Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Lucky's Corner
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

EEN BIJZONDERE KERST


Verhalen vanLucky Eye

Plaats een reactie

Bericht EEN BIJZONDERE KERST door Lucky Eye » zondag 20 december 2015 07:55

Een verhaal van Lucky Eye

Dit verhaal is niet gebaseerd op feiten. Elke overeenkomst met gebeurtenissen, personen, plaatsen en tijden berust dan ook op toeval.
Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk

©Lucky Eye, augustus 2015 (gereviseerde versie)
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.



EEN BIJZONDERE KERST




Hoofdstuk 1

"Ma? Waar je ben! Ma?" Jem was op zoek naar zijn moeder. Zijn Casio-horloge had hem gewaarschuwd dat het vijf uur was en volgens hem had zij toch echt gezegd dat ze op uiterlijk dat tijdstip moesten vertrekken. En nu, nu kon hij haar nergens vinden. "Ze zal toch niet weer achter de computer zitten?" vroeg hij zich hardop af en rende met drie treden tegelijk de trap op, eerst naar de eerste verdieping en vervolgens naar de zolderkamer. "Ma?"

"Ja?" vroeg Tinie ter Haar toen ze haar zestienjarige zoon in de deuropening van de zolderkamer zag verschijnen.

"Zit je nou alweer achter de computer of nog steeds?"

"Euh … wat doet dat er nou toe?" zei ze met een norse trek op haar gezicht. "Alsof jij niet uren achter elkaar op je laptop zit!"

"Daar heb je een punt. Maar had jij niet gezegd dat wij om uiterlijk vijf uur weg moesten en dat ik jou daaraan moest herinneren?"

"Shit! Shit!" Ineens was er iets van paniek bij Tinie. Ja, ze had zelf aangegeven dat ze om vijf uur moesten vertrekken om op tijd in Maastricht te zijn bij het huis van haar broer Jacob.

"Zet dan ook een wekker," reageerde Jem nuchter terwijl hij zich omdraaide en de trap afliep naar beneden.

Tinie wilde haar chat zo snel mogelijk afsluiten maar haar gesprekspartner maakte het haar haast onmogelijk om zich er snel van af te maken. Steeds maar weer was er een nieuwe vraag gerezen en steeds ook voelde zij zich haast verplicht om er op te antwoorden. Het was al 17.20 uur toen ze er eindelijk in slaagde de chat te beëindigen. Toen ze beneden kwam had Jem zijn jas al over zijn tas, die bij de kapstop in de hal stond, gelegd. Een duidelijk teken dat hij klaar was om de kerstdagen door te brengen bij zijn oom in Maastricht. Tinie moest werken. Eén keer in de vier à vijf jaar was zij aan de beurt om met de kerst haar diensten te draaien in het ziekenhuis aldaar. En dit jaar was zij de klos. Niemand vond het leuk om op dat soort dagen te werken maar ja … de patiënten die er waren moesten wel verzorgd worden. Jem had ook naar zijn vader – van wie zij meer dan dertien jaar geleden gescheiden was – gekund maar daar had hij geen moment over hoeven nadenken. 'Geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt! Ik ben niet gek!' Had hij haar te verstaan gegeven. Toen hij klein was had hij er nooit een probleem van gemaakt om eenmaal per maand een weekend – de frequentie die zij en haar ex hadden afgesproken bij hun scheiding – naar zijn vader te gaan. Meer had Andrew ook niet gewild. Hij had het te druk. Te druk met zijn leven, zijn werk en … Laat maar, zo dacht ze. Jem had zich neergelegd bij die regeling. De zin van haar zoon om naar zijn vader te gaan, verliep grillig. Af en toe waren er momenten geweest dat hij absoluut niet wilde en ze zich haast geen raad wist. Ze had haast het idee gekregen dat ze een ontaarde moeder was die haar kind dumpte bij haar ex. Toen had ze het met haar voormalig echtgenoot bespreekbaar gemaakt maar ze was van een koude kermis thuis gekomen. Volgens hem – en hij kon het weten tenslotte want hij was psycholoog, zo had hij haar te verstaan gegeven – was het niets anders dan puberaal gedrag. Dat Jem toen zij om advies vroeg nog maar tien was en nog niet in die fase zat, deed er volgens hem helemaal niet toe. Zij liet het erbij. Met die man was gewoon niet te praten. De manier waarop hij gepraat had, was nog precies hetzelfde als altijd. Hij wist altijd hoe het moest, altijd had hij gelijk, altijd … Ze glimlachte. Ze was blij dat ze van hem gescheiden was. Sinds anderhalf jaar ging het weer beter gelukkig en dat had er alles mee te maken dat zijn vader een nieuwe vriendin had. Een vriendin die ook goed met Jem leek te kunnen opschieten. "Kom, jongen, we gaan!"

"Zooo, eindelijk klaar? Met wie heb jij wel niet zolang zitten chatten?"

"Dat gaat jou helemaal niets aan!" kwam het er iets kribbiger uit dan ze bedoeld had. "Sorry. Zo bedoelde ik het niet."

"Oké. Excuses aanvaard en ik zal er niet meer naar vragen."

"Sorry, Jem, ik … nou ja … "

"Je had het gewoon leuk, met wie dan ook, en verloor de tijd uit het oog. Zullen we het daarop houden?"

Ze kon niet anders dan glimlachen. Jem hield niet van ruzie en ook niet van woorden. Hij probeerde altijd alles zo snel mogelijk uit te praten en weer goed te krijgen. Een karaktertrek van haar vader, zo wist ze. Jem had meer van haar vader meegekregen. De lichtblonde haren die altijd alle kanten op stonden. De grijsblauwe ogen, de grootte van de neus, de vorm van kin en mond en … nou ja … als ze naar jeugdfoto's van haar vader keek dan zag ze gewoon Jem. Even moest ze iets wegslikken. Ze waren tenslotte ook veel te vroeg overleden.

"Alles goed, ma?"

"Ja."

"Kerst is niet altijd leuk, hè?"

En ook dat had hij van zijn opa die overleden was toen Jem acht jaar was. Hij kon haar doorzien. Wist precies wanneer ze het moeilijk had of volschoot. "Dat ligt niet aan Kerst. Herinneringen gingen even met me op de loop. Maar nu gaan we echt weg!"

"Ik was al tijden klaar hoor," zei Jem met een brede glimlach terwijl hij opstond van de bank. "Trouwens die kerstboom die jij gekocht hebt … hij ligt in de auto maar een groot deel van zijn naalden niet."

"Echt?"

"Ja. Toen ik hem beetpakte vielen er al heel veel op de grond en dat werd er niet beter toen ik hem achterin moest leggen."

"En de verkoper had nog wel zo gezegd dat het een goede boom was," klonk het mopperig.

"Hoeveel heb je ervoor betaald?"

Ze noemde het bedrag en kreeg als opmerking terug dat ze er veel te veel voor had neergelegd. "Weet je wat? Volgend jaar kies jij er maar een uit!"

"Afgesproken. Dan ga ik gewoon naar de vader van Mathieu. Die kweekt die dingen en heeft er echt verstand van."

Ja, zo moest Tinie erkennen, dat had ze beter kunnen doen. Nu maar niet meer aan denken. Snel in de auto en wegwezen. Ze stapten in en ze reed de auto van de oprit af de weg op.

"Ik moest je eraan herinneren of je het vlees meegenomen had," merkte Jem op.

"Shit! Shit!" Tinie trapte op de rem, verplaatste haar rechterhand van het stuur naar de versnellingspook om de auto in de achteruit zetten toen ze Jems hand op die van haar voelde.

"Niet nodig, ma. Ligt ook keurig achterin in de koelbox."

"Rotjoch! Mij eerst een hartverzakking bezorgen!"

"Rustig nou maar, ma, het is bijna Kerst. Vrede op aarde en dat soort dingen."

Tinie trapte het gaspedaal in en reed weg. Ondanks dat ze laat was, verloor ze toch de voorzichtigheid niet uit het oog. Ze was een goed chauffeur. Opmerkzaam en alert. "Trouwens," vroeg ze nadat ze eerst een tijdje zwijgend naast elkaar zitten hadden gereden, "waarom wilde je nou per se niet naar je vader toe?"

"Privé-redenen." Daar wilde Jem het graag bij laten maar een weegevoel was ineens merkbaar in zijn maag. Hij wilde het er gewoon niet over hebben. Hij wilde er, ondanks dat zijn moeder moest werken, een leuke Kerst van maken.

Het korte antwoord dat ze kreeg vond Tinie te gemakkelijk. Bovendien kende ze haar zoon zo niet. Hij was in de regel, en uitzonderingen bevestigen die regel, altijd heel erg open en dus was ze ook niet van plan het daar bij te laten. "Oh. En daar wil je dus niet over praten?"

"Het woord zegt het al." Jem verviel weer in stilte. Rot dat ze nou net daarover moest beginnen.

"Weet je zeker dat je het niet bespreekbaar wilt maken?" Probeerde Tinie nog een keer.

"Ja."

"Maar zo ken ik je niet, Jem. We hebben altijd alles heel goed met elkaar kunnen bespreken en nu ineens niet?"

SHIT! Waarom ging ze nou verder? Waarom liet ze het onderwerp niet gewoon rusten? Hij gooide het over een andere boeg in de hoop dat ze het dan wel zou laten liggen. "Als jij zegt dat ik er niets mee te maken heb met wie jij zo lang chat, dan vraag ik toch ook niet aan?"

"Nee. Daarin heb je gelijk."

"En dan verwijt je mij dat ik niet open ben?" Stomme reactie, realiseerde hij zich meteen. Waarom had hij nou niet gewoon zijn kop gehouden!

"Als ik daarover open ben, ben jij het dan ook? Is dat een deal die we kunnen sluiten?"

Zie je, daar had je het gedonder in de glazen al. Wat moest hij nou? "Ik weet het niet."

"Maakt me ook niet uit. Sinds een tijdje, je kunt zelf wel nagaan hoelang want jij hebt tenslotte dat chatprogramma voor mij op de computer gezet, heb ik kennis aan een leuke man e… "

"Echt?"

"Ja." Ze keek even naar rechts om te zien of ze iets op het gezicht van haar zoon kon ontwaren maar dat lukte niet. "Vind je het erg?"

"Erg? Hoe kom je daar nou bij?"

"Nou ja… zou toch kunnen?"

"Echt niet! Ik ben allang blij dat je die klootza… " Hij maakte het woord niet af. Hij moest zijn klep houden.

"Wat wilde je nou precies zeggen, Jem."

"Nee. Laat maar."

"Alsjeblieft, jongen, ik weet gewoon dat er iets niet goed is. Praat er alsjeblieft met me over. het hoeft niet nu in de auto, een beetje onhandig misschien, maar zullen we er later over praten?"

Het rottige gevoel in zijn maag begon zich te verhevigen. Hij hield er niet van om geheimen voor haar te hebben. Ze had helemaal gelijk. Altijd was hij open en zo tegenover haar geweest maar nu … nu kon hij dat even niet. En dat deed pijn. Hij kreeg er pijn in zijn maag van. Al tijden liep hij met dingen rond die hij het liefst met haar wilde bespreken maar … hij wist ook … verdomme! "Stop de auto!"

Tinie reageerde meteen op de roep van Jem, remde en reed de auto door de berm op het fietspad waar geen fietsers waren. Ze zag hoe haar zoon meteen uit de wagen sprong en naar de sloot rende. Zij hem achterna. Toen ze bij hem kwam, zat hij op zijn knieën in het, van de druilerige regen, natte gras en gaf hij over. Ze ging op haar hurken naast hem zitten en legde een arm om zijn schouders heen. "Gooi het er allemaal maar uit, Jem. Dat kan verlichting brengen."

"Het spijt me, ma," zei de jongen met een hese stem.

"Ik vind het ontzettend rot, jongen, dat je met iets rond lijkt te lopen dat je echt ziek maakt en dat ik dat niet eerder heb opgemerkt."

"Mijn schuld … ik … ik had er eerder over moeten praten met je."

"Is het nu het geschikte moment?"

Jem voelde de motregen op hem neervallen en vond het niet erg. Het was verfrissend, zo had hij het idee. "Ik weet waarom jullie gescheiden zijn."

"Oh. Heeft Jacob het je verteld?" Het was haar eerste ingeving.

"Nee. Hij heeft het me alleen maar bevestigd nadat ik hem verteld had wat ik toen al wist."

"En hoe wist je het?"

"Ik heb het gezien, ma!" klonk het fel.

Even was ze van slag. Hoe kon hij nou gezien heb…

"Vier weken geleden logeerde ik bij het weekend bij Mathieu. En toen wij op maandagochtend uit huis kwamen, zag ik hem bij de buren op de stoep staan. Hij was heel intiem aan het zoenen met de buurvrouw van Mathieu."

"Oh."

"Hij bedriegt Elisia, ma! En … toen kreeg ik het vermoeden dat hij jou ook bedrogen heeft."

"Maar waarom heb je het mij niet verteld?" Ze haalde een hand door het inmiddels kletsnatte haar van haar zoon.

Jem zuchtte diep. "Omdat … je nog van hem houdt natuurlijk!" Hij keek haar aan en toen er geen reactie kwam vroeg hij: "Dat is toch zo?"

"Nee. Dat klopt niet. Ik houd niet van hem, Jem. Erewoord," voegde ze eraan toe toen ze begreep dat haar zoon aan haar uitspraak twijfelde. "Na onze eerste kennismaking was ik meteen verliefd op hem en ook tijdens de jaren ons huwelijk. Ja. Toen hield ik van hem. Maar toen ik hem aantrof met een andere vrouw in ons bed, toen was het meteen over. Was ik niet meer verliefd op hem. Kon ik dat niet meer. Ik … ik heb nooit geweten dat hij vreemdging. En … dat is stom van me geweest. Er waren signalen maar … vanwege mijn verliefdheid heb ik die genegeerd. Gewoon stom van me. Verliefdheid maakt ons niet altijd even slim."

"Echt?" Het voelde als een enorme opluchting. "Echt?" vroeg hij nogmaals.

"Ja. Echt."

"Maar waarom heb je het mij nooit verteld dat hij je bedroog. Ik heb er vaak genoeg naar gevraagd en … en altijd gaf je zo'n stom antwoord als 'we pasten niet meer bij elkaar' of zoiets. En daar begreep ik niets van en … daarom … nou ja … "

"Ik begrijp het nu, Jem, en het spijt me dat ik niet eerlijk geweest ben tegenover jou toen jij die vragen stelde maar … ik weet ook hoe je bent. Als ik je had verteld dat hij me in het verleden had bedrogen, en je daarbij had uitgelegd wat dat betekende en hoe dat voor mij voelde, dan was je hem te lijf gegaan. Had je, hoe klein je ook was, een poging gedaan hem in elkaar te slaan. En dan … hoe had ik het dan voor elkaar gekregen dat jij weer naar hem toe zou gaan? Die afspraak, die gemaakte deal over het bezoeken, was onderdeel van onze scheiding."

"Stomme afspraken! Kinderen kunnen daar de dupe van zijn, weet je!" Jem voelde zich nog steeds heel fel van binnen maar hij wist ook dat ze gelijk had. Zo zou hij hebben gereageerd. Iemand bedriegen, iemand bewust voorliegen, dat mocht niet. Emoties vochten in hem om voorrang. Hij was blij dat hij het geheim aan haar had opgebiecht. Ook blij dat zijn moeder niet meer verliefd was op die klootzak die zijn vader was. Blij dat ze iemand anders had ontmoet maar er was ook nog dat andere. Dat andere dat hij haar ook nog moest vertellen.

"Hij en ik hebben het heel fijn samen, Jem."

De jongen merkte de tegenwoordige tijd op waarin ze sprak en wist dat zij het niet over zijn vader had. "Dat is heel mooi, ma."

"Ja. Maar ik weet gewoon dat je me nog niet alles hebt verteld. Er is nog meer nietwaar?"

"Ja." Het kwam er resoluut uit omdat hij het niet langer wilde verbergen. "Maar laten we naar oom Jacob rijden want anders loopt alles in de soep."

"Mee eens. Maar we praten daar straks verder, jij en ik."

"Je moet werken, ma."

"Nee. Dat doe ik niet. Jij bent belangrijker, Jem, en daarom bel ik nu eerst een collega op maar dat doe ik wel in de auto." Ze trok Jem overeind en beiden liepen ze terug naar de wagen. Ze gaf Jem de fles met water en zei dat hij zijn mond moest gaan spoelen. Toen hij dat had gedaan en het water had uitgespuugd reikte ze hem tissues aan. Daarna stapten ze in en belde zij een college die ze heel goed kende en waarvan ze wist dat die haar dienst zondermeer zou overnemen omdat dat andersom ook het geval zou zijn.

"Dan toch kerst met elkaar," zei Jem toen ze haar telefoon in haar tas stopte.

"Ja. Maar wel een bijzondere, zo heb ik het idee."






Hoofdstuk 2

De kerstborrel was hetzelfde als elk jaar: saai. Een aaneenschakeling van geleuter, gezwets en geklets. De directeur die een praatje had gehouden over hoe goed het wel niet ging met het bedrijf had dat dit jaar gedaan via een opgenomen videoboodschap die op een groot scherm werd getoond. Ja, met hem ging het goed. Hij zat ergens in een warm oord om de donkere dagen door te brengen. De bedrijfsleider prees zoals gewoonlijk zijn staf, in de hoop dat zo'n peptalk er toe zou leiden dat iedereen nog meer zijn best zou doen. En dan was er het geklep na het officiële gedeelte. Zoveel gepraat dat je er haast doof van werd. Het geroezemoes veroorzaakte een dreun in het hoofd van Jacob die hij met geen mogelijkheid kon weg krijgen, zo leek het. Al een paar keer was hij naar het toilet gegaan om zijn gezicht nat te maken met ijskoud water in de hoop dat het wat helderder zou worden in zijn kop, maar het werkte niet vandaag.

Jacob had een grondige hekel aan dit soort plichtplegingen. Gezamenlijk! Gezellig! Ammehoela! Op de werkvloer was het ieder voor zich en een collega een loer draaien, in de hoop en verwachting daarmee een wit voetje bij de bedrijfsleider of zelfs de directeur – als je het durfde wagen hem rechtstreeks te benaderen zonder tussenkomst van de bedrijfsleider – te halen, leek de gewoonste zaak van de wereld te zijn.

En dan dat eeuwige geroddel achter elkaars rug om. De een had het kantoor nog niet verlaten om naar huis te gaan na haar uren voor die dag of de geruchtenmachine werd opgestookt. De een wist dit, een ander wist nog wel iets anders. En dat alles alleen maar om er zelf beter uit te komen. Egoïsme ten top. Het maakte niet uit hoe je een ander zwart maakte als je er zelf maar goed op kwam te staan want was jij niet altijd beschikbaar als de baas je nodig had? Was jij al ziek geweest dit jaar? En kijk eens naar hem? Alweer migraine! En wie mag het werk weer overnemen?

Vooral dat elkaar zwart maken was iets dat Jacob tegenstond. Hij deed er dan ook nooit aan mee. Natuurlijk probeerden zijn collega's – mannen en vrouwen – hem wel eens te betrekken in zo'n onzinnig gesprek maar ze wisten inmiddels ook dat zijn standaardreactie luidde: 'Daar heb ik niets mee te maken,' of iets van gelijke strekking. En ja, dan viel je ook in ongenade. Want deed je niet mee met de rest, dan lag je eruit. Wilden ze helemaal niets meer met je te maken hebben. Wilden collega's die eerst nog wel eens een biertje met je gingen drinken op vrijdagmiddag na het werk je ineens helemaal niet meer kennen. En toen kreeg hij dat op een functioneringsgesprek ook nog eens voor z'n kiezen. 'Ik begrijp dat je niet zo goed ligt bij de groep, Jacob. Enig idee hoe dat komt?' Hij had hij de bedrijfsleider gewoon zijn waarheid verteld. Dat hij er voor het werk was en niet voor het meedoen aan geroddel over elkaar. Het had hem een blik opgeleverd die hij alleen maar kon uitleggen als bewondering. Daarna had hij een waarschuwing gekregen: 'Helemaal mee eens, Jacob, maar daarmee maak je het jezelf wel moeilijk binnen een groep mensen.' Ja. Dat wist hij en het maakte hem niet uit.

Nu die ellendige kerstborrel nog zien door te komen. Af en toe keek hij op zijn horloge om te zien of het nog niet tijd was om weg te gaan. Niet dat hij een afspraak of zo had maar als het vijf uur was kon hij met goed fatsoen zijn hielen lichten. Tegen die tijd zouden meerderen dat doen en waarom hij dan niet? Het werd echter later dan hij gehoopt had want Eta wist hem te strikken om samen met haar de boel na afloop op te ruimen. Met Eta was niets mis. Een leuke meid. Eentje die je wel kon hebben, zo vond Jacob. Ze was anders dan de anderen. Ze gaf nooit een oordeel als anderen haar iets vroegen. Bleef in haar antwoorden altijd wat vaag en liet nooit het achterste van haar tong zien, tenminste … zo kwam het op hem over.

Toen ze dan tegen half zes de boel redelijk op orde hadden, liepen ze naar de uitgang. Jacob stelde het alarm in en daarna sloot hij achter hen beiden de buitendeur.

"Nog plannen voor de Kerst, Jacob?" vroeg ze hem.

Jacob hoorde het hoge stemmetje. Iets waarmee ze vaak geplaagd werd maar waarvan ze zich nooit iets aan leek te trekken. "Nee. Niet echt. Geen plannen." Even viel hij stil. Hij voelde zich somber ineens. Alsof een donkere deken over hem heen viel. Toch herstelde hij zich heel snel weer. "En jij?"

"Ik ga naar mijn ouders zoals altijd. Ze hebben een vakantiehuisje in Luxemburg en daar rijd ik straks nog heen."

"Dat is nog een flink eind dus!"

"Ach, valt mee. Ik ken de weg prima en gelukkig hebben we geen winters weer."

"Nee. Een witte kerst zal het niet worden dit jaar," reageerde Jacob en werd daarna enorm verrast toen ze hem twee kussen gaf.

"Heel prettige kerstdagen, Jacob, en een goede jaarwisseling."

Verbaasd en met zijn mond open van verbazing stond hij daar en keek haar na. "Jij ook," riep hij toen ze al bijna bij de hoek van de straat was. Hij zag hoe ze haar hand ophief, zich even omdraaide, en naar hem zwaaide.

Nog steeds confuus liep Jacob in de andere richting. Het begon te motregenen. Hij zette de kraag van zijn jas op, stak de handen in de zakken en slenterde de straat uit. Zomaar nergens heen. Want waar zou hij heen moeten? Er was niemand die op hem wachtte. Hij stond bijna alleen op de wereld en op dit moment voelde hij zich ook zo. Verlaten. Alleen. Hij haalde zijn neus op. Begon hij verkouden te worden of raakte hij geëmotioneerd? Dat stomme kerstgedoe ook! Allemaal van die opgelegde dingen. Je huis versieren, lampjes overal. Nee, daar deed hij niet aan mee. Als het aan hem lag kwam er geen boom in huis. Het gaf alleen maar troep. En extra betalen aan de energiemaatschappij zag hij ook niet zitten.

Ineens stond hij aan de kade van de rivier. Hij was er niet bewust heen gelopen want de rivier lag helemaal niet op de route van kantoor naar zijn huis maar zijn voeten en zijn sombere gedachten hadden hem hierheen gevoerd. Hij liep naar de balustrade en zette zijn ellebogen erop. Het water onder hem kabbelde tegen de stenen aan. Een melancholiek gevoel overviel hem. Eerder was dat gevoel van duisternis er al geweest en nu ineens dit rot gevoel. Wat was er aan de hand met hem vandaag? Kwam het door die oplegde vreugde die anderen hadden vanwege het zogenaamde kerstgevoel en dat hij zich daar tegen afzette? Hij wist het niet en liet de gedachte los. Hij voelde zich somber. Wat als hij nou eens in het water zou springen. Het water was ijskoud en zou … Een eindje verder kon je van de kade via een trappetje naar de steiger beneden. Waarom niet. Hij had niemand. Niemand had hem nodig. Wat deed het er allemaal nog toe. Waarom zou hij het niet doen? Aan hem ging niets verloren. Niemand zou om hem rouwen toch? Hij liep verder. Hij naderde het trappetje en net toen hij een voet op de eerste trede wilde zetten ging zijn telefoon.

