Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Lucky's Corner
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

VAKANTIE 2002


Verhalen vanLucky Eye

Plaats een reactie

Bericht VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » woensdag 01 april 2015 09:54

Een verhaal van Lucky Eye

Dit verhaal is niet gebaseerd op feiten. Elke overeenkomst met gebeurtenissen, personen, plaatsen en tijden berust dan ook op toeval.

©Lucky Eye, januari 2015 (gereviseerde versie)
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Reacties zijn welkom op de site maar ook op mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk


VAKANTIE 2002



Hoofdstuk 1

Een toevallige combinatie van gebeurtenissen bracht me dat jaar op het idee om mijn vakantie door te brengen in Epen, Zuid-Limburg. Een goede kennis van me noemde de plaats en in de erfenis van mijn vader kwam ik landkaarten en een wandelgids tegen van het gebied rond het dorpje. Een telefoontje naar Vincent leverde me het adres op van het appartement bij Camerig waar hij vorig jaar geweest was en nog diezelfde avond boekte ik twee weken vakantie in het Heuvelland.

Mijn vader was in september 2001 na een langslepende ziekte overleden. Eigenlijk was ik blij toen er een eind aan zijn lijden kwam want het is bepaald niet prettig om te zien hoe iemand van wie je zielsveel houdt langzaam maar zeker dood gaat. En met zijn heengaan stond ik helemaal alleen op de wereld. Nou is er natuurlijk ooit wel een moeder geweest maar die had een paar dagen voor mijn vijfde verjaardag in 1983 de benen genomen. ’s Avonds had ze me nog onder de douche gezet en toen mijn vader me een verhaaltje voorgelezen en ondergestopt had, ging ik zoals altijd rustig slapen. De volgende morgen was ze met de inhoud van haar klerenkast en een aantal andere zaken verdwenen om nooit meer terug te komen. Als kind begrijp je zoiets niet en mijn zus en ik begrepen er dan ook helemaal niets van. Kinderen denken dan vaak dat zij er schuld aan zijn en halen zich allerlei dingen in het hoofd. Ben ik te stout geweest? Heb ik niet goed genoeg naar haar geluisterd? Toen mijn vader dat soort dingen toevallig opving, legde hij ons uit dat wij absoluut niet de reden waren dat mam weg was. Wat de reden wel was, hoorde ik jaren later pas. Feit was dat ze weg was!

De echtscheiding werd snel geregeld. Later bedachten we ons dat onze moeder ons nooit meer heeft willen zien want we werden zondermeer toegewezen aan mijn vader en ze had niet eens om een bezoekregeling of iets dergelijks gevraagd. Mijn vader had altijd al heel veel met ons opgetrokken en bleef dat ook op zijn kalme en rustige manier doen. We hadden het goed thuis. We woonden in een prachtig, groot huis en mijn vader kon het zich veroorloven ons van alle gemakken te voorzien. Dat we echt in overvloed leefden merkte ik pas toen ik bij andere kinderen thuiskwam. Sommigen hadden heel weinig speelgoed en bij ons was er altijd voldoende. En als anderen dan wel veel speelgoed hadden was het meer in de sfeer van dat ze daarmee afgekocht werden, zo van ‘hier heb je een pop maar houd nu je kop!’.

Bij ons thuis was er altijd echte aandacht voor ons. Ook nadat mijn vader er alleen voor kwam te staan. De rol van vader en moeder tegelijk vervulde hij prima. Althans dat was zo in mijn ogen. Mijn zus begon daar, naarmate ze ouder werd, anders over te denken. Ze is zes jaar ouder dan ik ben en al naar gelang de jaren verstreken werden de ruzies bij ons thuis steeds heviger. De puberteit is heel moeilijk soms en hoewel mijn vader daar een hele dosis nuchterheid tegenover stelde, botsten zij en hij toch nog wel vaak. Mijn zus zocht de ruzie soms gewoon op en regelmatig wees ik haar, als klein broertje, daar op. Maar van mij nam ze natuurlijk helemaal niets aan.

Op een avond in de zomervakantie van 1990 stapte ze onverwacht op. Net zoals mijn moeder, om nooit meer terug te komen. Een paar weken na haar vertrek kregen we wel een brief van haar met alleen een adres in Amerika daarin geschreven. Elk jaar schreef mijn vader haar een kaart met de Kerst waarop we beiden onze naam schreven maar nooit kregen we antwoord terug. Zelfs op heel lange brieven die ik haar schreef, liet ze niets horen en dat vond ik vreselijk want op zich hadden we het altijd heel goed met elkaar kunnen vinden en dus begreep ik er helemaal niets van.

Nu zul je misschien gaan analyseren en denken ‘ah, daarom is hij dus homo geworden!’. Nou laat ik je dan uit de droom helpen. Door deze slechte ervaringen met vrouwen ben ik het andere geslacht heus niet gaan haten! Wel is het zo dat ik vrouwen veel minder snel vertrouw dan mannen. Vriendinnen in mijn vriendenkring hebben echt heel veel moeite moeten doen om die ‘titel’ te verwerven. Mijn seksuele geaardheid is er echter altijd al geweest. Al in het laatste jaar van de basisschool kon ik soms ’s avonds niet in slaap komen omdat ik maar bleef denken en fantaseren over die leuke, knappe jongen bij mij in de groep. Ik fantaseerde dat wij door indianen gemarteld werden. Daarna werden we in een tent gegooid en troostten en liefkoosden we elkaar. Onze lichamen dicht tegen elkaar. En dan deed ik geen oog meer dicht. By the way, deze dromen hebben me geen liefhebber van SM gemaakt: dat even voor alle duidelijkheid.

Op mijn tiende of elfde had mijn vader me seksuele voorlichting gegeven. Hij vertelde het verhaal zoals het was en haalde er gelukkig niet die onzin van de bloemetjes en de bijtjes bij. Kinderen met zo’n verhaal opzadelen is een marteling! Dan snappen ze er nog niets van! Toen ik mijn vader echter vroeg of vrouwen ook seks met vrouwen konden hebben en mannen met mannen, keek hij toch even vreemd op zijn neus. Hij haalde een boek op en samen lazen we de twee à drie pagina’s door die over dat onderwerp handelden. Het was een saaie toelichting die bovendien niet echt verhelderend was. Hij liet het boek bij mij liggen en regelmatig keek ik er in. Zo leerde ik mijn eigen lichaam kennen en was ik niet totaal verrast toen op een gegeven moment, ik geloof dat ik twaalf was, de eerste natte droom kwam. Ik had erover gelezen en was voorbereid.

Mijn pa en ik waren een hechte eenheid. We moesten ook wel want er was gewoon niemand anders. Natuurlijk waren er nog wel andere familieleden (ooms, tantes, neven, nichten) maar die zagen we niet zo vaak. Beiden waren we gek op sport en veel van onze vrije tijd ging op aan het wielrennen. Even fanatiek waren we en we gaven vaak niet op voordat we erbij neervielen. Bijna elk weekend reden we ergens heen om aan een rondrit deel te kunnen nemen.

Op mijn zestiende had ik mijn eerste seksuele ervaring met een jongen. Hij was twee jaar ouder. Die avond deden we alles met elkaar en toen ik tegen vier uur ’s ochtends thuiskwam (een heel normale tijd toen al voor mij trouwens hoor!) was mijn vader nog op. Toen ik de woonkamer binnenkwam, keek hij op van zijn boek. Hij keek me merkwaardig onderzoekend aan en zei: 'Jongen, wat is er met je? Het lijkt of je helemaal straalt!' Ik speelde de onschuld zelve en vroeg hem grappend hoeveel hij gedronken had. 'Wil je het me niet vertellen?' vroeg hij. Ik sloeg mijn ogen neer. 'Het hoeft niet jongen maar ik vind het zo vreselijk fijn om dingen met je te delen, dat weet je toch?' Natuurlijk wist ik dat.

Ik bleef lang talmen en draaien maar uiteindelijk vertelde ik hem wat er gebeurd was. Ik vertelde hem over de seks die ik gehad had met die jongen en hoe vreselijk goed ik me voelde. Wat voor een geweldig gevoel het geweest was om hem te penetreren en hoe vreselijk goed zijn heen en weer schuivende stijve in mij was geweest. Mijn vader luisterde met volle aandacht en een brede glimlach speelde rond zijn lippen toen ik zo euforisch vertelde over mijn belevenis. Pas toen ik uitgepraat was, realiseerde ik me dat ik zonder waarschuwing vooraf hem had zitten vertellen dat ik homo was! Ik schrok en werd rood in het gezicht. Hij zag de verandering en lachte luidkeels en ik … ik lachte met hem mee. Het was eigenlijk ook best komisch.

Toen we wat bedaard waren, vertelde mijn vader me dat hij altijd wel geweten had dat ik anders was. 'Niet dat je raar of zo bent maar alleen al die ene vraag van je na de voorlichting die ik je gaf. Toen wist ik al dat je voor jongens viel. Ik ben blij dat je gelukkig bent jongen.' Hij omhelsde me en kuste me op mijn wangen. 'En,'zo ging hij verder, 'laat nooit iemand je dat gelukkige gevoel afnemen.' Ik had mijn vader goed genoeg gekend om te weten dat hij er geen echte problemen over zou maken maar dat hij zo intens en zo heftig met me zou meeleven had ik nooit verwacht.

Toen ik achttien was, ontmoette ik een jongen die heel veel voor me begon te betekenen. Voor ons beiden was het echte verliefdheid. Een half jaar na onze eerste oogwisseling trok hij bij ons in. Het huis van mijn vader was tenslotte groot genoeg. Twee jaar lang leefde ik in iets dat op het paradijs leek. De liefde van mijn leven elke ochtend naast me in bed.. Helaas: het duurde maar twee jaar. Hij raakte op me uitgekeken en zei me dat onomwonden. Hij bleek al een half jaar lang een ander vriendje te hebben die hem blijkbaar meer kon bekoren want hij trok bij mij uit en bij hem in.

Rampen komen zelden in één wordt er wel gezegd en al heel snel werd ook mij dat duidelijk. Na vier jaar van zwijgen vertelde mijn vader me dat hij een ongeneeslijke vorm van kanker had. Ik was hopeloos van mijn stuk gebracht niet alleen vanwege het feit dat hij dood zou gaan maar ook omdat hij het mij niet eerder verteld had. Hij trok zich dit enorm aan en probeerde het mij uit te leggen. 'Als jij het geweten had, was je dan een relatie aangegaan? Was je dan blijven uitgaan? Had je dan die leuke tijd gehad die je nu achter je hebt?' Nog veel meer van dat soort vragen vuurde hij op me af en telkens moest ik ‘nee’ schudden. Nee, dan had ik dat allemaal niet gedaan. 'En daarom wilde ik jouw leven niet toen al, toen je nog maar zestien was, op z’n kop zetten. We krijgen nog heel moeilijke jaren jongen en zelfs twintig is al veel te jong om te weten dat je vader, je enige familie die je nog rest, dood zal gaan.' Natuurlijk had hij gelijk en ik slikte mijn boosheid in.

Het verdriet bleef echter want wat wil je als je vader, je enige echte maat (want zo zag ik hem) op het punt staat uit je leven te gaan. Naarmate de jaren verstreken, werd de ziekte van mijn vader steeds ernstiger. Hij werkte niet meer en zat de hele dag thuis. Het enige dat de doktoren voor hem konden doen was pijnstillers voorschrijven. Opereren was van het begin af aan al onmogelijk geweest en bestralingen en chemokuren hadden ze ook ten zeerste afgeraden. Het werd een strijd tegen het onvermijdelijke en ik besloot me in die strijd zo goed mogelijk van mijn taken te kwijten. Naast mijn werk als verpleger verzorgde ik mijn vader. Ondanks al het verdriet dat we deelden probeerden we toch ook te genieten. Op de dagen dat ik vrij was reed ik hem, als hij zich goed genoeg voelde, het hele land door.

Elk jaar gingen we een paar keer op vakantie. Het liefst zo ver mogelijk weg van huis. We zagen Indonesië, Oostenrijk, Zwitserland en Curaçao. En daar verloor hij zijn hart. Ik hoefde hem daarna nooit meer te vragen waar hij heen wilde want ik kende het antwoord al. De laatste vakantie zag hij alleen nog maar zijn hotelkamer. Mij joeg hij elke dag het appartement uit om te gaan genieten maar dat had ik in de loop der jaren wel verleerd. Bij terugkomst in Nederland werd hij in het ziekenhuis opgenomen. Het ziekenhuis waar ik werkte. Vierentwintig uur per dag was ik op mijn werk. Tijdens mijn reguliere dienst droeg ik een beeper bij me en daarna hielp ik collega’s waar ik kon om maar niet alleen naar huis te hoeven gaan. Ik sliep, als het me lukte, op een klein kamertje in het ziekenhuis en verder zat ik naast zijn bed. Drie weken daarna sloot hij uitgemergeld en afgemat uiteindelijk zijn ogen. Tot op het laatste moment bleef er een glimlach rond zijn lippen liggen en regelmatig hield hij me voor dat ik moest blijven genieten van het leven. Dat ik me nooit mocht schamen voor mijn anderszijn. Dat het leven het waard was om geleefd te worden.

De crematie was precies zoals hij het wilde hebben. Hij had alles vooraf tot in de puntjes geregeld. Mijn vader, zoals hij altijd geweest was: zorgzaam tot op het allerlaatste moment.

De dag van zijn overlijden schreef ik mijn zus een lange brief die ik met de snelst mogelijk bezorging verzond naar Amerika. Vier dagen later, de dag voor de crematie, kreeg ik een lange brief terug. Van het gezegde ‘over de doden niets dan goed’ had zij waarschijnlijk nog nooit gehoord. Al na de eerste regels biggelden mij de tranen over de wangen. Ze beschreef een man die ik nooit zo gekend had en waarvan ik ook zeker wist dat het puur en alleen haar eigen beleving was. Een beleving ver bezijden de waarheid, mijn waarheid. Ze zag af van de erfenis en twee dagen na de crematie zocht ik een notaris op die mede met deze brief en het testament dat mijn vader gemaakt had de zaak keurig netjes afhandelde.

De familie kwam de eerste tijd ineens regelmatig over de vloer. Ze leken op aasgieren die wisten dat er wellicht wat te halen was. Ze cirkelden rond het huis en vlogen af en aan. Van binnen lachte ik om hun gedrag hoewel dat natuurlijk eigenlijk om te huilen was. Toen de notaris alles afgehandeld had, verkocht ik het grote huis en kocht ik er een leuk appartement in de binnenstad van Zwolle van. De rest van het kapitaal - er was heel veel geld zo bleek me - zette ik netjes op een spaarrekening ondanks alle goede adviezen (voornamelijk beleggingstips) die bankmedewerkers me gaven. De familie kwam nadien minder en minder en uiteindelijk zag ik van een enkeling alleen nog eenmaal per jaar een kaartje: met de Kerst. En natuurlijk stuur ik er dan een terug.

Alle spullen van mijn vader had ik uit het grote huis meegenomen naar mijn nieuwe onderkomen en pas in het voorjaar daarop gebruikte ik een week vakantie om alles uit te zoeken. En zo vond ik onder andere die landkaarten en de wandelgids van Epen.

Ik ben niet zo’n langslaper en daarom was ik de ochtend van de 20e juli al vroeg op pad. Eigenlijk was ik ook vroeg weggegaan om eventuele files te voorkomen want als ik ergens een hekel aan heb dan is het stilstaan met een auto op de snelweg. De ANWB had een heel drukke dag voorspeld maar wellicht mede door mijn tijdige vertrek kwam ik nergens stil te staan. Alleen op de Napoleonsweg, de tweebaansroute door Noord-Limburg (Venlo - Thorn), was het echt druk. Mijn Toyota Previa had ik tegen zevenen al volledig ingepakt. Nu heb je als je alleen op vakantie gaat eigenlijk niet zo heel veel spullen nodig maar aangezien ik een actieve vakantieganger ben nam ik ook mijn beide fietsen - een racefiets en een mountainbike - mee en zodoende was mijn wagen toch wel behoorlijk volgeladen. De rest van mijn bagage bestond uit een paar lange broeken, veel korte broeken, voldoende T-shirts, onderbroeken en sokken, zwemspullen, hardloopschoenen, sportkleding, wandelschoenen, slippers, hemden voor als het erg koud mocht worden, shorts voor in bed, de nodige toiletartikelen, een paar overhemden met korte mouwen voor chiquere gelegenheden en speciale kleren voor speciale uitjes. Ook had ik voldoende levensmiddelen ingekocht want ik wist niet of de winkels in Epen die middag wel open waren en daarom had ik het zekere voor het onzekere genomen om in elk geval het weekend door te kunnen komen.

Bij Thorn ging ik de snelweg weer op en toen ik in de buurt van Geleen moest kiezen uit twee snelwegen koos ik de verkeerde. Te laat bemerkte ik mijn foutieve keuze. Ik stopte eventjes op de vluchtstrook om het boek met wegenkaarten te raadplegen en zag dat deze weg rechtsreeks naar Maastricht zou voeren. Op zich geen probleem natuurlijk want Maastricht ligt ook in het Zuiden. Ik besloot door te rijden en geen rare fratsen met afritten af en opritten op uit te gaan voeren. Tegen twaalven parkeerde ik ergens in een parkeergarage in het centrum van de Limburgse hoofdstad. Ik zocht een restaurant op en bestelde daar een uitsmijter met een glas melk. Verzadigd ging ik een klein uurtje later weer op zoek naar mijn auto.

Voordat ik wegreed zocht ik op de wegenkaart Epen op en keek welke route ik moest nemen om er te komen. Dat zou geen probleem moeten zijn. En eigenlijk was het vinden van Epen ook niet het probleem maar hoe kom je uit zo’n grote stad! Dat bleek best nog wel een hele opgave te zijn. Diverse keren stopte ik om de juiste richting te bepalen en uiteindelijk lukte het me dan toch. Ik reed in de richting van Gulpen (bekend van het Gulpener bier natuurlijk) en vlak voor die stad sloeg ik af in de richting van Slenaken. Toen ik door dat prachtige dorpje reed zag ik dat hier elke woensdagavond iets te doen was met muziek. Eens uitproberen of het de moeite waard was. Meteen na het dorp begon de weg behoorlijk te stijgen en met diverse echte haarspeldbochten was ik eindelijk op de top van de heuvel beland. Echt heel bijzonder als je ’s morgens bijna alleen maar snelweg hebt gehad!

Via Heijenrath en Eperheide kwam ik Epen binnengereden. Het centrum van het dorp ligt echt in een dal en in de afdeling van Eperheide naar het dorp Epen sjeesden racefietsen me met ongelofelijke snelheid voorbij. Dat het ook anders kon zijn, merkte ik toen ik verder reed in de richting van Vaals. Eerst ging het nog een stukje door het dal. Daar was het bij een verkooppunt van ijs en fruit behoorlijk druk. Veel auto’s stonden in de berm geparkeerd en maakten het er niet echt veiliger op. Voor deze ‘oranje tenten’, zoals ze in de volksmond heetten, had ik het bordje ‘Camerig’ gezien. Volgens de gegevens die Vincent me gegeven had iets te vroeg eigenlijk maar misschien was er zoiets als een gemeentelijke herindeling of zo geweest hier. Daarna liep de weg behoorlijk steil omhoog en zag ik de wielrenners behoorlijk zwoegen. Staande op de pedalen kwamen ze amper vooruit. Ook zag ik een aantal toeristen met de fiets aan de hand omhoog wandelen. Ik lachte en vroeg me af hoe ik het er hier op de fiets vanaf zou brengen. Ik ben een behoorlijke sportman, al zeg ik het zelf, en fiets heel veel maar de omgeving van Zwolle is toch echt wel iets anders dan die heuvels hier.

Het laatste stukje van de reis ging prima. Boven aan de top van de heuvel sloeg ik een klein weggetje in naar rechts dat steil naar beneden liep. Een spiegel in de bocht gaf me zicht op verkeer dat me eventueel tegemoet zou kunnen komen en ik was zeer dankbaar dat er helemaal niets aankwam. Langzaam reed ik verder en draaide bij nummer 6A het erf op. Op het parkeerterrein dat bedekt was met rode steentjes was ik de enige parkeerder. Ik stapte uit en haalde gewoontegetrouw, ijdel als ik ben tenslotte, een hand door mijn zwarte haren. Mijn spijkerbroek en T-shirt kleefden aan mijn lijf en ik wist wat ik straks als eerste zou gaan doen. De vliegendeur van nr. 6A ging open en een donkerharige vrouw en een grijsharige man kwamen naar buiten.

“En hebt u het makkelijk kunnen vinden,” vroeg de man me terwijl hij mij zijn hand reikte. Ik gaf hem een stevige handdruk en vertelde heel eerlijk dat het me best wat moeite had gekost. “Ah, ja, u had de richting Heerlen moeten nemen. Dat zou een stuk gemakkelijker geweest zijn.”

“Nou ja, voor een volgende keer weet ik het,” antwoordde ik gemoedelijk. Ook de vrouw schudde mij de hand en toen gingen ze me voor naar mijn huisje dat het nummer 6D droeg. De vrouw liet me alles in het huisje zien. Kasten, koelkast, douche en wat al niet meer.

“Mocht u nog vragen hebben of als er iets kapot gaat, lampen of zo, dan kunt u altijd komen vragen. Er is meestal wel één van ons beiden thuis en anders schuift u maar een briefje onder de deur door,” zei ze. Ik knikte. “We hopen dat u een heel goede vakantie zult hebben.” Ik bedankte hen en sloot de deur. Ik liep het trappetje af naar de woonkamer en zag meteen het prachtige uitzicht dat Vincent en Casper me beschreven hadden. Eerst dus nog niet onder de douche. Ik pakte mijn mobiele telefoon uit het tasje aan mijn riem en koos hun nummer.

“Casper!” klonk het aan de andere kant van de lijn.

“Hé, met Rogier. Alles goed?”

“Ja, prima. En met jou? Ben je al aangekomen?”

“Net en daarom bel ik. Om even te zeggen dat het uitzicht net zo prachtig is als jij en Vincent verteld hebben.”

“Ja, geweldig nietwaar!”

“Inderdaad man ik zit nu op de bank met beide ogen wijd open te genieten.” Ik hoorde Casper gniffelen.

“Hé, wil je Vincent nog even spreken?”

“Ja, dat is goed, joh.”

“Hé, makker. Geen woord heb ik gelogen, hè,” zo meldde Vincent zich.

“Nee, echt het is prachtig! Het huisje ziet er prachtig uit en zelfs als dat niet zo zou zijn… zou het uitzicht alles vergoeden! Trouwens … we hebben de laatste keren dat we bij elkaar waren het alleen maar gehad over mijn vakantie!”

“Ach, dat heb ik vaker. Mensen komen bij mij en praten alleen maar over zichzelf.”

“Het zal wel aan je beroep liggen, jongen!”

“Ohhh, is dat het. Goed dat ik het weet dan zal ik je de volgende keer dat je bij ons bent als je weggaat een rekening meegeven.”

Ik lachte. Vincent is zoals je misschien wel weet psycholoog van zijn beroep.

“Maar wat ik eigenlijk nog vragen wilde is of jullie ook nog vakantieplannen hebben.”

“Nog niet echt. Casper begint straks aan de PABO en we weten dus nog niet wanneer hij een paar weken achter elkaar weg zou kunnen. Zodra we dat weten, boeken we een reis naar Hawaï.”

“Ah, je kunt dus geen genoeg krijgen van de witte palmen en de wuivende stranden,” grapte ik.

“Nou het zit zo: Casper kan er geen genoeg van krijgen en aangezien ik geen genoeg van hem kan krijgen, moet ik wel mee.”

“Je bent te beklagen, Vincent. Ik heb medelijden met je!”

“Echt niet nodig hoor. Ik ben reuze blij met mijn vriend. En eigenlijk hoop ik dat jij daar ook iets leuks tegen het lijf zult lopen. Het wordt eens tijd dat je wat vastigheid in je leven gaat krijgen, maat, want anders lig je straks wel bij mij op de divan.”

“Wie weet. Ik vind het vrijgezel zijn nog wel prettig maar je weet dat ik opensta voor een goede relatie dus … “

“In Zuid-Limburg lopen leuke jongens genoeg rond dus houd je ogen goed open zou ik zo zeggen.”

“Zal ik doen. Hé, doe de groeten aan Casper en ik laat nog wel eens wat van me horen.”

“Veel plezier!”

“Dank je! C ya!”

“Hetzelfde.”

De verbinding werd verbroken en opnieuw liet ik me betoveren door het prachtige uitzicht over het Geuldal. Terwijl ik zo zat te genieten, rook ik ineens mijn eigen zweet en bedacht ik me dat het nu toch wel hoog nodig tijd was voor het uitproberen van de douche. Maar eerst moest ik natuurlijk mijn auto nog uitpakken. Ik liep het trapje weer op naar het keukengedeelte, waar ook de voordeur was en liep het parkeerterrein op. Inmiddels stond er een andere auto geparkeerd. Eerst haalde ik mijn tas uit de auto en zette die in huis neer. Daarna maakte ik mijn fietsen los en bracht ze een voor een door het rode hek naar het kleine terras aan de voorzijde van mijn huisje. Daar zette ik ze tegen de muur aan. Toen ik me omdraaide om via de terrasdeur naar binnen te gaan zag ik ineens een kleuter staan. Met grote ogen nam hij me op.

“Waarom heb jij twee fietsen?” vroeg het jochie.

“Nou, gewoon daarom,” antwoordde ik.

“Waarom dan?”

“Kom maar eens kijken,” nodigde ik hem met een armgebaar dichterbij. Schoorvoetend kwam hij op me toegelopen. “Kijk, deze fiets heeft heel dunne en gladde bandjes. Zie je?” Hij knikte. “Die gebruik ik voor het wielrennen op de weg. Met dunne bandjes kun je heel snel fietsen en dat vind ik leuk.” Ik keek hem aan maar had het idee dat hij het niet allemaal begreep. “Deze fiets,” en daarbij wees ik op mijn mountainbike, “heeft heel brede banden met allemaal ribbeltjes erin. Daarmee fiets ik door het bos en zo. Zou dat met die dunne bandjes ook kunnen denk je?” Ik keek hem vragend aan en hij keek me met zijn grote, bruine kijkers recht aan.

“Nee!” zei hij vastberaden.

“Oké, dan heb je het helemaal begrepen.”

“Hoe heet je?”

“Ik heet Rogier en hoe heet jij?”

“Ik heet Paul en ik ben vijf.” Gewoontegetrouw waarschijnlijk stak hij vijf vingers in de lucht. Ineens draaide hij zich om en liep op een holletje weg. Meteen naast mijn huisje was een trappetje naar boven en dat leidde naar een soort van plein tussen de huizen in. Daar zag ik hem in de eerste deur aan de linkerkant verdwijnen. Ik lachte en ging naar binnen. Ik trok mijn T-shirt uit en zittend op de bank begon ik mijn schoenveters los te maken. Ik trok schoenen en sokken uit en net toen ik op wilde staan om naar boven te lopen werd er op het raam geklopt. Nu zag ik twee kleutergezichtjes met de neuzen tegen het raam gedrukt. Duidelijk een tweeling. Ik liep naar buiten en vroeg Paul wie hij meegenomen had. “Dit is mijn zus,” zei hij. “Ze heet Paulien en is ook vijf.”

“Jullie zijn een tweeling dus,” liet ik hem mijn conclusie horen.

“Ja, en ik ben iets ouder dan hij,” verklaarde het meisje. “Waarom heb jij twee fietsen?” Ik had geen zin om het nog allemaal eens uit te leggen.

“Vraag dat maar aan je broer hij weet er alles van.” Op dat moment verscheen er een vrouw in blauwe korte broek en met een rood topje. Ze was blond en had lang haar. Voor een vrouw, en als je van vrouwen houdt, een mooi exemplaar.

“Zeg, als ze lastig zijn dan stuur je ze maar gewoon weg hoor,” zei ze me.

“Ze zijn niet lastig hoor,” gaf ik haar als antwoord.

“Nee, maar kleuters van vijf willen alles weten en daar kun je behoorlijk zat van worden.”

“Oké,” zei ik, “als ze me het hemd van het lijf vragen dan zal ik ze naar huis sturen.” Ze glimlachte naar me en stak me haar hand toe.

“Ik ben Antoinette en zoals je zult begrijpen de moeder van dit gespuis.”

“En is er ook een vader,” en terwijl ik dat vroeg kreeg ik meteen een rood hoofd. Wat moest ze wel niet van me denken. Ik stond daar met ontbloot bovenlijf met haar te praten en vroeg iets dergelijks!

Ze lachte naar me. “Ja knul, jammer genoeg voor jou is er ook een vader,” luidde haar reactie die ze vergezeld liet gaan van een knipoog. Ik werd nog roder.

“Sorry, zo bedoelde ik het niet hoor!” verontschuldigde ik me.

“Geeft toch niets. Een grapje moet kunnen. Trouwens,” ze zocht met een spiedende blik waar haar tweeling was en ging pas verder met praten toen ze hen achter in de tuin bij de zandbak ontwaarde, “je ziet er goed uit.” Opnieuw begon ik te kleuren maar haar schaterlach vergoedde veel. “Mijn man is boodschappen aan het doen op dit moment. Voor een gezin moet er heel wat ingekocht worden telkens.”

“Dat kan ik me voorstellen. Als je alleen bent heb je niet zo heel veel spullen nodig maar met twee van die kleintjes …”

“Drie,” viel ze me in de rede. “Er is ook nog een kleiner kleutertje van drie jaar maar die ligt in zijn bedje op dit moment.”

“Ja, dan heeft de lokale supermarkt een goede klant aan jullie!” Opnieuw hoorde ik haar schateren. En echt als ik zou vallen op vrouwen dan zou ik haar zeker erg leuk gevonden hebben. “Valt er hier het nodige te beleven,” informeerde ik.

“Ik zie dat je sportief bent…” en ze wees op mijn fietsen en daarna opnieuw op mijn ontblote, gespierde bovenlijf, “dan kun je hier je hart ophalen. Je kunt kilometers ver fietsen over de wegen maar ook door de bossen en zo. Echt heel goede routes zijn er hier. Verder kun je natuurlijk wandelen. Als het mooi weer wordt, en laten we hopen dat het nog wat wordt, dan kun je zwemmen bij de Mechelerhof in Mechelen of bij het subtropisch zwembad in Gulpen of bij het Maasstrand in Oostmaarland.” Ze praatte nog geruime tijd door en ik voelde me haast een klant bij het VVV-kantoor. Pas na ruim twintig minuten stopte ze en toen wist ik ook dat de supermarkt in het dorp klein en beperkt was en dat ik beter naar Vaals kon rijden om mijn boodschappen te doen bij de Edah of de C1000.

“Ik hoor de kleine huilen, zal eens gaan kijken wat er aan de hand is,” zei ze en ook ik hoorde het gehuil van een kind. Paul en Paulien hadden het waarschijnlijk ook gehoord en kwamen om het hardst uit de tuin gehold. Waarschijnlijk gek op hun broertje? Of was het een zusje? Ik bedankte Antoinette en liep terug naar binnen. Toen ik weer het trapje opgelopen was, ik begon het idee te krijgen dat ik na veertien dagen wel eens compleet gek zou kunnen worden van al dat op en neerlopen, merkte ik dat ik aan de voorkant eigenlijk weinig privacy had. Allemaal glas met een deur aan de voorkant. Het bood wel een prachtig uitzicht maar ook veel inkijk. Ik liep weer naar beneden en trok de gordijnen dicht, raapte mijn sokken en T-shirt op en liep twee trappen op naar de douche. Shit moest ik weer naar beneden om mijn tas op te halen. In de keuken schoot het me ineens te binnen dat ik alle autopapieren en mijn paspoort nog in de auto had liggen. Ik liep naar de deur toe en opende deze. De aanblik van de steentjes op het parkeerterrein deed me besluiten om toch maar even mijn slippers op te gaan zoeken. Ik vond ze snel en liep toen naar buiten. Naast mijn auto stond een grote Opel en daarbij een man, een vrouw en een jongen.

“Hallo,” sprak de man mij aan, “bent u hier ook op vakantie?”

“Ja, dat klopt. Net aangekomen en u ook zie ik.”

“Ja. Ik ben Jan Walters en dit is mijn vrouw Marja en dat is onze zoon Ken.” Jan reikte mij zijn hand en daarna drukte ik die van zijn vrouw en zijn zoon. Ken had een stevige handdruk en het kon me op geen enkele manier ontgaan dat hij me behoorlijk goed opnam. Ik zag zijn ogen van boven naar onderen over mijn bovenlijf gaan. Zijn mond viel daarbij iets open en met het puntje van zijn tong likte hij langs zijn lippen en dat alles in één ogenblik. Jan vertelde me dat het hier prachtig was en dat zij hier al jaren kwamen. Terwijl hij praatte stond ik met de armen voor mijn borst gevouwen voor hem. Ik lette goed op wat hij zei maar mijn ogen zochten regelmatig zijn zoon op die heen en weer sjouwde met de koffers en tassen. Een echt leuke jongen. Duidelijk te jong voor mij maar desalniettemin …

“Hé, pa, hier is je sleutel,” zei hij met een donkere stem.

