Vrijdag 24 december
Richard sliep. Hij droomde. Het was begonnen met de droom die hij al slapende kon uittekenen maar hij had hem weten te veranderen. Zijn eeuwige tegenstander kreeg niet langer de overhand maar werd verslagen en op een langgerekte zucht blies Richard het stof dat van hem overgebleven was weg. Hij werd rustig wakker. Het begon met het trekken van zijn gezicht rondom zijn mond. Het ophalen van de neus. Een vuist die de slaap uit zijn ogen verdreef en toen een lange geeuw. Ja, een nieuwe dag, dacht hij toen hij zijn ogen opende. En wat voor een dag. De Dag van Edith, zo noemde hij deze dag al tijdenlang in zijn hoofd. Eindelijk was het dan gelukt dat alle Drummonds, kinderen en kleinkinderen, er zouden zijn. Met Pasen was het niet gelukt. Ook bij de viering van de verjaardagen van Edith en Max begin augustus had niet iedereen aanwezig kunnen zijn en zelfs met Thanksgiving hadden de leden van de familie die in het buitenland wonen af moeten zeggen. Maar nu … vandaag … zou iedereen er wel zijn en daarom was het Ediths Dag!
Hij bleef nog even liggen. Op de wekker zag hij dat het nog maar iets na zes uur was. Tijd genoeg om nog even uit te rusten tenzij Stan wakker zou worden want dan zou hij ongetwijfeld seks willen. Richard glimlachte. Seks met Stan was heerlijk maar ook erg vermoeiend soms. Zijn vier jaar jongere vriend had een enorm uithoudingsvermogen en was bovendien erg goed in seks. Nogmaals glimlachte hij. Hij hield van Stan. En elke dag werd dat meer, zo leek het. Maar het tragische verhaal van Stans moeder had er wel voor gezorgd dat hij ook wat betreft de liefde met beide benen op de grond bleef staan. Liefde was prima maar het mocht nooit zo zijn dat bij het overlijden van de een de ander ook dood wilde. Nee, zo mocht het volgens hem niet zijn. En gelukkig was Stan dat helemaal met hem een. Hij keek naar hem. Gelukkig, hij sliep rustig door. Het verhaal van Stans ouders had hij hem samen met Max, Edith en Jocelyn verteld. Het was duidelijk geweest dat Stan het moeilijk had gevonden. “Maar wilde zij mij dan niet?” had hij op een gegeven moment gefrustreerd geroepen. “Natuurlijk wel, Stan, maar ze wilde jou alleen maar als jouw vader er ook was,” was zijn antwoord geweest. Nog steeds wist hij niet of Stan begrip kon opbrengen voor dat wat zijn moeder had gedaan. Hij zelf kon dat nog amper bevatten. Het was gewoon zo ontzettend moeilijk voor te stellen allemaal. Maar … en dat was het mooie aan Stan … hij was nog steeds gelukkig. Had dat ook gezegd aan het eind van het gesprek: “Maar ik ben nog steeds gelukkig hier. Ik heb dan geen moeder en geen vader maar ik ben wel heel erg gelukkig.” Een prachtige afsluiting. En … hij had ook iets anders geweten. Iets dat inmiddels geregeld was.
Er waren heel wat zakelijke dingen geregeld ook. Richard heette nu officieel Hartman. De erfenis van zijn moeder was op zijn naam gezet. Dat betekende onder andere dat het huis van zijn moeder zijn eigendom was maar daarvan had hij niets willen weten. Het was het thuis van zijn Oom, Tante, Charles en Haimi, en dat moest zo blijven was zijn mening. Daarom liet hij zijn Oom meteen een overdrachtsakte opstellen. Hij had aangegeven het heel leuk te vinden om vaak naar Hawaï te komen en bij hen te logeren maar wilde het huis niet in eigendom hebben. En er was geld. Voor het eerst in zijn leven hoefde hij zich geen zorgen te maken over geld. Zijn Oom had het beheerd en aan hem overgedragen inmiddels. Hij had een getal gezien dat indruk op hem had gemaakt maar wist wat hij ermee zou gaan doen. Eerst wilde hij zijn schulden aflossen. De Stichting had volgens hem heel veel geld gestoken in de opvang van Stan en hem en dat wilde hij terugbetalen. Zijn Oom had daarover contact gehad maar inmiddels laten weten dat onderhandelen met de Stichting moeilijk was.