"Ben je nog op je werk, oom Jacob?" hoorde hij toen hij de telefoon had opgenomen.

"Nee. Sorry, Jem, ik ben wat blijven hangen. Heb iemand geholpen alles op te ruimen en ben nu onderweg." Hij keek op zijn horloge en schatte in hoelang hij er over zou doen. "Nog een kwartier ongeveer en dan ben ik thuis."

"Oké! Je zult op je neus kijken als je er bent!" En daarmee had zijn neefje de verbinding verbroken.

Dat beloofde niet veel goeds, zo bedacht Jacob zich. Zijn zus, Tinie, en zijn neefje Jem – die officieel James heette – waren de enige familieleden die hij had. En ja, zo schoot het hem ineens als een bliksemschicht te binnen, er zou wel om hem gerouwd worden als hij het in zijn stomme kop haalde om een eind aan zijn leven te maken. Tinie en Jem zouden zich de ogen uit het hoofd huilen als hij zoiets stoms zou doen. En bovendien had hij wel plannen deze kerst. Elk jaar had hij iets te doen met kerst! Elk jaar was hij bij zijn zus. Meestal gewoon bij haar en Jem thuis maar ze waren ook vaak genoeg met z'n drietjes op vakantie gegaan met de kerstdagen. Gewoon er lekker uit! Wat had hij zich in zijn hoofd gehaald? Waar was dat ellendige, sombere, donkere gevoel toch ineens vandaan gekomen? Jacob sloeg zich met de platte hand tegen zijn rechterwang. "Wakker worden, stommeling!" schold hij zichzelf uit. Een voorbijganger keek hem raar aan. "Prettige Kerst, meneer!" wenste hij de man en liep toen weg. Hij hoorde iets rammelen. Hij stopte. Nee toch? Hij stak zijn hand in zijn broekzak, haalde een klein doosje eruit en deed het open. "Ja hoor! Sufferd!" De inhoud bestond uit twee kleine pilletjes. Dat was er één teveel. Het had er één moeten zijn. Nu wist hij ook waar die sombere stemming vandaan kwam. Het doosje ging terug en hij rende weg in de richting van de brug.

Bij de brug aangekomen ging hij de bocht om, teneinde de burg over te steken, en kwam in harde botsing met iets of iemand. Hij viel op de grond en merkte dat zijn bril van zijn hoofd gleed en een eindje verderop tot stilstand kwam. Langzaamaan en met het nodige gekerm richtte hij zich op en keek om zich heen. Direct naast hem lag een jongen die ook met het nodige gekreun overeind kwam.

"Sorry, meneer."

"Het geeft niets," zei Jacob. "Volgens mij hadden we allebei iets te veel haast."

"Ja," zei de jongen terwijl hij in de benen kwam. Hij deed een paar stappen en raapte Jacobs bril op. "Ik hoop dat hij niet kapot is. Anders betaal ik hem," zei hij terwijl hij Jacob zijn bril aanreikte.

Jacob zette zijn bril op. Geen beschadiging aan de glazen zo merkte hij op en niet eens verbogen. Prima bril. "Niks aan de hand." Ineens merkte hij dat de jongen zich uit de voeten wilde maken. Snel sprong hij op en pakte hem bij zijn arm beet. De jongen kreunde. "Sorry. Ik wilde je geen pijn doen maar vanwaar die haast?" Even later wist hij het. Vier jongens stonden om hen beiden heen. Verder leek het uitgestorven op straat afgezien van de auto's die heen en weer reden.

"Eindelijk dan!" zei een van de vier knapen. Hij probeerde de jongen met wie Jacob in botsing was gekomen bij zijn jas te pakken maar Jacob was sneller.

"Afblijven!" baste hij terwijl hij de hand van de jongen wegsloeg.

"Niet mee bemoeien, oude man!"

"O nee? Waarom niet als ik vragen mag?"

"Gaat je niets aan!"

"Opzouten!" zei een ander.

"Dacht het niet. Ik ben hier en ben van plan hier te blijven." Jacob haalde zijn telefoon tevoorschijn en deed alsof hij het alarmnummer 112 intikte. "Ik wil melding maken van een vechtpartij op de hoek van," hij noemde de kruising van de twee straten in de buurt en zag tot zijn opluchting dat het viertal wegstoof.

"Bluf?"

"Ja. Een stukje toneelspel. Ben ik aardig goed in, zo blijkt."

"Ik ben Henri," zei de jongen en stak hem een hand toe.

"Ik heet Jacob. Jacob Meyer. En ik ben wel heel nieuwsgierig nu naar wie die vier waren. Het leken me geen vrienden van je."

"Niet echt," zei Henri.

"Euh … even samen iets drinken om van de schrik te bekomen?"

"Ik weet het niet. Ik moet naar huis en m'n fiets nog ophalen."

"Haast op kerstavond?"

Henri snoof. "Dat niet echt. Ik hoef me nergens voor te haasten."

"Dan lijkt het me beter dat we gezamenlijk oplopen want ik heb het idee dat die vier belagers van jou niet ver weg zijn. Zodra ze zien dat ik toneel heb gespeeld komen ze terug. Dus … ga je mee?"

"Oké."

Samen liepen ze naar een café in de buurt. Beiden bestelden ze warme chocolademelk en toen dat gebracht was namen ze meteen een eerste, voorzichtige slok. "Wat is er aan de hand, Henri?"

"Niets. Zoals ik al zei."

"Heb je problemen met die gasten?"

Henri zweeg. Hij was het niet gewend om te praten. En zeker niet met zomaar een vreemde. Nou ja … misschien was het wel makkelijker om met een vreemde te praten. Zijn ouders gaven in elk geval niet thuis. Waren niet eens thuis op kerstavond en met de kerstdagen. Ze zaten ergens in Egypte. En o ja, hij had meegekund maar had dat niet gewild. Elk jaar waren ze ergens in het buitenland met de kerst en hij had daar een enorme hekel aan. Kerst vierde je met mensen die je dierbaar waren, volgens hem, en niet met wildvreemden die toevallig hetzelfde hotel of ressort met je deelden. En daarom was hij dit jaar niet meegegaan. En zij hadden niet eens tegengas gegeven. Hadden geen enkele poging gedaan om hem over te halen. Alsof … Laat ook maar!

"Als je er niet over wilt praten vind ik dat prima," reageerde Jacob die de lange stilte van Henri als zodanig uitlegde. Hij pakte zijn pillendoosje en nam er een pil uit om deze met een slok chocolademelk door te slikken. De derde dan later op de avond maar.

"Ik … "

Gelukkig dacht Jacob. Hij wilde toch praten. Maar hij had het er duidelijk moeilijk mee. Niet aandringen nu. Hem gewoon laten geworden. Hem de gelegenheid geven de woorden te vinden die hij zocht.

"Op school … " weer viel Henri stil. Hoe moest hij dit vertellen. Hij wist het niet. Maar … misschien moest hij er ook niet zo moeilijk over doen. Gewoon zijn mond openen en de woorden laten komen. Hij kende de man niet en de man hem ook niet. Dus … openen die mond en praten. "Op school hadden we een tijd geleden een project over tolerantie. Er waren daar ook mensen van het COC om over homoseksualiteit te praten. Een van de meisjes in mijn klas had haar coming out in de klas en ik merkte gewoon aan haar dat het een hele opluchting voor haar was. Ik was enorm jaloers. Ik wilde zoiets ook. Ik weet van mezelf dat ik ook zo ben. Mijn ouders weten het maar … " nu werd het toch even moeilijk. Moest hij het wel vertellen? Kon hij niet gewoon blijven bij dat wat er op school was gebeurd? Nee! Het was er onderdeel van en het maakte hem niet uit. De man kende hem en zijn ouders tenslotte niet dus … "Ik heb het mijn ouders wel gezegd maar die willen er beiden niet aan. Volgens mijn vader kan ik het niet zeker weten voordat ik seks heb gehad met een meisje en mijn moeder kreeg een zenuwaanval en wilde er later niet meer over praten."

"Dat moet rot geweest zijn voor jou," uitte Jacob zijn medeleven.

Ja. Dat was het zeker op dat moment. Rot. Hij had er lang over nagedacht of hij het zou vertellen en toen hij dan eindelijk alle moed bijeen had geraapt was dit het gevolg geweest. Niet iets dat hij verwacht had. Hij had nog liever gehad dat ze gewoon beiden hun mond hadden gehouden. Maar had hij dat verwacht? Nee. Eigenlijk ook niet. Zijn vader had altijd zijn mening klaar en liet die ook altijd luid en duidelijk horen. Zijn mening was waar en daar viel niet aan te tornen. Ineens besefte Henri dat hij meegesleept werd door zijn gedachten. "Sorry, ik raakte even de draad kwijt."

"Geeft niets, Henri. Vertel het op jouw manier en neem de tijd maar drink nu wel eerst je chocolademelk op want anders wordt die koud."

Henri deed wat hem gezegd werd. Met een paar slokken was de beker leeg.

"Wil je nog wat?"

"Graag." Hij zag hoe Jacob de ober wenkte en een tweede rondje bestelde. "Oké. Niet de reactie waar ik op gehoopt had. Op dat moment had ik graag warmte willen voelen. Een arm om me heen, of zo. Maar … dat is wellicht ook te veel gevraagd van mijn ouders."

Jacob voelde heel duidelijk de ondertoon. Hier was sprake van een bijzondere relatie tussen ouders en hun zoon, zo wist hij nu al.

"Tijdens die projectweek sprak ik later ook uit dat ik gevoelens had voor jongens. In mijn groep maakte dat niet zoveel uit. Iedereen leek het gewoon te accepteren en van een aantal was er zelfs bewondering voor mijn durf om er mee in de openbaarheid te komen. Dat voelde goed, die aandacht voor mij ineens. Ik kan goed opschieten met iedereen in mijn klas en ook in de tijd daarna bleef dat zo. Het had gelukkig niets veranderd. Maar … de laatste tijd word ik lastig gevallen door leerlingen uit een andere afdeling van mijn school. Op de een of andere manier hebben ze gehoord van mijn coming out en nu vallen ze me regelmatig buiten schooltijd lastig. Ze volgen me gewoon soms. Ook vandaag. Eerst zag ik ze al in het winkelcentrum. Ze scholden me uit. Even later kreeg ik een stomp in m'n rug en toen ik me omdraaide was er niemand."

De ober kwam en Jacob had door dat Henri wachtte met verder praten tot de man de bestelling had neergezet en weer weg zou gaan.

"Toen ging ik naar de bieb. Daar wat gelezen en wat boeken gehaald. Toen ik bij mijn fiets kwam stond mijn achterband plat. En niet alleen die van mij. Van alle fietsen die daar stonden was de achterband leeg."

"Door die jongens?"

"Denk het wel. Misschien hebben ze me naar de bieb gevolgd maar wisten ze niet precies welke fiets van mij was."

"Pesten dus."

"Ja. En toen ze ineens verschenen ben ik weggerend."

"En uiteindelijk tegen mij opgelopen."

"Ja."

"Maar de bieb is een flink eind uit de buurt."

Henri begon te glimlachen. "Ik kan goed hardlopen. Heb op school in de afgelopen jaren diverse records gebroken."

"En dat kwam je dus goed van pas vandaag."

"Zeker."

"Zal ik je straks naar huis brengen?"

"Ik denk dat het straks wel weer veilig is, toch? Dat ze weg zullen zijn, bedoel ik."

"We kunnen het bekijken maar als ze ergens in de buurt rondhangen dan lopen we samen naar mijn huis, halen met mijn auto jouw fiets op bij de bibliotheek en dan breng ik je naar huis."

"Waarom doet u dit?"

"Gewoon omdat ik niet wil dat jou iets overkomt. Zie het als mijn goede daad voor kerstavond."

Henri moest lachen. Deze voor hem totaal vreemde man vond hij bijzonder. Hij had iets speciaals. Iets … tja … hoe omschrijf je zoiets. Op dat moment schoten hem geen woorden te binnen. Geen enkele in elk geval die precies beschreef wat hij bedoelde.

"Nou? Goed idee of niet?"

"Eerst kijken. Dan beslis ik pas."

Eerst was er nog wat gesteggel over het betalen van de consumpties. Jacob won de discussie doordat hij sneller was. Hij stond al bij de bar en had de rekening al betaald voordat Henri zijn portemonnee had opgediept uit zijn rugzak. Van geld terugkrijgen wilde Jacob niets weten. Toen ze naar buiten liepen viel het hen beiden al heel snel op dat er op hen werd gelet. Links en rechts van het etablissement stond een van de jongens en aan de overkant op de kade stonden de andere twee.

"Loop rustig met me mee," sprak Jacob Henri toe.

Henri voelde zich opgelaten. Hij had gehoopt dat ze weg zouden. "Oké, we doen het zoals jij hebt voorgesteld." Ze liepen samen weg en merkten dat ze op enige afstand gevolgd werden. Af en toe keken ze om naar hun achtervolgers en altijd was er dan wel iemand te zien. "Maar wat als we straks bij jou thuis zijn? Dan weten ze waar jij woont!"

"Nou en?"

"Straks bezorgen ze jou last."

"Denk dat dat wel meevalt."

Na een kwartiertje kwamen ze aan bij Jacobs huis. Op de oprit zag hij de auto van Tinie staan en toen hij naar de deur toeliep, ging deze als vanzelf open.

"Oom Jacob! Kom gauw binnen!" riep Jem opgetogen. "Oh … je hebt iemand meegenomen."

"Ja. Henri en ik botsten tegen elkaar op en hij heeft last van een viertal dat ons al vanaf de burg in het centrum volgt."

Jem keek de straat op en zag de vier een eindje verderop staan bij een straatlantaarn. "Moeten we daar iets aan doen?"

"Niet zo strijdlustig, Jem! Het is kerstavond."

"Ik pas alleen maar bijbelse praktijken toe hoor!"

"Ja, ja, het bekende oog om oog en tand om tand zeker."

"Goed gezien."

"Jem, dit is Henri. Henri, dit is mijn neefje Jem."

De jongens schudden elkaar de hand.

"Je had het over een soort verrassing. Toch?" zei Jacob terwijl ze gedrieën naar binnen liepen.

"Oh ja! Kijk eens wie er in de keuken staat!"

Jacob opende de keukendeur en zag zijn zus achter het fornuis staan. "Wat doe jij hier? Moet jij niet werken?"

"Om een lang verhaal kort te maken, nee. De plannen zijn gewijzigd en dus ben ik er gewoon."

"Prima wat mij betreft. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd."

"Is dat ook bijbels?" grapte Jem.

"Weet ik veel." Jacob stelde Tinie en Henri aan elkaar voor.

"Blijf je eten, Henri?"

"Euh …. nee."

"Mag gerust hoor," stelde Jacob voor.

"Nee. Doe maar niet. Als het kan laten we dan doen wat we afgesproken hebben."

"Ja. Doen we. Ik heb Henri beloofd dat ik hem even met de auto naar huis breng."

"Tijd genoeg," zo oordeelde Tinie.

En zo reed Jacob even later met Henri en Jem, die mee had gewild, in de richting van de bibliotheek. Er stond nog maar één fiets, die van Henri. Ze laadden hem achterin en reden daarna naar het adres dat Henri had opgegeven. Het was duidelijk te zien, zo vond Jacob, dat het om een erg gegoede buurt ging. De huizen waar stuk voor stuk groot van formaat en stonden redelijk ver van elkaar. Ze waren bijna allemaal omgeven door goed hekwerk. Ook bij het huis van Henri was dat het geval. Zomaar de oprit oprijden ging niet. Eerst moest de jongen een knopje induwen op een afstandsbediening die hij uit zijn rugzak had gevist en toen pas gingen de hekken open en kon Jacob doorrijden. Hij reed zover mogelijk naar het huis toe. Met z'n drieën haalden ze de fiets uit de auto en liepen daarna in de richting van de voordeur. Het buitenlicht ging aan.

"Mooi huis!" sprak Jem zijn bewondering uit.

"Dank je."

"Is er wel iemand thuis?" vroeg Jacob toen er niemand de voordeur opende om te kijken wat er aan de hand was.

"Nee. Ik ben alleen thuis."

"Helemaal alleen?" vroeg Jem verbaasd.

"Ja. Niets bijzonders hoor. Komt vaker voor."

"Maar het is kerst! Dan … " Jem was sprakeloos. Hij begreep zoiets niet. Kerstavond en dan alleen thuis dat vond hij bijzonder.

"Waar zijn je ouders, Henri?" wilde Jacob weten.

"Ze zijn in Egypte."

"En ze hebben jou alleen thuis gelaten?" klonk het opnieuw vol verbazing uit de mond van Jem.

"Ja. Ik kon mee maar ik wilde dat niet."

Jem raakte steeds meer verward. Wie wilde er nou niet mee naar Egypte.

"Klinkt stom misschien maar … ik wil geen kerst vieren met mensen in hotels of in een ressort. Dat doen we zowat elk jaar. Dit jaar wilde ik dat gewoon niet. Snap je?"

Jem voelde heel goed dat de vraag aan hem gericht was en hoewel hij er eigenlijk helemaal niets van snapte, knikte hij toch maar.

"Dank je."

"Maar … " begon Jacob om daarna weer stil te vallen, "ik vind het geen fijn idee dat je helemaal alleen hier bent."

"Dit is mijn huis. Hier hoor ik."

"Ja, maar niet op kerstavond," merkte Jem op. "Ik bedoel niet helemaal alleen! Kerstavond en kerst breng je door met anderen om je heen."

"Ik heb geen anderen," klonk het droef.

"Dan ga je met ons mee," wist Jem pertinent te vertellen. "Kom op, fiets weer in de auto, dan plakken we die band later en kun je na de kerst weer naar huis fietsen."

"Je bent gek!" verklaarde Henri.

"Een familietrekje," bracht Jacob onder woorden, "want ik vind het eigenlijk een heel goed voorstel van Jem. Waarom zou je het niet doen?"

"Ik ken jullie niet eens!"

"Wij jou ook niet," kaatste Jem terug. "Maar toch vind ik dat je het moet doen. Wat is nou beter, hier alleen thuis zijn of met een aantal mensen om je heen in een voor jou vreemd huis?"

De bewoording waarin Jem zijn laatste vraag goot, kwam raar op Henri over. Ergens klopte er iets niet, zo had hij het vage idee maar begrijpen wat de jongen bedoelde deed hij maar al te zeer. Ja … hij had liever mensen om zich heen, zo wist hij. En dat hij die mensen niet zo goed kende, deed er waarschijnlijk helemaal niet toe. Hij verkeerde in tweestrijd. Hij draaide zich af van Jacob en Jem en keek naar zijn huis. Een mooi huis inderdaad. Een huis waarin hij een mooie kamer had met mooie spullen maar … ook een huis waarin geen sfeer zat. Alles strak. Alles … zoals zijn ouders het wilden. Af en toe gooide hij bewust de laden en kasten op zijn kamer helemaal leeg. Gewoon om een stukje chaos te creëren. Om iets te maken dat van hem was. Natuurlijk ruimde hij later ook alles weer op maar er even een puinhoop van maken luchtte op. "Ik weet het niet," antwoordde hij uiteindelijk.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: EEN BIJZONDERE KERST door Lucky Eye » maandag 21 december 2015 04:39

Hoofdstuk 3

Tinie had het vlees opgewarmd in de oven. Het kon eigenlijk zo op tafel maar het afleveren van Henri bij zijn thuis duurde langer dan ze verwacht had. En of ze dan meteen zouden eten, wist ze ook nog niet. De kerstboom lag nog in haar auto en misschien moest die er eerst maar uitgehaald worden om door de mannen opgetuigd te worden. En dan na het eten moest ze praten met Jem. Haar zoon was bij zijn doop James genoemd maar zij had hem altijd Jamey genoemd. Iets waar haar man een vreselijke hekel aan had gehad. Hij vond het een koosnaampje en dat was het natuurlijk ook. Maar wat was er mis met een koosnaam? Volgens haar niets. Volgens hem wel. Om eindeloze discussies te vermijden had ze de naam Jamey gereserveerd voor de momenten dat haar man niet in de buurt was. Toen hij elf of zo was had haar zoon haar gezegd dat hij graag Jem genoemd wilde worden. Ze had het prima gevonden. Alles beter dan James. En het klonk inderdaad wat volwassener dan Jamey. Dat voorstel had hij ook gedaan aan zijn vader maar ze wist dat die dat nooit had geaccepteerd. Toen ze de auto op de oprit hoorde, liep ze naar de voordeur toe en keek verbaasd op toen er drie personen uit de auto stapten.

"Wijziging van plannen," verkondigde Jem.

"Alweer?" vroeg ze.

"Ja. Jij begon tenslotte," reageerde Jacob.

"Blijf je logeren, Henri?' richtte ze zich tot de jongen die er wat stilletjes bij stond.

"Ja. Graag, mevrouw."

"Noem me gewoon Tinie, als je wilt."

"Ja. Mijn moeder is geen mevrouw," meende Jem op te moeten merken.

"En mijn zoon is af en toe niet helemaal lekker in zijn bovenkamer," plaagde ze Jem terwijl ze haar tong naar hem uitstak.

"Ma! Waar zijn je goede manieren! Wat moet Henri wel niet van je denken!"

Henri genoot alleen maar. Hij vond het prachtig om te zien hoe los en vrij Tinie en Jem met elkaar omgingen. Hoe ze elkaar plaagden. Hij genoot volop. Maar … voelde ook iets van pijn diep van binnen. Toen Jem zijn tong uitstak in antwoord op zijn moeder en zij hem bij het passeren stevig in zijn nekvel pakte kon Henri niet anders dan in de lach schieten.

"Ja, lach jij maar! Weet je wel hoe hard ze knijpt!"

"Eigen schuld," was Henri's koele reactie.

In de hal was er even overleg wat er het eerst gedaan moest worden. Jem was van mening dat ze niet eerder aan tafel konden voordat de kerstboom in de kamer stond en volledig versierd was. Voor hem was het geen kerstavond zonder kerstboom. Jacob en Tinie waren het daar helemaal mee eens. Er ontstond echter een probleem toen Henri zich ineens onwel begon te voelen en hij door zijn knieën zakte. Jem stond gelukkig vlak bij hem en voorkwam dat de jongen op de grond terecht kwam. Tinie nam de leiding. Zorgde ervoor dat de mannen Henri op de bank neerlegden en was meteen een en al zorgzaamheid.

"Gaat het Henri," vroeg ze toen hij languit op de bank lag.

"Ja. Het gaat wel weer." Maar toen hij overeind wilde komen duwde Tinie hem zachtjes terug.

"Even rustig blijven liggen lijkt me beter. Wat gebeurde er?"

"Ik voelde me ineens heel erg naar."

"Je bent tegen Jacob opgebotst, heb ik begrepen. Ben je toen ook op de grond gevallen?"

"Ja."

"Met je hoofd?"

"Nee, dat niet. Dacht je aan een hersenschudding?"

"Ja. Als je met je hoofd hard op de grond terecht was gekomen had dat gekund. Maar dit is iets anders dus. Wanneer heb je voor het laatst iets gegeten?"

Henri antwoordde dat hij tussen de middag iets had gegeten en daarna niet meer. "Alleen nog twee bekers chocolademelk met Jacob in een café," voegde hij eraan toe.

"Oké. Denk dat dat het is. Ik maak snel even een paar boterhammen voor je want zoals je begrepen hebt moet die kerstboom er eerst echt komen."

Henri glimlachte naar haar en bleef rustig liggen. Vanaf de bank bekeek hij hoe de boom werd binnengebracht door Jem en zijn oom. Hij luisterde naar het gesprek dat daarna ontstond.

"Wie heeft dat ding gekocht?"

