3 mei 2022

Morgenster – 3

Richard slaakte een diepe zucht en legde zijn hoofd achterover tegen de leuning van de bank. Hij had zijn ogen gericht op het plafond maar zag het echter niet. De film van zijn leven speelde zich voor zijn ogen af. Waar moest hij beginnen met vertellen? Was het met zijn komst naar Monterey? Was het beter om helemaal van meet af aan, tenminste wat voor hem het begin was, te starten? Hij koos voor het laatste. Hij hoorde Edith en Max aankomen, ging rechtop zitten en schraapte zijn keel.
‘Kijk eens, warme koffie,’ zei Edith terwijl ze een mok van het dienblad voor hem en Max, die weer bij hem op de bank was gaan zitten, neerzette. ‘En dit is voor jou.’ Ze reikte Richard een glas aan.
‘Water. Dank je.’
‘Water met daarin een paar druppels om te zorgen dat je een beetje rustiger wordt. Max heeft me verteld wat er zojuist is gebeurd en ik denk dat het goed is dat je dit eerst even langzaam opdrinkt.’
‘Wat doet het met me?’ vroeg hij voorzichtig.
‘Het zorgt ervoor dat je wat rustiger wordt.’
‘Slaperig? Sloom?’ vroeg hij omdat hij nou eenmaal altijd alles graag wilde weten.
‘Nee. Juist niet. Je blijft er helemaal bij maar wordt toch rustiger. Drink het maar op.’ Ze ging zitten in de stoel die tegenover de bank stond en zag dat Richard het water langzaam opdronk.
Hij had het glas met kleine slokjes leeggedronken en toen Max aanbood om het glas voor hem terug te zetten op de tafel, maakte hij daar gebruik van. ‘Oké, dit wordt moeilijk,’ verzuchtte hij. ‘Ik heb het één keer eerder verteld. Ik was elf of twaalf. Er zijn dus heel wat jaren verstreken waarin ik er niet over heb willen praten. Dus als het af en toe wat klungelig klinkt of er moeizaam uitkomt, neem het me dan alsjeblieft niet kwalijk.’
‘Vertel je verhaal op jouw manier, Richard. Dat is het enige wat belangrijk is.’
‘Ja. Dank je. Ik heb zo-even toen ik hier alleen zat zitten denken waar ik zou moeten beginnen. Het lijkt me het beste om het verhaal zo chronologisch mogelijk weer te geven. Maar vooraf … ik ben altijd een gewoon kind geweest tot … tot het moment dat ik besefte dat het er bij mij thuis anders aan toe ging dan bij andere kinderen. Maar ook na die tijd was ik nog gewoon kind. Ik speelde met bouwblokken, Lego, een houten trein met drie wagons erachter, knuffels. Dus … eigenlijk … een heel gewoon kind. Op school speelde ik met andere kinderen uit mijn klas. In de buurt waar ik woonde waren geen kinderen van mijn leeftijd. Ik speelde wel eens bij kinderen van school thuis maar nam ze nooit mee naar mijn huis en ja … als het niet over en weer gaat, houdt zoiets op een gegeven moment op. Ik heb altijd veel gelezen. Kon ook al snel lezen, volgens mij. Alles was gewoon tot ik begon te beseffen dat het bij mij thuis bijzonder was. Vanaf dat moment werd het anders. Werd het … werd ik anders. Wist ik op de een of andere manier dat ik voor mezelf moest zorgen. Dat ik altijd alert moest zijn. En later kwam daar de zorg voor Stan bij. Ik was een jaar of vier en woonde met hen in Metchosin op Vancouver Island. Een kleine gemeenschap in een werkelijk prachtige omgeving. Bos, zee. Het ligt vlakbij Victoria maar het verschilt er hemelsbreed mee.’
‘Victoria? Is dat de hoofdstad van het eiland?’ vroeg Edith.
‘Ja. Maar ook de hoofdstad van de provincie British Columbia.’
‘Ik dacht dat dat Vancouver was.’
‘Iets was heel veel mensen denken. Vancouver is de grootste stad van de provincie maar Victoria is de hoofdstad. Het is net zoiets als met Australië: Canberra is de hoofdstad maar heel veel mensen denken dat het Sydney of Melbourne is omdat die steden groter en bekender zijn.’
Max wist nog wel zo’n voorbeeld. Heel veel mensen buiten de staat California denken aan Los Angeles of San Fransisco als hoofdstad terwijl het Sacramento is. Om Richard niet opnieuw te onderbreken, hield hij het echter voor zich.
‘Zij werkte in het ziekenhuis van Victoria en hij was leraar lichamelijke opvoeding, een van de coaches, aan een high school in dezelfde stad. Mijn kamer was toen nog op de begane grond naast die van hen. Op een keer werd ik midden in de nacht wakker. Ik ging mijn bed uit omdat ik iets had gehoord. In de woonkamer stond de tv nog aan terwijl ze beiden, met hun kleren nog aan, lagen te slapen. Hij in zijn stoel. Zo eentje die je uit kunt klappen. Zij lag languit op de bank. Ze waren heel diep in slaap want toen ik probeerde hen wakker te maken, lukte dat me niet. Het viel me op dat ze raar roken. Ik draaide me om en ging weer naar bed. Vanaf dat moment was ik elke nacht wel even wakker en bijna altijd liep ik dan even door de woonkamer. Overdag hadden ze het altijd druk. Zij had, ook omdat ze full time werkte en in ploegendienst, nooit echt tijd voor me. Ik werd met mijn kleurpotloden en een aantal velletjes papier door haar voor de tv gezet. En als hij dan thuis kwam, werd hij boos op me omdat ik van hem geen twee dingen tegelijkertijd mocht doen. Hij was erg streng. Er waren allerlei regels waaraan ik moest voldoen en waar ik meestal niet van op de hoogte was. Hij … zijn handen zaten erg los.’ Heel even keek hij in de richting van Edith tegenover hem. Hij zag dat haar gezicht betrokken was en dat ze met haar handen friemelde in haar schoot en een papieren zakdoekje aan het ontleden was. Toen hij zijn blik naar Max verlegde viel het hem op dat hij niets van diens gezicht af kon lezen.
