Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Lucky's Corner
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

MORGENSTER


Verhalen vanLucky Eye

Plaats een reactie

Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » donderdag 17 augustus 2017 07:17

Hoofdstuk 11

'Waar kijk je naar?' vroeg Nancy. Heel vroeg die ochtend, of beter gezegd midden in de nacht, was ze uit haar bed gebeld door Max Drummond en meteen helder wakker geweest. Als Max op zo'n idioot tijdstip belde dan moest er iets aan de hand zijn en meteen had ze instinctief geweten dat het om Richard ging. De uitleg die ze kreeg met daarin een vraag vervat was duidelijk geweest. Ze had haar wekker gezet en had geprobeerd weer te gaan slapen. Het was niet gelukt. Richard was haar vriend. Ze maakte zich ongerust om hem. Ruim voordat het alarm van haar wekker ging, was ze al helemaal klaar geweest. Ze had op haar beurt Fred Quintana uit zijn bed gebeld en hem het verzoek van Max doorgegeven. Fred had haar bij haar flat opgehaald en met z'n tweeën waren ze naar zijn winkel gereden om een nieuwe telefoon voor Richard op te halen. Daar had Fred hem zover als mogelijk was geïnstalleerd en haar aangegeven dat Richard hem alleen nog moest synchroniseren met of een Samsung- of een Google-account. Het mocht ook een ander zijn, had hij haar gezegd. Ze snapte er zelf helemaal niets van maar Richard zou het vast en zeker wel weten en anders Nathan wel. Daarna had Fred haar naar Sunset Point gebracht. Edith had de deur voor haar geopend en daarna hadden ze met Max erbij even gepraat in de hal. De mededeling dat Richard in de tuin was en heel graag met haar wilde praten, had haar verontrust. De Drummonds hadden echter hun mond gehouden en gezegd dat ze maar beter naar hem toe kon gaan. Ze was door het huis gelopen. De schuifdeur naar het terras stond open en toen ze naar buiten ging zag ze Richard verderop staan. Het begon langzaamaan licht te worden. Hij leunde met zijn linker schouder tegen de pergola en leek de hemel boven hem te bestuderen. En daarom vroeg ze hem waar hij naar keek.

'Goedemorgen, Nancy.'

'Goedemorgen, Richard.'

'Ik kijk of ik de morgenster kan ontdekken.'

'En dat is?' vroeg ze, wetende dat ze kans had op een uitvoerig antwoord omdat dat Richard ten voeten uit was. Altijd was hij zo volledig mogelijk in zijn antwoorden. En altijd bereidde hij zich overal uit en te na op voor. Zo ook toen ze in de introductieweek een museum voor moderne kunst hadden bezocht in de stad. Richard was vooraf naar de bibliotheek gegaan en had diverse boeken over het onderwerp geleend om zich voor te bereiden. Een leuke afwijking had ze dat altijd gevonden.

'Of Mercurius of Venus die alleen vlak voor zonsopkomst te zien is.'

'En jij weet niet wie van de twee het is?' vroeg ze hem als grap.

'Meesta… '

'Een grapje, Richard, niet serieus op in gaan. Ik weet helemaal niets van dat soort dingen. Heb vast wel eens van de morgenster gehoord maar jouw uitleg is compleet nieuw voor mij. Is er ook een avondster?'

'Ja. Maar dan zijn die planeten alleen zichtbaar vlak na zonsondergang.'

Gedurende hun korte uitwisseling had ze Richard goed bekeken. Ze was geschrokken. De jongen zag er slecht uit. Het leek of hij jaren ouder was geworden sinds ze hem aan het begin van de vorige avond had gezien. 'Hoe gaat het met je?'

'Goed hoor.'

'Houd een ander voor de gek, Richard! Je ziet er hartstikke beroerd uit, man! Heb je wel geslapen? Stomme vraag. Aan die wallen onder je ogen kan ik gewoon zien dat je niet hebt geslapen.'

'Heel weinig in elk geval. De val is harder aangekomen dan ik in eerste instantie dacht. Straks gaat Edith met mij naar het ziekenhuis om een foto te laten maken. Goed in- en uitademen doet enorm pijn.' Even stopte hij om zich voor te bereiden op wat hij nog meer wilde gaan zeggen. Nancy was zijn vriendin. Ze moest het weten. Maar ze was hem voor.

'Hoe komt het eigenlijk dat jij al dat soort dingen, over die sterren bijvoorbeeld, weet?'

Richard kon snel antwoorden. Wellicht was het zelfs een goede introductie op dat wat hij haar wilde vertellen. 'Voor mij is het willen weten van dingen altijd belangrijk geweest. Het was, beter gezegd het is, een stuk afleiding. Ik heb altijd veel gelezen. Als kind al zeulde ik elke week boeken in mijn karretje van de kleine bibliotheek in het gemeenschapshuis naar huis om te lezen. Boeken waren voor mij vensters op de wereld. Dat klinkt apart wellicht … maar het was wel zo. Atlassen vond ik ook bijzonder. Ze maakten de wereld waarin ik leefde groter. Door die atlassen wist ik dat er veel meer was dan alleen het stadje waar ik woonde. Als … als er dingen niet goed gingen thuis dan pakte ik een willekeurig deel van een oude encyclopedie die op mijn kamer stond en zocht ik dingen op. Door dat weten, leek het of mijn wereld anders werd. Want … er is meer dat je over mij moet weten maar het is misschien beter als we dan gaan zitten.'

Nancy nam plaats op het bankje naast de pergola. Hier had ze heel vaak gezeten met George, een van de kleinkinderen van de Drummonds. Hij was haar vriendje geweest destijds. Kalverliefde. Maar wel heel leuk. En nog steeds hadden zij en George een enorm goede band. Iets waar niemand iets aan zou kunnen veranderen. Richard ging heel voorzichtig naast haar zitten. Ze had hem willen helpen maar dat had hij geweigerd met de woorden dat het goed ging. Oké, zelf weten. Toen hij zat ademde hij eerst een paar keer voorzichtig in en uit. Ze zag zijn gezicht vertrekken. 'Gaat het echt wel?'

'Ja. Nou ja … niet helemaal. Het spijt me, Nancy, maar ik ben niet echt een goede vriend geweest voor jou en Nathan.'

'Waar heb je het over, Richard! Hoezo niet? Je bent gewoon hartstikke leuk en we hebben met z'n drieën leuk veel lol e… '

'Maar ik heb heel veel vragen van jou nooit beantwoord. Soms gedaan alsof ik het niet gehoord had. Soms gezegd dat ik je het antwoord later zou geven maar dat nooit gedaan en soms zelfs gewoon geen antwoord gegeven terwijl ik duidelijk wist dat het een vraag was. Kortom; geen goede vriend. Vrienden mogen elkaar bevragen volgens mij.'

'Ja. Maar … ik wist dat er iets was. En … daarom heb ik ook nooit aangedrongen. Weet je, Max heeft me op een gegeven moment vragen over jou gesteld en gevraagd of ik wilde proberen om wat meer over jou te weten te komen. Eerst vond ik dat heel erg rot. Ik voelde me een spion. Maar … ik wist ook dat het Max was die het me had gevraagd en als hij iets vraagt weet ik gewoon dat het belangrijk is. Ik … ik vertrouw hem volledig, Richard, begrijp je dat?'

Heel duidelijk bracht Richard onder woorden dat hij haar helemaal niets kwalijk nam. Dat hij de enige was die iets kwalijk te nemen viel.

'En dat moet je dus niet doen. Toen het mij niet lukte je echt aan de praat te krijgen, vertelde ik dat Max en was hij van mening dat ik moest stoppen en dat heb ik gedaan. Toen wist ik gewoon dat er echt iets was en heb ik je met rust gelaten.'

'Ja. Er is iets aan de hand.' Richard voelde zich benauwd ineens. Tranen diep van binnen verstikten zijn stem. Hij zou het allemaal opnieuw onder woorden moeten brengen en toch was het nog steeds niet gemakkelijk. Maar … hij zou het wel doen. Hij zou het Nancy vertellen en zij moest het dan later maar aan Nathan vertellen want hij zag het niet zitten om het allemaal nog eens te doen. Niet nu. Dat zou te veel worden. En, dat wist hij ook, hij zou hulp moeten zoeken. Hij zou of een psycholoog of een therapeut moeten inschakelen om echt af te rekenen met zijn verleden. Tot nu toe had hij er steeds tegen gevochten maar hij wist dat hij dat niet de rest van zijn leven zou kunnen blijven doen. Dit moment zou een keerpunt in zijn leven worden. Hij zou op Edith en Max vertrouwen en degene die genoemd was, hij was haar naam kwijt, zou benaderd moeten worden en … als het kon … op korte termijn. Uitstellen wilde hij het niet. Nu eerst Nancy op de hoogte brengen.

Diep van binnen was Nancy bang voor wat komen zou. De verandering in het bijna altijd stralende, strakke en jeugdige gezicht van Richard hield niet alleen maar verband met een nacht slecht slapen en de val in de fietsenkelder. Natuurlijk had hij pijn en ze wist dat lichamelijke pijn enorm kon tekenen maar … dat wat hij haar zou gaan vertellen moest iets heel ergs zijn. Ze probeerde zich voor te bereiden, zich iets af te schermen maar toen Richard dan eenmaal zijn mond opende, merkte ze al snel dat zoiets onmogelijk was. Het raakte haar keihard. Haar gezicht verkrampte en ze voelde een knoop in haar maag. Ze balde beide handen tot vuisten en haar nagels prikten scherp in haar handpalmen. Het was vreselijk. Hoe kon iemand het over zijn hart krijgen om een kind, nee twee kinderen, zoiets aan te doen. Voor kinderen moest gezorgd worden. Dat wist ze zelf maar al te goed. Als driejarige was ze als wees achtergebleven toen haar ouders een auto-ongeluk hadden gehad. Haar grootouders hadden haar met liefde en aandacht opgevoed. En dat hoorden kinderen te krijgen: liefde en aandacht. En Richard en zijn broer hadden dat, zo begreep ze maar al te goed, nooit gehad. Een vader die om het minste en geringste sloeg, een moeder die zich nergens om scheen te bekommeren. Verdomme! De tranen liepen haar over de wangen. Ze hoorde Richards laatste woorden, of ze interpreteerde ze als zodanig, en sprong op. Ze liep naar het hek bij de rand van de klif, liet haar tranen de vrije loop en slaakte een keiharde vloek die ze meerdere keren, in diverse variaties, bleef herhalen.

'Het spijt me,' zei Richard toen hij bij haar stond.

'Verdomme, Richard! Houd daar alsjeblieft mee op!' Ze draaide zich naar hem toe met een woeste trek op haar gezicht. 'Je moet je niet steeds voor van alles en nog wat verontschuldigen! Het spijt je dat je geen goede vriend bent geweest, terwijl je dat juist wel bent! Een betere vriend kan ik niet wensen, idioot! Je verontschuldigt je voor dat wat je me hebt verteld over dat verdomd rotte gedrag van twee mensen die je ouders heten te zijn en … en … verdomme! Dat is niet nodig, Richard!'

'Ik wilde je niet aan het huilen maken.'

'Dat is ook niet je bedoeling geweest! Heb je je ook verontschuldigd tegenover Max en Edith toen je hen dit gisteravond vertelde?' Om daar heel snel, voor Richard kon antwoorden, aan toe te voegen, 'Ja, waarschijnlijk wel. Zo ben je nou eenmaal! Maar waarom doe je dat eigenlijk steeds? Waarom steeds je verontschuldigen voor iets dat helemaal niet hoeft!'

Even wist hij niet wat hij van Nancy's vraag moest denken. Hij was van zijn stuk gebracht omdat hij een direct antwoord niet wist. En toch … toch begon er zich toen ineens een antwoord te vormen. Er ontstond iets zonder dat hij er echt ooit over had nagedacht. 'Het … nou ja … '

'Je hoeft geen antwoord te geven, Richard! Het was zomaar een opwelling van mij omdat ik boos was omdat jij je steeds verontschuldigt terwijl dat helemaal niet nodig is.'

'Maar er is wel een oorzaak. En die wil ik je vertellen. Het is goed voor mij om van me af te praten. Ik heb dat nooit kunnen doen en … ik wil het je vertellen.'

'Maar doe het niet omdat ik een stomme vraag aan je gesteld heb.'

'Vragen zijn nooit stom,' zei hij met een glimlach. 'Dat steeds "sorry" zeggen en mezelf overal de schuld van geven, want dat is iets dat er meteen achteraan komt altijd, is voor mij een overlevingsstrategie geworden. Ik moest altijd scherp zijn. Ogen en oren wijd open om signalen op te vangen en ook het onderbuikgevoel stond altijd aan. Maar toch … toch … het gebeurde soms gewoon dat ik even niet op iets verdacht was en ja … dan was ik de klos … of Stan … en als dan alles achter de rug was … dan … dan evalueerde ik hoe het zo ver had kunnen komen. Wat ik gemist had. En dan … dan gaf ik mezelf de schuld dat ik niet goed had opgelet, verontschuldigde ik me naar Stan toe, die ook altijd zegt dat het niet nodig is. Voor mij is het steeds nodig geweest om te overleven. Ik moest zorgen dat ik alert bleef. Altijd! Zodra hij in de buurt was moest het en … '

'Dat lukte niet altijd. Logisch toch!'

'Maar het moest, Nancy!'

'Ja, ik begrijp het.'

'Ben je boos op me?'

'Nee, sufferd! Natuurlijk niet. Ik ben boos op je ouders, op de wereld, op … '

'Je voelt je onmachtig. Begrijp ik dat goed?'

'Ja.'

'Lieve vriendin, je bent niet onmachtig. Max heeft een heel plan opgesteld en daarin speel jij een belangrijke rol. Jij gaat straks met Nathan en Max naar mijn broer toe om hem op te halen. Om hem te verlossen uit de ellende waar hij en ik jarenlang in gezeten hebben. En dan voel jij je onmachtig? Wat moet ik dan wel niet! Ik moet hier blijven en met Edith naar het ziekenhuis! Thuiszitten! Op de klok kijken! Afwachten! Hopen dat alles goed gaat!'

'Dat is maar voor een aantal uren. Je moet proberen te slapen. Zorg ervoor dat je die wallen onder je ogen kwijtraakt. Bovendien zal ik regelmatig contact met je opnemen. Ik laat je heus niet alleen.'

'Dank je. Trouwens … van wie heb jij zo leren vloeken?'

Nancy schoot in de lach. 'Wat is dat nou voor een vraag!'

'Ik dacht dat jij netjes opgevoed was. Als je hier in de buurt bent opgegroeid, en dat ben jij zo weet ik, dan moet je wel netjes opgevoed zijn. En dan zo vloeken?'

'Dat is de schuld van Nathan. Beloof me dat je nooit met hem naar sport gaat kijken want dan verpest hij jou ook nog.'

Richard moest lachen maar veel meer dan een glimlach liet hij niet toe want echt lachen zou pijn doen zo wist hij maar al te goed. 'Je belt straks wel regelmatig, hè?'

'Ja. Dat heb ik zojuist beloofd en dan doe ik dat ook. Maar je moet me wel beloven dat je echt gaat proberen te slapen en dan zul je de telefoon niet kunnen opnemen.'

'Ja. Daarin heb je gelijk.'

'Als je niet opneemt, stuur ik je een SMS en dan kun je me later een antwoord sturen. Is dat goed?'

Richard knikte. 'En … wil jij het vertellen aan Nathan want ik krijg dit hele verhaal niet nog een keer over mijn lippen. Hij is een vriend en hij moet het weten maar … '

'Ik begrijp het, Richard. En op school?'

Even was hij verrast. School? Wat had dat er nou mee te maken. Maar een uitleg van Nancy kwam zonder dat hij erom had gevraagd. Ze gaf aan dat hun klas een vriendenclub was. Iedereen was bezorgd om hem geweest. Het hele jaar al. Ze hadden zich allemaal afgevraagd hoe hij het volhield om al die baantjes uit te voeren. En ja, ze hadden zich zorgen om hem gemaakt als ze hem weer eens in een hoekje van de aula, of ergens anders, slapend hadden aangetroffen. 'Ik weet het niet.'

'Wil je erover nadenken?'

'Ja. Maar … ik wil het ze heel graag vertellen maar ik krijg het echt niet meer voor elkaar. Gisteren heb ik het verteld en zo-even aan jou maar … het doet telkens zo'n verschrikkelijke pijn. Ik kan het gewoon niet meer. Sorry.'

'Nee, niks sorry, Richard. Het geeft niet. Vind je het goed dat ik er komende maandag in de klas iets over vertel? Ik zal absoluut niet in details treden. Maar het is goed, denk ik, als ze er iets van weten. Het zijn onze vrienden.'

'Ja. Dat is goed. Vertel het ze maar.' Heel even zat hij nog in zijn hoofd en toen voegde hij eraan toe: 'En geef ook maar aan dat ik later een uitgebreide toelichting zal geven.'

'Dank je, Richard. Ik ben heel blij dat je ziet dat je vrienden hebt hier.'

Op het moment dat Nancy Richard een voorzichtige knuffel wilde geven, schrok ze op van Nathan die de tuin in gerend kwam met een telefoon in zijn hand.

'Het is je broer, Richard!'

Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » donderdag 24 augustus 2017 09:15

Hoofdstuk 12

De mededeling dat Stan hem belde op het toestel van Max deed Richard verstijven. Stan belde nooit zelf. Hij nam altijd contact met hem op. 'Verdomme,' vloekte hij en liep stram, stijf en kreunend van de pijn Nathan tegemoet. Toen ze bij elkaar waren nam hij het toestel over 'Stan, met mij!'

'Ik voel me niet lekker. Is het goed dat ik school afbel?'

Richard liep langzaam bewegend terug in de richting van het huis. 'Waar heb je last van, Stan?' Hij ging naar binnen en ging zitten op de eetkamerstoel die Max snel voor hem neerzette.

'Ik voel me niet lekker. Heb hoofdpijn.'

Nog steeds vond Richard het bijzonder dat Stan hem belde en voor een beetje hoofdpijn zou hij echt niet van zijn vaste gewoonte van niet-zelf-bellen afwijken. 'Is er iets bijzonders gebeurd?'

Er kwam geen antwoord. Het bleef stil en Richard kende zijn broer maar al te goed om te weten dat er iets gebeurd was. Liegen kon Stan niet en zeker niet tegen hem. Liever zei hij dan helemaal niets. Bovendien had er iets ontbroken in zijn stem. Hij sprak op volledig monotone toon en dat was geen goed teken. 'Vertel me alsjeblieft wat er is, Stan.'

Aan de spanning die in Richards gezicht trok begreep Max dat er iets bijzonders aan de hand moest zijn. Hoewel hij de jongens hun privacy gunde, vroeg hij toch: 'Vind je het goed dat wij meeluisteren en het gesprek opnemen, Richard?' En toen hij zag dat Richard iets veranderde aan de telefoon vroeg hij meteen daarna aan Nathan om het gesprek op te nemen.

Zonder antwoord te geven op de vraag van Max zorgde Richard ervoor dat de anderen mee konden luisteren. Zijn gevoel over Stans telefoontje was niet goed.

'Nee. Straks. Als je thuis bent,' kwam er eindelijk een reactie van Stans kant.

'Stan, er zijn hier mensen bij mij die ons gaan helpen. Echt helpen! Gisteravond heb ik Max en Edith, die jij later vandaag gaat ontmoeten, alles verteld over thuis. Zij luisteren mee maar je moet me alles vertellen, Stan.' Eerst was er nog stilte. Alsof Stan zichzelf ervan moest overtuigen dat het veilig was, zo had Richard het idee.

'Gisteravond laat deed hij moeilijk,' begon Stan eindelijk. 'Ik keek nog tv beneden.'

Het vijftal hoorde vervolgens dat wat Stan vertelde. Hoe hij eerst geprobeerd had hem op listige manier te manipuleren zodat hij zou vertellen waar het geld was dat de jongens verstopt hadden. Hij had gezegd dat Stan het hem moest vertellen omdat Richard het gezegd had. Richard zou hem gebeld hebben om te zeggen dat Stan het aan hem moest doorgeven. Stan had in eerste instantie niet gereageerd. Toen had hij gezegd dat Richard heel boos op Stan zou worden als hij het niet vertelde.

'Maar je wordt niet boos op mij, hè Rich? En het geld is hier niet eens. Het meeste heb jij meegenomen.'

'Nee, Stan, ik word niet boos op jou. Je deed het goed. Je vertelde hem niets.'

'Maar daarna begon hij te slaan, Rich.'

Ze hoorden Stan huilen. Richard troostte hem zo goed als dat ging via de telefoon.

'Hij wilde het weten! En ik zei niets!' klonk het tussen het snikken door. 'Hij bleef slaan en toen … toen heb ik ook geslagen en jij hebt altijd gezegd dat ik niet mag slaan. En toen deed ik het verkeerd. Het spijt me, Rich.'

'Niet doen, Stan. Niet nodig. Hij is begonnen.'

'Maar je zegt altijd dat ik niet mag slaan.'

'Stan, het is even tijd om goed naar me te luisteren. Probeer rustig te worden en luister dan goed naar me.' Heel bewust liet hij even een stilte vallen. 'Ik heb je gezegd dat je niet zelf mag beginnen met slaan. Maar je hebt ook wel eens gezien dat als hij mij sloeg of mij probeerde te slaan, ik terug sloeg. Begrijp je dat?'

'Jij zou ook terugslaan.'

'Ja.'

'Dan is het goed dus.'

'Ja, Stan, het is goed. Heb je daarom hoofdpijn? Maakte je je daarover zorgen?'

'Een beetje.'

'Er is meer, Stan. Vertel het me.'

'Ja. Ik … je moet me helpen, Rich!'

'Luister, Stan, dat ga ik ook doen. Maar vertel me eerst waarom je nog meer hoofdpijn hebt.'

Opnieuw volgden er details en al snel begrepen Richard en de anderen dat Stan er vreselijk uit moest zien op dit moment.

'Waar was zij, Stan?' wilde Richard weten.

'Eerst was zij er niet.'

'Later wel?'

'Ja.'

'Wat gebeurde er toen zij er wel was, Stan?' Op de een of andere manier leek het Richard belangrijk om dat vast te stellen.

'Toen zij kwam en zag dat wij echt vochten, trok ze hem van mij af en riep naar me dat ik naar boven moest gaan en alles moest doen wat jij mij geleerd had.'

Verbazing was het eerste dat Richard raakte. Het was vreemd.

'Zei ze dat?'

'Ja.'

'En toen?'

Stan vertelde dat hij naar boven was gegaan en hun veiligheidsinstallatie in werking had gesteld. Vervolgens had hij op zijn kamer de ladekost voor de deur geschoven zodat hij niet naar binnen zou kunnen komen.

Het waren de instructies die hij Stan had gegeven voor als er zich serieuze problemen zouden voordoen, zo constateerde Richard maar er ontbrak één ding. 'Stan, waarom heb je niet eerder gebeld.'

'Hij is pas net weggegaan. Eerst zij, iets later hij. Toen pas durfde ik te bellen, Rich.'

'Het is goed, Stan.' Richard keek op naar Max en vroeg hem zonder ook maar iets te zeggen om advies. Hij hoorde dat wat Max tegen hem zei. 'Stan, ik wil dat je een foto van jezelf maakt. Je weet hoe dat moet.'

'Ja.'

'Maak een foto en stuur die naar mij met een berichtje. Als ik die heb, bel ik je meteen terug. Oké?'

'Ja. Maar je moet me echt helpen, Rich.'

'Stan, probeer rustig te blijven. Ik heb je altijd gezegd dat ik je daar weg zou halen maar ook altijd gezegd dat het nog een tijdje zou duren. Maar nu zeg ik je dat ik je nog vandaag daar weg haal. Hoor je me?' Richards stem brak zowat toen hij zijn broer die belofte deed.

'Ja. Echt? Doe je dat echt?'

'Ja.' Het was niet meer dan een gepiep dat Richard uit zijn keel wist te krijgen maar zijn broer hoorde hem en dat was het belangrijkste.

'Vandaag nog?'

'Ja.' Richard herhaalde zijn opdracht voor het maken van een foto en het opsturen daarvan. Na een over en weer "Tot straks" hoorde Richard hoe Stan de lijn wegdrukte.

'We kunnen niet wachten tot wij hem daar weg halen,' klonk het prompte besluit van Max.

'Maar wat dan?' vroeg Richard met nog steeds een gebroken stem en grote vertwijfeling.

'Een plan B,' zei Max die de kalmte zelf leek te blijven. 'Een alternatief dat alles wat we hebben afgesproken doet veranderen. Stan kan nu niet langer thuisblijven. Hij kan daar niet blijven wachten tot wij hem komen halen. Vijf of zes uur is te lang. Het moet nu meteen gebeuren. Hij moet daar weg. Dit was onvoorzien en er zouden meer onvoorziene dingen kunnen gebeuren.'

'Ja,' vulde Edith aan terwijl ze Richard een glas water gaf, 'bovendien als hij zich ziek meldt, kan het zijn dat de school een van je ouders, sorry voor het woord, belt om te vragen of hij zich met hun permissie ziek meldt. En… '

'Dus hij moet zich niet ziekmelden,' reageerde Richard.