Ook de erfenis van Stan die Catherine had beheerd was overgedragen. De afspraak was gemaakt dat Max die zou beheren tot Stans achttiende verjaardag. Op de vraag van Max aan Stan of hij contact zou willen met de familie van zijn vader was de jongen duidelijk geweest: “Ze wilden mijn vader niet kennen en dus wil ik hen niet kennen.” En dus hadden ze verder niets gedaan.
Richard hoorde geluiden in huis. Vandaag zou het een drukke dag worden. De eerste gasten waren al aanwezig en enkelen al wakker waarschijnlijk. Bovendien zou Max er al uit zijn. Altijd als eerste. Ook best handig. Hij had er vaak gebruik van gemaakt om juist dan met Max te praten. Negatieve gedachten hadden hem vaak genoeg geplaagd juist bij het wakker worden en het was dan heel handig om ze gelijk van je af te kunnen praten, om jezelf meteen te resetten als het ware. En Max kon heel goed luisteren maar tegelijkertijd was hij heel goed in het met heel eenvoudige woorden en soms zelfs door helemaal niets te zeggen je op andere gedachten te brengen. Een echte vader. Een vader zoals hij nooit had gehad. Maar nu wel. Vandaag geen moeilijke dingen. Alleen maar genieten.
Toch maar uit bed. Maar wel voorzichtig want als Stan wakker werd dan zou het toch nog allemaal laat worden. Heel zachtjes liep hij naar hun badkamer. De komende nachten zouden ze slapers krijgen op hun kamer maar dat was niet erg. De kamer was groot genoeg. Hij douchte kort en toen hij met een handdoek terug naar de slaapkamer liep zag hij dat Stan wakker was.
‘Hé, heb jij al gedoucht?’
‘Ja, slaapkop.’
‘Kon je niet even wachten op mij?’
‘Nee, want anders komen we echt veel te laat voor het ontbijt. Ik ken jou, dude!’
Stan moest lachen. ‘Kom je nog even bij me liggen?’
Een voorstel dat Richard maar moeilijk kon weerstaan. Hij stelde wel een voorwaarde: “Maar geen seks!”
‘Oké.’
Richard keek op zijn neus. Dat viel hem dik mee, eigenlijk. Stan die … Niet over nadenken. Gewoon nog even bij hem gaan liggen.
‘Veel mensen vandaag, hè?’
‘Ja. Speciaal ter ere van ons. Vind je het erg?’
‘Nee. Ik vind iedereen leuk.’
‘Je went er dus al aan.’
‘Waaraan?’
‘Dat het niet alleen maar meer jij en ik is. Dat er meer is.’
‘Ja. En dat is goed. Toch? Komen jouw Opa en Oma ook?’
‘Het zijn ook jouw Opa en Oma, Stan. Dat hebben ze al heel vaak gezegd.’ Het leek iets dat Stan ondanks hun diverse bezoeken aan de Hartmans maar niet snapte. En dat terwijl alle Hartmans zo duidelijk waren geweest. Stan hoorde erbij. Hij was familie.
‘Maar ik heet geen Hartman.’
‘Dat maakt helemaal niet uit, man! Jij hoort bij mij. Ik heb hun achternaam nu maar jij hoort bij mij en dus zijn ze ook jouw Opa en Oma.’
‘Het is leuk dat Ethel en Rob nu hier wonen, hè?’