“Heb je alles al binnen dan?” De jongen knikte. “Sorry, Ken, je weet het hè, als je vader een keer op de praatstoel zit …”

“Ja, ik weet het,” zei hij glimlachend en draaide zich om.

“Een goede zoon is hij, meneer.”

“Noemt u mij alsjeblieft bij mijn voornaam. Ik heet Rogier.”

“Dat is goed als jij mij dan ook Jan noemt! Ik ben wel veel ouder maar het praat zoveel gemakkelijker, vind je niet?” Ik kon het niet anders dan met hem eens zijn. “Ben je alleen op vakantie?”

“Ja, ik heb nog geen relatie.”

“Ohh, daar heb je ook nog wel tijd voor. Je bent nog jong!” We namen afscheid en liepen beiden terug naar ons eigen huisje: hij 6B en ik 6D.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » woensdag 01 april 2015 10:00

Hoofdstuk 2

Nu was het toch hoog tijd voor die douche die ik mezelf al een hele tijd beloofd had. In de badkamer trok ik snel mijn spijkerbroek en slip uit en stapte de cabine in. Ik stelde de thermostaatkraan op een voor mij goede temperatuur in en draaide de kraan open. Heerlijke stralen water stroomden over mijn warme lijf. Tijdenlang liet ik het water over me heen plenzen. Daarna draaide ik de kraan dicht en deed ik wat shampoo in mijn handen om daarmee mijn haren te wassen. Ik had al gezegd dat ik ijdel was, geloof ik, maar op mijn haren ben ik heel erg gesteld. Ze zijn pikzwart en ik heb mooie slagen in mijn haar. Niet echt krullen maar het is gewoon een mooi kapsel dat ik heb.

Daarna was mijn lijf aan de beurt. Met wat doucheschuim in de handen smeerde ik mijn hele lijf in en toen ik over mijn borstkas ging voelde ik hoe strak mijn tepels waren. De voorzichtige aanraking bracht lichte, erotische schokken in mijn onderlijf teweeg en ik voelde me vreselijk geil worden. Zachtjes kneep ik in mijn tepeltjes en het stuk vlees dat ik tussen mijn benen heb hangen begon zich behoorlijk te roeren. Steeds hoger en hoger klom hij tot hij fier rechtop stond. Ik spoelde me af en zag toen dat het hoog tijd was om mijn ballen weer eens te scheren. Ik zeepte mijn zak goed in en liet toen voorzichtig het scheermes over mijn kloten gaan. Op zich een heel erotisch gevoel. Eventuele haartjes op mijn pik zelf schoor ik ook weg en daarna knipte ik met een schaar mijn schaamhaar tot een keurig net bossie. Geen wilde krullen voor mij. Omzichtig haalde ik de spiegel van de wand en legde deze op de grond. Gehurkt boven de spiegel had ik goed zicht op mijn spleet en toen nam ik opnieuw het scheermes ter hand. Uiterst bekwaam, ik had het veel vaker gedaan, schoor ik me ook daar. Toen stapte ik opnieuw onder de douche om alle losse haartjes weg te spoelen.

Mijn lul stond nog steeds stijf en dolgraag wilde ik daar wat aan doen. Ik droogde me af en in mijn slaapkamer maakte ik snel het bed op. Op mijn rug ging ik op het bed liggen en begon met mezelf te spelen. Strelende handen gleden over mijn gladde borst en bespeelden opnieuw de donkerbruine tepeltjes die mooi afstaken tegen mijn al aardig bruine lijf. Zachtjes begon ik te kreunen. Eén hand gleed over mijn buik naar mijn navel toe en bleef daar een tijdje strelende bewegingen maken. Steels raakte hij af en toe het topje van mijn lul aan. Toen gleed hij via de lange schacht naar mijn ballen toe. Ik kneep er stevig in en kreunde opnieuw luid. Mijn wijsvinger gleed verder en verkende het begin van mijn bilspleet. Ik wist wat zou gaan komen en kreunde diep. Het bovenste kootje van mijn vinger drukte tegen mijn sterretje en begon mijn gaatje te onderzoeken. Met open mond lag ik daar te steunen. De andere hand speelde nog steeds met mijn tepels en maakte me gek van verlangen. De vinger ging dieper en dieper naar binnen en verhoogde het verlangen des te meer. Ik trok hem terug en liet me op mijn buik rollen.

Snel doorzocht ik mijn tas en vond het speelgoed dat ik zocht. Ik nam de dildo in mijn rechterhand en liet hem in mijn mond glijden. Zo wekte ik het gevoel op alsof ik iemand afzoog en bovendien maakte ik hem lekker glad voor zijn eigenlijke doel. Ik trok mijn beide benen op en plaatste de natte speer voor mijn gaatje. Behoorlijk krachtig duwde ik hem naar binnen. Ik klikte de batterij aan en meteen begon het ding hevig te vibreren. Opnieuw duwde ik hem verder naar binnen. Ik beet op mijn tanden vanwege de pijn die het deed maar ook om niet steeds te hoeven schreeuwen van genot. Toen ik de kunstpik helemaal in me geschoven had, legde ik mijn rechterhand rond mijn eigen schacht en begon ik zachtjes te trekken. Met mijn linkerhand trok ik de dildo terug om hem daarna weer fors naar binnen te duwen. Vibraties, trekken en de neukbewegingen van de dildo brachten me naar een gigantisch hoogtepunt. Het zaad spoot me tot mijn schouders en nadat ik de dildo verwijderd had, liet ik me moe maar voldaan achterover zakken. Met mijn vingers gleed ik opnieuw over mijn bovenlijf. Ik streek het gemorste zaad op en likte mijn vingers een voor een af. Wow, deze vorm van zelfbevrediging schonk me altijd ontzettend veel plezier maar het verlangen naar een echte man werd met de jaren sterker. De laatste echte man die ik gehad had, was mijn vriend geweest en dat was nu al weer bijna vier jaar geleden.


Zondag 21 juli

De zondagochtend begon zonnig. Zonnig genoeg in elk geval voor een korte broek. Tegen half zeven was ik het bed uit en aangekleed maar om te ontbijten op mijn terras, daarvoor was het nog echt wat te fris. Dan de boterhammen maar binnen opgegeten. Daarna ging ik op pad om te kijken of ik ergens mijn dagelijkse hardlooptraining zou kunnen gaan houden. Ik besloot het dal in te gaan en liep via de holle weg, die vlak bij de woning lag en onderdeel uitmaakte van de blauwe wandelroute, naar beneden. Dit was dus absoluut niet een geschikt pad om hard te lopen. Wandelen was soms al moeilijk. De watersporen van overvloedige regenval hadden het pad diep doorgroefd en gigantisch oneffen gemaakt. Overal lagen losse stenen en hardlopen hier zou me snel een enkele reis ziekenhuis bezorgen. Nee, dat was geen doen dus. Eenmaal in het dal liep ik op de grote weg naar links. Daar was wel een vlak stuk maar dat voerde over een camping en ik had het idee dat campinggasten het nou niet echt leuk zouden vinden als er elke morgen heel vroeg een hardloper zou langskomen. Terug dus naar daar waar ik links afgeslagen was. De weg volgend naar rechts kwam ik uiteindelijk bij het begin van het dorp uit. Ik ging het dorp in waar het zo vroeg natuurlijk nog helemaal verlaten was. Bijna niemand nog op. Wel lekker rustig eigenlijk maar waar ik voor kwam, vond ik ook hier niet. De straatjes liepen stevig omhoog en maakten het voor mij onmogelijk om hier hard te lopen. Als je het vlakke land rond Zwolle kent, weet je wat ik bedoel.

Nadat ik een tijdje wat rondgelopen had, besloot ik om terug naar huis te gaan. Het was inmiddels half tien geworden en via de weg die ik de vorige dag gereden had, liep ik terug naar mijn huisje. Bij de ‘oranje tenten’ stopte ik eventjes. Er was nog niet veel bedrijvigheid zo vroeg maar de verkopers waren druk bezig hun goederen, voornamelijk fruit, uit te stallen. Nieuwsgierig geworden naar hetgeen ze nou echt verkochten liep ik er heen. Als een echte kenner, ja dat krijg je als je al een paar jaar een eigen huishouden drijft, liep ik langs de kraampjes en pakte af en toe het een en ander op om te testen.

“Goedemiddag,” hoorde ik ineens een stem zeggen. De zachte ‘g’ was onmiskenbaar aanwezig en gaf het door hem gesprokene iets speels.

Ik keek op en demonstratief keek ik op mijn polshorloge. “Nou, volgens mij is het nog echt ochtend hoor!”

“Ja, maar voor mij is het al middag omdat ik altijd heel vroeg opsta vandaar,” zei de zwartharige jongeman gevat. Een echte verkoper. Iemand die niet om een antwoord verlegen zat. Ik nam hem goed in me op voor zover ik hem kon zien daar achter zijn kraam. Zwart haar, zoals ik al gezegd had, en een frisgewassen, vrolijk gezicht met een rechte neus, donkerbruine kijkers en een bijna continue glimlach op zijn lippen.

“Waarmee kan ik je helpen?” En gedienstig dus ook nog.

“Zijn jullie al open dan?”

“Nou ja, eigenlijk nog niet maar elke klant is er eentje en ook de vroegen,” lachte hij. Ik bestelde kersen, perziken en aardbeien bij hem. Meteen kwam zijn koopmansgeest de hoek omzetten door mij ook nog te wijzen op de overheerlijke zoete druiven en de pasgeplukte nectarines. Dus … deed hij me er daar ook nog wat van. Hij pakte alles in twee plastic tasjes voor me en nadat ik afgerekend had, pakte ik ze op. “Kan ik je misschien ook nog verleiden tot het kopen van een overheerlijk ijsje?” vroeg hij me schalks. Ik stemde toe. “Wat voor smaken wil je?” Oh jee, daar had ik dus niet op gerekend. Hij voerde me naar zijn ijsbakken waar ik kon kiezen uit wel meer dan tien verschillende smaken. Waarschijnlijk zag hij mijn vertwijfeling. “Weet je wat, als jij nou eens ergens een plekje op het terras zoekt dan kom ik je zo het ijsje brengen. Verrassing van de zaak!”

Die opdracht was voor mij niet al te moeilijk omdat ik keuze had uit genoeg plaatsen want er was nog echt geen enkele klant. In het weekend en vooral op zondag komen de toeristen in de regel pas laat hun bed uit en ik … ik was natuurlijk weer eens de bekende uitzondering op de regel. Eventjes keek ik rond en koos toen een plaats op een bankje met de rug tegen de muur. Lekker in het zonnetje dat zijn uiterste best deed om door te komen. De tasjes zette ik voor me op de tafel neer. Het duurde eventjes voor de jongen kwam maar toen hij mij die mega uit de kluiten gegroeide ijshoorn overhandigde, keek ik mijn ogen uit.

“Je gaat me toch niet zeggen dat je hem niet opkunt!” zei hij met een brede glimlach en een twinkeling in zijn ogen.

“Gut, dat weet ik nog niet hoor, maar ik zal mijn best doen.”

“Volgens mij ben jij wel een jongen die van likken houdt,” zei hij terwijl hij mij de hoorn overhandigde en opnieuw was er die mooie rij witte tanden en die speelse opgetogenheid in zijn blik. Mijn onderbewustzijn noteerde een dubbelzinnige opmerking. Hij ging naast me op het bankje zitten en begon te praten. Ik likte aan het ijs en af en toe gaf ik wat commentaar op zijn soms stekelige opmerkingen. Het bleek dat hij hier vakantiewerk deed in het bedrijf van zijn oom. Samen met zijn neef, en hij wees daarbij naar een jongen die net zo goed zijn tweelingbroer had kunnen zijn, runde hij de tent. “Gaaf, werk wel hoor!” zei hij. “Je ontmoet heel veel mensen en de meeste vakantiegangers zijn vaak vrolijker dan ze normaal zijn. Een grapje hier en daar en het ijs is meteen gebroken,” lachte hij.

“Standaardgrapje dus van dat 'goedemorgen', 'goedemiddag'?”

“Ja, maar ik pas hem gedurende de dag natuurlijk wel aan.”

Ik moest om deze guitige knaap lachen en probeerde grote problemen met het smeltende ijs te voorkomen door sneller te likken. Hij keek me van de zijkant aan en lachte me toe. “Wat zit je nou te lachen?”

“Ik dacht hoe lekker het zou zijn als je ergens anders aan zou likken.” Aan deze opmerking was niets meer dubbelzinnig. Deze jongen was geil en had duidelijk ergens zin in. En dat bleek des te meer toen hij zijn hand ongevraagd op mijn bovenbeen legde en deze zachtjes onder de tafel begon te strelen. Ik deed of het me niets deed maar hield dat niet lang vol. In mijn korte broek begon zich duidelijk iets te ontwikkelen en eigenlijk had ik daar geen bezwaar tegen ook. Het was voor mij lang geleden dat iemand mij zo had kunnen opwinden. Toen ik eindelijk door de berg ijs heen was en mijn mond schoonveegde met een servetje, zei hij dat hij moest gaan. “Het werk wacht.”

“Goed, en ik zal al dat lekkers eens naar huis gaan brengen.” Hij stond op en ik vroeg hem hoeveel hij kreeg voor het ijs.

“Verrassing van de zaak had ik toch gezegd! En … als je een keer aan iets anders lekkers wilt likken dan moet je zo ’s avonds tegen een uur of half tien eens langskomen,” hoorde ik hem zeggen en hij bevestigde het dubbelzinnige met een vette knipoog.

Ik stond op, pakte de tasjes van de tafel en zei hem dat ik erover na zou denken. Eventjes legde hij zijn hand op mijn achterste en draaide zich toen om. Een verrassende ontmoeting was dit geweest. Zelden had ik een jonge vent ontmoet die zo direct was in zijn handelen. Vol van verbazing keek ik zijn vertrekkende gestalte na. Zijn donkere haren, gele T-shirt en zwarte korte broek brandden zich in mijn geheugen. Jammer dat ik niet beter had opgelet tijdens het eten van mijn ijsje.

Ik stapte op en liep de kronkelende weg naar boven in een langzaam tempo. Vol van gedachten aan uitbundige seks en mijn stijve bleef gedurende de wandeling hard zonder ook maar iets in sterkte af te nemen.

Bij het huisje aangekomen hoorde ik uit de tuin geluiden komen. Ik opende mijn deur en zette het fruit in de koelkast. Daarna zette ik het koffiezetapparaat aan. Het was een vreemd en eentonig geluid dat uit de tuin kwam. Iets dat leek op: tik, tik, tik. Ja gut, hoe omschrijf je geluiden eigenlijk. Toen de koffie doorgelopen was, opende ik mijn tuindeur en zette me met een mok vol met heerlijk geurend donkerbruin vocht in een tuinstoel. Het geluid begon me zo langzamerhand mateloos te irriteren en toen ik een tweede mok had volgeschonken en het nog steeds bleef aanhouden ging ik nieuwsgierig geworden op onderzoek uit. Al snel wist ik het te traceren. Aan het begin van de tuin onder de bomen stond een pingpongtafel en daar stond Ken. Hij hield een klein wit balletje in de lucht door hem steeds een klap te verkopen met een batje.

“Lukt het een beetje?” Met een ruk schoten zijn ogen in mijn richting en meteen viel het balletje op de grond. Eigenlijk was ik blij want het eentonige geluid hield eindelijk op.

“Ja hoor prima. Het is toch niet lastig hè, dat ik me hier zo sta te vervelen?”

En wat moet je dan zeggen. Zeg je zo’n leuke, jonge jongen dat je het ontzettend vervelend vindt dat geluid of lieg je dat het gedrukt staat en zeg je hem dat hij helemaal niet lastig is. Een gewetensvraag. “Nee, hoor helemaal niet! Ik vroeg me alleen af wat het geluid was maar nu weet ik het.” Hij bloosde lichtjes en vroeg zich waarschijnlijk af of ik een leugentje om bestwil had verteld of dat ik het echt meende. “Wacht je op een tegenstander?”

“Ja! Mijn vader is onderweg maar heeft altijd wat tijd nodig ’s ochtends om warm te lopen. Hij is niet zo snel meer.”

“O? Maar voor jou is dat misschien wel handig natuurlijk als je straks tegen hem speelt.”

“Vorig jaar heb ik voor het eerst een aantal partijtjes van hem gewonnen,” grinnikte hij, “maar dit jaar gaat hij echt voor de bijl! Dit jaar verlies ik er niet één meer van hem!” Zijn blik was vastberaden en toen zijn vader om de hoek kwam, nam hij meteen plaats achter de tafel.

“Goedemorgen, Rogier!” wenste Kens vader me. Ik groette hem terug en toen de heren begonnen te spelen, liep ik terug naar mijn terras en de koffie. Het geluid dat ik nu hoorde was veel prettiger om te horen. Het getuigde van flink spel en tegenspel en af en toe werd het doorspekt met wat krachttermen vooral gebezigd door Jan. Al snel kon ik uit de met verve door Ken vermelde standen begrijpen dat hij op voorsprong stond en de eerste set won hij met 21-15. Walters senior verloor de tweede nipt met 21-19 en bij de laatste set ging senior dik de boot in met 21-10. Ken lachte luid toen hij de derde keer won en met zijn arm om de schouder van zijn vader liep hij langs mijn terras.

“Gefeliciteerd, Ken,” zei ik. “Ik heb begrepen dat je je ouwe heer geen enkel respijt hebt gegeven.”

“Nee! Drie keer heb ik hem ingemaakt!”

“Geen wonder ook! Zo’n jonge knul van zestien tegen een oude man van zesenvijftig. Het zou tijd worden dat je van mij ging winnen. En als je echt een uitdaging zoekt,” zo sprak hij tegen zijn zoon, “dan moet je Rogier eens uitdagen! Dan wil ik nog wel eens zien of je kunt winnen!” Voor ik goed en wel wist wat er gebeurde, had Jan Walters mij betrokken bij hun spel. En eigenlijk wist ik helemaal niet of ik dat wel wilde: shit! “Nou?” keek Jan Ken vragend aan.

“Zou je tegen mij willen spelen?” vroeg Ken met een uitdagende blik die hij tussen mij en zijn vader heen en weer liet gaan.

“Graag!” reageerde ik. “Maar je moet me wel eerst de spelregels en zo uitleggen want ik doe heel veel aan sport maar dit heb ik dus nog nooit van mijn leven gespeeld.

“OHHHHHH! Waar ben ik aan begonnen!” verzuchtte Jan. “Ik ook altijd met mijn grote mond!”

Ken lachte luid en liep met opgeheven hoofd terug naar het plekje onder de bomen. Eerst legde hij mij de regels uit. Een set ging door tot één van de spelers éénentwintig punten had maar er moest dan wel een verschil zijn van twee punten. Officieel ging een wedstrijd door tot iemand twee sets gewonnen had, zo legde hij uit maar hij en zijn vader speelden altijd gewoon om de setwinst en dat meestal drie keer achter elkaar. Daarna deed hij me een aantal keren voor hoe ik de bal moest raken, gaf hij nog wat tactische tips en na een kwartiertje van oefenen, begonnen we aan onze eerste set. Natuurlijk werd ik ingemaakt. Ik wist slechts drie punten te scoren en dat was niet zozeer mijn verdienste als wel te wijten aan fouten van Ken.

Aan mijn kant van de tafel nam ik er regelmatig de tijd voor om mijn tegenstander goed in me op te nemen. Hij had iets overmoedigs over zich. Geen wonder natuurlijk als je zo’n eitje als tegenstander hebt. Hij lachte vaak en luid en op zijn grijze, mouwloze T-shirt zaten een paar grote zweetplekken. Hij was lang, zeker voor zijn zestien jaren, en mager. Hij droeg een lange broek wat ik betreurde want nou had ik verder niets te bekijken. Zijn lange zwarte haren droeg hij in een staart. Hij deed zijn uiterste best om geconcentreerd te spelen en slaagde daar ook in. Hij maakte bijna geen enkele fout en dus haalde ik amper punten. De tweede set won hij nog dikker; ja het kon nog erger dus. Eén punt wist ik slechts te scoren maar dan wil ik je wel zeggen dat dat dankzij een fabuleuze actie van mij was! Ere wie ere toekomt! Set nummer drie kwam ik eindelijk in mijn ritme. Ik begon de bal beter te raken en probeerde de bal zo wijd mogelijk te spelen. De ene keer die hoek en dan weer de andere. De precisie begon te komen alleen had ik nog lang niet de snelheid die Ken had. Zijn ballen waren iedere keer zo weer over het net en dan had ik soms amper tijd om iets te ondernemen. Maar ik besloot een truc uit te halen om te kijken of ik hem uit zijn concentratie kon halen. In oorlog, liefde en spel is alles toegestaan toch?

“Poeh, wat heb ik het warm zeg,” zuchtte ik, legde het batje op tafel neer en trok mijn shirt uit. Jan veegde ook eens langs zijn hoofd, zag ik. Ken had de opslag en ik nam een verdedigende houding aan. In een ogenblik zag ik dezelfde reactie als gisteren bij de auto: zijn mond hing open en hij likte met zijn tong langs zijn lippen. 'Gelukt!' juichte er een stemmetje in mij.

“Zeg jongen, ga je nou nog eens opslaan of hoe zit dat?” drong zijn vader aan. Het juichen in mij bleef aanhouden en toen Ken eindelijk opsloeg maakte hij zijn eerste dubbele fout. Een punt die mij zo in de schoot geworpen werd. Het was er maar één van de vijf uiteindelijk maar ik vond het een heel waardevolle. De jongen was overduidelijk in mij, of misschien wel in jongens in het algemeen, geïnteresseerd en dat was misschien wel meer waard dan het winnen van een spelletje.

“Nou, Ken,” zei ik toen hij zijn laatste punt gescoord hij, “hier moet ik nog maar eens flink op oefenen wil ik een waardige tegenstander genoemd worden.”

“Bedoel je dat je wel vaker tegen mij wilt spelen?”

“Ja, natuurlijk wel! Vind het een leuk spel dus waarom niet!”

“Gelukkig,” zuchtte zijn vader, “dan hoef ik dit jaar niet zo vaak aan de bak als vorig jaar!” Hij lachte luid. “Nee hoor, jongen,” vergoelijkte hij het tegen zijn zoon, “ik speel net zo vaak tegen je als je wilt!” Als kameraden liepen ze met de handen om elkaars schouder geslagen, na een groet aan mijn adres, weg. Een opmerkelijk gezicht. Die lange jonge vent met zijn wel twintig centimeter kleinere vader. Maar ze hadden een goede band leek me en dat is iets wat heel belangrijk is.

Na het middageten trok in een zwembroek aan om in de tuin te gaan liggen zonnen. Het was nog niet echt geweldig warm maar twintig graden is voor mij warm genoeg om schaars gekleed te gaan liggen bruinen. Nu ben ik niet iemand die alleen maar ligt. Ik moet wel wat te doen hebben en dus nam ik een boek mee. Eén van de grote stapel die ik bij mijn laatste verjaardag die ik samen met mijn vader gevierd had van hem gekregen had; bijna een jaar geleden dus al. Het leek erop dat ik ineens dingen ging doen die ik nog niet eerder gedaan had sinds het overlijden van mijn pa. Vanmorgen was ik opgewonden geraakt van die brutale rakker bij die fruitkraampjes en nu, nu pakte ik voor het eerst weer een boek.

Een dik boek geschreven door Elisabeth George. Een schrijfster die de naam gekregen heeft dat zij de zogenaamde ‘whodunit’ verheven heeft tot literatuur. Ik vorderde gestaag en vond het in het begin best wel wat saai en verwarrend en dan vooral de manier waarop zij het verhaal steeds belichtte vanuit een ander persoon. Steeds moest je er dus volledig met je aandacht bij zijn om te weten wie er nu weer aan het denken was! Diverse keren draaide ik me om teneinde niet eenzijdig bruin te worden. Ik lag met mijn hoofd in de richting van het dal en Paul en Paulien speelden in de zandbak. Ze speelden rustig voor zover ik kleuters van vijf kan beoordelen. Heel af en toe hoorde je hun stemmetjes maar de meeste tijd waren ze stil. Dan liepen ze weer naar de schommels toe om daar een tijdje op te spelen. En omdat ik mijn blik dus op de tuin gericht hield, kwam het dat ik Ken totaal niet opmerkte ook niet als ik me omdraaide. Ineens hoorde ik geluid achter me en geschrokken draaide ik me om.

“Hé, zit je daar allang?”

“Nou, anderhalf uur geloof ik,” zei hij terwijl hij op zijn horloge keek.

“Je had ook best hier bij me mogen komen liggen of zitten hoor!”

“Nee, mijn vader heeft gezegd dat ik je niet lastig mag vallen. Je hebt ook recht op vakantie.”

“Nou en! Kom hier bij me zitten je stoort me heus niet.”

“Maar je leest een boek?”

“Nou?”

“Dat gaat toch niet als ik bij je kom zitten?”

“Zolang je je mond houdt is dat toch geen probleem?” Mijn opmerking maakte dat hij begon te twijfelen, zo voelde ik aan. “Een grapje Ken!”

“O!”

“Kom op!” Ik maakte een armgebaar dat hij bij me moest komen en ging zelf rechtop zitten. Langzaam liep hij op me toe en ging met opgetrokken knieën, nog steeds in spijkerbroek, naast me zitten. “Heb je het koud?” vroeg ik.

“Hoezo?” Ik wees hem op zijn lange broek. Hij glimlachte.

“Nee, dat niet maar …”

“Je vindt je benen niet mooi?”

Hij knikte.

“Ja, gut daar kan ik natuurlijk niet over oordelen als ik ze niet gezien heb.” Nu glimlachte ik en zag dat hij bloosde. “Sorry, hoor,” verontschuldigde ik me, “het was niet mijn opzet om je aan het blozen te maken.”

“Geeft niet,” mompelde hij.

“Natuurlijk wel. Als je bloost is dat in de regel een teken dat je jezelf niet prettig voelt en dat was dus echt niet mijn bedoeling. Het spijt me.”

Hij haalde zijn schouders op. “Ik ben nou eenmaal niet zo’n sportief figuur en dan zie je er ook niet zo goed uit. Ik ben lang, mager en heb gewoon niet zoveel spieren.”

“Nou en?”

“Dat betekent dat je voor een nerd versleten wordt en er altijd overal bijhangt. Niemand die zich in jou interesseert. Niemand die naar je luistert. Je bent alleen maar goed genoeg om steeds al die verhalen van al die anderen aan te horen en zodra jij dan iets zegt, haken ze er met één van hun belevenissen op in en is de aandacht weer terug bij hen.” Eventjes was het stil. “En dan … dan ga je je vanzelf minachten en een hekel aan jezelf krijgen. Je bent alleen maar goed als er op school werk gedaan moet worden. Ken is goed voor het maken van het huiswerk. Ken mag bij iedereen in het groepje omdat Ken altijd alles weet. Bij het maken van proefwerken wil iedereen ineens naast Ken zitten zodat ze bij hem af kunnen kijken.” De jongen stortte al zijn puberleed bij mij uit en ik … ik vond het vreselijk rot om te horen.

“Maar al dat wil toch niet zeggen dat je niet waardevol bent?”

“Oh nee? Nou die indruk krijg ik toch wel heel erg vaak. Wie interesseert zich nou voor mij? Wie vindt mij nou belangrijk?”

“Wat dacht je van je ouders?”

“Ja die, maar dat is toch logisch?”

“Oh ja?”

Verbaasd keek hij me aan.

“Ik … ik … dacht … het wel,” stotterde hij.

“Liefde en aandacht van ouders is niet vanzelfsprekend, Ken. Er zijn voorbeelden zat waar ouders hun eigen kinderen verwaarlozen, hun eigen kinderen niet eens erkennen. Dus wees blij met de liefde en aandacht die je van hen krijgt en zie het niet als iets gewoons!”

“Je hebt gelijk. Denk ik,” glimlachte hij.

“Ik hoef geen gelijk te hebben maar denk er eens over na. Je bent bijzonder genoeg, Ken!”

“Hmmm,” bromde hij.

“Nee echt! Ik meen het! Je bent belangrijk voor ze. Ik heb dat gezien aan de manier waarop je vader naar je kijkt! En je bent reuzegoed in tafeltennis, man!” Een bredere glimlach brak op zijn kaken door. Een tijdje bleven we stil naast elkaar zitten.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » zaterdag 04 april 2015 07:15

Hoofdstuk 3

“Gek toch hè, dat die kleintjes zich met zoiets onzinnigs als zand kunnen vermaken?”

“Ja! Ze zijn al tijden bezig daar.”

“Waarom trek je niet een korte broek aan! Het is echt warm in de zon man,” zei ik opeens terwijl ik hem vragend aankeek.

“Ik heb niet eens een korte broek.”

“Wat??” Het ongeloof klonk duidelijk door in mijn vraagtekens.

“Nee, ik draag er nooit één dus waarom zou ik er één hebben.”

“Oké,” ik sprong in de benen en trok hem ook omhoog, “dan leen je er één van mij!” En vastberaden liep ik naar mijn huisje.

“Nee, niet doen man! Het is echt geen gezicht! Ik ben hartstikke wit!”

“Ja, en dat blijf je ook als je er niets aan doet.” Ik was inmiddels naar binnen gelopen en hoorde hem achter me aan komen. Ik liep de trap op en waarschuwde hem dat hij om zijn hoofd moest denken. Hij was langer dan ik was. In mijn tas vond ik een korte broek die ik hem wel kon uitlenen. Ik hield hem in de hoogte. “Deze past je vast wel. Hij heeft een koord zodat je hem strakker kunt aantrekken want je bent wat smaller in de heupen dan ik ben.”

Vertwijfeld keek hij me aan. “En nu?”

“Nu moet je hem aan gaan trekken natuurlijk. Ik wil die benen van je zien!”

“En blijf jij staan toekijken?”

“Sorry, nee, natuurlijk niet.” Ik liep de slaapkamer uit en trok de deur achter me dicht. Het liefst was ik natuurlijk wel blijven staan kijken maar … Het duurde eventjes voor hij uit mijn slaapkamer tevoorschijn kwam en eerlijk gezegd viel die witheid best wel mee. “Prachtig man, en nu de zon in met dat lijf! Dat shirt kan ook wel uit.”

“Nee, hè?” verzuchtte hij.

“Kom op, jongen, doe niet zo moeilijk.” En voor hij iets kon uitrichten had ik hem zijn T-shirt uitgetrokken.

“Het is koud!”

“Ja, hier binnen wel maar buiten is het heerlijk!” Voordat we weer naar buiten gingen, gooide ik hem wel een tube zonnebrandcrème toe. “Eerst goed insmeren anders verbrand je!”

Hij deed wat van het witte spul op zijn handen en begon zich goed in te vetten.

“Die sokken moet je trouwens wel uit doen want met die blote benen en dat blote lijf van jou is dat echt geen gezicht.”

Stuurs keek hij me aan maar voldeed toch aan mijn eis. Toen hij klaar was, draaide hij een rondje voor me.

“Meneer zo helemaal tevreden?”

“Prima, Ken, zo kun je ermee door! Ho! Wacht! Ik zal je rug nog even insmeren.” Met het spul op mijn handen begon ik zijn rug in te wrijven en ineens waren er die geile gedachten. Ik sprak mezelf vermanend toe. Dit kon toch niet. Deze knul was nog maar zestien en ik bijna vierentwintig. No way! Geen denken aan! Mijn hardheid nam af. Toen ik klaar was, gaf ik Ken een handdoek en zo gingen we weer naar buiten. We praatten verder gezellig met elkaar tot de twee kleine kleutertjes ons kwamen storen.

“Jij bent wit zeg!” zei Paulien tegen Ken.

“Zie je nou wel,” kaatste hij terug naar mij.

“Nee, Paulien, dat zie je niet goed. Hij is niet erg wit, jij bent gewoon al erg bruin.” Ze gniffelde.

“Wij willen graag op de wip maar het lukt niet,” zei Paul met een beteuterd gezicht.

“We kunnen er niet opkomen,” legde zijn zus uit. Ken en ik kwamen in de benen en liepen met hen mee de tuin in. We snapten al snel het probleem. Als de ene kleuter ging zitten, kon de ander van zijn lang zal zijn leven nooit meer aan de andere kant plaatsnemen. Tijd voor hulp dus! Ken ging met Paulien aan de ene kant zitten en ik met Paul aan de andere. En zo begonnen we te wippen. De kinderen hadden grote lol en wij niet minder, had ik het gevoel. Ons schaterlachen klonk door de tuin en het dal. Grote lol vanwege zoiets simpels als een wip.