'Niet ziekmelden. We moeten hem tijdelijk ergens onderbrengen. Denk na, Richard, ken je iemand die kan helpen ook als is het maar tijdelijk?'

Richards toestel maakte geluid en hij zag het bericht met foto binnenkomen. Meteen nadat hij hem zelf bekeken had, liet hij hem de anderen zien.

'Aiiii,' verzuchtte Nancy en ze zocht en vond steun bij Nathan die een arm om haar heen sloeg.

'Ik kan iemand die ik ken vragen om Stan daar weg te halen,' zei Richard.

'Wie? Vertrouw je hem of haar?'

'Ja. Ik ken hem van de tijd dat ik koeriersdiensten deed. Als we een lange rit hadden, reden we altijd samen en losten elkaar dan achter het stuur af. Ik weet dat ik hem kan vertrouwen.'

'Bel nu eerst Stan terug want die wacht op je en draag hem het volgende op.'

Richard luisterde goed en toen Max klaar was maakte hij meteen contact met zijn broer. Stan nam meteen op. 'Luister, Stan, dit is wat je moet gaan doen.' Zijn hersenen werkten georganiseerd en dat wat Max hem verteld had vertaalde hij nu in instructies die Stan zou begrijpen. Hij vertelde Stan eerst pen en papier te halen. Daarna liet hij hem op het kladblok de cijfers 1 tot en met 4 onder elkaar zetten en vervolgens dicteerde hij hem wat daar achter moest komen te staan. Als eerste moest Stan het geld dat er nog wel was, zijn geboortebewijs en zijn paspoort halen uit de geheime bergplaats. Als tweede moest hij de grote koffer uit de bergkast ophalen. Punt 3 was het vullen van de koffer met dingen die hij mee wilde nemen.

'Moet ik alles meenemen?'

'Nee. Alleen dat wat je echt wilt meenemen. Kleren, tandenborstel, tandpasta, al dat soort dingen kunnen we hier kopen. Denk bijvoorbeeld aan je verzameling stenen.'

'Mag ik die meenemen? Die zijn zwaar!'

'Meenemen, Stan, je hebt er jaren aan gewerkt om die verzameling bij elkaar te krijgen. En denk aan Bertie.'

'Ja! Die moet ook mee! Maar …'

'Wat wil je vragen, Stan?'

'Ik hoef toch niet terug, hè?'

'Stan, je gaat nooit meer terug naar Metchosin. Ik heb altijd gezegd dat als ik je daar weg zou halen, je nooit meer terug zou hoeven.'

'Ja.'

'Het laatste dat je moet doen is naar beneden gaan en wachten tot Nick Wilson komt. Je kent Nick nog wel, hè?'

'Ja. Waarom moet ik op hem wachten?'

'Doe alle deuren goed op slot en doe voor niemand open. Je moet alleen voor Nick open doen. Wacht tot Nick je straks komt ophalen. Ga met hem mee en blijf bij hem net zolang tot hij je naar het vliegveld van Victoria brengt. Ik zorg dat andere mensen je daar later afhalen.'

'Jij niet?'

'Nee. Ik moet naar het ziekenhuis, Stan.'

'O.'

'Vertrouw me, Stan, alles gaat goed komen. Nog vandaag. Zul je doen wat ik gezegd heb?'

'Ja. Ik wacht tot Nick komt.'

'Goed, Stan. Ik maak een foto van de mensen die je ophalen van het vliegveld zodat je ze kunt herkennen. Die foto stuur ik straks naar je toe. Is dat duidelijk?'

'Ja.'

'Nu ga ik Nick bellen. Wacht even, Stan,' zei Richard toen hij begreep dat Nathan iets te zeggen had.

'Laat je broer zijn telefoon afgeven aan die vriend van je. Die kan er dan voor zorgen dat het toestel verdwijnt.'

'Een wijziging, Stan. Ik stuur de foto naar het toestel van Nick. Als hij bij je is, laat hij je de foto zien. Je eigen telefoon moet je aan Nick geven.'

'Maar dan kan ik hem niet meer gebruiken?'

'Je krijgt hier een nieuwe, Stan. Begrepen?'

'Ja. Ik zal doen wat je zegt, Rich, maar ik ben wel bang.'

'Dat snap ik heel goed, Stan. Het is allemaal heel erg spannend en dan kun je daar bang van worden. Probeer zo rustig mogelijk te blijven. Mijn vrienden vliegen zo snel mogelijk naar Victoria om je op te halen en Nick is heel snel bij je.'

'Hoe snel?'

'Je weet dat hij aan het begin van Lindholm Road woont. Zodra ik hem gebeld heb, komt hij meteen naar je toe.'

'Hoe lang duurt dat?'

'Ik weet het niet precies, Stan. Als hij wakker is dan kan hij heel snel bij je zijn."

'Hoe snel?'

'Het is maar een klein eindje met de auto, Stan. Dat weet je toch?'

'Ja.' Stan viel stil. 'Maar hoe lang duurt het?'

'Ik moet eerst nog bellen. Als hij wakker is en daarna meteen naar jou toe kan komen, dan is hij er binnen 15 minuten. En het duurt in elk geval niet langer dan 30 minuten. Verder kan ik er niets over zeggen, Stan.'

'Oké.'

'Zodra ik hem gebeld heb, krijg je een berichtje van mij.''

'Oké.'

'Doe je alles zoals je opgeschreven hebt?'

'Ja.'

'Tot later, broer.'

'Tot later, Rich.'

Met een diepe zucht, die meteen pijn in zijn borstkast veroorzaakte, verbrak Richard de verbinding.

'Moed houden, Richard,' sprak Max hem toe terwijl hij hem stevig in zijn linker schouder kneep.

Nathan had na de door hem gemaakte opmerking niet stilgezeten. Hij had de laatste installatiewerkzaamheden aan het nieuwe toestel van Richard gedaan. Nadat hij de simcard uit het oude, kapotte toestel had gehaald en in het nieuwe had gezet, overhandigde hij het aan Richard. 'Je moet nu bij je contacten kunnen komen als ze op het kaartje staan.'

Het werkte. Met trillende vingers zocht Richard de naam van Nick in de lijst met zijn contacten. Hij klikte hem aan en moest wachten. Hij mopperde. Gelukkig werd er toch nog snel opgenomen.

'Hè, dude! Jij???'

'Ja. Ik bel je toch niet uit je bed, hè?'

'Zeg, gast, je kent me langer dan vandaag en zou moeten weten dat ik elke dag vroeg op ben. Bovendien was de kleine Mandy veel te vroeg wakker en is het 's nacht en in de vroege ochtend altijd mijn beurt om haar te verzorgen maar … je belt vast niet zo vroeg om eens gezellig bij te praten.'

'Nee. Ik heb een vriendendienst van je nodig.'

'Gelukkig. Kan ik eindelijk eens wat inlossen van die enorme schuld die ik aan jou heb.'

'Maar ik moet je erbij zeggen dat het tricky kan zijn.'

'Ohhhh! Dat maakt het misschien nog wel interessanter. Laat maar horen.'

Richard was echter helemaal op. 'Sorry, Nick, iemand anders zal je alles uitleggen, ik heb lucht nodig.' Hij overhandigde de telefoon aan Max en terwijl die met Nick begon te praten liepen Nancy en Nathan met hem de tuin in.

Max stelde zich voor aan Nick en legde hem uit wat er de afgelopen uren gebeurd was. De Canadees begreep meteen dat de situatie ernstig was en zei, ook nadat Max verteld had dat er mogelijk wat regels overtreden zouden kunnen worden, dat hij bereid was mee te werken. Daarna legde Drummond precies uit wat er moest gebeuren. Nick was volgens Max een jongeman van het type "niet vragen maar doen" en dat kwam heel goed uit want dan hoefde hij ook niet al te veel toe te lichten. 'Oké, Nick,' zo besloot Max, 'als we op een half uur vliegen van Victoria zijn, neem ik contact met je op en dan treffen we elkaar op het vliegveld.'

'Prima, Mister Drummond! Het voelt net alsof ik in een actiefilm zit. Maar ik begrijp heel goed dat het geen spel is maar dodelijke ernst. Ik heb Mandy al overgedragen aan Jane en zij zal mijn verdere verplichtingen voor vandaag afzeggen zodat ik meteen naar Stan kan gaan. Zeg Richard dat ik hem niet zal teleurstellen. Ik sta dik bij hem in het krijt en ben blij dat ik eindelijk eens iets voor hem kan doen nu.'

'Doe ik, Nick. Tot straks!' Max drukte op het rode icoontje in het scherm en zocht in het nieuwe, moderne apparaat de functie van SMS op. Hij vond het en verstuurde meteen een berichtje naar het nummer van Stan. Lang wachten op een antwoord hoefde hij niet en las: "Dank je, Rich!". Die foto moest Richard later zelf maar versturen.

***

Richard was niet ver de tuin ingekomen. Al heel snel had hij Nathan, die hem ondersteund had, gezegd dat hij misselijk en duizelig was en dat hij naar de grond moest. Ze hadden hem geholpen en toen hij op zijn knieën in het gras zat begon hij over te geven. De pijn, het slechte slapen van die nacht, de onrust in zijn lijf voor wat betreft de situatie van Stan, het was hem allemaal te veel geworden. Hij voelde Nathans sterke handen heel voorzichtig zijn schouders masseren en verbaasde zich erover dat zulke sterke handen tegelijkertijd zo'n geruststellende uitwerking konden hebben. De kracht van Nathan gaf hem ook het gevoel dat hij er niet alleen voor stond. Even later voelde hij hoe een koele doek in zijn nek en tegen zijn voorhoofd gedrukt werd. Dat voelde heerlijk. De misselijkheid trok weg gelukkig. Toch bleef hij nog een tijdje rustig zitten. Hij hoorde Max en Edith de tuin in komen en hoorde wat Max zei over zijn gesprek met Nick. Oké, nu moest hij alles loslaten. Hij zou heel graag meegaan om Stan op te halen maar zag dat echt niet zitten. Het leek alsof hij helemaal niets kon. Edith kwam op haar knieën naast hem zitten en vroeg op bezorgde toon: 'Gaat het wel? Voel je je weer wat beter, lieve jongen?'

'Ja. Het gaat weer. Sorry, dat ik … nou ja … op jullie grasveld gekotst heb.'

'Ach, dat wordt wel weer opgeruimd. Het is het belangrijkst dat jij je weer beter voelt.'

'Ik voel me in goede handen. Maar wat nu?'

'Wij naar het vliegveld en jij met Edith naar het ziekenhuis,' reageerde Max, volgens het eerder opgestelde plan, maar daarmee was zijn wederpartij het niet eens.

Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » woensdag 30 augustus 2017 08:07

Hoofdstuk 13

Het wachten duurde Richard lang. Eerst hadden ze thuis nog wat moeten wachten voor ze naar het ziekenhuis konden rijden. Alle dingen die hem, en eigenlijk ieder gezond mens, normaal gesproken goed afgingen zoals lopen, zitten en liggen, kon hij nu niet. Hij kon het wel maar alles maar eventjes. Even een eindje lopen maar meer dan een paar passen heen en weer op het terras was het niet. Daarna moest hij weer gaan zitten. Maar ook dat niet voor lang want dan kreeg hij last van zijn rug en schouders en leek het alsof zijn longen samengeperst werden. Dan maar weer in de benen. Max was thuisgebleven – omdat Edith van mening was dat zij Stan beter kon verzorgen dan hij – en kwam aanzetten met een luchtbed en pomp. Hij zorgde voor lucht in het luchtbed en legde dat op een ligbed neer zodat Richard af en toe ook even kon gaan liggen. Tegen half negen gaf Max aan dat het goed zou zijn als hij zich even ging douchen. Richard zag het in zijn hoofd al voor zich: een hel zou het worden. Maar Max zorgde ervoor dat het goed te doen was. Hij liet hem niet alleen zijn gang gaan maar verzorgde hem helemaal en dat was maar goed ook want zijn rechterarm kon hij nu helemaal niet meer bewegen. Het enige dat hij hoefde te doen was rechtop blijven staan. Max zeepte hem in, waste zijn haren en spoelde hem af om hem daarna af te drogen en aan te kleden. Na die douchebuurt, waarbij hij praktisch helemaal niets had hoeven doen, voelde hij zich verfrist maar merkte hij ook dat hij doodop was. Gelukkig kon hij even bijkomen in de auto. Voor ze weggingen had Max nog even met Alice Jenkins gebeld. Hij had haar zijn status quo medegedeeld en een tijdje met haar gepraat. 'Heeft ze een vermoeden?' had hij toen willen weten.

'Ze denkt dat je op z'n minst een rib gebroken heeft. Volgens haar is het niet goed kunnen doorademen daar een teken van.'

'Maar kan het niet gekneusd zijn?'

'Kneuzen doet ook pijn maar volgens mij heb jij meer last van ineens opkomende pijn. Pijnscheuten, laat ik maar zeggen. Klopt dat?'

'Ja. Soms is het even weg en dan ineens weer terug.'

'Als je het goed vindt blijf ik straks bij alles waar dat mogelijk is bij je maar probeer het zelf ook goed aan te geven aan de arts die je straks zal behandelen.'

Het duurde zo'n twintig minuten voor ze bij Monterey Bay Urgent Care waren. Eerst had hij zich moeten inschrijven. Geheel rechts als hij was liet hij het invullen van de formulieren over een Max. Een verzekering had hij niet en hij voelde zich heel erg schuldig toen hij dat moest aangeven.

'Geeft niets. Alles wordt verzorgd en maak je daar vooral niet druk over.' Maar Max zag heel duidelijk dat het Richard absoluut niet aanstond. 'Ik zie op je gezicht dat je er moeite mee hebt.'

'Ja. Ik … ik kan dit niet van jullie vragen.'

'Nee. Dat hoeft ook niet. Het wordt je geschonken allemaal. Open je handen, Richard. Edith zei dat gisteravond al en ik herhaal het. We zullen nog veel meer voor jullie gaan doen en we weten heus wel dat je het niet zult kunnen betalen maar laat ons voor jou en Stan zorgen.'

'Maa… '

'Nee. Geen mitsen en maren. Laat je verzorgen. Geef je verzet tegen het afhankelijk zijn van iemand anders op, Richard, want anders maak je het jezelf nog steeds veel te moeilijk en het lijkt me dat je het al moeilijk genoeg hebt.' Op een antwoord wachtte Max niet. Hij leverde de formulieren in en praatte eventjes met de vrouw achter de balie.

Richard voelde zich misselijk worden. De pijn was ineens weer heel hevig. 'Max!' riep hij. Meteen werd er actie ondernomen. Meteen waren er heel veel mensen om hem heen. Hij had niets gezegd verder maar in een ommezien lag hij languit op een brancard in een door gordijnen afscheiden ruimte met een zuurstofmasker op zijn neus en mond. Max stond naast hem en hield zijn hand vast. Aan de andere kant stond een verpleegster die hem vroeg de mate van pijn aan te geven in een cijfer van 1 – geen pijn – tot 10 – veel pijn. Richard stak, nadat Max zijn hand had losgelaten, tweemaal de vijf vingers van zijn linkerhand op. Ze ging even weg en kwam terug met iemand anders.

'Ik ben dokter Jarvis. Vertelt u mij eens wat er is gebeurd.'

Richard richtte zijn blik op Max en die begon de arts uit te leggen wat er gebeurd was.

'Oké, een val op hard beton. En geen hoofdletsel?'

'Dat weten we niet,' antwoordde Max, 'De verpleegkundige op school heeft wel gekeken of er sprake was van een hersenschudding maar heeft dat toen niet kunnen constateren.'

'Ik ken de test. Heel goed maar observatie gedurende langere tijd is beter. Heeft hij geslapen vannacht?'

'Eerst lukte dat niet. Later heeft hij een dik uur geslapen maar is daaruit wakker geworden door een nachtmerrie. Daarna waren het allemaal hazenslaapjes.'

'Spelen er nog andere dingen? Het valt me namelijk op dat,' snel keek ze even op haar papieren, 'Richard nogal paniekerig uit zijn ogen kijkt.'

Even wisselde Max een blik met de jongen op de brancard en zijn ogen zeiden hem voldoende. 'Er is sprake van een gezinsdrama. Iets wat al jaren speelt en waarover Richard gisteren pas voor het eerst heeft durven praten.' Het was niet helemaal conform de waarheid maar hiermee zou de arts het moeten doen.

'Oké, en die val in de fietsenkelder is echt een val in de fietsenkelder of heeft die ook te maken met dit familiedrama, want u beiden zult begrijpen dat als dit wat ik hier en nu zie,' en ze wees op Richard, 'en straks krijg te zien op röntgenfoto's het gevolg is van mishandeling dan ben ik verplicht aangifte te doen.'

'Het is echt een val geweest en hij heeft daarvan een getuige,' reageerde Max. 'Nancy Feldmann is zijn getuige.' En daarna legde Max haar uit hoe het precies was gekomen dat Richard in onzachte aanraking was gekomen met de vloer van de fietsenkelder.

'Oké, dank u.' Toen richtte de arts zich tot de verpleegkundige en werd er even overlegd. 'Ik kom straks bij u terug met een voorstel voor behandeling.'

'En nu?' vroeg Richard vanachter zijn zuurstofmasker.

'Rustig blijven liggen, jongen. Probeer rustig te blijven ademen want je piept zowat, man!'

Dat piepen vond Richard overtrokken. Maar … gemakkelijk ging het ademhalen ook niet. De verpleegster kwam terug en zei dat ze hem twee injecties zou geven. De ene was een pijnstiller en de ander een rustgevend middel. Dat laatste wilde hij eigenlijk niet maar toen hij naar Max keek waren diens ogen onverbiddelijk. 'Oké. Ik geef me over in uw handen, mevrouw,' merkte hij op. Beide spuiten werkten snel. Eerst kwam de rust, zo leek het. Hij voelde zijn spieren ontspannen en werd heel rustig van binnen. Hij werd zelfs iets slaperig en … nou ja … ook geen wonder. Hij had de hele nacht haast niet geslapen. De pijn ging ook gedeeltelijk weg. Niet helemaal. Er bleef iets zeurend hangen maar de vlammende pijn verdween gelukkig wel.

'En als de pijn weer heviger wordt,' zei Max, die naast hem was gaan zitten, 'moet je het aangeven, dan krijg je nog een injectie.'

'Wil je me als speldenkussen laten gebruiken?'

'Ze halen de naalden er wel weer uit hoor! Tenminste als je geluk hebt.'

Het wachten op de arts duurde een vijftien minuten. Toen was ze terug met papierwerk en een mannelijke verpleegkundige dit keer.

'Ben rijdt jullie naar de fotoshop,' zei ze op vrolijke toon. 'Wel lachen straks hoor! Ik zie mijn patiënten graag lachend op de foto. Doe je je best?'

'Ja, mevrouw.'

Het ging allemaal best snel. Er was daar geen wachtruimte maar hij werd meteen een ruimte binnengereden met allerlei apparatuur. Max mocht helaas niet mee en dat vond hij enorm jammer maar hij begreep het wel. Het was vanwege de straling. Eerst werden er foto's van hem gemaakt terwijl hij op zijn rug lag. Toen hielpen twee mensen hem op zijn linker zij. Een foto dus van de rechter, geblesseerde, kant. Het draaien veroorzaakte pijn. En toen moesten er nog foto's gemaakt worden terwijl hij stond. Eerst ging het terug op zijn rug en bleef hij even liggen om op adem te komen. Daarna ging het bovenstuk van de tafel waarop hij lag langzaam omhoog zodat hij in zittende positie kwam. Dat zorgde voor meer druk en meer pijn. Het moest aan zijn gezicht te zien zijn want ze vroegen hem of het wel ging. 'Ja, maar langzaamaan alsjeblieft. Ik heb steeds tijd nodig om me aan te passen.' Ze begrepen het en zeiden dat hij zelf moest aangeven wanneer hij eraan toe was om van de brancard te komen. Hij nam de tijd en toen hij zich sterk genoeg voelde, leidden ze hem naar een ander apparaat. Daar moest hij twee beugels, één links en één rechts, beetpakken. Hij begreep dat zijn borst nu in zijn geheel op de foto gezet zou worden. Hij voelde zich moe. Heel moe. Op aangeven van een van de medewerkers ademde hij in en hield zijn adem vast. Daarna mocht hij het weer loslaten. Het zorgde ervoor dat hij een hoestbui kreeg. Rechtop blijven staan, zoals Max hem die ochtend had aangeraden, lukte niet. Hij liet de beugels los, deed een stap naar achteren en voelde meteen ondersteuning van een van de medewerkers die hem vroeg of het wel ging. 'Ja. Even op adem komen en ik weet dat het beter is om rechtop te blijven staan maar dat lukt gewoon niet.'

'Hè, ik heb je geen verwijt gemaakt hoor!' zei ze terwijl ze hem naar een stoel begeleidde.

'Sorry. Zo bedoelde ik het niet.'

'Nee, ik begrijp het. Nog één plaatje en dan ben je klaar. Maar neem de tijd om even op adem te komen. Oké?'

Richard knikte en nam zich voor om als hij weer uit mocht ademen hij dat heel rustig zou doen. Niet ineens alles loslaten maar heel kalm de adem tussen zijn lippen door uitblazen. Hij was er klaar voor. Ging onder begeleiding weer naar het apparaat en volgde de aanwijzingen die hij kreeg keurig op. Op het moment dat hij de ingehouden adem weer los mocht laten deed hij dat heel rustig en ineens … ineens voelde hij zich onwel worden. Hij werd duizelig en … daarna was er niets.

Toen hij weer bij zijn positieven kwam lag hij languit in een echt bed, onder een wit laken en een dunne, blauwe deken, in een andere ruimte en Max zat naast hem. Hij wist dat hij tijd kwijt was maar niet hoe dat zo gekomen was.

'Een plotselinge daling van je bloeddruk, Richard,' zo beantwoordde Max de ongestelde vraag die hij zo duidelijk op het gezicht van de jongen had kunnen lezen.

'En die laatste foto?'

'Alle foto's zijn goed gelukt. En nu moeten we rustig afwachten tot de arts ze bekeken heeft. Wil je iets drinken?'

Hij lustte wel een kop koffie want hij had dorst en wilde iets stevigs. Geen thee of zo in elk geval. Iets wat pit in zijn lijf zou brengen want hij voelde zich slap en dat wilde hij niet.

'Kijk,' zo wees Max naar het tafeltje naast het bed, 'Zwart en heet. Ik had het al voor je besteld en ken je voorkeur. Drink het op maar niet nadat je iets gegeten hebt want anders denk ik dat je maag zal protesteren.' Hij hield Richard een schaal met broodjes voor.

'Wauw, hoort dit bij de service hier?'

'Ja. Ze hebben niet graag dat hun patiënten onderuit gaan.'

Richard voelde een blos op zijn wangen verschijnen. Hij had het personeel toch niet in moeilijkheden gebracht? En meteen na de gedachte stelde hij die vraag aan Max.

'Nee, echt niet. Ze willen alleen dat als jij hier weg gaat je je beter voelt dan nu. En daarom heeft iemand gezorgd dat er broodjes kwamen. Je moet wat aansterken. Je vermoeidheid heeft natuurlijk alles te maken met het slecht slapen van de afgelopen nacht en de pijn die je hebt maar er is natuurlijk meer.'

Richard wist waar hij op doelde. Het altijd maar bezig zijn. Het rennen van school naar een baantje en vervolgens naar een ander baantje en daarna naar nog weer een ander had een zware wissel op hem getrokken. En … dat drukke gedoe was natuurlijk niet alleen van de laatste tijd. Thuis was hij ook altijd bezig geweest. Van klein af aan had hij baantjes gehad om geld te verdienen. Hij deed boodschappen voor oudere buren. Bracht kranten rond. Onderhield tuinen in de buurt. Toen hij er midden in zat, had hij dat niet eens opgemerkt. Het lukte hem altijd omdat … nou ja … omdat hij een doel voor ogen had gehad. Dat doel was er nog steeds. Nog steeds wist hij niet of … of dit een eindoplossing zou zijn dat wat hem hier geboden werd. Hij wist het niet. Hij kon het nog niet overzien maar hij wilde er zich nu ook geen kopzorgen over maken. Hij zou deze pauze gebruiken om Stan daar weg te halen, laten halen, en voor hen beiden even een intermezzo in te lassen. Daarna zouden ze wel verder zien. 'Ja, er is meer. Ik heb mezelf flink verwaarloosd.'

'Ik denk dat dat een heel goede constatering is. En ik zal je nooit snel ongevraagd advies geven maar dit keer doe ik dat wel. Ik zou je willen aanraden om het een tijdje rustig aan te doen.'

'En wat had je daarbij in gedachten?' want hij voorvoelde dat Max al het een en ander had uitgedacht.

'De komende week ga je niet naar school en laat je al die baantjes van jou voor wat ze zijn.'

'Maa… '

'Ik regel vervangers voor je.'

'Oh.'

'Ik begrijp heus wel dat jij je werkgevers, zo van het ene op het andere moment, niet in de kou kunt laten staan en daarom heb ik voor de honden tussen de middag al iets geregeld. Al de baasjes laten je groeten en hopen dat je snel weer beter zult zijn.'

