Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Lucky's Corner
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

MORGENSTER


Verhalen vanLucky Eye

Plaats een reactie

Bericht MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 09 juni 2017 06:32

Een verhaal van Lucky Eye

Disclaimer:
Dit verhaal is niet gebaseerd op feiten. Elke overeenkomst met gebeurtenissen, personen, plaatsen en tijden berust dan ook op toeval.

©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.


MORGENSTER




Hoofdstuk 1

Richard sliep. Hij was gaan liggen met de bedoeling om even een powernap te nemen. Maar dit keer was hij echt diep in slaap gevallen en zoals dan vaker gebeurde droomde hij. In de regel was hij een lichte slaper. Altijd al geweest. Op vierjarige leeftijd was het hem al vaak overkomen dat hij midden in de nacht wakker was geworden. Het speelgoed op zijn kamer had dan voor de nodige afleiding gezorgd en het was regelmatig gebeurd dat hij al spelende dan weer in slaap was gevallen. Maar als hij echt diep in slaap was, zoals nu het geval was, dan droomde hij. Hij kon echt overal slapen. Het maakte hem gewoon niet uit. De ogen dicht en slapen. Hij had het ook nodig die korte momenten van totale rust. Anders zou hij het tempo waarin hij leefde niet vol kon houden. Hij droomde meestal van alles en nog wat. Maar heel vaak was dat wat er zich achter zijn oogleden afspeelde angstig. Dan was hij in gevecht met zijn eeuwige tegenstander. Ze vielen elkaar met tomeloze energie keer op keer aan en heel lang kreeg geen van beiden de overhand. Het eindigde altijd met zijn verlies als zijn opponent hem helemaal tot puin sloeg en er alleen nog maar een stofwolkje van hem overbleef. Angstaanjagend en reden dat hij vaak hijgend, bezweet en met van pure doodsangst wijd opengesperde ogen wakker werd. Ook nu. Naar adem happend en met een hart dat enorm snel in zijn borstkas bonkte, sloeg hij zijn ogen op om meteen rechtop te gaan zitten. 'Pffff,' blies hij de lucht uit zijn longen. Gelukkig. Hij was wakker en wist dat het maar een droom was geweest. En er was ook een gevoel van opluchting in hem. Het was weer eens deze droom geweest en niet die andere. Die andere die nog veel erger was.

Met het wakker worden, begon ook meteen zijn agenda zich in zijn hoofd te melden. 'Shit!' Waarom was hij niet wakker geworden van het alarm van zijn horloge? Hij had een afspraak! Zijn nette kleren lagen klaar maar die aantrekken over zijn van het zweet natte lijf was onmogelijk! 'Shit,' mopperde hij nog een keer om zich naar de badkamer te haasten. Snel zijn wijde, katoenen boxer uit en snel even douchen om het zweet van zijn lijf te spoelen en zich te verfrissen. Hij was van school, het Monterey Peninsula College, naar huis gegaan om zich om te kleden omdat hij aan het eind van de middag met dean Drummond mee naar huis zou gaan om daar een klusje te klaren. Thuisgekomen had hij gezien dat hij nog wel een halfuurtje had voor een klein slaapje. En … daarbij had hij zich dus nu verslapen. Snel douchen en afdrogen. Snel een blik in de spiegel geworpen om te zien hoe zijn zwarte haren, die nodig weer eens geknipt moesten worden, er uit zagen. Hmmm. Het zat wild en een pluk rechts waar hij waarschijnlijk op zijn hand had gelegen wilde niet echt in model komen. Oké, dan maar niet. Aankleden. Zwarte sokken, boxer, zwarte broek en wit overhemd. Hetzelfde 'uniform' dat hij ook droeg als hij hielp als kelner in een van de restaurants in het uitgaanscentrum van Monterey; een van zijn vele baantjes. Daarna denderde hij rap de trappen van vijf hoog naar beneden af om in de garage zijn mountainbike te pakken. Als een gek racete hij van het havengebied, waar zijn flatje was, naar Fremont Street. Hij kende diverse kortere en snellere routes die hij 's nachts vaak over voetgangersgebieden nam maar durfde daar vanwege overlast voor de voetgangers en de kans op politiecontrole geen gebruik van te maken en dus zou zijn rit langer duren dan hij wilde. Maar ja, had hij zich ook maar niet moeten verslapen.

Bij het gebouwencomplex van de school aangekomen, stapte hij niet af maar reed hier wel over de plaatsen waar je eigenlijk met je fiets aan de hand hoorde te lopen. Het was aan het eind van de middag en rustig en dus zouden de toezichthouders andere dingen aan het doen zijn dan leerlingen in de gaten houden. Vandaag was een gekke dag. Niet alleen dat verslapen was er maar het was al veel eerder begonnen. De wet van Murphy liet zich deze dag heel duidelijk voor hem gelden. Vroeg in de ochtend was het al begonnen. Van dinsdag tot en met vrijdag hielp hij vroeg in de ochtend bij het uitladen van de bevoorradingsvrachtauto voor een supermarkt om de hoek van de straat waar hij woonde. Die ochtend was er een nieuwe chauffeur en die had het dus niet kunnen vinden. Al met al kwam de man drie kwartier te laat aan. Vijfenveertig minuten minder voor hem en anderen om hun klus te klaren en dus was het pezen geblazen. Tijdens zijn lunchpauze hadden de vier honden die hij moest uitlaten het op elkaar voorzien en dat terwijl ze normaal prima met elkaar konden opschieten. Het gevolg was geweest dat hij een scheur had opgelopen in zijn jeans toen de herder Andor, een heel lieve hond, uit pure frustratie vanwege het continue geblaf van het keffertje Milou, in zijn broekspijp had gehapt. En net nu hij had gedacht dat hij wat extra tijd had om even wat bij te slapen had hij zich verslapen en trapte hij zich opnieuw in het zweet terwijl hij dat er zo-even onder de douche had afgespoeld. Gelukkig had hij een goede deodorant.

Vlak bij het gebouw waar hij moest zijn aangekomen, keek hij snel om zich heen om te zien of er echt niet een toezichthouder toevallig met zijn ronde bezig was. Toen hij niemand zag, slalomde hij tussen de twee hekken door, trapte toen weer flink op de pedalen en schoot met grote snelheid de steile helling naar de fietsenkelder af. Die afrit was berucht, zo had hij begrepen van zijn medeleerlingen. Menigeen was daar in het verleden onderuit gegaan en daarom was er een aantal jaren geleden een algeheel fietsverbod ingesteld op het terrein van de school. Maar aangezien niemand zich daaraan leek te willen houden hadden de toezichthouders de opdracht om dat verbod te handhaven. Hij kneep hard in de achterremmen, helde met zijn bovenlijf over naar een kant en toen het wiel keurig in de door hem gewenste richting wegslipte, trapte hij nog eens stevig op de pedalen om zo ver mogelijk naar voren te rijden. Daar zou op dat tijdstip van die dag − het eind van de middag − wel genoeg ruimte zijn.

En inderdaad. Hij had keuze genoeg om zijn fiets te stallen. Tijdens het korte ritje door de kelder had hij gemerkt dat het licht op diverse plaatsen niet goed functioneerde. Zoiets moest ’s avonds als het donker was best eng zijn, zo schoot het door zijn hoofd. Niet dat hij snel bang was. Hoewel hij niet echt groot was, stond hij zijn mannetje omdat hij diverse zelfverdedigingsmethoden wist te gebruiken. En ja, helaas had hij het in de praktijk een aantal malen moeten gebruiken.

Nu had hij echter andere dingen aan zijn hoofd. Hij zette zijn fiets op slot en borg het sleuteltje goed op in zijn rugzak. Die slingerde hij over één schouder en toen rende hij in de richting van de trap naar de centrale hal. Onderaan de trap deed de verlichting het helemaal niet. Het was zijn bedoeling om met minstens twee treden tegelijk de trap op te rennen maar toen hij ergens tussen hemel en aarde zweefde bij zo'n sprong, kwam hij hard in aanraking met het een of ander en tuimelde achterover de trap af. De landing op de harde, betonnen vloer van de fietsenkelder zorgde ervoor dat alle lucht uit zijn longen geperst werd. Opnieuw was hij blij met alles wat hij op zelfverdediging en de daaropvolgende cursussen had geleerd want het kunstje om goed te vallen, was daar ook onderdeel van. Hij lag op zijn zij maar ondanks al het geleerde dat hij nu in praktijk had kunnen brengen deed zijn lijf op diverse plaatsen behoorlijk pijn en daarom stond hij het zichzelf toe om even met gesloten ogen te blijven liggen waar hij lag.

'Richard? Gaat het wel?'

Richard opende zijn ogen en zag een gezicht voor zich. Eerst was het wat wazig maar nadat hij een aantal keren met zijn ogen geknipperd had, herkende hij het gezicht van Nancy. Een mooi gezicht omlijst met lang kastanjebruin haar dat door heel veel mensen als rood werd getypeerd. Ze zat op haar knieën naast hem en toen hij langzaam in beweging kwam met de bedoeling zich op te richtten, duwde ze hem voorzichtig terug. Haar actie veroorzaakte een pijnscheut in zijn lichaam die ze gelukkig niet opmerkte.

'Liggen blijven. Ik haal een van de toezichthouders voor je. Die hebben allemaal EHBO gehad.'

'Sorry, Nancy, maar daar heb ik geen tijd voor,' reageerde hij zo nonchalant mogelijk waarna hij opnieuw een poging deed om in zittende houding te komen. Ditmaal hield het meisje hem niet tegen.

'Stijfkop! Je kunt wel een hersenschudding hebben, of zo!'

'Ik niet! Die kop van mij is veel te hard.'

'Ja, dat zou kunnen. Zo'n stijfkop als jij heb ik inderdaad nog nooit gezien!' zei ze maar ze glimlachte er wel bij.

Moeizaam kwam hij in de benen. Zijn knie deed pijn en ook zijn rechter arm, die de val had gebroken en voorkomen dat hij met zijn hoofd op de grond terecht kwam, deed zeer. Daarbij kwam nog dat de keurige, zwarte broek die hij aan had nu ontsierd werd door stof en een flinke winkelhaak ter hoogte van de knie. Richard vloekte. Hij was speciaal naar huis gegaan om zich om te kleden voor deze klus en nu zag hij eruit als… tja… als wat?

'Gaat het echt wel?' klonk het bezorgd uit Nancy's mond. Nancy zag hoe Richard knikte. 'Wat doe je hier eigenlijk? Je was toch allang naar huis?'

'Ik heb een afspraak met Drummond. Ik ga met hem mee naar huis om een netwerkje bij hem aan te leggen.'

'Kan hij daar niet iemand voor inhuren?' reageerde Nancy verontwaardigd. 'Ik weet dat hij geld genoeg heeft.'

'Hij heeft mij ingehuurd, Nancy! Je denkt toch niet dat ik het voor niets doe, hè!' De pijn liet zich even goed gelden en Nancy moest dat gezien hebben want even later zei ze dat ze het toch wel verstandig vond als hij even met haar mee zou gaan naar de schoolverpleegkundige. Daar wilde hij echter niets van weten. Hij was al laat en hoopte maar dat hij niet te laat zou zijn. Nog even hield Nancy hem aan de praat en dat waarschijnlijk alleen maar om er zeker van te zijn dat alles echt goed met hem was. Manmoedig zette hij twee stappen in de richting van de trap en merkte meteen dat dat erg pijnlijk was. Elke beweging lokte een pijnscheut uit in zijn been en aan de rechterkant in zijn bovenlijf. Waarom maakten ze die vloeren dan ook van beton, mopperde hij in zichzelf.

'Weet je zeker dat het gaat, Richard?' vroeg Nancy die hem na stond te kijken.

Hij draaide zich naar haar om, knipoogde en strompelde de trap op.

Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 16 juni 2017 08:09

Hoofdstuk 2

Nancy keek de moeilijk lopende Richard na die zich langzaam van de ene tree op de andere tree hees, want echt vlot omhoog lopen kon ze het niet noemen. Ze kon zich heel goed voorstellen dat hij verrekte van de pijn. Waarom had die idioot dan ook zo'n haast gehad! Nou ja, kende ze Richard anders? Het leek of hij altijd haast had. Nee, corrigeerde ze zichzelf, niet helemaal waar. Op school tijdens de lessen was hij de rust zelve. Dan nam hij overal de tijd voor en was hij nooit te beroerd om anderen te helpen als die iets niet snapten. Dan … dan leek hij een heel ander mens ineens. Maar voor de rest rende en holde Richard van het ene baantje naar het andere. In haar ogen was hij knettergek. Nu ook weer. Helemaal met Drummond mee naar zijn huis om daar een netwerk aan te leggen! Alsof zoiets nodig was bij Drummond! Ze kende de familie Drummond heel erg goed omdat die naast haar grootouders, door wie zij grotendeels was opgevoed, woonden en zij heel veel met hun kleinkinderen had gespeeld vroeger. En nog steeds kwam ze wel bij Max en Edith over de vloer. Maar Drummond met een netwerk, dat was net zoiets als een holbewoner met een zaklantaarn. Natuurlijk hadden ze bij de Drummonds wel computers maar of je die oude apparaten, die vast en zeker allemaal nog onder Windows 3 liepen, in een netwerk met elkaar zou kunnen verbinden, dat vroeg ze zich af. Haar gedachten gingen terug naar Richard. Een vreemde jongen die sinds het begin van dit schooljaar in Monterey woonde. Er was tussen hen beiden meteen iets van een band geweest omdat ze op precies hetzelfde moment met de auto, hij in zijn eentje en zij met haar vriend Nathan, waren aangekomen bij het oude, verbouwde pakhuis waar ze beiden een flat huurden. Het stond Nathan – vijf jaar ouder dan zij, samen met zijn vader eigenaar van een garage, in zijn vrije tijd toetsenist en zanger in een eigen bandje – helemaal niet aan dat zij op zichzelf wilde gaan wonen. Veel liever had hij gehad dat ze bij hem introk in zijn woning boven de garage maar daar had ze het nog niet aan toe. Eerst eens kijken of ze zichzelf kon redden. Niet meteen vanuit de veilige thuissituatie bij haar grootouders intrekken bij iemand die opnieuw voor haar zou willen zorgen. Gedrieën hadden ze beide auto's leeg geruimd en Nathan, die in eerste instantie wat argwanend ten opzichte van haar nieuwe buurman had gereageerd – Richard was tenslotte een man en ook nog eens leuk om te zien – was aan het eind van de middag helemaal omgedraaid omdat hij in een van de dozen van Richard diens diploma's van een aantal vechtsporten had gezien. En meteen had zij geweten waarom Nathans stemming omgeslagen was: hij had nu het idee dat zijn vriendinnetje een stuk veiliger woonde. Zij en Richard konden het heel erg goed met elkaar vinden. Ze aten regelmatig bij elkaar als het hem uitkwam want hij was altijd wel bezig met iets. Hij had diverse baantjes. 's Ochtends in alle vroegte hielp hij altijd bij de supermarkt van O'Malley – een Iers echtpaar van geboorte dat het maar wat leuk vond dat ze een jongen met een Ierse achternaam aan een baantje konden helpen − om de vrachtwagen uit te laden. Tussen de middag liet hij honden uit. Na het avondeten maakte hij kantoren schoon en daarna werkte hij vaak nog als ober ergens. En naast al die werkzaamheden werkte hij ook nog voor Fred Quintana. Dat was de eigenaar van een winkel in computers en mobiele telefonie. Richard werd door hem vaak ingeschakeld om in Monterey en wijde omgeving computers te installeren bij mensen thuis of netwerken aan te leggen.

Richard was een vreemde. Dat had ze meteen al in het begin gemerkt. Hij had een heel duidelijk accent en hij maakte af en toe rare schrijffouten. Ze was er door veel vragen, want uit zichzelf iets vertellen deed Richard niet, achter gekomen dat hij uit Canada kwam maar veel meer had ze ook niet van hem weten los te krijgen. Canada, daar had ze het mee moeten doen. Of hij ouders of broers en zussen had wist ze niet. Richard was zo gesloten als een oester. Op school deed hij zijn uiterste best en haalde prima cijfers. Het leek of het hem allemaal heel gemakkelijk afging. Trots was hij daar echter niet op. Als meneer Meyers, de leraar informatiekunde, hem prees om zijn goede prestaties en inzicht, werd Richard altijd enorm rood. Hij was duidelijk verlegen.

Je kon rustig zeggen dat hij heel bijzonder was. Zo reed hij elk weekend naar huis. Vrijdag aan het begin van de middag weg en maandag 's ochtends weer terug en dat elk weekend. De oorzaak kon volgens haar niet heimwee zijn want waarom was hij dan helemaal hierheen gekomen om te studeren? Dan had hij ook kunnen kiezen voor iets in zijn eigen land toch? Daar hadden ze ongetwijfeld ook goede opleidingen. Maar nee, Richard kwam uit Canada naar Monterey en ging dan toch elk weekend naar huis. Heel vreemd was het geweest toen een keer zijn auto niet wilde starten en hij echt in alle staten was want hij moest en zou naar huis. Nathan – bij wie hij zijn auto op het terrein parkeerde – had de auto, een enorm oude barrel, in de garage nagekeken en hem kunnen repareren. Richard was er steeds bij gebleven en was uiteindelijk met een vertraging van drie uur vertrokken. Nathan had het ook heel vreemd gevonden. Richard had niets anders gedaan dan heen en weer lopen in de garage en had hem en zijn werknemers flink op de zenuwen gewerkt.

Uitgaan deed hij ook niet. Nou ja, bijna niet. Hij was geen gezelligheidsdier, durfde ze gerust te stellen. Ze had hem een paar maal meegesleurd omdat ze gewoon vond dat hij bepaalde uitnodigingen van klasgenoten niet af kon slaan maar het was echt slepen geweest. Eerst heel lang praten. En dat praten leek dan alsof je tegen een muur aan stond te kletsen want Richards antwoord bleef steevast: "Ik ga niet", "Heb geen zin", of "Heb het te druk". En ja, dat laatste was natuurlijk waar maar nooit eens uitgaan, was volgens haar niet goed. Je was tenslotte maar één keer jong en daar moest je dan ook van kunnen genieten. Misschien was het dat wel. Misschien wist Richards wel niet hoe hij moest genieten. Maar drie keer was het haar dan toch gelukt om hem zover te krijgen dat hij met haar meeging. De eerste keer in oktober, de tweede keer bij het feestje dat Jacob een week voor Kerstavond had georganiseerd en vorige maand nog naar een feestje dat Nathan had gegeven voor zijn verjaardag. Die keer bij Jacob zou ze nooit vergeten en wat was ze blij dat ze Richard zover had gekregen dat hij toen wel mee was gegaan. Met z'n drieën waren ze − Richard, Nathan en zij – teruggelopen naar huis. Het was een flinke wandeling en Nathan had iets te veel gedronken. Ergens in het centrum werden ze ineens staande gehouden door een viertal jongens. Nancy had zich meteen teruggetrokken achter haar begeleiders omdat ze het niet vertrouwde. Ze wilden geld van hen en er blonken een paar messen. Nathan probeerde er met praten uit te komen. Maar omdat hij aangeschoten was, dacht hij het met grapjes te kunnen oplossen maar dat hielp dus niet. Al snel had Richard begrepen dat Nathan niet echt een hulp zou zijn en had hij haar gezegd Nathan vast te houden. Zij had het doodeng gevonden want Richard was een onderdeurtje van 1.67 meter lengte en hij stond in zijn eentje tegenover vier gasten die duidelijk veel groter waren en waarvan er zeker twee een mes hadden. Richard had het viertal heel duidelijk gesommeerd weg te gaan en hen met rust te laten. Ze hadden gelachen. Nogmaals had er een waarschuwing geklonken en toen ook deze in de wind geslagen werd was het allemaal heel snel gegaan. De jongens waren begonnen en Richard had alleen maar gereageerd op hun acties maar wel zodanig dat hij binnen de kortste keren de twee met een mes had uitgeschakeld. Ze lagen zo snel op de grond dat zij amper had kunnen zien wat er was gebeurd. Richard stond als de rust zelve op het slagveld en had zich tot de twee anderen gericht. Deze hadden elkaar even aangekeken en zich toen heel snel uit de voeten gemaakt. "Zo, dat was dat," had Richard gezegd. Hij had de messen met een zakdoek die hij van haar had geleend opgeraapt en apart gelegd en daarna de twee overvallers met zijn eigen riem en die van Nathan vastgebonden en de politie gebeld. Toen een agent haar gevraagd had hoe Richard zijn belagers uitgeschakeld had kon ze alleen maar zeggen dat alles heel erg snel was gegaan en dat ze het absoluut niet had kunnen volgen.

Uit dat Kerstincident, zoals ze het nadien noemde, vloeiden diverse voordelen. Nathan nam zich stellig voor, en tot nu toe had hij dat nog steeds volgehouden, om niet meer dan één biertje, glas wijn of cocktail te drinken als hij samen met Nancy uitging. Hij had zich namelijk doodgeschaamd dat hij niet in staat was geweest zijn vriendin te beschermen. Voordeel voor Richard was, dat het onderhoud van zijn auto hem geen cent meer kostte en dat hij elke vrijdagmiddag met een volle tank kon vertrekken; ook een stukje boetedoening van Nathan.

Nancy onderbrak haar gedachtestroom en liep snel naar de trap toe om te kijken of Richard erin geslaagd was boven te komen. Ze kon hem niet meer zien of horen en ging ervan uit dat hij inmiddels op zijn plek van bestemming zou zijn. Ze slaakte een zucht van verlichting. Het was hem gelukt. Misschien viel alles toch nog wel mee. Met het voornemen om naar huis te gaan, liep ze de fietsenkelder weer in en toen ze langs de plaats kwam waar Richard hard in aanraking met het beton was gekomen zag ze ineens iets glinsteren. Ze bukte zich en zag bloed. Shit! Snel draaide ze zich om en rende terug, de trap op en de hal in. Meteen richtte ze haar ogen op de deur van Drummonds kantoor. Die was dicht. Richard was waarschijnlijk al binnen. Toen zag ze hoe mevrouw Jenkins, een van de verpleegkundigen van de school, zich door de centrale hal haastte in de richting van Drummonds kantoor. Gelukkig, mevrouw Lopez had zich niet zoals zij door Richards bravoure van de wijs laten brengen en er een deskundige bijgehaald.

Wordt vervolgd …

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 23 juni 2017 07:59

Hoofdstuk 3

De trap van de fietsenkelder naar de centrale hal was een bezoeking geweest. In de centrale hal was hij meteen een toilet binnengelopen om in een spiegel te zien hoe groot de schade was. Op zijn gezicht zat rechtsboven een flinke schram waar bloed uitliep. Waarschijnlijk had zijn gezicht dus toch even de grond geraakt. Hij maakte een papieren handdoekje nat en probeerde het bloedden te stelpen. Het prikte enorm! Hij veegde het bloed zo goed als mogelijk weg. Zijn witte overhemd zat onder de smerige vegen en zijn broek was niet meer zwart maar grijs vanwege het stof. Hij leek wel een landloper. Terug naar huis lukte in elk geval niet. Hij zou zo naar Drummond moeten en als eerste zijn excuses maken voor de haveloze toestand waarin hij verkeerde. Het oversteken van de hal – die groot, ruimtelijk en goed verlicht was vanwege het zonlicht dat van bovenaf naar binnenscheen – had ervoor gezorgd dat heel veel mensen hun hoofd naar hem hadden omgedraaid. Niet alleen de staat van zijn kleding maar ook de manier waarop hij liep trok waarschijnlijk de aandacht. Vreselijk vond hij het. Hij hield er absoluut niet van om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Gelukkig lag Drummonds kantoor niet verderop in het gebouw. Hij klopte en wachtte tot hij mevrouw Lopez, de secretaresse van Drummond, hoorde roepen dat hij binnen mocht komen. Richard stapte naar binnen en werd getrakteerd op een gulle glimlach en een stortvloed aan lovende woorden. In haar ogen, zo wist hij, was hij haar reddende engel omdat hij de vorige week haar computer weer aan de praat had gekregen en hem meteen had opgeschoond zodat het apparaat weer een stuk sneller werkte. Maar ineens zag hij haar gezicht verstrakken.