"Ma."

"Worden de naalden er tegenwoordig los bij verkocht zodat het een zelfbouwpakket moet voorstellen?"

Henri moest glimlachen en Jem schoot in de lach.

"Dit wordt niks, Jem! Zodra we een tak aanraken," en Jacob voegde de daad bij het woord, "is het herfst en binnen de kortste keren zit er geen naald meer aan deze flutboom."

"Mijn idee," stelde Jem zijn oom in het gelijk.

Tinie kwam binnen en vroeg, toen ze haar broer en zoon de boom bedenkelijk zag bekijken, wat het probleem was.

De heren deden er, zo hoorde en zag Henri vanaf zijn ligplaats, nog een schepje bovenop en voerden een aardige act voor twee personen op. Hij vond het zo geestig dat hij langzaamaan begon te schuddebuiken van het lachen.

"Wat lach je nou, dude!" richtte Jem zich tot hun gast.

"Jullie zouden jezelf moeten horen!" sprak Henri tussen het lachen door. "Jullie kunnen zo het toneel op!"

"Maar wat nu?" wilde Tinie weten.

"Ik vier geen kerst zonder boom!" liet Jem zijn mening horen. "Jij?" richtte hij zich tot Henri.

"Ik bemoei me er niet mee," probeerde hij zich terug te trekken.

"Dat is flauw. Jullie vieren thuis toch ook geen kerst zonder een boom? Jacob en ik hebben er wel twee gezien toen jij even wat spullen van boven haalde."

Henri hield zich stil. Even voelde hij zich opnieuw naar. Het had niets te maken met dat rare gevoel in zijn hoofd van zo-even. Het was iets anders. "We hebben er twee. Ja. Eén voor mijn vader en één voor mijn moeder. Zij wilde dit jaar een boom met allemaal paarse versiering en hij wilde rood."

Tinie begreep uit de manier waarop Henri sprak dat er sprake was van leed. Even twijfelde ze of ze moest reageren hierop maar ze deed het toch. "En jij? Wat voor een kerstboom wil jij?"

"Mij wordt nooit iets gevraagd."

"Wat zou jij graag voor een kerstboom willen?" vroeg Tinie nog een keer.

"Een bonte. Een met gekleurde lichtjes. Allerlei ballen. Dingen die ik vroeger gemaakt heb op school maar die allang weggegooid zijn. Geen modeboom. Geen … gewoon een leuke boom."

"Dan heb je geluk," was het antwoord dat Jem gaf. "Bij ons thuis hebben we zo'n kermisboom gewoon omdat het gezellig is. Maar … deze kunnen we niet gebruiken daarvoor."

"Oké," nam Jacob het gesprek over, "dit is mijn voorstel. Jij hebt een vriend wiens vader kerstbomen kweekt toch?"

"Ja. Mathieu."

"We doen het volgende. Zodra Henri zijn brood op heeft rijden we naar jullie huis. We rijden dan langs de vader van Mathieu om een boom te halen en vieren dan kerst bij jullie thuis. Dat is handiger dan weer terug rijden naar Maastricht."

Jem vond het meteen goed maar zijn moeder had even nodig om erover na te denken en stemde na verloop van tijd toch in.

"Mee eens, Henri?"

"Ik … euh … ja." Eerst had hij willen zeggen dat zijn mening er niet toe deed maar heel snel had hij zich hersteld. Er werd om zijn mening gevraagd en dat betekende dat de anderen die ook wilden horen. Het voelde goed.

Jem smeet de bijna naaldloze boom in de tuin van Jacob en zette de spullen van hem en zijn moeder, die nog niet uitgepakt waren, terug in hun auto. Ze spraken af dat Henri en Tinie rechtstreeks naar haar huis zouden rijden en dat Jacob en Jem langs de vader van Mathieu zouden gaan. Jem belde daarna eerst met Mathieu en regelde dat er een goede boom zou klaar staan en daarna gingen ze op weg.

Anderhalf uur later was de boom opgetuigd en zaten ze met z'n vieren aan tafel. Vanuit haar eigen keukenvoorraad, want er was voor het vlees gerekend op twee personen en nu waren er ineens vier eters, had Tinie ervoor gezorgd dat er een goede maaltijd op tafel kwam te staan. Henri had haar geholpen met het bereiden van het een en ander en ze had gemerkt dat ze aan hem een goede hulp had. De jongen had genoten van de taken die ze hem had toebedeeld. Voor het eerst in zijn leven had hij het idee dat hij er toe deed. Dat hij voor vol werd aangezien. Thuis werd hem altijd alles uit de handen genomen. Zelf koken deed zijn moeder nooit. Als hij alleen thuis was, probeerde hij wel dingen uit maar dan was hij alleen en ja, dan deed hij niet echt veel moeite om er iets van te maken. Maar nu, nu was het anders. Hij kookte voor anderen en deed zijn uiterste best.

Aan tafel was het gezellig, vond Henri, en er werd over van alles en nog wat gepraat. Tinie kreeg op een gegeven moment van haar broer de vraag waarom zij haar plannen had gewijzigd en nadat zij even een blik had gewisseld met haar zoon, zo merkte Henri op, kwam het antwoord. Deze mensen waren bijzonder. Een familieaangelegenheid bespraken ze zo waar een vreemde bij was. Maar … hij begreep het ook wel. Dit was iets dat besproken moest worden en waar je eigenlijk niet moeilijk over moest doen. Het had Jem hoog gezeten en hij begreep uit het verdere relaas dat er nog meer aan de hand was en dat moeder en zoon nog meer moesten bepraten en dat dat nog vanavond zou gebeuren. Toen hij even naar Jem keek, zag hij dat het gezicht van de jongen betrok. Dat vond hij rot. Het was juist zo gezellig geweest en nu ineens leek de sfeer iets te betrekken. Maar even later leek de lucht ook weer geklaard te zijn en was het weer vrolijkheid troef.

Na het eten liet Jem het huis aan Henri zien terwijl zijn moeder en oom naar de keuken gingen voor de afwas.

"Moeten wij niet helpen?" vroeg Henri.

"Ja. Maar eerst laat ik je het huis zien. Dan weet je waar je vannacht moet zijn als je naar de wc moet," grapte hij.

"Lolbroek!"

"Ja, ik ben me er eentje."

"Vond je het rot toen je je vader zag daar met die vrouw?"

"Ja. Heel erg rot. Ik wist meteen dat hij mijn moeder ook zo behandeld moest hebben."

"Ja. Kan me voorstellen dat dat rot voelt."

"Kijk hier is de wc. Beneden is er ook een maar 's nachts gebruik ik die in de badkamer altijd. Stuk gemakkelijker."

Henri kon dat volledig begrijpen.

"Hier is de logeerkamer waar jij slaapt. Wel een klein kamertje maar … nou ja grotere hebben we niet."

"Euh … kan ik niet bij jou slapen?"

"Waarom?"

"Lijkt me gezelliger. Zoiets heb ik nog nooit gedaan."

"Heb je nog nooit bij iemand gelogeerd?"

"Ja, dat wel maar dan altijd, zoals ook jij nu voorstelt, op de logeerkamer. Het lijkt me veel leuker om bij jou op de kamer te slapen. Tenminste …als dat kan. Als je er de ruimte voor hebt, bedoel ik."

"Dat wel. Maar ik slaap wel met het raam open hoor!"

"Geen probleem voor mij. Doe ik zelf ook."

"Ja, veel frisser toch?"

"Helemaal mee eens. Dus … laat maar eens zien die kamer van je. En … als jij het wilt natuurlijk?"

"Mijn kamer laten zien?"

Henri moest lachen. "Dat en dat ik bij jou op de kamer slaap, bedoelde ik eigenlijk."

"Oh. Ja. Natuurlijk," reageerde Jem enigszins van zijn stuk gebracht. "En dit is dan mijn kamer," kondigde hij aan terwijl hij de deur opende en Henri voorging naar binnen. "Wel een beetje een rommeltje nog maar dat ruim ik nog wel op."

"Nee, joh, ben je gek! Gewoon zo laten! Geeft een sfeer van huiselijkheid."

"Kijk! Dat is nou precies wat ik bedoel! We begrijpen elkaar aardig, dude!"

Henri glimlachte.

"En hier zetten we dan straks het logeerbed neer voor jou."

"Alleen het matras op de grond is goed genoeg hoor."

"Echt niet! Slapen doe je in een bed en niet op de grond. Snel genoeg geregeld. Meteen maar even doen?"

Henri vond het prima. Jem bleek iemand die van aanpakken en afwerken hield en toen ze de klus geklaard hadden, ging hij op gelijke wijze verder door te zeggen: "Kom, en nu is het afwassen geblazen."

Toen ze zich voor hun diensten meldden besliste Jacob dat het anders zou gaan. Hij was van mening dat Tinie en Jem nu beter eerst samen hun vervolggesprek konden hebben en dat Henri en hij de afwas zouden afmaken. Tinie en Jem sputterden beiden tegen. Elk vanuit een ander oogpunt. Tinie omdat ze het niet leuk vond het werk aan anderen over te laten en Jem omdat hij het gesprek het liefst zo lang mogelijk wilde uitstellen. Jacob was echter duidelijk. "Wegwezen jullie!"

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: EEN BIJZONDERE KERST door Lucky Eye » dinsdag 22 december 2015 04:42

Hoofdstuk 4

"Is het iets ergs, waar Jem mee zit?" vroeg Henri nadat ze al een flinke bres geslagen hadden in de afwas.

"Ik denk het wel. Ik kon aan tafel merken dat hem iets dwarszat."

"Ja. Ik ook. Zijn gezicht betrok ineens op een gegeven moment."

"Ja. Dat merkte ik ook op."

"Weet je wat het is?"

"Nee. We bespreken heel veel samen maar dit heeft hij voor zich gehouden."

"Denk je dat het iets met drugs is of zo of met de politie?"

"Nee. Dat denk ik niet. Ik kan me niet voorstellen dat het zoiets is. Misschien iets met school. Of iets anders. Ik weet het gewoon niet."

Een tijdje richtten Henri en Jacob zich op hun taak totdat de jongen de stilte verbrak met de vraag: "Is het niet raar om in het huis van je ouders te zijn nadat ze zijn overleden?" Want ook dat had Henri aan tafel vernomen.

Jacob moest even nadenken. Even voor zichzelf bepalen hoe het voor hem voelde want hij had er eigenlijk nooit zo over nagedacht. Toen ze waren overleden hadden Tinie en hij het huis samen geërfd en ook samen besloten om het niet te verkopen. Zij had met Jem in Maastricht gewoond toen en Jacob had voorgesteld dat zij er met Jem zou gaan wonen. Een voorstel dat goed gevallen was want zij was de grote stad meer dan zat. "Nee, het is niet vreemd voor mij. Het voelt juist heel erg goed. Tinie en ik hebben hier altijd een prachtig thuis gehad. Onze ouders waren schatten van mensen. Natuurlijk was er wel eens iets maar we hebben van hen geleerd om daar ook altijd over te praten."

"Heeft Tinie dat zorgzame ook geërfd?"

"Ja. Van onze moeder. Zij zorgde voor het huis, de dingen in het dorp die gedaan moesten worden en voor ons. Ze stond midden in het leven maar … ze had ook haar moeilijke momenten." Jacob viel stil.

Henri wist even niet wat te moeten doen. Jacob stond daar met de droogdoek waarin hij een glas had en leek te zijn bevroren. Vreemd. Alsof hij er gewoon helemaal niet was. Niet hier, niet op deze plaats in elk geval. Voorzichtig legde Henri een hand op de onderarm van Jacob. "Ben je er nog?"

"Ja." Jacob schrok op. "Sorry. Ik was even in het verleden. Ik vertelde je over mijn moeder. Haar moeilijke momenten. Ze … ze kon heel depressief zijn. Dan zag ze alles somber in. Was ze bang voor het leven, voor de wereld, voor de gevaren die op ons loerden volgens haar. En … ik heb dat van haar meegekregen in de genen."

"Jij?"

"Het klinkt misschien onwaarschijnlijk maar het is wel zo. Kom, zo praten tijdens de afwas is niets. Laten we koffie zetten en in de huiskamer verder praten. De afwas laten we gewoon staan."

"Brengen we Jem en Tinie dan ook koffie?"

"Goed idee."

Toen Jacob tien minuten later met de koffie de woonkamer binnenkwam, nadat hij zijn zus en neef van koffie had voorzien, zag hij Henri bij de kerstboom staan. "Vind je hem mooi?"

"Ja. Hij is prachtig. Zo'n boom zou ik ook graag gehad willen hebben. Dit is een boom die met Tinie en Jem is meegegroeid. Zijn knutselwerkjes van de eerste jaren van de basisschool hangen er in en ook een aantal dingen die Tinie zelf gemaakt heeft volgens mij."

"Ja, ze is heel creatief. Verder nog dingen die ze gekregen hebben van anderen."

"Zoiets zegt iets over de mensen van wie de kerstboom is. Bij mij thuis zeggen die twee bomen helemaal niets. Ze ruiken niet eens!"

"Ga je zitten, dan vertel ik verder."

Henri ging zitten en zag hoe Jacob de mokken op tafel neer zette. Toen Jacob dan ook ging zitten, begon hij weer te praten.

"Toen ik klein was, was er nog niets aan de hand. Op de basisschool begonnen de problemen. Ik kon de drukte om me heen slecht verwerken en dat resulteerde erin dat ik heel chaotisch werd. Heel druk. Begon te stotteren ook. Eerst dachten ze aan ADHD maar dat bleek het toch niet te zijn want ik reageerde heel slecht op ritalin dat ze uitprobeerden op me. Was het wel ADHD dan had dat positief effect moeten hebben en dat had het niet. Het enige dat er gebeurde was dat ik mijn eetlust verloor en dat ik kilo's afviel en dat was niet de bedoeling natuurlijk."

"Nee, kan ik me voorstellen."

"Wat er wel aan de hand was, daar werd verder niet naar gekeken. Dat kwam pas later. In mijn tienertijd voelde ik me af en toe vreselijk down. Depressief. Ik kon soms helemaal nergens van genieten. Niets vond ik interessant. Het voelde voor mij alsof ik alleen maar verplichtingen had. En … op een gegeven moment zag ik het niet meer zitten en deed ik een zelfmoordpoging."

Henri schrok zich rot. "Echt?"

"Ja. Niet echt een onderwerp voor gesprek op kerstavond en als je wilt dat ik stop dan stop ik."

"Nee. Ga alsjeblieft verder. Ik heb er zelf naar gevraagd tenslotte."

"Ja. Maar ik kan me ook voorstellen dat je niet op zo'n soort verhaal zit te wachten."

"Het voordeel is dat ik weet dat het je niet gelukt is," zei Henri terwijl hij naar Jacob glimlachte.

"Ik deed iets verkeerd, inderdaad. Het lukte niet. Ze vonden me en ik werd wakker in het ziekenhuis. Daar bleef ik een tijdje. Toen ik naar huis mocht, ging ik in therapie. Niet omdat dat moest maar omdat ik dat zelf wilde. Aan mijn bed in het ziekenhuis kwam er regelmatig een psycholoog en met haar kon ik goed praten. Er ontstond een vertrouwensband tussen ons beiden. En zij wilde me graag verder begeleiden. Dat gebeurde en dankzij haar kwam ik er bovenop. Bovendien liet zij allerlei tests uitvoeren en daaruit kwam naar voren dat er iets mis is met de aanmaak van neurotransmitters in mijn hoofd. Weet je wat dat zijn?"

"Ja. Ik ken de werking globaal."

"Ik had er toen nog nooit van gehoord. Vond het verbazingwekkend dat zoiets kleins zulke grote gevolgen kan hebben. Ik kreeg medicijnen voorgeschreven. De eerste weken waren rampzalig. Veel bijwerkingen. Gewoon ziek ervan. Daarna knapte ik langzaamaan weer op en … voor mij wonder boven wonder … het zwartgallige in mijn leven leek te zijn verdwenen."

"Dat moet heel bijzonder gevoeld hebben."

"Ja. Dat kun je wel zeggen. Bijkomend voordeel was dat mijn moeder zich toen ook liet onderzoeken op aanraden van mijn psycholoog en bij haar bleek precies hetzelfde aan de hand te zijn."

"Dus inderdaad een kwestie van erfelijke aanleg."

"Ja. Bij haar kwam de positieve ommekeer langzamer. Het duurde langer maar uiteindelijk kwam het toch."

"Goed zeg!"

"Ja. Ik kan je zeggen dat we er allemaal heel blij mee waren."

"En die medicijnen moet je nu nog steeds gebruiken, neem ik aan."

"Ja. Ik kan niet zonder. Elke dag drie pilletjes en die moet ik niet vergeten want anders gaat het mis."

"Merk je dat meteen?"

Jacob dacht weer terug aan die middag. De kerstborrel. En hij wist ook hoe het kwam dat hij tussen de middag vergeten was om zijn pil in te nemen. Hij had er een hekel aan om zijn pillen in te nemen met mensen om zich heen. Dan kreeg je alleen maar vragen en dat wilde hij niet. Niemand had er iets mee nodig. Een stuk schaamte? Ja, dat was het nog steeds. Voor het middageten in de kantine was hij eerst naar het toilet gegaan en het was zijn bedoeling geweest om zijn pil bij de wasbak in te nemen met wat water. Een van de leden van zijn team had tegelijkertijd met hem bij de wasbak gestaan en daarom had hij zijn pil niet ingenomen. Ze waren aan de praat geraakt en … daarna was hij glad vergeten zijn medicatie alsnog in te nemen. "Ja. Elke pil is belangrijk." Zonder schroom vertelde hij Henri over die middag en het effect van het niet innemen van zijn medicijnen.

"Dat is heel heftig, man!" Henri zag Jacob knikken. "Wordt je daar niet angstig van?"

"Nee. Ik weet dat het er is. En dat ik me moet houden aan de regels voor het innemen van die pillen. Ik heb ermee leren leven."

Henri overdacht die laatste woorden en begreep dat Jacob geen andere keuze had. Wilde hij leven dan moest hij die pillen nemen. Deed hij dat niet dan zouden angst, wanhoop en de overhand krijgen en het uiteindelijk winnen in de vorm van de dood.

"En jij. Vertel me eens wat over jezelf, als je wilt."

"Wat wil je horen?"

"Dat wat jij kwijt wilt."

"Hmmm. Lastig."

"Het hoeft niet. Het is een vraag en je mag ervoor kiezen niets te zeggen."

"Na zoveel openhartigheid van jouw kant?"

Gelegenheid voor Jacob om te antwoorden was er niet want de deur van de woonkamer ging open en Jem kwam binnen gevolgd door zijn moeder. Het moest een heftig gesprek geweest zijn, zo merkte Jacob op, want op beider gezicht waren de sporen van tranen nog duidelijk zichtbaar. Beiden hadden ze een poging gedaan die weg te werken maar aan zijn aandacht ontsnapte het niet. "Alles goed?" vroeg hij hen.

"Ja," antwoordde Tinie. "Alles is goed. We hebben goed gepraat samen.

Jacob richtte zijn blik op Jem.

"Ja, Oom Jacob, alles is goed. Ma kan het niet beter verwoorden. Ik ben een sufferd af en toe."

"Nee," corrigeerde Tinie haar zoon, "je bent nog lerende in het leven en dan is het vaak moeilijk om dingen in te schatten. Je handelde vanuit goede bedoelingen maar vergat dat jezelf er ook toe doet." Tinie zag de moeilijke blik die Jacob op haar wierp. "Ik leg het je later allemaal uit." Meteen voelde ze ook dat dit er op leek alsof ze Henri buiten wilde sluiten. "Niet dat wij het jou niet willen vertellen, Henri, maar … eerst moet alles even op z'n plaats vallen voor mij. Kun je me nog volgen? Ik ben soms zo moeilijk met woorden."

"Ik begrijp het helemaal," volgde de snelle reactie van Henri. Hij snapte heel goed dat sommige dingen privé waren en dat hij daar niets mee te maken had. Maar … aan de andere kant was er ook die idioot open houding van Jacob die zondermeer zijn hele doopceel lichtte voor hem. Nou ja … niet over nadenken.

"Nog koffie?" vroeg Tinie.

Even later zaten ze allen achter een nieuwe mok met dampende koffie. Jacob nam het woord en zei dat hij Henri zo-even het een en ander had verteld over zijn eigen geschiedenis.

"Ik weet al niet meer wat nou precies de aanleiding was maar … "

"Ons gesprek ging ineens heel diep," vulde Henri aan. "En net voordat jullie binnenkwamen lag de bal voor mijn voeten. Jacob had mij gevraagd iets over mezelf te vertellen en jullie binnenkomst gaf me even wat tijd om erover na te denken."

"Je bent tot niets verplicht, Henri!" verzekerde Tinie hem.

"Dat weet ik. Dat heeft Jacob me ook heel duidelijk gemaakt. Maar ik denk dat het goed is om wel eens over mezelf te praten. Ik krijg daartoe nooit de gelegenheid en het voelt hier voor mij heel erg goed aan."

"Dank je," nam Tinie het compliment dat haar familie gegeven was in ontvangst.

"Jullie," Henri knikte naar Jacob en Jem, "zijn bij mij thuis binnen geweest toen ik even wat spullen ging halen van boven. Zouden jullie willen omschrijven wat je gezien hebt?"

De twee aangesprokenen keken elkaar even verbaasd aan. Toen nam Jem het woord. "Een prachtig mooi en groot huis."

"Veel kamers. Moderne schilderijen aan de wanden. Dikke tapijten op een marmeren vloer," vulde Jacob aan.

"Ja. En nu de sfeer alsjeblieft."

Opnieuw zocht Jem de blik van zijn oom. Hij vond dit veel moeilijker om te beschrijven. Hij beet op zijn onderlip. Hoe zeg je zoiets zonder een ander voor het hoofd te stoten? Of … misschien deed hij dat juist wel niet als hij de waarheid zou zeggen. Misschien wilde Henri dat hij …

"Een eerlijk antwoord graag. Geen diplomatie of proberen mij te sparen."

"Er was geen sfeer. Het voelde voor mij heel erg koud aan," opende Jem zijn mond. "Ik voelde me er heel erg onbehaaglijk eigenlijk."

"En waarom was er geen sfeer voor jou, Jem?"

"Het leek alsof … alsof … tja … als ik hier ben of bij Jacob thuis dan weet ik dat er mensen leven. Er ligt wat stof, er liggen tijdschriften of kranten ergens op een stapeltje," hij wees op het kleine tafeltje dat naast zijn stoel stond. En dat … dat miste ik bij jou thuis. Alles … leek te spiegelen. Alles even netjes op orde. Nergens lag iets dat er niet hoorde. Alsof je in een modelwoning bent. Snap je?"

"Ja. En jij, Jacob?"

"Ik heb niets toe te voegen aan de prima beschrijving die Jem heeft gegeven. Voor mij voelde het precies hetzelfde."

"En dat is dus mijn probleem. Daar zit ik dus mee." Henri liet zijn hoofd even hangen. Hij keek naar zijn schoenen. "Ik kom niets te kort," zei hij terwijl hij zijn toehoorders weer aankeek. "Ik heb kasten vol met kleren, dvd's en cd's in overvloed, een tv en een prima geluidsinstallatie op mijn kamer, een leuk banksaldo waarmee ik kan doen wat ik wil maar … ik mis dat er bij mij thuis geleefd wordt. Af en toe … baal ik als een stekker en … nou ja … dan ga ik door het lint. Ben ik het zo zat dat ik de laden uit mijn kasten trek, de inhoud er uit schudt, de rest van de kasten leegscheur en alles door mijn kamer mik alleen maar om te voelen dat ík in elk geval wel leef. Dat ík wel besta. Want … dat is soms wat ik me afvraag? Ben ik er wel? Of … of leef ik in een droom. Is het allemaal niet echt. En … " Henri sprong op uit zijn stoel en rende naar de keuken om via de deur daar de tuin in te lopen.

"Laat hem maar even," was Tinie van mening toen ze zag dat Jacob de jongen meteen achterna wilde gaan.

