Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Lucky Eye
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

MORGENSTER

Plaats een reactie

Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » donderdag 21 december 2017 06:25

Hoofdstuk 30.2

De rit duurde, doordat Richard het gaspedaal flink intrapte op de snelweg en het rustig was op de weg, iets minder dan twee uur. Eerst ging het door het binnenland en zagen ze onder andere Rice Lake dat ze op hun route van het Lester B. Pearson International Airport, waar ze een auto gehuurd hadden, naar het universiteitsterrein ook hadden gezien. Daarna was het een groot stuk via de snelweg genummerd ON-401 E. Bij de afslag 619 ging het verder over Montreal Street in de richting van Kingston en was het duidelijk aan alles te zien dat ze een stad naderden. Bijna uit het niets verscheen er ineens links voor hen een bebost gedeelte.

'Is dat het?' vroeg Max.

'Denk het wel. We moeten er volgens de routeplanner in elk geval bijna zijn. Hier moet ik naar links.'

'Ja. We zitten op Belle Park Drive,' zei Max die het straatnaambordje had kunnen lezen.

'En nu?'

'Rechts aanhouden, dan doorrijden tot we niet verder kunnen en dan de parkeerplaats op.'

Richard keek om zich heen en zag dat het groener begon te worden. Hij voelde zich hier buiten de stad in elk geval. Een gevoel van heimwee naar zijn echte thuis overviel hem. Niet het gezin waarin hij was opgegroeid maar de plaats. Het prachtige gedeelte van Victoria Island, de natuur. Er lag een golfbaan links van de weg maar nog steeds was het einde van de weg niet bereikt. De weg ging over het water. 'Waar zitten we ergens?' vroeg hij zich hardop af.

'Het is mooi hier,' verzuchtte Max. 'Volgens internet zitten we hier in een baai. Aan de ene kant, vraag me niet welke, heb je de Saint Lawrence River en aan de andere kant Great Cataraqui River.'

'Ik ben blij dat ik niet de enige wandelende encyclopedie ben,' zei de jongen met een lach in zijn stem.

'Ik citeer alleen maar mijn smartphone hoor.'

'Ja, ja. Maar ondertussen heb je dat ding wel geraadpleegd omdat je het wilde weten.'

'Ja. Dat zal ik niet ontkennen. Ik mag graag dingen weten.'

'Oké. Volgens mij zijn we er. Daar kan ik niet verder. De parkeerplaats maar op dan?'

'Dat heeft ze ons aangeraden. Parkeren langs de weg lijkt me niet handig hier. De weg is veel te smal.'

'Best druk hier,' zei Richard terwijl hij de auto naast zwarte Ford parkeerde.

'En daar zie ik iemand staan wachten,' wees Max, maar wel zodat het alleen voor Richard zichtbaar was, naar rechts.

'Huh?'

'Ja, ze ziet er heel anders uit.'

'Weet je zeker dat zij het is?' Richard was nog niet overtuigd. Deze vrouw leek totaal niet op degene die hij van heel dichtbij gezien had in de hal van die wolkenkrabber. Ze droeg een lichtblauwe capri jeansi, gympen, een witte blouse met de mouwen omgeslagen, een rode baseball cap en een donkere zonnebril. 'Weet je het zeker?' vroeg hij nogmaals.

'Verder staat er niemand te wachten, jongen, en dus moet zij het wel zijn. Ze zou hier eerder zijn dan wij en kijk, ze komt op ons toegelopen.' Snel maakte Max zijn autogordel los, opende het portier en stapte uit.

'Meneer Drummond,' sprak Catherine Carlier, 'ik ben blij u de hand te kunnen schudden. 'Was het een lange reis?'

'Dat wel, maar we hebben heel veel mooie dingen gezien.'

'Petersborough ligt midden in het gebied dat de Golden Horseshoe wordt genoemd en inderdaad het is een heel divers landschap. En jij bent Richard?' vroeg ze toen Richard om de auto heengelopen was.

'Ja.' Hij was blij dat ze niet een achternaam had genoemd. Hij vond het nog niet gemakkelijk om zich Hartman te noemen. Zijn Oom, die jurist was, was bezig met allerlei juridische zaken rondom zijn naamsverandering en tot die tijd wilde hij de naam eigenlijk nog niet gebruiken. Ook hij schudde haar de hand. Het was een stevige hand die ze gaf. 'U ziet er werkelijk heel anders uit dan de eerste keer dat ik u zag.'

Catherine zag de verbazing op het gezicht van de jongeman en schoot in de lach. 'Dit ben ik zoals ik werkelijk ben, Richard. Vrijdag is in de regel mijn vrije dag en dan kan ik mezelf zijn. Voor de rest van de week heb ik allerlei verplichtingen die verband houden met het werk van mijn man of de liefdadigheidsinstellingen die in ondersteun. Natuurlijk draag ik beide een warm hart toe maar … vrijdag is wel mijn meest favoriete dag.'

Richard en Max waren naar Toronto gekomen omdat ze antwoorden wilden hebben voor Stan. De meest belangrijke vraag aan haar zou zijn, waarom ze Stan weggegeven had. En ja … met het stellen van die vraag, was er ook een stuk vooroordeel ingeslopen. Een vooroordeel ten opzichte van de vrouw die het over haar hart kon verkrijgen om een tweejarig kind weg te geven. En dat oordeel was niet positief uitgevallen. Maar nu … nu ze zo ongedwongen met hem praatte, voelde Richard zich ineens bezwaard. Hij had haar niet mogen oordelen. Hij wist helemaal niets van haar af. Hij had eerst weet moeten hebben van de omstandigheden waaronder …

'Zullen we een eindje gaan wandelen. Een eindje verderop is een picknickplaats en daar is het vast nog wel rustig. Wacht u beiden even hier, dan haal ik mijn tas met thermoskannen en broodjes even op.'

'Prima idee,' reageerde Max. Hij had het initiatief graag over gelaten aan Richard maar zag dat de jongen even helemaal van de wereld was. Hij stootte hem met zijn elleboog aan. 'Alles goed?'

'Ik had beter naar je moeten luisteren,' fluisterde Richard. 'Ik heb haar geoordeeld. En dat had ik niet moeten doen. Ik wist niets van haar en toch … '

'Je hebt geoordeeld op dat kleine beetje informatie dat je had, jongen. En ja … het was wellicht te weinig … maar … ' Max, die in de regel nooit om woorden verlegen zat, kwam er even niet uit. Een beeld vormen deed je heel snel, zo wist hij uit eigen ervaring. Het was beter af te wachten maar … dat lukte niet altijd. Maar hij wilde Richard nu wel waarschuwen voor de valkuil die zich voor hem opende en zei terwijl hij de jongen heel doordringend aankeek: 'Maak nu niet de fout jezelf te oordelen, Richard.'

'Ik … ik … '

'Ik snap je vertwijfeling heel erg goed. Als je iemand ineens in het echt ontmoet en zo iemand loopt op afgetrapte gympen rond en lijkt een heel gewoon mens te zijn dan is het ineens anders nietwaar?'

Richard knikte.

'Laten we het gesprek afwachten. Mee eens?'

Opnieuw knikte Richard. Ja, Max had helemaal gelijk. Het gesprek en de antwoorden, daar kwam het op aan.

Catherine kwam terug en Richard stelde meteen voor dat hij de tas van haar zou overnemen.

'Dankjewel,' reageerde ze. 'Je hebt manieren geleerd.'

Richard snoof. En meteen hoopte hij dat zij het niet had gehoord. Hij moest hoognodig leren om niet meteen overal op te reageren, zo sprak hij zichzelf toe.

'Niet dan?' vroeg Catherine, die het dus wel degelijk gehoord had, met een vragende blik op haar gezicht aan Max.

'Ja hoor, Richard heeft zichzelf heel keurig opgevoed.' Een antwoord die de waarheid recht deed, zo vond Max, en verder was hij op dit moment niet bereid ook maar iets toe te lichten.

Even was ze verbaasd door het antwoord van Max. Ze keek van de een naar de ander en ging hen toen voor op een smal zandpad het bos in. Tijdens het lopen werd er niet gepraat. Ze kwamen bij een open plek met een picknicktafel en toen Richard de tas bij de tafel neerzette, bedankte Catherine hem nogmaals. Ze paste er echter voor om nogmaals een opmerking over zijn opvoeding te maken. Er zat hem duidelijk iets dwars, zo had ze het idee. Toen ze voor het eerst telefonisch contact had gehad met een privédetective had deze de naam Stanley Petursson laten vallen en meteen waren bij haar allerlei alarmbellen gaan rinkelen. Ze had gezegd dat het telefoontje haar op dat moment niet uitkwam en gevraagd of ze terug kon bellen. Het was een uitvlucht geweest puur en alleen om haar gedachten te ordenen. Een paar dagen lang had ze met het blaadje met daarop het telefoonnummer rondgelopen. Het steeds weer bekeken en zich steeds weer afgevraagd hoe het mogelijk was dat deze man haar had gevonden. Ze had het hem moeten vragen maar … of ze een antwoord zou hebben gekregen, dat wist ze niet. Dat gedeelte van haar verleden, dat ze dacht netjes afgedicht te hebben, had haar ingehaald. En ze wist heel erg goed dat dit allerlei consequenties kon hebben. Niet alleen voor haar maar zeker ook voor de politieke carrière van haar man. Paul Carlier was een telg uit een politieke dynastie. Diverse familieleden van hem hadden een politieke functie bekleed en, als de peilingen het bij het juiste eind hadden, dan zou haar man bij de eerstvolgende verkiezingen de premier van de provincie Ontario worden. Ontario was belangrijk in Canada en het was meermalen gebleken dat die functie een goede opstap was naar de landelijke politiek. Iets wat Paul zeer zeker ambieerde en zij had hem daartoe carte blanche gegeven: aangegeven dat zij alles zou doen om zijn streven werkelijkheid te doen worden en hem daarbij te steunen. Het enige waar ze flink aan had moeten wennen was de media-aandacht. Werkelijk overal waar ze kwam, leek de pers haar op te wachten. Toen haar man de nummer een in zijn partij was geworden, was het heel erg geweest. Ze kon de kinderen niet naar school brengen of er werden wel plaatjes geschoten. Vreselijk! Een gewoon leven leek toen heel ver weg te zijn en even had ze het idee gehad dat ze dit absoluut niet wilde. Ze wilde het vooral haar kinderen niet aan doen. Die hadden het recht op een gewoon leven. Konden zij het helpen dat hun vader een beroemde politicus was? Nee! Gelukkig waren er toen afspraken gemaakt met de pers. Er was duidelijk afgesproken dat het privéleven van de familie privé moest blijven. Gelukkig werden de afspraken aardig goed nagekomen. Maar nu … wat als alles bekend zou worden? Wat dan? Ze ging zitten en verzocht de man en de jongen hetzelfde te doen. Ze keek de jongen eerst aan. Ze had hem eerder goed in de ogen kunnen kijken en iets gezien dat haar … tja … hoe omschrijf je zoiets. Ze had het idee dat hij te vertrouwen was. Toen ze haar blik naar de man op leeftijd verplaatste zag ze dat vertrouwen ook maar … hij was ook geslepen. Hij wist wat hij wilde en daar zou hij niet van af te brengen zijn.

'Catherine,' zo begon Max uiteindelijk toen de stilte hem te lang begon te duren.

'Sorry! Eerst koffie,' zo brak ze de opening van Max af. 'Of willen jullie thee? Dat heb ik ook.'

Richard en Max kozen voor koffie. De jongen kreeg het gevoel dat Catherine zich niet op haar gemak voelde. Eerst was er die lange stilte tijdens het lopen geweest. Toen had ze een tijdlang hen beiden aangekeken en nu had ze Max' poging om het gesprek te openen getorpedeerd. Nou ja … hij had best trek in koffie maar … van uitstel mocht geen afstel komen.

'Sorry, maar … ik voel me wat onmachtig,' zo zei ze nadat ze drie mokken met koffie had gevuld en er, ongevraagd, een gevulde koek bij had gelegd. 'Jullie … soms zou ik willen dat ik Paul, mijn man, was. Hij zit nooit om woorden verlegen, praat altijd heel gemakkelijk en ik … ik stotter en stamel altijd tenzij ik van te voren weet wat ik ongeveer moet gaan zeggen. Dan … dan lukt het me wel om gestructureerd iets te zeggen. Maar nu … dit heb ik niet kunnen instuderen want ik weet niets van jullie. Ik weet alleen dat een mij onbekende beller mij een naam heeft gegeven en dat die naam bij mij herinneringen uit het verleden naar boven heeft gebracht.'

'Ja, dat kan ik me voorstellen,' zei Max. 'Het is de naam van iemand om wie wij beiden heel erg veel geven en wij zijn hier voor hem. Wij zitten met vragen en jij bent degene die de antwoorden weet.'

'Eén vraag van mijn kant vooraf, als je het goed vindt en dan wil ik nog iets toelichten en iets controleren.' Ze keek Max aan en zag hem knikken. 'Hoe hebben jullie mij gevonden?' Ze had echt gedacht dat ze haar sporen volledig had uitgewist zoveel jaren geleden.

'De doorbraak kwam door een taxichauffeur.'

'Huh?'

'Vorig jaar was je met je echtgenoot in Victoria op Vancouver Island en toen er ergens in april in onze opdracht navraag gedaan werd naar een taxirit van meer dan vijftien jaar geleden, kregen we na heel lange tijd respons in de vorm van: "Zo'n mooie vrouw vergeet je nooit meer! Ze zag er wel wat ouder uit maar … Eenmaal zoiets moois gezien … Nooit meer vergeten!" De man glimlachte daarbij heel erg breed.'

Catherine moest lachen. En met dat lachen viel er een enorm stuk spanning van haar af. 'Oké, dat mag duidelijk zijn. Nu het volgende. Van het begin af aan ben ik er voorstander van geweest om het gesprek aan te gaan en dat op een informele manier. Vandaar ook mijn eerste voorstel om jullie te spreken in dat restaurant bij Lake Ontario. Het kwam er echter niet van omdat iemand, ik weet nog niet wie en hoe, lucht kreeg van mijn voornemen en het aan mijn man vertelde. Die vond dat het niet kon. Hij wilde dat soort dingen niet, je wist nooit wat ervan zou kunnen komen. Ik … kon me dat enigszins voorstellen. Hij staat altijd in de spotlights en … nou ja … ik liet me overtuigen door hem. Het gesprek op kantoor. Ik had verwacht dat het gedaan zou worden in een van de vele normale gesprekskamers. Maar … dat bleek niet zo te zien. Het was een kamer voorzien van allerlei verborgen geluids- en beeldapparatuur. Er zouden opnames gemaakt worden en dat … dat wilde ik niet. Absoluut niet. Vandaar die afzegging op het allerlaatste moment. Dit alles,' ze maakte een wijds gebaar met haar armen, 'gaat over mij. Heeft in principe helemaal niets te maken met Paul. Alleen maar met mij … en natuurlijk Stanley.'

Max zag haar even stilvallen. De armen die even tevoren nog haar spreken hadden ondersteund vielen langs haar zij en haar blik was naar beneden gericht.

'Desalniettemin … het klinkt allemaal zo stom en ik zou het liever ook niet doen … maar … ik moet van jullie beiden de zekerheid hebben dat … dit gesprek … het moet onder ons blijven. Natuurlijk zullen jullie het Stanley vertellen. Als jullie mij dat niet toezeggen, dan stap ik op nadat we onze koffie hebben opgedronken en … nou ja … het mag duidelijk zijn.'

