‘Gelukkig heeft dat geen nare herinneringen achtergelaten, Richard.’
‘Toen het eten klaar was en we aan tafel gingen zitten, snauwde hij dat wij op moesten rotten. Stan was volgens hem brutaal geweest en ik had zijn gedrag goedgekeurd en dus moesten we … Zij was boos op hem. Had hij dat niet eerder kunnen zeggen, dan had ze niet zoveel hoeven te koken. Ze maakten ruzie. Stonden tegenover elkaar te kijven en Stan en ik namen onze schooltassen mee naar boven.’
‘Die stonden toen nog beneden dus.’
Richard knikte. Dat was vaste gewoonte. ‘Als we ’s avonds naar boven gingen dan pas gingen onze schooltassen mee naar boven.’
‘Waarom?’
‘Weet ik niet. Het was een gewoonte.’
Jocelyn merkte dat Richard aan het denken sloeg en probeerde hem daarvan af te houden. ‘Je geeft het weer zoals het was, Richard, en dat is prima. Zoals jij je het herinnert is het een feit.’
‘Oké …’
‘Vertel wat je bemerkte, Richard,’ drong Jocelyn aan.
‘De broodtrommels … ze … zaten in onze rugzakken … waren gevuld. We hadden te eten. En … dan … ‘
Jocelyn zag de tranen over Richards gezicht stromen. Hij stamelde, hakkelde en kwam niet meer uit zijn woorden. Het leek haar toe dat hij heel veel wilde zeggen maar dat het hem niet wilde lukken. ‘Richard! Richt je op je ademhaling! Laat niet toe dat je herinnering met je aan de haal gaat. Gebruik je ademhaling als een anker, zoals je dat vaker hebt gedaan. Je in- en uitademing zijn er altijd. Het maakt niet uit hoe ze zijn, maar ze zijn er. Soms snel, gehaast en hoog in je lijf en andere keren rustig, kalm en diep onder in je buik. Het maakt allemaal niet uit hoe het voelt nu maar concentreer je op je ademhaling.’ Ze zag hoe de jongen tegenover haar zijn uiterste best deed om weer rustig te worden. Ze zag dat het hem lukte ook. ‘We besluiten deze sessie nu om daarna met z’n drieën erover te praten. Kom terug naar het nu, Richard, en laat alles los.’
Het zich richten op de ademhaling was een uitkomst geweest. Ook nu weer want … het ene dat hij had vastgesteld op dat ogenblik had consequenties voor iets anders en dat had hem vreselijk … benauwd. Had hij het verkeerd gehad? Had hij …? Nee, terugkomen uit het toen en er samen met Jocelyn en Max over praten. Dat was het enige dat hij op dit moment kon doen. Hij opende zijn ogen en keek in het stralende gezicht van Jocelyn.
‘Voelt het goed voor jou?’
‘Ja. Maar …’
Verder kwam Richard niet en ook niet nadat Jocelyn hem nog enige tijd had gegeven om zijn opmerking af te maken. Daarom nam zij het woord. ‘Je hebt je vragen, en dat kan ik me voorstellen. Ben je eraan toe om het met ons te bespreken?’
‘Ja. De broodtrommel zat bijna altijd in onze rugzak en was bijna altijd vol als we weggestuurd werden van tafel. Soms niet. En dat betekent dat zij, want hij zal dat absoluut nooit gedaan hebben, ervoor zorgde dat er brood in onze broodtrommels zat. Zij heeft ervoor gezorgd dat wij te eten hadden op die momenten en als zij het voor elkaar kon krijgen. Waarschijnlijk was het ook haar regel dat die schooltassen pas naar boven gingen na het eten. Dat weet ik niet zeker maar .. als dat allemaal zo is, en ik ben er bijna honderd procent van overtuigd dan … dan heb ik haar steeds verkeer… ‘
‘Ho! Stop!’ Onderbrak Max haastig Richards conclusie. ‘Volgens mij ga je nu te ver. Corrigeer me alsjeblieft als ik het verkeerd zie maar ik heb het idee dat je nu wilt beginnen aan een gevolgtrekking die niet helemaal juist is, wellicht volledig onjuist is.’
Jocelyn ging haast als automatisch verder. Waar Max was gestopt, stapte zij in. Dat vond Richard altijd een prachtig moment. Het leek alsof die twee – en hij wist dat het absoluut niet zo was – helemaal op elkaar ingespeeld waren, alsof ze elkaars partner in de beroepsuitoefening waren. Hij luisterde en liet zijn eigen gedachten los.
‘Je wilde zeggen dat je haar steeds verkeerd beoordeeld hebt. En, als je teruggaat naar je eigen woorden over haar dan weet je dat dat niet waar is. Over hem heb je steeds een heel duidelijke mening gehad en aan ons verteld. Over haar ben je steeds vaag gebleven gewoon omdat je, je eigen woorden, het niet wist. Je hebt haar nooit veroordeeld. “Ik weet het niet,” kreeg ik vaak van jou te horen als ik probeerde haar rol duidelijker te krijgen. En ik weet dat ook Max in het allereerste begin heeft geprobeerd om voor zichzelf duidelijk te krijgen wat haar rol was en dat ook hij dat “Ik weet het niet,” te horen kreeg. Ga dus nu niet beweren dat je haar altijd verkeerd hebt beoordeeld. Je hebt haar niet beoordeeld. Ben ik duidelijk naar jou toe, Richard?’
‘Ja. Jullie hebben helemaal gelijk. Dank je, Max, dat je ingegrepen hebt.’
‘Volgens afspraak, jongen, jij bent altijd heel duidelijk geweest en hebt me gezegd dat ik in moest grijpen als je te ver zou doordraven, en dat deed je volgens mij nu.’