“Jullie hebben deze meneren toch niet gevraagd om met jullie te spelen, hè!” klonk het ineens bars. Verschrikt keek ik op en zag Antoinette staan met haar ander kleutertje op de arm.

“Nee, echt niet hoor, mama!” verkondigde Paul. Ken stapte af en hielp het meisje op de grond. Daarna deed ik hetzelfde met Paul. Ken stond er wat verlegen bij maar ineens begon hij te praten.

“Nee hoor, mevrouw, ze hebben ons niets gevraagd. Wij hebben aangeboden met hen te spelen.” Antoinette keek hem strak aan.

“Het is dat je zo’n leuk koppie hebt anders …” Ken werd rood en ik moest vreselijk lachen. Het bleek dat Antoinette wist hoe ze mannen moest laten blozen. Gisteren deed ze het bij mij en nu bij Ken. “Kom kleuters, we gaan met de auto weg!” De twee holden voor haar uit.

“Zit niet zo stom te grijnzen jij!” zei Ken terwijl hij naar me uithaalde. Ik holde weg en Ken kwam achter me aan. Na heel lang hem voorgebleven te zijn, dreef hij me uiteindelijk in een hoekje. Bewust liet ik me door hem op de grond gooien en … hij dook boven op me. We rolden door het gras en lachten beiden keihard. Toen hij me weer een keer onder had, keek hij me recht in de ogen.

“Zin in een spelletje?” vroeg ik hem.

“Zeker! Tegen jou altijd!”

“Je bent een gemenerd, Ken! Je durft wel tegen mij, hè!”

“Ja. Ben ik eindelijk eens niet de nerd!”

“Oh, dank je. Nu vraag ik me af of ik nog wel tegen jou wil spelen!”

“Sorry, Rogier. Ik meende het niet zo.”

“Nee, dat weet ik ook wel, joh. Kom op!” Ik duwde hem van me af en stond op. Samen liepen we naar de tafel toe. Vanwege de steentjes rond de speelplaats trokken we beiden eerst onze gympen aan. Blote voeten en steentjes; dat is niets waard.

Natuurlijk verloor ik alledrie de sets die we speelden maar toch wist ik bij een van de drie meer dan tien punten te halen en dat was, vond ik, een geweldige prestatie.

“Volgens mij duurt het niet lang meer of je bent een geduchte tegenstander,” zei Ken na afloop van het laatste spelletje.

Beleefd boog ik naar hem. “Dank je wel! Ja, heb zelf ook het idee dat ik het al aardig leer. Maar … van jou winnen dat zal nog wel eventjes duren.” We liepen terug naar mijn terras en ik vroeg hem of hij wat wilde drinken. Zijn antwoord liet lang op zich wachten. “Waarom zeg je niets?”

“Ik mocht je niet lastigvallen van mijn ouders en nu ben ik al een hele tijd hier bij je en …”

“Je lust vast wel cola,” zei ik terwijl ik mijn huisje binnenging.

“Maar,” begon hij toen ik terug was.

“Niets te maren, Ken. Als ik je zat ben, stuur ik je wel weg. Afgesproken?” Hij was nog niet echt overtuigd dat hij niet lastig en vervelend was maar knikte toch, zij het heel lichtjes. Heel lang bleven we die middag met elkaar praatten. En voor iemand die eindelijk de kans had om van zich af te praten was hij beleefd genoeg om ook af en toe naar mij te luisteren. Het was tegen vijf uur toen meneer Walters het trapje naast mijn huisje afkwam.

“Ahh, hier ben je dus!” zei hij toen hij Ken zag zitten. “Je moeder en ik vroegen ons al af waar je was. Is het niet veel te koud zo bloot?

“Nee hoor,” antwoordde Ken. Beleefd vroeg ik Jan of hij ook wat wilde drinken. “Nee, dank je wel. We moeten zo eten.”

“Ken? Jij nog?”

“Nou dat lijkt me niet goed jongen,” antwoordde zijn vader voor hem, “we gaan zo eten.”

“Nee, dank je,” antwoordde Ken. Ik wist genoeg. Niet alleen voelde Ken zich een nerd vanwege wat er waarschijnlijk op school rond hem gebeurde maar hij had ook nog eens ouders die waarschijnlijk vreselijk bezorgd waren en heel veel dingen uit goedheid voor hem beslisten. De glimlach die een groot gedeelte van de middag rond zijn lippen had gelegen, was ineens verdwenen. En nadat meneer Walters een tijdje had gepraat, stond hij op om naar huis te gaan.

“Ik wist niet eens dat je een korte broek had?” zei hij.

“Ik heb hem er één geleend,” antwoordde ik prompt.

“Nou, dat is heel aardig van je maar Ken, denk er wel om dat je hem weer teruggeeft hoor!” Hij draaide zich om en verdween. Eventjes bleven we nog zitten kijken. Ken ontzettend beteuterd en ik wist ook niet echt wat ik moest doen.

“Dan moet ik maar eens gaan,” zei hij. Ik stond op en liep voor hem het huisje binnen. Ken sjokte achter me aan. Bewust schrijf ik ‘sjokte’ want hoe moet je het anders noemen als je weet dat zo’n lange jongen met slepende tred en neerhangend hoofd achter je aan loopt? Dit keer kleedde hij zich in mijn bijzijn om. “Dank je voor het lenen,” zei hij terwijl hij mij de korte broek aanreikte.

“Neem hem mee, Ken, en draag hem zoveel mogelijk.” Zijn gezicht stond donker en bedroefd. “Alsjeblieft,” smeekte ik. “Niet voor mij, maar voor jezelf, joh!” Met de korte broek in zijn hand liep hij voor me de trap af en ging hij naar huis. Shit, wat een anticlimax zoiets. Had ik hem zover gekregen dat hij een korte broek aandeed, dat hij zich wat vrijer gedroeg, hadden we zoveel plezier gehad met die kleuters en met elkaar en dan ineens … ineens was alles over door een enkele zin uitgesproken door zijn vader. Woest sloeg ik met mijn vuist tegen de muur die natuurlijk geen enkele schuld hieraan had.

Voor mij stond er die avond macaroni op het menu. Makkelijk klaar te maken en daar houd ik wel van op vakantie. Niet dat ik gezonde kost helemaal mijd in de vakantie maar toch wil ik het me dan niet elke dag moeilijk maken met een aantal pannen op het fornuis. Wat ik gefabriceerd had, smaakte me prima en nadien deed in fluitend op muziek van Billy Joël de afwas. Daarna trok ik een korte broek en T-shirt aan en wandelde ik via de holle weg het dal in. Niet om naar die ijsverkoper te gaan want daar was ik voor mezelf nog niet helemaal uit. Ik had ook nog niet echt aan hem gedacht maar nu kwamen die gedachten wel. Bewust duwde ik ze echter ook weer weg. Nog even niet. Ik wilde genieten van het weer en van de omgeving.

Drie kwartier later was ik weer terug. Bij de Volmolen had ik het pad door de weilanden genomen zodat ik bewust niet langs zijn kraam had hoeven te gaan. Aan hem wilde ik nog niet denken. Thuis hoorde ik het getiktak van het pingpongspel tussen Ken en zijn vader, tenminste daar ging ik vanuit. Ik zette koffie voor mezelf en toen Jan Walters uitgespeeld was en met het batje in zijn hand langs mijn terras liep vroeg ik hem of ik het batje over mocht nemen van hem.

“Jawel, maar je moet het niet als een verplichting zien hoor om je bezig te houden met Ken.”

“Dat doe ik absoluut niet, Jan. Ik vind het een leuk spel en het in mijn eentje spelen, daar is geen donder aan!” glimlachte ik naar hem.

“Nee, ik meen het serieus!”

“Ik ook. Ik voel het niet als een verplichting als ik met Ken een paar spelletjes tafeltennis speel.”

“Maar vanmiddag heeft hij jou ook al lastig gevallen en is hij heel lang bij je geweest heb ik begrepen.”

“Hij heeft mij niet lastiggevallen. Ik heb hem zelf gezegd dat hij bij me moest komen zitten. Dus …”

“Ja, maar!”

“Jan, laten we het volgende afspreken. Laat me zelf bepalen wanneer ik met Ken wil praten en een spelletje wil spelen. Ik geloof dat ik daar oud en wijs genoeg voor ben.” Ik keek hem recht in zijn ogen.

“Je hebt waarschijnlijk gelijk,” zei hij terwijl hij zijn ogen neersloeg.

“Daar gaat het niet om, Jan. Ik wil plezier hebben in mijn vakantie. En tafeltennis draagt daaraan bij denk ik,” zei ik glimlachend. Hij reikte mij het batje aan en ik nam het van hem over. Ken stond wat mistroostig bij de tafel met zijn rug naar me toe en ik hoopte dat hij van de conversatie tussen zijn vader en mij niets meegekregen had. “Hé, knakker! Klaar om ingemaakt te worden?” Verrassing stond op zijn gezicht te lezen.

“Hé! Jij?”

“Ja, ik! Verrast?”

Hij knikte.

“Nou kom op! Laten we elkaar afmaken!”

Gretig nam hij de eerste opslag. Elkaar afmaken daar kwam het niet van. Ik werd afgemaakt en opnieuw drie keer op een rij. Maar … en daar ging het mij om, we hadden grote lol. De lachsalvo’s klonken over en weer en na de drie partijtjes had ik alleen maar last van mijn buikspieren en dat niet van het tafeltennis.

“Dan moet ik nu maar eens gaan,” zei Ken toen we uitgespeeld waren. Ik begreep wat hij bedoelde en wilde het niet ongemakkelijker voor hem maken door aan te dringen dat hij wat zou blijven drinken of zo.

“Goed,” reageerde ik. “Ik zie je morgen of zo wel weer eens.”

“En bedankt voor …”

“Ken, houd op! Laten we het erop houden dat we beiden plezier gehad hebben! Oké?”

Hij knikte en was weg. Van de wandeling en het tafeltennis stonk ik nu als een otter naar het zweet en als ik nog wat wilde vanavond dan … zou ik zeker moeten gaan douchen. Netjes gedoucht en aangekleed kwam ik weer beneden en wist nog steeds niet of ik het zou doen. Voors en tegens spookten door mijn hoofd maar een redelijk afgewogen besluit kwam er niet. Tenslotte trok ik tegen tien uur toch mijn schoenen aan en liep ik het dal in. Het was donker inmiddels maar de straatlantaarns verschaften me voldoende licht. Bij de verkoopplaats aangekomen was het leeg en stil. De tentdoeken wapperden in de wind en maakten een vreemd, spookachtig geluid. Van mijn verkoper was geen spoor te bekennen. Natuurlijk, eigen schuld. Ik was ook veel te laat!

Toch liep ik het terrein op. Ik liep naar de kraampjes toe en ineens viel mijn oog op een pad dat daarachter tussen de struiken doorvoerde. Nieuwsgierig geworden, liep ik naar achteren toe. Het was een geïmproviseerd, platgetreden pad en ik moest grote moeite doen om te voorkomen dat de overhangende takken me in het gezicht raakten. Toen ik de grootste hindernissen genomen had, stond ik plotsklaps voor de contouren van een bouwval: de ruïne van wat eens een voorname boeren hofstede moest zijn geweest. De houten toegangsdeuren waren verdwenen en het enige dat daaraan nog herinnerde was de boogvormige poortopening. Een aantal meters achter die opening zag ik een vuurtje branden. Voorzichtig om zo weinig mogelijk geluid te maken, kwam ik dichterbij en in de poortopening liet ik me op mijn hurken zakken. Verscholen in de schaduw keek ik opnieuw.

Twee bijna identieke jongens zaten naakt op hun knieën tegenover elkaar. Ik herkende de ijscoverkoper aan zijn glimlach. De ander moest gezien de grote gelijkenis zijn neef zijn. Het vuur trok grillige patronen over hun blote lichamen en bij het licht ervan zag ik dat ze hun handen over elkaars lichaam lieten glijden. Hun hoofden kwamen dichter bij elkaar en er werd een lange tongzoen uitgewisseld. Beiden waren ze erg mooi. Donker haar op hun hoofden en ook op hun borst hadden ze allebei donker haar. Ik voelde dat ik hard begon te worden en legde mijn hand op mijn korte broek om het een en ander een beetje te verschuiven. De zoen werd verbroken en de neef (zo zal ik hem maar blijven noemen want ik kende zijn naam niet, noch die van de verkoper) stond op.

Een aardig stijve pik kwam nu op mondhoogte van de ijscoverkoper. Hij nam het ding in zijn hand en likte er met zijn tong aan. Het maakte me duidelijk dat ook hij niet vies van likken aan iets anders dan een ijsje was. Zijn natte lap gleed eerst langdurig en uiterst langzaam rond de eikel. Zijn neef had zijn hoofd achterover en ik zag hoe zijn mond wijdopen stond. Af en toe hoorde ik hem diep brommen en kreunen. De verkoper liet zijn tong langs de schacht heen en weer gaan en maakte af en toe een uitstapje naar de ballen van zijn neef. Toen nam hij de dikke kloten een voor een in zijn mond en knabbelde er waarschijnlijk zachtjes op. Na een tijdje zo zijn partner verwend te hebben, nam hij hem helemaal in zijn mond. De neef was waarschijnlijk ongeduldig want ik zag hoe hij het hoofd van mijn verkoper aan de zijkanten beet pakte en wild zijn mond begon te neuken. Het gekreun klonk heftig door de doodstille avond. Hij kwam klaar en ik zag spoortjes zaad uit de mondhoeken van mijn verkoper stromen. Nadat hij zijn mond had afgelikt, stond ook hij op. Een nieuwe tongzoen volgde. De neef draaide zich om en de verkoper zakte op zijn knieën achter hem neer. Hij liet zijn handen over de ronde billen glijden en likte met zijn tong de spleet.

Toen besloot ik uit mijn schuilplaats tevoorschijn te komen. Ze gingen verder met hun spel en niet eerder dan dat ik in het midden van de poortopening stond en mijn keel schraapte, merkten ze me op.

“Hé, ben je toch nog gekomen?” zei de verkoper. Ik knikte. “Kom erbij, joh, dan maken we met z’n drieën plezier.” Ik liep de open plek naar het vuur op maar bleef op geruime afstand van hen staan.

“Je hoeft niet zo verlegen te doen,” zei de neef en ook had hij die zachte ‘g’ in zijn stem liggen. Ik bleef echter op afstand. Toen ze beiden mijn richting op kwamen lopen, hief ik een hand op.

“Ho! Ik geloof niet dat ik dit wil.” Meteen draaide ik me om en liep weg. De takken zwiepten me tegen het hoofd maar het maakte me allemaal niet uit. Ik wilde alleen maar weg! Half rennend ging ik over de parkeerplaats en toen ik bij de weg was, voelde ik ineens een hand op mijn schouder. Geschrokken draaide ik me om.

“Sorry, ik wilde je niet aan het schrikken maken.” Het was mijn verkoper. Hij droeg alleen een sportbroekje en schoenen en hijgde. Klaarblijkelijk had hij nog harder gelopen dan ik want anders had hij me hier nooit kunnen inhalen. “Ik dacht dat je niet meer zou komen,” begon hij. “En daarom … daarom ben ik wat gaan doen met Kees.”

“Je hoeft je niet te verontschuldigen. Ik was er gewoon niet. Dus!”

“Maar je bent toch gekomen!”

“Ja.”

“Klinkt niet echt overtuigd!”

“Is het ook niet.”

“Maar waarom ben je dan toch hier?”

“Ik weet het allemaal niet meer. Ik … ik heb heel lang zitten denken vanavond en kwam er gewoon niet uit. Maar toen ik jullie zo bezig zag, wist ik gewoon dat het niet goed was dat ik hier was. Ik ga naar huis.”

“Wacht! Wil je echt helemaal niets? Ook niet met mij alleen dan?” Hij legde zijn armen om mijn nek en drukte zijn lijf dicht tegen het mijne. “Ik geloof het wel,” zei hij. “Ik voel het gewoon.”

En hij had gelijk. Mijn lichaam verraadde mijn ziel. Mijn pik was keihard en klopte in mijn broek. Maar verder riep alles keihard ‘NEE’ in me. En daarom duwde ik hem zachtjes maar wel duidelijk van me af. “Het spijt maar ik wil echt niets. Dat ding is keihard, ik weet het maar alles in me roept dat ik het niet moet doen.”

“Als Kees het probleem is dan stuur ik hem zo weg hoor.”

“Nee, ik wil gewoon helemaal niets.” Gedurende een aantal minuten stonden we zwijgend tegenover elkaar.

“Ligt het aan mij? Ben ik niet knap genoeg?”

“Dat is het niet … vertel me in elk geval je naam als je wilt.”

“Ik heet Bram en jij?

“Rogier. Maar dat is het niet, Bram. Je bent gewoon hartstikke knap. Dat merkte ik vanmorgen vroeg al op. Daarnaast ook nog eens heerlijk spontaan en impulsief en van wat ik zo net gezien heb absoluut niet vies van seks dus … dat is het allemaal niet.”

“Maar wat dan wel?”

“Het ligt aan mij en het zou tijden duren voor ik je het duidelijk zou kunnen maken, zo het me al zou lukken het onder woorden te brengen.”

“Ik heb tijd.”

“Nee, laten we het niet doen, Bram. Het voelt bij mij gewoon niet goed. Ik ga!” Resoluut draaide ik me om en liep bij hem weg. Ik hoorde zijn voetstappen achter me aankomen.

“Kan ik je echt niet overhalen? Op geen enkele manier?”

Ik hield stil en draaide me naar hem om. “Bram, je bent een lieve jongen maar … nee. Het ligt aan mij dus voel je er niet schuldig door of zo. Ga terug naar Kees en geniet van elkaar.” Met die woorden draaide ik me opnieuw van hem af en liep de weg op naar boven. Ik weet niet of Bram is blijven staan omdat ik ben weggelopen zonder om te kijken.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » zaterdag 04 april 2015 07:17

Hoofdstuk 4


Maandag 22 juli

De hele nacht van zondag op maandag sliep ik niet en dus kan ik ook niet aangeven wanneer ik die maandagochtend wakker werd. Wel dat ik het gedraai en gewoel om zeven uur spuugzat was en uit bed ging. Ik douchte me en voelde me daarna weer een beetje mens. Een nacht wakend doorbrengen is iets vreselijks! In het ziekenhuis hoor ik wel eens verhalen van patiënten met chronische pijn die regelmatig hele nachten niet slapen en ik weet nu dat zoiets vreselijk is. Normaliter heb ik altijd een goede nachtrust. Soms val ik wat moeilijk in slaap maar dat alleen maar als ik mijn denken niet kan stoppen. En dat was dus gisteravond het geval geweest en dan wel zodanig dat ik dus de hele nacht geen oog had dicht gedaan.

Thuisgekomen bleef het maar malen in mijn hoofd. Wat ik ook probeerde te doen om afleiding te krijgen, het lukte niet. Er was niets bijzonders op de televisie. De door mij meegebrachte muziek kon me niet bekoren en ook het boek waarin ik die middag begonnen was kon me niet meer boeien. Er ging gewoon teveel om in mijn hoofd. Waarom had ik toch het aanbod van Bram afgeslagen! Ik wilde verdomde graag weer eens iets hebben met een vent en toch … toch had ik het niet gedaan. Waarom riepen die stemmen in mij zo hard van ‘NEE’ dat ik hen niet had kunnen negeren? Natuurlijk had ik ze wel kunnen negeren. Iedereen heeft dat toch wel eens dat alles zegt van ‘niet doen’ en dat je het dan toch doet? En waarom ik dan gisteravond met zoiets verlokkelijks niet? Ik had de kans gehad om met twee leuke, goeduitziende knapen seks te hebben en … Dat soort gedachten plaagde me de hele nacht maar uitkomst kwam er niet. Nooit zo’n heldere gedachte, als je enkel wel eens hebt, die licht biedt.

In de keuken maakte ik mijn ontbijt en at het aan de bar daar op. Drie boterhammen, een glas melk en een kom yoghurt met appel moesten voldoende zijn om de dag goed te beginnen. Terwijl ik na het brood aan mijn yoghurt begon, voelde ik ineens alles trillen! Alles bewoog om me heen! De lamp boven me zwiepte fanatiek heen en weer en er was ook een vreemd soort geruis. Een aardbeving, dacht ik meteen. Snel stond ik op van de kruk en liep naar de buitendeur toe. Ik draaide de sleutel om en stapte op sokken en slechts gekleed in een wijde short naar buiten. Ineens was het ook weer over. De deur van 6B ging ook open en Kens vader kwam in ochtendjas naar buiten.

“Verhip! Dat was eng,” zei hij toen hij mij op mijn stoepje zag staan.

“Inderdaad. Een aardbeving?”

“Ja, lijkt me wel,” zei hij.

“Ja hoor, dat was er weer eentje,” zei de beheerder die ook uit zijn huis kwam. “Komt hier vaker voor maar dit was wel een behoorlijke.”

“Nou,” zei Jan Walters, “ik ga meteen even op het nieuws kijken.” Ook ik ging weer naar binnen en zette de televisie aan. Pas aan het einde van het journaal van acht uur werd er iets over gemeld. Een meting was nog niet binnen. Ondanks de eerste schrik besloot ik toch gewoon te doen wat ik van plan was. Ik trok mijn fietskleren aan en liep met mijn fiets met dunne bandjes aan de hand naar de weg toe.

“Gaat u fietsen,” vroeg de beheerder die aan een tafeltje buiten een kop koffie zat te drinken.

“Ja, lijkt me wel goed weer voor vandaag.”

“Inderdaad het wordt niet al te warm dus prima weer om te fietsen. Hebt u goed geoefend?”

“Zeg maar gewoon ‘je’ dat vind ik prettiger.”

“Ik zal er om denken,” lachte hij.

“Mijn vader en ik fietsten vroeger heel veel. Alleen het laatste jaar is er niet zoveel van gekomen maar als iets er goed in zit, blijft er altijd iets hangen.” Hij glimlachte. “Hoop ik,” voegde ik er snel aan toe. Hij wenste me een prettige dag en ik stapte op. Het kleine stukje naar de grote weg leerde ik al meteen dat het flink schakelen zou worden hier in dat glooiende landschap.

Thuis had ik bij wijze van voorpret al de nodige fietsroutes over de weg uitgezet en vandaag had ik gekozen voor de route richting Vaals en dan België in. Over Slenaken zou ik dan weer terugkomen in Epen. Het begin van de rit ging door de Vijlnerbossen en toen ik eenmaal het bos uitkwam, had ik een prachtig vergezicht over het dal waar Vaals in ligt. Natuurlijk fietste ik via het Drielandenpunt bij Vaals. Dat mag je natuurlijk niet missen maar zoiets is wel een flinke aanslag op je conditie en je spieren. Het viel me echter reuze mee. Natuurlijk moest ik wel flink hijgen toen ik boven was maar ik veroorloofde me niet om daar meteen al een pauze in te lassen. Kom! Ik was wel meer gewend! Manmoedig waagde ik me aan de afdaling het Vlaamse land in.

Gemmenich was het eerste plaatsje dat ik tegenkwam en meteen viel mij op hoe anders hier gebouwd werd dan bij ons in Nederland. Een huis werd niet gebouwd uit één steensoort, nee hier gebruiken ze er rustig drie verschillende. Echt lapwerk soms. De wegen, hoewel die bij ons de laatste jaren ook steeds meer op lapjesdekens lijken, zijn daar helemaal erg. En dan die bovengrondse elektriciteits- en telefoondraden. Werkelijk geen gezicht! Vind ik tenminste. Het landschap buiten het plaatsje was ook ineens zo heel anders dan het Zuid-Limburgse Heuvelland. Dat straalt iets uit. Iets van … hoe moet je het noemen … voorspoed? Ja, misschien wel. En dit was soms armoe troef, leek het wel.

Wel was ik enorm onder de indruk van een spoorwegviaduct dat uit keurig natuursteen gebouwd was over een dal. Een enorm bouwwerk waar ik echt voor van de fiets ging. Ik ben niet een fietser die het alleen maar gaat om een afstand zo snel mogelijk af te leggen. Ook wil ik van de omgeving genieten zoals je wellicht al begrepen hebt. Via La Chapelle, Montzen, Birken en Lontzen kwam ik uit bij Welkenraedt. Van daar af was het nog maar een klein eindje naar de plaats waar ik mijn middagpauze zou nemen: Eupen.

Het laatste stukje naar het centrum vond ik een crime: vreselijk gewoon! Een en al industrieterrein links en rechts van de weg. Ontzettend veel verkeer en stank van auto’s en fabrieken. Wat me wel opviel was dat de McDonalds in België geen ‘drive in’ hebben maar een ‘drive throu’. Kan het Belgischer??? En misschien hebben ze ook wel gelijk. Je rijdt er tenslotte niet naar binnen maar door!

Het centrum van Eupen was mooi. Duidelijk te zien dat het een oude vestingstad moet zijn geweest uit waarschijnlijk de Romeinse tijd. Grote hoogteverschillen ook en op de kleine klinkertjes was het verdraaid lastig fietsen. De stad was mij echter te druk en daarom besloot ik na een kleine stop om mijn kaart te bestuderen en door te rijden naar het stuwmeer een eindje verderop, dat zo mooi ‘Barrage de la Vesdre’ heette. Een paar kilometer extra dus nog en heuvelopwaarts maar toen ik daar aan de rand van het meer me in het gras zette, wist ik dat het de moeite waard was. Heerlijk rustig, ver weg van de drukte van de grote stad die Eupen toch was. Nadat ik mijn lunch had opgegeten, strekte ik me uit voor een dutje. De stilte maakte dat ik al snel in slaap viel.

Pas tweeëneenhalf uur later werd ik wakker. Oei, dat was nou ook weer niet echt de bedoeling geweest maar … gedane zaken nemen nou eenmaal geen keer. En ik had het waarschijnlijk nodig gehad want anders kon ik overdag nooit zo goed slapen. Wel had ik een paar muggenbulten opgelopen zag ik toen ik merkte dat mijn benen op bepaalde plaatsen behoorlijk jeukten. Thuis maar even wat op doen. Eerst echter de weg terug. Voor ik van start ging, keek ik uitvoerig op mijn kaart en las ik de route die ik op mijn lijstje had staan. Eerst ging het helemaal terug naar Welkenraedt en vandaar via een andere richting terug naar Epen. Hier kwam ik onder andere langs Henri-Chapelle waar een grote begraafplaats van oorlogsslachtoffers uit de tweede wereldoorlog is gelegen. Toen verder via de ‘beruchte’ Voerstreek naar Nederland. Regelmatig gaven leuzen geschilderd op boerderijen aan waar het hier om ging: de eeuwige taalstrijd tussen Franstaligen en Vlaamstaligen.

En toen ik vlak voor Slenaken de grens overkwam, voelde ik me weer thuis. Slenaken is gewoon een prachtig dorp. Echt zo’n pittoresk plaatsje uit het Heuvellandschap. Bij een cafetaria aan het eind van het dorp stopte ik voor wat drinken. Het laatste eindje wachtte me nog en uit de autorit van zaterdag wist ik dat het geen kattenpis was dat stukje van hooguit acht kilometer. Na een flesje appelsap voelde ik me weer gesterkt en reed ik verder. En inderdaad in een auto gaat zo’n heuvel op best wel lekker maar op de fiets … valt het niet mee. In de allerkleinste versnelling ging het heel moeizaam vooruit. Maar het voordeel is dat als je eenmaal boven bent je weet dat het weer naar beneden zal gaan. En dan hoef je bijna niets te doen. En zo reed ik met een duizelingwekkende vaart Epen binnen. Recht op de supermarkt af. Hard nodig om bij te remmen want anders lig je zo tussen de groenten. De haakse bocht om naar rechts en het dorp door. Dan weer met de bekende slingers het dal door tot over de Geul en daar, daar was mijn ijscoverkoper. Zou ik?

Nee, ik trapte flink door. De heuvel achter Epen op naar Camerig toe. Voorbij de camping en dan nog een klein eindje. Dan naar rechts en daar was ik weer thuis. Half vijf in de middag en ruim tachtig kilometer erop. Geen topprestatie maar ik had al gezegd dat ik daarvoor niet rijd. Met de fiets aan de hand liep ik het terrein op en het hek door. Ik zag Ken en zijn vader bij de tafeltennistafel staan. De knaap droeg de van mij geleende korte broek niet. Vrolijk werd ik begroet.

“Ging het goed,” vroeg Jan.

“Ja, prima. Uitstekend weer om te fietsen en prachtige dingen gezien onderweg.”

“Niet saai zo helemaal alleen?” vroeg Ken.

“Nee, niet echt.” Ik glimlachte naar hem.

“Zou jij ook eens moeten gaan doen, jongen. Wat fietsen. Goed voor je spieren!”

“Weet niet,” antwoordde de jongen en ging weer op zijn plek staan. Ik stalde mijn fiets en keek hem meteen na. Het grootste vuil haalde ik van de ketting en daarna liep ik naar binnen om een pak appelsap leeg te drinken. Als ik zo door zou gaan, moest ik morgen wel boodschappen gaan halen. Nadat ik wat uitgehijgd was, stapte ik onder de douche. Een ijskoude douche om dat warme lijf van mij wat te laten afkoelen. Het was heerlijk en lang liet ik de stralen over me heen komen. Uiteindelijk draaide ik de kraan dicht om mijn haren en lijf te wassen en daarna spoelde ik me met wat warmer water weer schoon. Op mijn slaapkamer droogde ik me af omdat de badkamer erg klein was. Ik trok een korte broek en T-shirt aan en ging naar beneden. Op mijn terras wilde ik verder gaan met mijn boek.

“Zin in een spelletje?” vroeg Ken.

“Awwwwww, ik zit net,” kreunde ik.

“Oké. Een andere keer dan.”

“Ik heb toch geen ‘nee’ gezegd wel?”

“Nee, dat niet maar … ik dacht …”

“Moet je niet te vaak doen, Ken. Word je alleen maar moe en moedeloos van. Neem het van een kenner aan.” Ik stond op en liep met hem naar de tafel. Natuurlijk lukte het me nu helemaal niet. Ik was gewoon te moe. Fietsen doe ik graag maar zo’n eind ging me toch wel in de benen zitten. Drie keer op rij verloor ik. “Heb je je pa ook zo vaak verslagen vandaag?”

“Nee, maar drie van de zes keer.”

“Hé, hoe had je dat nou? Niet in vorm?”

“Denken,” zei hij met een uitdagende glimlach in mijn richting.

“Ai! Ik zei het je al.”

“Maar ja, toen had ik je waarschuwing nog niet gehoord, natuurlijk!” verdedigde hij zich. Op dat moment werd er heel luid ‘KEN’ geroepen. “Ik moet gaan eten. Ben je vanavond ook nog beschikbaar voor een spelletje of kun je je dan helemaal niet meer bewegen.”

“Maak dat je wegkomt, aap van een jongen!” En plagerig haalde ik naar hem uit. Hij rende weg. Ik moest lachen om hem. Hij was leuk. En als hij zo doorging, zou hij binnenkort een stuk vrijer met me omgaan en dat stond me wel aan.

Een uitgebreide maaltijd maakte ik die avond voor mezelf klaar en met recht kan ik je zeggen dat het me uitstekend smaakte. De afwas daarna vond ik minder en ik was dan ook heel blij toen er op de deur geklopt werd. Het was Ken die door alleen maar het batje omhoog te houden aangaf wat hij wilde. Blij toe dat ik de afwas kon laten voor wat hij was, liep ik met hem mee. Het grapje van de knaap was werkelijkheid geworden want het bewegen ging nog minder soepel dan die middag. Ik begon stram te worden. En die rotzak maar lachen als ik me weer eens flink moest rekken wat steevast leidde tot een geweldig gekreun. Ik vertel je de setstanden maar niet want het was desastreus. “Wat ga je verder doen vanavond,” vroeg ik hem.

“Er komt zo een film op tv. Denk dat ik die ga zien.”

“Welke zender?”

“RTL4 geloof ik. Hij heet ‘Suzie Q’.”

“Oké, ga ik zo ook kijken na het Journaal dan hebben we morgen in elk geval iets om over te praten als we elkaar zien.” Hij lachte. “En hoe vond je die aardbeving?”

“Niets van gemerkt hoor.”

“Wat???” riep ik niet-gelovend uit. “Helemaal niets van gemerkt???”

“Nee, ik lag nog op een oor. Had ik er wakker van moeten worden dan?”

“Je bent me er eentje, Ken! Kun je dergelijk natuurgeweld van dichtbij meemaken en dan slaap je erdoorheen. Ongelofelijk gewoon! Dat je daar niet wakker van geworden bent!”