Richard stelde geen vragen maar die waren er natuurlijk wel. Hoe wist Max bijvoorbeeld voor wie hij de honden uitliet? Maar hij wilde het niet weten. Laat het hem maar regelen, dacht hij. 'De sleutels van de drie appartementen zitten in mijn rugzak aan een sleutelring.'

'Goed. Die laat ik dan straks ophalen. Mevrouw O'Malley was blij met de hulp van Nathan vanmorgen maar vond het niet nodig dat ik iemand anders regelde voor de komende tijd. Ze wist wel iemand. Ook zij wenst je beterschap.'

Richard voelde een traan aan zijn oog ontschieten. Het medeleven van al deze mensen was roerend. Het deed hem goed en tegelijkertijd werd hij er emotioneel van.

'Het is goed, Richard, om te laten zien dat je emoties hebt. Veel te lang heb je die verborgen, volgens mij.'

Richard knikte. 'Ja. Ik kon ze niet uiten. Had niemand om ze aan te laten zien. Niemand die … die vertrouwd of veilig was.'

'En Stan?'

'Nee. Bij hem deed ik het ook niet. Hij … hij kan zoiets niet aan. Als ik hem zou laten zien dat ik zwak ben of ziek of beroerd dan zakt ook hij in.'

'Heeft hij invoelend vermogen?'

'Nee.'

'Ik meende zoiets al ontdekt te hebben toen je gisteravond met hem belde. Je vertelde dat je gevallen was en volgens mij kwam er geen reactie van hem. En vanmorgen opnieuw.'

'Zo is Stan nou eenmaal. Hij kan er niets aan doen.' Even moest hij glimlachen. 'Ik heb hem zover dat hij op ons dagelijks telefoonmoment mij vraagt hoe het was op school en op mijn werk. Maar dat is niet vanuit hem zelf gekomen. Ik heb hem er regelmatig op gewezen dat ik het leuk zou vinden als hij dat zou vragen. En op een gegeven moment heeft hij dat opgepikt. Of het hem echt interesseert weet ik niet, maar zo kan ik in elk geval iets kwijt van mijn leven hier aan hem.'

'Maar vind je het niet moeilijk dat hij zo is?'

'Nee. Dat is gewoon zoals hij is.'

'Zou je het niet liever anders zien?'

'Nee. Dan zou hij zichzelf niet zijn. En ik … Nou ja … Hij is zoals hij is.'

Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » woensdag 06 september 2017 14:44

Hoofdstuk 14

Onderweg van het ziekenhuis naar het huis van de Drummonds zag Richard dat Nancy twee keer had gebeld. Ook zag hij twee SMS'jes. In de eerste gaf ze aan dat vliegen boven zee een pracht van een belevenis was. In de tweede meldde ze dat Nick contact met Edith had gehad en dat hij en Stan in Port Renfrew waren. Hij kende de stad en het gebied eromheen.
Iets na elf uur waren Richard en Max weer terug bij het huis aan Sunset Point. De foto's hadden aangetoond dat er geen schade aan de longen was maar dat er rechts wel drie ribben waren gebroken en dat andere gekneusd waren. Dokter Jarvis had Richard de keuze gelaten: of intapen of niet. Hij had haar gevraagd naar voor- en nadelen en hoewel hij wist dat hij zijn eigen beslissing zou moeten nemen, had hij na de uitleg van de arts toch Max gevraagd naar zijn voorkeur. Die had hem gewezen op het feit dat hij op dit moment een enorme hoeveelheid stress te verwerken had en dat het hem daarom beter leek het te laten intapen. Toen Richard naar de arts had gekeken had hij haar instemmend zien knikken en was de keuze snel gemaakt. Het niet kunnen bewegen van zijn rechterarm was een probleem van de spieren en dat zou zich, volgens de arts, helemaal herstellen.

In de kliniek had hij ook medicijnen meegekregen: een pijnstiller, een kalmerend middel en een slaapmiddel. Dat laatste zag hij niet echt zitten. Thuisgekomen was de buurvrouw er. Zij stelde zich voor als Anna Juckers en Richard veronderstelde dat zij dan de andere buurvrouw moest zijn en niet de oma van Nancy omdat Nancy's achternaam Feldmann was. En toch … toch had hij het idee dat hij overeenkomsten in het gezicht kon zien. Max hielp hem uit de droom.

'Anna is de oma van Nancy.'

'Dus toch? Ik dacht vanwege de achternaa… '

'Gebeurt me vaker,' interrumpeerde Anna, 'ik heb altijd mijn meisjesnaam gebruikt en blijf dat ook maar doen. Veranderen heeft na al die jaren geen zin meer. Ik heb,' en ze richtte zich tot Max, 'het nieuwe beddengoed meteen even op een kort programma gewassen en daarna in de droger gedaan. De verstelbare lattenbodems en matrassen zijn geïnstalleerd en ik heb de bedden opgemaakt.'

Richard had vreemd opgekeken bij deze ratelende opsomming en Max had moeten lachen.

'Voor jou en Stan, jongen. Slapen in de stoel vannacht was een tijdelijke oplossing. Nu heb je een bed dat je zo kunt instellen als voor jou gemakkelijk is. Een bed is om in te slapen en niet een stoel. En nu niet komen met allerlei tegenwerpingen want daarvoor ben ik vandaag hartstikke doof. Anna, loop je even mee voor een kop koffie?'

Ze aarzelde even. 'Nee,' zei ze toen resoluut, 'ik laat jullie met z'n tweetjes. Ik zou jullie alleen maar aan de praat houden met mijn eeuwige geklets. Als ik nog iets kan doen of zo, moet je me maar bellen. Nou, doei!'

'Bedankt!' riep Max haar na.

Richard zag dat zij halverwege de oprit een soort van wegwerpgebaar maakte. Een overduidelijk teken dat ze van het bedankje niets wilde weten. Hij volgde Max naar de keuken waar deze meteen aan de gang ging om een broodmaaltijd te maken. 'Is het nog niet wat vroeg voor de lunch?'

'Ja. Op normale dagen wel maar vandaag is geen gewone dag. Jij moet zorgen dat je veel slaapt. De arts heeft het gezegd en ook nog eens onderstreept door de medicijnen die ze je heeft gegeven. En dus gaan jij en ik nu alvast wat eten zodat je daarna meteen naar bed kunt.'

Erop bedacht dat hij geen 'maar' moest gaan zeggen, kleedde Richard zijn vraag anders in. 'Ik zou graag wakker blijven zodat ik weet wat er verder allemaal gebeurt.'

'Dat snap ik maar dat is geen doen. Je bent moe, Richard, en daaraan moet je toegeven. Als je je er tegen gaat verzetten wordt het alleen maar erger en knap je straks echt af. En, geloof me, daar heeft helemaal niemand iets aan. Ook Stan niet. Als hij straks hier is, dan heeft hij je nodig.'

Dat laatste deed Richard beseffen dat hij inderdaad moest gaan slapen. Bovendien waren ze nog niet eens in Victoria. 'Oké, eerst eten en dan slapen.'

Meteen na de broodmaaltijd was Richard naar de kamer gegaan die hij nu zijn slaapkamer mocht noemen. Het rook er nieuw. Het was hetzelfde bed als gisteren maar, nu niet te zien, voorzien van een nieuwe lattenbodem en matras. Bovendien was het witte dekbedovertrek vervangen door iets dat veel fleuriger was.

'Edith heeft het uitgekozen en hoopt dat je het mooi vindt.'

'Ja. Dit is echt heel erg mooi.' Het was een oprecht gemeend antwoord. Richard hield van bloemen en dit leek alsof er een veldboeket – van onder andere Californian poppy, Matilija poppy en Blue bedder – geschilderd was op een gebroken witte ondergrond. 'Wauw, echt mooi. Ik … ' Opnieuw werd hij emotioneel en kwamen er tranen.

'Laat ze maar komen, Richard, het zal je goed doen.' Max had een arm om hem heen geslagen en klopte zachtjes op de linkerkant van zijn rug. 'Het is natuurlijk Ediths eigen smaak ook maar … ze dacht dat het goed zou zijn.'

'Dat is het ook. Ik voel ineens overal liefde en aandacht en dan … dan voel ik ook het contrast. Snap je?'

'Ja. Dat doe ik. En daarom raadde ik je ook aan om je emoties te laten zien. Krop het niet op en praat, zoals je nu heel goed doet, erover. Dat kan opluchten. Dat kan helpen. Maar nu ga ik je uit de kleren helpen en dan het bed in.'

Toen Richard het bed in de juiste stand had gezet en zijn medicijnen had ingenomen was Max weggegaan maar niet voor lang. Met een thermoskan en een stapeltje boeken had hij zich in de stoel bij het tafeltje bij het raam geïnstalleerd. Richard begreep waarom Max in de buurt bleef en vond het goed. Hij was moe. Heel erg moe. Maar vreemd genoeg voelde hij geen angst. Er was bij hem geen spoor van vrees dat het ophalen van Stan tot problemen zou leiden. Er was gewoon de zekerheid dat alles goed zou komen. Als hij straks wakker zou worden dan hadden Edith, Nancy en Nathan vast Nick en Stan al ontmoet en waren ze misschien al wel op de terugweg? Dat zou mooi zijn. Maar nu niet aan denken, nu gewoon gaan slapen.

Max deed alsof hij las maar hield Richard goed in de gaten. Toen hij zag dat de ogen van de jongen dicht vielen en hij heel rustig adem begon te halen, pakte hij pas een boek. Van lezen kwam echter niets. Het gesprek met de arts, op het moment dat een van de verpleegkundigen Richard had ingetapet, bleef maar steeds in zijn hoofd terugkomen. Zodra het eventjes stil was kwam alles weer naar voren en ook nu. Ze had gevraagd of ze eventjes met hem kon praten. Op Richards vraag in de auto waarover zij met hem had willen praten had hij geantwoord dat het alleen maar om de papieren ging, maar dat was een leugentje om bestwil geweest. In haar kantoor had ze de foto's die ze eerder aan Richard had laten zien opnieuw op een viewer aan de wand gehangen en hem gevraagd even mee te kijken. Hij was naast haar gaan staan.

'U blijft bij het verhaal dat Richard in de fietsenkelder is gevallen?'

'Ja. Dat heeft hij mij verteld en is mij bevestigd door de goede vriendin die ik genoemd heb. Bovendien heeft mijn secretaresse er meteen de schoolverpleegkundige bijgehaald toen Richard met zijn verwondingen mijn kantoor binnenkwam. Maar mag ik u vragen waarom u nog twijfelt?'

'De drie verse breuken zijn gelukkig goed te zien. Heel vaak gebeurt het dat verse breuken niet meteen te zien zijn maar in dit geval gelukkig wel. Maar als u even met mij mee wilt kijken? Kijk. Hier. En hier. En hier. Herkent u het?'

'Nee.'

'Het zijn oude breuken. Van lang terug maar nog steeds zichtbaar.' Ze knipte het licht uit en stelde voor dat ze zouden gaan zitten.

'Richard heeft mij en mijn vrouw gisteravond iets verteld over zijn jeugd thuis. Hij is een oester. Moeilijk open te krijgen, als u begrijpt wat ik bedoel.' Hij zag haar knikken. 'Maar toen hij eindelijk sprak, hoorden wij met grote afschuw wat er thuis bij hem gebeurde vroeger.'

'Vroeger?'

'Ja.' Hij wist niet of hij meer moest vertellen.

'Dus zijn verwondingen van gisteren hebben niets met dat verleden te maken?'

'Gelukkig niet.'

'U begrijpt dat als ik ook maar een zweem van een vermoeden van huiselijk geweld heb ik dit moet melden?'

'Ja. Dat begrijp ik maar om mijn woorden wellicht geloofwaardiger te ma… '

'Nee, zo bedoel ik het niet, meneer … ' Snel keek ze even in haar papieren. 'Drummond. Drummond? Die naam zegt me iets.'

'Twee van uw kinderen, Jason en Ann, zitten op dit moment bij mij op school. En uw oudste is drie jaar geleden afgestudeerd.'

'Ah, u bent dean Drummond van het Community College. Ik heb uw naam regelmatig gezien onder brieven en dergelijke.'

'Maar ik zou mijn zin graag willen afmaken.'

'Ja, natuurlijk. Sorry voor mijn onderbreking maar het is niet dat ik twijfel maar ik probeer zoveel mogelijk zekerheid te krijgen opdat ik de juiste beslissing kan maken.'

'Dat begrijp ik. Misschien kan ik het u uitleggen.' Hij had haar verteld dat Edith en hij in het verleden heel veel kinderen en tieners hadden opgevangen die het thuis moeilijk hadden of waarvan de ouders niet in de mogelijkheid waren om, gedurende bepaalde tijd, een goed thuis te bieden. Het werk dat zij hadden gedaan was op een gegeven moment overgenomen door de daartoe opgerichte Giles Hammond Stichting en via die organisatie hadden zij nadien nog heel veel jaren hun werk voortgezet. Ook hadden ze beiden bestuursfuncties bekleed maar nu waren ze al een tijdje niet meer actief en nu ineens was er een hulpvraag gekomen. 'Ik heb goed afgestelde antennes,' zo had hij gezegd, 'en had al vrij snel door dat er met Richard iets was. Zo bracht hij bijvoorbeeld geen bezoek aan de schoolverpleegkundigen, iets dat alle nieuwe leerlingen moeten doen. En ook op brieven van die instelling reageerde hij niet. Daarnaast was er zijn enorm drukke agenda met allerlei baantjes. De kleindochter van onze buren zit bij hem in de klas en die polste ik als eerste. Zij probeerde hem wat aan de praat te krijgen maar dat liep op niets uit. Ik kreeg opmerkingen van leraren dat Richard op onze school niet op zijn plaats was. Hij heeft veel meer capaciteiten. Hij zou zonder enige moeite een universiteit kunnen volgen maar … dat deed hij niet.' Max vertelde hoe het hem uiteindelijk was gelukt om contact te leggen met Richard. 'En van het een kwam het ander. Gisteravond zou hij bij mij thuis de computers nakijken en kwam hij dus op weg naar mijn kantoor in de fietsenkelder te vallen toen hij de trap op wilde springen en daar in botsing kwam met Nancy.'

'Echt een ongeval dus.'

'Ja. Hoewel er een familiedrama gaande is, is dit echt een ongeval en niet meer dan dat.'

'Is het nog gaande?'

'Ja. Maar daarover kan ik u even niets zeggen. Mocht het relevant zijn dan laat ik u dat later weten.'

'Oké, dan ga ik uit van wat u mij zojuist hebt verteld.'

'Bedankt.'

'En als ik, of onze kliniek, verder nog iets kan betekenen voor u of de stichting, dan hoor ik dat graag.'

'Ik denk dat wij nog vandaag gebruik zullen moeten maken van uw aanbod. Het broertje van Richard komt naar Monterrey en dat kan laat vandaag zijn. En ja … als u, of één van uw collega's hem dan nakijkt en twijfels heeft over huiselijk geweld, dan heb ik heel graag dat u daarvan melding maakt bij de autoriteiten. Hoewel de jongens uit Canada komen is een melding aan de politie hier voldoende lijkt me.'

Ze hadden hun gesprek met een ferme handdruk besloten waarna ze hem naar de hal had gebracht waar Richard inmiddels was voorzien van zijn medicijnen en in een rolstoel op hem had zitten wachten.

Hij keek naar het bed waar Richard nu rustig lag te slapen. Tot nu toe nog geen tekenen van een nachtmerrie die zijn slaap zou verstoren. Opnieuw probeerde Max wat te lezen. Het lukte niet. Hij draaide zijn stoel iets zodat hij door het raam naar buiten kon kijken. Het uitzicht was zoals altijd mooi. Edith en hij waren bij de eerste bezichtiging meteen verliefd geworden op deze plek. Misschien nog wel eerder op de plaats waar het huis gesitueerd was dan op het huis zelf. Het was een ruim huis geweest. Veel te groot voor hun gezin maar dat was een bewuste keuze geweest. Ze wilden hun huis, en hun gezin, openstellen voor anderen die het tijdelijk niet zo goed hadden en ja, dan moest je de ruimte hebben. Kinderen hadden ruimte nodig. Voor de gezelligheid een keer bij elkaar op een kamer bivakkeren was leuk maar iedereen moest, en daar was hij een warm voorstander van, zich ook kunnen terugtrekken in een eigen domein. Een plek die veilig was. Een plek die van jezelf was. Waar jouw spullen waren en die helemaal van jou alleen was. Groot hoefde die plek niet te zijn. Het ging om de privésfeer die er heerste. En ook daarom hadden ze voor dit huis gekozen. Een huis met veel slaapkamers.

Max had zijn vrouw altijd gesteund in haar voornemen om buitenshuis te blijven werken. Toen hij haar had ontmoet was ze in opleiding tot verpleegkundige en dat beroep had ze na hun huwelijk en tijdens de tijd dat hun kinderen klein waren ook altijd uitgeoefend. Later was ze andere dingen gaan doen maar altijd was ze een gedeelte van de week uit huis geweest. Op dagen dat zij werkte, het waren er nooit meer dan drie per week geweest, was er voor opvang gezorgd. Anna had heel vaak op hun kinderen gepast maar had het toch bezwaarlijk gevonden om de zorg op zich te nemen voor de pleegkinderen die kwamen. Ze voelde zich daar niet capabel voor. Iets wat hij altijd in twijfel had getrokken maar hij kon zich haar tegenwerpingen heel goed voorstellen. Ze hadden een aantal vaste mensen ingehuurd en toen de Stichting de opvang had overgenomen was er nooit gebrek aan hulpkrachten geweest. Het was een mooie tijd geweest, zo mijmerde Max. En … het was nog steeds mooi om dit werk te kunnen doen, dacht hij terwijl hij opnieuw naar Richard keek

Sterkte deze week…



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » zondag 17 september 2017 07:37

Hoofdstuk 15

Heel langzaam kwam Richard bij zijn positieven. Het leek erop alsof de slaap hem niet wilde laten gaan maar toch voelde hij spanning in zijn blaas. Het legen daarvan had toch nog geen prioriteit want hij had eerst een vraag voor Max die bij het raam zat. 'Hoe laat is het?'

'Hè, ben je wakker? Heb je goed geslapen?'

'Ja. Heel diep en ik heb wat hoofdpijn nu.'

'Kan zijn dat het een bijwerking is van je slaappil.'

'Hmm, ben je mooi klaar mee,' bromde Richard.

'Aan een beetje hoofdpijn ga je niet dood hoor! En houdt die pijn in je hoofd aan, dan heb ik wel een andere pil voor je.'

'Ja, stop me maar vol met chemische rotzooi!' Hij liet zijn opmerking gepaard gaan van een brede glimlach.

'Het is vier uur geweest.'

'Dan heb ik behoorlijk lang geslapen.' Hij pakte de afstandsbediening van het bed en bracht het bovengedeelte van het matras naar zittende positie. Zelf hoefde hij geen moeite te doen. Prachtig!

'Ja. Een half uur geleden hebben ze gebeld.'

'En?' vroeg hij met een wat benepen stem.

'Het gaat goed met Stan.'

'Gelukkig!' zei hij terwijl hij de spanning die toch in zijn lijf gezeten had met een voorzichtige zucht los liet.

'Edith heeft hem zelf kunnen oplappen zonder dat daar een arts bij hoefde te komen. Nick had al wat voorwerk gedaan maar ze vindt het wel een goed idee om zodra ze hier zijn toch even langs het medisch centrum te gaan.'

'Oké. Ja. Beter, denk ik.'

'Ik heb dokter Jarvis al gebeld en zij zorgt ervoor dat er een staf aanwezig is om Stan te onderzoeken.'

'Hoe krijg je dat toch steeds allemaal voor elkaar?'

'Wat?' Max stond op, tilde zijn stoel op en nam die mee naar Richards bed.

'Het lijkt erop dat jij maar met je vingers hoeft te knippen en er is wel iemand die iets voor je wil doen.'

Met een glimlach zette hij de stoel neer en ging zitten. 'Wij hebben connecties, contacten vanuit het verleden. Heel vaak zijn hier pleegkinderen over de vloer geweest. Kinderen die vanwege problemen thuis daar even niet konden zijn. In de eerste jaren deden Edith en ik, samen met anderen, het opvangwerk in samenspraak met het maatschappelijk werk van de gemeente hier. Later via een stichting. En die stichting is na al die jaren inmiddels heel erg bekend hier in de wijde omgeving en als je die naam laat vallen, dan zijn mensen bereid iets voor je te doen.'

'Handig.'

'Zeker altijd han… ' Op dat moment werd Max onderbroken door het zachte gezoem van zijn telefoon. 'Het is Edith,' zei hij nadat hij het scherm bekeken had. 'Wil je even met haar praten?' Hij wachtte niet op een antwoord maar gaf Richard het toestel meteen.

Ineens voelde hij zich zenuwachtig en heel gespannen. Zijn vingers trilden en het lukte hem niet het groene icoontje op het beeldscherm te raken. Max verleende hulp. 'Met Richard. Is alles goed?'

'Hoi, Richard. Met Edith. Alles goed. Je moet de groeten hebben van Nick.'

'Dank je. Ik zal hem straks bellen om hem te bedanken.'

'Hij heeft Stan heel goed opgevangen. Stan raakt er maar niet over uitgepraat wat ze allemaal hebben gedaan.'

'Praat hij wel met jullie?'

'Eerst niet. Kroop hij, bij wijze van spreken, wat weg achter Nick maar voor Nancy lijkt hij een zwak te hebben. Zij was de eerste die wat woorden uit hem kreeg en daarna ging het allemaal heel gemakkelijk eigenlijk. Hij vond het goed dat ik hem onderzocht en zijn wonden verzorgde.'

'En?'

'Volgens mij niets ernstigs maar het moet wel even nagekeken worden. Ik kan niet goed inschatten of hij goed kan weergeven wat pijn is. Weet jij dat?'

'Hij heeft daar moeite mee. Pijn is voor hem een vreemd begrip. Iets dat hij niet goed kan plaatsen.'

Max hoorde de door Richard gemaakte opmerking en dat bevestigde zijn eerdere vermoedens. Iets waarvan hij een aantekening in zijn hoofd maakte.

'Ik geef je Stan even,' zei Edith.

Het duurde even maar toen hoorde hij toch de stem van Stan.

'Rich?'

'Hé, Stan! Ga je straks vliegen?'

'Ja, man, te gek gewoon!'

Richard hoorde heel duidelijk de opwinding in de stem van zijn broer. Heel vaak waren ze naar het vliegveld geweest om te kijken naar de vliegtuigen daar. Het landen en opstijgen had Stan altijd reuze interessant gevonden.

'Hoe is het met jou, Rich?'

Een onverwachte vraag. Had hij eerder niet tegen Max gezegd dat Stan geen invoelend vermogen had? Heel snel realiseerde hij zich dat Stan waarschijnlijk handelde naar dat wat ze hem gevraagd hadden te doen. 'Goed, Stan. Ik heb zojuist heel erg lang geslapen en dat is goed voor mij. Maar ik ben nog steeds heel erg moe. Maar ik ben heel erg blij dat jij straks gaat vliegen. Voor het eerst in je leven, Stan!'

'Ja.' Even bleef Stan stil. 'En weet je, Toby heeft walvissen gezien en die gaan we straks opzoeken heeft hij gezegd.'

'Wie is Toby?'

'Oh. Dat is de piloot. Hij vliegt het toestel.'

'Ik weet wat een piloot is, Stan.'

'Oh ja. Stom van me.'

'Nee, je gaf alleen maar een toelichting, Stan, meer niet. Ik had het niet zo hoeven zeggen. Het spijt me, Stan.' Stan bleef stil. Waarschijnlijk kon hij hem eventjes niet volgen. 'Stan?'

'Ja.'

'Hoe voel je je?'

'Ik ben hartstikke blij dat ik straks ga vliegen!'

Richard begreep het en kon ondanks zijn eigen misère een stukje medeblijdschap voelen voor zijn broer. 'Ja, dat is prachtig, Stan. Geniet ervan!'

'Doe ik. Edith wil nog even met je praten.'

'Ja, geef haar maar.'

Edith wilde precies weten wat er allemaal in het ziekenhuis was gebeurd, wat de conclusie van de arts was en of de patiënt zich goed aan de gegeven regels en medicatie hield.

'Ik gedraag me, volgens mezelf, heel keurig op dit moment. Moet ook wel, want ik ben een wrak,' zo gaf Richard toe.

'Zorg dat je uitrust, lieve jongen. En wat vind je van het dekbedovertrek?'

'Echt heel erg mooi. Bedankt.'

'Als je het niet mooi vindt moet je het ook zeggen hoor, dan kiezen we later samen iets anders uit.'

'Nee, dit is echt heel erg mooi. Ik houd van de natuur.'

'Vancouver Island is prachtig. We hebben het een poosje vanuit de lucht bekeken maar het is werkelijk heel erg mooi.'

Richard voelde een steek in zijn hartstreek. Ja, ze had helemaal gelijk. De natuur op het eiland was prachtig maar … voor hem waren er ook die heel vervelende herinneringen. Niet aan het eiland zelf natuurlijk maar …

'Sorry, Richard,' reageerde Edith toen ze vond dat haar gesprekspartner toch wat al te lang stil bleef, 'ik begrijp heel erg goed dat het voor jou gemengde gevoelens moeten zijn.'