"Maar niet al te lang," gaf Jem aan. "Hij heeft ons nodig, ma!"

"Ja, dat voel ik ook wel. Dat is heel duidelijk. Maar ook duidelijk is dat hij even klem zit. Dat hij even echt lucht nodig heeft. Ik had al het idee vanmiddag dat dit een heel bijzondere kerst zou worden maar … dat dit er allemaal achter weg zou komen … dat had ik nooit kunnen voorzien."

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: EEN BIJZONDERE KERST door Lucky Eye » woensdag 23 december 2015 04:45

Hoofdstuk 5

"Gaat het weer?

"Ja. Dank je." Henri had de stem gehoord en een bedankje geantwoord maar wist niet wie er tegen hem had gesproken. Het was of Jacob of Jem. Hun stemmen leken precies op elkaar. Beiden brachten ze hetzelfde donkere geluid voort. Hij draaide zich om en herkende in het duister van de tuin het gezicht van Jacob. "Het gaat weer. Ik had even wat frisse lucht nodig. Als ik jullie aan het schrikken heb gemaakt, dan spijt me dat."

"Het geeft niet. Je hebt gehandeld zoals het voor jou goed voelde en dat moet je doen. Onder alle omstandigheden."

"Altijd?"

"Ja. Eigenlijk wel."

"Maar … dan zou ik continue op ramkoers liggen."

"Met je ouders?"

"Ja."

"Waarover?"

"Waarover niet kun je beter vragen want dan is het lijstje een stuk korter." Henri moest gniffelen om zijn eigen opmerking. "Stom hè, dat ik om zoiets kan lachen."

"Nee, ik denk dat het heel goed is. Voor mij is het een teken dat je het ook weer kunt relativeren."

"Maar het maakt het er niet minder erg om."

"Dat bedoelde ik ook niet te zeggen. Ik denk … nou ja … ik weet het eigenlijk ook niet. Ik … nee, wij hebben volgens mij nog veel te weinig van jou gehoord om een goed beeld te krijgen van wat er bij jou thuis speelt."

Henri begreep het. Hij had alleen maar iets aangestipt en niet echt duidelijkheid verschaft. Hij zou meer moeten laten zien. Het duidelijker maken voor de anderen om … Ja, waarom eigenlijk? Wat had het voor zin om erover te praten. Praten hielp niet.

"Maar het is wel heel goed dat je ons laat merken dat er iets is. Tenminste … dat is mijn mening."

"Helpt het me als ik praat?"

"Dat weet ik niet. Soms kan het praten alleen al een soort van opluchting zijn. Of het je helpt … dat weet ik echt niet. Ik weet namelijk niet of er iets is dat wij voor je kunnen doen … zolang ik niet precies weet wat er aan de hand is. Voorlopig kunnen wij je alleen maar eten, drinken en een bed geven."

"Nee. Dat zie je verkeerd. Jullie hebben al veel meer gedaan dan alleen dat. Jullie hebben me laten voelen dat ik er toe doe. Dat ik, ook ik, recht heb op een leuke kerst. Alleen al door me hier mee naar toe te nemen, samen met mij te eten hebben jullie mij iets gegeven dat ik nog nooit eerder heb gekregen: aandacht. En ja … verdomme … ik heb aandacht nodig. Ik heb het nodig dat iemand naar me om ziet en dan heb ik het niet over het ingehuurde kamermeisje, de gouvernante, de … noem maar op wat. Allemaal mensen die op mij gepast hebben terwijl mijn ouders dat verdomden te doen! Ik … ik wil dat niet meer. Ik trek dat niet meer! Ik wil … liefde … ja ook dat wil ik. Ik wil voelen dat mensen om mij geven."

"Daar heb je ook recht op," liet Tinie haar stem een eindje dichter bij het huis horen. Zij kwam, met Jem in haar kielzog, naar het tweetal toegelopen. "Iedereen heeft daar recht op, Henri." Ze sloeg haar armen om de jongen heen en trok hem dicht tegen zich aan.

Toen kon Henri zich niet meer groot houden. Ook iets dat hij al jaren lang deed. Nooit had hij gehuild om zijn verdriet maar nu ineens … nu moest hij huilen. Zoveel aandacht, zoveel liefde … en het deed hem goed … maar het bracht ook de pijn van jaren naar boven. Maar … al naar gelang de tranen bleven komen, kwam er ook een stuk gevoel in zijn lijf. Een gevoel van dat hij er hier wel toe deed. Dat hij er hier wel mocht zijn met zijn eigen mening, zijn eigen manier van doen. Dat hij hier zichzelf kon en mocht zijn. "Dank je," zei hij toen hij voelde dat hij rustiger werd, "dat had ik even nodig. Het spijt me dat ik me zo st… "

"Waag het niet dat te zeggen!" sprak Tinie moederlijk. "Jouw gedrag is niet stom. Je laat heel normaal menselijke gevoelens zien. En ja … net als Jacob wil ik graag meer van jou horen. Stort je hart uit bij ons. Laat ons zien wie je bent. En … vergeet dat niet … de komende dagen … Wanneer komen je ouders weer terug?"

"28 december."

"Blijf de komende dagen bij ons alsjeblieft. Je bent hier meer dan welkom." Tinie merkte dat er opnieuw tranen kwamen bij de jongen. Ze liet ze toe en streelde met haar handen over zijn rug om hem te troosten. "Toe maar, huil maar."

Jem stond erbij en voelde zich hopeloos. Hij beet op zijn onderlip en hield het niet droog. Het verdriet van een leeftijdgenoot bracht hem aan het huilen en langzaam liepen de tranen uit zijn ogen en over zijn wangen. En dan heb ik het rot gehad, zo zei hij bij zichzelf. Dat wat ik heb meegemaakt stelt helemaal niets voor als ik deze ellende van Henri merk en zie. Toen waren er ineens ook armen om hem heen. Hij voelde de kracht van zijn oom en liet zijn verdriet gaan door zachtjes te huilen.

Toen Jacob zag dat Tinie haar armen om Henri sloot, had hij heel goed zijn neef in de gaten gehouden. Hij wist van het ene dat hij had opgebiecht aan zijn moeder maar nog niet van het andere dat zij hadden besproken. Desondanks kon hij zich heel goed voorstellen dat de jongen het moeilijk had. Daarom was hij zachtjes naar hem toegelopen en toen hij dacht dat het nodig was zijn armen om hem heen geslagen. En dat het nodig was, bleek maar al te zeer. "Rustig aan, Jem, alles komt goed."

"Denk je dat echt of zeg het zomaar," klonk het snikkend.

"Ken je mij op die manier? Nou?"

"Nee. Het spij… "

"Niet zeggen. Dat is niet nodig tussen ons."

* * *

Toen de rust weergekeerd was, gingen ze naar binnen. Tinie stelde voor om wat anders te drinken en nam de bestelling op. Jem zei dat hij toe was aan een pilsje en keek zijn moeder met hoog opgetrokken wenkbrauwen aan.

"Oké, niets mis mee. En wat wil jij, Henri?"

"Mag ik ook een biertje?"

"Van mij wel. Jij appelsap, Jacob?"

Henri zag Jacob knikken en vroeg: "Vind je dat lekker of mag je vanwege je medicijnen geen alcolhol?"

"Ja en ja. Ik vind het lekker en ik mag geen alcohol vanwege mijn medicatie."

"Vind je het niet rot dat je dat niet mag?"

Jacob had die vraag nog niet vaak hoeven te beantwoorden. Bijna niemand wist dat hij medicijnen gebruikte en nam rustig de tijd om over de vraag van Henri na te denken. Hij antwoordde pas toen Tinie de kamer weer binnenkwam. "Nee. Ik vind het niet rot. Ik kan heel goed zonder. Legio mensen vinden dat alcohol sfeer maakt en ik vind dat grote flauwekul. Misschien ken je het wel van vrienden of zo: 'Drink gezellig een pilsje mee, man!' En dat soort uitspraken. Flauwekul. De mensen, jij en je vrienden maken de gezelligheid en niet de drank."

"Helemaal mee eens," reageerde Jem. "Ik heb met m'n moeder afgesproken dat ik buitenshuis niet drink tot ik achttien ben. En als ik dat volhoud, krijg ik van haar vijfhonderd euro."

"Controleer je hem?"

"Nee. Is een kwestie van vertrouwen."

"Ik houd me heus wel aan mijn afspraken hoor! Wat denk jij nou, gast!"

Henri schoot in de lach. Het was een grapje geweest dat hij had willen lanceren om te kijken hoe Jem zou reageren en … wat hij verwacht had was gebeurd: de jongen had het serieus opgenomen. "Sorry, Jem, ik plaagde je maar wat."

"Oh. Niet zo netjes van je. Ik … nou ja … ik kan dat verschil vaak niet aanvoelen en reageer dan altijd alsof mensen het serieus bedoelen."

"Niets mis mee, lieverd."

"Euh … hoe oud ben je eigenlijk, Henri?" wilde Jem weten.

"Ik ben zestien. Jij?"

Jem vertelde dat hij in maart zestien geworden was en in de uitwisseling van geboortedata bleek dat Henri op de dag af een maand ouder was.

"Henri, wil je nu verder praten of wil je daar liever mee wachten?" vroeg Jacob.

Henri zuchtte diep.

"Het hoeft echt niet hoor," was Tinie van mening. "Je hoeft niet te praten als je dat niet wilt. We kunnen gerust een spelletje spelen of straks met z'n allen naar de nachtmis."

"Als jullie naar de kerk willen, moeten jullie dat gewoon doen hoor. Ik zag de crucifix hangen en dacht al dat jullie Rooms waren."

"Zijn we niet," liet Jem kort en duidelijk weten.

"Maar … "

"Die nachtmis is een stuk traditie. Iedereen in het dorp, of hij nou bij de kerk is of niet, gaat daar heen in het dorp. Maar we slaan ook wel eens over."

"Maa… "

"Nee," onderbrak Jacob de jongen, "vanavond kies jij. Jij bent het belangrijkst voor ons. Als jij wilt praten, ons iets wilt vertellen over jezelf en je leven, dan nemen we daar alle tijd voor."

Opnieuw volgde er een diepe zucht. Henri vond het moeilijk. Hij was het niet gewend om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Nou ja … toen hij klein geweest was wel. Toen was hij de oogappel van zijn vaste verzorgster en … leek het er voor hem op alsof zij er altijd voor hem was. Dat was natuurlijk ook zo. Hij onderbrak zijn eigen gedachtestroom door te zeggen: "Ik weet niet waar ik moet beginnen."

Tinie voelde heel goed aan dat Henri het er moeilijk mee had. Echter, een niet praten omdat hij niet wist waar hij zou moeten beginnen vond ze moeilijk te accepteren. Ze kon hem helpen, zo wist ze maar of hij dat wilde was de vraag. En die vraag stelde ze hem nadat de stilte haar te lang had geduurd.

"Ja. Probeer het maar," klonk het met een heel klein stemmetje.

"Dank je, Henri. Ik begrijp, corrigeer me maar als ik het fout heb, dat er bij jou thuis dingen anders gaan dan jij graag zou willen." Tinie hoopte dat haar manier van inkleden voldoende was en keek naar Henri. Ze zag de bevestiging toen hij knikte. "Kun je terughalen wanneer je dat voor het eerst merkte?"

Lang nadenken hoefde Henri niet. Het voorval lag vers in zijn geheugen. "De laatste schooldag voor moederdag. Ik ben niet meteen met m'n vierde naar de basisschool gegaan. Ik heet Van Houthem van mijn achternaam. Mijn ouders woonden eerst in België omdat het hoofdkantoor van mijn vaders bedrijf gevestigd was bij Brussel. In de zomervakantie na mijn vierde verjaardag zijn we verhuisd naar Nederland. Die verhuizing ging gepaard met het verplaatsten van dat hoofdkantoor naar Maastricht. Maar … ik denk dat de aanleiding was dat ik naar school moest en dat zij een voorkeur hadden voor het Nederlands onderwijs maar dat weet ik niet zeker natuurlijk. Ik had iets gemaakt voor mijn moeder net als alle andere kinderen en die laatste schooldag kreeg ik dat mee voor mijn moeder. Ik ging met de andere kinderen naar buiten en gaf het aan mevrouw Winter, mijn verzorgster, met de woorden: 'Dit is voor jou.' Zij was voor mij mijn moeder. De juffrouw hoorde het en corrigeerde me en zei dat het voor mijn moeder was. Ja? En? Mevrouw Winter was mijn moeder toch?"

Jems gezicht was vertrokken. Had Henri niet eens geweten wie zijn echte moeder was? Wat was dat voor een mens!

"Op Moederdag zorgde mevrouw Winter er keurig voor dat ik het kunstwerk aan mijn moeder gaf. Oké, zij was dus mijn moeder. De vrouw met wie ik af en toe tussen de middag at als zij er was. De meeste keren at ik met mevrouw Winter. 's Avonds at ik bijna nooit met de man en vrouw die dus mijn vader en moeder waren. Gewoon omdat ze altijd laat aten en ik al op tijd omdat ik als kleuter natuurlijk ook op tijd naar bed ging. Dat was voor mij de eerste keer dat ik merkte dat er iets vreemds was thuis." Henri beet op zijn lippen.

"Is er nog iets dat je kwijt wilt?"

"Toen ik bij het oud papier een krant moest halen die kon dienen als onderlegger toen ik wilde tekenen een paar dagen later, lag de tekening voor mijn moeder tussen het oud papier."

Toen Tinie merkte dat Henri brak, want de laatste woorden waren er huilend uitgekomen, zat ze meteen naast hem. Ze trok hem tegen zich aan en liet hem huilen. Opnieuw liet ze hem toe dat hij zijn tranen bij haar plengde. Dat hij zijn verdriet kon uit. Ze moedigde hem met woorden aan om alles er uit te gooien en zich vooral niet groot te houden.

"Mijn ouders … " zei Henri met verstikte stem tussen zijn tranen door, "zijn er bijna nooit voor me. Ze … Ik weet gewoon niet waarom ze een kind gewild hebben. Ze … hebben … zich nooit bemoeid met mijn opvoeding. De eerste zes jaren was mevrouw Winter er. Ze woonde bij ons in en zorgde vierentwintig uur per dag en zeven dagen per week voor me. Daarna … kwamen er gouvernantes, kindermeisjes of hoe je ze ook maar wilt noemen. Ik heb nu een persoonlijke begeleider. Eén van zijn taken is ervoor te zorgen dat ik mijn afspraken na kom."

Jem had het relaas van Henri vreselijk gevonden maar een persoonlijk begeleider, daar kon hij zich helemaal niets bij voorstellen en dat bracht hij dan ook zo onder woorden.

"Ik heb verplichtingen en dan bedoel ik niet het naar school gaan. Natuurlijk, dat moet ook maar dat is ook niet erg. Hij houdt in de gaten wanneer ik ergens moet verschijnen met mijn vader of met mijn moeder. Als er bijvoorbeeld ergens een nieuwe afdeling in een fabriek van mijn vader of zo wordt geopend. Dan moet ik daar bij zijn. Of tijdens het een of andere liefdadigheidsconcert dat mijn moeder heeft georganiseerd. Ook dan moet ik opdraven en daar zorgt Lodewijk dan voor. Hij ziet er op toe dat ik me netjes kleed en op tijd daar aanwezig ben. Haalt me van school af zelfs."

"Dus tijdens schooluren ga je naar dat soort dingen?" vroeg Jem verbaasd maar wel met een vrolijke twinkeling in zijn ogen want zoiets leek hem ook wel wat.

"Ja. Dat kan omdat mijn vader supporter van de school is."

"Huh?"

Ineens moest Henri lachen. De verbaasde uitroep van Jem en het gezicht dat hij er bij trok werkten op zijn lachspieren. Meteen kwam het ook echter in hem op dat het niet kon. Hij moest niet lachen om Jem want misschien … "Ik lach je niet uit hoor, Jem! Ik moest gewoon lachen om de manier waarop je het zei en het gezicht dat je erbij trok. Zo vol van verbazing?"

"Ja, vind je het een wonder. Supporter van school? Daar snap ik dus niets van."

"Mijn vader is eigenaar van een farmaceutisch bedrijf. We komen om in het geld, om het grof te zeggen. En hij heeft bijvoorbeeld vorig jaar de school geld gegeven zodat zij een nieuw computerlokaal konden inrichten?"

"Oké! Gul, zeg!"

"Dat trekt hij af van de winst van zijn zaak, Jem!" Meende Jacob een toelichting te moeten geven. "En dat levert hem dus belastingvoordeel op."

"Ja. Zo werkt dat. Liefdadigheid met een achterliggende bedoeling," klonk het scherp uit Henri's mond.

"Oh. Dan is het minder oprecht, lijkt me."

"Dat vind ik ook. Maar het zorgt er wel voor dat hij in een goed blaadje komt bij de schoolleiding en dus kan hij een tegenprestatie vragen en dus mag ik af en toe bij iets bijzonders weg van school."

"Terwijl je dat eigenlijk helemaal niet wilt?" Jem dacht dat hij de spijker op zijn kop sloeg en kreeg gelijk.

"Ik baal van dat soort dingen! Ik heb er een enorme hekel aan!" klonk het woest.

"Neem wat te drinken, Henri," spoorde Tinie de jongen aan. "Het is goed, zo lijkt me, om even wat tot rust te komen."

"Ja. Dank je." Hij nam een paar slokken uit het glas en liet het zich goed smaken. "Mijn ouders leiden, zo lijkt het voor mij althans, ieder hun eigen leven. Hij met zijn werk. Zij met alle liefdadigheidsstichtingen en -fondsen waar ze in het bestuur zit in de een of andere functie. We zaten hier vanavond met z'n vieren rond de tafel maar bij ons thuis is de tafel drie meter lang. Mijn vader zit aan het ene eind en mijn moeder aan het ander eind. Als ik met hen eet dan zit ik ergens in het midden. Gezellig hè?"

"Nee! Echt niet!" liett Jem verontwaardigd zijn mening horen."

Henri wachtte niet op meer bijval maar ging meteen verder. "Ik heb Jacob vanmiddag verteld dat ik op jongens val. Ik heb het mijn ouders verteld maar … mijn vader wilde er niets van weten. Zei dat ik dat niet kon weten omdat ik nog nooit seks met een meisje he… "

"Dat is stom!"

"Jem!" reageerde Tinie op haar zoon die Henri had onderbroken, "laat Henri eens uitpraten!"

"Nee, niet doen. Gewoon reageren alsjeblieft. Ik wil geen geregisseerd toneelspel. Dat heb ik thuis al veel te vaak. Laat je mening gewoon horen, Jem, en jullie beiden ook, laat weten wat je ervan vindt zodat ik ook weet of mijn gevoelens juist zijn of niet. Ik … ik tast vaak in het duister … weet niet wat ik met mijn gevoelens moet."

"Hoe reageerde je moeder op je coming out?"

"Zij kreeg een flauwte?"

"Wat is dat?" klonk het opnieuw oprecht verbaasd uit de mond van Jem.

"Als haar iets te veel wordt, zo interpreteer ik het in elk geval," legde Henri aan Jem uit, "dan krijgt ze het ineens benauwd en lijkt het alsof ze flauw valt."

"Maar … dat doet ze niet echt?"

"Moeilijk … ik heb vaak het idee dat ze het gebruikt om lastige onderwerpen, zoals mijn coming out, te vermijden. Ze doet het vaker. En … altijd is er dan iets dat haar niet zint en dus valt ze flauw. En toen … toen was mijn vader helemaal in alle staten! Verweet hij mij dat ik voor het onwel worden van mijn moeder had gezorgd! Verdomme! Sorry, ik moet niet vloeken."

"Hè, gast, je zegt tegen ons dat wij moeten reageren en zo en als je zelf reageert dan corrigeer je jezelf?"

Henri bleef stil. Jem had een punt. Waarom zou hij zelf niet reageren zoals hij het voelde? Het voelde verdomd rot voor hem en daarom had hij dat vloekwoord gebruikt. Maar … hij wist ook waarom hij zich verontschuldigd had. "Ik ze sorry omdat … nou ja … vanwege dat kruisbeeld." Hij glimlachte. "Ik ben dan wel niet gelovig maar toch voelt het voor mij niet goed om in het bijzijn van zoiets te vloeken."

"Oké, dan begrijp ik het," kwam Jem met een tegenreactie.

"Maar blijft onverlet dat je je kan en mag uiten hier, zoals jij dat wilt," gaf Jacob zijn mening te kennen. "Het is hier, en wij hopen dat jij dat ook zo voelt, een veilige omgeving. En in zo'n veilige omgeving kijken we er elkaar niet op aan hoe je reageert. Dat wat je uit, dat wat jij belangrijk vindt om te zeggen, is belangrijker dan hoe het er uit komt. Begrijp je me?"

Henri knikte en beaamde het. "Zo voelt het voor mij ook. Al vanaf het moment dat ik tegen je aan botste bij de brug in het centrum en … je het voor mij opnam tegenover mijn achtervolgers."

"Heb je dat gedaan, oom Jacob? "

"Henri overd… "

"Nee, echt niet! Hij nam het voor me op tegenover vier anderen en … als ik erop terugkijk denk ik dat als het op matten aangekomen was hij er flink op los geslagen zou hebben."

"Jacob!" sprak Tinie quasi vermanend.

"Soms moet je je ook op straat uiten zoals dat nodig is. Als de situatie erom vraagt, dan kan ik heus wel wat klappen uitdelen."

"En incasseren?" wilde Jem weten terwijl hij op het puntje van zijn stoel op en neer wipte.

Er werd gelachen. De spanning van het moment was gebroken.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: EEN BIJZONDERE KERST door Lucky Eye » donderdag 24 december 2015 04:48

Hoofdstuk 6

Die avond vertelde Henri nog veel meer over hoe het er bij hem thuis aan toe ging. Tinie en de anderen luisteren aandachtig, vroegen om toelichting als ze dat nodig hadden maar lieten Henri vooral zijn verhaal doen. Een verhaal, zo vond Tinie, dat vooral gespeend was van enige vorm van liefde. Het ging voornamelijk over ouders die een kind hadden gekregen omdat het familiebedrijf een opvolger nodig had. Diverse keren noemde de jongen zichzelf 'de kroonprins'. Iets dat hij de eerste keer dat hij de term liet vallen aan Jem moest uitleggen maar zij had meteen doorgehad wat hij ermee bedoelde: hij moest en zou koste wat het kost het bedrijf te zijner tijd gaan runnen. Hem werd niet gevraagd of hij dat wilde. Die vraag kwam waarschijnlijk helemaal niet bij zijn ouders op. Ze meenden er, zo had Henri ook onder woorden gebracht, waarschijnlijk goed aan te doen. Ze hadden het idee dat ze hem een gunst bewezen terwijl hij daar helemaal niet op zat te wachten. Toekomstplannen had hij helemaal niet maar er was één ding dat hij wel zeker wist: hij wilde absoluut niet het familiebedrijf voortzetten. En daar was hij heel uitgesproken over.

Toen de torenklok in het dorp elven sloeg en het erop leek dat Henri's verhaal opgedroogd was, stelde Tinie voor om naar bed te gaan.

"Nu al?" protesteerde Jem. "Het is een feestavond, toch?"

"Ja. Maar ik heb het idee," zo legde Tinie haar voorstel uit, "dat het voor ons allemaal een heel enerverende middag en avond is geweest." Ze keek naar Henri en Jacob en zag hen beiden knikken. Ze hadden levensverhalen uitgewisseld en Tinie wist maar al te goed dat zoiets dodelijk vermoeiend was vanwege de emoties die er onderhuids meespeelden. "En dat geldt toch ook voor jou, Jem?"

"Ja, ma. Ik zal braaf naar je luisteren en naar bed gaan," zei hij op plagerige toon. "Trouwens Henri slaapt bij mij op de kamer. We hebben het logeerbed daar al heen gebracht samen."

"Prima!"

"En krijgen we nou niet te horen dat we niet moeten gaan keten?" Opnieuw een plagerij van Jem richting zijn moeder.