Begrip rees er meteen bij Richard voor dat wat ze van hen vroeg. Haar verleden was belangrijk voor hen. Het verleden voor zover het betrekking had op Stan. En hij verwoordde dat ook meteen. 'Jouw verleden is voor ons alleen maar belangrijk voor wat betreft Stan. Wij hebben geen enkel ander doel dan antwoorden krijgen over hem. Het is absoluut onze bedoeling niet om … Weet even niet hoe ik het moet zeggen. Maar het heden en de toekomst van jou en je echtgenoot zullen wij niet schaden. Opnameapparatuur of zo hebben wij dus niet bij ons. Als je wilt haal ik de rugzak die Max bij zich heeft leeg om je dat te laten zien. Max kan eventueel zijn colbert uitdoen, als je dat wilt, zodat je het kunt inspecte… '

'Niet nodig. Ik vertrouw jullie. Ik … in jouw ogen las ik eerder al dat je te vertrouwen bent. Het spijt me … '

'Nergens voor nodig. Ik kan me heel goed voorstellen dat je voorzichtig moet zijn,' sprak Max. 'Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. Maar van ons heb je niets te vrezen.'

'Dank je. Ik … voel me opgelucht. Ik … nou ja … ik vertrouwde het meteen allemaal vandaar ook die toch nog redelijk snel gemaakte eerste afspraak. Oké en dan nu jullie vragen en mijn antwoorden.'

'Mag ik je nog iets vragen?' Het was Richard die met duidelijk hoorbare twijfel in zijn stem sprak.

'Natuurlijk!'

'Hoe oud ben je?'

'Richard! Zoiets vraag je een dame toch niet!' Max lachte er heel nadrukkelijk bij omdat hij niet wilde dat Richard zich opgelaten zou voelen. Meteen sloeg hij een arm om de schouders van Richard en trok hij hem naar zich toe.

'Sorry, hoor maar ik ben een beetje in de war geraakt. In dat dure kantoorpand schatte ik je op … nou ja … duidelijk ouder dan nu en dus … … nu … nu weet ik het even niet meer. Je ziet er zo heel anders uit.' Richard bloosde.

'Het geeft niet, Richard,' Catherine legde haar hand op die van hem en kneep er zachtjes in. Ze voelde heel duidelijk dat hij het goed vond. 'Mijn uiterlijk verschilt al naar gelang de gelegenheid. Moet ik mijn rol spelen, dan zie je me zoals je me daar zag. En nu … nu ben ik mezelf. Helemaal mezelf. En ja … ik kan me heel goed voorstellen dat je dan aan je observatievermogen gaat twijfelen. Ik ben 36 jaar. Is dat oud?'

Het rood in zijn gezicht was nog niet helemaal weggetrokken maar vlamde nu opnieuw op.

'Niet blozen, Richard, nergens voor nodig. Je stelt me gewoon een vraag die voor jou belangrijk is. Nietwaar?'

Richard knikte. 'Je was dus 21 toen je Stan bij hen achterliet.'

Had ze dat goed gehoord, schoot het meteen door haar hoofd. "Bij hen." Het klonk … tja … hoe klonk het. Afstandelijk, besloot ze uiteindelijk. 'Ja. En het doet me nog steeds pijn als ik aan dat moment terugdenk. Het is een van de dingen in mijn leven waar ik absoluut niet trots op ben, waar ik ook nooit met enig mededogen naar mezelf toe op kan terugkijken. Maar … ik kon niet anders. Op dat moment zag ik totaal niet hoe ik het anders zou kunnen doen. Zal ik maar gaan vertellen? Komen er vragen dan hoor ik het wel.' Ze zag hoe ze beiden naar haar knikten. Voor ze echter van wal stak, schonk ze opnieuw koffie in. 'Joyce Williams was mijn allerbeste vriendin. We woonden samen in haar huis in Seattle. Een mooi oud huis met veel ruimte. Ik was gelukkig. Dolgelukkig. Vanaf mijn zestiende nam mijn leven een wending en ik beleefde alles heel intens. Joyce stuurde me bij want ik was in het begin een wild ronddraaiende tol. Ik … ja … Oké. Joyce was tien jaar ouder maar dat maakte voor onze vriendschap niets uit. Ik had wat toezicht nodig. Ik kwam … vanuit een moeilijke situatie, laat ik het maar zo noemen. Op mijn zestiende vond mijn begeleider het goed dat ik op mezelf ging wonen en hij zocht iets voor mij. Joyce en ik, we genoten van alles wat zich aandiende. Jongens waren er niet echt. Beiden hadden we af en toe een vriendje … maar het was nooit echt de ware. Twee jaar later ontmoette ik Petur, de verklaring voor de tweede naam van Stanley, op mijn opleiding. We leerden beiden voor verpleegkundige. Hij was 22 en bezig met zijn twee carrière, zo had hij mij verteld. Ik … ik was niet verliefd op hem … of zo … maar er waren overeenkomsten tussen ons. Ik vond hem leuk. Meer niet. Maar er was wel een band. Ik nam hem regelmatig mee naar huis om samen ons huiswerk te maken. Om te oefenen op Joyce bijvoorbeeld. Zij hielp ons waar ze kon. Overhoorde ons, tikte verslagen voor ons uit op de computer. Peturs studentenflat werd verkocht en moest wijken voor nieuwbouw. Ik vroeg Joyce of hij bij ons kon komen wonen. Zij vond het prima. Ze kende en vertrouwde hem. Diverse geruchten deden nadien de ronde. Peturs mannelijkheid, zo daar ooit al twijfel over was, stond buiten kijf.' Catherine glimlachte. 'Maar … voor alle duidelijkheid … er was absoluut geen sprake van iets in die richting. We konden enorm goed met elkaar opschieten. We hadden een band. Een gedeelde achtergrond ook. Joyce had haar vader vier jaar voordat ik bij haar kwam wonen verloren. Haar moeder had ze nooit gekend. Ik stond altijd al alleen op de wereld en Petur was zijn familieband ontvlucht omdat hij op een eerlijke wijze en met zijn beide handen zijn geld wilde verdienen. Zijn exacte woorden. We voelden ons de "De Drie Musketiers". Uiteindelijk werden Joyce en Petur toch verliefd op elkaar. En ik … ik kon alleen maar heel erg blij zijn voor hen. Het was zo mooi om te zien. Ze pasten ontzettend goed bij elkaar. En … een half jaar later was Joyce in verwachting. Grote paniek bij haar en Petur. Ze hadden het niet verwacht. Hadden alles toch veilig gedaan? Maar … er diende zich een kleine aan. Petur liet zich niet afschrikken. Vroeg de dag dat hij het van Joyce te horen kreeg haar meteen ten huwelijk. De datum, iets meer dan vier maanden later, werd ook nog die dag gepland. Maar … het kwam allemaal niet zo ver.'

Max zag heel duidelijk dat Catherine het er moeilijk mee had. Haar stem had in het begin zo opgewekt geklonken maar gaandeweg haar vertellen was er een kraak in gekomen. En zeker nu leek het te breken. Toch zag hij hoe ze haar moed bijeenraapte en verder ging.

'Het is lastiger dan ik dacht. De herinneringen zijn heftig.'

'Wil je stoppen?' vroeg Richard.

'Nee! Geen denken aan!' klonk het strijdvaardig. 'Jullie zijn vandaag niet voor niets gekomen. Ik vertel het nu allemaal.' En ze ging meteen verder. 'Een maand voor de geplande huwelijksdatum kwam Petur tijdens zijn vaste hardloopronde te vallen. Het was een ongelukkige val. Hij raakte met zijn hoofd een stoeprand. Toen er gebeld werd nam ik de telefoon op en bracht Joyce meteen naar het ziekenhuis. Petur lag in coma en kwam daaruit niet meer bij. Drie weken later overleed hij. Vanaf het moment dat ze Petur in het ziekenhuis zag liggen Joyce was gebroken. Ik was dag en nacht bij haar. Ze was depressief, niet aanspreekbaar, verzorgde zichzelf niet meer. Het leek … het leek alsof ze was opgehouden met leven. Alsof alles om Petur had gedraaid. Alsof ze nooit een zelfstandig persoon was geweest. Als… ' Tranen liepen over haar wangen. Ze pakte een zakdoekje uit haar broekzak en veegde ze weg. 'Ik wist haar ervan te overtuigen dat ze erbij moest blijven. Dat er een kindje in haar groeide en dat dat recht had om te leven.'

Richard draaide zijn hoofd weg. De tranen van Catherine en dat wij hij hoorde, maakten hem emotioneel. Het begin van Stans leven was dus verrekte lastig geweest. Was dat wellicht de reden dat hij anders dan anderen was? Hij herinnerde zich weer dat Mark Jenkins als mogelijke oorzaak stress van de moeder tijdens de zwangerschap had genoemd.

'Het leek alsof ik tot haar begon door te dringen na lange tijd. We regelden samen de crematie van Petur. Het was een emotionele bijeenkomst. Veel vrienden van ons waren er. Het was een mengeling van vreugde om wie Petur geweest was en … verdriet omdat hij er niet meer was.' Opnieuw moest Catherine haar tranen wegvegen.

'Laten we even de tijd nemen voor onze koffie,' stelde Max voor. Een pauze die hij in elk geval nodig had. In zijn hoofd recapituleerde hij alles wat hij gehoord had. Catherine was zestien geweest toen ze bij Joyce was komen wonen. Ze had waarschijnlijk haar High School afgemaakt en daarna was ze naar de opleiding voor verpleegkundigen gegaan. Achttien dus. Daar had ze Petur ontmoet. Dus … hij rekende terug … ze zou zo negentien geweest moeten zijn toen Stan geboren was. Het werd stil in zijn hoofd en het was stil in het bos. Alleen natuurlijke geluiden waren er te horen. Hij zette zijn mok neer nadat hij hem leeggedronken had en stelde een vraag. 'De familie van Petur. Hoe zit het daarmee?'

'Ik vond in zijn spullen een telefoonnummer, belde dat en kreeg een advocatenfirma aan de lijn. Toen ik Peturs naam noemde werd ik doorverbonden. Natuurlijk gaf ik aan de familie te willen spreken maar … dat lukte niet. Ik vertelde de man aan de lijn wat er gebeurd was. Hij vroeg me hem op de hoogte te houden.'

'Gaf hij niet aan het bericht door te zullen geven?' vroeg Richard verbaasd.

'Nee. In de dagen daarna vroeg ik regelmatig in het ziekenhuis of er bezoek was geweest maar de enigen die kwamen waren Joyce en ik. Van Peturs familie kwam er niemand. Toen Petur overleed belde ik het nummer opnieuw. De man aan de lijn condoleerde me en zei toen wel dat hij het zou doorgeven aan de familie. Tijdens de plechtigheid heb ik goed opgelet maar er waren geen vreemden bij. Geen mensen die ik niet kende.'

'Er is dus wel familie maar geen echte band.'

'Zo heb ik dat destijds ook uitgelegd voor mezelf. Peturs achternaam was Kvikne. Het is van oorsprong een Noorse familie maar ze wonen al generaties lang in Canada en de Verenigde Staten. Als je informatie over hen wilt zoek dan maar op Google. Heb ik ook gedaan destijds.'

'Heb je hen ook bericht gestuurd toen Stan geboren werd?'

'Ja. En ik weet dat ik daarmee de wil van Joyce heb genegeerd. Ik had haar ernaar gevraagd maar zij wilde er niets van weten. Had waarschijnlijk ook wel gemerkt dat er niemand van Peturs familie aanwezig was bij de plechtigheid. Maar … ik … toen ik … er alleen voor stond was ik toch van mening dat de familie er recht op had, op de een of andere manier. Stanley was tenslotte familie van hen.'

'Kwam er een reactie?'

Catherine schudde haar hoofd. 'Niets. Helemaal niets. Maar we zijn iets te ver in het verhaal al.'

'Oké, liep ik iets te ver vooruit dus,' zei Max.

'Het geeft niet. Na de crematie van Petur zakte Joyce opnieuw weg in haar depressie. Waarschijnlijk had ze zich even eruit gewerkt om dat te doen wat nodig was voor Petur maar … toen dat achter de rug was … ' Opnieuw kwamen haar tranen.

Max legde zijn hand op die van haar. 'Neem je tijd. Laat de tranen maar komen. Terug gaan in het verleden, zeker als dat een beladen verleden is, is altijd moeilijk.'

Ze nam alle tijd. Veegde, toen ze rustiger geworden was, opnieuw de tranen weg, snoot haar neus en haalde een nieuw zakdoekje uit haar broekzak. 'Ik denk dat ik te weinig zakdoekjes heb meegenomen.'

'Geen probleem,' merkte Richard op, 'Max heeft altijd een flinke voorraad bij zich.'

'Noodgedwongen,' voegde Max eraan toe en hij legde uit dat hij de laatste tijd veel last had van tranende ogen.

'Heeft waarschijnlijk te maken met de leeftijd,' gaf Catherine als reactie. Vakkundig legde ze uit hoe het probleem waarschijnlijk veroorzaakt werd en ze moest lachen toen Max haar vertelde dat zijn dokter hem dat ook zo uit de doeken had gedaan. 'Het waren heel moeilijke maanden daarna. Ik had mijn baan opgezegd om bij Joyce te kunnen zijn. Had het idee dat ze niet alleen thuis kon blijven. Ze huilde heel veel en ik steunde haar waar ik kon. Ik probeerde haar te motiveren, nam haar mee uit. Niet naar een theater of de bioscoop of zo maar naar buiten. De bossen in. De frisse lucht opsnuiven. En dat alles in de hoop dat ze erdoor heen zou komen. Ik ging met haar mee naar de controles bij de huisarts voor de baby en ik zag aan hem dat hij zich ongerust maakte. Ik gaf antwoorden voor Joyce omdat zij alleen maar knikte en haar hoofd schudde, zo voelde het voor mij. Het ging niet beter. Eerst niet. Op een gegeven moment leek er alsof er iets van een doorbraak was … en toen … toen deed ze die zelfmoordpoging God, wat is dit stom! Het is zoveel jaar geleden en toch … toch blijven de tranen maar komen.'

'Niet stom,' probeerde Max haar gerust te stellen. 'Heb je dit ooit met iemand anders besproken?' Hij zag hoe ze haar hoofd schudden. 'Kijk, daar heb je dan de oorzaak van al die tranen al. Je hebt nooit de tijd gehad om het te verwerken. Je hebt het altijd binnen in jezelf gehouden. Nooit gedeeld met iemand. En dan … dan is het heel logisch dat je het nu allemaal opnieuw beleefd. En dan is het heel gewoon dat de emoties van toen weer naar boven komen. Heel gewoon, Catherine.'

'Dank je … ' Ze snoot haar neus.

'Maar … ik snap het niet … ' drong Richard toen toch aan. 'Joyce pleegde zelfmoord en toch … '

'Toch kwam Stanley … euh … jullie noemen hem Stan, hè? Hebben jullie liever dat ik hem Stan noem?'

'Officieel heet hij Stanley,' zei Richard, 'maar ik heb hem altijd Stan genoemd. Het maakt niet uit. Doe wat voor jou goed is, goed voelt.'

