Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Lucky's Corner
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

VAKANTIE 2002


Verhalen vanLucky Eye

Plaats een reactie

Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » woensdag 10 juni 2015 18:47

©Lucky Eye, januari 2015 (gereviseerde versie)
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Reacties zijn welkom op de site maar ook op mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk


Hoofdstuk 11


Op mijn knieën zat ik op de koude tegeltjes en hoorde de deur van het huisje van de familie Walters dichtslaan en daarna opnieuw de bulderende stem van Jan. Ik sloeg de handen voor
mijn oren en begon te huilen. Grote tranen biggelden over mijn wangen en drupten op de grond. Na een tijdje verslagen op de grond gezeten te hebben, veegde ik de tranen weg, stond op en liep naar het aanrecht toe. Ik mikte al het brood in de afvalbak en spoelde koffie en thee door de gootsteen. Daarna rende ik naar boven en begon mijn spullen in te pakken. Ik wilde geen moment langer hier blijven.

Een kwartier later had ik alles ingepakt en waren de afvalbakken in het huisje leeg. Ik pakte mijn auto in en belde daarna bij de beheerders aan om hen te vertellen dat ik wegging. Ze vroegen me of er iets mis was, waarschijnlijk hadden zij het geraas wel gehoord, maar ik zei dat ik gewoon naar huis wilde. Ik rekende af en liep daarna naar mijn auto. Ineens herinnerde ik me Kens fiets. Die moest vandaag teruggebracht worden. Ik pakte een blaadje en een pen uit de auto en schreef een kort briefje: ‘Vandaag moet de fiets teruggebracht worden!’ en schoof het onder de deur bij Walters. Daarna stapte ik in en reed weg netjes uitgezwaaid door het beheerdersechtpaar. Ik reed geheel automatisch en zag alleen maar de weg en het andere verkeer voor me. Het was niet druk en nergens hoefde ik echt te stoppen. Naarmate ik verder naar het noorden kwam des te slechter werd het weer. Tweeëneenhalf uur later was ik thuis. Ik reed de auto de parkeergarage in en nadat ik mijn fietsen in het schuurtje gezet had ging ik met mijn tassen in de hand met de lift naar de hal. Daar zat Bart achter de balie en begroette mij.

“Hé? Nu alweer terug! Ik heb staan dat je zaterdag pas thuiskomt!”

“Soms veranderen plannen wel eens dus ik ben er nu al.”

“Moet ik je nog helpen met sjouwen?”

“Nee, zoveel spullen heb ik niet bij me maar bedankt.” Met de lift die vanuit de hal gaat, ging ik naar mijn appartement. Het voelde goed om thuis te zijn. Ik stapte onder de douche, zocht daarna in het medicijnkastje naar wat slaapmiddeltjes en dook met een paar pilletjes het bed in. Lang wakker lag ik niet meer en dat wilde ik ook niet. Dan zou ik alleen maar gaan denken.

Toen ik wakker werd was het pikdonker buiten. De regen kletterde tegen de ruiten en toen ik de gordijnen een eindje openschoof zag ik dat het werkelijk hondenweer was. Met bakken tegelijk viel het water uit de lucht en de straat lag vol grote plassen. Ik had enorme honger en maakte in de keuken wat te eten klaar. Geen wonder ook natuurlijk. Ik had de hele dag nog niets gehad. Met wat boterhammen en een glas melk ging ik op de bank zitten. Toen ik alles naar binnengewerkt had, begon het denken toch. Het was niet langer uit te stellen. En met het denken kwamen de tranen ook weer. Waarom was het misgelopen? Waarom had Ken niet eerlijk de waarheid kunnen zeggen? Maar het meest rotte vond ik nog wel dat ik een geliefde verloren had. Eindelijk had ik kunnen zeggen dat ik van iemand hield en toen… toen ineens viel het me allemaal uit de handen. Waarom? Waarom had het niet gewoon, romantisch af kunnen lopen? Ik in de armen van Ken? Ik had mijn gevoel terug willen hebben en dat was gelukt maar deze gevoelens had ik liever niet willen hebben! Ik stapte mijn bed weer in en met nog een paar tabletjes sliep ik zo weer in.

Vanaf nu zal ik het verhaal verder vertellen zonder op de exacte data te letten. Als ik alle dagen de revue zou moeten laten passeren, zou het een vreselijk vervelend verhaal gaan worden want zoveel bijzonders gebeurde er eigenlijk niet. Die vrijdag deed ik het huishouden en haalde ik de nodige boodschappen in huis. In het weekend ging ik op zaterdagavond langs bij Vincent en Casper en het was een moeilijke avond voor me omdat ik natuurlijk alles over Ken moest vertellen en dus ook …

De week daarop had ik nog vrij en deed ik mijn uiterste best om elke dag lang uit te slapen maar zo ben ik nou eenmaal niet, dus het lukte van geen kant. Wel lukte het me om nog drie boeken van die grote stapel van mij uit te lezen. Heerlijk luierend bracht ik de dagen door. Op vrijdag ging ik naar het ziekenhuis om te kijken welke diensten ik de eerste week zou moeten gaan draaien. Nachtdienst dus! Zaterdag en zondag nog rustig aangedaan overdag en toen zondag om 23.00 uur begonnen met het werk. Om 7.00 uur de volgende dag volgde de aflossing. Naar huis en dan slapen. Wel ongewoon die nachtdiensten maar zeker niet minder plezierig. Ik kan er aardig tegen om het ritme eventjes helemaal om te gooien.
Toen ik op woensdag zo tegen twee uur ’s middags uit mijn bed kwam, zag ik op mijn nummermelder dat iemand met een voor mij onbekend nummer wel drie keer geprobeerd had mij te bellen. 023-xxxxxxx. Ik pijnigde mijn hoofd maar kwam er maar niet op. Totdat ik een helder idee kreeg. Ik pakte het telefoonboek en zocht het netnummer van Heemstede op. Ja hoor! Inderdaad! Ik werd helemaal vrolijk en blij van binnen. Ken had geprobeerd mij te bellen. In jubelstemming ging ik naar de keuken en begon wat eten klaar te maken. Ineens ging de telefoon en ik rende snel naar het apparaat toe. Inderdaad, hetzelfde nummer weer.

“Met Rogier,” sprak ik, trillend van opwinding, in de hoorn.

“Met Jan Walters, sorry dat ik je stoor …” Verdomme! Jan Walters!!! Dat was wel de laatste die ik wilde spreken en meteen legde ik de hoorn op het toestel. Verdomme! Niet Ken dus maar zijn vader. Woest smeerde ik mijn boterhammen en vervloekte de durf van die man dat hij had durven bellen. Waar haalde hij de euvele moed vandaan om na wat hij me aangedaan had contact met mij te zoeken! Hoe haalde hij het in zijn kop! Toen ik met mijn maaltijd op de bank zat, ging de telefoon opnieuw over. Weer 023! Barst maar, zei ik in mezelf en liet het ding rinkelen zolang het wilde. Gedurende het eten probeerde Jan het nog drie keer maar ik was niet van plan om op te nemen. Ik pakte de stofzuiger en begon de kamer te zuigen. Druk bezig zijn was wellicht de allerbeste manier om maar niet te hoeven denken. Ik weet niet meer precies hoe vaak Jan probeerde te bellen maar hij hield lang aan. Toen ik om zeven uur net mijn warme prak ophad, belde hij opnieuw. Dit keer wilde ik hem niet langer negeren. Ik zou hem zeggen waar het op stond!

“Met Rogier!” Het was er enorm bits en hard uitgekomen en ik schrok van mijn eigen stem.

“Met Jan Walters. Het spijt me dat ik zo blijf aandringen maar ik moet gewoon met je praten.”

“Hebben wij elkaar nog iets te zeggen dan? Heb je nog meer scheldwoorden gevonden om mij je minachting te laten blijken over de manier waarop ik leef? Heb je nog niet …”

“Alsjeblieft, Rogier, ik kan me voorstellen dat je vreselijk kwaad op me bent en je hebt helemaal gelijk. Ik heb spijt van alle dingen die ik tegen je gezegd heb maar vind het niet netjes om mijn excuses te maken via de telefoon. Zo kun jij niet zien of ik wel oprecht ben. Graag zou ik je willen zien en dan zal ik je mijn excuses maken. Alsjeblieft.”

“Als dat het enige is waarvoor je belt, zie ik niet in waarom ik je zou moeten ontmoeten.”

“Nee, er is meer. Ik wil met je praten over Ken.”

“Ken? Wat is er met hem?” Zijn naam was als een rode lap en de zorg die uit zijn vaders stem af te leiden was, maakte me ongerust. Over gevoelens gesproken. Ze waren er allemaal weer.

“Hij is zo, zo anders ineens. Zo vreselijk teruggetrokken in zichzelf dat Marja en ik er gewoon bang van worden. Alsjeblieft, laten we samen praten. Je mag hier naar toe komen, we kunnen elkaar ergens halverwege ontmoeten en ik wil ook wel naar Zwolle komen als jij dat wilt als ik maar met je kan praten.”

Mijn boosheid was grotendeels verdwenen door de ongerustheid die we nu deelden over Ken. Natuurlijk had Jan mij onrecht aangedaan door mij zo te minachten als hij gedaan had maar anderzijds zag ik in dat ik dingen wellicht ook anders had kunnen doen. Misschien had ik voorzichtiger moeten zijn in de omgang met Ken. Had ik hem ervan moeten overtuigen dat hij eerst moest gaan praten met zijn ouders voor hij iets met mij begon… Hem halverwege ontmoeten was wellicht een mooi symbolisch gebaar. Al met al was ik lang in gedachten verzonken voordat Jan opnieuw mijn aandacht trok.

“Hallo Rogier? Ben je er nog?”

“Ja, ik ben er nog. Ik was even aan het denken. Het lijkt met goed om elkaar halverwege te ontmoeten. Amersfoort goed wat jou betreft? En wanneer wil je afspreken?”

“Amersfoort is prima en wat mij betreft morgen meteen maar dan moet ik wel even opzoeken hoe laat ik je daar dan zie.”

“Blijf maar even hangen, zoek ik het meteen op op de computer.” Ik legde de hoorn op het blad van mijn bureau neer en zette me achter mijn pc. De reisplanner verschafte keurig alle reisinformatie en vanaf het scherm gaf ik Jan aan welke trein hij het beste vanuit Haarlem kon nemen. “Ik ben er zo’n tien minuten eerder dan jij en zal je opwachten op het perron. Heb je een gsm?” Hij had er eentje. “Als je mij je nummer geeft dan geef ik jou die van mij en mocht er dan toch iets misgaan dan kunnen we elkaar tenminste bereiken.” En zo wisselden we onze nummers uit.

“Rogier, bedankt dat je met me wilt praten.”

“Graag gedaan.” Nadat ik neergelegd had, overviel me ineens de angst dat ik wellicht in iets betrokken raakte dat ik helemaal niet wilde. Maar … had ik die angst ook niet gehad die eerste dag met dat tafeltennis? En had dat niet goed uitgepakt? Nou ja … eigenlijk niet helemaal dus maar … ik had A gezegd en zou nu ook B moeten zeggen. Maar het grootste gevoel was nog steeds de bezorgdheid om Ken. Hoezo was hij veranderd? Wat was er met hem aan de hand? Ik nam de telefoon opnieuw ter hand en belde een collega op met de vraag of die een nachtdienst van mij wilde overnemen. Het was geen probleem. Zo hoefde ik me morgen in elk geval niet te haasten.

Woensdag op donderdag draaide ik nog mijn dienst en toen ik donderdagochtend tegen achten in mijn bed kroop, deed ik geen oog dicht. De ongerustheid vanwege Ken was alleen maar toegenomen en ik vreesde het ergste. Als hij maar niet iets stoms zou doen? Zelf de pilletjes die ik nam, brachten me niet de gewenste slaap. Met sterke koffie hield ik me op de been totdat ik op de trein kon stappen. De trein vertrok stipt op tijd en was ietsjes te laat in Amersfoort. Het wachten op Jan zou dus wat korter duren. Vanuit Amsterdam kwam de trein precies op tijd aan. Ik zag Jan al van verre en hij stak zijn hand naar me op. Toen hij bij me was drukte hij me stevig de hand, trok me naar zich toe en sloeg zijn armen om me heen. Meteen maakte hij zijn excuses en ik zag dat zijn ogen nat werden.

