19 mei 2022

Morgenster – 19

Niemand had stil gezeten die middag voor het eten. Er was heel veel werk verzet en dat opdat er die avond een groot feest gevierd zou kunnen worden: een feest speciaal voor Richard en Stan. Een feest omdat zij, zo had Edith het verwoord, zo veel feesten gemist hadden. De band van Nathan zou optreden en hij had enkele andere artiesten gevraagd om zijn band te versterken. Zo was er was een zangeres uitgenodigd en Jacob zou bij enkele nummers op de viool spelen. Nancy zou de avond, voor zover nodig, aan elkaar praten.
Het gezamenlijke eten liep op zijn eind en iedereen hielp mee met het opruimen en het treffen van de laatste voorbereidingen voor het feest. De tuinen waren prachtig verlicht en versierd. Er was een kerststal en er stonden diverse mooi versierde kerstbomen. Stan liep verwonderd rond. Hij genoot. Richard keek naar hem en zag het geluk op het gezicht van zijn vriend.
‘Hij is gelukkig.’
Richard schrok op en herkende Joseph Drummond, de vader van George. ‘Ja, dat is hij. Gelukkig vanaf de allereerste dag dat hij hier kwam. En nu helemaal bijzonder gelukkig omdat hij, nou ja … je weet het wel.’
‘Mij doet het enorm goed om te zien hoe gelukkig hij is. En ik weet dat als hij gelukkig is, jij het ook bent, Richard.’
‘We zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.’
‘Maar wil je me even meehelpen?’
‘Natuurlijk!’
* * *
Tussen half acht en acht uur kwamen de overige gasten binnen. Richard herkende er heel veel. Hij zag mevrouw Sanchez die hem nog steeds “mijn engel” noemde maar dat in het Spaans. Ook Alice Jenkins was er en hij besefte dat die twee aan het begin van dit alles hadden gestaan. Er waren pleegkinderen van de Drummonds, vrienden en bekenden die hij ook kende, leraren en bestuurrsleden van de school van Max, vrijwilligers met wie Edith samenwerkte. En heel veel mensen kende hij ook niet. Het aantal was gewoon enorm. En praktisch als hij was vroeg hij zich of er wel genoeg stoelen waren voor al die mensen.
De band begon te spelen. Het was iets instrumentaals. Iedereen begreep dat het feest zou gaan beginnen en zocht een plekje om te zitten en langzaamaan werd het stil. Toen het intro afgelopen was kwam Nancy in een prachtige lange jurk het toneel op. Vanuit het publiek werd er gefloten en Nathan stond quasi boos op vanachter zijn vleugel.
‘Zitten blijven, jij!’ speelde Nancy het leuk mee in de richting van haar vriend. En daarna bedankte ze degenen die naar haar gefloten hadden. ‘Namens Edith en Max heet ik jullie allemaal van harte welkom op deze Kerstavond. Een bijzondere. Het is vandaag al vaker aangehaald op diverse momenten. Een bijzondere Kerstavond want de familie Drummond heeft dit jaar uitbreiding gekregen. En dat uit wel heel bijzondere hoek. Ik neem aan dat niemand van jullie ooit van Metchosin had gehoord.’ Even wachtte ze de reacties uit het publiek af. ‘Dacht het al, ik ook niet. En toch … toch kwamen daar de twee jongens vandaan die de familie Drummond hebben versterkt. Het brengt het totaal aantal afstammelingen van onze gastvrouw en gastheer op een enorm respectabel aantal. Ik had ze vooraf keurig geteld allemaal maar het bleek me vanmiddag dat er meer aanhang was dan waar ik weet van had. Ik moet ergens iets gemist hebben.’ Er werd geapplaudisseerd. ‘En over een aantal maanden is er opnieuw sprake van uitbreiding: het eerste achterkleinkind van Edith en Max. Het muzikale feest van vanavond is speciaal voor Richard en Stan. Iedereen kent hen wel inmiddels. Ze kwamen vanuit het koude noorden en zijn inmiddels behoorlijk ontdooid. Ze voelen zich thuis hier en dat thuis voelen, heeft iedereen nodig.’