'Dank je. Je bent heel erg inlevend, weet je dat.' Catherine nam een nieuw zakdoekje uit het pakje van Max. 'En toch … toch kwam Stanley ter wereld. Het ging dus beter met Joyce. Ze was opgewekter. Ze was meer erbij, zo had ik het idee. Ook de huisarts die regelmatig langskwam, had dat idee. Die middag vroeg ze me om zalmfilet te halen. Het leek haar zo lekker dat weer eens te eten. Daarom was ik even naar de winkel gelopen. Ik was nog geen tien minuten weg! Ik … ' Ze voelde opnieuw dat het haar schuld was … dat zij gefaald had … dat ze haar vriendin, die haar zo nodig had, nooit alleen had mogen laten … maar … ze wist ook … dat … 'Joyce had me gevraagd iets te halen. Iets dat ze heel erg graag lustte en dat ze die avond graag wilde eten. Ik vond het niet vreemd of zo. Ik was blij dat ze interesse had in het avondeten en niet alleen maar alles naar binnen lepelde zonder het echt te proeven. Ze had haar voorkeur uitgesproken en dat legde ik positief uit, als een vooruitgang. Toen ik thuiskwam … ' Catherine viel stil. Haar tranen waren op. Ze kwamen niet meer. Alleen de pijn was er nog. De pijn van de herinnering aan die middag. 'Ze had zichzelf verhangen. Ik wist wat ik moest doen. Ik ondersteunde haar zodat de druk … ik belde het alarmnummer. Daarna ging alles heel erg snel. Een ambulance voor de deur, naar het ziekenhuis, intensive care. Ik mocht er eerst niet bij. Later wel. Ik kreeg helaas geen woord van Joyce meer. Wel het bericht van de artsen dat zij het niet zou redden. Dat de beschadiging aan haar hersenen te groot was. Het kind konden ze wel redden en omdat er eigenlijk niemand was die voor Joyce kon beslissen, deden de artsen dat. Stanley kwam met een keizersnee ter wereld. Hij huilde alleen maar na de geboorte. Ik vond het vreselijk om te zien want ik kon me zo goed voorstellen dat hij moest huilen. Hij stond er helemaal alleen voor,' snifte Catherine.

Heel voorzichtig stootte Richard Max aan omdat hij vermoedde dat er een nieuw pakje zakdoekjes nodig was.

'Maar dat pakte toch anders uit,' herpakte de vrouw zich. 'Joyce en Petur hadden via een akte bij een notaris vastgelegd dat als hen beiden iets zou overkomen ik de voogdij over Stanley zou krijgen. Zo was Joyce. Ze regelde alles. In haar tas vond ik ook een door Petur met de hand geschreven en ondertekende brief dat hij de vader van het kind van Joyce was. Voor alle zekerheid als hem iets mocht overkomen voordat ze officieel getrouwd waren. Joyce wilde graag zekerheden.'

'Sorry, maar wat was naar jouw mening de betekenis van die brief?'

'Ik heb Joyce en Petur alleen maar over één ding horen kibbelen ooit: hun trouwdatum. Joyce wilde zo snel mogelijk trouwen. Wilde geen gedoe. Wilde niet in het middenpunt van de belangstelling staan. Daar had ze sowieso een hekel aan. Het liefst speelde ze een rol op de achtergrond. Altijd. Petur wilde echter dat het voor haar de allermooiste dag van haar leven zou worden met alle toeters en bellen die er maar bij horen. Een mooie jurk, een groot feest met vrienden. Gewoon een dag om nooit meer te vergeten. Maar omdat dat niet van de ene op de andere dag te organiseren viel en dus nog even zou duren wilde Joyce een stukje zekerheid. Ze wilde met die brief de mogelijkheid hebben om haar kind de achternaam van Petur te geven als … nou ja … als er iets mis zou gaan.'

Hardop concludeerde Max dat dat niet gelukt was dus en Catherine gaf de toelichting dat de instanties er niet aan wilden. Niet rechtsgeldig.

Catherine slaakte een diepe zucht. 'Stanley was er en ik stond voor een groot dilemma. Ik was negentien en had een kind, als ik dat zou willen. Ik moest dingen regelen. Hij moest een naam hebben en als ik niet de voogdij op me nam dan zou iemand die helemaal niets met hem te maken had hem een naam geven. Ik raadpleegde adviseurs van een kinderbeschermingsorganisatie. Zij raadden het me af. Ik was te jong volgens hen om goed voor Stanley te kunnen zorgen. Maar het alternatief … dat stond me absoluut niet aan.'

Max vroeg hoe ver de zwangerschap was toen Stan ter wereld werd gebracht en kreeg te horen dat Joyce in de 33e week was.

'Wat was het alternatief?' vroeg Richard want hij vroeg zich af waarom zij daar weerwil tegen had. 'En jij gaf hem dus zijn namen?'

'Ja. Een afschrift van die notariële akte vond ik in de handtas van Joyce tezamen met de brief van Petur trouwens. Ik gaf hem de naam Stanley naar de vader van Joyce over wie zij zo ontzettend veel fijne herinneringen met mij had gedeeld. En als tweede naam Petursson opdat nooit vergeten zou worden dat hij de zoon van Petur was. Misschien … nou ja … ik vond het een goede keuze. Nee, het is een goede keuze.' Ze zuchtte diep. 'En dat andere … dat is heel persoonlijk. Maar wel nodig om het te begrijpen wellicht, denk ik.' Verder ging ze even niet. Ze sloot haar ogen en bleef even heel stil zitten. 'Tot mijn zestiende ben ik onder direct toezicht geweest van Jeugdzorg. Mijn ouders ken ik niet. Ik weet absoluut niet wie het zijn. Ik werd ten vondeling gelegd. Gevonden op de stoep van een klooster. Daarna waren het eerst kindertehuizen, vervolgens een paar pleeggezinnen maar … steeds ging het mis. Was het weer terug. Weer opnieuw proberen. Nou zal ik ook vast niet het meest gemakkelijk kind geweest zijn en dat zeker niet vanaf zo elf, twaalf jaar. Ik was moeilijk. Tenminste … dat werd me steeds weer verteld e… '

'En dan ga je dat ook geloven,' vulde Max aan.

'Ja. Je krijgt dat beeld van je dat je voorgehouden wordt. Toen ik zestien werd, kreeg ik een voogd die het anders aanpakte. Hij liet me op mezelf wonen maar wel met het nodige toezicht. Ik kwam dus bij Joyce in huis en … vond het prachtig. Kon het, zoals ik al eerder zei, ook uitstekend met haar vinden. Natuurlijk wist ik dat zij rapporteerde aan mijn voogd maar … daar maalde ik niet om. Ik … ik … had eindelijk het gevoel dat ik leefde. Klinkt dat gek?'

'Nee,' zei Richard nadat hij een diepe zucht had laten horen. 'Dat voelt voor mij ook zo. Vanaf het moment dat ik echt bij hen weg ben … leef ik. Mij klinkt het niet gek in de oren.'

'Wat ik maar wil zeggen, de jeugdzorg is ronduit slecht! Een enorm verouderd systeem, goede uitzonderingen daargelaten, dat nodig op de schop moet. Sinds ik in Canada woon heb ik het daar ook onderzocht en het één van de speerpunten in de campagne van mijn man gemaakt want ook hier deugt het gewoon niet. Ik voer het woord vaak voor hem als dat onderwerp ter sprake komt want ik … weet ervan. Weet hoe slecht het is. Maar … ik ga niet in details treden. Neem van me aan dat het slecht is.'

Voor Max was het duidelijk dat ze niet wilde uitweiden. Het zou haar waarschijnlijk te veel pijn doen en hij had aan haar gezicht heel duidelijk gezien dat dit al pijn had gedaan.

'En daarom wilde ik Stanley niet overdragen aan Jeugdzorg. Ik koos ervoor om het zelf te doen.'

'Maar uiteindelijk ook niet. Uiteindelijk bracht je hem naar hen!'

'Ja. Ik heb het geprobeerd. Maar … ik was … Het was niet dat ik niet voor Stanley wilde zorgen. Dat wilde ik best maar … ik kon het niet. Stanley was … ' Ze viel stil.

'Moeilijk in de omgang?' gooide Richard een balletje op nadat het stilzwijgen hem te lang had geduurd.

'Ja. Hij huilde enorm veel. Ik ging nog naar school. Er was geld. Joyce had geld nagelaten en er was het huis. Ik nam oppas voor hem maar de een na de ander … gaf de brui eraan. Het leek alsof niemand met hem om kon gaan en … voor mij was dat vaak ook zo. Hij huilde soms hele dagen lang totdat hij van vermoeidheid in slaap viel. En dat was het niet alleen. Hij … had geen enkel vast ritme. Ik had gelezen dat baby's om de drie of vier uur een fles moeten hebben in het begin. Als ze te klein zijn drie en anders vier uur. Stan was te klein in het begin. Eerst heeft hij nog een tijdje in het ziekenhuis gelegen maar daarna kwam hij thuis. Maar geen ritme. Ik had hem een fles gegeven, legde hem na een tijdje weg en nog geen uur later was hij er weer. Dan sliep hij twee uur, dan een half uur, dan … Geen enkel ritme. Hele nachten was ik soms wakker omdat hij steeds maar weer huilde. Ik had mijn baan opgezegd toen Joyce zo depressief was maar moest wel weer werken. Zocht en vond iets en raakte dat ook weer kwijt. Opnieuw zoeken. Opnieuw iets vinden. Oppas regelen. Maar 's nachts was ik bij hem en kreeg ik mijn rust niet. Ik …'

'En dus?' Richard was het zat. Hij wilde antwoorden. Drong aan met die twee woorden.

'En dus moest ik iets anders bedenken, Richard! Jeugdzorg zag ik nog steeds niet zitten. Ik had geïnformeerd. Gesproken met mensen. Maar … kon het, gezien mijn eigen ervaringen, niet over mijn hart verkrijgen hem daar naar toe te brengen. Stanley … was ook heel lief soms maar het werd mij te zwaar.'

'Ik snap het. Je zocht iets anders.' Het klonk kort en bits begreep Richard en hij verontschuldigde zich voor de klank van zijn woorden. 'Je bracht hem uiteindelijk naar Metchosin. Maar waarom juist daarheen?'

'Ik had je … '

'Noem hem Shaun, alsjeblieft,' brak Richard heel snel haar zin af voordat zij het verboden woord zou uitspreken.

'Ik had Shaun leren kennen bij een onderwijssymposium. Ik zat in het organisatieteam. Ontmoette hem op een avond een keer in een café. We hebben gepraat. Ik heb niets met hem gehad. Geen … niets intiems. Begrijp me goed. Ik herinnerde mij toen dat hij had verteld over zijn woonplaats hoe mooi het daar was. Hij had me foto's laten zien van de omgeving, van zijn vrouw, van een kind. Van jou … denk ik. En dus ging ik op onderzoek uit.'

Hij begreep van dat laatste zinnetje helemaal niets en vroeg wat ze in hemelsnaam bedoelde.

'Zoals ik het zeg, ik ging dingen onderzoeken. Shaun leek me een goede vader en hij had het gehad over zijn vrouw. En ze leken me dan wel een goede kandidaat maar ik moest het wel zeker weten. Daarom ging ik naar Metchosin en deed voorkomen alsof ik een enquête uitvoerde. Met een lijstje met vragen ging ik alle huizen in jullie buurt af en … '

Een haast dodelijke vermoeidheid overviel hem ineens. Hij luisterde maar hoorde absoluut niet wat er gezegd werd. Het leek hem alsof er continue toneel gespeeld werd. Met dit verhaal ook weer! Nooit leek iets echt. 'Stop!'

Catherine schrok.

'Het spijt me maar zou je je wellicht kunnen beperken tot de hoofdpunten. Die zijn belangrijk voor mij.'

'Oké, maar dan is het misschien beter dat jij mij vragen stelt want dan kan ik gericht antwoord geven.'

'Wat deed je besluiten Stanley af te geven bij hen.'

'Bij alle vragen die ik stelde, deed ik ook alsof ik al bij jullie aan de deur geweest was maar niemand thuis had getroffen. Ik vroeg buurtbewoners naar jullie en kreeg te horen dat er daar een keurig gezin woonde. Hij en zij altijd druk bezig met werk en dingen voor de gemeenschap en een goed opgevoed kind dat ook al druk bezig was met karweitjes voor buren die het zelf niet konden.' Ze stopte. 'Is het duidelijk voor jou, want anders moet je het me zeggen.'

Een antwoord formuleren kon hij niet. Hij zocht in zijn hoofd naar woorden, maakte gebaren met zijn armen maar er kwam niets over zijn lippen. Moedeloos schudde hij zijn hoofd, stond op en liep weg van de picknicktafel.

'Heb ik iets verkeerd gezegd? Verkeerd gedaan?' vroeg Catherine aan Max.

'Ik kan je niets kwalijk nemen, verzuchtte Max. 'Denk ik,' zo voegde hij er voorzichtigheidshalve toch aan toe. 'Maar je hebt je in de luren laten leggen. Ja, Shaun en Mary stonden goed aangeschreven maar … het was allemaal schijn. Uiterlijk vertoon.' Terwijl hij deze woorden sprak, volgde hij met zijn ogen Richard en zag dat deze bij een boom op de grond ging zitten met zijn rug tegen de stam. Hij wist dat hij even niets voor hem kon doen. Hij zou haar alles uitleggen en hij begon er meteen mee.

Catherine luisterde en onderbrak Max niet één keer. Uit dat wat ze hoorde begreep ze al snel dat de jeugd van Richard en Stanley minstens zo beroerd was geweest als die van haar zelf. Nee … vergelijkingen hoefde ze niet te trekken. Ze voelde zich enorm schuldig dat ze Stanley naar Shaun en Mary had gebracht. Maar … een andere … een betere keuze had ze niet gehad. Niet op dat moment.

'En dat is zo'n beetje het verhaal van Richard en Stan,' besloot Max zijn monoloog. Hij wist dat Richard, hoewel hij op enige afstand van hen zat, alles gehoord had. Bewust ook had hij het volume van zijn stem niet verlaagd toen hij Catherine alles uit de doeken deed. 'Heb je nog iets toe te voegen, Richard?' vroeg hij.

Alles had hij meegekregen. En hij was enorm blij dat Max het op zich genomen had om het te vertellen. Hij wilde het niet meer. Het erover praten met degenen die hem ondersteunden was genoeg. Meer wilde hij niet. 'Ik wil alleen nog een toelichting.'

'Ik wou dat ik destijds een ander besluit had kunnen nemen maar … dat zag ik toen niet. Het spijt me echt heel erg.'

'Niet nodig. Maar DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat Stan niet zijn zoon is. Waarom dan dat toneelspel?'

'Van Shaun heb ik begrepen dat hij vaker vreemd was gegaan. Eigenlijk al vanaf het begin van zijn relatie met Mary.' Ze zuchtte. Het bleef een rotverhaal. Hoe ze het ook bracht. 'Hij wilde geld. Geld voor de opvoeding van Stan. Hij had geld nodig, zat in de problemen, zo vertelde hij mij. En … zo … zo maakten we dat verhaal. Ook … om het geloofwaardiger te maken. Als er tussen hem, mij en Stan geen relatie zou zijn, zou het helemaal vreemd geweest zijn dat ik hem bij jullie bracht.' Catherine stond op en liep naar de boom waar Richard zat. 'Het spijt me echt heel erg. Nogmaals … ik wou … '

'Je hoeft geen spijt te hebben. Niet nodig. Jij hebt een keuze gemaakt die op dat moment jou het beste leek. Ik denk … nou ja … soms moet je gewoon een keuze maken. En … eigenlijk kan ik alleen maar heel erg blij zijn dat je Stan naar Metchosin hebt gebracht.'

Max wist was er ging komen en richtte daarom zijn blik heel duidelijk op Catherine. Hij wilde weten hoe het op haar zou overkomen.

'Ik snap het niet,' zei ze.