'De natuur kan het niet helpen dat die twee … nou ja … laat ik het erop houden dat ik de natuur altijd prachtig heb gevonden en dat Stan en ik er heel veel van genoten hebben altijd.'
Ze praatten samen nog wat en daarna verbraken ze de verbinding met de belofte dat ze tijdens de vlucht nog eens zouden bellen.

Max zag hoe Richard een traan uit zijn ooghoek wreef voordat hij de telefoon aan hem teruggaf. Hij kon zich heel goed voorstellen dat Richard het moeilijk had op dit moment en toch wilde hij hem nog het een en ander vragen. 'Gaat het?'

Richard knikte.

'Moet moeilijk zijn, lijkt me. Je hebt je waarschijnlijk altijd voorgesteld dat jij Stan daar vandaan zou halen en nu is het anders.'

'Ja. Maar ik weet ook dat het zo goed is. Het kan niet anders. En ik ben heel erg blij dat het zo goed met hem gaat.'

'Houd er rekening mee dat het straks hier ook anders kan zijn, Richard. Er kan een terugslag komen.'

'Oké. Wil je mij iets vertellen over Jocelyn Harper?'

De plotselinge verandering van onderwerp was Max niet ontgaanmaar hij vond het prima. Hij had echter zelf eerst nog iets dat hij wilde bespreken. 'Natuurlijk vertel ik je iets over Jocelyn Harper maar ik heb eerst nog een vraag voor jou, als je het niet erg vindt.'

'Ga je gang.'

'Hoe vaak ben jij als kind op de afdeling spoedeisende hulp geweest voor het een of ander?'

Op de een of andere manier had hij die vraag verwacht. Dat dokter Jarvis met Max had willen praten had hij vreemd gevonden. Hij was meerderjarig tenslotte. Nou had het te maken kunnen hebben met de papieren en de verzekering, zoals Max had gezegd, maar … hij had het vreemd gevonden. Nu wist hij waar zij hem op gewezen had. 'De röntgenfoto's?' vroeg hij toch nog ter bevestiging. Hij zag het knikje van Max. 'In al die jaren heb ik dingen moeten leren. Beatrice heeft me laten zien hoe te vechten en me daarin begeleid. In verbaal geweld, om een fysiek treffen uit te stellen dan wel te voorkomen, werd ik ook goed zoals ik jullie al heb verteld. In dingen die me niet aanstaan te verdringen om meteen daarna verder te gaan ben ik ook een kei geworden. Jouw vraag met een exact aantal beantwoorden is dus lastig. Sommige bezoeken zal ik niet meer terug kunnen halen uit mijn geheugen maar geloof me, ik ben er diverse keren geweest.' Dit gezegd hebbende had hij niet het idee dat het hem pijn deed. Het leek alsof zijn gevoel nog sliep. Misschien liet hij het wel bewust in slaap. 'Meestal was het iets met mijn ribbenkast als hij … nou ja … de laatste keer was het mijn rechter ellepijp. Allemaal breuken.'

'En nooit heef… '

'Nee!' Het had bars geklonken merkte hij op. Was zijn gevoel wakker aan het worden? 'En dat kwam omdat ze dus altijd naar het ziekenhuis gingen waar zij werkte. Zij was een collega en zoals ik al eerder heb verteld, hij was ook een bekende voor heel veel mensen. Hij is de coach van het Canadian Footballteam van de high school waar hij werkt en daarnaast lid van de Community Council. Dat soort mensen liegt toch niet over de toedracht van het ongeval van hun kind. Nee, dat kind was gewoon onhandig. Was weer eens van de trap gevallen omdat hij speelgoed had laten slingeren of naar beneden liep terwijl hij met zijn gameboy aan het spelen was.' De eerder ontwaakte emotie begon op te laaien. 'Verdomme! Ik had niet eens een gameboy!'

Max voelde heel duidelijk de boosheid bij Richard. Enerzijds was hij er blij mee. Het was goed dat de jongen zich uitte. Aan de andere kant was hij niet blij met het woord "verdringen" dat hij had gebruikt. Voor hem was het duidelijk dat Richard hulp nodig zou hebben om alles te verwerken. Wellicht ook een taak voor Jocelyn. 'Er werden dus nooit vraagtekens gezet bij dat wat zij zeiden.'

'Nee.'

Max vroeg of Stan ook vaak naar het ziekenhuis had gemoeten voor kwetsuren maar Richard was daar heel duidelijk over. Dat was volgens hem nooit gebeurd. Voor Max een teken dat Richard waarschijnlijk heel vaak op tijd was geweest om er tussen te springen en de ergste klappen op te vangen maar toch wilde hij graag zekerheid hebben. 'Jij was zijn schild.'

'Ja. Meestal was ik op tijd. Zag ik het aankomen of voelde ik het. Maar soms ook niet en dat … dat vond ik de meest vreselijke momenten.'

'Vandaar dat je ook het meest bang bent voor die tweede nachtmerrie van je.'

Richard knikte en wist dat dat duidelijk genoeg was.

'Je zei net zoiets als "die laatste keer" ik begrijp dat niet helemaal.'

'Ik was het kwijt. Dat gips om mijn onderarm was de aanleiding dat ik was gaan nadenken over hulp zoeken. Ik nam me toen voor om met juffrouw Beatrice te gaan praten maar zocht naar een goede mogelijkheid daartoe. Ik twijfelde nog steeds enorm of het wel goed was om erover te gaan praten. Het was alsof ik lamgeslagen was en niet van mijn plaats kon komen. Lang nadat mijn arm geheeld was, kwam er een nieuw pak slaag met als gevolg de blauwe plekken die zij zag tijdens de training. Het was de bekende druppel. Er was voor mij een grens bereikt.'

'Ja. En logisch. En naast die bezoeken aan de eerste hulp waren er vast ook nog wel andere dingen die niet behandeld hoefden te worden.'

'Zat. Voor kleine verwondingen was er de verbanddoos. Blauwe plekken trokken vanzelf wel weg en als het toch te veel opviel of als ik wat beroerd liep vanwege de pijn dan werd ik ziek gemeld. Na een paar dagen thuis kon ik dan wel weer naar school. Ik droeg vaak T-shirts en shirts met lange mouwen. Dan vielen de blauwe plekken niet op.'

Max kende dit soort verhalen maar al te goed. Maar toch raakte het hem ook dit keer weer keihard. 'Maar, zo ging hij verder, je wilde iets weten over Jocelyn.'

'Ja, maar dat moet wel even wachten want ik moet nu heel nodig naar de wc.'

'Laten we dat dan maar eerst doen.'

Toen Richard weer rechtop in zijn bed zat gaf hij aan dat Max van wal kon steken wat betreft het onderwerp Jocely Harper.

De uitleg van Max volgde. Hij vertelde dat Jocelyn psychologie had gestudeerd en daarnaast huisarts was. Een voorbeeld maakte volgens hem het beste duidelijk hoe ze werkte. Hij was zelf getuige geweest van een sessie van Jocelyn met Nancy. Laatstgenoemde was aan het begin van haar puberteitsjaren op dat moment en had wat problemen met haar eigen identiteit. Ze wilde zich heel graag dingen herinneren van haar ouders. Hoewel er plakboeken waren met foto's en verhalen zat van haar grootouders, miste ze toch iets: een eigen herinnering. Hij had haar grootouders verteld over het werk dat Jocelyn af en toe deed voor de stichting en hen aangeraden eens contact met haar op te nemen. Dat hadden ze gedaan. Tijdens de sessie waren Edith en hij daarbij aanwezig geweest.

'Waarom?'

'Omdat Nancy dat graag wilde. Ze kende ons. Ze vertrouwde ons. Ze was hier kind aan huis. Redenen genoeg voor haar.' Max keek Richard aan en ging verder. 'Jocelyn is iemand van de rust. Zij probeert als eerste een rustige atmosfeer te creëren. Doet dat vaak met muziek. Ze heeft een hele serie CD's en tegenwoordig een MP3-speler die ze kan aansluiten op een aanwezige muziekinstallatie.'

Richard luisterde aandachtig. Als hij van deze methode gebruik wilde maken, wilde hij weten wat hij kon verwachten. Hij merkte op hoe Max dat wat hij zei heel zorgvuldig af leek te wegen. Af en toe liet hij een stilte vallen om daarna met de door hem gekozen woorden verder te gaan. Eerst gaf hij een beschrijving van de muziek. Rustgevende muziek, zo concludeerde Richard. Oosters misschien maar tegenwoordig waren er westerlingen zat die dat soort muziek konden spelen of op een synthesizer of op originele muziekinstrumenten. Dat laatste was natuurlijk echter, zo vond hij. Max beschreef toen het plaatje van een dertienjarige Nancy die tegenover Jocelyn op een stoel zat. Haar grootouders en de Drummonds hadden verderop in de kamer gezeten met het verbod om ook maar iets te zeggen. Ze mochten toeschouwers zijn maar moesten zich onthouden van elk commentaar. Nancy was gespannen geweest. Logisch, zo dacht Richard. Dat zou hij zelf ook zijn als hij zou besluiten hiervoor te kiezen.

'Het was bijzonder. Nancy had geen enkele echte herinnering maar door heel gerichte vragen te stellen wist Jocelyn toch eerst enkele flarden uit haar geheugen te halen als het ware. Het waren snippers, als je begrijpt wat ik bedoel.'

'Je bedoelt gedeelten van herinneringen die ze nooit eerder als zodanig had herkend?'

'Ja. Dat is een heel goede omschrijving. Ben je moe, Richard?'

'Een beetje. Maar ga alsjeblieft verder. Als ik te moe word, geef ik het echt aan.'

'Daar houd ik je aan. Overschat jezelf niet, jongen.'

'Vertrouw me, alsjeblieft.' Ook zijn woorden waren met zorg gekozen. Hij wilde zeker weten dat Max hem vertrouwde. Het vertrouwen moest wederzijds zijn.

Max begreep dat het een vertrouwensvraag die hem gesteld werd. Zijn woorden moesten duidelijk maken dat er van zijn kant vertrouwen in Richard was. 'Dat doe ik. Wees daarvan overtuigd.' De jongen recht in de ogen kijkend, zag hij dat het over en weer goed zat. 'Oké, verder. En door met die gedeelten van herinneringen verder te gaan, nadere vragen te stellen over dat wat Nancy ineens wel zag, kreeg Jocelyn het voor elkaar om beelden aan elkaar te koppelen en te komen tot een aantal echte herinneringen.'

'Maar hoe werkt zoiets dan?'

'Tja … Euh … Je merkt dat ik zoek naar woorden nu omdat ik de technische gegevens hoe zoiets werkt niet ken. Ik heb heel veel kennis maar op dit gebied sta ik met de mond vol tanden. Ik zal proberen het te omschrijven in beelden die voor jou en mij wel duidelijk zijn.'

Richard begreep wat hij bedoelde en knikte.

'Ons geheugen is een soort van vergaarbak. Als je jong bent, sla je van alles en nog wat op en … op mijn leeftijd kun je bepaalde laatjes ineens niet meer open krijgen. Dan weet ik bijvoorbeeld wel de titel van een liedje op de radio maar niet meer wie het gezongen heeft. Wat ik dan nog wel weet is dat de naam van de zanger begint met de letter H. Heel gek. Je geheugen laat je in de steek maar er is wel een klein gedeelte dat je nog wel weet. Natuurlijk weet je de hele naam van de artiest maar even is het niet bereikbaar. Zo werkt het ook met het geheugen van een kind. Er wordt enorm veel opgeslagen maar later is lang niet alles meer terug te halen. Kinderen zijn heel ontvankelijk voor gevoelens. Sommigen meer dan anderen maar toch … En Jocelyn weet die gevoelens op te roepen. Bij Nancy maakte ze gebruik van een fotoboek. Nancy moest haar een aantal foto's laten zien die haar dierbaar waren. Daarna begon ze allerlei vragen te stellen. Over het weer. Over het ijsje dat ze at op een van de foto's. Over de lachende gezichten van haar ouders en andere mensen op de foto's. Het ging haar voornamelijk om het gevoel dat Nancy erbij had. Via die gevoelens bereikte ze de herinneringen die Nancy aan de momenten van die foto's had maar waarvan zij zich niet bewust was. Het was … ondergesneeuwd. Heb ik dat al eerder gezegd? Ik weet het niet meer maar het lijkt me er een goed woord voor.'

'En jij denkt dat dat bij mij ook het geval is.'

'Ik heb het vermoeden van wel. Maar het is geen zekerheid. Ik weet het niet. Het kan. Het is mogelijk.'

Even sloeg Richard zelf aan het experimenteren maar al snel gaf hij het op. Hij was te moe en het denkwerk bracht verergering van zijn hoofdpijn met zich mee.

'Zoals ik al zei net,' onderbrak Max heel bewust het denken van Richard, 'kinderen slaan heel veel op, zijn gevoeliger. Bovendien ben jij bijzonder scherp. Een kind van jouw leeftijd dat al door heeft wat er thuis aan de hand is, dat is heel opvallend. Merkwaardig. Je hebt volgens mij meer opgeslagen van die avond dat Stan bij jou thuis gebracht werd en het gesprek tussen de volwassenen dan jij je nu kunt herinneren. En alles wat ik te weten kan komen over dat gesprek, over Stan, is belangrijk. Tenminste … dat idee heb ik.'

'Je zoekt naar aanknopingspunten en denkt dat ik die ergens hier,' en hij maakte het tikkende gebaar met zijn vinger tegen de zijkant van zijn hoofd zonder die vanwege zijn hoofdpijn werkelijk aan te raken, 'heb opgeslagen.'

'Ja. Een heel goede verwoording. Het zou het zoeken een stuk vergemakkelijken met een ooggetuigenverslag.'

'Maar ik was nog maar zes?'

'Kinderen letten vaak heel goed op. Kunnen soms een situatie of gebeurtenis veel beter beschrijven dan een volwassene omdat ze nog niet bevooroordeeld zijn. Ze nemen veel beter waar.'

'Oké. Maar waarom zouden we gaan zoeken? Wat is er te vinden in mijn eventuele antwoorden?'

'Ergens bekruipt mij nog steeds het gevoel, noem het intuïtie, dat er iets niet helemaal juist is. De beschrijving van die avond, en zoals ik al eerder zei het zondermeer accepteren van hem dat Stan zijn zoon is.'

'Maar wat schiet ik er allemaal mee op? Wat schieten wij er mee op? Kan het zijn dat het nog meer vragen gaat oproepen?'

'Ja. Dat zou kunnen. Maar wat ik voornamelijk wil proberen is om te achterhalen wie de moeder van Stan is.'

'Maar waarom?'

'Het is belangrijk, Richard.'

'Voor mij niet. Ik heb voor Stan gezorgd altijd alsof ik zijn vader en moeder ben.' Richard zuchtte. 'Nee, ik moet het anders zeggen. Ik was het. Ik ben het. Ik was degene die bij hem thuisbleef als hij ziek was. Ik verzorgde hem. Ik … '

Max begreep heel goed dat hij daar helemaal niets tegen in kon brengen. 'Ja. Daarin heb je gelijk. Jij hebt die taak op je genomen. Maar … een biologische band, ook al heeft Stans moeder die verbroken, kan soms heel belangrijk zijn. Voor geadopteerde kinderen is het vaak heel belangrijk, zeker als ze tiener en jongvolwassene zijn, om te weten wie hun werkelijke ouders zijn. De band met degenen door wie ze geadopteerd zijn kan nog zo goed zijn, kinderen willen vaak weet hebben van hun eigen herkomst.'

'En dan vooral waarom hun ouders ze weggegeven hebben?'

'De spijker op z'n kop, Richard. Dat vooral. En wellicht leeft dat helemaal niet bij Stan omdat hij … tja … laat ik jouw woorden maar gebruiken … omdat hij bijzonder is maar … '

'Het is goed. Ik begrijp dat jouw gevoel niet goed uit te leggen is. Maar ik weet ook dat gevoelens heel belangrijk zijn.' Richard gaf zich gewonnen maar plaatste wel een kanttekening bij het onderzoek dat Max aan het opstarten was. Hij zag de aarzeling bij Max maar uiteindelijk ook het knikje. De instemming die hij wilde. 'Dank je, wil je mevrouw Harper bellen voor een afspraak?'

'Dat doe ik, Richard. Ik vraag haar of ze hier heen wil komen.'

'Ik zou graag willen dat jij en Edith er bij zijn.'

'Dat is goed. En Stan?'

'Nee. Beter van niet. Hij heeft zelf helemaal geen herinneringen aan zijn moeder volgens mij en het is beter dat zo te houden. Voorlopig in elk geval. Bovendien … ik kan me voorstellen dat niemand herinneringen wil hebben aan een moeder die je na twee jaar zomaar ergens dropt. Tenminste … dat geldt voor mij. Nou ja … ik weet het ook niet. Niet zeker in elk geval. Ik … moeilijk.'

'Het is misschien goed om het aan hem zelf over te laten.'

'Dat denk ik niet. Als hij vragen stelt over zijn achtergrond en wij weten die antwoorden dan zullen we ze hem geven. Ben je het daarmee eens?'

'Ja. En nu ga je slapen. Over twee uur maak ik je wakker voor het eten.'

'Ik wil Nick nog even bellen om hem te bedanken.'

'Vind je het goed dat ik dat doe? Ik heb nog wat vragen voor hem en hij moet het laatste gedeelte van ons plan in werking stellen.'

Moe als hij was liet hij zich zonder tegen te stribbelen overhalen. 'Ja, dat is goed.'

Max haalde nog een glas water en een nieuwe pijnstiller en daarna liet hij Richard alleen. In de woonkamer pakte hij de telefoon op en tikte het nummer in van Nick dat hij van Richard had gekregen. Vrijwel meteen werd er opgenomen.


* * *

Toen Richard wakker werd was dat op een vreemde manier. Het eerst waren er de zachte geluiden in de slaapkamer. Eerst kon hij ze niet thuisbrengen maar nadat hij een tijdje had geluisterd, herkende hij het. Het was het omslaan van papier als in de bladzijden van een boek of een tijdschrift. Max zat dus waarschijnlijk opnieuw in de stoel bij het raam. De toewijding van Max en Edith vond hij heel bijzonder. Natuurlijk wisten ze na die verstoorde nachtrust van zijn nachtmerries en hij begreep heel goed dat ze zo snel mogelijk bij hem wilden zijn als het weer zou gebeuren maar zoiets zouden ze toch niet steeds kunnen doen? Nee. Natuurlijk niet. Misschien deed hij het alleen nu omdat zijn lichaam ook nog moest wennen aan de medicijnen die hij noodgedwongen moest nemen. Hij moest uitrusten. Hij moest herstellen en wel zo snel mogelijk! Zijn ogen had hij al die tijd nog gesloten gehouden. Eerst waren er dus de geluiden geweest en toen de gedachten. De geuren kwamen pas nadien. Werd er gekookt? Maar … wie deed dat dan? Niet mijn probleem, zo sprak hij zichzelf toe. Hij kon nog rustig een tijdje hier blijven liggen en wat nadenken met zijn ogen dicht want zodra hij ze zou openen zou Max dat merken, zo had hij het idee. Opnieuw liet hij van alles de revue passeren. En opnieuw vond hij geen pasklare antwoorden. Hij wist niet hoe hij het zou moeten aanpakken. Hoefde misschien ook nog niet. Voorlopig was Stan veilig en dat was het allerbelangrijkste. Later zou hij wel bekijken hoe het verder zou moeten. Voorlopig konden ze, zo had hij begrepen, hier een tijdje blijven. In elk geval totdat hij opgeknapt was en dan zou hij een andere woning moeten gaan zoeken om samen met Stan daar te kunnen gaan wonen. Maar … Het denken leverde hoofdpijn op. Hij opende zijn ogen met een diepe zucht. Verdomme! Knallende hoofdpijn! Nergens voor nodig ook. Waarom liet hij nou niet gewoon even de boel de boel zoals Max hem had aangeraden? Waarom moest hij nu oplossingen bedenken voor dingen die mogelijk zouden kunnen gaan gebeuren?

'Heb je goed geslapen?'

'Ja.'

Aan de rimpels in zijn voorhoofd en het knijpen met de ogen zag Max dat de jongen last had van hoofdpijn en hij vroeg ernaar.

'Mijn eigen schuld,' erkende Richard ruiterlijk. 'Ik was al eventjes wakker en genoot van de rust maar … daarna kwamen ook heel snel allerlei gedachten.'

'Mijn excuses dat ik je onderbreek maar is je hoofdpijn erger geworden?'

'Ja. Maar nogmaals, mijn eigen schuld.'

'Niet nodig om zoiets te zeggen. Ik haal even een pijnstiller voor je.'

Richard had nog iets willen zeggen maar Max was al weg. Bovendien zou het geen zin gehad hebben om te zeggen dat hij die niet wilde. Nou ja … misschien was het beter om die pijnstiller gewoon in te slikken, zonder commentaar, zonder erbij na te denken.

'Een glas water en een pil,' zei Max en keek toe hoe Richard zonder tegenwerpingen, iets wat hem enorm meeviel, de pijnstiller in zijn mond nam en inslikte met een flinke slok water. 'Ik schuif even mijn stoel weer aan.' En dit keer werd het echt schuiven. Het tillen dat hij eerder gedaan had, was hem niet goed bevallen. Hij ging zitten en pakte het eerdere, korte gesprek heel eenvoudig weer op. 'En die gedachten gingen met je aan de haal?'

'Dat is een mooie omschrijving maar … ook weer niet want het lijkt dan of de schuld ligt bij die gedachten en dat is natuurlijk niet zo.'

'Heel scherp opgemerkt, Richard.'

'Zo is het toch? Ik ben degene die die gedachten heeft toegelaten en er iets mee is gaan doen. Ik houd er niet van om de schuld van me af te schuiven.'

'Maar is het wel helemaal jouw schuld?' Max plaatste met twee vingers van elke hand aanhalingstekens rond het laatste woordje van zijn zin.

'Ja! Ik zou ook gewoon eventjes niet kunnen denken. Alles loslaten. Toch?'

'Hebben ze jou thuis ooit die mogelijkheid geboden?'

Die vraag liet hij even op zich inwerken. Maar het antwoord, als je dat wilde vatten in een simpel "ja" of "nee", wist hij al. Het zou een ontkenning worden. Want thuis had hij nooit echt de gelegenheid gehad om los te laten. Altijd waren al zijn zintuigen tot het uiterste gespannen geweest om tekenen van mogelijk gevaar te herkennen. Geluiden vanuit de tuin als hij wist dat Stan en hij daar waren. Bewust niet echt diep slapen zodat hij toezicht kon houden op zijn broer. Plotselinge armbewegingen van hem die mogelijk inhielden dat je een klap zou krijgen. Altijd tot het uiterste aanwezig omdat hij steeds gefocust moest zijn op mogelijk gevaar.

'Ik begrijp dat je niet met een antwoord komt. Het is moeilijk voor je maar wel duidelijk voor mij. Als onze kinderen thuiskwamen van school riep één van het stel altijd "We zijn thuis", gewoon omdat ze dan wisten dat er iemand voor hen zou zorgen. Thee of iets anders op tafel een koekje erbij, praten over de schooldag. Edith, ik of een van de vaste oppassen was er altijd. Bij jou? Hoe ging het daar?'

Richard snoof. 'Wij hielden ons zo stil mogelijk. Bang als we waren dat we één van beiden zouden storen. Vooral niet struikelen over de rotzooi. Stan was en is niet altijd even handig. Kan hij niets aan doen. Maar bij het binnenkomen zorgden we ervoor zo weinig mogelijk lawaai te maken.'

'Dat bedoel ik dus. Jouw thuis kun je geen thuis noemen. Kinderen die zich niet durven melden als ze weer terug zijn van school, dat is niet goed. En hoe zou jij je kunnen ontspannen in zo'n situatie? Alleen maar petje af voor jou, jongen. Je hebt je ondanks de situatie thuis ontwikkeld tot een prachtig persoon. Tot een verantwoordelijke volwassene. En dat is sterk! Heel sterk! Jarenlang ben ik onderwijzer geweest op de Elementary School. Het was het begin van mijn carrière in het onderwijs. En ik haalde, na verloop van enkele jaren, feilloos de leerlingen eruit die met problemen rondliepen. Leren kun je alleen maar als je goed in je vel zit. Als je weet dat het niet erg is om fouten te maken. Bestraf je als leraar een fout, dan zal een kind bang worden om een volgende fout te maken en juist omdat het kind, na een strenge berisping, dan gespannen wordt, zal het nieuwe, meer, fouten maken. Natuurlijk gaat dat niet voor elke leerling op. Uitzonderingen bevestigen nou eenmaal de regel. Maar wat ik wil zeggen is dat je alleen maar dingen kunt leren als je de mogelijkheid daartoe krijgt, Richard. Wij hebben onze kinderen heel veel dingen kunnen leren. Hebben dat gedaan omdat je als kind, puber, jongvolwassene nou eenmaal dingen moet leren. Als je niet openstaat om te leren, kom je nergens. De manier waarop wij onze kinderen dingen geleerd hebben, hing onder andere af van de leeftijd. Een jong kind doe je dingen voor. Praten heeft daarbij vaak nog geen nut. Langzamerhand verandert de manier waarop je kennis overdraagt. Maar … het moet naar mijn mening altijd zo zijn dat een kind, in welke leeftijd dan ook, mag weten dat het fouten mag maken. Een fout is geen overtreding waarop een straf staat. En ja … dat heeft natuurlijk ook weer grenzen. Toen onze kinderen veertien waren kregen ze een maandelijkse toelage van ons. Daarmee moesten ze uitkomen voor alles wat ze wilden doen. Natuurlijk gaven wij begeleiding. We legden hen uit hoe ze het zouden kunnen aanpakken. Gaven bijvoorbeeld aan dat ze er rekening mee moesten houden dat ze op een gegeven moment, bij de wisseling van de seizoenen, nieuwe kleren zouden moeten kopen. En … dat ze dan dus geld daarvoor moesten hebben. En natuurlijk waren ze bijna allemaal eigenwijs genoeg, eentje uitgezonderd, om alle goede raad naast zich neer te leggen en om na drie weken bij ons aan te kloppen met de mededeling dat hun geld voor die maand op was.'