Stan was de draad kwijt. Het duurde hem te lang. Nancy zag er leuk uit en ze praatte vlot maar te lang. Ze leek op Richard. Die had dat ook vaak. En ja … hij kon zijn aandacht er dan niet bij houden. Hij keek om zich heen. Jocelyn en Joëlle waren er al sinds het eten. Hij keek naar hen en zag de knipoog die hij kreeg van Joëlle. Hij knipoogde terug. Daar zaten Joseph Drummond en zijn vrouw. Die kende hij heel goed. Zij … Gelukkig, Nancy was klaar met praten. De band van Nathan zette in en … waar was Richard. Net had hij nog naast hem gezeten. Hij keek rond maar zag hem niet. Nancy plofte naast hem neer en omdat zij zijn hand beetpakte kon hij niet gaan staan om Richard te zoeken.
‘Rustig aan, Stan! Rustig blijven zitten.’
‘Maar ik zie Richard nergens. Net was hij er nog!’
‘Kijk eens wie daar het toneel op komt?’
Stan keek in de richting van het podium. ‘Hij is gek! Hij staat op het toneel! En … ‘
Richard probeerde rechtop te blijven staan. Zijn knieën knikten behoorlijk. Hij had geoefend. Heel veel geoefend maar … zingen voor Nancy, Nathan en de band was toch iets anders dan voor zoveel toeschouwers. Niet aan denken nu, sprak hij zichzelf toe. De spotlights waren aan en hij merkte dat hij zowat niemand kon herkennen. Nathan had gelijk gehad, dat scheelde een stuk. Hij hoorde hoe de muziek van het lied dat hij zou gaan zingen zachtjes werd ingezet. Een teken dat hij kon beginnen met zijn praatje vooraf. ‘Zingen kan ik niet echt. Ik doe mijn best. Maar als het niet echt goed gaat is het niet de schuld van mijn begeleiders. Nancy, Nathan en de band hebben hun uiterste best gedaan om mij enig gevoel voor muziek bij te brengen.’
‘Hij gaat toch niet echt zingen, hè,’ vroeg Stan vertwijfeld aan Nancy.
‘Dat doet hij wel. Waarom zou hij dat niet doen?’
‘Hij kan niet zingen!’
‘Echt wel!
‘Dit lied,’ zo ging Richard, geen weet hebbende van de kritiek van zijn partner, rustig verder, ‘is speciaal voor Stan. Vanmorgen nog heb ik hem uitgelegd hoe de titel van dit lied voor mij heeft gewerkt. Hoe het ervoor gezorgd heeft dat wij twee er nu vandaag kunnen zijn. Niet alle woorden passen helemaal op hem en op mij maar … de titel, het refrein wel degelijk. Daarom … Stan … speciaal voor jou.’ Er klonk applaus en hij liep naar de vleugel waar Nathan zat. Zo dichtbij hun vriend voelde het beter. Als er iets mis mocht gaan dan kon Nathan hem corrigeren. Ineens was er een kriebel in zijn keel. Niet aan denken. Niet nu. Puur spanning. Nathan had hem gewaarschuwd daarvoor. Had die gast een vooruitziende blik? Hij keek naar Nathan en zag hoe zijn vingers over het toetsenbord gingen. ‘Ik zing voor jullie en speciaal voor Stan het lied met de titel “Wind Beneath My Wings” ook wel bekend onder de titel “Hero” en dat past heel erg goed want Stan is mijn held.’ Nathan en zijn bandleden hadden het arrangement aangepast. De volgens Richard overdreven versie van Bette Midler met veel te veel ohh’s en ahh’s wilde hij niet zingen en ook een rockversie die hij had gehoord was niets voor hem geweest. Ze hadden het iets sneller gemaakt dan de versie van Gladys Knight and the Pips, iets moderner. Opnieuw keek hij naar Nathan. Hij was er klaar voor en wachtte op het teken van de bandleider. Hij zag het knikje en begon te zingen.
* * *
Wind Beneath My Wings (HERO) Tekst en muziek: Jeff Silbar en Larry Henley
It must have been cold there in my shadow
To never have sunlight on your face
You were content to let me shine
You always walked a step behind
I was the one with all the glory,
While you were the one with all the strenght
Only a face without a name
I never once heard you complain..
Did you ever know that you’re my hero?
And everything I would like to be?
I can fly higher than an eagle
With you as the wind beneath my wings
It might have appeared to go unnoticed
But I’ve got it all right here right here in my heart
I want you to know
I know the truth
I would be nothing without you.
Did you ever know that you’re my hero?
And everything I like to be
I can fly higher higher than an eagle
With you as the wind beneath my wings
For you are the wind beneath my wings.
* * *
De tranen liepen over zijn wangen. Was het goed geweest? Goed genoeg? Het maakte niet uit! Hij had dat gedaan wat hij wilde. Hij had hier voor al die mensen het lied gezongen voor Stan. Om iedereen heel duidelijk te maken wat Stan voor hem betekende. Stan was zijn steun en toeverlaat. Zonder hem kon hij niet vliegen. Was hij nooit daar beland waar hij nu was: in een prachtig thuis.
Het applaus hield heel lang aan en Stan keek verbaasd om zich heen. Hij keek naar Nancy en zei: ‘Hij kan toch wel zingen!’
‘Zei ik je toch. Maar Nathan, de anderen en ik hebben dan ook heel veel met hem geoefend. Ik wist dat hij het kon.’
‘Maar hij durfde het ook. En ik … ‘
‘Jij hebt je keuze gemaakt, Stan, en dat is goed. Dat gaan we nu niet meer veranderen. Jij hoeft niet dat te doen wat een ander doet.’
‘Maar als Rich het doet voor mij, moet ik het dan niet doen voor hem?’
‘Nee. Jij kiest. En dat heb je gedaan. Zo is het goed.’
‘Dank je, Nancy. Dat je me steunt.’
‘Graag gedaan, lieve Stan. Kijk er gebeurt nog meer.’
Richard had na een paar buigingen het podium willen verlaten maar kreeg daar de kans niet toe. Hij werd teruggeroepen door een man die het podium opkwam.
‘Richard Hartman, wil jij misschien even plaatsnemen daar op dat tweezitsbankje?’
De jongen keek vreemd op zijn neus. Hij was toch klaar? Hij kon toch … Dixie, de achtergrondzangeres die hem zo-even zo prachtig had ondersteund, pakte zijn hand, nam hem mee naar het bankje en ging naast hem zitten.
‘Ik zal me even voorstellen,’ zei dat man nadat hij een microfoon in zijn hand gedrukt had gekregen, ‘Ik ben William Hammond. Mijn grootvader richtte jaren geleden de Giles Hammond Stichting op. Richard, ken jij de definitie van een stichting?’
Richard wist het en gaf de definitie die hij geleerd had op school.
‘Ja, dat klopt. Het wordt ook wel een afgescheiden vermogen met een bepaald doel genoemd. Dat doel staat in de statuten. Het doel van de Giles Hammond Stichting is, in mijn woorden, steun verlenen aan jeugd die in de knel is geraakt. Mijn grootvader verzon dat niet zelf. Hij had geld te veel en wilde er iets nuttigs mee doen. Zijn secretaresse wist wel iets. Haar naam wordt nog steeds gebruikt als de naam van een van de studiebeurzen die wij elk jaar uitreiken. In Monterey was de zorg voor jongeren met moeilijkheden niet echt goed geregeld. De overheid deed weinig. Particulieren waren goed bezig. Echt goed bezig. Het werk van hen viel de secretaresse van mijn opa op en zodoende vroeg hij of hij zijn geld mocht aanwenden om de zorg die al verleend werd te versterken. Max Drummond was de woordvoerder met wie mijn grootvader sprak en Max weifelde. Enerzijds zou extra geld handig zijn maar hij wilde absoluut niet dat buitenstaanders zich zouden gaan bemoeien met de manier waarop er gewerkt werd. Hij was een harde noot om te kraken. En het lukte mijn grootvader dan ook niet om hem op andere gedachten te brengen. Mijn grootvader had daar bewondering voor. En dat zorgde ervoor dat er een onafhankelijke stichting in het leven werd geroepen die nog steeds bestaat. Max en Edith hebben in die stichting altijd heel veel werk verzet zonder dat ze daarvoor een cent wilden zien. Ze wilden alleen geld als dat nodig was voor de opvang, ondersteuning en begeleiding van jongeren. En, zo gebeurde het. De Stichting zorgde ervoor dat er geld was. Dat de ondersteuning kon blijven zoals hij was maar dat er wel geprofessionaliseerd kon worden aan de zijlijn. Artsen, psychologen, therapeuten, personal coaches, en nog veel meer, al die mensen konden indien nodig ingeschakeld worden zonder dat de particulieren daarvoor zelf hun portemonnee hoefden te trekken. Het werd geregeld. Het kapitaal van mijn grootvader is er steeds gebleven. Het werd aangevuld door sponsoren. Mensen die, zoals Max wilde, geen enkele invloed zouden hebben op het werk. Ik krijg op mijn oortje te horen dat ik moet gaan afsluiten. Ik gebruik weer eens te veel woorden.’