‘Goede afspraak, jongens,’ was Jocelyn van mening.
Richard begon te glimlachen want hij had precies dezelfde afspraak met haar gemaakt toen hij voor de eerste keer bij haar op therapie kwam. Maar nu wilde hij toch verder. ‘Maar … wat moet ik nu met dit beeld?’
‘Het mag duidelijk zijn dat jouw verklaring over haar de juiste is geweest. Je wist het niet. Het was onduidelijk voor jou. De bijna altijd gevulde broodtrommel die ervoor zorgde dat jullie beiden vaak wel te eten hadden, en ook haar actie naar de politie toe op de dag dat Stan daar weg werd gehaald laten een beeld zien van iemand die zich toch … ‘ Jocelyn zocht naar woorden. Even wist ze het zelf ook niet. Het beeld van de vrouw was voor haarzelf ook heel erg onduidelijk. Ze was blij toen Richard haar tegemoet kwam met de woorden: “Het is moeilijk, nietwaar?”
‘Ja,’ zei Max, ‘zoiets is heel erg moeilijk. Een ander mens beoordelen, zeker als je met grote tegenstrijdigheden van doen hebt zoals in dit geval, is heel erg moeilijk.’
‘Laten we het er in elk geval op houden,’ herpakte Jocelyn zich, ‘dat zij tegenstrijdig is in dat wat wij nu van haar weten.’
‘Ja.’ Richard richtte zijn blik op Max. ‘Weet jij al meer van haar?’
‘We hebben de afspraak gemaakt dat ik pas iets bekend zou maken als ik over alle antwoorden zou beschikken. Toch?’
‘Ja. Dat is onze afspraak en die wil ik eigenlijk ook zo houden. Maar … ‘ Zo zeker voelde Richard zich niet meer. De afspraak die hij gemaakt had met Max was duidelijk geweest en hij had het zelf zo voorgesteld. Max had nog allerlei mitsen en maren willen inbouwen maar daarvan had juist hij helemaal niets willen weten. En nu … wat moest hij nu? Dat wat hij nu wist over de broodtrommel bracht hem aan het twijfelen en natuurlijk ook haar gedrag op de dag dat Stan was opgehaald. Dat was ook al bijzonder geweest. Alles bij elkaar … hij wist het niet en verwoordde dat ook zo.
‘Misschien is het goed dat Max en ik er samen even over praten,’ stelde Jocelyn voor. ‘Het is niet dat wij jou er buiten houden of zo maar … het is goed, zo denk ik, dat wij het er samen even over hebben. Vind jij het goed, Richard? Zeg het ons ook als jij het geen goed idee vindt en liever hebt dat wij er met z’n drieën over praten.’
‘Jouw voorstel is prima. Maar … wat doe ik dan in de tussentijd?’
‘Jo is vast en zeker in de keuken. Of bezig met een uitgebreid ontbijt of met haar nieuwe hobby waar ze maar geen genoeg van kan krijgen. Je weet de weg.’
En dat was waar. Hij wist inmiddels de weg in het huis. Hij kwam er vaak genoeg tenslotte. En dat niet alleen als cliënt van Jocelyn maar hij was er ook al een paar keer geweest samen met Max en Edith als die op visite waren geweest hier. De eerste keer hadden Stan en hij een rondleiding gekregen en daarom wist hij waar het atelier was en onderweg naar de keuken kon hij het niet laten om daar even naar binnen te gaan. Het was een en al ochtendlicht dat er binnenkwam door de glazen wand die uitkeek op het strand en het dak dat ook voor het grootste gedeelte uit glas bestond. Waarschijnlijk zat Jo hier heel vaak in de ochtenduren, zo kon Richard zich voorstellen. Hij liep langs een aantal schilderijen. Verschillende stijlen, zo had ze hem toen ook laten weten. Zelf kon hij helemaal niets op creatief gebied en daarom vond hij het allemaal heel erg knap wat ze maakte. Hij rukte zich los uit zijn overpeinzingen en ging verder naar de keuken. Daar zat Jo bij een tafel voor het raam. Ze was inderdaad met iets bezig. Hij kon haar rechterhand zien bewegen. ‘Hoi,’ groette hij haar. Even leek het alsof ze hem niet had gehoord en net toen hij nogmaals iets wilde zeggen, draaide ze zich naar hem om.
‘Hé, Richard, wil je ontbijt?’
‘Ik heb al wat gehad.’
‘Kom, je gaat me toch niet vertellen dat een gezonde jonge vent als jij niet nog wat wilt! Bovendien zou het maar zo kunnen dat je je nu opgelucht voelt na je gesprek met Jocelyn en dat er ruimte is ontstaan of dat je gewoon weer zin hebt.’
Richard was naar haar toegelopen en keek naar wat ze aan het doen was. Hij zag een klein vierkant papiertje met afgeronde hoeken met daarop … tja … hoe noemde je zoiets. ‘Wat ben je aan het doen?’
‘Ik tangle.’
‘Huh?’
‘Dat zei ik ook toen ik het voor het eerst hoorde. Ik snapte er niets van.’ En daarna begon ze uit te leggen.
Richard was naast haar gaan zitten en hoorde dat het een tekenmethode was die officieel Zentangle® heette en bedacht was door Rick Roberts en Maria Thomas. Het doen ervan noemden ze niet zentanglen maar gewoon tanglen. Het ging erom, zo kreeg hij te horen, dat je een bepaalde vorm van de basis af aan begon op te bouwen. En … ‘Daar snap ik al niets van. Ik ben niet creatief. Ik kon vroeger alleen maar kleuren. Maar wel netjes binnen de lijntjes.’