“Het spijt me zo vreselijk wat ik allemaal gezegd heb. Ik weet het, ik ben een vreselijke boer en meen altijd gelijk te hebben maar zoals op die dag ben ik nog nooit tegen iemand tekeer gegaan. Ik had beter moeten weten. Ik had …”

“Ja, het is goed zo. Ik aanvaard je excuses. We moeten nu verder zien te komen, denk ik. Lijkt je dat niet goed?”

“Ja … maar … ik wil wel dat je weet dat ik oprecht spijt heb van alles wat ik gezegd heb. En wat nog veel belangrijker is, denk ik, het is absoluut niet jouw schuld dat Ken op jongens valt. Het heeft altijd al in hem gezeten, denk ik. Hij is gewoon zo.”

“Ja, dat weet ik en echt het is goed zo.” Eindelijk liet hij me los. “Koffiedrinken ergens of thee?” En zo liepen we naar het centrum van Amersfoort omdat de stationsrestauratie er nou niet echt gezellig uitzag. In een restaurant bestelden we beiden thee. “Vertel,” zei ik hem, “wat is er met Ken aan de hand.”

“Vanaf dat vreselijke moment is hij niet meer dezelfde die hij was, die hij aan het worden was. Ken is altijd een stille jongen geweest en heeft zich altijd geschikt naar de dingen die hem verteld werden. Nooit problemen gemaakt, als je begrijpt wat ik bedoel.” Ik begreep het want ditzelfde had ik van Ken ook al gehoord. “In de vakantie begon hij gelukkig door onze afspraak wat anders te worden. Totdat ik de boel verknalde. Toen ik hem zo bij jou zag staan … toen leek het of mijn hele wereld in elkaar stortte. Mijn zoon een homo? Ik wilde het niet zien! Niet zo! Het kon niet! Het mocht niet! Ik ben in de val getrapt om voor mijn kind een wereld te creëren zonder erbij na te denken dat het zijn wereld niet zou hoeven te zijn. Ik zag hem zoals ik graag wou: studeren, vriendin, trouwen, kinderen en gelukkig. En dat was mijn wereld voor hem en die stortte die ochtend ineen toen ik hem met zijn armen om jou heen geslagen zag staan. Nooit heb ik echt rekening met zijn gevoelens gehouden noch met de jouwe maar alleen met die van me zelf. Onvergefelijk gewoon!”

“Kom, Jan! We moeten verder zien te komen dan dit nulpunt waarop we nu zitten. Te zijner tijd zal Ken je die dingen kunnen vergeven net als ik gedaan heb.”

“Ja, maar zover is hij nog niet. Lang niet! Toen we thuis waren in ons huisje ben ik opnieuw vreselijk tegen hem tekeer gegaan.” Ik had het gehoord. “En toen is hij naar boven gerend en vanaf dat moment kregen we geen woord meer van hem. Zelfs niet als we hem iets vroegen. Ik hoopte dat het over zou gaan als we eenmaal maar thuis waren maar het veranderde helemaal niets. We zien hem alleen maar bij de maaltijden en dan nog omdat ik dat geëist heb. Alleen dan is hij bij ons. Verder zit hij de hele dag op zijn kamer. En we zijn zo vreselijk bang geworden Marja en ik … bang dat hij zich iets aan zal doen, bang dat hij op een gegeven moment ineens zal zijn verdwenen uit ons leven en dat maakt ons leven tot een hel! Hij is het enige dat we hebben, Rogier!”

Gelukkig had Ken tot nu toe nog geen stomme dingen gedaan dus en ik begreep dat we alles in het werk zouden moeten stellen om te voorkomen dat hij dat zou doen maar tegelijkertijd voelde ik ook dat hij zo’n stap nooit zou nemen. Nee, daarvoor had hij die vakantiedagen met mij teveel genoten van het leven. “Jan, ik denk niet dat hij zichzelf iets zal aandoen. Ik ken hem nog maar kort maar hij zal het niet doen. Ik ben daarvan overtuigd gewoon. Hij heeft zo van de dagen die we samen doorbrachten genoten dat hij van het leven is gaan houden.”

“Ik hoop het want anders vergeef ik het mezelf nooit!”

Even waren we stil en keken we elkaar aan. Ineens wist ik waar de clou van deze onmogelijk relatie tussen vader en zoon lag. “Maar waarom praten jullie nooit eens fatsoenlijk met elkaar?” vroeg ik Jan. Want dat was volgens mij het grote probleem tussen deze twee: twee stijfkoppen die niet met elkaar in gesprek kwamen.

“Natuurlijk praat ik wel met hem. Dat doe …”

“Nee, Jan, dat doe je niet. Je praat niet met hem maar tegen hem. Zojuist zei je nog ‘ik heb hem gezegd dat ik spijt heb …’ Alles wat ik in de vakantie aan gesprekken tussen jullie gehoord heb, ging op diezelfde manier langs elkaar heen. Je hebt nooit echt naar hem geluisterd, denk ik en hij heeft jou nooit echt iets durven zeggen. Zo durfde hij bijvoorbeeld niet te zeggen dat hij het vreselijk rot vond dat jullie opbleven op de avonden dat wij uit gingen. Nee, daar werd ik voor gebruikt. Eerst werd ons plannetje gesmeed en pas toen lieten jullie hem zelf dingen doen.”

“Ja. Ik snap je. Maar het is ook zo moeilijk om dat te doen?”

“Nee, dat is het niet! Je zult het moeten leren en Ken ook!”

“Zodra ik thuis ben zal ik hem zeggen dat ik het goed vind dat jullie met elkaar omgaan.”

Het hoge woord was eruit bij Jan en hij zuchtte diep. Jan gaf zijn toestemming en eigenlijk had ik moeten juichen en jubelen en misschien wel mijn indianenoverwinningsdans moeten opvoeren maar nee … ik deed geen van die dingen. “Nee, dat wil ik niet Jan!” Zijn ogen werden groot van verbazing.

“Maar je wilt toch wel iets met hem? Je was toch verliefd op hem?”

“Dat ben ik nog steeds. Ik houd nog steeds heel veel van hem maar ik wil dat hij de eerste stap zelf zal zetten. Als jij je toestemming geeft, is het weer opgelegd, Jan. Vader vindt het goed dus ga ik met Rogier om. Ik wil dat hij zijn eigen verantwoordelijkheid durft te nemen en zich niet langer verschuilt achter jou.”

“Dus moeten we afwachten tot hij iets gaat doen?”

“Ja, ik denk dat het goed is. De bal ligt nu bij Ken. Ik weet dat het een tijdlang heel rot voor jullie kan zijn maar misschien neemt Ken zijn beslissing eerder dan jullie denken. Laten we dat hopen.”

“Wat doe je als hij bij jou voor de deur staat?”

“Ik zal hem binnenlaten maar als voorwaarde stellen dat hij jullie laat weten waar hij is. En als tweede zal ik erop aandringen dat hij het contact met jullie herstelt door eindelijk eens te gaan praten. Maar of hij dat op dat moment aan kan weet ik niet. Misschien heeft hij wat tijd nodig en zullen jullie geduld moeten hebben.”

“Dat zou vreselijk zijn, Rogier,” snikte Jan en zijn tranen vloeiden overduidelijk.

“Jan, geloof me ik weet dat het vreselijk zijn zal maar het is wel de enige manier om te zorgen dat jullie eindelijk eens met elkaar gaan praten. Van man tot man zonder een tussenpersoon. Dat jullie eindelijk je gevoelens voor elkaar tegenover elkaar gaan uiten. Gebeurd dat niet dan blijft er altijd iets van onrust sluimeren. Die barrière moet eindelijk eens uit de weg geruimd gaan worden. Denk je ook niet?”

“Ik denk … nee, ik weet dat je gelijk hebt maar als hij weggaat, hoop ik dat het niet al te lang duurt voor hij weer thuiskomt om te praten. Ik ben er klaar voor en zal luisteren en niet alleen dat maar ook praten.”

Ik legde mijn hand op zijn schouder en kneep erin. “Het komt goed, Jan. Zeker weten!” We bleken nog lang niet uitgepraat te zijn. In elk geval Jan niet. Nu het grootste struikelblok tussen ons geslecht was, praatten we de rest van de middag over allerlei zaken en ook over liefde tussen mannen. Hij was opmerkelijk liberaal en kon zich best voorstellen dat een man verliefd werd op een andere man. Het maakte eigenlijk helemaal niet uit, zo zei hij, op wie je verliefd werd. Maar toen kwam de grote vraag van zijn kant.

“Hoe doen mannen het nou eigenlijk met elkaar?”

Ik kon niet anders dan lachen toen hij de vraag bijna fluisterend stelde en legde hem het een en ander uit. Aan het eind van de middag aten we samen en pas tegen acht uur braken we op. “Rogier, ik ben nu niet meer bang om deze stap te gaan zetten. Wel een beetje angstig nog maar ik denk dat alles goed gaat komen. Ik ben gewoon hartstikke blij dat Ken nu duidelijk is over wat hij voelt. En zijn gevoelens voor jou, daar kan ik alleen maar blij mee zijn. Het eerste vertrouwen dat ik in je had, toen ik je vroeg Ken wat te helpen, daaraan had ik nooit moeten twijfelen. Het was goed! En daarom ben ik blij dat hij wat voor jou voelt.” Nu was het mijn beurt om sentimenteel te worden en moest ik een traantje wegpinken. “Tenminste ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik af en toe wat overbezorgd ben?”

“Jan, het is goed zolang je maar blijft praten!”

We stonden nu op een goed uitgangspunt. Een beginpunt waar we elkaar begrepen. Terug op het station en het perron waar Jans trein zou vertrekken, verzocht hij mij ons gesprek geheim te houden maar daar wilde ik niet aan. “Als Ken mij ernaar vraagt of als ik het nodig vind, zal ik hem vertellen dat we met elkaar gepraat hebben. Ik wil geen geheimen voor hem hebben eigenlijk. Lijkt me niet zo’n goed begin van een relatie. Wel dan?” Hij begreep het volkomen. Ik zette hem op de trein richting Amsterdam en ging zelf weer terug naar Zwolle.

Met elke dag die verstreek nam de spanning toe. En halverwege mijn tweede week werk nam ik in overleg met mijn directe baas veertien dagen verlof op. Ik had nog genoeg dagen staan en ze had alle begrip voor de situatie - die ik haar uitlegde - waarin ik verkeerde. Heel af en toe belde Jan op en liet me weten dat ook in Heemstede de spanning te snijden was. Uiteindelijk kwam op een vrijdagmiddag het verlossende telefoontje. Maar met de verlossing begon ook de eigenlijke spanning pas.

“Met, Jan. Hij is zojuist de deur uitgegaan om bij een vriend te gaan logeren, aldus zijn eigen zeggen.”

“Je denkt dat het iets anders is?”

“Zeker weten. Hij is met geen van zijn vrienden zo close dat hij er zou gaan logeren. Tenminste niet tot nu toe.”

“Oké. Laten we dan maar afwachten wat er gaat gebeuren. Heeft hij zijn mobiele telefoon bij zich zodat jullie hem zouden kunnen bellen?”

“Nee. Hij heeft er geen. Wilde ik niet hebben.”

“Heeft hij een ander telefoonnummer achtergelaten dan?”

“Ja.”

“Bel dan over een uur of vier met de een of andere onnozele vraag.”

“Zoals?”

“Bijvoorbeeld of hij zijn medicijnen wel bij zich heeft. Goed excuus niet waar?”

“Ja.” Zijn antwoorden waren kort maar dat gaf niet. Ik snapte dat hij vol van spanning en zenuwen zat.

“Laat me weten wat er dan gebeurt. Akkoord?”

