijst met zijn contacten. Hij klikte hem aan en moest wachten. Hij mopperde. Gelukkig werd er toch nog snel opgenomen.
‘Hè, dude! Jij???’
‘Ja. Ik bel je toch niet uit je bed, hè?’
‘Zeg, gast, je kent me langer dan vandaag en zou moeten weten dat ik elke dag vroeg op ben. Bovendien was de kleine Mandy veel te vroeg wakker en is het ’s nacht en in de vroege ochtend altijd mijn beurt om haar te verzorgen maar … je belt vast niet zo vroeg om eens gezellig bij te praten.’
‘Nee. Ik heb een vriendendienst van je nodig.’
‘Gelukkig. Kan ik eindelijk eens wat inlossen van die enorme schuld die ik aan jou heb.’
‘Maar ik moet je erbij zeggen dat het tricky kan zijn.’
‘Ohhhh! Dat maakt het misschien nog wel interessanter. Laat maar horen.’
Richard was echter helemaal op. ‘Sorry, Nick, iemand anders zal je alles uitleggen, ik heb lucht nodig.’ Hij overhandigde de telefoon aan Max en terwijl die met Nick begon te praten liepen Nancy en Nathan met hem de tuin in.
Max stelde zich voor aan Nick en legde hem uit wat er de afgelopen uren gebeurd was. De Canadees begreep meteen dat de situatie ernstig was en zei, ook nadat Max verteld had dat er mogelijk wat regels overtreden zouden kunnen worden, dat hij bereid was mee te werken. Daarna legde Drummond precies uit wat er moest gebeuren. Nick was volgens Max een jongeman van het type “niet vragen maar doen” en dat kwam heel goed uit want dan hoefde hij ook niet al te veel toe te lichten. ‘Oké, Nick,’ zo besloot Max, ‘als we op een half uur vliegen van Victoria zijn, neem ik contact met je op en dan treffen we elkaar op het vliegveld.’
‘Prima, Mister Drummond! Het voelt net alsof ik in een actiefilm zit. Maar ik begrijp heel goed dat het geen spel is maar dodelijke ernst. Ik heb Mandy al overgedragen aan Jane en zij zal mijn verdere verplichtingen voor vandaag afzeggen zodat ik meteen naar Stan kan gaan. Zeg Richard dat ik hem niet zal teleurstellen. Ik sta dik bij hem in het krijt en ben blij dat ik eindelijk eens iets voor hem kan doen nu.’
‘Doe ik, Nick. Tot straks!’ Max drukte op het rode icoontje in het scherm en zocht in het nieuwe, moderne apparaat de functie van SMS op. Hij vond het en verstuurde meteen een berichtje naar het nummer van Stan. Lang wachten op een antwoord hoefde hij niet en las: “Dank je, Rich!”. Die foto moest Richard later zelf maar versturen.
* * *
Richard was niet ver de tuin ingekomen. Al heel snel had hij Nathan, die hem ondersteund had, gezegd dat hij misselijk en duizelig was en dat hij naar de grond moest. Ze hadden hem geholpen en toen hij op zijn knieën in het gras zat begon hij over te geven. De pijn, het slechte slapen van die nacht, de onrust in zijn lijf voor wat betreft de situatie van Stan, het was hem allemaal te veel geworden. Hij voelde Nathans sterke handen heel voorzichtig zijn schouders masseren en verbaasde zich erover dat zulke sterke handen tegelijkertijd zo’n geruststellende uitwerking konden hebben. De kracht van Nathan gaf hem ook het gevoel dat hij er niet alleen voor stond. Even later voelde hij hoe een koele doek in zijn nek en tegen zijn voorhoofd gedrukt werd. Dat voelde heerlijk. De misselijkheid trok weg gelukkig. Toch bleef hij nog een tijdje rustig zitten. Hij hoorde Max en Edith de tuin in komen en hoorde wat Max zei over zijn gesprek met Nick. Oké, nu moest hij alles loslaten. Hij zou heel graag meegaan om Stan op te halen maar zag dat echt niet zitten. Het leek alsof hij helemaal niets kon. Edith kwam op haar knieën naast hem zitten en vroeg op bezorgde toon: ‘Gaat het wel? Voel je je weer wat beter, lieve jongen?’
‘Ja. Het gaat weer. Sorry, dat ik … nou ja … op jullie grasveld gekotst heb.’
‘Ach, dat wordt wel weer opgeruimd. Het is het belangrijkst dat jij je weer beter voelt.’
‘Ik voel me in goede handen. Maar wat nu?’
‘Wij naar het vliegveld en jij met Edith naar het ziekenhuis,’ reageerde Max, volgens het eerder opgestelde plan, maar daarmee was zijn wederpartij het niet eens.
*