Jo moest lachen. ‘Jammer, zeg! Buiten de lijntjes kleuren is vaak veel leuker. Die lijnen beperken je zo.’
‘Maar Zentangle is een methode, zo zeg je. En daar zullen dan toch ook wel weer regels voor zijn?’
‘Een aantal eigenlijk. Een heel belangrijke is dat het niets hoeft voor te stellen. Een andere regel is dat je er plezier aan moet beleven en die vind ik het allerbelangrijkste. Bovendien zijn er zat mensen die tanglen bepaalde regels aan hun laars lappen. Je kunt regels dus heel goed tussen aanhalingstekens plaatsen. Zelf zal ik bepaalde regels altijd wel blijven hanteren omdat ze van alles met de filosofie erachter te maken hebben.’
Richard krabde zich met zijn linkerhand achter het linkeroor.
‘Theorie, dude! Niet zo moeilijk kijken!’
‘Maar dat soort dingen is altijd zo moeilijk.’
‘Nee, juist niet.’ Ze pakte een boek en liet hem een plaatje zien. ‘Vind je dit mooi?’ Een reactie duurde Joëlle te lang. ‘Nou?’
‘Ja. Het is heel mooi om te zien. Ik zie dat het abstract is en het hoeft dus niet iets voor te stellen, niet ergens op te lijken, en dan lijkt het makkelijker om te maken.’
‘Dat vind ik ook. Zou je het zelf ook kunnen?’
Daarover hoefde Richard geen moment na te denken. ‘Echt niet!’ Zoiets was gewoonweg onmogelijk.
‘De bedenkers van deze methode hanteren als motto “Alles is mogelijk, streepje voor streepje”. Denk je nu anders over mijn laatste vraag?’
‘Nee. Ik kan zoiets gewoon niet. Ik ben totaal niet creatief.’
Joëlle was nog niet van plan het op te geven. Ze pakte het boek er weer bij en sloeg het open in het begin. ‘Kijk eens mee, als je wilt.’
Richard deed wat ze hem zei. Het boek was opengeslagen op de eerste echte pagina, na het voorwoord en de inleiding. Ze wees hem op de geschreven dingetjes onderaan.
‘En dat? Kun je dat tekenen?’
‘Nou ja … dat is niet zo moeilijk.’ Het waren een stip, een streepje, een haakje waar je tekst tussen kunt plaatsen, een S-vorm en een rondje. Bovendien waren ze met de hand gemaakt en niet helemaal strak. Ook belangrijk voor hem.
‘Dan kun je het. Dat is de overtuiging van de schrijvers van dit boek die ook de bedenkers van de methode zijn.’ Nog steeds was er een denkrimpel in het voorhoofd van Richard te zien. Ze bladerde terug naar het plaatje dat ze hem eerder had laten zien. ‘Richt je eens op dit gedeelte van deze tekening.’ Ze wees het met de wijsvinger aan. ‘Zou je dat kunnen tekenen?’
‘Nee.’
‘En ik ben ervan overtuigd dat je het wel kunt maar … en dat is de truc … je moet weten hoe het is opgebouwd. Bij Zentangle gaat het om allerlei patronen die opgebouwd zijn uit de lijntjes die ik je net liet zien. Steeds maar weer. Streepje voor streepje bouw je zo’n patroon op. En als je naar het totale plaatje kijkt zie je dat er meerdere patronen gebruikt zijn. Kijk maar.’
Opnieuw volgde hij haar vinger. En ja, nu zag hij dat het geheel opgebouwd was uit verschillende gedeelten. En dat zo’n gedeelte – Jo noemde het een segment – ingevuld was met een patroon. ‘En dat zou ik ook kunnen?’
Nog steeds klonk er groot ongeloof in Richards stem door, zo bemerkte ze. ‘Ja.’ Aan één woord had Jo genoeg.
Richard liet het even voor wat het was en kwam met een andere vraag: ‘Het woord zen zit in de naam van deze methode maar zen heeft toch te maken met meditatie?’
‘Ja. En daarom hebben ze ook heel duidelijk voor deze naam gekozen. Het is als het ware meditatief tekenen doordat je geconcentreerd alles stapje voor stapje doet.’
‘Ik heb wel eens gelezen of gehoord dat je zen overal kunt doen. Dat het … ‘ even zocht hij naar de juiste formulering om het onder woorden te brengen ‘… je kunt alles zen noemen als je het maar doet met je aandacht er volledig bij.’
‘Klopt. Je kunt afwassen zen noemen als je alleen maar bezig bent met de afwas en niet alvast denkt aan wat er na de afwas gaat komen of niet de dag nog eens doorneemt in je hoofd.’
‘Lastig.’
‘Ja. Kan ik me voorstellen. Maar het werkt wel heel bevrijdend. Je hoeft helemaal niets anders dan bezig te zijn met dat wat je onder handen hebt. Alleen maar bezig met de kopjes, het bestek, de borden in het teiltje met warm water.’
‘Jullie hebben toch wel een vaatwasser?’ liet Richard uitermate verbaasd horen.
‘Echt niet! Dan mis ik een zenmoment!’ Meteen barstte ze in lachen uit.
Richard kon niet anders dan ook lachen want haar lach werkte enorm aanstekelijk. ‘Maar … sorry hoor dat ik blijf prat.. ‘
‘Niet zo vaak sorry zeggen, Richard, nergens voor nodig. Je zit ergens mee en je vraagt ernaar. Heel goed juist.’
‘Iets wat ik nog af moet leren, waarvoor ik ook bij Jocelyn kom.’