Dat was Stan ten voeten uit. Ineens van onderwerp veranderen. Hij moest een andere manier zien te vinden om Stan ervan te doordringen dat de Hartmans ook zijn familie waren. ‘Ja, dat is leuk, Stan.’ Sinds het begin van de maand woonde Ethel, één van de kleindochters van Edith en Max, samen met haar toekomstige echtgenoot bij hen in. Ethel was in verwachting en Rob had plotseling een baan in Monterey gekregen en zolang ze nog geen eigen woning hadden zouden ze hier blijven wonen.
‘Ik hoop dat ze blijven tot de baby er is.’
‘Grote kans dat dat lukt, Stan, want ik heb begrepen dat het best moeilijk is om een woning te vinden hier.’
‘Oh. Maar wel leuk voor mij. Een baby lijkt me heel leuk.’
‘Maar ze kunnen ook lastig zijn hoor!’
‘Hoezo?’
‘Nou, dan worden ze bijvoorbeeld midden in de nacht wakker en huilen ze zo hard dat je er wakker van wordt.’
‘Niet erg. Hoort erbij.’
‘Sinds wanneer ben jij zo wijs, Stan?’ Richard zag Stan breed glimlachen. ‘Hè, ik moet je nog steeds iets vertellen. Iets dat heel belangrijk is voor mij.’
‘Euh … is dit een serieus gesprek?’
Een brede glimlach kwam op het gezicht van Richard. Het werkte. Stan had er moeite mee om dingen af te lezen van iemands gezicht of op te merken uit de toon waarop iets gezegd werd en daarom had Richard hem aangeraden om ernaar te vragen. En dat deed hij nu. ‘Ja, Stan, dit is even een serieus gesprek.’
‘Vind je het goed dat ik dan eerst een berichtje stuur want dat is ook belangrijk.’
‘Doe maar.’
Hij pakte zijn telefoon van zijn nachtkastje en ging naar zijn Whatsapp. Hij koos de personen die hij iets moest laten weten en tikte het volgende: “Ik doe het niet.” ‘Klaar!’ zei hij en legde zijn telefoon weg.
‘Dat was een kort bericht?’
‘Ja.’
Aandringen kon hij doen maar Stan was duidelijk geweest. Meer zou hij ook niet te horen krijgen, zo wist Richard. ‘Waar ben je dankbaar voor, Stan?’
Het antwoord kwam prompt. ‘Dat ik hier ben samen met jou.’
‘Dat is heel lief gezegd, Stan.’
‘Jij?’
Dit moest eindelijk over zijn lippen en deze dag was daar uitermate geschikt voor, zo overwoog Richard. Hij had het al vaker gezegd. Dit keer wilde hij echter de woorden gebruiken die hij tot nu toe altijd had vermeden tegenover Stan. ‘Ik ben dankbaar voor jou, Stan. Dat jij zo heel veel jaren geleden alweer ineens in mijn leven kwam.’
‘Maar ik was best lastig!’
‘Stttt,’ zei Richard terwijl hij zijn wijsvinger tegen de lippen van Stan legde, ‘wil je even alleen maar luisteren? Dat wat ik ga vertellen is misschien moeilijk te begrijpen voor jou maar ik wil het je wel vertellen nu.’
Stan knikte.
‘Je weet dat het bij ons thuis niet leuk was. Ik woonde daar al zes jaar. Van een aantal jaren weet ik het natuurlijk niet. Toen was ik te klein. Maar van zeker drie jaren weet ik dat het niet leuk was.’
‘Het was gewoon rot, Rich! Zeg het dan ook zo!’
‘Het was rot! Het was vreselijk! En toen … toen kwam jij. Als jij er niet was geweest, dan zou alles heel anders gelopen zijn. Dan … af en toe lees je wel eens van … ‘ Het was moeilijk. Heel moeilijk om dit te vertellen. ‘Weet je … vogels kunnen vliegen.’
‘Ja, duhh!’
Richard moest lachen. ‘Maar dat gaat niet zomaar. Alleen vleugels hebben wil nog niet zeggen dat vogels kunnen vliegen.’
‘Oh!’
‘Er moet ook wind zijn want anders kan een vogel zich daarop niet laten wegglijden. Het gaat dus om vleugels en wind. En jij … jij bent de wind onder mijn vleugels, Stan. Begrijp je me?’
‘Niet helemaal. Maar ik ben st… ‘
‘Dat ben je niet! Echt niet! Niet meer zeggen, lieve Stan! Nooit meer!’
‘Ik weet het. Niemand heeft dat hier tegen me gezegd.’
‘En dat is goed. Goed voor jou ook om te weten. Je hebt nu een ander leven, Stan. Jij en ik allebei. Een leven dat heel anders is.’
‘We zijn gelukkig.’
‘Dat is het, Stan. We zijn gelukkig. Wind en vleugels,’ zo bracht hij het gesprek toch weer terug op dat wat hij wilde zeggen. ‘Als jij er niet geweest zou zijn … dan … was ik er nu niet geweest. Ik zou het alleen niet gered hebben, Stan. Jij hebt ervoor gezorgd dat ik een doel in mijn leven had. Ik wilde jou dingen leren. Ik wilde jou beschermen tegen hem. En later … wilde ik ook verliefd zijn op jou … met jou samen wonen.’
‘Maar als ik er niet geweest was … wat bedoel je ermee … dat jij er niet geweest zou zijn … ‘
Dit was het moeilijke gedeelte. ‘Ik zou er een eind aan gemaakt hebben, Stan.’
‘Waaraan?’ Stan voelde onrust in hem ineens.
‘Niet schrikken, Stan, want het is gelukkig allemaal niet gebeurd. Het is anders gegaan omdat jij er wel was maar … anders zou ik hen op een gegeven moment gedood hebben en daarna waarschijnlijk mezelf ook. Ik weet dat je niet van dit soort gesprekken houdt, maar ik wil het je wel gezegd hebben. Lieve Stan, ik ben heel dankbaar dat jij in mijn leven gekomen bent en dat alles anders is geworden dan dat ik toen in mijn hoofd had.’
‘Omdat … nou ja … heb ik jou gered dan? Klinkt dat gek?’
‘Nee. Dat is precies wat ik bedoel te zeggen maar jij zegt het veel duidelijker. Jij hebt er niet zoveel woorden voor nodig. Dat heb je gedaan, Stan. Je hebt mij gered door er te zijn. Door mijn leven een doel te geven, heb je mij gered. Jij bent mijn held.’
‘Jij hebt mij ook heel vaak gered van hem.’
‘Ik deed mijn best maa… ‘
‘Niet zeuren! Het lukte je bijna altijd. En die keren dat het niet lukte kon ik hebben.’
‘Je bent altijd sterk geweest, Stan.’
‘Ja.’ Hij hoorde het piepje van zijn telefoon en keek vragend naar Richard.
‘Toe maar, bekijk je berichtje maar. Ons serieuze gesprek was heftig maar kort.’
Stan pakte het apparaat en was opgelucht. Gelukkig ze waren niet boos. Zouden ze ook niet worden hadden ze gezegd. Hij mocht het zelf beslissen. En … hij wilde het toch niet. Er kwam nog een berichtje en hij las: “Maar kom je wel naast me zitten?” Dat vond hij goed en liet hij ook meteen weten.
‘Hé, klaar met je berichtjes,’ vroeg Richard grappend.
‘Ja. We moeten ontbijten. Kan ik me nog douchen?’
‘Alleen als je het snel doet!’
‘Als ik alleen douche gaat het altijd snel. Samen lukt dat niet,’ reageerde Stan gevat, sprong het bed uit en rende naar de badkamer.
Ze zaten met z’n tienen aan de ontbijttafel. Voordat ze zouden beginnen met eten vroeg Richard of hij iets mocht zeggen. Edith knikte hem vriendelijk toe en toen schraapte hij zijn keel om vervolgens te beginnen met: ‘Lieve Edith, lieve Max. Thanksgiving is de meest geschikte dag om te laten zien waarvoor je dankbaar bent maar toen waren wij bij onze familie op Hawaï. En daarom doen wij het vandaag. Toespraken passen vast en zeker beter bij het diner maar als ik nog meer toeschouwers heb dan weet ik niet of er nog wel een woord over mijn lippen komt. En ik wil wel heel graag wat zeggen. Vandaag is de dag om onze dank, de dank van Stan en mij, uit te spreken. Stan en ik hebben heel veel om dankbaar voor te zijn dit jaar. Wij zijn heel blij, niet waar Stan,’ Richard keek naar Stan en zag hem enthousiast knikken, ‘dat wij bij jullie een thuis hebben gevonden. Dat jullie mij zover hebben gekregen dat ik eindelijk eens begon te praten. Dat jullie Stan hebben willen ophalen toen het voor hem daar niet meer veilig was en ik het niet kon doen. Dat wij al die maanden hier bij jullie hebben mogen wonen.’
‘En dat jullie gezegd hebben dat wij jullie kinderen zijn,’ vulde Stan aan want volgens hem was dat het allerbelangrijkste in dat wat Richard wilde zeggen maar hij gebruikte weer eens veel en veel te veel woorden.
‘Ja, dat bedoel ik dus. Wij zijn nooit gezien als gasten. Jullie hebben ons opgenomen in jullie gezin dat begon met jullie twee en in de loop der jaren alleen maar is blijven groeien. En daar zijn wij beiden heel erg blij mee. Jullie zijn prachtmensen en daarvoor willen we jullie bedanken.’
‘Dank je wel, lieve jongens,’ reageerde Edith terwijl ze snel met een zakdoekje langs haar ogen veegde.
‘Ja, niet nodig om ons te bed… ‘
‘Echt wel!’ liet Stan zich duidelijk horen.
‘Ja, echt wel. Dit keer ben ik het helemaal met Stan eens en daarom hebben wij ook iets voor jullie gekocht. Haal jij het even, Stan?’
Stan stond op, liep de keuken uit en kwam even later terug met een bos bloemen en een enveloppe voor Edith en een keurig ingepakt langwerpig pakje voor Max. Hij reikte het ook meteen uit.
‘En wat is dit?’ wilde Max weten.
‘Duhhh, je moet het openmaken. Dan weet je het,’ gaf Stan een handreiking.
Max haalde het papiertje er voorzichtig af en had, gezien de opdruk op het doosje, toen al een idee. ‘Een pen? Voor mij?’
‘Ja,’ kwam Stans reactie, ‘je vulpen is kapot gegaan laatst en daarom hebben wij een nieuwe voor je gekocht.’
‘Wauw, jongens! Daar ben ik echt heel erg blij mee. Bedankt, het was echt niet no… ‘
‘Ja, dat was het wel. Jullie hebben zoveel voor ons gedaan en zullen dat ook de komende jaren nog doen dat dit heel schamele cadeaus zijn eigenlijk.’
‘Maar wel uit ons hart gegeven,’ vulde Stan aan en met die opmerking zorgde hij ervoor dat zijn tafelgenoten in de lach schoten.
‘Wat heb jij gekregen, schat?’ vroeg Max aan zijn vrouw.
‘Bloemen!’ dat zie je toch was het weer Stan die reageerde. Opnieuw had hij de lachers op zijn hand.
‘Ik bedoel die enveloppe, Stan!’
‘Oh.’
Edith maakte de enveloppe open en haalde er een theaterbon uit. ‘Oh, prachtig! Dank jullie wel, jongens, daar ben ik echt heel blij mee. Gaan jullie mee als ik iets uitgekozen heb?’
‘Euhh … ‘
‘Als jij dat graag wilt, Edith, dan gaan we met jou en Max mee,’ vulde Richard het “euhh …” van Stan aan.
* * *
In het huis van de Drummonds was de drukte al ’s morgens tegen een uur of tien begonnen. Kinderen en kleinkinderen waren binnengedruppeld en Richard en Stan maakten ook kennis met de Drummonds – Jake en Cassi – die ze nog niet eerder hadden gezien omdat ze vanwege het werk van Jake als militair attaché in Japan woonden. Volgens Stan leek Jake sprekend op zijn vader en Richard zag de gelijkenis ook wel. Om elf uur was de hele familie compleet en begonnen Mary en Marcy met het uitdelen van briefjes. Iedereen kreeg een taak toebedeeld en er stond keurig bij hoe laat het de bedoeling was dat de taak klaar moest zijn. Een prima organisatie waarop in principe niets aan te merken was maar … niet alle Drummonds waren zo georganiseerd als de tweelingzussen. En dus gebeurde het regelmatig dat het schema aangepast moest worden om toch alles op tijd af te krijgen.
Om vier uur kwamen de Hartmans aan. Richard wachtte hen samen met Edith en Max op op de oprijlaan voor het huis. Van Stan was geen spoor te bekennen. In allerijl had Max een zoekteam samengesteld en op pad gestuurd. Richard was zenuwachtig. Het was voor het eerst dat zijn familie bij hem op bezoek kwam. Het voelde vreemd maar tegelijkertijd heel erg goed. Hij voelde zich inmiddels heel erg op zijn gemak bij de Hartmans op Hawaï maar dit was zijn thuis. Toen iedereen uitgestapt was en Opa in zijn rolstoel was gaan zitten was het tijd voor de begroeting maar Oma Hartman vond niet degene die ze zocht: ‘Waar is mijn jongste kleinkind? De jongste heeft het recht op de eerste kus van zijn Oma. Waar is Stan?’
‘Euhhh … hij is even zoek, Oma,’ stamelde Richard. ‘Waarschijnlijk druk bezig ergens.’
Op dat moment werd Stan door George en Nathan naar voren geduwd: ‘Schiet op, Stan, je kunt je Oma niet laten wachten!’
‘Maar … ‘
‘Maar wat, Stan, wilde mevrouw Hartman weten.’
Stan kwam schoorvoetend dichter bij. ‘Het klinkt stom maar … je bent toch niet echt mijn Oma?’
‘Niet echt jouw Oma? Natuurlijk ben ik wel echt jouw Oma.’
‘Maar ik heet geen Hartman.’
‘Oh, is dat het. Lieve Stan, een achternaam doet er niet zoveel toe. Anouhea is getrouwd met mijn zoon Johan, dat weet je. Maar ze gebruikt niet de achternaam Hartman.’ Ze keek Stan aan in de hoop dat er een reactie zou komen maar die kwam er niet. ‘De drie zonen van Max en Edith zijn ook allemaal getrouwd. Toch?’ Dit keer kwam er wel een reactie van Stan in de vorm van een knikje.
Richard ging een lichtje op. Dit was een keurig opgezet toneelstukje. Maar het doel heiligde de middelen. Hij keek naar Max en kreeg een knipoog. Hij had het bij het rechte eind.
‘En ik weet dat twee van die vrouwen net als Anouhea hun eigen achternaam gebruiken. ‘En is Anouhea dan niet mijn dochter? Zijn de vrouwen die met de Drummond-zonen getrouwd zijn en hun eigen achternaam gebruiken dan geen dochters van Edith en Max? Of zijn de jongens die met de dochters van de Drummonds getrouwd zijn geen zonen van hen? Vraag het hen eens.’
Stan keek naar Edith en Max.
‘Ze zijn allemaal onze kinderen, Stan. De achternaam doet er echt niet toe. Ze zijn onze kinderen.’
‘En dus ben jij mijn jongste kleinkind, Stan, en dus wil ik jou nu een kus geven en knuffelen zoals een echte Oma doet. Kom!’
Richard zag dat Stan ontroerd was. Hij wilde naar hem toe gaan maar er was iemand die een hand op zijn schouder legde en hem tegen hield. Hij draaide zich om en keek in het gezicht van Jocelyn. Ze had gelijk: dit moest Stan even zelf oplossen. En de doorbraak kwam toen hij naar zijn Oma toeliep en zich door haar liet kussen en knuffelen.
‘Mijn Oma,’ klonk het toen door de tranen van Stan heen.
Achter zijn vrouw zat Karel Hartman in zijn rolstoel te wachten en toen het hem te lang duurde allemaal zei hij dat hij zijn jongste kleinkind ook wilde begroeten. Er werd gelachen. Toen hij zijn rolstoel op de rem zette begreep Charles niet wat daarvan de bedoeling was.
‘Wat doe je, Opa?’
‘Ik wil staan, jongen! Voor een goede knuffel moet je staan!’
‘Ma… ‘
‘Nee, Charles, ik moet staan. Je mag me helpen als je wilt, maar staan zal ik.’
Stan en Charles hielpen hem in de benen en toen hij zijn armen om zijn jongste kleinzoon heensloeg, moest hij huilen. Hij merkte dat Stan dat ook deed. ‘Tranen zijn goed, mijn kleinzoon, laat ze maar komen.’
‘Deze tranen zijn niet erg, mijn Opa, het zijn tranen omdat ik gelukkig ben. Ik ben de gelukkigste van allemaal!’
* * *
Om vijf uur gingen de families Drummond en Hartman met een aantal genodigden aan tafel. De buitentemperatuur was aan het dalen en alleen veel jongeren deden het nog zonder jasje of vest. De tafels stonden in de tuin van de Feldmanns, de grootouders van Nancy, en hier stond ook het podium voor het muziekfestijn later op de avond. Drie tuinen hadden ze voor het spektakel aaneengetrokken. Heesters die in een afscheiding hadden gestaan waren zorgvuldig verwijderd en opgeslagen door de tuinman die het onderhoud pleegde en er was gezorgd voor veilige passages, die met veel licht waren aangegeven, zodat er geen ongelukken zouden plaatsvinden.
Max hield aan het begin een kleine toespraak. ‘Dit jaar was een bijzonder jaar,’ zo opende hij. ‘Een jaar die onverwachte dingen bracht. Een jaar ook met veel verdriet, en veel dingen om te verwerken. Maar … ook zo heel veel geluk. En natuurlijk dat geluk laat niet al het verdriet zomaar verdwijnen maar toch … toch zorgt het er vaak wel voor dat we door kunnen gaan.’ Hij ging zitten.
‘Opa, dat ben ik niet gewend van jou! Nu al klaar?’ reageerde George verbaasd.
‘Ja, jongen, ik had van je Oma de strikte opdracht gekregen dat ik niet al te lang mocht praten. Haar exacte woorden waren: “Houd rekening met de spanningsboog van onze George”.’ Hij knipoogde naar zijn jongste kleinzoon.
Er werd gejoeld en gelachen toen George geen woorden vond om te reageren en daarna viel iedereen aan. Iedereen liet het zich uitstekend smaken. Anna, Cassandra, Edith, Ethel, Ginger en Nancy waren gisteren al begonnen met de voorbereidingen en vandaag hadden ze alles met de hulp van anderen afgerond. De Opa van Nancy was er gelukkig ook. Een tijdje terug was hij flink ziek geweest maar nu was hij zodanig hersteld dat hij er weer bij kon zijn. Anna zat stralend naast hem. Nathan zat naast zijn vader die ook uitgenodigd was. Joëlle en Jocelyn zaten niet naast elkaar maar tussen de familie. De Greenfields, de buren van de andere kant, waren er ook.