“Ja.” We legden neer.

Eerst liep ik een tijdje te ijsberen door de woonkamer maar al snel hield ik het tussen de muren van mijn woning niet meer uit. Ik schakelde mijn telefoon door naar mijn mobiele, liep naar mijn auto toe en reed naar Dalfsen. Twintig minuten later draaide ik bij Vincent de oprit op. Casper opende de deur voor mij.

“Zeg …” Wat hij ook had willen zeggen de woorden stierven op zijn lippen toen hij mijn gezicht zag. “Problemen?”

“Ja.” Nu was ik degene met de korte antwoorden. Casper ging me voor naar de woonkamer en ging even weg om Vincent op te halen die in de tuin bezig was. Even later zaten we met z’n drieën in de woonkamer en stortte ik mijn hart uit.

“Shit man!” verzuchtte Casper als eerste nadat ik uitgepraat was, “Dit moet gewoon vreselijk zijn! Gewoon ondragelijk die spanning!”

“Ja, dat is het ook.”

Vincent stond op en liep naar de keuken toe. Even later kwam hij met een glas water en wat tabletjes terug. “Hier drink op!”

“Nee, ik hoef niets te hebben. Ik wil het niet.”

“Jongen, het kan geen enkel kwaad. Je kunt straks gewoon weer naar huis rijden maar het maakt alles eventjes gemakkelijker.”

“Het is homeopathisch bovendien,” lichtte Casper toe. “Zelf gebruik ik het ook af en toe als de studielast me boven het hoofd dreigt te groeien.” Hen nog eens een voor een aankijkend nam ik het glas en de pilletjes aan en slikte ze door.

“God, ik hoop dat het werkt want mijn hart klopt als een bezetene.” Het gesprek met mijn vrienden en de werking van de pilletjes kalmeerde me duidelijk maar af en toe kon ik het niet nalaten op mijn horloge te kijken. Op hun uitnodiging bleef ik eten. We stonden net gedrieën in de keuken aan de afwas toen mijn gsm piepte. “Ja?” Het was Marja.

“Ik bel maar even omdat Jan het even niet meer aan kan.”

“Het is goed Marja. Laat hij zich rustig houden, alsjeblieft.” Moest ik zonodig zeggen! “Het komt allemaal goed dat heb ik hem toch beloofd?”

“Ja, en daar gaan we ook van uit, Rogier, maar het is niet makkelijk voor ons … en ook niet voor jou.”

“Nee, maar we moeten hier met elkaar doorheen. Blijf hoop houden Marja!”

“We hebben gebeld naar het nummer van zijn vriend en kregen een zekere Frans aan de lijn. Hij zei dat Ken onder de douche stond en later terug zou bellen.”

“Goed laten we het daar eerst op houden. Ik denk dat hij zo dadelijk wel terugbelt.”

“Maar hoe kan hij ons terugbellen als hij niet bij die Frans is?”

“Hij is slim genoeg om iets geregeld te hebben, Marja! Als hij belt, stel dan gewoon je vraag over de medicijnen en probeer niets te laten blijken van je onrust. Oké?”

“Ik zal mijn best doen, Rogier. Rogier? Het spijt me zo ontzettend over wat er is gebeurd en dat we ook nog je vakantie verpest hebben. Ik houd van je, Rogier.” Marja begon te huilen.

“Dank je Marja, ik ook van jullie.” En ik meende wat ik gezegd had. Die gezamenlijke spanning over wat er te gebeuren stond had van mijn kant in elk geval een gigantische band tussen ons gesmeed. Gezamenlijk gedragen leed en verdriet schept zo’n band nou eenmaal, denk ik. Ik kon het niet meer houden toen en moest terug naar huis. Het goot onderweg en dus durfde ik door het vlakke land en over de kleine dijkjes niet te hard te rijden. Het was acht uur toen ik mijn auto in de parkeergarage zette. Opnieuw bliepte mijn gsm.

“Met Marja. Ken heeft zojuist gebeld en gezegd dat hij zijn medicijnen bij zich had. Hij vermaakte zich prima, zo zei hij.”

“Oké, Marja. Iik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat ik hem straks hier in de hal zal aantreffen. Tenminste ik hoop dat de portier hem binnengelaten heeft want het is noodweer hier.” Ik nam afscheid en verbrak het gesprek. Ik zuchtte eens diep en stapte uit mijn auto. Ik nam de trap naar de hal en nam bewust alle treden. Normaal vlieg ik de trap altijd op met twee, drie treden tegelijk of ik neem de lift maar nu nam ik alle treden een voor een en uiterst langzaam, bezig me op te laden voor wat me te wachten zou staan. Toen ik de deur naar de hal openduwde, zag ik hem al zitten. Hij draaide zijn hoofd naar me toe en keek me aan. Alsof ik hem niet gezien had, liep ik naar de balie en vroeg Bart of er nog post voor me was gekomen.

“Nee, dat niet maar er zit iemand op je te wachten. Ik hoop dat je het goed vindt dat ik hem binnengelaten heb want het is zulk slecht weer!”

“Natuurlijk. Geen probleem, Bart.” Ik liet het volume van mijn stem dalen en vroeg: “Heeft hij nog telefoontjes gepleegd misschien?” Bart knikte, liet me twee vingers zien en wees naar het toestel op zijn balie. Ik wist voldoende en knipoogde naar hem. Met een nieuwe diepe zucht liep ik in de richting van Ken. Ik liep om hem heen en plofte op het bankje tegenover hem neer. Ken liet zijn hoofd hangen en keek me niet aan. “Wat kom je doen?” vroeg ik zo nonchalant mogelijk.

“Ik heb problemen thuis,” mompelde hij. “Ik kon het gewoon niet meer uithouden daar.”

“Wil je het hier allemaal bespreken of zullen we naar boven gaan.”

“Lijkt me beter,” zei hij terwijl hij een glimlach op zijn gezicht toverde. Ik pakte zijn rugzak op en slingerde die over mijn schouder. Hij droeg de andere tas en zo liepen we naar de lift.
In mijn flat aangekomen, sloeg hij zijn armen om me heen en begon hard te huilen.

“Ik heb zo vreselijke spijt van alles wat ik verkeerd gedaan heb. Ik had die ochtend …”

“Kom op, Ken, niet huilen. Je bent nat genoeg.” En inderdaad. Vanwege zijn lijf dat hij strak tegen me aangedrukt hield, bemerkte ik hoe kletsnat hij was. Met zachte hand leidde ik hem naar de badkamer toe. “Kleed je uit en neem een warme douche. Ik breng je zo een handdoek en een badjas daarna kunnen we nog lang genoeg praten als je dat wilt.”

“Ja, dat wil ik. Echt!” Ik liep van hem weg en wachtte net zolang met het opnieuw binnengaan van de badkamer tot ik het water hoorde stromen. Ik legde een grote handdoek en de beloofde badjas op het krukje neer en ging naar de keuken toe om wat eten warm te maken voor hem. Ook zette ik een pot sterke koffie. We zouden het nodig hebben, had ik het idee. Terwijl ik wachtte tot de koffie doorgedruppeld was, kwam hij bij me.

“Ik wil heel graag praten maar het kost me zo’n moeite. Ik weet nooit precies wat ik zeggen moet en als ik dan toch mijn mond opentrek dan … dan … dan klinkt het altijd zo stom.”

“Een vooroordeel, Ken. Waarom zou wat jij zegt stom zijn en dat wat ik zeg niet?”

“Ik weet de theorie allemaal, Rogier, dat is het probleem ook niet maar het oefenen dat lukt nog steeds niet!”

“Je hebt tijd nodig, jongen.”

“Ja, maar ondertussen maak ik mooi allemaal brokken. Ik heb jou verdriet gedaan en mijn ouders de laatste tijd ook … en … en als ik het zo moet leren dan wil ik het niet eens leren!” Met mijn wenkbrauwen hoog opgetrokken keek ik hem aan. “Ah, shit … natuurlijk wil ik het wel. Ik zal wel moeten maar …”

“Het is zo moeilijk,” vulde ik aan.

“Ja! Vreselijk moeilijk!” Waar had ik dat eerder gehoord.

“Kom, de koffie is klaar we gaan naar de woonkamer. Ik heb een pan met erwtensoep voor je op tafel staan want ik neem aan dat je nog niet veel gegeten hebt.”

“Ik heb honger als een paard.” En dat was te merken. Drie keer schonk ik een bak vol voor hem en het deed hem goed maar ook mij om te zien dat hij in elk geval zijn eetlust nog niet verloren had. Na het eten dirigeerde ik hem naar de bank waar hij zich knus nestelde door zijn benen onder zijn achterste te leggen terwijl ik de koffie ophaalde.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » zondag 21 juni 2015 15:21

Hoofdstuk 12

“En nu ga je praten,” zei ik hem terwijl ik neerplofte.

“Wat wil je weten dan?”

“Kom, Ken, laten we geen spelletje spelen. Je weet heus wel wat ik weten wil.”

Hij boog zijn hoofd en de lange, natte haren vielen voor zijn gezicht. “Oké. Het spijt me dat ik me toen die donderdagochtend zo kloterig heb gedragen. Ik had me niet zo moeten laten commanderen door mijn vader en hem moeten zeggen wat ik voelde. Ik weet dat ik je pijn gedaan heb en echt daar heb ik vreselijk veel spijt van ik had het …”

“Prima, Ken, akkoord maar ik heb ook een fout gemaakt door je vader te zeggen dat ik het van jou wilde horen. Ik had het kunnen voorkomen en moeten weten dat jij zoiets nog niet kon. Je was net Neil Perry uit ‘Dead Poets Society’, weet je nog, die had ook nog niet geleerd hoe het moest en daarom had ik het niet moeten vragen. De verwachting bij mij was te hoog gespannen. Ik had je nooit onder druk moeten zetten.”

“Maar ik ben wel heel blij dat je dat gedaan hebt!”

“Hoezo?”

“Omdat dat me al die dagen daarna op de been heeft gehouden. Als je je zondermeer door mijn vader uit het veld had laten slaan, had ik dat zeker opgevat als een teken dat je … shit hoe zeg ik dat …”

“Gebruik je eigen woorden. Ik kan wel wat hebben,” glimlachte ik.

“Dat je een watje was … dat je ook net zo beïnvloedbaar was als ik. En dat wilde ik van jou dus niet! Ik weet dat je sterk bent. Alles waar je tot nu toe doorheen gekomen bent bewijst dat gewoon en dat … dat wilde ik dus zien. En toen mijn vader me meetrok terug naar jouw huis wist ik dat je me als het ware claimde …dat het nu mijn moment was om … om terug te komen bij jou en toen … toen faalde ik jammerlijk. Toen was de hand van mijn vader op mijn arm te dwingend om tegen hem in te gaan en zei ik die vreselijke woorden.” Hij boog zijn hoofd opnieuw.

Ik stak mijn wijsvinger uit, legde hem onder zijn kin en duwde langzaam zijn hoofd omhoog tot zijn ogen op mijn ooghoogte waren. Hij had ze nog neergeslagen. “Kijk me aan Ken.”

“Nee, dat durf ik gewoon niet.”

“Alsjeblieft, Ken? Kijk me aan.” Langzaam sloeg hij zijn ogen op en ontmoette zijn blik de mijne. “Ik heb je amper goed en wel kunnen vertellen die ochtend dat ik van je houd. En daarom herhaal ik het nu. Ken, ik houd van je met alles wat er in me is. Mijn lichaam, mijn ziel met dat alles, alles wat mij volgens jou volledig mens maakt, houd ik van jou.”

“Maar …”

“Sst, laat me uitpraten, bengel! Als er dingen verkeerd mogen gaan in wat wij er samen van gaan maken, en er zullen heus dingen fout gaan, neemt mijn liefde voor jou niet af. Nooit! Heb je dat goed begrepen!” Zijn hoofd kwam dichter bij het mijne en onze lippen beroerden elkaar. In tegenstelling tot die avond daar op die heuvel in Zuid-Limburg liet ik mijn lippen nu wel uiteen gaan. Mijn tong raakte zijn lippen en de zijne weken ook uiteen. Vlammen laaiden op toen mijn tong de zijne raakte. Mijn lichaam stond in vuur en vlam door onze eerste echte tongzoen. Ook zijn lichaam reageerde overduidelijk. Hij kreunde en vlijde zijn lichaam tegen me aan waarbij hij me achterover drukte. Zijn jonge lijf strekte zich op dat van mij uit en zijn kruis porde heftig tegen het mijne. Hij was hard en zo ook ik. Ik weet niet meer wie de zoen uiteindelijk verbrak maar het kan alleen maar zijn geweest omdat we in ademnood kwamen. Een andere reden kan er gewoon niet geweest zijn. Met open mond en luid hijgend keken we elkaar aan. “Ik houd van je, Ken.”

“Ik houd van jou, Rogier. Voor altijd en eeuwig zal ik van jou zijn.”

“Ja. Maar … ik wil heel graag dat je nog even door gaat met praten.”

“Wat wil je nu nog weten dan? Kunnen we dat niet beter in bed doen?” Hij was brutaal … dat mocht duidelijk zijn en heel even kwam ik in de verleiding om hem in mijn armen te nemen en naar mijn bed te dragen. Het mocht ook andersom wel trouwens …

“Ik wil heel graag weten hoe het je de afgelopen dagen vergaan is. Hoe het met je ouders is.” Met een nurks gezicht ging hij rechtop zitten en trok zijn badjas recht. “Vind je niet dat we daarover moeten praten?”

“Nee. Liever niet. Ik wil hen zo snel mogelijk vergeten …”

“Wat?” Zijn laatste zin was er zo vreselijk koud uitgekomen dat ik de ijskoude lucht tot diep in mijn botten kon voelen.

“Kun je je dat niet voorstellen? Mijn vader heeft mij mijn hele leven lang getiranniseerd! Altijd alle beslissingen voor mij genomen. Nooit eens iets aan mij gevraagd. Nooit eens iets overlegd met mij en ik wil niet dezelfde slaaf worden die mijn moeder voor hem is.”

“Kom op, Ken, geloof je dat laatste zelf? Dat je moeder zijn sloofje is?”

“Jij niet dan?” Het ongeloof in zijn stem spoot er als een gifwolk uit en dat maakte me overduidelijk dat de rest van dit gesprek met ontzettend veel liefde en geduld gevoerd zou moeten worden. De liefde die zijn ouders zo duidelijk voor hun zoon hadden was door de beklemming waarmee hij het ervaren had, nooit echt voelbaar geweest voor hem.

“Nee. Je hebt het mis, denk ik. Voor mij staan je vader en je moeder op gelijke voet met elka …”

“Ze heeft hem nog nooit een weerwoord gegeven e …”

“Misschien niet waar jij bij was," onderbrak ik hem op mijn beurt, "maar ik weet zeker dat je moeder niet over zich laat lopen. Ze is stil en op de achtergrond, dat heb ik ook wel gemerkt, maar die mensen zijn nou eenmaal zo en laten heus wel merken dat ze er zijn als zij dat nodig achten. Je moeder laat geen misbruik van zich maken, Ken. Nooit!”

“Misschien dan niet maar mijn vader is een grote tiran. Mijn hele leven lang …”

“Je hele leven lang heb jij nog nooit voor jezelf op durven komen,” viel ik hem opnieuw in de rede. “En sinds wanneer wil jij dingen zelf beslissen? Sinds wanneer is die wens er? Nog niet zo heel lang geleden vertelde je me dat het eigenlijk wel gemakkelijk was. Dat je dan die verantwoordelijkheid ook niet hoefde te dragen.”

“Het keerpunt was die donderdagochtend dat hij me zo tegenover jou te kijk zette …”

“Hetgeen jij had kunnen voorkomen.”

“O ja?”

“Ja! Je wist nog wel niet hoe het moest maar je had het kunnen doen. Je had je niet naar boven hoeven laten sturen door je vader. Je had tegengas kunnen geven door gewoon te zeggen ‘bekijk het maar!’ Dat had je kunnen doen. Dat je het niet deed, snap ik volledig maar ga nu niet ineens alle schuld afschuiven op je vader.” Ik zag zijn verongelijkte gezicht maar liet me daardoor niet van de wijs brengen. “Tot je mij leerde kennen, had je geen enkele behoefte aan ‘eigen wil’, ‘eigen beslissingen’, ‘zelfverantwoordelijkheid’. Niets van dat alles, Ken. Je leefde zoals jij dacht dat het goed was. Je was er prima tevreden mee. Je wilde niet eens anders.”

“Misschien … nou ja… misschien heb je wel gelijk.”

“Nee, ik hèb gelijk. En toen ineens kwam er zo’n vent uit Zwolle die je leven helemaal op de kop zette. Die je liet zien dat het ook anders zou kunnen. Je proefde iets van de vrijheid die het opleverde en toen …”

“Ja, ga door, meneer de professor,” zei hij met een wrange glimlach. “Ga door met je analyse.”

“Toen raakte je ineens het spoor bijster en deugde er helemaal niets meer aan je vader.”

“De manier waarop hij met me omgaat deugt toch ook niet! En door de manier waarop jij met me omging, ben ik dat pas in gaan zien. Oké, ik ben die nerd die zich jarenlang heeft laten zeggen wat hij moest doen maar ik wil dat nu niet meer! NOOIT MEER!!! HOOR JE ME!!!”

Ondanks zijn heftige uitval bleef ik uiterst kalm. “Je hoeft tegen mij niet te schreeuwen, Ken. De enige tegen wie je zou moeten schreeuwen dat ben je zelf.” Toch enigszins gepikeerd stond ik op en liep met de inmiddels leeg gedronken mokken naar de keuken toe. Toen ik weer bij hem zat verontschuldigde hij zich.

“Sorry, dat ik tegen je schreeuwde. Dat had ik niet moeten doen.”

“Prima, maar we zijn nog niet uitgepraat als je dat nu denkt. Hoe is het verder gegaan nadat jullie bij mijn huisje weg zijn gegaan?” Langzaam, maar duidelijk steeds bozer wordend, vertelde hij wat ik allang van Jan wist. Wat ik nog niet wist was dat Jan een paar keer echt zijn best had gedaan om het gesprek weer op gang te brengen. Zelfs zijn excuses had aangeboden. “En heb je daarop ook niet gereageerd?”

“Nee!”

“Waarom niet?”

“Omdat ik nog steeds boos was en nog steeds boos ben op hem. Hij heeft zoveel moois verknald!”

“Oh ja?”

“Niet dan?”

“Vertel op wat heeft hij verknald dan!”

“Wat wij hadden.”

“Je zit toch hier bij mij nu! Ik snap je niet, Ken. We hebben net met elkaar gezoend en elkaar verteld dat we van elkaar houden. Wat heeft je vader verknald dan?” Stilte, grote stilte.

“Ik durf nu niet naar hem terug te gaan om het goed te maken. Ik heb me als een zak gedragen en durf dat echt niet.”

“Als je dat niet aandurft, jongen, dan ben je inderdaad echt een zak.” Grote ogen en een open mond waren het resultaat. “En neem van mij aan dat ik je hiervoor geen verontschuldiging zal aanbieden. Ik stond op en liep naar het raam toe. Het weer was nog steeds slecht. Ik keek naar buiten maar zag totaal niets. Alles speelde zich niet voor maar achter mijn ogen af. Had ik het goed aangepakt? Ging het de richting uit die ik wilde of …? Achter me gebeurde er helemaal niets. In het begin hoorde ik helemaal niets maar toen ik daar zo stond werd ik me steeds bewuster van de geluiden en kon ik op een gegeven ogenblik heel duidelijk zijn ademhaling horen.

“Rogier? Kom je alsjeblieft bij me zitten?” vroeg hij me. “Ik zal moeten leren te praten maar kan dat niet zomaar. Ik zal moeten leren mijn eigen verantwoordelijkheid te nemen maar kan dat niet zomaar. Ik zal mijn ouders onder ogen moeten durven te komen maar kan dat niet alleen.”

“Wie zegt dat dat alleen moet?” reageerde ik terwijl ik me naar hem omdraaide. Ik ging bij hem zitten en hij schoof dichter naar me toe. “Je hoeft al die dingen niet alleen te doen. En bovendien kan dat niet. Als je je ouders onder ogen komt, zijn zij er ook en misschien is je vader inmiddels ook wel iets milder geworden.” Ik hoorde hem tegen mijn arm aan snikken. “Waarom huil je?”

“Omdat het leven zo verrekte moeilijk is.”

“Ja, dat is het. Soms is het leven moeilijk maar laten we het elkaar daarom niet nog moeilijker maken dan het al is. Hé! Niet je neus snuiten in mijn overhemd, man!” Hij lachte. “Ik haal een zakdoek voor je.”

“Dank je,” zei hij toen ik terug was.

“Weten je ouders dat je hier bent?”

“Nee, ze denken dat ik bij een vriend logeer. Ik denk dat ik ze moet gaan bellen. Ze hebben vast wel door dat er meer aan de hand is.”

“Ja, dat denk ik ook wel. Ik vind dat je in een relatie eerlijk moet zijn en nu we zoiets gaan beginnen, zal ik eerlijk zijn tegenover jou.” En terwijl hij weer dicht tegen me aankroop vertelde ik hem van het gesprek met Jan. “Je vader en moeder,” zo besloot ik, “zijn lieve mensen en kennen jou heel goed. Beter dan ik doe. Maar ik ken je dan ook nog maar zo kort. Ze wisten precies wat er zou gaan gebeuren. Ze wisten dat jij niet kon praten en je vader wist ook dat hij het niet kon. Bel ze op en laat ze weten waar je bent en als je verder wilt praten, moet je echt bij hen zijn. Niet bij mij.”

Hij knikte, maakte zich van mijn arm los en liep naar het bureau toe. Zittend op de stoel tikte hij de cijfers in. Daarna tikte hij op het knopje van de speaker zodat ik mee zou kunnen luisteren.

“Hé dat hoeft niet, joh,” riep ik naar hem. “Zoiets is privé je ma …”

“Niet zeuren, Rogier. Ik wil geen geheimen voor jou hebben.” De verbinding kwam tot stand.

“Met Marja?”

“Mam, met mij. Ik wilde je even laten weten dat ik in Zwolle bij Rogier ben en … is pap er ook?”

“Ja, jongen, hij zal blij zijn je stem te horen.” Ik zag dat Ken de opkomende tranen wegslikte en ging bij hem op de grond zitten mijn hoofd op zijn knieën leggend.

“Ben jij het, jongen?”

“Ja, pap. Het spijt me vreselijk wat ik jullie de laatste tijd heb aangedaan en …”

“Het geeft niet, jongen, het is goed …”

“Nee, pap, het is niet goed. Ik heb dingen fout gedaan en wil dat gerust weten en wil niet dat we het zomaar vergeten. Ik wil met jou en mam praten. Ik wil dat we eerlijk tegenover elkaar kunnen zijn en wil dus praten.”

“Dat is goed, jongen.” Even keek hij mij aan. Hij dekte het spreekgedeelte van de hoorn met zijn hand af en vroeg me wanneer we naar Heemstede zouden kunnen gaan.

“Morgenochtend is prima wat mij betreft,” antwoordde ik.

“Is het goed dat we morgenochtend langskomen?”

“Zeker, jongen. Je neemt Rogier mee?”

“Ja, pap. Rogier hoort bij mij. Misschien moeilijk voor je om te begrijpen maar het is wel zo.”

“Rogier is een prima vent, zoon. En zeker voor jou. Hij heeft je vast al wel verteld van ons gesprek of niet dan?”

“Ja, dat heeft hij gedaan. We zullen er morgen zo tegen koffietijd zijn. Is dat goed?”

“Ja, jongen. We kijken ernaar uit.”

“Ik ook, pap. Tot morgen.” Hij legde neer en drukte een kus op mijn oor. “Ik houd van je Rogier. Zonder jou …”

“Sst, niet zeggen. Maak alsjeblieft geen heilige van me. Doe dat niet. Zonder mij zou je niet eens in al deze ellende terechtgekomen zijn.”

“Die ellende keert zich om in iets prachtigs, lieve Rogier, en dan … dan zal ik, denk ik, ooit eens heel hard om al dat gedoe kunnen lachen.”

“Doe dat, Ken!”

Nog een tijdje bleven we zo stilletjes met z’n tweeën zitten. Hij streelde door mijn haren en ik genoot van zijn aandacht. Het was laat geworden en ik was best wel moe of beter gezegd doodop maar wilde vooral dit moment niet verliezen.

“Zullen we naar bed gaan,” vroeg Ken.

“Ja, laten we dat maar doen.” Ik stond op en pakte zijn hand beet. Zo liepen we naar mijn slaapkamer toe. Terwijl ik uit de kast een kussen voor hem pakte, begon hij zich uit te kleden. “Wil je slapen zoals je bent of trek je liever iets aan?”

“Thuis draag ik meestal een pyjamajasje en een short maar zo kan het ook wel hoor.” Ik dook opnieuw in de kast en haalde een van de pyjamajasjes van mijn vader tevoorschijn.

“Dit goed?”

“Zeker.”

Met een short van mij erbij kon hij gekleed gaan slapen. Ik kleedde me tot op mijn onderbroek uit en zei hem dat ik nog even ging douchen. Ik nam een short mee en tien minuten later was ik weer terug en kroop naast hem. “Slaap je Ken?”

“Nee, ik lig te genieten.”

“Waarvan?”

“Ik geniet van het prachtige gevoel dat alles weer goed zal gaan komen en dat gevoel is zo overweldigend daar kan helemaal niets tegenop.”

“Dat geloof ik meteen, lieve jongen.” Ik knipte het licht uit en schoof dicht naar hem toe. “Zo’n eerste nacht samen zouden we moeten vieren, denk ik maar ik …”

“Ik ben ook doodop, Rogier, dus dat schuiven we maar even vooruit.”

“Ja, laten we dat doen maar niet te lang hoor.”

“Nee, lieve Rogier, zeker niet te lang want ik verlang hevig naar je.” Zijn handen gleden over mijn borst en speelden met mijn tepeltjes terwijl die van mij over zijn rug heen en weer gingen.

“Ik voel je verlangen, Ken.”

“Ik dat van jou.” Daarna weet ik niets meer. Ik moet in slaap gevallen zijn.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » zondag 21 juni 2015 15:27

Hoofdstuk 13

In slaap gevallen met een erectie, werd ik ook wakker met een harde. Heus wel vaker gebeurd en vaak had ik me dan afgevraagd of die stijve er de hele nacht geweest was. Ineens voelde ik echter veel meer en wist dat die harde er pas sinds kort was.

“Wow, Ken! Wat ben je aan het doen, man!” Langzaam opende ik mijn ogen en tilde mijn hoofd iets op en zag het hoofd van de jongen over mijn kruis gebogen. Zijn lange donkere haren hingen los en kriebelden over mijn buik en benen. Hij had mijn short ver naar onderen geschoven en zijn tong likte langs de schacht van mijn pik en over de eikel. Ik slaakte een diepe zucht en liet me weer achterover zakken.

“Doe ik het goed?”

“Hoor je me klagen dan?” plaagde ik hem. Zachtjes zette hij zijn tanden in mijn lid.

“Weet eigenlijk niet of ik je wel durf te pijpen."

“Hoezo?”

“Van zo dichtbij lijkt hij zo groot!”

Ik lachte en zei hem dat ik slechts een heel gewoon maatje had van zo’n zestien centimeter.

“Probeer maar,” moedigde ik hem aan. “Lukt het niet of vind je het niet prettig dan stop je gewoon. En hem zeker niet proberen helemaal naar binnen te werken de eerste keer.”

Hij keek me aan en lachte. Toen liet hij hem in zijn mond zakken. De warmte van zijn mondholte deed me goed. Scheuten van puur genot schoten door mijn lichaam. Het was veel te lang geleden geweest dat ik dit had meegemaakt maar tegelijkertijd besefte ik me dat het nu ook wel verdomde goed was. Lange onthouding heeft zo zijn voordelen, bleek me. Hij deed het geweldig. Gleed op en neer over mijn staander en likte met zijn natte tong rond mijn eikel. Wow, een geweldige ervaring. Toen hij even stopte om goed adem te halen, zei ik hem dat hij zich met zijn onderlijf in mijn richting moest draaien. Ik had zin in zijn jongeheer. Hij keek verrukt.

“Ik kom vast veel te snel klaar, Rogier. Ik ben nu al drijfnat.”

“Geeft niets, Ken. Het is heel plezierig en kom je snel klaar dan doe ik het gewoon nog een keer bij je, toch?” Hij draaide zich om. Met mijn tong bewerkte ik eerst zijn balzak. Hij kreunde diep maar begon toch weer aan mijn geval te werken. Als ik niet uit keek, zou ik toch nog als eerste gaan spuiten. Ik likte langs zijn dikke paal en merkte dat hij zeker groter dan de mijne was. Dat zou genieten kunnen worden, stelde ik me voor. Mijn lippen rond zijn paarse eikel zoog ik hem zover mogelijk naar binnen. Pijpen heb ik altijd goed gekund en ik had het niet verleerd. Langzaam gleed hij helemaal bij mij naar binnen. Diep in mijn keel zat hij. Het gelurk aan mijn eigen pik stopte en toen ik even mijn blik naar hem opsloeg zag ik dat Ken op zijn rug lag en dat hij zijn rug gekromd had. Hij stootte harde kreten uit en dat wond me nog meer op.

“Ik kom, ik kom ..” gilde hij ineens en wilde zich van me wegtrekken. Ik hield hem echter stevig bij zijn slanke heupen beet en ontving zijn zaad diep in mijn keel. Zaadgolf na zaadgolf spoot hij bij me naar binnen. Toen het eindelijk stopte liet ik hem langzaam naar buiten glibberen.

“Shit,” mompelde hij.

“Was het niet goed?”

“We hebben vergeten het veilig te doen!”

“Jongen, jouw zaad is puur. Je hebt het nog nooit met iemand gedaan en dus kun je helemaal niets opgelopen hebben. En ik … ik heb me, toen ik wist dat mijn vriend met anderen gerommeld had, laten testen en de uitslag was goed. Dus … geen enkele reden denk ik om een condoom te gaan gebruiken.”

“Echt niet?”

“Nee, we doen het gewoon zonder.” Ik streelde over zijn gladde buik en hoorde hem grinniken. “Was het lekker?”

“Zoiets goeds heb ik nog nooit meegemaakt, Rogier. Klaarkomen heb ik altijd heel lekker gevonden maar dit is gewoon niet te beschrijven.” Hij kroop naast me en gaf me een kus op mijn wang. “Ik houd van je, Rogier.”

“Ja, om de seks natuurlijk.” Een stomp volgde. Eigen schuld.

“Maar …”

“Ja?”

“Jij bent nu nog niet klaargekomen?”

“Nee.” Heel snel kroop Ken weer naar mijn kruis. Ik trok zijn benen naar me toe en nam zijn slappe lul in mijn mond.

“Weet niet of ik hem weer stijf kan krijgen hoor?” verontschuldigde hij zich bij voorbaat.

“Denk je het niet?”

“Weet niet.”

“Wedden van wel?” Ik likte rond zijn nog natte topje en snoepte van de zaadresten die achtergebleven waren. Het smaakte me heerlijk. Ik zoog hem opnieuw diep naar binnen en al spoedig begon hij opnieuw flink te groeien. Mijn eigen staaf werd heerlijk bediend door Ken. Hij trachtte hem zo diep mogelijk in te slikken en af en toe moest hij hem hoestend en kuchend loslaten. “Niet te diep, Ken. Je hoeft hem niet op te eten. Doe rustig aan,” probeerde ik hem op zijn gemak te stellen. Zuigend, pijpend en likkend vermaakte ik me prima en ik had het gevoel dat ook hij helemaal in zijn element was.

“Verdomme, ik moet alweer spuiten,” verzuchtte hij toen hij mijn staaf uit zijn mond liet glijden.

“Nog eventjes, Ken, ga nog eventjes door dan kom ik ook.” Hij ging verder en spoedig begon ik hevig te lekken. Hij kreunde hard toen hij mijn voorvocht proefde.

“Geweldig wat lekker, man,” zei hij met een verrukt gezicht. “Nooit geweten dat het zo lekker was.”

“Pijpen man! Niet zeuren!” was mijn reactie. Hij zette zich weer aan zijn werk en ook ik bleef druk bezig.

“Ik houd het niet meer, ik moet, ik moet …” En met dat spoot hij een tweede lading in mijn mond. Meteen daarna spoot ik mijn zak leeg. Hij had mijn pik niet te diep naar binnen gehad toen dat gebeurde en wist heel veel van het witte spul weg te werken. Straaltjes liepen echter uit zijn mondhoeken toen ik hem aankeek. Ik likte hem schoon, keek naar hem op en lachte hem toe.

“Geweldig, Ken. Je doet het prima.”

“Graag gedaan, schat! Kan ik je nog ergens mee van dienst zijn?”

“Niet overdrijven, liefje, je bent nu al twee keer klaargekomen waarvan je niet wist dat je het kon. Een derde keer zal moeilijk worden, lijkt me.” Hij kwam naast me liggen en pakte mijn hand beet.

“Verlang je naar mijn pik tussen je billen?”

“Ja, Ken, heel erg. Het lijkt me heerlijk om dat te mogen voelen.”

“Kan ik je nog hitsiger maken misschien?”

“Zeker, dan zou je mijn kontje moeten gaan likken.”

“Oké, lekker dier! Op handen en knieën dan maar!” antwoordde hij terwijl hij me op mijn billen sloeg.

“Wow, Ken! Dat is ook wel lekker!”

“Je gaat me toch niet vertellen dat je van SM houdt, hè!”

“Nee, jongen, het was maar een grapje.” Ik ging op handen en knieën zitten zoals hij me gezegd had en wachtte af wat er zou gaan gebeuren. Toen zijn tong mijn rozetje raakte, stegen de vlammen hoog op in mij. Genot vloeide door mijn hele lichaam heen. Zijn natte tong die nu heen en weer door mijn gladde bilspleet ging maakte me compleet wild. Ik schudde met mijn hoofd heen en weer en ineens … ineens zag ik de cijfers van mijn wekker. “Shit! Stop Ken!! Stop!!!”

“Kom je nu al klaar?” Ik duwde hem van me weg.

“Nee, lolbroek. Je dacht toch niet dat je er zo gemakkelijk vanaf zou komen?”

“Nee, ik dacht al.”

“We moeten weg, man! Kijk eens hoe laat het al is!” Zijn blik zocht de wekker en hij slaakte een vloek. Het was al bijna halftien en een uur later werden we in Heemstede verwacht voor de koffie. Dat zou dus nooit meer lukken. Snel stapten we onder de douche en daarna belde Ken zijn ouders op. Marja nam op.

“Mam, we redden het niet op tijd. We hebben ons verslapen.” Omdat hij de telefoon op de luidspreker had gezet, hoorde ik aan de andere kant haar gegniffel.

“Verslapen of …”

“Mam??? Zeg niet van die rare dingen!”

“Rare dingen? Zeg je vader en ik zijn ook jong geweest hoor en ik weet heus wel hoe bijzonder het is als je voor het eerst bij je vriendje blijft slapen. Want je gaat me heus niet vertellen dat je vannacht niet bij hem geslapen hebt!”

“Mam??? We zijn er zo snel mogelijk, oké?”

“Ja, jongen, doe maar rustig aan. We wachten wel en zeg Rogier …”

“Ja, ik zal hem zeggen dat hij voorzichtig moet rijden.”

“Sorry, Ken.”

“Nee, mam, het geeft niet. Ik weet dat je het goed bedoelt.” Toen ik hem zo hoorde, wist ik dat hij aan het leren was en dat het leerproces al resultaten aan het afwerpen was. Hij hing op en ik schakelde het vaste toestel door naar mijn mobiele. Daarna smeerden we onze boterhammen om ze in de auto op te kunnen eten.

In het begin was hij spraakzaam en vlot maar des te verder we naar het westen kwamen, des te stiller hij werd. Na Schiphol nam ik de afslag Hoofddorp en daar ergens naast de weg zette ik de auto stil.

“Waarvoor stop je nou, man? We zijn er bijna!”

“Ja, ik weet het. Ken, het is geen halszaak! Ik leid je niet naar de guillotine, toch?” Stilte.

“Nee,” zei hij na lange tijd, “dat niet maar het is wel heel erg moeilijk voor me.”

“Als je weet wat jij wilt, hoeft het niet moeilijk te zijn.” Opnieuw stilte daar aan die weg waar de auto’s langs ons heen raasden.

“Ik wil jou,” antwoordde hij. “Maar hen niet verliezen. Dat is wat ik wil.”

Ik glimlachte naar hem en sloeg een arm om zijn schouder. “Beter had ik het niet kunnen verwoorden, Ken. Als je daar nu van uit gaat, kan er helemaal niets mis gaan.” Ik kuste hem op zijn lippen.

“Weet je het zeker?”

“Nee, dat weet ik niet. Ik kan je geen garanties geven maar ik denk dat je ouders jou in elk geval niet willen verliezen. En je vader heeft laten blijken dat hij mij als schoonzoon wel ziet zitten.”

“Ha,” lachte hij, “hij weet niet wat hij zich aanhaalt!”

“Rotjoch!” Ik startte de auto en reed de weg weer op. Ken leidde me keurig door Heemstede heen en uiteindelijk dirigeerde hij me de oprit van zijn thuis op. Meteen ging de deur open en Jan en Marja verschenen in de deuropening. Het was overduidelijk dat ze op ons hadden zitten wachten.

“Rogier?”

“Ja?”

“Wil je me een ding beloven?”

“Zeg het maar.” Zijn smekende, haast benauwde gezicht was voldoende voor me om toe te geven. Ik had hem alles willen beloven op dat moment. Had ik opnieuw teveel van hem gevraagd? Gedachten gierden door mijn hoofd. Nee, gelukkig, het was iets geheel anders.

“We blijven hier niet slapen vannacht, hoor.”

Ik grinnikte naar hem. “Oké, ik regel straks wel iets anders want ik wil zeker niet wachten tot we weer in Zwolle zijn.”

“Rogier! Ouwe viezerik!” Hij lachte hard en opende het portier.

Het welkom was hartelijk en Ken en ik werden beiden omhelsd. Jan drukte me zelfs een kus op beide wangen. Hij had het bij zijn zoon gedaan en deed het ook bij mij. Het voelde alsof ik thuiskwam. Ik smolt en wist dat ik alle aandacht er straks bij zou moeten houden om te proberen alles in goede banen te leiden maar … het begin was goed in elk geval. De koffie smaakte prima en ook de home made appeltaart ging bij mij goed naar binnen. Natuurlijk was er spanning en die was ook heel goed merkbaar toen het, nadat het gebak en het eerste kopje koffie opwaren, ineens ernstig stil werd. Marja stond op, haalde de koffiepot uit de keuken en schonk nog eens in maar toen ze weer zat, was het opnieuw stil. Ik had verwacht dat Jan zou beginnen te praten of heel misschien Ken maar tot mijn grote verrassing was zij het die als eerste haar mond opendeed.

“Lieve, Ken, lieve Rogier, we zijn heel blij dat jullie beiden hier zijn en echt vooral jouw telefoontje van gisteravond, Ken, heeft ons heel goed gedaan. De afgelopen tijd hebben wij het elkaar niet gemakkelijk gemaakt en je vader en ik vreesden het ergste toen je zo verschrikkelijk lang stil bleef. Je weet, ik ben niet zo’n prater en misschien heb ik me tijdens je hele opvoeding me er altijd wel veel te gemakkelijk van afgemaakt Ik weet het niet. Ik ben nou eenmaal iemand die altijd zo snel mogelijk weer probeert om alle plooien glad te strijken en als ik al eens iets van onmin tussen jou en je vader ontdekte, dan probeerde ik dat zo snel mogelijk uit de weg te ruimen door of jou een por te geven of je vader aan te pakken. Ik houd niet van ruzie en wil het liefste dat iedereen het zo prettig mogelijk heeft. Nou heb ik pas de afgelopen dagen ontdekt dat dat niet zo gemakkelijk is. Niet nu in elk geval. De ruzie die ontstaan is, heeft het voor ons allemaal erg moeilijk gemaakt. Er zijn fouten gemaakt door je vader, door mij, door jou en ook door Rogier. Iedereen heeft in dit gebeuren zijn eigen verantwoordelijkheid en ik ben blij dat iedereen die ook heeft durven nemen. Je vader heeft een aantal dagen nadat we terug waren uit Zuid-Limburg contact gezocht met Rogier. Rogier heeft hem ontmoet en ze hebben samen, voor zover ik gehoord en begrepen heb, een prima gesprek gehad. Jij nam je verantwoordelijkheid door ons gisteravond op te bellen en ik … ik neem nu die verantwoordelijkheid door het gesprek te openen. Misschien vind je dit vreemd van mij en heb je mij nog nooit zo lang achtereen horen praten maar … je ziet het, ik kan het wel.” Ze glimlachte en keek ons allen een voor een haast triomfantelijk aan.

“Je hebt helemaal gelijk, mam, je bent meestal niet zo’n prater.”

“Nee, en daar moet nu maar eens een eind aan komen! Vind ik! Want als ik niet praat, is er ook niemand die naar mij luistert! En ik heb heel veel dingen te zeggen die nodig gezegd moeten worden.” Jan die naast haar op de bank zat, pakte haar hand beet en kneep erin. Een heel lief gebaar. Ik zag het en Ken ook.

“Mam,” wilde hij beginnen.

“Nee, nu ik de gelegenheid heb genomen wil ik ook graag verder praten als het mag.”

“Sorry, mam.”

“Jarenlang hebben je vader en ik gedacht dat je ons persoonlijk bezit was. Jij was van ons en dat zou altijd zo blijven. Je weet dat we heel veel moeite hebben moeten doen om je op deze wereld te zetten en die moeite is het echt, dubbel en dwars waard geweest. Als ik er opnieuw voor zou moeten kiezen zou ik geen moment twijfelen. Jij bent al die moeite waard, Ken Walters. Ik weet dat je niet zo’n hoge pet van jezelf op hebt en het heeft me veel pijn gedaan als ik dat merkte. Ik heb geprobeerd je dan te helpen maar … dat lukte vaak niet. Ik was onmachtig en je vader ook. En bovendien dacht je vaak dat we het toch maar zeiden omdat we nou eenmaal je ouders waren. In deze vakantie heb je iemand leren kennen die jou ineens ook interessant leek te vinden en dat moet bij jou als heel merkwaardig zijn aangekomen. Ineens was er iemand die dingen van je wilde weten, die met je wilde praten.”

“Ja,” zei Ken terwijl hij mij aankeek, “ik vond dat ontzettend merkwaardig.”

Marja keek me glimlachend aan maar richtte zich toen weer op haar zoon. “Voor zover ik van je vader begrepen heb, was jij al heel snel ontzettend onder de indruk van Rogier.” Ken knikte. “Hij had echter wat meer tijd nodig en het was goed dat hij die tijd nam want jullie zullen het niet gemakkelijk krijgen. Homoseksuele relaties worden geaccepteerd tegenwoordig maar je zult merken dat nog lang niet iedereen het respecteert. Bovendien is er nog een behoorlijk leeftijdsverschil ook dat buitenstaanders vreemd kunnen vinden. Rogier had tijd nodig om een aantal persoonlijk zaken op een rijtje te zetten en ik denk dat dat proces afgerond was op die fatale donderdagochtend. Je vader zag iets dat hij niet had behoren te zien, maar toch zag. Natuurlijk was er schrik, grote schrik kan ik gerust zeggen want zoiets verwacht je niet te zien. Wie houdt er nou rekening mee dat zijn zoon gevoelens voor mannen heeft.”

“Mam, sorry hoor maar het is heel anders. Ik heb nooit specifieke gevoelens gehad voor jongens. Ben misschien wel niet eens een echte homo maar ik ben gewoon verliefd geworden op Rogier en hij … ja, hij is nou eenmaal een man en dus noemt men onze relatie een homoseksuele.”

“Goed. Een heel duidelijke uitleg en een heel andere invalshoek maar wat blijft, was de schrik van je vader. Als ouder trap je heel snel in de val om het leven van je kind bij voorbaat al te gaan inrichten. Je vader heeft dat gedaan en ik ook. Verder is de grootste fout die we gemaakt hebben dat we je niet veel eerder hebben losgelaten. We hadden daar vroeger mee moeten beginnen maar … bij ons ontbrak de durf gewoon. En het voelt nog steeds vreemd, Ken. Geloof me! Jou nu hier te zien zitten met aan je zijde je vriend heeft iets onwezenlijks. Je bent zolang bij ons geweest en straks …”

“Er hoeft niet zo heel veel te veranderen, mam.”

“Sorry, ik dwaalde af. Ik had het over fouten. We hebben je te veel onder onze vleugels gehouden, hebben je niet geleerd om te vallen en daarna weer op te staan. Nee, we voorkwamen steeds dat je zou kunnen vallen en dat is niet goed geweest. Beiden weten we nu dat het anders had gemoeten maar we kunnen het niet meer goedmaken. We zullen met deze fout in jouw opvoeding verder moeten. En er heeft nog iets ontbroken. Rogier was degene die je vader daarop gewezen heeft. Het praten. Wij hebben het nooit echt met je gedaan en jij hebt het dus van ons niet kunnen leren. Je hebt geen voorbeelden gehad om dat aan te leren. Maar gelukkig hebben we die kans nu wel.” Een brede glimlach verscheen op haar gezicht. “Je vader en jij zullen nu het een en ander met elkaar uit moeten praten. En Rogier en ik zullen voor scheidsrechter gaan spelen. Het is niet de bedoeling dat we een winnaar gaan aanwijzen straks, dat niet. We zijn er alleen maar om te voorkomen dat jullie elkaar in de haren vliegen of elkaar met woorden afmaken want dat kan niet de bedoeling van dit gesprek zijn. Dus heren, ik zou zo zeggen, begin maar!”

In de stilte die volgde, keken vader en zoon elkaar af en toe aan alsof ze hun tegenstander aan het aftasten waren. Er werd wat ongemakkelijk heen en weer geschoven en ik hoorde wat gekuch en zenuwachtig gelach. Meer was er echter niet te bemerken en heel even begon ik te vrezen dat dit op niets zou uitlopen, dat ze het beiden echt niet konden. Toen ineens begonnen ze beiden tegelijkertijd te praten.

“Sorry.”

“Ja, ik ook.”

“Mag ik misschien als eerste beginnen?” vroeg Jan.

Ken knikte.

“Meestal ben je van mij gewend dat ik altijd het eerste praat en meestal ook nog dan zonder het zo netjes te vragen als ik nu heb gedaan. En daarvoor, voor al die keren dat ik dat heb laten gebeuren wil ik je mijn verontschuldigingen aanbieden. Waar je moeder meestal zweeg, heb ik altijd mijn grote mond vooraan gehad. Ook voor het feit dat ik jou en Rogier op die donderdagochtend heb bezeerd en de manier waarop ik dat gedaan heb, wil ik je vragen mij te vergeven. Zelf heb ik Rogier daarom al gevraagd maar nu wil ik het jou ook doen, jongen. Het is niet terug te draaien, maar laten we dit kwalijke alsjeblieft niet tussen ons in laten staan. Je moeder schetste het zojuist al eventjes dat ouders het leven van hun kinderen gaan inrichten. Zo had ik dus ook een bepaald beeld van jou en dat stortte ineens in en ik zal me een ander beeld van je moeten gaa …”

“Sorry, dat ik je gesprek onderbreek, pap, maar doe dat alsjeblieft niet. Creëer niet een nieuw beeld van mij. Ik wil dat niet want dan zou ik je opnieuw tegen kunnen vallen. Je moet me nemen zoals ik nu ben. Schep geen verwachtingen van me dan kan ik je ook niet tegenvallen. Leef in het hier en nu met mij en Rogier en laat dat goed zijn.”