‘Luister eens hiernaar,’ ze stond op en liep naar een CD-speler op de buffetkast. Ze drukte er een USB-stick in en even later begon de muziek. Ze verstond er nog steeds niets was. Het was Nederlands, zo wist ze, maar het had voor haar net zo goed Zweeds, Deens of een heel andere taal kunnen zijn: gewoon niet te verstaan.
‘Daar begrijp ik dus niets was,’ liet Richard al weten voor het liedje helemaal uitgezongen was.
‘Ik ook niet maar van de vertaling die ik gekregen heb van een vriendin van ons in Nederland weet ik dat het een geweldig mooie tekst is. Tenminste dat vind ik. Het gaat over loslaten. Vind je het goed dat ik het je opstuur?’
‘Ja. Dat is goed. Maar nog even terug naar zen …gebruik je dat ook als je schildert?’
Jo was duidelijk in haar antwoord. Voor haar kon het niet anders, zo was ze van mening. Als ze schilderde werden subject en object één. Was er geen schilder, was er niet iets dat geschilderd werd, ging ze helemaal op in dat wat ze aan het doen was. En ja, dat was volgens haar zen. ‘Maar vind je het leuk om eens samen met mij te tanglen?’
‘Ik kan mijn rechterhand nog niet gebruiken.
‘Geen probleem. Met links kan het ook.’
‘Maar ik kan niet eens fatsoenlijk schrijven met links!’
‘Geen probleem. Als je bewust gaat tanglen met je linkerhand zet je je hersenen flink aan het werk omdat ze ineens iets moeten doen dat ze nog nooit gedaan hebben. Een prima oefening. Bovendien zijn er genoeg mensen die af en toe tanglen met rechts en dan met links. Sommigen gebruiken er zelfs een dobbelsteen voor. Even is rechts, oneven links, of andersom natuurlijk. Nou?’
Haar opmerking over de dobbelsteen maakte hem aan het glimlachen vanwege zijn eerdere gesprek met Max maar zijn scepsis bleef. ‘Wil je mij dat echt leren dan?’
‘Anders had ik het niet gevraagd, dude! Ik wil het je heel erg graag leren. Voor mij is het ook leren want ik wil weten of ik dat wat ik weet ook kan overbrengen. Op jou dus. En het kan makkelijk genoeg. Je komt twee keer in de week bij Jocelyn. Als je je nou gewoon wat eerder laat brengen, dan leer ik het je. Steeds beetje bij beetje. En je zult zien dat je al snel zelf iets kunt maken. En haal nou eindelijk eens die denkrimpel uit je voorhoofd, dude!’
Haar laatste opmerking maakte hem opnieuw aan het lachen maar toen hij de keukendeur zag opengaan was er ook meteen weer het denken. Max en Jocelyn kwamen binnen en hij wist meteen wat hij hen wilde zeggen. Hij had een besluit genomen. Hij wilde toch iets over haar weten en vatte dat ook meteen in woorden.
Verbaasd keken de twee binnenkomers elkaar aan waarna Jocelyn het woord nam: ‘Dat leek ons ook het beste, Richard. Maar als je helemaal niets wilt weten of toch meer dan dat, kunnen wij ons dat ook voorstellen.’
‘Nee, dat is wat ik graag wil weten.’
* * *
Victoria, British Colombia, Canada, vrijdag 4 juni, 00:12 uur
Taxichauffeur Steve Johnston had zijn dienst erop zitten en zoals altijd was het nadien met de collega’s even naar de kroeg. Even een pilsje en dan ging hij naar huis waar niemand meer op hem wachtte. Vanavond zou het niet anders zijn. Hij zuchtte diep.
Steve liep het café met de naam ‘Taxi Rank’ binnen en het leek alsof zijn ogen meteen naar het grote tv-scherm in de hoek boven de bar werden getrokken. Twee vrouwen waren in een nieuwsprogramma met elkaar aan het praten. Het geluid stond uit, zo wist hij, want de gasten maakten teveel lawaai om het te kunnen horen. De balk onder in het scherm gaf echter een verkorte weergave van dat wat gezegd werd tussen beiden. Hij tikte een bekende van hem op de schouder en vroeg: ‘Wie is die blonde, piepkuiken?’
‘Op zoek naar een nieuwe vrouw, Opa Johnston?’
‘Geen denken aan, piepkuiken, Sandra was mijn eerste, mijn enige en zal dat altijd blijven. Dat zoeken laat ik aan jouw generatie over. Maar wie is de blonde, Joe? Ik kan die kleine lettertjes in het scherm echt niet lezen.’
Joe las de tekst en begreep dat er het een of andere grote congres in de stad was. Een volgend nieuwsflits verscheen maar hij was niet voor één gat te vangen. Hij pakte zijn smartphone en tikte iets in dat hij had gelezen.
‘Hè, wat doe je nou?’ vroeg Steve ongeduldig.
‘Rustig, Opa Johnston, ik zoek iets voor je op.’
‘Met je telefoon?’
‘Dit is meer dan een telefoon. Het is een smartphone.’
‘En die is slimmer dan jij bent zeker!’ Johnston gniffelde
Joe moest lachen. ‘Nee, ouwe, het is een telefoon met een computer maar ik moet hem wel bedienen en zeggen waar hij naar moet zoeken. Kijk! Bedoel je haar?’
Steve keek naar het kleine schermpje dat Joe hem voorhield en inderdaad, dat was de vrouw die hij zo-even op tv had gezien. ‘Ja. Dat is haar. Maar … wie is het?’
‘Even verder zoeken.’ Snel bewogen de vingers van Joe over de toetsen. ‘Mrs. Carlier.’
‘Oké, slimpie, mooi om te weten dat ze zo heet maar wie is Mrs. Carlier?’
Een nieuwe zoekopdracht werd geplaatst. Joe las gedeelten van de tekst voor die hij onder ogen had en vroeg daarna: ‘Maar … wat wil je van haar?’