Richard moest glimlachen omdat hij het zich helemaal kon voorstellen hoe zoiets gegaan was.

'Natuurlijk moesten wij ook glimlachen en het was onze stelregel om een eerste keer met de hand over het hart te strijken, ze extra geld te geven maar wel met de waarschuwing dat het eenmalig was. We probeerden hen ook zover te krijgen dat ze gingen kijken hoe het kwam dat het geld "ineens" op was. Voor de meeste van onze kinderen was dat voldoende. Ze hadden geleerd dat het vervelend was om bij je ouwelui aan te moeten kloppen omdat je portemonnee leeg was. En bovendien zaten ze natuurlijk niet te wachten op een preek. Het werkte niet altijd. Twee van de vijf bleven problemen houden en dan stelden wij een intensievere begeleiding voor omdat wij niet van plan waren steeds bij te passen. Dan werd de uitgifte van geld bijvoorbeeld niet eenmaal per maand maar per week geregeld. En dat werkte dan ineens beter. En het ging natuurlijk niet alleen op voor omgaan met geld. We hebben hen geprobeerd een stuk zelfstandigheid bij te brengen, wetende dat ze de fout in konden gaan. Maar ook steeds duidelijk makend naar hen toe dat een fout maken geen probleem was. En onze kinderen hadden het relatief gezien gemakkelijk. Ze hadden niet de zorgen en problemen waar jij voor stond, Richard.'

'Maar als ik dat gebruik als een excuus … is dat dan niet net zoiets als de schuld ergens anders leggen dan waar hij hoort?'

'In mijn ogen niet. Maar ook dat is iets wat je zult leren inzien, zo denk ik. Je kunt niet alles van vandaag op morgen leren. En die hoofdpijn van jou is misschien een probaat middel om je non-stop denken tijdelijk uit te schakelen. Maak er gebruik van, zo zou ik zeggen.'

'Dank je.'

'Waarvoor?'

'Voor alles wat jij en Edith voor mij hebben gedaan.'

'Ach, kom!'

'Nee. Misschien moet jij, moeten jullie, ook eens bedankjes in ontvangst leren nemen.'

'Ja. Je hebt gelijk. Misschien moeten Edith en ik dat nog leren. Maar alleen als jij mij belooft dat je ons niet steeds blijft bedanken voor van alles en nog wat.' Max wachtte op een antwoord en toen dat naar zijn mening niet snel genoeg kwam, vroeg hij: 'Beloofd?'

'Ja.'

'Oké. Denken is op zich niet slecht. Je kunt je hersenen gebruiken als een gereedschapskist. Heb je het nodig, dan haal je het tevoorschijn en gebruik je die dingen die je nodig hebt. Als de klus geklaard is, berg je het weer op en gaat de kist terug naar de schuur of waar je hem ook maar hebt staan.'

'Dus niet steeds denken maar alleen gericht? Begrijp ik het zo goed?'

'Ja. Het is constructiever.'

Richard keek Max aan. 'Zit je met iets? Is er een probleem?'

'Kun je dat zien?' vroeg Max verbaasd.

'Nou ja … nou ja … klinkt misschien stom maar ik … ja … ik denk dat ik het aan je gezicht kan zien.'

Inderdaad. Max zat met iets. Het telefoongesprek dat hij met Nick had gevoerd was goed geweest. Hun bondgenoot in Canada had precies gedaan wat ze hadden afgesproken. Nadat hij Stan had afgeleverd op het vliegveld was hij teruggereden naar Metchosin en had daar bij de politie, met het formulier dat door Max was opgesteld en door Richard ondertekend, aangifte van de mishandeling van Stan gedaan. Tot zover alles volgens plan. Maar er was ook iets geweest dat hij totaal niet had verwacht in de berichtgeving vanuit Canada. 'Er is inderdaad iets maar … ik weet niet of ik het je moet vertellen. Je hebt namelijk vanmiddag nog gezegd dat je van het hele onderzoek dat ik aan het opstarten ben pas iets wil weten als ik alle antwoorden verzameld heb.'

'Ja,' Richard bevestigde dat wat hij aan Max had aangegeven. Hij hield niet van halve antwoorden. Die zouden alleen maar nieuwe vragen oproepen en daar zat hij niet op te wachten.

'En toch … toch denk ik dat ik even om die belofte heen moet. Ik … het is belangrijk … denk ik.'

Het was duidelijk te zien dat het Max hoog zat. Datgene waar hij het over had, moest belangrijk zijn. 'Oké, ik ga op jouw mening af. Als jij denkt dat het belangrijk is voor mij om te weten dan … vertel het dan maar.'

'Zeker weten? Want ik houd er absoluut niet van om een gedane belofte te verbre… '

'Dat begrijp ik maar als het echt belangrijk is … dan wil ik het weten ook.'

Max begon voorzichtig. Legde uit dat Nick alles volgens plan had gedaan. Dat de aangifte in Metchosin was opgenomen maar dat het toch allemaal iets anders was verlopen dan ze vooraf hadden gedacht.

'Wat was er dan?' klonk het ongeduldig nu uit Richards mond.

Max besloot omzichtig te blijven en haar te benoemen zoals de jongen altijd had gedaan, ook al was dat voor hem minder natuurlijk. 'Toen Nick aankwam en de wachtcommandant achter de balie de naam van Stan in onze tekst zag, werd hij meteen meegenomen naar een kamertje. Daar kwam even later een inspecteur om met hem te praten.'

Onrust, dat is wat Richard ineens voelde. 'Alles is toch wel goed, hè? Stan zit gewoon in het vliegtuig en is onderweg hierheen, toch?'

Max stelde hem gerust en verzekerde hem dat zijn broer echt onderweg was. 'Dat is allemaal goed gegaan.'

'Ik snap het niet!'

'Ik klets erom heen. Sorry. Ergens in de ochtend heeft zij een bezoek gebracht aan het politiebureau waar Metchosin onder ressorteert.'

'Die aan Atkins Avenue.'

'Ja. En daar heeft zij aangegeven dat zij er weet van heeft dat Stan een tijdje bij zijn oudere broer in de Verenigde Staten zal zijn.'

Verbazing. Grote verbazing want hij snapte er helemaal niets meer van. Maar hij wilde niet met vragen blijven zitten. Hij moest antwoorden hebben. 'Waarom? Waarom heeft ze dat gedaan?'

'Ik weet het niet, jongen. Maar … ik denk dat het wel gunsti.. '

'Waarom zou het gunstig zijn!'

'Probeer rustig te blijven, Richard. Ik bemerk dat je je boos maakt. Zie ik dat goed?'

Inderdaad, Richard was boos. Alles was door hem, Edith en Max uitstekend gepland en nu … nu had zij zich er ineens mee bemoeid en zou het goed zijn!'

'Laat het los, Richard. Misschien had ik erover moeten zwijgen. Het voor me houden. Dan zou jij nu niet zo boos zijn.'

'Flauwekul! Ik snap gewoon niet waarom zij het heeft gedaan!'

'Ik ook niet.'

Maar er was nog meer dat Richard niet snapte. 'Wanneer heeft ze dat gedaan? Zei je niet in de ochtend?'

Max knikte.

'Ik snap er gewoon niets van. Stan heeft gezegd dat hij pas belde toen zij beiden van huis waren. Toen pas durfde hij te bellen.'

'Het kan zijn dat ze terug naar huis gekomen is en daar het briefje heeft gevonden dat Nick er had achtergelaten.'

'Ja. Moet wel want anders begrijp ik het helemaal niet meer. Maar … in al die jaren heb ik nog nooit meegemaakt dat zij terug naar huis is gegaan voor iets. Ze is niet vergeetachtig of zo. Goed georganiseerd juist. Nog nooit heeft ze dat gedaan.' Een vreemd gevoel maakte zich van hem meester. Het was raar. Vreemd. Bijzonder. Het gedrag van haar was niet te verklaren. 'Maar … dan heeft ze dus geweten dat ik niet ergens in Canada was maar in de Verenigde Staten want dat stond niet in ons briefje.'

'Ja. Daar lijkt het op. Enig idee hoe ze dat zou kunnen weten?'

Een antwoord kwam snel: 'De enige manier waarop ze daar achter heeft kunnen komen is door te weten met welke veerboot ik het eiland heb verlaten.'

'Gaat er één veerboot naar de V.S?'

'Nee, meerdere. Naar diverse plaatsen maar … ze heeft geen plaats genoemd toch?'

'Je hebt gelijk. Ze heeft alleen het land genoemd.'

'Maar … die verklaring van haar heeft er nu voor gezorgd dat Stan zonder problemen mee kon naar hier?'

'Het is in elk geval handig. Ik denk dat hij sowieso mee had gekund omdat hij net als jij Amerikaans staatsburger is maar het is goed dat één van zijn … dat zij verklaard heeft dat zij achter dat plan staat.'

Moest hij haar dankbaar zijn nu? Ook dat voelde vreemd voor Richard. Hij voelde hoe een huivering over zijn rug trok. Bewust schudde hij het van zich af. 'Ik weet het niet.'

'We weten niet waarom zij het heeft gedaan, jongen. Laten we het daar op houden. We begrijpen het niet omdat we haar niet kennen. Niet weten wat zij ermee voor heeft. Zullen we het afsluiten?'

Richard was het daar helemaal mee eens. Hij wilde er geen minuut langer over nadenken meer en knikte naar Max.

'Ben je moe nu?'

'Nee, dat valt mee.'

'Als je moe bent moet je dat gewoon zeggen hoor en anders wil ik graag een boom met je opzetten.'

Richard keek hem vragend aan. Hij snapte dat wat Max bedoelde niet.

'Is dat typisch Amerikaans die opmerking?' vroeg Max toen hij zag dat het niet gesnapt werd.

'Ik snap het in elk geval even niet.'

'Ik bedoel dat ik graag even met jou wil praten over wat jouw ideeën zijn geweest over de toekomst van Stan en jou. Het kan nog mooi want Anna is nog maar net begonnen met het eten. Tenminste,' zo voegde hij er aan toe, 'als jij dat wilt? Je mag gerust nee zeggen. Het is jullie leven en je hoeft mij niet overal in te kennen.'

Richard voelde het absoluut niet als een verhoor of zoiets. Hij merkte de daadwerkelijke interesse van Max op en vond het fijn om zijn gedachten over de toekomst van zijn broer en hem te toetsen. Want … had hij alles wel altijd goed gehad? Zaten er geen ondoordachte dingen in zijn plannen? 'Ja, dat is goed,' zo zei hij.

'Wat waren jouw plannen voor als je eenmaal afgestudeerd was en Stan hier naar toe had gehaald. Want dat was toch jouw bedoeling?'

'Ja. Dat was mijn opzet. Ik wilde dan samen met hem ergens gaan wonen hier. Niet in mijn studentenflat natuurlijk want die is te klein. We moeten beiden een eigen slaapkamer hebben, in elk geval. Het was mijn bedoeling om het werk dat ik nu al doe voor Fred in eigen beheer te doen.'

'Computerbeheer dus.'

'Ja. Ik heb het idee dat heel veel mensen het fijn vinden als je bij hen thuis komt daarvoor. Zelf vind ik dat ook prettig. Je ziet dan namelijk ook hoe mensen met hun apparatuur omgaan en tegen welke problemen ze aanlopen.'

'Ja. Dat kan ik me heel goed voorstellen. Vandaar ook mijn uitnodiging aan jou. En wilde je ook nog verder studeren daarnaast?'

'Nee. Ik denk niet dat ik daar de mogelijkheid voor zal hebben. Er moet geld op de plank komen en ik zal degene zijn die dat moet verdienen. Maar de hardop uitgesproken gedachten van Fred en zijn voorstel naar mij toe hebben alles wel wat aan het wankelen gebracht.'

'Dat begrijp ik. Het is een erg aanlokkelijk aanbod, nietwaar?'

'Ja. Eentje waarover ik nog niet heb willen nadenken eigenlijk.'

'Vanwege de onrust die dat waarschijnlijk zal brengen in je hoofd en gedachten?'

Richard knikte. Dat was precies waar hij bang voor was. Alles wat hij bedacht had zou dan ineens heel anders kunnen zijn. Natuurlijk zou hij de eerste jaren nog niet meteen volledig financieel verantwoordelijk zijn. Zo had Fred het gebracht in elk geval. Eerst zou hij Freds werknemer zijn als filiaalhouder hier in Monterey en pas later zou hij de zaak echt overnemen. Het was een opstapje naar, als het ware. Maar toch … toch was het anders dan hij ooit gedacht had en … dat zorgde ervoor dat hij het zou moeten overdenken.

'Richard,' zo sprak Max terwijl hij de jongen heel rustig tegen zijn onderarm tikte, 'spreek je gedachten uit. Blijf er niet mee in je hoofd zitten. Deel ze met me, als je dat wilt. Het zal je opluchten.'

En omdat Richard dat ook zo voelde bracht hij dat wat hij eerder in zijn hoofd had laten rondspelen onder woorden en breidde hij het uit. Gaf hij Max inzicht in het hele plaatje dat hem bezig hield met daarin ook heel duidelijk de zorgen om Stan. Stan die bijzonder was. Die nooit echt goed onderwijs had gehad omdat hij nooit getest was. Nooit was er onderzocht waarom Stan bijzonder was en als dat wel zou gebeuren zou hij misschien nog kunnen groeien. Opbloeien. En dat zou misschien een stukje van zijn voortdurende zorgen om zijn broer weg kunnen nemen.

Dat Richard zich enorme zorgen om Stan maakte was duidelijk voor Max. Hij begreep dat volkomen. Voor hem was duidelijk dat ze Stan zouden moeten onderzoeken. Natuurlijk alles heel voorzichtig. Alles in kleine gedeelten. In een voor de jongen veilige omgeving. En dan kijken wat er met hem te bereiken viel. Ook om Richard enigszins te ontlasten, want het kon natuurlijk niet zo zijn dat Richard alles alleen zou moeten opknappen.

'Oh ja, dit moet ik je in elk geval nog vertellen over Stan,' zei Richard nadat zijn woordenstroom was opgedroogd. 'Het is belangrijk.'

Tot de volgende keer…



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 22 september 2017 07:54

Hoofdstuk 16

Richard werd wakker van een geluid dat hij in eerste instantie niet herkende. Toen hij het even op zich had laten inwerken, wist hij het te plaatsen: het zachte gesnurk van Stan. Hij draaide zijn hoofd in de richting van het andere bed en op dat moment overvielen allerlei emoties hem. Hij voelde zich opgelucht dat het Edith en de anderen gelukt was om Stan veilig hierheen te brengen. Blijdschap omdat de arts, waar Stan na aankomst op het vliegveld heen had gemoeten, hem ook weer had laten gaan; er was dus niets ernstigs met hem aan de hand. En naast die blijmoedige gevoelens was er ook verdriet; verdriet dat zich liet kennen door de tranen die langzaam uit zijn ooghoeken liepen. Hoe zou alles nu verder moeten? De avond ervoor had hij uitgebreid met Max gepraat. Eerst in de slaapkamer en later ook nog aan tafel waar hij maar heel erg weinig van het heerlijke eten dat Anna had gemaakt op had gekund. Een knoop in zijn maag had hem verhinderd er echt van te kunnen genieten. Noch Anna, noch Max had er iets van gezegd dat hij maar zo weinig had gegeten. Hij had hun liefde en bezorgdheid echter wel gevoeld. En dat laatste voelde rot. Hij wilde niet dat anderen bezorgd om hem waren. Hij had zich altijd zelf kunnen redden! Was altijd sterk geweest! En nu … nu kon hij dat eventjes niet. En wat als ze er ooit achter zouden komen? Wat dan? Moest hij zijn plannen om zich in Monterey te vestigen nu al opgeven of … of toch maar eerst wachten en aanzien wat ervan zou komen. In elk geval zou hij niet te veel moeten loslaten. Voorzichtig moeten zijn met dat wat hij vertelde. Het voelde hartstikke goed om van je af te kunnen praten maar … Nee. Niet alles zouden ze mogen weten.

Hij knipte het lampje naast zijn bed aan en draaide daarna zijn hoofd weer in de richting van zijn broer. Hij lag er rustig bij en sliep diep. Berty de beer zat in de stoel bij het raam waar Max eerder had gezeten en op het tafeltje stond de grote, houten kist met Stans verzameling stenen. Richard glimlachte. Ineens sloeg Stan toch zijn ogen open.

'Hé, Rich! Ben je wakker?'.

'Ja. Heb ik je wakker gemaakt toen ik het licht aandeed?'

'Weet niet,' zei Stan en viel stil. 'Maar het was echt geweldig, man! Ik heb walvissen gezien en in een vliegtuig gezeten! Ik mocht naast de piloot en heb ook mogen sturen!'

'Echt?'

'Ja, man!' Stan sloeg het dekbed weg en liep om de bedden heen om bij Richard op de rand van diens bed te gaan zitten. 'Het was echt zo mooi! En Nick heeft me heel goed geholpen. We zijn eerst naar zijn huis geweest en daarna naar het natuurreservaat. Hij heeft me heel veel mooie dingen laten zien.'

'Leuk, Stan,' antwoordde Richard terwijl hij zijn broer, die gekleed was in een witte wijde short en wit T-shirt, goed in zich opnam. Het waren ongetwijfeld geleende spullen maar dat deed er niet toe. Anna had, ergens in de loop van de dag, zijn eigen kleren opgehaald maar vanwege zijn arm droeg hij nog steeds een geleend pyjamajas. 'En hoe vind je het hier?'

'Leuk!'

'Het was al erg donker zeker toen jullie hier aankwamen.'

'We waren laat. Hebben nog iets gedronken. Zijn toen snel gaan slapen. Eerst heb ik gedoucht maar niet hier. In een andere badkamer. Ze hebben er wel zes, zei Edith! Wie heeft er nou zes badkamers!'

'Het is een groot huis, Stan. En er hebben hier heel veel verschillende mensen gewoond.' Op het moment dat hun gesprek opnieuw stil viel, keek Richard zijn broer heel goed aan. Hij zag de blauwe plekken op zijn armen en op zijn gezicht, het blauwe oog dat nog grotendeels dicht zat, een wond in zijn hals. Verdomme! Waarom had hij Stan niet kunnen helpen dit keer? Maar nu moest hij sterk zijn voor Stan! Hij mocht niet huilen hoewel hij dat heel erg graag wilde. Hij pakte de hand van Stan beet en vroeg: 'Gaat het goed met jou? Zei de dokter nog iets bijzonders over jou?'

'Ze hebben foto's gemaakt maar alles was goed. Ze hebben nieuwe pleisters geplakt maar dat hadden Nick en Edith ook al gedaan.'

'Je bent sterk, broer!'

'Ja.'

'Ik ben eventjes niet zo sterk als ik wel zou willen maar dat komt wel weer goed.'

Er werd op de deur geklopt. Stan wilde snel terug naar zijn bed gaan maar Richard hield hem tegen door zijn hand stevig vast te houden, en riep zachtjes: 'Binnen'.

'Alles goed hier?' vroeg Max die zijn hoofd om de hoek van de deur stak.

'Ja. Ik was wakker geworden,' zei Richard, 'van het snurken van Stan.'

'Ik snurk niet,' verweerde Stan zich.

'Echt wel!' plaagde Richard hem met een brede glimlach op zijn gezicht.

Max keek de broers aan en moest glimlachen. Dit zag hij graag. Ze lachten en dolden met elkaar en dat was een goed teken. 'Ik heb mijn uurtjes slaap erop zitten. Iemand zin in een vroeg ontbijt?'

'Ja!' riep Stan en stond op van Richards bed. Maar toen Richard niet reageerde keek hij hem aan en zei: 'Jij niet?'

'Nee. Ik ga nog even wat slapen. Maar ga met Max mee en eet wat. Je hebt het nodig. Je bent nog in de groei.'

Max haalde een badjas uit de kast en reikte die de jongste van de twee broers aan. 'Kom, Stan,' moedigde hij de jongen aan toen hij toch enige twijfel op diens gezicht meende te bespeuren, 'laat me maar eens zien hoeveel honger je hebt.' En dat zorgde ervoor dat Stan met hem meeging.

Het leek goed te gaan met Stan, zo overdacht Richard, toen hij weer alleen was. Hij had in elk geval zijn eetlust nog.

* * *

Tegen zes uur werd Richard opnieuw wakker. Het was nog niet licht buiten. Stan lag nu op zijn linkerzij van hem afgedraaid. Dit keer snurkte hij niet. Richard glimlachte en drukte op de knop van de bel naast zijn bed.

'Goedemorgen,' fluisterde Max toen hij de kamer binnenkwam. 'Meneer, heeft gebeld?'

Richard moest glimlachen. 'Ja. Ik moet naar het toilet en heb nu wel zin in wat eten.'

'Kom, dan help ik je,' zei Max en zorgde ervoor dat Richard zonder al te veel pijn uit bed werd geholpen. 'Gezien Doornroosje in het andere bed lijkt het me beter om van een ander toilet gebruik te maken. Vind je niet?'

Richard was het met hem eens en daarom maakte hij even later gebruik van het toilet in de hal. Toen hij klaar was, liep hij met Max naar de keuken.

'En hoe vond je broer het hier?'

'Hij was enorm verbaasd over het aantal badkamers.'

Max schoot in de lach. 'Gisteravond ook al,' zei hij. 'Edith vertelde hem het een en ander over ons huis en hij kreeg ogen als schoteltjes toen hij het aantal slaap- en badkamers hoorde.'

'Ons wereldje is altijd klein geweest,' zei Richard terwijl hij aan tafel ging zitten.

'Wat wil je eten?'

'Hebben jullie muesli in huis?'

'Zeker wel. Fruit en honing erbij?'

'Graag.'

Even later zaten ze elk met hun ontbijt voor zich aan tafel.

'Weet je dat je uiterlijk helemaal niets lijkt op Stan.'

'Ja. We hebben beiden zwart haar maar verder is er geen enkele overeenkomst, hè?'

'De haarkleur is dan wel gelijk maar … er zit toch ook duidelijk een verschil in. Het heeft te maken met de glans erin. Tenminste … zo zie ik dat. Toen ik Stan gisteravond voor het eerst echt zag was ik enorm verbaasd. Nou is het natuurlijk niet altijd zo dat broers of halfbroers op elkaar lijken maar vaak zie je toch wel iets dat overeenkomt maar bij jullie twee heb ik dat nog niet kunnen ontdekken.'

'Verder zoeken heeft ook geen zin. Ik heb het vaak genoeg gehoord dat er tussen ons beiden geen gelijkenis is. Ik… ' Richard viel stil. Hij nam een nieuwe hap van het eten in zijn kom en zei, toen hij dat goed gekauwd en doorgeslikt had: 'Als ik op een van hen lijk dan is het op… op haar. Stan lijkt het meest op hem. Maar dat is alleen maar lichamelijk. Zij is slank en hij breed. Een echte gelijkenis is er ook met hen niet volgens mij. Tenminste … het is mij nooit opgevallen.'

'Stan is groot. Breed in de schouders en enorm sterk, lijkt me.'

'Dat is ook zo. Een partijtje stoeien met hem leidt er steevast toe dat ik verlies en dat is al heel wat jaren zo. Ik ben dan wel zijn grote broer maar al jaren een flink aantal centimeters kleiner. En voorlopig zal dat alleen nog maar meer worden want ik vraag me af wanneer hij stopt met groeien.'

'En een eetlust!' sprak Max, grote verbazing leggend in zijn stem.

'De onkostennota zal straks erg hoog zijn, zo denk ik.'

'Onkostennota?'

'Nou ja … ik heb wel wat geld natuurlijk en ik kan best wat teru… '

'Richard! Houd op! Je weet heel goed wat Edith en ik daarvan denken.'

'Ja maar … '

'Nee! Geen woord meer over dat onderwerp. Jullie zijn hier te gast en gasten breng je helemaal niets in rekening.'

'Sorry. Ik weet eigenlijk niet waarom ik daar telkens weer over begin.'

'Ik wel. Je bent altijd gewend geweest om voor alles te zorgen. Je hebt altijd baantjes gehad om geld te verdienen zodat jij en Stan ook leuke dingen konden doen. Zelfs toen je klein was, zo vertelde je, deed je al boodschappen voor iedereen in de buurt om iets te verdienen. En dat onafhankelijk willen zijn, dat zit er nog steeds in. Heel goed op zich maar, zoals Edith en ik al eerder hebben gezegd, nu is het tijd voor iets anders.'