"Jullie bekijken maar wat jullie gaan doen, jongens! Daar bemoei ik me niet mee."

"Gaaf!"

"Allee… "

"Daar komen de bezwaren," zei Jem breeduit lachend in de richting van Henri.

"Alleen als jullie mij wakker houden, zal ik jullie vragen om eindelijk jullie kwek te houden! Begrepen?"

"Ja, ma. Zeg jij niets, Henri?"

"Euh… "

"Niet op reageren, Henri, Jem is in een plagerige bui. Trouwens … Jacob en ik gaan straks nog wel even weg."

"Waarheen?" klonk het enorm verbaasd uit de mond van Jem omdat hij niet wist dat dat plan er was geweest.

Jacob keek zijn zus ook met grote vragende ogen aan en was benieuwd naar haar antwoord dat al heel snel kwam en dat inhield dat hij en Tinie een oude kennis nog prettige kerst wilden wensen. Toen Jem zijn ogen op hem richtte om een bevestiging te krijgen, knikte hij. Wat zijn zus ook van plan was, hij zou haar steunen. Zo was het altijd geweest en zo zou het ook altijd blijven. Toen de jongens naar boven gegaan waren, liep Tinie meteen naar de gang om haar jas te halen. Jacob bleef zitten maar kreeg even later zijn jas door haar toegeworpen.

"Kom! We gaan een eindje rijden?"

"Waarheen?"

"Ik geef wel aan hoe je moet rijden."

Jacob stond op, trok zijn jas aan en volgde haar naar buiten. Toen Tinie echter haar auto wilde pakken en links daarvan stond, greep hij in. "Jij gaat zeker niet rijden!"

"En waarom niet?"

"Ik weet niet waar je heen wilt en dat hoef je me ook niet te vertellen maar ik merk gewoon dat je niet helemaal in je goede doen bent. In aanwezigheid van de jongens kon je dat waarschijnlijk goed verbloemen want toen merkte ik het nog niet op. Maar daarna wel. Ineens was er bij jou een enorm stuk spanning en dus ga jij niet rijden. Kom op! We nemen mijn auto en ik rijd."

Tinie gaf zich gewonnen. Het voorstel van haar broer was een goede. Ja, er was spanning. Heel lang had ze op haar plan zitten broeden die avond en zolang Henri bezig was geweest met zijn verhaal had ze zich daar volledig op gericht. Maar met haar voorstel dat de jongens naar bed zouden gaan, was de spanning er geweest omdat ze nu zelf aan zet was. In elk geval … zo voelde dat voor haar. Zittend op de passagiersstoel naast Jacob dirigeerde ze hem het dorp uit en in de juiste richting. "Dit is wat Jem me, terwijl Henri en jij de afwas deden, vertelde," zei ze toen de op de snelweg waren.

* * *

Beiden hadden ze zich gedoucht en toen ze in bed lagen en Jem het licht had uitgedaan bleef het eerst stil. Het was lekker fris in de kamer, zo merkte Henri. Net als thuis. Alleen was alles anders. Hij lag in een vreemd bed maar dat deerde hem totaal niet. Hij had het gevoel dat hij voor het eerst in zijn leven deel had uitgemaakt van een familie. Vroeger was er altijd mama Winters geweest, zoals hij haar vaak had genoemd. Maar … dat was maar één persoon geweest. Nu … nu waren er drie. Echt een familie. Een familie die er al was en wat hij zo bijzonder vond, was dat ze zich voor hem hadden opengesteld. Jacob met zijn verhaal over zijn jeugd, over zijn medicatie en de gevolgen daarvan voor hem. Jem die had verteld hoe hij had gezien dat zijn vader zijn huidige vriendin bedroog en wat dat met hem had gedaan. En Tinie had ook een duit in het zakje gedaan. Ze had aangegeven dat ze allerlei signalen van haar mans overspeligheid had gemist. Wellicht bewust had genegeerd omdat ze zo verliefd op hem was geweest. En ook dat ze zich dat nog steeds kwalijk nam. Iets dat ze nooit zou kunnen vergeten. Vergeven wel, want ze was gewoon stom geweest. Ze had ook vriendschappen verloren. Een aantal kennissen was op de hoogte geweest van dat wat haar ex deed maar had het niet nodig gevonden dat aan haar te vertellen. En dat vond ze jammer. En dat kon Henri zich heel goed voorstellen. Drie bijzondere mensen had hij mogen ontmoeten. Allemaal met hun eigen verhaal. Maar al die verhalen waren ook met elkaar verbonden. Tussen deze mensen waren banden gesmeed. "Jullie zijn erg op elkaar gesteld, hè?"

"Ja," kwam het antwoord van Jem meteen. Hij sliep nog niet. Wilde nog niet in slaap vallen. Hij had gemerkt dat Henri onrustig was en al heel veel heen en weer had gedraaid. De onrust was hem duidelijk geweest. "Wij zijn als de drie musketiers maar dan wel echt met z'n drieën."

Henri schoot in de lach. "Je bent me er eentje, Jem!"

"Volgens mij heb je dat al vaker gezegd vandaag, dude, of was ik het zelf die dat zei. Als het laatste het geval was was het een stukje zelfkennis."

"Ik weet het niet meer. Maar … wat betreft die musketiers … staan jullie open voor uitbreiding of … of zou je dat als een bedreiging voelen?"

"Oh, een vierde musketier komt er zeker."

"Euh … hoezo?"

Jem legde uit dat zijn moeder sinds een tijdje kennis had aan iemand en dat het naar zijn idee zomaar kon zijn dat die gast een blijvertje zou blijken te zijn.

"Echt?"

"Ja. Leuk hè?"

"Ja. En dat meen ik echt. Ik ben heel blij voor haar. Zeker … nou ja … ik heb enorme bewondering voor je moeder."

"Waarom?"

Dat was Jem, zo had Henri het idee. Die kon zo'n opmerking niet aannemen zonder dat hij precies wist waar het om ging. "Het moet heel moeilijk zijn om in je eentje een kind op te voeden, lijkt me."

"Hahaha, daar heb je helemaal gelijk in. En zeker zo'n kind als ik ben."

"Hè, zo bedoelde ik dat niet!"

"Ja ja, dat zeg je nu."

"Je bent echt een plaaggeest, Jem! Maar ik ga verder alsof ik niets gehoord heb. Moeilijk om als ouder in je eentje een kind op te voeden. En als je dan ook nog ziet dat ze dat zo goed heeft gedaan, zo liefdevol, zo vol respect naar dat kind toe, dan … dan stijgt mijn waardering alleen maar meer. En ja, dan gun ik haar een enorm stuk geluk dat haar nieuwe vriend haar mogelijk kan brengen."

"Wauw! Jij kunt dingen mooi zeggen, zeg."

"Valt wel mee."

"Nee, echt niet! Je … nou ja … zoiets zou ik dus nooit kunnen."

"Hoeft ook niet. Je moet altijd zorgen dat je jezelf blijft. Dat heeft je oom vanavond nog tegen me gezegd."

"Oh."

"Jem?"

"Ja?"

"Is Jacob … nou ja … "

"Zeg het nou, dude!"

"Is hij homo?"

"Jacob?"

"Ja."

Jem was duidelijk in zijn antwoord zonder dat het voor Henri duidelijkheid opleverde. "Ik weet het niet."

"Oh. Maar … euh … heb je hem wel eens gezien met een vrouw?"

Dat was iets wat Jem niet zo wist en daarom nam hij de tijd om er over na te denken. Had hij Jacob ooit met een vriendin gezien? Volgens hem niet. Jacob was altijd in zijn eentje geweest. Tenminste, voor zover hij wist. Misschien had zijn oom wel een vriendin gehad voordat hij er was geweest of voordat hij zich daarvan bewust was. Toen hij klein was. Jems gedachtestroom was even niet te stoppen. Als Jacob een vrouw zou krijgen zou hij haar dan tante noemen? Was wel raar, zo dacht hij. Ineens komt er dan iemand in de familie als aanhangsel van zijn oom en dan noem je die persoon tante? Hmmm … hij wist het niet. Wel zeker wist hij dat hij de vriend van zijn moeder nooit pa zou noemen. Dat zou hij nooit doen. Hij had een vader en dat was een klootzak! Die vriend zou hij gewoon bij zijn voornaam noemen. Maar … wat als die gast dat nou graag zou willen? Of zijn moeder? Hmmm … lastig.

"Jem?"

"Sorry, ik was even afgeleid. Euh …ik heb Jacob nog nooit gezien met een vrouw. Nou ja … ik bedoel dat ik geen weet heb van een vriendin van mijn oom. Misschien heeft hij eerder wel eentje gehad maar dat weet ik niet. Trouwens … Is het zo dat de ene homo dat merkt bij een ander?"

"Ik weet het niet. Sommigen zeggen van wel. Maar … ik weet niet of dat waar is."

"Ben je op Jacob?"

"Nee, joh!"

"Echt niet?"

"Nee. Hij is toch veel ouder dan ik ben!"

"Nou en? Dat geeft toch niets!"

"Oh. Nou ja … misschien geeft dat ook niets. Misschien doet leeftijd er niet toe."

Volgens Jem, zo bracht hij het er in elk geval al stamelend, hakkelend en zoekend naar goede woorden uit, was liefde belangrijker voor hem. Zijn woorden kwamen erop neer dat als je dat voor iemand voelde dan deed het er niet toe hoe oud beide personen waren. "Niet dat ik er verstand van heb hoor. Ik … nou ja … ik loop achter op dat gebied."

"Wat bedoel je precies met dat laatste?" wilde Henri weten.

"Ik ben daar nog niet aan toe."

"Huh?"

"Aan liefde en zo. Het interesseert me helemaal nog niet. Ik … ik … weet niet hoe ik het moet zeggen. Volgens mij heb ik iets van een ontwikkelingsachterstand."

"Iedereen ontwikkelt zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo," was Henri van mening.

"Ja, maar ik wel erg traag. De jongens hebben het allemaal over meiden en wat ze daarmee doen en ik … ik wil dat nog helemaal niet!"

"Niets mis mee toch?"

"Echt niet?"

"Nee. Is ook weer dat wat Jacob zei."

"Ja. Misschien wel."

"Nee, echt wel. Het is het beste om jezelf te zijn. En dat in alle situaties."

"Ben jij dat dan ook?"

"Nee. Ik sprak over een ideaalsituatie. Ik zou het wel willen maar … "

"Je kunt het niet vanwege de dingen bij je thuis," maakte Jem Henri's zin af.

"Ja. Dat maakt dat ik dat niet kan maar ik ga het wel doen. Vanaf vandaag ga ik alles anders doen."

"Leidt dat niet tot problemen dan?"

"Vast wel. Maar die neem ik op de koop toe. Ik kies voor mezelf."

"Klinkt goed, Henri."

"Moet jij ook doen, Jem." Het werd stil en het bleef een tijdlang stil.

"Denk je dat ik op een jongen verliefd kan worden?"

"Hoezo?"

"Nou gewoon. Jij bent op jongens. Ben je verliefd op een jongen?"

"Ja. Ik heb een heel leuk iemand ontmoet."

"En? Heb je hem gevraagd?"

"Nee."

"Waarom niet?"

"Omdat ik niet weet of hij … nou ja … of hij mij wel ziet zitten."

"Maar … hoe ga je dan verder?"

"Ik weet het niet."

"Misschien moet je het gewoon vragen. En er niet te lang mee wachten hoor!"

"Waarom niet?"

"Nou ja … kijk naar mij vanmiddag. Ik wist al een tijdje dat mijn moeder bedrogen was door mijn vader maar praatte er niet met haar over. Daarvan kreeg ik enorme stress. En daarvan weer pijn in m'n maag. Als ik ziek en misselijk ben, kan ik heel slecht overgeven maar vanmiddag ging het heel goed."

"Ja. Je hebt gelijk. Maar … ik vind het wel moeilijk om het te vragen."

"Zou ik dat ook kunnen?"

"Wat? '

"Iemand tegenkomen die ik leuk vind?"

"Ja. Waarom niet. Het maakt niet uit of het een meisje of een jongen is maar jij zult zeker iemand ontmoeten die je heel leuk vindt."

"En dan gaat het er niet om hoe zo iemand er uit ziet, hè? Of dat het een jongen of een meisje is, hè?"

"Goed gezien, Jem. Het gaat om wat je voelt voor zo iemand en dan … dan … "

"Hahaha, dan gaat het er niet om of je een harde krijgt, dat wilde je zeggen toch?"

"Ja, Jem, je had me goed door. Trouwens je had het net over de jongens. Heb je veel vrienden."

"Eén echt heel goede vriend en een aantal andere gewone."

"Wat is het verschil tussen hen?"

Jem zuchtte diep en begreep ineens heel erg goed waarom Henri die avond ook een aantal malen zo had gereageerd. Zodra je iets over jezelf moest vertellen dan … dan leek dat erg moeilijk te zijn. Dan kwamen dingen ineens heel erg dichtbij. Dan … voelde het vreemd om er iets over te vertellen. En hij wist dat hij het niet hoefde te vertellen maar toch … toch deed hij het. "Mathieu is mijn allerbeste vriend."

"Dat is die jongen van de kerstboom?"

"Ja. Zijn vader is tuinder en doet ook in kerstbomen. Ik ken hem al heel erg lang. Hij kent mij door en door en doet nooit moeilijk. Is een echte vriend. En dan bedoel ik dat hij me neemt zoals ik ben. Hij zou me nooit de gek aansteken." Jem viel stil. Even wilde hij niet verder praten.

Henri voelde dat het misschien te moeilijk zou worden voor zijn gesprekspartner die hij niet kon zien in het donker. "Anderen wel?" zo vroeg hij verder.

"Ja. Ze zijn wel … ik weet niet of jij ze vrienden zou noemen. Of het wel vrienden zijn. Maar … nou ja … ik zal je een voorbeeld geven. Ik heb mijn bijzonderheden."

"Heeft niet iedereen die?"

"Ja. Ik denk het wel. Ik ben vrij druk. Heb geen ADHD of zo hoor … maar ben wel druk."

"Even dacht Henri terug aan dat van Jacob hem had verteld. Zou Jem ook zoiets hebben?"

"En omdat ik al druk ben van mezelf kan ik heel erg slecht tegen computerspelletjes. Daarvan word ik nog drukker en daarom heb ik ook geen spelcomputer thuis. Andere vrienden hebben die wel en als we dan bij elkaar zijn willen ze soms daarmee spelen. En als het dan alleen was om het spel, dan zou er niets aan de hand zijn maar … ze vinden het gewoon leuk dat ik door het lint ga … dat ik zo druk wordt dat … nou ja … ik kan er niet tegen en zij … zij vinden dat leuk."

"Verdomde gemeen!"

"Ja. En daarom noem ik ze ook geen echte vrienden. Ze zijn gewoon deel van een vriendengroep waar ik ook bij ben zal ik maar zeggen."

"Bedankt dat je zo open en eerlijk bent, Jem."

"Niet nodig om mij daarvoor te bedanken, Henri. Zoiets doe je met elkaar in een familie."

Henri schoot vol. Ineens waren er tranen. Jem had zo-even het bewijs geleverd dat hij de hele avond al had gevoeld. Ze beschouwden hem als deel van hun familie. Hij snikte zachtjes en probeerde het geluid te verstikken in zijn kussen maar dat lukte niet volledig.

Jem stapte uit zijn bed en ging naar dat van zijn kamergenoot toe. Hij knielde naast het logeerbed en tastte in het donker naar de schouder van Henri. "Niet huilen, Henri," zei hij toen hij zijn hand op Henri's schouder had gelegd. "Ik bedoelde het niet verkeerd. Ik kan dingen soms gewoon stom zeggen. Ik be… "

"Nee, dat is het niet, Jem!" zei Henri terwijl hij zich naar hem omdraaide. "Je hebt iets heel moois gezegd en dat zorgde ervoor dat ik ontroerd raakte. Kraak jezelf niet te snel af, Jem. Je bent heel bijzonder."

"Dat zegt m'n moeder ook altijd."

"En daar heeft ze helemaal gelijk in, Jem, vergeet dat nooit. Je bent bijzonder."

"Ja. En bijzonder stom soms ook."

Henri vroeg naar wat Jem bedoelde. Eerst wilde Jem niets zeggen. Bleef hij stil maar toen stelde hij voor dat ze het logeerbed tegen dat van hem zouden aanschuiven zodat hij weer kon gaan liggen om dan te vertellen wat hij bedoelde. En ze zo deden. Toen ze beiden lagen stak Jem van wal en deed hij uitvoerig verslag van dat wat hij met zijn moeder had besproken die avond na het eten. Een heftig verhaal, zo concludeerde Henri toen Jem uitgepraat was. Iets wat nooit had mogen gebeuren. "En nu?" vroeg Henri.

"Ik weet het niet. Ik … ik ben stom op dat gebied."

"Zeg dat niet, Jem! Je kunt niet alles weten. We zijn nog maar zestien en kunnen niet alles weten. Denk je dat je moeder iets gaat doen?"

"Ik hoop het."

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: EEN BIJZONDERE KERST door Lucky Eye » donderdag 24 december 2015 16:17

Hoofdstuk 7

"Verdomme!" vloekte Jacob.

"Houd je aandacht erbij, Jacob! Of zet anders de auto aan de kant!"

"Nee, niet nodig. Sorry. Ik denk dat ik nu wel weet waar je heen gaat. Je gaat naar hem, hè?"

"Ja. Ik ga hier vanavond nog een eind aan maken. Het is mijn taak om mijn kind te beschermen en dat ga ik doen."

Jacob liet haar antwoord even op zich inwerken. "Wat ben je precies van plan?"

Tinie gaf hem een uitgebreid antwoord waarin ze hem precies vertelde wat ze van plan was. Ze wist dat haar broer een aandachtig luisteraar was.

"En nu?" vroeg Jacob toen hij zijn auto langs de rand van de stoep had geparkeerd uit het zicht van het huis zoals Tinie hem gevraagd had.

"Nu ga ik naar hem toe en confronteer ik hem ermee natuurlijk."

"En wat hoop je te bereiken?"

"Dat Jem niet meer naar hem toe hoeft eenmaal per maand."

"Ik denk dat zoiets wel wettelijk, via een procedure, geregeld moet worden."

"Ja. Zeker. En daarin zal hij dan mee moeten gaan en dat ga ik voor elkaar maken."

Jacob had het idee dat ze het laatste werkwoord dat ze gebruikte van plan was te vervangen door een ander. Maar toch bleef hij voorzichtig toen hij zijn vermoeden onder woorden bracht met: "Vergeef het me als ik het fout heb, zus, maar ik heb het idee dat je hem op z'n bek gaat slaan."

Tinie schoot in de lach. Ze kon het niet helpen. Het klonk zo raar uit de mond van haar broer. "Ja, lieve broer, dat ben ik van plan."

"Is het dan niet beter dat ik met je mee ga. Mijn vuisten zijn groter dan die van jou en du… "

"Heel lief van je, Jacob, maar met dit," ze haalde iets uit haar tas en liet het staafje metaal dat precies in haar handpalm paste zien, "heb ik, zo denk ik, behoorlijk wat slagkracht. Hij gaat geheid onderuit."

"Maak het niet al te gek, hè?"

"Eén slag. Meer niet. Dat beloof ik je."

Jacob zag hoe zijn zus de auto uitstapte, het portier zachtjes achter zich sloot, de stoep opstapte en in de richting van het hem bekende huis liep. Hij had het koud. Hij schoof zijn stoel wat naar achteren en stak zijn handen in de zakken van zijn jas. "Hè, wat is dat?" sprak hij hardop en haalde iets uit zijn rechter jaszak tevoorschijn. Hij bekeek het en er brak een glimlach op zijn gezicht door.

Bij het tuinpad aangekomen bleef Tinie even staan. Ze haalde even diep adem en liep daarna de laatste meters naar het huis van Andrew en zijn nieuwe vriendin. Volgens Jem was Elisia een heel leuke vrouw. Vanaf het moment dat Elisia bij Andrew was ging Jem er in elk geval met meer plezier naar toe dan voorheen. Jem vond het ook leuk, zo had hij haar verteld, dat Elisia een zoon had. Een jongen die vijf jaar jonger was dan hij en die een enorme bewondering had voor hem. Jem voelde zich een grote broer. Ze stapte het kleine stoepje op, zuchtte diep en drukte op de knop van de bel. Het geluid ervan weerklonk in de hal en daarna waren er voetstappen te horen. De deur werd opengedaan door een kleine vrouw. Tinie was zelf 1.65 meter maar de vrouw die voor haar de deur opendeed was zeker tien centimeter kleiner.

"Goedenavond of beter gezegd goedenacht. Wat kan ik voor u doen?"

Ja, realiseerde Tinie zich: het was eerste kerstdag inmiddels. "Sorry dat ik u zo laat nog stoor maar ik kom voor Andrew. Is hij thuis?"

"Ja. Ik zal hem even voor u halen." En meteen draaide ze zich om en liep weg van de deur.

"Euh … sorry maar ik wil u ook nog wat zeggen." Tinie zag hoe de vrouw op haar schreden terugkeerde.

"Wilt u niet liever binnenkomen?"

"Nee. Beter van niet. Ik ben de moeder van Jem en dus de ex van Andrew."

"Oh. Wilt u echt niet binnenkomen? Het is nogal koud."

"Sorry, maar doet u maar niet. Ik wil u waarschuwen." Het onbegrip was duidelijk zichtbaar op het gezicht van de vrouw en Tinie ging meteen verder. "Toen ik met Andrew getrouwd was, bedroog hij mij. Eigenlijk al vanaf het begin. Ik zag de tekenen niet. Wilde ze niet zien omdat ik verliefd op hem was. Te verliefd. Anderen wisten het maar hebben me nooit iets gezegd. Achteraf gezien had ik graag gezien dat ze dat wel hadden gedaan. Dan … dan had ik hem in elk geval waarschijnlijk niet met de een of ander aangetroffen in mijn eigen bed."

"Ik begrijp het niet helemaal, geloof ik."

"Sorry. Ik weet geen leuke manier om het te zeggen." Ze twijfelde enorm maar ze wist dat ze de eerste stap gezet had en dat ze nu ook verder moest gaan. Omwille van de vrouw, omwille van haar zoon. "Andrew bedriegt u. Jem heeft hem een tijd geleden in ons dorp gezien." Ze gaf precies weer wat Jem haar had verteld. Het bleef een tijdje stil en vanuit de woonkamer werd iets geroepen dat Tinie niet goed kon verstaan.

Elisia had het geroep van Andrew wel verstaan. "Eventjes nog! Ik ben zo terug!" riep ze over haar schouder in de richting van haar vriend. "Waarom vertelt u mij dit?"

"Omdat ik vind dat vrouwen elkaar horen te steunen. Zoals ik al zei, anderen wisten het en lieten mij in onwetendheid over het gedrag van Andrew en … dat voelde enorm rot."

"Ja. Ik snap het." Elisia zuchtte. Het was dus toch waar. Ze had iets gemerkt. Andrew kwam tegenwoordig vaker met vergaderingen aanzetten dan ooit tevoren en als ze er dan nadien naar vroeg was er altijd het zelfde, vage antwoord: 'och, niets bijzonder.' Terwijl die vergaderingen soms ineens opkwamen. "Oké. Dan moet ik nu iets doen."

"Hoe bedoelt u?"

"Denk je dat ik nog één minuut langer bij hem wil blijven? Ik ga meteen weg. Maar het is wel mijn huis. Hij krijgt een paar dagen om zijn boeltje te pakken maar voor nu ga ik naar mijn ouders."

"Kan ik wat voor je doen?" Het vormelijke 'u' dat ze gevoerd hadden was ineens verdwenen. Ze waren lotgenoten, zo voelde Tinie.

"Ja. Ik moet Jens wakker maken en wat spullen voor ons beiden pakken. Je wilde met Andrew spreken, toch? Als je hem een tijdje bezighoudt, dan heb ik tijd om dingen te regelen."

"Wonen je ouders in de buurt? "

"Shit! De auto is van Andrew. Die neem ik dus liever niet mee."