Max wist al heel snel na het begin van Richards verhaal waar het naar toe ging. De oorzaak van Richards lijden meende hij al op te kunnen maken uit het eerste gedeelte van diens verhaal. Ouders die midden in de nacht voor de tv in slaap vielen en raar roken. Dan kon je maar een ding concluderen: alcohol.
‘Misschien hebben jullie het al wel geraden maar … ze zijn alcoholist.’
‘Ik vermoedde het al,’ verzuchtte Edith. ‘Maar … en dat snap ik meestal niet bij dat soort zaken, was er niemand die het merkte?.’
‘Beiden hebben ze altijd volop gewerkt. Ook omdat ze waarschijnlijk veel geld nodig hadden om het te kunnen doen. Daarnaast gingen ze later ook nog gokken. Hoe ze altijd zoveel hebben kunnen drinken en dan toch nog werken, is mij altijd een raadsel geweest. Je zou denken dat zoiets op moet vallen maar dat deed het niet. Ze waren geliefd op hun werk ook omdat ze altijd wel meer wilden werken dan ze eigenlijk hoefden. Zij regelde bijvoorbeeld altijd alles voor de EHBO-post bij festiviteiten en hij was lid van de gemeenteraad. Beiden goed bekend, om zo maar te zeggen.’
‘Alcoholisten,’ zo merkte Max op, ‘zijn vaak heel gehaaid. Ze weten hun … ik weet niet of ik het een ziekte moet noemen of niet … vaak te verbergen.’
‘Ik weet het ook niet,’ reageerde Richard, ‘en het maakt mij ook niet uit. Dat ze hun eigen leven kapot willen maken door te veel te drinken, dat moeten ze zelf weten maar ze hadden niet het recht om Stan en mij daarin mee te slepen!’ Hij had al zijn jarenlang onderdrukte woede in die laatste woorden gelegd en voelde zich ineens heel erg moe. ‘Het spijt me dat ik zo fel ben ineens.’
‘Het is goed, Richard. Goed om niet alleen maar de feiten te vertellen maar ons ook te laten zien wat jouw gevoelens daarbij zijn. Je gevoelens uiten is heel belangrijk en dat heb je volgens mij jarenlang niet gedaan.’
Het klopte helemaal. Hij had voor het eerst over zijn gevoelens met betrekking tot het probleem van die twee gepraat met juffrouw Beatrice. Hij kende haar van school. Hij had zelfverdediging willen leren en zij had daarin les gegeven. Ze had het eerst wel vreemd gevonden dat hij zich had aangemeld want in de regel kwamen er alleen maar meisjes naar die trainingen. Maar ze had zijn aanvraag gehonoreerd. Hij had geen enkele les overgeslagen, dat wat zij had overgedragen in zich opgezogen als een spons en was een goede leerling geweest. Maar nu moest hij terug naar zijn verhaal. ‘Ja. Dat klopt. Stan is mijn broer en hij is vier jaar jonger dan ik ben. Hij is eigenlijk mijn halfbroer. De zoon van hem en niet van haar. De eerste jaren woonde hij bij zijn moeder en na ongeveer twee jaar bracht ze hem bij ons. Het was in de winter. Ik was zes. Ons huis had boven twee slaapkamers met een badkamer. Dat was mijn domein. Zij sliepen beneden. Handiger voor hen,’ snoof hij.
Max hoorde Richard snuiven en zag een grijns over zijn gezicht trekken. In stilte spoorde hij hem aan om door te gaan en het verhaal te larderen met dit soort zaken die tekenen waren van zijn gevoelens.
‘Ik hoorde gevloek en getier van beneden en werd er wakker van. Ik ging bovenaan de trap zitten en bekeek vanaf daar het tafereel beneden. Iets dat ik trouwens wel vaker deed. Een veilige plek op enige afstand van hen. Op dat moment was er een vrouw met op haar armen een klein kind dat huilde. Hij stond tegenover haar en schreeuwde naar haar. Waar het allemaal over ging, begreep ik toen natuurlijk niet. Dat kwam pas later. Omdat ik het niet begreep ben ik op een gegeven moment terug naar bed gegaan en in slaap gevallen. De volgende morgen was hij niet bij het ontbijt en zat Stan, zij zei dat hij zo heette, in de kinderstoel aan tafel. Hij was mijn broertje, vertelde zij me. Ik vond het maar vreemd. Moeders kregen kinderen en dat waren dan broertjes of zusjes maar ik had nog nooit gehoord dat vreemde dames broertjes bij je thuis brachten. Ik liet het voor wat het was. Stan wilde niet eten. Wat ze ook deed, hij weigerde zijn boterham te eten. Het was bijzonder haar zo te zien. Er was iets van zorgzaamheid dat ik nog nooit eerder had waargenomen bij haar.’
‘Nog nooit eerder?’ onderbrak Edith Richards verhaal.
‘Nee. Nog nooit.’
‘Maar … ze bracht je neem ik toch aan naar bed, ze hielp je met wassen, met je haren kammen … ‘
‘Nee.’
‘Nee? Dat deed je allemaal zelf?’ Het knikje van Richard dat volgde zorgde ervoor dat de tranen Edith in de ogen springen.
‘Voor zover ik mij bewust ben, en ik weet niet precies wanneer je als kind bewust wordt van je eigen bestaan, heb ik dat soort dingen altijd zelf gedaan. Waarschijnlijk hebben ze me wel geholpen toen ik kleiner was of het me voorgedaan want ik moet het ergens opgepikt hebben hoe ik het zelf moest doen.’