‘Niets, piepkuiken, alleen maar geïnteresseerd,’ zei Johnston. Hij bedankte Joe, klopte hem op de schouder en ging met zijn biertje aan een tafeltje zitten in een rustig hoekje. Mrs. Carlier zo dacht hij bij zichzelf. Ze was duidelijk ouder geworden maar hij had haar herkend. Een gezicht vergeten deed hij nooit.
Zijn glas was leeg en het was tijd om naar huis te gaan. Op de stoep voor het café haalde hij zijn telefoon, door de piepkuikens een koelkast genoemd, uit zijn broekzak. Ook pakte hij het visitekaartje van de private investigator die bij de taxicentrale was geweest uit zijn borstzak. Met zijn leesbril op het puntje van zijn neus las hij het nummer en tikte dat in op de toetsen. ‘Met Steve Johnston,’ sprak hij toen aan de andere kant werd opgenomen. ‘Ik weet wie het is.’
* * *
Het weer was half juni prachtig. Richard lag uitgestrekt op een luchtbed in het water van het zwembad bij het huis van de Drummonds. Volgens iedereen die hij had gesproken over het weer was het uitzonderlijk mooi dit jaar. Richard vond het prima. Hij genoot er volop van en was al flink bruin. Eerder had hij rustig wat gezwommen maar nu wilde hij zich lekker laten opdrogen in de zon. Ook Stan genoot van het zwembad en lag er zodra het maar even kon in. Het strand boeide hem ook enorm en dat vooral omdat Nathan hem had leren surfen. Richard had het nog niet aangedurfd om op een surfboard te gaan staan. Dokter Jarvis had hem nog niet ontslagen van controle. De pijn in zijn ribbenkast was volledig verdwenen. Hij kon al weer hardlopen zonder dat het pijn deed. Vanwege zijn arm hield ze hem echter nog steeds in de gaten. Hij kon hem optillen en op schouderhoogte krijgen. Verder wilde het nog niet. Bovendien had hij nog moeite met het stevig vastpakken van dingen. Een directe aanleiding was er volgens haar niet en op de MRI die gemaakt was waren geen afwijkingen te zien geweest. Fysiotherapie en oefeningen om dagelijks te doen wierpen nu, zo had hij gemerkt, wel vrucht af. Zelf had hij opgemerkt, en ook aan zijn arts doorgegeven, dat de beweeglijkheid van zijn arm minder werd als hij moe werd en als hij te veel aan het denken was geweest.
Nog steeds maakte hij veel gebruik van de mogelijkheid om van zich af te praten. Aan drie personen wist hij dat hij alles kon toevertrouwen: Max, Edith en Jocelyn. Hij had zich aangeleerd – zij het met de nodige moeite – dat hij zodra er iets opkwam er meteen over praatte. Edith was vaak de klos omdat zij het meest thuis was. Jocelyn zag hij twee keer in de week op afgesproken tijden: therapie. Het was al een paar keer gebeurd dat hij op school ineens moest praten. Dan ging hij naar het kantoor van Max. Als die er was kon hij vaak meteen zijn ei kwijt. Was Max er niet, dan bracht mevrouw Lopez hem naar huis. Met Jo tanglede hij en dat gaf een enorm stuk ontspanning. De eerste keer had hij gevraagd om een stukje gum en een liniaal. Beide had ze hem niet gegeven. Volgens hem zou het resultaat een stuk beter worden met die twee attributen. “Je bent Canadees. Spreek je Frans?” had ze gevraagd. Een bevestiging van zijn kant was gevolgd. “Le mieux est l’ennemi du bien”, had ze bijna plechtig gezegd en hij wist wat het betekende en ook van wie de uitspraak was. De betekenis was ‘Beter is de vijand van Goed’ en Voltaire had het uitgesproken. Volgens Jo waren heel veel mensen bang dat ze het niet goed genoeg zouden doen, en daarom hadden ze een gummetje nodig om een foutje weg te halen en een liniaal om in elk geval de lijnen recht te krijgen. Het bekende streven naar perfectie dat volgens haar de doodsteek voor het plezier was. En dat laatste … dat kon hij best begrijpen eigenlijk. En … het zou ook zomaar het einde van een leuke nieuwe hobby kunnen zijn, zo had hij gedacht en haar gezegd. Want … wat als je volgens jezelf nou eens een perfecte tangle gemaakt had. Wat dan? Nooit zou het meer beter worden dan die perfecte en … tja … dan kon je wel stoppen dus. Ze had hem diep in zijn ogen aangekeken en vervolgens haar armen om hem heen geslagen en geknuffeld. “Je bent geweldig wijs!” had ze hem in zijn oor gefluisterd. Maar toch … om het zo goed mogelijk te doen had hij zich heel bewust voorgenomen om zich te richten op dat wat hij aan het doen was en het niet te vergelijken met het werk van Jo. Hij tanglede niet alleen tijdens zijn niet-betaalde lessen maar ook thuis en beleefde er plezier aan. De vertaling van het Nederlandse liedje dat ze hem had laten horen, kende hij uit zijn hoofd. Het was een prachtige tekst. Maar … het helemaal kunnen toepassen vond hij nog wel moeilijk. Ook dat zou hij, zo was hij van mening, moeten leren en wel streepje voor streepje.