Richard haalde zijn neus op. Niet omdat hij verkouden was maar omdat er even weer emoties naar boven kwamen. 'Ja. En ik weet dat ik daarvan gebruik moet maken op dit moment. Ik ben een wrak. Ik kan helemaal niets.'

'Je kunt genoeg, Richard, maar alles wel heel erg gedoseerd.'

Richard kon het alleen maar beamen. Daarna kwam een vraag die te maken had met het onderzoek dat Max wilde opstarten. 'Dat onderzoek … dat is gericht op Stan, nietwaar?' Een knikje van Max was voldoende voor hem om door te gaan. 'Hoe werkt zoiets? Weet je dat?'

Snel maakte Max zijn mond leeg. Hij vond het fijn om te vertellen. 'Eerst gaat het alleen maar om bureauwerk. Saai werk, eigenlijk. In dit geval gaan ze ongetwijfeld beginnen met zijn geboortedatum en –plaats. Dat is iets wat we weten, nietwaar?'

Ja. Dat was een vaststaand feit, zo overdacht Richard.

'En dan gaat het verder. Personen zoeken, naar gebeurtenissen en dat is vaak niet meer achter het bureau. Er moeten mensen gevonden worden die zich de moeder van Stan weten te herinneren. En door gesprekken kom je dan in de juiste richting.'

'En dat is het vinden van Stans moeder.'

'Dat is het uitgangspunt.'

Een bijzondere opmerking, vond Richard. Het voelde alsof er een "maar" zou volgen maar ook toen hij erop wachtte kwam het niet. 'Maar… ,' gaf hij toen zelf de voorzet.

'Edith noemde het eerder een puzzel. Maar het is heel anders dan een cryptogram of kruiswoordraadsel. Daarbij zoek je naar antwoorden die precies in de lege vakjes passen en ook nog eens overeenkomen met dat wat de maker van de puzzel heeft bedacht.'

'En bij zo'n onderzoek is dat anders.'

'Ja. De werkelijkheid kan anders zijn dan dat wat wij denken dat het is.'

'Klinkt cryptisch.'

'Ja. Je gaat zoeken maar soms kom je heel andere dingen tegen als je gaat graven. Het is net als met echt graafwerk. Je steekt je schep in donkere aarde maar weet niet wat er onder het oppervlakte ligt.'

'Met andere woorden, de uitkomst van zo'n onderzoek kan verrassend zijn.'

Max vond dat een prima verwoording. 'Precies, zo is het.'

'En dan?'

'Begrijp ik hieruit dat je restricties wilt verbinden aan het onderzoek?'

'Ik weet het niet. Ik weet niet of het altijd goed is om de waarheid te weten. Soms … kan die verwarrend zijn, teleurstellend of noem maar op … Kan toch?'

'Ja. Maar voor mij, en dat is natuurlijk heel persoonlijk, zou ik het toch heel fijn vinden om de waarheid te weten. Ook al is die wellicht niet dat wat ik ervan heb verwacht.'

'Stel … stel je vind Stans moeder. Wat dan? Word ze hem dan gepresenteerd zoals in zo'n tv-show waar de lang verloren persoon ineens vanachter een gordijn verschijnt?' vroeg Richard naar de bekende weg want hij wist dat Max dat nooit zo zou doen.

'Nee. Meer hoef ik eigenlijk niet te zeggen. Nee, is duidelijk. Misschien moet ik er "nooit" van maken en dat woordje dan gevolgd door heel veel uitroeptekens. Niet mijn stijl. De onderzoekbureaus die ik in ga schakelen rapporteren aan mij. Aan mij alleen. Ik rapporteer te zijner tijd, als er antwoorden zijn, aan jou. Als ik de moeder van Stan vind en zij wil contact met hem, dan beslist Stan daarover. En ik zeg heel bewust dat hij erover moet beslissen. Ik weet dat jij vaak beslissingen voor Stan moet nemen.'

'Hij heeft daar moeite mee.'

'Dat heb ik opgemaakt uit dat wat je mij over hem hebt verteld. En het is prima dat jij veel dingen voor hem wegneemt. Maar in dit geval zou ik echt zijn antwoord willen weten. En alleen met zijn antwoord ga ik dan verder. Ik ga niet om hem heen.'

'Duidelijk. Bedankt, Max. Ik … ik zeur.'

'Nee, je wilt duidelijkheid. En dat is belangrijk. Zijn er verder nog beperkingen die je wilt inbouwen in het onderzoek?'

'Nee … ik weet het gewoon niet … ik … ik wil je niet beperken. Ik geef jou de vrije hand. Je mag over alle tussenliggende stappen de beslissingen nemen.'

'Maar … als ik in gewetensnood kom over het een of ander. Wat dan?'

'Ook dan neem jij de beslissingen. Overleg eventueel met een ander maar niet met mij. Ik wil tijdens het onderzoek het liefst helemaal niets weten.'

'Dank je voor je vertrouwen in mij, Richard.'

'Heel iets anders. Heb je al een afspraak kunnen maken met mevrouw Harper?'

'Ja. Ze komt morgenmiddag. Zou Stan er bij moeten zijn?'

'Nee! Echt niet!' klonk het paniekerig. 'Sorry, dat klonk heel erg stom maar ik wil gewoon niet dat hij erbij is. Hij … '

Max begreep dat Richard zocht naar woorden. 'Zeg het op je eigen manier, jongen. Dat is de juiste manier.'

'Nu hij hier is, wil ik dat hij door niemand meer herinnerd wordt aan daar waar wij vandaan komen. Nooit meer! Hij moet het achter zich kunnen laten en dat zo snel mogelijk. Gewoon door het niet meer te benoemen.'

'Denk je niet dat hij misschien wel eens behoefte heeft om daarover te praten?'

'Dat zou kunnen,' verwoordde Richard de twijfel die in hem opgekomen was door de vraag van Max, maar hij voegde er meteen aan toe: 'Maar dan komt het uit hem zelf en dan is het goed. Dan geeft hij aan dat hij erover wil praten en dan kan dat. Maar als hij bij mijn gesprek met mevrouw Harper zal zijn, dan kan het zijn dat hij dingen hoort die niet goed voor hem zijn.'

'Heb je het idee dat hij zou kunnen gaan twijfelen over zijn eigen herkomst?' opperde Max.

Even moest Richard nadenken. 'Ja. Bijvoorbeeld dat. En dat wil ik niet.'

Max nam een hap brood en overdacht dat wat hij zo-even gehoord had. Maar al heel snel wist hij dat zijn mening er niet toe deed. Richard wist het beste hoe je met Stan moest omgaan, zo concludeerde hij. Richard had een jarenlange ervaring hoe om te gaan met zijn broer en was daarin dus de ervaringsdeskundige. 'Je hebt gelijk en kunt er verzekerd van zijn dat wij onze uiterste best doen om het verleden te laten rusten.'

'En als het een keertje niet lukt,' zo vond Richard een middenweg, 'is dat ook niet zo erg. Het kan toevallig eens ter sprake komen of hij kan binnenkomen terwijl jij en ik met elkaar praten of zo. Dan breien we het met elkaar wel weer recht.'

Max beaamde dit en inwendig juichte hij van pure blijdschap omdat Richard heel duidelijk het woordje "we" had gebruikt. Voor hem voelde het als een doorbraak. Het was niet langer "Richard tegen de rest van de wereld" maar de jongen had met dat kleine, tweeletterige, woordje heel duidelijk aangegeven dat hij het gevoel had ondersteund te worden. Een gevoel dat eindelijk geland was.

Tot de volgende keer…



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 29 september 2017 06:07

Hoofdstuk 17

'Vertel me eens over die dag,' klonk de ietwat hese, haast fluisterende stem van Jocelyn Harper. Het was de zoveelste vraag die zij die zondagmiddag aan de jongeman tegenover haar stelde. Toen zij aangekomen was had Edith haar begroet op de oprijlaan. Een vriendelijke, joviale begroeting zoals altijd omdat ze elkaar al heel lang kenden en dat ook privé. Ze had een stukje spanning gevoeld bij Edith. Ze begreep heel goed dat ze zich zorgen maakte over Richard, haar cliënt die zij straks zou ontmoeten. Heel bewust had zij Max, toen hij deze afspraak met haar had gemaakt, ervan weerhouden om dingen over de jongen te vertellen. Het was heel goed bedoeld van hem maar liever wist ze vooraf niets van haar cliënten, wilde ze zich zelf een beeld van hen vormen. In de woonkamer had ze kennis gemaakt met Richard. Hij had zich verontschuldigd voor het feit dat hij niet opstond om haar de hand te drukken. Goede manieren, zo concludeerde ze. Ze was bij hem gaan zitten en had een cafeïnevrije cappuccino gekregen. Richard dronk water, zo zag ze. Max was in de tuin met Stan, zo vertelde Edith haar, en straks zou de jongste van de twee broers met Nancy en Nathan de stad gaan bekijken. Tijdens het gesprek dat ze daarna met Richard aanknoopte − een gesprek over alledaagse dingen − moest ze de nodige moeite doen om ervoor te zorgen dat Richard haar bij haar voornaam noemde. Hij bleef haar maar steeds mevrouw noemen.

Toen Max en Stan binnenkwamen viel het haar meteen op dat Richards jongere broer helemaal niet op hem leek. Groter verschil was haast niet mogelijk. Richard was smal en klein waar Stan groot, en breed was. Handen als kolenschoppen had hij, zo bemerkte ze toen Stan haar de hand drukte en daarin iets te hard kneep. Buiten klonk er op dat moment de claxon van een auto en Max zei Stan dat dat Nancy en Nathan waren om hem op te halen. Even gleed er toen een waas over het gezicht van de jongen, zo bemerkte Jocelyn, en heel even zocht hij oogcontact met zijn broer.

'Het is goed, Stan. Zo hadden we het toch afgesproken?'

'Ja. Maar wil je niet liever dat ik hier bij jou blijf?'

'Nee. Het is goed dat jij de stad gaat bekijken. Dit is ons nieuwe thuis en je zult je hier moeten kunnen redden en daarom is het goed dat je met Nancy en Nathan gaat kijken hoe Monterey er uit ziet. Je hoeft helemaal niets te onthouden. Dat heb ik je gezegd. Vandaag ga je gewoon kijken. Zo hadden we het afgesproken. Weet je nog?'

'Ja. Het is goed. Ik ga.'

En weg was de jongen geweest. Ondanks dat grote lijf van hem was hij toch soepel en snel, zo oordeelde Jocelyn. 'Maak je je zorgen om hem?' vroeg ze toen Stan weg was.

'Ja. Stan is bijzonder. Wat hij precies heeft weet ik niet. Maar hij kan slecht leren. Nou ja … ik bedoel dat hij niet kan leren op het niveau dat leeftijdgenoten dat kunnen. Hij zal een achterstand hebben.'

'Maar hij is niet dom.'

'Nee. Bijzonder. Een beter woord om Stan te omschrijven is er volgens mij niet.'

'Richard en ik,' zo mengde Max zich in het gesprek, 'hebben afgesproken dat Stan nadat hij hier gewend is zal worden getest in de veilige omgeving van dit huis dat voorlopig het thuis van de jongens zal zijn.'

'Heel goed. Ik heb het gevoel dat er heel veel in hem zit maar dat dat nooit goed is aangeboord.'

Richard was verbaasd. Het was precies zijn mening. Ook hij had altijd gedacht dat als Stan goed begeleid was geweest hij tot veel meer dingen in staat was dan dat hij nu kon. 'Op grond waarvan denk je dat?'

'Zijn ogen. Toen jij hem zo-even herinnerde aan jullie afspraak, had ik de kans in zijn ogen te kijken. Hij heeft heel heldere ogen. Ogen die schrander zijn. Die openstaan voor dingen die hem op de juiste manier aangereikt worden.'

'Ja. Dat laatste is heel belangrijk.'

'Zeker weten! Eigenlijk geldt dat voor ons allemaal. We floreren het best als we dingen op de juiste manier aangereikt krijgen. Vind je niet, Max?'

'Ja. Helemaal mijn idee. Waarom denk je dat ik elk jaar zoveel tijd besteed aan onze nieuwe leerlingen?'

'Ik maakte maar een grapje, Max. Ik weet dat het een van jouw stokpaardjes is. Maar … nu gaan we iets anders doen. Ben je er klaar voor, Richard?'

'Ja.'

Ze was nog niet meteen begonnen omdat ze eerst het een en ander moest voorbereiden. Ze zette twee stoelen tegenover elkaar neer. Sloot de gordijnen en stak kaarsen aan. Ook gebruikte ze altijd wierook. Meestal patchouli: een heerlijke geur die ervoor zou zorgen dat ze niet ging zweven. Ze moest glimlachen om die omschrijving. Heel veel mensen dachten dat het hocus pocus was wat ze deed maar dat was grote flauwekul. Het was aards. Ze vroeg alleen maar, kreeg antwoorden en ging daarmee verder. Nieuwe vragen. Nieuwe antwoorden en zo steeds verder. Het enige wat ze deed was het naar boven halen van herinneringen die in iemands geheugen waren opgeslagen maar niet meteen beschikbaar. De resultaten waren meestal enorm verrassend voor degene die tegenover haar zat. Ze vroeg Max hoe zijn muziekinstallatie werkte. Toen hij de afspraak maakte had ze hem al gevraagd of het apparaat een USB-aansluiting had en dat was het geval geweest. Dat scheelde haar CD's meenemen. Max legde haar het een en ander uit en daarna stak ze de meegebrachte USB-stick in de ingang. Ze bediende de toetsen en zocht de map die ze vanavond wilde gebruiken. Vrijwel meteen daarna begon de muziek zachtjes te spelen. Ze wees Richard op een stoel en vroeg of hij daar wilde gaan zitten. De jongen kwam moeilijk overeind. Het was duidelijk dat hij pijn had. Ondanks de pijnstilling die volgens Edith erg sterk was, had hij nog pijn. Maar, zo dacht ze, is het alleen maar fysieke pijn? Richard ging tegenover haar zitten en op zijn verzoek bracht Edith hem een kussen die ze achter zijn rug deed en een flesje met water. Ze zag aan zijn gezicht dat het kussen ervoor zorgde dat hij beter zat. De muziek kabbelde rustig verder. Muziek om bij te relaxen. Muziek als achtergrond. Ze ging zitten en begon met haar uitleg. 'Probeer je zoveel mogelijk te ontspannen, Richard. Als het voor jou goed voelt mag je je ogen sluiten maar je mag ze ook open houden.' Ze wist dat hij ze open zou houden in het begin. Hij voelde zich nog niet genoeg op zijn gemak om zich volledig over te geven. 'Als je je slaperig gaat voelen, is dat heel gewoon. Je hoeft je niet te verzetten. Je mag slaperig zijn en gapen, als je dat wilt, omdat je toch wel antwoord zult geven op de vragen die ik stel. Bovendien geeft gapen een stuk ontspanning en als jij ontspannen bent, zal ik beter in staat zijn om aan te voelen welke kant ik op moet.' Een wat vage omschrijving, zo wist ze, maar ze had nooit een betere tekst kunnen vinden voor wat ze bedoelde en daarom bleef ze deze gebruiken. 'Dat wat ik doe staat nergens beschreven. Het is mijn invulling van mijn vak. Collega's zullen vraagtekens zetten bij hoe ik dit doe maar voor mij werkt dit goed. Begrijp je dat, Richard?'

'Ja.'

'Wat is je volledige naam?'

'Richard Maynard Donahue.'

'Op welke datum ben je geboren?'

'2 januari 1989.'

'Je woont hier in Monterey heb ik begrepen maar waar kom je vandaan?' Het antwoord kon ze niet goed verstaan maar er opnieuw naar vragen deed ze niet. 'Welke kleuren vind je mooi?'

'Groen is mijn favoriete kleur maar rood en blauw vind ik ook mooi.'

En zo ging ze een tijdje verder. Allerlei heel gewone vragen. Vragen om de jongeman die tegenover haar zat ietsjes beter te leren kennen voordat ze met hem het diepe insprong. Ook om hem te laten wennen aan haar stem. Te pogen hem zover te krijgen dat hij als in een automatisme zou antwoorden. Te reageren zonder dat hij zou gaan nadenken. 'Waarom heb je Edith en Max gevraagd bij ons gesprek aanwezig te zijn?'

'Omdat ze mij de afgelopen tijd tot een enorme steun zijn geweest. Zij kennen mijn levensverhaal en hebben daar heel erg mooi op gereageerd door hulp te bieden aan Stan en mij.'

Er volgden nog vele vragen en antwoorden. 'Zijn er geheimen in jouw leven?'

'Ja.'

Dit was een voor haar belangrijke vraag geweest. Met de wijze waarop het antwoord gegeven werd wist ze dat ze op het juiste punt was aanbeland. Mensen die geheimen hadden zouden dat onder normale omstandigheden meestal ontkennen of op z'n minst twijfelen alvorens antwoord te geven maar het antwoord van Richard was meteen en zonder enige aarzeling gekomen. Ze richtte haar ogen op hem en zag − als tweede teken dat ze juist zat − dat hij zijn ogen nu wel gesloten had. Het leek alsof hij in slaap gevallen was. Ze zag zijn ademhaling diep in zijn buik. 'Naar welk moment in jouw leven wil je teruggaan, Richard?'

'Het moment dat Stan bij mij thuis werd gebracht door zijn moeder.'

'Zij bracht hem bij jou ouders thuis. Begrijp ik dat goed?'

'Zij bracht hem bij ons.'

Een vreemd antwoord, zo vond Jocelyn. Het was niet een gewoon "Ja" maar een herhaling van dat wat zij gesteld had.

Max hoorde heel duidelijk dat Richard opnieuw niet de term "ouders" gebruikte of bevestigde. Het was een gewoonte van de jongens en Max begreep, zeker na de uitleg die Richard gegeven had daarvoor, het heel erg goed. Wel vroeg hij zich op dat moment af of hij Jocelyn daarvan toch op de hoogte had moeten brengen maar die vraag beantwoordde hij daarna ook heel snel met een duidelijk "nee". Jocelyn had bijna geen enkele informatie over Richard willen hebben. Het was haar manier van werken. Ze wilde het allerliefst iemand volledig blanco tegemoet treden. Voor haar de manier om volledig open te staan voor degene die zij tegenover zich had.

'Vertel me eens over die dag.'

Richard had de stem van Jocely vanaf het begin heel mooi gevonden. Er klonk liefde in, zo had hij voor zichzelf bepaald. 'Het was een koude dag. Winter. Een strenge winter.'

'Hoe weet je dat?'

'Ik had die middag nadat ik thuisgekomen was een sneeuwpop gemaakt. Een sneeuwbal rond ons huis gerold tot ik weer terug was in de voortuin. Daarna een kleinere bal net zolang heen en weer gerold die als hoofd bedoeld was. Maar hij was te zwaar. Ik kon hem niet tillen.'

'Hoe oud was je toen, Richard?'

'Zes.'

'Ga verder, alsjeblieft.'

'Ik ging naar binnen en vroeg haar of ze me wilde helpen.'

'Wie?'

Richard herhaalde de zin die hij eerder had uitgesproken.

Jocelyn was even van haar stuk gebracht. Ze begreep het niet. Ze draaide zich om en keek Max en Edith aan en haalde tegelijkertijd vragend haar schouders op. Max maakte met zijn lippen en mond, zonder enig geluid daarbij te maken, het woord "moeder". 'Je vroeg het je moeder,' probeerde ze in de richting van Richard.

'Ik vroeg het haar.'

Vreemd. Waarom niet gewoon "Ja" zeggen? Waarom niet gewoon "moeder" gebruiken? 'Wat zei ze tegen je?'

'Dat ik niet zo moest zeuren. Die bal was voor haar veel te zwaar en ik moest het hem maar vragen als hij thuiskwam.'

'Je moest het aan je vader vragen. Zei je moeder dat?'

'Ze zei dat ik het hem maar moest vragen als hij thuiskwam.'

Geen rechtstreeks antwoord. Opnieuw een herhaling van dat wat hij eerder gezegd had. De jongen kon het niet over zijn hart krijgen om zijn vader en moeder als zodanig te benoemen. Niet eens in een eenvoudig "Ja" op haar vragen. 'Vertel verder als je wilt.'

Richard was boos. Hij voelde de woede die hij die middag had gevoeld weer helemaal terugkomen. Raar. Het was zoveel jaar geleden inmiddels maar het voelde alsof hij terug in de tijd was gegaan naar die dag, dat moment. Hij kon de kou in zijn handen, omdat zijn handschoenen kletsnat geworden waren, nog heel goed voelen. 'Toen hij thuiskwam vroeg ik hem of hij me wilde helpen. Hij had geen tijd voor me. Hij zei dat we moesten eten en dat hij dan naar een vergadering moest. Ik wilde dat hij me zou helpen, ging voor hem staan op het pad en wilde hem tegenhouden. Met een simpel armgebaar duwde hij me van het pad in de sneeuw. Ik schreeuwde en krijste. Rende naar hem toe en begon hem te slaan. Ik riep dat hij nooit tijd voor me had. Dat hij nooit met me speelde. Dat hij … ' Richard opende zijn ogen, hapte naar adem en sloot heel voorzichtig zijn linkerarm om zijn borstkas.

'Rustig aan, Richard. Je doet het heel erg goed.' Jocelyn zag een flikkering in zijn ogen die ze als "gevaarlijk" typeerde. Maar ondanks de heftige uitbarsting van de jongeman tegenover haar was ze heel rustig gebleven. Ze wist dat zoiets kon gebeuren. Emoties van vroeger konden ook in het heden nog heel heftig gevoeld worden en dat was bij Richard ook gebeurd nu. Naast dat zijn ogen wild in zijn hoofd stonden, zag ze ook dat hij zweette en dat de vuist van zijn linkerhand, die nu weer in zijn schoot lag, gebald was. 'Neem even de tijd om tot rust te komen. Laat alle spanning los. Ontspan je spieren. Ga niet meteen verder met je verhaal. Laat alles van je af glijden. Geef de heftige emoties in je de tijd om te bezinken. En daarmee bedoel ik niet dat je ze moet onderdrukken. Nee, die emoties mogen er zijn. Maar realiseer je heel erg goed dat het opgeroepen emoties zijn. Ze zijn niet de werkelijkheid. Jij en ik gaan heel bewust terug naar jouw verleden met een bepaald doel. Dat doel hebben we vooraf bepaald. Het moment dat Stan bij jou thuis werd gebracht. Daar zijn we nog niet aangekomen. Neem de tijd ervoor. En als je je weer rustiger voelt, dan kunnen we verder gaan. Jij geeft dat aan. Heb je dat begrepen, Richard?'

'Ja.' Hij was heel blij dat ze hem had onderbroken. De woede van toen voelde zo echt. Hij was boos geweest. Heel erg boos en hij had, onnozel genoeg, een poging gedaan hem aan te vallen. Opgekropte woede had er achter gezeten. Kinderlijke woede. Maar wel heel erg sterk en heftig. Was dit de eerste keer geweest dat hij hem te lijf was gegaan? Dat hij hem had aangevallen? Toen hij het nog een keer allemaal in alle rust aan zijn geestesoog liet voorbijgaan had hij het idee dat het zo moest zijn geweest. Er moest meer voorgevallen zijn. Het kon niet anders dan een opeenstapeling van gebeurtenissen zijn geweest die hem zover had gekregen dat hij overgegaan was tot het uiten van zijn boosheid op die gewelddadige manier. Langzaamaan kwam hij weer tot rust. Even wachtte hij nog maar toen sloot hij zijn ogen weer. Driemaal ademde hij rustig in en uit voordat hij weer het woord nam. De herinneringen waren er meteen weer. 'Hij sloeg me van zich af. Terwijl ik op de grond lag schopte hij naar me. Hij raakte me hard en het deed vreselijk pijn.'

Edith, zittend op de bank naast Max, sloeg een hand voor haar mond en haalde haar arm door die van haar man. Dit was vreselijk. Eerder had ze al zoveel narigheid gehoord en nu opnieuw. Ze zag hoe Max bezorgd naar haar keek en knikte naar hem ten teken dat alles goed was met haar. En dat was het ook. Ze zou blijven zitten waar ze zat. Al was het alleen maar ter ondersteuning van Richard.

'Zij kwam naar buiten en beukte op hem in. Beschermde ze me? Toen ze hem het huis in had geduwd kwam ze terug. Ze trok me uit de sneeuw omhoog en zei me dat het niet handig was van me hem aan te vallen. Ik schudde haar hand van me af. Ik was nog steeds woest, rende naar de grote sneeuwbal en in een mum van tijd sloopte ik hem helemaal. Ik weet niet waar de kracht vandaan kwam maar er bleef heel weinig van die grote sneeuwbal over. "Ga naar binnen," zei ze me toen ik klaar was en hijgde. "Hang je jas op, wanten op de radiator, was je handen". Alles wat ze zei deed ik. Na mijn ontlading voelde ik me leeg. Toen ik aan tafel ging zitten begonnen ze te kibbelen. Hij wilde niet dat ik zou eten. Ik had straf verdiend. Zij was het niet met hem eens. Ik sloop weg en ging naar boven. Ik had nog wel iets … ' Even was hij helemaal weg. Hij merkte dat hij niet meer praatte. Stil. Maar niet achter zijn ogen. Daar zag hij beelden maar … het was hem niet duidelijk. Het was vaag. Hij probeerde het te begrijpen maar … het lukte niet. 'Ik had nog wel iets in mijn broodtrommel,' maakte hij uiteindelijk de zin af omdat hij niet langer wilde nadenken over dat wat hij miste. Ik hoorde hen nog heel lang ruziën en moet toen in slaap zijn gevallen.'