“Ik slaap waarschijnlijk erg goed. Maar ik ga, anders klinkt straks die yell weer.” Verbaasd keek ik hem aan. Hij zette zijn handen aan zijn mond en riep: “KEN”. Natuurlijk heel zachtjes maar ik begreep zijn bedoeling. Met een snel ‘c ya’ was hij verdwenen.

De film was onderhoudend en daarmee was dan ook alles wel gezegd. Slap verhaal en ook qua acteerprestaties niet bijster goed. Tien uur was hij afgelopen en omdat de temperatuur nog heel behoorlijk was, ging ik nadat ik binnen nog een stukje gelezen had op mijn terras zitten. De vermoeide en stramme benen uitgestrekt op een stoel. Opa zat! De vleermuizen vlogen in het donker heen en weer tussen de bomen en lang keek ik naar hun wilde vluchten. Het leken net kamikazepiloten die zich doldriest op een boom stortten maar toch net op tijd dan, en dat in tegenstelling tot die Japanners, voor het obstakel uitweken. Prachtig om van zo dichtbij gade te slaan.

Ineens werd mijn aandacht getrokken door een klein lichtje links in de tuin. Eventjes dacht ik aan een vuurvliegje maar al snel concludeerde ik dat het om het lichtende puntje van een sigaret ging. Een stiekeme roker? Ik stond op en schuifelde voorzichtig naar het lichtje toe.

“Nee, niet uitmaken, joh! Ik ben het maar,” zei ik toen ik zijn schrikreactie merkte.

“Ik had je niet horen aankomen.”

“Zielig voortschuifelen zoals ik doe, heeft ook nog zijn voordelen dus.” Ik zag zijn blinkende tanden in het schaarse licht van de maan.

“Wil je dat ik hem uitdoe?”

“Jouw keuze, Ken. Maar ik zeg je wel dat roken hartstikke ongezond is maar dat hebben waarschijnlijk al heel veel mensen tegen je gezegd.” Hij nam nog een trekje. “Waarom rook je eigenlijk?” Na nog een paar trekjes antwoordde hij pas.

“Omdat ik het niet mag. Reden genoeg?”

“Voor mij wel.”

“Vind je me saai?”

“Natuurlijk niet.”

“Dus wel!”

“Hé! Ik zeg ‘natuurlijk niet’. Moet ik nog duidelijker zijn. Je bent niet saai, Ken. Ook al vind de hele wereld je saai, ik niet. Je bent een leuke aardige vent! Duidelijk!”

Hij bromde wat en vervolgde toen met: “Waarom vindt bijna iedereen me wel saai dan en jij toevallig niet?”

Ja, daar stond ik dan met mijn mond vol tanden. Goede raad was duur en ik nam bewust lang tijd om te overdenken wat ik zou moeten zeggen. Uiteindelijk wist ik het. “Waarom anderen zo over jou denken weet ik natuurlijk niet. Ik weet alleen wat mijn oordeel over jou is.”

“En dat is?”

“Ik zie je als een heel leuke jongen die door omstandigheden het nog niet helemaal aandurft om zichzelf te zijn.” Met opgetrokken wenkbrauwen keek hij me aan en maakte zijn sigaret uit. “Er zit iets van een rem op je, Ken. Zodra je die eraf haalt, en heel af en toe zie ik dat gelukkig, ben je een prachtknul.”

Hij glimlachte. “En wat zijn die omstandigheden?”

“Wil je dat ik ze voor je benoem?”

“Nee, laat maar. Ik weet het wel en dat is genoeg.” Zwijgend zaten we daar in die donkere tuin naast elkaar.

“Waarom draag je je korte broek niet?”

“Mijn ouders wilden het niet hebben. Vonden het te koud vandaag voor een korte broek en bovendien willen ze dat ik hem aan je teruggeef. Ze houden niet van geleende spullen.”

“Shit,” antwoordde ik kort.

“Ja, dikke shit!” We lachten beiden en hoorden toen voetstappen op het pleintje.

“Kom je binnen, Ken?” hoorde ik zijn moeder zeggen.

“Ik kom er zo aan, mam.”

“Wacht niet te lang, jongen, want het begint erg koud te worden.”

“Nee, mam!” De voetstappen gingen weer terug en langzaam stond Ken op. “Ik moet gaan. Je hebt het gehoord.”

“Ik heb het gehoord maar moet je echt gaan?” Hij keek op me neer en glimlachte.

“Lijkt me wel het beste. Tot ziens maar weer.”

Ik keek hem na terwijl hij het trapje op liep en hoorde zijn sloffende voetstappen. Vreselijk zoiets te moeten horen. Geheel in gedachten verzonken bleef ik zitten en schrok me halfdood toen ik ineens een hand op mijn schouder voelde. “Hier!” zei de jongen. “Je korte broek. Ik moest hem meteen terugbrengen van mijn ouders.”

“Oké.” Zonder verder iets te zeggen nam ik hem aan en Ken draaide zich om en liet me weer alleen achter. Lang bleef ik niet meer zitten. Ik ging naar binnen en naar bed. Had nergens zin meer in. Het was een leuke dag geweest maar die leuke dag was rot geëindigd.


Dinsdag 23 juli

Dinsdagochtend was ik voor mijn doen laat op en toen ik tegen negenen in mijn keukentje stond om mijn ontbijt te maken hoorde ik de familie Walters vertrekken. Alledrie met een rugzak op liepen ze het terrein af. Ken liep achter zijn ouders: het hoofd gebogen. Ik voelde een steek in mijn borst. Had ik medelijden of misschien beter gezegd medeleven met hem? Ja! Ik vond het doodzonde dat zo’n leuke, jonge vent zo onder de plak bij zijn ouders zat. Dat hij met ze op vakantie ging was helemaal niet erg. Hij was tenslotte nog maar zestien maar ze konden hem toch verdorie wel dingen zelf laten beslissen. Met woeste kauwgebaren werkte ik mijn ontbijt naar binnen. Daarna deed ik wat rek- en strekoefeningen om mijn stramme been- en armspieren weer wat in conditie te krijgen na die fietstocht van gisteren. Eenmaal wat opgewarmd, stapte ik in de auto om in Vaals inkopen te doen. Natuurlijk had ik voordien een lijstje gemaakt met dingen die ik in elk geval nodig had.

De rit leidde langs dezelfde weg die ik gisteren genomen had. Alleen ging ik nu vlakbij Vaals niet naar rechts maar naar links in de richting van het centrum. Vlak voor de Edah vond ik een parkeerplaats. Gelukkig straks geen gesleep met de boodschappen dus. In korte broek en T-shirt was het best koud in de supermarkt en zo snel mogelijk sloeg ik dan ook de dingen in die ik nodig had. Toen ik mijn auto vollaadde zag ik dat het weer aan het veranderen was. Dikke, donkere wolken gleden langs de eerder die morgen nog blauwe lucht en dat beloofde niet veel goeds. Ik liep de hoofdstraat nog even in en kocht bij een kiosk een krant. Zo bleef ik toch wat op de hoogte van het nieuws. Bij een restaurant dronk ik een kopje koffie en toen ging ik weer op huis aan. Net thuis en de auto leeg, begon het te regenen. Met een versgezet kopje koffie nestelde ik me op de bank en kroop ik in mijn boek.

De rest van de dag, slechts onderbroken door een lunch en een snel gemaakte warme maaltijd, las ik. Het boek werd met de bladzijde boeiender en tegen zeven uur sloeg ik de laatste pagina op. Een paar minuten later had ik hem uit. Geweldig goed geschreven en de rest van de stapel die ik meegenomen had, zou ook zeker gelezen worden. Ik rekte me uit en zag ineens Ken voor het raam staan. Hij tikte tegen het glas en net als gisteren hief hij een batje in de lucht. Ik knikte.

Even later was ik bij hem buiten. Voordat we echter konden gaan spelen, moesten we de tafel droogmaken. Snel haalde ik een droogdoek op en daarmee veegde ik de grootste plassen van de houten tafel. Toen dat eenmaal gedaan was, konden we beginnen en warempel … je zult het haast niet geloven … ik versloeg Ken! Zij het met het kleinst mogelijke verschil maar het lukte me om met 23-21 van hem te winnen. Wild danste ik om de tafel heen en ging zowat uit mijn dak. Ken bulderde van het lachen maar ineens … ineens verstarde hij. Vanuit mijn ooghoeken zag ik waarom … zijn vader stond vlakbij ons en keek mij merkwaardig aan. Ik besloot te doen alsof ik niets gezien had en danste mijn indianen-overwinningsdans luid lachend.

“Gewonnen?” vroeg Walters senior en ik stopte.

“Ja, geweldig nietwaar!” zei ik met een stralende lach. “Voor de allereerste keer heb ik hem,” en daarbij wees ik nadrukkelijk naar Ken, “verslagen!” En nogmaals liet ik een luide kreet horen. De man mocht van mij denken wat hij wilde. Ik was vrolijk en wilde dat laten merken ook en hoopte dat ik zo misschien Ken iets uit zijn schulp zou kunnen krijgen. “Nog een spelletje?” vroeg ik gretig.

“Wij zouden nog even een wandelingetje maken,” zei Jan, “dus dat kan niet helaas.”

“Maar Ken zou toch wel hier kunnen blijven?” probeerde ik.

“Denk dat het beter is dat Ken met ons meegaat.” Ik zag het hoofd van de jongen tussen zijn schouders inzakken maar ik was nog niet verslagen.

“Maar ik ben nu juist in de ‘winning mood’, Jan. Alsjeblieft, laat hem hier blijven en door mij ingemaakt worden.” Eventjes zag ik een glimlach om Jans lippen glijden.

“Ik weet het niet. Ik vind dat hij veel te veel beslag op jou legt en dat vinden mijn vrouw en ik niet goed. Bedankt, maar nee. Kom, Ken!” De discussie, zo die er al was geweest, was gesloten want hij draaide zich om en liep weg. Ken haalde moedeloos zijn schouders op en sjokte op zijn gebruikelijke wijze weg. Daar stond ik met het batje en een balletje nog in de handen maar zonder een tegenspeler. Ongelofelijk vond ik het gewoon. Eerst betrok de man me zelf bij iets waar ik toen nog helemaal geen behoefte aan had en nu … nu dankte hij me zomaar weer af!!!

Een tijdje bleef ik nog staan en denken maar omdat er toch niets wezenlijks uitkwam, besloot ik er maar het beste van te maken. Ik trok andere kleren aan en reed met de auto naar Valkenburg. Een stad waar altijd wel wat te beleven valt en ook in de avonduren wel. Cafés en bars volop en ook genoeg leuks om naar te kijken.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » vrijdag 17 april 2015 15:55

Hoofdstuk 5

Eerst liep ik wat heen en weer door de straten die nog steeds behoorlijk druk waren en uiteindelijk koos ik een café uit. Ik ging aan de bar zitten en bestelde een biertje. Op mijn kruk gezeten, liet ik mijn ogen door het pand gaan. Overal groepjes jongeren en vooral veel jongens. Luidruchtig en sommigen zo vroeg op de avond al behoorlijk aangeschoten. Mijn ogen bleven rusten op een jongen in het shirt van Manchester United. Je weet wel zo’n rood shirt met de reclame van Vodafone erop. Onze blikken troffen elkaar en beiden draaiden we onze ogen weg maar even later vonden we elkaar toch weer. Hij glimlachte naar me en ik glimlachte terug. Opeens stond hij op en liep naar de toiletten toe. Ik achter hem aan. Naast elkaar stonden we daar.

“Je ziet er lekker uit,” opende hij.

“Jij niet minder.”

“Dank je. Zin in iets?”

Mijn lichaam reageerde duidelijk op hem want mijn pik werd hard en ik kreeg er in die toestand geen druppel meer uit.

“Zeker wel.”

Ik hoorde hoe hij zijn gulp dichtritste en deed hetzelfde. Hij ging me voor naar buiten. Op straat aangekomen vroeg hij of ik mee wilde naar zijn hotelkamer. Ik knikte. Ik wilde deze prachtige jongen. Hij was een vlotte babbelaar en ik genoot van zijn enthousiasme. Zo vrij. Zo vrolijk. Het werkte aanstekelijk en ook ik voelde me op mijn gemak bij hem. Aan de receptie in het hotel vroeg hij de sleutel van zijn kamer en daarna liepen we de trappen op naar de derde verdieping. Hij ontsloot de deur en liet me voorgaan. Het was een mooie ruime kamer. Ik hoorde de deur achter me in het slot vallen en draaide me naar hem om. Voor ik wist wat er gebeurde, stonden we dicht tegen elkaar aan elkaar te zoenen. Hij was ontzettend vurig en bracht zijn tong al heel snel bij mij naar binnen. En ineens … ineens waren die stemmetjes er weer die in alle hevigheid gilden: ‘NEE, NEE, NEE’. Ik brak de tongzoen af en duwde hem iets van me weg.

“Doe ik iets verkeerd? Gaat het je te snel?”

“Nee, sorry. Het ligt aan mij.” Hij trok zijn T-shirt over zijn hoofd uit en toonde me zijn prachtig gladde bovenlijf. Een klein spoortje haar leidde van zijn navel naar de rand van zijn jeans. Ik smolt zowat en was ontzettend hard.

“Je wilt me toch wel?”

“Jawel!” Hij pakte me bij de hand beet en leidde me naar het bed toe. Hij liet zich er ruggelings opvallen en trok me mee in zijn val. Ik lag boven op hem en stootte mijn kruis tegen het zijne. Hij kreunde.

“Wow, wat een lekker ding heb jij daar zeg.” Zijn handen gleden over mijn strakke T-shirt en bevoelden mijn tepels. Hij kneep er hard in.

Ik kreunde nu ook. En weer die stemmen: ‘NEE, NEE, NEE’. Ik verstijfde over mijn hele lijf en draaide me van hem af. “Sorry, maar ik kan het niet. Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij. Ik kan het gewoon niet!”

“Maar je bent hartstikke hard, man! Je wilt me, ik voel het gewoon!” probeerde hij me over te halen.

“Ja, ik weet het en het zou ook zo moeten gebeuren maar iets … iets weerhoudt me. Sorry, ik moet gaan.” Ik stond op van het bed en liep snel zijn kamer uit. Beneden op straat bleef ik hijgend tegen de muur van het hotel staan. Wat was er met me aan de hand! Wat was er in vredesnaam met mij aan de hand! Dit was nu al de tweede keer dat ik … ineens voelde ik zijn hand op mijn schouder.

“Kom met me mee,” fluisterde hij en voor ik wist wat er precies gebeurde trok hij me met zich mee door de donkere straten van Valkenburg. We liepen heel lang zonder te praten en kwamen uiteindelijk uit in een parkje. Daar drukte hij me tegen het gras en begon me opnieuw te zoenen.

“Veel opwindender zo, nietwaar?”

Ik kon geen woord uitbrengen want hij drukte zijn mond meteen weer op de mijne. Hij was ontzettend sterk en ik kon me amper bewegen. Zijn hand gleed mijn broek in en ik voelde hoe hij zijn vingers om mijn stijve sloot. Ik wilde wat zeggen maar zijn lichaam op het mijne maakte het gewoon onmogelijk. Toen hij eindelijk naar adem hapte en zijn lippen van de mijne haalde, riep ik uit dat ik dit niet wilde.

“Kom op zeg!” riep hij verontwaardigd. “Je bent hartstikke hard en vreselijk geil en dan wil je me niet. Maak dat de kat wijs man!”

“Alsjeblieft?” smeekte ik hem. Hij staakte zijn pogingen en ging met opgetrokken knieën naast me in het gras zitten. Ik ging ook zitten.

“Dan moet je maar met me praten,” zei hij.

“Praten?”

“Ja! Ik wil verdomme weten waarom zo’n leuke vent als jij die eerst zegt in te zijn voor iets leuks ineens terugkrabbelt!” Ik keek hem verdwaasd aan want dit had ik niet verwacht. “Nou vertel op!” eiste hij bijna en langzaam begon ik hem mijn verhaal te vertellen.

Ik vertelde hem over mijn leven van het begin af aan. Niets liet ik weg en langzaam merkte ik dat hij rustiger begon te worden en zelfs ontroerd werd, want ik zag hoe hij een traan wegveegde uit zijn ooghoeken.

“En nu … nu weet ik het gewoon niet meer,” beëindigde ik na lange tijd mijn verhaal. “Ik wil heel graag iets met een jongen maar steeds, dit is nu al de tweede keer, is er iets dat me tegenhoudt. Ik weet niet wat het is maar het is er duidelijk en ben heel bang dat als ik het negeer ik er vreselijk spijt van zal krijgen en dat wil ik gewoon niet. Als ik iets doe wil ik er later geen spijt van hebben. Dan moet het voor altijd een goede herinnering zijn en niet iets waar ik een nare bijsmaak aan overhoud.” Het werd stil daar in dat donkere parkje. “Kun je me begrijpen?”

“Ja, ik denk het wel. Sorry dat ik me zo kloterig heb gedragen.”

“Nee, doe dat nu niet. Geef je zelf er niet de schuld van. Ik had gewoon niet hier heen moeten komen want ik kwam bewust om iets leuks te versieren. Ik had het niet moeten doen. De fout ligt bij mij.” In het donker zag ik een glimlach om zijn lippen komen.

“Ik denk dat je er goed aan doet om naar die stem van binnen te luisteren,” sprak hij. “Ik ben geen psycholoog of zo maar denk dat je het wel moet doen.”

“Dank je,” antwoordde ik. Nog zeker een uur zaten we daar bij elkaar op het gras en praatten over van alles en nog wat. Toen vond ik het tijd om naar huis te gaan. Ik was bekaf en wilde alleen nog maar slapen. We stonden op en namen met een omhelzing afscheid van elkaar.

“Als je weet wat het is dat je tegenhoudt en je wilt me nog steeds, dan kun je me altijd in dat café ’s avonds vinden of anders een boodschap voor me achterlaten in het hotel.”

“Ik zal er rekening mee houden. Hé, bedankt voor je begrip. Je bent een bijzondere vent, weet je!”

“Dank je.”

Ik draaide me om en liep weg naar de parkeerplaats waar ik mijn auto had staan. De weg terug naar Epen was vrijwel verlaten. Alle kleine dorpjes die ik passeerde, leken diep in slaap gedompeld te zijn. Tegen twee uur in de woensdagochtend kwam ik thuis. Ik poetste mijn tanden en kroop tussen de lakens. Licht uit! Slapen!


Woensdag 24 juli

Na een puur uur van diepe slaap werd ik alweer wakker met de knagende vragen van de avond daarvoor nog steeds in mijn hoofd. Inslapen lukte niet meer. Ik pakte mijn boek en ging lezen. Het was nog te vroeg om op te staan. Tegen zeven uur ging ik er toch maar uit. Ik ontbeet en douchte me daarna en ging toen bij de telefoon zitten. Zou ik nu al kunnen bellen? Of was het nog te vroeg? Toch nog maar eventjes wachten. Om half negen koos ik het nummer uit het telefoonboek van mijn gsm.

“Met de praktijk van dokter Waelbers,” Hoorde ik de stem van Casper.

“Goedemorgen, met Rogier. Verdien je er wat bij in je vakantie of maakt Vincent misbruik van je aanwezigheid.”

“Laten we het op het laatste houden. Betalen doet hij me niet tenzij je natuurlijk …”

“Nee, daar wil ik het niet met je over hebben,” viel ik hem in de rede. “Dat is te privé!”

“Je weet niet eens wat ik wilde zeggen?” verdedigde hij zich.

Ik lachte. “Zeg is de hooggeleerde heer dokter nog te spreken of is hij al druk bezig met zijn spreekuur.”

“Hij heeft een cliënt op dit moment bij zich maar wacht even ik geloof dat ik een deur hoor slaan. Blijf je even hangen?”

“Natuurlijk.”

Het duurde even voor Casper zich weer meldde. “Ja, de goeroe is klaar voor je dus ik verbind je door.”

“Dank je, Casper.”

“Graag gedaan en geniet van je vakantie, Rogier.”

“Zo, jij bent er vroeg bij zeg! Gelukkig voor jou had mijn cliënt niet zo veel zin in praten en heb ik de sessie voortijdig afgebroken. Zeg eens, wat heb je op je hart?” Typisch Vincent. Meteen hele volzinnen voordat jij nog maar één woord hebt kunnen uitbrengen.

“Goedemorgen, Vincent. Alles goed met je?” stangde ik hem.

“Sorry, Rogier. Je hebt gelijk. Laat ik opnieuw beginnen …”

“Als je het maar laat! Weet je wat dat kost met zo’n mobiele bellen helemaal vanuit Zuid-Limburg naar Zwolle?”

“Nee, en ik wil het ook niet weten!”

“Ik heb een probleempje.”

“Zooo? Daar kijk ik van op! Meneer belt al net iets na halfnegen en zegt dat hij een probleempje heeft. Ik geloof dat ik dat al wel geraden had, jongen!”

“Houd op, man! Kunnen we even serieus met elkaar praten of moet ik dan echt eerst bij je op de divan komen liggen?”

“Nee, natuurlijk niet, Rogier. Vertel het eens.”

“Er is iets mis met me. Tot twee keer toe ben ik op de versiertoer gegaan en beide keren heb ik iemand gevonden die mij wel zag zitten en andersom ook en toch is er beide keren niets, helemaal niets gebeurd omdat ik op de een of andere manier terugdeins. Steeds zijn er van die ‘stemmetjes’, zo noem ik ze maar, in me die zeggen dat ik het niet moet doen! Wat is dat?” Even was het stil en ik vond dat een goed teken omdat ik wist dat Vincent nu in elk geval serieus bezig was.

“Ben je verliefd?”

“Ik? Nee, natuurlijk niet!”

“Nou ja, het kon toch zijn dat je hier thuis al iemand ontmoet had voor wie je heel veel voelt en dan kan het een heel logische reactie zijn dat zodra je iemand anders treft ergens op de achtergrond iemand in je hoofd opduikt die zegt van ‘hé, dat kun je niet maken!’”

“Maar ik ben niet verliefd!”

“Ik geloof je. Vertel me eens wie je daar allemaal ontmoet hebt dan.”

En vanaf zaterdag begon ik hem uitvoerig uit de doeken te doen wie ik allemaal getroffen had. Af en toe stelde hij een vraag tussendoor. Toen ik uitgepraat was, viel er weer een grote stilte.

“Klaar voor mijn analyse?”

“Ja, schiet maar!”

“Ik heb het sterke idee dat Ken meer voor je betekent dan je wilt toegeven en …”

“Ach kom man! Krijg nou wat! Daar geloof ik helemaal niets van! Die knaap is nog maar zestien en ik bijna vierentwintig! Ik ben wel acht jaar ouder! Hij is nog een kind zeg!”

“Vraag me dan niet naar mijn mening, Rogier! Dit is zoals ik het zie! En bovendien wat doet dat verschil in jaren er toe! Wat denk je van Casper en mij?” Ik bromde wat terug. “Leeftijd is niet belangrijk, jongen, neem dat van mij aan. Maar aangezien je geen betaalde klant van me bent, moet ik je nu gaan afkappen. Ze staan hier in rijen voor mijn deur. Dus …”

“Ik begrijp het, Vincent. Bedankt.”

“En je wilde er niet aan?”

“Nee, maar toch bedankt.”

“Geef het wat tijd, Rogier. Maar negeer die stemmen niet! Ze zijn belangrijk, geloof me.”

“Ik geloof u, dokter!” Ondanks dat hij het druk had dolden we nog wat en sloten toen ons gesprek af. Met een diepe zucht liet ik de telefoon naast me op de bank vallen. Ik verliefd op Ken? Kom zeg! No way!

Die dag was het petweer maar ondanks dat besloot ik toch mijn geplande uitje te gaan uitvoeren. Het was de dag van de ‘Koelmarkt’ in Vijlen, een dorpje vier kilometer verderop. Ik trok mijn wandelschoenen en een regenjas aan en stapte vrolijk fluitend langs de weg. De regen deed me niets. Ik genoot van de omgeving en heel af en toe stond ik mijn gedachten toe om af te dwalen. Te mijmeren over mijn probleem of even te denken aan mijn vader. Voor ik het wist naderde ik het dorp. Aan beide kanten van de weg stonden auto’s geparkeerd en verbaasd vroeg ik me af waarom er niet ergens een paar velden afgezet waren om als parkeerplaats te dienen. Voor voetgangers zoals ik was dit in elk geval levensgevaarlijk. Slecht zicht vanwege het weer en dan ook nog eens bijna midden op de weg moeten gaan lopen. Later hoorde ik dat er wel degelijk een aantal weilanden als parkeerplaats gediend had maar daar moest je een hele euro voor neertellen en je weet natuurlijk hoe Nederlanders zijn. Wat ik wel heel vreemd vond was dat je entree moest betalen om de markt zelf te bezoeken! Bij ons in Zwolle is er in de zomermaanden elke woensdag iets te doen in de binnenstad maar geen hond die eraan zal denken om daar de toeristen geld uit hun zak te kloppen voor de toegang. Hier bleek dat echter heel gewoon. De inhoud van de markt viel me eerlijk gezegd reuze tegen. Voor die €1,50 had ik graag toch iets bijzonders willen zien. Terwijl ik zo langs de kraampjes slenterde zag ik ineens de familie Walters. Vader en moeder met een capuchon op het hoofd en Ken zonder muts. Zijn lange zwarte haren waren drijfnat en lekten op zijn regenjas.

“Hé, kijk eens! Een bekende!” begroette Jan me. We schudden elkaar de hand of we elkaar tijden niet gezien hadden. Zijn vrouw zag ik nu ook voor het eerst echt goed en het viel me op hoe klein en tenger ze was. Onvoorstelbaar dat uit zo’n klein vrouwtje zo’n grote zoon kon voortkomen eigenlijk. Ook zij schudde mijn hand en vroeg hoe ik het vond.

“Nou, eigenlijk niet zo bijzonder. Ik had er meer van verwacht en zeker als je voor de toegang moet dokken.”

Zij glimlachte. Jan lachte luid om daarna een verklaring te geven. “Eigenlijk niet normaal zoiets maar voor zover ik weet is het om de kas van de carnavalsvereniging te spekken en dan ligt het toch weer iets anders.”

“Oh ja?”

Hij keek me verbaasd aan.

“Wij als toeristen betalen voor het feest dat zij hier gaan vieren? Nou ik blijf het oneerlijk vinden!”

Jan keek me merkwaardig aan.

“Het is een grapje, Jan!” Toen glimlachte hij ook.

“Ken,” zei mevrouw Walters, “laat hem eens zien wat je gekocht hebt.”

“Nee, is niet nodig.”

“Tuurlijk wel, Ken,” drong zijn vader aan. “Je vindt het toch zeker mooi?”

Nu werd ik nieuwsgierig. De jongen ritste zijn regenjas los en liet me een halsketting zien. Ik weet niet precies hoe zo’n ding heet maar het was zo’n ketting die je strak om je nek draagt en met allerlei gekleurde schijfjes. De zijne waren in allerlei verschillende tinten bruin en het stond hem goed.

“Mooi, Ken. Staat je prima!” reageerde ik. Ik zag hem tot achter zijn oren blozen en snel trok hij de rits weer op. “Waarom heet het eigenlijk ‘Koelmarkt’?” richtte ik een vraag tot Jan. “Is het omdat op deze marktdag het weer altijd zo koel is?”

“Nee, volgens mij heeft het te maken met het feestterrein dat daar ligt.” Hij maakte een armgebaar. “Dat ligt lager dan de rest van het dorp in een soort kuil dus. Kuil is in het dialect dus ‘koel’. Tenminste dat is het naar mijn idee.”

“Ja, zou heel goed kunnen. Is daar nog wat bijzonders te zien dan?”

“Niet echt. Hetzelfde als hier. Wat kraampjes met oude rommel, Chinese wierook en andere spullen. En je kunt er ook iets te eten en drinken krijgen als je trek hebt.”

“Hebben jullie trek?” vroeg ik terwijl ik hen een voor een aankeek.

“Nee, we moeten zo naar huis,” antwoordde Jan voor het gezin.

“Oké, dan ga ik maar eens verder met neuzen,” zei ik en maakte aanstalten om verder te lopen.

“Zeg, heb je misschien zin om vanmiddag op theevisite te komen?” vroeg mevrouw Walters met zachte stem. “Het is mijn verjaardag zie je.”

“Natuurlijk, graag zelfs. En,” ik stak haar opnieuw mijn hand toe, “van harte gefeliciteerd. Ik ga je leeftijd niet schatten want dan sla ik vast een enorm pleefiguur.” Dit keer maakte ik Kens moeder aan het blozen.

Na de afspraak preciezer geregeld te hebben, liepen we van elkaar vandaan. In de ‘koel’ was inderdaad niet veel anders te zien dan op de markt zelf. Het veld was nat maar gelukkig waren de grootste modderpoelen afgedekt met houtsnippers. Ik nam een kop koffie en praatte wat met andere bezoekers. Het was al tegen enen toen ik de terugweg naar huis aanvaardde. Anderhalf uur later was ik thuis. Snel trok ik mijn natte spullen uit en stapte ik onder een warme douche. Het warme water deed me goed.

Precies om drie uur klopte ik op de deur van het huisje van de familie Walters. Ken deed de deur open met een gemompeld ‘hoi’.

“Het spijt me geweldig maar ik heb geen tijd meer gehad om iets voor je te kopen,” verontschuldigde ik me bij de jarige.

“Dat hoeft ook helemaal toch niet. Alleen al dat je er bent is bijzonder genoeg. Anders had ik helemaal geen visite gehad dit jaar.” Ik begreep haar standpunt en ging naast Ken op de tweepersoonsbank zitten. Hun huisje was duidelijk groter dan het mijne en bevatte in elk geval niet zo veel trappetjes. De thee smaakte goed en ook de cake die het feestvarken zelf (thuis) gebakken had ging er goed in bij mij. Jan was de meeste tijd aan het woord en heel af en toe voegde zijn vrouw, die Marja heette, iets toe. Natuurlijk ging het gesprek ook over Ken af en toe en als ik hem dan zijdelings aankeek, zag ik telkens die rode blos op de wang die naar mij toegekeerd was.

“Zeg, Ken, waarom laat je Rogier je plakboeken van je bouwmodellen niet eens zien,” zei Jan toen we het over hobby’s hadden.

“Waarom?”

“Nou, is toch leuk om te laten zien? Je mag er best trots op zijn hoor!”

“Liever niet.”

“Toe, Ken,” spoorde zijn moeder hem aan. “Ze zijn heel leuk.”

“Als hij niet wil, hoeft het niet hoor,” probeerde ik hem te verdedigen maar dit had juist de omgekeerde werking. Hij keek me aan, zonder te blozen dit keer, en liep de trap op naar boven. Even later was hij terug met een groot plakboek. En ineens was de zwijgzame Ken veranderd in een spraakwaterval. Naast mij zittend liet hij me allerlei foto’s van vliegtuigmodellen zien die hij uit bouwdozen had samengesteld. Bij elke foto stond een lijstje met details in een keurig net handschrift. Nu gaat mijn kennis van vliegtuigen niet verder dan de namen McDonnell Douglas, Lockheed en Boeing maar in de tijd dat hij lustig met mij praatte vlogen er heel wat meer merknamen in het rond. Ik was verbaasd over zijn parate kennis en liet dat door opmerkingen en vragen tussendoor ook duidelijk blijken. Dan bloosde hij weer lichtjes en ik vond het plezierig om die rode gloed op zijn wangen te zien. Zijn vader en moeder hielden zich geheel op de achtergrond terwijl hij met mij aan het praten was en dat sierde hen. Voor het eerst kreeg ik het idee dat ze hem zijn gang lieten gaan. De tijd vloog om en uiteindelijk kwam er toch een interruptie.

“Zeg, Ken, je moet je toelichting staken jongen,” zei zijn moeder op zachte toon. “We moeten nog naar de winkel toe anders hebben we de komende dagen helemaal niets meer te eten.”

Hij knikte, keek me aan en klapte het boek dicht. “Goed, mam, je hebt gelijk. Als ik op mijn praatstoel zit dan ben ik soms niet te houden,” verontschuldigde hij zich naar mij toe.

“Heeft niet iedereen dat, Ken?”

“Denk het wel.”

“Goed, dan moet ik maar eens gaan maar ik zou het heel fijn vinden als ik volgende week woensdag, mijn verjaardag, iets voor jullie terug mag doen.” Jan en Marja begonnen tegelijk te praten en te zeggen dat het niet nodig was iets terug te doen. “Ik vind het leuk,” viel ik hun bezwaren in de rede, “en weet een heel leuk uitje. Om half tien sta ik die ochtend klaar met de auto.” Ze vielen beiden stil. “Goed?” Er werd geknikt. Ik stond op en liep glimlachend terug naar mijn huisje. Ik zat nog maar net op de bank toen er werd geklopt. Ik stond op en opende de deur.