'¡Madre Mia! Wat is er met jou? Je ziet zo bleek! En… '

Er volgden nog veel meer woorden maar die waren allemaal in het Spaans en daarvan verstond hij helemaal niets. Voordat hij het wist drukte ze hem neer op de bank langs een van de wanden van het kantoor, wat een flinke pijnscheut in zijn bovenlijf veroorzaakte, rende ze naar haar telefoon en binnen een paar tellen, tenminste zo voelde het voor hem, was er een verpleegkundige aanwezig. Zijn protesteren, nadat hij begreep wat mevrouw Lopez van plan was, had geen enkele zin gehad. Er moest en zou iemand naar hem komen kijken. Mevrouw Jenkins was heel snel gekomen. Het liefst had ze gewild dat ze met hem naar het ziekenhuis zou gaan maar daar had hij niets van willen weten. Dat protest had wel gewerkt in elk geval. Als iets van compensatie voor zijn botweg weigeren naar haar advies te luisteren had hij zich daarna volledig overgegeven en alles over zich heen laten komen. Echter … toen hij moest gaan staan en zijn broek moest laten zakken, had hij toch wel even vreemd op zijn neus gekeken. Zijn broek laten zakken in het bijzijn van twee dames?

'Niet zo moeilijk doen, Richard!' sprak de verpleegster. 'Je hebt een winkelhaak in je broek en ik verwacht dat je daar een wond hebt en die wil ik zien.'

Hij deed wat hem gevraagd of beter gezegd opgedragen werd. En ja, ze had helemaal gelijk. Aan de zijkant van zijn knie zat een flinke snee en op zijn bil een enorme schaafwond. Een verdere inventarisatie van zijn verwondingen gaf, naast datgene dat hij zelf al gezien had in de spiegel, het volgende lijstje: een niet al te erg bloedende schaafwond op de buitenkant van zijn rechter hand, eentje op zijn ribbenkast en op heel veel plaatsen waren nu al verkleuringen te zien. Hij kreeg een tetanusspuit, een pijnstiller, de wonden werden verzorgd en waar nodig verbonden of met een pleister afgedekt en daarna werd Richard weer teruggezet op de bank en door de dames geholpen om in liggende positie te komen omdat hem dat op eigen kracht niet lukte en hij van mevrouw Jenkins per se een half uur rust moest nemen. Er werd op de deur geklopt en de schoolverpleegkundige opende de deur en praatte met iemand op de gang. Hij kon niet zien wie het was maar even later vertelde ze hem dat zijn vriendinnetje Nancy gevraagd had of alles goed met hem was. Richard had uitgelegd dat Nancy een vriendin was en niet zijn vriendinnetje.

'Je mag blij zijn met zo'n vriendin, jongeman! Ze geeft om je en het was beter geweest als je naar haar had geluisterd en meteen naar mij was gegaan.'

'Maar ik… ' probeerde Richard zich te verdedigen.

'Ja, je had een afspraak,' bemoeide mevrouw Lopez zich er nu ook mee. 'En kijk eens! Wie houdt zich niet aan die afspraak! Wie is er al zeker twintig minuten te laat nu!'

Ja, ze had helemaal gelijk. Haastige spoed was zelden goed en nu helemaal niet nodig geweest, zo bleek. Drummond was tijdens de hele onderzoek- en behandelscène niet verschenen. Dus zo laat was hij waarschijnlijk toch niet geweest. Of beter gezegd, Drummond was te laat. Verdomme! Had hij zich voor niets gehaast. Had hij het ook wel rustig aan kunnen doen en dan… nou ja… laat ook maar. Zoiets hielp niet echt. Klagen had geen enkele zin en bovendien werd hij hier, liggend op de bank, goed verzorgd door mevrouw Lopez die hem koffie en koekjes bracht. Koffiedrinken liggend op de bank zou niet goed gaan maar de koekjes gingen er wel lekker in. Voor de koffie kwam al snel een oplossing. Vanuit de kantine bracht iemand een rietje. Probleem opgelost.

Nadat het half uur verplichte rust al ruim verstreken was kwam Drummond zijn kantoor uit gezet en zei het volgende: 'Ah, ik zie dat je er al bent, Richard. Groot gelijk dat je het jezelf gemakkelijk hebt gemaakt.'

'¡No me digas!' Klonk het vol ongeloof uit de mond van mevrouw Lopez en in alle geuren en kleuren begon ze uit te leggen wat er gebeurd was.

Drummond liet zien dat hij een zorgzame kant had, trok een stoel aan en ging naast Richard zitten en vroeg hem hoe het met hem was.

Richard bleef rustig liggen. Die positie beviel hem wel goed eigenlijk. Zijn gedachten waren al diverse malen vooruitgelopen op het feit dat hij toch eens van de bank zou moeten opstaan en dat was geen leuk vooruitzicht geweest. 'Het gaat wel, meneer. Ik heb het idee dat de pijnstiller van mevrouw Jenkins goed werkt.'

'Ja, maar dat houdt een keer op. Zal ik je niet liever naar huis brengen? We kunnen rustig een andere keer afspreken om dat klusje bij mij thuis te doen.'

'Nee, liever niet, meneer,' zei Richard terwijl hij een poging deed overeind te komen. Die faalde echter omdat de pijn scherp door zijn bovenlijf trok. 'Sorry, geeft u mij alstublieft even wat tijd.'

'Alle tijd, Richard. Haast je niet maar ik denk dat het je niet zal lukken om alleen overeind te komen nu. Vind je het goed dat mevrouw Lopez en ik je helpen?'

Richard begreep maar al te goed dat een nieuwe poging hetzelfde resultaat zou hebben en daar zat hij niet op te wachten. Hij knikte en werd na een gezamenlijk '1, 2, 3,' door de twee overeind geholpen. Er was pijn. Overal pijn maar toch niet zo veel als bij zijn solopoging. 'Pfff,' verzuchtte hij.

'Ben je ook duizelig?'

'Nee, meneer.'

Mevrouw Lopez vertelde dat de verpleegkundige allerlei dingen aan Richard had gevraagd om uit te sluiten dat hij een hersenschudding had. 'Volgens mevrouw Jenkins heeft Richard een harde kop.'

Drummond lachte. 'Een harde kop of niet, ik denk dat bewegen de komende tijd wel lastig zal zijn en daarom lijkt het mij toch beter dat ik je naar huis breng.'

Opnieuw kwam er een protest over de lippen van Richard. Een ferm verzet. Eentje die ervoor zorgde dat Drummond en mevrouw Lopez elkaar heel even aankeken maar dat niet zonder dat hij het opmerkte.

'Oké, ik zal afgaan op dat wat jij zegt. Je bent 21 en dus mag ik aannemen dat je oud en wijs genoeg bent om een verstandig besluit te nemen,' sprak de dean rustig.

Verstandig en wijs was het misschien niet, zo dacht de jongen, maar hij kon deze klus gewoon heel erg goed gebruiken. Bezig zijn met computers was iets dat hij heel erg graag deed en hij greep elke poging aan om dat te doen. Het was zoveel beter dan alle andere baantjes die hij had en … nou ja … hij moest geen onderscheid maken tussen dat wat hij deed. Het diende allemaal een doel en dat was om zo snel mogelijk zo veel mogelijk geld te verdienen zodat hij …

'Zullen we dan maar?'

Richard stond met de nodige moeite vanuit zittende positie op en zag het uiterst bezorgde gezicht van mevrouw Lopez. Haar gezichtsuitdrukking deed hem bijna meer pijn dan zijn verwondingen. Hij was de vrouw leuk gaan vinden. De afgelopen tijd was hij vaker door Drummond gevraagd om dingen te veranderen aan de computers op zijn kantoor en daarbij had hij het gezelschap van mevrouw Lopez op prijs weten te stellen. Ze was gewoon leuk. Een heel gezellige vrouw die hem heel veel had verteld over haar leven terwijl hij bijna niets had prijsgegeven over het zijne. Hij had het allemaal beperkt gehouden tot zijn wereld hier in Monterey. Meer wilde hij niet kwijt. Met zijn verdere leven had helemaal niemand iets nodig. Niemand wist iets van hem en dat wilde hij zo houden. Maar nu ze zo zorgelijk keek, vond Richard het toch wel moeilijk. Het leek op moederlijke bezorgdheid, zo voelde hij. Een steek van pijn in zijn hart volgde. Verdomme! Niet aan denken! Niet nu!

Max Drummond ging de jongen voor zijn kantoor uit en de grote hal in. Het was er rustig nu en dat kwam op zich heel goed uit. Zo konden ze de kortste weg, een rechte lijn, aanhouden in de richting van de liften. Normaal nam hij altijd de trap maar gezien Richards situatie leek het hem beter om daar nu maar vanaf te zien. Hij was 74 maar nog steeds goed ter been en zorgde ervoor iets langzamer dan normaal te lopen zodat de jongen hem bij zou kunnen houden in de hoop dat hij niet al te veel pijn zou hebben. Misschien … nee, de jongen had zijn keuze gemaakt en daar moest hij het mee doen. Stijfkoppig, dat was hij zeker. Maar daar was op zich niets mis mee. Het was een karaktereigenschap waar hij zelf ook over beschikte en die hem soms had opgebroken maar er ook vaak voor had gezorgd dat hij dat bereikte wat hij had gewild. Bovendien was er zijn vrouw. Samen vormden ze een goede twee-eenheid. Ze vulden elkaar aan en trapten af en toe bij elkaar op de rem. Zij als hij al te stijfkoppig was en de belangen van anderen uit het oog verloor, en hij bij haar als ze haar zorgzaamheid te ver doordreef en zichzelf vergat. Een prima combinatie. Zo denkend kon hij zich nu al heel goed voorstellen hoe ze zou reageren als Richard straks strompelend hun huis zou binnenkomen. Want lopen kon je het amper noemen wat de jongen deed.


Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 30 juni 2017 07:47

Hoofdstuk 4

Drummond beschikte over een heel mooie en comfortabele auto. Richard zakte zowat helemaal weg in de stoel toen hij er plaats op nam. Het voelde zacht maar gaf tegelijkertijd gelukkig heel veel steun, zo merkte hij op. Nou ja, de dean kon het ook wel betalen. Hij had van Nancy heel veel over de Drummonds gehoord en begrepen dat die flink wat geld moesten hebben. Alleen al hun huis op de kust bij Pebble Beach was volgens Nancy een vermogen waard en zij kon het weten want haar grootouders woonden daar ook. Maar Drummond was ook bijzonder, zo wist hij van haar. Hij kon allang met pensioen maar wilde nog steeds van geen stoppen weten. Tot drie keer toe had het bestuur van de Community College hem een voorstel daartoe gedaan maar steeds had Drummond dat afgewezen. De eerste keer vond hij zich met 62 nog te jong. De tweede keer, vijf jaar later, was er de nieuwbouw van de school waarvan hij vond dat hij daarvoor onmisbaar was vanwege zijn connecties met overheid en bedrijfsleven. De laatste keer was toen de dean 70 was geworden. Maar opnieuw had hij niet toegestemd. Hij was gekomen met een tegenvoorstel dat inhield dat hij zelf zijn tijd van pensionering zou bepalen en dat hij voor een symbolisch (erg laag) bedrag op de loonlijst zou blijven staan. Volgens hem was het belangrijker dat het geld naar het onderwijs en de begeleiding van de leerlingen ging in plaats van naar hem. Een nobele gedachte, vond Richard. Maar ja, als je voldoende verdiend had dan kon je zoiets ook doen. Maar toch … niet iedereen zou zoiets doen.

Zijn intakegesprek had Richard niet met Drummond gehad. Hij had hem voor het eerst gezien tijdens de speech die hij had afgestoken bij de opening van de introductieweek. Richard had bewondering voor hem gehad omdat Drummond dat helemaal uit zijn hoofd had gedaan. Pas toen hij bij de huishoudelijke mededelingen en het schema voor de rest van de week was aangekomen had hij er notities bij gepakt. Ook vond hij het bijzonder dat Drummond zich die week elke dag had laten zien aan zijn nieuwe oogst aan leerlingen. Hij was onder andere toeschouwer geweest bij de sportieve onderdelen en had ook een groep geleid bij het bezoek aan het museum voor moderne kunst. Bijzonder, vond Richard. De dean was nog bijzonder actief voor zijn leeftijd.

De rit naar Pebble Beach verliep voorspoedig. Alleen in het centrum van Monterey hadden ze even vastgestaan in de avondspits. Drummond was een voorzichtig rijder, zo merkte Richard op. Behoedzaam was misschien beter gezegd. Tijdens het rijden praatten ze beiden niet maar dat had hij bij het instappen meteen al aangegeven met de woorden: "Het spijt me maar ik kan geen twee dingen tegelijkertijd meer doen en daarom richt ik me in de auto op het rijden". Richard had dat heel verstandig gevonden. Als je weet hebt van je beperkingen is het goed om je gedrag daarnaar aan te passen. Buiten de stad viel het hem op dat het heel anders rook ineens en des te verder ze vorderden naar hun bestemming des te duidelijker kon hij de zee ruiken. Met zijn ogen dicht probeerde hij zich een voorstelling van de oceaan te maken. Zou Drummonds huis uitzicht op zee hebben? Hij hield van de zee. Thuis was hij ook vaak naar het strand gegaan. Altijd met Stan. Ze hadden gezwommen en samen in de zon gelegen. Het was een rustmoment voor hen beiden geweest altijd.

'We zijn er!' zei Drummond.

Richard schrok op en voelde meteen de pijn in zijn lijf. Had hij geslapen?

'Lekker dutje gedaan?' vroeg Drummond met een glimlach op zijn gezicht.

'Ja. Lijkt er wel op. Het laatste stukje heb ik gemist geloof ik.'

'Ach, niets bijzonders gemist hoor.'

Met moeite, omdat zijn lijf stijf aanvoelde en tegenwerking leek te bieden bij alles wat hij wilde doen, stapte Richard uit. Jammer genoeg kon hij vanaf de oprit de oceaan niet zien. Wel zag hij dat de zon aan het ondergaan was. Het was eind maart en het zou niet lang duren voordat het donker was, zo wist hij. Hij probeerde zijn tas van de achterbank te pakken. Dat moest hij bezuren. Hij kromp zowat ineen van pijn.

'Zal ik dat maar doen voor je?'

'Nee da… '

'Laat het mij doen, Richard.'

Het had onverbiddelijk geklonken en daarom had hij niet meer geprotesteerd. Hij volgde Drummond naar de voordeur die als vanzelf voor hem open leek te gaan. Het was echter zijn vrouw die de deur opende en haar man vrolijke begroette.

'Ah, daar ben je, lieverd!' Ze gaf hem een kus op zijn wang. 'Was het leuk op je werk?' Op een antwoord wachtte ze niet want ze ging meteen verder. 'Ah, en jij moet dan Richard zijn. Welkom, Richard!'

'Dank u, mevrouw.' Richard stak zijn hand uit naar de hare en bereidde zich alvast voor op de pijn die hij zou gaan voelen als ze zijn hand zou drukken maar zover kwam het niet. Het verband om zijn hand alarmeerde haar.

'Oh, maar wat is er aan de hand? Max?'

'Volgens Richard is er niets aan de hand, schat, maar hij is in de fietsenkelder van de trap gevallen. Vanwege de slechte verlichting zag hij niet dat Nancy de trap afkwam en omdat hij probeerde met zoveel mogelijk treden tegelijk naar boven te springen kwam hij in botsing met haar. Maar voordat je je ongerust gaat maken, Alice heeft hem nagekeken en opgelapt. Nancy heeft trouwens niets.'

Richard begreep dat Alice de voornaam van mevrouw Jenkins was maar waarom dat een geruststelling moest zijn begreep hij niet. Tenzij het gewoon was omdat Jenkins de schoolverpleegkundige was maar … zo had het niet aangevoeld. Het leek of er meer was maar hij wilde er niet naar vragen.

'Maar gaat het wel, jongen?'

'Jawel, mevr… '

'Zeg, je hoeft niet steeds mevrouw tegen mij te zeggen hoor. Gasten in ons huis spreken ons aan bij onze voornamen.'

'Maar misschien is hij dat niet gewend, lieverd.'

'Ach, dat went dan wel. Maar kom binnen, Richard. En voel je thuis hier bij ons.'

Even zocht Richard met zijn ogen steun bij Drummond en toen hij zijn knipoog zag, voelde dat ook echt zo.

'Mijn vrouw kan nogal overrompelend overkomen,' zei hij nadat zijn echtgenote het huis was ingelopen, 'maar ze heeft een hart van goud. En wat dat aanspreken betreft heeft ze helemaal gelijk. Onze kinderen en kleinkinderen mogen ons bij onze voornamen noemen maar doen dat lang niet altijd. Onze gasten wel en dus is het jou als onze gast ook toegestaan ons Edith en Max te noemen. Alleen op school noemen ze mij meneer Drummond. Ik neem aan dat jij het verschil tussen hier en school heel goed kunt maken.'

'Ja, meneer, dat zal geen probleem zijn.'

'En weet dat wij je niet steeds zullen corrigeren als je toch nog "mevrouw" en "meneer" zegt.'

Die laatste toevoeging vond Richard op de een of andere manier bevrijdend. Hij kon het niet fout doen dus. Vreemd dat gevoel maar … tegelijkertijd ook heel fijn.

Nadat Max zijn vrouw had gevraagd hoe laat ze zouden gaan eten en te horen had gekregen dat het nog een uurtje zou duren, leidde hij Richard naar zijn studeerkamer. Daar stond zijn computer en dat was het object waaraan zijn gast zich zou gaan wijden. Tenminste, als hij dacht dat er nog wat van te maken was. Het ding was oud maar net als de computers die hij op school gebruikte wel heel goed onderhouden. Het onderhoud aan al zijn apparatuur had hij altijd laten uitvoeren door Fred Quintana die een winkel had in de buurt van de school. Maar Fred had het te druk gehad en hem aangeraden om Richard eens te vragen. Volgens de beschrijving van Fred was Richard een genie. En nadat de jongen voor de Kerst de computers op zijn kantoor onder handen had genomen en door mevrouw Lopez verheven was tot Kerstengel, en de vorige week mevrouw Lopez opnieuw een wonder had laten zien door haar computer weer aan de praat te krijgen, had hij hem nu ook gevraagd iets te doen aan zijn computer thuis en te kijken of die met die van zijn vrouw verbonden kon worden in een thuisnetwerkje. 'Kijk daar staat het fossiel!' wees Max het apparaat aan. Heel zorgvuldig keek hij naar Richards gezicht om zijn reactie te peilen. Echt iets opmerken kon hij echter niet. Hij had verwacht een stukje teleurstelling of wanhoop te zien maar dat was absoluut niet van het jeugdige gezicht af te lezen geweest.

Toen Richard de oude computer vanuit de deuropening bekeek, wist hij bijna meteen om wat voor een apparaat het ging maar uit ervaring wist hij dat uiterlijk kon bedriegen. Soms waren die oudjes zodanig geboost dat ze net zo goed werkten als de nieuwste. Een inwendig onderzoek zou moeten aangeven of de wens van Drummond … nee van Max… toch wel even wennen … uitgevoerd zou kunnen worden. 'Vindt u het goed dat ik het apparaat openmaak om het allemaal even goed te bekijken?'

'Je gaat je gang maar, Richard, en als ik je moet helpen of zo dan hoor ik het graag van je.'

Richard liep in de richting van het bureau maar bleef halverwege staan. Het uitzicht over de oceaan door de glazen puin benam hem zowat de adem. 'Wauw! Dat is mooi!'

'Ja, hè! Het uitzicht hier is echt prachtig. Een van de redenen waarom we zijn gevallen voor dit huis. Het ligt op het hoogste punt van de rots.'

Richard bleef staan kijken. Hij zag hoe de golven op de kust aangerold kwamen. Hij zag surfers maar kon ze van deze afstand niet goed onderscheiden. Zelf had hij ook altijd graag willen surfen maar het was er nooit van gekomen. Hij nam zich voor dat hij het eens echt zou gaan doen. 'De computer!' herinnerde hij zichzelf hardop. Hij liep naar het bureau en voelde zich wel wat bezwaard want enige hulp was inderdaad nodig. Het bureau was gewoon een puinhoop omdat overal boeken − open en dichtgeslagen − , A4-tjes en andere spullen lagen. En zo had hij niet echt een werkplek. 'Is het goed dat we eerst iets werkruimte voor mij creëren?'

'Ach natuurlijk! In die rotzooi van mij kan niemand werken.'

'Nou ja … zo bedoelde ik het nie… '

'Ja, wel degelijk wel! Je hebt helemaal gelijk. Mijn vrouw wil al tijden mijn domein,' en daarbij maakte hij een weids gebaar met beide armen om de hele kamer aan te duiden, 'aanpakken. Maar dat wil ik niet hebben. Ze zou alleen maar spullen van mij kwijt maken.'

'En wil je zeggen dat je nu iets kunt vinden?' Een blos schoot over zijn wangen die al enigszins gekleurd waren vanwege het mooie weer dat het een groot gedeelte van het jaar in Monterey was.

'Hahahaha! Je bent me er eentje, Richard!'

'Sorry, meneer.'

'Nee, joh. Geen sorry zeggen. Je hebt helemaal gelijk. Soms moet ik echt vreselijk lang zoeken omdat ik het ergens in deze resten van Pompeii heb neergelegd maar niet meer weet waar. Misschien is het een goede overweging om mevrouw Lopez eens uit te nodigen zodat zij er orde in kan aanbrengen.'

Richard wist niet precies of hij hier op moest reageren maar hij wist zeker dat als je mevrouw Lopez hier los zou laten, ze als een wervelwind zou rondgaan en dat Drummond dan de eerste tijd ook helemaal niets zou kunnen vinden omdat alles georganiseerd was en hij dat niet gewend was.

'Kom, ik help je!' zei Drummond en hij begon een werkruimte voor Richard te maken door opengeslagen boeken dicht te slaan maar niet nadat hij er een stukje papier tussen had gelegd zodat hij terug zou kunnen vinden waar hij gebleven was.

Terwijl hij de dean bekeek zag hij dat in die ongeorganiseerde puinhoop toch wel enige vorm van ordening zat want Drummond leek precies te weten wat hij deed. Richard assisteerde met de nodige pijn die hij manmoedig verbeet en legde boeken op aanwijzing van de oude, witharige man op de boekenplanken die hem aangewezen werden en toen er ongeveer één vierkante meter van het bureau leeg was, gaf hij aan dat hij voldoende ruimte had om te werken.

'Echt? Want eigenlijk voelt het best goed om het hout van mijn antieke bureau weer eens te zien.'

Richard schoot in de lach maar moest dat ook meteen bezuren. Zijn ribbenkast kon zoiets niet aan op dit moment.

'Eigen schuld, jongen! Mij een beetje uitlachen!'

'Nee, mene… Max, zo bedoel ik het niet.'