'Neem even een kleine pauze, Richard. Wil je wat drinken?'

Richard opende zijn ogen, knikte en pakte met zijn linkerhand het flesje water dat naast zijn stoel stond. Met zijn tanden trok hij het tuitje van de sportdop eruit en dronk wat van het water.

Jocelyn stond op, en liep in het halfduister naar de bank. 'Alles goed met jullie?' fluisterde ze.

'Ja,' sprak Max op fluistertoon terug.

'Maar het is wel heel erg aangrijpend,' gaf Edith uiting aan haar gevoelens.

Tot de volgende keer…



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 06 oktober 2017 15:13

Hoofdstuk 18

'Zullen we verder gaan?'

Haar vraag leek alsof hij een keuze had. Maar voor hem voelde het niet zo. Niet dat hij zich gedwongen had gevoeld om dit gesprek aan te gaan, dat absoluut niet. Het was veel meer dat hij nog steeds niet helemaal begreep waar het toe zou kunnen leiden en daar was hij enorm benieuwd naar. Tot nu toe was het niet meer dan een opsomming geweest van een van de vele miserabele dagen uit zijn jeugd. Maar zo waren er zo vele geweest. Niets bijzonders eigenlijk.

'Als je het goed vindt wil ik graag een klein eindje met jou teruggaan in dat wat je mij verteld hebt.' Kort gaf ze Richards laatste opmerkingen weer. Hoe hij zonder eten van tafel was geslopen en zijn ouders ruziënd beneden had gelaten. Ook dat hij hen daarna nog heel lang had horen bekvechten. 'Daar wil ik graag even wat dieper op ingaan. Je hoorde ze praatten. Kon je ze ook verstaan?'

Hij vond het een vreemde vraag. Was hij niet duidelijk genoeg geweest? Toen sloot hij zijn ogen weer. Het niet kunnen zien hielp hem om makkelijker terug te kunnen keren naar die bijzondere dag. De woede over alles wat er gebeurd was die middag was er als eerste. Hij glimlachte. Het leek alsof het een kleur had gekregen: rood. Was hij die middag niet net zo sterk geweest als een stier toen hij die grote sneeuwbal helemaal verpulverde? Ja. Rood. Dat was de juiste kleur voor zijn woede. Zeiden mensen ook niet vaak … Even voelde hij zich verward. Hij was aan het denken en dat was niet de bedoeling. Hij concentreerde zich op de vraag van Jocelyn. Had hij hen kunnen horen? Hij was niet meteen in slaap gevallen toch? 'Eerst heb ik wat gegeten.' Opnieuw was hij even weg. Wat was het toch waar hij niet helemaal de vinger achter kon krijgen? Hij snapte er niets van. Hij bleef in zijn gedachten. 'Ik at wat boterhammen uit mijn broodtrommel en dat stilde mijn honger want van mijn poging om een sneeuwpop te maken en hem vervolgens te slopen had ik best honger gekregen. Daarna ging ik op bed liggen.'

Jocelyn had rustig afgewacht en aan het wat zenuwachtig ogende trekken van spieren in Richards gezicht gezien dat hij afgedwaald was. Geen wonder ook. De woede van zo-even was zo echt geweest dat het misschien teruggekomen was of er was even iets anders. Toen ze de rust zag terugkeren op zijn gezicht, wist ze dat hij weer bij de les was.

'Ja. Ik kon ze verstaan. Grotendeels dan.'

'Probeer, als het kan, mij te vertellen wat er gezegd werd beneden. Je zult toen waarschijnlijk niet bewust voor luistervink gespeeld hebben en daarom is het misschien heel moeilijk. Als het je niet lukt, is dat geen enkel probleem.'

Had hij wel of niet bewust geprobeerd hun gesprek te horen. Richard wist het niet meer. Het was vaag. Maar hij wist nu wel dat hij het vaker gedaan had. Heel vaak als hij 's avonds laat wakker geworden was, was hij boven aan de trap gaan zitten en had hij naar de geluiden van de tv en hun gesprekken geluisterd. Was het iets dat hij gedaan had om hen af te luisteren? Het was een naar woord, zo vond hij. Terug naar zijn opdracht. 'Hij was heel boos en wat ze ook zei, het hielp niets om die boosheid te verminderen. Het leek erop dat zij het op een gegeven moment zat was.'

'Wat hoorde je precies, Richard?'

Ineens was het heel vreemd. Hij hoorde heel duidelijk haar overslaande stem. Hij hoorde de woorden één voor één heel duidelijk. Het was een verwijt. Hij opende zijn ogen. Dit was dus dat wat Max had bedoeld. Hij wist meer van die avond dan hij dacht te hebben geweten.

'Is het moeilijk?'

'Ja.'

'Iets onverwachts? Iets onduidelijks? Iets anders?'

'Het tweede.' Even liet Richard een stilte vallen. Heel bewust omdat hij dat wat hij gehoord had totaal niet kon begrijpen. 'Ze zei: "Jij hebt hem gewild! Ik niet! En nadat hij er zonder al te veel gedoe was, heb jij nooit meer naar hem omgekeken!" Dat waren haar woorden. Wilde zij me niet? Wat bedoelde ze precies?'

'Ik weet het niet, Richard,' zei Jocelyn zacht terwijl ze haar rechterhand op zijn linkerhand legde. 'Dat wat zij zei is voor jou maar ook voor mij onduidelijk op dit moment.'

'Is het mijn schuld dat zij zo zijn? Is dat gekomen door mij?'

'Geef jezelf niet de schuld van hoe je ouders zijn, Richard. Ik weet niet waarom die woorden gesproken werden. Ik weet alleen dat je haar woorden hebt weergegeven zoals zij ze heeft uitgesproken. Wat er achter die woorden schuilt aan verdriet, pijn, emoties van haar kant is niet duidelijk. Niet voor jou en ook niet voor mij. Het zou van onze kant giswerk worden als we het zouden proberen te ontrafelen. En daarom raad ik het je ook ten zeerste af om nu iets met haar woorden te gaan doen.'

Richard sloot zijn ogen. Hij wilde het niet laten rusten. Niet nu! Het voelde voor hem alsof hij vlakbij een doorbraak zat. Ineens wist hij heel erg zeker dat hij over meer informatie beschikte, dat hij meer had gehoord die avond. 'Hij …'

'Weet je zeker dat je dit wilt, Richard?' vroeg Jocelyn met zachte maar toch dwingende stem.

Hij knikte alleen maar. 'Hij … nee … Zij ging verder. Ze zei … dat ik hem vanaf het allereerste begin al was tegengevallen. Dat ik te klein was. Zelfs al te klein toen ik nog een baby was. Dat … ' Tranen maakten hem het spreken moeilijker. Hij voelde ze niet in zijn ogen maar het leek alsof ze van heel diep van binnen in hem opwelden. 'Ze zei dat … hij er altijd van gewalgd had als mensen in de kinderwagen hadden gekeken en me een lief klein popje hadden genoemd. Een lief klein popje met grote, groene ogen. Ze zei hem dat je een baby niet kon samenstellen zoals een robot. Die kon je waarschijnlijk naar eigen wens samenstellen maar … een kind niet.'

Richard haalde zijn neus op. Wat volgde was een snik die van heel diep van binnen leek te komen. Zij had hem niet gewild. Dat was hem nu wel duidelijk. Maar als hij wel graag een kind had gewild, waarom was hij dan zo'n hufter? En toch … toch leek het uit die laatste woorden van haar alsof … alsof ze toch om hem had gegeven … alsof …

'Als het je te veel wordt, dan stoppen we.'

'Nee. We gaan door. We zijn nog niet bij ons doel aangekomen. We zijn nog niet eens aangekomen bij het gedeelte over Stan en dat was de bedoeling.'

'Ik weet het, maar het gebeurt vaker dat ik tijdens een sessie onderweg al ergens op stuit dat te veel vergt van degene tegenover mij en soms is het dan verstandig om te stoppen.'

'Nee!' klonk het heel resoluut. 'Sorry, zo bedoelde ik het niet. Ik heb liever dat we verder gaan.'

'Dan doen we dat. Maar zorg wel goed voor jezelf, Richard, ook tijdens deze sessie van jou en mij.'

'Ik doe mijn best.'

Jocelyn voelde heel duidelijk dat het woorden waren en niet meer dan dat. Richard was het stijfkoppige type. Maar wel eentje met verstand. Hij zou nooit steeds maar weer met zijn hoofd tegen dezelfde muur blijven lopen maar er een weg om heen zoeken. 'Hoorde je nog meer op dat moment.'

Richard deed zijn ogen weer dicht met de bedoeling nu echt vorderingen te willen maken. Hij zou proberen om zijn emoties niet opnieuw met hem op de loop te laten gaan. Het kostte wat tijd om terug te keren naar het moment waar hij gebleven was. Eerst hoorde hij weer de woorden van haar als in een herhaling. De reactie van hem was geweest dat zij net zo goed een kind had gewild maar daar nooit eerlijk over was geweest. Richards eigen denken nam de overhand. Altijd en eeuwig hadden ze ruzie met elkaar gemaakt. En altijd was dat begonnen met verwijten die over en weer waren gevlogen. Ook op dat moment. Het denken blokkeerde zijn gang naar het verleden. Het gesprek van toen werd hem niet duidelijker. Hij zuchtte diep. 'Het gaat even niet meer. Het spijt me.'

Max legde een hand op Jocelyns schouder en fluisterde haar iets in het oor.

'Richard, het is het beste om dit voor nu even te laten rusten. Een volgende keer, als je dat wilt, kunnen we erop terugkomen maar nu is het beter om zoals je zelf ook al aangaf verder te gaan.'

'Oké.' Het voelde goed voor hem om er een punt achter te zetten. Hij zat vol met vragen en wist dat hij daarover zou gaan nadenken en dat zou het verdere proces vast en zeker verstoren.

'Je had gegeten, had geluisterd naar hun gesprek en daarna ben je in slaap gevallen. Wanneer werd je wakker?'

Opnieuw duurde het even voor hij terug was in de wereld van toen. Soms leek het alsof hij naar zichzelf keek vanaf een hogere positie en soms ook weer niet. Nu zag hij zichzelf in elk geval languit liggen op zijn bed. Alle kleren nog aan omdat hij zich niet had uitgekleed. Waarschijnlijk was hij van vermoeidheid in slaap gevallen. 'Ik werd wakker van geschreeuw beneden. Er was een nieuwe stem. Die van hen kende ik wel en het is maar de vraag of ik daarvan wakker zou zijn geworden. Maar deze stem was nieuw.'

'Kun je de stem omschrijven?'

'Het was de stem van een vrouw. Maar duidelijk hoger dan die van haar. Afstandelijk. Hard soms ook. En dan niet alleen in volume maar ook in dat wat ze zei. Ze had een woordenwisseling met hem.' Even nam hij de tijd om naar zijn eigen herinnering te luisteren. 'Dat wat ze zei kwam erop neer dat het nu zijn taak was om een tijd voor het kind te zorgen. Dat zij dat even niet meer kon. Het was, volgens haar, net zo goed zijn kind als dat van haar.'

'Het was dus de stem van de moeder van Stan. En er was sprake van een tijdelijke verhuizing voor hem?'

'Ja. Dat leek er wel op in elk geval. Ik was dus wakker geworden en ging daarna zitten op mijn vaste plaats boven aan de trap. Ik kon het beneden aardig goed overzien maar niet alles.'

'Probeer zoveel mogelijk te letten op dat wat er gezegd werd. Het beeld is niet echt belangrijk.'

Richard begreep het. Beelden zouden kunnen verwarren. Hij concentreerde zich weer. Zij bemoeide zich op een gegeven moment met het gesprek. Ze was boos op hem en vroeg met hoeveel wijven hij het nog meer had gedaan. Hij probeerde haar te slaan maar ze dook handig weg. De andere vrouw bemoeide zich ermee.

'Hoorde je een naam?'

'Een naam van die andere vrouw?'

'Ja.'

Het leek of beelden en geluiden door elkaar heen begonnen te lopen. Richard voelde zich enorm moe ineens. Hij moest zorgen erbij te blijven want anders zou het niet lukken. 'Ik weet het niet.'

'Het geeft niets, Richard.'

'Ja, dat doet het wel! Ik … '

'Soms moeten we losla… '

'Joyce. Maar … dat komt al van veel eerder. Joyce nog iets. De achternaam heb ik niet goed gehoord, denk ik. Ik heb die naam al gehoord toen ze op de stoep stond en zich voorstelde aan haar. Zij had open gedaan. Waarschijnlijk heeft de moeder van Stan eerst een tijdje op de bel gedrukt omdat zij weer eens in slaap waren gevallen voor de tv. De bel heeft mij gewekt en niet het geschreeuw. Dat begon later.'

Even wisselde Jocelyn een snelle blik met Max die haar toeknikte en een duim opstak. 'Richard, het is nu tijd om te stoppen. Voor dit moment weten we voldoende. Er zijn dingen gezegd waar we iets mee kunnen. Als je nu nog verder doorgaat, zou je jezelf alleen maar meer moe maken en dat is niet de bedoeling. Ben je het met me eens?'

'Nee! Er is meer. Beelden wisselen elkaar in een enorm snel tempo af maar ik weet meer dingen nu. Ik heb Max en Edith eerder verteld van de ochtend erna. Toen zij me voorstelde aan Stan. Maar dat is anders gegaan.'

Heel snel wisselde Jocelyn een blik met Max en Edith. Ze zag hen beiden knikken en richtte zich weer op de jongen tegenover haar. 'Richard, je mag het vertellen als je wilt.'

'Ik weet zijn echte achternaam. Ze zei me dat … '

Jocelyn merkte de aarzeling bij Richard en zag de blos die op zijn wangen kwam. Ze hoopte dat de uitleg die ze daaraan gaf de juiste was toen ze zei: 'Gebruik haar woorden, Richard. Het zijn niet die van jou. Je herhaalt alleen maar dat wat jij gehoord hebt.'

'Ze zei me dat hij Stanley Petursson Williams heette en de bastaard van hem … en … die … blonde slet was. En later heb ik het paspoort van Stan ook gezien. Het lag ergens in de woonkamer. Ik wist niet dat het een paspoort was toen. Ik dacht dat het een boekje was. Ik zag een babyfoto en zijn naam.'

Jocelyn draaide zich opnieuw om in de richting van de bank. Ze zag het teken dat Max gaf en wist dat het voor hem allemaal voldoende informatie was. 'Voor nu is het voldoende, Richard. We stoppen nu echt. Haal een paar keer rustig adem waarbij je je heel goed concentreert op dat wat de ademhaling met je doet. Voel het op en neer gaan van je buik. Het uitzetten en weer krimpen van je longen. Richt je alleen nog daarop. Laat al het andere van je aflijden. Er is niets anders dan je ademhaling die je kunt gebruiken als een anker. Een anker dat ervoor zorgt dat je niet langer naar het verleden terug wordt gezogen zoals we zo-even wel heel bewust hebben gedaan. Nu is dat niet langer nodig. Vertrouw op je ademhaling. Vertrouw op je anker. En als je het eraan toe hebt, open dan je ogen.'

De diepe ademhaling voelde, ondanks dat er even wat meer pijn was, heel erg goed. Richard was blij dat hij alles uit het verleden los mocht laten. Tranen rolden over zijn wangen en toen … toen voelde hij armen die om hem heen werden geslagen. Het waren de armen van Edith en van Max en het maakte hem zo warm van binnen en tegelijkertijd moest hij zo hard huilen. Het verleden deed hem pijn en ook de waarheid over dat verleden dat nu gedeeltelijk was onthuld en tegelijkertijd nog zo heel veel vragen opriep.

'Probeer echt alles los te laten, Richard. De vragen die je nog hebt, laat ze voor wat ze zijn nu. Als je het wilt, kunnen we later altijd eens verder kijken. Jij en ik. Max heeft notities gemaakt en zet daarmee anderen aan het werk. De waarheid zal boven tafel komen ook zonder dat jij je er hoofdbrekens om maakt. Laat het los. Het is beter dat het niet jouw taak is om erover na te denken en je zorgen over te maken. Jij hebt een andere taak. Je weet dat je als eerste voor jezelf moet zorgen. Zorg dat je herstelt. En je tweede taak is de zorg voor Stan. Hij heeft je nodig.'

'Ja, dat weet ik,' klonk het snifferig. 'Maar kun je hier echt iets mee, Max?'

'Ja, zeker wel. De strenge winterperiode die je noemde moet te vinden zijn. Uit Stans paspoort en geboorteakte wist ik zijn geboorteplaats al en met de naam die jij ons nu gegeven hebt moeten er dingen boven water kunnen komen. Iemand van vlees en bloed, zoals de door jou genoemde Joyce Williams, moet te vinden zijn.'

'De onderzoekbureaus waar je me over vertelde.'

'Neem van mij één ding aan, Richard,' zei Jocelyn, 'als je voor Max mag werken dan moet je goed zijn in je vak.

'Max?'

'Ja?'

'Ik moet loslaten. Kan niet anders dan loslaten.'


'En dat is goed in jouw situatie,' deelde Jocelyn haar mening in een poging de jongen te ondersteunen

Max had vaak aan een half woord voldoende en dacht dat hij de opmerking van Richard volledig begreep maar toch vroeg hij om een toelichting.

'Ik bedoel … als ik moet loslaten … en dat moet ik … dan lijkt het me beter als ik helemaal niets weet. Pas als jij alles op een rijtje hebt, dan wil ik het weten. Of … nou ja … zodra jij denkt dat het goed is om met antwoorden te komen, dan moet je dat doen.' Hij keek Max aan en zag hem knikken. Ook van Jocelyn en Edith kreeg hij een bevestigend knikje. Zo voelde het goed voor hem. Deze drie mensen waren heel waardevol voor hem, zo wist hij maar al te goed. En hij wist ook dat hij hen nog vaak genoeg nodig zou hebben. Hij haalde een hand langs zijn ogen en nam daarna de tissues aan die Edith hem aanreikte. 'Ik was heel sceptisch vooraf. Had gedacht dat zoiets als Max mij omschreven had gewoon niet mogelijk was. Je dingen herinneren die diep weggestopt zijn in je eigen geheugen.'

Jocelyn lachte. 'En dat allemaal zonder hocus pocus!'

'Ja. Gewoon door met elkaar te praten. Niets bijzonders eigenlijk.'

'Dat is het. Helemaal niets bijzonders.'

Tot de volgende keer…



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 13 oktober 2017 06:00

Hoofdstuk 19

'Richard?'

'Ja?

'Ben je wakker?'

Richard moest glimlachen om de logica van zijn broer. Ja, hij was wakker. Nog niet lang maar hij was wakker. Hij had slecht geslapen. Allerlei beelden hadden een groot gedeelte van de nacht door zijn hoofd gespookt en hoe goed hij zich ook telkens had voorgenomen om rustig te slapen, steeds waren ze er weer geweest. Het ademanker, zoals Jocelyn het had omschreven, had er uiteindelijk voor gezorgd dat hij wel goed in slaap was gevallen zonder dromen. 'Ja. Ik ben wakker.'

'Mag ik bij je komen zitten?'

'Ja, dat is goed.'

Stan stapte uit zijn bed, liep om die van hem en Richard heen en ging voorzichtig zitten. 'Is er pijn?'

Stan had die vraag de afgelopen dagen heel vaak gesteld en ondanks dat hij niet wist of het echt uit medeleven kwam of niet, omdat hij niet wist of Stan daartoe in staat was, vond hij het wel heel lief dat zijn broer informeerde. 'Het valt mee. Het gaat steeds beter?'

'Moet ik vandaag naar school?'

'Nee.'

'Maar het is toch maandag? Ik ben hier op vrijdag gekomen want dat was de dag dat jij thuis zou komen. En nu is het maandag.'

'Ja, dat klopt. Maar je hoeft vandaag niet naar school.'

'Waarom niet?'

'Ik heb met Edith en Max afgesproken dat jij en ik deze week en de volgende week niet naar school gaan. De volgende week zouden we beiden al vrij hebben omdat het dan Spring Break is hier.'

'Wat is dat?'

'Een vakantie meestal in de buurt van Pasen. De volgende week zou je thuis ook vrij gehad hebben. Ik had in jouw agenda al geschreven dat ik die hele week bij jou zou zijn.'

'O. Niet in gekeken. Sorry.'

'Het geeft niet, Stan. Bovendien zou je hier in Monterey naar school moeten en dan moeten we toch eerst gaan kijken naar welke school jij zou willen.'

'Mag ik dat zelf kiezen?'

'Ja. Het moet een school zijn waar jij je goed bij voelt.'

'Maar hoe weet ik dat?'

'We kunnen gewoon eens gaan kijken bij een aantal scholen. Dan merk je vast wel wat je een leuke school vindt of niet.' Richard zag op het gezicht van Stan de twijfel. 'Maar het kan ook zijn dan het nog heel lang duurt voor je weer naar school gaat.'

'Maar ik moet wel naar school toch?'

'Ja. Maar wat ik ook met Edith en Max afgesproken heb, is dat we eerst gaan onderzoeken wat jij precies kunt.'

'Ik hoef toch niet naar een ziekenhuis of zo, hè, want dat vind ik eng! Dat wil ik niet hoor!'

'Rustig, Stan, het gaat niet om een onderzoek in een ziekenhuis. Hier aan huis zullen mensen komen die jou gaan testen. Ik, Max of Edith, een van ons, zal daar altijd bij zijn. Het is gewoon de bedoeling dat we met de resultaten van al die testen gaan kijken wat voor jou goed is.'

'Ik ben stom!'

Richard pakte de arm van zijn broer stevig beet, keek hem recht in de ogen en sprak heel vriendelijk: 'Nee, dat ben je niet, Stan.'

'Maar ze zeggen het allemaal.'

'Maar dat hoef je niet te geloven. Dat moet je niet geloven. Ze zeiden toch ook dat je niet kon lezen op school?' Een antwoord kwam er niet meteen. 'Nou?'

'Ze zeiden dat ik te stom was om te kunnen lezen. Maar jij hebt het mij geleerd.'

'Ja. En als ik dat kan, dan kunnen anderen jou ook nog een heleboel leren.'

'Echt?'

'Ja. Alleen moeten de mensen die jou wat willen leren goede aandacht aan jou geven en de tijd hebben om jou wat te leren.'

'Zijn die testen eng?'

'Nee. Max heeft me er iets van laten zien. Ze lijken op spelletjes.'

'Dan is het niet erg.'

Richard haalde opgelucht adem. Maar er was nog iets dat hij moest bespreken met Stan en dat was iets waar hij zelf ook wel een beetje tegenop zag. Het komende weekend was het Pasen en dan zouden diverse kinderen en kleinkinderen van de Drummonds thuiskomen. Niet allemaal, zo had hij begrepen, want twee van de vijf kinderen woonden met hun gezinnen in het buitenland maar toch zouden er veel mensen over de vloer zijn en dat zag hij eigenlijk niet zo zitten. En dat moest hij Stan ook nog vertellen. Hij bracht het heel voorzichtig. Legde uit dat Pasen een feest was dat ze thuis nooit echt hadden gevierd maar dat de familie Drummond dan meestal bij elkaar komt net als op Kerst en Thanks Giving.

'Die ken ik ook niet,' reageerde Stan.

Hij had helemaal gelijk. 'Dat weet ik. Op school hebben we het daar wel overgehad maar wij hebben heel veel dingen, die de meeste mensen gewoon vinden, gemist.'

'Maar dan is het dus drukker hier. Bedoel je dat?'

'Ja. Maar we zouden voor die paar dagen dat ze hier de familie over de vloer hebben naar mijn flat kunnen gaan. Daar is het rustig.'

'Nancy en Nathan hebben me gisteren jouw flat laten zien. Het is daar mooi. Echt! En ik heb je school ook gezien en we zijn naar de bioscoop geweest. Maar waarom?'

'Waarom we naar mijn flat zouden gaan? Bedoel je dat?' Richard zag zijn broer knikken. 'Nou ja, misschien vind jij dat prettiger.'

'Edith zegt steeds, en Max en Nancy en Nathan ook, dat wij erbij horen. Waarom zouden we dan weggaan?'

Ja. Daar had zijn kleine broertje een goed punt. Waarom. 'Dus … jij zou wel willen blijven hier?'

'Ja! Waarom niet?'

'Nou ja … ik dacht dat het misschien leuker zou zijn met z'n tweeën.'

'Wil je dat graag dan?'

'Dat is een moeilijke vraag voor mij, Stan. Weet je wat, ik denk er nog even over na.' Maar dat hoefde niet. Hij zag hoe Stan ineens een resolute blik in zijn ogen kreeg.

'Nee! Ik wil hier gewoon blijven! Ik wil heel graag bij al die mensen horen. Ik wil een echte familie, Richard! Iedereen heeft een familie en ik heb alleen maar jou en … nou ja … je weet wel.'