“Sorry, dat ik je stoor maar zou ik even met je mogen praten?” Verbaasd keek ik Jan Walters aan. Praten? We hadden de helft van de middag toch niet anders gedaan?

“Natuurlijk! Kom binnen!” zei ik joviaal en hoopte dat hij van mijn verbazing niets gemerkt had. Dat had hij wel.

“Kan me voorstellen dat je verbaasd bent maar dit is iets wat ik graag met je wil bespreken zonder dat Ken er bij is.”

“Is het dan wel helemaal eerlijk tegenover hem?”

“Ook die opmerking begrijp ik,” zei hij terwijl hij in een stoel ging zitten. “Het is niet makkelijk voor mij om over te beginnen. Maar het moet er toch van komen. Mijn vrouw en ik hebben het er erg moeilijk mee maar het kan gewoon niet anders. Gisteravond hebben wij er heel lang over gesproken samen en alsjeblieft luister naar me.”

“Oké, ik zal luisteren.” En ging tegenover hem op de bank zitten.

“Ken is ons enig kind en het heeft heel veel moeite gekost om hem te krijgen. We zijn getrouwd toen we éénentwintig waren en wilden heel graag een stuk of wat kinderen. Er stond ons niets in de weg om meteen te beginnen. Maar aanvankelijk lukte het zwanger worden niet. Jaren geprobeerd maar geen resultaat. Toen het medische circuit in. Kijken aan wie het lag waarbij we beiden bang waren voor het antwoord. Er bleek echter technisch gezien helemaal niets mis te zijn. Na zes jaar werd mijn vrouw eindelijk zwanger. We waren dolblij maar na twee maanden brak de zwangerschap spontaan af. Miskraam. De verslagenheid was bij ons groot maar de artsen verzekerden ons dat er geen enkele reden was om niet opnieuw te beginnen. Het werd een grote lijdensweg waar Marja en ik bijna aan onderdoor gingen. Tot zes keer toe raakte ze zwanger en net zovele malen ging het mis. Heel vaak gaf ik haar aan dat het beter was om te stoppen dan om telkens maar weer die teleurstelling te moeten doormaken maar Marja was hierin nog koppiger dan ik. Ze wilde zo graag een kind! Toen ze vijfendertig was, raakte ze opnieuw zwanger. Ditmaal werd het hele proces van bevruchting en dergelijke heel uitvoerig begeleid vanuit het ziekenhuis en toen eenmaal de zwangerschap was vastgesteld moest ze de rest van de maanden volstrekt plat blijven liggen. Kun je je dat voorstellen: negen maanden plat in bed!”

Ik schudde mijn hoofd.

“Het was een vreselijke periode maar uiteindelijk diende Ken zich aan en het klinkt misschien gek maar al die ellende is het waard geweest. Ken is het meest dierbare dat we bezitten en dat … dat maakt ons ook meteen zo kwetsbaar. Meer kinderen krijgen was na dit ondenkbaar. We hadden er één en waren zielsgelukkig met die kleine. Maar dat kwetsbare bleef en heeft ons al die jaren in de greep gehouden. We zijn zo vreselijk bang dat hem iets overkomt dat we zo langzamerhand het gevoel beginnen te krijgen dat we misschien toch niet zo goed bezig zijn. Ken geeft nooit tegengas als wij iets beslissen en dat is gewoon niet goed! Altijd richt hij zich naar ons en ik weet ook wel dat wij te dominant zijn maar het is zo vreselijk moeilijk om hem los te laten of de verantwoordelijkheid aan hem over te laten.” Hij steunde zijn hoofd op zijn handen en zuchtte diep.

Gut, wat moest ik hiermee?

“En nu … nu zul je wel denken: wat moet ik daar mee?”

“Ja, eigenlijk wel.”

“Ken is zestien en hoewel wij het prachtig vinden dat hij nog steeds met ons meegaat op vakantie zou het voor hem veel beter zijn als hij zijn eigen weg zo langzamerhand ging zoeken. Maar … en daar komt het … wij durven hem niet te laten gaan en hij dringt niet aan! Een patstelling waarvan ik niet weet hoe ik die moet doorbreken. Was hij maar wat stijfkoppiger en gooide hij maar eens zijn kont tegen de kribbe! Maar nee, dat doet hij niet! Nooit!”

“Dus eigenlijk willen jullie dat hij dingen voor zichzelf gaat doen terwijl hij daar zelf niet om vraagt?”

“Het is toch niet goed voor zo’n jonge knul om altijd maar achter zijn vader en moeder aan te lopen?”

“Nee, op zich niet, denk ik maar als hij het zelf niet aangeeft dan heeft hij er misschien ook geen behoefte aan?”

“Dat zou kunnen maar ik denk dat het veel meer komt omdat hij ons niet wil teleurstellen. Hij ons geen problemen wil bezorgen. Hij weet van onze bezorgdheid en als hij eens een avondje zou gaan stappen, weet hij dat wij ons vreselijk zorgen zouden gaan maken.”

“Ah, ik begrijp het. De schoen wringt hem aan twee kanten dus!”

“Inderdaad. Van onze kant is het geen onwil om hem los te laten maar alleen maar bezorgdheid en ik weet dat ik heel dominant kan overkomen. Mijn grote fout. Zoals bijvoorbeeld met die broek die jij hem geleend had. Ik weet nog niet hoe ik het in mijn hoofd heb gehaald om hem dat te verbieden. Gewoon ongelofelijk stom!”

“We maken allemaal wel eens fouten, Jan!”

“Inderdaad maar het is zo verschrikkelijk betuttelend en … niet zo bedoeld.”

“Maar … waar kom ik nou in het verhaal voor? Ik snap nog steeds niet welke kant je uit wilt!” Lang bleef het stil. Jan keek me recht in de ogen en ik was niet van zins zijn blik te ontwijken. Zo zaten we daar elkaar aan te kijken.

“Ik heb het idee dat Ken jou heel graag mag.”

“Ik hem ook.”

“Ja, jullie kunnen heel goed met elkaar en daarom durf ik het jou wel te vragen.”

“Wat vragen?”

“Zou je heel misschien een poging willen doen om Ken in deze vakantie wat van ons los te weken?”

Wow! Een hele vraag! Ik keek Jan niet meer recht aan maar liet mijn blik door het venster naar buiten dwalen. Wow! Er werd me een gigantische verantwoordelijkheid in de schoot geworpen.

“Je hoeft niet meteen te beslissen.”

“Je bedoelt gewoon dat ik overdag met hem optrek?”

“Ja, en misschien dat hij ’s avonds wat tv bij jou kijkt?”

“Uitgaan?”

Een iets benauwde blik kwam in zijn ogen. “Ja, ook dat. Als hij bij jou is, vertrouw ik dat wel.”

“Maar ik wil niet fungeren eigenlijk als een oppas!”

“Nee, dat is ook niet de bedoeling. Zie het als een vriendschap waarin jullie gewoon veel met elkaar omgaan. Het maakt me niet uit als er kosten aan verbonden zijn. Ik betaal alles!”

“Nou, dat is ook weer niet nodig.”

“Maar als je extra kosten gaat maken, sta ik erop dat ik die betaal!”

“Oké. Goed.” Het werd opnieuw stil. Ik dacht na en Jan gaf me die tijd. Het was een hele verantwoordelijkheid maar wel een die me aanstond. “Ik doe het,” antwoordde ik Kens vader.

“Prima,” zei hij. Hij stond op en schudde mijn hand om onze afspraak te bezegelen. “Maar ik zou wel graag willen dat Ken niets van deze afspraak weet.”

“Maar zou hij het niet vreemd vinden als jullie hem ineens de vrije hand laten?”

“Misschien wel, maar het lijkt me daarom ook het beste als jij hem bijvoorbeeld vraagt om mee uit te gaan, mee te gaan fietsen of wat dan ook!”

“Goed, dan doen we het zo! Meteen vanavond maar beginnen dan?”

Opnieuw verscheen even die bezorgde blik. “Wat had je in gedachten?”

En ik vertelde hem van de woensdagavonden in Slenaken waarop er altijd muziek in het dorp was.

“Lijkt me een goed plan. Kom je hem dan straks na het eten ophalen?” We bezegelden onze afspraak met een tweede handdruk en ik zag in zijn ogen hoe opgelucht maar tegelijkertijd ook hoe bezorgd hij was.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » vrijdag 17 april 2015 16:03

Hoofdstuk 6

Toen ik gegeten had en de afwas gedaan was, kleedde ik me om voor een avondje uit. Ik liep naar het huisje van de Walters en klopte aan. Marja deed open.

“Goedenavond, is Ken ook thuis?”

“Ja, ik zal hem even roepen. Kom binnen.” Haar stem klonk door het huisje en de lange slungelachtige jongen kwam naar beneden gelopen ervoor zorgend dat hij zijn hoofd niet stootte.

“Zeg, heb je misschien zin om mee te gaan naar Slenaken vanavond? Er is daar op woensdag altijd muziek en ik ga erheen dus als je zin hebt …”

Ik zag zijn ogen even oplichten maar meteen ook doofde het vuur weer. “Weet niet,” klonk het zachte antwoord. “Denk het niet.”

“Waarom niet, Ken?” vroeg zijn moeder. “Dan ben je er eens een avondje uit. Is goed voor je, jongen.”

“Ja, je hoeft niet steeds bij ons te blijven zitten,” vulde zijn vader aan. “En bovendien is het hartstikke aardig van Rogier dat hij je meevraagt.”

“Vinden jullie het goed dan?” Volkomen ongeloof klonk door Kens stem.

“Ja,” zei zijn moeder.

“Natuurlijk,” bevestigde zijn vader.

“Dan ga ik even wat anders aantrekken,” zei hij en rende terug naar boven. Ik nam plaats op een stoel en Jan knipoogde naar mij.

“Hoe laat zijn jullie terug?” vroeg Marja me.

“Weet het niet precies. Maar het lijkt me beter dat jullie niet opblijven. Geef hem een sleutel mee dan kan hij er altijd zelf in.” Een vertwijfelde blik vloog heen en weer. “Echt als jullie hem los willen laten is dat beter,” sprak ik gedempt. “Geef hem het gevoel dat hij zelf verantwoordelijk is.”

In een keurige, donkerblauwe, strakke spijkerbroek en een rood poloshirt kwam Ken naar beneden gezet. De ketting die hij die ochtend gekocht had op de markt was zichtbaar bij de halsopening. Ik kon zien dat hij zijn lange haren gekamd of geborsteld had want er zat warempel enig model in. Zijn vader stond op en overhandigde hem een sleutel.

“Hier, jongen, dan hoeven we niet op je te wachten straks. En hier wat geld om Rogier ook eens te trakteren.”

“Dank je, pap. En mag ik …”

“Ja, natuurlijk. Je bent zestien en mag wat drinken als je dat wilt. Ik neem aan dat je je grenzen kent en weet wanneer je moet stoppen.” Van zijn zoon gleed zijn blik naar mij. Ik voelde hoe hij me verantwoordelijk stelde en ik zou ervoor zorgen dat de jongen niet bezopen thuis zou komen. Zelf ben ik ook geen echte drinker dus dat zou geen probleem zijn. Ken trok een spijkerjack aan en samen liepen we naar mijn auto toe. Zijn ouders stonden op de stoep.

Meteen toen we in de auto zaten begon hij te praten. “Ik snap hier helemaal niets van! Knijp me want ik heb het gevoel dat ik droom!. Nog nooit hebben ze me een avond uit laten gaan!”

“Heb je er wel om gevraagd dan?”

“Nee, eigenlijk ook niet maar ik weet gewoon dat ze me liever thuis hebben. Veilig bij hen!”

Ik reed achteruit en toen de parkeerplaats af. Ken stak een hand op naar zijn vader en moeder.

“Heb er misschien zelf ook niet zo’n behoefte aan gehad en ik weet gewoon dat ik hen bezorgd zou maken als ik uit zou gaan. Het zijn prima ouders en ze houden heel veel van me maar ze zijn zo vreselijk bang gewoon dat mij iets overkomt en ik …”

“Jij wilt ze geen verdriet doen en daarom stel je je eigen wensen steeds bij aan die van hen.”

“Ja, dat is een goede samenvatting van mijn gedrag, denk ik.”

“Maar zo kun je niet blijven leven, Ken. Je moet ook eens voor jezelf durven opkomen. Anders ontplooi je jezelf nooit, komt er nooit uit je wat er allemaal inzit.”

“Maar het heeft zoiets van … van ondankbaar zijn als ik niet doe wat ze van me vragen en ongezegd vragen.”

Ik begreep hem en knikte.

“Ik wil dat ze van me blijven houden … zie je?”

“Ik begrijp je helemaal, Ken, maar je moet ook je eigen leven proberen te gaan leiden.”

“Ja, dat weet ik ook wel maar dat valt niet mee. Het is moeilijk om volwassen te worden. Het is veel makkelijker als je alle verantwoordelijkheid van je af kunt schuiven.”

Vanachter het stuur keek ik naar hem om te zien of hij een grapje maakte of het serieus meende.

Toen hij mijn twijfelachtige blik zag zei hij: “Ik meen het Rogier. Ik vind het vreselijk om verantwoordelijkheid te moeten dragen.”

“Dat komt omdat je het nooit gewend bent geweest. Toen ik klein was en bij mijn vader woonde, leerde die me al vroeg wat mijn verantwoordelijkheden waren. Ik kreeg taken en zo, en af en toe vroeg hij me gewoon ‘Wat vind jij daar nou van?’. En dat soort dingen heeft mij in elk geval geleerd dat ik over heel veel dingen een eigen mening moest zien te krijgen. Niet gemakkelijk natuurlijk, maar wel uitdagend.”

“Bij mij thuis ligt dat niet zo gemakkelijk. Mijn ouders beslissen alles en ik weet heus wel dat zij het goed menen maar dan leer je dat soort dingen dus niet! En daarnaast wil ik ze, zoals ik al zei, geen verdriet doen. Bovendien als ik soms al vreselijk kwaad ben, houd ik me in …”

“Waarom? Waarom explodeer je niet een keer? Laat je niet eens zien dat je echt kwaad bent?”

“Mijn vader heeft een hartkwaal en als ik kwaad word, zal hij kwaad worden en ik wil niet schuldig zijn aan een hartaanval of zo!”

Dat kon ik me heel erg goed voorstellen. Een complicatie waarvan ik geen weet had gehad. “Nee, dat kan ik me voorstellen maar misschien zal hij alleen maar verbaasd zijn als jij boos wordt en niet eens weten hoe te moeten reageren.”

“Kan ook, maar ik vind het vreselijk beangstigend die hele situatie.”

“Ja, begrijp ik. Maar je moet niet altijd je mond houden en steeds maar weer buigen. Je moet leren te leven, Ken!” Opnieuw keek ik hem eventjes zijdelings aan. Hij glimlachte. “Mijn vader was een hele vreemde! Echt! Hij is vorig jaar overleden aan kanker …”

“God, wat erg, man! Ik wist het niet!”

“Nee, logisch want ik had het je nog niet verteld.” Ik glimlachte naar hem. “Vanaf het moment dat hij het mij vertelde, was ik bijna altijd bij hem. Maar op een avond stuurde hij me het huis uit. ‘Ga uit, ga leven, Rogier!’ zei hij en duwde me letterlijk de deur uit. Ik ging weg om hem dat plezier te doen. Stapte in mijn auto en reed naar het plantsoen in de buurt. Daar ging ik op een bankje zitten en wachtte tot het laat genoeg was om weer naar huis te gaan. Ik vergat te leven op dat moment of eigenlijk moet ik het anders zeggen. Mijn leven bestond op dat moment alleen maar uit de ziekte en de komende dood van mijn vader. Thuisgekomen zat hij nog op en wilde alles weten over mijn avondje uit. Eerst was er paniek in mij maar toen begon ik te fantaseren. Ik zoog hele verhalen uit mijn duim om hem te plezieren, om hem de indruk te geven dat ik ‘geleefd’ had die avond.” De inhoud van die verhalen hield ik voor Ken achter. Daar had hij niets mee nodig. “En ik zag hoe de man opleefde, hoe hij genoot. En dus bleef ik ‘uitgaan’. Ik verzon de prachtigste dingen en ik weet niet of hij alles geloofde wat ik vertelde maar ik zag aan zijn gezicht, zijn ogen, dat hij vreselijk plezier had en dat maakte alles goed.” Opnieuw keek ik opzij. “Je zit toch niet te janken, wel?”

“Sorry, maar ik ben wat gevoelig de laatste tijd,” antwoordde hij terwijl hij met de mouw van zijn jas over zijn ogen wreef.

“Hé, lachen moet je!” Speels stompte ik hem tegen zijn schouder. Gelukkig kwam zijn lach snel weer terug. We naderden Slenaken en ik zocht een parkeerplaats op. De festiviteiten waren in het centrum van het dorp en met een paar minuten lopen waren we er. Deze avond was niet echt mijn stijl, bleek me al snel toen ik de hoempapa muziek van een tiroler muziekgroep ontwaarde. Met een bedenkelijk gezicht keek ik Ken aan.

“Niet zeuren, Rogier,” zei hij en sleurde me aan mijn arm verder de menigte in.

“Vind jij dit mooi?”

“Nee, niet echt maar uit is uit en de kans op een avondje uit laat ik me echt niet ontnemen! Niet nu meer, niet nu je me zo aangespoord hebt om dingen te doen die ik nog nooit gedaan heb. Eigen schuld.” Ik lachte luid en zag hoe omstanders me vreemd aankeken. Nou en!

Ondanks de in mijn ogen en oren ‘slechte’ muziek werd het een heel prettige avond zo samen met Ken. Hij dronk een Bacardi Breezer terwijl ik het hield bij cola. Ik moest tenslotte nog rijden. Op zijn verzoek nam ik ook een slok uit zijn flesje omdat ik dat spul nog nooit gedronken had en ik zal je eerlijk zeggen dat ik er geen klap aanvond. Net ranja met een scheut alcohol. Hij lachte me uit en zei dat ik niet wist wat lekker was. Ik liet hem in die waan. We zaten op een groot en goed gevuld terras en praatten de gehele avond. Hij vertelde over school en zijn hobby en ik over mijn werk en de sport die mijn hobby was. De tijd vloog om en alhoewel de muziekgroep een behoorlijk groot repertoire had, werd ik het echt zat toen ik voor de derde keer het loflied op Kufstein hoorde.

“Kom, Ken, we gaan! Ik vind het nu wel welletjes! Dat eeuwige gejodel in mijn oren maakt dat mijn hersens zowat gekruld zijn.”

“Net zo gekruld als je haren?”

“Ja, zowat slimmerd!” Ik stond op en baande me een uitweg door de menigte. Ken volgde me lachend. “Zeg je hebt toch niet te veel van die ranja gehad, hè?”

“Welnee! maar twee!”

“Nou, ik weet het zo net nog niet! Je gaat nog rijmen ook!” Hij proestte het uit en ik was blij dat ik hem deze onbezorgde avond had kunnen bezorgen. Zo zag ik deze jonge knaap graag: lachend. Zijn hele gezicht was één grote lach! Bij de auto aangekomen hoorden we het luide applaus ten teken dat het concert voor deze avond was afgelopen. Ineens stond Ken recht tegenover me en niet zoals ik verwacht had aan de passagierszijde van mijn wagen.

“Vertel me eens, waarom doe je dit voor mij?”

“Hoe bedoel je?”

“Waarom nodig jij iemand die je nauwelijks kent zomaar uit voor een avond als dit?”

“Omdat ik mensen graag een plezier doe, Ken. En aangezien jij ook tot de mensen behoort …”

Eventjes lachte hij maar al snel weer was hij serieus. “Nee, zo bedoel ik het niet. Nog nooit heeft iemand zoiets voor mij gedaan, Rogier. Niemand anders heeft ooit zo veel belangstelling voor mij getoond, met uitzondering van mijn ouders dan natuurlijk. En waarom?”

“Ik heb je mijn antwoord gegeven, Ken. Heus er steekt verder helemaal niets achter als je dat misschien denkt.”

Langdurig bleef hij me aankijken. “Ben je homo?”

De vraag die ik al zo vaak in mijn leven had gehoord. En uit ervaring wist ik dat als je het wilt ontkennen je meteen ‘nee’ moet zeggen. Lang met je antwoord wachten is fout en wat helemaal fout is, is een tegenvraag zoals ‘Ik? Of ik homo ben?’ Ik wilde echter niets ontkennen want ik schaamde en schaam me niet voor wat ik ben.

“Ja.”

“Doe je het omdat je op me valt?”

“Nee. Mijn eerste antwoord is het enige antwoord dat waar is. Ik geef om mensen en doe graag dingen voor mensen en dus ook voor jou.”

“Vind je me aantrekkelijk?”

“Zo heb ik nog niet over je nagedacht, Ken, maar als je wilt, wil ik er wel over nadenken.” Ik glimlachte naar hem. “Nou? wil je dat ik dat doe?” De twijfel was op zijn gezicht te lezen. Waar hij dacht dat hij mij in een hoekje had gedreven, had ik dat nu onbedoeld met hem gedaan.

“Sorry, dat ik zo doe.”

“Geeft niet, Ken. Ik blijf je aardig vinden. Zullen we gaan?”

Hij liep om de auto heen en stapte naast me in. “Kunnen we nog even blijven praten?”

“Natuurlijk wel.”

“Vond je het vervelend dat ik het vroeg?”

“Nee. Ik ben de vraag wel gewend maar hoe kwam je er zo bij om het te vragen. Loop ik gek? heb ik rare maniertjes of zo?”

Hij glimlachte in het donker. “Nee, dat is het helemaal niet. Je bent … gewoon heel erg mooi, vind ik. Knap, sportief. Alles wat ik niet ben.”

“Kom, Ken, je moet jezelf niet onderuit gaan halen.”

“Nee, misschien niet. Dat doen anderen wel voor me.”

“Aan anderen moet je lak hebben, jongen. Jij leeft je eigen leven op de manier die jij wilt en daarmee basta! En jij maakt er voor jezelf het beste van! Zorg daarvoor.”

“Ja, meester!” Een luide lach klonk door de auto.

“En hoe zit het met jou?” vroeg ik nieuwsgierig.

“Hoe bedoel je?”

“Waar gaat jouw voorkeur naar uit: meisjes of jongens?”

“Heb met geen van beide nog iets gehad, dus ik weet het niet.” Stilte tussen ons. Diverse auto’s om ons heen reden van de parkeerplaats af. En na een dik kwartier waren we de enig overgeblevenen. “Denk je dat seks zonder liefde goed is?” vroeg hij.

“Seks zonder liefde is mogelijk. Toen ik wist dat ik homo was en op ontdekkingstocht ging heb ik het ook gedaan. Uitproberen, kijken wat je zelf fijn vindt en hoe je die ander kunt plezieren.”

“En later?”

“Ja, zodra de liefde om de hoek kwam kijken, was het voor mij uit met de vrije seks. Ik houd onvoorwaardelijk van iemand en beperk me dan ook tot die ene.”

“En heb je nu een vriend?”

“Nee.”

“Ooit verliefd geweest?”

“Yep. Eén keer. Tot over mijn oren! Hij was ontzettend leuk!”

“Net zo leuk als jij?”

“Nee,” lachte ik, “nog veel leuker natuurlijk. Ik ben niet zo bijzonder.”

“Wel waar! Je bent heel knap, man!”

“Vind je?” viste ik naar een compliment.

“Ja! Je hebt prachtig mooi, donker krullend haar en bent heel mooi gespierd!”

“Dank je. Leuk om het te horen uit de mond van een ander. Maar over die verliefdheid. Hij was ook verliefd op mij. Tenminste in het begin. Na verloop van tijd, zo bleek later, nam hij het niet meer zo nauw met de trouw en sliep hij ook regelmatig bij anderen. Ik had niets door en was totaal verrast toen hij het uitmaakte en bij een ander introk.”

“Rot lijkt me dat.”

“Ja, dat is het ook. Het voelt als een dolksteek en zeker als je het niet hebt zien aankomen. Ik geloof in trouw, Ken! Als je elkaar niet kunt vertrouwen, is het ook onmogelijk om elkaar lief te hebben.”

“Ja, ben ik met je eens. Eigenlijk geloof ik dat ik best verliefd op een jongen kan worden. Verliefdheid hoeft toch niets te maken hebben met seks?”

“Helemaal met je eens. Kom, we gaan naar huis.” Ik startte de motor en reed de donkere parkeerplaats af richting Epen. Ken was stil en zat waarschijnlijk na te denken. Toen ik de naar beneden lopende weg bij onze huisjes opdraaide, schrok hij op uit zijn overpeinzingen.

“Zijn we er al?”

“Ja, Ken. Het is tijd om naar bed te gaan.” Ik parkeerde de auto en zag in mijn achteruitkijkspiegel de lichten in het huisje van Ken aangaan. Shit, waren zijn ouders toch nog op dus! Of in elk geval wakker! “Ze hebben op je gewacht, Ken,” zei ik terwijl ik de sleutel uit het contact haalde.

“Hmmm. Had je anders verwacht?”

“Eigenlijk niet, maar wel gehoopt.”

“Het zal niet makkelijk voor ze geweest zijn vanavond. Maar ik wil je wel zeggen dat ik heel veel lol gehad heb en daarvoor wil ik je bedanken.” Hij pakte mijn hand beet en kneep erin.

Ik glimlachte naar hem. “Zoiets moeten we vaker doen, Ken. Het lijkt me reuze leuk om wat meer tijd met je door te brengen.”

“Als ik mag van mijn ouders.”

“Vraag ze ernaar! Vraag je vader of je met mij mag fietsen, als je tenminste zelf ook wilt.” Zijn blinkende tanden lichtten op in het donker.

“Ja? Zou je dat echt willen?”

“Zeker, Ken, maar alleen als jij het zelf ook wilt.”

“Maar ik heb geen fiets.”

“Die kun je wel ergens huren hier hoor. Vraag ze ernaar! Kom voor jezelf op!”

“Doe ik! Ik beloof het je!”

“Prima. En misschien kunnen we ’s avonds eens samen een film kijken. Iets dat beter is in elk geval dan ‘Suzie Q’.”

Hij lachte. “Waar denk je aan dan?”

“Vrijdagavond komt er een film met Robin Williams ‘Jacob the Liar’. Lijkt me heel goed en in het weekend heb je altijd op zaterdag en zondag een avontuur van ‘Young Indiana Jones’.”

“Zegt me niets.”

“Cultuurbarbaar! Je kent Indiana Jones toch wel?”

Heftig schudde hij zijn hoofd.

“Je hebt nog heel wat te leren, jongen.”

“Alleen als jij mijn leermeester wilt zijn, Rogier.”

“Als jij belooft je te gedragen, zal ik dat overwegen.” Samen liepen we naar zijn voordeur. Voordat hij de sleutel in het slot kon doen, ging de deur al open.

“Gelukkig,” zei Jan Walters, “jullie zijn weer thuis.”

“Jullie hadden toch niet hoeven opblijven!” zei Ken.

“Nee, maar we waren toch wel een beetje ongerust. Voor ons is dit ook wennen, Ken. Heb je Rogier al bedankt?”

“Natuurlijk pap, wat denk jij dan.”

“Tot morgen, Ken.”

“Tot morgen, Rogier.”

Ik draaide me om en liep naar mijn huisje toe. Ik maakte nog een kop thee voor mezelf en kroop toen mijn bed in. Nee, ik had nog niet op die bepaalde manier aan Ken gedacht. Had me nog niet afgevraagd of ik hem aantrekkelijk vond maar toen ik in bed lag, voelde ik toch ineens iets heel bijzonders voor hem. Verliefdheid? Nee, ik praatte mezelf wat aan. Die Vincent ook met zijn gekke analyse!

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » vrijdag 01 mei 2015 16:02

Hoofdstuk 7


Donderdag 25 juli

De dag na die prachtige avond, met uitzondering van de muziek, in Slenaken sliep ik voor mijn doen een gat in de dag. Ik heb je al verteld dat ik in de regel altijd vroeg wakker ben maar deze ochtend dus niet. Ik werd wakker van het geluid van de bel aan mijn voordeur. Op de achterdeur moest je kloppen maar voor had ik een bel. En dat ding rinkelde dus en zo aanhoudend dat ik wel wakker moest worden!
Half verdoofd nog waggelde ik naar het raam, deed het open en stak mijn hoofd naar buiten. De lucht was koud en deed mijn blote bovenlijf rillen.

“Hé, je gaat me toch niet vertellen dat je nog sliep, hè?” hoorde ik iemand zeggen. Ik focuste, zag Ken staan en toverde een glimlach op mijn gezicht voor zover de spieren dat toelieten.

“Ja, ik sliep nog. Heel vreemd maar wel waar. Wacht ik kom naar beneden.” Hij riep nog iets maar dat hoorde ik al niet meer. Ik trok een T-shirt over mijn hoofd en drentelde de trap af naar beneden. “Kom binnen!” nodigde ik de jongen uit.

“Heel eventjes, hoor,” zei hij, “want ik ga met mijn moeder naar Vaals om wat korte broeken te gaan kopen.”

Ik glimlachte nu breeduit. “Verstandige keus, jongen!” Ook hij lachte. “En het wordt prachtig weer heb ik gisteren ergens op tv gezien dus als je geen zwembroek hebt, koop die dan ook meteen hoewel je er natuurlijk ook best een van mij mag lenen.”

“Ik zal er een uitzoeken. Heb je een voorkeur?” Hij lachte luid.

“Best wel maar dat vertel ik jou niet!”

“Maar kun je wel zwemmen hier ergens dan?”

“Jongen? Hoeveel jaar komen jullie hier al?”

“Geloof al acht jaar of zo!”

“En dan weet je niet dat je hier prachtig kunt zwemmen?”

“Nee! Maar hoe komt het dat jij dat wel weet dan?”

“Antoinette!” Verduidelijkte ik. “Op de dag dat ik aankwam heeft zij alle toeristische bezienswaardigheden in zo'n twintig minuten de revue laten passeren waaronder alle zwemgelegenheden.”

“Ah, je pronkt dus met de veren van iemand anders! Knap hoor!”

Ik lachte om zijn plaagstoot en vond het prachtig dat hij nog niets van zijn spontaniteit had verloren in een nacht slaap. “Zeg, wil je koffie of zo?”

“Nee, ik moet weer weg want anders komt m’n moeder vast kijken waar ik blijf.” Ineens stond hij pal voor me en drukte een kus op mijn wang.

“Wow? Waarvoor is dat?”

“Vanwege die prachtige avond die je me gisteren gegeven hebt. Ik had het willen doen toen we thuis waren maar toen ik merkte dat mijn ouders op waren en eventueel zouden kunnen meekijken, heb ik het achterwege gelaten.”

“Dank je, Ken.” Met mijn hand streelde ik over de gekuste wang. “Maar weet dat ik het niet alleen voor jou gedaan heb. Zelf heb ik ook enorm veel plezier gehad.”

Hij glimlachte en zei dat hij echt moest gaan en was verdwenen.

De deur sloeg met een knal achter hem dicht en ik stond daar nog steeds met mijn hand op mijn wang. Het voelde zo enorm goed. Wezenloos zette ik koffie en maakte ik mijn ontbijt. De kus had me totaal van mijn stuk gebracht. Het was zo onverwachts gekomen! Geheel nog in gedachten aan die plotse kus verzonken, zat ik aan het kleine tafeltje in de keuken te eten toen er op het zijraam geklopt werd. Eerst wachtte ik even omdat ik veronderstelde dat de peuters een grapje met me aan het uithalen waren maar even later werd er opnieuw geklopt. Ik stond op en schoof het gordijn open. Daar stond Jan Walters en stak een hand op.

“Koffie straks bij mij?”

“Prima. Geef me even wat tijd om te ontbijten en me aan te kleden.” En zo kwam het dat ik tegen tienen bij Jan thuis achter een kop koffie zat. “En hoe is het jullie bevallen?” viel ik meteen met de deur in huis toen hij ook was gaan zitten.

“Nou, het was erg moeilijk voor ons hoor dat mag je gerust weten. We hebben de hele avond bij elkaar gezeten zonder dat we echt iets gedaan hebben. Regelmatig onze zorgen tegen elkaar uitgesproken en toen het voor ons tegen halfelf tijd was om naar bed te gaan, hebben we dat wel gedaan maar we deden geen oog dicht. In het donker zaten we bij elkaar en hielden elkaars hand vast. Gewoon te bang dat hem iets zou overkomen.”

“Ik kan het me heel goed voorstellen. Ik heb dan zelf geen kinderen maar als je iets waarvan je heel erg houdt voor het eerst loslaat, lijkt me dat een bezoeking.”

“Inderdaad. Heel vaak hebben we ons ook afgevraagd of we er goed aan gedaan hadden maar toch steeds weer kwamen we erop uit dat het gewoon goed is. Goed voor ons maar vooral voor Ken. En daarvoor doen we het tenslotte. Heeft hij je gevraagd of je mee wilde gaan om een fiets te huren?”