'Tuurlijk niet. Dat weet ik ook wel. Moet ik mezelf ook maar niet tot onderwerp van spot laten gebruiken. Maar lukt het nu echt wel. Heb je ruimte genoeg?'

Volgens Richard had hij ruimte genoeg en uit zijn rugzak haalde hij zijn oprolbare gereedschapstas die hij meteen uitrolde en waaruit hij een stuk gereedschap haalde om het oudje van Drummond mee te openen. Heel snel had hij de kast los en eraf. Stoffig, zoals hij vaak had aangetroffen bij mensen voor wie hij het onderhoudswerk aan hun computer deed, was deze van binnen niet echt. 'Dat hebt u, sorry, dat heb je goed onderhouden, Max.' Het tutoyeren voelde nog steeds wat vreemd voor hem en dat zou ook nog wel even duren. Hij was het thuis niet gewend. Daar hadden ze andere regels gehad. Hij had altij…

'Laten onderhouden, jongen. Zelf maak ik zo'n ding echt niet open. Ik behandel het altijd als de doos van Pandorra en zou het niet in mijn hoofd halen om het zelf open te maken. Fred Quintana kwam altijd langs maar die heeft het te druk op dit moment.'

'Ik weet het,' reageerde Richard blij als hij was dat hij kon praten. Dat zou ervoor zorgen dat er even geen herinneringen aan thuis waren. 'Freds zaak loopt prima maar hij zou meer mensen in dienst moeten nemen.'

'Maar zoiets is vaak lastig.' Max liet een hele verhandeling volgen over het in dienst nemen van personeel en alle ins en outs die daar bij kwamen kijken. Hij zag dat Richard luisterde maar toch gewoon doorwerkte.

'Ja, daar zegt u zo wat. Nooit aan gedacht eigenlijk.'

'Het ondernemerschap heeft duidelijke voordelen. Vrijheid en eigen baas zijn, zijn daar twee van maar er kleven ook nadelen aan. Wat wil jij later gaan doen als je je diploma hebt?'

'Weet ik nog niet.' Het antwoord was niet geheel naar waarheid maar Richard vond het een voldoende antwoord.

Aan de verstrakking rond Richards lippen merkte Max heel duidelijk op dat het waarheidsgehalte van het antwoord van de jongen niet echt hoog was. Vanwege zijn jarenlange omgang met mensen wist hij bijna altijd met zekerheid te zeggen wanneer er hem een leugen werd verteld of, eufemistisch gesproken hem de waarheid werd onthouden. Zoiets was altijd af te lezen op het gezicht, zo had hij ontdekt. Omdat Richard er niet op doorging, liet hij het rusten. Hij kon zich echter niet voorstellen dat de jongen, die zo gedreven bezig was geld te verdienen met al die baantjes van hem, niet een plan had.

Op de een of andere manier voelde Richard zich ineens wat ongemakkelijk en hij wist ook meteen waarom. Hij had Max, zonder blikken en blozen, voorgelogen en dat voelde ineens niet goed. Jarenlang had hij geoefend in het vertellen van halve waarheden en complete onwaarheden en altijd was hem dat heel erg goed afgegaan maar vandaag ineens niet. Waarom? Speelde het misschien mee dat hij zich nu niet lekker voelde. De pijn in zijn ribbenkast die even weg was geweest, was weer terug en erger dan voorheen. Misschien was dat de oorzaak. Het was hem vaker gebeurd dat hij op momenten dat hij lichtelijk ziek was geweest ineens moeite had met dingen die hem anders vrij eenvoudig af gingen. Maar … oké, niet denken nu. Gewoon werken. Maar Drummond was wel een bijzondere. Het leek alsof hij over koetjes en kalfjes praatte maar toch had Richard heel duidelijk het idee dat hij geobserveerd werd.

'Lukt het allemaal?'

'Ja, hoor. Het gaat prima. De computer is nog in goede staat. Het lijkt erop dat ik alleen maar een nieuwere versie van Windows er op hoef te zetten, wat extra intern geheugen er in moet zetten en een netwerkkaart. En dan is hij volgens mij klaar voor het door u gewenste netwerk. En de computer van uw vrouw? Is die ook zo oud?'

'Nee, die is nieuwer. Zij zag pas later de voordelen van een computer in.'

'Dan moet dat dus helemaal geen probleem zijn.'

Er werd op de deur geklopt en Edith stak haar hoofd om de hoek van de deur. 'Het eten is klaar, heren,' waarna ze ook meteen weer weg liep.

'Ga je mee?' vroeg Max.

'Euh … '

'Eten. Mijn vrouw heeft heerlijke lasagne gemaakt.'

'Ik heb boterhammen meegenomen en denk dat ik beter even wat kan doorwerken.'

'Ik denk niet dat mijn vrouw dat zal pikken, Richard. Een gast zijn eigen brood laten opeten terwijl er warm eten op tafel staat is een doodzonde hier in huis.'

'Maar … ' Hij voelde paniek in zich op komen. Wat moest hij aan tafel bij deze twee mensen? Zouden ze hem ondervragen? Alles van hem willen weten? En … wat moest hij dan? Kijkend naar Max besefte hij dat hij gewoon niets anders kon zeggen dan dat het goed was en maar hopen dat alles los zou lopen.

Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 07 juli 2017 08:07

Hoofdstuk 5

Het eten rook heerlijk, zo merkte Richard op toen ze de studeerkamer verlieten. Hij voelde hoe het water hem in de mond liep terwijl hij dean Drummond volgde. Lasagne was een van zijn favoriete gerechten. Ten eerste omdat het gewoon lekker was en ten tweede omdat hij het zelf klaar kon maken en ook nog redelijk snel. Hij kocht het nooit meer uit de diepvries van de supermarkt waar hij werkte. Eén keer had hij dat geprobeerd maar het was weggegooid geld geweest. Gewoon niet te eten.

'Je vindt het toch niet erg dat we in de keuken eten, hè?' vroeg Edith toen ze de keuken binnenstapten.

'Nee, natuurlijk niet.'

'Met z'n tweeën en als we één of twee gasten hebben eten we altijd hier namelijk,' lichtte ze toe. 'Alleen bij een groter gezelschap maken we gebruik van de eetkamer.'

'Ook handiger toch? Dan hoeft er niet gesleept te worden met de pannen en zo,' viel Richard haar bij.

'Je bent praktisch ingesteld, Richard!' prees ze hem.

Hij bloosde. Een compliment. Ook al iets bijzonders. Hij moest uitkijken dat hij niet te veel van zichzelf liet zien, hield hij zich voor.

Tijdens de maaltijd viel zijn voornemen hem behoorlijk zwaar want natuurlijk wilde vooral Edith heel veel van hem weten. Hij ging ervan uit dat haar man alles over hem waarschijnlijk wel uit zijn studentendossier wist maar zij kende die gegevens niet en vroeg er dus lustig op los. Ze wilde weten waar hij vandaan kwam en toen hij naar waarheid antwoordde dat hij uit Canada kwam, keek ze vreemd op.

'Helemaal uit Canada?'

'Ja, mevrouw. Oh, sorry. Ja.'

'Ik meende al te kunnen horen dat je met een accent sprak.'

'Geen accent. Gewoon Canadees hoor! Wij zijn gewend de woorden iets anders uit te spreken dan Amerikanen dat doen.'

'Nu is het mijn beurt om sorry te zeggen. Neem me niet kwalijk alsjeblieft.'

'Natuurlijk niet.'

'Maar waarom komt iemand uit Canada naar Monterey om een Community College te volgen?'

'Mogen onze buren soms niet in ons mooie Amerika onderwijs volgen?' brak Max in en schopte licht met zijn voet tegen het been van zijn vrouw. Hij zag haar naar hem kijken en toen liet ze haar eerdere vraag voor wat het was en gaf aan dat dat natuurlijk geen enkel probleem was.

'Geen enkel probleem hoor dat je ernaar vroeg. Hoewel het klimaat op Vancouver Island de mildste van heel Canada is, is het hier toch veel zonniger en warmer. Dat alleen al is heerlijk.'

'Maar geen problemen om je aan te passen wat de taal betreft?'

'Niet echt. Alleen kijken ze me wel eens vreemd aan als ze me horen praten. Uit mijn mond klinkt het anders, nietwaar? Ook met het schrijven heb ik soms nog wel wat problemen. Wij gebruiken soms de Britse regels voor de spelling.'

'Oh ja?'

Richard was blij dat hij aan het woord was. Nu werden er in elk geval geen vragen meer gesteld die hij zou moeten beantwoorden. Uitgebreid deed hij uit de doeken hoe het precies zat met de taalverschillen en daarna ging hij haast automatisch over op het onderwerp van de officiële tweetaligheid van Canada, die in principe maar in één provincie – New Brunswick – echt werkte.

Max Drummond lette heel goed op tijdens de uitweiding van Richard over zijn moedertaal. Hij had op het gezicht van Richard de opluchting waargenomen toen deze een kans zag om zelf de touwtjes in handen te nemen en het gesprek te leiden. Waarom had deze knaap er moeite mee om vragen te beantwoorden die met hemzelf te maken hadden? Wat verborg hij? Een vraag die hem al vanaf voor de Kerst bezighield. Er was iets met deze jongen maar wat, dat wist hij nog niet en het was zijn bedoeling om daar vanavond achter te komen. Toen Richard zijn uitleg had beëindigd ging hij, zo merkte Max op, heel natuurlijk verder door vragen te stellen over de vele foto's aan de wand naast de eettafel en Edith was trotse moeder van vijf kinderen, waarvan twee ééneiige tweelingen, en trotse oma van twaalf kleinkinderen genoeg om uitvoerig alles over hun familieleven te vertellen en dat zorgde ervoor dat er tijdens de maaltijd volop gepraat werd.

'Maar nog één vraagje voor jou, als het mag,' vroeg ze aan Richard. Ze zag de jongen knikken en ging verder. 'Was het moeilijk om toestemming te krijgen om als Canadees in Amerika te mogen studeren?'

'Ik ben geboren in Chicago en dus Amerikaan,' luidde het antwoord van Richard.

Max wist het. Op de kopie van zijn geboortebewijs had hij gezien dat Richard in de Verenigde Staten geboren was en dus was hij Amerikaans staatsburger. Maar waarom had hij niet verteld dat zijn vader Amerikaan van geboorte was en dat zijn moeder, hoewel van geboorte Canadees, dat ook geworden was. En Richard dus op grond daarvan ook Amerikaans was.

Na de maaltijd ging Richard samen met Max terug naar diens studeerkamer met de mededeling van de vrouw des huizes dat zij de koffie zou komen brengen. Hij ging verder met het ontleden, controleren en daarna opnieuw inrichten van de computer van Max terwijl deze in de zithoek ging zitten met een boek. Richard was snel klaar en nadat hij de computer had aangezet voor de configuratie, ging hij de computer van Edith ophalen uit haar werkkamer die Max hem aangewezen had toen ze van zijn studeerkamer naar de keuken waren gelopen. Daar zag hij nog veel meer foto's hangen. Hij herkende de twee stellen tweelingen, twee jongens en twee meisjes, heel duidelijk. De jongens waren de oudsten. Daarna waren er twee meisjes gekomen en vervolgens nog een jongen. Ze hadden bijna allemaal over de wereld gezworven, zo had hij gehoord, en het was voorgekomen dat Max en Edith gedurende bepaalde perioden hun kleinkinderen hadden grootgebracht terwijl hun vaders en moeders ergens in het buitenland werkten. Richard vond zoiets mooi. Heel erg mooi. Kijkend naar de foto's probeerde hij zich voor te stellen hoe gezellig het zou zijn als iedereen hier thuis was met bijvoorbeeld Thanksgiving of Kerst. Het oproepen van dat gevoel zorgde echter ook voor pijn. Snel wendde hij zijn hoofd af, ontkoppelde de computer en deed een poging het ding op de tillen. Dat lukte dus niet. Het gaf hem te veel pijn in zijn ribben.

'Lukt het?' vroeg Edith die net langs liep met een dienblad.

'Normaal wel maar nu eventjes niet.'

'Wacht maar even dan haal ik een karretje.'

Lang wachten hoefde Richard niet want ze was snel terug. Samen schoven ze de computer op het karretje en brachten het zo naar de studeerkamer.

'Erg onattent van je, Max,' zo kreeg hij het verwijt van zijn vrouw, 'om Richard mijn computer alleen te laten ophalen!'

Max schrok op uit zijn boek. 'Wat, schat?'

'Laat maar,' richtte ze zich tot Richard. 'Als hij eenmaal leest dan kan de wereld om hem heen vergaan en hij zal er niets van merken.'

Richard moest glimlachen om de leuke manier waarop de twee met elkaar omgingen. Zoiets … nee. Niet doen, hield hij zichzelf voor.

'Eerst dan maar even koffie, Richard? Vroeg Max

Richard vond het prima.

'Het is nu nog lekker warm. Tenzij jij van koude koffie houdt, natuurlijk. Ik ken mensen die hun koffie drinken als die pas koud is.'

'Ik niet. Zo heet mogelijk het liefst.'

'Helemaal mijn idee, jongen. Kom hier bij me zitten. Als het licht was geweest kon je nog wat genieten van het uitzicht.'

Richard ging heel voorzichtig, vanwege de verwachte pijn, bij Max in de zithoek zitten en toen hij de mok die voor hem op tafel stond wilde oppakken, was er even weer flinke pijn.

'Blijf jij maar rustig zitten.' Max pakte de voor Richard bestemde mok en gaf die aan hem. 'Dat wordt morgenvroeg wat, jongen!'

'Ja, dat denk ik ook. Zal best lastig worden om dan in beweging te komen.'

'Werkt de pijnstiller nog wel?'

'Niet echt meer.'

'Maar waarom geef je zoiets niet aan, Richard? We hebben genoeg van dat spul in huis. Ik haal even wat voor je.'

Richard voelde zich bezwaard. Hij was hier gekomen om te werken en nu had hij al heel veel tijd verspild door met Max en Edith mee te eten en nou verschaften ze hem ook nog eens een pijnstiller. Nou was dat laatste natuurlijk niet zo duur maar toch … hij vond het vervelend. Het was sowieso vervelend al dat gedoe. Waarom had hij ook niet beter uitgekeken! Veel tijd om te denken had hij niet want Max kwam terug maar niet alleen. Edith was bij hem en ging op de bank tegenover hem zitten.

'Weet je wat mevrouw Jenkins je gegeven heeft vanmiddag?'

'Euh … nee. Het spijt me.'

'Ik bel haar wel even op.'

Nog meer rotgevoelens welden in hem op. Hij bezorgde deze twee oude mensen alleen maar heel veel last terwijl hij meegekomen was om hen te helpen met hun computers. Heel duidelijk sprak hij met zichzelf af dat hij hen niets anders in rekening zou brengen dan de materiaalkosten. Uit het telefoongesprek tussen Edith en mevrouw Jenkins maakte hij op dat de twee elkaar goed kenden. Ze spraken heel familiair met elkaar en wisselden ook nog wat nieuwtjes uit over kinderen en kleinkinderen.

'Oké, ik weet het,' zei Edith toen ze de verbinding verbroken had. 'Ik kan je er gerust nog wat bijgeven. Geen probleem.' Ze liep weg en was even later terug met twee pillen en een glas water.

'Twee?'

'Gewoon innemen. Rondlopen met pijn is niets. Bovendien moet je ervoor zorgen dat je goed blijft doorademen want anders krijg je problemen met je longen. Kun je dat goed? Doorademen?'

Richard probeerde het en had het idee dat het wel ging. De blik die Edith op hem wierp was echter een heel bezorgde blik. 'Vind je dat het niet goed gaat?'

'Ik weet het niet. Zolang je hier bent, houd ik je in de gaten. En als jij verstandig bent ga je morgen toch even langs het ziekenhuis om een foto te maken. Je weet nooit.'

'Maar morgen moet ik naar huis.'

'Naar Canada? Met een auto?'

'Ja.'

'Maar dat is geen doen, Richard! Zoiets is absoluut niet goed in jouw situatie!'

'Maar ik kan niet wegblijven. Ik moet gewoon naar huis!'

'We gaan eerst rustig koffiedrinken,' mengde Max zich in hun tweegesprek. 'En dan kijken we wel verder. Wat mij betreft hoeft er ook niet meer gewerkt te worden en kan ik je straks naar huis brengen zodat je kunt gaan rusten.'

'Nee, ik wil deze klus graag afmaken.'

'Heeft er wel eens iemand tegen je gezegd dat je stijfkoppig bent!' klonk het pinnig uit de mond van Edith.

De jongen schoot in de lach en kromp meteen daarna ineen van de pijn. 'Jawel,' sprak hij toen de pijn weer weggetrokken was, 'vaak genoeg.'

'Houd hem in de gaten, Max!' zei Edith terwijl ze naar Richard wees om vervolgens op te staan en de kamer te verlaten.

Max had moeten glimlachen om de strenge woorden van zijn vrouw. Daarna richtte hij zich tot de jongen. 'Heb je weet van de betekenis van je voornaam, Richard?'

'Nee. Het is niet iets waar ik me voor geïnteresseerd heb. Is dat stom?'

'Nee. Waarom zou dat stom zijn?'

Er was een soort van opluchting bij Richard. Hij wilde niet als stom of ongeïnteresseerd overkomen bij Drummond. En waarom eigenlijk niet? Hij wist het niet. Vandaag was gewoon een heel rare dag.

'Je kunt niet alles onderzoeken en napluizen. Ik weet toevallig dat Richard machtig betekent. En het bijzondere is dat jouw middelnaam, Maynard, bijna precies dezelfde betekenis heeft. Bijzonder. Nietwaar?'

'Ja.' Het antwoord was kort maar de gedachten die erna kwamen niet. Hij had het nooit geweten maar kon zich heel goed voorstellen waarom ze, en dan in het bijzonder hij, hem die namen hadden gegeven. Voor hem had hij altijd sterk en stoer moeten zijn. Vallen en huilen als kleintje was er niet bij geweest. Een man stond meteen op en huilde niet. Heel lang had hij hem op kleinzieligheden, zoals hij dat noemde, afgerekend. Totdat … En later had hij het opnieuw geprobeerd toen de overgang naar high school was geweest. Verplicht had hij zich van hem moeten opgeven voor Canadian Football. Hij had liever soccer willen spelen maar dat was een sport voor mietjes, naar zijn mening. En omdat hij zelf coach was van het Canadian Football team op de high school waar hij werkte werd hij nog toegelaten tot de voorselectie ook. Het was een gedoemd project geweest omdat het nou eenmaal gewoon niet wilde lukken. Thuis waren er harde woorden gevallen. Hardop uitgesproken minachting en allerlei pesterijen. Iets wat hem op dat moment al lang niet meer deerde.

'Je achternaam stamt oorspronkelijk uit Ierland. Wist je dat?'

'Ja. Mevrouw O'Malley van de supermarkt waar ik werk wees me daar op. Ze zei erbij dat ze me knapper vond dat de meeste Ierse mannen omdat die volgens haar meestal rood haar hebben.' Het was opnieuw een eerlijk antwoord maar zo langzamerhand kreeg hij wel steeds meer vraagtekens bij dit gesprek. Drummond wist natuurlijk heel veel over zijn leerlingen maar om nu de betekenis van hun voornamen en de oorsprong van hun achternamen te gaan nazoeken, dat vond hij wat ver gaan.

'Je ouders hebben je nooit verteld dat je Iers bloed had?'

Richard schudde zijn hoofd.

'Ik ken veel Ieren hier in Monterey en wij hebben er ook een aantal in onze vriendenkring. Ze zijn natuurlijk heel gewone Amerikanen maar op Saint Patrick's Day zijn ze ineens op en top Iers. Dan zijn ze trots op het Ierse bloed dat door hun aderen stroomt.' Hij keek naar Richard en wachtte op een reactie. '17 maart vulde aan.'

'Ik weet dat Saint Patrick's Day op 17 maart valt,' liet hij ietwat geïrriteerd horen.

'Bij jullie thuis werd Saint Patrick's Day niet gevierd?'

'Bij mij thuis zijn ze niet zo van het vieren. Noch Saint Patrick's Day, noch Kerst, noch Thanksgiving waren dagen om feest te vieren. Je deed gewoon wat je moest doen,' deelde Richard op monotone toon mede. Vervolgens voegde hij er iets aan toe en dat klonk heel anders ineens, zo merkte hij zelf op. 'In Victoria en wijde omgeving was er de nacht na Saint Patrick's Day altijd wel The Green Man. Een of andere, altijd onbekend gebleven man, die overal groene verfstrepen achterliet op huizen en gebouwen. Ik vond dat wel iets hebben. En … wellicht heb ik altijd wel iets van mijn Ierse bloed in me gevoeld want groen is mijn favoriete kleur.' Hij grinnikte.

'Zie je wel,' lachte Drummond, 'dat Ierse bloed laat zijn sporen achter. In het Gaelic, de taal die de Ieren spreken, betekent Donahue donkere krijger. En opnieuw vind ik de keuze van je ouders voor je voornamen heel bijzonder.' Max keek Richard recht in de ogen. De blik werd beantwoord en niet afgewend. De ogen van Richard waren groen maar donker, zo zag hij. Donker en niet te peilen. Op zijn gezicht was wel iets anders te zien. De kaaklijn was verstrakt. De lippen stijf op elkaar en daardoor leek de mond nog kleiner dan hij van nature al was. Het leek erop dat bij zijn gesprekspartner alarmbellen waren afgegaan. 'Richard, ik had je nodig voor onze computers. En dat heb je kunnen zien. Oud spul waarvan ik nog geen afstand wil doen omdat het nog allemaal goed is.'

Richard gaf aan dat hij het daar helemaal mee eens was. Volgens hem moest je niet iets weggooien als het nog goed te gebruiken was. Eerst kijken of je het kon reviseren.

'Niet echt handig voor Fred want die verkoopt me liever iets nieuws.'

'Ja, dat geloof ik meteen.'

Max zag dat de verstrakking in Richards gezicht iets losser werd. 'Maar er is meer. Ik wilde eens met je praten en dan niet op mijn kantoor. Als ik een leerling op mijn kantoor uitnodig wordt dat meestal opgevat als een slecht teken. Leerlingen zijn dan vaak in alle staten. Paniek. Angst. Alles komt voorbij terwijl dat absoluut niet de bedoeling is, maar zo werkt het nou eenmaal wel. Snap je?'

Richard snapte het en knikte. Maar wat hij niet snapte was waarom Drummond een leerling dan bij hem thuis uitnodigde. Als hij dat bij alle leerlingen dee…

'Ik doe dat niet bij alle leerlingen. Maar in jouw geval vond ik het handig om het een met het ander te combineren.'

'De klus en … '

Max knikte. 'Een goede aangelegenheid om met een leerling, op wie eigenlijk helemaal niets aan te merken is, in gesprek te komen.'

'Maar ik begrijp niet waarom u, als er niets op mij aan te merken is, dan toch met mij wilt praten.'

Max gaf aan dat hij wellicht verkeerd begonnen was en verontschuldigde zich daarvoor. Volgens hem moest hij duidelijker zijn en daarom zou hij opnieuw beginnen.

Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 14 juli 2017 09:29

Hoofdstuk 6

'Tenminste als je het niet erg vind om nog wat te luisteren naar me.'

Het luisteren was geen probleem voor Richard want hij wilde maar wat graag weten welke kant Drummond op wilde en daarom zei hij dat hij het niet erg vond.