Wow! Waar had die jongen die wijsheid opgepikt!

“Ja, misschien is dat veel beter om te doen, Ken.” Ik zag Jan denken en af en toe eventjes de blik van Marja zoeken. “Zo moeten we het doen, Ken. Zo zullen we met elkaar verder kunnen, denk ik. Maar, alsjeblieft, reken mij al de dingen die ik, die wij, verkeerd gedaan hebben niet aan.”

“Nee, dat kan ik ook helemaal niet. Niet meer in elk geval. Die dagen na die donderdag waren een hel voor me. Ik voelde me zo verschrikkelijk, zo verdomd alleen dat ik aan heel erge dingen gedacht heb maar … die mooie dagen daarvoor lieten me beseffen dat het leven gewoon waard is om geleefd te worden. Nee, ik zou me er niet zo gemakkelijk van af maken. Dat kon ik niet! Maar hoe ik het wel moest oplossen, wist ik ook nog niet. Na dagen kwam ik tot de conclusie dat de enige die mij uit die impasse zou kunnen helpen Rogier zou zijn. En daarom liep ik weg en rechtstreeks naar hem toe. Hij heeft het me niet gemakkelijk gemaakt maar dat had ik eigenlijk ook niet verwacht. Op die vrijdagavond zette hij me aan het denken en in zijn bijzijn ging dat veel gemakkelijker. Hij liet me dingen zien die ik voorheen niet zo had kunnen zien en daarom … daarom ben ik nu hier. Zijn wij hier. Pap, mam ook ik heb stomme dingen gedaan. Ik had veel vaker eens dwars moeten gaan liggen. Het is heus wel eens in me opgekomen hoor, maar altijd weer probeerde ook ik de lieve vrede te bewaren. Daarin lijk ik waarschijnlijk heel veel op jou, mam. Maar dat woeste dat pap heeft, zit ook in me. Alleen liet in het ondersneeuwen. Ook vanwege die verrekte hartkwaal die jou zo genekt heeft, pap. Ik was bang dat als we eens echt bonje kregen met elkaar ik misschien …”

“Jongen, toch! Dat hart van mij heeft een knal gehad maar het gaat heus goed. Hij houdt het nog heel wat jaartjes vol hoor! Ook als je eens uit je slof schiet!”

“Gelukkig, pap, want echt,” en daar kwamen de tranen, “ik kan jou en mam heus niet missen. Ik dacht dat ik dat kon, zomaar uit jullie leven weglopen en nooit meer terugkeren. Zo ging ik naar Zwolle maar ik kom anders terug. Neem het me niet kwalijk dat ik nooit echt gepraat heb, dat ik nooit echt mijn gevoelens goed onder woorden heb kunnen brengen dat …”

“Misschien moeten we maar stoppen,” brak de vrouwelijke scheidsrechter, met een van tranen doordrenkt stemmetje, in. “Ik denk dat Kens opmerking om met het hier en nu verder te gaan de allerbeste is die ik vandaag gehoord heb.”

“Ja,” vulde ik aan, “maar ik ben wel heel blij dat jullie eindelijk eens echt met elkaar gepraat hebben. Dat er een interactie is geweest waarbij alle gevoelens nu echt boven tafel zijn gekomen.”

“Ja, en eigenlijk is daar maar een persoon debet aan,” reageerde Jan.

“Ja,” viel Ken hem bij.

“Zeker weten,” antwoordde Marja. “En dat ben jij Rogier. Jij hebt het leven van ons drieën zodanig positief beïnvloed dat ik je van harte welkom heet in onze kleine familie. We zijn maar met z’n drietjes maar willen graag jouw familie zijn.”

Nog meer gesnotter en ja … ook ik hield het niet droog.

“Maar," begon ik nadat we allemaal weer wat bedaard waren, "ook ik heb dingen verkeerd gedaan. Ik had …”

“Ja, dat dansje van jou, dat je opvoerde toen je Ken voor het eerst versloeg,” lachte Jan, “dat was werkelijk niet om aan te zien! Marja, als je dat eens had kunnen zien! Werkelijk geen gezicht!”

Met een glazige blik keek ik de drie, die zich op de knieën sloegen van de pret, aan. Wat heb je nou aan zo’n familie! Ik probeerde nog eens aan te geven dat ik ook fouten had gemaakt maar Marja liet me niet aan het woord.

“Sorry, Rogier, maar ik denk dat we allemaal nu wel weten dat er diverse fouten gemaakt zijn. Laten we leren van de fouten die we gemaakt hebben en zoals Ken het zei, verder gaan in het hier en nu.”

Ja, wat heb je dan nog in te brengen!

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » donderdag 25 juni 2015 15:09

Hoofdstuk 14

Natuurlijk bleven we brood eten maar toen Marja in de loop van de middag vroeg of we bleven slapen, was Ken heel pertinent. “Nee, mam. We moeten nog een karweitje afmaken dus …” Hij glimlachte ondeugend en zij wist waarschijnlijk voldoende want ook om haar mond verscheen een glimlach en ze vroeg niet verder.

Ik belde een hotel in Noordwijk en reserveerde daar een kamer voor ons. Iets voor zeven uur namen we afscheid van Kens ouders en het afscheid was net zo hartelijk als de verwelkoming geweest was. Ik gaf hen mijn adres met het verzoek om eens langs te komen en het niet op de lange baan te schuiven.

“Dat zullen we zeker niet doen,” verzekerde Marja mij. Er werd gezoend en geknuffeld en daarna pas konden we wegrijden.

De rit duurde iets langer dan een half uur en aan Ken was duidelijk te merken dat hij opgelucht was. Hij kwebbelde de hele tijd en was echt goed gezelschap. Af en toe dwaalden mijn gedachten ernstig af naar wat ik verwachtte dat zou gaan komen. Het verlangen in mij nam de overhand. En hoe ik me er ook tegen verzette het had geen zin. Steeds weer kwam die lustgedachte terug. Maar ik wist daarnaast godzijdank ook dat ik deze heerlijke vent liefhad. De beide gevoelens lust en liefde gingen arm in arm; een uniek paar. Tegen halfacht kwamen we aan. Voor het diner zouden we onze kamer inspecteren en even douchen. De receptionist zei dat de keuken om halfnegen zou sluiten. Toen de deur van de hotelkamer achter ons dichtsloeg, trok Ken me in zijn armen. Zijn mond was meteen op die van mij en een hartstochtelijke kus volgde. Ik maakte het elastiek in zijn haren los en woelde door zijn weelderige manen. Oh, God wat heerlijk! De kus werd verbroken en onrustig begon hij mijn overhemd los te knopen. Daarna volgde de rest van mijn kleren snel. Hij duwde me achterover op het bed en vlijde zich op me. Dat hele, heerlijke jongenslijf kon ik voelen. Geweldig gewoon. Hij was enorm hard en zo ook ik. Veel van zijn kleren trok hij niet uit. Hij stroopte alleen zijn broek en short naar beneden en legde toen mijn benen tegen zijn schouders. Hij had goed naar de plaatjes gekeken en scheen precies te weten hoe hij het moest doen. Mijn gaatje zat op de juiste hoogte voor hem en zijn kletsnatte eikel duwde ertegen aan.

”Maak me iets nat, lieverd,” zei ik hem. Hij spuugde in zijn hand en met zijn vingers bevoelde hij mijn lekkere, warme holletje. Toen stootte hij het topje van zijn lid naar binnen. Altijd - bij mij in elk geval - even die diep doordringende pijn die me ook nu een kreet deed slaken maar toen hij verder naar binnenging verdween het vervelende gevoel al snel. Voor zijn eerste keer deed hij het geweldig. Hij was fanatiek en bleef pompen. Heel rap zat hij tot aan zijn ballen in mijn achterste. Een vloek en toen knalde zijn warme, witte spul bij mij naar binnen.

“Oh shit! Oh shit! Wat een heerlijk gevoel man!” verzuchtte hij. “Shit, het ging alleen veel te snel!”

“Nee, lieve Ken, je deed het geweldig! Je doet het ontzettend goed, man!”

“Ja, ja, dat zeg je er alleen maar om.”

“Nee! Als je zoiets voor de eerste keer doet en je presteert dit, is dat heel goed.” Ik kuste hem op zijn voorhoofd en liet mijn handen over zijn rug gaan.

“Deed het pijn?”

“Eventjes maar. Bij mij doet het altijd eventjes pijn maar het verdwijnt ook weer heel snel.”

“Ik ben bang voor die pijn, Rogier!”

“Ik hoef je ook niet te neuken, Ken! Als je het niet wilt, hoeft het niet. We gaan alleen maar dingen doen die we beiden leuk vinden. Je mag je wat neuken betreft op mij uitleven. Ik ben jouw bottom, weet je nog wel?” Hij grinnikte.

“Ja, had ik het toch bij het goede eind, nietwaar?”

”Zeker! Met zo’n pracht boy als jij bent, is het geen enkel bezwaar om de onderliggende partij te zijn.”

“Ik vind je lief, Rogier.”

”Ik vind jou veel liever, Ken. Je bent de allerliefste jongen van de hele wereld.”

“Ik weet dat je er een aantal voor mij gehad hebt maar toch niet zoveel?”

“Huh!?! Hoe bedoel je?”

“Hoe kun je nou weten dat ik de allerliefste van de wereld ben als je ze niet allemaal gehad hebt!”

“Haha, lokbroek! Ik kietelde hem in zijn zij en zo draaiden we om. Zijn slappe lul, zakte uit mijn holletje.

“We moeten gaan douchen anders zitten we straks stinkend aan tafel.”

“We stinken niet, Rogier. We ruiken naar elkaar. Naar elkaars zweet en andere opwindende geurtjes. Lekker toch?”

“Ja, lieverd, heel lekker.”

Toch gingen we onder de douche en natuurlijk kon hij niet van me afblijven. Hij vond dat ik minstens ook een keer klaar moest komen voor het eten en deed dat heel geraffineerd. Eerst zeepte hij mijn pik met zijn handen in wat mij een enorme speer bezorgde. Daarna spoelde hij hem af en deed de rest met zijn mond. Vingers van beide handen speelden met mijn kaalgeschoren ballen en ook verdwenen ze af en toe in mijn nog steeds hunkerende gaatje. Van deze knaap zou ik niet snel genoeg krijgen. Wat zeg ik: nooit genoeg krijgen! Lang zoog hij aan me en telkens probeerde ik de zaadlozing uit te stellen. Topjes van dikbesneeuwde bergen, eskimo’s, ijsberen alles liet ik door mijn gedachten gaan maar uiteindelijk was er geen houden aan. Ik stortte me leeg in zijn gulzig zuigende mond en hij, hij slikte het zo goed het ging in. Verrukt keek hij naar me op.

“Ik lust hier wel pap van, Rogier!”

“Je mag het hebben zovaak je wilt. Ik kan voldoende voor je produceren als je me zo blijft opwinden.” We lachten en zoenden elkaar toen hij opgestaan was. We douchten af en nadat we ons afgedroogd hadden, trokken we schone kleren aan. Beiden gekleed in korte broek en T-shirt gingen we daarna naar de eetzaal. We waren wat aan de late kant, zei de kelner. Maar hij beloofde dat hij zijn best voor ons zou doen. En dat deed hij dan ook. We kregen een vorstelijke maaltijd en ik had nadien een behoorlijk bol buikje. Het liefste zou ik naar onze kamer gegaan zijn om nogmaals goede seks met mijn lover te hebben maar … de eikel stelde een strandwandeling voor!?!? “Grapje, toch zeker hè, Ken,” probeerde ik nog maar hij was doodserieus en was bijna al op het strand toen ik nog aan tafel zat. Mijn harde nam in omvang af toen ik met hem mee sukkelde door het rulle zand. Het was mooi weer en we zagen hoe de zon langzaam steeds lager en lager kwam te hangen. Wandelaars waren schaars maar heel in de verte zagen we een kampvuur branden.