* * *
ALS JE LOS BENT…
Als je los bent van jezelf, los van je verleden…
Als je los bent van de angst op een dag niet meer te zijn…
Als je status niet meer telt…
Als je los bent van je geld en los van schone schijn, dan zie je toch weer nieuwe dingen hoor je overal muziek in, je muzikaliteit voorbij…
kun je blij zijn met de regen of met een goeie paraplu…
kun je leven in het ‘nu’…
Als je los bent van jezelf, en je zorgen om de toekomst…
Als je los bent van de angst voor onbestemde pijn…
Als je stil bent en je kijkt naar alles tegelijk en je niets meer hoeft te zijn, dan hoef je niemand meer te volgen, ben je zelf je eigen boek, heb je niets meer te verliezen, vind je zonder veel gezoek…
kun je lachen om je tranen en krijg je tranen van de lach…
leef je nu van dag tot dag…
Als je los bent van jezelf los van alle mooie praatjes…
Als je los bent van je denken, van ‘hoe red ik mijn gezicht?’
Als je los bent van wat moet, geen woord dat er nog toe doet en je bent je eigen licht, dan zing je zelf je eigen liedjes, raak je nooit meer van de wijs, zie je van alles in de verte,
maar ook de schoonheid van de reis, zie je telkens als je loslaat na elk eind weer een begin…
krijgt alles zijn eigen zin!
(Tekst en muziek: Chris Winsemius)
* * *
Hij was blij met de hem geboden mogelijkheden en greep ze met beide handen aan. De woede – die hij heel vaak nog voelde – wilde hij onder controle zien te krijgen. Met de twijfel – aan van alles en nog wat – had hij meer moeite. En ja … dan was er nog dat ene … dat ene dat hij …
Het onderzoek dat Max deed naar het verleden van Stan vorderde gestaag zo had hij het idee want regelmatig lagen er grote enveloppen van onderzoeksbureaus op het tafeltje in de hal. Vrijwel meteen in het begin had hij voorgesteld dat er pas iets onthuld zou worden als alle gegevens binnen zouden zijn. Hij wilde geen halve antwoorden. Daar had helemaal niemand iets aan. Bij één gelegenheid waren ze daarvan afgeweken: die ochtend of beter gezegd nacht toen hij en Max naar Jocelyn en Jo gereden waren. Toen had hij gevraagd of alles goed met haar was. Het antwoord was geweest dat zij bij hem weg was en dat het naar omstandigheden goed ging. Ze was opgevangen door familie. Dat er familie van haar was had hem verbaasd. Maar … dat hadden meer dingen die hij te weten was gekomen over haar. De broodtrommel, de door haar afgegeven verklaring bij de politie en toen dat. Verklaren kon hij het nog steeds allemaal niet, maar – zo had Jocelyn hem geleerd – dat hoefde ook niet. Niet nu. Daarvoor zouden er antwoorden moeten komen, eventueel van haar kant. En … hij wist niet of hij op haar antwoorden zat te wachten..
Ineens schrok hij op uit zijn overpeinzingen. Een plons werd gevolgd door een enorme golf water over hem heen en zijn voornemen om dit keer eens opgedroogd uit het zwembad te komen ging ten onder. Zeker toen Stan hem van het luchtbed kieperde om hem daarna meteen onder water te duwen. Zich verzetten deed hij niet. Stan zou dan zijn grote, sterke armen om hem heen slaan om zijn greep op hem te verstevigen en dat voelde vast niet prettig. Dus liet hij zich onderduwen en probeerde hij zich te redden met de lucht die nog restte in zijn longen. Toen zijn broer hem losliet schoot hij bliksemssnel naar de oppervlakte om daar zijn longen vol te zuigen.
‘Had ik je mooi te pakken, hè!’
‘Ja, dat had je, broertje,’ kreeg Richard uit zijn mond nadat hij nog wat lucht had gehapt. ‘Maar niet leuk, Stan! Ik was bijna droog, man!’
‘Nou en? Er zijn handdoeken genoeg hoor!’
De logica was duidelijk. Inderdaad, handdoeken genoeg dus waarom zou je droog uit het zwembad willen komen? ‘Was het leuk vandaag voor jou?’
‘Ja. Er was iemand die me allerlei vragen heeft gesteld. Maar ik wist niet alles hoor.’
‘Dat hoeft toch ook niet?’
‘Jij weet wel altijd alles.’
‘Nee, dat is niet waar. Ook ik weet niet alles.’
‘Maar wel veel. Meer dan ik weet.’
‘Dat is niet belangrijk, Stan,’ zei Richard en zwom naar hem toe.
‘Echt niet?’
‘Nee, echt niet!’ Richard voelde hoe Stan zijn armen om hem heen sloeg maar wel voorzichtig. ‘Kennis is iets wat niet belangrijk is. Veel belangrijker is hoe je als mens bent, Stan. En jij bent een goed mens.’
‘Vind je?’
‘Ja!’ Richard wijdde bewust niet uit. Soms was een kort en duidelijk antwoord veel beter en in dit geval volgens hem ook. Het zou waarschijnlijk geen nieuwe vragen oproepen bij zijn broer en dat deed het ook niet, dit keer. Wel zorgden de armen om hem heen er toen ineens voor dat hij opnieuw kopje onder gaan. Proestend kwam hij even later weer boven en dat tot grote schik van Stan.
‘Hahaha, die zag je niet komen, hè?’
‘Je bent een plaaggeest, Stan!’
‘Ja, leuk hè!’
‘Ja, leuk hoor! Richard zuchtte eens diep. Stan deed een nieuwe poging zijn armen om hem heen te slaan maar dit keer ontkwam hij en zwom snel naar de kant om zich daar op het droge in veiligheid te brengen. ‘Jammer, broertje, een andere keer weer. Ik ga me douchen.’
‘Ik wil eerst!’ riep Stan.
‘Bekijk het maar, bro! Ik ben sneller dan jij!’ Richard rende snel het huis in en het was aan zijn razendsnelle reflexen te danken dat hij Max
niet ondersteboven liep.
‘Ho ho! Wat een haast!’
‘Sorry, Max. Ik probeer aan dat wilde beest van een broer van mij te ontkomen.’
Max glimlachte want achter Richard verscheen de grote, eveneens kletsnatte, gestalte van Stan. ‘En dat is je niet gelukt want ik heb je opgehouden.’
‘Euh.’
‘Dank je, Max. Nu kan ik lekker eerst onder de douche.’ Snel maakte Stan gebruik van Richards verwarring en glipte langs de twee anderen het huis in.
‘Laat hem maar, Richard, dan hebben jij en ik even tijd om met elkaar te praten.’
‘Heb je je laatste gegevens binnengekregen?’
‘Nee. Jammer genoeg nog niet. Het schiet op. Binnenkort hoop ik op nieuwe ontwikkelingen. Loop je even mee naar mijn kamer?’
‘Ja. Ik droog me even snel af en kom dan naar je toe.’ Hij haastte zich weg.
In hun kamer hoorde hij Stan zingen onder de douche. Hij vond het mooi om te horen. Vroeger thuis had hij dat nooit gedaan. Sinds ze hier waren was hij dat gaan doen. Een teken dat het goed met hem ging. Bovendien kon hij goed zingen, zo vond Richard. Hij zuchtte opnieuw. Hij pakte een handdoek en droogde zich af om daarna een badjas aan te trekken en naar de kamer van Max te gaan. Wat zou hij willen bespreken? Ging het over de laatste test die Stan vandaag gemaakt had en de rapportage daarover binnenkort?
‘Ga zitten, jongen,’ zei Max toen hij binnenkwam. Hij wachtte tot Richard zat en stak toen van wal. Er was iets dat hij met de jongen moest bespreken maar voor hemzelf was het allemaal niet duidelijk. Het was iets dat Edith had opgemerkt. En zij vond dat hij er met Richard over moest praten. Zijn voorstel dat zij het met hem bespreken zou had ze afgewimpeld met de woorden dat hij beter van de tongriem gesneden was dan zij. En ja, misschien was dat ook wel zo maar een gesprek over iets beginnen dat hij zelf niet had geconstateerd, dat hem niet was opgevallen, vond hij wel heel moeilijk. In zijn opening verwoordde hij dit allemaal. Hij had het nooit een probleem gevonden om een gesprekspartner te laten zien dat hij ook niet alles wist. Dat hij soms volledig in het duister tastte. Het was niet een teken van zwakte, zoals men vaak dacht, maar veel meer een openheid die er heel vaak toe leidde dat degene met wie je in gesprek was zich opende. En het leek erop dat Richard dat ook zou doen. ‘Herken je het, Richard?’
‘Ja.’ Opnieuw volgde een diepe zucht.
‘Kun je het me uitleggen?’
‘Ik weet niet of je het zult kunnen begrijpen.’
‘Dat is niet van belang. Zo denk ik.’ Max zag op het gezicht van Richard dat hij totaal niet begreep wat hij met zijn woorden bedoelde en lichtte het toe met een voorbeeld. ‘Toen je mij vertelde dat …’ heel zorgvuldig omzeilde hij het woord dat de jongens nooit gebruikten, ‘dat hij Stan en jou terroriseerde kon ik dat ook niet begrijpen. Het ging mijn begrip volledig te boven omdat ik zelf vader ben en me niet kan voorstellen dat ik me ooit zo tegenover mijn kinderen zou gedragen. Desalniettemin wist ik dat ik iets kon betekenen voor jou. Voor jou en Stan. Ik sta, al zeg ik het zelf en ik wil mezelf absoluut niet ophemelen, open voor heel veel dingen. Ben ruim van begrip en niet geneigd snel dingen af te keuren of te veroordelen. Dat laatste zeker niet. Het is niet aan mij om een oordeel over iemand te vellen.’
‘Maar stel nou eens dat het vreselijk is wat ik je zou vertellen. Wat dan?’
‘Dan moeten we samen eens kijken hoe we ermee om kunnen gaan,’ gaf hij zijn oprechte mening weer.
‘Maar moeten wij hier dan weg?’
De blik op het gezicht van de jongen drukte ware verschrikking uit. Het verdriet, de angst die op het jeugdige gezicht te lezen waren spraken boekdelen en maakten dat Richard eensklaps vele jaren ouder leek. Deze knaap liep nog steeds met veel te veel dingen in zijn hoofd rond. Dingen die hij niet met anderen wilde bespreken, zo concludeerde Max. Hij kon nog steeds niet zover komen om alles met anderen te delen, laat staan eindelijk eens iets te vertellen dat hem en hem alleen aanging. Maar op datzelfde moment schoot hem ook iets anders te binnen. Had Richard in zijn eerste sessie met Jocelyn niet gezegd dat hij een geheim had? Zou dat wat Edith meende gezien te hebben daarmee te maken hebben? Zou hij dat woord laten vallen? Lang overwegen hoefde Max niet. ‘Heeft het te maken met het geheim dat je hebt, waarvan je eerder tegenover Jocelyn aangaf dat je zoiets had?’
‘Ja.’ Voor Richard voelde het alsof de bodem onder hem weg viel en dat terwijl hij nog helemaal niets gezegd had over de inhoud van dat geheim. Er was nog niets onthuld en toch voelde het alsof hij in adamskostuum tegenover Max stond. Naakt en kwetsbaar als op de dag van zijn geboorte. En wat … wat als hij het zou vertellen? Hij wilde er niet aan denken. Hij kon het gewoon niet vertellen en toch voelde ook dat niet goed. De laatste tijd had hij er heel veel aan moeten denken. Gewoon omdat hij zich goed voelde en dat … dat had er waarschijnlijk voor gezorgd dat zijn pantser af en toe wat afgebrokkeld was, dat hij de ophaalbrug die hem altijd had beschermd had laten zakken, want anders had Edith nooit iets kunnen opmerken. En nu? Wat nu?
‘Nee. Nooit, Richard.’
Richard schrok op uit de gedachten die hem bestormd hadden. Die het veilige kasteel dat hij om zich heen had opgebouwd aangevallen hadden.
Max zag dat dat wat hij gezegd had niet begrepen werd. ‘Het is een antwoord op jouw vraag, jongen. Jij en Stan hoeven hier niet weg. Wat jouw geheim ook is, jullie zijn hier veilig. Jouw geheim is hier veilig. Jullie mogen weg als jullie dat willen maar alleen als jullie het daar aan toe hebben en wij er zeker van zijn dat jullie een goede plek hebben om te wonen en dat jullie in staat zijn om voor jezelf te zorgen. Eerder lijkt ons dat niet verstandig.’
Richard voelde tranen prikken. Weer voelde hij die onmetelijke liefde in de woorden die Max sprak. Verdomme! Waarom moest hij nou zowat weer janken! Hij wilde dat niet! Hij … verdomme! In de afgelopen weken had hij heel veel met Max en Edith gepraat. Alle ellende van thuis was inmiddels wel voor het voetlicht gekomen. Het getreiter. Het gesar. De uitdagingen. Dat ene moment dat hij het niet langer gepikt had dat hij Stan steeds maar weer kleineerde en hem werkelijk een aantal slagen had verkocht met zijn honkbalknuppel. Het was hem zo gemakkelijk afgegaan dat hij er later enorm van was geschrokken. Maar het was noodzakelijk geweest. Het kon niet anders. Hij moest op dat moment laten zien dat er een grens was bereikt omdat Stan eraan onderdoor zou zijn gegaan. Maar nu … wat nu … moest hij het Max vertellen?
Max bleef Richard aankijken en zag de grote aanvechting in hem. Hij wist dat de jongen een keuze aan het maken was maar ook dat hij het daar vreselijk moeilijk mee had. Had hij nog een handreiking nodig? Of zou het er zonder verdere hulp van zijn kant op eigen kracht uitkomen? Hij wist het niet. Wist ook even niet wat wijs was om te doen op dit moment. Toen het hem te machtig werd, gooide hij het over een andere boeg. ‘Weet je nog steeds zeker dat je niets van het onderzoek tot nu toe wilt weten? Dat je wilt wachten tot ik alle gegevens binnen heb?’
‘Ik weet niets meer zeker, zo voelt. Het voelt alsof ik loop op flinterdun ijs en het ijskoude, donkere water eronder mij naar beneden dreigt te trekken. Ik … ik ben bang. Bang voor alles. Ik val op jongens, ben homoseksueel, een homo. Zo, nu weet je het.’
* * *
Diverse gevoelens overvielen Max tegelijkertijd op het moment dat Richard zijn verklaring aflegde. Enerzijds was er, hoe vreemd het wellicht ook klonk, een soort van blijdschap. Het was volgens hem, hij kon er naast zitten want hij had zo ontzettend veel met de jongen gepraat, de allereerste keer dat Richard iets heel persoonlijks over hem zelf gezegd had. Iets dat alleen van hem was. Meestal waren de gesprekken gegaan over wat er bij hem thuis was gebeurd aan ellende. Situaties waar hij en Stan midden in hadden gezeten. Maar dit keer kwam het van diep van binnen bij Richard. Aan de andere kant was er ook zoiets als verbazing want hoe kwam de jongen erbij dat dat een reden zou kunnen zijn om hem op straat te zetten? En dan waren er ook nog verwondering en teleurstelling. Waren hij en Edith niet duidelijk genoeg geweest? Hadden ze niet goed genoeg benadrukt dat ze vooral open waren? Maar … hij wist ook dat hij nu voorzichtig zou moeten zijn met een antwoord. Richard mocht absoluut niet het gevoel krijgen dat hij iets fout had gedaan. Dat zou hem kunnen afschrikken, als het ware. Zijn woorden heel zorgvuldig kiezen was dan ook geboden. ‘Oh. En denk je dat wij je daarom het huis uit zouden sturen?’
‘Zou toch kunnen.’ Richard boog zijn hoofd en keek naar zijn handen.
Met wie rekende de jongen? Op grond waarvan, van welke ervaring dacht hij dat zoiets mogelijk was? ‘Richard, wil je me aankijken alsjeblieft?’ Max zag hoe Richard zijn hoofd ophief en hem aankeek. ‘Dank je. Dit praat beter zo. Ik kan me je twijfel en angst voorstellen. Je bent heel anders opgevoed dan dat Edith en ik onze kinderen hebben gedaan.’
‘Als hij het geweten zou hebben, zou hij me echt doodgeslagen hebben. Altijd maar weer dat eeuwige gepreek over een man moeten worden. Hij noemde me na dat debacle met dat verdomde Canadian Football van hem een mietje! Als hij het geweten had dan … ‘
‘Wij zijn anders, Richard. Wij zijn niet jouw …’ met moeite wist hij te voorkomen dat hij het woord zou gebruiken dat de jongens nooit gebruikten. ‘Wij zijn anders dan hij, Richard! Wij houden van jou en van Stan en het maakt voor ons helemaal niet uit dat jullie niet onze eigen kinderen zijn. Wat zeg ik? Jullie zijn onze eigen kinderen wel! We hebben op onze oude dag twee prachtige nieuwe zoons gekregen en noemen hen onze kinderen omdat wij van hen houden! Hoor je me, Richard! Wij houden van jullie!’