'Een eerste jaar zit bomvol nieuwe leerlingen. Zo is het nou eenmaal altijd. De meesten komen rechtstreeks van een high school. De meesten uit Monterey en directe omgeving maar ook wel van verder. Een aantal kennen we al. Die zijn wel eens voor een stage of een project bij ons geweest maar veel kennen we ook niet. Eén van mijn taken is om een beeld te krijgen van al die nieuwe leerlingen. Dat kan ik niet alleen. Daarom praat ik regelmatig met alle docenten. Vaak één op één maar ook in een vergadering met alle leraren bij elkaar. Dat laatste doen we om de twee maanden. Zo houden we de voortgang van onze nieuwe studenten goed in de gaten en kunnen we ingrijpen als dat nodig is. Vaak krijg ik alleen maar te maken met studenten die op de een of andere manier opvallen en vaak is dat dan in negatieve zin. Ze verzuimen, scoren slecht, zijn niet altijd even goed te motiveren of noem maar op. Toen jouw naam op een gegeven moment in een gesprek met een van jouw leraren naar voren kwam keek ik op omdat ik de naam Richard Maynard Donahue nog niet eerder had gehoord. De gemaakte opmerking zette me echter wel aan het denken en dus zocht ik jouw dossier op en bekeek dat uitvoerig.'

'Maar waarom werd ik dan genoemd? En door wie?'

'Meneer Meyers noemde je.'

'Oké. Toch niet omdat ik … nou ja … omdat ik af en toe wat meer weet dan hij?'

'Niet direct. Wat je zegt is helemaal waar volgens hem. Je weet over computers en informatiekunde meer dan je leraar. Maar, en dat verzekerde hij mij, je laat het nooit blijken in de les. Hij heeft niet geklaagd dat je hem ten overstaan van andere leerlingen voor schut zet. Wees gerust. Meyers maakte zijn opmerkingen naar mij en noemde je daarbij een uitmuntende leerling maar hij heeft wel zijn vragen waarom een zo briljante leerling op een community college rondloopt en niet op een universiteit.'

'Daar heb ik het geld niet voor.'

'En je ouders?'

'Hen kan ik daarom niet vragen.'

'Er zijn hier altijd mogelijkheden, Richard. Ik weet hoe je beurzen kunt krijgen.'

'Dank u, maar laat mij maar gewoon mijn opleiding afmaken.'

'Zoals je gepland hebt.'

'Hoe bedoel je?'

'Precies zoals ik het zeg. Volgens mij werk jij je te pletter om een vast omlijnd plan uit te voeren. Je hebt alles in dat hoofd van je,' en hij tikte daarbij tegen de zijkant van zijn eigen hoofd, 'en van dat pad wil je niet afwijken.'

'Is daar iets mis mee? Is het niet goed dat ik precies weet wat ik wil?'

Drummond vond het verweer van de jongen fijn. Zo kon je samen door te praten verder komen. 'In principe is weten wat je wilt een heel goede zaak. Maar volgens mij gooien we wat jou betreft paarlen voor de zwijnen.'

'Sorry, maar die uitdrukking snap ik niet.'

'We proberen onze leerlingen iets bij te brengen maar ik heb het idee dat dat weggegooid geld i… '

'Wil je dat ik stop?' Het klonk heel paniekerig, zo merkte Richard zelf ook meteen op. Hij kon niet stoppen! Hij moest zijn opleiding afmaken zodat … zodat … Verdomme! Dit mocht niet! Dit kon niet!

'Richard, het is goed om rustig te blijven. Ik bespeur wat paniek bij jou op dit moment maar dat is nergens voor nodig. Als jij vindt dat je hier op de juiste plaats bent om je opleiding af te maken, dan vind ik dat prima. Maar … ik ben altijd geïnteresseerd geweest in jonge mensen. Ik heb het huis ermee vol gehad. Je hebt de foto's gezien. Vijf kinderen van onszelf, daarnaast een aantal kinderen die hier korter of langer gewoond hebben omdat dat thuis voor hen even niet mogelijk was, de aanhang van onze eigen kinderen, en toen onze eigen kinderen kinderen kregen en buitenlandse betrekkingen aannamen en vonden dat hun kinderen toch beter in Amerika konden blijven, hebben Edith en ik hen opgenomen en opgevoed alsof het onze eigen kinderen waren. En dat alleen maar omdat we belang hechten aan de jongere generatie. De jeugd heeft de toekomst en als wij daaraan mogen meewerken, voelen we ons nog nodig. Nog … tja … ik weet het even niet precies in woorden te vatten. Voor mij, en Edith ook, zijn jongeren belangrijk. We zien graag dat zij zich ontplooien tot … nou ja … gewoon ontplooien. En als we dan zien dat er dingen zijn die bijzonder of opvallend zijn dan … dan gaan de antennes uit en proberen we te kijken of er hulp nodig is.'

'En je denkt dat er bij mij iets aan de hand is.' Het was geen vraag.

'Ja, Richard. Ik zie en heb gehoord hoe jij van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat werkt. Hoe je ondanks dat alles toch steeds al je werk voor school af hebt en niet anders dan goede resultaten boekt. Je helpt je medeleerlingen daar waar je kan. Maar … wanneer neem jij rust?' Heel bewust stopte hij de woordenvloed die hij over de jongen had uitgestort.

Richard dacht dat er nog meer zou komen maar toen dat niet kwam, voelde hij de ogen van Max prikken in die van hem. Hij sloeg zijn ogen neer. 'Als ik slaap.'

'Hoeveel uren per dag?'

'Wat maakt dat nou uit! Ik voel me prima! Met mij is er niets aan de hand!' Hij had het fel uitgesproken. Waar bemoeide die man zich mee! Een ander had zijn avondwerk overgenomen opdat hij hier meer geld kon verdienen. Geld dat hij nu met goed fatsoen niet meer in rekening durfde brengen omdat hij hier als een gast was ontvangen en meegegeten had. Waarom bleef hij hier eigenlijk nog zitten!

'Spreek je gedachten eens uit, Richard,' klonk het kalm.

'Nee. Liever niet.'

'Ben je bang voor je eigen gedachten?'

Richard beet op zijn onderlip. Er werd geknaagd aan zijn zekerheid, zo voelde het voor hem. En dat knagen maakte dat hij emotioneel werd en zijn stem onvast klonk toen hij zei: 'Ik wil met rust gelaten worden. Ik heb genoeg dingen aan mijn kop! Heb geen toezicht nodig! Kan alles zelf!'

'En dat vraag ik mij dus af. Zeker als je het zo stellig in woorden vat maar toch ook met een trillende stem uitspreekt. Het is namelijk geen boosheid die ik bespeur in je stem maar meer een stukje onmacht. De sterke, moedige donkere strijder en onmacht? Dat rijm ik niet.'

'Het spijt me. Maar … privé is privé, vind ik.'

Max gaf aan dat hij het daarmee alleen maar eens kon zijn en dat hij zou stoppen als Richard vond dat hij te ver was gegaan. Toch vroeg hij toestemming om nog één bijzonderheid aan te mogen kaarten. 'Mag ik?' Hij zag Richards gezicht dat nu bleker was dan voorheen en merkte het kleine knikje op. 'Je gaat elk weekend naar huis.'

'Ja.'

'Zijn er problemen thuis dat je er elk weekend heen moet?' Max wachtte niet op een antwoord maar ging meteen verder en haalde iets uit zijn eigen jonge leven aan. 'Ik weet nog heel goed toen ik studeerde. Ik kwam uit de bergen van Californië uit een klein dorpje en vond Los Angeles geweldig. Eerst ging ik wel elk weekend naar huis maar na een tijdje niet meer. Ik genoot van mijn vrij zijn, van het op mezelf wonen en leven. En jij? Van Nancy heb ik begrepen dat jij zowat nooit uitgaat. Ze heeft je een paar keer mee moeten slepen omdat ze vond dat je gewoon niet kon wegblijven. Die ene keer is mij heel goed bijgebleven omdat het nog een staartje had. Je had toen een uitnodiging gekregen van … euh… en de naam kwijt.'

'Welk feestje bedoelt u?'

'Euhh… ' Even zocht Max in zijn geheugen, 'een week voor Kerstavond.'

'Jacob.'

'Ja. Die was het. Waarom ga je nooit eens uit? Waarom geniet je niet van het leven? En dan meer dan vijftienhonderd kilometer van huis en toch elk weekend naar huis met de auto. Je verrekt nu van de pijn en wilt toch morgen naar huis rijden. Hoe lang is het wel niet rijden?'

'Ik moet naar huis.'

'Ja. Dat zei je eerder ook al. Maa… hè verdomme!' Max sprong op uit zijn stoel en liep naar het raam. Hij raakte niet snel gefrustreerd maar nu had hij het idee alsof hij tegen een muur aan het praten was! Alsof hij geen enkele vordering maakte en dat was hij niet gewend. Hij wist van zichzelf dat hij een goede prater was en dat hij de kwaliteiten had om mensen aan het praten te krijgen maar waarom wilde het dan niet lukken met deze stijfkop! Het donker buiten zorgde ervoor dat hij iets rustiger werd. Hij draaide zich om en vroeg: 'Wat is er aan de hand met jou, Richard? Ik kan je niet volgen. De stad Victoria heeft, zo weet ik, een heel goede universiteit waar jij met jouw cijferlijst zonder meer zou zijn toegelaten. In welke richting je ook had willen studeren. En anders had je naar Vancouver kunnen gaan maar jij kiest meer dan vijftienhonderd kilometer zuidwaarts een community college in een vreemd land.'

'Ik … '

'Ja, je bent in de USA geboren, ook nog eens vanwege je beide ouders Amerikaans staatsburger en je bent hier van harte welkom maar waarom? Waarom zover van huis en dan zover onder je niveau?'

Richard keek weg van de ogen van Max die leken te branden. 'Ik praat daar liever niet over.'

'Heb je er ooit over gepraat? Heb je ooit iemand anders deelgenoot gemaakt van dat wat jou dwars zit?'

'Ja.'

'En?'

Richard was in tweestrijd. Moest hij het vertellen of niet. Hij werd gered door de bel. Eigenlijk was het meer een klok die ergens in huis begon te slaan maar de klokslagen brachten ook meteen een golf van paniek teweeg. 'Shit! Hoe laat is het?' Hij checkte meteen zijn horloge en zag dat het bijna negen uur was.

Aan de uitdrukking op het gezicht van de jongen te zien was het meer dan duidelijk dat er iets aan de hand was. 'Negen uur, Richard. Is er iets?' Negen uur moest iets voor hem betekenen, zo schoot het door het hoofd van de man.

Richard stond veel te snel op vanuit zijn stoel. Pijn schoot door zijn ribbenkast. Hij klapte zowat dubbel en slaakte een kreet. Desondanks haastte hij zich zo snel hij kon naar zijn rugzak die bij het bureau van Drummond stond. Hij opende een rits en begon in de tas te zoeken.

'Zoek je iets?'

'Mijn telefoon! Ik moet bellen!'

'Je mag die van mij wel gebruiken?'

'Nee!' Hij voelde aan dat het bits klonk en verontschuldigde zich ervoor. Hij trok een ander vak open maar ook daar kon hij zijn mobieltje niet vinden. 'SHIT! SHIT! SHIT!'

'Je broekzak misschien?'

'Daar berg ik hem nooit op,' klonk het wrevelig als reactie maar toch stak hij zijn hand in zijn rechter broekzak en vond het apparaat.

Lijden. Groot lijden. Dat was wat Max Drummond vervolgens zag op het gezicht van de student die hij heel bewust die avond had uitgenodigd om iets over zijn achtergrond te achterhalen. Het kwam niet door de pijn die het gevolg was van zijn val in de fietsenkelder. Nee. Het was geestelijk lijden. Snel liep hij op hem toe. 'Wat is er, Richard?' En toen de jongen hem het toestel liet zien, zag hij wat er aan de hand was. Het scherm vertoonde een paar flinke barsten.

'Verdomme! Ik moet bellen!' De toon van zijn stem was gevuld met tranen. Tranen die nog net niet uit zijn ogen rolden maar het scheelde niet veel.

'Probeer het eens. Misschien werkt het toestel nog.'

Richard voelde zich stom. Waarom had hij het zelf niet eerst geprobeerd. Maar … hij had het kunnen weten het apparaat gaf geen sjoege. Vandaag ging alles fout!

'Je mag ons toestel gebruiken, Richard,' zei Max toen hij begreep dat het apparaat echt stuk was.

'Nee. Dat werkt niet. Hij zal niet antwoorden.'

'Wie wil je bellen en waarom zal hij niet antwoorden als je onze telefoon daarvoor gebruikt?' Drummond bleef ontzettend rustig. Richard was in paniek. Dat was duidelijk en dus moest hij het overzicht en de kalmte zien te bewaren. Bovendien was het allemaal nog steeds een puzzel voor hem.

'Ik moet mijn broer bellen.'

Het was slechts een gedeeltelijk antwoord. 'En?'

Opnieuw voelde het aan alsof hij in een spagaat zat. Het deed pijn. En dat wilde hij niet. En als hij zou vertellen over Stan, dan zou hij heel veel dingen moeten uitleggen en toch … toch moest hij bellen. 'Hij zal het nummer van u niet herkennen op zijn mobiele telefoon en niet opnemen. Hij neemt alleen maar op als hij mijn nummer ziet.'

Bijzonder, zo schoot het door het hoofd van Max, maar ook wel te begrijpen. Als hij op zijn mobieltje gebeld werd, nam hij ook niet altijd op als er "anoniem" stond of als hij het nummer niet herkende. 'Ga zitten.'

'Maa… '

'Alleen kalmte kan je redden, Richard, dus ga zitten en luister naar wat ik je voorstel.' Toen Richard heel voorzichtig was gaan zitten op de bank nam hij plaats naast hem. 'Kunnen we die kleine kaartjes wisselen? Die van jou in mijn toestel bedoel ik.'

'Hebt u prepaid of een abonnement?' Drummond bleek een abonnement te hebben en dus kon het niet.

Maar Max was niet voor één gat te vangen. 'Als je nou vanaf mijn mobiele telefoon je broer een SMS stuurt dat je hem straks vanaf dit nummer belt. Zal hij dan wel reageren?'

Richard overdacht dat wat Max had gezegd. Hij had wel vaker een SMS naar Stan gestuurd en die wist hoe zoiets werkte. Maar het bleef een onbekend nummer. 'Ik kan het proberen.'

Max haalde zijn toestel tevoorschijn, haalde de beveiliging er af en gaf het aan Richard. Hij zag hoe de jongen met trillende vingers een nummer probeerde in te toetsen. Dit ging niet lukken. 'Zal ik het doen?'

'Ja. Graag.' Hij noemde het nummer en gaf daarna de tekst op voor het bericht. Daarna liet Drummond hem het bericht zien. 'Graag bovenaan nog zijn naam beginnend met een hoofdletter en een uitroepteken erachter. En onderaan niet richard maar Rich.'

Max maakte de opgegeven correcties, liet de tekst nogmaals lezen en toen hij een knikje kreeg, drukte hij op de toets om de SMS te verzenden. En nu was het afwachten geblazen. De spanning was heel duidelijk van Richards gezicht af te lezen. Hij beet op zijn onderlip en regelmatig schoot zijn tong over zijn lippen heen en weer. Dit moest op de een of andere manier vreselijk voor hem zijn en toch snapte hij nog niet precies waarom. De melodie van "Für Elise" weerklonk. Hij opende het bericht en liet het Richard lezen.

'Pfffff,' klonk het toen hij zijn ingehouden adem door zijn lippen naar buiten blies. 'Gelukkig! Hij heeft het begrepen. Mag ik hem nu meteen bellen?'

'Natuurlijk. Ik laat je even alleen.'

'Nee,' het was er uit voor hij er erg in had maar het gaf niet. Hij wist nu dat hij dingen uit te leggen had. Er moest gepraat worden en dat zou nog vanavond gebeuren. 'Je mag er gerust bij blijven.'

'Zeker weten? Iedereen heeft recht op privacy, dat weet je.'

'Ja. Maar … het doet er niet toe. Wil je blijven?'

Max ging opnieuw naast Richard op de bank zitten. Hij had het idee dat er een doorbraak was. Maar toch was hij nog aan de voorzichtige kant. Voor hetzelfde geld zou de jongen straks na het gesprek met zijn broer de verdedigingslinies weer optrekken en weer even gesloten zijn als voordien. Maar … dat kon hij zich eigenlijk niet voorstellen.

Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 21 juli 2017 08:16

Hoofdstuk 7

'Waarom heb je een ander nummer, Rich?'

Richard hoorde Stans vraag toen hij de telefoon opnam. Hij noemde niet eerst zijn naam maar kwam meteen met een vraag. 'Niets bijzonders, Stan. Mijn telefoon is kapot.'

'Hoe kan dat?'

'Ik ben vanmiddag gevallen in de fietsenkelder en daarbij is het kapot gegaan en nu bel ik met het toestel van iemand anders.'

'Is hij in de buurt?'

'Ja, maar dat is geen probleem.'

'Oh. Heb je het druk gehad vandaag?'

'De gewone dingen. Maar alles ging wel mis vandaag.' Hij vertelde Stan over de gebeurtenissen van die dag.

Max kon het gesprek, zittend naast Richard, volgen. Hij vond het een bijzondere conversatie. Stan reageerde helemaal niet op de mededeling van zijn broer dat hij gevallen was. En Richard lichtte ook niets toe. Hij ging over op de normale gang van zaken, zo leek het. Het voelde voor hem alsof hij zijn broer niet ongerust wilde maken.

Richard vroeg Stan hoe zijn dag geweest was. Met de nodige pijn die door zijn lijf schoot toen hij opstond, liep hij met de telefoon in zijn hand naar de glazen schuifpui. Buiten was er niets te zien helaas. Te donker. Hij hoorde het relaas van zijn broer aan en toen die uitgesproken was, nam hij het woord. 'Laat je tot niets uitlokken, Stan!' Richard deed alles om zijn broer rustig te krijgen en had het idee dat het lukte. Toen was er toch nog een vraag en Richard realiseerde zich meteen dat hij daar zo snel mogelijk iets mee moest doen. 'Ik koop zo snel mogelijk een nieuwe telefoon. Ik weet iemand bij wie ik dag en nacht terecht kan, dus dat komt goed, Stan. Maak je niet ongerust. Je kunt mij altijd bellen als er iets is. Zul je dat doen?'

Drummond kreeg vanaf het moment dat Richard was opgestaan van de bank alleen nog maar dat wat de jongen tot zijn broer zei mee. Het verontrustte hem. Het leek er vooral over te gaan dat Stan zich rustig moest houden. Dat hij moest doen wat hem gezegd werd. Dat hij niet moest provoceren maar dat woord werd niet gebruikt. Richard sloot af met de belofte dat hij morgen naar huis zou komen en dat dan alles weer goed zou zijn. Max slikte iets weg. Hier was heel duidelijk iets mis.

'Dank je.' Richard gaf Max zijn telefoon terug. 'Wat moet ik je hiervoor betalen?'

'Niets, Richard. Ga zitten, dan haal ik wat nieuwe koffie voor ons want die waar we aan begonnen waren is koud geworden.'

'Wil je nog even wachten?'

Max ging weer zitten.

'Je vroeg me of ik eerder gepraat had met iemand.' Hij zag Max knikken. 'Eén keer eerder heb ik gepraat maar … het haalde allemaal niets uit. Degene met wie ik gepraat had moest het bezuren. Ze werd ontslagen.'

'Was het een volwassene met wie je gepraat hebt?'

'Ja. Ze was een lerares. Zij … Blijft alles wat ik je vertel onder ons?'

'Ja. Maar met de kanttekening dat ik Edith er niet buiten kan houden. Wij zijn 48 jaar getrouwd en we zijn een eenheid. Ik kan en wil geen dingen voor haar achterhouden.'

'Dat begrijp ik. Maar als ik ga vertellen over mij en Stan en … dan is het misschien beter dat zij er gewoon bij komt zitten.'

'Als je dat wilt, dan zorg ik daarvoor.' Max stond op, pakte beide halfleeg gedronken mokken op en verdween.

Richard slaakte een diepe zucht en legde zijn hoofd achterover tegen de leuning van de bank. Hij had zijn ogen gericht op het plafond maar zag het echter niet. De film van zijn leven speelde zich voor zijn ogen af. Waar moest hij beginnen met vertellen? Was het met zijn komst naar Monterey? Was het beter om helemaal van meet af aan, tenminste wat voor hem het begin was, te starten? Hij koos voor het laatste. Hij hoorde Edith en Max aankomen, ging rechtop zitten en schraapte zijn keel.

'Kijk eens, warme koffie,' zei Edith terwijl ze een mok van het dienblad voor hem en Max, die weer bij hem op de bank was gaan zitten, neerzette. 'En dit is voor jou.' Ze reikte Richard een glas aan.

'Water. Dank je.'

'Water met daarin een paar druppels om te zorgen dat je een beetje rustiger wordt. Max heeft me verteld wat er zojuist is gebeurd en ik denk dat het goed is dat je dit eerst even langzaam opdrinkt.'

'Wat doet het met me?' vroeg hij voorzichtig.

'Het zorgt ervoor dat je wat rustiger wordt.'

'Slaperig? Sloom?' vroeg hij omdat hij nou eenmaal altijd alles graag wilde weten.

'Nee. Juist niet. Je blijft er helemaal bij maar wordt toch rustiger. Drink het maar op.' Ze ging zitten in de stoel die tegenover de bank stond en zag dat Richard het water langzaam opdronk.

Hij had het glas met kleine slokjes leeggedronken en toen Max aanbood om het glas voor hem terug te zetten op de tafel, maakte hij daar gebruik van. 'Oké, dit wordt moeilijk,' verzuchtte hij. 'Ik heb het één keer eerder verteld. Ik was elf of twaalf. Er zijn dus heel wat jaren verstreken waarin ik er niet over heb willen praten. Dus als het af en toe wat klungelig klinkt of er moeizaam uitkomt, neem het me dan alsjeblieft niet kwalijk.'

'Vertel je verhaal op jouw manier, Richard. Dat is het enige wat belangrijk is.'

'Ja. Dank je. Ik heb zo-even toen ik hier alleen zat zitten denken waar ik zou moeten beginnen. Het lijkt me het beste om het verhaal zo chronologisch mogelijk weer te geven. Maar vooraf … ik ben altijd een gewoon kind geweest tot … tot het moment dat ik besefte dat het er bij mij thuis anders aan toe ging dan bij andere kinderen. Maar ook na die tijd was ik nog gewoon kind. Ik speelde met bouwblokken, Lego, een houten trein met drie wagons erachter, knuffels. Dus … eigenlijk … een heel gewoon kind. Op school speelde ik met andere kinderen uit mijn klas. In de buurt waar ik woonde waren geen kinderen van mijn leeftijd. Ik speelde wel eens bij kinderen van school thuis maar nam ze nooit mee naar mijn huis en ja … als het niet over en weer gaat, houdt zoiets op een gegeven moment op. Ik heb altijd veel gelezen. Kon ook al snel lezen, volgens mij. Alles was gewoon tot ik begon te beseffen dat het bij mij thuis bijzonder was. Vanaf dat moment werd het anders. Werd het … werd ik anders. Wist ik op de een of andere manier dat ik voor mezelf moest zorgen. Dat ik altijd alert moest zijn. En later kwam daar de zorg voor Stan bij. Ik was een jaar of vier en woonde met hen in Metchosin op Vancouver Island. Een kleine gemeenschap in een werkelijk prachtige omgeving. Bos, zee. Het ligt vlakbij Victoria maar het verschilt er hemelsbreed mee.'