“Nee, waarschijnlijk is hij dat in de haast,” en vanwege zijn voornemen om mij een zoen te geven, vulde ik in mijn hoofd aan, “helemaal vergeten. Maar dat komt straks vast nog wel. En jullie vinden het goed, neem ik aan?”

“Ja, we moeten nu doorzetten vind ik en Marja is het helemaal met me eens.”

“Toch zou ik graag wel willen dat jullie hem als hij uitgaat iets meer verantwoordelijkheid geven. Toen we thuiskwamen en bij jullie ineens het licht aanging, voelde ik dat de vrolijkheid die hij de hele avond had gehad ineens verschrompelde zo van ‘zie je wel ze vertrouwen me niet helemaal’. Ik begrijp het volkomen hoor en je hoeft je niet te verdedigen want je uitleg was duidelijk zat, maar probeer de volgende keer gewoon om je slapende te houden als hij laat voor de deur staat en anders moeten we iets anders proberen.”

“Hoe bedoel je?”

“Nou, hij zou bijvoorbeeld als we een avond uitgaan bij mij kunnen blijven slapen. Ik heb een extra slaapkamer met twee bedden dus hij kan nog kiezen ook!” maakte ik mijn voorstel met een grap af.

“Wanneer denk je dat jullie weer uitgaan?” Er lag een spoor van angst over de gestelde vraag.

“Jan! Kom op zeg! Doe niet zo angstig. Ik sta ervoor garant dat hem niets overkomt.”

“Maar stel je voor dat je een ongeluk krijgt of zo?”

“Dat kan nu ook gebeuren, Jan, nu hij met Marja naar Vaals is.”

“Je hebt gelijk. Ik moet het loslaten.”

“Zaterdag- of zondagavond gaan we uit naar Maastricht, denk ik. Dus dan kan het weer laat worden.”

“Ik zal het er met Marja over hebben. Ik wil haar er niet buiten houden dat zul je begrijpen, toch?”

Natuurlijk begreep ik dat en zei ik hem dat ook.

“En verder nog plannen voor de komende dagen?”

Ik legde hem het een en ander voor en hij vond alles goed.

“Zoals ik bemerk heb je voor vanavond niets ingevuld. Zou je het dan leuk vinden om bij ons op visite te komen voor een spelletje of zo?” vroeg hij.

“Ja, dat is een prima idee!” reageerde ik enthousiast zoals ik me ook voelde. Toen ik twee koppen koffie gedronken had, ging ik terug naar mijn eigen huisje.

Ken was om half twaalf met drie korte broeken en twee zwembroeken terug en liet ze me zien. “En hoe vind je ze?”

“Heel mooi, Ken!. Prachtig gewoon al zouden ze mooier zijn als je ze aan had!”

“Ja, ja. Straks hoor. Ik ga even naar huis om me om te kleden en dan gaan we ergens een fiets huren. Jij weet wel een adres toch?”

“Vond je vader het goed dan?”

“Ja! Geen enkel probleem! Ongelofelijk nietwaar?”

“Inderdaad,” loog ik schijnheilig. Een kwartier later reden Ken en ik in mijn auto het dal in. Ik had voor mezelf besloten dat we naar ‘Het Zinkviooltje’ zouden gaan om daar een fiets voor hem te huren. En het zou een gewone racefiets worden en niet een mountainbike. Ik wist dat hij nog niet zo heel erg sportief was en op zo’n gewone fiets zouden we rustig ons eigen tempo (zijn tempo) kunnen aanhouden en over gemakkelijk terrein rijden hoewel die heuvels hier nou niet echt gemakkelijk te noemen waren.

Ken liet de keuze van de fiets geheel aan mij over. We lieten hem daar afstellen op zijn lengte en met ons bezit en een paar routekaarten waren we al snel weer terug. Trots belde Ken aan bij zijn huisje en wachtte tot er open gedaan werd. Vader en moeder Walters verschenen aan de deur en lieten lovende geluiden horen over de fiets.

“En als het je nou goed bevalt, moet ik er dan thuis ook een voor je kopen?” vroeg zijn vader.

“Nou misschien wel. Als ik de smaak goed te pakken krijg!”

“Heb je ook kleding gehuurd?” luidde een praktische vraag van zijn moeder.

“Nee, mam, Rogier zei dat hij voldoende spullen had die ik zou mogen gebruiken.”

Even zag ik een bedenkelijke blik in de ogen van Pa en Ma maar toen reageerde zij heel praktisch: “Dat is mooi jongen maar dan wil ik wel dat ik jullie kleren uitwas. Dan voel ik me tenminste ook nog een beetje nuttig.” En zo werd het besloten.

Meteen na het middageten was Ken terug bij mij. Ik ging hem voor naar boven waar ik mijn rijke collectie fietskleren op het tweepersoonsbed had uitgestald.

“Kies er maar wat uit!” bood ik hem met een weids armgebaar aan.

“Wil je niet zelf eerst …”

Ik schudde mijn hoofd allang voor dat hij zijn zin kon afmaken. Hij koos het pak uit met het geel/rode bovenstuk en ik nam het blauw/groene. Ik begon mijn kleren uit te trekken om me te verkleden en zag hem een beetje moeilijk daar staan met zijn keuze in zijn hand. “Je mag het kamertje hiernaast ook wel gebruiken om je om te kleden hoor als je dat liever hebt.” Ik zelf was inmiddels op mijn sokken na helemaal bloot en begon het pak aan te trekken. Ik zag hem naar me kijken. “Is er iets?”

“Nee, uhh … maar moet je dat over je blote lijf aantrekken?”

“Ja,” zei ik met een glimlach, “in het broekgedeelte zit een zeemleer om het transpiratievocht op te nemen omdat je er anders last van krijgt tijdens het lange zitten en als je een onderbroek draagt dan heeft dat niet zoveel zin eigenlijk.” Ik was klaar en liet hem alleen. Waarschijnlijk vond hij het toch wat ongemakkelijk om zich in mijn bijzijn om te kleden. Beneden bekeek ik de routekaart en keek na waar we zoal langs zouden rijden deze middag. Ik was niet van plan hem meteen gigantisch ver te laten rijden want het was tenslotte zijn allereerste keer. Even later kwam hij in fietskledij naar beneden.

“En? Hoe staat het me?”

“Goed, Ken! Uitstekend zelfs!”

“Ja, dat idee heb ik dus ook. Maar ik heb wel het idee dat je in mijn kruis alles kunt zien zitten!” Ik lachte. “Moet ik maar geen stijve krijgen onderweg anders krijg jij nog rare ideeën.”

“Wat??? Als jij een stijve krijgt wie heeft er dan rare ideeën van ons???” Hij werd rood en ik lachte luid. “Kom op, idioot! Ik zal je zo afbeulen dat je geen rare gedachten zult kunnen krijgen.” De pedaalridders stapten op en ik voerde Ken door een prachtig gedeelte van het heuvelland. Tijdens de rit praatten we bijna voortdurend als dat mogelijk was en zo leerden we elkaar goed kennen. Ik vertelde hem op zijn verzoek over mijn vader en natuurlijk vroeg ik hem ook het een en ander over zijn ouders. Zo kwam ik te weten dat hij als kind heel lang ernstig ziek was geweest en ook hijzelf bracht hun zorgzaamheid onder andere in verband met die periode en het feit dat hij enig kind was. En ik kon me dat heel goed voorstellen. Het is gewoon vreselijk als iemand die je dierbaar is je ontvalt.

Tegen drieën nadat we zo’n twee uur gereden hadden, stopten we. We legden de fiets in de berm neer en gingen zelf een eindje verderop zitten. Beiden hadden we onze drinkfles meegenomen en net voordat Ken zijn fles aan de mond zette, zag ik dat hij een pil innam.

“Mag ik je vragen waarvoor die pil is? Je gebruikt toch geen stimulerende middelen, hè?”

Ken glimlachte. “Nee, dat niet. Was het maar waar. Dat is voor mijn migraine. Het is iets homeopathisch en het is maar de vraag of het werkt maar je blijft steeds proberen om er helemaal vanaf te komen.”

“Is dat niet reuze vervelend om dat te hebben?”

“Zeker, maar ik weet niet anders. Heb het al mijn hele leven en weet ermee om te gaan. Maar als zo’n aanval er is dan is dat heel vervelend.”

“Hoe vang je dat op dan?”

“Rustig blijven liggen in je bed met de gordijnen zo dicht mogelijk en zo weinig mogelijk lawaai en licht. Dat is voor mij in elk geval de beste remedie.”

“Duren ze lang die aanvallen?”

“De laatste tijd valt het gelukkig mee maar ik heb wel eens aanvallen gehad die drie dagen duurden.”

“Shit! Rot man! Zeker ook vaak verzuim van school dan!”

“Ja, en dan moet je later alles weer zien in te halen. Heel veel vakanties zijn er bij mij bij ingeschoten omdat ik weer bij moest zien te komen. En dat is best wel rot hoor. Iedereen lol en plezier en ik werken. Maar, zoals ik al zei, je doet er niets aan.

“Moedig, Ken!” En bewonderend klopte ik hem op zijn schouder.

Hij haalde zijn schouders op. “Niets bijzonders hoor!”

“Natuurlijk wel! Het is een extra opgave die het je leven er niet gemakkelijker opmaakt en als je je er dan zo doorheen slaat, is dat best een compliment waard. Vind ik in elk geval.”

“Dank je, zal ik dan maar zeggen.”

Ik glimlachte naar hem en klopte hem opnieuw op zijn schouder.

“Wat gaan we vanavond doen?”

Ik vertelde hem dat ik vanochtend met zijn vader gesproken had en bracht diens voorstel naar voren. “Hé, leuk zeg! Kan ik eindelijk eens zien hoe slim je bent.”

“Hoe bedoel je?”

“Mijn pa kennende haalt hij vast Trivial Pursuit te voorschijn en dan wil ik wel eens zien of je meer dan alleen maar knap bent.” Meteen begon hij te blozen.

Ik brak uit in een lachstuip en rolde door het gras.

“Doe niet zo idioot, man! Iedereen kan je zo zien hier langs de weg.”

Lange tijd wist ik geen fatsoenlijk woord uit te brengen maar toen ik eindelijk weer bijgekomen was zei ik: “Nou en?”

“Wat nou en?”

“Moet ik me iets aantrekken van wat anderen van me zouden kunnen denken?” Ik zag een denkrimpel op zijn voorhoofd komen.

“Niet dan?”

“Nee, natuurlijk niet! Als je steeds rekening moet houden met wat anderen van je zullen kunnen denken dan word je hartstikke gek, man! Dat doe ik dus mooi niet. Ik houd rekening met andere mensen en respecteer mensen maar verder ga ik niet!” Ik zag hem nadenken en een paar keer leek het of hij iets wilde gaan zeggen maar hij slikte het net zo snel ook weer in.

“Mijn ouders zijn daar altijd wel heel gevoelig voor. ‘Ken maak niet zoveel lawaai als je naar boven loopt. Wat moeten de buren er wel niet van denken’ en meer van dat soort dingen.”

“Ik ken die uitspraken, Ken, en vind ze vreselijk! Ik doe wat ik wil en wat iedereen daarvan denkt zal me worst zijn.”

“Wel makkelijk eigenlijk.”

“Ja, een stuk ongecompliceerder dan heel veel mensen leven. Heus hoor, ik wil best wel rekening houden met mensen. Bij mij in de flat wonen mensen met kleine kinderen dus zet ik ’s avonds mijn muziek nooit hard aan. Ik let dus wel op wat ik doe! Maar ik ga niet denken 'o jee, vanavond neem ik geen vriendje mee naar huis want de buren zullen wel denken nou heeft hij al een derde vriend deze week.' Dat doe ik dus mooi niet.”

Met ogen groot als schoteltjes keek hij me aan.

“Sorry, misschien was het niet zo’n goed voorbeeld,” verontschuldigde ik me.

“Nee, geeft niets.” Het was eventjes stil maar in die stilte bleef hij me strak aankijken. “Ben je echt zo’n versierder?”

Die vraag had ik voelen aankomen. Het was ook mijn eigen schuld met dat stomme voorbeeld van me. “Nee! Het was echt maar een voorbeeld en eentje die ik niet goed gekozen heb. De laatste jongen waar ik mee gevreeën heb is al weer bijna vier jaar geleden.”

“Mis je het dan niet? De seks?” De spanning die er even geweest was, was gelukkig weer gebroken.

“Ja, ik mis het best wel maar ik ben zoekende en wat kieskeuriger geworden wellicht want ik doe het niet zomaar meer.”

“Wel gedaan dus?”

“Ja, heb ik je gisteravond verteld. In het begin heb ik best wel seks gehad zonder dat ik gevoelens voor iemand had. Zomaar om te ontdekken.”

Opnieuw viel er een gat in ons gesprek. Die hij uiteindelijk opvulde met een glimlach en de vraag: “Hoe vond je mijn kus vanmorgen?”

Ik lachte terug. “Verrassend! Ik had het niet zien aankomen.” We bleven nog wat kletsen maar eigelijk over niets bijzonders meer. Na een half uurtje stapten we weer op en fietsen verder.

Even na vijf uur waren we terug in Camerig. “Nou? Goed bevallen?” vroeg ik hem toen we in mijn huisje waren.

“Prima,” zei hij. “Het is echt heel goed om dat te doen maar het beste bevalt me nog jouw gezelschap. Vind het echt heel fijn dat ik je heb leren kennen.”

“Dank je, Ken. Jouw aanwezigheid doet mij ook goed.”

“Dan ga ik maar naar huis om me te douchen en te eten. Zie ik je straks nog voor wat tafeltennis of lukt het je niet meer denk je.”

“Ik verpletter je, Ken Walters! Reken daar maar op! Maar wacht even.” Snel rende ik de trap op naar boven en schoot uit mijn sportkleren. Ik trok mijn badjas aan en liep met de bezwete spullen de trap weer af. “Hier, aan je moeder geven en zeg haar dat ze het met zo weinig mogelijk vloeibaar wasmiddel moet wassen, goed uitspoelen, niet centrifugeren en daarna nat ophangen op een plaats in de schaduw. Kun je dat allemaal onthouden?”

Hij herhaalde letterlijk alles wat ik gezegd had en knipoogde. “Zo goed, baas?”

“Zeker, maatje. En nou naar huis. Opgesodemieterd. Tot straks!” Ken verdween en ineens voelde ik me alleen. Een merkwaardig gevoel dat ik me alleen herinnerde van die eerste weken nadat mijn vader was overleden. Daarna had ik me eigenlijk nooit alleen gevoeld en nu, nu was dat gevoel ineens weer terug. Kom op, sprak ik mezelf toe. Geen aanstellerij. Onder de douche en wat te eten klaarmaken anders krijg je straks honger. En zo deed ik dus. De bezigheden hielden me van het denken af en dat vond ik goed, voor dat moment.

Na de maaltijd waste ik in alle rust af en zelfs toen Ken zich aandiende door op het raam te kloppen, zei ik hem dat hij even wachten moest omdat ik nog bezig was met de afwas. Heel behulpzaam kwam hij binnen en pakte een droogdoek. “Je hoeft me niet te helpen, hoor. Ik kan me heus zelf wel redden.”

“Dat weet ik ook wel maar als ik het nou wil?”

Schuins keek ik hem aan en ging verder met het schoonmaken van de spullen in het afwasteiltje. Daarna speelden we drie partijtjes tafeltennis waarvan ik er weer één won maar ook de twee andere verloor ik niet meer zo dik als in het begin. Ik werd duidelijk beter concludeerde ik met enige trots stilletjes van binnen. Toen op naar de koffie bij zijn ouders. Het was vanaf het allereerste begin meteen gezellig. Er werd vrijuit gepraat en heel veel gelachen en Ken kreeg gelijk: zijn vader haalde Trivial Pursuit tevoorschijn. De roze vragen waren een crime voor mij want van al die tv-series kende ik er verrekte weinig. Vragen over sport daarentegen werden mijn favoriet en ik moest vreselijk lachen om Marja die zodra er een sportvraag kwam waarbij een naam gevraagd werd meteen en altijd ‘O.J. Simpson’ riep. Hilarisch gewoon. Het werd erg laat en ik zag Marja tegen halfelf al eens bedenkelijk kijken naar haar man maar Jan wilde nog van geen ophouden weten.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » maandag 11 mei 2015 15:27

Hoofdstuk 8


Vrijdag 26 juli

Uiteindelijk werd het één uur voor er pas een winnaar bekend werd. Jan Walters versloeg ons allemaal nipt. Hij had gewoon het geluk dat hij eerder in het centrum kwam dan ons en ook de gestelde vraag nog goed wist te beantwoorden. Daarna was het snel opbreken geblazen want eigenlijk wilde iedereen graag naar bed. Ik ook want het was best wel een drukke dag geweest. Na de familie bedankt te hebben voor de gezelligheid, liep ik het kleine eindje naar mijn huisje toe. Binnengekomen, sloot ik de gordijnen en ging naar boven naar bed.

De volgende ochtend was ik op mijn vaste tijd wakker. Het was nog erg vroeg dus en daarom bleef ik nog eventjes rustig liggen. Om zeven uur ontbeet ik en keek het journaal. Ze beloofden mooi weer en ik zag er naar uit om de komende dagen het zwemwater in Zuid-Limburg te gaan uitproberen. Na het ontbijt las ik lang ik mijn boek en wachtte op Ken. Hij kwam echter maar niet en toen het mij te lang duurde, ging ik maar eens kijken waar hij bleef.

“Ja, ik was er al bang voor,” zei Marja toen ik bij hen was, “gisteren toch te laat geworden, denk ik.” Het bleek dat Ken een migraineaanval had.

“Ach, dat is het niet,” reageerde Jan. “Hij heeft die aanvallen regelmatig.”

“Vinden jullie het goed als ik even bij hem ga kijken?”

“Natuurlijk. Het is de deur links.” Zachtjes liep ik de trap op. Ik klopte op de deur maar kreeg geen respons. “Loop maar door, hoor,” riep Marja van beneden. Ik opende de deur die nogal stroef ging en stapte de donkere kamer in.

“Hoi,” klonk het zachtjes in het donker.”

Ik groette terug en ging op de stoel zitten die naast zijn bed stond. “Hoe is het met je?”

“Beroerd!”

“Vervelend, man!”

“Ja, maar ik had je verteld dat dit af en toe kon gebeuren. Heb je nou vandaag wel wat te doen?”

“Om mij moet je je geen zorgen maken, Ken. Ik had niet verwacht dat ik deze vakantie met iemand zou doorbrengen, dus ben ik voorbereid om alles alleen te doen maar vind het wel vervelend dat je nu niet mee kunt gaan. Heb nog een hele stapel boeken liggen en die ga ik dus maar verder lezen.”

“Maar je mag rustig dingen gaan doen, hoor!”

“Dank je, maar daar heb ik nu even geen zin in. Is dat ook goed?” Ik zag hoe hij glimlachte. Het was warm op zijn kamer en ik zag dat de dunne gordijntjes die ook mijn huis sierden bij hem afgedekt waren door een donkerbruine deken. Hij zweette op zijn voorhoofd en borst. “Ben je misselijk?”

“Ja. Een van de bijverschijnselen. Maar het is al beter dan het geweest is. Vannacht heb ik mijn ouders veel last bezorgd. Ze hebben amper een oog dicht kunnen doen, denk ik.”

“Ze zullen het vast niet erg vinden.”

“Zij niet, maar ik wel.”

“Je bent een vreemde, Ken. Ze doen het omdat ze van je houden!”

“Ja, ik weet het maar daarom vind ik het nog wel vervelend dat ik ze zo tot last ben.”

“Ik vind je zielig.”

“Nee, dat wil ik niet. Ik wil niet zielig gevonden worden. Ik heb nog armen en benen en die doen het uitstekend en daarom ben ik niet zielig.”

Ineens schoot ik vol. De tranen brandden me achter mijn ogen. Hij had precies dezelfde woorden gebruikt die mijn vader ook altijd gebruikt had als ik hem zielig had gevonden.

“Wat is er?” vroeg Ken die mijn schrikreactie bemerkt had.

“Nee, niets. Een herinnering. Het gaat wel weer over,” stelde ik hem gerust. Tenminste dat hoopte ik. “Ik laat je nu alleen, Ken. Aan rust heb je meer dan aan mij.”

“Leuk dat je geweest bent, Rogier. Straks ben ik weer zo fit als een hoentje. Je zult het zien.”

“Graag, Ken.” Ik drukte zijn hand en ging terug naar beneden.

“Niet zo bezorgd kijken, Rogier,” zei Jan toen ik beneden was. “Hij heeft het ergste gehad en het gaat al stukken beter dan vannacht.”

“Ja, dat zei hij ook al maar …”

“Het is een vervelend gezicht als hij daar zo uitgeteld ligt nietwaar,” zei Marja.

En dat was de spijker op zijn kop. De levenslustige jongen die ik kende lag daar als de dood van pierlala en ik wist het geen plaats te geven. Ik ging naar huis en meteen naar boven naar mijn slaapkamer. Bittere tranen welden op en stroomden naar buiten. Niet alleen vanwege Ken maar ook vanwege mijn vader. Het leek of er ineens oude wonden opengereten waren. Vooral dat treffende van diezelfde woorden hadden me hard geraakt. Hoe kon iemand die zo ziek was, zeggen dat hij niet zielig was en toch moest er een kern van waarheid in zitten want ik had het nu van twee heel verschillende mensen gehoord en meteen ook was dat het lastige. Ik begon verbanden te trekken tussen mijn vader en Ken die er helemaal niet waren. De tranen droogden op en langzaam werd ik weer wat nuchterder. Ik kon het weer wat aan en ging nog wat snotterend naar beneden waar ik mijn tweede boek uitlas en wat at. Daarna deed ik de afwas. Het weer was niet zo mooi als ze beloofd hadden. Het was dik bewolkt maar toch behoorlijk warm. Broeierig vanwege een dik wolkendek met daarachter een krachtige zon. Natuurlijk had ik die middag alleen dingen kunnen gaan doen maar ik wilde gewoon niet. Ik had geen zin om mezelf te vermaken wetende dat mijn maatje niet mee zou kunnen. Ik was gesteld op Ken en wilde dat hij bij me zou zijn. Als hij niet meekon, bleef ik thuis. De kleuters hielden me volop bezig. In korte broek zat ik op mijn terras en regelmatig kwamen ze langs met zandgebakjes die ik moest opeten. Een emmer deed dienst als vergaarbak en gelukkig waren ze caloriearm want ik werkte er die middag heel wat weg.

Na het avondeten kwam Jan langs en vroeg of ik tafeltennis wilde spelen. Natuurlijk wilde ik dat. Ik won er twee van de drie en de andere was voor hem.

“Je bent goed geworden in die paar dagen, zeg!” reageerde hij bewonderend nadat we uitgespeeld waren.

“Dank je.”

“Ik meen het echt. Ik heb bewondering voor je. Niet alleen voor je spel maar ook voor de manier waarop je met Ken omgaat en hoe snel je aan hem gehecht bent geraakt.” We wisselden een blik uit. “Ja, ik zag het meteen vanmorgen toen je hoorde dat hij ziek was. Dat gevoel van medeleven wat getuigt van echte vriendschap. Dank je dat je die vriend voor hem wilt zijn.”

“Ken verdient het om goede vrienden te hebben en ik ben blij dat ik er een van mag zijn en dat jullie daarvoor gezorgd hebben.” Een tijdje bleven we nog praten en daarna ging hij naar huis. Ik dronk mijn koffie buiten en praatte later die avond nog een hele tijd met Antoinette waarvan ik de echtgenoot nog steeds niet gezien had. De man moest een vreselijke huismus zijn, leek me. Toen zij tegen halfnegen naar binnenging, was ik weer alleen. Ik ging naar binnen en zette de tv aan. In mijn eentje keek ik naar ‘Jacob the Liar’ een prachtige film, zij het een dramatisch aflopende film, met Robin Williams in de hoofdrol. Ik vond het jammer dat Ken deze film niet kon zien want er zat echt een gigantisch goed verhaal in. Toen de film was afgelopen ging ik nog eventjes naar buiten. Het was donker en stil geworden. Ik hoorde hem aankomen en keek verwachtingsvol opzij. Inderdaad het was Ken. “Hé? Jij?”

“Ja, ik. Ik ben er weer. Had ik je toch gezegd.” Hij kwam bij me zitten en stak een sigaret aan.

“Alsjeblieft, Ken, houd met die vreselijke gewoonte op! Hoe kun je die dingen roken als je weet dat het slecht voor je is en je al genoeg aan je kop hebt met die ziekte van je!” Het kwam er behoorlijk fel uit. Te fel misschien maar ik meende het vanuit het diepste van mijn hart.

“Oké.” Hij stond op en liep mijn huis binnen.

“Wat heb je gedaan?” vroeg ik toen hij weer naast me ging zitten.

“De sigaretten weggegooid natuurlijk.”

“Zo bedoelde ik het niet.”

“Ja, dat deed je wel en het is goed dat je laat zien wat je denkt. Het is toch ook vreselijk stom om te roken als je het zelf niet lekker vindt en het alleen maar doet omdat het niet mag?”

“Ja, nou heb jij weer gelijk!” zuchtte ik. Het werd stil. Te stil.

“Wat is er, Rogier? Je bent zo stil, zo anders, zo … verstard.” Hij had het gemerkt en dat was waar ik voor gevreesd had. Hij legde zijn hand op de mijne. “Rogier … doe dit niet. Keer je niet van me af. Wat heb ik gedaan dat je dit doet?”

“Je hebt niets gedaan alleen … alleen de herinneringen die ik gedacht had overwonnen te hebben, teruggeroepen.”

“Sorry,” klonk het.

“Nee, het ligt niet aan jou. Het was mijn illusie dat ik ze kwijt was maar nu weet ik dat het niet zo is. Ik vond het zo verschrikkelijk rot om jou daar zo stil en ziek te zien liggen.”

“Maar nu ben ik er toch weer?” zei hij met een glimlach.

“Ja, je bent er gelukkig weer.” Maar ik was niet oprecht. Ik had nog steeds dat vreselijke gevoel dat me van binnen verscheurde maar niet tegen hem onder woorden durfde te brengen.

“Gaat het echt wel met je?” Ik toverde een glimlach rond mijn lippen en keek hem aan. “Je moet niet tegen me liegen, Rogier. Daar kan ik niet tegen. Je wilt laten zien dat het goed met je gaat maar het gaat niet goed. Wat is er?”

Diepe stilte volgde. Moest ik hem zeggen wat ik dacht? Of was het maar beter om te zwijgen. Gelukkig hoefde ik niet te beslissen. Ken hoorde zijn moeder naderen en haalde zijn hand weg.

“Ken, kom je thuis?”

“Ja, mam, ik kom eraan.” Voetstappen die zich verwijderden klonken door de stilte. Zijn hand kwam weer terug. “Rogier, ik houd van je! Sluit je alsjeblieft niet af van me!.” Hij stond op, drukte een kus op mijn voorhoofd en verdween in de donkerte.


Zaterdag 27 juli 2002

Moet ik je nog zeggen dat ik die nacht nauwelijks sliep? Of heb je, mij enigszins kennende, dat inmiddels kunnen raden? Het wilde echt weer eens niet lukken en langzamerhand begon ik me af te vragen of het nog wel gezond was. Dit was al de tweede nacht met bijna geen slaap. Het zou in elk geval mijn uiterlijk geen goed doen en toen ik na opgestaan te zijn in de spiegel keek, zag ik dan ook dikke donkerblauwe wallen onder mijn ogen. Nu was ik gelukkig goed gebruind en dan valt het niet zo heel erg op maar ze waren er toch wel degelijk.

Het gedoe van die vrijdag had me niet los kunnen laten. En zeker die slotopmerkingen van Ken niet. Hield de jongen werkelijk van mij of speelde hij een spelletje. Maar dat laatste kon ik me gewoon niet voorstellen. Niet hij!

In het begin deed ik die ochtend alles op de automatische piloot. Als een slaapwandelaar liep ik door een vreemd huis dat ik dacht al helemaal te kennen en dus stootte ik me regelmatig ergens aan. Na het ontbijt waarbij ik bewust nu eens ‘koffie hartklap’ had gezet begon alles weer een beetje te werken en werd ik zowaar wakker.

De brede glimlach van Ken verscheen al om negen uur voor het raam naast mijn achterdeur. Ik gebaarde hem dat hij binnen kon komen.

“Goedemorgen! Wat zie jij eruit, zeg! Wat heb je gedaan vannacht?”

“Houd op jongen. Ik heb amper geslapen dus niet al te opgewekt alsjeblieft.”

“Heb je daar vaker last van?”

“Waarvan?”

“Niet kunnen slapen, bedoel ik. Mijn pa heeft, als je het wilt gebruiken, wel wat slaapmiddeltjes hoor?”

“Nee, gelukkig heb ik er niet vaak last van maar de laatste dagen nu al wel twee keer.” Of was het nou al drie keer. Nee, toch twee. Zondag op maandag was het niet slapen en die avond na dat gedoe in Valkenburg had ik wel geslapen maar alleen heel kort. Zo in eigen gedachten verzonken hoorde ik niet wat Ken tegen me zei totdat hij me aan mijn arm schudde.

“Hé, hoor je wel wat ik zeg of is het beter dat ik je eerst goed wakker laat worden.”

“Sorry, ik was afgedwaald. Wat zei je?” Ik hoorde een diepe zucht van zijn kant en vond het vreselijk vervelend dat hij opnieuw moest beginnen maar het was niet anders.

“Ik zei dat ik het echt meende van gisteravond.”

“Wat?”

“Dat ik van je houd.” Hij kleurde diep.

“O! Maar toen je moeder kwam en je zo snel je hand terughaalde? Meende je dat ook?” Opnieuw een flinke blos op zijn wangen.

“Nee, dat had ik niet moeten doen maar …”

“Ben je bang voor hun reactie?”

“Ja. Ze zullen nooit verwachten dat ik op een jongen val en eigenlijk doe ik dat ook niet.”

“Huh???” Ik raakte het spoor van zijn redenering bijster.

“Het is niet zo dat ik bewust op een jongen val. Het ligt anders. Het …”

“Hoe dan?” viel ik hem in de rede.

“Laat het me proberen uit te leggen.”

“Oké, ik luister.” Wat een eikel was ik zeg. Waarom liet ik hem niet gewoon praten. Waarom moest ik steeds meteen als laatste iets willen zeggen.

“Ik heb heus wel eens blote vrouwen en mannen gezien op plaatjes op het internet. Zo’n braaf jochie ben ik nou ook weer niet. En ik ben er niet toevallig over gestruikeld maar heb ze gezocht. Beide soorten. Gewoon om te kijken en me eraan op te geilen. En ik vond beide heel interessant kan ik je zeggen. Maar ik val niet echt op een soort. Heb nog geen voorkeur bepaald en dat is ook logisch wellicht omdat ik nog niets met een van beide heb gedaan. Ik weet niet hoe het is om met een vrouw samen te zijn. Ik weet niet hoe het is om met een man samen te zijn. Dus een voorkeur is er niet. Maar dat bedoel ik ook helemaal niet te zeggen. Ik ben verliefd op jou geworden vanwege de persoon die je bent en niet omdat je een pik tussen je benen hebt.” Zijn woordkeuze maakte dat ik nu begon te blozen. Hij glimlachte. “Vaak zal het andersom zijn, denk ik. Je rommelt eerst wat aan, bepaalt je voorkeur en dan word je een keer verliefd. Maar ik ben ik en natuurlijk weer eens anders dan alle anderen. Ik word gewoon meteen verliefd. En echt, geloof me, ik ben hartstikke verliefd op je!” Hij schoof dichter op de bank naar me toe en wilde me kussen.

“Het lijkt me niet verstandig, Ken, dat hier te doen. Dit huisje is net een kaasstolp. Overal glas en als je nog niet wilt dat je ouders het te weten komen dat kun je misschien beter nog even wat wachten.”

Hij verstarde in zijn beweging. “Maar je begrijpt me wel?”

“Ja, ik begrijp je en kan je helemaal volgen. Zoiets zou mij ook kunnen overkomen.”

“Het ligt er denk ik gewoon aan wie je het eerst ontmoet. Was ik een vrouw tegengekomen die net zo begripvol was als jij dan …”

“Ohhhh, daar ligt het dus aan. Dat ik zo begripvol ben?”

“Ja, natuurlijk! Tenminste … gedeeltelijk. Jij bent de eerste geweest, op mijn ouwelui na dan, die me met respect heeft behandeld. Die geïnteresseerd is in mij. In mij Ken Walters: de nerd van Heemstede.”

Als alleen dat het was dan ging dit niet goed voorvoelde ik. “En als ik je nou eens vertel dat je ouders me gevraagd hebben," voel je hem aankomen. Groef ik mijn eigen graf of niet? "om met jou op te trekken.”