Richard zag de tranen in de ogen van Stan blinken. Verdomme! Waarom had hij het nou zo stom gebracht. Maar … hij had het goed bedoeld. Of was het toch zijn eigen angst geweest? Was hij bang dat al die mensen hem aan een kruisverhoor zouden onderwerpen? Dat iedereen zou willen weten waar Stan en hij vandaan kwamen? Dat ze hen als indringers zouden zien? 'Het is goed, Stan. We blijven gewoon hier. Je hebt helemaal gelijk. We horen erbij. Dit is onze familie!' Maar nadat hij dit gezegd had voelde Richard meteen de twijfel. Was het waar wat hij gezegd had? Was dit hun familie? Zouden hij en Stan hier voor altijd in Monterey blijven? Wat als ze er ooit … STOP! De gedachten gingen weer eens met hem op de loop. Nee … hij wist dat het anders was. Hij liet die gedachten toe. Het was zijn eigen schuld.

'Wat is er, Richard?'

'Niets. Alles is goed met me.'

'Je mag niet liegen!'

'Af en toe denk ik te veel, Stan. Dan wil ik allerlei problemen nu al oplossen en dat kan niet. Niet nu. Ik moet het een tijdje rustig aan doen.'

'Ja. En dat mag hier. Dat zeggen ze allemaal ook steeds. Maar waarom doe je dat dan niet?'

'Ik doe mijn best, Stan.'

'Dan is het goed. Zal ik vast gaan douchen?'

'Doe dat maar. Dan kan ik straks na jou.'

'Maar dan moet iemand je wel helpen.'

'Dan kan ik nu zelf wel weer.'

'Nee! Dat mag niet! Tegen mij hebben ze ook gezegd dat jij dat nog niet alleen mag.'

'Zeg, sinds wanneer ben jij mijn oppasser geworden?'

'Als het nodig is, kan ik heus wel op jou passen hoor!'

'Ja, broer, ik merk het. Wil jij me straks helpen dan?'

'Ja.'

'Maar ga nu eerst zelf maar douchen. Ik blijf rustig liggen tot je klaar bent.'

Stan liep weg en Richard keek hem na. Stan was groot. Veel groter dan hij. Hij was een onderdeurtje. Altijd geweest ook. Niet geschikt voor Canadian Football waar hij hem per se naar toe had gestuurd omdat hij nou eenmaal het team van zijn high school coachte en dat met heel veel succes. Ze hadden er veel woordenwisselingen over gehad. Gelukkig zat hij op een andere high school maar hij kende wel de leraren lichamelijke oefening op zijn school en daarom had hij gewoon geen keuze gehad. Veel liever had hij gewoon voetbal gedaan. Dat was een sport die hem meer lag, maar hij had dat een sport voor mietjes genoemd. Het moest en zou Canadian Football worden. Alle jongens in de klas hadden hem voor gek verklaard toen hij zich had aangemeld daarvoor. Toen hij verteld had, een van de weinige keren dat hij zijn mond over thuis had open gedaan, dat hij het moest van thuis hadden ze iets van begrip getoond. Waarschijnlijk kenden ze dat allemaal wel dat je iets van je … nou ja … van hen moest. Na de eerste selectie had hij er al uit gelegen en het stempel "niet geschikt" gekregen. Thuis opnieuw trammelant. Hij had hem gebrek aan inzet verweten terwijl het daar echt niet aan gelegen had. Hij was gewoon te klein, te mager, te tenger. Iedereen die die sport deed was flink uit de kluiten gewassen en dat was iets dat je wel van Stan maar niet van hem kon zeggen. 'De lul,' vloekte hij hardop. De coach op zijn school had hem heel duidelijk gemaakt dat het niets anders was dan een fysiek probleem. Inzet was er voldoende maar hij had gewoon niet het juiste formaat. En toch was hij door hem niet geloofd. Had hij het, zoals altijd, beter geweten. 'Verdomme!'

'Je mag niet vloeken, Richard,' klonk het ineens.

'Sorry, Stan.'

Met een badjas aan kwam Stan uit de doucheruimte. 'Waarom kijk je zo boos?'

Richard zei niets.

'Oh. Thuis.'

'Ja.'

Stan kwam opnieuw bij hem op de rand van het bed zitten. 'Richard,' zei hij en pakte de hand van zijn broer beet, 'jij en ik. Altijd samen. Goed toch?'

'Ja. Dat is altijd goed geweest, Stan.'

'En nu, nu hebben we een familie met allemaal leuke en aardige mensen. Iedereen die ik heb leren kennen hier is leuk, is aardig.'

'Je hebt gelijk, Stan. Ik moet niet meer aan thuis denken. Dat daar is nooit een echt thuis voor ons geweest. We woonden daar maar meer was het ook niet.'

'We zijn nu gelukkig. Jij en ik. Allebei.'

'Goed gesproken, Stan!' Hij trok zijn broer naar zich toe en drukte een kus op zijn natte haren.

Tot de volgende keer…



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » zaterdag 21 oktober 2017 05:37

Hoofdstuk 20

Het was nacht. Zaterdag 24 april was al een dik uur oud. Richard had de slaap niet kunnen vatten. Steeds als hij indommelde schrok hij ineens weer wakker. Er was een knagend gevoel dat hij iets over het hoofd had gezien, dat hij ergens een teken gemist had, dat er iets was dat om uitleg vroeg. Maar … wat het nou precies was, dat wist hij niet maar het hield hem wel uit zijn slaap en zo had hij gezien hoe de wekker van vrijdag overgegaan was op zaterdag. Stan sliep rustig in het andere bed. Af en toe … heel af en toe was hij jaloers op zijn broer. Stan kon dingen horen en ze dan ook meteen weer vergeten. Bij hem bleef er altijd iets hangen. Altijd. Altijd was er wel iets om over na te denken. En vaak leidde dat denken er toe dat hij zichzelf bezig bleef houden met allerlei gerelateerde gedachten en zo werd het een onontwarbare kluwen.

Zo was er die enorme twijfel geweest over het Paasweekend. Hij had er tegenop gezien dat het huis vol zou zijn met allerlei familieleden van de Drummonds die hij niet kende. Allemaal mensen die wel eens nieuwsgierig zouden kunnen zijn naar Stan en hem maar geen enkele gast had vreemd opgekeken dat Stan en hij er waren. Edith en Max hadden hen ongetwijfeld vooraf ingelicht over de nieuwe bewoners van huize Drummond maar dat was het niet alleen. Ze waren gewoon opgenomen in de groep van mensen alsof ze er altijd al bij hadden gehoord. Het was druk geweest dat weekend maar ook heel erg leuk. De kleinkinderen waren er bijna allemaal geweest en met drie van hen en Nancy en Nathan had hij Stan vaak op stap gestuurd. Zelf voelde hij zich toen nog niet goed genoeg om mee te gaan. Bij elk uitstapje had Stan eerst onder het motto "Als jij niet gaat, ga ik ook niet!" geweigerd om mee te gaan. Gelukkig was het hem echter steeds gelukt om Stan over te halen. Hij had genoten van dat wat Stan hem nadien allemaal had weten te vertellen maar vooral het enthousiasme van zijn broer had hem goed gedaan.

De week na Pasen hadden Stan en hij genoten van de Spring Break. En net als de week ervoor hadden ze helemaal niets hoeven doen. Het was heerlijk! Uitslapen was hem niet gelukt omdat Stan elke ochtend vroeg wakker was geweest en dan met hem had willen praten. Geen probleem. Natuurlijk gingen heel veel van hun vroege ochtendgesprekken over dat wat ze hadden meegemaakt de afgelopen jaren maar ook had Stan het gesprek steeds afgesloten met de woorden, die hij eerder ook al had uitgesproken, dat ze nu gelukkig waren. En ja, dat was Richards bedoeling ook. Stan gedijde hier goed. Hij zong, neuriede en floot als hij alleen was en was zich daarvan vaak niet eens bewust. Een goed teken. Bewust hadden ze besloten om de testen die Stan zou gaan doen voorlopig uit te stellen. Eerst moest hij helemaal op zijn gemak zijn, moest hij een groot gedeelte van zijn verleden verwerkt kunnen hebben. Pas dan was het tijd voor de volgende stap van een intakegesprek en de daaropvolgende testfase.

Terug op school was het leuk. Het enige dat hij vervelend had gevonden was hij dat gehaald en gebracht moest worden. Zijn rechterarm weigerde nog steeds dienst en daarom kon hij zelf niet rijden: niet op de fiets en zeker niet in zijn auto. Dokter Jarvis, die hij regelmatig zag, maakte zich er niet al te druk over. "Alles zal goed komen," zo zei ze hem telkens weer. Van het begin af aan had hij fysiotherapie gehad. Volgens de fysiotherapeut was er vooruitgang maar hij merkte dat zelf nog niet. Hij wilde dat het sneller ging. Dat hij eindelijk weer eens gewoon alles zelf kon doen. Dokter Jarvis had gezegd dat als zijn arm zes weken na de val nog niet helemaal goed was ze een MRI-scan zou laten maken en dat was gelukkig al binnen twee weken. Een dure grap, zo had hij gemerkt toen hij de kosten van zo'n onderzoek had opgezocht. Nog meer kosten voor de Drummonds. Nog meer schulden waarvan zij niet zouden willen dat hij zich er druk over zou maken. Op de eerste dag dat hij zich weer op school had laten zien had hij zijn medeleerlingen ingelicht. Nancy had al wat voorwerk gedaan en hij had een toelichting daarop gegeven. Ze waren allemaal onder de indruk geweest en stuk voor stuk hadden ze gezegd dat Richard altijd op hen kon rekenen. Dat had hem heel goed gedaan. En bij woorden was het niet gebleven. Meteen was er een rooster opgesteld wie er aantekeningen voor hem zou maken want hij was puur rechts. Schrijven met links was een vreselijke opgave, zo had hij door ondervinding ontdekt. Zijn laptop bedienen met alleen zijn linkerhand ging maar zodra het op tekstverwerken aankwam was ook dat vreselijk onhandig. Nu hij vanwege het opzeggen van bijna al zijn baantjes meer tijd had, bleef hij na schooltijd wat vaker hangen om met zijn medeleerlingen te praten. Hij had nu tijd om wat socialer te zijn en dat lag hem wel. Het enige baantje dat hij nog had was die bij Fred Quintana. Tijdelijk, ook vanwege zijn rechterarm, werkte hij in de winkel. Het was belangrijk voor hem. Hoewel hij nog steeds niet een echte keuze had gemaakt over zijn toekomst leek het hem het beste om zoveel mogelijk ijzers in het vuur te houden. Bovendien lag het werk hem heel erg goed.

Het was nooit helemaal stil in hun slaapkamer. De geluiden van de zee waren goed te horen. In de regel hadden ze iets rustgevends maar nu niet. Nu zorgde het zich steeds herhalende geluid ervoor dat hij wakker bleef. Alsof hij wilde controleren dat alle golven wel het strand bereikten. Hij glimlachte over die rare gedachtekronkel van hem. Hij en controleren. Ja, zijn hele leven had hij dat gedaan eigenlijk. Steeds in de gaten houden of alles wel volgens plan verliep en als er ergens een kink in de kabel kwam het plan aanpassen. Aanpassen of, indien nodig, vervangen door een nieuw plan. En deed het dat nu minder? Nee. Nog steeds had hij plannen in zijn hoofd. Nieuwe plannen. Er moesten dingen gedaan worden. Hij moest vooruit blijven bewegen al was het alleen maar in zijn hoofd. En zo … met al die gedachten … viel hij uiteindelijk toch in slaap.

'AHHHHHHHHHHHHHHHHH' met een langgerekte schreeuw werd Richard wakker en schoot hij rechtop. Stom, stom, stom! Weerklonk het meteen in zijn hoofd en de pijn, als gevolg van die plotselinge beweging, schoot door zijn bovenlijf. Hij sloeg zijn linkerarm er omheen en keek vervolgens naar links. Hij zag hoe Stan met open ogen naar hem lag te kijken.

'Heb je gedroomd?'

'Ja. Ga maar weer slapen, Stan.'

'Was het één van die enge dromen, waar je me over verteld hebt?'

'Ja. Maar ga slapen, bro.'

'Weet je het zeker?'

Richard zuchtte. Wist hij het zeker? Waar was hij nou nog zeker van. Helemaal niets!

'Gaat het goed met je Rich? Ben je gelukkig?'

'Ik werd met een schreeuw wakker uit die nachtmerrie en daardoor ging ik snel rechtop zitten. Dat gaf me pijn in mijn ribben. En dat is niet fijn. Maar ik ga zo weer slapen. En ja, ik ben gelukkig. Dat hebben we toch afgesproken?'

'Ja. Maar … '

Stan was stilgevallen. 'Wat is er, Stan?'

'Ik kan alleen maar gelukkig zijn als jij het ook bent. Is dat raar?'

'Nee. We zijn broers. We horen bij elkaar. Wat voor de een van ons geldt, geldt ook voor de ander. Zo is het toch? Zo voelt het voor mij ook.'

'Ja.'

'Ga je weer slapen?'

'Alleen als alles goed is met jou.'

'Dat is het, Stan.' Het was een leugen. Een pertinente leugen maar hij had het goed genoeg weten te brengen want Stan draaide zich om op zijn andere zij. Al heel snel hoorde Richard zijn rustige ademhaling en wist hij dat zijn broer weer sliep.

Zelf slapen lukte hem niet meer. Eerst pakte hij het boek dat op zijn nachtkastje lag. Zijn hele leven zowat had hij gelezen. De bibliotheek in Metchosin en later die op zijn scholen had hij regelmatig bezocht. Ze waren een bron van informatie en afleiding voor hem geweest. En nu had hij regelmatig een boek uit de boekenkast van de Drummonds gehaald. 'Oorlog en Vrede' van Tolstoi had hij hier gelezen onder andere. Een vreselijk dik boek met een verhaal dat hij als divers zou omschrijven. Enerzijds bespiegelingen over de erg diverse hoofdpersonen en anders het vaak wrede verslag van de oorlogshandelingen. Een uitspraak van Pierre was hem bijgebleven: "We kunnen alleen weten dat we niets weten. En dat is de hoogste graad van menselijke wijsheid." En die quote had hem geprikkeld en hield hem ook nu vaak nog bezig. Bij het licht van een zaklantaarn, hij wilde het schemerlampje niet aandoen omdat hij bang was dat Stan dan wakker zou worden, las hij iets uit "De Erfenis van Aphrodite". Goed concentreren kon hij zich niet. Er bleef iets spoken in zijn hoofd, in zijn gedachten. Met wijd open ogen keek hij, nadat hij het boek weggelegd had en weer op zijn rug was gaan liggen, naar het plafond. En zonder dat hij er bewust aan dacht, wist hij ineens waar hij eerder aan was blijven hangen. Ineens was het er. Maar … was hij er zeker van? Nee. Dat niet. En … hij wilde die zekerheid absoluut hebben en als het kon nu meteen! Hij keek op de wekker en zag het veertien minuten over drie was. Veel te vroeg. Het kon absoluut niet. Niet nu. Maar wat hij wel kon doen was er met Max over praten. Die ging meestal zo tussen drie en vier uur uit bed, zo wist hij inmiddels, en het zou niet de eerste keer zijn dat hij Max zo vroeg zou lastig vallen met dat wat hij kwijt moest. Voorzichtig stapte hij uit bed, pakte zijn kleren – die hij 's avonds altijd klaarlegde – van de stoel en liep naar de deur. Er was geen geluid te horen toen hij de kruk naar beneden duwde, de deur opende en deze weer sloot. Rustig liep hij naar de keuken. Daar was Max meestal te vinden. 'Goedemorgen, Max,' zei hij toen hij naar binnenging.

'Goedemorgen, Richard. Je had een nachtmerrie,' klonk het niet als een vraag maar als een vaststelling.

Richard knikte.

'Ik ben nog even bij jullie slaapkamer geweest maar toen ik jullie samen hoorde praten ben ik weer teruggegaan naar de keuken.

'Ik heb je dus niet wakker gemaakt?'

'Nee. En zelfs als je dat had gedaan, dan was dat niet erg. Dat weet je toch?'

'Ja. Maar … '

'Ga zitten, je ziet eruit als een vaatdoek. Kan ik iets voor je inschenken?'

'Als je hebt koffie graag.'

'Dat kan ik ook wel gebruiken. En ik maak ook wat te eten voor ons. Dus even geduld.' Max liep naar het aanrecht en ging aan de slag. Toen alles klaar was, zette hij het op de keukentafel neer en ging bij Richard zitten. 'Was het dezelfde nare droom?'

'Ja. Hij was er weer eens.'

Max wist dat Richard met 'hij' op zijn vader doelde: de geestverschijning in zijn dromen tegen wie hij het telkens weer af moest leggen. Max haalde een hand door de warrige, zwarte haren van Richard. Een teder gebaar. 'Maar … en je moet me maar zeggen als ik het verkeerd heb … ik heb zo het idee dat je ze minder vaak hebt.'

'Dat klopt. Het lijkt … alsof het wat aan het bezinken is.'

'Een goed teken. Vind je niet?'

Opnieuw knikte Richard. 'Maar … ' Richard viel stil.

'Je wilt zo graag dat het allemaal wat sneller gaat. Is dat het?'

'Ja. Ik weet niet of ik wel de tijd heb om … '

'Waarom zou je je haasten? Neem de tijd … alle tijd … die je nodig hebt om te genezen, jongen. Je bent er nog niet. Je arm werkt nog steeds niet en … '

'Ja, dat is ook zoiets vervelends! Hij hangt erbij! Ik kan er nog niets mee!' En om zijn woorden kracht bij te zetten, pakte hij met zijn linkerhand zijn rechterarm op en legde die op tafel neer.

Max keek hem bezorgd aan. Vanwaar al die onrust, dat ongeduld?

Richard nam een slok van zijn koffie. Het smaakte uitstekend. Hij voelde de warmte van binnen. 'Het was de engste van de twee maar ik heb amper geslapen. Kon niet in slaap komen omdat er iets was wat … ik weet het niet. Er was iets. Iets dat ik moest begrijpen, moest weten en toch … toch kon ik het niet vatten en toen ik schreeuwend wakker werd, was het er ineens wel. Er is iets met … met haar. Toen Jocelyn hier de allereerste keer was bleef ik er in ons gesprek ook al aan hangen, als het ware. Er was me iets onduidelijk en toen kon ik het ook al niet vatten. Het heeft te maken met de boterhammen in mijn lunchtrommel.' Hij keek op naar Max en vroeg: 'Ben ik duidelijk?'

'Er was iets met de boterhammen in jouw lunchtrommel,' herhaalde Max de woorden van zijn disgenoot. 'Ja, dat is te begrijpen. Maar weet je ook wat er was?'

'Nee. Dat is juist het gekke. Dat weet ik nog niet. Ik weet waar ik aan bleef hangen toen … maar niet precies waarom. Is het gek als ik je zeg dat ik eigenlijk nu meteen naar Jocelyn wil?'

Een voorzichtige glimlach brak door op het gezicht van Max. 'Stan zou zeggen dat je het moet doen.'

'Maar Stan neemt dingen vaak letterlijk. Toen hij net kon lezen las hij werkelijk alles om zich heen. Waar ook maar iets te lezen was, hij las het hardop. Een goede oefening. Toen we een keer langs een bord met 'DEAD END' (doodlopende weg) liepen, las hij dat ook en meteen bleef hij stokstijf staan. Ik wilde doorlopen maar hij pakte m'n arm beet en trok me terug. "Niet doen!" schreeuwde hij, "Stoppen, anders gaan we dood!"

Max moest lachen. 'Ja, je moet niet altijd alles letterlijk nemen. Maar in dit geval? Waarom zou je het niet doen?'

'Maar zoiets doe je toch niet! Het is midden in de nacht!'

Grote ogen zette Max op alsof hij zijn verbazing wilde uitdrukken. 'Ze heeft je vast en zeker gezegd, daar ben ik zeker van, dat je haar altijd zou mogen bellen. Toch?'

Richard knikte. Precies de woorden die Jocelyn had gebruikt. Hij had haar na die eerste sessie elke week bezocht. Of, beter gezegd, zich naar haar huis laten rijden en nadien weer laten ophalen. Ze was zijn therapeut geworden en hij was daar heel blij mee. Hij kon van zich afpraten en had dat nodig. Ze woonde samen met haar vriendin, Joëlle meestal afgekort tot Jo, in een mooi huis aan het strand. En Joëlle was ook heel leuk. Ze gaf tekenles op een Elementary School en een High School en daarnaast schilderde ze zelf ook. Op diverse plekken in hun huis hing werk van haar en Richard vond het prachtig. Zelf kon hij helemaal niet tekenen. Krabbelen, ja, dat kon hij maar het stelde nooit iets voor. Een talent dat zich bij hem niet had ontwikkeld. Joëlle werkte niet fulltime en was er steeds geweest als hij bij Jocelyn een afspraak had. Je kon bij hen gewoon naar binnen lopen en wachten in het zitje in de hal tot Jocelyn je kwam halen maar tot nu toe had haar partner steeds de deur voor hem opengedaan en hem meegenomen naar de woonkamer. "Gezelliger!" zo had ze gezegd en dat was ook zo geweest. Jo was heel erg aardig. En … dat had er op een middag toe geleid dat Richard ook zijn hart bij haar had uitgestort. Het had hem allemaal te hoog gezeten die middag. Hij had zich hopeloos gevoeld en diep ellendig en … nou ja … de woorden waren er ineens geweest en nadien had hij zich vreselijk bezwaard gevoeld omdat … nou ja … zij was niet zijn therapeut tenslotte. Toen hij dat onder woorden had gebracht had ze er niets van willen weten. "Het kwam zoals het kwam, Richard. En dan is het goed. Laat de dingen komen zoals ze komen. Een heel goede oefening in loslaten, vind ik altijd." Lieve woorden en zo op hun plaats.

'Nou?' vroeg Max. 'Doen we het op z'n Stans of houden we ons in?'

Richard wist het niet. Twijfelen. Daar was hij goed in. Soms wist hij het gewoon allemaal niet meer. Wist hij absoluut nie…

'Maak een keuze, Richard, of anders pak ik een dobbelsteen: even is bellen, oneven is niet bellen.'

'Je kunt de keuzes in je leven toch niet overlaten aan een dobbelsteen?'

'Waarom niet?'

'Nou ja … '

'Niet alle keuzes. Sommige moet je nemen door je eerst goed te laten informeren, er diep over na te denken en dan een rationele keuze te maken. Andere neem je op je gevoel. Toen ik Edith vroeg of ze met me wilde trouwen was dat heel spontaan, puur vanuit mijn gevoel. Ik had er niet over nagedacht. Liefde is bovendien niet iets dat je kunt beredeneren. Het voelde gewoon goed om te doen. De dobbelsteen kwam er niet bij te pas. Maar bij andere vraagstukken waar ik er door te denken en her en der informatie in te winnen niet uitkwam wat goed of niet goed was, heb ik wel eens een beslissing genomen door de dobbelsteen te laten rollen of een munt op te gooien.'

Richard keek Max met grote ogen aan. 'Echt?'

'Ja. Soms weet je gewoon niet wat goed of niet goed is.'

Heel duidelijk merkte Richard op dat het woord "fout" voor de tweede keer door Max niet gebezigd werd. "Niet goed" leek hij al niet prettig te vinden maar om het verschil aan te duiden was het noodzakelijk.

'Wat zegt je gevoel?'

'Dat ik moet bellen maar het is midden in de nacht!'

'Bel! Doe het gewoon!'

Hij wist het niet. Hij wist even helemaal niets en dat voelde verrekte rot. Allerlei dingen leken hem ineens te bespringen. Ook dat ene. Dat ene dat … Hij stond op, liep naar de buffetkast, pakte de telefoon en zocht het nummer van Jocelyn in het adresboek. Voor dat hij verbinding maakte was er opnieuw een aarzeling maar toch drukte hij de knop in.

'Me… met Jo,' klonk het slaperig en krakerig.

'Sorry. Sorry dat ik … nou ja … dat ik je wakker heb gemaakt,' verontschuldigde Richard zich.

'Met Richard? Ik herken het nummer van de Drummonds en Max heeft een heel andere stem. Ja, dus. Geeft niets, Richard, ik moest toch wakker worden want de telefoon ging.'

'Huh?'

'Een grapje, Richard, maar ik snap dat je hem niet begrijpt want het is nog erg vroeg, zie ik nu. Wat kan ik voor je doen?'

Richard legde uit dat hij graag langs wilde komen om iets met Jocelyn te bespreken. Dat het belangrijk voor hem was.

'En zij heeft vast en zeker gezegd dat je altijd mocht bellen als er iets was.'

'Ja.'

'Eigen schuld. Moet ze eindelijk maar eens leren om het anders te formuleren. Heel goed dat je het letterlijk hebt genomen, Richard. Kom deze kant maar op. Max kan je vast wel brengen maar ga wel eerst iets eten allebei. Zonder ontbijt van huis is niet goed.'

Zo kende Richard Jo inmiddels: bijna altijd een wijsheidje meegeven.


Tot de volgende keer…



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
 

Plaats een reactie

Vorige
Volgende

Terug naar Lucky's Corner

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast


cron