'Victoria? Is dat de hoofdstad van het eiland?' vroeg Edith.

'Ja. Maar ook de hoofdstad van de provincie British Columbia.'

'Ik dacht dat dat Vancouver was.'

'Iets was heel veel mensen denken. Vancouver is de grootste stad van de provincie maar Victoria is de hoofdstad. Het is net zoiets als met Australië: Canberra is de hoofdstad maar heel veel mensen denken dat het Sydney of Melbourne is omdat die steden groter en bekender zijn.'

Max wist nog wel zo'n voorbeeld. Heel veel mensen buiten de staat California denken aan Los Angeles of San Fransisco als hoofdstad terwijl het Sacramento is. Om Richard niet opnieuw te onderbreken, hield hij het echter voor zich.

'Zij werkte in het ziekenhuis van Victoria en hij was leraar lichamelijke opvoeding, een van de coaches, aan een high school in dezelfde stad. Mijn kamer was toen nog op de begane grond naast die van hen. Op een keer werd ik midden in de nacht wakker. Ik ging mijn bed uit omdat ik iets had gehoord. In de woonkamer stond de tv nog aan terwijl ze beiden, met hun kleren nog aan, lagen te slapen. Hij in zijn stoel. Zo eentje die je uit kunt klappen. Zij lag languit op de bank. Ze waren heel diep in slaap want toen ik probeerde hen wakker te maken, lukte dat me niet. Het viel me op dat ze raar roken. Ik draaide me om en ging weer naar bed. Vanaf dat moment was ik elke nacht wel even wakker en bijna altijd liep ik dan even door de woonkamer. Overdag hadden ze het altijd druk. Zij had, ook omdat ze full time werkte en in ploegendienst, nooit echt tijd voor me. Ik werd met mijn kleurpotloden en een aantal velletjes papier door haar voor de tv gezet. En als hij dan thuis kwam, werd hij boos op me omdat ik van hem geen twee dingen tegelijkertijd mocht doen. Hij was erg streng. Er waren allerlei regels waaraan ik moest voldoen en waar ik meestal niet van op de hoogte was. Hij … zijn handen zaten erg los.' Heel even keek hij in de richting van Edith tegenover hem. Hij zag dat haar gezicht betrokken was en dat ze met haar handen friemelde in haar schoot en een papieren zakdoekje aan het ontleden was. Toen hij zijn blik naar Max verlegde viel het hem op dat hij niets van diens gezicht af kon lezen.

Max wist al heel snel na het begin van Richards verhaal waar het naar toe ging. De oorzaak van Richards lijden meende hij al op te kunnen maken uit het eerste gedeelte van diens verhaal. Ouders die midden in de nacht voor de tv in slaap vielen en raar roken. Dan kon je maar een ding concluderen: alcohol.

'Misschien hebben jullie het al wel geraden maar … ze zijn alcoholist.'

'Ik vermoedde het al,' verzuchtte Edith. 'Maar … en dat snap ik meestal niet bij dat soort zaken, was er niemand die het merkte?.'

'Beiden hebben ze altijd volop gewerkt. Ook omdat ze waarschijnlijk veel geld nodig hadden om het te kunnen doen. Daarnaast gingen ze later ook nog gokken. Hoe ze altijd zoveel hebben kunnen drinken en dan toch nog werken, is mij altijd een raadsel geweest. Je zou denken dat zoiets op moet vallen maar dat deed het niet. Ze waren geliefd op hun werk ook omdat ze altijd wel meer wilden werken dan ze eigenlijk hoefden. Zij regelde bijvoorbeeld altijd alles voor de EHBO-post bij festiviteiten en hij was lid van de gemeenteraad. Beiden goed bekend, om zo maar te zeggen.'

'Alcoholisten,' zo merkte Max op, 'zijn vaak heel gehaaid. Ze weten hun … ik weet niet of ik het een ziekte moet noemen of niet … vaak te verbergen.'

'Ik weet het ook niet,' reageerde Richard, 'en het maakt mij ook niet uit. Dat ze hun eigen leven kapot willen maken door te veel te drinken, dat moeten ze zelf weten maar ze hadden niet het recht om Stan en mij daarin mee te slepen!' Hij had al zijn jarenlang onderdrukte woede in die laatste woorden gelegd en voelde zich ineens heel erg moe. 'Het spijt me dat ik zo fel ben ineens.'

'Het is goed, Richard. Goed om niet alleen maar de feiten te vertellen maar ons ook te laten zien wat jouw gevoelens daarbij zijn. Je gevoelens uiten is heel belangrijk en dat heb je volgens mij jarenlang niet gedaan.'

Het klopte helemaal. Hij had voor het eerst over zijn gevoelens met betrekking tot het probleem van die twee gepraat met juffrouw Beatrice. Hij kende haar van school. Hij had zelfverdediging willen leren en zij had daarin les gegeven. Ze had het eerst wel vreemd gevonden dat hij zich had aangemeld want in de regel kwamen er alleen maar meisjes naar die trainingen. Maar ze had zijn aanvraag gehonoreerd. Hij had geen enkele les overgeslagen, dat wat zij had overgedragen in zich opgezogen als een spons en was een goede leerling geweest. Maar nu moest hij terug naar zijn verhaal. 'Ja. Dat klopt. Stan is mijn broer en hij is vier jaar jonger dan ik ben. Hij is eigenlijk mijn halfbroer. De zoon van hem en niet van haar. De eerste jaren woonde hij bij zijn moeder en na ongeveer twee jaar bracht ze hem bij ons. Het was in de winter. Ik was zes. Ons huis had boven twee slaapkamers met een badkamer. Dat was mijn domein. Zij sliepen beneden. Handiger voor hen,' snoof hij.

Max hoorde Richard snuiven en zag een grijns over zijn gezicht trekken. In stilte spoorde hij hem aan om door te gaan en het verhaal te larderen met dit soort zaken die tekenen waren van zijn gevoelens.

'Ik hoorde gevloek en getier van beneden en werd er wakker van. Ik ging bovenaan de trap zitten en bekeek vanaf daar het tafereel beneden. Iets dat ik trouwens wel vaker deed. Een veilige plek op enige afstand van hen. Op dat moment was er een vrouw met op haar armen een klein kind dat huilde. Hij stond tegenover haar en schreeuwde naar haar. Waar het allemaal over ging, begreep ik toen natuurlijk niet. Dat kwam pas later. Omdat ik het niet begreep ben ik op een gegeven moment terug naar bed gegaan en in slaap gevallen. De volgende morgen was hij niet bij het ontbijt en zat Stan, zij zei dat hij zo heette, in de kinderstoel aan tafel. Hij was mijn broertje, vertelde zij me. Ik vond het maar vreemd. Moeders kregen kinderen en dat waren dan broertjes of zusjes maar ik had nog nooit gehoord dat vreemde dames broertjes bij je thuis brachten. Ik liet het voor wat het was. Stan wilde niet eten. Wat ze ook deed, hij weigerde zijn boterham te eten. Het was bijzonder haar zo te zien. Er was iets van zorgzaamheid dat ik nog nooit eerder had waargenomen bij haar.'

'Nog nooit eerder?' onderbrak Edith Richards verhaal.

'Nee. Nog nooit.'

'Maar … ze bracht je neem ik toch aan naar bed, ze hielp je met wassen, met je haren kammen … '

'Nee.'

'Nee? Dat deed je allemaal zelf?' Het knikje van Richard dat volgde zorgde ervoor dat de tranen Edith in de ogen springen.

'Voor zover ik mij bewust ben, en ik weet niet precies wanneer je als kind bewust wordt van je eigen bestaan, heb ik dat soort dingen altijd zelf gedaan. Waarschijnlijk hebben ze me wel geholpen toen ik kleiner was of het me voorgedaan want ik moet het ergens opgepikt hebben hoe ik het zelf moest doen.'

'Maar dat is vreselijk!' Edith sprong op uit haar stoel en rende weg.

Richard verontschuldigde zich tegenover Max en zei dat dit niet zijn bedoeling was geweest.

'Nee, dat begrijp ik maar je moet het verhaal vertellen zoals het voor jou is. Ze komt zo wel weer terug. Zullen we eerst even onze koffie drinken want anders word die weer koud.' Max reikte Richard zijn mok aan. Daarna pakte hij die van hemzelf en nam een slok. Hij keek naar Richard. De handen van de jongen trilden niet meer. Er leek een soort van resolute houding over hem gekomen te zijn. En daarom was het beter daar nu gebruik van te maken en hem door te laten gaan met het vertellen. Maar hij kon Edith heel goed begrijpen. Hier was in elk geval sprake van verwaarlozing en misschien wel kindermishandeling. Het niet verzorgen van een kind aan de ene kant en het eerder eufemistisch omschreven slaan van de vader aan de andere kant.

Edith had in haar keuken eventjes uitgehuild. Het was haar allemaal even te machtig geworden. Zoiets mocht je een kind gewoon niet aan doen. Zoiets kon en mocht niet! Een kind hoor je te verzorgen en niet aan zijn lot over te laten. En … wat zou er nog meer komen? Kon ze het aan om terug te gaan? Ze moest wel, zo wist ze. Ze was de wederhelft van Max en samen hadden ze altijd alles samen gedeeld. En ze kon het maar beter rechtstreeks van Richard zelf horen.

Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 28 juli 2017 06:25

MORGENSTER

Hoofdstuk 8

'Ik ben blij dat je terug bent,' zei Richard toen Edith de studeerkamer van Max weer binnengekomen was. Max zette zijn koffiemok voor hem terug op de tafel. 'Gaat het weer?'

'Het spijt me dat ik wegrende ineens. Ik … '

'Nee, het is goed. Het geeft niet. Mijn verhaal overvalt je. Had jij je er een voorstelling van gemaakt?' vroeg hij aan Max.

'Ik wist gewoon dat er iets was. Zoals ik je al gezegd had, klopten er dingen niet. Niemand gaat zomaar zover van huis een school bezoeken en dan ook nog elk weekend weer terug naar huis. Bovendien ontbreken er een aantal jaren tussen je high school tijd en je komst hier. Ik heb begrepen van iemand van je vorige school dat je in de tussentijd gewerkt hebt. Van alles en nog wat hebt gedaan om geld te verdienen. En zoiets is vreemd. Met zulke cijfers als waarmee jij geslaagd bent ga je niet werken. Er moest dus iets aan de hand zijn, maar wat, dat wist ik natuurlijk niet precies.'

'Heb je Nancy ook vragen gesteld over mij?'

'Ja. Nancy is kind aan huis bij ons. Zij is opgevoed door haar grootouders die hier naast ons wonen,' hij wees naar links, 'en heeft altijd heel veel gespeeld met onze kleinkinderen die toen bij ons inwoonden. En nog steeds komt ze vaak bij ons langs. Soms alleen. Soms samen met Nathan. Hij vond het maar niets toen Nancy op zichzelf wilde gaan wonen. En op de dag van de verhuizing zag hij ook nog eens haar knappe buurman.'

Richard moest blozen.

'Maar,' vulde Edith aan, 'hij was snel om.'

'Hoezo?' wilde Richard weten.

'Jullie besloten elkaar te helpen met het versjouwen van de dozen en toen hij een doos van jou optilde, gleed die open en zag hij allerlei diploma's van karate, jiu jitsu en zo. Hij was gerustgesteld. Zijn vriendin had een buurman die haar kon beschermen.'

Richard schoot in de lach en dat deed opnieuw pijn. Maar het was tegelijkertijd ook goed om even alle spanning uit het gesprek te halen en het mooiste was dat Max en Edith met hem meelachten. Maar toen moest hij ook verder, zo wist hij. 'Oké. Vinden jullie het goed dat ik verder ga?' Hij wachtte tot hij van beiden een knikje had gezien. 'Toen ik uit school thuiskwam en het erf opliep, hoorde ik het huilen van Stan. Ik rende naar binnen. Zij was nergens te bekennen en haar auto had ook niet op de oprit gestaan. Op het aanhoudende gehuil van Stan afgaand vond ik hem in de kleine slaapkamer naast die van hen. Hij zat in zijn bedje en huilde vreselijk. Ik bracht hem tot bedaren en rook zijn luier. Natuurlijk wist ik niet hoe je zoiets moest verschonen. Maar dat het niet fijn moest zijn, begreep ik wel. Ik trok een stoel aan tot bij het ledikantje, klom daar op en tilde zo Stan op mijn schoot. Hij huilde niet meer maar lachte naar me. Het leek alsof we meteen een band hadden. Zo voelde het voor mij in elk geval. Ik nam hem mee naar hun badkamer. Die was het meest dichtbij en Stan tillen was een probleem. Hij … hij is altijd al groot geweest,' zei Richard met een glimlach rond zijn lippen. Hij wilde opstaan maar bedacht zich toen de pijn ineens door zijn bovenlijf schoot. Hij hoopte dat het niet was opgevallen maar aan de reactie van Max merkte hij dat zijn acteerprestatie niet al te best was geweest.

'Wilde je iets pakken?'

Richard gaf aan dat hij zijn rugzak wilde pakken om hen een foto van Stan te laten zien. Het voelde goed om dit te doen. Hoe dat zo ineens kwam, wist hij ook niet. Misschien was het alleen maar om zijn verhaal duidelijk te maken of …

Max pakte de rugzak en zette die op de bank naast Richard. Hij zag hoe er een portemonnee uit werd gehaald en daaruit weer een foto. Hij kreeg hem aangereikt en bekeek een foto van de twee broers die volgens hem nog niet zo heel lang geleden gemaakt moest zijn want Richard was in elk geval heel goed te herkennen. 'Ja, je broer is groot.' Hij gaf de foto aan Edith.

'Groot!' riep ze uit toen ze de foto bekeek. 'Erg groot, kun je beter zeggen en dan overdrijf ik niet. Hoe lang is hij wel niet?'

Richard moest glimlachen. 'Ik weet het niet precies. We hebben het nooit gemeten maar hij was als tiener al heel snel op gelijke hoogte met mij.' Even was het stil tot hij met een "Oké" aangaf dat hij verder zou gaan. 'Ik dus Stan naar de badkamer gebracht en hem daar in de douchehoek gesleept. Daar zijn luier afgedaan en hem afgespoeld. Natuurlijk werd het een flink vieze boel maar hij had in elk geval die vieze luier uit en huilde niet meer en dat was mijn opzet geweest. Ik zou alles zo goed mogelijk opgeruimd hebben maar ineens was zij thuis en kreeg ik een stortvloed aan boze woorden over me heen uitgestort. Ik liet het over me heen gaan en liet de verdere zorg voor Stan aan haar over. Misschien was het daarmee klaar geweest als niet hij vrijwel meteen daarna thuisgekomen was. Ik weet het niet. Voor het eten nog kreeg ik door hem straf toegezegd, en het werd ook meteen gegeven, omdat ik me met iets bemoeid had dat niet mijn zaak was. De straf was het waard. Ik had Stan geholpen.'

'Waaruit bestond die straf?'

'Een pak slaag op m'n billen en ik mocht een paar dagen niet van huis na schooltijd.'

'Huisarrest dus.'

'Ja. En dat laatste vond ik nog het meest vervelende omdat ik dan geen zakgeld kon verdienen met de klusjes die ik in de buurt deed. Stan was bijzonder in het begin. Hij praatte niet en hij liep ook niet. Ze zette hem ergens neer en daar bleef hij dan de hele tijd zitten. Hij deed niets.'

'Een soort van apathie?' vroeg Edith.

'Ja. Ik denk het wel. De plotselinge verandering omdat hij bij ons gebracht was, had hem flink geraakt, denk ik. Hij uitte zich ook bijna helemaal niet. Alleen naar mij toe deed hij dat. Ik was de enige die iets van contact met hem kon maken. Als ze het niet zagen, probeerde ik hem dingen te leren. Ik deed hem voor hoe hij kon kruipen, een blokkentoren kon bouwen en zo. Zoiets moest hij toch al kunnen, had ik het idee. Mijn pogingen hadden succes. Hij kwam in beweging en ging zelfs staan en lopen. Ik leerde hem traplopen.'

'Traplopen?'

'Ja. Boven was mijn domein en daar was ik veilig en zou hij het ook zijn.'

'Kwamen ze daar niet dan?'

'Bijna nooit. De bovenboel werd schoongehouden door een werkster die één keer in de week kwam. Voor de rest hield ik het zelf op orde.'

'Maar je was zes!' verduidelijkte Max.

'Ja. De schoonmaakster deed natuurlijk het meeste. Maar als ik eens een keer iets morste of zo, wist ik heus wel hoe ik het moest schoonmaken.' Richard hoorde Edith een diepe zucht slaken. Hij kon zich ook voorstellen dat zijn verhaal ongeloofwaardig overkwam. Een kind van zes dat al zo zelfstandig is, moest vreemd zijn.

'Je leerde Stan dus traplopen,' herhaalde Max de woorden van Richard om het beeld voor zichzelf duidelijk te krijgen, 'om hem een stuk veiligheid te bieden.'

'Ja. Ik was niet altijd in de buurt. Ik moest naar school en ik wilde dat als de hel zou losbreken, zoals het zo vaak het geval was bij mij in elk geval, hij een veilige plaats zou kunnen bereiken. En dat is eigenlijk mijn hele verhaal. Altijd ben ik er geweest voor Stan. Altijd heb ik hem beschermd.'

'Waar tegen, Richard?' Wilde Max weten.

'Even tussendoor,' begon Edith, 'het valt me op dat je tot nu toe nooit vader of moeder of ouders hebt gezegd. Je hebt het steeds over hij, zij en hen. Dat doe je, zo lijkt me, met een bepaalde reden en is iets dat je al jaren doet want anders zou het je niet zo gemakkelijk afgaan.'

Max zag meteen de woeste blik die op Richards gezicht kwam te liggen. Hij zag de neusvleugels van de jongen trillen en hem rood in het gezicht worden.

'Jij bent moeder,' hij knikte even naar Edith en deed dat ook toen hij het mannelijk equivalent gebruikte naar Max, 'ouders van vijf kinderen. Jullie hebben voor jullie kinderen gezorgd. En als jullie dat zelf niet konden doen, vanwege bijvoorbeeld jullie werk, vast en zeker gezorgd voor opvang of een oppas, neem ik aan. Als ouders hebben jullie je kinderen een veilige plaats geboden waar ze konden opgroeien. Hen geholpen als dat nodig was. Die van mij hebben dat nooit gedaan. En dan verdienen ze zo'n naam ook niet. Mijn … '

Opnieuw zag Max de boosheid over Richards gezicht vallen. Boosheid die ervoor had gezorgd dat hij zich bijna vergistte en dat zorgde er nu voor dat hij helemaal verkrampte. Dat zijn linkerhand tot een vuist gebald was. Van de rechterhand bewogen de vingers tot in een klauw. Een vuist maken wilde hem niet lukken, zo leek het.

'Oké, dank je, Richard. Het is duidelijk voor mij.'

'Dat wat ik vertel wordt er niet duidelijker door als ik die woorden niet gebruik. Ik weet het. Maar ik kan het gewoon niet.'

Max zei dat het niet uitmaakte. Dat ze begrepen wat hij bedoelde en liet bewust even een stilte vallen om ervoor te zorgen dat Richard weer wat rustiger werd. Toen herhaalde hij zijn laatste vraag.

'Vooral tegen hem. Ik heb al verteld dat zijn handen nogal los zaten.'

'Hij sloeg je.'

'Ja. Waarom zou ik het eigenlijk verzachten door het zo te omschrijven. Hij sloeg me. Als hem iets niet aanstond dan sloeg hij me. En hij sloeg Stan ook. Probeerde het in elk geval vaak maar als ik de buurt was, beschermde ik Stan en sprong ik er tussen. Soms probeerde ik hem te pleasen. Soms lukte het me om hen te bespelen. Stan … Stan kon dat niet. Dat zit niet in Stan. Hij is … echt. Reageert direct en echt en kan zich niet anders voordoen dan hij is. Aan de ene kant heel erg mooi maar in onze situatie niet altijd handig. Als ik niet in de buurt was kreeg hij regelmatig met de harde handen van hem te maken. Als ik er wel was, sprong ik er tussen en dat gaf Stan de tijd om naar boven te rennen als ik dat tegen hem riep. Maar … verdomme, dit is lastig. Dit doet pijn.'

'Stop ermee als je dat wilt, Richard,' probeerde Max op hem in te praten.

'Nee, dat kan ik nu niet meer. Ik moet verder.' Richard haalde zijn neus op en probeerde even diep in en uit te ademen. Het kostte hem moeite. Het voelde niet goed. 'We hadden onze taken in huis. Stan … ' Even stopte hij weer. Hij had een valse start gemaakt. Hij moest eerst zijn eigen gevoelens op een rijtje zetten. Stan was hem dierbaar en tegelijkertijd was Stan ook kwetsbaar. Moest hij het verhaal niet beperken tot zichzelf? Nee, wist hij ook meteen. Stan was met hem verweven. En bovendien had hij hem al te veel genoemd en zelfs die foto laten zien. En ... hij was hier, in Monterey, voor zijn broer. 'Stan is bijzonder. Hij is niet gek of zo wat ze ook van hem beweren op school en in de omgeving. Hij is intelligent maar bijzonder.'

'Kun je dat toelichten?'

'De eerste jaren dat Stan bij ons was praatte hij niet. Helemaal niet. Hij communiceerde met gebaren en kreten. Zij hebben hem toen wel na laten kijken door doktoren maar die konden niet iets vinden dat het kon verklaren. Het was volgens hen iets psychisch.

'Heel goed voor te stellen,' vond Edith, 'als je moeder je ineens dumpt bij volstrekt vreemden.'

'Ja. Dat heb ik ook altijd als oorzaak gezien. Het jaar Kindergarten praatte hij nog steeds niet. Hij was erg angstig. Thuis als hij weer eens schreeuwde en tierde, kroop Stan altijd achter mij weg als hij de kans kreeg. In de eerste klas begon hij eindelijk te praten. Heel moeilijk eerst. Maar er kwamen woordjes. Zij hadden oefeningen gekregen van de lerares om met hem te doen maar ik heb ze nooit met hen zien werken. Thuis oefende ik met hem op mijn slaapkamer of op die van hem met een plaatjesboek. Hij sliep ook boven inmiddels. Buiten in de tuin deden we dat ook. Ik wees dingen aan, noemde de naam en hij herhaalde dat. Stan is heel zachtaardig. Doet geen vlieg kwaad. Toen hij op school eens een keer een kikker moest ontleden, weigerde hij dat. Hij wilde het dier niet verdoven om het te doden. Toen de leraar hem wilde dwingen het toch te doen, rende hij door de klas en verzamelde hij zoveel mogelijk kikkers in zijn bak en liet ze buiten vrij.'

'Goed gedaan!' kwam het compliment van Edith.

'En verder?' vroeg Max.

'Je moet weten hoe je met hem moet omgaan. Ik heb dat ook moeten leren. Afspraak is afspraak bij hem. Kom je die niet na dan is hij boos. Heel boos.'

'Vandaar dat je moest bellen om negen uur.'

'Ja. Een vaste afspraak tussen ons. Iets eerder of later kan inmiddels maar het moet niet te veel afwijken. Je moet hem heel duidelijke, enkelvoudige opdrachten geven. Het was zijn taak om het gras te maaien in de maanden dat dat moest. Hij was altijd kort van stof. "Gras maaien, jij!" luidde het commando waarbij hij dan Stan aanwees.'

Edith kromp in elkaar. Ze voelde Richards pijn en wist zeker dat de jongens zouden hebben moeten antwoorden met een "Yes, Sir!" Walgelijk!