'Als je Stan niet had gebracht dan … '

Opnieuw luisterde ze. Dat wat Richard haar vertelde bezorgde haar kippenvel. Het was gruwelijk maar tegelijkertijd … zo mooi … zo ontroerend. Er kwamen toch weer tranen. 'Wauw,' bracht ze na het verhaal van Richard uit. 'Het is heel erg mooi hoe je dat hebt verwoord, Richard. Ik wou … wou dat ik zo in het leven kon staan. Ik kan nog steeds niet inzien waar die verrotte start van mijn leven goed voor geweest is. Zoek er nog steeds naar soms maar weet ook dat ik het los moet laten. Bewust los moet laten want anders maakt het mij gek en dat wil ik niet. Kan ik niet. Ik heb een man en kinderen voor wie ik er moet zijn nu en … nou ja … dat zul je begrijpen zo heb ik het idee.'

'Ja. Nog één ding. Hoe vaak ben je van naam gewisseld en waarom heb je zoveel moeite gedaan om je sporen te uit te wissen.'

'Vanwege Shaun. Hij had geld gekregen voor de opvoeding van Stan. Maar … al na een week of zo zocht hij weer contact met mij. Hij had een telefoonnummer. Moest meer geld.'

'Chanteerde hij je?'

'Ja. Hij zou het allemaal openbaar maken, zo dreigde hij. En toen … nam ik de kuierlatten. Ik was bang. Ik had iets gedaan dat niet goed was. Ik moest weg. Gooide mijn telefoon van een hoge rots, veranderde mijn naam en verdween. Hoe vaak ik van naam ben veranderd in de jaren daarna? Ik weet het niet. Ik heette toen Katheryn Webster. Een naam die me niets zei, nog steeds niet. Gekregen van de nonnen die mij vonden. Geen naamkaartje erbij gelegd door mijn ouders die mij niet wilden. Het lijkt een verband te zijn tussen jou, Stan en mij. Die nonnen, ze bedoelden het waarschijnlijk goed, verzonnen iets. Katheryn vonden ze leuk waarschijnlijk en Webster kozen ze, ze heb ik te horen gekregen, omdat een spin een web vlak in de buurt van mij had geweven. Ik heb gereisd. Heel wat jaren. Veranderde af en toe van naam. Webley, Weber, Weaverly, Wever, Tisseur, ach … wat doet het er toe. Soms vraag ik me af wie ik ben … en een antwoord krijg ik niet.'

Richard bleef stil. Hij voelde medeleven met haar. Het moest erg zijn om niet te weten wie je was. Hij stond op.

'Is er iets … het maakt niet uit wat ik voor jou, voor Stan, voor jullie kan doen?'

'We zijn gekomen voor antwoorden,' zei Richard, 'en die hebben we gekregen. Meer is niet nodig.'

'Ondersteuning? Financieel wellicht?'

'Nee, dank je wel. We zijn uitstekend opgevangen en … nou ja … als je iets wilt doen, dan regel je dat maar met Max. Mogelijk kan de Stichting die op dit moment voor ons zorgt het geld goed gebruiken maar … regel dat alsjeblieft met Max of anderen van de Stichting. Heb je wellicht foto's of iets dergelijks van Joyce en Petur?'

'Ja. Dat heb ik.' Catherine liep naar haar grote tas en haalde daar een fotoboek uit. 'Hierin heb ik al die jaren mijn herinneringen aan Joyce en Petur bewaard. Er zit van alles in van hen beiden. Wil je hem aan Stanley geven? Gaat het goed met hem? Alsjeblieft, ik wil het heel graag weten.'

'Ja. Het gaat goed met hem. Ik … hij … het gaat heel goed met hem. Hij is heel vrolijk, blij en gelukkig sinds we door Max en zijn vrouw zijn opgevangen. Ze hebben ons werkelijk heel erg goed geholpen.'

'Dat is heel fijn. Dank je, Max. Euh … hebben jullie misschien een foto van hem bij je?'

Richard haalde zijn tablet uit de rugzak en liet Catherine een foto zien. Ze was duidelijk ontroerd en zei daarna dat hij op Petur leek. Heel veel op zijn vader leek.

'En als er iets is dat ik kan doen,' zo voegde ze eraan toe, 'dan wil ik dat graag horen. Jullie hebben mijn telefoonnummer en ik dat van jullie. En … sowieso neem ik nog contact met je op, Max, want … er zijn nog bezittingen van Joyce die overgedragen moeten worden aan Stanley. Er is geld en er is het huis. Ik ben die zaken al die tijd blijven beheren en wil het graag overdragen. Het is geen ondersteuning van mijn kant, Richard, begrijp het goed. Het is van Stan en niet van mij.'

'Hoe had je het anders gedaan?'

'Ik zou gewacht hebben tot Stan achttien zou zijn geworden en dan alles officieel aan hem hebben overgedragen. Niet aan Shaun. Rechtstreeks aan Stan zodat hij erover zou kunnen beschikken omdat het van hem is en van niemand anders. Maar nu kan het net zo goed aan jou of aan Max overgedragen worden tijdelijk, neem ik aan. Laat het mij alsjeblieft weten hoe jullie het geregeld willen hebben.'

Ze liepen terug naar de parkeerplaats en namen daar afscheid van elkaar maar niet nadat Richard nog een laatste vraag had gesteld. 'Mag ik een foto maken van jou?'

Enigszins geschrokken vroeg Catherine naar het waarom.

'Om achter in dit album te plakken. Dan kan Stan zien wie ervoor gezorgd heeft dat de herinnering aan zijn moeder en vader levend is gebleven.'

Tot de volgende keer…



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 93
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 136 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » zondag 24 december 2017 06:00

Hoofdstuk 31

Vrijdag 24 december

Richard sliep. Hij droomde. Het was begonnen met de droom die hij al slapende kon uittekenen maar hij had hem weten te veranderen. Zijn eeuwige tegenstander kreeg niet langer de overhand maar werd verslagen en op een langgerekte zucht blies Richard het stof dat van hem overgebleven was weg. Hij werd rustig wakker. Het begon met het trekken van zijn gezicht rondom zijn mond. Het ophalen van de neus. Een vuist die de slaap uit zijn ogen verdreef en toen een lange geeuw. Ja, een nieuwe dag, dacht hij toen hij zijn ogen opende. En wat voor een dag. De Dag van Edith, zo noemde hij deze dag al tijdenlang in zijn hoofd. Eindelijk was het dan gelukt dat alle Drummonds, kinderen en kleinkinderen, er zouden zijn. Met Pasen was het niet gelukt. Ook bij de viering van de verjaardagen van Edith en Max begin augustus had niet iedereen aanwezig kunnen zijn en zelfs met Thanksgiving hadden de leden van de familie die in het buitenland wonen af moeten zeggen. Maar nu … vandaag … zou iedereen er wel zijn en daarom was het Ediths Dag!

Hij bleef nog even liggen. Op de wekker zag hij dat het nog maar iets na zes uur was. Tijd genoeg om nog even uit te rusten tenzij Stan wakker zou worden want dan zou hij ongetwijfeld seks willen. Richard glimlachte. Seks met Stan was heerlijk maar ook erg vermoeiend soms. Zijn vier jaar jongere vriend had een enorm uithoudingsvermogen en was bovendien erg goed in seks. Nogmaals glimlachte hij. Hij hield van Stan. En elke dag werd dat meer, zo leek het. Maar het tragische verhaal van Stans moeder had er wel voor gezorgd dat hij ook wat betreft de liefde met beide benen op de grond bleef staan. Liefde was prima maar het mocht nooit zo zijn dat bij het overlijden van de een de ander ook dood wilde. Nee, zo mocht het volgens hem niet zijn. En gelukkig was Stan dat helemaal met hem een. Hij keek naar hem. Gelukkig, hij sliep rustig door. Het verhaal van Stans ouders had hij hem samen met Max, Edith en Jocelyn verteld. Het was duidelijk geweest dat Stan het moeilijk had gevonden. "Maar wilde zij mij dan niet?" had hij op een gegeven moment gefrustreerd geroepen. "Natuurlijk wel, Stan, maar ze wilde jou alleen maar als jouw vader er ook was," was zijn antwoord geweest. Nog steeds wist hij niet of Stan begrip kon opbrengen voor dat wat zijn moeder had gedaan. Hij zelf kon dat nog amper bevatten. Het was gewoon zo ontzettend moeilijk voor te stellen allemaal. Maar … en dat was het mooie aan Stan … hij was nog steeds gelukkig. Had dat ook gezegd aan het eind van het gesprek: "Maar ik ben nog steeds gelukkig hier. Ik heb dan geen moeder en geen vader maar ik ben wel heel erg gelukkig." Een prachtige afsluiting. En … hij had ook iets anders geweten. Iets dat inmiddels geregeld was.

Er waren heel wat zakelijke dingen geregeld ook. Richard heette nu officieel Hartman. De erfenis van zijn moeder was op zijn naam gezet. Dat betekende onder andere dat het huis van zijn moeder zijn eigendom was maar daarvan had hij niets willen weten. Het was het thuis van zijn Oom, Tante, Charles en Haimi, en dat moest zo blijven was zijn mening. Daarom liet hij zijn Oom meteen een overdrachtsakte opstellen. Hij had aangegeven het heel leuk te vinden om vaak naar Hawaï te komen en bij hen te logeren maar wilde het huis niet in eigendom hebben. En er was geld. Voor het eerst in zijn leven hoefde hij zich geen zorgen te maken over geld. Zijn Oom had het beheerd en aan hem overgedragen inmiddels. Hij had een getal gezien dat indruk op hem had gemaakt maar wist wat hij ermee zou gaan doen. Eerst wilde hij zijn schulden aflossen. De Stichting had volgens hem heel veel geld gestoken in de opvang van Stan en hem en dat wilde hij terugbetalen. Zijn Oom had daarover contact gehad maar inmiddels laten weten dat onderhandelen met de Stichting moeilijk was.

Ook de erfenis van Stan die Catherine had beheerd was overgedragen. De afspraak was gemaakt dat Max die zou beheren tot Stans achttiende verjaardag. Op de vraag van Max aan Stan of hij contact zou willen met de familie van zijn vader was de jongen duidelijk geweest: "Ze wilden mijn vader niet kennen en dus wil ik hen niet kennen." En dus hadden ze verder niets gedaan.

Richard hoorde geluiden in huis. Vandaag zou het een drukke dag worden. De eerste gasten waren al aanwezig en enkelen al wakker waarschijnlijk. Bovendien zou Max er al uit zijn. Altijd als eerste. Ook best handig. Hij had er vaak gebruik van gemaakt om juist dan met Max te praten. Negatieve gedachten hadden hem vaak genoeg geplaagd juist bij het wakker worden en het was dan heel handig om ze gelijk van je af te kunnen praten, om jezelf meteen te resetten als het ware. En Max kon heel goed luisteren maar tegelijkertijd was hij heel goed in het met heel eenvoudige woorden en soms zelfs door helemaal niets te zeggen je op andere gedachten te brengen. Een echte vader. Een vader zoals hij nooit had gehad. Maar nu wel. Vandaag geen moeilijke dingen. Alleen maar genieten.

Toch maar uit bed. Maar wel voorzichtig want als Stan wakker werd dan zou het toch nog allemaal laat worden. Heel zachtjes liep hij naar hun badkamer. De komende nachten zouden ze slapers krijgen op hun kamer maar dat was niet erg. De kamer was groot genoeg. Hij douchte kort en toen hij met een handdoek terug naar de slaapkamer liep zag hij dat Stan wakker was.

'Hé, heb jij al gedoucht?'

'Ja, slaapkop.'

'Kon je niet even wachten op mij?'

'Nee, want anders komen we echt veel te laat voor het ontbijt. Ik ken jou, dude!'

Stan moest lachen. 'Kom je nog even bij me liggen?'

Een voorstel dat Richard maar moeilijk kon weerstaan. Hij stelde wel een voorwaarde: "Maar geen seks!"

'Oké.'

Richard keek op zijn neus. Dat viel hem dik mee, eigenlijk. Stan die … Niet over nadenken. Gewoon nog even bij hem gaan liggen.

'Veel mensen vandaag, hè?'

'Ja. Speciaal ter ere van ons. Vind je het erg?'

'Nee. Ik vind iedereen leuk.'

'Je went er dus al aan.'

'Waaraan?'

'Dat het niet alleen maar meer jij en ik is. Dat er meer is.'

'Ja. En dat is goed. Toch? Komen jouw Opa en Oma ook?'

'Het zijn ook jouw Opa en Oma, Stan. Dat hebben ze al heel vaak gezegd.' Het leek iets dat Stan ondanks hun diverse bezoeken aan de Hartmans maar niet snapte. En dat terwijl alle Hartmans zo duidelijk waren geweest. Stan hoorde erbij. Hij was familie.

'Maar ik heet geen Hartman.'

'Dat maakt helemaal niet uit, man! Jij hoort bij mij. Ik heb hun achternaam nu maar jij hoort bij mij en dus zijn ze ook jouw Opa en Oma.'

'Het is leuk dat Ethel en Rob nu hier wonen, hè?'

Dat was Stan ten voeten uit. Ineens van onderwerp veranderen. Hij moest een andere manier zien te vinden om Stan ervan te doordringen dat de Hartmans ook zijn familie waren. 'Ja, dat is leuk, Stan.' Sinds het begin van de maand woonde Ethel, één van de kleindochters van Edith en Max, samen met haar toekomstige echtgenoot bij hen in. Ethel was in verwachting en Rob had plotseling een baan in Monterey gekregen en zolang ze nog geen eigen woning hadden zouden ze hier blijven wonen.

'Ik hoop dat ze blijven tot de baby er is.'

'Grote kans dat dat lukt, Stan, want ik heb begrepen dat het best moeilijk is om een woning te vinden hier.'

'Oh. Maar wel leuk voor mij. Een baby lijkt me heel leuk.'

'Maar ze kunnen ook lastig zijn hoor!'

'Hoezo?'

'Nou, dan worden ze bijvoorbeeld midden in de nacht wakker en huilen ze zo hard dat je er wakker van wordt.'

'Niet erg. Hoort erbij.'

'Sinds wanneer ben jij zo wijs, Stan?' Richard zag Stan breed glimlachen. 'Hè, ik moet je nog steeds iets vertellen. Iets dat heel belangrijk is voor mij.'

'Euh … is dit een serieus gesprek?'

Een brede glimlach kwam op het gezicht van Richard. Het werkte. Stan had er moeite mee om dingen af te lezen van iemands gezicht of op te merken uit de toon waarop iets gezegd werd en daarom had Richard hem aangeraden om ernaar te vragen. En dat deed hij nu. 'Ja, Stan, dit is even een serieus gesprek.'

'Vind je het goed dat ik dan eerst een berichtje stuur want dat is ook belangrijk.'

'Doe maar.'

Hij pakte zijn telefoon van zijn nachtkastje en ging naar zijn Whatsapp. Hij koos de personen die hij iets moest laten weten en tikte het volgende: "Ik doe het niet." 'Klaar!' zei hij en legde zijn telefoon weg.

'Dat was een kort bericht?'

'Ja.'

Aandringen kon hij doen maar Stan was duidelijk geweest. Meer zou hij ook niet te horen krijgen, zo wist Richard. 'Waar ben je dankbaar voor, Stan?'

Het antwoord kwam prompt. 'Dat ik hier ben samen met jou.'

'Dat is heel lief gezegd, Stan.'

'Jij?'

Dit moest eindelijk over zijn lippen en deze dag was daar uitermate geschikt voor, zo overwoog Richard. Hij had het al vaker gezegd. Dit keer wilde hij echter de woorden gebruiken die hij tot nu toe altijd had vermeden tegenover Stan. 'Ik ben dankbaar voor jou, Stan. Dat jij zo heel veel jaren geleden alweer ineens in mijn leven kwam.'

'Maar ik was best lastig!'