“Ja? Nou en? Dacht je dat ik dat niet doorhad?”

Mijn mond viel van verbazing open.

“Kom, Rogier! Je verslijt me toch niet voor achterlijk wel!? Het was zo opmerkelijk dat er gewoon iets achter moest zitten. Jij belt aan en vraagt of ik mee uit mag en ineens is het goed. Je begint over het huren van een fiets en mijn vader staat zowat te popelen om mij het geld in de handen te drukken. Denk je dat ik gek ben?”

“Sorry. Ik had je niet moeten onderschatten maar …”

“Nee! Laat mij eerst uitpraten!” Hij was ongemeen fel. “Maar wil jij nu van mij af of zo? Voer je dit als reden aan om mij de zak te geven? Wat heb je sinds gisteren, Rogier?”

Stilte. Grote stilte. Ik durfde hem niet recht aan te kijken want zijn ogen waren hard. Heel hard.

“Al voor mijn ouders je vroegen om met mij om te gaan, had je belangstelling voor mij. Je speelde tafeltennis met mij terwijl je dat eerst eigenlijk helemaal niet wilde. Toch bleef je met me spelen. Die zondagmiddag heb je tijden met mij gepraat en ik voelde dat je echt geïnteresseerd was. En nu … wat is er in vredesnaam gebeurd dat je zo van mening, zo van gedachten over mij bent veranderd?”

“Er is niets gebeurd dat mijn mening over jou veranderd heeft, Ken. Ik vind je nog steeds een heel leuke jongen maar …”

“Je bent niet verliefd op mij.”

“Zelfs dat durf ik nog niet te zeggen. Luister goed. Wat ik je ga vertellen is geen smoes om me er gemakkelijk vanaf te maken. Dat wil ik niet en kan ik dus ook niet. Jouw vriendschap is me heel veel waard en misschien heb ik het er in het begin te veel opgelegd. Ik zag hoe je die middag dat jullie aankwamen naar me stond te kijken en dus trok ik zondag bij de tafeltennistafel bewust opnieuw mijn shirt uit. Meteen maakte je een dubbele fout en dus wist ik dat je in mij geïnteresseerd was of in elk geval in mijn lijf.”

Hij snoof.

“Ik vind je een pracht van een vent en dat meen ik oprecht maar zelf zit ik compleet met mijn eigen gevoelens in de knoop. De jaren dat ik mijn vader verzorgde heb ik geleefd met het verstand en de gevoelens op nul en de blik op oneindig om maar niets te hoeven voelen. Niet in elk geval als hij in mijn buurt was. Bij heel goede vrienden van mij reageerde ik me wel eens af en heb ik ook wel eens een vaas vergoed omdat ik hem in machteloze woede kapot sloeg. Maar dat waren spaarzame momenten dat ik me durfde laten gaan. Verder kropte ik alles op. Ik wilde niet dat mijn vader zag dat ik aan zijn ziekte en sterven leed. Ik wilde niet dat hij zag dat ik zwak was. Dat ik er zowat aan dood ging! Af en toe deelde ik heus wel mijn zorgen met hem maar dan was dat toch altijd nuchter en beredeneerd. Na zijn sterven moest ik allerlei dingen regelen voor de crematie. Toen de nalatenschap. Toen ben ik verhuisd en later heb ik al zijn spullen moeten opruimen en nu … nu zit ik in Zuid-Limburg en weet ik niet wat ik moet voelen. Ik heb zolang mijn gevoelens verstopt dat ik niet meer kan voelen! Je zegt dat je van me houdt en drie, vier jaar geleden zou ik in de zevende hemel geweest zijn maar nu … nu voel ik er helemaal niets bij. Ik zit klem in de schertsfiguur die ik me zoveel jaar lang heb aangemeten.” Kens ogen waren groot en op mij gericht. Er blonk een traan in een van zijn ooghoeken. Ik strekte mijn wijsvinger ernaar uit en veegde hem weg. “Niet huilen, Ken. Jouw leven is moeilijk genoeg. Je hoeft mijn zorgen er niet bij te nemen.”

“Ja, Rogier, dat wil ik juist wel! Gister zag ik ook dat je met mij meeleefde en dat deed me ontzettend goed! Je was er zo intens en dat maakte mij zo gelukkig dat ik gisteravond mijn gevoelens voor jou onder woorden kon brengen.”

“Ja. Dat is ook nog zoiets,” zei ik terwijl ik mijn heus ophaalde, “die ziekte van jou heeft het mij ook niet gemakkelijk gemaakt. Over dat zielig zijn, zei je precies hetzelfde als mijn vader.”

Ken lachte. “Ja?”

Ik knikte. “Precies dezelfde woorden. Vandaar dus mijn schrik. Ineens die herinnering maar ook meteen de vergelijking tussen mijn vader in zijn ziekbed en jou. Ik vond het vreselijk om je daar te zien liggen, Ken!”

“Maar ik ga er niet dood aan, Rogier!”

“Nee, misschien niet maar je zult wel regelmatig ziek zijn en verzorging nodig hebben en ik weet niet …”

“Stop, Rogier! Ga niet verder! We maken het elkaar nu denk ik veel te moeilijk. Mijn ziekte zal er altijd zijn maar praat niet verder voor je eerst je gevoelens voor mij op een rijtje hebt. Als je nu zegt dat je mijn ziekte niet aankan zal dat je gevoelens en je beslissing beïnvloeden. Geef alsjeblieft eerst je gevoel weer de kans om terug te keren.”

Even bleef ik in gedachten verzonken maar meteen al wist ik dat hij volkomen gelijk had. Maar ik gaf het nog niet op. “En ons leeftijdsverschil? Wat denk je daarvan?”

“Ja, bijna acht jaar maar ik heb daar geen moeite mee. Jij?”

“Maar wat zullen anderen daarvan zeggen. Zullen ze niet zeggen dat ik je verleid heb? Dat ik misbruik heb gemaakt van je onschuld?”

“Wie heeft ook alweer ooit tegen mij gezegd: ‘Aan anderen moet je lak hebben, jongen. Jij leeft je eigen leven op de manier die jij wilt en daarmee basta!’”

“Ja, pak me maar terug met mijn eigen woorden. Leuk hoor, Ken.”

“Hahaha. Had je het maar niet moeten zeggen! Rogier, ik houd van je en al die jaren dat jij ouder bent doen er voor mij niet toe. Ik weet wat ik voel!”

“Oké. Laten we het volgende afspreken. Ik zal mijn uiterste best doen om dat gevoel weer in mijn lijf terug te krijgen en tot die tijd doe jij rustig aan. Geen gekke dingen uithalen. Ondertussen zal ik niet vallen voor andere, leuke en knappe jongens.” Een harde stomp in mijn maag was zijn reactie. We rolden over de grond en probeerden elkaar waar maar mogelijk, op een speelse manier natuurlijk, te raken. Uiteindelijk gaf ik me gewonnen. “Stop, stop, stop! De jeugd wint ik geef me over!”

“Watje!” sneerde hij terwijl hij me los liet en opstond.

“Zeg, ik zou straks willen gaan zwemmen. We kunnen lopend naar de ‘Mecheler Hof’ gaan als jij dat aankunt tenminste.”

“Ik ben hier het watje niet hoor!”

“Prima, maar geef me eerst nog even wat tijd. Ik moet even met iemand bellen.”

“Oké,” hij keek op zijn horloge. “Is het goed dat ik zo kwart voor elf terug kom?” Ik knikte. “Tot straks!" en met een brede lach verdween hij. Ik plofte op de bank neer, pakte mijn mobiele en koos een nummer uit het telefoonboek.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » maandag 11 mei 2015 15:32

Hoofdstuk 9


“Vincents psychologische vakantiehulpdienst,” klonk het aan de andere kant van de lijn. Ik was verbluft. “Schrik maar niet hoor,” ging Vincent verder, “ik herkende je nummer en dacht, die heeft mijn hulp weer eens nodig.”

“Je vindt het toch niet vervelend, hè? Want anders moet je het zeggen hoor!”

“Rogier, ik ben al jarenlang je vriend en voor een vriend ben ik dag en nacht bereikbaar maar je moet af en toe wel tegen een grapje kunnen.”

“Goed.”

“Vertel het eens. Zat ik er ver naast met mijn vorige analyse?”

“Dat is het hem juist. Ik weet het niet. Ik weet niet meer wat ik moet voelen. Ik weet niet meer hoe ik moet voelen. Het lijkt of al mijn gevoelens onder een dikke laag stof liggen en … het lukt gewoon niet.”

“Vertel op, jongen. Ik luister.”

En toen begon ik het hele verhaal te vertellen vanaf het laatste moment dat ik hem gesproken had. Ik besloot met het gesprek van zojuist met Ken en zijn gevoelens voor mij.

“En nu is de vraag: 'Help, dokter, wat moet ik doen?' ”

“Ja?”

“Pilletjes hiervoor heb ik niet. Je zult het geheel op eigen kracht moeten doen, Rogier. Je moet je nu eens eindelijk gaan ontspannen. Je hebt veel te lang op je tenen gelopen en je hele voeten zijn daardoor verkrampt bij wijze van spreken. Je moet gaan leven, Rogier. Je moet gaan genieten. En als dat inhoudt genieten met die jongen, doe dat dan. Je hoeft niet meteen verliefd te worden. Hij zal heus kunnen begrijpen als een ander wat meer tijd nodig heeft om verliefd te worden dan hij doet. Hij is niet dom, zo heb ik begrepen uit je verhaal. Wees eerlijk tegenover hem maar vooral tegenover jezelf maar ook … doe geen dingen die je niet wilt. Je hebt die stemmetjes die steeds ‘NEE’ riepen ook gehoord en daarnaar gehandeld. Dat was wijs en verstandig. Maar geef je nu over, Rogier. Haal die wielklemmen er maar af. Je kunt weer gaan leven. Je hoeft je voor niemand sterker en groter voor te doen dan je een hele tijd gedaan hebt. Eigenlijk was dat ook niet nodig geweest tegenover je vader, maar ik kan het wel begrijpen.”

“Dank je, Vincent.”

“Zit je te snotteren?”

“Ja.”

“Prima, Rogier. Laat ze maar lopen die waterlanders. Kan je goed doen.”

“Dank je.”

“Dat had je al gezegd, malloot. Maar als je me twee keer wilt betalen zeg ik niets hoor!”

“Geldwolf!”

“Je weet toch hoe ik ben. Moet ook wel want weet je wat die jonge jongens kosten in het onderhoud. Auwwww …”

“Wat gebeurt er?”

“Casper haalt naar me uit.”

“Eigen schuld natuurlijk weer, Vincent, moet je hem maar niet plagen.”

“Ik vertel alleen maar de waarheid en dat is dat die jonge jongens heel veel geld kosten in het onderhoud. Ze vreten je werkelijk de oren van het hoofd. Als het wat wordt met die Ken van jou dan zul je het wel merken. Geloof me!”

“Jullie vechten het maar uit met z’n tweeën ik ga zwemmen. Dank je, Vincent.”

“Derde keer.”

“Ach, man! Tot ziens!”

“Tot ziens!”

Ik drukte op een toets om het gesprek te beëindigen en zuchtte diep. Ik zette me in beweging en ging naar boven om een zwembroek aan te trekken en andere benodigdheden in te pakken. Tien minuten later was ik klaar. Ik liep mijn terras op en merkte hoe warm het al was. Wow, gewoonweg te gek. Al met al moest ik ondanks dat hij er allang had moeten zijn toch nog een poosje op Ken wachten. Toen hij eindelijk aankwam zetten zag hij hartstikke rood.

“Sorry hoor, maar ouders zijn gewoon niet normaal! ‘Ken, heb je dit?’, ‘Ken, denk je hierom?’. Gek word ik van die mensen!”

“Wees blij dat je ze hebt,” merkte ik op.

“Ja, dat is ook weer zo. Sorry dat ik zo mopper.”

“Heb je aan je medicijnen gedacht, Ken?”

“Krijg wat!!!” bulderde hij en met grote passen liep hij het terrein af en ik op een holletje achter hem aan terwijl ik me goed moest houden om niet in lachen uit te barsten. De hele heuvel af liep ik achter hem aan. Hij was kwaad en liet me dat duidelijk merken. Het was natuurlijk ook niet netjes van me geweest om hem zo te plagen maar … ik had het niet kunnen laten. Bijna beneden in het dal aangekomen moesten we naar rechts maar Ken liep gewoon rechtuit. Toen ik bij de afslag was gekomen, stopte ik.

“Zeg, Ken, ik weet niet waar jij heengaat maar volgens mij moeten we hier naar rechts.” Hij draaide zich om en keek me nors aan.

“Zeker weten!”

“Ja, heel zeker.”
Hij kwam naar me toe. “Had je dat niet eerder kunnen zeggen?”

“Waarom blijf je dan ook niet gewoon bij je gids in de buurt.”

“Mooie gids ben jij zeg!”

“Dank je voor het compliment maar je hoeft niet steeds te zeggen dat ik knap ben hoor.” Dit keer moest ik hardlopen toen hij dreigend met een vuist op me aan kwam zetten. Het was echter veel te warm om te rennen en daarom stopte ik al snel. Zijn vuistslag ontving ik met plezier. “Sorry hoor, maar ik moest je gewoon even plagen.”

“Ik snap het wel, maar soms kan ik ze gewoon niet uitstaan! Zo bemoederend! Ik word er knettergek van! Soms zou ik willen dat ik niet meer thuis woonde en gewoon mijn eigen gang kon gaan!”

“Ik begrijp je.” En dat deed ik. Rustig liepen we verder terwijl we praatten met elkaar. Het was fijn bij hem te zijn. Dat gevoel had ik in elk geval wel maar dat was er ook steeds wel geweest. Het was een wandelingetje van zo’n drie kilometer en met dit mooie weer was het heel prettig om te doen. De entreekosten vielen voor Nederlandse maatstaven mee maar toen we eenmaal binnen waren, wisten we waarom. De ligweide was vele malen groter dan het hele zwembad dat vanwege het warme weer nu al leek op een potje met pieren. Van echt zwemmen zou dus niet veel komen. Het zou meer pootjebaden worden. We trokken schoenen, sokken, korte broek en T-shirt uit en begaven ons in zwembroek, Ken in een mooie rode en ik in een zwarte, naar de rand van het bad. Langzaam omdat het water toch wel erg koud was, lieten we ons in het water zakken. En als je er dan eenmaal in bent, weet je hoe heerlijk het is. Toch probeerde ik om echt te zwemmen maar al snel staakte ik mijn poging. Geen doen gewoon! Ken stond erbij en lachte om me.

“Dat lukt toch nooit, man. Je komt er echt niet door hoor.” Nog geen kwartier bleven we in het water. Terug bij onze handdoeken begonnen we ons in te smeren. Met deze zon zou je in no time verbrand zijn. En zeker Ken had de nodige bescherming nodig met zijn blanke lijf. “Wil je mijn rug even doen,” vroeg hij. En natuurlijk wilde ik dat. Ik zag hoe hij onder mijn aanraking kippenvel kreeg en toen ik over zijn schouder keek, zag ik nog meer. De inhoud van zijn zwembroek begon te groeien.

“Hé, viespeuk! Niet meteen aan andere dingen denken hoor,” grapte ik. Ken kreeg een boei en sloeg naar me. Daarna smeerde Ken mijn rug in en ik moet toegeven dat zijn handen op mijn lijf heel goed voelden. Naast elkaar in de zon liggend begon ons gesprek weer automatisch. Van alles en nog wat werd er uit de kast gehaald. We lagen op een rustig plekje en konden dus ook ongestoord allerlei onderwerpen bespreken. Regelmatig draaiden we ons om van buik op rug en weer terug.

“Ben jij een top of een bottom,” vroeg de jongen op een gegeven ogenblik.

“Wat denk je?”

Hij steunde zijn kin op zijn handen en keek schuins naar me. “Gezien je mannelijke uiterlijk zou ik zeggen dat je een top bent maar …”

“Maar wat?”

“Je geeft de voorkeur aan de bottomrol nietwaar?”

“Hoe kom je daar zo bij?”

“Zeg nou maar gewoon of het waar is of niet.”

“Ja. Je hebt gelijk. Hoewel ik het ook wel fijn vind om af en toe iemand te neuken hoor. Maar iemand die het bij mij wil doen daar zeg ik geen ‘nee’ tegen. En jij?”

“Gut, ik weet het niet, man! Ik heb het nog nooit gedaan dus … Ik weet niet eens hoe je het moet aanpakken met een jongen. Ook niet met een meisje trouwens.” Hij werd niet rood toen hij sprak en dit was voor mij een teken dat hij zich niet schaamde voor zijn onschuld.

“Tijd doet wonderen, Ken.”

“Ja, laten we dat hopen, Rogier.” Hij strekte zijn hand naar me uit en streelde over mijn haren. “Ik vind je lief.”

“Dat weet ik, Ken. Je bent een bijzondere jongen.”

Tegen een uur of één haalden we onze lunch uit onze rugzakken en toen ik zag hoeveel boterhammen hij gesmeerd had (of had laten smeren), moest ik lachen.

“Wat is er? Lach je me uit?”

“Nee, dat niet maar ineens moest ik denken aan wat een vriend me vanmorgen vertelde over de eetlust van jonge jongens.”

“Oh? Heeft hij er ervaring mee?”

“Met jonge jongens wel. Hij heeft een vriend van 19 en is nu zelf 29. En … werkelijk een heel goede vriend van me.”

“Dus heeft hij jou de nodige tactische tips en trucs aangereikt?”

“Ja. Zo zou je het kunnen noemen.” Verder was ik niet plan hem iets te vertellen. Zo was het genoeg.

Het werd een heel plezierige dag zo samen bij het zwembad. Grotendeels lagen we in de zon maar af en toe wisselden we dat af door even door het zwembad heen en weer te lopen. Ook speelden we nog een tijdje wat voetbal met een strandbal. Niet echt handig omdat het ding erg windgevoelig was maar wel lekker aan de blote voeten. Tegen vijf uur stapten we op. Beiden trokken we alleen onze schoenen en korte broek aan. De sokken en T-shirts verdwenen in de rugzak. De terugweg was het warm en al heel snel waren we dik in het zweet. Het laatste stukje naar onze huisjes is altijd het moeilijkst - tenminste als je uit de richting van Epen komt - omdat je dan altijd weer heuvelopwaarts moet. Op mijn terras ploften we hijgend en puffend neer op een stoel. Meteen kwam Jan Walters aanzetten.

“Zeg, wat zijn jullie laat! Het eten staat al klaar, Ken, dus kom je mee?” Ik zag Kens gezicht afzakken.

“Jan? Mag hij misschien met mij mee naar het pannenkoekenrestaurant bij ‘Ons Krijtland’?”

“Niet lopend toch, hè!” verzuchtte Ken. Ik schonk hem een valse glimlach en keek daarna Jan weer aan.

“Ja, dat is wel goed maar ga dan wel eerst even douchen, Ken,” zei zijn vader. Ken rende weg. “Het gaat weer een stuk beter met hem niet dan?”

“Zeker, Jan, en ik kan je eerlijk zeggen dat ik daar heel blij mee ben. Ik vond het maar niks om hem daar zo ziek te zien gisteren.”

“En je bent nog wel verpleger, heb je verteld!”

“Ja, maar dat wil niet zeggen dat ik geen gevoel heb! Ik kom ook wel eens jankend thuis van m’n werk hoor! Soms maak je op een dag zoveel ellende mee dat je je gewoon niet goed kunt houden.” Wijselijk vertelde ik hem niet dat het heel goed mogelijk was dat ik voor Ken meer voelde dan voor iemand anders. En ik kon dat ook nog niet omdat ik er nog steeds niet uit was.

We liepen toch naar het pannenkoekenrestaurant en dat omdat Ken erom vroeg. Ik keek verbaasd op toen hij fris gedoucht terug kwam en me het voorstel deed.

“Krijg nou wat,” merkte ik op. “Net maakte je er zowat een halszaak van en nu …”

“Nu wil ik lopen omdat ik dan zo lang mogelijk van huis weg ben.” Ik begreep het. En zo kwam het dat we lopend gingen. De hele wandeling lang praatten we onderweg. Voordat we het wisten waren we op onze bestemming en daar merkte ik opnieuw zijn enorme eetlust op. Na één grote pannenkoek zat ik wel vol maar hij werkte zonder moeite een tweede naar binnen. Ik genoot van zijn eetlust en de vrolijkheid die hij uitstraalde. Een toetje namen we niet omdat ik me voorgenomen had om op de terugweg bij de ‘oranje tenten’ langs te gaan en dus liepen we via het dorp terug. Bij de tenten aangekomen was het er nog behoorlijk druk. We stelden ons op in een rij. Toen we aan de beurt waren, stond ik tegenover het glimlachende gezicht van Bram.

“Hé, hallo! Heb je je kleine broertje meegenomen?” De vrolijkheid die bij onze eerste ontmoeting uit zijn ogen gestraald had, leen veranderd in een smeulende haat. Ik was me wel bewust van de blikken die hij op Ken wierp. Ik bestelde een ijsje met twee bolletjes pistache en voordat Ken zijn bestelling kon plaatsen had Bram zijn mond alweer geopend. “Nee, ik zie het al. Het kleine broertje wil vast een groter ijsje. Je lijkt me echt een jochie dat van stevig likken houdt. Lekker voor jou, Rogier!” Ken bloosde en ik … ik kookte van binnen maar voor ik hem van repliek kon dienen, antwoordde Ken al.

“Nou, dan heb je het mooi mis! Ik zit ineens barstensvol dus doe mij maar helemaal niets uit dat winkeltje van jou!" Resoluut draaide hij zich om en liep weg. Nu stond Bram er met een gekleurd hoofd bij terwijl ik in lachen uitbarstte. Snel legde ik wat munten op de balie en zonder op mijn wisselgeld te wachten draaide ik me om en baande me een weg door de omstanders die de hele voorstelling met verbazing hadden gadegeslagen. Ken stond bij de weg op me te wachten. “Ken je die eikel?” vroeg hij.

“Ja, ik ken hem een klein beetje. Maar gelukkig niet goed genoeg.” Terwijl we langs de weg liepen, leende ik hem af en toe mijn ijsje en vertelde hem van mijn wandeling op zondagochtend, de kennismaking met de verkoper, zijn dubbelzinnige opmerkingen, zijn uitnodiging en uiteindelijk mijn avondlijke bezoek. Omdat ik nu eenmaal toch open kaart speelde, vertelde ik meteen ook van mijn bezoek aan Valkenburg en de ontmoeting met die jongen wiens naam ik niet eens wist. En - alhoewel ik daar even over getwijfeld had - ik vertelde hem ook van die stemmen in mijn hoofd. Bij de kruising aangekomen waar we naar rechts zouden moeten, bleef Ken staan.

“Ik ben heel blij dat je zo eerlijk bent, Rogier, maar het meest blij ben ik nog wel vanwege die stemmen.”

“Waarom?”

“Ten eerste, omdat zodra jij ook kunt zeggen dat je van mij houdt ik het fijn vind dat ik jouw eerste sinds heel lange tijd zal zijn. En ten tweede, omdat het ervan getuigt dat je meer bent dan vlees en verlangen alleen. Het geeft aan dat je een ziel, een geest hebt en dat maakt je volledig mens. Volgens mij tenminste dan.”

“Dank je. Ja, eigenlijk ben ik ook wel blij met die stemmen zeker nu ik weet hoe zo iemand als Bram ook kan zijn. Heb je die haat in zijn ogen gezien?” Ik zag Ken knikken. “Niet normaal zoiets! Alsof hij iemand zomaar kan claimen!” Ineens sloeg Ken zijn armen om me heen en trok hij me dicht tegen zich aan. Zijn lippen waren op die van mij voor ik er erg in had. Zijn tong gleed langs mijn lippen maar ik hield ze stevig gesloten. Ik verbrak de kus. “Sorry, Ken, maar ik heb echt nog tijd nodig.”

“Ik weet het. Ik wilde je alleen maar laten weten dat ik nog steeds heel veel van je houd. En … heb je die stemmen nu ook gehoord?”

“Nee, dit keer niet, Ken.”


Zondag 28 juli

Toen ik die ochtend met een heerlijk en fris gevoel wakker werd, realiseerde ik me dat ik er al een week op had zitten hier op mijn vakantieadres; een sombere gedachte. Meteen echter wist ik ook dat ik nog een week te gaan had en dat stemde me heel wat vrolijker. Vroeg wakker natuurlijk zoals altijd maar wel heel goed geslapen. De kus van Ken en zijn herhaalde verklaring dat hij van me hield, hadden me dit keer niet uit mijn slaap gehouden. Zou ik er aan wennen? Ik ontbeet in alle rust en las het tweede boek waaraan ik begonnen was tijdens het eten uit en begon meteen aan het derde. Daarna maakte ik op me voor de dag door me te douchen en te scheren. Een tijdje kroop ik daarna weer in mijn boek dat erg interessant en vooral intrigerend begon. Het was tegen half elf toen er op mijn deur geklopt werd. Ik was al zo aan het geklop op de deur gewend dat ik er niet raar van opkeek en zeker niet toen ik Jan Walters zag staan.

“Goedemorgen, Rogier.”

“Goedemorgen, Jan.”

“Marja en ik vroegen ons af of jij zin had in een stuk vlaai.”

“Zeker, zoiets heerlijks kan ik gewoon niet afslaan.” Even later zat ik bij Marja en Jan op het terras onder de parasol en dat was zeer beslist nodig want de zon brandde ook zo vroeg al in alle hevigheid. De lucht was strak blauw en nergens was een wolkje te zien.

“Opnieuw en prachtige, zomerse dag,” zei Marja terwijl zij de koffie inschonk.

“Ja. Wat willen we nog meer,” antwoordde ik.

“Nou voor mij hoeft het niet zo warm hoor,” reageerde Jan. Echt een Nederlandse reactie vond ik, die je zo verschrikkelijk vaak hoort. Men klaagt altijd in dit land dat het slecht weer is en is het dan eindelijk eens heel erg mooi weer dan hoor je dat soort dingen.

“Nou ik ben er verguld mee. Heerlijk luieren in de zon, lekker zwemmen.”

“Trouwens het heeft Ken reuze goed gedaan dat zwemmen van gisteren,” zei Marja glunderend. “Ik heb hem nog nooit zo bruin gezien. Als kleintje misschien wel maar de laatste jaren zeker niet meer.” Ik glimlachte en moest haar gelijk geven. Ken was meteen op die eerste zomerse dag al prachtig bruin geworden en dat had ik echt niet verwacht. Drie kopjes koffie en twee grote stukken vlaai later kwam Ken eindelijk naar buiten gekleed in zijn zwembroek.

“Zeg, zou jij je niet eens fatsoenlijk aankleden!” begon Jan meteen.

“Waarom? Het is prachtig weer toch!”

“We hebben visite.”

“Wie dan?”

“Rogier natuurlijk jongen,” zei zijn moeder zachtjes.

“Die zie ik zo vaak dat noem ik geen visite meer.” Ik kon niet anders dan hardop lachen.

“Dat krijg je nou,” ging zijn vader verder. “Die pubers van tegenwoordig hebben ook geen enkel ontzag meer.”

“Pap, alsjeblieft. Voor Rogier hoef ik me heus niet netjes aan te kleden hoor. Hij werkt in een ziekenhuis en heeft heus wel eens knappere jongens dan ik een wasbeurt moeten geven.” Dit keer hield ik mijn lachen in maar het kostte me wel grote moeite. Ken begon brutaal en uitdagend te worden en dat was heel iets anders dan de Ken die ik voordien gekend had. Zijn vader schudde echter zijn hoofd en Marja ging naar binnen om boterhammen voor haar zoon te smeren. Toen ze met zes plakken brood terugkwam, keek ik opnieuw op van zijn eetlust. Inderdaad, Vincent had helemaal gelijk. Als je iets begon met zo’n jonge knaap zou je er haast een bijbaantje bij moeten nemen om te voorzien in het onderhoud ervan. Wat een eetlust! Ken was vrolijk en liet dat merken. Regelmatig had hij het woord en hoe vaak zijn vader hem ook zei dat hij niet met volle mond mocht praten, Ken trok er zich niets van aan. Was hij zich eindelijk bezig te ontworstelen aan het gezag van zijn ouders? Ik hoopte het voor hem. Uiteindelijk stapte Jan uit de conversaties door zijn vrouw te vragen of ze zin had in een korte wandeling zo voor het middageten. Ze stemde toe en zo bleven we met z’n tweeën achter. “En wat gaan wij doen vandaag?” vroeg Ken.

“Niet veel bijzonders, jongen. We blijven vandaag eens lekker thuis. Lekker in de zon liggen en luieren. Is wel eens lekker, niet dan?”

“Hmmm, oké, jij je zin maar morgen wil ik wel wat gaan doen hoor! Ik weet heus wel dat je het om mij doet. Je wilt dat ik me niet te veel inspan en zo.”

“Nee, dat is het niet. Niet helemaal in elk geval. Zelf wil ik ook graag wat rustig aan doen eventjes en bovendien is dit weer echt niet geschikt voor een ritje op de fiets. Het is eigenlijk zonde van het geld dat je vader heeft betaald voor die hele week maar als dit weer nog lang aanhoudt, zul je weinig op die fiets zitten.” Ik stond op en liep naar mijn huisje toe om ook een zwembroek aan te trekken. Ken was al snel bij me en liep doodgemoedereerd achter me aan naar boven. “Wat gaan we doen?” vroeg ik hem.

“Ik ga kijken hoe jij je omkleedt,” antwoordde hij heel kalm. Ik stapte uit mijn kleren maar voor ik mijn zwembroek aanhad, kreeg ik reeds een reactie te horen. “Je ziet er prachtig uit, Rogier. Echt! Vooral die kale ballen van je vind ik machtig mooi. Je scheert ze zeker, hè?”

“Ja, dat doe ik.”

“Ik had ze eerder al eventjes gezien maar nu ik alle tijd heb, zijn ze nog mooier.” Hij had een geweldig brede smile op zijn gezicht. Ik trok mijn zwembroek aan en joeg hem voor mij uit mijn slaapkamer uit.

“Hup naar buiten, jij gluurder!” Voor me aan ging hij de trap af en naar buiten. Hij had een badlaken op een van mijn stoelen gedeponeerd en pakte deze nu op. We legden beiden onze handdoeken op het gras neer op een plekje in de zon. Daarna smeerden we ons en elkaar in. Toen was het languit. Al snel echter was de rust voorbij. Hij bleef maar draaien en bewegen. “Zal ik je een boek geven? Dan heb je iets te doen tenminste.” Hij vond het prima. Even later was ik terug met een boek en gretig begon hij te lezen. De tijd ging snel voorbij en niet lang daarna waren Kens ouders weer terug. Ze waren behoorlijk bezweet en vertelden ons dat het weer was om helemaal niets te doen. Marja ging de middagmaaltijd (een warme) bereiden en voor ik er iets tegen in kon brengen had Ken mij al een plaatsje aan hun tafel toebedeeld. Inderdaad, het jong werd brutaler en brutaler. Om me wat nuttig te maken liep ik met Marja mee naar haar keuken nadat ik eerst een T-shirt had gepakt om aan te trekken. Ken en zijn vader waren ondanks de zojuist gedane bewering door Jan toch aan het tafeltennissen geslagen.
In de keuken hielp ik met het snijden van de groenten en Marja vond het opmerkelijk dat ik de worteltjes in zulke heel kleine plakjes sneed.

“Als Ken of Jan me helpen krijg ik altijd van die grote hompen. Niet dat ik er wat van zeg hoor, want elke hulp is prettig maar jij doet het echt heel erg goed zeg.” Ik vertelde haar dat ik al jarenlang zelf kookte. Eerst voor mijn vader en mij en het laatste jaar voor mij alleen. Ze luisterde aandachtig naar me en plots zei ze: “Het moet heel erg voor je zijn om zo jong je vader te verliezen.” Ik beaamde dit maar liet haar ook weten dat leven met zijn ziekte ook niet gemakkelijk geweest was. Zij kon zich dat prima voorstellen en vertelde over haar ouders die beiden ook aan kanker waren overleden. Zo voelden we, bleek al snel, elkaar prima aan.

De maaltijd was heerlijk. Een gewone, ouderwetse, Nederlandse maaltijd waar je het echt het langst bij uithoudt. Niet dat ik wat tegen heb op Italiaans, Indonesisch of wat dan ook maar Nederlandse kost is prima. Ook nu speelde Ken weer voor waterval en ik begon me af te vragen of zijn ouders hem zo ook kenden. Na het eten deden Ken en Jan de afwas. Ik zocht mijn handdoek weer op en zag ook de andere familie in de tuin liggen. Antoinette en haar, voor mij althans nog steeds naamloze, echtgenoot lagen op handdoeken en ik kon zien dat haar man er goed uitzag. Een mooi gespierde, lekker behaarde borstkas en stevige benen. Paul en Pauline speelden in de zandbak en bij de schommels. Het duurde niet lang voor Ken terug was. Samen met zijn vader zette hij twee tuinstoelen onder de grote boom neer en daarna liep hij naar mij toe. Toen hij langs Antoinette en haar man liep zag ik dat hij een steelse blik op de man wierp.

