Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Lucky's Corner
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

VAKANTIE 2001


Verhalen vanLucky Eye

Plaats een reactie

Bericht VAKANTIE 2001 door Lucky Eye » maandag 02 maart 2015 15:00

Een verhaal van Lucky Eye

Disclaimer:
Dit verhaal is niet gebaseerd op feiten. Elke overeenkomst met gebeurtenissen, personen, plaatsen en tijden berust dan ook op toeval.

Reacties zijn altijd welkom. Je kunt ze plaatsen hier op de site op de daarvoor bestemde plaats of rechtstreeks mailen naar mij.
© Lucky Eye, januari 2015 (gereviseerde versie)
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.
lucky_eye2@yahoo.co.uk


VAKANTIE 2001


DE EERSTE WEEK

Hoofdstuk 1

Opmerking vooraf: Ik weet heus wel dat de week op maandag begint. Christenen zeggen echter dat zondag de eerste dag van de week is. Als je in de vakantieperiode een huisje huurt voor een of meerdere weken, begint de week echter altijd op een vrijdag of zaterdag. In mijn geval dus op een …


Zaterdag 21 juli

Op de 21e juli, volgens de ANWB een van de drukste zaterdagen in de zomervakantie, pakte ik ’s ochtends vroeg mijn auto in en ging op weg. Het dorp door en richting de snelweg. Niet zoals in vele voorgaande jaren richting Schiphol maar dit keer om eens vakantie te gaan vieren in eigen land. Jaren achtereen was ik met mijn vriend naar zonnige oorden rond de Middellandse Zee gegaan en ook de afgelopen twee jaren had ik daar in mijn eentje de vakantie doorgebracht, zoekend naar herinneringen aan voorbije tijden. Nu dat proces echter afgesloten was, wilde ik ergens naar toe waar ik nog nooit met hem samen was geweest. Mijn keuze was gevallen op Zuid-Limburg. Al in januari had ik een huisje besproken net even buiten Epen. Het plaatje in de folder van de VVV was schitterend geweest en het had me meteen getrokken. Ik ging voor de rust, de stilte, het alleenzijn. Drukke vakantiecentra hoefde ik niet (meer). Wandelen, fietsen en af en toe eens helemaal niets.

Het was inderdaad druk op de weg maar niet extreem. Bij Arnhem was het even in file rijden maar het reed tenminste nog. De signalering boven de weg maakte me kwaad. Stond de enorme rij auto’s op twee banen stil dan gaven die dingen 70 aan! Werd er lekker doorgereden dan ineens weer 50 terwijl je minstens 80 kon rijden! Gek word je soms toch van die echt Nederlandse betutteling. Bij een tankstation maakte ik even een stop voor een plas en een kop koffie. Bij het knooppunt Grijsoord was het weer even hectisch op de weg vooral omdat veel mensen niet precies wisten waar ze heen moesten en de raarste capriolen uithaalden. Zomaar van baan verwisselen zonder richting aan te geven bijvoorbeeld. Daarna verliep de reis soepel. Geen enkel probleem meer. De grens met Limburg werd al snel overschreden en bij Venlo kwam pas het echte verkeersprobleem. De Napoleonsweg; tweebaans dwars door Limburg heen. Maar ik had deze weg verkozen boven de route over Eindhoven alleen al vanwege het uitzicht en de leuke dorpjes aan weerszijden van deze verkeersader. Maar opschieten kun je daar absoluut niet. Het verkeer slingerde zich als een lang aaneengesloten lint door de kleine plaatsjes heen. Rustig blijven en niet te hard willen, luidt dan het advies. En ik had vakantie dus wat zou ik me druk maken!

Bij Thorn ging het weer de snelweg op richting Maastricht. In Echt stopte ik even bij de McDonald’s. Een ongezonde snelle hap, zij het met de McSalad Shaker en weer verder in de richting van het heuvelland. Aan het eind van de reis ging het bijna nog mis. De routebeschrijving die ik gekregen had van de verhuurders van het huisje klopte niet helemaal omdat er wegwerkzaamheden waren. Vlak voor de grens dus toch maar even de kaart gecontroleerd. Daarna nam ik de eerste de beste afslag om niet in Duitsland te belanden. Via Simpelveld kwam ik uiteindelijk in Nijswiller uit en vanaf daar kon de gekregen routebeschrijving weer gevolgd worden. Bij Wahlwiller in de richting van Mechelen en toen begon het landschap gigantisch mooi te glooien. De heuvels strekten zich voor me uit en merkwaardig genoeg begon ik me ineens thuis te voelen. Het voelde fantastisch. Met de ogen wijd opengesperd om maar niets van het wondermooie landschap te missen reed ik verder. Door het dorpje Mechelen waar ik stevig op de rem moest omdat er gewaarschuwd werd dat de maximumsnelheid 30 was in plaats van 50 en dat een overtreding ƒ 280,00 zou gaan kosten. Weer zoiets Nederlands. Nee niet de boete hoor, daar had ik geen probleem mee maar er was gewoon geen enkele reden om daar nu maar 30 te mogen rijden. Oké, er waren wegwerkzaamheden maar op zaterdag en dan ook nog in de bouwvakvakantie werkte er natuurlijk geen hond.

Drie kilometer na Mechelen kwam Epen in zicht. Een prachtig mooi dorp maar het was er druk. Ik zocht en vond een parkeerplaatsje en liep de hoofdstraat in om wat inkopen te doen bij de supermarkt. Een halfuur later stond ik weer op de stoep met een doos vol boodschappen. Toen nog even snel de routebeschrijving bekeken en maar weer op weg. Het dorp door en dan in de richting van Vaals. De weg kronkelde zich in de richting van de Geul, stak deze over en begon toen te hellen. Het ging flink omhoog. Halverwege de klim liep de weg naar links bij een muurtje en toen weer steil omhoog. Aan de linkerkant was camping ‘De Rozenhof’ met een cafetaria. Een mooie gelegenheid om eens te gaan eten als ik zelf geen zin had om iets te maken, bedacht ik. Boven aan de top van de heuvel sloeg ik een klein weggetje in naar rechts. Het bordje vermeldde ‘Camerig’. Ik was er bijna. Superlangzaam verder rijdend, omdat het een verrekt smal niet te overzien weggetje was, kwam ik waar ik moest zijn. Ik draaide het erf op en parkeerde de auto op het met rode steentjes bedekte terrein. Ik opende het portier en zag meteen iemand uit het huis komen. Een donkerharige vrouw kwam me, toen ik uitgestapt was, met uitgestoken hand tegemoet en begroette me met een duidelijk Limburgs accent: “Hebt u een goede reis gehad en kon u het makkelijk vinden?”

“Ja hoor, dat ging prima en ook nog weinig oponthoud gehad. Alleen het laatste stukje. Er was een omleiding maar ik heb het gevonden.” Ze ging me voor naar mijn onderkomen voor de komende twee weken en liet me zien waar alles was. Het was goed ingericht en ik had de keuze uit wel twee slaapkamers. Na de korte rondleiding wenste ze me een goede vakantie en zei dat er altijd iemand thuis was, mocht ik vragen hebben. Ik bedankte haar en liet haar uit. Voor het venster staand, dat bijna de hele voorgevel van het huisje besloeg, keek ik uit over een mooie grote tuin en in de verte het Geuldal. Echt schitterend. Een tijdje stond ik daar te genieten alvorens terug te gaan naar de auto om mijn tas te halen. Bij de auto aangekomen hoorde ik hoefgeklepper. Ik keek om me heen en zag een paard het terrein van de buren oplopen. Met mijn tas in de hand bleef ik staan kijken. Niet dat ik zo geïnteresseerd was in paarden maar de jongen die op de rug van het paard zat was zeker de moeite van het bekijken waard. Hij reed echter snel voorbij en met een starende blik bleef ik achter. Verschrikt over mijn eigen gedrag, liep ik hoofdschuddend naar mijn huisje. Wat had ik toch, wat stelde dit voor. Nou ja met kijken is natuurlijk niets mis maar ik had daar echt staan te staren naar hem en een vreemd, oud gevoel had zich van me meester gemaakt. De jongen was hooguit twintig en ik al flink onderweg naar de dertig. Dat kon toch nooit wat worden. Hij kon veel leukere en vooral jongere jongens krijgen als hij überhaupt al belangstelling voor jongens had! Misschien had hij wel een vriendin. Maar wat maakte ik me toch ook druk om zo’n jongen? Over mijn liefdesleven had ik geen klagen. Ik had dan wel een verbroken relatie maar in de twee jaren daarna was ik best wel aan mijn trekken gekomen.

Na het avondeten nam ik een douche om het figuurlijke reisstof van me af te spoelen en in short en T-shirt keek ik nog wat TV. Al snel kon het me echter niet meer boeien en besloot ik maar naar bed te gaan. Een goede nachtrust zou me goed doen. In bed viel ik als een blok in slaap.


Zondag 22 juli

De volgende ochtend was ik al tegen vijven wakker. De vogels floten er flink op los en de zon scheen al uitbundig door de kieren van het gordijn heen. Een tijdje bleef ik nog liggen maar tegen zeven uur had ik pijn in mijn rug van het heen en weer draaien. Dan maar eruit! Ik waste me en haalde het scheermes over mijn gezicht. Met een paar gesmeerde boterhammen zette ik me aan de tuintafel voor het huisje. Het was nog niet echt warm maar korte broek en T-shirt voldeden prima op deze slome zondagochtend. Van de plek waar ik zat kon ik aan de rechterkant het erf van de buren zien en ook het paard dat ik gisteren gezien had. Nadat ik het eten op had, liep ik met een kapje van het brood naar het beest toe. Ik bleef bij het hek staan en tikte er tegen om de aandacht te trekken. Het beest reageerde echter nauwelijks, even hief het de kop, sorry het hoofd, op om me glazig aan te kijken maar voor het stuk brood dat ik zelf niet wilde eten had het geen belangstelling. Ik hield het in de hand misschien waren er nog wel ergens eendjes of zo.

“Verspilde moeite hoor,” hoorde ik plotseling achter me. Ik draaide me om en zag de jongen van gisteren aankomen met een zadel en allerlei andere dingen die je nodig hebt om een paard op te tuigen.

“Hoe bedoel je?”

“Dat kapje brood.” En hij wees naar mijn hand. “Marie is verwend en maakt zich echt niet druk om zoiets. Een suikerklontje, dat werkt beter.” Hij legde het zadel over het hek heen en daaroverheen de leidsels om vervolgens een klontje uit de zak van zijn strakke, beige rijbroek te halen. Hij legde dit op zijn hand en floot op de vingers van zijn andere hand. Meteen kwam het paard aangelopen. “Ziet u, dat doet wonderen,” zei hij terwijl het paard het klontje van zijn hand hapte en hij het dier over de kop aaide. “Wilt u haar ook even aaien?”

“Nee, doe maar niet. Ik heb het niet zo op zulke grote beesten.” Verbaasd keek hij me aan.

“Waarom bracht u haar dan dat kapje brood?”

Gut ja, waarom eigenlijk. Ik haalde mijn schouders op. “Waarschijnlijk iets waar ik niet zo snel bij nagedacht heb. Soms heb ik dat, dan doe ik ineens iets waar ik helemaal niet bij nadenk. Echt naïef van me.” Hij lachte, opende het hek en stapte het weiland in. Terwijl hij het dier optuigde bleef het stil staan. De jongen scheen goed met het paard overweg te kunnen. In een snelle beweging steeg hij op en reed het hek uit.

“Zeg, wilt u het hek misschien sluiten?” Natuurlijk wilde ik dat wel. Hij stak zijn hand naar me op en reed weg. Ik keek hem na en verdomme, daar was dat zelfde gevoel als gisteren weer. Wat was er met me aan de hand? Ik slenterde terug naar mijn terras en genoot van de zon op mijn lijf. Kon het hele leven maar uit dit soort momenten bestaan. Heerlijk lui in een stoel in de zon zitten. Zo genietend, doezelde ik warempel nog wat weg en haalde ik toch nog wat gemiste slaap in. Tegen tien uur zette ik koffie en toen ik aan mijn tweede kop toe was, hoorde ik het paard en de jongen terug komen. Vanaf mijn plekkie sloeg ik ze gade. Waarbij, ik hoef je het al niet meer te zeggen denk ik, de jongen de meeste aandacht kreeg. Halflang pikzwart haar met een scheiding in het midden, donkerbruine ogen (niet dat ik dat vanaf mijn terras kon zien maar dat had ik vanochtend al opgemerkt), wit T-shirt, strakke rijbroek en hoge zwarte laarzen. Toen hij het paard weer in het weiland had gelaten en terugliep met het tuig stak hij een hand naar me op. Ik groette hem terug. Had hij echt naar me gelachen?

Die dag bleef ik verder thuis. Zin in een wandeling had ik niet en de fiets die ik besteld had zou pas morgen gebracht worden. Gewoon lekker lui in een stoel of plat op een handdoek in de tuin. De kinderen van de andere twee huisjes speelden in de tuin met elkaar en met hun ouders praatte ik ook nog eventjes. Je weet wel, de gewone uitwisselingen: waar komt u vandaan, bent u hier al vaker geweest en dat soort zaken. Na het avondeten, gebakken aardappelen met appelmoes en een schnitzel, liep ik de heuvel af om een ijsje te halen in het dal. Op de terugweg kwam ik, hevig likkend omdat het ding in mijn handen dreigde te smelten, de jongen van het paard tegen met een groep jongens en meisjes. Opnieuw groette hij me vriendelijk en inderdaad: hij lachte naar me.


Maandag 23 juli

De volgende ochtend was ik weer vroeg wakker en dit keer stapte ik meteen uit bed. Dan maar vroeg ontbijten en vroeg op pad. Voordeel van vroeg wandelen is dat alles nog zo lekker fris ruikt. Bovendien loop je je niet zo snel in het zweet aangezien het nog niet al te warm is. Aan de hand van een wandelgids liep ik door weilanden en bossen, over hellingen en langs beekjes. Werkelijk schitterend gewoon. Na een paar uur gelopen te hebben stopte ik even om wat te drinken. Daarna ging ik weer verder. Langzamerhand werd de wereld om me heen wakker en zag ik de eerste andere wandelaars lopen. Ook mountainbikers kwam ik tegen en de hellingen en heuvels bekijkend vroeg ik me af of ik dat zelf wel zou kunnen redden. Ach, dat zou ik ook wel zien. Op een bospad kwam me een paard met berijder achterop. Ik maakte ruimte en in volle draf reed hij me voorbij. Het was de jongen.

“Goedemorgen,” riep hij naar me en ik groette terug.

Net na het middaguur was ik weer thuis. Gek genoeg keek ik meteen of het paard weer in het weiland stond. Ja. Jammer! Geen kans dus meer om de jongen te zien. Een koude douche dat is wat ik nodig had. Ik spoelde de warmte van het lopen en het vreemde gevoel dat de jongen me gaf van me af. Een paar boterhammen en ik was weer mens. De bestelde fiets was gebracht en ik bekeek hem eventjes. Vroeg aan de beheerder om een sleutel om het zadel en het stuur in te stellen en zowaar het lukte me ook nog. Ik had echter geen zin om hem meteen uit te proberen en met een boek ging ik onder een grote boom in de tuin zitten; heerlijk de rest van de dag lezen. ’s Avonds liep ik naar het dorp om een pannenkoek te eten. Teruglopend naar huis kwam me tegen negenen een auto achterop die toeterde. Ik wist niet wie het was.


Dinsdag 24 juli

Het werd een gewoonte. Ook dinsdags was ik weer vroeg wakker. Ik had er echter geen moeite mee en stak mijn voeten weer snel in de wandelschoenen. Er lag wat dauw over de velden en dat alles gaf het landschap een feeërieke sfeer. Alsof niet alleen de mensen nog wakker moesten worden maar ook het land zelf. Ik waande me alleen op de wereld zo stil was het overal. Totdat ik de jongen met het paard tegen kwam. Ditmaal reed hij me stapvoets tegemoet.

“Goedemorgen,” riep hij.

“Goedemorgen,” groette ik. Het paard stapte langs me heen en toen ik me omdraaide zag ik dat de jongen op het paard dat ook deed. Hij lachte naar me en ik lachte terug. Ik liep verder geen enkele betekenis hechtend aan de uitgewisselde glimlach. Verbaasd keek ik echter opnieuw achterom toen ik het paard in mijn richting hoorde komen. Hij had het paard gewend en was al snel bij me.

“Bent u altijd zo vroeg op?”

“Ja, het schijnt hier een gewoonte van me te worden. Thuis ben ik meer een langslaper hoor!”

“Al vaker hier op vakantie geweest?”

“Nee, nog nooit. En jij?”

“Ach, ik kom hier al vanaf dat ik zo was.” En met twee handen duidde hij een heel klein jongetje aan dat hij eens geweest moest zijn. “Ik weet niet anders of we gaan naar Epen op vakantie.”

“En gek op paarden?”

“Ja. Stapeldol. Al jaren rijd ik in de vakantie op Marie. Ik wou dat we thuis ook een paard hadden maar ja, in de stad is dat lastig hè!”

“Waar woon je dan?”

“Groningen. En u?”

“Je mag wel jij zeggen hoor. Bij ‘u’ voel ik me zo oud.” En bij hem vergeleken was ik dat natuurlijk ook maar toch…

“Oké, ik zal het proberen maar ik ben netjes opgevoed en heb geleerd dat ik tegen mensen die ik niet ken u moet zeggen.”

“Nou laten we daar dan meteen iets aan doen!” Ik stak mijn hand naar hem uit en zei: “Vincent Waelbers.” Hij boog naar me toe, schudde mijn hand en zei dat hij Casper van Egmond heette. “Nu je mij kent, hoef je dus geen u meer te zeggen.” Casper lachte zijn mooie, witte tanden bloot.

“Je hebt gelijk. Nu ik u ken zal ik u je noemen.” Beiden moesten we lachen. We praatten over Zuid-Limburg en de omgeving van Epen, hij op de rug van het paard en ik ernaast. Hij bekeek mijn wandelgidsje en vroeg of ik al eens langs de Geul gelopen had. “Moet u, sorry, moet je echt eens doen. Is een schitterende omgeving. Weet u wat, als je morgen zo tegen het middaguur bij de groeve bent, dan zal ik je daar de omgeving wat laten zien.”

“Waar is de groeve?”

“Och, sorry. Je bent hier niet bekend. Vergeten.” Lenig sprong hij van het paard en wees me op mijn kaart de groeve aan en ook nog de snelste route daarheen. Hij stapte weer op en zei dat hij het paard moest terugbrengen. We namen afscheid en lang keek ik hem nog na.

De ontmoeting met Casper, maar vooral het feit dat we een afspraak hadden voor de volgende dag, had me een geweldig goed gevoel gegeven en toen ik thuis onder de douche stond tintelde mijn hele lijf. Gelukkig vloog de rest van de dag voorbij. Ik leek wel een puber die voor het eerst een afspraakje had zo nerveus was ik.


Woensdag 25 juli

Alhoewel ik weer vroeg wakker was, ging ik niet op pad deze ochtend omdat ik een afspraak met Casper had. Ik testte in de directe omgeving van het huisje mijn fiets wat uit en bemerkte dat de heuvels best te nemen waren. Al met al had ik me toch nog behoorlijk in het zweet gewerkt en daarom douchte ik me voordat ik naar de groeve liep. De mij door Casper gewezen weg was eenvoudig en veel te vroeg was ik er dan ook al. Casper echter ook want ik zag Marie aan een boom aangebonden staan. Ik liep naar haar toe en waagde het haar over het hoofd te aaien. Toen pas zag ik de jongen. Hij lag in een blauwe zwembroek aan de kant van het riviertje. Ik liep naar hem toe. Toen ik zijn zonlicht wegnam, keek hij naar me op.

“Hé, je bent vroeg.”

“Jij nog vroeger,” luidde mijn antwoord. Ik zette mijn rugzak neer en nam de knaap goed in me op. Een prachtig mooi lichaam had hij. Lekker gebruind, lichte donkerkleurige borstbeharing op een mooi gewelfde borst, een lekker streepje haar van zijn navel naar zijn zwembroek een mooie strakke buik en lekker behaarde benen. Dat alles deed me genieten.

“Kom je erbij liggen? Het is veel te warm om door de omgeving te banjeren vandaag!” Hij klopte uitnodigend op de plek op het brede badlaken naast hem. Ik trok mijn schoenen en sokken uit en daarna ook mijn shirt. Toen legde ik me voorzichtig naast hem neer om hem niet aan te raken. Ik vouwde mijn handen onder mijn hoofd, liet de zon op mijn lijf schijnen en zuchtte diep. “Mooi is het hier, hé?”

“Ja, een prachtig uitzicht.” Waarvan geen woord gelogen was, ik had toch al gezegd hoe mooi hij was! Nadat we een tijdje stil naast elkaar gelegen hadden, draaide hij zich op zijn zij.

“Mag ik je wat vragen?”

“Natuurlijk.”

“Maar het is misschien wel een wat indiscrete vraag!”

“Nou ja, probeer maar. Ik kan er altijd nog voor kiezen om niet te antwoorden.” Even bleef het stil. Ik zag dat hij woorden in zijn hoofd en mond probeerde te vormen maar ze kwamen nog niet over zijn lippen.

“Ben jij homo?” Nou die vraag had ik niet verwacht. Ik weet ook niet wat ik wel verwacht had maar dit in elk geval niet. Ik wilde echter niet moeilijk gaan doen door dingen te zeggen als ‘hoezo?’ of ‘wat bedoel je daarmee?’

“Ja, ik ben homo. Is dat duidelijk te zien?” Hij werd rood in zijn gezicht en kleurde tot diep in zijn nek.

“Nee, zo bedoel ik het niet, het is echt niet te zien hoor,” stuntelde hij. Nu moet ik je eerlijk zeggen dat het aan mij ook niet te zien is. Ik ben misschien wel de meest hetero uitziende homo die er rondloopt maar dat zeggen er waarschijnlijk heel veel. Maar ik bedoel maar, ik ben geen nicht en gedraag me ook allesbehalve nichterig. Zijn hoogrode kleur nam een beetje af. “Ik ben het namelijk ook,” verklaarde hij en werd weer iets roder.

“Vind je dat een probleem?”

“Nee, niet echt alleen … ik heb nog nooit iets gehad met iemand en durf meestal geen contact te leggen.”

“Nou daar heb ik eigenlijk niet veel van gemerkt,” zei ik en keek hem zonder gene aan en zag in zijn strakke zwembroek iets groot worden.

“Nee, maar bij jou was dat ook anders. Vanaf dat ik je zag heb ik dat wel gedurfd. En eigenlijk was dat heel raar voor mij. Ik ben van mezelf echt heel verlegen en praat niet zomaar met iemand. Met jou ging dat als vanzelf. Raar hè, vind je niet?”

Gut, wat moest ik hierop antwoorden. Ik knikte wat en ineens gebeurde het. Het ging allemaal vliegensvlug. Zo snel dat ik niet eens kon reageren. Voor ik het wist, lag Casper boven op mij en begon hij zijn kruis tegen het mijne te bewegen. Hij kreunde en ik voelde hoe groot en hard hij was. Hij drukte zijn lippen op die van mij en baande zich een weg naar binnen. Ik liet hem begaan. Onze tongen vonden elkaar eventjes en toen verbrak hij de kus en door de diepe zucht die hij slaakte, merkte ik dat hij klaargekomen was. Meteen draaide hij zich van me af, stond op en wilde zich aan gaan kleden. Ik sprong op. “Casper, niet doen!”

“Ik schaam me dood!” sprak hij op huilerige toon. Hij was opnieuw vuurrood in gezicht en hals en het huilen stond hem echt nader dan het lachen. “Ik had dit nooit mogen doen! Ik heb misbruik van je gemaakt! Verdomme! Waarom doe ik dan toch ook zo stom!”

Ik pakte hem bij beide armen beet en trok hem naar me toe. Ik praatte tegen hem en probeerde hem tot rust te brengen. “Het geeft niets. Er is toch helemaal niets bijzonders gebeurd?”

“Jawel, ik heb me vreselijk laten gaan bij jou en was zo geil dat ik op je klaargekomen ben!”

“Nou en, wat zou dat?”

“Dat is toch vreselijk! Als we nou beiden…”

“Houd op, Casper. Doe jezelf dit niet aan. Oké, je hebt je laten gaan maar het geeft niet. Ik vind het niet erg.” Hij keek me recht in de ogen en wendde toen zijn blik af.

“Echt niet?”

“Echt niet. Kom ga weer liggen. Doe je zwembroek uit.” Verbaasd keek hij me aan. “Nee ik wil niets van je, Casper, maar dan kun je hem even uitspoelen en jezelf ook even schoonmaken.” Hij deed wat ik zei, stapte het water in, trok zijn zwembroek uit en begon deze uit te spoelen. Ik keek toe en genoot met volle teugen. Wat prachtig. Wat was hij mooi. Ik ging weer liggen en even later kwam hij bij me.

“Ik schaam me nog steeds dood.”

Ik verzekerde hem opnieuw met klem dat dat echt niet nodig was. “Je had hiervan moeten genieten jongen. Het was de eerste keer dat je bij iemand klaarkwam, toch?” Hij knikte. Ik pakte zijn hand en kneep er zachtjes in. Hij rilde over zijn hele lijf. Zachtjes streelde ik zijn arm. Het voelde heerlijk aan. Een warm jongenslijf zo dichtbij. Dit was heerlijk.

“Ik… euh… ik weet niet of ik wel verder wil hoor!?”

“Ik ga ook echt niet verder hoor. Ik probeerde je alleen maar te troosten en je wat op je gemak te stellen. Bovendien ben ik veel te oud voor je. Er zijn jongens van jouw leeftijd genoeg die wat met je zouden willen.”

“Denk je?”

“Natuurlijk! Waarom niet? Je bent knap, goed gemanierd, leuk in de omgang.” Hij begon te lachen.

“Zou je me wat vast willen houden?”

Natuurlijk wilde ik dat wel. Ik had me flink gehouden maar het liefst had ik natuurlijk heftig met hem willen vrijen hier maar ik wist ook dat ik geen partij voor hem was. Ik draaide me naar hem toe en sloeg mijn armen om hem heen en hij de zijne om mij. We lagen een hele tijd rustig naar elkaars ademhaling en hartslag te luisteren totdat hij zei dat hij terug naar de camping moest. We stonden op. Hij trok zijn inmiddels droge zwembroek weer aan en ook de rest van zijn kleren.

“Weet je dat jij ook best knap bent,” zei hij ineens.

“Oh ja? Wat vind je dan mooi aan mij?” vroeg ik terwijl ik me aankleedde.

“Je ogen, je lippen, je borsthaar…”

“Maar dat heb jij ook,” bracht ik in.

“Ja, maar dat van jou lijkt net goudspinsel als de zon erop schijnt.”

Ik lachte naar hem en streek hem over zijn wang. “Je bent een leuk joch weet je dat?”

“Ja?”

“Ja!”

“Maar ik moet nu echt weg hoor. Anders ben ik te laat en vragen de anderen zich af waar ik blijf. Kan ik je misschien nog eens zien?”

Dit had ik totaal niet verwacht en even stond ik dan ook met open mond naar woorden te zoeken. “Ja, natuurlijk wel. Vanavond koffie?”

“Prima! Hoe laat?”

Ik stelde acht uur voor en hij vond dat uitstekend. Hij steeg op en zette Marie aan tot een draf. Nog even keek hij achterom en zwaaide naar me. Ik stak mijn hand op. Langzaam, nog nagenietend van de geheel onverwachte gebeurtenissen, liep ik de heuvel op naar mijn huisje.

Buiten in de zon was het me eventjes te warm vandaar dat ik binnen neerplofte op de bank na de gordijnen dichtgetrokken te hebben. Ik trok mijn schoenen uit en ontknoopte mijn shirt. Mijn hand gleed in mijn korte broek en betastte mijn pik. Hij groeide snel. Zou Casper gevoeld hebben dat ook ik hard was geweest toen hij zo heerlijk tegen mij aan had bewogen? Het maakte me niet uit. Ik werd bij de herinnering aan zijn heerlijke lijf opnieuw geil. En al kon ik hem dan niet hebben, niemand kon het me afnemen om te fantaseren over hem. De knoop ging los en de rits naar beneden en met stevige halen begon ik me te rukken. Ik zakte onderuit op de bank en pompte net zolang met mijn vuist op en neer tot het witte zaad me op het lijf kletterde.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht VAKANTIE 2001 - hoofdstuk 2 door Lucky Eye » maandag 02 maart 2015 15:09

Hoofdstuk 2


Opnieuw een middagje lekker lezen. Loom onder die heerlijke boom die veel schaduw verschafte. De buren kwamen ook onder de boom zitten terwijl hun kinderen in de zandbak speelden. Het bleek familie van elkaar te zijn; de vrouwen waren zusters. Het was gezellig met hen te praten en toen ik tegen zessen naar binnen ging om wat eten klaar te maken vroegen ze of ik zin had om zondag met hen te barbecuen. Ik vond het prima.

“Wel wat op tijd hoor,” zei een van de vrouwen, “anders kunnen de kinderen niet meedoen.” Het maakte me niet uit.

Tegen achten had ik de koffie klaar en ook twee stukken vlaai afgesneden. Net toen ik de koffiekan naar buiten bracht, kwam Casper de tuin ingelopen. “Hé, je bent mooi op tijd man.”

“Ja, stiptheid is een van mijn weinige goede eigenschappen.”

“Zeg, kraak jij jezelf altijd zo af?” Hij lachte en nam plaats in een van de tuinstoelen. “Zin in een stuk vlaai?”

“Nou, ik weet niet of ik dat nog kan hebben. Ik begin wat uit te dijen geloof ik.” En suggestief klopte hij op zijn buik.

“Jij zeker,” glimlachte ik naar hem. Hij lachte terug. Ik liep naar binnen en haalde de vlaai op. Hij liet het zich goed smaken en ook ik merkte dat de vlaai van de HEMA toch absoluut niet op kon tegen echte Limburgse vlaai van de warme bakker (Bakkerij Franssen, Wilhelminastraat 63, Epen). We dronken onze bekers leeg en ik schonk nog een keer bij. Onderwijl praatten we over de vakantie maar eigenlijk waren we beiden wat stil. Het leek gewoon of het gesprek niet echt wilde vlotten. Nadat we onze bekers opnieuw geleegd hadden, vroeg Casper of het goed was dat we naar binnen zouden gaan. Ik vond het prima. Toen we binnen zaten, leek het of hij zich ineens veel meer op zijn gemak voelde.

“Sorry, dat ik zo stilletjes was maar ik had gewoon het gevoel alsof ik bekeken werd," en met zijn hoofd duidde hij op de buren die nog steeds onder de boom zaten. "Ik voel me gewoon vaak niet op mijn gemak met meer mensen in de buurt.”

“Je bent dus echt verlegen?”

“Ja. Twijfelde je er aan?”

“Ja, en eigenlijk ook niet Maar weet je waarom je verlegen bent, is er een aanleiding voor?”

“Ik weet het eigenlijk niet. Ik geloof het niet. Maar af en toe raak je teleurgesteld in mensen en ik heb dan de neiging om me terug te trekken. Alhoewel ik ook wel van me af sla hoor! Maar elke klap die ik krijg, komt vaak hard aan. Heb ik het idee. Trouwens, weet je dat je me nog nooit verteld hebt waar je vandaan komt?”

“Oh nee?”

“Nee, ik heb het je toen wel gevraagd maar door dat gedoe over ‘u’ en ‘jij’ is het er helemaal bij ingeschoten.”

“Nou ik kom uit Dalfsen. Een plaatsje vlakbij Zwolle.”

“En wat doe je voor je werk?”

“Ik ben psycholoog.” Even zag ik een iets geschokte maar meteen ook geamuseerde blik in zijn ogen. “Ben je nu op je hoede met alles wat je gaat zeggen?”

Hij begon te lachen. “Nee hoor, ben je mal. Vind je het een leuk beroep.”

“Ja, anders had ik er niet voor geleerd.”

“Maar ja, soms kan een beroep in de praktijk toch wel tegenvallen?”

En natuurlijk had hij hierin gelijk. Ik wist dat van mijn broer. Geleerd voor leraar en uiteindelijk na twee jaar gedesillusioneerd een baan genomen bij de politie. Maar waar dat nou aan gelegen heeft, weet ik nog steeds niet. “Ik heb nu drie jaar een eigen praktijk en ik vind het heel mooi werk wat ik doe. Ik vind het alleen zo jammer dat er zoveel behoefte is aan psychologen. Ik heb een wachtlijst van drie maanden. En dat vind ik eigenlijk heel vervelend. Het liefste zou ik iedereen meteen willen helpen. Er is zoveel psychische nood tegenwoordig.” Ik zat op mijn praatstoel en kletste maar door. Niet een keer viel Casper mij in de rede. Toen ik uitgepraat was vroeg hij me hoe oud ik was. “28,” luidde het korte antwoord. “En wat is jouw leeftijd? Achttien?” Hij knikte ter instemming. Ik schonk ons iets anders te drinken in. Hij nam wat vruchtensap en zelf nam ik een glaasje rode wijn. “Vertel eens wat meer over jezelf. Ik beloof je dat ik je niet zal analyseren.” Opnieuw lachte hij en ik glimlachte naar hem.

“Nou ja, ik ben dus achttien en doe het komende jaar VWO 6 in Groningen waar ik woon met mijn vader, moeder en zus. Zij is een jaar ouder.”

“Voor het eerst zonder ouders op vakantie?”

“Nee, al voor het derde jaar. Mijn moeder heeft MS en zit sinds drie jaar in een rolstoel.”

“Vervelend, man! Rot om te horen. Hoe oud is ze?” Ze bleek nog maar vijftig te zijn. Er was een denkrimpel boven Caspers ogen verschenen waaruit ik concludeerde dat hij erg veel om zijn moeder gaf. Verdomme, ik had toch beloofd dat ik hem niet zou analyseren!

“Ja, heel vervelend maar je moet me geloven, ze is de meest positieve mens die ik ooit ben tegengekomen. Natuurlijk heeft ze ook wel haar slechte momenten maar altijd weet ze er weer wat van te maken. Ook al is het duidelijk dat het steeds wat minder wordt, ze blijft opgewekt en vrolijk.”

“En jij? Kun jij er een beetje mee omgaan?”

“Ja, nou, niet altijd hoor. Dan vraag ik me wanhopig af waarom mij zoiets moet overkomen. Maar anderzijds ben ik eigenlijk ook blij dat juist zij mijn moeder is. Ze heeft me zoveel geleerd. Ze is zo duidelijk een voorbeeld voor mij dat ik niet weet wat ik zonder haar geworden zou zijn.”

“Kun je een voorbeeld geven?”

“Oei.” Even dacht hij na maar toen keek hij me met een bedenkelijke frons op zijn gezicht recht in de ogen. “Jawel, maar het is wel heel persoonlijk.” Ik verzekerde hem dat ik te vertrouwen was en dat ik niets van dit gesprek verder zou vertellen. “Toen ik vijftien was, kreeg ik iets met een meisje op school. Iedereen had verkering en dus ik ook. Je weet misschien wel hoe dat gaat.” Hij lachte schuins naar me. “Disco, bioscoop en dat soort dingen. En op een avond toen ik haar thuisbracht begon ze opeens met me te zoenen. Dat vond ik niet vreemd of vervelend hoor maar het kwam wel wat onverwacht. Wat ik wel vervelend vond was dat ze me ineens in mijn kruis begon te voelen. Ik zei dat ik het niet wilde en dat ze op moest houden. ‘Wat? Mag ik je niet eens lekker pijpen?’ zei ze. Ik dacht dat ik een appelflauwte zou krijgen maar bleef koel en zei overduidelijk dat ik dat niet wilde. Nou ja, om kort te gaan, de dag daarna was ik de risee, de verschoppeling op school. Het verhaal ging de ronde dat Casper zich niet had willen laten pijpen door een van de lekkerste meiden van school. En meteen daar achteraan natuurlijk de speculaties: ‘Zou Caspertje misschien van de club zijn?’.” Hij pauzeerde even en nam een slok uit zijn glas. Hij vestigde zijn blik weer op mijn gezicht en vervolgde: “De eerste dagen liet ik het over mijn kant gaan. De verkering bleek trouwens ook ineens uit te zijn. Ze wilde niets meer van me weten. Mijn moeder weet altijd meteen als er iets met me aan de hand is en na twee dagen kwam ze mijn kamer binnengereden. Ze deed de deur achter zich dicht en zei: ‘Ik denk dat we eventjes moeten praten.’ Haar standaardzin als zij vindt dat jij je hart eens moest luchten. Ze hoefde niet aan te dringen, alles kwam er in een stortvloed uit en meteen daarbij gaf ik ook aan dat ik best veel voor jongens voelde. Dat ik over jongens fantaseerde en droomde en dat ik eigenlijk wel het idee had dat ik een homo was. Ik was echt in tranen. Mijn moeder trok me naar zich toe en troostte me zoals ze altijd deed: zacht sprekend en me strelend over mijn haar en rug. ‘En wat is nu eigenlijk het probleem?’ vroeg ze na een tijdje. En heel scherp wist ik dat te beantwoorden. Ik vond het gewoon walgelijk dat iemand al zo snel seks met een ander wilde. We hadden nog maar pas verkering en ik wilde nog helemaal geen seks met haar! Het had ook helemaal niets met mijn andere geaardheid te maken. Drie keer met elkaar een avondje uit en dan al dat soort dingen met elkaar doen, vond ik veel te snel. Haar tweede vraag was veel moeilijker. Wat er nu mee te doen? Ik kon alleen maar mijn schouders ophalen. Helder legde ze de verschillende mogelijkheden op tafel en besloot toen met: ‘Dit zijn de dingen die je zou kunnen doen, jongen. Ze zijn geen van alle gemakkelijk en je zult er vreselijk door bezeerd worden. Maar doe je niets, dan bezeren ze je ook! Jij moet nu een keuze maken.’ Dat is mijn moeder ten voeten uit. Duidelijk in haar mening en wijs. Ik houd van dat mens.” Hij pakte opnieuw zijn glas en dronk het leeg.

“En wat heb je gedaan toen?”

“De volgende dag hadden we maatschappijleer en ik had in de pauze voor de les de lerares gevraagd of ik een maatschappelijk probleem aan de orde mocht stellen in een groepsgesprek.”

“Wow, daar had je durf voor nodig!”

“Zeker, het was ook niet gemakkelijk en mijn hart bonsde me gigantisch in de keel. Maar ik heb doorgezet en verteld hoe ik over relaties dacht. Dat ik geloofde in meer dan alleen maar seks. Dat liefde en seks voor mij heel veel met elkaar te maken hebben en eigenlijk niet eens los gezien kunnen worden. Meteen heb ik toen ook verteld dat ik homoseksuele gevoelens had.”

“En de reacties?”

“Alle jongens in de klas vielen me natuurlijk gigantisch af. Macho’s horen namelijk te gaan voor zo snel mogelijk scoren en mietjes daar moeten ze niets van hebben. Een aantal meisjes, de grote slettenbakken van de school, waren het er natuurlijk ook niet mee eens. Slechts een aantal meisjes durfde ronduit te zeggen dat ze het met me eens waren. Maar als niemand me bijgevallen was, had ik het ook goed gevonden. Ik deed het niet voor de anderen maar voor mezelf.”

“God, Casper. Dat is echt iets ongelofelijks, man. Je was nog maar vijftien! En dan al zulke dingen durven doen. En dan ben je verlegen?”

“Ja. Dat ben ik nog steeds en misschien juist wel daardoor. Het helderde namelijk in de relatie met de rest van de groep niets op. Ik was eerlijk geweest maar werd er vreselijk voor gestraft. Ik lag er buiten. Niemand, nou ja bijna niemand, wilde meer iets met me van doen hebben. Ik werd nageroepen op het schoolplein omdat ik anders was. Ik was al mijn geloof in de mensheid echt verloren. Donker was het om me heen. Vreselijk donker. Ik verweet mezelf dat ik het zo had willen oplossen. Mijn moeder had me gewaarschuwd voor de pijn maar ik kon het niet aan. Als een schildpad trok ik mijn kop, armen en benen in mijn schild.” Even hoorde ik een snik in zijn stem en ik zag hoe hij bij de herinnering een traan wegpinkte uit zijn ooghoek. “Halverwege het jaar verhuisden we gelukkig naar de stad Groningen en kwam ik op een andere school. Niemand kende me daar en vanuit die anonimiteit klom ik langzaam weer uit mijn donkere dal omhoog. En nu ben ik hier. Nog steeds bang dat ik door anderen gehoond word en bekeken. Dat ze achter mijn rug om over me praten en me zwart maken. Dit ben ik.”

Lange tijd was ik stil omdat ik, zelfs ik, even helemaal niets wist te zeggen. Ik had vakantie en werd hier met diep menselijk leed geconfronteerd. En dat in zo’n mooie jongen. Casper pakte zijn zakdoek en snoot zijn neus. “Het doet je nog steeds pijn, hè!” Niet zozeer een vraag als wel een constatering.

“Ja, en de herinnering zal dat ook altijd blijven doen. Heb jij ook van die herinneringen?”

Ik lachte naar hem en zei hem dat hij die vast niet wilde weten.

“Natuurlijk wel. Gaat u maar liggen, meneer de psycholoog,” grapte hij.

Zonder verder na te denken, begon ik het verhaal dat mijn leven het meeste had gedomineerd. Ik had het idee dat twee verhalen die beiden vol zaten van pijn en verdriet een band zouden kunnen scheppen. Niet dat ik dat voor ogen had maar wellicht kon het hem goed doen, had hij er iets aan als hij wist dat ook andere mensen diep leed door moesten maken, soms. Maar vooral om hem te laten zien, zonder belerend te willen zijn, dat dingen ten goede kunnen keren. “Ik was niet de doldrieste van de jongens op het internaat. Mijn ouders zijn toen ik twaalf was omgekomen bij een auto-ongeluk en andere familie dan mijn opa van moeders kant had ik niet. Ik kon echter niet bij hem wonen omdat hij al behoorlijk op leeftijd was. Dus zat ik op een internaat. In de vakanties echter was ik altijd bij mijn opa. Ik was een meelopertje en keek altijd op tegen alle anderen. Had een slechte dunk van mezelf. Ik was niet goed in sport, vond ik. Ik was niet knap, vond ik. Anderen waren altijd overal beter in dan ik, vond ik. Ik haalde prachtige cijfers want leren dat kon ik wel. Maar zelf die prestaties vond ik niet interessant genoeg om mezelf hoog aan te slaan. Een jongen in mijn groep was mijn ideaal: Peter. Prachtig om te zien, reuze goed in sport, kortom al die dingen die ik niet in me had. Ik viel echt als een blok voor hem. Hij kon alles bij me voor elkaar krijgen. Ik maakte zijn huiswerk, zijn spiekbriefjes, noem maar op. Toen ik zestien was, sliep ik voor het eerst met hem. Ik vond het heerlijk om seks met hem te hebben en was ook vreselijk verliefd. Echt tot over mijn oren. Ik verdronk er bijna in.” Mijn handgebaren en klokkende geluidjes deden een lach aan Caspers mond ontsnappen. Gelukkig, hij kon nog steeds lachen. “Na onze schooltijd gingen we beiden studeren in Utrecht en natuurlijk woonden we samen. Ons leven was heerlijk. We genoten van elkaar en onze resultaten op de universiteit waren ook goed. Maar al snel kwamen er wat barstjes in mijn geluk. Vrienden vertelden me dat Peter het ook met anderen deed. Ik was te verliefd en geloofde er geen woord van. Niet Peter, we hadden al jaren wat samen dus dat kon niet. De geruchten bleven echter komen en in plaats van er iets mee te doen, deed ik juist het verkeerde. Ik kapte de vriendschappen met anderen af. Wilden zij tenslotte niet dat Peter en ik uit elkaar gingen? Waren zij niet vreselijk jaloers gewoon? Al dat soort ideeën kwamen in me op. Achteraf gezien…”

“Maar ja, achteraf gezien is altijd alles veel makkelijker, toch?” viel Casper me in de rede. Ik knikte.

“Ja, achteraf gezien had ik het natuurlijk anders moeten doen. Maar door mijn eigen onzekerheid en blindelings vertrouwen in Peter deed ik juist de verkeerde dingen. Ik bleef bij Peter en had hem nog steeds waanzinnig lief. Er was volgens mij gewoon niemand beter voor mij dan Peter. Tot onze vakantie op Kreta. Ik was toen, even nadenken, 22 en hij ook. Op een dag wilde ik na de siësta nog wat boodschappen gaan halen maar hij wilde niet mee. Oké, geen probleem dan ging ik wel alleen. Toen ik zo’n twee uur later terug kwam, stapte er juist een van de kelners uit onze kamer. Grieken zijn aardig donkerhuidig maar toch meende ik een duidelijke blos op zijn wangen te zien. Ik ging naar binnen en trof Peter aan in bed. ‘Wat doe jij nou in bed midden op de dag?’ wilde ik weten. Hij zei dat hij moe was en op me wachtte. Zijn innemende glimlach haalde me over en we hadden een heerlijke vrijpartij. Toen hij naar het toilet was, vond ik naast het bed een dichtgeknoopt condoom. We vrijden altijd zonder dus…” Ik keek Casper vragend aan.

“Hij had een wip met de kelner gemaakt.”

“Juist. En ik stommeling, zei er niets van. Ik was doodsbang dat ik Peter zou verliezen. Niet alleen hem maar ook alle zekere dingen om mij heen. Alles wat me zekerheid gaf, was verbonden met Peter. En dus ging ik door en deed alsof er niets aan de hand was. Maar er waren barstjes ontstaan in onze verhouding. Ik studeerde nog maar ging ook zelf in therapie bij een klinisch psycholoog. Niet van de ene op de andere dag hoor maar toen ik eindelijk besefte dat ik zonder Peter haast niet durfde adem te halen. Peter was mijn alles. Maar meteen ook het enige in mijn leven. Buiten hem bestond er niets. Ik begon het beangstigend te vinden. Het benauwde me. De therapie werkte goed en langzaamaan leerde ik meer mezelf te worden. Hoe dat precies in zijn werk ging, weet ik nu uitstekend vanwege mijn studie maar wat er nou eigenlijk gebeurde weet ik niet. De theorie ken ik maar de praktijk schijnt iedere keer weer anders uit te pakken. Ik merk dat nu met mijn eigen patiënten.”

“Ja, een standaardoplossing voor zaken die mensen aangaan, lijkt me ook niet mogelijk. Iedereen is zo verschillend.”

“Inderdaad. Maar..”

“Sorry dat ik je in de rede val maar mag ik misschien even van het toilet gebruik maken?”

“Ja hoor, ga gerust je gang. Ga maar even naar je eigen gezeik luisteren. Je zult dat van mij al wel lang zat zijn!” Hij liep naar het toilet nadat ik hem gewezen had waar dat was en kwam even later weer terug.

“Zeg, eventjes om alles op een rijtje te zetten…” Hij plofte op de bank naast me neer. “Jij hebt naar mij geluisterd en dus luister ik naar jou! Oké? Jouw verhaal is net zo belangrijk als het mijne!”

Ik knikte braaf naar hem. “Je bent lief weet je dat?”

“Ach gut, dat zegt mijn moeder nou ook altijd.”

Ik stompte hem vriendschappelijk tegen zijn schouder en ging verder met mijn verhaal. “Waar was ik. O ja, maar ik knapte dus op van de therapie maar tegelijkertijd werd de barst in onze relatie een scheur. Ik begon me te ergeren aan het dominante gedrag van Peter dat ik jaren voor zoete koek geslikt had. Ongetwijfeld merkte hij dat ook maar hij liet er niets van blijken. Toen ik op een avond te vroeg thuis kwam, er was een vergadering afgelast, trof ik hem in bed aan met een jongeman. Ik ging netjes in de huiskamer zitten wachten tot de jongen wegging. Peter kwam in badjas naar me toe en wilde me een kus geven. Ik weerde hem af en zei hem klip en klaar waar het op stond. ‘Dit is de laatste keer geweest, Peter. Ik wil niet meer dat je me bedriegt. Als het nog een keer voorkomt, rot je maar op.’ Hij verontschuldigde zich hevig en zei dat het hem enorm speet en verzekerde me dat het nooit meer zou gebeuren. We maakten het goed, zoals het heet maar… de scheur kreeg echter de grootte van een ravijn. Ik liet een HIV-test doen omdat ik bang werd. Bang voor Peters ongeremde capriolen. Wie weet met hoeveel anderen hij het al gedaan had? De verhalen van mijn oude vrienden kwamen weer boven. Zou hij… Ik zocht er een paar op en mijn ergste twijfels werden bewaarheid. Al die jaren dat wij samen waren geweest, ook op het internaat, had Peter het naast mij ook met anderen gedaan. Doodsbang wachtte ik het resultaat van het onderzoek af. Gelukkig was er niets aan de hand. Ik gebruikte toen echter al wel condooms met hem als we seks hadden. Eerst had hij dat niet gewild maar ik had ronduit geweigerd iets anders met hem te willen. Mijn zekerheid begon met de dag te groeien.” Ik stopte even en dronk mijn glas leeg. “Jij nog wat drinken?” Casper knikte en ik schonk onze beide glazen nog eens vol.

“Ga je verder met je verhaal?”

“Ja. Ik begon afstand van Peter te nemen, maakte eigen vrienden. Gewone vrienden. Twee jaar daarna kwam de breuk. Opnieuw trof ik hem thuis aan met iemand anders. Terwijl hij en de jongen zich aankleedden, pakte ik zijn tas in. Toen hij bij me kwam en probeerde zich te verontschuldigen, heb ik hem gezegd dat hij op kon rotten. Hij ging en ik klapte in. Hoe zeker ik ook was geworden, ineens was alles om me heen leeg. Ik werkte al als zelfstandig psycholoog maar kon mezelf even niet genezen. Ik ben toen gevlucht voor mezelf. Ben verhuisd en werkelijk dat scheelde een stuk. Heel veel herinneringen vielen ineens weg. Maar het was ook allemaal zo dubbelzinnig wat ik deed.”

“Ja, dat is het hem juist, denk ik. Bij mij was het precies zo. Enerzijds was ik reuzeblij dat ik voor mijn eigen mening was uitgekomen maar anderzijds voelde ik me zo rot omdat ik nergens meer bij hoorde.”

“Ja, dat was het. Ik was blij dat ik Peter had gezegd dat hij op kon rotten maar treurde tegelijkertijd om de meer dan tien jaren die ik met hem samen was geweest. Ik kreeg een praktijk aan huis en gelukkig slokte mijn werk me volledig op. Maar op die momenten dat ik alleen was, voelde ik me ook echt verlaten. In de eerste zomervakantie ging ik naar een plek waar ik eens met Peter was geweest en kwelde mezelf met de herinneringen. Het jaar daarna deed ik precies hetzelfde. Daarna heb ik me echter voorgenomen om geheel en al opnieuw te gaan beginnen. Geen Peter meer die mij het leven zuur zal maken. Klinkt dat niet strijdvaardig?” Casper lachte naar me. Ik voelde me goed, blij dat ik die herinneringen eens van me af kon praten. Daarna praatten we nog tijden samen over hobby’s, sport en noem maar op. De tijd vloog voorbij en ineens was het echt pikdonker in de kamer.

“Zeg, hoe laat is het?” vroeg hij me. Ik drukte een knopje op mijn horloge in en het display lichtte op en gaf aan dat het al bijna één uur was. “Wow, verdikkeme ik moet nodig weg man!” En meteen sprong Casper in de benen.

“Wil je dat ik een eindje met je meeloop?” Hij knikte en zo liepen we samen door de stilte van de nacht in de richting van de camping. We praatten niet maar liepen zo ieder in eigen gedachten verzonken totdat Casper zei dat ik wel weer terug mocht gaan. “Oké,” antwoordde ik.

“Zeg, Vincent, snap je nu een beetje waarom ik me vanmiddag na het incident zo rot voelde?”

“Ja, ik kan dat nu heel goed begrijpen. Het is het dubbelzinnige. Aan de ene kant je principes maar aan de andere kant dat andere dat je soms drijft.” Hij knikte. “Maar ik denk dat je zult moeten proberen om wat flexibel met die principes om te gaan. Ga je alles eerst langs de maatstaf van je principes leggen, dan blijft er geen enkele spontaniteit in je leven over. Ik ben bang dat je dan heel star zult gaan worden. Alsjeblieft, blijf af en toe gewoon eens gek doen zonder er bij na te denken.” Hij keek me verbaasd aan en een voorzichtige glimlach kwam om zijn lippen.

“Hoeveel ben ik je schuldig voor het consult van deze avond?” Ik stompte hem op zijn arm.

“Later maak ik de nota wel op,” luidde mijn reactie. Hij lachte luidkeels en ik genoot ervan dat de avond die zo serieus verlopen was nu met gelach kon worden beëindigd.

“Heb je misschien zin om morgen samen iets te gaan doen?” Ik vond het prima en liet hem de keuze. Hij stelde voor om te gaan zwemmen in Gulpen, een plaats in de buurt. Ik zei hem dat ik hem om half tien zou komen ophalen. “Wacht maar op me bij de parkeerplaats.”

“Oké.” Hij liep verder in het donker en een tijdlang bleef ik hem nastaren. Wat gebeurde er nu in mijn leven, vroeg ik me af. Was dit een nieuw begin of…

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht VAKANTIE 2001 - hoofdstuk 3 door Lucky Eye » vrijdag 06 maart 2015 16:46

Hoofdstuk 3


Donderdag 26 juli (eigenlijk was het natuurlijk al lang donderdag)

Het was al na achten toen ik eindelijk de ogen opsloeg. Geen wonder ook. Gisteravond was het laat geworden en het had nog tijden geduurd voor ik eindelijk in slaap was gevallen. Mijn gedachten waren blijven malen en het had erop geleken dat er geen eind aan kwam.

Ik ontbeet snel en douchte me. En precies om 09.30 uur zette ik mijn auto op de parkeerplaats bij ’De Rozenhof’. ‘Meneer Precies Op Tijd’ was er echter al. “Zeg je hoeft die goede eigenschappen van je niet steeds te tonen hoor!” Lachend stapte hij naast me in de auto en vroeg of ik goed geslapen had. Ik antwoordde van wel.

“Ik niet,” zei hij. “De hele nacht heb ik over ons gesprek nagedacht en ik vind het nog steeds opmerkelijk dat ik jou zo in vertrouwen durf te nemen. Weet je dat jij de enige bent die dat hele verhaal te horen heeft gekregen.”

“En je moeder dan?”

“Nee, die heb ik niet de hele waarheid verteld. Alleen verteld dat ik het groepsgesprek had gehad maar de uitkomst heb ik voor haar verzwegen omdat ik haar geen pijn wilde doen.”

“Maar ze heeft vast jouw pijn wel gevoeld, jongen.”

“Denk je het?”

“Na wat jij me over haar verteld hebt, weet ik dat wel zeker. Ik denk niet dat jij veel verborgen kunt houden voor haar.” Voor we het wisten waren we in Gulpen en bij het zwembad. We waren te vroeg. Buiten stond reeds een lange rij wachtenden. Om tien uur precies ging het zwembad open en kwam de rij in beweging. We stelden ons niet meteen op maar toen de grootste stroom naar binnen was gegaan, stonden wij op van het muurtje waarop we waren gaan zitten en liepen het zwembad in. Ik betaalde voor ons beiden onder protest van Casper die me verzekerde dat hij me terug zou betalen. “Ja hoor, Casper, als je rijk bent betaal je me maar eens terug.” Dit keer kreeg ik een stomp.

Ik was als eerste klaar met omkleden en toen Casper uit zijn badhokje kwam, zag hij er net zo bekoorlijk uit als gisteren. Echt een prachtig mooi lijf. Ditmaal droeg hij een zwarte zwembroek en ik kon niet nalaten om dat stukje textiel even grondig te bekijken. De contouren van de inhoud waren duidelijk te zien. Hij moet gezien hebben dat ik naar hem staarde want hij wekte me uit mijn dagdromen.

“Hé! Houd eens op zo glazig te kijken zeg! We zouden toch gaan zwemmen? Of wil jij de hele dag hier naar mij staan te gluren?”

“Is dat een mogelijkheid?” Een tweede stomp die ochtend die ik moest incasseren. Eerst probeerden we in het binnenbad alle glijbanen en andere attracties een tijd lang uit maar gestaag werd het zo druk dat je op je beurt moest wachten. Ik vind er dan geen zak meer aan en gelukkig werd Casper het ook al snel beu toen. We dronken wat in het restaurant en begaven ons daarna met onze handdoeken en de krant die ik gekocht had naar buiten. Het was prachtig weer. De ligweide lag er zonovergoten bij en we kozen een plaatsje uit bij een grote boom. Casper was zo bruin dat hij absoluut geen zon meer nodig had maar ik kon nog wel wat kleur gebruiken. Nadat we onze spullen hadden neergelegd, zouden we het water in het buitenbad uitproberen. Casper sprong er met een aanloopje in maar ik ben iemand die eerst zijn grote teen in het water duwt om te kijken of het wel aangenaam is. Nou en dat was het dus niet! Veel te koud naar mijn mening. Maar ja, als je dan met iemand in het zwembad bent, heb je grote kans dat deze er alles aan doet om ook jou in het water te krijgen. En inderdaad, Casper deed allerlei pogingen om me te overreden toch in het water te komen. Hij zwom op zijn rug langs me heen en weer en toonde me telkens een brede glimlach.

“Het is heerlijk, man! Kom er toch in!” Ik dus niet hè! Daarna probeerde hij me nat te gooien maar steeds was ik te snel achteruit en de enkele druppels die me wel raakten waren voor mij het overtuigende bewijs om toch maar op de kant te blijven. Maar ik wilde geen spelbederver zijn en raapte uiteindelijk al mijn moed bijeen en stapte manmoedig (het woord alleen al, alsof vrouwen niet moedig kunnen zijn!) het water in. Casper applaudisseerde plagerig voor me. Meteen gooide ik, water scheppend met beide handen, hem nat. Hij lachte alleen nog maar meer om mij. De temperatuur van het water was eigenlijk best wel aangenaam, ik ben gewoon een kleinzerig mannetje. Het was heerlijk koel en het werkte verfrissend op mij en Casper die als een dolle hond door het water ploegde en me achterna zat. Hij zwom uitstekend en menigmaal slaagde hij erin me onder te duwen. Ook mij lukte dat best wel en ik merkte dat we in lichaamskracht weinig voor elkaar onderdeden. Toen we genoeg hadden van het gespetter en gespat liepen we, nadat ik eerst mijn portemonnee had opgehaald, langs de snackbar voor wat eten en drinken. Met onze mondvoorraad togen we toen weer naar onze handdoeken en de heerlijk koele schaduw van de boom. Casper at gretig en was veel eerder klaar dan ik. Terwijl ik nog at en dronk, strekte hij zich languit op zijn handdoek uit. Tussen de happen door keek ik naar hem. De waterdruppeltjes hingen nog aan de beharing op zijn borst en ik vond het een mooi gezicht. Toen ik klaar was, vroeg hij mij of ik het erg vond dat hij even wat ging slapen. Ik schudde het hoofd en hij draaide zich op zijn zij naar me toe. In no time sliep hij. Nu had ik alle tijd om hem eens heel goed te bekijken en dat deed ik dan ook. Echt, ik heb het al vaker gezegd, hij had een prachtig mooi lijf. Vooral die donkere beharing op zijn lichaam gaf me een heel goed gevoel. Het was niet iets van geile opwinding, ik werd niet stijf of zo, maar veeleer een erotische aantrekkingskracht. Een wee gevoel in mijn buik. Vlinders misschien?

Ik zat zo naar hem te turen dat ik niet eens merkte dat er al heel veel tijd verstreken was en dat hij wakker was geworden.

“Hé, zit je nou al weer naar me te gluren? Straks kijk je al het moois er nog af, man!”

“Nou, Casper, dan moet ik tot in de eeuwigheid hier blijven zitten kijken en dat wil ik nou ook weer niet doen,” grapte ik. Hij lachte naar me.

“Nog eventjes zwemmen?” Ik vond het prima en dit keer was ik als eerste in het water. Het was echter in de tussentijd behoorlijk druk geworden en van echt zwemmen was geen sprake meer. Als pieren in een potje zochten de vakantiegangers en inwoners van Gulpen verkoeling in het zwembad. Na een kwartier was ik het zat en ook Casper had geen zin meer. We haalden onze spullen op en gingen naar de kleedcabines toe. Even later stonden we op de stoep voor het complex met de vraag: wat nu? Ik stelde voor om wat te gaan winkelen en zo deden we. De auto lieten we staan waar hij stond en met z’n tweeën liepen we naar het centrum. De rivier de Gulp stroomt door het dorp heen en men heeft daar heel speels gebruik van gemaakt. Overal waterpartijen en watervalletjes, traptreden die je tot aan de rand van de rivier brengen en meer van dat soort dingen. Op een gegeven moment stopte Casper ergens en riep me naar zich toe. Hij wees iets aan en terwijl ik in de richting van zijn vinger keek, spatte hij me nat! Snel maakte hij zich uit de voeten en liet mij, nat en verbouwereerd staan. Had ik al gezegd dat hij duidelijke overeenkomsten heeft met een jonge, dolle hond?

We bekeken wat winkels maar kochten niets. Bezochten daarna nog een terrasje en liepen toen terug naar de auto. Vlakbij de parkeerplaats was een pannenkoekenrestaurant en aangezien het inmiddels al half vijf was en ik best wel honger had, stelde ik Casper voor om daar wat te gaan eten.

“Maar, Vincent, je hebt alles al betaald vandaag, man!”

“Nou? En?”

“Ik vind het niet prettig om op jouw zak te teren.”

“Zeur niet, Casper, kom op we gaan eten.” Ik trok hem aan zijn arm mee naar binnen en duwde hem in een stoel. Opnieuw lachte hij naar me.

“Overtuig jij mensen altijd zo, met straffe hand.”

“Niet altijd. Alleen maar mensen die niet naar gezond verstand willen luisteren.” Hij lachte schamper maar hield zich in omdat een ober onze bestelling kwam opnemen. Van enige terughoudendheid in zijn bestelling was geen sprake en daarmee was ik verheugd. Een teken dat hij zich duidelijk op zijn gemak voelde bij mij. Het eten smaakte prima en tijdens de maaltijd converseerden we luchtig met elkaar. Geen moeilijke zaken alleen maar koetjes en kalfjes. Anderhalf uur later waren me voldaan en gingen we huiswaarts. Toen we vlakbij ‘De Rozenhof’ waren vroeg ik Casper of hij plannen voor vanavond had.

“Ja, heb ik dat nog niet verteld? Vanavond gaan we met lui van de camping naar het casino in Valkenburg. Wil je soms mee?”

“Nee, doe maar niet, joh.” Even was het helemaal stil tussen ons. “Met wie sta je eigenlijk op de camping hier?”

“Mijn zus Julia, haar vriend Rob en de broer van Rob, Tim.” Ik reed de parkeerplaats op en zette de motor van de auto af.

“Maar, wanneer was het ook alweer, zondag? Toen zag ik je met een veel grotere groep!”

“Ja, man, nooit gekampeerd?” Ik schudde het hoofd. “Op een camping gaat dat zo. De jeugd trekt heel snel op elkaar aan en doet gewoon heel veel dingen samen. Vanavond gaan we ook met een stuk of twintig naar het casino in Valkenburg dus.” Ik knikte en zei hem dat ik het begreep. “Ga je echt niet mee vanavond?”

“Nee. Doe maar niet. Ik zou me een vreemde eend in de bijt voelen.”

“En morgen? Heb je al plannen voor morgen?” Ik had nog geen plannen en schudde dus het hoofd. “Heb je zin om met ons, Rob, Tim en mij, te gaan fietsen? Ik weet dat je een fiets hebt dus…?” Even was het stil en ik zag de grote vraagtekens maar ook iets van verlangen in zijn ogen.

“Oké, dat lijkt me wel wat.”

“Yep, mij ook. Kan ik eindelijk eens echt zien of je wel zo sportief bent als je gezegd hebt dat je bent. Morgenvroeg om halftien vertrekken we. Zul je op tijd zijn?”

“Ja, ‘Meneer Precies Op Tijd’ ik zal er zijn hoor!” Plotseling boog hij zijn hoofd naar me toe en drukte een kus op mijn wang.

“En bedankt voor vandaag.” Hij stapte uit en liep zonder om te kijken weg. Verbouwereerd bleef ik zitten. Mijn wang gloeide helemaal. Wow, wat gebeurde er toch met me! Geheel in gedachten verzonken, reed ik terug naar huis. Thuisgekomen rende ik meteen naar de badkamer en heel kinderachtig stond ik tijden voor de spiegel mijn wang te bekijken. Wow, ik was echt verliefd! Ik was echt tot over mijn oren verliefd op die lieve jongen die zo dichtbij was! Zo dichtbij maar toch ook nog zo ver weg, voor mijn gevoel.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht VAKANTIE 2001 - hoofdstuk 4 door Lucky Eye » vrijdag 06 maart 2015 16:50

Hoofdstuk 4

Eten hoefde ik niet meer en daarom zat ik al vroeg op mijn terras achter de koffie. Ik sloeg de spelende kinderen op het grasveld gade en lachte om hun spel met de bal. Het grote hek dat de tuin afsloot kraakte en een jongedame stapte de tuin in.

“Ben jij Vincent?” Ik keek haar met een vragende blik aan en herkende toen de uiterlijkheden: hetzelfde haar, dezelfde bruine ogen, de vorm van de neus (niet de grootte) en de strakke lijn van de mond.

“Ja, dat klopt. En dan moet jij Julia zijn.”

“Lijken we echt zoveel op elkaar?” Ik knikte en wees haar op een van de vrije stoelen. Ze nam plaats en ik vroeg haar of ze ook koffie wilde. “Graag, melk en suiker alsjeblieft.”

“Wil je ook een stuk vlaai erbij of doe je net als je broer aan de lijn?” Ze lachte haar witte, regelmatige tanden bloot.

“Flauwekul. Hij zeurt weer eens hoor. Die jongen is gewoon te ijdel.” Ik lachte terug en liep naar binnen. Met koffie voor ons beiden en ook vlaai, ik hoef ook niet op de lijn te letten, kwam ik even later terug. Meteen nadat ik haar beker had neergezet, pakte ze het op en nam een klein slokje. “Prima koffie, goed gezet.”

Ik bedankte haar voor het complimentje.

“Woon je allang op jezelf?”

“Al zo’n tien jaar zorg ik voor mezelf.” En daar was geen jaar van gelogen. Meteen na het internaat waren Peter en ik op kamers gaan wonen en altijd was ik degene geweest die gezorgd had voor het eten. Eigenlijk had ik voor alles gezorgd! Altijd!

“En, ik weet dat het onbeleefd is, mag ik je vragen naar je leeftijd?”

“Ja dat mag je als ik straks ook een onbeleefde vraag mag stellen.”

“Oké, dat is een deal.” En ze reikte mij over de tafel haar smalle, maar o zo mooie, hand. Ik nam hem aan en schudde hem.

“Ik ben 28 jaar.”

“Ik had je jonger geschat,” zei ze oprecht verbaasd. “Maar door die tien jaar dat je voor jezelf zorgt, begon ik te twijfelen. En wat wilde je van mij weten?”

“Van jou wil ik graag weten waaraan ik dit bezoekje te danken heb. Ik vind het heel gezellig hoor om bezoek te krijgen maar ik had eigenlijk verwacht dat jij nu zo ongeveer samen met anderen in het casino in Valkenburg zou zitten.” Opnieuw lachte ze naar me.

“Ja, ik heb een leugentje op moeten hangen om hier te kunnen zijn. Hoofdpijn! En bijna was het mis gegaan omdat die lieve Casper aanbood om dan maar bij mij thuis te blijven.” Ze lachte hardop. “Maar ik weet,” en verontschuldigend hief ze haar handen omhoog, “dat jij nog steeds geen antwoord op je vraag hebt.” Even was het stil. Ze keek me recht in de ogen en zei: “Ik wilde gewoon weten wie je was. Wilde weten wie het voor elkaar gekregen had om Casper eindelijk uit zijn schulp te halen.” Ze verschoof iets op haar stoel en pakte haar beker opnieuw op. Terwijl ze dronk keek ik haar aan en verbaasde me opnieuw over de grote gelijkenis tussen broer en zus. Ze zette de lege mok terug en ging verder. “Je moet weten dat Casper vroeger een prachtig, heerlijk open jongen was. We hadden geen geheimen voor elkaar. We konden over van alles en nog wat met elkaar praten en deden dat ook. Ons kleine gezin, vader, moeder, ik en Casper, was een open boek. Totdat het gebeurde.” Opnieuw viel er een stilte waarin ze me recht in de ogen keek. “Ik denk dat Casper het je verteld heeft,” zei ze. “Ik zie het aan je gezicht.”

“Dat klopt. Tenminste als je het voorval met zijn ‘vriendinnetje’ bedoelt.”

“Ja, maar dat niet alleen. De nasleep was veel groter. Hij koos ervoor om eerlijk en oprecht te zijn en kreeg de zak op de kop. Eerlijkheid bleek in dit geval niet de juiste keuze geweest te zijn. Casper vertelde er niets over thuis en zelfs niet aan mij maar ik wist gewoon dat het fout zat. Vanaf dat moment was er een breuk in onze relatie. Voor het eerst was er iets waarover niet gepraat kon worden. En Casper heeft daar gigantisch onder geleden. Hij werd nukkig, chagrijnig en echt hij sloot zich soms zo vreselijk in zichzelf op dat mijn moeder en ik echt bang waren dat hij zichzelf iets zou aandoen. Gelukkig heeft hij dat nooit gedaan maar onze angst was er wel. De verhuizing heeft hem goed gedaan maar toch nooit weer die oude Casper teruggebracht.”

“Wil je nog koffie?” maakte ik gebruik van de stilte.

“Ja, graag.”

Wow, vervuld van gedachten liep ik naar binnen toe. Gisteravond Casper en nu Julia met een heel verhaal. Maar ik vond het niet vervelend. Want wilde ik iets met Casper, dan zou ik toch enigszins moeten weten hoe hij in elkaar stak.

“En dan sta je op een camping in Zuid-Limburg,” ging ze verder nadat ik teruggekeerd was, “en dan op een zaterdagmiddag zie je ineens een glimp van die oude Casper terug. Heel lichtjes maar het is er toch. Je zult misschien wel denken dat het raar is dat ik dat meteen merkte maar dat is gewoon een familietrek die ik geërfd heb van mijn moeder. Mijn moeder kan dwars door je heen kijken. Ziet als het ware je diepste zielenroerselen en die gave, ik noem het maar zo, heb ik dus ook. Niet altijd makkelijk hoor maar ik moet er wel mee verder.”

Ik glimlachte naar haar en wachtte tot ze verder ging.

“Die avond heb ik meteen mijn moeder gebeld en haar verteld wat ik bemerkt had. Natuurlijk was zij reuzeblij, ook zij had gewacht en gehoopt op de terugkeer van onze Casper.” Naast de vrolijkheid zag ik nu echter ook een traan opblinken in haar ooghoek. En toen ze verder ging hoorde ik een duidelijk snik in haar stem. “Het is zo verdomde gemeen geweest dat wij hem verloren hebben doordat anderen hem verknoeid hebben!” De woorden kwamen er fel uit en waren oprecht gemeend. Haar tranen stroomden nu vrij over haar wangen en ik bood haar mijn (schone) zakdoek aan. Ze nam hem van me over en veegde de tranen weg. “Dank je.” Ze snoot haar neus en streek haar haren uit het gezicht. Daarna dronk ze haar kopje leeg. Het bleef nog even stil maar toen vervolgde ze het gesprek. “Dus nadat ik die eerste glimp opgemerkt had, hield ik Casper nog beter in de gaten dan ik altijd al doe. En warempel, het leek erop dat met elke dag die verstreek de duisternis die over hem gevallen was wat opklaarde. Onverklaarbaar voor mij totdat hij me gistermiddag vertelde dat hij ’s avonds bij jou op bezoek zou gaan. Toen ging er een belletje bij mij rinkelen. Toen begon ik er iets van te begrijpen. Ik was blij voor hem en voor ons. Vanmiddag toen hij thuiskwam was hij zo opgewekt dat hij zelfs een liedje floot. Dat heeft hij echt jaren niet gedaan. En daarom wilde ik gewoon weten wie degene is die dit voor elkaar gekregen heeft.” Ze hield haar mond en keek me strak aan.

“En heb je een beetje een antwoord gekregen, denk je?” Ze lachte.

“Nog niet echt maar ik weet in elk geval dat je heel goed kunt luisteren. Dat je verhalen van een ander de moeite waard vindt om aan te horen. Dat is een eigenschap die je zelden tegenkomt tegenwoordig. Iedereen is zo vervuld van zichzelf in onze tijd. En jij bent dus die geheel andere. Die rustig luistert en de ander laat praten.”

“Beroepsafwijking dus,” voegde ik toe. “Ik ben psycholoog maar allang voordat ik wist dat ik dat wilde worden kon ik al luisteren. Ik ben veel meer een luisteraar dan een prater.”

“Maar naast dat ik wilde weten wie mijn broertje zo positief beïnvloedde, wil ik nog iets weten.”

“En dat is?”

“Wat zijn je plannen met Casper?”

Wow, dat was een directe die hard aankwam. Wat wilde ik eigenlijk met de jongen. Had ik vanmiddag niet geconcludeerd dat ik verliefd op hem was? Maar was ik dat wel echt? Was het niet een bevlieging?

“Want ik zou niet willen dat je hem voor twee, ik weet niet eens hoelang je hier blijft, weken gebruikt als een vakantievriendje en hem dan dumpt. Dat zou hem nekken en de duisternis die aan het optrekken is dieper terugbrengen dan ooit tevoren.”

De woorden die ik sprak waren oprecht en kwamen ondanks het feit dat ik niet zo’n prater ben er vloeiend uit. “Ik wil alles met je broer. Ik wil dat hij mijn minnaar wordt, mijn vriend, mijn levensgezel. Ik wil dat hij zijn leven met mij deelt en dat ik mijn leven met hem kan delen.” Ik keek haar met vurige ogen aan.

“Wow,” zei ze. “Weet je het zeker?”

“Ja. Voor het eerst in mijn leven ben ik echt verliefd op iemand. Ik heb een relatie van tien jaar achter de rug maar in die tien jaren heb ik nooit zoveel liefde voor iemand gevoeld als de afgelopen dagen voor Casper.”

“Wow,” zei ze opnieuw. Ze stond op uit haar stoel en drukte een kus op mijn wang. “Vind je het erg dat ik dit doe?”

“Nee, natuurlijk niet. Ben je mal.”

“Echt, Vincent. Ik ben zo blij met dit antwoord. Met lood in de schoenen ben ik hier heen gekomen, weet je. Ik heb je gisteravond toen je samen met Casper terugliep naar de camping stiekem gadegeslagen en toen ik zag dat je toch behoorlijk ouder dan hij was, bekroop mij de angst dat je hem alleen maar wilde voor de vakantie. Voor een pleziertje. Maar dit antwoord stelt me zo gerust. Dank je.”

“Je hoeft mij niet te bedanken. Bedank je broer maar. Hij is echt een geweldig persoon.”

“Ik weet het, maar geloof me dat was jarenlang verscholen. Sinds deze week komt het weer tevoorschijn. Begint hij weer te leven en dat is aan jou te danken. ECHT!”

Ik leunde achterover en zag in haar blik dat ze het echt meende. Had ik zoveel teweeg gebracht bij een jongen die ik amper kende?

“Hebben jullie al…?” Ik wist wat ze bedoelde en antwoordde meteen.

“Nee, dat hebben we nog niet,” zei ik met een glimlach om de mond. “Vanmiddag toen hij uit de auto stapte, heeft hij een vluchtige kus op mijn wangen gedrukt maar ik was er gigantisch van onder de indruk, echt!” Beiden moesten we nu lachen. Ik vroeg haar of ze iets anders wilde drinken en aangezien het buiten kouder werd, gingen we naar binnen. Ze dronk samen met mij een glaasje wijn en onze conversatie werd luchtiger en gemakkelijker. Voordat we het wisten was het gigantisch laat geworden. Julia stapte op en aangezien ik niet wilde dat ze alleen terug zou gaan naar de camping begeleidde ik haar, zij het onder protest. Bij de camping aangekomen, ging ze op haar tenen staan, ik was nu eenmaal duidelijk groter, en drukte ze een kusje op mijn beide wangen.

“Ik zie jou als zwager best wel zitten,” fluisterde ze zachtjes.

“Maar ja, dan moet je broer mij ook wel willen.” Daar was mijn twijfel weer. Zou Casper wel iets met mij willen?

“Vast wel,” zei ze. “Hier is je zakdoek terug. Sorry voor mijn gesnotter erin.” We glimlachten naar elkaar. “Slaap lekker straks.”

“Ja, jij ook.” Ze draaide zich om en liep van me weg. Ik beklom het laatste stukje van de heuvel opnieuw en het kostte me grote moeite. Niet fysiek maar mentaal. De twijfel had toegeslagen. Ik had ronduit gezegd dat ik verliefd op Casper was en moest nu afwachten of de jongen hetzelfde voor mij voelde. Oh, God wat was het leven soms toch moeilijk!


Vrijdag 27 juli

Had ik lekker geslapen? Nee, absoluut niet. Grote gedeelten van de nacht had ik wakker gelegen. Keer op keer me omgedraaid. Ik was gewoon te onrustig om in slaap te komen. Maar om halftien precies reed ik op mijn gehuurde fiets en in mijn strakke wielertenue de parkeerplaats van ‘De Rozenhof’ op. Daar zag ik twee jongens staan maar geen Casper. Ik stapte bij hen af en kreeg meteen een grote hand toegestoken.

“Hoi, jij moet dan Vincent zijn!” Ik drukte de hand en voelde de overduidelijke mannelijke kracht in de hand van Rob, de vriend van Julia. Zijn broertje (echt duidelijk jonger) had een duidelijk minder stevige handdruk.

“Is Casper er nog niet?” vroeg ik. De verbazing op mijn gezicht moet hen opgevallen zijn want ze begonnen beiden te lachen.

“Nee,” zei Tim, “hij is een keer te laat.” Maar hij was nog niet uitgesproken of daar kwam Casper met de fiets aan de hand aangelopen.

“Goedemorgen,” begroette hij me opgewekt.

“Nu wel,” zei ik terwijl ik naar hem glimlachte.

“Zeg Rob, je kunt toch wel zien dat het geen echte wielrenners zijn, hè!” zei Tim.

“Hoe bedoel je, Timmie?” vroeg Casper.

“Nou, jullie zien er niet bepaald gesoigneerd uit.”

Ik moest lachen. Casper begreep er echter niets van en daarom legde ik hem uit dat wielrenners de haren van hun benen en armen scheren. Met grote ogen keek hij me aan.

“ECHT???”

“Ja. kijk maar naar hen.” En ik wees naar Rob en Tim. Beiden hadden ze gladde armen en benen.

“Nou dat doe ik dus mooi niet hoor!” klonk het heel stelling uit Caspers mond. “Ik ben veel te trots op mijn behaarde armen en benen. En kan me niet voorstellen dat je er aerodynamischer van wordt.”

“Daar gaat het ook niet om,” begon Tim uit te leggen. “Het heeft te maken met…”

“Laat maar mooi, Timmie boy, ik scheer het absoluut niet af. Geen haar op mijn lijf die daar aan denkt!” Allen schoten we in de lach vanwege de mooie bewerking door Casper van het spreekwoord.

“Zeg, Vincent, heeft Casper je de spelregels uitgelegd?” Mijn verbaasde blik was duidelijk genoeg en daarom ging Rob meteen verder. “Nee, dus. Mooie vriend ben jij Casper!”

“Ja maar…”

“Laat maar, ik zal het wel uitleggen want als jij dat moet gaan doen, dan staan we hier morgen nog. Vincent, mocht je gedacht hebben dat het een plezierritje wordt vandaag dan heb je het mis. We hebben een spelelement ingebracht en dat houdt in dat we bij elk plaatsnaambordje racen voor punten. De eerste krijgt drie punten, de tweede twee en de derde een.”

“En de vierde dan?” vroeg ik plagerig.

“Houd je mond man. Zo schieten we nooit op,” siste Casper me lachend toe.

“De vierde, Vincent, krijgt niets. Dus als ik jou was, zou ik maar goed mijn best doen. De winnaar krijgt geen prijs maar degene die als laatste eindigt is de klos en moet vanavond het eten betalen voor de hele groep inclusief Julia.”

“Ja, want anders moet Rob dat betalen,” merkte Casper op.

“Hopeloos zijn jullie twee gewoon.” Rob schudde zijn hoofd, draaide zijn rug naar ons toe en stapte op zijn fiets. We volgden zijn voorbeeld en even later reden we gevieren de heuvel af in de richting van Epen. Het ging mij veel te hard. Ik vond het echt doodeng. Fietsen doe ik vooral in het weekend veel maar de omgeving van Zwolle en Dalfsen is gelukkig vrij vlak. Hier stond ik in de bochten doodsangsten uit! In het begin in elk geval. Het bordje van Epen werd gewonnen door Rob. Door het dorp deden we rustig aan vanwege de drukte en vlakbij de supermarkt gingen we naar links in de richting van Slenaken. Dit stukje kende ik van de wandelingen en ik liet zien dat ik niet een pocher was maar echt kon fietsen. Heuvel op durfde ik wel. Ik schakelde meteen goed en had al snel een voorsprong op de anderen. Bovendien wist ik waar het bordje van Eperheide stond. Twee voordelen dus. En inderdaad Eperheide werd mijn victorie. Met een brede smile op mijn gezicht draaide ik me om naar mijn achtervolgers die pas veel later het bordje passeerden, Casper als laatste.

“Nou, Casper,” riep Rob hem toe, “nu moet je alweer je best gaan doen om niet te verliezen.” En lachend reden hij en Tim aan kop verder. Casper en ik reden achter hen aan. We hadden een leuk tempo. Het ging niet echt langzaam maar we hadden ook geen racesnelheid. Gelegenheid genoeg om te genieten van het prachtige landschap en het wondermooie weer. Heijenrade werd gewonnen door Tim en ook in Slenaken denderde hij als eerste het bordje voorbij. Dit keer lag ik ver achter en moesten ze op mij wachten. De weg naar het dorp toe was een lange afdaling met echte haarspeldbochten en daar had ik het nog steeds niet op. In Euverem won Casper zodat wij samen onderaan stonden. Rob en Tim streken echter de meeste winst op en lagen toen we door Gulpen reden al ver voor. Via Wijlre en Schin op Geul reden we naar Valkenburg. Onderweg alleen maar winst voor de beide broertjes. Het leek erop dat Casper en ik voor spek en bonen meefietsten. In het centrum van Valkenburg stopten we voor een kop koffie en natuurlijk vlaai. Daarna stapten we weer op en ik begon mijn spieren al goed te voelen. Toch wel verrekte onwennig dat heuvel op en af. In Valkenburg moesten we natuurlijk over de beroemde Cauberg. Een klim uit de Amstel Gold Race en ook minstens een keer één Wereldkampioenschap. Daarna ging het recht toe recht aan naar het Zuiden. We staken zelfs de grens over en kwamen in België terecht. Tegen een uur of één gaf Rob aan dat we zouden stoppen en tot mijn grote verbazing zag ik Julia aan de kant van de weg zitten. Even verderop stond een auto geparkeerd. Julia had een goed voorziene picknickmand bij zich en ik was verrast door de goede organisatie. We deden ons te goed aan de inhoud van de mand en in no time was al het eten en drinken op. Rob en Julia trokken zich terug en lagen in het gras een eindje verderop te zoenen met elkaar. Casper en Tim stonden met blote voeten in een beekje en waren bezig een stroompje af te dammen. Met plezier sloeg ik hen gade. Hoewel ik even helemaal alleen zat, voelde ik me alles behalve alleen. Ik had echt het idee dat deze jongelui me hadden opgenomen in hun groep. Terwijl ik daar zo zat, of liever gezegd lag, viel langzaam een lome vermoeidheid over me heen. Waarschijnlijk de tol van de bijna doorwaakte nacht.

Ik werd wakker van gekriebel op mijn gezicht. Een handgebaar met de bedoeling om het vervelende vliegje te verwijderen volgde maar het gekriebel bleef. Gelach wekte me uit mijn slaap en ik merkte dat Casper me met een strootje zat te klieren.

“Hé luilak we wilden eigenlijk wel weer verder gaan. Ben je als oudere man weer voldoende hersteld om verder te gaan?”

Het was twee uur geworden en ik zag dat Julia al weer weg was gegaan. Rob en Tim stonden al bij hun fietsen en ik zorgde er dus voor snel in de benen te komen. Ik zal jullie niet vermoeien met de rest van de tocht want vermoeiend werd het wel. Eerst nog een stukje België en toen hadden de fanatiekelingen ook nog het Drielandenpunt op de route geplaatst. Je zult wel begrijpen dat ik nergens meer punten haalde. Casper deed dat wel: bij het zo-even genoemde Drielandenpunt en ook nog in Vijlen (Nederlands Limburg). Toen waren we godzijdank bijna thuis. Zoals gebruikelijk geworden was ik ook bij het eindpunt de laatste van de vier. Er werd echter stevig voor me geklapt en dat niet om me te pesten.

“Je hebt het prachtig gedaan, Vincent. Echt ik heb bewondering voor je. Als je voor het eerst hier over die heuvels fietst is het verdomde zwaar,” zei Rob en Tim knikte instemmend. Wow, met dit compliment was ik best in mijn sas en het leek alsof de spierpijn en de pijn in mijn achterste meteen een stuk minder werden. “Maar,” voegde Rob eraan toe, “je overduidelijke verlies, staat me niet toe om je te ontslaan van je verplichting tot het betalen van het eten.” Nee, dat was duidelijk en dat had ik ook al wel aan zien komen. Eigenlijk had ik dat voordat we ook nog maar een meter hadden gefietst al wel geweten.

Rob en Tim gingen meteen na aankomst bij de tenten (1 grote in het midden, 1 kleine links voor Tim en een grotere rechts voor Casper) met handdoek en badjas naar de douches. Casper en ik bleven eerst nog wat rondhangen en dronken thee die Julia voor ons inschonk. Toen de broers terug waren, gingen wij richting het verkwikkende water. In het voorgedeelte legden we onze handdoeken en badjassen (ik had die van Rob mogen lenen) neer en kleedden we ons uit. Toen ik de deur van het douchehokje achter me dicht wilde trekken, stapte Casper bij me naar binnen en zei: “Ik wil nou ook wel eens zien hoe jij er helemaal zonder kleren uitziet. Vind je dat goed?” Ik had er geen probleem mee. We douchten ons zonder dat er verder iets gebeurde. Het enige dat we deden was elkaar bekijken en naar elkaar glimlachen. We spoelden ons af en keerden terug naar onze handdoeken. Redelijk snel waren we klaar en hadden we onze badjassen en slippers aan. “Nou, valt me niets tegen,” zei Casper.

“Wat bedoel je?”

“Nou, die paar rimpeltjes vet die ik gezien heb.”

Kun je begrijpen dat ik woest werd? Vet! Ik heb nergens vet! Ik bedacht me niet, liet de badjas van mijn schouders glijden en pakte Casper die met zijn rug naar me toe stond om zijn middel beet, tilde hem op en zette hem met badjas en al onder de douche. Hij schreeuwde moord en brand maar ik was genadeloos en moest vreselijk lachen om zijn gekrijs.

“Zak,” riep hij toen ik hem eindelijk los liet. “Ik ben helemaal nat, man!”

“Ja, rare eigenschap van water eigenlijk, hè,” plaagde ik hem.

Hij zei geen woord meer maar beende met grote passen en flink druipend het washok uit. Ik trok snel mijn badjas weer aan en pakte onze kleren op. Casper had een flinke voorsprong maar al snel was ik bij hem maar voorzichtigheidshalve bleef ik gniffelend een eindje achter hem lopen. We hadden veel bekijks. Een ieder die we tegenkwamen, draaide zich om en keek ons na. Mijn gniffelen werd luidruchtiger. Bij de tent aangekomen was het Julia die ons verbaasd aankeek.

“Maar Casper, je weet toch wel dat je je badjas uit moet doen voor je gaat douchen?”

“Zijn schuld!” zei de jongen en hij wees met zijn duim over zijn schouder naar mij. Onder de blik van Julia speelde ik de totale onschuld en trok mijn schouders op maar kon het niet laten om breed naar haar te glimlachen. Casper was inmiddels de tent binnengegaan en had zijn natte spullen voor de opening laten liggen. Ik pakte ze op en hing ze op het tussen twee bomen gespannen lijntje. Toen volgde ik hem de tent in. Hij zat op zijn knieën met zijn rug naar me toe bezig zijn haren te drogen met een handdoek en was nog steeds helemaal naakt. Deze wondermooie aanblik werd me ineens teveel. Ik trok mijn badjas uit en ging achter hem zitten, sloeg mijn armen om hem heen en zoende hem in zijn nek. Hij zuchtte diep. Mijn handen gleden over zijn front en ik betastte zijn borst en buik en voelde het topje van zijn staande pik. Ik duwde hem op zijn buik en met mijn knieën dreef ik zijn benen uiteen waarna ik me languit op hem neervlijde, mijn staander tussen zijn bilspleet.

“Eigenlijk zou ik je moeten straffen,” zei ik.

“Waarvoor?”

“Je noemde me zak!”

“Dat had je verdiend!”

“Nee, nou wordt ie mooi.” En ik duwde mijn pik harder tegen zijn billen. “Ik zou je voor straf eens een flinke beurt moeten geven.”

“Zou je dat doen?”

De vraag drong mijn hersenen binnen en meteen begonnen de raderen flink te draaien. Het zou niet gek zijn. En ook niet ongewoon voor mij. Peter en ik waren vaak onze minpartijen begonnen met een flink robbertje neuken van mijn kant om pas later over te gaan op de dingen die voorspel heten. Andere knapen die ik na Peter gehad had, de afgelopen twee jaar, hadden ook vaak eerst met mijn priemende pik te maken gehad. Maar…

“Nee, bij jou niet.” En dat was het enig mogelijke antwoord voor mij. Bij hem zou ik dat niet doen. Bij Casper moest het anders zijn. Ik zoende hem teder in zijn nek en zei: “Ik hou van je.” En draaide me van hem af. Hij draaide zich op zijn zij naar me toe en streelde met een hand over mijn borst.

“Ik vind je leuk.” En hij lachte naar me.

“Zijn we weer vrienden?”

“Nou?” Hij keek erg bedenkelijk maar toen de glimlach rond zijn lippen breder werd wist ik dat hij niet meer boos op me was.

“Zeg, ik geloof dat daar binnen in die tent iemand is die het eten moet betalen. Dus, als jullie dat geflikflooi willen staken dan kunnen we eindelijk gaan eten. Ik rammel van de honger.” De sonore bas van Rob haalde ons uit onze liefelijke overpeinzingen.

“Ja hoor, we komen al. Eén momentje nog.” Casper drukte me een kus op mijn lippen en vroeg of ik kleren van hem moest lenen. Aangezien ik in wielertenue vanmorgen verschenen was en dat spul nu aan de lijn hing, leek dat me wel handig. Ik weet niet of ik het al eerder gezegd heb maar volgens mij hebben de jongen en ik precies dezelfde maten. Zijn T-shirt, boxer, korte broek en ook zijn sokken pasten me in elk geval prima. Toen we uit de tent kwamen stond de rest van de ‘familie’ reeds te wachten.

“Hè, hè,” verzuchtte Rob.

“Zeg, eh, broertje in wording,” begon Casper, “het is niet netjes hoor om zomaar andere mensen te storen terwijl ze leuk bezig zijn.”

Ik kreeg een gigantisch rood hoofd en Julia barstte in lachen uit. Nijdig keek ik naar Casper. Wat bezielde hem! Casper ging echter onverdroten verder. “Ik stoor jou toch ook niet als jij ’s nachts met Julia ligt te rommelen.”

“Jongeheer Van Egmond, daar maak je een grote inschattingsfout. Tijdens de vakantie onthoud ik me altijd van de seksuele genoegens omdat ik als oudste van het stel een voorbeeldfunctie wil zijn voor die twee kleinere broertjes waarop ik geacht word te passen. En..”

“Ja, ja,” viel Tim hem in de rede, “dan heb je zeker altijd erg veel buikpijn dat je zo moet kreunen ’s nachts.” Ditmaal schoot iedereen in de lach en ook Rob schoot uit zijn rol.

“Kom op stelletje rotzakken we gaan eten en de heer Waelbers betaalt, dus wil ik maar zeggen, geniet er van.”

Het werd een vrolijke maaltijd. Goed eten, goed drinken en een goede, luchthartige conversatie. Zoals ik die middag ook al had gemerkt, had het stel mij al helemaal ingesloten en beschouwden ze mij niet als een vreemde indringer maar als iemand die er gewoon bij hoorde. Terwijl wij genoten van het dessert begon een band te spelen en wij bleven dus maar gewoon op onze plek op het terras zitten.

“Mag ik deze dans van je?” vroeg Julia terwijl ze mij haar hand aanbood. Rob was druk met Tim en Casper aan het praten en keek niet op of om toen wij de tafel verlieten.

“Wordt Rob niet jaloers?” vroeg ik haar toen ze haar handen om me heen sloeg en met me begon te dansen.

“Rob? Nee, die niet hoor. Jaloezie is een van de gevoelens die hij gelukkig niet kent. En bovendien weet hij wat hij aan mij heeft. Hij vertrouwt mij en ik hem.” We dansten op het ene na het andere nummer en bij een slow nummer vroeg ze me of ik al vorderingen maakte met Casper.

“Nee, nog niet echt. Vanmiddag heb ik hem voor het eerst gezegd dat ik van hem houd maar hij reageerde niet echt. Hij vond me leuk, dat was alles wat hij zei.”

“Nou ja, het is misschien een begin?”

“Ja, maar wel een pover begin.”

“Vincent, geef hem wel de tijd. Hij is nog jong en wordt misschien met gevoelens geconfronteerd die hij nog nooit eerder heeft ervaren.”

“Dat weet ik en ik zal de tijd voor hem nemen, maak je maar geen zorgen. Ik houd van je broer en ik wil hem heel graag als vriend maar ik wil ook heel graag van hem horen dat hij van mij houdt! Kun je dat begrijpen?”

“Natuurlijk. Dat wil toch iedereen graag horen dat er iemand is die van hem of haar houdt?”

Ik had het idee dat ze me begreep. Toen het nummer afgelopen was, gingen we terug naar onze plaatsen. “En Rob, wil jij nu even met me dansen?” Ze schudde echter meteen daarna haar hoofd, wetende waarschijnlijk dat Rob niet wilde dansen, en ging zitten.


Zaterdag 28 juli

Het liep al tegen één uur toen de band aankondigde het laatste nummer te zullen gaan spelen. Plotseling stond Casper voor me en vroeg: “Wil je met me dansen?” Natuurlijk wilde ik dat. Samen liepen we de ‘dansvloer’ (een betegeld, vrij gedeelte op het terras) op. Hij legde zijn armen rond mijn nek en ik de mijne rond zijn middel. Langzaam schuifelden we heen en weer onze lichamen dicht tegen elkaar aangedrukt. Het voelde zo ontzettend goed dat het leek alsof de tijd vloog. Veel te snel klonk het applaus van de toeschouwers en moest ik die lieve, zo goed aanvoelende jongen loslaten. “Zal ik een eindje met je meelopen?”

“Ja, dat is goed.” Dit keer liep hij met mij de heuvel op in de richting van mijn huisje. Halverwege stopte ik en draaide me naar hem toe. Ik nam zijn hoofd tussen mijn handen en kuste hem teder op zijn lippen. “Dank je wel, Casper, voor deze geweldig mooie dag.”

“Jij ook bedankt, Vincent, want zonder jou was deze dag vast niet zo mooi geworden.”

Ik pakte zijn handen beet en zo bleven we nog een hele tijd staan. Toen liet ik hem los en wenste hem een goedenacht waarna we in een tegengestelde richting verder liepen. Ik draaide me niet meer om omdat ik bang was voor mijn eigen gevoelens.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2001 door Lucky Eye » maandag 09 maart 2015 15:36

DE TWEEDE WEEK

Hoofdstuk 5


Zaterdag 28 juli

Nog geheel in beslag genomen door de gebeurtenissen van de vorige dag kwam ik in mijn huisje aan. Meteen gaan slapen zou geen zin hebben, dan zou ik toch uren lang naar het plafond liggen staren. Ik douchte me en ging in mijn badjas weer naar beneden. Uit mijn doosje met meegebrachte CD’s zocht ik een van mijn favoriete en deed deze in de CD-speler. Terwijl de stem van Udo Jürgens mijn oren bereikte, ging ik languit op de bank liggen. De volumeknop stond op zacht omdat ik wist dat in de huisjes naast de mijne de kinderen allang lagen te slapen. O ja, dat moest ik morgen niet vergeten. Ik moest Casper nog vragen of hij zondag met mij meeging naar de barbecue waarvoor ik uitgenodigd was. En bovendien moest ik de buren nog vragen hoe laat ze nou precies zouden gaan beginnen. De nummers zachtjes meezingend, dacht ik na over wat er gisteren allemaal gebeurd was. De lol die ik gehad had maar ook de onzekerheid die na een heftig moment in de tent met Casper bij mij had toegeslagen. Een ding was zeker; ik was heftig verliefd op de jongen en wilde dat hij ook van mij hield. Maar, kon ik dat afdwingen? Nee, zeker niet. Ik zou moeten wachten tot hij zover was. Hij was nog jong en waarschijnlijk nog erg onzeker. Langzamerhand zou ik hem voor mij moeten winnen maar ik wilde het zo graag dat ik bang, echt bang was dat ik hem zou verliezen. Zo in gedachten verzonken, viel ik op de bank in slaap.

Nog steeds moe en slaperig werd ik de volgende ochtend wakker. Eerst wist ik niet waardoor ik gewekt was maar toen ik de vier buurkindjes op het grasveld zag spelen en hun hoge stemmetjes hoorde, wist ik het. Ik richtte me langzaam op en bemerkte dat ik een gigantische hoofdpijn had. Ik sliep ook veel te slecht de laatste tijd. De eerste dagen was ik steeds erg vroeg wakker geworden hier en de laatste dagen had ik te veel liggen denken en prakkiseren. Ik zette de benen naast de bank en verplaatste me in een zithouding. Auw, dat deed zeer. Reusachtige steken van pijn denderden door mijn hoofd. God, het leek wel of ik een kater had! En toch had ik gisteren niet te veel gedronken. Echt niet! Ik ben een matige alcoholgebruiker, dat durf ik gerust van mezelf te zeggen. De laatste keer dat ik me echt klem had gedronken was geweest op de dag dat ik Peter de deur had uitgetrapt. Toen had ik ondanks al mijn psychologische kennis geen andere uitweg geweten dan de fles. Een paar dagen was ik niet aanspreekbaar geweest maar nadat ik me eenmaal weer bijeengeraapt had, was het niet meer voorgekomen. Plotseling leek het huisje te trillen en met van schrik opengesperde ogen keek ik dan ook naar het raam. Het breed glimlachende gezicht van Casper keek me aan. De idioot had een gigantische roffel op het glas gegeven. Moeizaam stond ik op en slenterde naar de deur.

“Zoooo, jij ziet er florissant uit vanmorgen?” begroette hij me.

Ik mompelde iets onverstaanbaars terug en liet me in een stoel ploffen.

“Te veel gedronken?”

“Nee, jongen, dat doe ik niet. Ik weet me in te houden op dat gebied.”

“Slecht geslapen dan?”

Ik knikte en hij vroeg niet verder. Hij liep naar de keuken toe en rommelde wat in de kastjes en kwam even later terug met een paracetamol in een glas water. “Volgens mij heb je koppijn, dus als je dit nou eerst eens opdrinkt, je daarna lekker gaat douchen, dan zet ik ondertussen koffie en maak ik wat te eten voor je klaar.” Verbaasd over zoveel slagvaardigheid keek ik hem aan. “Toe dan, drink op!” beval hij me. Ik schudde het glas even om en slikte de inhoud naar binnen. Gadverdamme, dat spul smaakte altijd zo smerig. Maar in elk geval beter dan proberen zo’n pil in zijn geheel door te slikken en het risico te lopen dat hij ergens in je keel blijft steken. Ik volgde zijn raadgevingen op en begaf me naar boven. Het water van de douche friste me in elk geval lekker op en nadat ik me geschoren had, stak ik me in mijn slaapkamer in de kleren. Een onderbroek, sokken, donkerblauw T-shirt en een kakikleurige short. Even een blik in de spiegel en ik vond dat ik er best mee door kon. Alleen die dikke rimpel boven mijn ogen moest ik nog zien kwijt te raken. Ik oefende eventjes maar veel trekken met het gezicht maakte dat ik mijn hoofdpijn duidelijker voelde dus ik het liet het maar voor wat het was. Ik liep de trap af naar beneden en rook de koffie al. Casper was echter nergens te bekennen. Op het terras stonden twee bekers met koffie ingeschonken en vier gesmeerde boterhammen. Dacht hij nou echt dat ik zoveel at? Of had hij voor ons beiden gesmeerd? Van de zijkant van het huisje hoorde ik stemmen en aangezien ik ook Caspers stem meende te herkennen, ging ik even poolshoogte nemen. Op kousenvoeten liep ik de hoek om en zag de ‘verlegen’ Casper daar praten met mijn buren.

“Goedemorgen buurman. Lang niet gezien zeg,” nam de vrouw van wie ik uit onderlinge gesprekken tussen mijn buren begrepen had dat ze Petra heette, het woord.

“Nee, heb het druk gehad. Zelfs in mijn vakantie,” verontschuldigde ik mij.

“Ja, dat zien we,” zei de andere vrouw die geloof ik Herma heette. En hierbij bekeek ze Casper van top tot teen. Het ongeschoren gezicht van de jongen (hetgeen hem echt heel goed stond) begon iets te blozen onder al deze aandacht. “Ik neem aan dat je het niet erg vindt,” ging ze verder, “maar we hebben Casper ook gevraagd voor morgenavond.” Nou ja, geen probleem, dat scheelde mij in elk geval het vragen.

“Nee, hoor, geen enkel probleem. Maar weet wel dat hij een grote eter is hoor. Hij eet je de oren van het hoofd.” Een stomp beukte in op mijn bovenarm. “Hoe laat beginnen jullie morgen?” Petra zei dat ze om vijf uur al wilden beginnen vanwege de kinderen. “Oké, Casper en ik zullen er zijn. Ik zal hem overdag wat bijvoeren zodat hij zich enigszins kan inhouden.” Een tweede dreun ontliep ik doordat ik me snel uit de voeten maakte terwijl ik haastig afscheid nam. Casper rende achter me aan. Het gelach van de buren schalde over het terrein. Bij ons eigen terras ging ik snel in een stoel zitten en toen Casper op me af kwam zei ik dat ik zielig was vanwege mijn hoofdpijn en dat hij me niet meer mocht slaan.

“Oké, zielenpiet, voor deze keer dan maar. Een volgende keer kom je er niet zo genadig af.”

“Ik kan wel zien dat je bij het maken van het ontbijt uitgegaan bent van hetgeen jij zelf eet,” ging ik verder met plagen.

“Hoezo?”

“Je denkt toch niet dat ik vier boterhammen op kan, hè?”

Hij haalde zijn schouders op. “Hoeveel dan?" Ik gaf aan er aan twee wel genoeg te hebben en zijn commentaar was zo nuchter als het maar kon: "Nou, dan eet ik de rest wel op hoor. Ik heb er tenslotte nog maar vier achter mijn kiezen.” En met een brede lach om zijn snuit keek hij me aan. Wow, onvoorstelbaar wat een eetlust had die knaap. Het smaakte hem zo te zien goed en ook ik liet mij het ontbijt goed smaken. Terwijl we aten nam ik hem goed in me op. Hij droeg een kortgeknipte spijkerbroek en een rood T-shirt.

“Wat gaan we doen vandaag?”

“Ik wou je meenemen langs de Geul, als je tenminste kunt vanwege je hoofdpijn?” zei hij bezorgd.

“Tuurlijk wel, man. Ik ben geen invalide!” Het was er te snel uitgekomen en niet zo bedoeld. “Sorry, dat had ik niet moeten zeggen.”

“Het geeft niet, Vincent.”

“Natuurlijk wel. Ik moet ook rekening houden met jouw gevoelens.” Ik voelde me een vreselijke sufferd. Zo’n woord lag natuurlijk heel gevoelig bij hem vanwege zijn moeder. En ik was dat even helemaal vergeten. In gedachten sloeg ik me voor mijn hoofd. Niet in het echt natuurlijk want ik had al koppijn genoeg.

Nadat we een tweede ronde koffie hadden genomen, ruimden we de boel op en pakte Casper zijn rugzak in met een aantal spullen uit mijn koelkast. Natuurlijk had hij dat wel eerst gevraagd en ik had hem gezegd dat hij zijn gang maar moest gaan. Al snel liepen we de holle weg vlakbij het huisje af naar het Geuldal. Daar gingen we in zuidelijke richting langs de oever van het riviertje. Onderweg wees Casper me op allerlei bloemen en struiken en ik was echt verbaasd over zijn grote kennis hiervan. Op de basisschool had ik ook ooit wel eens het verschil tussen een kastanje en een beuk geleerd maar die kennis was ik allang weer kwijtgeraakt. Op dat gebied ben ik echt een NUL! “Hoe weet je dat toch allemaal,” vroeg ik hem. “Heb je een gidsje gekocht of zo?”

“Nee, joh, mijn pa was vroeger onze gids en zijn kennis is nog veel groter dan de mijne. Hij is op dat gebied echt een wandelende encyclopedie.” Nadat we lange tijd gelopen hadden stopte Casper en zette hij zijn rugzak op de grond. “Zo, en nu eerst even wat verfrissing,” zuchtte hij. Hij ging in het gras zitten en ontdeed zich van zijn schoenen en sokken. Ook zijn T-shirt trok hij uit en blootsvoets stapte hij in het water van de Geul. “Kom je ook?” Natuurlijk kwam ik ook. Het was bloedheet en de koele aanlokkelijkheid van de rivier trok ook mij. Al snel liep ik ook door het water te banjeren. Casper liep een eindje voor me maar wachtte eventjes op mij. Toen ik vlakbij hem was, overviel me ineens een speels idee. Met mijn schouder bonkte ik tegen de zijne aan en omdat hij dit niet verwacht had, tuimelde hij achterover in het water. Zelf viel ik echter ook om omdat ik duidelijk te veel kracht had gezet. Casper ging helemaal onder en toen hij boven kwam, streek hij eerst zijn haren weer goed.

“IJdeltuit!”riep ik hem toe.

Hij lachte en sprong boven op me om mij onder water te duwen. Proestend kwam ik weer boven en sloeg mijn armen om hem heen als ware hij mijn reddingsboei. Zittend in het water trok ik hem stevig tegen me aan. Ik legde mijn linkerhand achter zijn hoofd en drukte plots mijn lippen op die van hem. Toen mijn tong zijn lippen beroerde, weken ze uiteen en vond mijn tong de zijne. Een heerlijke, lome tongzoen volgde. Toen we elkaar loslieten, hapten we beiden naar adem. “Wow,” verzuchtte ik.

“Wow,” kwam ook van zijn lippen. “Dat was goed man!” En meteen drukte hij zijn lippen opnieuw op de mijne. Dit keer gleed zijn tong in mijn mondholte naar binnen. Onze tongen duelleerden nog een keer met elkaar en ik ervaarde het als een vreselijk heet en geil moment. Toen hij me losliet slaakten we beiden opnieuw een kreet van verrukking. Casper ging staan en trok me overeind. Hand in hand liepen we terug naar de plaats waar onze kleren lagen. Op de oever, trokken we onze broeken uit en legden deze te drogen op een struik. Casper zat gehurkt bij zijn rugzak en ik zette me achter hem neer. Met mijn handen streelde ik over zijn behaarde, gewelfde borst en ik hoorde hoe dit een diepe zucht aan hem ontlokte. Ik glimlachte en ging verder met mijn liefkozingen. Ik bespeelde zijn tepeltjes en opnieuw kreunde hij. Dit keer niet zachtjes maar ongeremd. Mijn handen gleden naar beneden over zijn strakke buikspieren tot bij zijn navel. Opnieuw een kreun en toen ik het spoor van zijn lichaamsbeharing naar zijn natte slip volgde maakte hij opnieuw geluid. Mijn handen gleden over zijn slip en bevoelden zijn handelswaar. Wow, nu was ik onder de indruk. Ik had het natuurlijk al wel eerder gezien, we hadden samen gedoucht tenslotte, maar het nog nooit onder handen gehad. Zijn pik was keihard en in mijn ogen erg groot. Ik schatte hem zeker zo’n achttien centimeter. En dat was toch duidelijk groter dan de zestien die ik heb. Zijn ballen voelden groot en zwaar aan. Zijn lijf rustte tegen het mijne en zijn hoofd lag in zijn nek. Toen hij zijn gezicht naar me toedraaide, tongden we elkaar voor de derde keer.

“Ik houd van je, Casper!”

“Ja, dat weet ik, Vincent.” Hij draaide zich naar me om en gaf me een klein kusje op de mond. “Maar ik heb honger, jij ook?”

“Ik wel, maar hoe jij nu alweer honger kunt hebben is mij een grote vraag, jongen!” Hij lachte en zocht in zijn rugzak naar ons eten. In stilte aten we onze boterhammen, ik twee en hij vier. Daarna dronken we wat en strekten ons toen languit in de zon uit. Het was een tijdlang stil totdat hij de stilte met een vraag verbrak.

“Wat betekent ‘houden van’ voor jou?”

Een moeilijke vraag maar niet een waar ik geen antwoord op wist. “Voor mij betekent het dat je samen met iemand anders door het leven wilt gaan. Dat je met diegene lief en leed wilt delen. Jouw lief en leed maar ook dat van die ander. Dat je er voor elkaar wilt zijn.”

“En seks, welke rol speelt seks daarbij?”

“Seks vormt daarvan een onderdeel maar volgens mij niet het hoofdbestanddeel. Voor mij komen vriendschap en het delen op de eerste plaats. Bovendien zou seks, denk ik, meer moeten zijn dan alleen maar lustbeleving. Seks is het ultieme samen delen. Het delen van elkaars lichaam, het delen van elkaars genoegens.” Ik keek hem aan en zag de serieuze blik in zijn ogen.

“Wat hadden jij en Peter?”

Een tijdje bleef het stil tussen ons. Ja, wat hadden Peter en ik eigenlijk gehad. Een vraag die ik mezelf nadat het misgegaan was wel duizenden keren had gesteld. “Peter en ik hadden goede seks, maar duidelijk zonder de lading die ik er zo-even aan gegeven heb. Het was pure lust, in elk geval van zijn kant. Ik heb jaren het idee gehad dat we echt iets deelden samen maar alles kwam van mijn kant. Ik deelde en hij consumeerde. Ik werd een half en hij anderhalf. Zo was het.”

Hij leunde naar me toe en aaide me over mijn haren. “Het moet echt heel vreselijk voor je geweest zijn!” zei hij.

Ja, hij had gelijk. Het was vreselijk geweest. Te ontdekken dat een ander niet de jouwe is, is een vreselijke ervaring. Eentje die ik nooit meer wilde meemaken. Ik glimlachte naar hem, pakte zijn hand beet en kuste die. “En jij? Ben jij echt een ijdeltuit?”

“Hoe bedoel je?”

“Zoals ik het zeg. In het zwembad zag ik het ook al.”

“Wat?”

“Iedere keer als je boven water komt, is het eerste wat je doet je haar in model brengen.”

Hij lachte luid. “Ja, natuurlijk, ik moet er toch een beetje knap uitzien. Anders versier ik nooit iemand.” Hij maakte me aan het lachen. “Ja, je kunt best wel zeggen dat ik ijdel ben. Ik ben trots op mijn lijf en wil dat graag mooi houden. Ga een paar keer in de week naar een sportschool om te trainen en fiets en doe ook nog wat aan hardlopen. En dat alles leidt tot dit prachtige resultaat.” Hij ging staan en showde uitbundig zijn spieren aan me. Geen overdadige massa’s zoals een bodybuilder, gelukkig niet, maar het zag er goed uit.

“Ja hoor, Casper, indrukwekkend.”

“Maar zijn niet alle homo’s ijdel? Jij toch ook wel?”

Ik knikte, natuurlijk lette ik er ook wel op hoe ik eruit zag. Ook ik deed veel aan sport en trainde mijn lichaam goed. Je moet toch wat!

Toen de zon ons en onze kleren grotendeels opgedroogd had, gingen we verder. We liepen nog een poosje langs de Geul en verlieten toen de stroom om door de bossen terug te keren naar mijn huisje. Het was al zes uur geweest toen we daar aankwamen.

“Zal ik wat te eten klaarmaken?”

“Nee joh, doe voor mij geen moeite. Ik moet straks nog uit eten.”

”Hoezo?”

“Mijn ouders zijn gisteren aangekomen in Epen en logeren in ‘Ons Krijtland’. Vanavond zijn wij uitgenodigd om te komen eten.”

Eigenlijk had ik toen verwacht dat hij mij zou uitnodigen maar kennelijk hoorde ik niet tot de door hem genoemde ‘wij’ want een invitatie bleef uit. Het enige dat ik wist uit te brengen was “Oké.” Casper kwam op me toe gelopen en sloeg zijn armen om mijn middel heen. Hij trok me dicht naar zich toe en zijn lippen beroerden de mijne. In no time leken we beiden weer in vuur en vlam te staan. We tongden elkaar heftig en vol van passie. Toen we elkaar eindelijk loslieten zei hij dat hij moest gaan. “Vergeet je niet morgen op tijd te komen voor de barbecue?”

“Nee, ik denk dat ik zo net na het middageten al kom. Vind je dat goed?” Natuurlijk vond ik dat goed. Ik knikte en speels kneep ik hem even in zijn billen. Hij lachte en gaf me een kusje op mijn voorhoofd.

“Weet je, dat zo’n ongeschoren gezicht je heel goed staat?”

“Ja, vind je echt?”

“Ja, heel stoer en sexy.” En nogmaals kneep ik hem in zijn billen.

“Ouwe, viezerik,” zei hij. “Ik ga maar gauw weg voor je nog wilde ideeën krijgt.” Een kus op het puntje van mijn neus en toen liep hij weg. Bij de deur draaide hij zich om en wierp me nog een kushandje toe. “Doei! Tot morgen!”

“Tot morgen!” En de deur viel achter hem dicht. Hij stak voor het raam nog zijn hand op en ik zwaaide terug. Toen was het ineens echt heel stil. Alleen niet in mijn hoofd. Allerlei onrustige gevoelens bevlogen me. Waarom had hij mij niet uitgenodigd? Hoorde ik ineens niet meer bij het groepje? Lamgeslagen zat ik op de bank totdat ik mezelf hard toesprak en zei dat ik niet moest zitten zeuren. Ik was EEN vriend van Casper en nog steeds niet ZIJN vriend. Ik was dan wel tot over mijn oren verliefd op hem maar had dat van hem nog niet mogen horen. Dus… wat zat ik te mekkeren. Ik stond op en liep de keuken in om eten voor mezelf klaar te maken. Net toen ik de warme pan op tafel zette, werd er geklopt. Ik deed open en Julia stond hijgend op de stoep en liep meteen door naar binnen.

“Heeft Casper je niet uitgenodigd of had je andere plannen voor vanavond dat je niet kon!”

Ik begreep de vraag meteen en antwoordde naar eerlijkheid.

“De lul!” Boos liep ze heen en weer door de kamer. “Dan nodig ik je hierbij uit om als een vriend van mij mee te gaan!”

“Nee, Julia. Dat is heel lief bedoeld van je maar ik denk niet dat het goed zou zijn.”

“Hoezo niet. Hij had je moeten uitnodigen! Je trekt al bijna de hele week met hem en ons op en dan sluit hij je voor dit uit! Dat is toch belachelijk! Gewoon niet eerlijk!”

Ik pakte haar bij haar schouders beet en probeerde haar wat te kalmeren. “Ik begrijp je en heb me zelf ook buitengesloten gevoeld toen ik een uitnodiging verwachtte en die niet kwam. Maar het is zijn keuze, Julia, en die moet ik respecteren. Ook al voel ik me er rot onder. Meegaan als een vriend van jou zou kunnen maar Casper een rotavond bezorgen dat wil ik absoluut niet. Hij zou zich vreselijk opgelaten voelen.”

“Hij is een zak! Punt uit!” Haar gezicht was rood en tranen blonken in haar ogen. Gut, wou ze echt zo graag dat Casper en ik een stel werden? Ze koos partij voor mij en niet voor haar eigen broer. Ze legde haar hoofd tegen mijn borst en begon zachtjes te huilen. “Oh, Vincent,” snikte ze, “het is allemaal zo moeilijk. Ik ben zo bang dat hij niet de juiste keuzes maakt dat ik ze als het ware voor hem wil maken en ik weet dat het niet goed is maar toch…” Ik begreep haar volkomen. Ja, ze wilde inderdaad dat Casper en ik een stel werden.

“Hé, stop met huilen. Je hele make-up loopt zo door.”

Ze lachte naar me. “Ja, ik ben misschien de sufferd maar hij is een zak, een lamstraal, een dikke lul!” Ze was nog steeds boos op Casper en ik hoopte van harte voor hem dat hij niet tegenover Julia zou zitten aan tafel want anders…

“Rustig nou maar. Ga nu gezellig uit eten met je ouders en de rest en geniet ervan. Ik vermaak me hier uitstekend hoewel ik mijn eten wel weer even moet opwarmen.”

Ze lachte en veegde haar tranen weg. “Je hebt gelijk. Ik ga plezier maken en hoop van harte dat Casper je vreselijk zal missen.”

“Dat is een goeie!”

“Zeg, Vincent?”

“Ja?”

“Mag ik misschien je mobiele nummer voor als ik je ooit eens wil bereiken?” Ik had daar geen problemen mee en schreef het nummer voor haar op terwijl zij het hare voor mij opschreef. Nadat ze weg was gegaan, warmde ik eerst mijn eten op en daarna genoot ik van mijn vrijgezellenmaaltijd. Die avond maakte ik het niet laat. Al om tien uur zocht ik mijn bed op met het vaste voornemen om eens een echt goede nacht te beleven. Een nacht met veel slaap.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2001 door Lucky Eye » maandag 09 maart 2015 15:38

Hoofdstuk 6


Zondag 29 juli

Het was me eindelijk eens gelukt. De hele nacht had ik zonder ook maar een keer wakker te worden geslapen. Waarschijnlijk het gevolg van de enerverende dag van gisteren. De gezonde buitenlucht, de heerlijke kussen van Casper en een goede maaltijd, zij het in mijn eentje. Vandaag zou ik niet alleen hoeven te eten. Om negen uur stapte ik mijn bed uit en maakte ik een ontbijt klaar. Terwijl ik nog druk bezig was met het eten, bliepte mijn gsm. “Waelbers.”

“Hi, Vince, hoe is het met je?” Ik geloof dat ik verteld heb dat ik anders dan mijn opa geen familie gekend heb maar dat is iets bezijden de waarheid. Toen ik 22 was, overleed mijn opa en op zijn begrafenis ontmoette ik zijn zus. Eigenlijk een oud-tante van mij dus. Ze was veel jonger geweest dan mijn opa en ik was absoluut niet op de hoogte van haar bestaan. Toen we als enige familieleden na de begrafenis achter de gebruikelijke tafel voor de condoleance zaten, raakten we aan de praat. Ze begreep mijn verbazing en vertelde me dat haar broer haar levenshouding nooit had kunnen accepteren. Hij was altijd een keurige heer geweest en zij een avonturierster. Natuurlijk was ik benieuwd naar haar en zo zaten we nog dezelfde avond samen ergens te dineren. Ik vroeg haar honderduit. Natuurlijk over mijn ouders maar ook over andere familieleden. En eigenlijk was ik dolblij dat ik toch nog familie had. Emma, zoals ik haar mocht noemen, was echt een globetrotter. Ze had een huis in Amsterdam maar het grootste gedeelte van haar leven had ze over de hele wereld gezworven. Echt een heel bijzonder type. Maar ook ontzettend gaaf. En af en toe, als ze weer eens in Nederland was, belde ze me op. En zo ook deze zondagochtend dus.

“Hé, Tante Emma,” zei ik plagerig want ik wist dat ze geen tante genoemd wilde worden, “bent u weer eens in het vaderland?”

“Ja, jongen, je oude tante is weer eens op haar nest geland.” Een gesprek met Emma is niet zo een, twee, drie voorbij en het duurde dan ook geruime tijd voor we het gesprek beëindigden met de afspraak dat we elkaar de komende tijd zeker nog eens zouden opzoeken. Met een brede lach om mijn mond legde ik de telefoon weer weg maar meteen rinkelde het ding opnieuw. Shit, zo zou ik nooit mijn kleren aan krijgen.

“Waelbers,” meldde ik me.

“Goedemorgen, meneer Waelbers, u spreekt met Loes van Egmond.” Ik bleef stil aangezien er geen belletje bij mij ging rinkelen maar toen ze verklaarde dat ze de moeder van Casper was ging het licht bij mij aan.

“Goedemorgen, mevrouw, hoe maakt u het?” reageerde ik beleefd. Om het gesprek even kort samen te vatten kwam het erop neer dat ze me uitnodigde voor de koffie in haar hotel. Ik stemde hiermee in en zei dat ik er binnen een uurtje zou zijn. Ze bedankte me hartelijk en verbrak de verbinding. Toen was het snel douchen, aankleden en wegwezen. Ik liep de holle weg af naar het dal en toen in de richting van het dorp. Vlak bij de Dorphof zag ik bij een boerderij op een bordje staan dat er honing te koop was en ik nam me voor daar eens langs te gaan voor ik naar huis zou rijden aan het einde van de week. Ik liep de Dorphof op en liep zo tussen de weilanden door in de richting van het hotel. Via de Steenbergerweg kwam ik uiteindelijk uit bij ‘Ons Krijtland’. Ik meldde me netjes bij de receptie en kreeg te horen dat de familie Van Egmond een kamer had op de eerste verdieping, nummer tien. Via de trappen ging ik naar boven en had al snel de bewuste kamer gevonden. Klop, klop.

“Binnen.” Op deze uitnodiging opende ik de deur en stapte de ruim ogende kamer binnen. Bij het raam zat een kleine vrouw in een rolstoel. De zon in haar rug. Ik liep op haar toe en gaf haar een hand. Haar gestalte deed me aan Julia denken. Waar Casper lang en rijzig was, was Julia klein en ook haar moeder dus. In het gezicht herkende ik echter duidelijk tekenen van beide kinderen.

“Vincent Waelbers,” stelde ik me voor. Ook zij noemde haar naam en wees me een stoel aan.

“Wilt u koffie?”

“Graag, mevrouw.”

“Zeg, ik weet dat ik veel ouder ben dan u maar voor een gesprek vind ik het veel fijner als we gewoon je en jou zeggen. Wat vindt u daarvan?” Ik was een voorstander. Terwijl we van onze koffie nipten was het geladen stil. In gedachten vroeg ik me af wat ze van me wilde. Waarom had ze me uitgenodigd? Maar al snel leerde ik dat Loes van Egmond niet een vrouw is die lang om de hete brij heen draait. “Vincent, van Julia heb ik begrepen dat jij en Casper goed met elkaar over weg kunnen.” Ik knikte, ja zo zou je het wel kunnen noemen. “Bovendien had ze me al eerder, via de telefoon, laten weten dat er schijnbaar iets of iemand was die een heel goede invloed had op onze Casper.” Ik kende het verhaal van Julia en knikte instemmend. “Gisteravond heb ik lang met Julia gepraat en ik weet dat jij het serieus meent met hem. En daar ben ik heel blij om. Ik ken je niet maar via Julia ken ik je eigenlijk ook weer wel.” Ik begreep wat ze bedoelde. “Kan jij mijn zoon gelukkig maken?” De vraag kwam niet onverwachts. De moederliefde sprak uit haar ogen en dit was hetgeen ze wilde weten. Bewust antwoordde ik niet maar keek haar alleen maar recht in de ogen. Niet dat ik haar wilde uitdagen of zo maar ik wilde me geheel en al voor haar openstellen. Beiden deden we er het zwijgen toe en na een stilte die zeker vijf minuten duurde zei ze: “Dank je wel dat je me zoveel van je zelf hebt laten zien.”

“Geen dank. Ik wist gewoon dat woorden tekort zouden schieten. Soms is het beter om dingen niet in woorden te zeggen en ik had het gevoel dat dit zo’n moment was.” Ze glimlachte naar me. In stilte dronken we onze koffie op en daarna vroeg ze me of ik nog wat wilde. Ik had wel zin in nog een kopje en ze belde met de room service.

“Vincent, gisteren heb ik ook met eigen ogen gezien dat Casper veranderd is. Hij is niet meer zo teruggetrokken maar hij is nog lang niet helemaal zich zelf. Ik weet dat je van hem houdt maar neem van mij aan dat hij zich niet zo snel gewonnen zal geven. Hem veroveren zal tijd kosten en ik hoop dat je hem dat wilt geven.”

En daar kwam dus ineens mijn probleem op tafel te liggen. Wilde ik hem die tijd geven? Had ik zoveel tijd? “Ik hoop echt dat het niet te lang zal duren want ik weet niet of ik wel zolang kan wachten. Al een paar keer heb ik hem verteld dat ik van hem houd maar steeds kreeg ik niet eenzelfde reactie terug. Ik begrijp nu dat het moeilijk zal zijn om hem zover te krijgen dat hij ook zegt ‘ik houd van je’ maar weet niet hoelang ik kan wachten.”

“Ik begrijp je.” En in haar meelevende ogen zag ik dat ze me inderdaad volledig begreep. “Je bent gekwetst geweest en wilt nu heel graag zekerheid. Zekerheid voordat je verder met hem gaat.”

“Ja,” voordat ik wist wat ik deed stortte ik mijn hart helemaal bij haar uit en besloot met: “Ik wil van hem horen dat hij van me houdt voordat ik een seksuele relatie met hem aanga. Wat ouwehoeren, wat zoenen en zo vind ik prima maar voordat ik die laatste stap zet, moet ik het gewoon van hem gehoord hebben. Ik ben al 28 en voor mijn gevoel heb ik gewoon niet meer de tijd om tijd te verspillen aan een spel waaruit ik uiteindelijk weer als verliezer naar voren zou kunnen komen. Ik wil dat ook niet weer! Als je verliefd bent geweest, en dat was ik in mijn vorige relatie in het begin, doet het zo’n pijn als je merkt dat de ander niet van jou houdt!”

Ze knikte en pakte mijn beide handen beet. “Ik kan me dat heel goed voorstellen, Vincent. En daarom hoop ik voor jou dat Casper je spoedig zal vertellen dat hij van je houdt. Echt!”

Ik lachte naar haar en zij naar mij. Een kelner kwam binnen met de koffie en nadat hij de kamer weer verlaten had, praatten we verder over allerlei zaken. Vakantie, Epen, politiek, noem maar op. Vele dingen waren onze gesprekstof. Uiteindelijk stapte ik op nadat ik haar hartelijk bedankt had voor de uitnodiging en de koffie.

“Nee, Vincent, ik moet jou bedanken. Jij kwam op bezoek bij een voor jou volkomen onbekende oude vrouw en liet je ook nog eens kennen zoals je bent. Daarvoor ben ik je heel dankbaar.”

We schudden elkaar de hand en ik vertrok. Maar dat was niet de enige Van Egmond die ik die ochtend, nee het was ondertussen al middag geworden, zou treffen. Toen ik de treden van de trap voor het hotel afliep kwam een oudere man juist naar boven gelopen. Onmiskenbaar de vader van Casper. Een grote man, met spierwit haar, maar precies dezelfde oogopslag, neus en karaktervolle kin als zijn zoon. Ik groette hem terwijl ik hem voorbijliep maar beneden aangekomen draaide ik me om omdat ik het gevoel had dat iemand me aankeek. Je weet wel, zo’n prikkend gevoel in je rug. Van Egmond keek me inderdaad aan en kwam toen langzaam de trap weer afgelopen.

“Ben jij misschien …” hij zocht naar mijn naam en daarom kwam ik hem tegemoet.

“Ja, ik ben Vincent Waelbers en u bent ongetwijfeld de vader van Casper.”

“Duidelijk te zien?”

“Zeer zeker!”

“Is het goed dat ik een eindje met je meeloop?”

Hij zag er voor zijn leeftijd, ik schatte hem op duidelijk meer dan de vijftig van zijn vrouw, behoorlijk vief uit. En ik zei dat dat geen probleem was. Samen staken we de straat over en liepen het pad naar beneden af in de richting van het dal. Tijdens het wandelen viel het me op dat ik degene was die praatte. Kwam er al iets over zijn lippen dan was dat meestel een erg kort antwoord. Een tijdlang liepen we zelfs in stilzwijgen naast elkaar. Bij de Hofstede aangekomen liepen we in de richting van de Volmolen. En daar bij de splitsing van wegen vroeg hij me: “Heb je even tijd om met mij wat te praten?” Ik had alle tijd.

“Ja, natuurlijk wel.”

Van Egmond ging op het bankje zitten en ik zette me naast hem neer. Ik hoorde zijn ademhaling piepen en vroeg me bezorgd af of ik niet te snel voor hem gelopen had.
“Neem me niet kwalijk dat ik zo stil was onderweg, maar lopen en praten tegelijk lukt niet meer zo goed op mijn leeftijd. Vroeger praatte ik de wandelingen met mijn vrouw en kinderen altijd helemaal vol.”

“Ja, Caper, vertelde me dat. En hij heeft er ontzettend veel van opgestoken.” Ik dacht terug aan de grote kennis die hij gisteren tijdens onze wandeling ten toon had gespreid.

“Echt?”

Ik knikte.

“Daar ben ik blij om. Als je als ouder daar zo loopt en vertelt over de wonderen van de schepping heb je echt het idee dat je in de ruimte staat te kletsen en dat niemand naar je luistert. Maar gelukkig heeft hij er dus wel wat van opgestoken.”

“Zeer zeker, hij heeft een kennis die de mijne ver te bovengaat. Echt heel indrukwekkend. En hij is er maar wat trots op dat u hem dat heeft bijgebracht.”

“Raar, eigenlijk dat je dat dan van een derde moet horen.”

Ja, maar is dat niet vaak zo. Ook in mijn praktijk kwam ik dat vaak tegen. Problemen tussen ouders en kinderen worden vaak aangekaart niet door de betrokkenen zelf maar door een derde. Er is altijd iemand, en vaak een psychiater, die zegt wat er moet gaan gebeuren.

“Maar daarover wilde ik niet met je praten. Van mijn vrouw en Julia heb ik begrepen, ook weer niet van mijn zoon,” hij lachte zachtjes, “dat jij erg op hem gesteld bent. Dat je zelfs serieuze plannen met hem hebt.” Ik knikte en keek hem aan. Waar wilde hij heen? “Je zult het moeilijk krijgen, mijn jongen!” Ik was verbaasd en liet hem dat ook duidelijk blijken. Een glimlach brak rond zijn lippen door en hij ging verder. “Maar ik denk dat je dat zelf ook al wel door hebt. Je houdt mij niet voor de gek!”

“Ja, ik weet het.”

“Julia is qua innerlijk precies haar moeder en Casper heeft heel veel van mij weg. Ik ben tien jaar ouder dan mijn vrouw en toen ik veertig was ben ik pas met haar getrouwd. Ik kende haar al vanaf dat ik 28 was. Ze was, en is nog steeds, prachtig om te zien. Zij was van het eerste moment af verliefd op mij maar ik wist niet wat dat was. Verliefd? Voor mij was er wel iets maar ik wist niet wat. Bovendien had ik grote moeite om me te binden. Ik was absoluut geen losbol hoor maar om nou meteen de verantwoordelijkheid voor een tweede figuur en ook eventueel nog kinderen op me te nemen? Nee. Ik twijfelde voornamelijk aan mezelf. Was het mogelijk dat een ander van me hield? Was ik dan bijzonder? Al dat soort dingen speelden door mijn hoofd en maakten het me steeds moeilijker. Uiteindelijk was het Loes die me voor de keus stelde of instemmen met een huwelijk of een definitief einde aan onze relatie. Tien dagen kreeg ik de tijd van haar en je mag gerust weten dat die dagen de beroerdste uit mijn leven zijn geweest. Ik kon aan niets anders meer denken dan die vraag. Ik meldde me ziek op mijn werk en was ook echt ziek. Ziek van mijn eigen besluiteloosheid, ziek van, voor mij dan, die onmogelijke keuze! Ik vertel je dit in vertrouwen en je moet me beloven dat je het nooit verder zult vertellen!” Hij keek me doordringend aan en wachtte heel duidelijk op een antwoord.

“Oké. Ik weet wat vertrouwelijkheid is en zal het nooit verder vertellen.”

“Goed. Ik loste het probleem op de allerlaatste avond op met een dobbelsteen.” Verbaasd keek ik hem aan. Maar tegelijkertijd begreep ik hem ook. Soms zijn er dingen waarover je gewoon niet in redelijkheid kunt beslissen. “Even was het huwelijk, oneven de andere optie. Het werd een prachtige zes. Ik ben naar Loes toegegaan en heel snel daarna zijn we getrouwd. En nooit, echt nooit heb ik spijt gehad van die beslissing. Ik ben gewoon heel slecht in dat soort keuzes. Twee opties zijn mij er gewoon te weinig. Maar ik kon me ook heel goed voorstellen dat zij iets definitiefs wilde. Ik heb het haar ook nooit kwalijk genomen dat ze mij tot een keuze dwong. Ik heb dat gewoon nodig. En aangezien mijn zoon op mij lijkt, waarschuw ik je maar alvast. Casper is ook niet goed in het maken van keuzes. Voor hem is er tussen zwart en wit nog een heel scala van kleuren. Enerzijds is dat een prachtige manier van leven maar sommige mensen kunnen daar op bepaalde momenten niet mee uit de voeten. Ik weet dat jij op zoek bent naar zekerheid, vastigheid.” Waren al die Van Egmonds begiftigd met speciale gaven? “En dat zijn dingen waar Casper wellicht nog niet aan toe is. Begrijp je wat ik bedoel?”

“Ja, ik begrijp het volkomen maar begrijpt u ook mijn kant van de zaak?”

“Nee,” luidde zijn antwoord. “Ik weet te weinig van je om dat te doorzien maar als je het wilt, vertel me over jezelf.”

En daar ging ik. Opnieuw deed ik iemand het verhaal van mijn leven. Eerst zoon, toen moeder en nu vader Van Egmond. Hij liet me praten en handgebaren maken om mijn woorden kracht bij te zetten. Ik ging weer helemaal op in het gebeurde en merkte dat ik weer opnieuw geroerd raakte. Ik schaamde me er niet voor en liet de tranen de vrije loop.

“Dat is niet mis, jongen, wat er allemaal met jou gebeurd is. En nu begrijp ik ook waarom. Nu weet ik gewoon dat jullie het heel moeilijk zullen gaan krijgen. Eigenlijk te moeilijk. Twee personen die beiden op zoek zijn naar iets geheel anders en misschien toch ook wel hetzelfde. Maar weet ook dat niets onmogelijk is.” Hij legde zijn hand op mijn schouder en zei dat hij terug moest gaan. “De lunch wacht op me.”

Plotseling bemerkte ik iets vertrouwds in zijn manier van spreken en de manier waarop hij dingen zei. “Mag ik je nog wat vragen?” Hij knikte. “Wat is je beroep?”

“Ik ben hoogleraar klinische psychologie.” Ik wist het! Ik had het kunnen weten!

“Bent u dé professor Van Egmond?” Onwillekeurig was ik weer terug gevallen op ‘u’. Met ogen vol van respect keek ik naar hem op. Hij knikte opnieuw. Wow, deze man was een autoriteit op zijn vakgebied en thuis had ik diverse boeken van hem staan. Niet altijd kon ik zijn theorieën volgen maar hij was gewoon ontzettend goed. Toen ik weer in staat was om een redelijke zin te formuleren vertelde ik hem dat ik psycholoog was.

“Ja, ik geloof dat ik dat gehoord heb van Julia of van Casper. En daarom wil ik ook dat jij vast blijft houden aan het onmogelijke. Jij moet weten dat het onmogelijke mogelijk kan worden.” Hij stond op en reikte me zijn hand. “Vincent, ik zeg geen vaarwel maar tot ziens!” Toen ik zijn hand aannam sloot hij zijn tweede erover heen. Een warm gebaar dat mij verschrikkelijk goed deed. Hij draaide zich om en liep met langzame maar zekere stappen de weg terug die we gegaan waren. Ik bleef hem nakijken tot hij uit het gezicht verdween. Toen pas zette ik me in beweging. Langs de Volmolen ging het en over de Geul. Toen het holle pad weer op naar boven. Vlak bij mijn huisje keek ik op mijn horloge. Oef, het was al twee uur geweest.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2001 door Lucky Eye » vrijdag 13 maart 2015 16:58

Hoofdstuk 7

Ik opende het hek dat naar de tuin leidde en zag Casper met ontbloot bovenlijf op mijn terras zitten.

“Tjonge, dat werd tijd. Waar was je zolang, man?”

“Ach, ik ben vanmorgen naar het dorp gewandeld…”

“In lange broek?” onderbrak hij me.

“Ja, in lange broek, stom eigenlijk, hè. Het is prachtig weer en,” vervolgde ik mijn verhaal, “daar kwam ik een aantal toeristen tegen en daar heb ik mee gepraat. En toen ben ik gigantisch de tijd vergeten. Maar zeg eens, was je er al lang?”

“Ja, ik was keurig op tijd. Om halfeen was ik er al. Doordat jij er niet was, ben ik te prooi gevallen aan de lieve buurkindjes van je. Ik moest mee voetballen, verstoppertje doen, tikkertje. Man, ik ben helemaal nat van het zweet en doodop.”

“Ach, gut, wat vind ik dat nou zielig voor je,” zei ik op plagerige toon. “Maar het staat je weer eens goed hoor?”

“Wat staat me goed!”

“Dat lekker zweterige lichaam.” En inderdaad, hij zag er enorm lekker uit. Zijn lijf, grotendeels bloot op een sportbroekje en zijn schoenen na, glom van het zweet en de zon maakte dat het allemaal heerlijk glinsterde.

“Jij bent ook zo’n viespeuk, hè,” zei hij terwijl hij opstond en een plastic tasje van onder zijn stoel vandaan pakte. Meteen daarna gaf hij me een mep mijn zijn T-shirt. “Naar binnen, schiet op. Ik verlang naar de koelte van wat drinken en je huis.”

“Ja, meneer, meteen, meneer.” Ik stak de sleutel in het slot en opende met een zwierig gebaar de deur voor hem. Hij stapte voor me aan naar binnen, schopte meteen zijn gympen uit en legde het tasje in de kast die om de hoek van de deur stond. Moest hem toch eens vragen wat daar in zat!

“Ook iets drinken?” vroeg hij me met de deur van de koelkast geopend. Ik bestelde wat zonder bubbels en alcohol en liep naar boven om van broek te wisselen. Toen ik beneden terug kwam, lag hij languit met de armen onder zijn hoofd gevouwen op de bank. Een heerlijk opwindend schouwspel. Hetgeen ik hem wilde vragen, was ik meteen vergeten.

“Zo een beetje lui?” Hij knikte. Ik kon de verleiding niet weerstaan en vroeg hem een eindje op te schuiven. In plaats daarvan pakte hij de kussens van de rugleuning op en gooide ze op de grond en zie, daar was de vijfde slaapplaats die in de folder beschreven was. Ik drukte een kusje op zijn voorhoofd en legde me naast hem neer. De haren van onze benen kriebelden tegen elkaar aan en even later lagen we in een heerlijke omhelzing elkaar kleine kusjes te geven. Minutenlang gingen we geheel in elkaar op. De gordijnen waren dicht dus niemand kon ons zien. Toen we het kussen staakten, drukte Casper zijn mond op de mijne en duwde hij zijn tong in mijn mond. Het spel werd erotischer. We kreunden beiden dat het een lieve lust was en nooit heb ik geweten dat tongen zo lekker kon zijn. Met Peter had ik het ook wel gedaan maar dat was altijd wat plagerig en klierig naar elkaar toe geweest. Dit was echter geheel anders. Gigantisch opwindend gewoon. Toen we de tongzoen eindelijk verbraken waren er twee diepe zuchten te horen.

“Lekker, hè?” verzuchtte Casper.

“Ja, heerlijk gewoon.”

“Moet je eens voelen,” zei hij. Hij pakte mijn hand en legde die op zijn sportbroekje. Met zijn hand (en de mijne daaronder) kneep hij in zijn kruis. Ik voelde dat hij keihard was. Hij trok zijn hand terug en ik speelde het spel alleen verder. Onder mijn aanraking begon hij zachtjes de kreunen. Hij had zijn ogen dicht en genoot schijnbaar met diepe teugen. Ik betastte de contouren van zijn gezwollen lid en ook die prachtige, dikke ballen van hem. Het waren echte knotsen. Die van mij hooguit iets groter dan een hazelnoot maar de zijne hadden zeker de grootte van een pingpongbal. Ik bewerkte ze met mijn duim en vingers en zijn gekreun werd steeds luider.

“Vind je het lekker?” vroeg ik hem geheel overbodig eigenlijk.

“Ja, heel lekker.”

“Ik weet nog wel meer lekkere dingen,” zei ik en terwijl ik zijn kruis bleef strelen, likte ik met mijn tong zijn lippen. Liet hem daarna over zijn kaaklijn naar boven glijden en beet zachtjes in zijn oorlelletje. Hij kreunde harder. Ik gaf een zoen op zijn oor en liet mijn tong naar binnen glijden. Hij begon vreselijk te lachen. “Is het alleen maar lollig of ook lekker?” wilde ik weten.

“Nee, niet alleen lollig het is ook geil en opwindend.” Zijn andere oor was aan de beurt en kreeg een zelfde behandeling. Toen via zijn hals naar zijn mooie borstpartij. Door de donkere beharing gleed mijn tong naar zijn rechtertepel. Eerst likte ik er alleen overheen. De reactie was echter overduidelijk. Hij werd meteen hard. Daarna zette ik mijn lippen erop en tongde ik hem. Casper vond het heerlijk en riep dat ik door moest gaan. Ik was ook absoluut nog niet van plan om op te houden. Vond het zelf veel te leuk om te zien hoe ik die lekkere jongen hier kon opwinden. Bovendien was ik zelf ook al aardig op spanning want mijn pik knelde ik mijn broek. Mijn handen staakten hun werk voorlopig in zijn kruis en terwijl ik een tepel tongde en likte, bewerkte ik de andere met mijn hand. Na een tijdje wisselde ik. “Wow, je ruikt lekker man!” Ik rook aftershave, deodorant maar ook zweet.

“Vind je? Vind je zweet lekker ruiken?” Ik mompelde wat en likte met mijn tong een zweetdruppeltje tussen zijn beharing weg.

“MMM,” kreunde ik. Hij tilde zijn armen omhoog en ik wist wat hij wilde. Ik verplaatste me enigszins en liet mijn tong door zijn oksel glijden. Hij lachte hardop en had grote moeite om zijn arm gestrekt te houden. Ook de andere oksel kreeg die behandeling maar hier kon hij zich niet meer goed houden. Hij barstte in lachen uit en deed zijn armen snel naar beneden. Ik wist nu dat hij kietelig was en maakte daar grandioos misbruik van door hem stevig in zijn zijden te kietelen. Hij probeerde zich uit mijn ‘martelende’ handen te wringen maar ik hield mijn greep op hem stevig zodat dat niet lukte.

“Genade, genade,” schreeuwde hij, “je mag alles met me doen maar houd hiermee op.” Ik staakte mijn kietelpraktijken en keek hem verwachtingsvol aan.

“Mag ik alles met je doen?” Zoals ik al eerder bij hem gezien had, kwam er een denkrimpel op zijn voorhoofd tevoorschijn en ik besloot niet op een antwoord te wachten. Ik ging terug naar zijn broekje, zette mijn tanden in de contouren van zijn erectie en bevoelde opnieuw zijn balzak. Steels liet ik mijn hand bij de pijp van zijn broek naar binnenglijden. Hij kreunde hevig en zei dat het fijn was toen ik langs de rand van zijn binnenbroekje streek met een vinger en daarna de dunne stof van het binnenbroekje bevoelde. Zijn lijf kronkelde van genot en ik genoot misschien nog wel meer. Toen staakte ik mijn bezigheden en zei dat ik naar het toilet moest.

“Je niet stiekem afrukken, hè,” riep hij me na. Het had makkelijk gekund want ook ik was natuurlijk niet onberoerd gebleven door wat zojuist gebeurd was. Het duurde tijden voor ik kon pissen want met een stijve lukt me dat nooit. Terug in de kamer lag hij er nog steeds zo verleidelijk mooi en sexy bij. Toen ik me weer naast hem vlijde, greep hij me meteen in mijn kruis. “Wel wat slapper geworden!” bemerkte hij.

“Dan zorg jij er maar voor dat hij weer wat meer volume krijgt!” De uitnodiging was niet aan de verkeerde gericht want meteen begon hij mij te liefkozen. Hij trok mijn T-shirt uit en begon met mijn lijf te spelen. Het was duidelijk dat ik zijn leermeester was. De dingen die ik met hem gedaan had, deed hij ook met mij. Het was heerlijk! Op een gegeven moment leek het alsof zijn tong overal was. Ik raakte gigantisch opgewonden en merkte dat ik voorvocht begon te verliezen.

“Heb je nog iets onder deze broek aan?” vroeg de jongen met een lach op zijn gezicht.

“Voor jou een vraag en voor mij een weet,” reageerde ik plagerig. Voorzichtig trok hij de ritssluiting van de gulp naar beneden en bracht hij zijn hand naar binnen. Hij betastte nu mijn kruis door het stof van mijn strakke boxer heen. De sensatie werd steeds groter. Hij maakte de knoop van mijn broek los en schoof hem helemaal naar beneden.

“Geile jongen, je hebt al lekker gelekt, zie ik.”

“Ja, je bent ook zo lekker bezig.” Hij lachte opnieuw naar me en zette zijn bezigheden voort. Het was een geweldig moment van genot. Ik liet me er helemaal in opgaan en schrok eruit op toen hij eindelijk ophield.

“We moeten stoppen, Vincent, het is al bijna vijf uur.” Ik vloekte binnensmonds. Ik wilde nog lang niet ophouden. Ik wilde dat we zo eeuwig door hadden kunnen gaan. “Mag ik even gebruik maken van de douche?” Ik knikte en met een zoen op mijn lippen liep hij van me weg. Ik ging rechtop zitten en probeerde de heerlijke momenten van zo-even in mijn gedachten terug te roepen. Wow, het was echt vreselijk geil geweest. Ik trok mijn kleren weer aan en wachtte totdat Casper weer naar beneden kwam. “Vind je het erg dat ik een shirt van jou geleend heb? Het mijne is nat van het zweet en stinkt.”

“Nee hoor, geen probleem. Maar je maakt een foutje. Het stinkt niet,” merkte ik lachend op.

“Jawel hoor, niet iedereen is zo pervers als jij!” Ik smeet een kussen in zijn richting maar miste doel doordat hij zich bliksemssnel bukte.

“Kom we gaan barbecuen,” zei ik terwijl ik opstond.

“Je zegt het alsof je er niet echt zin in hebt.”

“Heb ik ook niet,” gaf ik ruiterlijk toe. “Ik haat barbecuen. Eigenlijk ben ik vegetariër dus ik houd helemaal niet van vlees. Verder moet ik altijd al mijn eigen eten klaar maken en als je dan op een gezellige bijeenkomst bent, moet ik dat ook nog eens doen! Bovendien is mijn vlees nooit te eten. Het is of rauw of verbrand.”

“Ik zie het al, het wordt echt gezellig met jou vanavond.” Hij pakte me bij mijn arm en gearmd liepen we naar buiten. Op het pleintje, waar de anderen ons zouden kunnen zien, liet hij me echter los. Verbaasd wierp ik een blik op hem.

“Hé, ze weten heus wel dat wij homo zijn hoor,” sprak ik zachtjes.

De beide families en de beheerders waren al aanwezig en de kinderen eisten meteen Casper op. Hij moest en zou met hen voetballen. Ze trokken hem mee en in het voorbijgaan zei hij me dat mijn shirt straks nat van het zweet zou zijn en lachte daarbij geheimzinnig. Suggestief trok ik mijn wenkbrauwen op. Ik ging informeren of ik wat kon helpen en kreeg als taak toegewezen om de borden, het bestek en andere zaken naar buiten te brengen. De mannen waren bezig het vuur op te stoken. Is het je wel eens opgevallen dat dat meestal de taak van de mannen is. Mannen hebben waarschijnlijk iets met vuur! Nadat ik me keurig van mijn taak gekweten had, hielp ik nog met het opmaken van de salades die de dames die middag bereid hadden. Het zag er echt allemaal heel goed uit.

“Ehhh, niet van de salades snoepen!” kreeg ik berispend te horen toen ik even een hapje nam. Ik lachte en nam onder het wakend oog van Helma, ze heette dus Helma in plaats van Herma, nog een hapje. “Mannen ook,“ verzuchtte ze, “het zijn en blijven kleine kinderen.” Toen alles gereed was, gingen de eerste stukken vlees op de barbecue. En gelukkig, ik hoefde zelf geen hand uit te steken. De heren (Klaas en Piet, Hollandser kan het niet) hadden de taak op zich genomen om het vlees te bereiden. Zo zou ik in elk geval niet-verbrand en niet-rauw vlees te eten krijgen. Maar zoals ik al zei ik ben vegetariër en zou me dus ook vanavond echt beperken in het gebruik van vlees.

Toen alles goed fikte, werden de kinderen en Casper geroepen om te komen eten. De schuchterheid van Casper was geheel en al verdwenen en ik zag hoe hij tijdens het eten regelmatig in gesprek was. Ook zelf werd ik continue in conversaties betrokken. Het was echt heel erg gezellig, en ik overdrijf dit keer eens niet. De mensen waren gewoon leuk. Niet nieuwsgierig maar belangstellend. Vroegen wat ik al gedaan had de afgelopen dagen en van al dat soort dingen. Gaven me tips en zo werd het een zeer genoeglijke avond. Toen ik even alleen met Helma zat te praten, vroeg ze me of ik zeker wist dat Casper homo was. Ik vroeg haar wat ze bedoelde. “Nou, hij is zo’n lekker stuk!” zei ze, zonder te blikken of te blozen. Dat deed ik wel voor haar. Ze lachte om mijn rode kleur en zei dat ik een goede smaak had en lachte nog harder. Tegen half tien werden de kinderen naar bed getransporteerd en je raadt het al, Casper moest een verhaaltje voorlezen. Casper had het helemaal bij hen gemaakt. Toen hij een kwartiertje later weer beneden was, zette hij zich naast mij op een bankje. Het eten was inmiddels afgeruimd en de borden en andere dingen zaten inmiddels in de vaatwasser. De wijn was op tafel gekomen maar Casper sloeg beleefd af.

“Nee, dank je wel, ik gebruik geen alcohol. Heb je wat fris voor me?” Petra schonk hem appelsap in en hij bedankte haar.

“Waarom drink je geen alcohol?” wilde Klaas weten.

“Ik denk niet dat alcohol goed is voor de mens. Het kan net als sigaretten verslavend werken en ik wil er gewoon voor zorgen dat mij dat niet kan overkomen. Ik rook dus ook niet!”

“Maar vinden anderen je niet saai dan?” wilde Klaas weten.

“Ja, dat hoor ik wel vaker. Maar ik zelf weet wel beter,” verklaarde Casper met een brede glimlach. De anderen lieten het klaarblijkelijk voor wat het was maar ik dacht er lange tijd over na. Zo jong en toch ook al zo wijs. Natuurlijk had hij gelijk, misschien niet helemaal maar toch wel gedeeltelijk. Alcoholmisbruik is in onze maatschappij een probleem dat nog steeds niet voldoende onderkend wordt. We lopen te hoop tegen drugs en dat soort zaken maar de slachtoffers die alcohol maakt, tellen we niet. En dan bedoel ik niet alleen de mensen die zich zelf te pletter drinken maar juist de onschuldigen daar omheen. De gezinnen die kapot worden gemaakt, de relaties die uiteenvallen. De kinderen die in hun jeugd er mee te maken krijgen. Ook onder mijn klanten heb ik dat soort mensen zitten.

Het was een heel gezellige avond maar tegen een uur of elf begon ik toch wel erg moe te worden. Ik zocht Caspers blik en trof hem. Alsof hij mijn intentie begrepen had, stond hij op en begon zich uit te rekken. “Ik denk dat het voor mij tijd is om te gaan slapen. Hoe denk jij erover?” En hierbij keek hij mij aan. Inwendig moest ik lachen, wat een komediant.

“Oké, dat lijkt mij ook wel goed.” We bedankten allen uitvoerig en liepen terug naar mijn huisje. Bij de deur vroeg ik hem of hij nog even mee naar binnenkwam of dat hij meteen terug wilde naar de camping.

“Vind je het erg als ik zou willen blijven slapen?” Ik was verbaasd maar herinnerde me toen meteen weer het plastic tasje dat hij ’s middags op de kast had gelegd.

“Nee, natuurlijk niet, joh. Dat is prima.” We liepen meteen door naar de bovenverdieping en terwijl ik me douchte, poetste Casper zijn tanden. Toen ik onder de douche vandaan kwam en naar de slaapkamer liep, lag hij al languit op het bed in een blauw short. Ik pakte uit de kast ook een short (heb ik altijd wel bij me maar ik slaap meestal bloot) en wilde net de handdoek laten vallen om hem aan te trekken toen hij het woord nam.

“Draag je anders nooit iets als je slaapt?” Ik draaide naar hem om.

“Nee, ik slaap meestal bloot.”

“Waarom doe je nou wel iets aan dan?”

“Ja, gut, omdat jij erbij bent natuurlijk.”

“Oh, dat snap ik dus niet. Je vindt het dus vervelend om bloot naast me te liggen?”

“Nou ja, niet vervelend, maar misschien een beetje ‘ongepast’?” vroeg ik met een vraagteken op het gezicht.

Hij lachte. “Ik begrijp het nog steeds niet hoor. Waarom doe je je ineens anders voor?”

“Oké, wil je graag dat ik bloot naast je kom liggen?”

“Nee, sufferd, daar gaat het niet om. Het gaat me erom dat je jezelf moet blijven. Jij slaapt altijd bloot dus waarom vanavond dan niet. Ik draag altijd een short en soms als het koud is ook nog een T-shirt en ga nou toch ook niet ineens naakt bij jou in bed liggen?”

“Zou misschien niet gek zijn,” zei ik gekscherend.

“Je bent een sufferd, Vincent. Je begrijpt heus wel wat ik bedoel.”

En natuurlijk deed ik dat wel. Ik bracht de handdoek terug naar de badkamer en ging naakt naast hem op het matras liggen. Een laken, laat staan een deken, zou vannacht niet nodig zijn. Het was nog veel te warm.

“Zal ik het licht uitdoen?” vroeg Casper.

Ik bromde een goedkeuring. Even was het helemaal stil in de slaapkamer op de geluiden van buiten na dan. De buren zaten nog gezellig met elkaar te kletsen en hun geluiden waren te horen. Gelukkig was het raam niet aan die kant van het gebouw. Ineens voelde ik zijn hand in de mijne en onze vingers verstrengelden zich met elkaar.

“Soms zou ik willen dat ik geen homoseksuele gevoelens had,” begon Casper.

“Hoezo?”

“Het zou allemaal gewoon een stuk gemakkelijker zijn. Minder complex.” Het was een tijdje stil, alsof hij zijn woorden nog moest kiezen. “Ik zou gewoon een meisje ontmoeten, gewoon trouwen en kinderen krijgen. Klaar is Kees, geen problemen, geen gedoe.”

“Is homo zijn dan een gedoe?”

“Ja! Het begint al jong eigenlijk. Als je zeven of acht bent is het heel gewoon om je arm om de schouder van een vriendje te leggen en zo samen over straat te lopen. Maar als je wat ouder wordt, kan dat al niet meer omdat die ander dat ineens gek gaat vinden. Tenminste ik had zo’n vriendje. Ik had er geen moeite mee en vond het altijd heel plezierig maar ineens was het over en uit. Als je dan ouder wordt en seksuele gevoelens krijgt wordt het nog beroerder want je merkt dat je gedachten zich richten op jongens en niet op meisjes. Opnieuw consternatie diep binnen in je. Is dat wel normaal?” Hij slaakte een diepe zucht. Ik wachtte tot hij verder zou gaan. “En als je dan besluit dat het voor jou normaal is, en er ook nog eens eerlijk voor uitkomt, zijn de rapen helemaal gaar. Je verliest al je vrienden en wordt nageroepen op straat en op school.” De pijn van het verleden zat nog steeds diep bij hem. “En, ja dan denk ik wel eens: ‘was ik maar gewoon’.” Ik trok het laken over ons heen, het begon toch wat fris te worden en draaide me op mijn zij naar hem toe.

“Je bent gewoon, Casper. Dat jij van jongens houdt is gewoon voor jou.”

“O, ja? Hoe weet jij dat?”

Even lag ik met de mond vol tanden en wist ik dus niet wat te moeten zeggen en hij maakte van mijn zwijgen gebruik om verder te gaan.

“Soms wil ik gewoon kinderen, Vincent! Vanmiddag en vanavond was ik reuze in mijn element met die ukken en heb ik echt genoten. Als het gewoon voor mij is om homo te zijn, moet ik dat plezier dan zomaar opgeven?” Hij ging te snel door om mij te verhinderen hem te interrumperen. “Kan ik niet beter gewoon in het huwelijksbootje stappen en een vrouw liefhebben?”

“Hé, stop,” viel ik hem in de rede voor hij verder kon gaan. “Zou jij dat serieus overwegen. Wetende dat je niet van vrouwen houdt?”

“Ik weet niet of ik niet van vrouwen houd! Ik heb er nog nooit een gehad, Vincent!”

Eerst opnieuw stilzwijgen van mijn kant. “Maar …” En er kwam verder niets uit mijn mond. Het bleef stil maar zijn hand bleef in de mijne en zijn greep werd alleen maar steviger. “Ik heb ook nooit een vrouw gehad maar weet heel zeker dat ik homo ben, Casper.”

“Ja, hoe weet je dat zo zeker?”

“Vrouwen trekken mij niet aan. Ik heb niets met ze!”

“Dus het komt aan op de seks? Toch dus?”

“Nee, niet alleen de seks, Casper. Maar natuurlijk speelt dat wel mee!”

“Hé, verdomme,” vloekte hij. “Waarom ben ik niet gewoon zoals negentig procent van alle mensen op deze wereld!”

“Je bent zoals je bent, Casper, en zult het daar mee moeten zien te doen. Blijf bij jezelf, jongen.”

“Dat klinkt filosofisch zeg. Bijvak tijdens je studiejaren?”

“Nee, heb ik later pas opgepikt. Maar je gebruikte het zelf net ook tegen mij toch.”

“Ja, je hebt gelijkt. Maar hoe weet ik wie ik zelf ben?”

“Ken je Zen?” Het was stil en ik wist gewoon dat hij diep aan het graven was in zijn geheugen. Plots kwam het eruit.

“Boeddhistische stroming opgestart door Bodhidharma. Werken onder andere met onmogelijke vragen zoals: ‘Wat is het geluid van één klappende hand'.”

“Juist, ja. Maar veel meer dan dat. Ik beoefen het nu al een aantal jaren en kan heel goed uit de voeten met de manier waarop Thich Nhat Hanh het Boeddhisme verwoordt. Hij heeft het vaak over ‘het eiland van het zelf’. Ook al ben je nog zo ver van jezelf afgedwaald, je weet dat het er is. Het enige dat je moet doen om er te komen is stoppen. Bewust stoppen. Jezelf een halt toeroepen.”

“En hoe doe je dat en wat heb je eraan?”

Ik lachte om zijn ongeduldigheid. “Ik ga zitten op een bankje...”

“Gut, wat zweverig.”

“Noem het maar zweverig maar het helpt mij. Als ik compleet in de stress dreig te raken, ga ik zitten op mijn bankje en probeer ik mijn ademhaling te tellen.”

“Dat kan toch elk klein kind, tellen?”

“Oh, ja? Probeer het maar eens. Maar laat mij nu eens uitpraten, wil je!” En ik stompte hem tegen zijn bovenarm.

“Sorry.”

“Tellen van je uitademing doe ik dus. Ik adem in en dan adem ik rustig uit en zeg op deze uitademing ‘één’. En zo verder tot ik bij de tien ben en dan begin ik weer bij één. In het begin lukt het vaak helemaal niet. Je raakt echt de tel kwijt. Telt ineens niet meer en als je dan denkt dat het lukt hoor je jezelf zeggen ‘achttien’. Ben je dus vergeten na de tien terug naar de één te gaan.”

“Maar wat heeft het voor zin?”

“Verdomme, wat ben jij ongeduldig, man!” En nogmaals gaf ik hem een stoot. “De zin is dat je bewust wordt van jezelf en de dingen die je doet. Wij doen de meeste dingen onbewust. Denken niet na bij wat we doen. Als we afwassen denken we niet aan de afwas maar aan de koffie die lekker staat te pruttelen en die we straks gaan opdrinken. En noem maar op. Bewust bezig zijn lukt ons vaak niet. Twee, drie vier dingen tegelijk doen daar zijn wij vreselijk goed in, denken we. Maar bewust één ding doen zoals je adem tellen dat kunnen we niet! Meditatie begint dus bij stoppen. Rustig worden en jezelf onder ogen durven komen. Met al je tekortkomingen, al je gebreken, al je onzekerheden. Daar begint het mee. Want al die dingen zijn van jou en horen bij jou. Ook je twijfels over jezelf, Casper. Die horen bij je. En wil je met ze afrekenen, dan moet je ze leren onder ogen te zien. Maar één ding moet je nooit doen en dat is er voor weglopen. Je weet heel goed dat je van jongens houdt. Loop er alsjeblieft niet voor weg. Zo ben jij nou eenmaal, lieve jongen.” Ik streelde hem door zijn haar.

“Maar het is soms zo moeilijk, Vincent!”

“Ik weet het, Casper. Het is vreselijk moeilijk!” Ik trok hem tegen me aan en streelde hem over zijn rug. Al snel hoorde ik daarna zijn ademhaling regelmatiger worden en voor ik het wist, sliep hij in mijn armen. Ik durfde mijn armen niet weg te halen omdat ik bang was dat hij wakker zou worden. Met hem in mijn armen viel ik dan ook in slaap.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2001 door Lucky Eye » vrijdag 13 maart 2015 16:59

Hoofdstuk 8


Maandag 30 juli

In mijn slaap moet ik hem uiteindelijk toch losgelaten hebben want toen ik wakker werd, lag hij op zijn zij nog rustig naast me te pitten. Ik pakte mijn horloge van het nachtkastje af en keek hoe laat het was. Oei! Het liep al tegen tienen. Voorzichtig om Casper niet wakker te maken, stapte ik uit bed. Ik trok mijn short aan en liep naar beneden toe. Druk doende het ontbijt klaar te maken, hoorde ik hem de trap afkomen. “He, slaapkop! Je had nog wel wat mogen blijven liggen hoor. Ik had je het ontbijt graag op bed gebracht.”

“Dan ga ik terug,” mompelde hij.

Ik moest lachen. En zo gebeurde het dus dat ik even later met een uitgebreid ontbijt, ik wist dat hij een grote eter was, de slaapkamer binnenkwam. Bekoorlijk als altijd, lag hij languit zonder laken op het bed. “Goedemorgen, lieve Casper,” begroette ik hem.

Hij keek me meewarig aan en vroeg of ik me wel helemaal goed voelde. Ik negeerde zijn opmerking en ging naast hem op het bed zitten de ontbijtspullen tussen ons in. De jongen had zoals gebruikelijk grote trek en werkte de ene na de andere boterham naar binnen. Waar ik na twee staakte, ging hij rustig door. Toen hij eindelijk uitgegeten was en zijn thee ophad, opende hij het gesprek.

“Ik was heel serieus gisteren hoor. Het was niet een grapje of zo, als je dat dacht.”

“Nee, jongen, dat had ik door. Het kan echt een probleem zijn. Vond je dat ik het te luchthartig opnam?”

“Nee, dat niet maar ik wilde het nog even benadrukken. Soms weet ik het gewoon niet meer. Misschien wil ik wel gewoon te veel.”

“Maar als je niet zeker bent van jezelf mag ik je dan vragen waarom je nu bij mij bent?” Lange tijd bleef het echt stil. En op zich vond ik dat een goed teken. Hij zou er zich in elk geval niet met een goedkoop antwoord van afmaken.

“Omdat ik gewoon wil weten hoe het is om met een man samen te zijn,” sprak hij na lang gezwegen en gedacht te hebben. “Ik weet natuurlijk wel hoe het was met vrienden en zo maar echt zo close als wij samen zijn, ben ik nog nooit met iemand geweest. En ik wil gewoon ervaren hoe zoiets is.”

Zijn antwoord stelde me gerust maar meteen ook voor een wedervraag. “En later ga je eens kijken hoe zoiets met een meisje is?” Weer een lange stilte.

“Eigenlijk is dat een heel gemene vraag, vind ik maar ja ik heb er waarschijnlijk zelf om gevraagd. God, Vincent, ik weet het niet! Echt niet! Het voelt heel goed bij jou maar ik weet het gewoon niet.” Opnieuw vulde de stilte de ruimte waar we zaten. “Ik vind kinderen hartstikke leuk en weet gewoon niet of ik wel zoveel van een man kan houden om dat op te geven voor een homoseksuele relatie.”

Ik bemerkte dat hij doodernstig was. Zijn blik en toon benadrukten dat. Ik begreep hem maar voelde me tegelijkertijd een beetje gekrenkt. Was dit een gedeeltelijke afwijzing? Nog veel meer vragen had ik hem willen stellen maar aangezien ik het voornamelijk mezelf niet te moeilijk wilde maken, begon ik de ontbijtboel op te ruimen. Toen ik met het dienblad de kamer uitliep, liep Casper naar de badkamer. Ik hoopte dat het alleen maar zou zijn voor een plas en dat hij nog niet de bedoeling had om echt al op te staan. Terug op de bovenverdieping ging ik zelf ook even naar de badkamer. De slaapkamer deur zat dicht en toen ik hem opendeed en naar binnen stapte, zag ik de jongen spiernaakt op het bed liggen. "Is dit een uitnodiging?”

“Ja, kom er gezellig bijliggen,” sprak hij. Ik stapte op het bed en wilde languit gaan liggen toen hij zei: “Maar dan wel net als ik, helemaal bloot!”

“Waar blijven we nou met het jezelf blijven?”

“Niet zeuren, uit die broek en anders rot je maar op!” zei hij op (gespeelde) barse toon. Ik stroopte mijn short naar beneden en nog geen tel later lagen we in elkaars armen. We gaven elkaar vluchtige kusjes waar we elkaar maar konden raken en duwden onze warme, naakte lichamen tegen elkaar aan. Wow, het voelde zoals de vorige keren, gewoon geweldig. Dit strakke jongenslichaam in mijn armen maakte dat ik superheet werd en ik wist dat ik mezelf flink onder controle zou moeten zien te houden, wilde ik me aan mijn eigen gestelde grenzen houden. Toen hij zijn lippen op de mijne drukte en onze tongen elkaar opnieuw vonden, merkte ik dat we beiden keihard werden. Het voelde heerlijk zijn stijve pik tegen mijn onderbuik. Casper kroop boven op me en ik voelde zijn harde lul nu nog duidelijker. Met beide handen begon ik zijn rug te strelen. Van boven aan zijn nek tot net boven zijn billen gleden ze zachtjes heen en weer. Steeds weer opnieuw. Hij verbrak de tongzoen. “God, man ga nou eens door. Pak mijn billen man!”

Ik lachte luid. “Wil je dat graag?”

“Zeur niet, man. Doe het!”

Ik liet mijn handpalmen over zijn ronde, stevige billen glijden en voelde zelf een gigantische sensatie door mijn lijf gaan. Oef, dat voelde lekker! Hij moest hetzelfde gevoeld hebben want hij begon vreselijk hard te steunen.

“Oooo, Vincent, Dat is zo lekker. Ga door, ga door!”

Ik glimlachte naar hem en ging door. Streelde zijn bilpartij intens en wilde dat hij zich heerlijk zou voelen. Zachtjes begon hij zijn onderlichaam tegen mij aan te stoten. Ik voelde het heen en weer gaan van zijn staander tegen mijn eigen erectie. God, wat heerlijk. Mijn vinger waagde zich in zijn bilspleet en hij richtte zich zowat geheel op terwijl hij een oerkreet slaakte.

“Ahhhh, wat heerlijk!” schreeuwde hij.

Dit deed me goed en keer op keer liet ik mijn vinger zijn naad verkennen. Een heerlijk onbehaarde jongensspleet. Ik vond zijn gaatje en duwde er stevig met het topje van mijn wijsvinger tegen aan. Het gekreun en gehijg van Casper werd heviger. Zijn stoten op mij ook. Plots echter hield hij op.

“Stop!”

Ik stopte. Waarschijnlijk had hij zichzelf ook een grens gesteld en was deze nu bereikt. Hij wentelde zich van me af en bleef hijgend en zachtjes kreunend naast me liggen. Ik pakte zijn hand en kuste die. “Ik houd van je, Casper.” Het antwoord liet op zich wachten maar was niet hetgeen ik zo graag had willen horen.

“Ik weet het, Vincent.”

Shit! Verdomme! Meteen na de teleurstelling nam ik me voor om hem hiervan niets te laten blijken. Ik moest hem de tijd geven. Ik mocht hem niet onder druk zetten. Maar ik voelde me gigantisch klote! Ik draaide me op mijn zij en begon met mijn vingers op zijn naakte lijf patronen te tekenen.

“Niet aan mijn pik komen nog hoor,” waarschuwde hij me, “anders kom ik klaar en dat wil ik niet.”

Ik knikte en ging door met mijn tekeningen te maken op dat prachtig mooie lichaam. Zijn schaamhaar was tot een klein driehoekje geknipt of geschoren en zag er leuk uit. Zijn ballen waren geheel kaal en zoals ik reeds ontdekt had zijn spleet ook. “Zie je nou wel dat je een ijdeltuit bent?” zei ik hem terwijl ik naar zijn beharing wees.

Hij lachte. “Heb ik toch ook niet ontkend!”

“Moet je je vaak scheren daar?”

“Mijn ballen twee keer in de week. Bilnaad een keer en het schaamhaar zo af en toe.”

Ik vroeg hem of de spanning al wat afgenomen was en hij knikte. Ik bracht mijn mond naar zijn nog volle erectie toe en likte het voorvocht van zijn eikel af. Hij slaakte een geweldige kreet. Met een grijns op mijn gezicht keek ik hem aan. “Lekker?”

“Wow, geweldig man! Je moet me maar nooit gaan pijpen want ik denk niet dat ik dat overleef,” zei hij lachend.

Ik lachte met hem mee. Onze armen gleden als automatisch weer om elkaar heen en we drukten ons dicht tegen elkaar aan. De tongen vonden ook hun weg automatisch en een nieuwe, hete tongzoen volgde. We bleven met elkaar ouwehoeren totdat Casper meldde dat hij honger had. Ik pakte mijn horloge en zag dat het inmiddels al drie uur geweest was. Naakt zoals we waren, liepen we naar beneden waar ik wat te eten voor ons bereidde. Staande aan het aanrecht kwam Casper achter me staan. Hij plaatste zijn handen op mijn heupen en duwde zijn lichaam tegen mijn billen. “Verdomme, ben je nou alweer hard?”

“Jaaa, lekker, hè.” Hij begon zijn lul tegen mijn bilspleet aan te rijden en kreunde opgewonden.

“Zeg, lieve jongen, ik kan niet en voor je maag en voor je pik tegelijkertijd zorgen hoor. Dus maak dat je wegkomt en wacht tot ik klaar ben met het eten.”

Quasi verongelijkt draaide hij zich om en liep weg naar het zitgedeelte van de kamer. Daar ging hij op de bank zitten en begon obscene geluiden te maken, doende alsof hij zich aan het aftrekken was. Ik lachte en al spoedig lachte hij met me mee.

De macaroni smaakte ons beiden prima en na een toetje bestaande uit ijs met aardbeien (ja ik had ook nog wel eens wat boodschappen gedaan) zei Casper dat hij ging douchen. Hij liep naar boven en toen ik het water hoorde stralen, ging de telefoon. Het was Julia die wilde weten of Casper die avond op de camping mee zou eten of niet. We maakten grapjes over zijn eetlust en lachten beiden luid. Ik sprak met haar af dat als ze niets zou horen de jongen spoedig naar huis zou komen. Anders zou hij terugbellen. Net toen ik neerlegde, kwam Casper met een handdoek in zijn hand naar beneden gelopen. Hij droeg inmiddels een short en was nog bezig zijn haren te drogen. “Ik had je zus aan de lijn,” zei ik.

“Oh ja? Wat moest ze?”

“Ze vroeg of je vanavond op de camping nog warm eten moest hebben. Ik heb gezegd dat uitgaande van jouw eetlust het varken gerust aan het spit kon.”

Casper glimlachte naar me en gooide me zijn handdoek toe. “Vind je het erg als ik straks wegga?”

“Nee, natuurlijk niet. Zo houd ik in elk geval nog wat voorraad in huis.” Een kussen vloog door de lucht en trof me. Eigen schuld ook. Casper kleedde zich verder aan en nam met een zoentje afscheid van me maar niet voordat we afgesproken hadden dat ik morgenmiddag meteen na het eten bij hem langs zou komen. Een afspraak waar ik al verlangend naar uit kon kijken.

De rest van de middag was het dus stil en kwam ik een heel eind verder in mijn boek. ’s Avonds ging ik op tijd naar bed. De dagen vlogen hier ook werkelijk om.


Dinsdag 31 juli

Een nieuwe zomerse dag. Prachtige blauwe luchten met hier en daar een sliertje bewolking. Wellicht een van de laatste mooie dagen want gisteravond hadden ze slecht weer voorspeld. Die ochtend deed ik boodschappen want een nieuw bezoek van Casper zou mijn voorraad niet overleven. Gelukkig hadden zijn ouders jarenlang kinderbijslag voor hem gekregen anders had hij hen zeker aan de bedelstaf gebracht.

Na een paar boterhammen tussen de middag, liep ik naar ‘De Rozenhof’ toe. Bij de tenten aangekomen was het een drukte van jewelste. Een grote groep jongeren had zich daar verzameld en het bleek dat we met de hele groep naar Vaals zouden gaan. Ja hoor, ik hoor mijn geachte lezers al denken: Het Drielandenpunt. Nou heeft Herman Finkers daar een prachtige conference over geschreven en eigenlijk ben ik het wel met hem eens. Mooi hoor dat daar drie landen bijeen komen maar om daar nou een punt van te maken. Ach, ik zeur maar weer eens wat. Wat me echter wel meteen opviel was dat Casper niet zijn gebruikelijke zelf was, tenminste niet zoals ik hem kende. Hij viel wat weg in de massa. Was niet zo uitgelaten en begroette me dan ook vrij koeltjes.

Met een zestal auto’s reden we naar Vaals toe. Daar aangekomen brachten we tijden door in het Doolhof omdat zeker ik de uitgang niet kon vinden. Ik vind dat gewoon onmenselijk om mensen zo te laten dwalen. Pret was er echter genoeg want regelmatig moest je door van die poortjes heen waar je dan het risico liep nat gespoten te worden. En dan zijn Nederlanders toch op hun best, als ze kunnen knoeien met water. We beklommen ook nog de Boudewijn-toren. Een aantal, waaronder ook ik, durfde niet met de lift en daarom liep de hele groep in ganzenpas achter elkaar de trappen op naar boven. Een behoorlijke klim maar het uitzicht was de moeite waard. Daar boven het landschap verheven probeerde ik opnieuw contact te maken met Casper maar de jongen bleef stil en teruggetrokken. Toen ik een arm om zijn schouder wilde leggen, wierp hij hem af. Er was iets niet goed, dat was overduidelijk. Maar wat!?

Ik bleef bij Julia, Rob, Tim en Casper brood eten op uitnodiging van Julia. Ook tijdens het eten was Casper stil en niet zoals ik hem kende en na het eten maakte hij het helemaal bont door zomaar op te stappen en weg te lopen. “Wat heeft hij vandaag?” gooide ik een vraag in de groep.

“Ik weet het niet,” zei Julia. “Op de een of andere manier is hij er niet helemaal bij. Hij is de hele dag al zo verschrikkelijk afwezig. Hij praat niet uit zichzelf, geeft nauwelijks antwoord als je hem iets vraagt.”

“Ja,” viel Rob haar bij, “hij is echt gigantisch chagrijnig. Ook toen ik hem vanmorgen vroeg om samen de route voor donderdag uit te stippelen, kreeg ik een grauw en een snauw. Is er misschien tussen jullie iets voorgevallen?”

“Nee, niet dat ik weet. We zijn gistermiddag als vrienden uit elkaar gegaan. Er is niets gebeurd dat zulk gedrag voor mij kan verklaren, denk ik.” Ik werd wat voorzichtiger. Er was tussen ons natuurlijk wel heel wat gebeurd. Zou dat hem van de wijs gebracht hebben? Was dit zijn reactie daarop? Het duurde tijden voor Casper terugkwam en ik wilde niet eerder weggaan dan dat ik wist dat hij veilig thuis was. Tegen half negen kwam hij pas aangeslenterd. Het hoofd gebogen, de handen in de zakken van zijn broek. Hij wilde meteen zijn tent ingaan maar ik was hem voor. Ik pakte hem bij zijn arm en nam hem mee bij de tenten vandaan. Hij rukte zich los en ik zei: “Prima, als je maar met me meeloopt!” En dat deed hij. We liepen de weg af tot bij de bocht en het muurtje. Daar ging ik zitten en hij zette zich naast me neer. “Mag ik alsjeblieft weten waar je mee bezig bent? Nodig je me uit om me vervolgens te negeren de hele dag?” Het was lange tijd stil maar dat kende ik van hem en ik vond het niet erg.

“Sorry, maar ik zie het even niet meer zitten. Ik kan er niet meer tegen. Het is me te verwarrend allemaal.”

“Wat is te verwarrend?”

“Alles gewoon. De aandacht die ik krijg van jou, van iedereen. De vreemde gevoelens die ik voel als ik bij je ben en waar ik me geen raad mee weet. Ik kan gewoon niet met mezelf uit de voeten. Ik heb ruimte nodig. Alsjeblieft geef me dat. Laat me een poosje met rust, dat is alles wat ik van je vraag.” Stomverbaasd hoorde ik hem aan.

“Waarom, Casper? Waarom? Ik snap het niet. Ik houd van je. We hebben het toch fijn gehad samen, of niet dan?”

“Ja, zeker maar voor mij is het ook verwarrend. Ik kan niet uit de voeten met die gevoelens. Ik weet niet waar het toe zal leiden. Word onzeker en bang van mijn eigen gevoelens. Als ik bij je ben voel ik me heerlijk, prachtig maar zodra ik weer alleen ben gigantisch rot en miserabel.”

De stilte tussen ons werd groter en ik voelde een kou door mijn lijf optrekken. Was ik bezig hem te verliezen? Was dit het begin van het einde?

Casper pakte mijn hand beet en keek me recht in de ogen. “Zou je het goed vinden als we elkaar een paar dagen niet zouden zien?”

Mijn hart begon langzaam te verkillen en hoewel ik keihard ‘NEE’ had willen roepen zei ik: “Ja. Als dat is wat jij graag wilt.” Geheel in mijn eigen gedachten verzonken, liep ik naast Casper terug de weg op naar boven. Bij de camping stopten we even maar we keken elkaar niet aan.

“Wanneer ga je terug naar huis?” vroeg hij.

“Ik denk vrijdag. Ik wil niet in de grote verkeersdrukte van zaterdag belanden.”

“Oké, ik laat wel wat van me horen. Goed?”

“Prima.”

Hij draaide zich om en liep van me weg de camping op. De handen in de zakken en zijn hoofd gebogen. Tijden bleef ik daar staan. De tranen brandden me in de ogen en toen de eersten langzaam over mijn wang begon te rollen liep ik verder de heuvel op. Thuisgekomen liet ik ze de vrije loop. Maar al spoedig begon ik me te realiseren dat ik te voorbarig was. Het was nog niet over! Of hield ik mezelf voor de gek! Hij wilde tijd om na te denken en alleen te zijn. Maar dat wilde toch niet zeggen dat hij van mij af wou? Maar wat ik ook tegen mezelf zei en hoe ik ook probeerde alles een positieve wending te geven ik werd er niet geruster op.


Woensdag 1 augustus

De dag begon schitterend net als alle dagen tevoren maar zodra ik de ogen opendeed, voelde ik meteen de pijn. Het zou een dag zonder Casper worden. Loom stapte ik uit bed, douchte me en kleedde me aan. Ik deed dingen in een automatisme en zonder er bij na te denken omdat ik te veel moest denken aan hem. De koffie smaakte me niet en ook het middageten at ik maar half op. Het boek waar ik al zo’n eind in gekomen was boeide me niet meer. Ik zat in de tuin onder de boom en deed niets. Was compleet lamgeslagen.


Donderdag 2 augustus

Het weer was omgeslagen zoals ze voorspeld hadden. Het regende en stormde. Toen ik in de ochtend even bij de weg ging kijken, zag ik hoe het water de heuvel afgutste. Mijn gedachten dwaalden af naar Casper en ik vroeg me af of ze het droog zouden houden op de camping. ’s Middags in het dorp zag ik tijdens het winkelen even een glimp van Casper toen hij de weg opliep naar Eperheide in zijn eentje, zijn haren kletsnat op zijn hoofd en zijn kleren doorweekt. Ik hield het niet langer uit en toetste het nummer van Julia in.

“Hallo.”

“Met Vincent.”

“Ik ben blij dat je belt. Echt! Sinds jij er niet meer bent, is het helemaal mis met Casper. Hij is nog verder teruggevallen dan ooit voorheen. Ik ben vreselijk bang! En ik niet alleen. Ik weet niet wat ik moet doen.”

“Ik ook niet, Julia. Ik mis hem maar wil hem ook de tijd geven om dingen voor zichzelf uit te zoeken. Daar had hij me nadrukkelijk om gevraagd.” Veel verder dan dit kwamen we niet omdat we beiden verstikt raakten door onze emoties.


Vrijdag 3 augustus

Ik had mijn spullen ingepakt en was klaar om weg te rijden toen ik voetstappen op het grind hoorde. Het was Casper. Ik had me geen enkele voorstelling gemaakt van hoe onze ontmoeting zich zou kunnen ontwikkelen en had me voorgenomen het over me heen te laten komen. Ik stopte mijn handen in de zakken en wachtte af. Het begon zachtjes te regenen.

“Vincent, het spijt me vreselijk maar ik kan geloof ik niet verder. Alles wat er gebeurd is heb ik heel fijn gevonden maar het maakt het allemaal zo moeilijk. De kluwen lijkt maar steeds groter te worden en waar ik een knoop uit elkaar haal, ontstaan er meteen weer twee nieuwe. Geloof me, ik zou heel graag van je willen houden maar ‘houden van’ wordt vaak zo snel gezegd en gebruikt en dat kan ik dus niet. Als ik het zou zeggen moet het betekenis hebben, eeuwigheidswaarde en zover ben ik nog niet.”

“Waarom niet, Casper? Hebben de dingen die we samen gedaan hebben dan niets voor je betekend? Doe ik je niets?”

“Ja, juist wel! De afgelopen dagen voordat ik begon te donderen waren de prachtigste van mijn leven en ik voel heel veel voor jou! Ik zou veel meer voor je willen voelen maar dat lukt niet. Niet nu. Niet nu al!”

“Hoezo, niet nu al?”

“Zou je met mij willen vrijen, echt vrijen bedoel ik, zonder dat ik gezegd heb dat ik van je houd?”

Daar kwam mijn probleem om de hoek zetten. “Nee, ik denk het niet.”

“Nee, dat had ik dus wel goed ingeschat. Jij wilt het eerst van mij horen, terwijl ik het nog niet zeggen kan. Ik moet eerst weten wie JIJ bent Vincent. Een paar dagen in de vakantie daarop kan ik niet beoordelen wie jij bent!”

“Maar we hoeven toch niet meteen echt te vrijen…”

“Ik wil weten wie JIJ bent. Ook als we vrijen, ook als we ruzie hebben ook als we beiden stront chagrijnig zijn. Ik wil je helemaal leren kennen, Vincent! En dan pas kan ik misschien zeggen of ik van je houd!”

Het werd doodstil tussen ons. De regen tikte harder op de straat en op het met grind belegde erf. We begonnen echt nat te worden. Ik wist niet wat te moeten zeggen. Maar kwam uiteindelijk met woorden die een breuk tussen ons zou bewerkstelligen. “Dan denk ik dat het beter is om er een eind aan te maken. Als onze ideeën echt zover uiteen liggen.”

Hij knikte zonder me aan te kijken en stak zijn hand naar me uit. Ik kon hem echter niet aannemen. Het zou me te veel worden. Mijn auto stond klaar en ik stapte zonder iets te zeggen in. Ik reed achteruit en het erf af, uitgezwaaid door de beheerders. Ik keek niet in mijn achteruitkijkspiegel omdat ik bang was voor de weerspiegeling. De heuvel af en het dal in. Het dorp door in de richting van Mechelen. Mijn blik was vertroebeld door de tranen. Op de snelweg dacht ik ineens, hoe stompzinnig, aan de honing die ik niet opgehaald had en ook nooit meer zou krijgen dus. Want Epen was een nieuwe plek op de wereldkaart geworden waar ik nooit meer terug zou komen omdat de herinneringen me te veel pijn zouden doen.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2001 door Lucky Eye » dinsdag 17 maart 2015 16:28

Hoofdstuk 9


Vrijdag 3 augustus (het tweede gedeelte)

De rit naar huis was een martelgang. Niet vanwege het verkeer en ook niet vanwege mijn gruwelijke hekel aan wederom die automatische signaleringen boven de weg maar puur en alleen vanwege de opgebroken relatie tussen Casper en mij. Regelmatig moest ik mezelf er flink aan herinneren dat ik aan het autorijden was om niet de concentratie helemaal te verliezen. De vakantie was zo goed begonnen en had zulke prachtige dingen bevat dat ik me gewoon niet kon voorstellen dat alles pats, boem over was. En toch was het zo! Onze ideeën over wat een relatie nou eigenlijk was, hadden zover uiteen gelegen dat de breuk onoverkomelijk geweest was. Hij wilde ruimte hebben en ik juist de dichte nabijheid. Tenminste zo zag ik het.

Het verkeer was gelukkig niet erg druk en daarom bereikte ik toch nog redelijk snel het rustige Dalfsen. Mijn huis ligt aan de rand van het dorp en heeft een prachtig uitzicht op de weilanden die het dorp omringen. Gelukkig grazen daar na de MKZ-crisis weer de koeien want die weilanden zonder die beesten was toch wel een erg droevig gezicht. Droevig was ik ook toen ik de auto, vanwege de aanhoudende regen, rechtstreeks de garage binnenreed en alleen het huis betrad. Weer helemaal alleen. Ik begon mijn alleen zijn als een last te voelen. Ik had zo de behoefte aan iemand die met mij het (niet alleen maar zijn) leven wilde delen dat ik er haast wanhopig van werd. Zeker nu, nu ik gedacht had iemand gevonden te hebben en weer te moeten merken dat het mislukt was. Lag het aan mij? Stelde ik dan te hoge eisen? Om al die muizenissen weg te werken besloot ik eens flink de handen uit de mouwen te steken. Ik sorteerde de was en laadde de wasmachine. Daarna bekeek ik de post die, keurig gesorteerd door de buurvrouw, op mijn bureau lag. Ook het lijstje met terug te bellen telefoonnummers werkte ik meteen af en zo was het al tegen vijven toen ik eindelijk op de bank neerplofte. De wasmachine bliepte dat hij klaar was en daarom kwam ik toch maar weer in beweging. Ik hing de was op en merkte toen dat ik best honger had. De twee broodjes die ik onderweg achter een benzinestation genuttigd had, waren niet genoeg geweest. Ik bekeek de inhoud van mijn diepvries en besloot dat het toch maar eens tijd werd voor een goede Nederlandse maaltijd. Niets diepvriesspul! Net toen ik de aardappels in het mandje had gedaan ging de bel. Met mandje en al liep ik naar de voordeur. De buurvrouw.

“Hallo, ik dacht al dat ik je had zien terugkomen. Alles goed geweest?”

Ik antwoordde dat het leuk was geweest en bedankte haar voor het werk dat zij in huis had gedaan tijdens mijn afwezigheid. Normaal doet zij bij mij ook altijd de schoonmaakwerkzaamheden maar in de vakantie geeft ze alles een ‘grote beurt’ en is zij ook mijn telefonische hulpdienst. Mijn toestel is dan doorgeschakeld naar het hare en zij zorgt er keurig voor dat ik, zoals gebeurd was, niemand vergeet terug te bellen.

“Maar moet jij nu nog het eten gaan klaarmaken? Niets daarvan! Kom maar mee!”

En of je het wilt geloven of niet, ze sleurde mij als het ware mijn huis uit. Even later zat ik achter goede, voedzame kost prettig te converseren met de buurvrouw en haar man. Vanaf de bouw van onze huizen, zo’n drie jaar geleden, wonen we al naast elkaar en we kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Zoals ik al zei doet zij de boel bij mij thuis en als tegendienst help ik de buurman met de administratie van zijn Fietsreparatiebedrijf en zijn belastingpapieren. Betalen over en weer doen we elkaar niet. De buurvrouw wil ook dolgraag in mijn ‘wilde tuin’ aan de gang maar dat heb ik tot nu toe steeds weten te voorkomen. Niet omdat ik hem graag wild wil houden maar omdat ik me dan toch echt bezwaard zou gaan voelen. Het was reuze gezellig en tijdens het eten vergat ik helemaal mijn gedachten aan Casper. Pas toen ik tegen tienen weer mijn huis binnenkwam schoten de herinneringen weer door mijn hoofd. Ik ging naar mijn ‘stille kamer’ toe en deed daar de drie kaarsjes aan. Daarna zette ik me op mijn bankje op de mat en probeerde te mediteren. Het ging van geen kant. Telkenmale was de jongen in mijn gedachten en hoe hard ik ook probeerde mijn aandacht bij het tellen te houden, veel verder dan de vier wilde ik maar niet komen. Ik bleef echter zitten. Vijfentwintig minuten lang bleef ik stil zitten. Eén van mijn leermeesters heeft ooit gezegd dat er niet een ‘goed zitten’ was. ‘Heb je gezeten?’ vroeg hij dan. Je antwoordde netjes met ‘Ja’ en dan kwam zijn simpele antwoord: ‘Dan is het toch goed geweest.’ Zo vatte ik die avond mijn oefenen dan maar op. Ik had gezeten.

Ik stapte na het mediteren onder de douche en ging in badjas nog wat naar de tv kijken. Veel was er niet op maar tijdens mijn afwezigheid hadden de buren wat programma’s voor mij opgenomen en daar had ik wel zin in. Ik speelde de ene na de andere quiz af en zo werd het snel laat. Toen ik ze afgekeken had was het al kwart voor één. Dus…


Zaterdag 4 augustus

Ik rekte me uit en schrok op van het plotselinge geblieb van mijn mobiele telefoon. Gelukkig heeft dat ding in huis een vaste plaats en kon ik hem snel opnemen. “Vincent.”

“Hoi, met Casper.” Zijn stem klonk zacht en weifelend. “Sorry dat ik je zo laat stoor maar zou je mij kunnen komen ophalen.”

Mijn hart maakte een sprongetje maar meteen was er ook die twijfel. Wilde ik dat? “Waar bel je vandaan dan?”

“Ik sta in Zwolle op het station. Net aangekomen met de trein.” Hij merkte waarschijnlijk mijn terughoudendheid en drong aan. “Alsjeblieft. Geef me tenminste de kans om nog een keer met je te praten. Als we er niet uitkomen, neem ik hier wel een hotel maar kom alsjeblieft.”

“Oké, ik kom er aan. Geef me echter wat tijd. Ik moet me aankleden en het duurt zeker een halfuurtje rijden, oké?”

“Ik wacht wel op je hoor. Ik zou niet weten waar ik anders heen moet!”

Snel kleedde ik me aan en hem kennende nam ik ook een joggingbroek en een dikke trui voor hem mee. Het zou me helemaal niets verbazen als hij daar in korte broek en T-shirt op het stationsplein zou staan. Voor het eerst sinds ik thuis was gekomen voelde ik me weer vrolijk. Er was een opening. De breuk was dus nog niet definitief geweest. Snel maar niet roekeloos, vond ik mijn weg in het donker naar de grote stad. Het weer was bedroevend slecht. De regen striemde tegen de voorruit en het waaide behoorlijk. Toen ik tegen half twee het stationsplein opdraaide was het er zo goed als verlaten. Ik zag de eenzame figuur in de regen bij een lantaarnpaal staan. Ik reed er naar toe en opende van binnenuit het portier voor hem.

“Hoi,” begroette hij mij en stapte naar binnen.

“De zomer is hier echt over hoor! Had je niet wat warmers aan kunnen trekken?”

“Nee, ik ben een beetje overhaast vertrokken weet je.”

“Achterin liggen warme kleren voor je trek die maar aan.”

Hij pakte de kleren en bedankte me. Snel ontdeed hij zich van zijn doorweekte spullen en trok die van mij aan.

“Waarom ben je eigenlijk in de regen blijven staan wachten. Je had toch ook wel ergens kunnen schuilen!”

“Ik was bang dat je mij zou missen,” zei hij terwijl hij zich aankleedde. “Wow, dat voelt een stuk prettiger, man.”

Het werd stil tussen ons. De motor van de auto verwarmde de cabine en maakte het meeste lawaai. “Praten we hier of bij mij thuis?”

“Misschien is hier beter,” begon hij. “Als we dan niet tot elkaar komen, kan ik hier een hotel nemen en morgen doorreizen naar Groningen.”

“En mijn kleren dan?”

“Die stuur ik je wel op.”

“Als ik gedacht had dat er geen mogelijkheden waren, Casper, dan was ik niet gekomen. Dus ik denk (met een duidelijke nadruk op ik) dat het beter is als je met me meekomt naar huis. Praten doen we daar dan wel. Oké?” Ik wachtte op een instemmend knikje van hem en reed toen de auto weer door de stad in de richting van het verlaten, donkere land rond Zwolle. Het was behaaglijk warm en Casper koesterde zich in die warmte. Hij was niet de praatgrage Casper die ik kende van de eerste dagen en dat was maar goed ook want de duisternis, het bar slechte weer en de smalle weggetjes maakten het rijden al moeilijk genoeg. Ik had mijn aandacht hard nodig bij het rijden. Ik deed er langer dan gebruikelijk over maar dat was gezien de omstandigheden niet bijzonder. Toen we mijn huis naderden, gingen de lichten op de oprijlaan als vanzelf aan. Er ontsnapte een zucht aan Caspers lippen.

“Wow, dat ziet er goed uit, zeg!” sprak hij met bewondering. “Gaaf man.”

“Bekijk het morgen maar eens beter. En dan vooral de tuin. Dan zeg je geen ‘wow’ meer,” lachte ik. We reden de garage in en stapten uit. Ik hield de tussendeur naar de bijkeuken voor hem open en liet hem voorgaan. “Wil je wat drinken?”

“Ja, wat warms graag. Ik heb het nog steeds koud!”

“Koffie of thee, ik heb alleen kruidenthee.”

“Ben je echt zo’n alternatieveling?”

“Ja, echt. Had je niet gedacht hè?” Als antwoord glimlachte hij en zei dat hij graag thee wilde.

“Maar, zou ik misschien eerst even mogen douchen. Ik heb het zo koud!”

“Natuurlijk!” Ik ging hem voor naar boven, wees hem de badkamer en legde handdoeken, een badjas, een short, sokken en een T-shirt voor hem klaar. Daarna ging ik naar beneden om de thee te maken. Het water kookte snel maar ik was er niet echt bij met mijn gedachten en werd dus in mijn mijmeringen gestoord door de fluit van de ketel. Van harte hoopte ik dat het nu niet te verwarrend allemaal voor mij zou worden. Zou ik hem terug kunnen laten komen in mijn leven zonder enige vorm van wrok? Zomaar, zonder voorwaarden vooraf? Ik zette het theepotje op het theelichtje om de thee te laten trekken en ging op de bank zitten. Toen de thee klaar was, schonk ik haar in twee grote mokken. Vlak daarna kwam Casper naar beneden. “Ben je wat opgeknapt?”

“Ja, man. Ik voel me weer bijna herboren. Maar in elk geval weer heerlijk warm. Ah, lekker de thee is al klaar.” Hij zette de mok aan zijn lippen en nam voorzichtig een paar kleine slokjes. “Heerlijk is dat. Nou word ik ook van binnen weer lekker warm.” Hij glimlachte naar me.

Ik pakte mijn beker ook op en begon ook te drinken van de lekker ruikende thee. Inderdaad, de thee zorgde voor een heerlijke, verwarmende uitwerking. Maar terwijl ik zo naar hem zat te kijken, merkte ik dat hij vreselijke moeite moest doen om zijn ogen open te houden. Af en toe viel zijn hoofd zelfs iets naar voren. Hij moest doodop zijn. Toen hij zijn mok leeg had, zette hij hem op tafel neer en wilde gaan praten. “Sorry, Casper, maar ik denk dat het veel beter is als we gaan slapen. Je kunt je ogen bijna niet meer open houden!”

Hij knikte. “Maar morgen moeten we wel eerst praten hoor!”

“Oké, baas. Helemaal mee eens. Maar nu naar bed eerst.” Ik had mijn mok intussen ook geleegd en ging hem voor naar boven. “Wil je bij mij slapen of op een logeerkamer?”

“Moet je dat vragen?”

Nee, natuurlijk had dat niet gemoeten maar had dat misschien te maken met mijn eigen onzekerheid? Ik denk het wel. Terwijl hij zijn tanden poetste, douchte ik me. Toen ik in de slaapkamer kwam, lag hij al languit.

“Vind je het goed dat ik aan deze kant slaap?”

Ik knikte en stapte bij hem in bed. Meteen kroop hij tegen me aan. Hij was geheel bloot en het voelde fantastisch bovendien was hij lekker warm. “Zullen we gaan slapen?”

“Ja, dat lijkt me het beste.”

Ik draaide me op mij zij van hem af en voelde hoe hij zijn lijf tegen mijn rug legde. Wow, wat voelde dat goed. Het was pas de tweede nacht dat wij in een en hetzelfde bed lagen maar het was als vanouds. Al snel hoorde ik aan zijn trage, diepe ademhaling dat hij diep in slaap was. En ook ik kon, ondanks alle vragen die in mijn hoofd opdwarrelden, niet lang meer wakker blijven.

Toen ik wakker werd, was het al bijna tien uur. Casper lag van me afgewenteld nog diep in slaap en alhoewel we afgesproken hadden eerst te zullen praten met elkaar herinnerde ik me ineens dat de mondvoorraad die de buurvrouw voor dit weekend voor mij had ingeslagen nooit toereikend zou zijn om een jongen met de eetlust van Casper te verzadigen. Voorzichtig stapte ik uit bed en waste me in de badkamer. Daar kleedde ik me ook aan om daarna beneden snel wat te eten. Ik legde een briefje voor Casper neer en verliet het huis. In de supermarkt was het reuzedruk. Normaal doe ik nooit boodschappen op zaterdagochtend om dit soort topdrukte te vermijden maar vandaag was het dus even niet anders en sloeg ik mij er moedig doorheen, goed op mijn buurt lettend om te voorkomen dat de een of ander zijn karretje brutaal in de rij wurmde. Bij de bakker was het ook opstellen in rijen van tien. Maar gelukkig was hij nog niet uitverkocht toen ik eindelijk aan de buurt was. Met mijn wagen volgeladen, reed ik terug naar huis. Ik liet de auto op de oprit staan en meteen werd de deur geopend door Casper. Hij was gekleed in een geruit overhemd met korte mouwen en korte spijkerbroek. Allemaal kledingstukken van mij. “Zooo, heb je mijn klerenkast geplunderd?”

“Ja. De inhoud van mijn rugzak heb ik in de bijkeuken aan een lijntje gehangen omdat het kletsnat was en ik had dus niets meer om aan te trekken.”

“Leuk vooruitzicht,” grapte ik. Het leverde me een stomp op. Samen haalden we de auto leeg en zorgden ervoor dat alles opgeborgen werd. Hij had de koffie al klaarstaan en toen ik me op de bank liet neervallen, schonk hij het voor ons in.

“Was het druk?”

“Ja, gigantisch gewoon. Maar alle ondernemers in het dorp waren reuzeblij.”

“Hoezo? Blij om jou weer te zien?”

“Nee, dat ik zoveel kocht.”

“Huh?”

“Ja, jongen, ik heb nog nooit zoveel tegelijk hoeven te kopen. Ze vroegen me allemaal of ik een kindertehuis ging inrichten.” Hij begreep de grap en wierp me een vernietigende blik toe. Ik lachte hardop.

“Ik ben nog in de groei!” zei hij met een serieus gezicht.

“Nee, hè! Ben je van plan om nog groter te worden?” Wederom moest ik lachen. We namen de eerste teugen van de koffie en ik complimenteerde hem. “Een lekker bakkie, jochie.”

“Vincent?”

“Jaa?”

“Vind je het goed dat we nu eerst praten of wil je het nog wat uitstellen?” Ik antwoordde hem dat we nu wel konden praten. “Oké, zal ik beginnen dan?” Ik knikte. “Gisteren was de allerrottigste dag die ik ooit heb doorgemaakt. Toen je wegreed moest ik gigantisch janken en ik heb het grootste gedeelte van de dag niet anders gedaan. Ik wilde niemand zien en met niemand praten totdat Julia aan het begin van de avond mijn tent binnenkwam ondanks het feit dat ik haar bruut wegstuurde. Ze begon tegen me aan te praten en langzaamaan begon ik te begrijpen dat ik gewoon niet zonder je kan. Ik wil gewoon bij je zijn. Maar … ik weet ook dat ik nog steeds niet zeggen kan dat ik van je houd. Ik vind je leuk, lief, aardig en al dat soort dingen meer. Maar … ‘houden van’ is voor mij zoveel meer. En dat stadium heb ik nog steeds niet bereikt, denk ik, ondanks het feit dat ik weet dat ik niet zonder je verder wil. Klinkt dit stom?”

Ik wilde nog geen commentaar geven. “Ga verder alsjeblieft.”

“Oké. Ik wil bij je zijn Vincent en ontdekken wie je bent. Als je gewoon thuis bent. Als je boos bent. Als je met je patiënten omgaat. Met je buren, met je vrienden. Ik wil je gewoon helemaal leren kennen. Dan denk ik pas dat ik een volledig beeld van je heb. En dat beeld hoeft niet perfect te zijn Vincent. Je moet gewoon jezelf zijn. Natuurlijk zul je soms stomvervelend zijn en sikkeneurig. Maar dat geeft allemaal niet. Dat hoort ook bij jou en ook dat wil ik kennen. En dan denk ik dat dat ‘houden van’ vanzelf wel komt. Daar geloof ik heilig in. ‘Houden van’ is voor mij niet ineens. Niet een bliksemschicht bij heldere hemel. Nee, het is een proces. Misschien voor jou niet en voor miljoenen anderen niet. Maar voor mij wel!” Hij leek uitgepraat en nam een slok van zijn koffie.

“En hoeveel tijd denk je daarvoor nodig te hebben?” (Wel een beetje een rotvraag van een psycholoog die dit toch zou moeten weten!) Ja, beetje gefrustreerd op dat moment denk ik!

“Gut … dat weet ik dus niet, hè! Dat is onmogelijk om te zeggen. Ik weet het gewoon niet.”

“Ik weet niet of het zo werkt, Casper, maar ik wil je de tijd geven om aan mij te wennen. Om mij te leren kennen maar …”

“Ja, ik weet je voorbehoud en zal eerlijk zijn. Ik vind het vreselijk rot dat jij dat voorbehoud maakt. Het is je recht,” zei hij met duidelijke gebaren erbij “maar toch vind ik het rot! Want ik zou ook graag willen weten hoe je bent als je met me vrijt. Als jij en ik besluiten om dat laatste stapje te zetten. Als we alles delen. Het ‘ultieme delen’ zoals jij dat eens zo mooi gezegd hebt, weet je nog?”

“Ja, ik weet het nog. Dat laatste stukje delen kan ik alleen maar met iemand als voor mij duidelijk is dat hij van mij houdt. Anders heb ik het gevoel dat ‘onze relatie’ gebaseerd zou kunnen zijn op alleen seks en puur lichamelijke aantrekkingskracht. En dat wil ik niet! Dat kan ik niet! Niet weer!”

“Ik begrijp het. Maar je zou me ook moeten leren vertrouwen, zo denk ik, zonder dat ik gezegd heb dat ik van je houd. En dat is misschien ook iets dat bij jou nog ontbreekt. Sorry, dat ik het zeg maar zo voel ik het wel. Ik zie je niet als een seksobject. Niet als iemand om seks mee te hebben. Nee, ik zie je als een echte vriend en de seks is alleen maar een toegift. Geloof me!”

Het was stil tussen ons beiden en de koffie werd koud. Hij was oprecht. Ik voelde het. Ik kreeg kippenvel.

“Ik ga voor jou en niet voor de seks, Vincent. Ik wil van jou leren houden. Echt!”

Ik was diep ontroerd en met een door tranen gesmoorde stem zei ik: “Ik geloof je, Casper, en hoop echt dat je van mij kunt houden zoals ik van jou houd.” Hij kwam naast me zitten op de bank en sloeg een arm om me heen. Ook hij huilde. Vrijelijk lieten we onze tranen lopen. Een erg ontroerend moment. Een tijdlang bleven we zo bij elkaar uitjanken. De gevoelens van onmacht die ik gehad had toen hij me gezegd had dat hij ruimte wilde en toen het uiteindelijk mis ging, kwamen allemaal naar buiten en vonden hun uitweg in de tranenvloed. “Hoe stel je je zo’n kennismakingsperiode voor?”

“Ja, dat weet ik ook niet precies,” zei hij terwijl hij met de rug van zijn hand de tranen uit zijn ogen veegde. “Niet als iets bijzonders eigenlijk. Ik wil je gewoon leren kennen zoals je bent. Zoals je hier bent. Wat ik al zei, met je patiënten, voor zover dat kan, met je vrienden en al dat soort dingen. Gewoon!” En hij lachte, waarschijnlijk omdat hij wel begreep dat ik het niet helemaal snapte.

“Oké, zullen we dan vanavond meteen maar afspreken bij mij allerbeste vrienden?”

“Dat is goed, als jij het wilt?”

“Ja, tuurlijk. Ik heb ze zeker al een maand niet gezien nu en het wordt wel weer eens tijd om bij te kletsen. By the way, het zijn twee vriendinnen hoor maar niets om jaloers op te worden het is een lesbisch stel.” Casper lachte en ik ook vanwege zijn opgeluchte gezicht. Ik zoende hem op zijn mond en zei: “Ik houd van je, Casper. Vreselijk veel en heb het idee dat het met elke seconde meer begint te worden.”

“Ik voel het, Vincent.”

“Nee, joh, dat is mijn harde pik die je voelt,” grapte ik.

“Oh ja? Ben jij hard dan? Nu al?” en hij greep me in mijn kruis. “Het gaat jou alleen maar om seks geloof ik, Vincent.”

“Nee, idioot, het was een grapje! Zeg, en hoe zit het met een tweede bakje koffie.” Ik leunde achterover en liet me bedienen.

Na de koffie belde ik met Bertha en vroeg haar of het goed was dat ik die avond samen met een vriend langs zou komen. Ze was reuze benieuwd merkte ik maar ik was niet van plan veel van de sluier op te lichtten. Ze moest haar nieuwsgierigheid, misschien beter gezegd belangstelling, in toom zien te houden tot die avond. Na het telefoontje zei ik Casper dat ik wat afspraken moest gaan maken. Hij stelde voor om het eten voor die middag klaar te maken en ik vroeg hem verbaasd of hij dat kon.

“Zeg, wat denk je! Of dacht je dat op de camping Julia alle dagen voor ons kookte!”

Dat bleek dus niet zo te zijn. Op vakantie kookten ze om beurten. Mooi, dan kon ik dus rustig aan het werk. In mijn kantoortje liep ik mijn agenda door en bracht het een en ander op orde. Ik belde een paar nieuwe cliënten op en maakte een afspraak met hen. Wat we zouden gaan eten wist ik niet maar wel dat het erg lekker in huis begon te ruiken. Anderhalf uur later zat ik dan ook verheerlijkt aan tafel te wachten totdat de chef de cuisine het eten opdiende.

“Voila, chile con carne. Zonder de carne dus,“ voegde hij eraan toe.

“Zeg, hoe heb je dat voor elkaar gekregen?”

“Ik heb me de vrijheid genomen om eens grondig rond te snuffelen in je keukenkastjes, koelkast en diepvries en vond daar allerlei spullen en ook die dingen die een vegetariër ‘vleesvervangers’ noemt. Ik hoop dat het smaakt maar betwijfel het ten zeerste.” Ik gaf hem een por en zei dat het wel mee zou vallen. Met een bedenkelijk gezicht nam hij een eerste hap en na langdurig gekauwd te hebben zei hij breed glimlachend: “Niet slecht!”

“Nee, helemaal niet, joh. Het smaakt prima.” De maaltijd verliep rustig. We praatten wat heen en weer en Casper wilde alles weten over Bertha en haar vriendin Anouk. Ik vertelde hem dat ik Bertha had leren kennen in het ziekenhuis. Zij werkte daar als verpleegster. Het was in de tijd geweest dat ik me van Peter losmaakte. Ze waren mijn vriendinnen geworden en niet die van ons samen. Als ik hen bezocht had, was dat altijd in mijn eentje geweest. Ik had een bijzondere band met hen gekregen die niets of niemand zou kunnen ondermijnen. Na het eten werkte Casper me de keuken uit.

“Nee, laat mij de afwas maar doen. Ga jij maar andere belangrijkere dingen doen.”

Ondanks fel aandringen kreeg ik geen kans om hem te helpen. Ik had nog genoeg te doen op mijn kantoortje maar wilde hem niet alleen al het werk in het huishouden laten doen. Tenslotte had hij ook al gekookt! Maar ik verloor en liet me verslaan. Die middag zag ik weinig meer van Casper. Het werk slokte me op en toen hij me tegen half vier een mok met thee bracht verontschuldigde ik me tegenover hem. “Verdorie man, is het al zo laat. Ik ben helemaal de tijd vergeten. Kijk, dat ben ik nu dus ook, hè. Zodra ik eenmaal in mijn werk zit, vergeet ik de hele wereld om me heen.”

“Prachtig toch. Een teken dat je werk hebt dat je boeit en bezighoudt!”

“Ja, maar het kan ook verkeerd uitpakken. Zoals nu dus.”

“Hoezo?”

“Ik heb de hele middag niet aan je gedacht, man. Zo’n bijzonder leuke jongen in huis en ik laat je helemaal aan je lot over.” Ik trok hem naar me toe en legde mijn hoofd tegen zijn buik en borst aan. Hij streelde door mijn haren.

“Zeur niet, Vincent. Ik vind het helemaal niet erg om alleen te zijn. En zo krijg ik bovendien de kans om eens rustig je hele huis door te snuffelen. Je vindt het toch niet erg hè dat ik overal kom?”

“Wie van ons tweeën zeurt er nou! Jongen, als je mij wilt leren kennen moet je de vrijheid hebben om mijn domein te ontdekken en dan hoef je heus niet steeds te vragen ‘Vincent, mag ik dit?' 'Vincent, mag ik dat?’. Nee ,jongen, doe alsof je thuis bent. Deze plek moet ook jouw thuis worden.”

“Je bent een lieverd, Vincent.”

“Ja, dat weet ik.”

“Maar soms ook erg vervelend.” Hij kneep me in mijn wang en verliet het kantoor.

Tegen vijven riep hij me dat de tafel voor het avondeten gedekt was. Ik rekte me uit en slenterde naar de keuken. Het was best wel vermoeiend geweest om zo ineens weer met je werk te beginnen. Misschien had ik het ook wat overdreven en had ik sommige dingen best wel even kunnen opschuiven. Maar ja, dat ben ik ook. Een doordrammer, iemand die altijd maar door wil gaan en soms (vaak) te weinig tijd neemt voor zijn eigen rust. En dat ondanks al die meditatie van mij. Ik nam plaats aan een goed belegde tafel en we begonnen te eten.

“Je hebt een prachtig huis, Vincent.”

“Vind je?”

“Ja, anders had ik het niet gezegd. Nee, echt. Heel mooi. Lekker ruim, veel kamers en ook dat kleinste kamertje, niet de wc, is heel mooi ingericht. Vooral dat beeld van de Boeddha is prachtig. Heb je dat ergens op de kop getikt?”

“Nee, een vriend van me heeft dat voor me gemaakt. Het is een dierbare herinnering aan hem geworden omdat hij een jaar nadien is overleden.”

“Oh, dat spijt me.”

“Het geeft niet. Maar het beeld doet me altijd aan hem herinneren. Het is echt een prachtwerk geworden.”

“Ja, echt heel goed. Uit een stuk steen gebeiteld, echt heel knap.”

“Ben je ook even gaan zitten?”

“Ja, hoe weet je dat!”

“Gewoon. De kamer lijkt daartoe iedereen uit te nodigen. Ik heb wel vaker logees gehad die ook altijd, als ze de kamer zien even moeten gaan zitten. Beviel het je wat?”

“Nee, niet echt. Ik heb geloof ik maar een paar minuten gezeten en ik heb nou nog pijn in mijn benen. Ik geloof niet dat ik daarvoor gebouwd ben. Chinezen en Japanners zijn ook allemaal veel kleiner.”

“Gezeur, man. Ik ben net zo groot als jij en kan het ook. Gewoon een kwestie van oefenen.” Ik lachte naar hem en hij glimlachte terug.

“Nou, ik zal het nog wel eens proberen de komende dagen. Ik weet nou trouwens ook hoe het komt dat je nog geen seks met me wilt hebben.”

“Oh, ja?”

“Ja, ik heb ook wat gesnuffeld in wat boekjes en daar onder andere wat gelezen van die Vietnamese monnik … ik ben zijn naam kwijt. En daar zag ik het staan.”

“En wat vond je van die richtlijn?”

“Op zich wel goed. Als je je realiseert wat de gevolgen zijn van onverantwoord seksueel gedrag is het goed om er voorzichtig mee om te gaan. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor die andere vormen van lijden door hem genoemd.”

“Dus kun je me nu beter begrijpen?”

“Nahh, nog niet helemaal maar wel een klein beetje. Zelf heb ik ook altijd al een beetje zo’n regel van hem gevolgd bemerkte ik. Dat met dat consumeren en het niet zullen gebruiken van alcohol en andere verdovende middelen. Toen ik dat zo zwart op wit zag staan, wist ik dat dat de reden voor mij was. Ik wil er altijd bij zijn, bij wat ik doe. Ik ben verantwoordelijk voor mijn daden en moet dus gewoon weten wat ik doe. Alcoholmisbruik brengt zoveel ellende met zich mee!”

“Ja, ik heb genoeg patiënten in mijn praktijk die daaronder te lijden hebben en gehad hebben.”

“Dat kan ik me voorstellen. En weet je wat ik ook gezien heb?”

“Nou, vertel het eens.” Hij wachtte langdurig voor hij verder ging en keek me lachend aan. “Toe maak me niet zo nieuwsgierig, vertel!”

“Een pracht van een jongen.”

“Waar? Waar?” En ik liet mijn ogen door de keuken heen en weer gaan.

“Buiten in de tuin bij de buren.”

“Oh!” Ik wist wie hij bedoelde en voelde me meteen niet meer op mijn gemak.

“Wat is er? Heb ik iets verkeerds gezegd?” Ik bleef stil en durfde hem amper aan te kijken. “Kom op, Vincent, vertel het me. Wat is er. Wees eerlijk tegenover mij alsjeblieft.”

“We woonden toen nog in Utrecht. Die jongen studeerde daar en hij was degene met wie ik Peter in bed aantrof die laatste keer. Dat zijn ouders later mijn buren zouden worden wist ik toen natuurlijk nog niet. Ik verhuisde naar Dalfsen vanwege mijn eigen roots. Mijn ouders hebben hier altijd gewoond en het stuk grond waar mijn huis en dat van de buren opstaat, was vroeger de boerderij van mijn opa. De landerijen erom heen had mijn opa al lang geleden verkocht maar de boerderij en het erf waren van hem en werden later van mij.”

“Ben je bang dat je me aan hem kwijt zult raken? Is dat het?”

“Ja, een beetje wel. Hij is iemand, zo merkte ik later toen ik ontdekte dat hij de zoon van mijn buren was, die altijd zijn pik achterna loopt. Ik weet het uit eigen ervaring omdat hij op een gegeven ogenblik ook in mijn bed is beland.”

“Als wraak op Peter?”

“Ja, ik denk het wel. Ik voelde niets voor de jongen. Het was echt puur wraak. Terwijl ik hem eigenlijk dankbaar zou moeten zijn want doordat ik hem met Peter aantrof, maakte ik een definitief einde aan onze relatie."

"Ja, een beetje dubbelzinnig dus."

"Ja. Ook mijn gedragingen zijn niet altijd even logisch. En zeker deze was van elke logica gespeend."

"En de relatie met die buren, zijn ouders?"

"Ik heb minder contact met hen dan met de andere naaste buren maar er is nooit een verwijt of zo geweest. Ze kennen hun zoon, zo hebben ze mij verteld en weten dat hij vaak vluchtige contacten heeft. Maar alsjeblieft, kijk uit voor hem! Hij neemt het niet zo nauw en ik zou niet willen dat je in zijn handen valt en ik je aan hem verlies.”

“Oké, ik zal uitkijken. Wees maar niet bang. Ik ben er alleen voor jou.” En hij drukte me een kus op mijn voorhoofd.

We aten ons eten op en lieten de afwas staan omdat ik niet te laat wilde komen bij Bertha en Anouk. Ze hebben namelijk twee jonge kinderen en ik ben gewoon gek op die twee en wilde dus niet het risico lopen dat ze al in bed zouden liggen.

“Zeg hoe laat wil je weg, want eigenlijk wil ik me nog even douchen,” zei Casper.

“Ik wil om half zeven weg als het je lukt en eigenlijk wil ik ook nog douchen!”

“Samen dan maar?”

“Als je me belooft dat het samen sneller gaat wel!”

“Ja hoor, ik zal mijn handen thuishouden.” Lachend liepen we de trap op. Ach en hoe goed de voornemens ook waren het lukte niet. Onder de stralen van het water kon ik het gewoon niet laten om hem stevig te omarmen en tegen me aan te drukken. Het voelde zo goed. En ook Casper genoot. Ik hoorde hem kreunen toen ik mijn handen over zijn rug en billen liet glijden. Minutenlang stonden we daar van elkaar te genieten. “Zeg, zo komen we vast te laat!”

“Huh?”

“Ik zeg dat we te laat zullen komen. Waar ben je met je gedachten!”

“Bij jou natuurlijk. Waar zou ik anders kunnen zijn met zo’n lekker stuk in mijn armen.” Ik drukte hem nog steviger tegen me aan. “Je hebt gelijk. Opschieten nu en vooral niet aan elkaar zitten.” Zonder elkaar nog aan te raken, vervolgden we toen onze bezigheden en iets na half zeven, verlieten we mijn huis. Bertha en Anouk woonden aan de andere kant van het dorp maar omdat het prachtig weer was gingen we lopend. Twintig minuten later stonden we bij hen op de stoep.

“Hé, hallo! Leuk dat jullie er zo vroeg zijn. Marije en Tineke zijn nog op.”

“Ja, waarom denk je dat ik zo vroeg ben,” reageerde ik.

“En jij moet Casper zijn,” zei Bertha terwijl ze hem een stevige handdruk gaf. Casper knikte en moest hevig blozen toen Bertha hem op beide wangen kuste. “Ja, sorry hoor maar zo ben ik nou eenmaal. Een vriend van Vincent is een vriend van mij en vrienden kussen elkaar nou eenmaal.”

“Ja, sorry, het geeft ook niets. Let maar niet op mij. Het is allemaal nog een beetje vreemd voor mij,” verontschuldigde hij zich. In de kamer herhaalde zich hetzelfde tafereel nog eens met Anouk. Het zijn nou eenmaal twee gigantisch joviale vrouwen en prachtige vrienden. De kleintjes waren nog op en terwijl Casper op de bank plaatsnam en zich liet onderwerpen aan een ‘kruisverhoor’ speelde ik met hen in de poppenhoek. Ik genoot en verloor alle gevoel van tijd zoals altijd als ik met die twee ukken, een tweeling van twee jaar, bezig ben. Wreed werden we dan ook in ons spel gestoord toen Anouk aankondigde dat het bedtijd was. Natuurlijk moest ik die avond, zoals altijd als ik op bezoek kwam, een verhaaltje voorlezen en Casper ging met me mee. Toen we na de nodige kusjes eindelijk samen naar beneden konden gaan zei hij: “Zeg, ik heb nooit geweten dat jij zo goed met kinderen om kan gaan?”

“Toch maar goed dat je me achterna gekomen bent dus.”

“Ja, zie ik ineens een heel andere Vincent!” Hij porde me in mijn zij en zo liepen we de kamer in. De avond was gezellig. We praatten met elkaar over onze vakanties en over allerlei andere dingen. Liefde, verbondenheid ook dat soort zaken gingen over tafel. En toen de klok twaalf uur sloeg zei ik dat we naar huis moesten gaan. We namen afscheid en ditmaal merkte ik dat Casper niet bloosde onder de zoenen van de dames.

“En, Vincent, je weet van ons aanbod, hè! Waag het niet het te vergeten!” Zo verlieten we hun huis en liepen de donkere nacht in.


Zondag 5 augustus

In het dorp was het rustig en ook de eerste minuten van onze wandeling terug naar huis waren wij stil. Bij de kerk ging Casper op het bankje zitten en kloppend op de plek naast hem nodigde hij me uit ook plaats te nemen.

“Zeg, lieve jongen,” begon hij, “mag ik je een vraag stellen?”

“Ja, dat mag je als je me voor eens en altijd beloofd om niet steeds alles te gaan vragen.” Hij lachte.

“Ben jij de vader van Marije en Tineke?” Ik keek hem verbaasd aan.

“Nee, ik ben niet de vader.”

“Kom, Vincent, houd een ander voor de gek.”

“Een vader is iemand die voor zijn kinderen zorgt en de verantwoordelijkheid voor ze heeft. En dat doe ik dus niet.”

“Oké, jij je zin. Ben jij de verwekker dan?”

“Ja, dat klopt. Hoe ben je er achter gekomen?”

“Je zegt wel dat je niet de vader bent maar toen ik jou zo met hen bezig zag, droop de vaderlijkheid er gewoon vanaf, man. Zo overduidelijk!”

“Vind je het erg?”

“Erg? Nee natuurlijk niet! Het is jouw keuze destijds geweest en die kan ik alleen maar respecteren.”

“Dank je. Bertha en Anouk…”

“Nee, je hoeft het niet uit te leggen.”

“Ik wil het graag uitleggen. Oké?”

“Goed.”

“Bertha en Anouk waren dus mijn vrienden geworden. Niet de vrienden van Peter en mij maar alleen mijn vrienden. Het was in de tijd dat ik me meer en meer van Peter begon los te maken en zo begon ik dus ook mijn eigen vrienden te krijgen. Bertha zag ik ook dagelijks op het werk en we kregen een ontzettend goede band met elkaar. Op een avond toen ik bij hen at, vroeg ze mij of ik het zou willen overwegen om de vader van hun kinderen te willen worden. Ze wilden beiden graag een kind maar wilden het niet kunstmatig doen. Ze wilden wel graag zelf ook weten wie de vader was. Ik voelde me reuze vereerd en zo is het er dus van gekomen.”

“Dus je hebt het ooit wel met een vrouw gedaan?”

“Ja, maar het ging niet om de seks. Het was puur om een kind te verwekken. Voor mij dus ook geen pleziertje alhoe…”

Casper drukte een kus op mijn lippen en belette me het spreken. Om vervolgens een reactie te geven. “En dat vind ik zo prachtig aan jou, Vincent. Je bent zo vreselijk betrokken bij de mensen om je heen dat je zelfs zoiets voor hen doet. Echt geweldig man.” Ik werd een beetje verlegen. “En wat bedoelde Bertha met die onduidelijke opmerking toen we weggingen?”

“Ahum, wil je dat echt weten?”

“Ja natuurlijk!”

Ik slaakte een diepe zucht, haalde diep adem en ging verder. “Na die avond dat ik speelde voor de ‘verwekker des levens’ hebben ze beiden mij beloofd dat als ik ooit kinderen zou willen ze bereid waren tot de tegendienst.”

“Wow, man! Dat is niet mis!”

“Nee, zeker niet. Dus, Casper, als die kinderwens van jou er blijft, dan kan daarvoor gezorgd worden.”

“Gut, man! Ik weet gewoon niet wat ik zeggen moet!” En inderdaad zeer lange tijd bleef het helemaal stil tussen ons. Hij legde zijn hoofd tegen mijn schouder aan en ik sloeg mijn arm om hem heen. Ineens hoorde ik hem lachen.

“Waar lach je om?” wilde ik weten.

“Ga je vanavond alle obstakels tussen ons wegnemen?”

“Hoe bedoel je?”

“Nou ja, één obstakel hebben we al genomen. Ga je nu hier met mij vrijen?”

“Zeg, jochie, dit is een respectabel dorpje hoor en ik zou het zeker niet in mijn hoofd halen om hier op het bankje, bij de kerk nota bene, seks met jou te hebben.”

“Nee, je wilt nog helemaal geen seks met me!” Onze aanhankelijkheid die zo-even nog zo groot was geweest, leek iets te verkillen. Na een nieuwe periode van stilzwijgen stond Casper op. “Kom, laten we naar huis gaan.” Ik pakte zijn hand beet en zo liepen we naar huis terug. Thuis gekomen liepen we meteen door naar boven. Het was tandenpoetsen en het bed in. Al snel waren we in dromenland.

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
Bericht Re: VAKANTIE 2001 door Lucky Eye » dinsdag 17 maart 2015 16:29

Hoofdstuk 10

Die zondagochtend sliepen we lang uit. Dit keer was Casper het eerste wakker en toen ik mijn ogen opsloeg, keek ik in zijn lachende gezicht. “Goedemorgen, lekker stuk,” begroette hij me.

“Hallo, schoonheid,” mompelde ik nog half slaapdronken terug. Hij legde zijn arm op mijn schouder en begon me zachtjes te strelen. We schoven dichter naar elkaar toe en legden onze warme lichamen dicht tegen elkaar aan. Een heerlijk gevoel doorstraalde mijn lijf. Mijn ochtenderectie drukte tegen zijn dijbeen en hij slaakte een kreetje.

“Oei, dat voelt lekker!”

“Vind je?” Ik greep tussen zijn benen en begon zijn spul lekker te masseren. Al snel begon het te groeien en werd zijn stang even hard als die van mij. “Dit voelt ook goed, zeg!” Hij glimlachte en drukte een kus op mijn lippen. We begonnen onze lichamen ritmisch tegen elkaar aan te bewegen en al snel kreunden en steunden we flink. “Oh, shit,” riep ik, “laten we stoppen alsjeblieft!”

“Waarom?” Vragend keek ik hem aan. “Ach ja, ik weet het ook wel. Maar…”

Ik stapte uit bed, trok mijn ochtendjas aan en vroeg hem of hij mee ging ontbijten. Met een gezicht waaraan de spijt duidelijk af te lezen viel, stemde hij toe. We aten en bespraken de plannen voor de rest van de dag. Na het verlate ontbijt, douchten we (afzonderlijk) en trok ik mijn wielrentenue aan. Ook voor hem had ik er één klaar gelegd. Terwijl hij de ontbijtboel afwaste, ging ik naar de buren (de fietsenmaker) toe om een racefiets te lenen. Met de fiets aan de hand was ik binnen een kwartier weer terug met de buurman. Die wilde per se meekomen om ervoor te zorgen dat de fiets goed afgesteld werd op zijn berijder. Casper nam plaats en de buurman deed zijn werk waarna wij vertrokken. We reden rustig en maakten er absoluut geen wedstrijd van. Het weer was goed geweest toen wij vertrokken maar langzamerhand trok de lucht dicht en begon ik te vrezen voor regen. En ja, tegen een uur of drie begon het gigantisch te plenzen. We werden drijfnat en moesten zeker nog zo’n dertig kilometer terug naar huis. Verkleumd kwamen we dan ook thuis aan. Het was de hele tijd blijven regenen. Terwijl Casper thee zette, liet ik het bad vollopen. Met de geurige thee in twee koppen kwam hij even later naar boven gelopen. We kleedden ons uit en stapten in het heerlijk warme water. Casper kwam voor me zitten en ik begon hem zachtjes te strelen. Mijn handen gleden over zijn borst en bewerkten zijn tepels. Hij kreunde en legde zijn hoofd achterover tegen mijn schouder aan. Mijn handen gingen lager en onder het water betastte ik zijn mannelijkheid. Het ding was fors en de balzak strakgespannen om zijn grote ballen. Wow, wat zou ik graag met hem willen vrijen. Wat zou ik graag hem in mijn armen tillen en meenemen naar mijn bed om hem te laten merken dat mannen inderdaad wel voor elkaar geschapen zijn. Door mijn vurige gedachten kreeg ik zelf ook een gigantische erectie.

“Je voelt erg lekker tegen mijn rug aan, Vincent.”

“Mmmm,” kreunde ik en hij begon te kreunen toen ik in zijn ballen kneep. “Jij voelt ook heel lekker, Casper.”

“Ja, hè?”

“Ja!”

“Zou je nou niet graag met mij willen vrijen, echt vrijen?” Daar verwoordde hij het obstakel van mijn kant.

Ik wilde het heel erg graag maar… er was ook dat gevoel van … “Ik kan wel wachten,” antwoordde ik.

“Maar ik doe je toch wel wat?”

“Ja, natuurlijk wel! !aar denk je anders dat die stijve vandaan komt!” Hij lachte en ik streelde met mijn hand over zijn wang.

“Ik hoop dat ik ook kan wachten,” klonk het haast gemompeld.

Ik keek hem vragend aan.

“Ach, laat ook maar.” Tevreden kroop hij weer tegen me aan. Tijden bleven we in het bad zitten af en toe wat warm water bijtankend. “Hé ik krijg honger, jij ook?” Ja, ik lustte ook best wat. We stapten uit bad en droogden ons af waarna we onze badjassen aantrokken. Wederom bereidde Casper het eten. Ik hoefde alleen maar de tafel te dekken en aan te schuiven. Het smaakte goed. “Moet je morgen weer werken?” vroeg Casper tijdens het eten.

“Ja, morgen komen mijn eerste klanten weer.”

“Hoeveel heb je er per dag?”

“Normaal acht per dag. Maar op dinsdag en donderdag altijd zes. Dan houd ik tegen drie uur op en ga ik naar de sportschool om aan mijn uiterlijk te werken.”

“Ja, heb je ook wel nodig,” grapte Casper.

“Nee, dat heb ik niet maar ik moet het wel bijhouden natuurlijk. Ga je trouwens op die dagen met me mee?” Casper vond dat wel een goed idee.

“Hoelang duurt nou een sessie bij jou?” Ik vertelde hem over mijn schema van maximaal veertig minuten voor een gesprek en dan twintig minuten om mijn aantekeningen bij te werken en me voor te bereiden op de nieuwe afspraak. “Best wel intensief eigenlijk dus!”

“Ja, dat kun je wel stellen. Maar het is een vreselijk mooi beroep.”

“Ja, dat zegt mijn vader ook altijd.”

Tijd voor mij om toneel te spelen want hij hoefde niet te weten dat ik zijn vader al ontmoet had. “Wat, is jouw vader ook psycholoog dan?” Ik speelde de onwetendheid zelve en dat met groot gemak.

“Nou ja, hij heeft geen eigen praktijk zoals jij maar onderwijst het op de universiteit.”

“Is hij dan dè professor Van Egmond.” Casper knikte.

“Ja, ik heb een paar van zijn boeken in je boekenkast zien staan. Ben je een bewonderaar van hem? Dan zorg ik voor een handtekening!”

“Hij weet dingen wijs te zeggen, laten we het daarop houden. Ik ben niet iemand die zomaar achter anderen aanloopt.”

“Behalve dan achter die Vietnamees,” merkte hij op.

“Nee, daar ben ik ook niet zomaar achter aan gelopen. Eerst kon ik helemaal niets met zijn zienswijze maar toen ik langzamerhand de waarde ervan ontdekte, begon het voor mij te leven. Maar ik blijf kritisch!” We aten ijs toe en deden daarna gezamenlijk de afwas. Op de tv was niets bijzonders en daarom lagen we die avond al voor elf uur in bed. Dicht bij elkaar gaven we ons over aan het spel van onze handen. We betastten elk deel van de anders lichaam en gingen daarbij heel ver. Maar niet zover dat we de controle verloren. Het was een heerlijk tijdverdrijf. Moe en voldaan vielen we uiteindelijk in slaap.


Maandag 6 augustus

Die ochtend ging het alarm in mijn horloge om 06.00 uur af. Mijn vaste tijd om op te staan. Casper schrok van het gebliep, keek met grote ogen om zich heen en vroeg wat er aan de hand was.

“Niets, Casper, ga maar lekker weer slapen.” Hij draaide zich om en tukte weer in. Ik douchte me en daarna ging ik naar mijn meditatiekamertje. Daar las ik eerst een stukje om vervolgens 25 minuten te mediteren. De geur van de heerlijk ruikende wierook drong mijn neusgaten binnen en deed zijn deel van het werk om mij gedurende die tijd aandachtig te houden. Het zat lekker en voordat ik het wist was de tijd om. Toen ik om half acht klaar was met mijn ontbijt kwam Casper met zijn donkere, verwarde haardos net uit bed.

“Goedemorgen,” groette hij me nog half slaperig en hij drukte een kus op mijn lippen. Ik sloeg mijn armen om hem heen en drukte hem lekker tegen me aan.

“Goedemorgen, lieveling. Wat zie jij er nog heerlijk slaperig uit zeg.”