'Stttt,' zei Richard terwijl hij zijn wijsvinger tegen de lippen van Stan legde, 'wil je even alleen maar luisteren? Dat wat ik ga vertellen is misschien moeilijk te begrijpen voor jou maar ik wil het je wel vertellen nu.'

Stan knikte.

'Je weet dat het bij ons thuis niet leuk was. Ik woonde daar al zes jaar. Van een aantal jaren weet ik het natuurlijk niet. Toen was ik te klein. Maar van zeker drie jaren weet ik dat het niet leuk was.'

'Het was gewoon rot, Rich! Zeg het dan ook zo!'

'Het was rot! Het was vreselijk! En toen … toen kwam jij. Als jij er niet was geweest, dan zou alles heel anders gelopen zijn. Dan … af en toe lees je wel eens van … ' Het was moeilijk. Heel moeilijk om dit te vertellen. 'Weet je … vogels kunnen vliegen.'

'Ja, duhh!'

Richard moest lachen. 'Maar dat gaat niet zomaar. Alleen vleugels hebben wil nog niet zeggen dat vogels kunnen vliegen.'

'Oh!'

'Er moet ook wind zijn want anders kan een vogel zich daarop niet laten wegglijden. Het gaat dus om vleugels en wind. En jij … jij bent de wind onder mijn vleugels, Stan. Begrijp je me?'

'Niet helemaal. Maar ik ben st… '

'Dat ben je niet! Echt niet! Niet meer zeggen, lieve Stan! Nooit meer!'

'Ik weet het. Niemand heeft dat hier tegen me gezegd.'

'En dat is goed. Goed voor jou ook om te weten. Je hebt nu een ander leven, Stan. Jij en ik allebei. Een leven dat heel anders is.'

'We zijn gelukkig.'

'Dat is het, Stan. We zijn gelukkig. Wind en vleugels,' zo bracht hij het gesprek toch weer terug op dat wat hij wilde zeggen. 'Als jij er niet geweest zou zijn … dan … was ik er nu niet geweest. Ik zou het alleen niet gered hebben, Stan. Jij hebt ervoor gezorgd dat ik een doel in mijn leven had. Ik wilde jou dingen leren. Ik wilde jou beschermen tegen hem. En later … wilde ik ook verliefd zijn op jou … met jou samen wonen.'

'Maar als ik er niet geweest was … wat bedoel je ermee … dat jij er niet geweest zou zijn … '

Dit was het moeilijke gedeelte. 'Ik zou er een eind aan gemaakt hebben, Stan.'

'Waaraan?' Stan voelde onrust in hem ineens.

'Niet schrikken, Stan, want het is gelukkig allemaal niet gebeurd. Het is anders gegaan omdat jij er wel was maar … anders zou ik hen op een gegeven moment gedood hebben en daarna waarschijnlijk mezelf ook. Ik weet dat je niet van dit soort gesprekken houdt, maar ik wil het je wel gezegd hebben. Lieve Stan, ik ben heel dankbaar dat jij in mijn leven gekomen bent en dat alles anders is geworden dan dat ik toen in mijn hoofd had.'

'Omdat … nou ja … heb ik jou gered dan? Klinkt dat gek?'

'Nee. Dat is precies wat ik bedoel te zeggen maar jij zegt het veel duidelijker. Jij hebt er niet zoveel woorden voor nodig. Dat heb je gedaan, Stan. Je hebt mij gered door er te zijn. Door mijn leven een doel te geven, heb je mij gered. Jij bent mijn held.'

'Jij hebt mij ook heel vaak gered van hem.'

'Ik deed mijn best maa… '

'Niet zeuren! Het lukte je bijna altijd. En die keren dat het niet lukte kon ik hebben.'

'Je bent altijd sterk geweest, Stan.'

'Ja.' Hij hoorde het piepje van zijn telefoon en keek vragend naar Richard.

'Toe maar, bekijk je berichtje maar. Ons serieuze gesprek was heftig maar kort.'

Stan pakte het apparaat en was opgelucht. Gelukkig ze waren niet boos. Zouden ze ook niet worden hadden ze gezegd. Hij mocht het zelf beslissen. En … hij wilde het toch niet. Er kwam nog een berichtje en hij las: "Maar kom je wel naast me zitten?" Dat vond hij goed en liet hij ook meteen weten.

'Hé, klaar met je berichtjes,' vroeg Richard grappend.

'Ja. We moeten ontbijten. Kan ik me nog douchen?'

'Alleen als je het snel doet!'

'Als ik alleen douche gaat het altijd snel. Samen lukt dat niet,' reageerde Stan gevat, sprong het bed uit en rende naar de badkamer.

Ze zaten met z'n tienen aan de ontbijttafel. Voordat ze zouden beginnen met eten vroeg Richard of hij iets mocht zeggen. Edith knikte hem vriendelijk toe en toen schraapte hij zijn keel om vervolgens te beginnen met: 'Lieve Edith, lieve Max. Thanksgiving is de meest geschikte dag om te laten zien waarvoor je dankbaar bent maar toen waren wij bij onze familie op Hawaï. En daarom doen wij het vandaag. Toespraken passen vast en zeker beter bij het diner maar als ik nog meer toeschouwers heb dan weet ik niet of er nog wel een woord over mijn lippen komt. En ik wil wel heel graag wat zeggen. Vandaag is de dag om onze dank, de dank van Stan en mij, uit te spreken. Stan en ik hebben heel veel om dankbaar voor te zijn dit jaar. Wij zijn heel blij, niet waar Stan,' Richard keek naar Stan en zag hem enthousiast knikken, 'dat wij bij jullie een thuis hebben gevonden. Dat jullie mij zover hebben gekregen dat ik eindelijk eens begon te praten. Dat jullie Stan hebben willen ophalen toen het voor hem daar niet meer veilig was en ik het niet kon doen. Dat wij al die maanden hier bij jullie hebben mogen wonen.'

'En dat jullie gezegd hebben dat wij jullie kinderen zijn,' vulde Stan aan want volgens hem was dat het allerbelangrijkste in dat wat Richard wilde zeggen maar hij gebruikte weer eens veel en veel te veel woorden.

'Ja, dat bedoel ik dus. Wij zijn nooit gezien als gasten. Jullie hebben ons opgenomen in jullie gezin dat begon met jullie twee en in de loop der jaren alleen maar is blijven groeien. En daar zijn wij beiden heel erg blij mee. Jullie zijn prachtmensen en daarvoor willen we jullie bedanken.'

'Dank je wel, lieve jongens,' reageerde Edith terwijl ze snel met een zakdoekje langs haar ogen veegde.

'Ja, niet nodig om ons te bed… '

'Echt wel!' liet Stan zich duidelijk horen.

'Ja, echt wel. Dit keer ben ik het helemaal met Stan eens en daarom hebben wij ook iets voor jullie gekocht. Haal jij het even, Stan?'

Stan stond op, liep de keuken uit en kwam even later terug met een bos bloemen en een enveloppe voor Edith en een keurig ingepakt langwerpig pakje voor Max. Hij reikte het ook meteen uit.

'En wat is dit?' wilde Max weten.

'Duhhh, je moet het openmaken. Dan weet je het,' gaf Stan een handreiking.

Max haalde het papiertje er voorzichtig af en had, gezien de opdruk op het doosje, toen al een idee. 'Een pen? Voor mij?'

'Ja,' kwam Stans reactie, 'je vulpen is kapot gegaan laatst en daarom hebben wij een nieuwe voor je gekocht.'

'Wauw, jongens! Daar ben ik echt heel erg blij mee. Bedankt, het was echt niet no… '

'Ja, dat was het wel. Jullie hebben zoveel voor ons gedaan en zullen dat ook de komende jaren nog doen dat dit heel schamele cadeaus zijn eigenlijk.'

'Maar wel uit ons hart gegeven,' vulde Stan aan en met die opmerking zorgde hij ervoor dat zijn tafelgenoten in de lach schoten.

'Wat heb jij gekregen, schat?' vroeg Max aan zijn vrouw.

'Bloemen!' dat zie je toch was het weer Stan die reageerde. Opnieuw had hij de lachers op zijn hand.

'Ik bedoel die enveloppe, Stan!'

'Oh.'

Edith maakte de enveloppe open en haalde er een theaterbon uit. 'Oh, prachtig! Dank jullie wel, jongens, daar ben ik echt heel blij mee. Gaan jullie mee als ik iets uitgekozen heb?'

'Euhh … '

'Als jij dat graag wilt, Edith, dan gaan we met jou en Max mee,' vulde Richard het "euhh …" van Stan aan.


* * *

In het huis van de Drummonds was de drukte al 's morgens tegen een uur of tien begonnen. Kinderen en kleinkinderen waren binnengedruppeld en Richard en Stan maakten ook kennis met de Drummonds – Jake en Cassi – die ze nog niet eerder hadden gezien omdat ze vanwege het werk van Jake als militair attaché in Japan woonden. Volgens Stan leek Jake sprekend op zijn vader en Richard zag de gelijkenis ook wel. Om elf uur was de hele familie compleet en begonnen Mary en Marcy met het uitdelen van briefjes. Iedereen kreeg een taak toebedeeld en er stond keurig bij hoe laat het de bedoeling was dat de taak klaar moest zijn. Een prima organisatie waarop in principe niets aan te merken was maar … niet alle Drummonds waren zo georganiseerd als de tweelingzussen. En dus gebeurde het regelmatig dat het schema aangepast moest worden om toch alles op tijd af te krijgen.

Om vier uur kwamen de Hartmans aan. Richard wachtte hen samen met Edith en Max op op de oprijlaan voor het huis. Van Stan was geen spoor te bekennen. In allerijl had Max een zoekteam samengesteld en op pad gestuurd. Richard was zenuwachtig. Het was voor het eerst dat zijn familie bij hem op bezoek kwam. Het voelde vreemd maar tegelijkertijd heel erg goed. Hij voelde zich inmiddels heel erg op zijn gemak bij de Hartmans op Hawaï maar dit was zijn thuis. Toen iedereen uitgestapt was en Opa in zijn rolstoel was gaan zitten was het tijd voor de begroeting maar Oma Hartman vond niet degene die ze zocht: 'Waar is mijn jongste kleinkind? De jongste heeft het recht op de eerste kus van zijn Oma. Waar is Stan?'

'Euhhh … hij is even zoek, Oma,' stamelde Richard. 'Waarschijnlijk druk bezig ergens.'

Op dat moment werd Stan door George en Nathan naar voren geduwd: 'Schiet op, Stan, je kunt je Oma niet laten wachten!'

'Maar … '

'Maar wat, Stan, wilde mevrouw Hartman weten.'

Stan kwam schoorvoetend dichter bij. 'Het klinkt stom maar … je bent toch niet echt mijn Oma?'

'Niet echt jouw Oma? Natuurlijk ben ik wel echt jouw Oma.'

'Maar ik heet geen Hartman.'

'Oh, is dat het. Lieve Stan, een achternaam doet er niet zoveel toe. Anouhea is getrouwd met mijn zoon Johan, dat weet je. Maar ze gebruikt niet de achternaam Hartman.' Ze keek Stan aan in de hoop dat er een reactie zou komen maar die kwam er niet. 'De drie zonen van Max en Edith zijn ook allemaal getrouwd. Toch?' Dit keer kwam er wel een reactie van Stan in de vorm van een knikje.

Richard ging een lichtje op. Dit was een keurig opgezet toneelstukje. Maar het doel heiligde de middelen. Hij keek naar Max en kreeg een knipoog. Hij had het bij het rechte eind.

'En ik weet dat twee van die vrouwen net als Anouhea hun eigen achternaam gebruiken. 'En is Anouhea dan niet mijn dochter? Zijn de vrouwen die met de Drummond-zonen getrouwd zijn en hun eigen achternaam gebruiken dan geen dochters van Edith en Max? Of zijn de jongens die met de dochters van de Drummonds getrouwd zijn geen zonen van hen? Vraag het hen eens.'

Stan keek naar Edith en Max.

'Ze zijn allemaal onze kinderen, Stan. De achternaam doet er echt niet toe. Ze zijn onze kinderen.'

'En dus ben jij mijn jongste kleinkind, Stan, en dus wil ik jou nu een kus geven en knuffelen zoals een echte Oma doet. Kom!'

Richard zag dat Stan ontroerd was. Hij wilde naar hem toe gaan maar er was iemand die een hand op zijn schouder legde en hem tegen hield. Hij draaide zich om en keek in het gezicht van Jocelyn. Ze had gelijk: dit moest Stan even zelf oplossen. En de doorbraak kwam toen hij naar zijn Oma toeliep en zich door haar liet kussen en knuffelen.

'Mijn Oma,' klonk het toen door de tranen van Stan heen.

Achter zijn vrouw zat Karel Hartman in zijn rolstoel te wachten en toen het hem te lang duurde allemaal zei hij dat hij zijn jongste kleinkind ook wilde begroeten. Er werd gelachen. Toen hij zijn rolstoel op de rem zette begreep Charles niet wat daarvan de bedoeling was.

'Wat doe je, Opa?'

'Ik wil staan, jongen! Voor een goede knuffel moet je staan!'

'Ma… '

'Nee, Charles, ik moet staan. Je mag me helpen als je wilt, maar staan zal ik.'

Stan en Charles hielpen hem in de benen en toen hij zijn armen om zijn jongste kleinzoon heensloeg, moest hij huilen. Hij merkte dat Stan dat ook deed. 'Tranen zijn goed, mijn kleinzoon, laat ze maar komen.'

'Deze tranen zijn niet erg, mijn Opa, het zijn tranen omdat ik gelukkig ben. Ik ben de gelukkigste van allemaal!'


* * *

Om vijf uur gingen de families Drummond en Hartman met een aantal genodigden aan tafel. De buitentemperatuur was aan het dalen en alleen veel jongeren deden het nog zonder jasje of vest. De tafels stonden in de tuin van de Feldmanns, de grootouders van Nancy, en hier stond ook het podium voor het muziekfestijn later op de avond. Drie tuinen hadden ze voor het spektakel aaneengetrokken. Heesters die in een afscheiding hadden gestaan waren zorgvuldig verwijderd en opgeslagen door de tuinman die het onderhoud pleegde en er was gezorgd voor veilige passages, die met veel licht waren aangegeven, zodat er geen ongelukken zouden plaatsvinden.

Max hield aan het begin een kleine toespraak. 'Dit jaar was een bijzonder jaar,' zo opende hij. 'Een jaar die onverwachte dingen bracht. Een jaar ook met veel verdriet, en veel dingen om te verwerken. Maar … ook zo heel veel geluk. En natuurlijk dat geluk laat niet al het verdriet zomaar verdwijnen maar toch … toch zorgt het er vaak wel voor dat we door kunnen gaan.' Hij ging zitten.

'Opa, dat ben ik niet gewend van jou! Nu al klaar?' reageerde George verbaasd.

'Ja, jongen, ik had van je Oma de strikte opdracht gekregen dat ik niet al te lang mocht praten. Haar exacte woorden waren: "Houd rekening met de spanningsboog van onze George".' Hij knipoogde naar zijn jongste kleinzoon.

Er werd gejoeld en gelachen toen George geen woorden vond om te reageren en daarna viel iedereen aan. Iedereen liet het zich uitstekend smaken. Anna, Cassandra, Edith, Ethel, Ginger en Nancy waren gisteren al begonnen met de voorbereidingen en vandaag hadden ze alles met de hulp van anderen afgerond. De Opa van Nancy was er gelukkig ook. Een tijdje terug was hij flink ziek geweest maar nu was hij zodanig hersteld dat hij er weer bij kon zijn. Anna zat stralend naast hem. Nathan zat naast zijn vader die ook uitgenodigd was. Joëlle en Jocelyn zaten niet naast elkaar maar tussen de familie. De Greenfields, de buren van de andere kant, waren er ook.

Niemand had stil gezeten die middag voor het eten. Er was heel veel werk verzet en dat opdat er die avond een groot feest gevierd zou kunnen worden: een feest speciaal voor Richard en Stan. Een feest omdat zij, zo had Edith het verwoord, zo veel feesten gemist hadden. De band van Nathan zou optreden en hij had enkele andere artiesten gevraagd om zijn band te versterken. Zo was er was een zangeres uitgenodigd en Jacob zou bij enkele nummers op de viool spelen. Nancy zou de avond, voor zover nodig, aan elkaar praten.

Het gezamenlijke eten liep op zijn eind en iedereen hielp mee met het opruimen en het treffen van de laatste voorbereidingen voor het feest. De tuinen waren prachtig verlicht en versierd. Er was een kerststal en er stonden diverse mooi versierde kerstbomen. Stan liep verwonderd rond. Hij genoot. Richard keek naar hem en zag het geluk op het gezicht van zijn vriend.

'Hij is gelukkig.'

Richard schrok op en herkende Joseph Drummond, de vader van George. 'Ja, dat is hij. Gelukkig vanaf de allereerste dag dat hij hier kwam. En nu helemaal bijzonder gelukkig omdat hij, nou ja … je weet het wel.'

'Mij doet het enorm goed om te zien hoe gelukkig hij is. En ik weet dat als hij gelukkig is, jij het ook bent, Richard.'

'We zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.'

'Maar wil je me even meehelpen?'

'Natuurlijk!'


* * *

Tussen half acht en acht uur kwamen de overige gasten binnen. Richard herkende er heel veel. Hij zag mevrouw Sanchez die hem nog steeds "mijn engel" noemde maar dat in het Spaans. Ook Alice Jenkins was er en hij besefte dat die twee aan het begin van dit alles hadden gestaan. Er waren pleegkinderen van de Drummonds, vrienden en bekenden die hij ook kende, leraren en bestuurrsleden van de school van Max, vrijwilligers met wie Edith samenwerkte. En heel veel mensen kende hij ook niet. Het aantal was gewoon enorm. En praktisch als hij was vroeg hij zich of er wel genoeg stoelen waren voor al die mensen.

De band begon te spelen. Het was iets instrumentaals. Iedereen begreep dat het feest zou gaan beginnen en zocht een plekje om te zitten en langzaamaan werd het stil. Toen het intro afgelopen was kwam Nancy in een prachtige lange jurk het toneel op. Vanuit het publiek werd er gefloten en Nathan stond quasi boos op vanachter zijn vleugel.

'Zitten blijven, jij!' speelde Nancy het leuk mee in de richting van haar vriend. En daarna bedankte ze degenen die naar haar gefloten hadden. 'Namens Edith en Max heet ik jullie allemaal van harte welkom op deze Kerstavond. Een bijzondere. Het is vandaag al vaker aangehaald op diverse momenten. Een bijzondere Kerstavond want de familie Drummond heeft dit jaar uitbreiding gekregen. En dat uit wel heel bijzondere hoek. Ik neem aan dat niemand van jullie ooit van Metchosin had gehoord.' Even wachtte ze de reacties uit het publiek af. 'Dacht het al, ik ook niet. En toch … toch kwamen daar de twee jongens vandaan die de familie Drummond hebben versterkt. Het brengt het totaal aantal afstammelingen van onze gastvrouw en gastheer op een enorm respectabel aantal. Ik had ze vooraf keurig geteld allemaal maar het bleek me vanmiddag dat er meer aanhang was dan waar ik weet van had. Ik moet ergens iets gemist hebben.' Er werd geapplaudisseerd. 'En over een aantal maanden is er opnieuw sprake van uitbreiding: het eerste achterkleinkind van Edith en Max. Het muzikale feest van vanavond is speciaal voor Richard en Stan. Iedereen kent hen wel inmiddels. Ze kwamen vanuit het koude noorden en zijn inmiddels behoorlijk ontdooid. Ze voelen zich thuis hier en dat thuis voelen, heeft iedereen nodig.'

Stan was de draad kwijt. Het duurde hem te lang. Nancy zag er leuk uit en ze praatte vlot maar te lang. Ze leek op Richard. Die had dat ook vaak. En ja … hij kon zijn aandacht er dan niet bij houden. Hij keek om zich heen. Jocelyn en Joëlle waren er al sinds het eten. Hij keek naar hen en zag de knipoog die hij kreeg van Joëlle. Hij knipoogde terug. Daar zaten Joseph Drummond en zijn vrouw. Die kende hij heel goed. Zij … Gelukkig, Nancy was klaar met praten. De band van Nathan zette in en … waar was Richard. Net had hij nog naast hem gezeten. Hij keek rond maar zag hem niet. Nancy plofte naast hem neer en omdat zij zijn hand beetpakte kon hij niet gaan staan om Richard te zoeken.

'Rustig aan, Stan! Rustig blijven zitten.'

'Maar ik zie Richard nergens. Net was hij er nog!'

'Kijk eens wie daar het toneel op komt?'

Stan keek in de richting van het podium. 'Hij is gek! Hij staat op het toneel! En … '

Richard probeerde rechtop te blijven staan. Zijn knieën knikten behoorlijk. Hij had geoefend. Heel veel geoefend maar … zingen voor Nancy, Nathan en de band was toch iets anders dan voor zoveel toeschouwers. Niet aan denken nu, sprak hij zichzelf toe. De spotlights waren aan en hij merkte dat hij zowat niemand kon herkennen. Nathan had gelijk gehad, dat scheelde een stuk. Hij hoorde hoe de muziek van het lied dat hij zou gaan zingen zachtjes werd ingezet. Een teken dat hij kon beginnen met zijn praatje vooraf. 'Zingen kan ik niet echt. Ik doe mijn best. Maar als het niet echt goed gaat is het niet de schuld van mijn begeleiders. Nancy, Nathan en de band hebben hun uiterste best gedaan om mij enig gevoel voor muziek bij te brengen.'

'Hij gaat toch niet echt zingen, hè,' vroeg Stan vertwijfeld aan Nancy.

'Dat doet hij wel. Waarom zou hij dat niet doen?'

'Hij kan niet zingen!'

'Echt wel!

'Dit lied,' zo ging Richard, geen weet hebbende van de kritiek van zijn partner, rustig verder, 'is speciaal voor Stan. Vanmorgen nog heb ik hem uitgelegd hoe de titel van dit lied voor mij heeft gewerkt. Hoe het ervoor gezorgd heeft dat wij twee er nu vandaag kunnen zijn. Niet alle woorden passen helemaal op hem en op mij maar … de titel, het refrein wel degelijk. Daarom … Stan … speciaal voor jou.' Er klonk applaus en hij liep naar de vleugel waar Nathan zat. Zo dichtbij hun vriend voelde het beter. Als er iets mis mocht gaan dan kon Nathan hem corrigeren. Ineens was er een kriebel in zijn keel. Niet aan denken. Niet nu. Puur spanning. Nathan had hem gewaarschuwd daarvoor. Had die gast een vooruitziende blik? Hij keek naar Nathan en zag hoe zijn vingers over het toetsenbord gingen. 'Ik zing voor jullie en speciaal voor Stan het lied met de titel "Wind Beneath My Wings" ook wel bekend onder de titel "Hero" en dat past heel erg goed want Stan is mijn held.' Nathan en zijn bandleden hadden het arrangement aangepast. De volgens Richard overdreven versie van Bette Midler met veel te veel ohh's en ahh's wilde hij niet zingen en ook een rockversie die hij had gehoord was niets voor hem geweest. Ze hadden het iets sneller gemaakt dan de versie van Gladys Knight and the Pips, iets moderner. Opnieuw keek hij naar Nathan. Hij was er klaar voor en wachtte op het teken van de bandleider. Hij zag het knikje en begon te zingen.

- - -
WIND BENEATH MY WINGS (HERO)
Tekst en muziek: Jeff Silbar en Larry Henley
https://www.youtube.com/watch?v=ZkvMRROkbC0


It must have been cold there in my shadow
To never have sunlight on your face
You were content to let me shine,
You always walked a step behind
I was the one with all the glory,
While you were the one with all the strenght
Only a face without a name.
I never once heard you complain..

Did you ever know that you're my hero?
And everything I would like to be?
I can fly higher than an eagle,
With you as the wind beneath my wings

It might have appeared to go unnoticed,
But I've got it all right here right here in my heart
I want you to know I know the truth
I would be nothing without you.

Did you ever know that you're my hero?
And everything I like to be
I can fly higher higher than an eagle,
With you as the wind beneath my wings
For you are the wind beneath my wings.

- - -

De tranen liepen over zijn wangen. Was het goed geweest? Goed genoeg? Het maakte niet uit! Hij had dat gedaan wat hij wilde. Hij had hier voor al die mensen het lied gezongen voor Stan. Om iedereen heel duidelijk te maken wat Stan voor hem betekende. Stan was zijn steun en toeverlaat. Zonder hem kon hij niet vliegen. Was hij nooit daar beland waar hij nu was: in een prachtig thuis.

Het applaus hield heel lang aan en Stan keek verbaasd om zich heen. Hij keek naar Nancy en zei: 'Hij kan toch wel zingen!'

'Zei ik je toch. Maar Nathan, de anderen en ik hebben dan ook heel veel met hem geoefend. Ik wist dat hij het kon.'

'Maar hij durfde het ook. En ik ... '

'Jij hebt je keuze gemaakt, Stan, en dat is goed. Dat gaan we nu niet meer veranderen. Jij hoeft niet dat te doen wat een ander doet.'

'Maar als Rich het doet voor mij, moet ik het dan niet doen voor hem?'

'Nee. Jij kiest. En dat heb je gedaan. Zo is het goed.'

'Dank je, Nancy. Dat je me steunt.'

'Graag gedaan, lieve Stan. Kijk er gebeurt nog meer.'

Richard had na een paar buigingen het podium willen verlaten maar kreeg daar de kans niet toe. Hij werd teruggeroepen door een man die het podium opkwam.

'Richard Hartman, wil jij misschien even plaatsnemen daar op dat tweezitsbankje?'

De jongen keek vreemd op zijn neus. Hij was toch klaar? Hij kon toch … Dixie, de achtergrondzangeres die hem zo-even zo prachtig had ondersteund, pakte zijn hand, nam hem mee naar het bankje en ging naast hem zitten.

'Ik zal me even voorstellen,' zei dat man nadat hij een microfoon in zijn hand gedrukt had gekregen, 'Ik ben William Hammond. Mijn grootvader richtte jaren geleden de Giles Hammond Stichting op. Richard, ken jij de definitie van een stichting?'

Richard wist het en gaf de definitie die hij geleerd had op school.

'Ja, dat klopt. Het wordt ook wel een afgescheiden vermogen met een bepaald doel genoemd. Dat doel staat in de statuten. Het doel van de Giles Hammond Stichting is, in mijn woorden, steun verlenen aan jeugd die in de knel is geraakt. Mijn grootvader verzon dat niet zelf. Hij had geld te veel en wilde er iets nuttigs mee doen. Zijn secretaresse wist wel iets. Haar naam wordt nog steeds gebruikt als de naam van een van de studiebeurzen die wij elk jaar uitreiken. In Monterey was de zorg voor jongeren met moeilijkheden niet echt goed geregeld. De overheid deed weinig. Particulieren waren goed bezig. Echt goed bezig. Het werk van hen viel de secretaresse van mijn opa op en zodoende vroeg hij of hij zijn geld mocht aanwenden om de zorg die al verleend werd te versterken. Max Drummond was de woordvoerder met wie mijn grootvader sprak en Max weifelde. Enerzijds zou extra geld handig zijn maar hij wilde absoluut niet dat buitenstaanders zich zouden gaan bemoeien met de manier waarop er gewerkt werd. Hij was een harde noot om te kraken. En het lukte mijn grootvader dan ook niet om hem op andere gedachten te brengen. Mijn grootvader had daar bewondering voor. En dat zorgde ervoor dat er een onafhankelijke stichting in het leven werd geroepen die nog steeds bestaat. Max en Edith hebben in die stichting altijd heel veel werk verzet zonder dat ze daarvoor een cent wilden zien. Ze wilden alleen geld als dat nodig was voor de opvang, ondersteuning en begeleiding van jongeren. En, zo gebeurde het. De Stichting zorgde ervoor dat er geld was. Dat de ondersteuning kon blijven zoals hij was maar dat er wel geprofessionaliseerd kon worden aan de zijlijn. Artsen, psychologen, therapeuten, personal coaches, en nog veel meer, al die mensen konden indien nodig ingeschakeld worden zonder dat de particulieren daarvoor zelf hun portemonnee hoefden te trekken. Het werd geregeld. Het kapitaal van mijn grootvader is er steeds gebleven. Het werd aangevuld door sponsoren. Mensen die, zoals Max wilde, geen enkele invloed zouden hebben op het werk. Ik krijg op mijn oortje te horen dat ik moet gaan afsluiten. Ik gebruik weer eens te veel woorden.'

Stan moest lachen. Alweer eentje. Hij had daar nooit last van en zei dat ook tegen George die naast hem was komen zitten.

'Richard, jij zit daar op het "beklaagdenbankje" het "strafbankje" let goed op de aanhalingstekens die ik maakte met mijn vingers in de lucht. Jij en Stan werden dit jaar geholpen door de Stichting. Het was nodig. En … het is de Stichting nog nooit gebeurd dat er een brief binnenkwam van een advocaat met het verzoek om aan te geven hoeveel geld er voor een cliënt van ons is uitgegeven! Nog nooit! En … hoewel ik niet voor het bestuur kan en mag spreken zal ik je nu al zeggen wat het antwoord is. Richard, zoiets zullen we absoluut nooit doen! Wij hebben geholpen! Dat is de doelstelling van onze Stichting! Het is de bedoeling dat er geld gebruikt gaat worden en niet dat het weer teruggestort wordt. Absoluut niet!'

Opnieuw werd er gelachen in het publiek.

'Nee, dat niet. We doen goed met ons geld en dat willen we blijven doen. Richard, we gaan zelfs nog meer uitgeven in jouw naam. Wil je even naar voren komen?'

Richard stond op. Zijn knieën knikten nog meer dan eerder die avond, zo voelde het. Wat wilde die man!

'Richard, het is mij een eer dat ik vanavond een studiebeurs mag uitreiken die de naam 'Richard Hartman' zal dragen. Een studiebeurs voor jongeren die het moeilijk gehad hebben en daar met ondersteuning vanuit de Stichting doorheen zijn gekomen. De eerste studiebeurs gaat naar jou. Alle jaren die jij nodig hebt om jouw studie af te ronden, zal de Stichting jouw studiekosten betalen.'

Zijn mond viel open. Het was niet no…

'Het is niet nodig, hoor ik je haast denken. Zo voelt dat voor jou. Maar voor ons is het belangrijk dat je het aanneemt. Wij willen dat. Jij bent een voorbeeld voor velen. Je hebt laten zien dat je dingen wilt, dat je dingen kunt. Volgend jaar reiken we deze beurs opnieuw uit. Max en ik zullen dan samen bepalen wie de volgende zal zijn die deze studiebeurs goed kan gebruiken. Richard, ik wil je feliciteren. En hierbij, met deze oorkonde,' de spreker kreeg iets aangereikt, 'verleen ik jou als eerste officieel de 'Richard Hartman studiebeurs'.

Het applaus was enorm. De mensen gingen staan. Er werd gefloten op vingers. En Richard wist niet wat hij moest doen. Gelukkig werd er geen microfoon onder zijn neus geduwd en dus hoorde niemand zijn gestamel toen hij mr. Hammond bedankte. En toch weer zei dat het niet nodig was geweest. Maar dat trok hij daarna ook meteen weer in. 'Ik ben zoveel goeds nog niet gewend. Het spijt me dat ik zo moeilijk doe. Neem me vooral niet kwalijk. Heel erg bedankt.'

Nancy gaf William Hammond een hand een leidde hem het toneel af terwijl ze nog het een en ander in haar oor gefluisterd kreeg. Daarna liep ze terug naar de plaats waar Richard nog steeds stond met zijn oorkonde in de hand. 'Wil je nog even gaan zitten?'

'Euhh… '

'Nog twee dingen. Een mededeling en dan nog iets speciaal voor jou.'

'Nee, hè!' herpakte hij zich. Hij vond het niets zo in de belangstelling te staan en dat nu al minutenlang.

'Nog eventjes en dan ben je van al die aandacht af.'

Hij liep terug naar het bankje en ging daar zitten. Alleen. Dixie had haar plaats weer ingenomen bij de band.

'Zoals ik al gezegd had, soms is het vanavond even iedereen zitten en aandacht voor de muziek en dan is het weer tijd om gebruik te maken van de dansvloer of voor ontmoeting met elkaar terwijl de band gewoon zijn ding doet. Nu even nog blijven zitten alsjeblieft. Als eerste wil ik een mededeling doen. In de drie huizen is een tentoonstelling ingericht van Joëlle. Het werk is koop. Van de opbrengst van vanavond gaat vijftig procent naar de Giles Hammond Stichting.' Ze moest even stoppen vanwege het geklap vanuit het publiek. 'Verder is er vanavond nog een veiling van een bijzonder doek. De opbrengt daarvan gaat volledig naar de Stichting.' Opnieuw bijval vanuit het publiek. 'En dan … dan wil ik graag dat Stan naar voren komt.'

Stan schrok op.

'Kom, broertje,' zei George tegen Stan terwijl hij hem aan zijn arm omhoog trok. 'Je wordt geroepen.'

Terwijl hij opstond keek hij George aan. Ja, hij had gelijk. George was zijn broer nu. Hij had het heel duidelijk gemaakt: de naam van zijn moeder wilde hij niet langer hebben. Zij had hem niet gewild en dus wilde hij haar naam niet. "Ik wil Drummond heten en zorg maar dat dat voor elkaar komt!" had hij gezegd. Wat er daarna allemaal gebeurd was wist hij niet. Had hij ook geen verstand van maar uiteindelijk hadden de ouders van George, Joseph en Jane, hem geadopteerd als hun kind. En daarom was hij nu het broertje van George en het jongste kleinkind van Edith en Max. Hij klom het trappetje op naar het podium.

Richard keek ook op. Stan? Stan op het podium?

'Een nieuw lied. Een passend lied. Er is één uitspraak die Stan ontzettend vaak heeft herhaald sinds hij hier bij Edith en Max woont. En … toen Nathan en ik een lied voor hem zochten … was het enorm gemakkelijk eigenlijk.'

Stress. Stress bij Richard. Zou Stan gaan zingen? Zingen. Toch niet voor hem? Hij hoorde niet meer wat Nancy zei. Hij zag alleen maar haar mond bewegen. Hij zag hoe Stan het podium opkwam en bij Nathan op het bankje ging zitten. Hij kreeg geen microfoon. Stan ging niet zelf zingen, concludeerde hij. Maar hij had zelf ook geen microfoon gehad alleen maar zo'n dingetje op zijn hoofd. Had Stan dat ook?

'Graag een enorm applaus voor het lied dat Nathan namens Stan voor Richard gaat zingen.'

Richard had de titel gemist. Maar wist meteen wel lied het was toen hij de eerste tonen hoorde. Hij kende het en bovendien had Stan de melodie de afgelopen tijd heel vaak geneuried. Een glimlach kwam om zijn lippen. Het eerste couplet paste goed. Het refrein helemaal: dat was Stan ten voeten uit.

- - -

THE LUCKIEST
Tekst en muziek: Ben Folds
https://www.youtube.com/watch?v=f9bRmuP-kQY

I don't get many things right the first time
In fact, I am told that a lot
Now I know all the wrong turns, the stumbles and falls
Brought me here

And where was I before the day
That I first saw your lovely face?
Now I see it everyday
And I know

That I am
I am
I am
The luckiest

What if I'd been born fifty years before you
In a house on a street where you lived?
Maybe I'd be outside as you passed on your bike
Would I know?

And in a white sea of eyes
I see one pair that I recognize
And I know

That I am
I am
I am
The luckiest

I love you more than I have ever found a way to say to you

Next door there's an old man who lived to his nineties
And one day passed away in his sleep
And his wife; she stayed for a couple of days
And passed away

I'm sorry, I know that's a strange way to tell you that I know we belong
That I know

That I am
I am
I am
The luckiest

- - -

Een daverend applaus volgde toen de klanken van de muziek wegebden. Iedereen die kon kwam in de benen. Ovationeel, anders was het niet te noemen. Stan liep naar Richard. Richard legde de oorkonde snel op het bankje en ze vielen in elkaars armen. Tranen.

'Ik durfde niet te zingen. Het spijt me, Rich, ik durfde het niet.'

'Het geeft niet, lieve Stan. Het is een prachtig mooi lied en het geeft helemaal niet dat jij het niet durfde. Het is goed zoals het nu gegaan is. Heel erg goed.'

Heel veel tranen kwamen er maar dat deed er allemaal niet toe. Gelukkig, ja dat waren ze.

'Zoenen, zoenen!' werd er gescandeeerd.

Even keken ze elkaar met betraande ogen aan. Waarom ook niet. Ze zoenden elkaar. Voor al die mensen lieten ze zien dat ze van elkaar hielden. Toen de band de eerste klanken van een Kerstmedley inzette liepen ze begeleid door Nancy als in een trance het podium af. Een trapje naar beneden en daar werden ze neergezet op een bankje. Nancy wachtte bij hen tot de eerste hulp troepen haar begeleiding overnamen. Max, Edith, Jocelyn en George bleven bij de jongens en wachtten net zolang tot ze het idee hadden dat de twee er weer tegenaan konden. Met z'n allen begaven ze zich weer onder het publiek en gingen ze allemaal hun eigen weg. Zo was het goed. Alles was goed.

De hele avond lang klonk er muziek. Vrolijke muziek. Maar ook heel indringende muziek als 'Spiegel in Spiegel' van de Etse componist Arvo Pärt, vertolkt door Nathan op zijn vleugel en Jacob op de viool, dat bij heel veel toeschouwers emoties naar boven bracht.

Zo tegen half twaalf zaten Stan en Richard samen op het bankje met uitzicht over de oceaan. Er was nu niets te zien. Het was te donker. Nancy had aangekondigd dat er nog een afsluitend lied ten gehore gebracht zou worden. Een lied in het Frans waarvan een Engelse vertaling te lezen zou zijn op het scherm. Met hun rug zittend naar het scherm luisterden ze ernaar.

- - -

Quand on n'a que l'amour (wanneer men enkel liefde bezit)
Jacques Brel
https://www.youtube.com/watch?v=uNMwYZiBFV0

Quand on n'a que l'amour
A s'offrir en partage
Au jour du grand voyage
Qu'est notre grand amour

Quand on n'a que l'amour
Mon amour toi et moi
Pour qu'éclatent de joie
Chaque heure et chaque jour

Quand on n'a que l'amour
Pour vivre nos promesses
Sans nulle autre richesse
Que d'y croire toujours

Quand on n'a que l'amour
Pour meubler de merveilles
Et couvrir de soleil
La laideur des faubourgs

Quand on n'a que l'amour
Pour unique raison
Pour unique chanson
Et unique secours

Quand on n'a que l'amour
Pour habiller matin
Pauvres et malandrins
De manteaux de velours

Quand on n'a que l'amour
A offrir en prière
Pour les maux de la terre
En simple troubadour

Quand on n'a que l'amour
A offrir à ceux-là
Dont l'unique combat
Est de chercher le jour

Quand on n'a que l'amour
Pour tracer un chemin
Et forcer le destin
A chaque carrefour

Quand on n'a que l'amour
Pour parler aux canons
Et rien qu'une chanson
Pour convaincre un tambour

Alors sans avoir rien
Que la force d'aimer
Nous aurons dans nos mains
Amis le monde entier

- - -

Na de eerste paar regels gaf Stan aan dat hij er geen moer van kon verstaan. Richard vertelde hem dat het in het Frans gezongen werd. 'Kun je het vertalen voor mij, Rich?'

'Je kunt beter het scherm bekijken, Stan. Het vertaalwerk is al gedaan.'

'Nee, jij spreekt en verstaat Frans. Ik niet. Toe. Alsjeblieft?'

Richard vertaalde.

- - -

Wanneer men enkel liefde bezit
Om met elkaar te delen
Op de dag van de grote reis
Die onze grote liefde is

Wanneer men enkel liefde bezit
Mijn lief, jij en ik
Om van geluk te bruisen
Elk uur en elke dag

Wanneer men enkel liefde bezit
Om onze beloftes te beleven
Zonder enige andere rijkdom
Dan er altijd in te geloven

Wanneer men enkel liefde bezit
Om met wonderen te bemeubelen
En met zon te bedekken
De lelijkheid van de buitenwijken

Wanneer men enkel liefde bezit
Als enige reden
Als enig lied
En enige hulp

Wanneer men enkel liefde bezit
Om dageraad te kleden
Armen en dieven
Met fluwelen mantels

Wanneer men enkel liefde bezit
Om in gebeden te schenken
Voor de kwalen van de aarde
Als eenvoudige troubadour

Wanneer men enkel liefde bezit
Om die te geven aan diegenen
Voor wie het enige gevecht
Eruit bestaat de dag te zoeken

Wanneer men enkel liefde bezit
Om een weg te tekenen
En het lot te dwingen
Op ieder kruispunt

Wanneer men enkel liefde bezit
Om te praten tot het geschut
En enkel een lied
Om een trommelslager te overtuigen

Dan, zonder iets anders te bezitten
Dan de kracht lief te hebben
Zullen we, vrienden
De hele wereld in onze handen hebben

- - -

'Zou dat niet vreselijk mooi zijn,' verzuchtte Stan.

'Wat?'

'Als we alleen maar liefde zouden bezitten, alleen maar liefde zouden hebben.'

Soms verbaasde Stan hem nog steeds. Een antwoord geven was niet nodig, zo vond Richard. Deze uitspraak van Stan was veel te mooi daarvoor.

Tot straks…



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 93
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 136 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » zondag 24 december 2017 06:01

EPILOOG

Zaterdag 25 december, Eerste Kerstdag

Het was laat geworden. Heel erg laat. De gasten waren net voor twaalf uur naar huis gegaan en de jongere familieleden die bleven logeren in een van de drie huizen op Pebble Beach zorgden er met elkaar voor dat er zo veel mogelijk werd opgeruimd. Stan had willen meehelpen maar uiteindelijk had Nathan hem gevonden in de woonkamer van de Drummonds met zijn rug tegen de zijkant van de boekenkast en in diepe slaap. Waarschijnlijk was hij daar gaan zitten om even wat uit te rusten en toen in slaap gevallen. Met vereende krachten hadden ze hem naar bed gebracht, van zijn bovenkleding ontdaan en toegedekt.

Twee uur later ongeveer was Richard ook naar bed gegaan. George en Boyd sliepen bij hem en Stan op de kamer. Even had hij geslapen maar toen was hij wakker geworden van het enorme gesnurk dat de drie hadden voortgebracht. Eerst had hij zich er enorm aan geërgerd maar uiteindelijk had hij moeten grinniken om het geluid. Het leek alsof ze het muziekspektakel van de Kerstavond in de Kerstnacht voortzetten met z'n drieën. Hij had het laatje van zijn nachtkastje geopend en daar de brief van Mary uitgehaald. Enkele weken terug was die brief gekomen en inmiddels had hij hem al een paar keer gelezen. Bij het licht van zijn zaklantaarn las hij hem opnieuw. Liefde was iets vreemds, zo concludeerde hij wederom. Joyce had enorm van Petur gehouden. Zoveel dat ze hem wilde volgen in de dood. Mary had zoveel van Shaun gehouden dat ze steeds maar weer alles wat hij deed had geaccepteerd zonder zelfs maar een tegenstem te laten horen. En in de brief was ze heel duidelijk: ze had het nooit moeten accepteren, ze had Stan en hem moeten verdedigen, ze had bij haar man weg moeten gaan. En daar had ze enorme spijt van. Hij legde de brief op zijn nachtkastje en bleef nog even liggen. Toen het gesnurk hem teveel werd, stond hij op, pakte zijn kleren en de brief en ging de gang op. Hij zocht een badkamer op en plensde daar een flinke hoeveelheid ijskoud water in zijn gezicht en over zijn bovenlijf. Hij droogde zich af en ging naar de woonkamer. Staande voor het raam zag hij in de tuin een lichtje branden. Hij hoefde niet te raden wie daar zat.

Max zat al een tijdje buiten. Het was koud. Voor hem in elk geval. Hij had zijn jas aangetrokken en ook een deken omgeslagen. Bij het licht van zijn zaklantaarn zat hij op het bankje met uitzicht op het huis een boek te lezen. Toen hij voetstappen hoorde keek hij op. 'Nu al wakker?'

'Met dat gesnurk van die drie doe ik geen oog dicht.'

'Kom er maar bij zitten dan. Kunnen we nog even praten.' Hij bood aan de deken met hem te delen maar dat vond Richard niet nodig. Jonge mensen hadden het ook altijd warm, dacht Max. Toen Richard zat vroeg hij hem hoe hij het feest had gevonden en of Stan ervan genoten had.

'Het was prachtig, Max, echt heel erg fijn dat jullie dat voor ons georganiseerd hebben. Ik ga niet mekkeren over de kosten. Weet dat jullie het voor ons gedaan hebben. En dat vind ik heel erg lief en fijn en … nou ja … gewoon prachtig.

'Graag gedaan, jongen. Het plezier straalde van jullie gezichten af nadat jullie beiden bekomen waren van de schrik aan het begin.'

Richard moest lachen. 'Ja, dat was even flink schrikken. Ik dacht dat ik een geheimpje voor Stan had en ondertussen hadden Nathan en Nancy hem ook gestrikt voor iets dat geheim voor mij moest blijven.'

'Hij durfde het niet,hè?'

'Nee. Maar heel sterk van hem dat hij dat aangegeven heeft.'

'Helemaal mee eens. Heel goed van hem.'

Richard vroeg naar de tijd en kreeg te horen dat het net zes uur geweest was. Richard keek omhoog. Het was nog vrij helder. Misschien …

'Bijna de donkerste tijd van de nacht,' ging Max mee in de gedachten van Richard.

'Heb je zin om nog naar een paar vragen van mij te luisteren?'

'Altijd, jongen. Altijd. We hebben het vaker gedaan zo heel vroeg in de ochtend. Een prima tijd. Niemand die ons komt storen.'

'Ik heb de brief van Mary gelezen. Keer op keer. En … ik voel eindelijk iets van medeleven voor haar. Het moet voor haar heel erg moeilijk geweest zijn. Ze wist, omdat ze het zag, dat Shaun een enorme eikel was … en toch … toch was ze onmachtig er iets aan te doen. De liefde die ze voor hem voelde zoog alle kracht uit haar. Liefde was haar gevangenis. Is dat een aardige omschrijving?'

Max gaf aan dat hij het eens kon zijn met dat wat Richard beschreef. 'De vraag is dan natuurlijk, hoe voorkom je zoiets. Hoe stel je jezelf er tegen teweer dat liefde zo'n invloed op je heeft.'

'Ik denk dat je ondanks de roze wolk waar je op kunt zitten toch een stukje nuchterheid moet behouden. Moet relativeren. Af en toe die roze wolk, dat is prachtig maar … dan ook weer met beide benen op de grond. Toch?'

'De spijker op z'n kop, jongen. Zo zou het moeten zijn. Niet alleen maar met je hoofd in de wolken lopen maar ook de grond onder je voeten opzoeken. Weten dat er meer is dan alleen maar die verliefdheid die blind kan maken. Wat vind je van haar eindconclusie?'

'Haar keuze. Ik … ik kan het me voorstellen dat ze het zo verder wil doen. Ze geeft aan dat ze waarschijnlijk altijd moeite zal blijven houden met het maken van keuzes en dat ze ze daarom heel bewust uit de weg gaat. Het leven in een klooster lijkt haar daarom de beste weg. Die zwijggelofte had voor mij niet gehoeven. Het lijkt mij erop alsof ze zich daarmee straft. En dat … nou ja … is dat niet wat te ver?'

'Ze geeft in de brief aan dat haar stilzwijgen, haar nooit iets zeggen als Shaun iets deed: overspel, het slaan van jullie, het vernederen van haar. Dat dat haar grootste fout is geweest. Of het een straf is … ik weet het niet. Ik denk dat zij het zelf niet zo ziet. Ze heeft het idee dat het beter voor haar is.'

'Maar betekent het echt dat ze nooit meer iets zal zeggen?'

'Ik heb me laten informeren. Heb gesproken met de zus van Mary. De gelofte in die kloosterorde houdt in dat er zoveel mogelijk gezwegen wordt. Tijdens het werk, tijdens de studie. Maar ze zingen bijvoorbeeld vier per dagen hun liederen. Wekelijks worden ze op de hoogte gehouden van het wel en wee in de wereld. Er zijn gesprekken met de moeder-overste. Gesprekken met psychologen want ze willen absoluut niet dat er ook maar één iemand doordraait. Ze mogen altijd aangeven dat ze behoefte hebben aan een gesprek. De zuster van Mary en haar man zullen één keer per vier weken bij haar op bezoek gaan en dan kan er ook gepraat worden. Volop. Dus … helemaal stil zal het niet zijn.'

'Gelukkig maar. Ze heeft nu familie die voor haar zorgt.'

'En was er nog iets?'

'Ja. Maar even nog iets anders. Ik vond het jammer dat jij het bieden op dat schilderij van Joëlle moest staken. Het zou prachtig gestaan hebben hier in de hal.'

'Het past ook helemaal bij jou, nietwaar?'

'Ja.'

'Een schilderij van de Morgenster. En … ik heb het schilderij dan wel niet kunnen kopen maar wees gerust, binnenkort hangt het hier in de hal. Tenminste voor de tijd dat je nog bij ons woont. Het is namelijk jouw eigendom en dan neem jij het mee.'

Richards mond viel open. En met open mond praten is onmogelijk. Daarom was het even helemaal stil. 'Wat?' bracht hij uiteindelijk uit. 'Van mij?'

'Ja. De koper heeft het aan jou geschonken.'

'Maa… '

'Neem het aan als een Kerstgeschenk, lieve jongen. Een geschenk dat jou van harte wordt gegeven.'

'Weet je wie …'

'Nee. Ik weet het niet. Ik vond dit briefje op mijn bureau.' Hij pakte het briefje uit zijn broekzak en gaf het aan Richard die het meteen begon te lezen.

'Shit! Ik kan die persoon, die gulle gever, dus helemaal niet bedanken!'

'Nee, en dat hoeft ook niet. Hij of zij vindt dat het zo goed is. Hij of zij geeft jou in elk geval niet de gelegenheid om het te weigeren of te zeggen dat het allemaal niet nodig is, want dat zijn meestal de dingen die jij roept als je iets krijgt aangeboden.'

Richard schoot in de lach. Max kende hem te goed. En ja …wie niet eigenlijk want dat waren inderdaad standaardkreten die hij te vaak gebruikte. Hij zuchtte diep. Nu nog dat laatste. Hij hoopte maar dat het goed opgenomen zou worden.

'Je had nog iets, als ik het goed begrepen heb.'

'Het is waarschijnlijk heel persoonlijk.'

'En? Hebben wij het niet vaker over heel persoonlijke dingen gehad, jij en ik?'

'Jawel, maar dan ging het meestal over mij en dit gaat over jou.'

'Kom maar op. Kan ik eindelijk eens praten!'

Lachen, dat was het enige dat hij kon op dat moment en Max lachte volop met hem mee maar toen ze uitgelachen was formuleerde hij dan toch zijn vraag. 'Een tijdje terug vroeg ik iets aan Edith en haar antwoord was dat ik het beter aan jou kon vragen.'

Het was voor Max duidelijk dat het dan iets was dat echt heel persoonlijk was. Edith vond het normaal gesproken absoluut geen moeite … nou ja … luisteren moest hij. 'Ga door, Richard.'

'En dus kom ik bij jou met de vraag waarom jullie dit werk doen. Al zo verschrikkelijk veel jaren gedaan hebben en nog steeds doen. Het is niet een hobby, het is niet … het moet, zo denk ik maar wellicht heb ik helemaal fout, een diepere grond hebben. Dus … '

'En dus zal ik je naar waarheid antwoorden. Er is inderdaad een diepere grond, zoals jij zo mooi opmerkte. Een reden waarom wij dit doen. En dat heeft alles met mijn achtergrond te maken. Je kent mij als Max Drummond. Maar dat is niet de naam waarmee ik na mijn geboorte werd ingeschreven.' Even zuchtte Max. 'Mijn ouders waren Fran en Martin Spalding. Mijn tante van 96 heb je gezien gisteravond.'

Richard knikte.

'Zij heeft mij opgevoed zij noemde mij Max omdat de naam die mijn vader me gaf haar niet aanstond.' Hij wachtte even. Nam de tijd. Alle tijd. 'Best nog moeilijk, Richard. Ik heb dit verhaal verteld aan Edith, aan heel goede vrienden, mijn kinderen en kleinkinderen en toch … toch is het nog moeilijk. Je zou zo denken dat ik het inmiddels verwerk… '

'Sommige dingen verwerk je nooit, Max. Daarvan ben ik overtuigd. Je hebt er mee leren omgaan maar als je eraan terugdenkt, erover praat dat kan alles weer omhoog komen. Dat weet ik maar al te goed. We kunnen stoppen. Ik weet dat aan jullie keuze om dit opvangwerk te doen iets gevoeligs ten grondslag ligt en dat is voldoende voor mij.'

Daarmee was Max het niets eens. Hij wilde het kwijt. Ook nu. Ook tegenover Richard die zijn zoon was. En dus vertelde hij verder. Over een vader en moeder die eigenlijk geen kinderen wilden. En toch … toch had er zich een aangediend. De keuze voor een abortus was er niet geweest. Ze waren christelijk en dan deed je dat niet. Zeker niet in het kleine stadje waar hij had gewoond. Hij was geboren en zijn moeder had hem dezelfde dag nog naar haar zus gebracht omdat die goed was met baby's en zelf ook nog een had van drie maanden oud. Die kon het wel verzorgen. Zelf wilde ze dat niet doen. Had ze geen tijd voor. Het kind zou haar carrière en ontwikkeling alleen maar in de weg staan.

Alle moeite moest Richard doen om erbij te blijven. Het verhaal raakte hem. Tranen brandden achter zijn ogen en er zou waarschijnlijk nog heel veel meer komen.

'Mijn vader schreef me pas op het allerlaatste moment in en toen hij met de nodige borrels op mijn Tante en Oom mijn naam en de reden vertelde waarom hij mij zo genoemd had, schrokken ze zich werkelijk rot. Hij had me Judas genoemd. Judas omdat Judas de verrader van de Heer was geweest en ik hun gelofte aan elkaar om zeep had geholpen. Ik was de verrader, in zijn ogen.'

'Maa… ' Snel brak Richard zijn interruptie af. Hij moest Max niet onderbreken.

'Dank je, Richard. Mijn Oom en Tante hebben mij opgevoed. Overdag was ik altijd ben hen en 's avonds brachten ze me naar huis. Ze wilden dat ik tijd bij hen doorbracht. Ze hebben heel lang gehoopt dat het toch nog goed zou komen. Dat er in mijn moeder moederlijke gevoelens zouden opwellen. Dat mijn vader zijn verantwoordelijkheid zou nemen.'

'Maar die naam,' Richard kon zich niet inhouden, 'had je moeder die naam niet kunnen veranderen?'

'Ja. Dat had ze gekund. Maar ze deed het niet. Natuurlijk hebben mijn Oom en Tante daarop aangedrongen bij haar. Het haalde niets uit. Mijn Oom en Tante hebben me nooit met die naam genoemd. Zij noemde me Max en haar man en kinderen deden dat ook altijd.'

'En je ouders?'

'Zij noemden me nooit bij een voornaam. Ik was "Hè, jij daar!" als ze iets van me wilden. En gek genoeg reageer je als kind dan ook nog. Mijn vader verliet mijn moeder toen ik vijf was. Een normaal woord heb ik van hem nooit gehad. Mijn moeder werkte eerst als lerares op de Elementary School en later op een High School. Uiteindelijk werkte ze zich op tot directeur.'

'Haar carière.'

'Ja. Waarbij ik in de weg stond. Later is ze nog afgestudeerd op diverse terreinen. Een keer zou ik met haar in een Forum zitten. Haar achternaam was anders omdat ze getrouwd was. Toen ik haar zag, herkende ik haar meteen.'

'En?'

'Ik heb me omgekeerd en ben naar huis gegaan. Mijn uitgever van toen woedend op mij. Ik blij. Altijd was ik dus bij mijn Oom en Tante. Maakte ik iets voor Moederdag op school dan ging het naar mijn Tante. Zij wilde echter dat ik het aan mijn moeder zou geven. De eerste keren deed ik dat maar als je dan een paar dagen later je kunstwerk terugvindt bij het oud papier, dan laat je dat op een gegeven moment.'

Hij kon zich het allemaal zo heel goed voorstellen. Er waren zoveel overeenkomsten.

'Laat je niet te zeer raken, lieve jongen, dit is mijn verhaal, niet het jouwe.'

'Er zijn overeenkomsten, Max, en ook al zouden die er niet zijn dan komen mijn tranen wel voor jou. Zoiets verdient geen enkel kind, Max! Zo kun je niet met kinderen omgaan!'

'Mee eens. Ook niet mijn manier. En gelukkig had ik mijn Oom en Tante die er ook anders over dachten. Zij waren goed voor mij. Zorgden voor van alles. Alleen … elke avond was ik thuis. Het was naar. Een kamer die nergens op leek. Steriel behang. Geen enkele sfeer. Ik was, net als jij, een goede leerling. Ging sneller door Elementary School en ook door High School dan anderen. Ik was nog maar zestien toen ik al naar Los Angeles ging naar de universiteit. Erg jong. Maar … het was ook een soort van bevrijding. Ik hoefde in elk geval 's avonds niet meer naar mijn moeder. In de weekenden ging ik naar huis. Was ik overdag bij mijn Tante en Oom en 's avonds wel bij mijn moeder. Maar ze was er vaak niet. Geen probleem. Ik ging uit met mijn neven en nichtjes en had lol. Maar dan toch weer alleen naar huis. Steeds vaker bleef ik in Los Angeles in de weekenden. Mijn moeder verhuisde erheen en mijn Oom en Tante vonden het het beste als ik dan in de weekenden bij haar zou zijn af en toe. Ze bleven maar hopen op. Ik deed wat ze van me vroegen. Liet keurig aan mijn moeder weten wanneer ik zou komen. De eerste paar keer ging het goed. De derde keer kwam ik voor een dichte deur. Een buurvrouw wist me te vertellen dat mijn moeder de dag ervoor op vakantie was gegaan.' Max snoot zijn neus en haalde een hand langs zijn ogen. Hij werd resoluut in zijn spreken. 'Voor mij was het over en uit. Ik zou binnenkort achttien worden en ging naar huis. Naar mijn Oom en Tante en besprak met hen wat ik zou gaan doen. Ik zou alle banden met mijn moeder verbreken. Ik zou mijn voornaam en achternaam wijzigen en vroeg hen om hun zegen daarvoor. Ze stemden in. Ik nam de naam aan waarmee zij mij altijd hadden genoemd: Max. En ik mocht hun achternaam aannemen: Drummond. En dat is de reden waarom ik met het opvangen van jongeren in moeilijkheden ben begonnen samen met Edith. Altijd weer zullen er jongeren in de problemen komen. En dan … dan is er opvang voor hen nodig. Ik had het geluk dat ik een pracht van een Oom en Tante had. Zij zorgden voor mij. Zij vingen mij op. Maar ik wist dat lang niet iedereen zoiets had. En daar wilde ik voor zorgen. Dat er mensen waren die een kind waarmee ze geen enkele band hadden wilden opvangen als dat nodig was. En … dat is mij en Edith en al die anderen hier in Monterey gelukt.'

'Dank je, Max. Bedankt dat je het mij hebt verteld.'

'Je had er recht op om het te weten, mijn zoon.' Hij pakte de hand van Richard beet en kneep er stevig in.' Een tijdlang was het stil tussen hen beiden. Op de achtergrond was het geluid van de branding te horen. En toen verbrak Max de stilte met de vraag: 'Die Morgenster van jou is die te zien vandaag?'

Richard richtte zijn blik omhoog naar het oosten, ver boven het huis. Hij keek en zocht de hemel af. Hij keek op zijn horloge, wist dat het zowat de donkerste periode voor de zonsopgang zou zijn. 'Als het goed is, moeten we hem straks daar kunnen zien.'

Langs de arm en vinger van Richard keek Max omhoog. De lucht was heel erg donker.

'Kijk, zie je dat eerste straaltje van licht!' riep Richard opgetogen.

'Ja! Wauw, het wordt steeds helderder!'

'Dat is de Morgenster. Mijn Morgenster, zoals je zei.' Ademloos keek hij naar het lichtverschijnsel aan de hemel. Een prachtig gezicht. Telkens weer.

'Heeft het een speciale betekenis voor jou?'

'Ja.' Het had een speciale betekenis voor hem. 'Elke keer dat ik er bewust de hemel voor afzocht, had ik … een straaltje hoop nodig. Zat ik diep in put. Maakte ik me zorgen. Voelde ik me misselijk van pijn en ellende. En als ik dan de Morgenster zag opkomen, wist ik dat er weer hoop was. Dat het nog zo vreselijk donker kon zijn in en om mij heen maar dat er altijd weer die Morgenster zou zijn. Hij zou er altijd zijn. Ook als ik hem door wolken of slecht weer niet zou kunnen zien. Het werd een vast punt van hoop in mijn leven. Hoop die uitgekomen is. En …'

Hij had iets willen zeggen maar weerhield zich daarvan. Er kwam nog meer.

'En … de liefde natuurlijk. De Morgenster is Venus of Mercurius. Venus was de Romeinse God van de Liefde. Toen ik de liefde voor Stan had gevonden, ook al kon ik er nog niets mee, toen werd de Morgenster ook het symbool van Liefde voor mij. De liefde die ik voelde voor Stan. Hoop en Liefde, dat is voor mij de Morgenster.'

Max bleef stil. Hier viel helemaal niets meer aan toe te voegen.



EINDE




Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 93
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 136 keer
 

Plaats een reactie

Vorige

Terug naar Lucky Eye

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast


cron