Tinie wist een oplossing. Ze bood Elisia aan dat Jacob en zij hen beiden wel weg konden brengen. "De auto staat een eindje verderop in de straat." Ze noemde het kenteken.

"Dank je. Ik … ik zal dit nooit vergeten. En … alsjeblieft, laten we samen nog eens praten. Jij en ik. En … ik zou het heel fijn vinden als Jens contact zou kunnen houden met Jem. Die twee kunnen echt heel erg goed met elkaar opschieten, weet je."

"Ja. Jem praat vaak over Jens en jou. Sinds ... nee, laat maar. Als jij Andrew haalt, dan zorg ik dat jij voldoende tijd hebt om wat dingen te pakken en samen met Jens weg te komen naar de auto van mijn broer."

"Dank je." Elisia liep weg en het duurde even maar toen kwam Andrew de hal in gelopen.

"Jij hier? En dat zo midden in de nacht? Kom je niet liever binnen?"

"Nee."

"Wat had je te bespreken met Elisia?"

"Vrouwenzaken, Andrew. Niets wat jou aangaat." Inwendig moest ze vreselijk lachen. Hij moest eens weten.

"Lekker vaag. Maar waarom ben je hier. Vast niet om mij een prettige kerst te wensen."

"Daar heb je gelijk in. Ik ben hier vanwege Jem."

"Verdomme! Onze zoon heet James! Noem hem dan ook zo!"

"Hij wordt liever Jem genoemd, Andrew. En … ik kan me heel goed voorstellen dat hij niet de naam James wil dragen. We noemden hem toch naar jouw overleden vader, nietwaar?"

"Ja! Wat is dat nou voor een stomme vraag. Ben je daarvoor helemaal hier naar toegekomen midden in de nacht?"

"Er is meer." Ze speelde toneel. Nam even de tijd alsof ze bij zichzelf te rade ging om zodoende Elisia wat speelruimte te geven.

"Nou?"

"Dingen uitleggen is soms best moeilijk."

"Typisch iets vrouwelijks waarschijnlijk want ik heb daar nooit last van."

"Nee, jij niet. Natuurlijk niet. Jij bent ook perfect, toch? "

"Het vraagteken mag je gerust weglaten hoor maar als je me nou niet vertelt wat je hier komt doen dan doe ik echt de deur dicht en laat ik je hier op de stoep staan."

De scherpe opmerking van Andrew was reden genoeg voor Tinie om ter zake te komen. "Ik kom hier voor dit." Ze zette haar grote handtas op de grond neer, ritste hem open en haalde er een grote, goed gevulde enveloppe uit en overhandigde die aan haar ex.

"Oh. Kerstkaarten?" zei Andrew terwijl hij de inhoud van het couvert betastte. "Nee. Dat niet. Je memoires?"

"Open de enveloppe, Andrew, dan weet je vast wel wat het is."

Andrews geduld raakte op. Hij raakte geagiteerd. Hij scheurde de enveloppe open en haalde de stapel A4-tjes er uit.

Meteen toen hij ze bekeek, zo zag Tinie, was er herkenning. Hij keek echter niet naar haar op maar bladerde de stapel door.

"Hoe kom jij … "

Verder kwam hij niet want op het moment dat hij zijn gezicht ophief van zijn leeswerk raakte Tinie hem met haar vuist hard op zijn onderkaak. Hij ging meteen onderuit. De papieren lagen verspreid door de gang en boven op hem. Toen Tinie zag dat hij een poging ondernam om rechtop te komen, kreeg hij een waarschuwing. "Rustig blijven liggen, Andrew. Lijkt me een stuk beter. Als je het waagt om te gaan staan, dan ben ik staat je nogmaals te raken. Dus … rustig blijven liggen. De papieren die ik je heb laten zien zijn afdrukken van bestanden die Jem een aantal jaren geleden op jouw computer aantrof. Vanwege de een of andere reden had je hem alleen thuisgelaten. Hij verveelde zich en ging je studeerkamer binnen. Natuurlijk mocht dat niet! Je studeerkamer was altijd al heilig, toch? Maar … voor een puber is dat natuurlijk reuze spannend! Je wachtwoorden om je account en je bestanden te openen schrijf je op in je agenda en dus had Jem ze zo gevonden. Niet slim, Andrew. Toen hij wat rond ging kijken op je harde schijf, kwam hij op een gegeven moment zijn initialen en geboortedatum tegen op een map. Die bevatte allerlei documenten die als naam een datum hadden. Hij begon met de meest recente en ontdekte … "

"Ik weet genoeg! Stop maar!"

"Nee! Je zult het van mij horen, lul!" Tinie was woedend. Ze had gedacht dat ze zichzelf goed onder controle had maar … nee dus. "Je hebt hem gebruikt als proefpersoon. Je hebt Jem in heel veel van de weekenden dat hij bij je was, en eventjes geen relatie met wie je samenwoonde, niet gezien als je zoon maar als een van je cliënten. Hem uitvoerig geobserveerd. Hem bevraagd over zijn gevoelsleven. En van dat alles heb je een uitvoerig rapport geschreven iedere keer. Bovendien sloot je elk document af met je bevindingen. Je schreef over je eigen zoon, zak! Wat denk je dat zoiets met Jem heeft gedaan. En stom genoeg … stom genoeg heb ik hem nooit de werkelijke reden van onze scheiding verteld en daarom … daarom was hij in de veronderstelling dat ik nog steeds verliefd op je was en durfde hij het mij niet te vertellen. Niet te vertellen wat jij gedaan had!"

Andrew wilde iets zeggen maar liet het toen hij de gloeiende ogen van zijn ex-echtgenote zag.

"En … James … je hebt hem niet genoemd naar je overleden vader. Jij bepaalde de naam voor onze zoon en omdat jij het graag wilde gaf ik jou je zin toen je hem naar je overleden vader wilde noemen. Ik vond dat prima. Bovendien is James de Engelse equivalent van Jacob en dus … was hij ook een klein beetje naar mijn broer vernoemd. Een win-win situatie. Toch? Maar nee. Je loog ook toen al tegen me. Je vader heette geen James. Lionel George, waren zijn voornamen. Jem heeft het met wat hulp van een leraar Engels op zijn school uitgezocht. De man wees hem op Engelse sites waar families hun stambomen bijhouden en met veel gezoek lukte het hem om die van de familie van zijn vader te vinden. Maar waar kwam zijn naam dan vandaan?"

"Verdomme! Stop maar met je tirade! Ik weet genoeg!" Andrew kwam in de benen maar bedacht zich toen Tinie haar vuist ophief. Verder dan een zittende positie durfde hij niet te gaan.

"Je noemde onze zoon James omdat jij de psycholoog James Braid, de psycholoog die genoemd wordt als vader van de naam hypnose, verafgoodt. Hypnose. Jouw specialiteit nietwaar? Hypnose die je volgens je verslagen ook op Jem hebt toegepast. Hoe kon je, Andrew! Hoe kon je je eigen vlees en bloed vernoemen naar iets dat te maken heeft met je werk! Maar … ik vraag het je niet. Ik zet er een uitroepteken achter omdat ik geen antwoord van je wil." Tinie nam even de tijd om goed adem te halen. "Dit is wat ik wil. De bezoekregeling is van de baan. Jem zul je nooit meer zien." Toen ze zag dat Andrew wilde reageren snoerde ze hem de mond. "Kop dicht! Luisteren! Het gaat precies zoals ik wil. Jem zul je nooit meer zien. Na de kerst ga ik naar mijn advocaat met het verzoek om de bezoekregeling op te zeggen. Jij stemt daarmee in en als je dat niet doet, dan gaan alle bestanden die Jem heeft gekopieerd naar je werkgever. Als je er niet mee instemt, dan zorg ik ervoor dat je nooit meer je functie zult uitoefenen. Begrepen!"

"Dus als ik instem … dan laat je het erbij zitten?"

"Jem is voor mij veel belangrijker dan de een of andere vorm van wraak op jou. Maar … ik kan niet spreken voor Jem. Als hij achttien is, is hij volwassen en kan hij zijn eigen beslissingen nemen. Dus …ik weet niet wat hij dan gaat doen." De laatste drie zinnen had ze niet ingestudeerd. Het was een plotse ingeving geweest en eentje die hard aankwam bij Andrew, zo was goed te zien. "Ben ik duidelijk?"

"Ja."

Tinie liep weg van de deur. Halverwege het pad draaide ze zich om en zag hoe Andrew inmiddels overeind was gekomen. "Prettige kerst, Andrew!" Ze wachtte niet op zijn reactie maar draaide zich om en liep snel verder het pad af. De straat op en in de richting van Jacobs auto. Toen ze Elisia en Jens achterin zag zitten, wist ze dat ze haar taak goed had volbracht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: EEN BIJZONDERE KERST door Lucky Eye » vrijdag 25 december 2015 05:37

Hoofdstuk 8

Vijf jaar later … eerste kerstdag

Met een diepe kreun werd een van beide slapers in het tweepersoonsbed wakker. Het traditionele kerstgezang op diverse plaatsen in het dorp vanaf zes uur in de ochtend wekte hem. Geen wonder. Het groepje zangers posteerde zich altijd – zoals het hoort bij een traditie – ook bij de lantaarnpaal bij de oprit naar het huis. Hij draaide zich op zijn linkerzij en legde een arm om zijn bedgenoot heen, die met zijn rug naar hem toe lag en waarvan hij wist dat hij al wakker was. Luisterend naar het 'Engelkens door 't luchtruim zwevend' bleven ze beiden stil liggen en hielden ze die stilte vast totdat de zangers naar een andere locatie verkasten.

"Ook wakker?"

"Ja. Jij al eerder, hè?"

"Ja. Ik kon niet zo goed slapen."

"Logisch. Gisteren was het een moeilijke dag voor je."

"Ja. Waar een ander het voorbije jaar terugkijkt in de oudjaarsnacht, verjaardag of een andere moment, doe ik dat altijd in de kerstnacht. Gewoon omdat het op 24 december ook allemaal voor mij veranderd is."

"Ja. Ik weet het."

"Het vreemde toeval da… "

"Ik geloof niet in toeval. Jij?"

"Ik weet het niet. Maar ik geloof er in elk geval niet in dat alles voorbestemd zou zijn. Dat alles precies volgens een plan dat wij niet kennen moet plaatsvinden en het alternatief … dat noem ik dan maar toeval. Maar … tja … "

"Het doet er niet ook niet toe, schat. Het meest belangrijke is dat er een wijziging kwam in jouw leven. Dat er een positieve draai werd gegeven zodat alles voor jou kon gaan veranderen."

"Maar is echt alles veranderd?"

"Jij bent veranderd. Zo denk ik. Jij hebt die dag vijf jaar geleden voor het eerst aan iets geroken dat je heel graag wilde. En dat zette jou er toe aan om dingen anders te willen."

"Maar zij niet."

"Nee. Je ouders niet. Helaas."

"Heb ik er goed aan gedaan om volledig met ze te breken?" Henri kon zich dat laatste gesprek bij hem thuis, dat heel kort had geduurd, helemaal voor de geest halen.

"Hoe voelt het voor jou?"

De jongen draaide zich om zodat hij de bezitter van de diepe, donkere, nog wat ietwat slaperig krakende stem kon aankijken in het donker van de kamer. Het duurde even voor hij de ogen van zijn partner zag. Die mooie ogen. "Geef me een antwoord alsjeblieft."

"Je kunt niet eeuwig blijven trekken aan een dood paar, lieverd!"

"Wat is dat nou weer voor een opmerking! Die ken ik niet!" Er werd wat gegniffeld door beiden en toen hij merkte dat er een uitleg aan zat te komen, legde Henri een vinger op de mond van zijn vriend. "Nee, je hoeft het niet uit te leggen. Ik snap het al. Aan een paard trekken doe je met de bedoeling om het dier in beweging te krijgen. Aan een dood paard trekken heeft geen zin want het beest is dood en zal dus, hoe hard je ook trekt, niet in beweging komen. En mijn ouders zijn dat dode paard."

"Ja. Je hebt ze ruim vier jaar lang de tijd gegeven om met jou mee te bewegen. Je hebt hen duidelijk gemaakt dat het voor jou anders moest omdat je anders geen adem meer kreeg. Je hebt absoluut niets onmogelijks van hen gevraagd maar … ze zijn niet in staat gebleken ook maar iets in jouw richting te komen."

"Ze hebben jou bijvoorbeeld nooit willen ontmoeten."

"En dat vond ik niet erg."

"Maar ik wel! Ik wil niet dat jij je wegcijfert! Jij bent belangrijk voor mij! Ik wil dat ze mij nemen zoals ik ben. Ik ben homo. Een homo die een heel lieve vriend heeft en daarmee moeten ze het doen!" klonk het boos.

"Ik kan me jouw boosheid en verontwaardiging heel goed voorstellen, lieverd, maar je ouders … heb je helaas niet kunnen bereiken."

"Ik denk dat het komt omdat het al zo lang heeft geduurd voor hen."

"Uhhh … hoe bedoel je?"

"Het zat er al zo diep ingesleten, te diep ingesleten voor hen om hun manier van leven te wijzigen. En ja, het was dus bijna vijf jaar lang trekken aan een dood paard." Beiden schoten ze in de lach.

"Luister! Je kunt het gezang verderop nog horen."

"Ja. En altijd beter om zo gewekt te worden dan door Guus die onze kamer binnen komt stappen terwijl hij op zijn blikken trommel slaat."

"Hij oefent, Henri! Dat moet je waarderen en aanmoedigen. Hij wordt vast een heel goede drummer."

"Meld hem vast aan bij Slagerij Van Kampen, zou ik zo zeggen."

"Nee, joh, hij moet net als jij zelf kiezen wat hij wil worden. Als ik … nee, sorry."

"Niets verzwijgen. Maar … ik weet wat je bedoelt. En … je moet gewoon blijven praten hoor! Je niet inhouden omdat je mij wilt sparen. Ik heb klote ouders! Ouders die gewoon onmenselijk zijn, die mijn hele leven hebben willen besturen en dat ook deden. Een schoolkeuze na de basisschool was er niet voor mij. Een prestigieuze school was het enige dat in aanmerking kwam. Studeren nadien? Prima maar dan wel bedrijfseconomie en internationaal recht want dat had papa tenslotte zelf ook gedaan."

"En gelukkig heb jij wel gekozen wat je zelf wilde."

"Ja. Maar dat maakte er de sfeer thuis niet beter op."

"Maar?" klonk het niet zozeer als een vraag maar meer als een uitdaging om de toon van het gesprek te wijzigen.

"Ik weet het. Ik kon altijd bij mijn nieuwe familie terecht. Mijn familie die me had geaccepteerd zoals ik was vanaf het allereerste moment dat ik daar op kerstavond 2005 over de vloer kwam."

"Zin in seks?"

"Nee, man! Ik ben nog hartstikke moe!"

"Het werd te laat, nietwaar?"

"Dat wel maar het was enorm gezellig zo met z'n allen en dat Bonenspel moest uitgespeeld worden."

"Je bent een fanatiekeling geworden, Henri. Je hebt niet alleen maar goede dingen over genomen van je nieuwe familie."

"Hahaha, als je met jouw familie een spelletje doet, dan komt dat fanatieke vanzelf. En jij? Hoe voelt kerst 2010 voor jou?"

"Hoe bedoel je?"

"Zoals ik het zeg. Voor jou veranderde er ook het een en ander vijf jaar geleden."

"Laten we nog maar even wat gaan slapen."

"Nee, praat erover alsjeblieft. Het is altijd goed om te reflecteren."

"Hoe laat is het kerstontbijt?"

"Je ontwijkt de vraag, schat!"

"Oh ja, acht uur," gaf de vraagsteller zichzelf het antwoord

"Wel vroeg, hè?"

"Maar de kleintjes zijn dan allang wakker en hebben waarschijnlijk al iets van het ontbijt achter de kiezen, voor zover aanwezig, en die twee kun je niet al te lang op een houtje laten bijten."

"Mooi gezegd. Hé, hoor! Guus is al wakker."

"Hmmm, leuk voor zijn ouders. Die hadden ook wel willen uitslapen, denk ik."

"Jammer dan. Wat doe je?"

"Ik ga even vragen of het ontbijt naar voren gehaald moet worden."

Henri bleef rustig liggen. Opnieuw hoorde hij, heel in de verte nu, een kerstlied. Waarschijnlijk waren de zangers nu aanbeland bij het bedrijf van de vader van Mathieu. Daar kregen ze, zo wist hij, na het laatste liedje warme chocolademelk en kerstbrood. "En?" vroeg hij toen zijn bedgenoot weer terug was en zich tegen hem aan had genesteld. "Eten we eerder?"

"Ja. De douche is nu bezet. Zodra wij er gebruik van kunnen maken kloppen ze op onze deur."

"Moet ik me scheren?"

"Nee, joh, niet doen. Zo'n stoppelbaardje staat je leuk."

"Scheelt gewoon een hoop tijd."

"Wat nog meer tijd scheelt, is als je een keer van me af weet te blijven onder de douche!"

"Weet je wat?"

"Nou?"

"Achter in de tuin is ook een dou… "

"Jij bent gek! Het vriest buiten! Er ligt een pak sneeuw!"

"Ik bedoel dat jij daar dan maar moet gaan douchen dan blijf ik zeker van je af want ik blijf lekker binnen! En dat je me uitmaakt voor gek, daar kijk ik niet van op. Wie met pek omgaat?"

* * *

Ze zaten allemaal rond de tafel. Iedereen was onder de douche geweest en bijna bij iedereen zaten de haren netjes in model. Alleen bij Jem en Guus was er, zoals gewoonlijk, geen model in te bekennen: een familietrekje. De kaarsen op tafel waren aangestoken en het licht gedempt. Ieder had de hand van zijn linker en rechter buur beetgepakt en even was er een moment van stilte geweest. Sommigen sloten hun ogen, anderen niet. Tinie liet als eerste de handen die ze beethad los, ten teken dat de maaltijd kon beginnen. Riet, de jongste van de familie, verbrak de stilte door heel verwonderd haar handen in de lucht te heffen en 'Ohhhhhhhhhhhhh' te roepen. Iedereen moest lachen. De kleine keek geschrokken om zich heen vanwege het effect dat ze scheen te hebben op de rest. Toen ze zag dat haar broer begon te lachen, deed ze dat zelf ook maar.

"Ahum," klonk het toen het gelach was verstomd. "Ik zou graag iets willen zeggen."

"Ik heb honger," reageerde Guus.

"Ik ook," zei Jem en hij pakte een krentenbol en gaf die aan Guus. Ook de ruim één jaar en twee maanden Riet kreeg iets aangereikt aan de andere kant van de tafel.

"Kan ik?" vroeg degene die om aandacht had gevraagd aan Jem.

"Ja, hoor. Van mij mag je maar ga je echt speechen?"

"Jem! Houd nu eens je mond!" vermaande Tinie haar zoon.

"Ik … " Maar verder kwam Jem niet vanwege een trap tegen zijn benen. "Ik ben al stil. Braaf, hè." Een tweede schop volgde.

"Af en toe," hernam de spreker het woord, "denk ik wel eens dat ik in een gekkenhuis ben beland."

Jem wilde reageren maar een arm werd om zijn middel geslagen en zo strak aangetrokken dat hij begreep dat hij nu toch echt zijn mond moest houden.

"Maar wel een leuk gekkenhuis. Een echte familie. Vijf jaar geleden ontmoette ik het eerste lid ervan. Een kennismaking via een chat. Bijzonder. Maar wel eentje die me bijbleef. Ik ontmoette een heel leuke vrouw."

"Mijn moeder is leuk," wist Jem ondanks de sterk aangetrokken arm om hem heen uit te brengen.

"En … wat me ook al heel snel duidelijk werd was dat als ik ooit iets met haar zou beginnen … ik haar zoon voor lief moest nemen."

"Ma, heb je dat echt zo gez… "

"Jem!"

"Eerst chatten we. Daarna waren er een aantal ontmoetingen op neutraal terrein. Heel veel ontmoetingen eigenlijk want ze schermde haar privéleven flink voor me af. Ik hoorde er wel het een en ander over, vooral over Jem," de redevoerder keek naar de zoon van zijn vriendin maar kreeg geen, gelukkig geen, respons en kon dus verder gaan. "Pas in het nieuwe jaar, alsof het een goed voornemen was, nodigde ze me bij haar thuis uit. En … het was een gedenkwaardig bezoek. Jem was … heel anders dan ik verwacht had," klonk het plagerig, "een heel leuke jongen met heel goede manieren eigenlijk."

"Mam???"

"Jem???"

"Je moeder had alleen maar lovend over je gesproken, Jem. En ik kon niet anders dan dat beamen. Maar … je zult begrijpen, Jem, dat ik meer aandacht had voor je moeder. Op haar was ik namelijk verliefd geworden. Ja. Tijdens ons chatten eigenlijk al. Ze was … "

"Moeilijk te omschrijven, hè Cor?" kwam Jem de levensgezel van zijn moeder tegemoet.

"Voor mij was ze in één woord fantastisch." Cor zag dat Tinie wilde protesteren en ging snel verder. "Ja. Gewoonweg fantastisch. Mijn leven veranderde compleet en het geluk lachte me toe ineens. Alles werd anders. Alles werd vrolijker want Tinie was bijna altijd vrolijk. Wist met haar gekkighei… "

"Een echt familietrekje," bracht Henri te berde.

"Ja, dat is zo. Ik heb wel eens gehoord dat die drie," en Cor wees met zijn vinger drie personen rond de tafel aan, "zichzelf wel eens de drie musketiers hebben genoemd. En daar hebben ze helemaal gelijk in. Het is een trio dat je gewoonweg nooit uit elkaar zult kunnen krijgen. Ze gaan voor elkaar door dik en dun. En hebben ze je eenmaal opgenomen in hun bondgenootschap dan geldt dat ook voor jou. Voor mij veranderde er heel veel ten goede en dat dank ik aan de musketiers."

"Dat viel me mee," zei Jem.

"Wat bedoel je nou weer," wilde zijn moeder weten.

"De lengte van die speech. Ik heb hem wel eens langer horen praten achter elkaar."

"Achter elkaar? Je onderbrak hem iedere keer!"

"Nog wat eten, Guus," verplaatste Jem heel handig de aandacht naar de driejarige. Guus wilde nog wel wat en Jem smeerde een halve boterham voor hem met Nutella maar niet nadat hij hem de inhoud van de pot had laten zien want sinds kort had Guus een grote belangstelling voor de voorraad die in huis was.

"En dan … dan wil ik ook nog iets zeggen," zei Henri.

"Gaat dit zo door? Wanneer kunnen we nou gaan bikken?" bracht Jem in voordat Henri verder kon gaan.

"Bikken!" papegaaide Guus Jem.

"Kunnen we hem niet beter buiten de deur zetten?" vroeg Henri terwijl hij de kring rondkeek.

"Misschien wel een goed idee," was Jacob van mening, "want dan kunnen we straks echt gaan eten en duurt het niet nog langer door al zijn onderbrekingen."

"Weet je wat? Ik zeg helemaal niets meer!" sprak Jem verongelijkt. "Maar ik ga wel eten want ik heb echt honger." En Jem voegde de daad bij het woord, pakte een plak suikerbrood, besmeerde dat met roomboter en nam een eerste hap. "Je mag gerust verder gaan hoor, Henri. Laat je door mij niet storen," klonk het slecht verstaanbaar vanwege Jems volle mond.

"Soms … " verzuchtte Tinie.

"Oké. Vijf jaar geleden op kerstavond belandde ik na lijfelijk contact met Jacob in deze familie. Een gedenkwaardig moment want vanaf dat moment ben ik blijven hangen hier en bij Jacob thuis," stak Henri van wal. "Ik was van plan om die kerst alleen te zijn maar het liep allemaal heel anders. Die botsing kwam en toen ik Jacobs bril had opgeraapt en weer weg wilde gaan, hield hij me staande. Dat zorgde ervoor dat mijn belagers me konden inhalen en al snel waren we beiden omringd door vier knapen die weinig goeds van zin hadden. De kerstsfeer met 'vrede op aarde' en zo daar hadden ze waarschijnlijk nog niet van gehoord. Jacob liet een mooi stukje toneelspel zien en wist ervoor te zorgen dat ze verdwenen. Maar het was me toen al duidelijk dat als het op een vechtpartij zou zijn uitgelopen Jacob aan mijn zijde had gestaan en dat hij zijn vuisten zou hebben gebruikt."

"Jacob, toch!" klonk het ergens aan tafel.

"Het werd een heel bijzonder kerst dat jaar. Ik … ik genoot met volle teugen. Voor het eerst in mijn leven had ik een kerst met een kerstboom die prachtig was. Een kerstboom zo ik hem altijd al gewild had. Net zo een als daar nu staat," zei Henri en wees de boom aan. "Een boom met sfeer. Een boom vol van leven. En dat … dat had ik vijftien jaar lang bij mij thuis gemist. Mijn ouders … tja … wat moet ik over ze zeggen."

"Niet zoveel," werd hem aangeraden door iemand anders dan Jem want die zat nog steeds rustig te kauwen.

"Dat is misschien wel het beste. Mijn leven begon eigenlijk pas op die kerstavond. En dat leven werd nadien alleen maar mooier omdat ik verliefd werd. Ik trof de persoon met wie ik mijn leven verder wilde leven. En … hij wilde mij ook."

"Zo lief gezegd," kwam Jem eindelijk weer eens tevoorschijn met een opmerking. "Ook al klaar?" vervolgde hij toen Henri zich stil hield. "Nog meer speeches? We zijn nou toch eenmaal bezig.

"Ja. Ik," klonk het met een hoog stemmetje

"Zeg, het valt wel op hoor! Alle nieuwkomers in deze familie moeten zo nodig speechen."

"Jij mag ook hoor," nodigde Tinie haar zoon uit.

"Euh … nee … doe maar niet."

"Ik dan maar?"

"Ga je gang. Eigenlijk wel raar! Zo moet ik van iedereen mijn mond houden en nu lijkt het er ineens op alsof ik stalspreekmeester ben."

"Wat?" werd er van alle kanten geroepen.

"De stalspreekmeester! Hebben jullie daar nog nooit van gehoord? Nooit naar het circus geweest?"

De vrouw met het hoge stemmetje tikte Jem op zijn schouder en fluisterde hem iets in zijn oor.

"Oh. Een vergissing van mijn kant. Het moet spreekstalmeester zijn. Bedankt, Eta, en omdat je mij zo goed hebt geholpen beloof ik je dat ik je niet in de rede zal vallen maar … dan moet je me wel eerst even het krentenbrood aangeven."

Eta kreeg het gevraagde door van Cor en reikte het op haar beurt haar buurman aan die het krentenbroodje meteen begon te smeren en daarna zijn tanden erin zette

"Snel, Eta!" moedigde Tinie haar aan. "Met zijn mond goed vol is hij in elk geval niet verstaanbaar!" Er klonk gelach aan tafel.

"Voor mij was het ook in het nieuwe jaar dat er een grote wijziging gebeurde. Ik … ik ben nogal verlegen en … nou ja … zomaar degene op wie ik verliefd was geworden dat durven vertellen, zat er voor mij niet in. En daarom … daarom deed ik op de dag voor kerst heel stiekem een kaartje in zijn jaszak. Hij had er niets van gemerkt, zo viel me meteen op en daar was ik heel erg blij om. Zo had ik even tijd om na te denken over wat ik had gedaan. Ik reed naar Luxemburg naar mijn ouders. Die kerstnacht sliep ik niet. Wat als hij dat kaartje nou nooit vond? Wat als hij niets van mij wilde weten? Wat als … en al dat soort vragen bleven maar door mijn hoofd gaan. En … op eerste kerstdag werd ik al heel vroeg gebeld. Hoe hij aan mijn nummer gekomen is weet ik nog steeds niet." Vragend keek de spreekster in de richting van haar echtgenoot.

"Tja … voor jou een vraag en voor mij een weet," klonk het.

"Doet er ook niet toe. Ik werd gebeld en kreeg meteen te horen dat hij het leuk vond om mij beter te leren kennen. Voor de rest is het eigenlijk precies hetzelfde verhaal als dat Cor deed. Ontmoetingen op neutraal terrein en na verloop van tijd voorgesteld aan eerst zijn zus. Waarschijnlijk, sorry hoor, Jem, durfde je oom het niet aan om mij meteen aan jou voor te stellen."

"Jacob!"

"Ja, Jem?"

"Durfde je dat echt niet?"

"Laat ik het zo zegg…"

"Gek!"

"Ja, dat wilde ik dus zeggen. De term gekkigheid en gek valt vaak genoeg in deze familie maar jij spant toch wel echt de kroon. Daarom leek het mij beter om Eta eerst wat aan mij te laten wennen, haar dan voor te stellen aan Tinie en pas dan … "

"Oh. Dan leg ik het toch anders uit. Doordat Eta al gewend was aan jullie gekkigheid, had ze geen enkele moeite met mij. Toch, Eta?"

"Dat is een betere uitleg, Jem, en … volgens mij heb je helemaal gelijk. Maar om een lang verhaal kort te maken."

"Beter want dat wat ik tot nu toe gegeten heb is echt nog niet genoeg voor mij," interrumpeerde Jem haar opnieuw en reikte naar het mandje met volkoren brood dat in zijn buurt stond..

"Mijn wereld veranderde. Eindelijk had ik iemand gevonden die me volledig leek te begrijpen. Ik heb in mijn leven heel veel moeite moeten doen om mijn plek te vinden. Een heel vervelende eerste werkervaring gehad. Eentje die uitliep op een geweldige burn-out, zoals jullie weten, en het heeft me heel veel moeite gekost om me om te scholen en weer aan de gang te durven gaan. Jacob zat in de sollicitatiecommissie en dat was logisch. Hij leidde het team. Hij …maakte veel indruk op me. Meteen op dat allereerste moment al. Hij … was de rust zelve. Waar anderen het nodig vonden om vraag op vraag op me af te vuren, en ik de tijd niet kreeg om de mij aangeboden koffie op te drinken, luisterde hij alleen maar. Niet één vraag stelde hij me. En dat … dat intrigeerde me enorm. En … daarom … bleef ik hem vanaf het moment dat ik tot zijn team toetrad scherp in de gaten houden. En … leerde ik hem steeds beter kennen. Tijdens die voor mij eerste kerstborrel na het werk strikte ik hem om samen met mij de boel op te ruimen. Hij was wat afwezig. Later heeft hij mij uitgelegd hoe dat kwam. Jullie weten het ook. Maar … ik liet me niet uit het veld slaan. De kussen op zijn wang waren gepland en ook het kaartje dat ik had geschreven. Ik kuste hem en schoof tegelijkertijd het kaartje in zijn jaszak. En … op eerste kerstdag belde hij me op. En … dat was het. Een keerpunt in mijn leven. En dat … dat eerste telefoontje heeft ervoor gezorgd dat de musketiers opnieuw uitbreiding kregen en dat niet met één maar uiteindelijk met drie personen. De twee kleinsten horen er volledig bij en zijn niet zonder reden genoemd met de namen die ze hebben gekregen. Ze zijn vernoemd naar, zoals jullie wel weten, de ouders van Jacob en Tinie en de oma en opa van Jem. Ouders, grootouders die een heel grote invloed hebben gehad op die drie en een onuitwisbare indruk hebben achtergelaten in deze familie. Ik stel voor dat we gaan staan, onze mokken heffen en een toost uitbrengen op Guus en Riet."

"Wauw," sprak Jem op fluistertoon. Hoewel hij probeerde zijn gezicht strak te houden wist hij dat emoties daar vaak op af te lezen waren. Henri had hem dat al heel vaak verteld. Ineens voelde hij twee handen op zijn schouders en een kus op zijn wang. Henri stond achter hem en zei: "Een goed idee. Kom, Jem, in de benen."

Jem had zich hervonden. Hoewel er nog steeds heel veel beroering was in hem, vond ook hij het idee van Eta een heel goed voorstel.

"Op Guus en Riet!" hief Eta de heilwens aan die alle volwassenen daarna overnamen.

* * *

Het ontbijt ging over in afwassen en opruimen. En terwijl Riet haar ochtenddutje deed genoten de anderen van koffie en gebak. Guus verplaatste zich van de een naar de ander en sleepte daarbij steeds de tas met zijn boeken met zich mee: voorgelezen worden was een van zijn favoriete hobby's. Toen Riet zich meldde kreeg zij wat te eten en daarna was het tijd voor een stevige wandeling door het winterse landschap. Voor Riet was er plaats in de bolderkar en de verwachting van de ouders was dat ook Guus daar op een gegeven moment aan toe zou zijn maar hij liet zich vooreerst niet kennen en liep tijden lang met de groten mee. Thuisgekomen werd er snel een lunch neergezet. Een informeel bijeenzijn. Niet aan tafel met elkaar maar iedereen pakte gewoon waar hij of zij zin in had en at dat ergens met een bord op de schoot op. Daarna gingen de kleintjes naar bed. Guus was niet meer echt een middagslaper. Soms wel en soms niet en dit keer had hij geen slaap. Hij wilde spelen in de tuin. Een sneeuwpop – de zoveelste – maken. Eta, Jem en Henri hielpen hem daarbij en hadden grote pret met elkaar. Cor en Jacob begonnen aan een spelletje schaak terwijl Tinie even wat rust nam. Tegen drie uur bracht zij iedereen wat te drinken. Ze zag dat Jem op de trap van de veranda zat en ging naast hem zitten.

"Moe?"

"Ja."

"Viel het je zwaar toen Eta wilde toosten op je opa en oma?"

"Was het duidelijk te zien?"

Tinie knikte.

"Ja. Het was moeilijk voor me. Altijd moeilijk. Ik … " Jem zuchtte.

"Was is er, lieverd?"

"Opa heeft me zoveel geleerd, en oma natuurlijk ook, en ik kan er nog zo verrekte weinig van."

"Wat bedoel je precies?" vroeg Tinie aan omdat ze duidelijkheid wilde.

"Ik bedoel niet het plakken van een fietsband, het aanzetten van een knoop of dat soort dingen. Dat kan ik allemaal wel. Ze hebben het me vaak genoeg voorgedaan en zelf ook laten aanmodderen net zolang tot het me goed afging. Maar … het is meer die andere dingen. Die wijsheden die vooral opa me bijbracht en die ik nog steeds niet zelf kan … hoe zeg je dat … "

"Toepassen? Bedoel je dat, Jem?"

"Ja. Dat bedoel ik. Ik oefen er al jaren mee maar het wil me nog steeds niet lukken bijvoorbeeld om terug te kijken op hem en oma zonder pijn van binnen te voelen. En opa heeft altijd gezegd dat je niet bij dingen moet blijven staan maar dat je verder moet gaan. En bij hen beide … lukt me dat gewoon niet. Ik voel nog steeds dat verdriet. Zoveel dat ik wel zou willen janken."

"Doe dat dan, Jem!"

Jem voelde hoe de tranen uit zijn ogen begonnen te rollen en over zijn wangen biggelden. Hij veegde ze niet af maar was wel heel blij met de arm die zijn moeder om hem heen sloeg.

"Tranen moeten er soms gewoon zijn. Wijsheden die een ander je leert zijn prima maar … je moet niet vergeten dat opa een leven lang de tijd heeft gehad om ze te leren toepassen. En jij … jij bent nog maar eenentwintig, Jem. Denk je dat opa altijd zo is geweest als hij op het laatst was?"

"Niet?"

"Nee. Een mens zijn is een wordingsproces. Het kost je jaren. En jij hebt nog zoveel jaren voor je dat ik zeker weet dat je op een gegeven moment dat wat opa je heeft voorgehouden zult kunnen toepassen."

Jem keek zijn moeder door zijn tranen heen aan en vroeg toch nog om een bevestiging. "Echt?"

"Echt! Vast en zeker. Je bent een slimm… "

"Ik ben soms gewoon hartstikke stom!"

"Heeft opa je geleerd dat je jezelf moet oordelen en veroordelen?"

"Nee. Dat mocht nooit van hem. Dan sloeg hij zijn armen strak om me heen en zei hij me dat ik dat niet moest doen." De tranen die eerst opgedroogd leken kwamen opnieuw.

"Alles goed?" vroeg Henri die het gesprek tussen moeder en zoon eerst van een afstandje gadegeslagen had maar nu toch poolshoogte kwam nemen.

"Ja," zei Jem en veegde zijn tranen weg.

"Nee," zei Tinie. "Jem heeft verdriet om zijn opa en oma. En hij wil zo graag alle wijsheden die hem door die twee bijgebracht zijn nu al kunnen toepassen en ik heb hem gezegd dat dat nu nog niet kan. Dat hij daar de tijd voor moet nemen."

Henri ging aan de andere kant naast hem zitten en sloeg ook een arm om hem heen. "Neem je tijd, Jem."

"Ja, dat zal ik doen. Maar wat moet ik met die pijn, met dat verdriet? "

"Laten komen, zoals het komt," was Henri van mening maar hij keek toch even naar Tinie en zag haar knikken. "Het geeft niet als het komt. Het mag er zijn," zei hij met benepen stem.

"Niet huilen nu jij," sprak Jem zijn vriend vermanend toe.

"Als ik huilen moet, dan huil ik," reageerde Henri.

"Ja, jongens, zo moet je dat doen. Als je huilen moet, doe dat dan ook. De wijsheden van je opa, Jem? Wat is het meest wijze wat hij jou heeft geleerd, volgens jou?"

Jem moest nadenken. Zijn opa had hem zo verschrikkelijk veel dingen geleerd dat het echt een tijdje duurde voordat hij met een antwoord kwam. "Ik denk … maar weet het niet zeker … dat hij zei dat je altijd alles met een beginnersblik moest bekijken. Snap je?"

"Ik niet," zei Henri.

"Dan leg ik het uit maar … ik weet niet of ik het goed doe."

"Niet oordelen, Jem. Gewoon de woorden laten komen," gaf Tinie hem een aansporing.

"We kijken vaak vanuit een bepaalde richting. Een oordeel. Een vooroordeel, een eerdere ervaring en vergeten daarbij goed te kijken. Neem bijvoorbeeld mandarijnen."

"Huh? Die lust je niet eens!"

"Juist. Dat zeg ik altijd. En dat heeft ermee te maken dat een van de eerste keren dat ik een mandarijn at dat ding niet te eten was. Veel te droog. Maar het heeft er wel toe geleid dat ik nu roep dat ik geen mandarijnen lust. Terwijl … nou ja … ik gewoon een mandarijn zou moeten proberen. Opnieuw een mandarijn eten alsof ik dat voor de allereerste keer doe. En dan … dan zou het heel goed zo kunnen zijn dat ik mandarijnen wel lust. Steeds kijken als een beginner, zorgt ervoor dat je … onbevooroordeeld bent. En dan blijkt er dat heel veel dingen anders zijn dan je denkt."

"Oh."

"Niet duidelijk?"

"Nee. Maar dat ligt vast aan mij."

"Het is volgens mij zo dat we veel te veel op gebaande paden blijven lopen. We hebben een probleem eens opgelost en blijven dat dan de rest van ons leven op die manier doen. Mijn eerste mandarijn was niet te eten en daarom vermijd ik voor de rest van mijn leven mandarijnen. Maar daarmee wordt dat gebaande pad alleen maar steeds meer en meer uitgesleten en worden de randen van dat pad zo hoog dat we nooit meer van dat gebaande pad afkomen." Jem keek Henri aan en zag dat zijn vriend het nog niet helemaal begreep. Hij had kunnen wijzen op de ouders van Henri die in hun leven ook zo gehandeld hadden volgens hem, maar deed dat niet. "Ik zal je een voorbeeld geven zoals ik graag zou willen zijn. Vanochtend tijdens het ontbijt was Riet mijn grote voorbeeld. We zaten aan het begin hand in hand aan tafel. Zij had haar ogen dicht en ik niet. Ik keek iedereen aan en genoot van het samenzijn. Toen de handen losgelaten werden, was er ineens een verrukte uitroep van haar. Alsof ze de prachtig opgemaakte tafel en de kaarsen daarop voor de allereerste keer zag! Terwijl … ze toch al een tijdje tegen die tafel aan had zitten kijken. Dat bedoel ik. Zo kan het zijn als je kijkt als met een beginnersblik. Zoals, heel mooi passend in deze tijd, het kerstlied het zegt: 'Komt verwondert u hier mensen'. Het leven wordt dan veel meer … nee ik bedoel het wordt veelzijdiger. Je ziet niet alleen links maar ook rechts, niet alleen boven maar ook onder. Je leert allerlei dingen van verschillende kanten bekijken en tegelijkertijd weet je dat al die kanten … hè verdorie … nou weet ik het even niet."

"Dat al die kanten bij elkaar horen en dat ze zonder elkaar niet kunnen bestaan. Bedoel je dat?"

"Ja, ma. Je bent geweldig."

"Dank je, lieverd, maar ik ben dan ook zoveel jaren ouder en heb zoveel jaren meer de tijd gehad om de wijsheden van mijn vader, jouw opa, te oefenen." Ze haalde haar neus op.

"Huilen als je huilen moet, ma."

"Ja." En toen kwamen er ook bij haar tranen opzetten.

Gedrieën zaten ze daar geëmotioneerd een tijdje bij elkaar. De armen om elkaar heen geslagen, zich even afsluitend van de rest van de wereld. Totdat Jem de stilte verbrak. "Ma, hebben jij en Cor ooit het idee gehad om zelf nog kinderen te krijgen?"

"Nee, lieve Jem. We hebben erover gepraat. Maar vonden het geen goed idee."

"Vanwege mij?"

"Tuurlijk niet, jongen! Vanwege onszelf natuurlijk. We zijn niet meer de jongsten en dan nog kleine kinderen? Nee, geen haar op m'n hoofd die daar aan denkt. Als ik Eta en Jacob zo bezig zie dan vind ik dat prachtig. En de kleintjes komen regelmatig bij ons logeren en dat is heerlijk! Maar zelf … nee. Daar begin ik niet meer aan. Maar … zou jij jaloers zijn geweest, als je nog wel een broertje of zusje had gekregen?"

"Ik? Echt niet! Ik zou een gigantisch goede grote broer zijn geweest!"

"Ja. Dat weet ik," stelde Tinie heel pertinent. "Dat zou je zijn geweest. En … mag ik jullie nog iets vragen?" Ze keek haar beide zonen – want Henri beschouwde ze ook als zodanig – aan. Ze kreeg knikjes en ging verder. "En jullie? Hebben jullie nagedacht over kinderen?"

"Ja, ma."

"En?" klonk het reuze nieuwsgierig.

Jem keek naar Henri en liet het aan hem om het antwoord te geven.

"Ja. Je zult eens oma worden. We willen allebei heel graag kinderen. Ben je blij met ons antwoord?"

Tinie's gezicht straalde helemaal. Ze zou oma worden. Tranen van vreugde liepen nu over haar wangen en van een antwoord kwam het niet meer. Was ook niet nodig, zo wist ze toen de jongens hun armen om haar heen sloegen. "Maar ... " kwam er op een gegeven moment toch nog. "Ik wil dat jullie vandaag nog wel één ding voor me doen."

"Alles," verzekerde Jem haar.

"Moet je niet eerst wachten tot je weet wat ze van je wil?" was Henri van mening.

"Terugkrabbelen kan nu niet meer, Henri. Hij is verkocht!"

"Ik ook met mijn grote mond."

"Ja. Zo ken ik je weer. Straks komen Mathieu en zijn vriendin, Elisia en Jens, en de ouders van Eta voor het kerstdiner maar voor die tijd wil ik heel graag dat jullie nog even samen praten. Echt praten met elkaar."

"Waarover?"

Eerst keek Tinie de jongens alleen maar aan in de hoop dat er ergens een lichtje zou gaan branden. Toen dat niet gebeurde lichtte ze haar wens toe. "Dit jaar namen jullie me beiden in dezelfde maand in vertrouwen. En ik breek zulk vertrouwen nooit. En dus ga ik jullie ook niet vertellen wat de ander mij gezegd heeft. Maar … alsjeblieft … maak dit duidelijk aan elkaar. Ik zie aan jullie gezichten dat jullie beiden nu wel weten waar ik het over heb en … geheimen voor elkaar blijven hebben is nooit goed. Eventjes een geheim parkeren bij iemand die je vertrouwt is prima … maar niet te lang. Je hoeft niets te doen met dat wat ik je vraag. Ook jij niet, Jem. Je hebt me dan wel gezegd dat je alles zou doen wat ik je vroeg maar … ik ontsla je van die verplichting. Ik wil dat jullie het doen omdat jullie zelf ook weten dat het beter is om open naar elkaar toe te zijn." Ze stond langzaam op en keek haar zoons aan. Ze bemerkte de twijfel. "Oh ja, Jem, ik moest je eraan herinneren dat je nog iets moest doen."

"Oh. Ja! Dank je, ma."

Henri zag Tinie het huis in lopen en keek Jem verbaasd aan. "Wat moeten we nu?"

"We gaan wandelen!"

"Alweer? Ik ben nog moe van vanmorgen!"

"Wandelen gaan we. Ik ben zo terug."

Toen Jem ook was verdwenen zat Henri helemaal alleen op de veranda. Eta en Guus waren inmiddels ook naar binnen gegaan en zo was hij helemaal alleen in de tuin. De woordenstroom van Jem had indruk op hem gemaakt. Jem sprak niet zo vaak zo uitgebreid maar het was duidelijk dat hij geïnspireerd was door dit onderwerp, dat zijn opa heel veel indruk op hem had gemaakt. En dat moest prachtig zijn. Henri beet op zijn onderlip. De pijn die dat deed verzachtte eventjes de pijn die het altijd deed als hij aan zijn ouders dacht. Zijn ouders waren precies dat wat Jem beschreven had: de lopers op de gebaande paden. Altijd in dezelfde tredmolen. Nooit eens afwijken van het normale. Zijn vader had het bedrijf van zijn vader overgenomen en dus moest hij dat ook. Ook wat studeren betreft: geen keuze gewoon dat doen wat zijn vader ook had gedaan. Zijn vader was hetero en dus moest ook hij dat zijn. En zo ging de waslijst met verlangens van hen aan zijn adres maar door. Altijd was er wel ie… "

"Kom! Opschieten! Ik wil wel weer voor het helemaal donker is terug zijn."

Henri haastte zich achter Jem aan die een klein rugzakje op zijn rug droeg. Het ging langs de douche die er was om je in een snikhete zomer eventjes lekker te verfrissen maar die nu natuurlijk vanwege de vorst was afgesloten, het tuinhek uit, het weggetje achter het huis over en meteen het bos in. Daar begon het pad meteen te stijgen. Henri wist waar Jem naar op weg was: zijn favoriete plekje. Het plekje waar hij heel vaak met zijn opa boven op de heuvel had gezeten en waarschijnlijk de wijsheden van hem had opgezogen als een spons. Maar … zo wist Henri ook, Jem was een heel gewone jongen. Een jongen die al die wijsheden had aangehoord en zich had voorgenomen ze in de praktijk te brengen maar ook wist dat hij dat nog niet zo goed kon. En daar … daar had hij het soms heel moeilijk mee. Hij vond zichzelf soms nog zo'n sul, zo'n oen en was dan heel snel in het oordelen en veroordelen van zichzelf. Was het een familietrekje? Iets wat zijn oma en zijn oom ook hadden? Henri had er vaak over nagedacht en kwam tot de conclusie dat het zo moest zijn. Waren mensen met een depressieve aanleg, niet dat Jem depressief van aard was, ook niet vaak heel oordelend ten opzichte van zichzelf? Het kostte hem grote moeite om zijn vriend bij te houden en toen steken in zijn zij het hem onmogelijk maakten om verder te rennen stopte hij.

Jem hoorde meteen dat het gedraaf achter hem tot stilstand kwam, hield zelf ook de pas in en keek achterom. "Gaat het wel?" Hij liep terug naar de plek waar Henri op het smalle pad was blijven staan en wist meteen wat er aan de hand was. "Niet voorover buigen, oen! Rechtop blijven staan. Dat is beter."

"Dank u, o grote wijze," grapte Henri maar hij had ook meteen spijt van zijn woorden. "Sorry, zo bedoelde ik het niet, Jem."

"Ik weet het. Soms ben ik onuitstaanbaar."

"Nee! Ik zei toch dat het mij speet."

"Ja. En zo wijs ben ik niet. Ik zei het net ook al. Ik… "

"Niet verder praten. Je hebt alles gezegd wat er gezegd moest worden, Jem. Je woorden waren prachtig. Je inzichten werkelijk verbluffend en … je hebt me eens … heel lang geleden gezegd dat je vond dat ik dingen zo mooi kon zeggen. Weet je nog?"

"Ja. Dat was op die eerste avond dat we bij elkaar waren."

"Ja. Maar ik kan dat nu alleen maar herhalen naar jou toe. Zo-even op de veranda in bijzijn van je moeder heb je zoveel mooie dingen gezegd en … ik was echt totaal verbaasd. Zoveel had ik je nog nooit achter elkaar horen praten."

"Vond je me stom?"

"Nee! Absoluut niet! Dat moet je veel vaker doen, jongen! Veel vaker! Je hebt inzicht. Je weet dingen. Niet dat je alles al kunt toepassen, maar dat hoeft ook nog niet. Je moeder had helemaal gelijk. Jij, en ook ik, we kunnen nog niet alles. Met onze eenentwintig jaren hebben we de wijsheid nog niet in pacht. We komen nog maar net kijken. Maar … met dat inzicht dat je tentoonspreidde kunnen we wel verder."

Jem luisterde aandachtig naar Henri. Naar zijn vriend met wie hij zo vreselijk blij was. Hij besefte dat het halen van de top van de heuvel niet meer mogelijk zou zijn. Ze moesten het hier dan maar afronden. Hij pakte een hand van Henri beet en trok hem mee in een zittende positie zomaar op het sneeuw langs het pad. Hij verbaasde zich dat Henri niet protesteerde want Henri was nogal netjes op zijn kleren. Eerst dat uitpraten waar zijn moeder op had gedoeld en dan de rest. "Wie van ons tweeën begint."

"Jij mag wel beginnen."

Jem aarzelde. Hij vond het moeilijk. Was nog steeds bang dat Jem boos op hem zou worden omdat hij iets gedaan had waarvan hij aan hem had beloofd dat hij het niet zou doen. In april was Henri ziek geworden. Op vrijdagavond had hij nog contact met hem gehad … en … het hele scenario ontvouwde zich weer in zijn hoofd. Hij was helemaal van de wereld. Helemaal weer in het verleden.

Henri merkte het en besloot die gedachten te onderbreken. "Ik begin wel en dan is het waarschijnlijk ook niet meer nodig dat jij nog iets vertelt. Wel zo handig." Niet op een antwoord wachtend ging hij meteen verder. "In april werd ik ziek. Vrijdag had ik 's avonds nog gesproken met jou via de telefoon. Toen was ik al flink beroerd maar 's nachts werd ik doodziek. Meteen hoge koorts. Daarna weet ik heel veel niet meer. Het eerste dat ik me daarna kan herinneren is dat je moeder naast het bed zat waarin ik lag en dat stond bij jou thuis in de woonkamer."

Jem knikte. Als hij ziek was geweest was er overdag ook altijd een bed voor hem beneden geweest.

"Jullie waren ongerust geworden die zaterdagochtend toen ik niet reageerde op jouw telefoontjes. Er kwam geen enkel bericht van mij en dat was niet zoals gewoonlijk. En dus ontstond er enorme onrust."

"Ook omdat jij al aangegeven had vrijdag dat je je niet helemaal lekker voelde."

"Ja. Jij, je moeder en Cor gingen naar mijn huis, belden aan en kregen mijn ouders aan de deur. Jullie vroegen naar mij … het verdere verhaal ken je wel. Mijn ouders wilden jullie niet binnenlaten. Jij en Cor gingen toch naar binnen en troffen mij doodziek aan. Ze hadden totaal niet naar me om gekeken. Me daar doodziek laten liggen. Je moeder twijfelde er hevig aan of ze me niet rechtstreeks naar het ziekenhuis moest brengen omdat ik zowat uitgedroogd was. Maar … ze nam me mee naar mijn veilige plek. Jouw thuis."

"Ja." Jem voelde alle emoties van dat moment, waarvan woede de allergrootste was geweest, weer terugkeren.

"Ik weet, schat, dat jij daarna naar mijn ouders bent gegaan. Helemaal in je eentje. En ik weet dat je hen erop gewezen hebt dat ze waardeloze ouders wa… "

"Ik heb het heel diplomatiek gedaan, Henri, dat moet je geloven!"

"Ja. Ik weet toch hoe je bent!"

"Maar zij … zij … "

"Je ervoer op dat moment hoe ze in het echt waren. Ze reageerden totaal niet waarschijnlijk."

"Als standbeelden. Zo stonden ze daar. Geen enkele reactie. Het enige dat ik te horen kreeg was dat ik hun huis onmiddellijk moest verlaten."

"Waarom heb je het mij nooit verteld, schat?"

"Omdat ik bang was dat je kwaad op me zou zijn. Als we het over je ouders hadden dan was jouw standaardreactie altijd dat jij het zou oplossen, dat het jouw ouders waren en dat ik me er niet mee moest bemoeien. Nou ja … dat laatste zei je nog net niet maar zo voelde het wel voor mij."

"Sorry. Ik had er een ons-probleem van moeten maken. Maar … waarom … als je dat wist … waarom ben je toen toch gegaan?"

Nadenken hoefde Jem niet. "Omdat ze jou totaal vergeten waren, Henri! Zoiets kan niet! Zoiets mag niet! Terwijl ze hadden kunnen weten, zo heb je later zelf gezegd, dat jij thuis was. Je jas hing in de garderobekast in de hal. Ze hadden het kunnen weten en toch … toch lieten ze je gewoon liggen. Toen ik je zag liggen in je bed was ik echt vreselijk bang dat je dood was! Als Cor mij niet tegen had gehouden was ik je vader aangevlogen. Hij was ons gevolgd naar je kamer en … ik had hem verrot geslagen. Mijn moeder heeft me twee klappen in m'n gezicht moeten geven en toen … toen werd ik pas weer rustig. Een ferme preek van haar kant zorgde ervoor dat ik weer wist wat we moesten doen. En dat was jou daar weghalen."

"Ze wisten dat ik ziek was. Vrijdags had ik jou al verteld dat ik me niet goed voelde en die avond at ik thuis met mijn ouders en kreeg ik ook amper iets naar binnen omdat ik me ziek voelde en maar bleef snotteren aan tafel. Dus … "

"Ze brachten jouw leven in gevaar door je gewoon aan je lot over te laten terwijl je doodziek was! En ik hoopte dat ik tot hen zou kunnen doordringen maar … dat deed het niet."

"Dank je. Jullie ingrijpen toen heeft heel veel ellende voorkomen. Daar ben ik zeker van."

Maar voor Jem was de kous nog niet af. Zijn bezoek aan de ouders van Henri was een solo-actie geweest. Hij had er niemand iets van gezegd maar later wel zijn moeder in vertrouwen genomen omdat hij gewoon zijn onmacht om tot Henri's ouders door te dringen kwijt moest. Maar … hij snapte nog steeds niet waarom Henri het hem niet had verteld want … hij had er dus wel van geweten. "Hoe ben jij erachter gekomen dat ik bij jouw ouders ben geweest?"

"Toen ik weer thuiskwam was dat het eerste dat ik te horen kreeg. Mijn vader stormde mijn kamer binnen. Er werd me niet gevraagd hoe het met me was. Hij trok meteen fel van leer. Hoe ik het in mijn hoofd had gehaald om … " Henri onderbrak zijn praten. "Ik ga zijn woorden niet herhalen."

"Maar je wist het! En waarom heb je het mij dan nooit gezegd dat je het wist?"

"Omdat ik jou ken, lieve Jem."

"Ja, dat doe je maar ik snap het nu nog niet."

"Een week later ben ik uit huis gegaan. Brak ik definitief met ze. De hele week nam ik om me erop voor te bereiden. Er moesten dingen geregeld worden. Ik moest dingen inpakken bijvoorbeeld want als ik hen eenmaal gezegd zou hebben dat ik wegging, dan wilde ik ook geen minuut langer bij hen in huis zijn."

"Oké. Duidelijk."

"Het voelde voor mij die week als lopen op de rand van een vulkaan die op uitbarsten stond. De sfeer was grimmiger dan ooit. De harde woorden van mijn vader over jou deden me pijn. En ik voelde gewoon dat er nog meer aan zat te komen. Die zaterdagmiddag werd ik bij mijn vader geroepen. Via de intercom."

"De lul!"

Henri moet lachen. "Ja. De lul! Ik ging naar hem toe en zag dat mijn moeder er ook was. Hij was duidelijk. Hij eiste van mij dat ik met jou zou breken."

"Wat?"

"Ja. Ik moest met jou breken van hem. Van hen. En ja … dat wilde ik dus niet. En … dat maakte de breuk definitief."

"En je hebt dat nooit tegen mij gezegd!"

"Ik wist gewoon dat als ik dat aan jou zou vertellen … dat jij dan … euh … shit shit shit … "

"Kom op! Knal het er uit!" riep Jem hard en ten einde raad.

Henri pakte de, vanwege de kou, gehandschoende handen van Jem beet. "Jij zou jezelf de schuld gaan geven van de breuk tussen mij en mijn ouders. Niet dan?"

"Nou ja … " klonk het weifelachtig.

"Wees eerlijk tegen me, Jem! Alsjeblieft!"

"Ik had het natuurlijk ook verkloot. Als ik niet naar jouw ouders toegegaan zou zijn dan … dan hadden ze … ach verdomme, weet ik ook veel. Het is gewoon mijn schuld begrijp ik nu maar al te goed." Moedeloos liet Jem zijn hoofd hangen

"Nee! Nee! Nee! Nooit, Jem! Kijk me aan!" Henri wachtte tot zijn vriend hem in de ogen keek. Het was een immens droevige blik die hij opmerkte bij Jem. "Het was jouw schuld niet. De breuk is alleen maar definitief geworden omdat ik voor jou heb gekozen. En bovendien … jij weet net zo goed als ik dat die breuk er gewoon aan zat te komen. De afgelopen vijf jaar heb ik meer tijd met jouw familie doorgebracht dan met die van mezelf. Op het moment dat mijn vader zijn voorwaarden formuleerde hoefde ik totaal niet na te denken. Hij kreeg het antwoord meteen."

Jem begon te gniffelen. "Wat heb je hem gezegd?"

"Het is beter om dat niet te herhalen," vond Henri.

"Vertel het me."

"Mijn woorden waren: 'rot toch op, lul'.

Jem had graag in schaterlachen willen uitbarsten op dat moment maar hij deed het niet. De woorden van Henri waren zo vreselijk terecht maar hij wist dat lachen nu niet de beste reactie was en daarom hield hij zich in en luisterde verder naar Henri.

"En nadat ik dat gezegd had, heb ik een taxi gebeld. Toen die kwam werden mijn eigen bezittingen, alleen dat wat ik met mijn eigen geld had gekocht, ingeladen en liet ik me naar jouw thuis … "

"Ook jouw thuis."

"Ja. Het was ook toen al mijn thuis. En … later maakte ik je moeder er deelgenoot van omdat … nou ja … je kent dat gevoel zelf ook wel … soms moet je gewoon iets kwijt. Moet je het met iemand delen."

"Ja. En mijn moeder is een prachtmens."

"Ja. Dat is ze maar … nou zit ik nog met één ding. Waarom wilde ze nou per se dat wij dit vandaag nog met elkaar zouden uitpraten?"

"Dat komt omdat ik haar ook nog iets anders in vertrouwen heb verteld."

"Oh. Je hebt nog meer skeletten in de kast?"

"Gatver! Wie bewaart er nou skeletten in z'n kast!"

Henri schoot in de lach en deed een uithaal naar Jem maar miste omdat zijn vriend de slag zag aankomen en deze handig ontweek.

"Mooi mis, mannetje! Maar … maar nu even weer serieus. Weet je nog toen ik voor het eerst zei dat ik ook verliefd was op jou?" Jem zag Henri langzaam knikken. "Het had heel lang geduurd. Ik had je gewaarschuwd dat het lang kon duren toen je mij vertelde, die eerste oudjaarsnacht, dat ik de heel leuke persoon was die jij had ontmoet en waarover je mij in de kerstnacht vertelde."

"Het was al nieuwjaar. Het was na middernacht en ik zei het toen al omdat jij mij had gewaarschuwd dat ik niet al te lang moest wachten."

"Ja. Mijn eigen schuld dus. Maar ik … toen je het had over die leuke persoon die je ontmoet had toen … toen had ik nooit gedacht dat je het over mij had. Ik wist van dat soort dingen nog helemaal niets en toen je het mij vertelde was ik ook helemaal … nou ja … hoe zeg je zoiets … "

"Van je stuk gebracht? Is dat het?"

"Ja, zoiets. En toen heb ik opnieuw gezegd dat ik op dat gebied onnozel was. Dat ik niet wist of ik ook verliefd op jou was."

"En ik heb je gezegd dat je alle tijd moest nemen die je nodig had om dat uit te vinden."

"Ja en dat was heel lief van je. En … het duurde tot 4 augustus 2007 voor ik eindelijk wist dat ik ook op jou verliefd was."

"Een heel mooie dag. De allermooiste dag van mijn hele leven."

"Tot nu toe, mag ik hopen want ik wil nog heel veel mooie dingen met jou beleven, lieve Henri." Jem ging staan.

Henri stak zijn hand uit om omhoog geholpen te worden maar merkte al snel dat dat niet Jems bedoeling was. Hij kwam zelf overeind en klopte de sneeuw van zijn broek af.

"Lieve Henri, i… "

"Speechen? Ga jij speechen? Hier in het bos dat steeds donkerder aan het worden is en terwijl het hartstikke koud is?"

"Kop dicht, man! Ben ik eindelijk eens serieu… "

"Jij serieus!"

"Lieve Henri," begon Jem opnieuw, "ik wil je bedanken dat je altijd bij me bent gebleven. Dat jij als eerste verliefd was op mij en dat je mij de tijd gaf om voor mezelf te bepalen hoe het was, hoe het moest voelen om verliefd te zijn. Op jou."

"Die zomervakantie in Frankrijk deed het hem. We liepen alle dagen in zwembroek rond en je vond het maar wat lekker om de hele dag naar mijn kruis te kijken."

"Wees nou eens serieus!"

Henri begon te grinniken.

"Rotzak! Oké, geen speech meer. Aan jou maak ik geen woord meer vuil." Jem haalde het rugzakje van zijn rug, zette dat op de grond neer, haalde er een kleine, witte doos – zo een die je krijgt bij de bakker – uit en reikte die Henri aan.

"Voor mij?"

Jem hield zijn woord gestand en zijn mond dicht.

Henri pakte de doos aan. "Moet ik hem openen?" Geen reactie. Dan maar openen die doos, dacht hij. Toen hij de klep omhoog geslagen had, zag hij op de bodem van de doos twee kerstkransen met noten liggen. Beiden hadden ze een rood lint. "Oh. Je hebt eten meegenomen voor het geval we honger kregen?" De enig merkbare reactie bij Jem was het schudden van zijn hoofd. "Wat moeten we dan hiermee doen?"

Jem trok zijn handschoenen uit, deed een greep in de doos, haalde er één kerstkrans uit, pakte de rechterhand van Henri en schoof, nadat hij Henri's handschoen uitgetrokken en op de grond gegooid had, de krans over zijn ringvinger.

"Je bent gek! Je bent knettergek!

"Ja. Familietrekje," liet Jem eindelijk weer iets van zich horen. "Maar … waarom ben ik eigenlijk gek?"

"Heb je dit zelf bedacht?"

"Ja. Maar niet helemaal alleen uitgewerkt. Je denkt toch niet dat ik dat lint er zo mooi omheen gekregen zou hebben!"

"Maar wat moet ik nou?"

"Je bent zo geleerd maar soms zo stom, hè! Nu moet jij die andere pak… "

"Oké, oké, ik snap het."

"Nadat ik het je eerst heb moeten uitleggen. Lekker, hoor! De hele romantiek naar z'n mallemoer!"

Henri liet zich door de schertsende woorden van Jem niet van de wijs brengen en schoof de tweede kerstkrans onhandig, want zijn handen trilden enorm van de kou en van de emotie die door zijn lijf gierde, aan Jems ringvinger. Zijn lip trilde toen hij zijn vriend in de ogen keek en de tranen begonnen te lopen. "Ik … ik … "

Jem sloeg zijn armen om Henri heen en trok hem stevig tegen zich aan. Zo stevig dat de kerstkrans om zijn vinger brak maar hij merkte dat op dat moment niet eens op. "Ik weet dat je van me houdt. En ik houd van jou. En dat is heerlijk om te mogen beleven."

"Ja," klonk het door het gesnotter heen. "Hè, man! Al dat gejank vandaag."

"Is goed voor je traanklieren. En nu … nu moeten ... oh nee …wacht nog even." Opnieuw dook Jem met een hand in het rugzakje. En opnieuw kwam er een doosje tevoorschijn."

"Jem!" Henri was niet gek. Dit doosje herkende hij wel. "Je hebt toch gee… "

"Maak maar open."

"Maar waarom?"

"Die kerstkrans van mij is nu al gebroken. Ik wist van tevoren dat ze geen eeuwigheidswaarde zouden hebben maar deze hebben dat wel. Met deze ringen die we nu aan elkaars vinger gaan schuiven wil ik je vragen of je met me wilt trouwen." Jem ging heel plechtstatig op één knie voor Henri zitten en zei: "Lieve Henri, wil je met me trouwen? We hoeven nog geen datum af te spreken of zo maar ik wil gewoon heel erg graag eens met je trouwen. En met deze ring wil ik daartoe graag de volgende stap zetten."

"Ja. Ik wil." klonk het even plechtig.

Jem schoof, nadat hij weer in de benen gekomen was, de dunne gouden ring met daarin de datum van die dag en zijn naam gegraveerd – hij wist precies welke van de twee hij moest hebben – aan de vinger van Henri en deze deed dat met de andere ring bij hem.

"Mooi, man! Prachtig gewoon! Zelf uitgekozen?" vroeg Henri terwijl hij de ring bewonderde.

"Natuurlijk heb ik m'n moeder meegenomen. Ik … ik heb daar niet zoveel verstand van. Maar zij wist me met zekerheid te vertellen dat jij deze heel erg mooi zou vinden. Had ze gelijk?"

"Ja. Ik vind ze prachtig. Echt … hè shit! Nou ga ik alweer janken."

Jem sloeg opnieuw zijn armen om Henri heen en zo bleven ze een hele tijd staan. Stilletjes bij elkaar. Tranen kwamen en verstilden. Het duurde heel lang voordat er eindelijk iemand sprak. En het was natuurlijk Jem die opende. "Ik had liever gehad dat het nu hoog zomer was. "

"Waarom?"

"Dan zouden we hier en nu heerlijke seks met elkaar kunnen hebben."

"Ja, en dat zit er nou echt niet in. Die van mij is vanwege de kou verrekte klein en wat je ook zou doen, je zou het formaat echt niet kunnen veranderen, zo heb ik het idee."

Jem keek op zijn horloge. "Het is vier uur geweest."

"En?"

"Als we opschieten kunnen we nog voor het eten iets doen."

"Seks?"

"Ja, natuurlijk, man! Dit moeten we vieren. Kom! Schiet op!"

En opnieuw zag Henri hoe Jem wegstoof. Het was zo goed als helemaal donker in het bos en hoewel hij wist dat Jem hier goed de weg kende, vond hij het toch wel link om met zo'n snelheid als Jem voor hem ontwikkelde de heuvel af te rennen. Het pad was smal, zat vol bochten, vol kuilen, er lag sneeuw en de bovenlaag daarvan was inmiddels weer bevroren wat het pad glad maakte. "Jem! Doe nou voorzichtig!"

"Opschieten! Anders wordt het een vlugge… Ho ho ho!"

En toen hoorde Henri het gekraak van takken en struiken dat gevolgd werd door een doffe klap. "Jem! Jem! Wat is er gebeurd?" Zo snel hij kon en durfde, haastte hij zich voort in de richting waarvan het geluid was gekomen een heel eind verder op het pad voor hem. De stilte die was ingetreden na de klap werd ineens verbroken door een schaterend lachen. Henri zag dat de bocht naar rechts ging en dat als Jem iets overkomen zou zijn hij hier waarschijnlijk uit de bocht gevlogen was. En ja … de tekenen waren duidelijk: platgewalst sneeuw en geplette struiken. Bovendien was het schaterlachen van Jem nu heel erg duidelijk te horen. Henri volgde het pad dat zijn glijdende vriend had gemaakt door de struiken en zag hem even verderop languit in de sneeuw liggen. "En dan ga je lachen?" vroeg hij verbaasd.

"Ja … natuurlijk … " klonk het tussen het lachen door.

"Jij bent ook knettergek, hè! Je had wel te pletter kunnen vallen, man!"

"Ach, kom. Volgens mij is alles prima in orde. Ik heb alleen pijn in mijn buik."

"Oh, man! Laat me kijken!" Henri was vreselijk ongerust. Hij ging naast Jem ziten en trok hem uit de hoop sneeuw. "Waar doet het zeer?" wilde hij weten toen hij Jem overeind had gehesen.

"Het doet alleen zeer als ik lach," kwam het er opnieuw lachend uit.

"Doe dat dan ook niet, sufferd! Je bent kletsnat van de sneeuw!"

"Ja. Ik voel het. Begin het koud te krijgen ook."

"Kom op, laten we verder gaan." Henri pakte Jem bij zijn hand beet, liep met hem het pad weer op en verder naar beneden. Hij was was niet van plan hem weer los te laten voordat ze thuis zouden zijn. Je moest hem ook altijd in de gaten houden! Maar het had één voordeel. "Weet je, Jem?"

"Ik weet niets. Alleen maar dat ik het koud heb."

"Jouw valpartij heeft een groot voordeel voor mij."

"Wat zeur je nou!"

"Zodra we thuis zijn en je moeder je ziet, stuurt ze je meteen onder de douche en dan ga ik met je mee en krijg ik de beloofde seks in mijn meest favoriete standje."

"Wie van ons beiden is nou knettergek?"

"Euh … jij toch?"

"Jij natuurlijk! Ik breek zowat mijn nek en jij denkt aan seks!"

"Ja. Ik probeer van iets dat niet zo goed uitpakte iets leuks te maken," zei Henri zich iets omdraaiend naar Jem terwijl hij een brede glimlach op zijn gezicht toverde in de hoop dat die te zien zou zijn.

"En ik ben daarbij het lijdende voorwerp. Ik die al zowat mijn nek bra… "

Henri bleef plotsklaps stil staan en trok de verraste Jem in zijn armen. Hij kuste hem op zijn mond en tongde hem vurig.

"Je hebt echt zin in me, hè?" verzuchtte Jem toen de zoen verbroken was.

"Ja! Jij tegen de muur en je mooie bolle billen uitdagend in mijn richting … mmmm daar geniet ik nu al van."

"Merk ik nog niet veel van trouwens. Dat door de kou bevangen, kleine pick-upnaaldje van jou moet nog wel wat groeien wil ook ik er wat plezier aan beleven."

Soms wist Henri dat praten met Jem onmogelijk was. En dit was zo'n moment. De laatste plagende opmerking van zijn maat kon hij echter niet over zijn kant laten gaan en daarom liet hij zijn rechterhand met een harde klap op Jems achterwerk neerkomen.

"Auw!"

En zo had Jem, zoals zo vaak, toch weer het laatste woord.

EINDE



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk





©Lucky Eye, december 2015
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
 

Plaats een reactie

Terug naar Lucky's Corner

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast


cron