Stan moest lachen. Alweer eentje. Hij had daar nooit last van en zei dat ook tegen George die naast hem was komen zitten.
‘Richard, jij zit daar op het “beklaagdenbankje” het “strafbankje” let goed op de aanhalingstekens die ik maakte met mijn vingers in de lucht. Jij en Stan werden dit jaar geholpen door de Stichting. Het was nodig. En … het is de Stichting nog nooit gebeurd dat er een brief binnenkwam van een advocaat met het verzoek om aan te geven hoeveel geld er voor een cliënt van ons is uitgegeven! Nog nooit! En … hoewel ik niet voor het bestuur kan en mag spreken zal ik je nu al zeggen wat het antwoord is. Richard, zoiets zullen we absoluut nooit doen! Wij hebben geholpen! Dat is de doelstelling van onze Stichting! Het is de bedoeling dat er geld gebruikt gaat worden en niet dat het weer teruggestort wordt. Absoluut niet!’
Opnieuw werd er gelachen in het publiek.
‘Nee, dat niet. We doen goed met ons geld en dat willen we blijven doen. Richard, we gaan zelfs nog meer uitgeven in jouw naam. Wil je even naar voren komen?’
Richard stond op. Zijn knieën knikten nog meer dan eerder die avond, zo voelde het. Wat wilde die man!
‘Richard, het is mij een eer dat ik vanavond een studiebeurs mag uitreiken die de naam ‘Richard Hartman’ zal dragen. Een studiebeurs voor jongeren die het moeilijk gehad hebben en daar met ondersteuning vanuit de Stichting doorheen zijn gekomen. De eerste studiebeurs gaat
naar jou. Alle jaren die jij nodig hebt om jouw studie af te ronden, zal de Stichting jouw studiekosten betalen.’
Zijn mond viel open. Het was niet no…
‘Het is niet nodig, hoor ik je haast denken. Zo voelt dat voor jou. Maar voor ons is het belangrijk dat je het aanneemt. Wij willen dat. Jij bent een voorbeeld voor velen. Je hebt laten zien dat je dingen wilt, dat je dingen kunt. Volgend jaar reiken we deze beurs opnieuw uit. Max en ik zullen dan samen bepalen wie de volgende zal zijn die deze studiebeurs goed kan gebruiken. Richard, ik wil je feliciteren. En hierbij, met deze oorkonde,’ de spreker kreeg iets aangereikt, ‘verleen ik jou als eerste officieel de ‘Richard Hartman studiebeurs’.
Het applaus was enorm. De mensen gingen staan. Er werd gefloten op vingers. En Richard wist niet wat hij moest doen. Gelukkig werd er geen microfoon onder zijn neus geduwd en dus hoorde niemand zijn gestamel toen hij mr. Hammond bedankte. En toch weer zei dat het niet nodig was geweest. Maar dat trok hij daarna ook meteen weer in. ‘Ik ben zoveel goeds nog niet gewend. Het spijt me dat ik zo moeilijk doe. Neem me vooral niet kwalijk. Heel erg bedankt.’
Nancy gaf William Hammond een hand een leidde hem het toneel af terwijl ze nog het een en ander in haar oor gefluisterd kreeg. Daarna liep ze terug naar de plaats waar Richard nog steeds stond met zijn oorkonde in de hand. ‘Wil je nog even gaan zitten?’
‘Euhh… ‘
‘Nog twee dingen. Een mededeling en dan nog iets speciaal voor jou.’
‘Nee, hè!’ herpakte hij zich. Hij vond het niets zo in de belangstelling te staan en dat nu al minutenlang.
‘Nog eventjes en dan ben je van al die aandacht af.’
Hij liep terug naar het bankje en ging daar zitten. Alleen. Dixie had haar plaats weer ingenomen bij de band.
‘Zoals ik al gezegd had, soms is het vanavond even iedereen zitten en aandacht voor de muziek en dan is het weer tijd om gebruik te maken van de dansvloer of voor ontmoeting met elkaar terwijl de band gewoon zijn ding doet. Nu even nog blijven zitten alsjeblieft. Als eerste wil ik een mededeling doen. In de drie huizen is een tentoonstelling ingericht van Joëlle. Het werk is koop. Van de opbrengst van vanavond gaat vijftig procent naar de Giles Hammond Stichting.’ Ze moest even stoppen vanwege het geklap vanuit het publiek. ‘Verder is er vanavond nog een veiling van een bijzonder doek. De opbrengt daarvan gaat volledig naar de Stichting.’ Opnieuw bijval vanuit het publiek. ‘En dan … dan wil ik graag dat Stan naar voren komt.’
Stan schrok op.
‘Kom, broertje,’ zei George tegen Stan terwijl hij hem aan zijn arm omhoog trok. ‘Je wordt geroepen.’
Terwijl hij opstond keek hij George aan. Ja, hij had gelijk. George was zijn broer nu. Hij had het heel duidelijk gemaakt: de naam van zijn moeder wilde hij niet langer hebben. Zij had hem niet gewild en dus wilde hij haar naam niet. “Ik wil Drummond heten en zorg maar dat dat voor elkaar komt!” had hij gezegd. Wat er daarna allemaal gebeurd was wist hij niet. Had hij ook geen verstand van maar uiteindelijk hadden de ouders van George, Joseph en Jane, hem geadopteerd als hun kind. En daarom was hij nu het broertje van George en het jongste kleinkind van Edith en Max. Hij klom het trappetje op naar het podium.
Richard keek ook op. Stan? Stan op het podium?
‘Een nieuw lied. Een passend lied. Er is één uitspraak die Stan ontzettend vaak heeft herhaald sinds hij hier bij Edith en Max woont. En … toen Nathan en ik een lied voor hem zochten … was het enorm gemakkelijk eigenlijk.’
Stress. Stress bij Richard. Zou Stan gaan zingen? Zingen. Toch niet voor hem? Hij hoorde niet meer wat Nancy zei. Hij zag alleen maar haar mond bewegen. Hij zag hoe Stan het podium opkwam en bij Nathan op het bankje ging zitten. Hij kreeg geen microfoon. Stan ging niet zelf zingen, concludeerde hij. Maar hij had zelf ook geen microfoon gehad alleen maar zo’n dingetje op zijn hoofd. Had Stan dat ook?
‘Graag een enorm applaus voor het lied dat Nathan namens Stan voor Richard gaat zingen.’
Richard had de titel gemist. Maar wist meteen wel lied het was toen hij de eerste tonen hoorde. Hij kende het en bovendien had Stan de melodie de afgelopen tijd heel vaak geneuried. Een glimlach kwam om zijn lippen. Het eerste couplet paste goed. Het refrein helemaal: dat was Stan ten voeten uit.
* * *
The Luckiest
Tekst en muziek: Ben Folds
I don’t get many things right the first time
In fact, I am told that a lot
Now I know all the wrong turns, the stumbles and falls
Brought me here
And where was I before the day
That I first saw your lovely face?
Now I see it everyday
And I know
That I am I am I am The luckiest
What if I’d been born fifty years before you
In a house on a street where you lived?
Maybe I’d be outside as you passed on your bike
Would I know?
And in a white sea of eyes
I see one pair that I recognize
And I know
That I am I am I am The luckiest
I love you more than I have ever found a way to say to you
Next door there’s an old man who lived to his nineties
And one day passed away in his sleep
And his wife; she stayed for a couple of days
And passed away
I’m sorry
I know that’s a strange way to tell you that I know we belong
That I know
That I am I am I am The luckiest
* * *
Een daverend applaus volgde toen de klanken van de muziek wegebden. Iedereen die kon kwam in de benen. Ovationeel, anders was het niet te noemen. Stan liep naar Richard. Richard legde de oorkonde snel op het bankje en ze vielen in elkaars armen. Tranen.
‘Ik durfde niet te zingen. Het spijt me, Rich, ik durfde het niet.’
‘Het geeft niet, lieve Stan. Het is een prachtig mooi lied en het geeft helemaal niet dat jij het niet durfde. Het is goed zoals het nu gegaan is. Heel erg goed.’
Heel veel tranen kwamen er maar dat deed er allemaal niet toe. Gelukkig, ja dat waren ze.
‘Zoenen, zoenen!’ werd er gescandeeerd.
Even keken ze elkaar met betraande ogen aan. Waarom ook niet. Ze zoenden elkaar. Voor al die mensen lieten ze zien dat ze van elkaar hielden. Toen de band de eerste klanken van een Kerstmedley inzette liepen ze begeleid door Nancy als in een trance het podium af. Een trapje naar beneden en daar werden ze neergezet op een bankje. Nancy wachtte bij hen tot de eerste hulp troepen haar begeleiding overnamen. Max, Edith, Jocelyn en George bleven bij de jongens en wachtten net zolang tot ze het idee hadden dat de twee er weer tegenaan konden. Met z’n allen begaven ze zich weer onder het publiek en gingen ze allemaal hun eigen weg. Zo was het goed. Alles was goed.
De hele avond lang klonk er muziek. Vrolijke muziek. Maar ook heel indringende muziek als ‘Spiegel in Spiegel’ van de Etse componist Arvo Pärt, vertolkt door Nathan op zijn vleugel en Jacob op de viool, dat bij heel veel toeschouwers emoties naar boven bracht.
Zo tegen half twaalf zaten Stan en Richard samen op het bankje met uitzicht over de oceaan. Er was nu niets te zien. Het was te donker. Nancy had aangekondigd dat er nog een afsluitend lied ten gehore gebracht zou worden. Een lied in het Frans waarvan een Engelse vertaling te lezen zou zijn op het scherm. Met hun rug zittend naar het scherm luisterden ze ernaar.
* * *
Quand on n’a que l’amour (wanneer men enkel liefde bezit)
Jacques Brel
Quand on n’a que l’amour
A s’offrir en partage
Au jour du grand voyage
Qu’est notre grand amour
Quand on n’a que l’amour
Mon amour toi et moi
Pour qu’éclatent de joie
Chaque heure et chaque jour
Quand on n’a que l’amour
Pour vivre nos promesses
Sans nulle autre richesse
Que d’y croire toujours
Quand on n’a que l’amour
Pour meubler de merveilles
Et couvrir de soleil
La laideur des faubourgs
Quand on n’a que l’amour
Pour unique raison
Pour unique chanson
Et unique secours
Quand on n’a que l’amour
Pour habiller matin
Pauvres et malandrins
De manteaux de velours
Quand on n’a que l’amour
A offrir en prière
Pour les maux de la terre
En simple troubadour
Quand on n’a que l’amour
A offrir à ceux-là
Dont l’unique combat
Est de chercher le jour
Quand on n’a que l’amour
Pour tracer un chemin
Et forcer le destin
A chaque carrefour
Quand on n’a que l’amour
Pour parler aux canons
Et rien qu’une chanson
Pour convaincre un tambour
Alors sans avoir rien
Que la force d’aimer
Nous aurons dans nos mains
Amis le monde entier
* * *
Na de eerste paar regels gaf Stan aan dat hij er geen moer van kon verstaan. Richard vertelde hem dat het in het Frans gezongen werd. ‘Kun je het vertalen voor mij, Rich?’
‘Je kunt beter het scherm bekijken, Stan. Het vertaalwerk is al gedaan.’
‘Nee, jij spreekt en verstaat Frans. Ik niet. Toe. Alsjeblieft?’
Richard vertaalde.
* * *
Wanneer men enkel liefde bezit
Om met elkaar te delen
Op de dag van de grote reis
Die onze grote liefde is
Wanneer men enkel liefde bezit
Mijn lief, jij en ik
Om van geluk te bruisen
Elk uur en elke dag
Wanneer men enkel liefde bezit
Om onze beloftes te beleven
Zonder enige andere rijkdom
Dan er altijd in te geloven
Wanneer men enkel liefde bezit
Om met wonderen te bemeubelen
En met zon te bedekken
De lelijkheid van de buitenwijken
Wanneer men enkel liefde bezit
Als enige reden
Als enig lied
En enige hulp
Wanneer men enkel liefde bezit
Om dageraad te kleden
Armen en dieven
Met fluwelen mantels
Wanneer men enkel liefde bezit
Om in gebeden te schenken
Voor de kwalen van de aarde
Als eenvoudige troubadour
Wanneer men enkel liefde bezit
Om die te geven aan diegenen
Voor wie het enige gevecht
Eruit bestaat de dag te zoeken
Wanneer men enkel liefde bezit
Om een weg te tekenen
En het lot te dwingen
Op ieder kruispunt
Wanneer men enkel liefde bezit
Om te praten tot het geschut
En enkel een lied
Om een trommelslager te overtuigen
Dan, zonder iets anders te bezitten
Dan de kracht lief te hebben
Zullen we, vrienden
De hele wereld in onze handen hebben
* * *
‘Zou dat niet vreselijk mooi zijn,’ verzuchtte Stan.
‘Wat?’
‘Als we alleen maar liefde zouden bezitten, alleen maar liefde zouden hebben.’
Soms verbaasde Stan hem nog steeds. Een antwoord geven was niet nodig, zo vond Richard. Deze uitspraak van Stan was veel te mooi daarvoor.

*

Morgenster – 18 – Morgenster – 20