‘Maar dat is vreselijk!’ Edith sprong op uit haar stoel en rende weg.
Richard verontschuldigde zich tegenover Max en zei dat dit niet zijn bedoeling was geweest.
‘Nee, dat begrijp ik maar je moet het verhaal vertellen zoals het voor jou is. Ze komt zo wel weer terug. Zullen we eerst even onze koffie drinken want anders word die weer koud.’ Max reikte Richard zijn mok aan. Daarna pakte hij die van hemzelf en nam een slok. Hij keek naar Richard. De handen van de jongen trilden niet meer. Er leek een soort van resolute houding over hem gekomen te zijn. En daarom was het beter daar nu gebruik van te maken en hem door te laten gaan met het vertellen. Maar hij kon Edith heel goed begrijpen. Hier was in elk geval sprake van verwaarlozing en misschien wel kindermishandeling. Het niet verzorgen van een kind aan de ene kant en het eerder eufemistisch omschreven slaan van de vader aan de andere kant.
Edith had in haar keuken eventjes uitgehuild. Het was haar allemaal even te machtig geworden. Zoiets mocht je een kind gewoon niet aan doen. Zoiets kon en mocht niet! Een kind hoor je te verzorgen en niet aan zijn lot over te laten. En … wat zou er nog meer komen? Kon ze het aan om terug te gaan? Ze moest wel, zo wist ze. Ze was de wederhelft van Max en samen hadden ze altijd alles samen gedeeld. En ze kon het maar beter rechtstreeks van Richard zelf horen.
* * *
‘Ik ben blij dat je terug bent,’ zei Richard toen Edith de studeerkamer van Max weer binnengekomen was. Max zette zijn koffiemok voor hem terug op de tafel. ‘Gaat het weer?’
‘Het spijt me dat ik wegrende ineens. Ik … ‘
‘Nee, het is goed. Het geeft niet. Mijn verhaal overvalt je. Had jij je er een voorstelling van gemaakt?’ vroeg hij aan Max.
‘Ik wist gewoon dat er iets was. Zoals ik je al gezegd had, klopten er dingen niet. Niemand gaat zomaar zover van huis een school bezoeken en dan ook nog elk weekend weer terug naar huis. Bovendien ontbreken er een aantal jaren tussen je high school tijd en je komst hier. Ik heb begrepen van iemand van je vorige school dat je in de tussentijd gewerkt hebt. Van alles en nog wat hebt gedaan om geld te verdienen. En zoiets is vreemd. Met zulke cijfers als waarmee jij geslaagd bent ga je niet werken. Er moest dus iets aan de hand zijn, maar wat, dat wist ik natuurlijk niet precies.’
‘Heb je Nancy ook vragen gesteld over mij?’
‘Ja. Nancy is kind aan huis bij ons. Zij is opgevoed door haar grootouders die hier naast ons wonen,’ hij wees naar links, ‘en heeft altijd heel veel gespeeld met onze kleinkinderen die toen bij ons inwoonden. En nog steeds komt ze vaak bij ons langs. Soms alleen. Soms samen met Nathan. Hij vond het maar niets toen Nancy op zichzelf wilde gaan wonen. En op de dag van de verhuizing zag hij ook nog eens haar knappe buurman.’
Richard moest blozen.
‘Maar,’ vulde Edith aan, ‘hij was snel om.’
‘Hoezo?’ wilde Richard weten.
‘Jullie besloten elkaar te helpen met het versjouwen van de dozen en toen hij een doos van jou optilde, gleed die open en zag hij allerlei diploma’s van karate, jiu jitsu en zo. Hij was gerustgesteld. Zijn vriendin had een buurman die haar kon beschermen.’
Richard schoot in de lach en dat deed opnieuw pijn. Maar het was tegelijkertijd ook goed om even alle spanning uit het gesprek te halen en het mooiste was dat Max en Edith met hem meelachten. Maar toen moest hij ook verder, zo wist hij. ‘Oké. Vinden jullie het goed dat ik verder ga?’ Hij wachtte tot hij van beiden een knikje had gezien. ‘Toen ik uit school thuiskwam en het erf opliep, hoorde ik het huilen van Stan. Ik rende naar binnen. Zij was nergens te bekennen en haar auto had ook niet op de oprit gestaan. Op het aanhoudende gehuil van Stan afgaand vond ik hem in de kleine slaapkamer naast die van hen. Hij zat in zijn bedje en huilde vreselijk. Ik bracht hem tot bedaren en rook zijn luier. Natuurlijk wist ik niet hoe je zoiets moest verschonen. Maar dat het niet fijn moest zijn, begreep ik wel. Ik trok een stoel aan tot bij het ledikantje, klom daar op en tilde zo Stan op mijn schoot. Hij huilde niet meer maar lachte naar me. Het leek alsof we meteen een band hadden. Zo voelde het voor mij in elk geval. Ik nam hem mee naar hun badkamer. Die was het meest dichtbij en Stan tillen was een probleem. Hij … hij is altijd al groot geweest,’ zei Richard met een glimlach rond zijn lippen. Hij wilde opstaan maar bedacht zich toen de pijn ineens door zijn bovenlijf schoot. Hij hoopte dat het niet was opgevallen maar aan de reactie van Max merkte hij dat zijn acteerprestatie niet al te best was geweest.
‘Wilde je iets pakken?’