Hij gromde wat maar kwam toen met een vraag. “Wat kan ik vandaag voor je gaan doen?”

“Nou, ten eerste zou je de telefoontjes voor me kunnen aannemen.” Ik ging hem voor naar het kantoortje en startte de computer op. Liet hem zien hoe mijn elektronische agenda werkte en hoopte van ganser harte dat hij het allemaal zou begrijpen zonder de hele boel door elkaar te gooien. Maar ondanks zijn slaperige uiterlijk, was hij scherp genoeg om een paar kritische vragen te stellen. “Daarna wil ik graag om 10.40 uur een bak koffie en om 12.00 uur het middageten. Ik stel voor om dan brood te eten. Vanavond hebben we dan ruim de tijd om een warme maaltijd klaar te maken. Als je nog boodschappen moet halen, daar (en ik wees naar het bergmeubel) ligt mijn portemonnee met voldoende geld erin. Je gaat je gang maar zou ik zo zeggen.” Tien minuten later zat ik met mijn eerste cliënt in mijn behandelkamer en was ik me niet meer bewust van de aanwezigheid van die mooie jongen in mijn leven. Ook dat ben ik. Ik ga voor hetgeen ik doe en vergeet daarbij al het andere.

Toen mijn eerste afspraak voorbij was, werd er op de deur van mijn spreekkamer geklopt. “Ja, kom maar binnen, Casper.”

“Sorry, dat ik je stoor hoor maar zou ik ook met die mooie tuin van je aan de gang mogen gaan. Ik neem de portable handset van de telefoon wel mee de tuin in.”

“Ja, dat is prima, joh. Ga je gang!”

“Wil je me nog even zeggen welke buren het zijn van de fiets, voordat ik door een op seksbeluste schoonheid overvallen wordt!”

Ik wees hem vanuit mijn kamer het huis aan. “Vraag de buurvrouw maar om het nodige tuingereedschap. Ik heb niet zoveel maar ze zal je graag alles lenen. Maar, ik waarschuw je. Het is een lieve vrouw maar ze praat wel erg veel.” Lachend verliet hij me en ik haalde mijn tweede opdracht van die dag uit de wachtkamer.

Toen ik nog diep in gesprek was met mijn derde patiënt, rook ik de heerlijke geur van koffie al. Wel cafeïnevrij maar de geur is even goed, de smaak trouwens ook hoor. Ik liet haar uit en ging meteen door naar de keuken. Casper zat al aan de tafel achter een dampende mok van het zwarte spul. Hij stond op en schonk ook voor mij in. “En heb je nog wat kunnen werken in de tuin?”

“Nee, niet echt. Ik heb jouw advies ter harte genomen en heb daarom voordat ik naar de buurvrouw ging een lijstje gemaakt van alles wat ik nodig had. Ik heb alles, inclusief een kruiwagen van haar losgekregen maar verder dan dat ben ik niet echt gekomen.” Ik lachte. “Maar wel een prachtmens trouwens hoor. Echt!” Ik zag dat hij het meende en kon me bij die conclusie geheel aansluiten. Mijn buurvrouw is er een uit duizenden. Al snel was de koffiepauze om en ging ik op voor klant numero vier, de laatste van die ochtend. Een uurtje later zaten we samen aan de tafel voor het middageten. Caper had zo te zien nu al wel wat kunnen werken want zijn gezicht, armen, benen en T-shirt zaten onder de zwarte vegen.

“Zeg, het staat je wel prachtig hoor. Kan ik eindelijk eens zien dat je ook hard kunt werken.”

“Ja, lach jij maar! Jij hebt al die jaren geen klap uitgevoerd in je tuin, man! Het onkruid van zeker twee jaar staat er nog!”

En daarin had hij helemaal gelijk. Ik was er destijds in maart komen wonen en nooit de tijd genomen om er iets aan te doen. “Je hebt helemaal gelijk. Ik ben niet zo’n tuinier. Maar ik ben blij dat jij er nu bent dan kun jij je ook nuttig maken de komende tijd.” Meteen reageerde hij en ontving ik een klap tegen mijn schouder. “Is toch zo?”

“Ik maak me hartstikke nuttig hier. Zelfs voor jou. Want ik heb wel vier telefoontjes gehad. Ze staan al in je agenda vermeld dus kun jij je straks ook weer nuttig maken.” We aten af en terwijl hij weer naar de tuin ging, begon ik te bellen. Mijn eerste klant van die middag liet op zich wachten. Doelloos slenterde ik wat heen en weer door mijn praktijkruimte. Ik zag Casper staan en bleef naar hem kijken. Wow, hij stond er dan ook schitterend bij. Ontbloot bovenlijf, strakke korte broek en laarzen. Het moest of warm zijn buiten of hij spande zich in. Een combinatie kon natuurlijk ook want zijn huid glansde van het zweet. Toen hij zich vooroverboog om een plant uit de grond te trekken, kreeg ik het behoorlijk warm. Wow, wat een lekkere billen. Mijn klant wekte me uit mijn stoute dromen door stevig op de deur te kloppen. Snel zorgde ik ervoor er weer enigszins normaal (zonder rood hoofd dus) uit te zien en ik opende de deur.

De thee haalde ik zelf die middag en ik bracht mijn knappe tuinman ook een beker. Op twee omgekeerde emmers dronken we het op. Het was inderdaad mooi weer en ik vond het jammer dat ik de hele dag binnen moest zitten. Ik nam me voor om tussen mijn patiënten door steeds even te gaan kijken hoe Casper vorderde. Had ik ook mooi de gelegenheid om hem wat van dichterbij gade te slaan. De volgende pauze bewonderde ik opnieuw zijn prachtige lijf. De spanning in de spieren van zijn benen en armen bezorgde me een erectie en echt ik was vreselijk geil aan het worden. Het werk riep echter en gelukkig was het de laatste afspraak voor die dag. Na die laatste sessie ruimde ik mijn spullen op, schoot in wat zomerse kledij en keek in de keuken wat we zouden kunnen gaan eten. Er was weinig voorraad en daarom reed ik snel even op mijn fiets naar de supermarkt. Met een bloemkool en nog wat andere dingen was ik binnen een half uur weer terug. Toen begon ik met het klaarmaken van het avondeten. Casper was nog steeds druk bezig en af en toe wierp ik door het raam een blik op hem. Die zal straks wel een vreselijke honger hebben, dacht ik en ik schilde voor de zekerheid nog maar een paar extra aardappelen. En inderdaad toen we tegen zessen aan tafel zaten bleek het dat ik gelijk had. Caspers honger was bijna niet te stillen. Nou eet hij je normaal al de oren van het hoofd maar bij extra lichamelijke inspanning is zijn eetlust helemaal onvoorstelbaar. Met groeiende verbazing, ik was immers allang klaar met eten, bleef ik naar hem kijken. Toen hij eindelijk de laatste happen naar binnen gewerkt had en een diepe zucht slaakte keek ik hem glimlachend aan. “Ongelofelijk zeg. Voor al dat geld dat jij hier op zit te eten had ik al bijna een professionele tuinman kunnen laten komen!”

“Haha, niet leuk hoor. Wacht jij maar eens af straks. Als het klaar is weet je niet wat je ziet. Het gaat je wel het een en ander kosten maar dat moet je er maar voor over hebben. By the way, morgen zul je eerst met mij naar een tuincentrum hier in de buurt moeten dus die sportschool kun je wel vergeten.”

“Oké, je zegt het maar, generaal,” zei ik lachend. “En ga nu maar eerst eens douchen want je stinkt een uur in de wind.”

“En ik dacht dat jij zweet, en zeker het mijne, zo lekker vond?”

“Ja, zweet wel maar niet als het is vermengd met allerlei viezigheid uit de tuin. Schiet op onder de douche jij!” Gedwee liep hij naar boven waar ik hem even later luidkeels hoorde zingen, nou ja zingen. Even voor ik klaar was met de afwas was hij weer beneden en hielp me nog met het afdrogen. Meteen daarna zeulde hij me mee naar de tuin en liet me zien wat hij allemaal gedaan had. Ook de berg onkruid vooraan bij de oprit liet hij me zien en echt het was een berg.

“De buurvrouw heeft gezegd dat haar man die morgen wel zal wegbrengen voor ons.” En zo pratend liepen we terug naar de tuin aan de achterkant van het huis.

“Ja, buurman,” hoorde ik ineens, “je hebt een prima tuinman in dienst genomen.” Het waren de buurman en -vrouw - die van de fiets en het tuingereedschap - die over de heg heen het resultaat van Caspers sloopwerkzaamheden stonden te bekijken. Want meer zag ik er echt nog niet in. De tuin was nu een kale vlakte geworden. Gevieren bleven we een tijdlang staan praten en de buurman raadde me aan om naar het tuincentrum van Boersma te gaan. Daar zouden ze prima spullen hebben en 'niet al te duur' voegde hij eraan toe. De telefoon bij de buren ging en de buurvrouw haastte zich naar binnen. Even later riep ze haar man, het was voor hem. Toen ook wij naar binnen wilden gaan werden we opeens aangesproken vanaf de andere kant van de tuin. Het was Pim, 'dangerous Pim'.

“Hij heeft niet alleen prachtig werk gedaan maar is ook nog eens een pracht tuinman, Vincent, waar heb je die op de kop getikt?” Ik voelde dat Casper begon te blozen. “En hij is nog verlegen ook!” ging Pim door.

“Pim, dit is Casper. Casper, dit is Pim waar ik je al zoveel over verteld heb,” zemelde ik. De jongens schudden elkaar de hand en ik zag hoe Pim Casper met zijn ogen uitkleedde. We moesten inderdaad uitkijken met hem. Het praatje dat we maakten verliep echter gemoedelijk. Pas op het eind werd het weer riskant.

“Nou als je je ooit verveeld, Casper, dan heb ik wel leukere plekjes die ontgonnen mogen worden.” En met die opmerking liep hij van ons weg. Casper keek mij aan en glimlachte breed naar me. Snel maakten we dat we in huis kwamen en daar schaterden we het uit.

“Gadverdamme, wat een vreselijk figuur zeg!” begon Casper. “Niet normaal toch! Die blikken die hij op me wierp, bah!”

“En dat broekje dan dat hij aanhad! Zeker twee maten te klein en geloof me dat heeft hij expres zo gekocht.” We lachten nog een tijdje om onze bijzondere buurjongen en toen zette ik de koffie. Samen bekeken we het acht uur journaal en lieten het wereldnieuws over ons heen komen. We zaten naast elkaar op de bank en Casper legde zijn arm over mijn schouders en ik liet mijn arm om zijn middel glijden. Gezellig dicht bij elkaar. “Ben je moe,” vroeg ik hem toen het journaal was afgelopen.

“Valt wel mee, hoezo?”

“Nee, gewoon belangstelling. Kon toch zijn na al die inspanning van vandaag?”

“Nee, joh, ben nog lang niet moe. Klein beetje spierpijn maar dat is dan ook alles.”

“Weet je dat je er heel goed uitziet, jongen!”

“Vind je?”

“Het spijt me dat ik het moet zeggen maar toen ik je zo zag in de tuin in je korte broek en stevig aan het werk werd ik best heet.”

“Gadver, Vincent, en dan beklaag jij je over je buurjongen?” Meteen begon hij echter te lachen en trok hij me dicht tegen zich aan. Gelukkig het was een grapje dus. Hij drukte zijn lippen op de mijne en we begonnen aan een heerlijk lange, lome tongzoen. Het vuur was er meteen weer en ik liet het lang in me smeulen. Toen we hem eindelijk verbraken werd hij ernstig. “Maar eerst nog wat werk, Vincent, heb je een potlood en wat papier voor me?” Ik haalde het gevraagde en hij begon een schets te maken. Al snel had ik door wat de bedoeling was.

“Zeg, ik dacht dat het jouw bedoeling was om mij te leren kennen dezer dagen maar het lijkt er veel meer op dat ik jou ga leren kennen. Je beschikt over ongekende talenten, man. Waar heb je dat geleerd allemaal?”

“Niet overdrijven, Vincent, het is een hobby meer niet.”

“Nou ja, noem het maar een hobby maar het is niets om laatdunkend over te doen.” Ik keek over zijn schouder mee naar de tekening die steeds meer op een echte tuin begon te lijken. Vaardig zette hij de lijnen uit en maakte er een mooi geheel van. Bewonderend keek ik toe. Hij kon ook nog eens prachtig tekenen. Bij mij zou een boom een kruisje worden maar hij maakte er echt een boom van.

“Zo, hoe lijkt je dit? Het kan straks natuurlijk anders zijn in de werkelijkheid maar zo heb ik het ongeveer in mijn hoofd.”

“Ja hoor, ik zal je er heus niet op afrekenen als die heester daar straks tien centimeter verder naar rechts staat.” Ik glimlachte naar hem en keek toen weer naar de tekening. Ik vroeg hem wat uitleg bij sommige dingen en hij lichtte het toe. “Zeg maar, heb je ook gedacht aan een plaats voor mijn droogmolen?” Een praktische vraag van een praktische huisman.

“Ohh, vergeten, foutje.” Even dacht hij na en begon toen met een gummetje dat ik voor hem gehaald had het een en ander te wijzigen. Hij tekende een keurig rond plateautje met daarop de droogmolen. Ik in mijn sas. “Zo goed?”

“Keurig, Casper. Het ziet er perfect uit. En morgen moet ik dus met je shoppen gaan?”

“Ja of je moet willen dat ik de buurjongen vraag?”

“Nee, natuurlijk niet joh. Ik ga met je mee morgenmiddag. Die sportschool kan ik wel een keertje overslaan.” Hij keek me glimlachend aan. “Toch?” vroeg ik met duidelijke verbazing in mijn stem.

“Nou laat die overweging maar aan mij over. Ik zal het wel even keuren.” Hij stond van de bank op en reikte mij zijn hand. Ik nam hem aan en hij trok me overeind. Hand in hand liepen we naar mijn slaapkamer toe. Beiden gingen we op onze rug op het bed liggen maar al snel draaiden we naar elkaar toe. We zoenden elkaar hartstochtelijk en de vlam die eeuwig leek op te laaien zodra onze tongen elkaar vonden, zette ons ook dit keer in vuur en vlam. Al snel zat Casper schrijlings op me. Hij begon mijn overhemd los te knopen en streelde met zijn handen over mijn borst. Ik kreunde want ik vond het heerlijk. Speels kneep en trok hij aan mijn tepeltjes. Daarna zette hij zijn lippen erop en bewerkte hij ze met zijn tong. Ik vond het hartstikke geil en in mijn broek stond mijn pik al keihard. Zijn tong en handen gleden verder naar beneden. Via mijn buik naar mijn navel en vandaar nog verder naar de rand van mijn korte broek. Hij maakte de knoop los en trok de rits naar beneden. Met zijn lippen bevoelde hij de contouren van mijn stijve lid door de stof van mijn slip heen. Wow, wat een heerlijk gevoel. Hij werkte mijn korte broek helemaal naar beneden en gooide hem door de kamer heen. “Nummer één,” riep hij luid.

“Volgt er nog meer?”

“Niet zo haastig, jongetje, rustig aan.” Maar er volgde meer. Ook mijn sokken deed hij uit waarna hij met zijn tong een nat spoor trok van mijn hiel, over mijn kuit, tot aan mijn knieholte. Eerst het ene en toen het andere been. Ik vond het vreselijk sexy en raakte compleet buiten zinnen. Mijn slip werd nat van het eerste vocht dat ik lekte. Af en toe keek hij mij glimlachend aan en ging dan weer verder met zijn werk. Vanaf mijn knie ging hij verder strelend en likkend naar de rand van mijn slip. Ik hield het haast niet meer, zo geweldig lekker was het. Met een ruk trok hij mijn onderbroek naar beneden en werkte ook deze geheel weg. Hij drukte een zoen op de top van mijn lul en ik ging zowat door de grond van genot. Heerlijk wat een gevoel. En ik wist dat het nog veel beter zou kunnen worden maar dit was al zo verrekte goed. Hij gleed met zijn tong van het topje van mijn paal naar onderen. Via mijn ballen naar het begin van mijn spleetje. Ik kreunde en bromde diep.

“Oh, lekker, Casper!”

“Ja, vind je dit lekker?” En hij herhaalde de beweging maar dan in omgekeerde volgorde. Diep gekreun van mijn zijde overtuigde hem. “Zal ik je proberen te pijpen?”

“Nee!” Meteen rinkelden alle alarmbellen bij mij. Nee, zover wilde ik niet gaan. Het moest hierbij blijven. Niet voordat …”Nee, lieve jongen, laten we maar niet verder gaan. Ik vind dit al zo goed.” Het was echter duidelijk dat hij, ondanks mijn pogingen tactisch te blijven, teleurgesteld was. Hij kapte het spel af en zei dan hij zijn tanden ging poetsen. ‘Shit’ vloekte ik binnensmond toen hij weg was. Ik bleef een tijdje liggen en ging toen ook naar de badkamer. Hij was net zijn mond aan het spoelen en zo wisselden we van plaats bij de wasbak. Toen ik terugkwam in bed lag hij een stripboekje te lezen. Waarschijnlijk had hij het ergens gevonden. Ik vleide me tegen hem aan maar kreeg geen respons. “Zal ik het licht uitdoen?”

“Nee, laat me nog maar even lezen.”

“Ben je boos op me?” Het bleef stil. Zijn bekende stilte om na te denken.

“Ja! Ik ben boos op je!”

“Maar je weet toch …”

“Natuurlijk weet ik dat wel maar … verdomme, we waren net zo lekker bezig man. Ik had een paal van hier tot Tokio en dan in een keer ‘nee’ te moeten horen is verdomde vervelend.”

“Ik begrijp het,” zei ik terwijl ik hem over zijn borst streelde.

“Laat maar, Vincent, laten we maar gaan slapen.” Hij smeet het boekje naast het bed, knipte het licht uit en draaide zich van me af. Echte stilte. Doodse stilte. Angstige stilte. Geen stilte waarin we aan het nadenken waren maar stilte die leek op het moment toen ik in mijn auto stapte en van hem wegreed.

“Kunnen we er echt niet over praten,” probeerde ik.

“Ik denk niet dat het verstandig is. Praten heeft weinig zin denk ik. Dus laten we alsjeblieft gaan slapen. Morgen zal mijn boze bui wel weer geluwd zijn. Welterusten.” Het was duidelijk. Hij wilde er niet meer over praten.


Dinsdag 7 augustus

Toen die ochtend om zes uur mijn wekker afliep, stapte ik meteen onder de douche. Daarna liep ik naar mijn meditatiekamertje. Net toen ik de deur achter me wilde dichtdoen, hoorde ik Casper vragen of het goed was dat hij meedeed. “Natuurlijk, dat vind ik fijn.” Ik legde een tweede mat neer en zette een bankje voor hem klaar. Nadat ik de kaarsen en de wierook had aangestoken, maakten we de drie buigingen en gingen we zitten. Ik bediende de klankschaal en zette het wekkertje aan. Ik was hogelijk verbaasd over de prachtig rechte manier waarop Casper zat. Alsof hij het al jaren gedaan had. Ook zat hij ontzettend stil en waar ik af en toe verschoof, zat hij als een beeld zo stil. Toen de wekker afliep, zette ik hem uit en sloeg nog een keer op de klankschaal. Ik zuchtte diep. “En hoe vond je het?”

“Lekker, een prima gevoel zo lekker rustig de dag te kunnen beginnen.”

“Ja, dat vind ik nou ook altijd. De dag beginnen met zo’n rustig moment is een prachtige gewoonte.” Ik liep naar beneden om het ontbijt te maken terwijl Casper zich douchte. Toen hij beneden kwam, drukte hij een zoen op mijn lippen.

“Goedemorgen, lieveling.”

“Goedemorgen, prachtige jongeling. En ben je nog boos,” wilde ik weten.

“Een beetje, maar dat gaat wel weer over denk ik. Ik vind het alleen zo vreselijk jammer dat we steeds op prachtige momenten op moeten houden. Zondagochtend, gisteravond. Net als ik het gevoel heb je te kunnen veroveren, haak je af.” Ik knikte begrijpend.

“Maar je weet waarom, hè?”

“Ja, maar dat wil nog niet zeggen dat ik ermee instem! Ik wil je leren kennen, Vincent. En ook op dat gebied.” Nogmaals knikte ik maar daar bleef het bij. We begonnen te eten en praatten verder niet meer over het heikele onderwerp. Hij vroeg me waar hij zand voor de tuin kon bestellen en ik raadde hem de firma Opland aan. Meteen na het eten belde hij om zijn bestelling te plaatsen en na de afwas ging ik naar mijn werkruimten en trok hij zijn laarzen aan om naar de tuin te gaan. Zijn werkplek.

Om 10.40 uur, na drie klanten gehad te hebben, dronk ik samen met Casper koffie in de tuin. Hij was druk bezig geweest en op bepaalde plekken kon ik de contouren van zijn ideeën die hij gisteren voor mij geschetst had al herkennen. Hij was echt vakkundig bezig geweest en ik complimenteerde hem daarmee. “Ach, niet overdrijven,” deed hij bescheiden.

“Nee, jongen. Het ziet er echt prima uit.”

“Kan ik je soms komen helpen?” hoorden we opeens. Aan de andere kant van het hek stond Pim.

“Nee, dat is niet nodig,” antwoordde Casper prompt. “Ik ben straks toch klaar en dan moet ik eerst wachten op het zand en de andere spullen die we nog moeten gaan kopen.”

“Oké, maar als je me nodig mocht hebben, hoef je maar te gillen hoor!”

“Dank je,” zei Casper. Pim ging weer naar binnen en ik keek verbaasd naar Casper.

“Zoo, je hebt behoorlijk indruk gemaakt geloof ik.”

“Ja, bij hem wel!”

Die opmerking kwam aan. “Hé, gaan we katten,” vroeg ik plagerig. Casper reageerde echter niet en ging weer aan het werk. Het zat hem duidelijk niet lekker. Tijdens het middageten werd er een grote hoeveelheid zand op de oprit gekiept en Casper kon gaan beginnen te kruien.

De rest van de dag verliep verder zonder noemenswaardigheden. Nadat ik mijn twee patiënten die voor die middag gepland stonden geholpen had, reed ik met Casper naar het tuincentrum. Hij wist verrekte goed wat hij wilde en zo kwam het dat we al zeer snel konden afrekenen. “Brengen jullie de spullen thuis?” vroeg hij de jongeman achter de kassa.

“Ja, dat kan wel maar dan komt er ƒ 50,00 bij.”

“Wat?” riep Casper verbaasd. “Nou, weet je wat. Houd dan alles maar lekker en zet zelf alles maar weer op zijn plek.” En meteen wilde hij weglopen. De jongeman was zeer verbaasd en keek mij met een hulpeloze blik aan. Ik haalde mijn schouders op.

“Wacht u maar even, ik vraag het wel even aan de chef,” riep hij Casper na. Deze draaide zich om en kwam weer terug.

“Dat is toch belachelijk,” zei hij mij. “Je koopt hier voor een vermogen en moet dan ook nog eens geld betalen om het thuis te laten bezorgen!” Ik bleef zwijgen bij zoveel vastberadenheid. De chef kwam en wees op het bordje bij de kassa. “Ja, meneer,” begon mijn vriend, “ik kan heus wel lezen hoor maar vind het gewoon getuigen van verrekte weinig service. Ik, sorry wij, kopen hier voor een kapitaal en dan wilt u ons dat zelf laten vervoeren? Nee, sorry, u wilt het ook wel brengen maar dan moet ik nog meer gaan betalen. U heeft twee keuzes of u brengt het straks thuis voor het bedrag dat op de kassabon staat of ik laat alles hier staan en u bekijkt het maar.”

“Maar, meneer, ik kan u geen voorkeursbehandeling geven!”

“Oké. Kom, Vincent, we gaan.” En hij trok me aan mijn arm mee de winkel uit.

De chef bedacht zich echter snel. “Wacht u nog even,” de man keek om zich heen of er geen andere klanten in de buurt waren en zei: “Misschien kunnen we er een mouw aanpassen. Als u beiden ons helpt met inladen hier en uitladen bij u thuis dan kan ik het zonder verdere kosten laten bezorgen.”

Casper keek me glunderend aan. “Oké, dat is een deal.” En hij schudde de hand van de chef. Ik rekende af en nadat we de bestelwagen van het bedrijf samen met een andere medewerker hadden ingepakt reden we naar huis. In de auto sprak ik mijn bewondering uit voor zijn doorzettingsvermogen. “Ach, je moet je gewoon niet laten flessen. Het is toch ook belachelijk. Hoe moet je in vredesnaam alles zelf in je auto mee naar huis nemen. Ze tillen je gewoon!” Nog geen uur later waren onze spullen er en brachten we gedrieën de spullen naar achteren. Toen was het echter al wel tijd geworden om te gaan eten. Ik zette een maaltijd in elkaar terwijl Casper nog het een en ander versleepte in de tuin. We aten genoeglijk en deden daarna de afwas. Casper wilde nog wat in de tuin bezig gaan maar ik weerhield hem ervan.

“Je hebt vakantie hoor! Wil je ook nog eens wat gaan ontspannen!” hield ik hem voor. Niet helemaal overtuigd, legde hij zich bij mijn uitspraak neer. We gingen rustig op de bank zitten en al snel liet hij zijn hand in de mijne glijden. “Ik houd van je, Casper,” fluisterde ik in zijn oor.

”Ik weet het,” luidde zijn reactie. Hij kneep me in mijn wang en trok me naar zich toe. “Zeg, dat wilde ik je al de hele tijd vragen.”

“Wat?”

“Vind je het goed dat we dit weekend naar mijn huis gaan? Mijn moeder is zondag namelijk jarig en daar wil ik dan wel graag zijn.”

“Natuurlijk, dat is toch prima.” Ik nestelde me opnieuw in zijn armen en toen rinkelde de telefoon. Met een diepe zucht onttrok ik me aan zijn strelende handen. “Waelbers!”

“Ah, Vince, hoe is het met je? Weer thuis? En hoe is het met de liefde? Al eens wat aan de haak geslagen?” Mijn tante Emma dus. De enige die me Vince noemt en met een hele serie vragen begint waarop ze je niet eens de tijd gunt om te antwoorden.

“Ach, nu u het over de liefde heeft, hij zit hier vlak bij me. Wilt u hem even spreken?”

“Jaaaa, dat lijkt me wel wat!” Ik wenkte Casper dichterbij en zei hem dat tante Emma hem wilde spreken. Meteen schakelde ik de luidspreker in zodat ik hun gesprek zou kunnen volgen.

“Maar ik ken haar niet eens!” fluisterde hij.

“Straks wel,” lachte ik.

“Met Casper,” klonk het weifelend.

“Wat een prachtige naam heb je, jongen! En wil je mij straks even een plezier doen?”

“Natuurlijk wel.”

“Dan moet je die plaaggeest van een Vincent eens een paar geweldige stompen verkopen. De eerste omdat hij mij ‘tante’ noemde, terwijl hij wel weet dat ik dat niet wil hebben en ten tweede omdat hij jou zo voor het blok zette.” Met verbazing hoorde ik Emma aan.

“Dat zal ik doen, mevrouw.”

“Nee, nee, jongen, ik heet geen mevrouw. Noem mij maar gewoon Emma. En zeker geen tante! Ik vind het heel leuk een klein beetje kennis met je gemaakt te hebben en hoop dat ik zeer spoedig je nader leer kennen.”

“Goed, mevr… uhh, goed Emma.” Casper overhandigde mij de hoorn weer en diende me meteen mijn eerste stomp toe.

“Auw,” riep ik hard in de hoorn.

“Ja, Vince, je verdiende loon,” merkte mijn tante Emma op. Het verdere gesprek duurde lang omdat zij de meeste tijd aan het woord was en uitvoerig rapporteerde over hetgeen zij de afgelopen tijd allemaal had beleefd. Uiteindelijk, en dat was de bedoeling van het telefoontje geweest, spraken we af dat ze donderdag langs zou komen. Ik zou haar tegen drie uur van het station afhalen. Nadat we afscheid hadden genomen, plofte ik met een nieuwe diepe zucht naast Casper op de bank. Meteen ging hij in de aanval en incasseerde ik mijn tweede dreun. We rolden van de bank op de grond en onze stoeipartij was de inleiding tot een heerlijke vrijage. We rolden om en om en drukten onze lijven zo dicht mogelijk op en tegen elkaar. Casper was verrekte fanatiek en liet me voelen hoe sterk hij was. Natuurlijk had ik hem makkelijk kunnen pareren maar ik wilde het gewoon niet. Ik liet me onder krijgen en Casper ging schrijlings op me zitten. Hij pakte met twee handen mijn overhemd beet en scheurde het open. De knopen vlogen in het rond. Wow, die was heet. Meteen wierp hij zich op mijn borst en begon die heerlijk te verwennen met zijn vingers en tong. Ik werd keihard en wilde maar een ding: hem laten merken hoe hard ik wel niet was. Hem laten merken dat ik zijn gaatje wilde. Een nieuw robbertje vechten en toen lag hij onder mij. Ik scheurde ook zijn overhemd (een van mezelf) open en opende ook meteen zijn broek en trok die samen met zijn slip naar beneden. Ook hij was in optima forma. Zijn lid was groot en hard. Ik werkte mijn eigen broek naar beneden en legde zijn benen tegen mijn schouders aan.

“Oh ja! Toe, Vincent, neem me!” kreunde hij luid. “Toe, maak me de jouwe!” Toen bemerkte ik ineens wat ik aan het doen was. Ik stopte en beschaamd liet ik hem los.

“Alsjeblieft, Vincent, ik vind je vreselijk lief en wil één met jou worden. Kun je je principes niet aan de kant zetten en het gewoon met me doen?” De stilte kwam weer tussen ons. De stilte waarin ik zijn voorstel overwoog en allerlei herinneringen door mijn hoofd flitsten.

“Nee, Casper, ik kan het niet. Ik heb dit allemaal al eens eerder doorgemaakt en …”

“Verdomme!” haalde hij woest uit. “Ik wil niet dat je me steeds met dingen uit het verleden vergelijkt! Ik ben ik, Vincent, en niet die kloothommel waarmee jij een relatie hebt gehad!” Opnieuw stilte. Waren we nu beiden druk in gedachten bezig, of was ik nog steeds de enige? “Sorry, maar ik word daar knettergek van!”

“Oké, maar ik wil graag eerst van je horen dat je van me houdt. Oké?”

“Nee! Ik heb je al uitgelegd dat dat iets is dat langzaam bij mij moet komen! Dat kan ik niet ineens! Het is voor mij nog een te grote stap. En… en spreken mijn daden niet voor zich? Ben ik je niet achterna gekomen omdat ik voel dat er iets bijzonders tussen ons is?”

“Jawel maar…”

“Maar wat, Vincent! Wat ontbreekt er dan nog!”

“Die paar kleine woordjes, Casper. Die ontbreken.”

“Ik kan er niet meer tegen, Vincent. Ik doe er alles aan om je te leren kennen. Ik merk gewoon dat ik steeds meer van je ga houden maar jij komt niet uit die verdomde schuilhoek van je principes. Je verbergt je er achter en laat mij niet je ware gevoelens zien!”

“Dat is niet waar! Ik houd van je, man!”

“Laat me dat dan zien! Vrij met me! Neuk me! Maak me de jouwe!” Opnieuw stilte. Ik dacht niet meer, wist niet meer wat te moeten denken. “Ik wil dat je nu met me vrijt en anders stap ik nu nog op!”

“Dat meen je niet! Zo kom je terug en vraag je me om me te leren kennen en zo wil je er weer uitstappen?”

“Ja, omdat ik nu het gevoel heb dat jij geen stap in mijn richting zet.”

“Dat is niet waar!”

“Wel waar! Ik probeer jou te leren kennen maar jij graaft je in, in je principes. Zeg me dat je me niet wilt, dan heb je een reden om niet met me te hoeven vrijen.” Ik bleef stil want ik wilde hem maar nu nog niet. “Zie je wel. Je wilt me dus wel maar alleen om die kleine rot woordjes, die jij zonodig wilt horen, blijf je van me af. Ik haat woorden, Vincent! Met woorden kun je zoveel kapot maken. Woorden zijn bedrieglijk. En echt ik meende wat ik net zei.” Verslagen onderging ik zijn woeste blik. Ik wist niet wat te moeten doen, wat te moeten zeggen. Toen hij opstond, naar de telefoon liep en in het telefoonboek een telefoonnummer opzocht wist ik het helemaal niet meer. Vurig tikte hij de nummers in en bestelde een taxi.

“Alsjeblieft, Casper, blijf en laten we erover praten.”

“Nee, ik wil niet meer praten! Je hebt me vaak genoeg gezegd dat je van me houdt! Ik had nu het bewijs willen zien!” Hij denderde de trap op naar boven en kwam even later gekleed in zijn eigen kleren en met zijn rugzak in de hand weer terug. Toen de taxi het erf opreed, liep hij het huis uit en sloeg de voordeur hard achter zich dicht. Ik hoorde hoe een autodeur zich opende en weer sloot en daarna reed de taxi weg.

Opnieuw was ik er in geslaagd hem te verliezen.


Disclaimer:
Dit verhaal is niet gebaseerd op feiten. Elke overeenkomst met gebeurtenissen, personen, plaatsen en tijden berust dan ook op toeval.

Reacties zijn altijd welkom. Je kunt ze plaatsen hier op de site op de daarvoor bestemde plaats of rechtstreeks mailen naar mij.
© Lucky Eye, januari 2015 (gereviseerde versie)
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.
lucky_eye2@yahoo.co.uk

Lucky Eye
Berichten: 87
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 15:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 100 keer
 

Plaats een reactie

Volgende

Terug naar Lucky's Corner

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast


cron