“Daar wil ik heen!” verklaarde Ken en zo liep ik nog een hele tijd met hem mee. Hand in hand, dat tenminste nog wel. Rond het kampvuur zat een hele groep mensen. Een gevarieerd gezelschap: mannen en vrouwen (om hiermee de ouderen aan te duiden), jongens en meisjes. Het scheen gezellig te zijn want toen wij naderden werd ons meteen toegeroepen dat we er wel bij mochten komen zitten. Zelf ben ik niet zo’n groepsmens maar Ken wilde dolgraag. Er werd plek voor ons gemaakt en al snel waren we beiden in gesprek verwikkeld met de anderen. Er bleken ook verschillende nationaliteiten aanwezig te zijn. Ik hoorde tenminste Duits, Frans, Engels en Nederlands gesproken worden. Er werd ons een blikje bier aangereikt en we proosten met de hele groep. Waarop? Dat weet ik niet precies maar ik dronk op nog een goede avond vol van seks met Ken.

Het was uitermate gezellig. Er werd veel gelachen. Er werd gezongen met begeleiding van een gitaar en er ging ook een sigaret rond van mond tot mond. Toen die bij mij aankwam, bedankte ik netjes en maakte met mijn lippen aan Ken duidelijk dat het hoogstwaarschijnlijk weed was. Ken knikte en gaf hem ook door. Ik wil geen moraalprediker zijn maar een beetje alcohol voor de gezelligheid vind ik tot daar aan toe maar drugs, nee dat hoeft voor mij niet. Maar ik zeg er meteen bij dat de anderen in de kring absoluut niet in mijn achting daalden. Het was goed en prettig gezelschap. Langzamerhand ging het vuur uit en begonnen mijn ogen dicht te vallen. Voor mij was het te laat geworden na zo’n inspannende dag. Ik moet echt in slaap gevallen zijn want pas toen Ken me tegen de wang tikte, schrok ik op.

“Hè joh, kom. We gaan naar het hotel terug.”

Ik wachtte eventjes tot ik goed wakker was en stond toen op. We namen afscheid van de groep en liepen weg. Een man riep Ken in het Engels terug. Ken liep naar hem toe en ging op zijn knieën bij hem zitten. De man fluisterde hem iets in het oor en ik zag een glimlach om Kens mond verschijnen. De jongen klopte de man op zijn schouder, stond toen op en voegde zich weer bij me. Toen we verder liepen, was ik nieuwsgierig genoeg om te willen weten wat de Engelsman hem gezegd had.

“Later, Rogier. Later mag je het allemaal weten. Nu nog niet.”

Shit! De plaaggeest! En hij zei het ook met zo’n gemene lach rond zijn lippen! Ik was nog steeds half slaapdronken want ik liep het pad door de duinenrij naar het hotel helemaal voorbij.

“Hé, hadden we daar niet heen gemoeten?” vroeg Ken.

“Mmmm, ik weet het niet. Gewoon niet op mijn best geloof ik nu.” We liepen terug en inderdaad; Ken had gelijk. Het pad kronkelde tussen de eerste duinenrij door en toen we ons opmaakten om de tweede te bestijgen, drukte hij me ineens van het pad op de grond in het zand. “Hé, wat krijgen we nou?” Voor ik het wist lag Ken boven op me. Zijn mond was op die van mij en zijn tong baande zich een weg naar binnen. Zijn kus was heet en de vonken sloegen er zowat van af. “Wow, nogmaals: wat krijgen we nou?”

“De man zei dat ik jou een flinke beurt moest geven en dat ga ik nu doen.”

“Wat hier zomaar …”

“Ja! Waarom niet! Geen mens die ons ziet en zelfs al zouden ze ons zien dan kunnen ze er misschien nog iets van leren.” Ik gaf me over. Zoveel brutaliteit daar kon ik niet tegenop en … ik wilde het ook helemaal niet. Zijn handen zaten onder mijn T-shirt en even later in mijn broek waar ze flink bezig waren mijn pik te bewerken. Lang duurde het niet voor ik stijf werd. Ik liet hem zijn gang gaan toen hij me begon uit te kleden. Toen ik naakt in het zand lag, ontkleedde hij zichzelf in een recordtijd. Bloot strekte hij zich op me uit en liet me voelen dat hij behoorlijk opgewonden was. Hij was groot en dik en ontzettend hard. Ik trok mijn benen op om hem toegang te geven tot mijn meest intieme plaats maar … hij wilde het anders. “Nee, niet op die manier. Dat heb ik al eens gedaan.”

“Sorry, hoor. Gut, wist niet dat je al zo ervaren was,” plaagde ik hem. Ik duwde hem van me af en ging voor hem op handen en knieën zitten. “Dit beter misschien?”

“Ja, lieverd veel beter. Dit vind ik echt een geil standje. Die mooie witte billen van jou blinkend in het licht van de maan en sterren zien er zo vreselijk verleidelijk uit.”

Need I say more? Hij begon me met zijn tong op te warmen en nat te maken. Heel langzaam rimde hij mijn spleet en gaatje. Heel tergend traag duwde hij het puntje van zijn tong in mijn holletje. Ik wilde hem hebben maar verbeet me. Wilde hem ook deze ogenblikken gunnen. Toen was het voorbereidende werk gedaan en voelde ik de druk van zijn eikel tegen mijn ingang. De druk werd groter en groter en toen gleed hij naar binnen. Even gilde ik zoals altijd en ik deed het met overgave. De plaats van ons samenzijn weerhield me er niet van. Iedereen mocht het horen. Deze heerlijke man was van mij! Deze geweldenaar was mijn lover voor nu en altijd! Met grote halen werkte hij zich naar binnen toe. Regelmatig vroeg hij me of het ging en of ik het lekker vond en iedere keer antwoordde ik met een hijgend ‘JA!’. Hoelang hij in me heen en weer ging, weet ik niet meer. Ik weet alleen maar dat het ontzettend goed ging en dat ik volop genoot. Ik raakte compleet in trance van zijn gebeuk in mij. Het was heerlijk. Gewoonweg ontzettend heerlijk. Zijn stralen die mij vulden, brachten me weer iets bij mijn positieven maar nog steeds gierde het genot door mijn lijf. Langzaam werd hij zacht in me en gleed hij naar buiten. Ik draaide me naar hem om en zag hem zitten: bezweet en hijgend. Ik streelde hem over zijn borst en door zijn haar. Ik kuste hem op zijn lippen en zijn wangen, zijn kin, zijn voorhoofd. “Waar heb je dit geleerd, lieveling?” vroeg ik hem zachtjes.

“Weet ik ook niet, Rogier. Je zat daar gewoon zo vreselijk verleidelijk te zijn dat ik … ik het gewoon kon.”

“Je bent een geweldenaar, Ken. Zoiets fijns heb ik nog nooit beleefd en het voelt nog steeds enorm goed.” Ik sloeg mijn armen om hem heen en trok hem tegen me aan. Zo zaten we daar op onze knieën een tijdlang in het zand. Het enige geluid kwam van het bruizen van de zee, onze wild kloppende harten en zwoegende adem. “Kom jongen, we gaan onze kamer opzoeken. Ik wil slapen.” We stonden op en kleedden ons weer aan.

Op onze kamer aangekomen kropen we snel in bed en tegen elkaar aan. Ik zou nog wel iets hebben kunnen presteren maar ik wist dat ik geen prestaties hoefde te leveren. Niet bij hem! Hij was overtuigd genoeg van mijn liefde. Al snel voelde ik zijn ademhaling rustig worden en wist ik dat hij sliep. Nog heel lang keek ik naar zijn prachtige gezicht en die mooie losse haren van hem. Ik bedacht me hoe gelukkig ik was. Hoe ontzettend goed het was dat ik hem had leren kennen. En tegelijkertijd dacht ik aan mijn vader. Hoe blij ik was met de levenslessen die ik van hem geleerd had. Hij had me geleerd om altijd te praten. Te praten over van alles en nog wat maar ook over de dingen die belangrijk zijn in het leven. Die avond toen ik thuis kwam nadat ik voor het eerst met een jongen gevreeën had en hem uiteindelijk alles daarover verteld had, was heel belangrijk geweest. Vanaf dat moment was nooit meer iets te gek geweest om over te praten. Alle barrières voorgoed opgeruimd.

“Hé, pa! Zie je me hier liggen? Liggen met deze schoonheid? Mooie jongen, nietwaar? Ja, heeft wel wat moeite en tranen gekost maar …het is gelukt. Dank je, pa, dat je me geleerd hebt om te praten. Mijn eigen mening te vormen. Me nooit zomaar uit het veld te laten slaan door anderen. Dat je me er altijd van overtuigd hebt dat ik er mocht zijn zoals ik was. Daarvoor ben ik je heel erg dankbaar, pa. Als jij er niet geweest was …” De tranen begonnen te komen maar het was goed. Ik wilde ze ook niet verbergen. Ik hoefde ze niet te verbergen. Mijn allerliefste Ken wist en mocht weten dat ik altijd verdriet zou blijven houden om mijn vader die er niet meer was. “Pa, ik wou dat je hier bij ons was en kon genieten van het geluk dat mij ten deel is gevallen. Dat je kon zien hoe blij ik ben met deze jongen die niet alleen mooi maar ook nog eens heel lief is! En eigenlijk, is dat veel belangrijker dan alleen maar mooi zijn.” Mijn tranen liepen over mijn wangen en drupten op Kens schouder. Hij sliep de slaap der onschuldigen en werd niet wakker. “Maar pa, hoezeer ik je ook mis, ik weet ook dat het niet langer kon zoals het ging. Je was moe en het leven dat je moest leiden zat, en ik kan me dat heel goed voorstellen. Als het leven niets anders dan lijden meer is, zou het geen leven meer mogen heten.”

“Tegen wie praat je?”

Ik schrok op uit de dialoog met mijn vader en glimlachte naar Kens slaperige gezicht. “Met mijn vader.”

Even keek hij me schaapachtig aan.

“Klinkt dom nietwaar?”

“Nee!”

Een antwoord dat ik niet verwacht had.

“Vind je het goed dat ik ook even met hem praat?”

Ik viel met Ken van de ene verbazing in de andere en kon niet anders dan knikken. Woorden schoten tekort.

“Pa, je vindt het vast wel goed dat ik je zo noem. Mijn eigen vader noem ik pap en zo kan ik jullie mooi uit elkaar houden. Jammer genoeg heb ik je niet persoonlijk mogen kennen maar uit alle verhalen die Rogier over je vertelt, weet ik dat je een prachtig mens geweest moet zijn. Iemand die veel belang stelde in de dingen die zijn zoon deed. Die zijn zoon gemaakt heeft tot wat hij nu is. En … ik kan je gerust zeggen dat ik heel blij met hem ben.” Zijn arm gleed om me heen en hij trok me dicht tegen zich aan. “Ik ken je dan niet persoonlijk maar weet dat ik je zal leren kennen als ik Rogier beter leer kennen. Heel veel van jou zit in die prachtige vriend van mij, jouw zoon, en daarvoor wil ik je bedanken. Zonder jou zou er geen Rogier geweest zijn. Zonder jouw manier van opvoeden zou Rogier niet degene zijn die hij nu is. Dank je voor dat bijzondere dat je van hem hebt weten te maken. Het moet niet gemakkelijk geweest zijn.” De tranen biggelden over zijn wangen en de mijne kwamen ook opnieuw. Dicht tegen elkaar aan liggend, huilden we samen. En zo was het goed.

EINDE



Reacties zijn welkom op de site maar ook op mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, januari 2015 (gereviseerde versie)
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 88
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 101 keer
 

Plaats een reactie

Vorige

Terug naar Lucky's Corner

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast


cron