Richard gaf aan dat hij zijn rugzak wilde pakken om hen een foto van Stan te laten zien. Het voelde goed om dit te doen. Hoe dat zo ineens kwam, wist hij ook niet. Misschien was het alleen maar om zijn verhaal duidelijk te maken of …
Max pakte de rugzak en zette die op de bank naast Richard. Hij zag hoe er een portemonnee uit werd gehaald en daaruit weer een foto. Hij kreeg hem aangereikt en bekeek een foto van de twee broers die volgens hem nog niet zo heel lang geleden gemaakt moest zijn want Richard was in elk geval heel goed te herkennen. ‘Ja, je broer is groot.’ Hij gaf de foto aan Edith.
‘Groot!’ riep ze uit toen ze de foto bekeek. ‘Erg groot, kun je beter zeggen en dan overdrijf ik niet. Hoe lang is hij wel niet?’
Richard moest glimlachen. ‘Ik weet het niet precies. We hebben het nooit gemeten maar hij was als tiener al heel snel op gelijke hoogte met mij.’ Even was het stil tot hij met een “Oké” aangaf dat hij verder zou gaan. ‘Ik dus Stan naar de badkamer gebracht en hem daar in de douchehoek gesleept. Daar zijn luier afgedaan en hem afgespoeld. Natuurlijk werd het een flink vieze boel maar hij had in elk geval die vieze luier uit en huilde niet meer en dat was mijn opzet geweest. Ik zou alles zo goed mogelijk opgeruimd hebben maar ineens was zij thuis en kreeg ik een stortvloed aan boze woorden over me heen uitgestort. Ik liet het over me heen gaan en liet de verdere zorg voor Stan aan haar over. Misschien was het daarmee klaar geweest als niet hij vrijwel meteen daarna thuisgekomen was. Ik weet het niet. Voor het eten nog kreeg ik door hem straf toegezegd, en het werd ook meteen gegeven, omdat ik me met iets bemoeid had dat niet mijn zaak was. De straf was het waard. Ik had Stan geholpen.’
‘Waaruit bestond die straf?’
‘Een pak slaag op m’n billen en ik mocht een paar dagen niet van huis na schooltijd.’
‘Huisarrest dus.’
‘Ja. En dat laatste vond ik nog het meest vervelende omdat ik dan geen zakgeld kon verdienen met de klusjes die ik in de buurt deed. Stan was bijzonder in het begin. Hij praatte niet en hij liep ook niet. Ze zette hem ergens neer en daar bleef hij dan de hele tijd zitten. Hij deed niets.’
‘Een soort van apathie?’ vroeg Edith.
‘Ja. Ik denk het wel. De plotselinge verandering omdat hij bij ons gebracht was, had hem flink geraakt, denk ik. Hij uitte zich ook bijna helemaal niet. Alleen naar mij toe deed hij dat. Ik was de enige die iets van contact met hem kon maken. Als ze het niet zagen, probeerde ik hem dingen te leren. Ik deed hem voor hoe hij kon kruipen, een blokkentoren kon bouwen en zo. Zoiets moest hij toch al kunnen, had ik het idee. Mijn pogingen hadden succes. Hij kwam in beweging en ging zelfs staan en lopen. Ik leerde hem traplopen.’
‘Traplopen?’
‘Ja. Boven was mijn domein en daar was ik veilig en zou hij het ook zijn.’
‘Kwamen ze daar niet dan?’
‘Bijna nooit. De bovenboel werd schoongehouden door een werkster die één keer in de week kwam. Voor de rest hield ik het zelf op orde.’
‘Maar je was zes!’ verduidelijkte Max.
‘Ja. De schoonmaakster deed natuurlijk het meeste. Maar als ik eens een keer iets morste of zo, wist ik heus wel hoe ik het moest schoonmaken.’ Richard hoorde Edith een diepe zucht slaken. Hij kon zich ook voorstellen dat zijn verhaal ongeloofwaardig overkwam. Een kind van zes dat al zo zelfstandig is, moest vreemd zijn.
‘Je leerde Stan dus traplopen,’ herhaalde Max de woorden van Richard om het beeld voor zichzelf duidelijk te krijgen, ‘om hem een stuk veiligheid te bieden.’
‘Ja. Ik was niet altijd in de buurt. Ik moest naar school en ik wilde dat als de hel zou losbreken, zoals het zo vaak het geval was bij mij in elk geval, hij een veilige plaats zou kunnen bereiken. En dat is eigenlijk mijn hele verhaal. Altijd ben ik er geweest voor Stan. Altijd heb ik hem beschermd.’
‘Waar tegen, Richard?’ Wilde Max weten.
‘Even tussendoor,’ begon Edith, ‘het valt me op dat je tot nu toe nooit vader of moeder of ouders hebt gezegd. Je hebt het steeds over hij, zij en hen. Dat doe je, zo lijkt me, met een bepaalde reden en is iets dat je al jaren doet want anders zou het je niet zo gemakkelijk afgaan.’
Max zag meteen de woeste blik die op Richards gezicht kwam te liggen. Hij zag de neusvleugels van de jongen trillen en hem rood in het gezicht worden.
‘Jij bent moeder,’ hij knikte even naar Edith en deed dat ook toen hij het mannelijk equivalent gebruikte naar Max, ‘ouders van vijf kinderen. Jullie hebben voor jullie kinderen gezorgd. En als jullie dat zelf niet konden doen, vanwege bijvoorbeeld jullie werk, vast en zeker gezorgd voor opvang of een oppas, neem ik aan. Als ouders hebben jullie je kinderen een veilige plaats geboden waar ze konden opgroeien. Hen geholpen als dat nodig was. Die van mij hebben dat nooit gedaan. En dan verdienen ze zo’n naam ook niet. Mijn … ‘
Opnieuw zag Max de boosheid over Richards gezicht vallen. Boosheid die ervoor had gezorgd dat hij zich bijna vergistte en dat zorgde er nu voor dat hij helemaal verkrampte. Dat zijn linkerhand tot een vuist gebald was. Van de rechterhand bewogen de vingers tot in een klauw. Een vuist maken wilde hem niet lukken, zo leek het.
‘Oké, dank je, Richard. Het is duidelijk voor mij.’
‘Dat wat ik vertel wordt er niet duidelijker door als ik die woorden niet gebruik. Ik weet het. Maar ik kan het gewoon niet.’
Max zei dat het niet uitmaakte. Dat ze begrepen wat hij bedoelde en liet bewust even een stilte vallen om ervoor te zorgen dat Richard weer wat rustiger werd. Toen herhaalde hij zijn laatste vraag.
‘Vooral tegen hem. Ik heb al verteld dat zijn handen nogal los zaten.’
‘Hij sloeg je.’
‘Ja. Waarom zou ik het eigenlijk verzachten door het zo te omschrijven. Hij sloeg me. Als hem iets niet aanstond dan sloeg hij me. En hij sloeg Stan ook. Probeerde het in elk geval vaak maar als ik de buurt was, beschermde ik Stan en sprong ik er tussen. Soms probeerde ik hem te pleasen. Soms lukte het me om hen te bespelen. Stan … Stan kon dat niet. Dat zit niet in Stan. Hij is … echt. Reageert direct en echt en kan zich niet anders voordoen dan hij is. Aan de ene kant heel erg mooi maar in onze situatie niet altijd handig. Als ik niet in de buurt was kreeg hij regelmatig met de harde handen van hem te maken. Als ik er wel was, sprong ik er tussen en dat gaf Stan de tijd om naar boven te rennen als ik dat tegen hem riep. Maar … verdomme, dit is lastig. Dit doet pijn.’
‘Stop ermee als je dat wilt, Richard,’ probeerde Max op hem in te praten.
‘Nee, dat kan ik nu niet meer. Ik moet verder.’ Richard haalde zijn neus op en probeerde even diep in en uit te ademen. Het kostte hem moeite. Het voelde niet goed. ‘We hadden onze taken in huis. Stan … ‘ Even stopte hij weer. Hij had een valse start gemaakt. Hij moest eerst zijn eigen gevoelens op een rijtje zetten. Stan was hem dierbaar en tegelijkertijd was Stan ook kwetsbaar. Moest hij het verhaal niet beperken tot zichzelf? Nee, wist hij ook meteen. Stan was met hem verweven. En bovendien had hij hem al te veel genoemd en zelfs die foto laten zien. En … hij was hier, in Monterey, voor zijn broer. ‘Stan is bijzonder. Hij is niet gek of zo wat ze ook van hem beweren op school en in de omgeving. Hij is intelligent maar bijzonder.’
‘Kun je dat toelichten?’
‘De eerste jaren dat Stan bij ons was praatte hij niet. Helemaal niet. Hij communiceerde met gebaren en kreten. Zij hebben hem toen wel na laten kijken door doktoren maar die konden niet iets vinden dat het kon verklaren. Het was volgens hen iets psychisch.
‘Heel goed voor te stellen,’ vond Edith, ‘als je moeder je ineens dumpt bij volstrekt vreemden.’
‘Ja. Dat heb ik ook altijd als oorzaak gezien. Het jaar Kindergarten praatte hij nog steeds niet. Hij was erg angstig. Thuis als hij weer eens schreeuwde en tierde, kroop Stan altijd achter mij weg als hij de kans kreeg. In de eerste klas begon hij eindelijk te praten. Heel moeilijk eerst. Maar er kwamen woordjes. Zij hadden oefeningen gekregen van de lerares om met hem te doen maar ik heb ze nooit met hen zien werken. Thuis oefende ik met hem op mijn slaapkamer of op die van hem met een plaatjesboek. Hij sliep ook boven inmiddels. Buiten in de tuin deden we dat ook. Ik wees dingen aan, noemde de naam en hij herhaalde dat. Stan is heel zachtaardig. Doet geen vlieg kwaad. Toen hij op school eens een keer een kikker moest ontleden, weigerde hij dat. Hij wilde het dier niet verdoven om het te doden. Toen de leraar hem wilde dwingen het toch te doen, rende hij door de klas en verzamelde hij zoveel mogelijk kikkers in zijn bak en liet ze buiten vrij.’
‘Goed gedaan!’ kwam het compliment van Edith.
‘En verder?’ vroeg Max.
‘Je moet weten hoe je met hem moet omgaan. Ik heb dat ook moeten leren. Afspraak is afspraak bij hem. Kom je die niet na dan is hij boos. Heel boos.’
‘Vandaar dat je moest bellen om negen uur.’
‘Ja. Een vaste afspraak tussen ons. Iets eerder of later kan inmiddels maar het moet niet te veel afwijken. Je moet hem heel duidelijke, enkelvoudige opdrachten geven. Het was zijn taak om het gras te maaien in de maanden dat dat moest. Hij was altijd kort van stof. “Gras maaien, jij!” luidde het commando waarbij hij dan Stan aanwees.’
Edith kromp in elkaar. Ze voelde Richards pijn en wist zeker dat de jongens zouden hebben moeten antwoorden met een “Yes, Sir!” Walgelijk!
‘Maar zo moet je niet met Stan omgaan. Je moet hem heel duidelijk maken wat je bedoelt.’
‘Sorry hoor, maar ik snap het even niet.’
‘Bij grasmaaien komt meer kijken dan alleen maar het gras maaien, Max,’ reageerde zijn vrouw. ‘Je moet de kantjes bijknippen, het gras bijeenvegen en op de composthoop brengen, je moet de grasmaaier en de kantjesknipper schoonmaken en alles weer opruimen.’
Richard keek op. Ze snapte het helemaal.
‘Ah, nu snap ik het. En dat was voor je broer dus niet duidelijk.’
‘Klopt. En ook niet nadat het hem een keer was uitgelegd.’
‘En zijn … niet begrijpen, dat begreep jij wel?’
‘Ja. Ik zag waar het mis ging en probeerde dat ook aan hen uit te leggen want het ging natuurlijk niet alleen mis met het grasmaaien maar ook bijvoorbeeld met het afdrogen. Hij droogde af en liet alles op het aanrecht staan omdat hem gezegd was dat hij moest afdrogen.’
Max had het idee dat Richard nu emotioneel begon te worden. Hij werd duidelijk zenuwachtiger, pakte zijn zakdoek en snoot zijn neus terwijl dat, zo had hij het idee, eigenlijk niet nodig was.
‘Het doet me meer om erover te praten dan ik had gedacht,’ gaf hij als verklaring en daarmee bevestigde hij ongeweten Max’ bemerking.
‘We kunnen ook stoppen en later verder gaan,’ stelde Max voor een tweede keer voor.
‘Nee. Ik moet straks nog naar huis e… ‘
‘Misschien is het beter als je vannacht hier blijft,’ stelde Edith voor.
‘Nee! Dat kan niet! Ik heb mijn werk morgenvroeg.’
‘Zie jij jezelf al een vrachtwagen uitladen?’ vroeg Max, die wist wat Richards baantje in de ochtend was, op schampere toon. ‘Je had al moeite genoeg om mij te helpen mijn bureau te ontruimen.’
‘Ja, en toen liet jij hem ook nog eens alleen mijn computer ophalen!’ kaatste Edith de bal terug naar haar echtgenoot.
‘Maar … dat werk moet gedaan worden,’ klonk het met een heel klein stemmetje.
‘Ja. Ik bel straks Nathan op en vraag hem of hij je een dienst wil bewijzen. Is dat goed?’
Richard wist het niet. Hij wilde anderen niet tot last zijn maar hij begreep ook wel dat hij morgenvroeg al moeite genoeg zou hebben om rechtop te komen. ‘Ja. Ik denk het wel.’
‘Goed en dan blijf je dus vannacht hier slapen, zei Edith. ‘Kan ik mooi toezicht houden op je.’
Richard keek haar aan en zag een heel lieve glimlach op haar bezorgde gezicht. Desondanks zei hij dat hij dat nog niet wist.
* * *
‘Richard? Richard?’
Even was de jongen verzonken geweest in gedachten. ‘Sorry. Ik was er eventjes niet. Wat vroeg u? Euh … je?’
‘Ik wil graag even met je terug naar een eerder moment in ons gesprek. Ik vroeg je toen of je ooit eerder met iemand had gesproken over je thuissituatie.’
‘Ja. Met een lerares op de elementary school. Zij heeft mij zelfverdediging geleerd.’
‘Hoe kwam het dat je met haar ging praten?’
Richard vertelde dat op een gegeven moment tijdens een van de trainingen de jas van zijn judopak open gegleden was en dat zij blauwe plekken had gezien. Na de training had zij hem er, onder vier ogen, naar gevraagd. ‘Ik kon niet liegen. Niet tegen haar. Zij is altijd goed voor mij geweest. Eerst weigerde ik nog te praten en rende ik weg. De les erna deed zij of er niets aan de hand was. Deed gewoon haar ding en liet me met rust. Maar voor mij voelde het niet goed. Na de les vroeg ik of ik met haar mocht praten.’
‘Hoe oud was je toen?’
‘Het was volgens mij het laatste jaar van de elementary school. Ik was dus elf of twaalf.’
‘Je was al jong zelfstandig en maakt op mij de indruk dat je ook al jong vooruit kon kijken. Ik bedoel daarmee dat je consequenties wist in te schatten. Snap je wat ik bedoel?’
‘Ja.’
‘Had je erover nagedacht wat er zou kunnen gebeuren als jij met iemand over thuis ging praten? Met je lerares?’
‘Ja. Het maakte me niet uit. Ik hoopte alleen maar dat er een eind zou komen aan de el… ‘ Op dat moment brak Richard. Hij begon te snikken en daarna onbedaarlijk te huilen.
Edith was heel snel bij hem, sloeg voorzichtig een arm om hem heen en trok hem tegen zich aan. Ze wist maar al te goed dat het hem lichamelijk pijn zou doen maar hier moest troost geboden worden. ‘Huil maar, Richard. Laat je tranen komen. Huil alle ellende er maar uit. Laat het een opluchting voor je zijn.’ Ze streelde over de rug van deze jongen die in zijn gedragingen zijn hele leven eigenlijk al een volwassene was geweest. Die nooit de mogelijkheid had gehad om kind te zijn. Ze verbeet haar eigen tranen omdat die nu niet mochten komen. Die zou ze later plengen als ze alleen of samen met Max was. Tenminste … dat was haar voornemen. Nu moest ze er zijn voor Richard en zijn broer die zij en Max nog niet kenden maar die een heel belangrijke rol in Richards leven speelde. ‘Gaat het weer een beetje?’ vroeg ze, toen ze merkte dat Richard wat rustiger was geworden.
‘Ja. Dank je. Ik stel me aan.’
‘Richard, laat me je één ding duidelijk maken,’ Max was opgestaan en liep heen en weer voor de schuifpui, ‘hier is absoluut geen sprake van aanstellen. Jouw leven is, zoals je zojuist zelf wilde zeggen, één grote ellende geweest! Je hebt nooit het leven van een kind kunnen leiden. Een leven waar jij als kind recht op had! Ze hebben je verwaarloosd! Je de zorg die je nodig had onthouden! En jij hebt de zorg voor je broertje op je genomen! De zorg die zij Stan hadden moeten geven en waar ze jou niet mee hadden mogen belasten! Nooit!’
‘Je hebt gelijk,’ zei Richard en hij veegde met de rug van zijn hand de tranen uit zijn ogen. ‘Daarom wilde ik ook praten met Beatrice. Mijn lerares. Op dat moment wilde ik dat er een eind aankwam, maar dat gebeurde dus niet. Ze luisterde heel erg goed naar me. Was inlevend en troostte me toen ik moest huilen. Ze beloofde me dat ze er werk van zou maken. En dat deed ze ook. Uiteindelijk praatte ze erover met de directeur.’ Richard liet een stilte vallen. Een pauze die waarschijnlijk iets te lang duurde voor zijn gesprekspartners want al heel snel reageerde Edith.
‘En er gebeurde niets?’
‘Er gebeurde wel iets maar niet dat waar ik op gehoopt had. Ik weet niet meer welke dag het precies was maar toen ik op school kwam schoot Beatrice me meteen aan. Ze zei me dat het niet goed was gegaan. Dat de directeur er niets van had willen weten. En ook vertelde ze dat ze helaas niets meer voor mij kon doen omdat ze zou worden ontslagen.’
Max zag dat Richard verder wilde gaan maar onderbrak hem met: ‘Hoe voelde dat voor jou?’
‘Even voelde ik kippenvel. Overal. Even voelde ik me helemaal alleen op de wereld maar … Ik ben iemand die altijd plannen maakt. Altijd. En ook reserveplannen. Lukt het ene niet dan ga ik over op het volgende.’
‘En jij had een plan B.’
Richard knikte en ging verder met vertellen. ‘De directeur wilde het niet geloven. Hij had na het verhaal van Beatrice meteen contact gezocht met he… ‘
‘De stomkop!’ brieste Max hevig verhit. ‘Zoiets mag niet! Mag nooit! Hij had een onafhankelijk persoon opdracht moeten geven om een onderzoek in te stellen in plaats van je ouders te benaderen!’
‘Daar waar ik woon geldt het ons-kent-ons nog erg sterk. De directeur kende hem als leraar en ook als lid van de community council en dus was dat wat mijn lerares hem vertelde gewoon niet mogelijk. Ik werd neergezet als een leugenaar en dat voelde verrekte rot.’
‘Het is vast meer dan dat geweest, Richard,’ zei Edith met een van tranen doortrokken stem. Het lukte haar niet langer zich goed te houden.
‘Het spijt me dat ik je opnieuw aan het huilen maak, Edith,’ verontschuldigde hij zich.
‘Nee, niet doen. Niet nodig.’
‘Maar inderdaad … het was meer dan me rot voelen. Op dat moment begreep ik heel erg duidelijk dat ik er alleen voor stond. Had ik eindelijk hulp gezocht bij een volwassene en kreeg ik de kous op de kop. Ik moest bij de directeur komen en hij maakte me uit voor leugenaar. Zoiets zou mijn … zou hij, die hij kende nooit doen. Ik maakte hen te schande door mijn slechte praatjes. Hij belde hem. En even later kwam hij me op halen. Toen ik de kamer van de directeur met hem verliet, zat Stan op de gang te wachten. Ik had Stan eerder al verteld dat ik met Beatrice gepraat had in de hoop dat het ons zou helpen. Ik weet niet of hij het begreep maar dat deed er ook niet toe. Stan begreep niet waarom hij ons kwam halen. Achter in de auto zaten we naast elkaar en ik fluisterde Stan in zijn oor dat het niet gelukt was. Stan begon meteen te trillen en te snikken. Hij woest. Schelden en tieren. Wie ik wel niet dacht dat ik was dat ik zo over hem durfde te praten met vreemden. Thuisgekomen wilde ik Stan mee naar boven nemen maar hij hield me tegen. Stan moest grasmaaien, het was een woensdag dus. Ik rende naar boven en wist wat ik moest doen omdat ik voorbereid was. Beatrice had me geholpen met mijn plan-B, met me geoefend en dat reserveplan had ik al honderden malen doorgenomen. Ik was voorbereid. Ik dook onder mijn bed en haalde dat wat ik nodig had tevoorschijn. Op het bed zittend wachtte ik af tot het weer verkeerd zou gaan want dat het verkeerd zou gaan wist ik. Zo ging het tenslotte altijd. Het geschreeuw begon. Ik hoorde Stan huilen en rende naar beneden. Hij had Stan bij zijn arm beet en schudde hem door elkaar. Stan krijste. Ik mepte hem met mijn honkbalknuppel in de holte van zijn knieën. Hij klapte dubbel en viel op de grond. Stan was uit zijn greep en kroop meteen achter me. Hij draaide zich om en lag op zijn rug op de grond. Ik stond naast hem en had mijn honkbalknuppel gericht op zij…’ Even stopte hij. Het was er bijna allemaal achter elkaar uitgekomen. Monotoon wellicht maar dat wist hij ook niet. Het leek alsof hij zichzelf niet had horen praten. Het was dan wellicht op dezelfde toon uitgesproken maar het was niet gevoelloos geweest. Alle woorden hadden hem keihard geraakt. Hij voelde zich getroffen in zijn ziel en begon het benauwd te krijgen. Vreselijk benauwd. Zijn ademhaling ging moeilijk, hij begon te piepen. Edith en Max waren heel doelgericht meteen.
‘Als het kan, probeer dan je armen boven je hoofd te doen, Richard, en probeer rustig door te ademen. In door je neus, uit door je mond. Probeer voorzichtig alle lucht uit je longen te blazen steeds,’ gaf Edith haar opdracht. Ze zag dat hij zijn rechter arm amper omhoog kon krijgen. Stijfheid ten gevolge van de val, wist ze ook meteen. Ze liep op hem toe om hem daarmee te helpen. ‘Ik help je. Ik ondersteun je arm. Voorzichtig aan. Steeds ietsjes hoger. En rustig door blijven ademen.’
Max deed eerst de schuifpui open en daarna leidde hij samen met Edith de jongen de koele avondlucht in. De spanning was hem te groot geworden. Midden in zijn verhaal was hij opgehouden met spreken en lijkbleek geworden waarna zijn ademhaling ineens heel oppervlakkig en piepend was geworden. ‘Gaat het weer wat?’
Richard knikte. Het voelde beter. Zijn longen kregen weer zuurstof dat weer door zijn lijf stroomde, zo voelde het. Hij stond voor gek hier met zijn armen boven zijn hoofd waarbij Edith zijn rechter arm omhoog hield maar hij begreep waar het voor diende en zou rustig zo blijven staan tot zij hem zou zeggen dat hij ze naar beneden kon doen. Hij wist ineens wat hij nog meer had gezien in haar werkkamer dan al die familiefoto’s: haar diploma’s. Ze was verpleegkundige geweest en was daarna ook verbonden geweest aan de opleiding voor verpleegkundigen als docent. Waarschijnlijk, zo interpreteerde hij nu, was mevrouw Jenkins een leerling van haar geweest. Wat leeftijd betrof, zo schatte hij in, zou het kunnen. Mevrouw Jenkins was waarschijnlijk een goede leerling geweest, want nu kon hij ook de opmerking plaatsen die Max had gemaakt bij hun aankomst. De mededeling dat Edith gerust kon zijn omdat Alice hem had verzorgd.
‘Als je denkt dat je voldoende frisse lucht in je longen hebt, laat jij je linker arm langzaam zakken terwijl ik dat doe met je rechter.’
Heel langzaam deed hij wat Edith had gezegd. Hij voelde haar steun rechts. Het was maar goed ook want hij had het gevoel dat hij daar totaal geen controle over zijn spieren had op dit moment. Heel langzaam ook bleef hij in- en uitademen. Het voelde goed.
‘Ik ga nog even bellen met Alice,’ kondigde Edith aan toen ze wist dat het weer ging met Richard.
‘Gaan wij hier op de bank zitten,’ vroeg Max, ‘of gaan we toch liever naar binnen?’
‘Ik ga liever naar binnen als je het niet erg vindt.’ Max ondersteunde hem aan zijn linkerkant bij het naar binnen gaan. Hij voelde zich een wrak. Het gaan zitten op de bank kostte hem moeite. Max ging naast hem zitten. ‘Zal ik verder gaan of wil je dat ik wacht op Edith?’
Max vond het het beste om meteen verder te gaan. Hij zou Edith later wel bijpraten als dat nodig was.
‘Ik stond naast hem met Stan achter me en de knuppel gericht op zijn kin. Ik maakte hem heel duidelijk wat de spelregels vanaf nu zouden zijn. Hij moest van Stan en mij afblijven. Zodra ik zou merken dat hij Stan iets had gedaan, dan zou ik hem in elkaar slaan. Eerst lachte hij. Hij probeerde rechtop te gaan zitten maar ik tikte hem met de bat tegen zijn kin. Heel zachtjes maar wel duidelijk. Ik zei hem dat ik heus niet de confrontatie met hem zou opzoeken als hij nuchter was maar dat ik hem zou pakken als hij dronken in zijn stoel lag te slapen. Het leek of hij schrok. Alsof hij voor het eerst door had dat ik ervan wist. Maar heel snel was de schrik ook weer verdwenen. Hij begon te schreeuwen dat ik een snotbek was en dat ik me nergens mee te bemoeien had. Ik bleef dicht bij hem staan en eiste dat hij de nieuwe spelregels zou erkennen. Toen hij weigerde sloeg ik hem hard tegen zijn bovenarm. Vloekend en scheldend ging hij na een tweede tik akkoord.’
‘En werkte het?’
‘Geweld is nooit goed te praten, denk ik.’
‘Je hoeft je er niet voor te schamen dat je tegen hem geweld hebt gebruikt, Richard. Het was noodzakelijk. Je moest Stan en jezelf tegen hem beschermen.’
‘Ja. Het klinkt misschien hard maar ik had geen andere keuze. Mijn poging om het bespreekbaar te maken was mislukt en dus moest ik veiligheid voor Stan en mijzelf creëren. Ik ben er niet trots op dat ik daarvoor geweld moest leren en werkelijk gebruiken en er steeds mee moest blijven dreigen want vanaf dat moment hield ik die knuppel altijd bij de hand als een soort van herinnering voor hem. Maar het moest. Het kon niet anders. En soms moest ik meer doen dan alleen maar dreigen.’
‘Maar je moest ook slapen. Nooit bang geweest dat hij je iets zou aandoen als je sliep?’
‘Ik heb altijd heel licht geslapen. Ik zou het gemerkt hebben als hij naar boven kwam. Maar ondanks dat namen we onze voorzorgsmaatregelen. Ik construeerde een booby trap op de trap naar de eerste verdieping. Als hij het zou wagen ’s nachts naar boven te komen, dan zou ik meteen gealarmeerd zijn door de enorme herrie.’ Richard glimlachte. ‘Stan en ik maakten dat bouwsel elke avond samen en het gaf ons een enorm saamhorigheidsgevoel. We hoorden bij elkaar en stonden samen tegenover hem.’
‘Wat was haar rol in het geheel?’
‘Onduidelijk voor mij. Als ik met haar alleen was viel het wel mee, eigenlijk. Haar kon ik het beste pleasen. Een afspraak maken lukte soms ook. Maar zodra hij in de buurt was … leek het of zij stil viel. Het lijkt erop dat ze nooit iets deed om ons te helpen maar … ik weet het niet. Soms … ik weet het gewoon niet.’
‘Hadden ze vaak ruzie met z’n tweeën?’

*

Morgenster – 2 – Morgenster – 4