'Maar zo moet je niet met Stan omgaan. Je moet hem heel duidelijk maken wat je bedoelt.'

'Sorry hoor, maar ik snap het even niet.'

'Bij grasmaaien komt meer kijken dan alleen maar het gras maaien, Max,' reageerde zijn vrouw. 'Je moet de kantjes bijknippen, het gras bijeenvegen en op de composthoop brengen, je moet de grasmaaier en de kantjesknipper schoonmaken en alles weer opruimen.'

Richard keek op. Ze snapte het helemaal.

'Ah, nu snap ik het. En dat was voor je broer dus niet duidelijk.'

'Klopt. En ook niet nadat het hem een keer was uitgelegd.'

'En zijn … niet begrijpen, dat begreep jij wel?'

'Ja. Ik zag waar het mis ging en probeerde dat ook aan hen uit te leggen want het ging natuurlijk niet alleen mis met het grasmaaien maar ook bijvoorbeeld met het afdrogen. Hij droogde af en liet alles op het aanrecht staan omdat hem gezegd was dat hij moest afdrogen.'

Max had het idee dat Richard nu emotioneel begon te worden. Hij werd duidelijk zenuwachtiger, pakte zijn zakdoek en snoot zijn neus terwijl dat, zo had hij het idee, eigenlijk niet nodig was.

'Het doet me meer om erover te praten dan ik had gedacht,' gaf hij als verklaring en daarmee bevestigde hij ongeweten Max' bemerking.

'We kunnen ook stoppen en later verder gaan,' stelde Max voor een tweede keer voor.

'Nee. Ik moet straks nog naar huis e… '

'Misschien is het beter als je vannacht hier blijft,' stelde Edith voor.

'Nee! Dat kan niet! Ik heb mijn werk morgenvroeg.'

'Zie jij jezelf al een vrachtwagen uitladen?' vroeg Max, die wist wat Richards baantje in de ochtend was, op schampere toon. 'Je had al moeite genoeg om mij te helpen mijn bureau te ontruimen.'

'Ja, en toen liet jij hem ook nog eens alleen mijn computer ophalen!' kaatste Edith de bal terug naar haar echtgenoot.

'Maar … dat werk moet gedaan worden,' klonk het met een heel klein stemmetje.

'Ja. Ik bel straks Nathan op en vraag hem of hij je een dienst wil bewijzen. Is dat goed?'

Richard wist het niet. Hij wilde anderen niet tot last zijn maar hij begreep ook wel dat hij morgenvroeg al moeite genoeg zou hebben om rechtop te komen. 'Ja. Ik denk het wel.'

'Goed en dan blijf je dus vannacht hier slapen, zei Edith. 'Kan ik mooi toezicht houden op je.'

Richard keek haar aan en zag een heel lieve glimlach op haar bezorgde gezicht. Desondanks zei hij dat hij dat nog niet wist.


Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » donderdag 03 augustus 2017 09:57

Hoofdstuk 9

'Richard? Richard?'

Even was de jongen verzonken geweest in gedachten. 'Sorry. Ik was er eventjes niet. Wat vroeg u? Euh … je?'

'Ik wil graag even met je terug naar een eerder moment in ons gesprek. Ik vroeg je toen of je ooit eerder met iemand had gesproken over je thuissituatie.'

'Ja. Met een lerares op de elementary school. Zij heeft mij zelfverdediging geleerd.'

'Hoe kwam het dat je met haar ging praten?'

Richard vertelde dat op een gegeven moment tijdens een van de trainingen de jas van zijn judopak open gegleden was en dat zij blauwe plekken had gezien. Na de training had zij hem er, onder vier ogen, naar gevraagd. 'Ik kon niet liegen. Niet tegen haar. Zij is altijd goed voor mij geweest. Eerst weigerde ik nog te praten en rende ik weg. De les erna deed zij of er niets aan de hand was. Deed gewoon haar ding en liet me met rust. Maar voor mij voelde het niet goed. Na de les vroeg ik of ik met haar mocht praten.'

'Hoe oud was je toen?'

'Het was volgens mij het laatste jaar van de elementary school. Ik was dus elf of twaalf.'

'Je was al jong zelfstandig en maakt op mij de indruk dat je ook al jong vooruit kon kijken. Ik bedoel daarmee dat je consequenties wist in te schatten. Snap je wat ik bedoel?'

'Ja.'

'Had je erover nagedacht wat er zou kunnen gebeuren als jij met iemand over thuis ging praten? Met je lerares?'

'Ja. Het maakte me niet uit. Ik hoopte alleen maar dat er een eind zou komen aan de el… ' Op dat moment brak Richard. Hij begon te snikken en daarna onbedaarlijk te huilen.

Edith was heel snel bij hem, sloeg voorzichtig een arm om hem heen en trok hem tegen zich aan. Ze wist maar al te goed dat het hem lichamelijk pijn zou doen maar hier moest troost geboden worden. 'Huil maar, Richard. Laat je tranen komen. Huil alle ellende er maar uit. Laat het een opluchting voor je zijn.' Ze streelde over de rug van deze jongen die in zijn gedragingen zijn hele leven eigenlijk al een volwassene was geweest. Die nooit de mogelijkheid had gehad om kind te zijn. Ze verbeet haar eigen tranen omdat die nu niet mochten komen. Die zou ze later plengen als ze alleen of samen met Max was. Tenminste … dat was haar voornemen. Nu moest ze er zijn voor Richard en zijn broer die zij en Max nog niet kenden maar die een heel belangrijke rol in Richards leven speelde. 'Gaat het weer een beetje?' vroeg ze, toen ze merkte dat Richard wat rustiger was geworden.

'Ja. Dank je. Ik stel me aan.'

'Richard, laat me je één ding duidelijk maken,' Max was opgestaan en liep heen en weer voor de schuifpui, 'hier is absoluut geen sprake van aanstellen. Jouw leven is, zoals je zojuist zelf wilde zeggen, één grote ellende geweest! Je hebt nooit het leven van een kind kunnen leiden. Een leven waar jij als kind recht op had! Ze hebben je verwaarloosd! Je de zorg die je nodig had onthouden! En jij hebt de zorg voor je broertje op je genomen! De zorg die zij Stan hadden moeten geven en waar ze jou niet mee hadden mogen belasten! Nooit!'

'Je hebt gelijk,' zei Richard en hij veegde met de rug van zijn hand de tranen uit zijn ogen. 'Daarom wilde ik ook praten met Beatrice. Mijn lerares. Op dat moment wilde ik dat er een eind aankwam, maar dat gebeurde dus niet. Ze luisterde heel erg goed naar me. Was inlevend en troostte me toen ik moest huilen. Ze beloofde me dat ze er werk van zou maken. En dat deed ze ook. Uiteindelijk praatte ze erover met de directeur.' Richard liet een stilte vallen. Een pauze die waarschijnlijk iets te lang duurde voor zijn gesprekspartners want al heel snel reageerde Edith.

'En er gebeurde niets?'

'Er gebeurde wel iets maar niet dat waar ik op gehoopt had. Ik weet niet meer welke dag het precies was maar toen ik op school kwam schoot Beatrice me meteen aan. Ze zei me dat het niet goed was gegaan. Dat de directeur er niets van had willen weten. En ook vertelde ze dat ze helaas niets meer voor mij kon doen omdat ze zou worden ontslagen.'

Max zag dat Richard verder wilde gaan maar onderbrak hem met: 'Hoe voelde dat voor jou?'

'Even voelde ik kippenvel. Overal. Even voelde ik me helemaal alleen op de wereld maar … Ik ben iemand die altijd plannen maakt. Altijd. En ook reserveplannen. Lukt het ene niet dan ga ik over op het volgende.'

'En jij had een plan B.'

Richard knikte en ging verder met vertellen. 'De directeur wilde het niet geloven. Hij had na het verhaal van Beatrice meteen contact gezocht met he… '

'De stomkop!' brieste Max hevig verhit. 'Zoiets mag niet! Mag nooit! Hij had een onafhankelijk persoon opdracht moeten geven om een onderzoek in te stellen in plaats van je ouders te benaderen!'

'Daar waar ik woon geldt het ons-kent-ons nog erg sterk. De directeur kende hem als leraar en ook als lid van de community council en dus was dat wat mijn lerares hem vertelde gewoon niet mogelijk. Ik werd neergezet als een leugenaar en dat voelde verrekte rot.'

'Het is vast meer dan dat geweest, Richard,' zei Edith met een van tranen doortrokken stem. Het lukte haar niet langer zich goed te houden.

'Het spijt me dat ik je opnieuw aan het huilen maak, Edith,' verontschuldigde hij zich.

'Nee, niet doen. Niet nodig.'

'Maar inderdaad … het was meer dan me rot voelen. Op dat moment begreep ik heel erg duidelijk dat ik er alleen voor stond. Had ik eindelijk hulp gezocht bij een volwassene en kreeg ik de kous op de kop. Ik moest bij de directeur komen en hij maakte me uit voor leugenaar. Zoiets zou mijn … zou hij, die hij kende nooit doen. Ik maakte hen te schande door mijn slechte praatjes. Hij belde hem. En even later kwam hij me op halen. Toen ik de kamer van de directeur met hem verliet, zat Stan op de gang te wachten. Ik had Stan eerder al verteld dat ik met Beatrice gepraat had in de hoop dat het ons zou helpen. Ik weet niet of hij het begreep maar dat deed er ook niet toe. Stan begreep niet waarom hij ons kwam halen. Achter in de auto zaten we naast elkaar en ik fluisterde Stan in zijn oor dat het niet gelukt was. Stan begon meteen te trillen en te snikken. Hij woest. Schelden en tieren. Wie ik wel niet dacht dat ik was dat ik zo over hem durfde te praten met vreemden. Thuisgekomen wilde ik Stan mee naar boven nemen maar hij hield me tegen. Stan moest grasmaaien, het was een woensdag dus. Ik rende naar boven en wist wat ik moest doen omdat ik voorbereid was. Beatrice had me geholpen met mijn plan-B, met me geoefend en dat reserveplan had ik al honderden malen doorgenomen. Ik was voorbereid. Ik dook onder mijn bed en haalde dat wat ik nodig had tevoorschijn. Op het bed zittend wachtte ik af tot het weer verkeerd zou gaan want dat het verkeerd zou gaan wist ik. Zo ging het tenslotte altijd. Het geschreeuw begon. Ik hoorde Stan huilen en rende naar beneden. Hij had Stan bij zijn arm beet en schudde hem door elkaar. Stan krijste. Ik mepte hem met mijn honkbalknuppel in de holte van zijn knieën. Hij klapte dubbel en viel op de grond. Stan was uit zijn greep en kroop meteen achter me. Hij draaide zich om en lag op zijn rug op de grond. Ik stond naast hem en had mijn honkbalknuppel gericht op zij…' Even stopte hij. Het was er bijna allemaal achter elkaar uitgekomen. Monotoon wellicht maar dat wist hij ook niet. Het leek alsof hij zichzelf niet had horen praten. Het was dan wellicht op dezelfde toon uitgesproken maar het was niet gevoelloos geweest. Alle woorden hadden hem keihard geraakt. Hij voelde zich getroffen in zijn ziel en begon het benauwd te krijgen. Vreselijk benauwd. Zijn ademhaling ging moeilijk, hij begon te piepen. Edith en Max waren heel doelgericht meteen.

'Als het kan, probeer dan je armen boven je hoofd te doen, Richard, en probeer rustig door te ademen. In door je neus, uit door je mond. Probeer voorzichtig alle lucht uit je longen te blazen steeds,' gaf Edith haar opdracht. Ze zag dat hij zijn rechter arm amper omhoog kon krijgen. Stijfheid ten gevolge van de val, wist ze ook meteen. Ze liep op hem toe om hem daarmee te helpen. 'Ik help je. Ik ondersteun je arm. Voorzichtig aan. Steeds ietsjes hoger. En rustig door blijven ademen.'

Max deed eerst de schuifpui open en daarna leidde hij samen met Edith de jongen de koele avondlucht in. De spanning was hem te groot geworden. Midden in zijn verhaal was hij opgehouden met spreken en lijkbleek geworden waarna zijn ademhaling ineens heel oppervlakkig en piepend was geworden. 'Gaat het weer wat?'

Richard knikte. Het voelde beter. Zijn longen kregen weer zuurstof dat weer door zijn lijf stroomde, zo voelde het. Hij stond voor gek hier met zijn armen boven zijn hoofd waarbij Edith zijn rechter arm omhoog hield maar hij begreep waar het voor diende en zou rustig zo blijven staan tot zij hem zou zeggen dat hij ze naar beneden kon doen. Hij wist ineens wat hij nog meer had gezien in haar werkkamer dan al die familiefoto's: haar diploma's. Ze was verpleegkundige geweest en was daarna ook verbonden geweest aan de opleiding voor verpleegkundigen als docent. Waarschijnlijk, zo interpreteerde hij nu, was mevrouw Jenkins een leerling van haar geweest. Wat leeftijd betrof, zo schatte hij in, zou het kunnen. Mevrouw Jenkins was waarschijnlijk een goede leerling geweest, want nu kon hij ook de opmerking plaatsen die Max had gemaakt bij hun aankomst. De mededeling dat Edith gerust kon zijn omdat Alice hem had verzorgd.

'Als je denkt dat je voldoende frisse lucht in je longen hebt, laat jij je linker arm langzaam zakken terwijl ik dat doe met je rechter.'

Heel langzaam deed hij wat Edith had gezegd. Hij voelde haar steun rechts. Het was maar goed ook want hij had het gevoel dat hij daar totaal geen controle over zijn spieren had op dit moment. Heel langzaam ook bleef hij in- en uitademen. Het voelde goed.

'Ik ga nog even bellen met Alice,' kondigde Edith aan toen ze wist dat het weer ging met Richard.

'Gaan wij hier op de bank zitten,' vroeg Max, 'of gaan we toch liever naar binnen?'

'Ik ga liever naar binnen als je het niet erg vindt.' Max ondersteunde hem aan zijn linkerkant bij het naar binnen gaan. Hij voelde zich een wrak. Het gaan zitten op de bank kostte hem moeite. Max ging naast hem zitten. 'Zal ik verder gaan of wil je dat ik wacht op Edith?'

Max vond het het beste om meteen verder te gaan. Hij zou Edith later wel bijpraten als dat nodig was.

'Ik stond naast hem met Stan achter me en de knuppel gericht op zijn kin. Ik maakte hem heel duidelijk wat de spelregels vanaf nu zouden zijn. Hij moest van Stan en mij afblijven. Zodra ik zou merken dat hij Stan iets had gedaan, dan zou ik hem in elkaar slaan. Eerst lachte hij. Hij probeerde rechtop te gaan zitten maar ik tikte hem met de bat tegen zijn kin. Heel zachtjes maar wel duidelijk. Ik zei hem dat ik heus niet de confrontatie met hem zou opzoeken als hij nuchter was maar dat ik hem zou pakken als hij dronken in zijn stoel lag te slapen. Het leek of hij schrok. Alsof hij voor het eerst door had dat ik ervan wist. Maar heel snel was de schrik ook weer verdwenen. Hij begon te schreeuwen dat ik een snotbek was en dat ik me nergens mee te bemoeien had. Ik bleef dicht bij hem staan en eiste dat hij de nieuwe spelregels zou erkennen. Toen hij weigerde sloeg ik hem hard tegen zijn bovenarm. Vloekend en scheldend ging hij na een tweede tik akkoord.'

'En werkte het?'

'Geweld is nooit goed te praten, denk ik.'

'Je hoeft je er niet voor te schamen dat je tegen hem geweld hebt gebruikt, Richard. Het was noodzakelijk. Je moest Stan en jezelf tegen hem beschermen.'

'Ja. Het klinkt misschien hard maar ik had geen andere keuze. Mijn poging om het bespreekbaar te maken was mislukt en dus moest ik veiligheid voor Stan en mijzelf creëren. Ik ben er niet trots op dat ik daarvoor geweld moest leren en werkelijk gebruiken en er steeds mee moest blijven dreigen want vanaf dat moment hield ik die knuppel altijd bij de hand als een soort van herinnering voor hem. Maar het moest. Het kon niet anders. En soms moest ik meer doen dan alleen maar dreigen.'

'Maar je moest ook slapen. Nooit bang geweest dat hij je iets zou aandoen als je sliep?'

'Ik heb altijd heel licht geslapen. Ik zou het gemerkt hebben als hij naar boven kwam. Maar ondanks dat namen we onze voorzorgsmaatregelen. Ik construeerde een booby trap op de trap naar de eerste verdieping. Als hij het zou wagen 's nachts naar boven te komen, dan zou ik meteen gealarmeerd zijn door de enorme herrie.' Richard glimlachte. 'Stan en ik maakten dat bouwsel elke avond samen en het gaf ons een enorm saamhorigheidsgevoel. We hoorden bij elkaar en stonden samen tegenover hem.'

'Wat was haar rol in het geheel?'

'Onduidelijk voor mij. Als ik met haar alleen was viel het wel mee, eigenlijk. Haar kon ik het beste pleasen. Een afspraak maken lukte soms ook. Maar zodra hij in de buurt was … leek het of zij stil viel. Het lijkt erop dat ze nooit iets deed om ons te helpen maar … ik weet het niet. Soms … ik weet het gewoon niet.'

'Hadden ze vaak ruzie met z'n tweeën?'

'Ja. Bijna elke avond was er voor ze in slaap vielen vanwege hun alcoholinname wel geschreeuw te horen.'

'Een heel andere vraag. Hoe vond je het toen je merkte dat Nathan die avond van Jacobs feestje flink aangeschoten was?'

'Het is niet aan mij om daar een mening over te hebben,' klonk het koel en afstandelijk uit de mond van Richard.

'Is dit een masker, waarachter je je verbergt nu?'

'Nee. Misschien klinkt het zo maar iedereen mag doen wat hij of zij zelf wil.'

Max liet de woorden even op zich inwerken en kwam toen met een vraag die hem hopelijk meer duidelijkheid zou verschaffen. 'Bedoel je daarmee te zeggen dat naar jouw mening iedereen mag doen wat hij of zij wil, zolang ze er maar niemand anders de dupe van laten worden?'

'Ja. Dat is mijn bedoeling. Als ik zou merken dat hij Nancy zou slaan of iets anders zou aandoen vanwege een drankprobleem, dan zou hij mij tegenkomen.'

'Ik begrijp het. Gelukkig heeft Nathan enorme wroeging gehad na dat incident.'

'Echt?'

'Ja. Hij vond het "heel lullig", zijn woorden niet die van mij, dat hij niet in staat was geweest om Nancy te beschermen. Dat hij dat aan jou moest overlaten.'

'Ik ben blij dat het hem aan het denken heeft gezet.'

'En hij heeft het niet bij denken alleen gelaten. Het is vanaf dat moment zijn voornemen om als ze samen uitgaan niet meer dan één alcoholisch consumptie te nemen en Nancy heeft me verteld dat hij zich daaraan houdt.'

'Goed voor hem,' sprak Richard met iets van bewondering in zijn stem. 'Maar … ?' Ineens vielen er bij hem allerlei dingen op hun plek. Daarom wilde Nathan dus nooit een cent hebben voor het onderhoud van zijn auto en daarom was zijn tank altijd gevuld als hij vrijdags naar huis reed.

Max liet een brede glimlach op zijn gezicht verschijnen en toen hij er ook een bij Richard zag opkomen, wist hij dat de jongen op zijn niet afgemaakte vraag geen antwoord meer nodig had.

Edith kwam weer binnen en Max praatte haar heel snel bij.

'En hoe ging het verder, Richard?'

'Naar omstandigheden redelijk goed. Op high school probeerde ik hen zover te krijgen dat ze Stan opnieuw zouden laten testen om te kijken wat er precies met hem aan de hand was maar ze wilden er geen geld aan uitgeven. De eerste test had hen genoeg gekost, zo kreeg ik te horen. Hij liet ons met rust. We deden onze klussen en ik zorgde ervoor dat Stan ze goed uitvoerde door hem daarin te begeleiden. Nu doet hij de klussen zelfstandig omdat ik hem elke avond aangeef wat hij de volgende dag moet doen. Het enige dat hij zelf moet doen is zijn computer opstarten en kijken wat de volgorde is waarin hij iets moet doen en dat lukt hem goed. Ik heb high school sneller gedaan dan anderen. Ik was een goede leerling.'

'Je bent een goede leerling,' verbeterde Max hem. 'Je slaagde cum laude. Je was de beste leerling van je jaar en had de speech mogen houden maar wilde dat niet.'

'Ik wilde niet dat zij zouden komen. Had ik die speech gegeven dan was er de kans dat zij zouden zijn gekomen. Dan hadden ze wellicht ineens interesse, en die mogelijkheid ontnam ik hen bewust. Na high school ging ik aan het werk. Ik wilde geld verdienen om voor Stan en mij een nieuwe toekomst ergens te kunnen beginnen. Ik pakte alles aan wat er maar te doen was. Het maakte me niet uit wat het was. Zo leerde ik Monterey kennen omdat ik er een paar keer was geweest voor een koeriersklus vanuit Vancouver en Victoria. Hij wilde dat ik kostgeld betaalde en dat deed ik. Niet zoveel als hij wilde maar dat wat hij vroeg was gewoon te gek voor woorden. Ik was niet van plan hun hobby's te bekostigen. Ze waren bijna elk weekend op het vaste land om casino's te bezoeken en bleven dan het hele weekend weg.'

'Begonnen ze daarmee toen jij klaar was met school?'

'Nee. Veel eerder al. Sorry dat ik de tijdlijn even uit het oog verloor. Ze deden dat al toen ik naar het eerste jaar van high school ging.'

'En ze lieten jullie de weekenden helemaal alleen?'

'Ja,' antwoordde Richard met een brede glimlach op zijn gezicht, 'maar wij vonden dat niet erg. Het was heerlijk om helemaal alleen thuis te zijn. Het voelde als vrijheid. Volledige vrijheid. Als we er zeker van waren dat zij weg waren viel er een heel stuk spanning van ons af. Deden we wat wij wilden. Gingen we overdag naar zee en wandelden we hele dagen door de bossen. We sliepen met mooi weer dan ergens onderweg in een oud tentje, en ook wel in onze tuin. Een te gekke tijd gewoon.'

'Een tijd ook om op adem te komen zeker,' gaf Edith haar verwachting weer.

'Ja. Opladen voor een nieuwe week stressen. Zorgen de conflicten te vermijden. Langs elkaar heen leven. Af en toe waren er nog wel botsingen. En af en toe moest ik voor Stan of mezelf nog wel eens geweld gebruiken. Verbaal geweld kwam vaker voor en daarin werd ik een meester, jammer genoeg.'

'Dat kan ik me voorstellen. Maar je had geen keuze, Richard. Je moest wel. Je moest hen bestrijden met hun eigen middelen.'

'Zo voelde dat ook voor mij. Het was de enige manier om met hen om te gaan.'

Max zag hoe Richard opnieuw een diepe zucht slaakte en hoorde toen hoe hij verder ging. Richard vertelde hoe het na ruim drieënhalf jaar werken toch mis was gegaan. Toen hij op een vrijdagmiddag thuis was gekomen, vond hij zijn kamer compleet overhoop gehaald en de vloer gedeeltelijk opengebroken. Het geld dat hij had verdiend en verborgen, was weg. Van hen beiden geen spoor. Normaal was het zo dat ze pas in de avond weggingen op vrijdag maar nu waren ze al eerder weggegaan. 'Al onze plannen waren in duigen gevallen. Tijd om nieuwe te maken.'