“En,” vroeg ik hem toen hij zich naast me uitstrekte, “beviel die man je wat?” Hij werd enorm rood in het gezicht.

“Ik heb helemaal niet gekeken zeg!”

“Wel degelijk wel! Ik zag het toch zelf!” Eventjes staakte ik mijn spreken omdat Jan en Marja aangelopen kwamen maar toen ze voorbij waren ging ik weer verder. “Kom, Ken. Je hoeft er niet om te liegen hoor!”

“Hmmm,” bromde hij. “Hij ziet er goed uit maar ik geef de voorkeur aan jou.”

“Ik denk ook niet dat je iets te kiezen hebt. Kijk maar eens.” Samen keken we naar het stel dat met elkaar lag te zoenen.

“Gut, moet je straks mijn ouders horen. Die vinden dat zoiets absoluut niet kan.” Ik lachte.

“En jij?”

“Ach, het maakt me niet uit. Als het kon zou ik ook hier met jou lekker gaan liggen zoenen.”

Toen moest ik blozen. “Ken???”

“Je vroeg er zelf om ,jochie.”

Paul en Pauline kwamen onze kant op met beide een zandgebakje en ik wist wat er ging gebeuren. “Willen jullie een taartje?” vroeg Pauline.

“Graag, mevrouw,” antwoordde ik voor Ken iets kon zeggen.

“Ze zijn wel van zand hoor!” reageerde Ken terwijl hij me met vraagtekens op het gezicht aankeek.

“Proef nou eerst maar eens hoe lekker ze zijn,” raadde ik hem aan. Hij nam het vormpje van Paul aan en toen de tweeling weer terugliep, rende ik naar mijn terras om de emmer op te halen. Ik zette de emmer bij ons in de buurt en gooide het vormpje leeg. “Meespelen, joh!” Ken volgde mijn voorbeeld en even later kwam het stel alweer terug.

“Was het lekker?” vroeg Paul.

“Heerlijk,” luidde de reactie van Ken. “Hebben jullie er nog meer?” En natuurlijk had de tweeling er nog meer. De emmer vulde zich gestaag en met elkaar hadden we de grootste lol. We prezen de bakkunst van de kinderen en zij leken het maar gek te vinden en niet te snappen waar wij al dat zand lieten. Dat was ons geheim.

Iets voor zes uur gingen Ken en ik naar binnen. Met een stapel boterhammen zetten we ons voor de televisie om een aflevering van ‘The Young Indiana Jones’ te kijken. Een leuke, avontuurlijke serie over de jeugdjaren van … Je snapt hem al. En dat mag gerust gezegd worden, de hoofdrolspeler is een leuke jongeman! Ken vond het leuk om te zien en ik natuurlijk ook. Toen de aflevering tegen kwart voor acht afgelopen was, vroeg ik hem of hij nog zin had om uit te gaan. Zijn ogen begonnen te glimmen en werden groot van verbazing.

“Echt, meen je het echt?”

“Ja, anders had ik het je niet gevraagd hoor.” Hij rende naar huis. Ik maakte van de tijd dat hij weg was gebruik om me te douchen en daarna weer netjes aan te kleden. Toen ik frisgewassen beneden kwam, zat hij op de bank. Zijn lange, zwarte haren nat van de douche en weer in een staart. Ik vroeg me af hoe het haar eruit zou zien als hij het los droeg. “Je ouders nog vragen gesteld?”

“Ja natuurlijk, maar gelukkig had je me niet verteld waar we heen gaan en dus kon ik ze geen antwoord geven op die vraag.” Een plagerige lach hing om zijn lippen. We reden naar Maastricht en daar bezochten we een discotheek. Betere muziek in elk geval dan de afgelopen woensdag in Slenaken. Het was er erg druk en het stonk er vreselijk naar sigaretten. Maar we hadden plezier.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2002 door Lucky Eye » woensdag 10 juni 2015 18:36

Hoofdstuk 10


Maandag 29 juli 2002

Het was al maandag toen we iets na drie uur thuiskwamen en meteen … wist je het al? Inderdaad … meteen ging het licht bij Kens ouders aan. De jongen slaakte een vloek van machteloosheid en ik kon ik me zijn teleurstelling heel goed voorstellen. Hij pakte mijn hand beet en drukte er een kusje op.

“Ik zal maar gaan. Anders vragen ze zich nog af waarom we zo lang in de auto blijven zitten.”

“Geef ze nog wat tijd, Ken. Ik zal er met je vader over praten. We moeten denk ik maar iets anders gaan bedenken. Dit werkt niet echt.” We stapten uit en wensten elkaar een goede nachtrust voor zover er nog iets van de nacht over was.

Waarschijnlijk had ik aan weinig slaap genoeg die nacht want opnieuw was ik vroeg wakker. Ik stopte de kleren die ik gisteravond gedragen had meteen bij de vuile was want ze stonken een uur in de wind. Gatverdamme, wat een vieze gewoonte was dat roken eigenlijk toch! Ik douchte me en kleedde me aan. Daarna werkte ik mijn ontbijt naar binnen en terwijl ik nog zat te lepelen zag ik Jans gezicht voor mijn zijraampje. Hij gebaarde of hij binnen mocht komen. Ik opende de deur voor hem en liep terug naar mijn bak met yoghurt en fruit. Hij ging naast me zitten.

“Sorry hoor, maar we konden beiden weer niet slapen en als je dan een auto hoort, ben je meteen helemaal wakker.”

“Maar had dan toch het licht uitgelaten?”

“Nee, dat konden we niet. We moesten weten dat hij veilig en wel weer terug was. Snap je het?”

“Ik snap het wel van jullie kant maar heb ook voor de tweede keer de teleurstelling op zijn gezicht gezien en dat is niet echt prettig.”

“Dat kan ik me ook voorstellen maar hoe kunnen we dit nou voorkomen?”

“Woensdag ben ik van plan om weer naar Slenaken te gaan en dan zou Ken best nadien bij mij kunnen blijven slapen. Jullie horen ons dan wel thuiskomen maar zullen dan wellicht niet de neiging hebben om het licht aan te doen en hem binnen te laten. Is dat misschien een idee?”

“Maar heb jij slaapplaats genoeg hier dan?”

“Kom, ik zal het je laten zien.” Ik ging hem voor de trap op en liet hem het kleine kamertje zien dat ik niet gebruikte. “Als hij hier zijn bed ’s middags opmaakt, kan hij hier net zo goed slapen als bij jullie.” Jan dacht na en nam er de tijd voor.

“Oké, dan moeten we het zo maar doen. Ik wil hem ook het gevoel geven dat we niet zo bezorgd zijn. Dat we hem vertrouwen. Dat heeft hij gewoon nodig.” Zo spraken we dus af.

Toen Ken eindelijk weer tot de levenden behoorde, ging ik met hem naar Oostmaarland. Daar is bij de Maas een mooi strand aangelegd. De hele dag bleven we daar. We lagen in de zon of zwommen in het koele water van de Maas. Ook zaten we nog een tijdje op een waterfiets. Het ding was echter zo vreselijk gammel dat ik het gevoel had mijn beenspieren compleet te forceren. Lang voordat onze tijd om was, stuurde ik het ding terug naar de wal en liet mijn ongenoegen duidelijk aan de verhuurder merken. Deze haalde alleen maar zijn schouders op.

Als middagmaaltijd namen we beiden patat met een kroket. Daarna was het weer bruin proberen te worden. Bij mijzelf kwam er niet zo heel veel kleur meer bij maar Ken werd nog steeds bruiner. En terwijl hij zo naast me lag begon ik me te bedenken hoe dat stukje lijf dat door zijn zwembroek (een blauwe, de tweede die hij gekocht had) werd bedekt af zou steken bij de rest van zijn mooi gekleurde lijf. Onwillekeurig begon in mijn zwembroek zich iets te roeren. Toen Ken zijn vingers om die van mij strengelde, schrok ik op uit mijn overpeinzingen.

“Hé,” fluisterde hij, “was je lekker aan het dromen?”

“Hoezo?”

“Kijk eens naar je kruis, man!” Ik keek naar beneden en zag dat ik behoorlijk hard was. Toen ik Ken aankeek zag ik weer zo’n plagerige lach op zijn gezicht. “Dacht je aan mij?”

“Ja,” erkende ik ruiterlijk en vertelde hem wat ik gedacht had.

“Vieze oude man,” berispte hij me op fluistertoon.

Toen het strand sloot, gingen we naar huis en we hadden eigenlijk eerder moeten opstappen want nu duurde het tijden voor we de parkeerplaats af konden. Thuisgekomen douchte ik als eerste terwijl Ken de boterhammen smeerde. Toen ik klaar was, stapte hij onder de douche. Zijn ouders wisten dat hij de hele dag bij mij zou zijn omdat er een goede film kwam op een van de commerciële zenders. Voordat de film begon, las de jongen de korte omschrijving van ‘Dead Poets Society’. Een film met opnieuw Robin Williams in de hoofdrol. Williams speelt in heel veel komische films maar deze werd aangekondigd als drama. Tijdens de zoveelste commercial break keek Ken me vragend aan.

“Is dit drama? Tot nu toe heb ik alleen nog maar gelachen!”

“Rustig maar, jongen. Het komt nog wel.” Ik kende de film en wist dat de dramatische wending pas op het einde kwam en toen die dan eindelijk kwam, zag ik hoe Ken tranen uit zijn ogen wiste. Ook was zijn boosheid ongemeen fel toen de leraar, de rol van Williams, het veld moest ruimen. “En?” vroeg ik hem na afloop.”

“Inderdaad een drama. God, wat moet die jongen wanhopig zijn geweest om zoiets te doen.”

“Ja. Hij kon geen kant op. Hij wist zijn eigen gevoelens niet goed onder woorden te brengen vanwege de dominantie van zijn vader. Bij die man klapte hij steeds dicht.”

“Ik kan me dat heel goed voorstellen. Het is net zoiets als bij mij thuis.”

“Echt?”

“Ja! Ook ik durf heel veel dingen gewoon niet te vertellen thuis. Niet tegenover mijn vader in elk geval. Ik zal hem nu in elk geval niet recht in de ogen durven te kijken om te zeggen dat ik homo ben en gevoelens voor jou heb.”

“Het is allemaal een kwestie van oefenen. Dat liet die leraar ook heel duidelijk zien. Je moet durven je los te maken. Je moet het wagen om eigen meningen erop na te houden. Goddank heeft mijn vader me dat al heel vroeg geleerd.”

“Je mag heel blij zijn dat je dat geleerd is, Rogier, want daarmee heb je een ontzettende voorsprong.”

“Ja, ik weet het. Ik zal geduld met je moeten hebben, Ken. Ik weet het. Maar probeer wel te blijven oefenen. Zoals ik je gisteren tijdens het koffiedrinken en het eten bij jullie zag, had ik het gevoel dat je al flink aan het oefenen was of zie ik het verkeerd?” Zijn glimlach vertelde me al dat ik het bij het rechte eind had.

“Eens moet ik toch beginnen nietwaar dus waarom nu niet!”

“Je hebt helemaal gelijk. Oefenen moet je!” Hij sloeg zijn armen om me heen en trok me dicht tegen zich aan. Het gaf me een heerlijk gevoel. Zijn lichaam zo dicht tegen het mijne aan. Zo had ik tijden met hem willen blijven zitten.

“Ik moet maar eens gaan. Ze weten vast ook hoe laat de film is afgelopen en anders komen ze me halen.”

“Goed, Ken, maar blijven oefenen, hè!”

Hij sprong in de houding en salueerde. En in stijl van de film zei hij: “Yes captain, my captain!” Ik was blij dat te horen en liet hem uit. Vluchtig kuste hij me op mijn voorhoofd en liet me alleen.


Dinsdag 30 juli 2002

Het weer was nog steeds veel te warm om jezelf te gaan uitputten op de fiets. Bovendien zouden we liters water mee moeten torsen om hetgeen verloren zou gaan tijdens de sportieve inspanning weer aan te vullen. Dus: gewoon niet doen!

Om kwart voor negen klopte ik aan bij het huisje van Ken en zijn familie. Zijn ouders waren natuurlijk al wakker maar meneer zelf lag nog op één oor. Ik vertelde zijn ouders dat ik naar Gulpen wilde naar het zwembad. Marja ging naar boven om haar zoon wakker te maken en hem te zeggen dat hij op moest schieten. En zo reed ik een paar minuten later met hem weg terwijl hij onder het rijden zijn ontbijt naar binnen werkte. Hij was in elk geval stil dus!

Het zwembad ging om halftien open en we waren keurig op tijd. Gedurende de eerste uren konden we naar hartelust gebruik maken van de wildwaterbaan en de diverse waterglijbanen maar allengs werd het drukker en drukker. Tegen twaalven was de lol voor mij er goed af. Niet dat de pret in die dingen over was, maar het was me gewoon veel te druk en continue een voet in je buik, rug of edele delen vind ik nou niet echt prettig. En dus verlieten we het overdekte gedeelte en legden ons op de ligweide. Ik had boterhammen gesmeerd voor ons beiden en rekening gehouden met de geweldige eetlust van Ken zodat ik zelf ook genoeg zou kunnen krijgen. Lang lagen we in de zon en toen we tegen vijven bij de auto waren belde ik Kens ouders op dat we in Gulpen iets zouden eten en dat Ken daarna een film bij mij bleef kijken. Het was geen probleem. Ken koos voor pannenkoeken en in de verbouwde watermolen vlakbij het zwembad genoten we beiden niet alleen van het geserveerde maar ook van het gesprek. Het was gewoon ontzettend gezellig. Daarna terug naar huis. Ik maakte koffie en om precies 20.30 uur begon de film getiteld ‘If looks could kill’. Volgens de beschrijving op teletekst een komedie over een persoonverwisseling maar terwijl we zaten te kijken werd onze verbazing steeds groter. De omschrijving paste totaal niet. Het was veeleer een politiefilm maar pikant detail was dat de hoofdpersoon in het verhaal een biseksuele jongeman was die zijn geld verdiende als gigolo voor beide sekses en daarnaast nog heel veel meer geld bijeen wist te vergaren door allerlei duistere zaakjes als verzekeringsfraude en zo. De hoofdrolspeler was echt een knappe vent en regelmatig liet Ken me weten dat hij vond dat de jongen op mij leek en echt ik kon dat niet anders zien dan als een compliment. Gelukkig werd hij op het eind wel gepakt! Want een film of boek waarin de slechterik uiteindelijk de dans ontspringt, daar kan ik niet tegen. Daarna zaten we nog een hele tijd gezellig bij elkaar op de bank. De gordijnen waren gesloten en Ken had zijn arm op mijn schouder gelegd. Opnieuw voelde het enorm goed aan en wanhopig vroeg ik me af waarom ik nog steeds geen beslissing had genomen. Waarom had ik nog steeds niet gezegd dat ik van hem hield?

Kwart voor twaalf stond hij uit eigen beweging op, rekte zich uit en gaapte. “Moet maar eens gaan want wilde jij morgen niet om half tien al vertrekken?”

“Inderdaad, luiwammes, je hebt het helemaal juist. Geen uitslapen voor jou dus morgen.”

“En vandaag ook al niet. Als ik straks allemaal dikke blauwe wallen onder mijn ogen krijg, is het jouw schuld. Als je dat maar weet,” zei hij met een beschuldigend vinger in mijn richting. Daarna volgde vrijwel meteen een glimlach. “Tot morgen, Rogier.”

“Tot morgen, Ken.” Ik liet hem uit en sloot de deur achter hem. Snel kroop ik op de bank om de laatste bladzijden van het derde boek uit te lezen. Kon ik morgen mooi aan het vierde gaan beginnen.


Woensdag 31 juli 2002

Ik las net de laatste woorden toen er hard op de deur gebonkt werd. “Rustig maar,” riep ik, “ik kom er al aan!” Ik opende de deur en werd verrast door het licht van heel veel kaarsjes op een grote taart. Driestemmig klonk het ‘Lang zal hij leven’ voor mij en de tranen sprongen me in de ogen. Waar ik verwacht had die eerste minuten van mijn verjaardag alleen te moeten doorbrengen, werd ik compleet verrast. Toen het koortje uitgezongen was, kuste Marja me drie keer en kreeg ik van Jan een stevige handdruk en van Ken een handdruk plus ondeugende knipoog. De familie kwam binnen en snel zorgde ik voor iets te drinken voor ons allen. Marja had inmiddels het broodmes gepakt en begon de taart op te delen in stukken.

“Zo,” sprak ze, “nu ieder een flink stuk dan hebben we later op de dag ook nog wat.”

“Op je gezondheid!” hief Jan zijn glas en daar dronken we op. Anderhalf uur later ongeveer stapte de familie Walters weer op maar niet voordat we besloten hadden om het vertrek een uurtje uit te stellen.

“Gelukkig,” verzuchtte Ken, “kom ik toch nog toe aan mijn schoonheidsslaapje.” Gelach alom.

Toen het weer stil geworden was, nam ik er rustig de tijd voor om nogmaals een glas te heffen op mijn vierentwintigste verjaardag: “Op jou, pa! Blijf alsjeblieft een beetje op me letten want ik heb je nodig. Nog steeds zo verschrikkelijk hard nodig!” De tranen blonken in mijn ogen en ik liet ze de vrije loop. Het was mijn eerste verjaardag zonder mijn vader en meteen ook de eerste met Ken. Toen die gedachte door mijn hoofd schoot, wist ik dat ik een beslissing genomen had.

Bij het wakker worden was het nog maar net zes uur. Ik had opnieuw een korte nacht gemaakt maar was gewoon klaarwakker. Ondanks dat mijn gordijnen dicht waren, kon ik al zien dat het weer heel anders was dan de vorige dagen waarop de zon altijd al behoorlijk hoog aan de hemel had gestaan. Toen we ons allen verzameld hadden bij mijn auto, Ken als allerlaatste natuurlijk, reed ik de familie Walters over dezelfde route die ik een week daarvoor met de fiets had gemaakt. In Eupen bezochten we een chocoladefabriek. In de fabriekshal konden we het proces van inpakken en verzenden zien en op een film zagen we ook nog de bereiding. Na de fabriek reed ik door Eupen naar de stuwdam toe. Bij het restaurant aldaar lieten we het ons goed smaken en alhoewel Jan als eerste zijn portemonnee trok, betaalde uiteindelijk ik. Tenslotte had ik hen uitgenodigd, nietwaar? Na het eten speelden Ken en ik in de speeltuin en niets was ons te dol. Jammer vond ik het dat vooral Jan zo sceptisch keek toen hij ons daar rond zag dollen. Marja genoot wel van ons druk gedoe, had ik het idee. Ik trok me er echter niets van aan en deed wat ik wilde doen. Daarna volgden we nog een rondleiding bij de elektriciteitscentrale. Ken was door het gespeel erg lacherig geworden en regelmatig vermaande zijn vader hem, zonder dat het iets hielp trouwens. En ik, ik moest ontzettend veel moeite doen om me goed te houden.

Op de terugweg stopten we bij de oorlogsbegraafplaats waar we met gepaste eerbied rondliepen. Onvoorstelbaar gewoon dat zoveel mensen gesneuveld zijn voor de vrijheid. En dit was nog maar een van de zovele oorlogsbegraafplaatsen.

Terug in Nederland stopten we ook nog eventjes in Slenaken bij ’t Brugske. Daar stond Jan erop dat hij de verteringen betaalde en ik liet hem. Op een aanplakbiljet lazen we dat er diezelfde avond een coverband zou optreden in het dorp en dus zou de muziek in elk geval beter zijn dan een week tevoren. Terug thuis nodigde Marja mij uit om bij hen brood te eten. De koffie werd die avond bij mij genuttigd en we lieten ons een nieuw stuk van de taart goed smaken.

“Voordat jullie zo weg gaan, moet jij je lakens en kussen maar even gaan halen, Ken!” zei Jan tegen zijn zoon. Ken keek hem met grote ogen aan. “Ja, dan hoeven wij vannacht niet wakker te blijven tot je thuis bent.”

“Dat had anders ook niet gehoeven hoor!” antwoordde hij.

“Nee,” begon zijn moeder, “dat weten we maar het is voor ons ook nog ongewoon. Als je nu vannacht bij Rogier hier blijft slapen, is het voor ons wellicht ook iets gemakkelijker.” Met zijn ouders ging hij terug naar huis en kwam even later met lakens en kussen terug.

“Ideetje van jou?” was het eerste wat hij zei toen hij binnen was.

“Ja.”

“Je bent een ondeugend baasje, geloof ik.”

“Nee, Ken. Helemaal niet. Kom mee!” Ik liep naar boven en opende de deur van het kleine kamertje. “Kijk, hier kun jij slapen en ik slaap in mijn eigen bed.”

“Hmm, jammer.”

“Wie is er nou ondeugend van ons tweeën?”

Netjes maakte hij het bed op en toen hij klaar was, reden we naar Slenaken. De muziek klonk goed en op hetzelfde terras als de vorige week was het net zo gezellig. Regelmatig kreeg Ken verzoekjes van meisjes om te dansen maar steeds wees hij het af.

“Kom jongen, laat nou eens zien dat je swingen kunt,” moedigde ik hem aan.

“Wil je dat echt zien?”

“Natuurlijk!”

Toen er opnieuw een meisje aan ons tafeltje verscheen, hapte Ken toe. Het was werkelijk geen gezicht. Ken was zo houterig als het maar kon en toen er een langzaam schuifelnummer volgde, bedankte hij het meisje en haastte zich terug naar zijn plaats. Met een big smile op mijn gezicht wachtte ik hem op.

“Zit niet zo gemeen te lachen,” beet hij me toe.

“Prachtig, Ken! Nog nooit heb ik iemand zo zien dansen.” Ik kon er niets aan doen maar moest gewoon lachen. Natuurlijk kreeg ik een por in mijn ribben. Daar had ik tenslotte ook om gevraagd. Ik probeerde die avond ook een Bacardi Breezer om Ken een plezier te doen maar heus die rommel is aan mij niet besteed.

Donderdag 1 augustus 2002:
Half twee werd het voor we opstapten. Korte tijd later waren we weer thuis.

“Mag ik gebruik maken van je douche?” vroeg Ken beleefd.

“Ga je gang. Als je klaar bent, roep dan even want dan ga ik ook nog even douchen.” Hij liep naar boven en ik waste ondertussen de koffiekopjes en schoteltjes van het gebak af.

“Klaar!” hoorde ik hem roepen en daarna het geluid van deuren. Eventjes bleef ik nog wachten en nadat ik de gordijnen dichtgetrokken had en de lampen had uitgedaan, ging ik naar boven. Ik kleedde me op de gang uit en nam een handdoek mee de badkamer in. Het water voelde weer eens lekker aan. Ik had me moe gevoeld maar het water deed me beseffen dat ik nog fut genoeg had. Terwijl ik daar zo stond, wist ik ineens dat ik nu Ken zou gaan zeggen dat ik van hem hield. Er was geen beter moment dan dit moment. Hij was bij mij en wat ervan zou komen zou ik wel zien. Ik droogde me af, opende de deur van mijn kamer om een short aan te trekken met de bedoeling daarna naar zijn kamer te gaan. Maar het liep anders. Toen ik mijn kamer binnenstapte zag ik hem languit en spiernaakt op mijn bed liggen. Zijn donkere haren lagen los en uitgewaaierd op het hoofdkussen. Van verbazing viel mijn mond open. Pas toen merkte ik dat hij in diepe slaap was. Eventjes stond ik in dubio wat te moeten doen. Zou ik hier bij hem in bed stappen? Of zou ik naar zijn kamer gaan? Ik koos voor het eerste. Het was tenslotte mijn bed, nietwaar? Ik trok een short aan, ging op mijn zij naast hem liggen en het licht van de volle maan gaf me voldoende zicht om dat prachtig mooie lijf van deze jonge kerel te bekijken. De witte plek rond zijn middel stak enorm af bij de rest van zijn gebruinde lichaam en maakte dat ik begon te glimlachen. Zijn pik was halfstijf en behoorlijk dik zo zag ik. Een grote bos donker schaamhaar zat erboven en ook zijn ballen waren stevig behaard. Ik genoot en kreeg alleen al van het kijken een stijve. Ik vouwde mijn armen onder mijn hoofd en probeerde in slaap te komen. Het viel niet mee. Toen Ken me zijn rug toekeerde had ik ook een mooi uitzicht op zijn achterste. Ik had al gezegd dat hij mager was maar ondanks dat, had hij toch lekkere billetjes. Snel daarna viel ik in slaap.

Geheel tegen mijn gewoonte in sliep ik gelukkig weer eens wat langer. Als je bijna steeds laat naar bed gaat, is het gewoon goed om eens wat langer te slapen. Op mijn horloge kijkend, dat naast het bed lag, zag ik dat het inmiddels half tien geweest was. Eventjes bleef ik nog liggen en genieten van het prachtige uitzicht op dat mooie jonge lijf van Ken maar toen dwong mijn maag me zowat het bed uit. Ik had honger en niet zo’n klein beetje ook! Ik trok een T-shirt aan, opende voorzichtig de iets krakende deur en ging naar beneden. Ik zette koffie en thee en begon aan het aanrecht de boterhammen te smeren. Een hele stapel voor Ken en drie voor mij. Ik hoorde de deur boven open gaan en zag hem naar beneden komen. Hij was nog steeds helemaal bloot.

“Goedemorgen, lieve Rogier,” zei hij toen hij naast me stond en zijn armen om me heen sloeg.

“Goedemorgen, Ken. Zou je niet iets aantrekken?”

“Nee, geen zin in,” zei hij terwijl hij zijn naakte lijf dicht tegen me aandrukte. Nu moest het gebeuren. Nu moest ik het zeggen.

“Ken, ik houd van je,” zei ik en ik zag hoe zijn vrolijke gezicht nog vrolijker werd en gewoonweg begon te stralen.

“ECHT???”

“Ja, ik had het je gisteravond al willen vertellen maar je was zo diep in slaap dat ik het zonde vond om je wakker te maken.”

“Shit, man! Had je moeten doen dan …”

“Nee, je sliep zo lekker!.” Ik hield mijn hoofd schuin om hem te kunnen kussen en toen, toen ineens zag ik het hoofd van Jan Walters voor het zijraampje. Shit! !k had geheel gedachteloos bij het naar beneden gaan het gordijntje open geschoven! “Verdomme, je vader!” zei ik terwijl ik me van hem terugtrok.

“SHIT!!!” riep Ken uit en rende naar boven. Vrijwel meteen daarna werd er hevig op mijn deur gebonkt. Snel liep ik ernaar toe en deed de deur van het slot. Jan stormde naar binnen.

“Waar is Ken!”

“Hij is naar boven gerend.”

Jan rende het trapje naar het keukengedeelte op en bleef onder aan de trap naar de eerste verdieping staan. “Ken! Kleed je onmiddellijk aan en kom dan mee naar huis!” schreeuwde hij naar boven. Er volgde geen reactie en Jan schreeuwde: “Heb je me gehoord!”

“JA!”

“En jij,” met een uitgestoken wijsvinger kwam hij op me af. “Ik vertrouwde je, Rogier! Ik heb je gevraagd om voor mijn zoon te zorgen en jij, jij hebt hem tot een flikker gemaakt! Tot hetzelfde walgelijke soort dat je zelf ook blijkt te zijn! Waarom ben je niet eerlijk tegen me geweest!”

“Je hebt me nooit naar mijn seksuele geaardheid gevraagd!” herinnerde ik hem.

“Maar verdomme je hebt hem misbruikt! Hij is nog een kind, verdomme!”

“Wat is er volgens jou dan gebeurd, Jan? Wat heb je gezien?”

“Ik heb genoeg gezien om te weten dat jij met je smerige klauwen aan mijn onschuldige zoon gezeten hebt!”

“Wat heb je gezien,” herhaalde ik zo kalm mogelijk.

“Hij stond bloot voor je en jij wou hem gaan zoenen.”

“Ja, dat klopt. Ik wilde hem gaan zoenen omdat hij mij vrijdagavond al verteld had dat hij van mij hield. Ik was daar nog niet aan toe toen. Had er problemen mee omdat ik mijn gevoelens voor hem niet op een rijtje had …”

“Kom op, Rogier! Geen smoesjes! Je hebt misbruik van hem gemaakt! Verdomme! Hij is nog maar zestien! Een kind nog!”

“Nee, hij is geen kind meer. Hij is een mens die verliefd is en normale seksuele verlangens heeft.”

“Noem jij wat jij met andere kerels doet normale seksuele verlangens?”

“Ja. Wat ik met anderen doe daar is helemaal niets mis mee.” Ineens schoot zijn hand in mijn richting. Ik onderschepte hem voordat hij me kon slaan. “Alsjeblieft, Jan. Ik kan me je boosheid, je machteloze woede wellicht voorstellen maar waag het niet me te slaan want dan sla ik je terug.”

“Je dreigt! Je durft mij te dreigen!”

“Nee, ik waarschuw je alleen maar. Scheldt op me. Laat me met woorden zien dat je boos en verontwaardigd bent maar waag het niet me te slaan.”

“Waar heeft dat jonk geslapen vannacht.”

Het woord ‘jonk’ sneed me door merg en been. Zo spreek je niet over je eigen kind.

“Ken heeft vannacht in mijn bed geslapen.”

“Vieze vuile flikker! Zie je wel dat je misbruik van hem gemaakt hebt! En niet alleen van hem maar ook van mijn, van ons vertrouwen in jou!”

“Er is helemaal niets gebeurd van wat jij veronderstelt! En …”

“Je hebt net zolang op me ingepraat tot hij hier bij jou bleef slapen. Netjes gedaan hoor Rogier! Keurig gespeeld! Goed voor zijn zelfvertrouwen, zijn eigen verantwoordelijkheid. Nee! Alleen maar goed voor jouw sekslust!”

“Hij lag slapend in mijn bed toen ik onder de douche vandaan kwam. Zo vond ik hem en ik heb hem laten slapen. Ik heb hem tot nu toe nog met geen vinger aangeraakt. De kus die ik hem wilde geven toen ik jou zag zou ons eerste, echte lijfelijke contact zijn geweest. Geloof me!”

“Ik geloof helemaal niets meer van jou! Je hebt handig gebruik gemaakt van ons verzoek om een jonge vent in je bed te krijgen en te misbruiken en je hebt hem tot een flikker gemaakt. Zo was hij niet. Zo is hij nooit geweest.”

“Je zoon is zoals hij is, Jan, en dat zul je moeten aanvaarden.”

“Nooit! Mijn zoon heeft geen afwijking!” Jan draaide zich om en liep naar de trap. “Schiet op, Ken kom naar beneden!”

Ken had boven staan luisteren waarschijnlijk want op het commando van zijn vader kwam hij naar beneden zetten. De tranen liepen hem over de wangen. Ik had ontzettend veel medelijden met hem dat hij onze felle discussie aan had moeten horen.

“Naar huis! Nu meteen!” Ken rende het huis uit. “En jij! Blijf uit de buurt van ons kind. Waag het niet hem nog aan te spreken of zelfs maar in zijn buurt te komen.” Woest draaide Jan zich om.

“Alleen als hij me zelf zegt dat alles voorbij is.” Meteen had ik spijt van mijn opmerking.

“Daar kan voor gezorgd worden!” Met grote passen liep Jan mijn huisje uit.

Verdomme! Ik vervloekte mezelf. Ken zou nooit tegen de dwang van zijn vader opgewassen zijn. Nog niet! Hij zou nog veel meer moeten oefenen voor hij zijn eigen mening zou durven uitspreken, voor hij de stemmen in zijn hoofd en hart zou durven te volgen en in daden omzetten. Dit wat ik van hem vroeg was teveel gevraagd. Nogmaals vervloekte ik mezelf.

Jan kwam terug en hield Ken beet aan diens arm. “Zeg het hem!”

De ogen op de grond gericht begon Ken te praten. “Het lijkt me beter,” snifte de jongen, “dat we elkaar niet meer zien.”

Ondanks dat ik het voorzien had, dat ik het helemaal kon volgen, voelde ik het toch als een messteek in mijn rug.

“Rot op, Rogier! Laat ons met rust!” siste Jan. De deur sloeg met een klap dicht en ik zakte langzaam op de grond.


©Lucky Eye, januari 2015 (gereviseerde versie)
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Reacties zijn welkom op de site maar ook op mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
 

Plaats een reactie

Volgende

Terug naar Lucky's Corner

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast


cron