'Maar,' vroeg Edith, 'waarom bewaarde je dat geld op je kamer en niet op een bankrekening?'

'Die hadden ze al eens geplunderd. Ik had, heel veel jaren daarvoor, eens op eigen houtje een bankrekening geopend. Geen probleem toen. Ik weet niet hoe oud ik toen was maar ik liep met mijn spaarpot het filiaal van de bank binnen in het dorp en opende een rekening. Op de een of andere manier zijn zij daar achter gekomen en hebben het toezicht op de rekening bedongen omdat ik minderjarig was. Waarschijnlijk hadden ze daar het recht ook toe. Ik weet het niet.'

'Maar het geld was op een gegeven moment weg.'

'Ja. Toen ik een keer iets nodig had voor Stan en mij was er niets meer. En die tweede keer was ook alles weg. Nieuwe plannen dus.'

'Meteen? Voelde je je niet verslagen? Wilde je geen verhaal halen?'

'Er was geen verhaal te halen. Ze waren weg toen ik thuis kwam. Praten met hen zou sowieso niets opgelost hebben. Ze zijn gewoon niet te benaderen. Zeker niet nadat wij zoveel jaren zo met elkaar hadden geleefd. Het geld is vast en zeker nog datzelfde weekend voor het grootste gedeelte of helemaal in rook opgegaan in de een of andere illegale goktent. En dus wist ik dat me niets anders te doen stond dan opnieuw te beginnen. Nieuwe plannen maken. Plannen die me hierheen leidden. Ik koos heel bewust voor Monterey omdat het ver weg was. Ik had naar Seattle of Portland kunnen gaan maar ik wist dat hij daar wel eens geweest was voor seminars en dat soort dingen.'

'Je wilde heel duidelijk een echte afstand scheppen,' gaf Edith haar gevoel weer.

'Ja. Ik wilde echt weg bij hen. Afstand nemen van. Weg uit … nou ja … gewoon weg. Het meest moeilijke was dat ik Stan … dat ik Stan achter moest laten.' Richard begon opnieuw te huilen maar vermande zich. 'Maar het moest. Het kon niet anders. Ik zag geen andere manier. Enorm lang heb ik nagedacht over andere mogelijkheden maar … ik zag ze niet. Ik moest afstand nemen van hen en het moest een flinke afstand zijn. Ze mochten er absoluut niet achter komen waar ik was. En daarom werd het Monterey. Het aan Stan uitleggen was vreselijk moeilijk. Hij was enorm boos. Verdrietig ook. Onze plannen waren mislukt en ik kwam meteen met een nieuw plan. Een plan dat hij vreselijk vond. En logisch wat het zou betekenen dat hij er doordeweeks alleen voor stond. Het duurde echt tijden voordat hij ermee instemde. Maar dat hij ermee instemde was belangrijk voor mij. Ik wilde het niet zonder hem doen. Ik schreef me hier in Monterey in om een opleiding te gaan volgen met de bedoeling om met een vakdiploma een eigen bedrijf te starten. Fred Quintana heeft me onlangs een prachtig aanbod gedaan. En daar denk ik nu over na.'

Richard liet een stilte vallen en Max vroeg aan: 'Wil je ons over Freds aanbod vertellen?'

'Hij wil graag dat ik, zodra ik gediplomeerd ben, zijn bedrijf overneem. De eerste vijf jaar werk ik dan voor hem in loondienst en daarna koop ik het van hem en mag ik in termijnen afbetalen.'

Max was onder de indruk van zoveel voortvarendheid. 'Zooo, dat is een mooie deal.'

'Ja. Er was al heel snel over en weer sprake van vertrouwen tussen ons.'

'Vond je dat niet bijzonder? Het vertrouwen van een volwassene?' wilde Edith weten.

'Nee. Niet alle volwassenen zijn zoals zij zijn. Ik ben gelukkig niet wantrouwig tegenover de rest van de wereld geworden.'

'Dat had zo maar gekund, Richard,' was Max van mening.

'Zou kunnen. Voor mij … voor mij gaat dat niet op. Wel ben ik … minder snel openhartig maar dat hebben jullie wel gemerkt. Ik heb heel weinig prijsgegeven over mezelf. Ook bij directe vragen van bijvoorbeeld Nancy en anderen op school heb ik heel vaak een antwoord ontweken. En dat vind ik jammer. Een eigenschap die ontwikkeld is door de thuissituatie, denk ik.'

'Was je ook bang dat ze met je nieuwe plan roet in het eten zouden gooien?'

'Ja! Echt wel! Juist daarom koos ik ervoor om flink ver weg te gaan. Heb ik mijn inschrijving zelf geregeld en niet laten doen door iemand van mijn oude school, iets dat gebruikelijk is. Zolang niemand daar iets weet van wat ik nu doe, ook vanwege dat ons-kent-ons, voel ik me een stuk veiliger.'

Max voelde zich ineens ongerust. Had hij met zijn navragen bij Richards oude school nu de jongen en zijn broer in de problemen gebracht?

'Het geeft niet, Max,' reageerde Richard toen hij de bezorgdheid op het gezicht van Max opmerkte en begreep waarom hij zich ongerust maakte.

'Het spijt me. Ik had beter moeten nadenken voor ik contact opnam.'

'Het is goed. Je hebt het met de beste bedoelingen gedaan. Jouw intentie was goed.'

Nog steeds was Max ervan overtuigd dat hij het anders had moeten aanpakken en voelde hij zich vervelend. Maar toch ging hij verder. 'En Stan?'

'Voor hem is de situatie nog het meest rot. Hij zit er nog steeds middenin maar ik kan hem daar nu nog niet weghalen. Hij is nog minderjarig en valt onder hun voogdij en bovendien heb ik geen geld om voor hem te zorgen. Ik werk zoveel als ik kan en geef zo weinig mogelijk uit om flink wat geld te kunnen sparen.'

Een nieuwe diepe zucht interpreteerde Max als het einde van dat wat Richard wilde vertellen. 'Dank je, Richard, dat je dit allemaal met Edith en mij hebt willen delen. Het is een heel aangrijpend verhaal. Voor mij zijn er nog een aantal onduidelijkheden maar die moet ik eerst op een rijtje zien te krijgen en daar heb ik een paar uurtjes voor nodig. Maar dat niet nu. Het is voor ons alle drie denk ik tijd om te gaan slapen. Wil je hier blijven logeren, zoals Edith eerder voorstelde?'

'Nee. Als het kan heb ik liever dat je me naar huis brengt.'

'En dan wil je morgen zeker naar Stan?' vroeg Max.

'Ja. Ik hoop dat jullie beiden begrijpen dat dat noodzakelijk is.'

'Dat begrijp ik,' was het Edith die meteen reageerde. 'Maar ik zou je willen vragen of je mij wilt laten zien hoe je van plan bent de knoopjes van je overhemd los te maken.'

'Huh?' luidde de verbaasde reactie van Richard.

'Gewoon zoals ik het zeg. Maak eens een van de knoopjes van je shirt los.'

Richard probeerde het maar merkte dat hij zijn rechter onderarm absoluut niet omhoog kon krijgen. De vingers afzonderlijk van elkaar bewegen lukte hem ook totaal niet.

'Houd maar op, lieve jongen. Je arm en je vingers doen niet wat jij wilt. En dat zal morgen alleen maar erger zijn. En dus heb je hulp nodig. En dus lijkt het mij handiger dat je toch hier bij ons blijft. Alsjeblieft, zet die zelfstandigheid die je in de loop der jaren hebt moeten leren even aan de kant en laat je helpen door ons. Hier bij ons ben je veilig en mag je gebruik maken van dat wat je aangeboden wordt.'

'Maar morgen dan? Stan?'

'Ik ken Max lang genoeg om te weten dat dat een van de dingen is waar hij op doelde. Dingen waarover hij nog duidelijkheid wil krijgen. Wij hebben jouw verhaal niet zomaar aangehoord. Ik bedoel, niet aangehoord om er niets mee te doen, Richard. We willen jou en Stan helpen. En dat betekent voor dit moment dat we jou een bed aanbieden en zorg voor de nacht. En morgenvroeg zien we verder. Dan heeft Max tijd gehad om na te denken.'

'In de nacht.'

'Ja, Richard. Ik heb nooit veel slaap nodig gehad. Je kent het zelf. Maar bij jou is het iets geweest dat jij je hebt aangeleerd omdat je veiligheid moest garanderen voor jezelf en voor Stan. Bij mij is het iets wat ik altijd al heb gehad. Een paar uurtjes slaap en ik ben weer zo fris als een hoentje. En dus ga ik straks eventjes naar bed maar niet voor al te lang. Ik wil ons gesprek nog een keer doorlopen, kijken waar mijn vragen op uitkomen en bezien wat wij voor Stan en jou kunnen betekenen. Ik heb je niet voor niets aan het praten willen krijgen, jongen, en jouw situatie is er een die veranderd moet worden want anders gaan jullie er aan onderdoor. Jouw plan is prima maar ik voorzie dat het nog wel een tijdje duurt voor je Stan hierheen kunt halen en ik vraag me af of dat goed is.'

'Dus … jullie … jullie willen echt helpen?'

'Ja. Het zit ons in het bloed, Richard. Noem het maar een afwijking maar wij willen helpen als dat nodig is en als wij de mogelijkheden daartoe zien.'

'En jullie denken een oplossing te hebben?' vroeg Richard terwijl hij eerst Edith en vervolgens Max aankeek.

'Het staat me nog niet helemaal duidelijk voor de geest wat ik moet doen maar de eerste stappen beginnen zich al af te tekenen, hier in mijn hoofd,' zei Max en hij tikte tegen de zijkant ervan. 'Het lijkt me goed dat je nu gaat proberen te slapen. Oké?'

Richard gaf zich gewonnen. Het knoopjesoffensief van Edith was al een heel duidelijk signaal geweest maar het feit dat er daadwerkelijk hulp geboden zou worden, hulp die hij zo lang had moeten ontberen, was dat nog veel meer. Er blonken tranen in zijn ogen. 'Het spijt me dat ik jullie hierbij betrokken heb.'

'Nee, je zegt het niet goed, Richard,' begon Edith uit te leggen. 'Jij hebt ons hierbij niet betrokken. Max wist dat er iets niet goed zat en heeft je uitgedaagd. Samen hebben we hierover al menigmaal gepraat. Aan de keukentafel vaak. Geprobeerd ons voor te stellen wat er aan de hand zou kunnen zijn. Maar … we konden tekenen en inkleuren wat we wilden maar echt werd het nooit. Tot Max je hier uitnodigde en probeerde je aan het praten te krijgen. Toen dat lukte, was niet jij degene die ons hierbij betrok maar waren wij degenen die ons lieten betrekken bij jou en je broer. Misschien taalkundig niet helemaal juist maar ik denk dat je wel begrijpt wat ik bedoel te zeggen.'

'Ja. En dan kan ik alleen maar dankjewel zeggen. Ik … '

'Je bent bekaf, Richard. Na al die jaren ben je toe aan rust, aan geborgenheid die jou nooit is geboden. Die je is onthouden! Open je handen en laat ze vullen door ons. Door mensen om je heen die jou een goed hart toe dragen. Die … '

'Die van je houden,' vulde Max aan.

'Dank jullie wel,' zei Richard terwijl de tranen over zijn wangen liepen. 'Volgens mij heb ik nog nooit zoveel gehuild als vandaag.

'Dat kon je ook niet. Je hebt altijd geweten dat je sterk moest zijn. Je wist dan wel niet de betekenis van je naam maar je hebt er wel altijd naar gehandeld. En nu … nu mag je eindelijk je harnas afleggen en rust nemen. Mag je dingen even aan anderen overlaten. Kom, tijd om te rusten. Heb je er problemen mee dat Edith je helpt met uitkleden wan… '

'Nee. Edith is een verpleegkundige en een goede. Geen probleem voor mij.'

'Er is nog één ding dat je moet doen,' merkte Max op. 'Je hebt nog geen nieuwe telefoon. Toen je met Stan sprak vertelde je hem dat je een nieuw toestel zou kopen. Ik neem aan dat je dat bij Fred wil doen en dus zal ik dat zo snel mogelijk laten regelen door iemand. Maar voor nu lijkt het me het beste dat je vanaf mijn telefoon even een SMS stuurt aan Stan dat hij mijn nummer moet bellen als er iets is. Jij neemt straks mijn telefoon gewoon mee zodat jij hem kunt opnemen als hij mocht bellen. Zodra jij een nieuwe telefoon hebt, stuur je hem een bericht dat hij jouw nummer weer kan bellen.'

Richard knikte. Het was hem duidelijk. Met de vingers van zijn rechterhand een bericht intikken zou niet lukken, dat had Edith net bewezen, en daarom probeerde hij het met links. Het ging onhandig en traag omdat hij puur rechts was maar uiteindelijk lukte het hem toch, verstuurde hij het bericht en even later kwam er een SMS retour. Gelukkig, Stan had het begrepen. 'En als je het goed vindt zal ik het nummer van Stan in je contactlijst zetten zodat je het kunt herkennen als hij mocht bellen. Hij doet dat nooit maar … gewoon voor de zekerheid. Als ik dan even niet in de buurt van de telefoon ben, dan weten jullie in elk geval wie er belt en kunnen jullie voor mij opnemen.'

***

'Denk je dat hij zal kunnen slapen?' vroeg Max vanuit het bed toen Edith, gekleed in haar nachtjapon, hun slaapkamer binnenkwam.

'Ik hoop het maar ben bang van niet. Net als iedereen heeft hij zijn vaste gewoontes. Hij draagt altijd een T-shirt in bed en we hebben het geprobeerd maar het lukte gewoon niet. Zijn arm kan hij steeds slechter gebruiken, zo lijkt het. En dus draagt hij nu een pyjamajasje. Verder vertelde me dat hij altijd inslaapt op zijn rechter zij en daarop kan hij nu niet liggen. Dus … dat wordt grotendeels wakker liggen, ben ik bang. Ik heb de bel bij hem neergelegd.'

'Heb je eraan gedacht om er nieuwe batterijen in te doen?'

'Ja, schat, dat heb ik gedaan.'

'En, Miss Marple, heb je een parallel die je kunt toepassen op Richard?'

Edith glimlachte naar hem terwijl ze onder het dekbed kroop. 'Ik denk aan Toby. Het is niet helemaal vergelijkbaar maar er zijn wel veel overeenkomsten. Zijn moeder werd toen haar man het gezin verliet instabiel en Toby deed alles wat hij kon om ervoor te zorgen dat het gezin bij elkaar bleef. Hij was er bang voor dat als zijn moeder zou moeten worden opgenomen zijn broertje, zusje en hij van elkaar gescheiden zouden worden.'

'En net als Richard viel hij op omdat hij ondanks de moeilijke situatie thuis altijd zijn huiswerk af had, altijd zijn uiterste best deed om juist niet op te vallen. Hij zorgde voor de boodschappen, deed de was, zorgde ervoor dat Leo en Judith smetteloos naar school gingen.'

'En was zo gesloten als een oester. Vertelde nooit wat er thuis speelde.'

'Tot hij in het ziekenhuis kwam met een gebroken arm en jij bij hem bleef wachten op zijn moeder die maar niet kwam.'

'Ja. En wat hebben wij dat gezin goed kunnen bijstaan.'

'We deden goed werk, lieverd.'

'En nog steeds. Een nieuwe taak voor ons beiden. Denk je dat we het ook dit keer tot een goed einde kunnen brengen?'

'Ja. Maar er is nog wel heel veel onduidelijk voor mij. Iets waar ik straks over na ga denken en waar ik Toby bij nodig heb in de uitvoering. Een mooie bijkomstigheid. Kun jij het aan om de komende dagen voor Richard te zorgen of moeten we er iemand bijhalen?'

'Zeg! Wat denk je wel niet van mij, Max Drummond!'

'Dat je net als ik ouder wordt, lieverd, en dat we niet meer alles kunnen wat we altijd gedaan hebben.'

'Daarvan moet ik eerst het bewijs nog zien, oude man!'

Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: MORGENSTER door Lucky Eye » vrijdag 11 augustus 2017 07:04

Hoofdstuk 10

Richard sliep. En zoals vaker gebeurde, als het hem echt lukte om diep in slaap te vallen droomde hij. De pijn vanwege de val in de fietsenkelder en de emotionele uitputting ten gevolge van dat wat hij aan Max en Edith over zijn leven had verteld, hadden er uiteindelijk voor gezorgd dat hij toch in slaap was gevallen. Op de logeerkamer had Edith hem moeten helpen. Ze had de knoopjes van zijn shirt losgemaakt en ook de riem, knoop en rits van zijn broek. Hij had het niet eens geprobeerd. Daarna had hij zich met één hand gewassen. Dat was best goed gegaan eigenlijk. Voordat hij zijn tanden had kunnen poetsen had Edith weer hulp moeten verlenen want het opzetborsteltje op de elektrische tandenborstel krijgen was met één hand onmogelijk. Slapen deed hij altijd in een T-shirt en wijde boxer. Beide waren uit een kast gekomen. De boxer paste hem prima. Edith had gezegd dat het kleren waren van hun kleinzoons. Het T-shirt aankrijgen was een probleem geweest en dus had Edith als alternatief een pyjamajasje voorgesteld. Hij had het prima gevonden. Ze had een bel naast zijn bed neergelegd en hem laten beloven dat hij het zou gebruiken als het nodig was. Met een "welterusten" had ze hem alleen gelaten en had hij geprobeerd om in slaap te komen. Het wilde niet lukken. Een pyjamajas zat anders: raar. Bovendien sliep hij altijd in op zijn rechterzij en dus wilde het gewoon niet lukken. Ook was hij aan het denken geslagen. Dat wat hij verteld had was hij gaan evalueren. Had hij alles goed onder woorden gebracht? Was het niet te chaotisch geweest, de manier waarop hij het verteld had? Af en toe was hij heen en weer gesprongen in de tijd. Had dat het moeilijk te volgen gemaakt? De rol van Beatrice had hij niet helemaal goed uitgelegd. Waarom niet? Probeerde hij haar te beschermen? Was er kritiek geweest van Edith en Max? Misschien hadden ze het niet gezegd maar … was het er wel geweest? Hadden ze het vreemd gevonden dat hij niets gedaan had toen zij het geld van zijn bankrekening hadden gehaald? Hij had het niet kunnen voorkomen. Hij was nog maar acht of zo geweest en had niet geweten wat te moeten doen. Opstaan tegen zijn vader had hij niet gedurfd. En die tweede keer toen het geld uit zijn kamer was gestolen, was het voor hem niet mogelijk geweest om ook maar iets te doen. Ze waren weg geweest. Op het moment dat hij thuiskwam en de ravage had gezien was er pure woede geweest. Woede die ervoor had gezorgd dat hij met zijn honkbalknuppel nog het een en ander kapot had geslagen. Het deed er niet toe. Niet op dat moment. Toen had hij zich eindelijk eens kunnen laten gaan maar hij wist ook dat hij zich snel weer onder controle moest zien te krijgen want Stan mocht hem nooit zo over de rooie zien. Hij had Stan altijd voorgehouden dat ze alleen maar geweld mochten gebruiken in antwoord op het geweld van hem of om zichzelf te beschermen. En als hij verhaal zou halen als ze die zondagavond thuis zouden komen … dan was die directe aanleiding er niet. En hij moest voor Stan een voorbeeld zijn. Een voorbeeld dat zij niet waren. Nooit waren geweest. Voor Stan moest hij laten zien dat hij altijd alles onder controle had. Voor hem moest hij een baken in de woeste oceaan van hun leven zijn. Stan bouwde op hem en hij was verantwoordelijk voor zijn broer. Bovendien … stel je voor dat hij wel geweld zou gebruiken en hem in elkaar zou rossen … wat dan? Stel dat hij aangifte zou doen? Dan zou het mogelijk zijn dat hij gevangenisstraf zou krijgen voor het mishandelen van … van hem. En dan zou Stan er echt helemaal alleen voor hebben gestaan. En door dat alles bleef hij klaarwakker. Ook begon zijn rug pijn te doen van het roerloos moeten blijven liggen. Want wilde hij af en toe bewegen, dan schoot de pijn er meteen in. Met grote tegenzin had hij op de bel gedrukt. Edith was vrijwel meteen gekomen en had hem voor een keuze gesteld: slapen op hun slaapkamer in een bed met verstelbare bodem of in de woonkamer in een van hun relaxstoelen proberen in slaap te vallen. In beide gevallen zou hij halfzittend kunnen slapen. Hij had gekozen voor de woonkamer omdat hij de Drummonds niet uit hun eigen bed wilde verjagen. Na een tijdje was hij in de stoel in slaap gevallen en meteen heel diep weggezakt. Hij droomde. Een droom die hij liever niet droomde. Het was een van zijn twee nachtmerries. En dit keer degene die hij het meest vreesde. Die tweede angstdroom ging over Stan. Hij droomde dat Stan door hun eeuwige tegenstander, door hem, werd aangevallen en dat hij het zag gebeuren maar onmachtig was om in te grijpen. En net als in de droom waarin hij zelf met hem vocht, bleef er ook van Stan niets anders over dan een hoopje stof dat vervloog in de wind. Met een schreeuw was hij wakker geworden en had meteen gemerkt dat hij kletsnat van het zweet was. Het pyjamajasje kleefde hem aan het bovenlijf. Hijgend bleef hij liggen in de stoel en merkte dat zijn ademhaling heel moeilijk ging. Het licht ging aan en Max en Edith kwamen de woonkamer binnen. Zonder dat ze iets vroegen vertelde hij dat hij een nachtmerrie had gehad en lichtte deze ook toe. Max had iets gemompeld maar dat had hij niet helemaal begrepen. Hoewel hij het vreselijk warm had, had Edith hem toegedekt. Eerst begreep hij dat niet maar toen ze even later met een nieuwe pyjamajas terugkwam, snapte hij haar bedoeling. Ze wilde niet dat hij kou zou vatten. Haar moederlijke verzorging roerde hem en langzaam begon hij te huilen.

'Het geeft niet, Richard. Verzet je er niet tegen,' zei ze tegen hem.

'Het spijt me dat ik jull… '

'Ook dat is niet nodig, Richard. We hebben afgesproken dat we voor jou zullen zorgen en ook dit hoort daarbij.'

Terwijl Edith hem had gewassen, afgedroogd en weer aangekleed had Max voor een kop thee gezorgd voor hun drieën. Die dronken ze op terwijl hij antwoord gaf op een vraag van Max.

'Wat mijn plan was?'

'Ja, jou een beetje kennende nu heb ik het idee dat jij altijd hebt geweten wat je uiteindelijk wilt. Of zie ik dat verkeerd?'

Richard vond het mooi om te merken dat Max hem in zo korte tijd al zo goed kende. 'Mijn streven is altijd geweest om Stan daar in elk geval weg te halen. Met hem ergens ver van huis te gaan wonen en een heel nieuw leven te beginnen. Niemand die ons kent. Niemand die ons linkt aan …' Richard viel stil.

'Ik snap het. Gewoon alles achter je laten.'

'Ja. Een definitieve breuk is op een gegeven moment nodig. Maar dan moet ik wel voor Stan kunnen zorgen. En dat kan ik nu nog niet. Ik woon veel te klein. Ik kan hem nog niet eens laten logeren bij mij. Nou ja … dat zou kunnen maar … ik zou hem dan niet meer kunnen terugsturen. Zoiets zou … ' Hij zocht naar woorden.

'Onmenselijk zijn,' vulde Edith in omdat alleen dat woord voor haar de lading dekte.

'Ja. Zo is het. Stan … is bijzonder. Ik heb hem beloofd dat ik hem daar weg zal halen ooit, maar ook heel duidelijk aangegeven dat ik niet weet wanneer. Hij vraagt er gelukkig nooit naar want met die tegenslag dat zij ons geld vonden en inpikten, zijn we gewoon op flinke achterstand gezet.'

'Ja. Ik begrijp het. Een flinke aderlating moet dat zijn geweest.'

'Ja.'

En daar hadden ze hun nachtelijke gesprek bij gelaten. Het was tegen drieën geweest dat Edith weer naar bed was gegaan en Max in de stoel naast Richard was gaan liggen. Richard had zich bezwaard gevoeld maar Max had de praktische kant onder woorden gebracht door te zeggen dat hij zo dichtbij zou zijn als Richard opnieuw een nachtmerrie zou krijgen. Die was gelukkig niet gekomen. Regelmatig had hij kleine dutjes gedaan maar echt diep in slaap vallen, wilde niet meer lukken. Toen hij op een gegeven moment naar links keek, daar waar de stoel van Max stond, zag hij dat de stoel leeg was. Hij hoorde geluiden in de keuken. Hij controleerde zijn horloge en zag dat het nog geen half vijf was. Tastend naar de afstandsbediening van de stoel vond hij deze en met een druk op de knop ging de stoel langzaam omhoog naar zittende positie. Dat deed pijn. Vreselijk pijn. Ineens was er meer druk op zijn ribbenkast en tegelijkertijd moest hij hoesten. Dat zorgde voor nog veel meer pijn. Max stond al snel naast hem en legde hem uit dat hij bij een hoestbui niet voorover moest buigen, wat je vaak automatisch wel doet, maar moest proberen zo rechtop te blijven staan of zitten als mogelijk was.

'Liever staan,' zei hij, 'dan heb je namelijk de mogelijkheid om dat wat in je longen zit er uit te hoesten en verse lucht erin te krijgen. Kom, ik haal slippers, een pyjamabroek en een ochtendjas voor je en dan gaan we even buiten wandelen. Het is nog wel donker buiten maar de kou van de nacht is al verdwenen. Het belooft een prachtige dag te worden.'

Met zijn linkerarm om de schouders van Max geslagen liep Richard, nadat Max hem in de gehaalde kledij geholpen had, voetje voor voetje naar buiten. Hij voelde zich een invalide omdat hij niet in staat was zelf te lopen. Gisteravond kon hij zijn shirt niet eens zelf los maken maar nu leek het allemaal nog veel erger. Alles deed hem zeer. En tijdens die hoestbui had hij het idee gehad dat zijn longen uit hun naad scheurden.

'Goed gelukt, nietwaar?' zei Max toen ze buiten aangekomen waren terwijl hij Richard glimlachend aankeek.

'Ja. Maar niet zonder jouw hulp.'

'Soms heb je hulp nodig, Richard. Denk je dat ik mijn hele leven tot nu toe doorgekomen ben zonder perioden waarin ik me moest verlaten op de hulp van anderen?'

'Niet?'

'Nee. Ik denk ook dat dat niemand lukt. Misschien in verhalen maar … niet in het echt. Een griepje kan mij tegenwoordig al flink slopen en dan ben ik echt ziek. En dan voel ik me heel gelukkig dat Edith er is. Zonder haar … zou ik het echt niet redden. En niet alleen als ik ziek ben hoor. Ik heb haar altijd nodig.'

'Dat moet ook een goed gevoel zijn,' zo redeneerde Richard hardop.

'Ja. Voor mij is dat een heel goed gevoel. We hebben voor elkaar gekozen en zijn daar nog steeds blij mee.'

'Een goed teken.'

'Ja. Lopen we een eindje door de tuin of blijf je liever hier staan?'

'Lopen kun je het niet echt noemen wat ik doe dus ik kan beter vragen of het jou nog lukt mij te ondersteunen als ik zou willen lopen.'

'Ik lijk dan misschien wat fragiel maar ik ben taai. Geen Iers bloed maar wel taai.'

Edith keek vanuit de woonkamer naar het tweetal buiten. Heel voorzichtig liepen ze, over het pad, de tuin in. Richard had zijn goede arm om de schouders van Max geslagen en steunde op hem. Een gevoel van medeleven doortrok haar lijf en ze voelde het kippenvel op haar armen komen. Het gesprek van gisteravond en de nachtmerrie van de jongen van die nacht trok ze zich aan. Ze vond het vreselijk om te horen dat twee kinderen geen echt thuis hadden gehad. Dat een jongen van elf jaar oud zijn vader met een honkbalknuppel had moeten bedreigen om rust te garanderen voor zijn broertje en hemzelf. Vreselijk gewoon. En nu … nu zou dat mogelijk veranderen als Richard zich wilde laten helpen. Want wat haar man ook bedacht mocht hebben, het zou erop uitdraaien dat zij beiden Richard en Stan zouden gaan helpen en daar stond zij helemaal achter. Nu maar hopen dat Richard straks zou inzien dat het een goed plan was.

'Vind je het niet prachtig?' zei Max en wees, vanaf het hoogste punt in de tuin, naar de zee.

'Ja. De zee is prachtig. Thuis gaan Stan en ik ook vaak naar zee. Het maakt niet uit hoe koud het is, we duiken er altijd in.'

'Stoer, hoor!'

'Ja. Doe ik mijn naam toch eer aan,' zei hij terwijl hij naar Max keek.

'Dat heb je je hele leven al gedaan, Richard.'

'Gek eigenlijk, maar zo voelt het niet voor mij.'

'Omdat je niet anders hebt geweten. Het was niet een bewust gedrag dat je vertoonde of een rol die je speelde. Het moest. Kom, we lopen terug want ik wil niet dat je al te moe wordt.'

'Ik ben nog lang niet moe,' merkte Richard verontwaardigd op. 'Mijn verhaal van gisteren was enorm chaotisch. Niet?'

'Een verhaal zoals jij dat ons vertelde is niet iets dat je keurig geordend kunt vertellen. Er spelen emoties mee. Veel emoties mee en dan krijg je dat er soms maar fragmenten van de werkelijkheid verteld worden.'

'Was het wel te volgen?'

'Ja.'

'Over Beatrice heb ik lang niet alles verteld. Er is meer dat je moet weten.'

'We hebben tijd genoeg om nog heel veel met elkaar te praten, Richard, het hoeft niet nu.'

Maar Richard had aangegeven dat hij het nu wel wilde vertellen. Het zat hem dwars. Het voelde voor hem alsof er opzet van zijn kant meespeelde en dat voelde niet goed. Beatrice had nadat hij met haar had gepraat meteen aangifte willen doen. Hij had haar tegen gehouden. Gezegd dat hij dat niet wilde, dat hij niemand durfde vertrouwen en dat er daarom een alternatief moest zijn voor het geval het toch niet zou lukken. Ze had hem gevraagd wat hij wilde en hij had onder woorden gebracht dat hij zichzelf zou moeten kunnen verweren, dat hij daarom ook op zelfverdediging was gegaan en dat hij heel veel had geleerd maar … dat het niet voldoende zou zijn om hem van zich af te houden. Ze had het begrepen. Wekenlang hadden ze heel veel met elkaar geoefend. Na de lessen zelfverdediging maar ook tussendoor. Ze wist dat de meeste jongens een honkbalknuppel hadden en had daar gebruik van gemaakt. Ze had hem dat leren gebruik als wapen om zich te verdedigen en als het nodig was hem aan te vallen. Ze had hem voorgehouden dat hij gebruik moest maken van zijn snelheid. "Je bent een ukkie," had ze gezegd, "en je zult het afleggen tegen zijn kracht en gewicht. Zorg dat je bij hem uit de buurt blijft zodat hij zich nooit op jou kan werpen. Zorg voor ruimtekussen tussen jou en hem. Pak hem op zijn zwakheden. Hij is groot en sterk maar ook lomp en langzaam in zijn bewegingen. Jij moet ervoor zorgen dat je altijd sneller bent." Hij had zichzelf vergeleken met Jackie Chan en zij had dat een prima voorbeeld gevonden. 'Na een aantal weken heel intensief oefenen met haar en thuis had ik voldoende vaardigheid en snelheid ontwikkeld om de honkbalknuppel te kunnen gebruiken als mijn wapen.'

'Je snelheid was ook je wapen tegen die overvallers voor de Kerst, heb ik begrepen van Nancy.'

'Ja. Ik ben flink veel sterker geworden in de loop der jaren maar zal altijd een ukkie blijven. Moet zorgen dat ik uit de handen van anderen blijf. Zelf het initiatief nemen, als verrassingeffect, en bliksemsnel bewegen zijn de dingen die ik daarvoor gebruik. Maar … ik vraag me nu af … en vannacht ook al wel … is het goed geweest zoals ik het gedaan heb. Heb ik Beatrice niet meegetrokken in een opzet om hem … '

'Kijk naar het doel dat je voor ogen had, Richard. Je wilde dat hij van Stan en van jou zou afblijven. Dat was jouw doel! En Beatrice heeft je daarbij heel goed geholpen.'

'Ja. Zo heb ik dat destijds ook gevoeld nadat ik hem tegen de grond werkte die eerste keer. Maar later … zijn er vaak bedenkingen gekomen. Had ik niet gewoon eerst moeten afwachten. Eerst aangifte moeten doen en pas dan … '

'Je wantrouwen bleek juist te zijn, achteraf. Nietwaar?'

Richard knikte.

'En dus heb je het gelijk aan je kant. Was de manier waarop jij het aangepakt hebt de juiste. Denk er niet te veel over na, jongen. Je haalt jezelf alleen maar problemen op de hals als je steeds blijft evalueren.'

'Ja. Het maakt me doodmoe.'

'Dat moeten we niet hebben want je moet nog teruglopen naar huis en … ik ruik dat Edith zowat klaar is met het ontbijt.'

'Dat gaat er wel in, heb ik zo het idee.'

'Het is een goed teken om te weten dat je eetlust nog volop aanwezig is.'

Aan de ontbijttafel was het eerst stil. Een verplichte stilte want Edith had, nadat ze de met gebakken ei en spek belegde boterhammen van Richard in stukjes had gesneden, voorgesteld om niet te praten tot het eten op was. Ze vond het namelijk zonde om dat koud te laten worden. Toen dat eerste gedeelte van het ontbijt eenmaal achter de kiezen was opende Max het gesprek.

'Ik heb je gisteravond gezegd dat ik wat dingen op een rijtje moest zetten en dat heb ik gedaan. Er zijn nog heel veel vragen maar die moeten nog wachten. Het meest belangrijke eerst. Het lijkt me verstandig dat je vandaag niet naar huis rijdt.'

'Maar ik kan Stan onmogelijk een weekend lang alleen laten!'

'Dat weten we en dat begrijpen we ook helemaal. Daarom wil ik je voorstellen dat we Stan gaan ophalen zodat hij hier samen met jou kan zijn.'

'Wat?' Een enorm ongeloof sprak uit de manier waarop Richard dat ene, kleine woordje uitsprak. Het leek alsof hij tolde op zijn stoel. Dat wat zijn oren was binnengekomen resoneerde op de een of andere manier heel erg vreemd in zijn hoofd.

'We willen jullie beiden graag als gast voor een tijdje,' lichtte Edith toe.

'Maar … waarom?' Nog steeds kon hij het niet geloven.

'Ik had het zojuist tijdens onze wandeling over helpen en hulp bieden en Stan en jij moeten geholpen worden en wij kunnen die hulp bieden.'

'Maa… '

'Misschien is het beter om eerst even te luisteren, Richard. Kom dan alsjeblieft met je vragen. Vind je dat goed?'

'Ja. Sorry. Ik ben lastig.'

'Nee, dat is het niet. Maar mijn plan moet in werking gezet worden. De eerste dingen heb ik al geregeld maar er moeten nog meer dingen afgehandeld worden en voor sommige is er enige tijdsdruk.'

Richard knikte en luisterde hoe Max zijn plan ontvouwde en hoe hij daar af en toe bij werd geholpen door Edith. Ze waren van plan om Stan naar Monterey te halen zodat hij en zijn broer toch samen konden zijn. Hij vond het een geweldig voorstel maar … wilde ze niet tot last zijn. Bovendien hadden ze al zo veel voor hem gedaan. Nee. Niet denken maar luisteren, sprak hij zichzelf vermanend toe. Hij hoorde dat Nancy onderweg was met een nieuwe telefoon voor hem. Dat hij daarop een videoboodschap moest gaan inspreken voor Stan. Dat Max dan met Nancy en Nathan, die nu nog bezig was met zijn ochtenddienst bij O'Malley maar snel hierheen zou komen, naar Victoria zouden vliegen om Stan op te gaan halen. Wauw, Stan zou het geweldig vinden om te vliegen, schoot het door hem heen. Toen was er een opdracht voor hem. Hij zou Stan moeten bellen en hem zeggen dat hij niet naar school moest gaan maar zich ziek moest melden en thuis moest blijven.

'Lukt dat, denk je? Zal Stan dat begrijpen en kunnen uitvoeren?'

'Ja. Dat kan hij. Als ik het hem duidelijk maak, kan hij dat.'

Toen ging het verhaal verder. Hij moest om negen uur in het ziekenhuis zijn om foto's te laten maken. Alice Jenkins had gisteravond laat nog een afspraak voor hem gemaakt en Edith zou daar met hem heengaan. Best wel goed, vond hij, want de pijn in zijn ribbenkast was vreselijk en hij voelde gewoon dat hij lang niet altijd volledig uitademde omdat dat pijn deed. Misschien had hij toch een rib gebroken. Of ze daar iets aan konden doen wist hij niet, maar het was altijd beter om zoiets zeker te weten. Hij raakte de draad van het verhaal kwijt toen Max het had over ene Jocelyn Harper. 'Sorry, ik was even afgeleid en begrijp het even niet. Waarom zou zij moeten komen en waarom zou ik met haar moeten praten?'

'Zij is psycholoog van beroep en in jouw verhaal zitten naar mijn mening gaten met betrekking tot de herkomst van Stan.'

'En waarom is het belangrijk om die informatie te weten en daar een psycholoog bij te halen?'

'Aan dat wat jij ons vertelde over die avond is iets vreemds, heb ik het idee. Het is niet dat wij jouw weergave niet geloven maar je was nog jong toen en je zei zelf dat je het niet allemaal begreep.'

'Ja. En zeg me maar als ik het verkeerd uitleg maar je zou willen dat mevrouw Harper mij ondervraagt om te achterhalen of ik wellicht meer weet dan dat ik me kan herinneren? Of zoiets?'

'Ja. Dat is precies wat ik bedoel, Richard. Dat wat zij doet heet cognitief interview. Soms gebruikt ze daarbij hypnose maar niet altijd, weet ik. En, geloof me, het is geen hocus pocus! Soms leggen we iets in woorden uit, zoals jij tegenover ons deed, maar schuilen achter die woorden nog heel veel dingen die we niet zeggen. Niet onder woorden brengen. En zij kan dat soort dingen soms boven water krijgen.'

'Wat vinden jullie precies vreemd aan dat wat ik vertelde?'

'Om te beginnen de moeder van Stan. Na bijna twee jaar staat zij ineens haar zoon af en verdwijnt zij voorgoed want ik heb nergens van jou gehoord dat er ooit weer contact is geweest. Verder vind ik het bijzonder dat jouw vader Stan in huis neemt. Natuurlijk, je vertelde dat Stan je halfbroer is maar heeft hij zich ooit afgevraagd of hij wel de vader van Stan is? Al dat soort dingen zou ik graag willen achterhalen.'

'Dan mag je wel een detective inhuren want daar weet ik dus, hypnose of niet, helemaal niets van.'

'Dat ben ik ook van plan. Een aantal dingen kan ik zelf maar lang niet alles en dus laat ik een onderzoekbureau werk voor mij doen.'

'Maar zoiets kost klauwen met geld en … en dat heb ik niet. En als ik het had zou ik het niet kunnen missen. Er zijn andere prioriteiten, Max! Ik wil …'

'Dat hoeft ook niet, Richard,' zei Edith terwijl ze haar hand over die van Richard legde in de hoop dat hij wat rustiger zou worden want voor haar was het duidelijk dat hij zich te veel opwond op dat moment, 'wij betalen dat voor jullie. Wij willen jullie graag helpen en als er antwoorden komen, denken we dat we jullie beter kunnen helpen.'

'Maar wat maakt het uit of … of hij de … ' dat woordje wilde hij niet zeggen! Nooit zou hij het zeggen over hem! 'Of hij dat van Stan is of niet.'

Edith wist maar al te goed wat ze moest invullen in de stiltes die Richard had laten vallen. 'Misschien helemaal niets. Misschien ook wel. We weten het niet, Richard, maar het is als een puzzel voor Max en als hij een puzzel ziet dan wil hij die heel graag oplossen.'

'Maar deze puzzel,' zo vulde Max aan, 'wil ik alleen maar oplossen als jij het ermee eens bent en niet voor mezelf. Ik wil het doen voor jou, voor jullie. Misschien heb je nu het idee dat antwoorden er helemaal niet toe doen maar … soms kunnen antwoorden je wel verder helpen. Iedereen heeft een achtergrond. Een familie waar je uit voortkomt en soms is het belangrijk daar dingen over te weten. Te weten waarom bepaalde dingen zo geworden zijn als ze geworden zijn.'

Richard wist het niet. Het duizelde hem allemaal. Stan hierheen halen? Oké! Maar … waarom die dingen achterhalen die zojuist genoemd waren? Schoot hij daar iets mee op? Schoot Stan daar iets mee op? 'Ik weet het niet. Ik weet het allemaal even niet,' wist hij uiteindelijk te zeggen.

'Kun je het misschien loslaten?' vroeg Edith. 'Ik bedoel, alles even aan een ander overlaten?'

'Aan jou en Max, bedoel je.'

'Op dit moment is het lastig voor jou om zelf aan die puzzel te werken. Eraan denken alleen al is een opgave. Jij kunt je energie nu beter steken in het helen. Niet alleen van de pijn in je lijf op dit moment maar ook van alle ellende die jou en Stan is overkomen.'

'Ja, dat begrijp ik maar dan heb ik nog een veel groter probleem. Eentje waar ik helemaal niets van snap!'

'Gooi het eruit, Richard, het kan heel goed zijn dat wij iets over het hoofd gezien hebben of dat we iets vergeten zijn te vertellen.'

'Als jullie Stan gaan ophalen … dan … dan … kan hij niet meer terug. Nooit meer terug! Eenmaal hier kan ik hem niet terugsturen naar die ellende! Naar die hel! En ik kan niet voor hem zorgen op dit moment. Ik heb geen geschikte woonplaats! ik heb geen geld genoeg!'

Heel bewust wachtte Max tot Richard uitgepraat was. Hij wilde daarmee in elk geval aangegeven dat hij dat wat de jongen opmerkte serieus nam. Pas toen nam hij het woord door te zeggen: 'Sorry, Richard. Wij hadden het beter moeten aangeven. Het is ons voornemen om Stan hier naar toe te halen en hem hier te laten blijven en met hier bedoel ik bij ons. Wij willen voor hem en voor jou zorgen. Jullie kunnen hier een thuis krijgen dat jullie nooit hebben gehad.'

'Maa… Maa.. ' Verder kwam Richard niet. De tranen kwamen en hij beet op zijn onderlip.

'En je hoeft daarvoor helemaal niets terug te doen, Richard,' zei Edith die naast hem was gaan staan en voorzichtig een arm om zijn schouders legde. 'Wij doen het omdat het goed voelt voor ons om te doen.'

'Maar jullie … jullie zijn al op leeftij… '

'Oei, nou begeef je je op glad ijs, Richard,' was de reactie van Max. 'Toen ik gisteravond een opmerking in die richting maakte vloog ze me zowat aan!'

'Je overdrijft, Max Drummond, en bovendien doet het niet ter zake. Wij beiden zijn nog behoorlijk fit en een paar jonge mensen in huis zal ons goed doen.'

'Maar … komt daar geen gedoe van? Ik bedoel … juridisch … Stan is nog minderjarig en zij hebben nog steeds de voogdij over hem.'

'Kan Stan bij zijn Amerikaans paspoort komen?'

'Ja. Hij weet waar die ligt.'

'Eerste stap gezet. Stan is net als jij Amerikaans Staatsburger en volgens mij is het geen probleem als hij, als zeventienjarige, zelf van Canada naar de Verenigde Staten zou willen reizen. Dus … denk ik niet dat er een probleem zal ontstaan. Ontstaat dat er wel dan schakel ik ter plekke een advocaat in en ga ik in jouw naam een klacht indienen en ervoor zorgen, dat zou een goede uitkomst zijn, dat de voogdij over Stan tijdelijk aan jou wordt toegewezen vanwege de thuissituatie. Maar … laten we hopen dat het allemaal snel en makkelijk kan. We moeten echter wel voorbereid zijn en daarom dus straks de nodige papieren opstellen. Jij moet in elk geval een kort briefje schrijven die wij bij jou thuis zullen achterlaten. Een mededeling dat Stan een tijdje bij jou zal zijn. Laten we zeggen tijdens Pasen. Dat is het volgende week zondag al. Zij kunnen ons dan in elk geval nooit het verwijt maken dat zij niet weten waar Stan is. En als Stan hier eenmaal is ga ik, met de hulp van anderen, van alles en nog wat uitzoeken en proberen boven tafel te krijgen.'

'Dank jullie wel. Ik … ik weet gewoon niet wat ik moet zeggen.'

'Zeg dan maar niets,' zei Edith met een stralende glimlach omdat ze het gevoel had dat de jongen zich gewonnen had gegeven.

Richard wilde niet langer bezwaren opwerpen. Hij kon het niet. Hij was moe. Doodmoe en dus legde hij zich neer bij het plan dat hem gepresenteerd was. Hij vertrouwde er volledig op dat de Drummonds wisten wat ze deden. Maar er was nog een heel prangende vraag die hij wel moest stellen: 'Nancy. Die komt straks en Nathan ook. Moet ik hen iets vertellen?'

'Alleen als jij dat wilt. Zie het absoluut niet als een verplichting. Ik betrek hen hierbij omdat jij Stan vast wel eens wat verteld hebt over Nancy en misschien ook wel over Nathan.' Max keek Richard aan en zag hem knikken. 'Oké. Dat is belangrijk.' Hij begon het idee over de videoboodschap en hoe die er ongeveer uit moest komen te zien uit te leggen. Regelmatig zag hij Richard knikken en dat was een goed teken. Richard leek enthousiast te worden, ook over de stappen die hij later wilde zetten, en dat gaf hem een goed gevoel.

'Maar … ' begon Richard daarna toch opnieuw, 'moet ik het hen vertellen? Wat vinden jullie?'

'Ik vind,' nam Edith het woord, 'dat dat jouw beslissing moet zijn. Niet de onze, toch, Max?'

'Helemaal mee eens.'

'Ik denk dat ik het hen wel moet vertellen. Ze hebben mij vanaf het moment dat we elkaar voor het eerst ontmoetten altijd heel erg goed behandeld. Ze zijn vrienden hoewel ik die rol niet altijd heel erg goed gespeeld heb omdat … nou ja … omdat ik nogal gesloten was.'

'Maar dat had een oorzaak,' bracht Edith ter verdediging van zijn handelswijze in.

'Ja. En dat kan ik nu goedmaken!'

Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, juni 2017
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
 

Plaats een reactie

Volgende

Terug naar Lucky's Corner

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast