Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Lucky Eye
 
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

BRENG LICHT IN HET DONKER

Plaats een reactie

Bericht BRENG LICHT IN HET DONKER door Lucky Eye » woensdag 23 december 2020 06:28

Een verhaal van Lucky Eye

Disclaimer:
Dit verhaal is niet gebaseerd op feiten. Elke overeenkomst met gebeurtenissen, personen, plaatsen en tijden berust dan ook op toeval.

BRENG LICHT IN HET DONKER


Voorwoord:
De titel voor dit verhaal heb ik ontleend aan het lied "Bring' ein Licht ins Dunkel" van Udo Jürgens.
De tekst is te vinden op:
https://www.google.com/search?source=hp&ei=egviX_u3LYG3kwWbpb0Q&q=bring+ein+licht+ins+dunkel+udo+j%C3%BCrgens&oq=bring+ein&gs_lcp=CgZwc3ktYWIQARgAMgIIADICCC4yCAgAEBYQChAeMgYIABAWEB4yBggAEBYQHjIGCAAQFhAeMgYIABAWEB4yBggAEBYQHjIGCAAQFhAeMgYIABAWEB46CAgAELEDEIMBOgsIABCxAxDHARCjAjoFCAAQsQM6CAguELEDEIMBOggIABDHARCvAToICAAQxwEQowI6BQguELEDOgUILhCTAjoECAAQAzoECAAQClC1C1jAE2DgLGgAcAB4AIABUogBqQSSAQE5mAEAoAEBqgEHZ3dzLXdpeg&sclient=psy-ab

Als je het wil beluisteren kan dat onder andere via:
https://music.youtube.com/watch?v=gTp0hb2aNz4&list=RDAMVMgTp0hb2aNz4

Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om de eigenaren van de sites waar ik mijn verhalen plaats en al mijn lezers heel fijne kerstdagen en alle goeds voor het nieuwe jaar te wensen!

Groeten,
Lucky Eye


Woensdag 23 december

Hoofdstuk 1



Op de provinciale weg nam Cas Geijsbers langzaam gas terug. Hij wist waar hij moest zijn, voordat zijn navigatieapparatuur hem waarschuwde dat hij rechtsaf moest slaan. Hij woonde alweer jaren in het zuiden van de provincie waar hij geboren en getogen was en kende, uit zijn herinneringen van vroeger en door de lange wandeltochten die hij nu in zijn vrije tijd graag maakt, de omgeving van Maastricht heel erg goed. Zorgvuldig werd er door hem gekeken of er niemand op het fietspad reed en pas toen stuurde hij de bijna geheel zwarte Mercedes de korte oprit naar het hek op. Hij liet het raam aan zijn kant naar beneden gaan en drukte op de knop van de intercom. Een blikken stem vroeg waarvoor hij kwam.

'Cas Geijsbers GHI voor mevrouw Beerenbroeck,' meldde hij zich.

Het "GHI" waren de eerste letters van zijn achternaam en die van de twee partners met wie hij dit bedrijf op had gezet. Een bedrijf gericht op het vervoer van personen, maar niet een gewoon taxibedrijf.

'Rijdt u maar door naar het koetshuis, meneer Geijsbers!' kreeg hij ten antwoord.

Hij zag hoe achter het eerste hek dat uit twee delen bestond een ander hek weg begon te schuiven. Toen dat gebeurd was, zwaaiden de twee gedeelten van het voorste hek langzaam, maar uitnodigend open. Hij wachtte tot dat proces helemaal voltooid was. Ze kregen hem niet zover dat hij door haastig te zijn de peperdure auto's van hun wagenpark zou beschadigen. Daarom was hij ook heel bewust op tijd weggegaan, ermee rekening houdend dat er onderweg van alles kon gebeuren. Bovendien kende hij de voorkeur van zijn passagier, omdat hij haar vaker gereden had. Het landgoed van de familie Beerenbroeck was prima aangelegd. Vanaf de weg en het hek keek je tegen alleen maar bomen en struiken aan. Pas na twee bochten (de eerste naar links en de tweede naar rechts) had je zicht op het gehele terrein. 'Wauw!' liet Cas bewonderend horen. Ook in dit jaargetijde zag het er prachtig uit. Zelf had hij hier absoluut het geld niet voor. Bovendien zou hij zoiets ook niet willen. Niet praktisch. En verder wist hij dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn was als je een dergelijk groot landgoed moest onderhouden. Mevrouw Beerenbroeck mocht graag praten in de auto. Ze had volgens haar man een slecht geheugen – reden waarom je haar niet alleen naar het station moest brengen, maar er ook voor moest zorgen dat zij in de juiste trein stapte en daar bleef zitten tot de trein vertrok – maar ze wist wel de totaalbedragen van de facturen voor van alles en nog wat op te lepelen. Het was niet zijn taak om daar echt op te reageren. Wel sloeg hij dat soort dingen op en was dan altijd blij dat hij in een gewoon huis woonde. Voor het koetshuis stopte hij. Meneer Beerenbroeck stond daar op hem te wachten.

'Goedemiddag, Cas, de koffers staan nog binnen.'

'Goedemiddag, meneer Beerenbroeck, heel goed dat u die nog binnen heeft staan. Het is af en toe flink slecht weer.'

'Ja. Het volgende schip met zure appelen is alweer onderweg,' reageerde de oude man en wees naar de lucht. 'Een witte kerst zit er niet in dit jaar. Jammer eigenlijk wel!'

'Helemaal met u eens, meneer. Waar gaat uw vrouw dit keer naar toe, als ik vragen mag?'

'Ze gaat naar Haarlem. Vandaag heen en op eerste kerstdag weer terug. Ik heb voor u opschreven welke trein ze moet nemen en op welk perron die staat.'

'Bedankt. Die informatie mag u ook gerust laten opzoeken door onze telefonistes hoor.'

'Niet nodig, Cas. Ik hou ervan dat soort dingen zelf op te zoeken. Zo blijf ik scherp en bij de tijd.'

'Verstandig, meneer Beerenbroeck! Ik zal de koffers halen.'

'Kom we moeten weg!' meldde mevrouw Beerenbroeck zich kordaat, toen Cas net de koffers van het koetshuis naar de auto bracht. Ze was gekleed in echt ouderwetse reiskleding: een tweed mantelpakje met bijpassend hoedje met een veer erop, en stevige stappers aan haar voeten. Ze kuste haar echtgenoot, waarna ze samen naar de auto liepen. Cas was te laat om het portier voor haar te openen, maar wist dat dat hem niet kwalijk genomen zou worden. Nadat hij achter het stuur plaats genomen had, kreeg hij van haar positie – schuin achter hem op de achterbank – zijn instructies: 'Rijden maar, chauffeur. Niet over de snelweg en rustig aan, want als u te snel rijdt kan ik onderweg niets zien.'

'Ja, mevrouw. Zoals u wilt.' Hij kende zijn pappenheimers. Wist wat de meeste klanten van hem verwachtten. Logisch ook, want persoonlijke aanpak stond hoog in het vaandel bij GHI. Op kantoor werden de wensen van de klanten in een database bijgehouden. Natuurlijk verschilde het wel eens van opdracht tot opdracht, maar iemand als mevrouw Beerenbroeck was aardig voorspelbaar. Op de provinciale weg begon ze te praten.

'Ik ga een paar daagjes naar mijn zus in Haarlem. Zij haalt me van het station in Amsterdam.'

Dat klopte, zo wist Cas. Enigszins in elk geval. Want via GHI had haar echtgenoot geregeld dat zijn schoonzus via een soortgelijk bedrijf helemaal tot op het perron begeleid werd, zodat het zeker was dat beide dames op leeftijd elkaar zouden treffen. 'Altijd leuk om de familie weer te zien, lijkt me. Is uw zus jonger of ouder dan u, als ik vragen mag.'

'Vragen staat vrij, jongeman. Meer familie dan mijn zus is er helaas niet meer. Vroeger waren we met vijf en daarbij kwamen dan natuurlijk de aangetrouwden. Maar nu zijn wij beiden, en mijn man natuurlijk, nog over. Mijn zus is drie jaar ouder dan ik ben.'

Natuurlijk had Cas niet naar haar leeftijd gevraagd. Zoiets moest je niet doen bij dames. Hij wist van haar man dat zij 86 was, en nu dus ook dat haar zus 89 moest zijn. Een behoorlijke leeftijd. Iets dat hij nog maar moest zien te halen.

'STOP!' klonk het ineens van achteren.

Cas scande de weg achter hem, liet het gaspedaal los en stapte op de rem om vervolgens, nadat hij richting had aangegeven, de berm in te rijden.

'Er viel een jongen daar van de muur!' lichtte mevrouw Beerenbroeck haar noodkreet toe.

Cas opende het raam, keek naar buiten, maar zag niets. 'Weet u het zeker, mevrouw?'

'Echt wel! U moet uw ogen op de weg houden, maar ik hou ervan om om me heen te kijken!'

Overtuigend genoeg. Cas stapte uit, vergrendelde de deuren van de auto om te voorkomen dat zijn passagier hem na zou komen en stak de weg over. Hij liep terug in de richting van de plaats waar ongeveer de kreet van mevrouw Beerenbroeck had geklonken en zag toen inderdaad iemand in het gras bij een muur liggen. 'Rustig blijven liggen!' riep hij de gestalte toe, toen hij merkte dat die in beweging wilde komen. Snel haastte hij zich ernaar toe, maar niet tijdig genoeg, want de knaap zat al rechtop voordat hij bij hem was. 'Gaat het?' vroeg hij terwijl hij op zijn hurken bij hem ging zitten. Hij maakte oogcontact en keek daarbij meteen of hij kon ontdekken of de jongen veel pijn had. Het werd verkeerd uitgelegd, zo merkte hij even later.

'Heterochromia iridum.'

'Huh? Sorry hoor, maar ik begrijp je niet helemaal.'

'Mijn ogen hebben een verschillende kleur. Zorgt er altijd voor dat mensen naar me staren, van me schrikken soms.'

'Het was mij nog niet opgevallen, maar nu je het zegt. Ja. Bijzonder. En je noemde de Latijnse naam daarvoor?'

'Ja.'

'Maar dat doet er niet toe. Ik keek je goed aan in een poging in te schatten hoeveel pijn je hebt. Dat was alles eigenlijk.'

'Oh. Het gaat wel.' Hij maakte aanstalten om in de benen te komen.

Cas bood aan om te helpen, maar dat werd afgeslagen met een "Ik kan het alleen wel!".

'Nondedju!', en dat gevolgd door nog een aantal herhalingen daarvan klonk het uit de mond van de jongen die het blonde, vrij lange haar met zijn linker hand van zijn voorhoofd veegde, toen hij op zijn knieën in het gras zat.

Dat "het gaat wel" trok Cas in twijfel, gezien de geslaakte schertsvloeken en het naar adem happen dat de jongen deed. Het leek erop alsof hij een enorme krachtsinspanning had geleverd. Opnieuw zag hij hoe de jongen in beweging kwam, vastberaden als hij blijkbaar was om in de benen te komen. Met nog een paar vloeken, waarvoor hij zijn excuses aanbood, lukte het. Cas kwam ook rechtop. Hij zag in het gezicht van de jongen ter hoogte van zijn jukbeen aan de linkerkant van zijn gezicht een flinke schaafwond zitten. Toen hij het geheel weer bekeek, had hij het idee dat de jongen bezig was de pijn te verbijten. 'Viel je van die muur?'

'Ja. Mijn vader heeft de code van het hek laatst veranderd en ik wist hem niet meer. Ben wel vaker over de muur geklommen, maar dit keer deed ik waarschijnlijk iets stoms en dus … '

'Hoe viel je precies?'

'Kwam op mijn rechterschouder terecht.'

'Heb je daar de meeste pijn?'

'Ja. Maar … bedankt voor uw hulp.'

'Ik heb niets gedaan, weet je nog.'

'Toch bedankt dat u gestopt bent, om … nou ja … om te kijken of alles goed was.'

'En is alles goed?'

'Ja, meneer. Heel zeker. Bedankt.'

'Maar laat me dan in elk geval die schaafwond op je gezicht behandelen. Ik heb een EHBO-koffer in de auto.' Hij zag hoe de jongen zijn hand naar de gehavende plek bracht.

'Gaat wel weer over. Niets bijzonders.'

Uit ervaring met een andere puber – van ongeveer dezelfde leeftijd, zo schatte hij in – wist Cas dat nog een keer aandringen geen zin had. Bovendien voelden ze dan dat ze niet serieus genomen werden. En hij kon zich dat voorstellen. Na nog een bedankje begon de jongen langs de weg te lopen in de richting van het eerstvolgende dorp. Maar het was geen gezicht. Het leek erop alsof elke stap die hij zette hem pijn deed. Hem nakijkend, concludeerde Cas dat zijn rechterarm er raar hing, alsof …. HIj werd in zijn beschouwing gestoord door het getik tegen de ruit van mevrouw Beerenbroeck. Ze was achter de bestuurdersstoel gaan zitten. Snel rende hij naar de auto terug en opende van buitenaf het raam.

'Die jongen moet naar het ziekenhuis, meneer! U kunt hem niet zo maar laten gaan!'

'Mijn idee, mevrouw! Maar hij heeft mij verzekerd dat het goed met hem gaat.'

'Laat u nakijken! U kunt toch ook wel zien dat dat niet zo is!'

Hoewel hij zijn passagier en haar echtgenoot heel goed kende, was hij professioneel genoeg om niet in de lach te schieten. Hij nam haar serieus, omdat ze helemaal gelijk had en daarom liep hij de jongen snel achterna, in de hoop hem toch te kunnen overtuigen dat een bezoek aan de spoedeisende hulp noodzakelijk was. Van enkele meters afstand riep hij hem, maar de knaap liep gewoon door. Dichterbij gekomen legde heel voorzichtig zijn hand op diens schouder aan de linkerkant.

'Nondedju!' Verschrikt draaide Sjeng zich om. De plotse beweging veroorzaakte een enorme pijnscheut en zorgde ervoor dat hij een kreet slaakte en dat liet volgen door: 'Laat me met rust, nondedju! Ik heb gez… '

'Ja!' Cas was het zat en liet de jongen niet uitpraten. Heel bewust had hij hem onderbroken. 'Maar ik ben het er niet mee eens.' De blik in zijn ogen was ongetwijfeld fel, maar het maakte hem niet uit. Die knaap moest hoognodig naar de kapper, schoot het door zijn hoofd. Heel even was hij terug in het verleden: zijn eigen opstandige periode waarin hij zijn haar ook heel erg lang had laten groeien. Een vervelende tijd. Altijd gedoe thuis, omdat … Hij schudde het van zich af. 'Ik wil heel graag dat je met mij mee naar het ziekenhuis gaat. Ik weet dat je gezegd hebt dat het goed met je gaat, en uit ervaring met een andere,' heel snel slikte hij het woord puber in, 'jongvolwassene weet ik dat te vaak om bevestiging vragen averechts kan werken, maar ik weet ook dat jongvolwassenen heel verstandig kunnen zijn. En in dit geval is een bezoek aan de spoedeisende hulp verstandig. Je schouder rechts is waarschijnlijk uit de kom. Veel verstand ervan heb ik niet, maar het is duidelijk te zien. In ken iemand in het ziekenhuis op de spoedeisende hulp en volgens mij heeft zij dienst. Dus ik neem nu meteen contact met haar op.' Om de jongen te overdonderen, voegde hij meteen de daad bij het woord en tikte de nummer van Trees aan. Vrijwel meteen werd er opgenomen.

'Hé, leuk zeg! Een telefoontje van jou en dat op mijn werk!'

'Ja. Ik heb een klusje voor jou.'

'Toch niet iets met Hugo of Ben!' riep Trees geschrokken uit.

'Nee, rustig maar. Iets waar ik onderweg met een klant mee in aanraking kwam. De jongen is gevallen en heeft, voor zover ik kan beoordelen, zijn schouder uit de kom en een flinke schaafplek op zijn wang. Is het druk op dit moment?'

'Nee. Niet echt. We zitten rustig koffie te drinken dus … '

'Dan kom ik eraan.'

'Is goed. Meld je bij de balie van de SEH en vraag maar naar mij. Zorg ik voor de rest.'

'Bedankt!'

'Graag gedaan, Cas!'

'Oké,' zo richtte hij zich tot de jongen, 'geregeld zoals je misschien wel hebt begrepen. Loop je mee?'

Nog steeds was er twijfel bij Sjeng. Maar die arm voelde inderdaad heel erg raar aan. Elke stap had hem pijn gedaan. 'De spoedeisende hulp is toch bij het UMC+ aan de Debyelaan?'

'Ja.'

'Dan is het goed, maar ik blijf er niet!'

'Als ze daar van mening zijn dat je moet blijven, dan is het beter dat je dat wel doet.'

'Geen denken aan! Echt niet!'

'Laat je eerst gewoon onderzoeken, man!'

'Mee eens. Maar meer niet! Beloofd?'

'Ik zal kijken wat ik voor je kan doen. Mijn uiterste best voor je doen. Maar … als het niet lukt, dan ligt het niet aan mij.' Het was Cas duidelijk dat hij gewogen werd. Er werd gekeken of hij te peilen was, bekeken of hij te vertrouwen was. Iets toevoegen wilde hij niet meer. Dit moest voldoende zijn.

'Oké.'

'Kom, voorzichtig met oversteken.' De auto's reden hier hard. Veel sneller dan toegestaan was. Pas bij het dorp iets verderop remden ze af en dan nog niet altijd tot de aangegeven vijftig kilometer. Mevrouw Beerenbroeck zat nog steeds op haar nieuwe plaats. Daarom ging hij de jongen voor naar de rechter achterportier en opende deze voor hem en kreeg een bedankje. Hij keek toe hoe de jongen moeizaam instapte.

'De EHBO-kist, chauffeur!'

'Maa… '

'Nee! Eerst die schaafwond desinfecteren! Hoe is dat zo gekomen, jongen?'

'Ik viel van die muur, mevrouw. Denk dat ik daarbij met mijn wang op de grond kwam.'

Cas haalde de EHBO-doos uit de kofferbak en nam deze mee naar mevrouw Beerenbroeck. Zij instrueerde hem wat zij nodig had en hij reikte het haar aan. Hij keek toe hoe zij de wond behandelde en ineens kreeg hij het idee dat er iets niet helemaal klopte. Rechts was de schouder uit de kom. Dat kon komen door een val. Maar … dan kon hij toch niet tegelijkertijd zijn wang links beschadigen?

'Klaar, chauffeur! Deze jongen moet naar het ziekenhuis.'

'Dat heb ik met hem afgesproken, mevrouw!' Cas kreeg nog wat spullen van haar terug. Het meeste verdween in het afvalzakje en het flesje Sterilon deed hij terug in de verbanddoos.

'Als u een collega oproept, dan laat ik me door hem of haar naar het station brengen, zodat u deze jongen kunt begeleiden.'

'Maa… '

'Niet tegensputteren! Het is belangrijk dat hij zo snel mogelijk … Hoe heet je jongen?'

'Sjeng, mevrouw.'

'Vernoemd naar je vader die net als jij officieel Johannes heet?'

'Ja, mevrouw.'

'Ik vind het mooi dat de echt Limburgse voornamen nog steeds gebruikt worden. Maar … waar was ik … '

'U wilde dat ik met Sjeng naar het ziekenhuis zou gaan.'

'Ja. Dat zei ik toch! Gaat u nou nog bellen of niet!'

'U wilt met een collega van mij naar het station. Maar … dan zult u uw trein missen.'

'Geen probleem. Er gaan twee rechtstreekse treinen in het uur naar Amsterdam Centraal. Ik ben dan wel oud, maar niet van gisteren!'

Sjeng moest lachen, maar ook dat deed pijn.

Mevrouw Beerenbroeck ging onverstoord verder. 'Geen enkel probleem dat ik iets later aankom. Alleen mijn zus moet dat dan wel even weten.'

'Daar zorgen wij voor, mevrouw.'

'Prima en nu bellen!'

Cas pakte zijn telefoon opnieuw en nam contact op met het bedrijf. In het kort legde hij uit wat er moest gebeuren. Er bleek een andere chauffeur in de buurt te zijn. Er werd een ontmoeting afgesproken op de carpoolplek aan de snelweg.

'U hebt niet gezegd dat mijn zus moet weten dat ik later kom,' merkte mevrouw Beerenbroeck op, nadat ze had gezien dat Cas de verbinding had verbroken.

Cas legde het uit. Ten eerste had hij, voor hij ging bellen, niet geweten dat er een collega in de buurt was. Ten tweede, als mevrouw Beerenbroeck het goed vond dat zij over de snelweg werd vervoerd, was de kans groot dat zij toch nog op tijd op het station zouden aankomen. 'En als dat niet lukt,' zo besloot hij, 'dan zal mijn collega uw zus op de hoogte stellen.'

'Prima. Rijden maar, jongeman.'

Een glimlach brak nu dan toch door op zijn gezicht. Hij keek in de achteruitkijkspiegel en zag dat Sjeng naar hem keek. Ook hij had een glimlach op zijn gezicht. Heel even maar, toen was die pijnlijke blik weer terug. Cas draaide de auto en reed terug in de richting waar hij vandaan was gekomen. Ze reden langs het landgoed van de familie Beerenbroeck.

'Daar woon ik,' wees mevrouw Beerenbroeck Sjeng aan.

'Ik ken het, mevrouw. Ik speelde er vroeger vaak in het bos met jongens uit de buurt. De opzichter vond het goed.'

'Ja. Geen probleem. Zolang alles maar veilig is.'

'Daar zorgde hij voor, mevrouw."

'Hoe kwam het dat je viel, Sjeng?' vroeg mevrouw Beerenbroeck.

Sjeng vertelde hetzelfde als hij eerder aan Cas had laten weten.

'Moet een flinke smak geweest zijn.'

'Ja. Was het ook.'

'Ik heb het idee dat je arm uit de kom is.'

'Oh!' Zij dacht het dus ook.

'Kun je die arm goed bewegen?'

Sjeng probeerde het, maar verging meteen van de pijn. 'Nee dus!'

Ze rommelde wat in haar handtas en haalde een strip met tabletten tevoorschijn. 'Het is paracetamol. Neem er maar twee meteen.' Ze zag dat er getwijfeld werd. 'Tegen de pijn, jongen, die moet je zien te onderdrukken.' Ze reikte hem de strip aan, maar besefte zich toen dat het hem niet zou lukken om met één hand de pillen eruit te drukken en daarom deed zij het voor hem.

'Ik heb een probleem met het slikken van pillen, mevrouw?' kwam Sjeng toen hij het formaat van de pillen zag.

'Bedoel je dat je ze niet wilt innemen? Of dat je er allergisch voor bent?'

'Nee, dat niet. Ik … '

'Ahh! Het slikken gaat niet goed. Heb ik ook. Geen probleem. Deze hoef je niet te slikken, je kunt ze kauwen.'

'Gelukkig. Die heb ik thuis ook.' Wel van een ander merk, want hij had ze niet zo snel herkend.

'Ze zijn veel duurder dan gewone paracetamol, maar voor mij en ook voor jou dus een uitkomst. Hier in je mond en kauwen maar. De smaak is aardig. Dit is bosbes of zo. Beter dan die met bananensmaak. Maar dat is een oordeel.'

Sjeng moest lachen. De pillen smaakten inderdaad goed.

Mevrouw Beerenbroeck was geschrokken, maar had weten te verbergen dat Sjeng het zou zien. Net voordat de jongen zijn linkerhand had omgedraaid, zodat zij de paracetamol daar op kon leggen, had ze gezien dat zijn pols en het onderste gedeelte van zijn onderarm enorm blauw waren. Dit moest ze Cas, ze wist heus de voor- en achternaam van haar chauffeur wel, laten weten. Nogmaals opende ze haar handtas en daarin haar portemonnee. Ze wilde voor deze jongen zorgen. Ook pakte ze een pen en een klein kaartje. 'Hier jongen, aanpakken!' fluisterde ze, 'Je hand dichtknijpen en niemand vertellen!'

Sjeng zag dat het geld was. 'Maa… dat kan ik niet aannemen, mevrouw!'

'Niet? Maar het zit al in je hand hoor en ik wil het niet terug! Er zit ook een kaartje bij met mijn adres en telefoonnummer erop. Mocht je ooit contact op willen nemen, dan kun je dat doen. Ik hoor graag van je hoe alles is afgelopen.'

Sjeng keek op. "Alles". Hij had het goed gehoord. Had zij er een idee van dat … veel meer tijd om na te denken had hij niet. De chauffeur draaide de carpoolplaats op. De andere auto van het bedrijf, ook zonder logo, bleek er al te staan en de chauffeurs gingen meteen met elkaar in conclaaf. De koffers van mevrouw Beerenbroeck werden uit de kofferbak gehaald en overgebracht naar de andere auto. Toen vroeg Cas … zo heette hij toch? … of mevrouw Beerenbroek zover was.

'Ik wel hoor! Het beste, Sjeng! Ik hoop dat alles snel beter met je zal gaan. Tot ziens!'

'Tot ziens, mevrouw, en bedankt!' Sjeng zag hoe Cas op haar verzoek, meer een commando eigenlijk, zijn arm aan haar aanbood en zo liepen ze gearmd naar de andere auto toe. Weer had ze dat "alles" gebruikt. De andere chauffeur opende de achterdeur aan de rechterkant van zijn auto voor haar en zij nam plaats. Even spraken Cas en de ander nog met elkaar. Vervolgens sprak hij nog met iemand via de telefoon. Toen Cas even later zijn portier opende en hem vroeg of hij voorin wilde zitten, reageerde Sjeng met: 'Mag dat bij een taxi?'

'Ik ben nu buiten dienst. Dit is meer een privéklusje. Maar … misschien is het beter dat je gewoon rustig blijft zitten.'

'Ja, denk ik ook. Inderdaad beter. Het in de auto stappen was al moeilijk genoeg.' Zijn arm bewegen alleen al deed pijn. En de pillen van mevrouw Beerenbroeck begonnen net hun werk te doen.

'Een mooi mens, mevrouw Beerenbroeck, vind je niet?'

'Ja.' Hij keek naar zijn goed dichtgeknepen linkerhand. Straks moest hij het toch aan Cas laten zien. Hij kon er niet mee in zijn hand blijven zitten. 'Heel direct, lijkt me,' ging hij verder.

'Ik ga op m'n plek zitten,' meldde Cas, 'maar je mag gerust met me praten, dat leidt me niet af van dat wat ik moet doen. We gaan!' Het korte onderonsje met mevrouw Beerenbroeck had ervoor gezorgd dat hij Sjeng nog beter had opgenomen. Dat wat zij had gezien, had hij nog niet kunnen vaststellen. Op zijn plaats gezeten, startte hij de auto en reed weg. De andere auto was reeds vertrokken. 'Mevrouw Beerenbroeck,' zo opende hij het gesprek met Sjeng, 'mag heel graag praten. Heeft altijd wel iets te vertellen. En die vergeetachtigheid van haar valt volgens mij reuze mee.'

'Die opmerking … hoe ging hij ook alweer … over oud maar toch niet van gisteren zijn, vond ik heel mooi.'

'Echt heel scherp inderdaad! We gaan zo mijn collega inhalen. Kijk daar rijdt hij iets voor ons.'

Sjeng keek naar voren en zag daar inderdaad de andere wagen rijden. 'Maar … moest die zich niet haasten vanwege die trein?'

'Als je haar aan boord hebt, voert zij het commando, jongen! Haar toestemming om over de snelweg te gaan, was al een hele stap vooruit. Maar … harder dan negentig zal hij echt niet mogen rijden. Als je wilt kun je nog even zwaaien naar mevrouw Beerenbroek. Ik denk dat zij het op prijs zou stellen.'

Snel legde Sjeng het geld en het briefje op de achterbank. Hij zag hoe zij naar hen zwaaide en zwaaide terug.



Hoofdstuk 2

Toen Cas helemaal naar voren reed bij de spoedeisende hulp vroeg Sjeng zich af of dit eigenlijk wel mocht. Snel liet hij die vraag ook weer los, want het was tenslotte niet zijn probleem als er iets van zou komen. Het portier werd geopend. 'Dat heb ik van mevrouw Beerenbroeck gekregen,' wees hij naar het geld en het kaartje. 'Ik heb er echt niet om gevraagd of zo hoor!'

'Zij weet heus wel wat ze doet, Sjeng! Zal ik het bij me steken of stop ik het in jouw portemonnee.'

'Doe maar het eerste.'

'Je krijgt het echt van me terug.'

'Ga ik vanuit. Anders was dit wel een heel erg duur ritje!'

Cas vond het leuk dat de jongen een grapje maakte en ging erop door met: 'Maar jij weet niet wat mijn tarief is!'

Het uit de auto komen was wat lastig. Voorzichtig draaide hij zijn lijf en bracht zijn benen naar buiten. Het in de in staande positie komen kostte de meeste moeite. Deed ook enorm veel pijn. Alles deed hem pijn. Zou Cas het merken?

Lopen zou moeilijk worden, zo begreep Cas al snel. 'Rustig blijven staan. Probeer je elleboog rechts te ondersteunen met je linkerhand. En als je moe of zo wordt, of als het te pijnlijk is weer gaan zitten.'

'Ben blij dat ik sta, man!' Sjeng probeerde de tip over het ondersteunen uit. Het werkte. Het was meteen iets minder pijnlijk.

'Ik ga een rolstoel halen.'

'Ben jij gek!'

'Misschien. Maar naar binnen lopen gaat jou echt niet lukken!'

'Echt wel! Kijk maar!' En meteen zette Sjeng zijn eerste stap. Het lukte … maar … gemakkelijk was het niet. Toch zou hij doorzetten. Het was zijn eigen schuld en dus verdiende hij dat hij overal pijn voelde.

'Flink eigenwijs, hè!' mopperde Cas terwijl hij het portier van de auto dichtdeed en afsloot.

'Goede eigenschap, volgens mij.'

'Zolang er maar niet het woordje "te" voor staat.' Bij de spoedeisende hulp aangekomen meldde Cas zich bij de balie en noemde hij de naam van Trees.

'Volgens mij gaat het niet om uzelf maar om deze jongen?' werd door de jonge vrouw achter de balie vastgesteld.

'Ja. Helemaal juist.' Marleen, zo heette de baliemedewerkster volgens het kaartje op haar uniformjasje, vroeg om een identiteitsbewijs en een bewijs van verzekering. Hij wendde zich tot Sjeng die aangaf dat hij beide bij zich had. Cas zag hoe de jongen met zijn linkerhand zijn portemonnee uit zijn linker kontzak haalde. Hulp was niet nodig. Was hij linkshandig? Het openen van de portemonnee was wel een probleem. 'Zal ik helpen?'

'Graag. Handel het maar af, als je wilt.'

Cas haalde de gevraagde documenten tevoorschijn en legde ze op de balie voor Marleen. Zij tikte wat gegevens in op haar computer en gaf daarna de kaartjes weer terug.

'Bent u de vader?' informeerde ze.

'Nee.'

'Maar hij gaat mee naar binnen en niemand anders!' maakte Sjeng duidelijk.

Even was Marleen van haar stuk gebracht.

Cas stopte de spullen weer terug en stak toen ook meteen het geld – drie briefjes van vijftig – en het kaartje van mevrouw Beerenbroeck in de portemonnee. 'Gezien?'

'Dank je,' reageerde Sjeng. 'Geef nog maar niet terug. Onhandig misschien. O ja, en mijn telefoon,' die haalde hij uit een broekzak voor. 'Wil je die ook bij je houden voor mij?'

Cas vond het prima en stopte alles in het kleine, zwarte rugzakje dat hij bij zich had.

'Trees is geïnformeerd en komt jullie zo halen. Jullie kunnen beiden daar even plaatsnemen.' Zelf stond Marleen op van haar bureaustoel en liep weg.

Ze liepen naar de stoelen, waar ze op gewezen waren, maar Sjeng koos ervoor om te blijven staan. Het gaan zitten zou misschien wel lukken, maar het opnieuw in de benen komen niet, was zijn verwachting. 'Waarom, denk je, heeft ze mij dat geld gegeven? Zie ik er armoedig uit of zo?'

'Ik weet het niet, Sjeng.'

'Komt het door mijn haren?'

'Echt niet!'

'Ik moet al tijden naar de kapper, maar … '

'Maak je er maar geen zorgen over. Ik ken haar. Soms doet ze heel spontaan iets, maar altijd met een goede bedoeling.'

Marleen werkte hier nog maar vier weken. Natuurlijk had ze een opleiding gehad, maar die was algemeen van aard. Ook was ze ingewerkt, maar dat was erg kort geweest. Elke werkplek had zo zijn eigen werkwijze, zo wist ze inmiddels uit eerdere werkkringen. Hier hadden ze haar de raad gegeven om het iemand te vragen als ze iets niet wist of ergens aan twijfelde en dat had ze al heel vaak moeten doen. Ook nu was haar iets niet helemaal duidelijk. Daarom liep ze meteen door naar achteren en ging ze op zoek naar Trees. Ze vond de verpleegkundige spoedeisende hulp al snel. 'Trees, mag ik je iets vragen?'

'Altijd! Zeg het maar!' antwoordde Trees.

'Die cliënt waarover jij mij had geïnformeerd is binnen. Het is een minderjarige, maar hij heeft geen begeleidende ouder bij zich. Dan moet volgens het protocol één van de ouders meteen op de hoogte gebracht worden. Maar … misschien een stomme vraag …'

'Dat soort vragen bestaat niet, Marleen! Het zou alleen maar stom zijn als je zomaar iets doet, zonder dat je precies weet wat. Want alles kan gevolgen hebben. En daarom ben ik blij dat je het mij komt vragen. Laten we eens in de computer kijken. Je hebt hem inmiddels aangemeld, neem ik aan?'

'Ja.'

Trees pakte er een C.O.W. (computer on wheels) bij en keek mee terwijl Marleen het een en ander intikte. 'Ach gut …' luidde haar reactie toen ze een naam op het scherm zag verschijnen. Een beeld van vijf jaar geleden kwam Trees weer voor ogen. Ze was samen met Hugo bij de afscheidsdienst geweest. Ze kende de zoon van Else Soet. Had hem gezien bij een kraamvisite, als zij bij Else op visite was geweest en Hugo en Sjeng samen – op de geheel eigen wijze van kleine kinderen die in leeftijd van elkaar verschilden – met elkaar hadden gespeeld, als de jongen bezoekjes aan zijn moeder had gebracht in het ziekenhuis af en toe, op momenten dat Else even geen oppas had kunnen vinden en ze hem mee had genomen naar haar afdeling, en op heel veel foto's. Maar die laatste keer had de meeste indruk gemaakt: een joch van elf jaar oud, klein, te netjes naar haar idee in een pak met stropdas, en lijkbleek. Heel bewust had ze haar eigen zoon van dertien toen meegenomen, omdat Else veel meer was dan alleen maar een collega. Zij was ook de behandelend arts van haar zoon geweest gedurende een aantal jaren. De aanpak van Else had haar zoon goed gedaan. En toen zij zelf uitgedokterd was, had zij haar en Hugo verwezen naar een paar andere collega's. Het eindresultaat mocht er zijn, en daar was Trees haar eeuwig dankbaar voor.

'Maar ik zie dus twee telefoonnummers staan. Moet ik nu zelf één van die twee kiezen om te bellen?'

'Nee. Doe nog maar even niet.'

'Maar het proto… '

'Sorry, dat ik je onderbreek, maar ik moet nog even beter kijken. Eén ogenblik, alsjeblieft.' Trees keek naar de twee telefoonnummers. Het ene was een vast nummer in Maastricht. Het tweede een 06-nummer. Ze was blij dat ze Anne had gewaarschuwd na het tweede telefoontje van Cas. Het was hier in het ziekenhuis gebruikelijk dat bij een dergelijke melding naast de arts spoedeisende hulp nog een andere arts ingeschakeld moest worden en dan koos ze bij voorkeur iemand die zij goed kende: Anne was zo iemand. 'Ik probeer eerst dat nummer,' zo gaf ze Marleen aan, pakte haar eigen mobiele telefoon – niet die van het ziekenhuis – en tikte het nummer in. Het was even wachten. Toen hoorde ze de stem op een antwoordapparaat. Het was een bericht van Truu Soet: de moeder van Else, wist ze, en de oma van Sjeng dus. Die bleek er even niet te zijn en vroeg om later terug te bellen. In geval het echt nodig was, was ze te bereiken op haar mobiele telefoon. Trees noteerde het nummer. Je kon nooit weten. Toen probeerde ze het tweede nummer.

'Johannes Wilhems!'

Dat was duidelijk. 'Oh … neemt u mij niet kwalijk,' reageerde Trees. 'Heb ik waarschijnlijk een verkeerd nummer ingetoetst.

'Geen probleem.'

'Het spij… ' Maar de verbinding was al verbroken. Ook dit nummer schreef ze op. Toen ze opkeek, zag Trees het onthutste gezicht van de baliemedewerkster.

'Maar … je vertelde hem helemaal nie… '

'Even doe ik het op mijn manier, Marleen! Ik heb daar mijn redenen voor en dat leg ik je later allemaal uit.'

'En dus lap je het protocol aan je laars?'

'Ja. Voor dit moment wel.'

'Maar ik wil daar geen last mee krijgen hoor! Ik werk hier met heel veel plezier en wil niet ontslagen worden omdat ik het pro… '

'Hè! Niet overdrijven, zeg!' Het had iets te bits geklonken. Ze moest ervoor zorgen dat Marleen gerustgesteld werd. 'Ik garandeer je dat dit absoluut geen gevolgen zal hebben voor jou. Ik heb, als oudere medewerker, de verantwoordelijkheid op me genomen. En … hoe kom je er trouwens bij dat jij dan meteen ontslag zult krijgen?

'Mijn onzekerheid,' antwoordde Marleen met een gebogen hoofd. 'Ik heb rotervaringen elders gehad.'

'Wij willen jou niet kwijt, Marleen! Jij voldoet uitstekend! Hoor alleen maar lovende berichten over jou van mijn collega's en iedereen vindt het heel erg fijn dat jij ons dingen vraagt als het jou niet helemaal duidelijk is. Een enorm pluspunt vergeleken met eerdere collega's die wij wel eens hadden hier.'

'Echt?'

'Ja! Van vragen wordt je wijs! En dat geldt in jouw functie, maar ook in die van mij. Geloof me, Marleen,' zo deed Trees haar uiterste best om de baliemedewerkster gerust te stellen, 'jij wordt absoluut niet ontslagen! Jij doet het uitstekend hier! Je bent een kracht die wij absoluut niet kwijt willen!' Het was gelukkig overtuigend genoeg, want Marleen nam het met een "Oké, doen we het zoals jij zegt." voor lief dat de regels van het protocol even gebogen werden. Trees ging meteen verder. 'Bij welke SEH-arts heb je Sjeng aangemeld?'

'Rinze Wiltinghe. Die was het meest snel beschikbaar. En die telefoonnummers?'

'Laat ze beide maar staan voorlopig. Ik ga Sjeng en Cas ophalen.'


* * *


De deur in de hoek van de wachtruimte ging open en Sjeng zag een forse vrouw met lang rood haar in een paardenstaart binnen komen. "Jij moet Sjeng zijn," hoorde hij haar zeggen toen zij op hem af kwam. Ze stak hem haar rechter hand toe.

'Dat gaat niet lukken. Doen we het met links.' Trees had zich snel hersteld. De rechterhand geven was nou eenmaal gewoon, maar in het geval van deze cliënt niet te doen. Dat het om een schouder uit de kom ging, was – zelfs met jas aan – duidelijk te zien bij hem. Verder zag ze een schaafwond links op zijn gezicht. 'Hè, Cas! Leuk je weer eens te zien. Lopen jullie mee?'

'Heb ik je erg aan het schrikken gemaakt?' vroeg Cas toen de deur naar de wachtkamer achter hen dichtgevallen was.

'Eventjes. Maar gelukkig ging je snel genoeg verder. Mijn zorgzame instinct, weet ik.'

'Sorry.'

'Tussen ons niet nodig, Cas!'

'Je hebt gelijk.'

'Kijk,' zei Trees terwijl ze een gordijn opentrok, 'hier gaan we even bivakkeren. Euh … ik zag dat je net stond. Is zitten lastig?'

'Zitten gaan is niet lastig, maar het overeind komen wel, mevrouw.'

'Je mag mij Trees noemen, hoor! De meeste artsen vinden het wel fijn als je ze met u aanspreekt, maar voor een aantal is tutoyeren geen probleem. Stelregel is: als zij zich voorstellen met hun voor- en achternaam mag je hen tutoyeren, hoor je alleen een achternaam dat kun je dat beter niet doen. Oké?'

Sjeng knikte.

'Goed. Maar als overeind komen een probleem is, lijkt het me beter dat je meteen op het bed gaat zitten.'

'Betekent dat dat ik hier moet blijven?'

'Zover zijn we nog lang niet, Sjeng! Maar … als dat wel moet gebeuren, is dat dan een probleem?'

'Dat niet, maar … ik wil hier niet blijven!'

Heel even zocht ze de blik van Cas. Maar zijn gebaren van achter de jongen waren niet echt duidelijk. Tegen Sjeng zei ze: 'We hebben liever niet dat cliënten moeten blijven. Kost veel te veel. Dus … duidelijk?'

'Als je maar weet dat ik echt niet blijf!'

'En als het voor jou maar duidelijk is, dat ik mijn best daarvoor doe, maar dat niet ik beslis maar de arts! Zullen we verder gaan?'

'Ja. Sorry.'

'Het woord bed was niet goed gekozen. Leverde in elk geval verwarring op tussen jou en mij. Ik bedoel meer de behandeltafel,' ze wees die aan.

'Oh. Maar het lijkt wel enorm veel op een bed.'

'Mee eens. Het ligt elk geval veel beter dan onze oude behandeltafels. Die waren veel harder en lagen ongemakkelijk, zeker als je wat langer moest wachten tot je geholpen werd.'

'Duurt het lang dan?'

'Ik kan je een A4'tje geven waarop dat precies uitgelegd wor… '

'Doe maar niet.'

'Lijkt me ook beter. Maar dan ga ik je wel eerst ontdoen van je jas en andere bovenkleding.'

'Waarom?'

'Ik kan zien dat je schouder uit de kom is.'

Het was hem eerder gezegd.

'En dat je een wond op je jukbeen hebt.' Ze wees er met haar vinger naar zonder hem aan te raken. 'Het lijkt erop dat die behandeld is. Klopt dat?'

'Ja,' nam Cas het woord. 'Er is eerste hulp verleend.'

'Heel goed. Maar vanwege die schouder moet er straks waarschijnlijk een foto gemaakt worden.'

'Kan dat niet gewoon teruggezet worden?'

'De arts zal je straks willen onderzoeken. Kom, laten we beginnen met je jas. Ik doe het werk en geef je instructies.'

Het ging kundig, zo had Sjeng het idee. Eerst deed ze de knopen van zijn winterjas los en daarna de rits naar beneden. Toen eerst de linkerarm eruit en daarna liet ze heel voorzichtig de jas als het ware over zijn rechter naar beneden glijden. Met zijn overhemd precies hetzelfde. Restte nog zijn T-shirt.

Trees merkte iets op aan de hals van de jongen. Alsof iemand hem gekrabd had. Ze besloot er niets over de zeggen. Iets anders benoemde ze wel. 'Je polsen en armen zijn aan beide kanten flink beurs. Komt dat ook van die val? Een val van een muur toch?'

Sjeng slikte. Straks zou zijn T-shirt helemaal uit gaan en dan … 'Eerder vanochtend ben ik van de trap gevallen.'

Eerst was er schrik bij Cas. Heel bewust schudde hij het van zich af. Zou dat die schaafwond links ook veroorzaakt kunnen hebben? Maar … waarom had hij dat niet tegen mevrouw Beerenbroeck en hem gezegd?

'Thuis?'

'Ja.'

'Heb je niet echt je dag!'

'Nee. Niet echt.'

'Je T-shirt uitdoen wordt een probleem. Maar … voor elk probleem hebben we een oplossing.'

'Kan die foto niet met T-shirt aan?'

'Beter van niet. Ik zal de behandeltafel even goed zetten, dan kun jij alvast gaan zitten. Ik zet hem niet te laag, zodat jij makkelijk overeind kunt komen.' Trees stelde het goed af en zorgde ervoor dat Sjeng makkelijk kon gaan zitten. 'Dan ga ik nu even weg.'

Van de benen af zijn voelde goed, zo bemerkte Sjeng. Hij haalde rustig adem en sloot even de ogen. Heel snel deed hij ze ook weer open. Dat was niet prettig geweest.

'Alles goed?' vroeg Cas, die de schrikreactie, waarmee de jongen zijn ogen had geopend, heel duidelijk had opgemerkt.

'Ja. Ik ben moe.'

'Logisch. Een val heeft altijd impact. En in jouw geval gaat het om twee valpartijen, begrijp ik nu.'

'Ja. Weet niet wat ik heb vandaag.'

'Denk dat we dat soort dingen allemaal wel eens hebben. Alleen … met minder gevolgen.'

'Kijk,' meldde Trees zich weer, 'de schaar!

'Maar!'

'Het spijt me. Kan niet anders. Maar je krijgt er iets moois voor terug van me.'

Sjeng bromde wat en ging met hulp van Trees weer staan. Ze knipte het kledingstuk aan de voorkant van onder naar boven helemaal open. En toen kon het, net als zijn jas en shirt, heel gemakkelijk uit.

Trees bleef luchtig doen, maar dat wat ze had gezien op de rug van de jongen, verontrustte haar. Ze was gelukkig gewaarschuwd door Cas en had ervoor gezorgd dat er al voorwerk was gedaan. 'En dan heb ik voor jouw een nieuw jasje. Helaas alleen maar in deze kleur en in een maat die jou waarschijnlijk te groot is. Maar het gaat straks handig uit als de arts er is.'

'Lijkt wel een jurk!'

Trees schoot in de lach. 'Maar je krijgt het in elk geval niet koud. Heb het idee trouwens dat de jeugd van tegenwoordig het nooit koud heeft. Jij droeg in elk geval een shirt over je T-shirt. Mijn zoon draagt altijd en eeuwig alleen maar een T-shirt met korte mouwen. Zomer, winter, het maakt niet uit! Ben die is anders,' richtte ze zich tot Cas, 'die heeft echt een heel grote garderobe met heel verschillende dingen.'

'Vertel mij wat. Ik doe de was. Maar die hoeveelheid kleren van hem lijkt nog niet voldoende te zijn, want de laatste tijd leent hij shirts van mij.'

'Maar dat moet hem veel te groot zijn!'

'Is het ook, maar hij heeft er geen moeite mee. Moet ik wel bij zeggen dat hij het alleen thuis draagt dan.'

'Dat maakt verschil natuurlijk.' Ze hielp Sjeng in het nieuwe kledingstuk en voorzag hem daarna van een mitella. Op die manier zat er minder druk op zijn gekwetste schouder, zo legde ze hem uit. Ze zag hem twijfelen eerst. Maar daarna gaf hij aan dat het op precies dezelfde manier werkte als het ondersteunen van zijn arm. En daarin had hij helemaal gelijk. Gezien de blauwe plekken die zij had gezien, kreeg zij het idee dat de artsen de cliënt straks helemaal zou willen onderzoeken. 'Dan je broek?'

'Waarom? Het gaat om mijn schouder toch?'

'Wij zijn hier allemaal uiterst zorgvuldig. Gezien de blauwe plekken op je armen en rug, zullen de artsen je helemaal willen onderzoeken. Geen probleem toch?'

'Komt er meer dan één arts?'

Trees knikte en gaf daarna aan, enigszins bezijden de waarheid, dat het veel vaker gebeurde. Waarom het in dit geval zo was, lichtte ze niet toe en gelukkig vroeg Sjeng er niet naar.

Hij wilde niet moeilijk en werkte mee. Eerst maakte ze de veters van zijn schoenen los en deed die uit. Toen de riem los.

'Ben je afgevallen de laatste tijd?'

'Ja.'

'Veel?'

'Weet ik niet. Weeg me nooit.'

Toen Trees de riem had losgemaakt, was de broek een flink eind naar beneden gezakt. Vandaar haar vraag. Ze maakte de knoop van zijn broek los, rits naar beneden en toen helemaal uit. Vervolgens installeerde ze hem op het bed. Het bovenste gedeelte werd zo gezet dat hij kon zitten. 'Voelt het goed?'

'Ja. Zei net al tegen Cas dat ik erg moe ben.'

'Geen wonder! Dit soort dingen hakt er altijd goed in! Heel vaak wordt dat over het hoofd gezien. Twee dingen nu eerst. Heb je al iets van pijnstilling genomen?'

'Twee paracetamol.'

'Heel goed.'

'Maar wel kauwtabletten. Maakt dat iets uit?'

'Weet je de sterkte van die pillen?'

'500 milligram,' lichtte Cas toe.

'Is het nog te doen, of heb je het idee dat je nog wat nodig hebt?'

'Het gaat wel.'

'Je groot houden, is niet nodig. Als ik je vraag de pijn een cijfer te geven van één tot tien, waarbij één geen pijn en tien ontzettend veel pijn is, wat kies je dan?'

Even was er een herinnering. Zijn moeder had hem die vraag ook vaak gesteld als hij pijn had gehad. 'Acht.'

'Dat is veel te veel! Regel ik zo iets voor je.'

'Maar ik kan het niet slikken hoor!'

'Geen probleem. Hebben ze wel iets anders voor je en dat ga ik nu even ophalen. Ben zo terug.'

'Rennen ze hier altijd zo?' vroeg Sjeng toen Trees door de gordijnen was verdwenen.

Cas stond op van de stoel waar hij op was gaan zitten op en zette die dichter bij het bed. 'Ja. Ik ken haar heel erg goed. Het is hier vaak rennen of stilstaan. De werkzaamheden zijn hier nooit te plannen. Sommige mensen vinden dat prachtig! Houden van de uitdaging nooit te weten hoe je dag eruit zal zijn.'

'Zij ook?"

'Ja. Het houdt haar scherp, zegt ze altijd. En daar kan ik me wel iets bij voorstellen.'

'Is jouw beroep wel saai?'

'Nee. Heel afwisselend.'

'Maar ook gewoon ritjes naar het station dus.'

Cas schoot in de lach. 'Maar geloof me, met een passagier als mevrouw Beerenbroeck is zoiets nooit saai! Maar vertel eens … als je wilt … hoe zit dat met dat slikprobleem van jou?'

'Toen ik zes of zo was verslikte ik me een keer enorm in een appel. Ik hapte er een stuk vanaf en het schoot veel te snel naar binnen.'

'En in je verkeerde keelgat?'

Sjeng glimlachte. Biologisch gezien was het een verkeerde opmerking. Je had maar één keelgat, maar iedereen wist wat je bedoelde als je dat zo zei. 'Ja. Vreselijk benauwd gehad. Mijn moeder heeft me bij de benen gepakt, op de kop gehangen en me enorm op mijn bovenrug geslagen. Niet om … '

Zijn reactie kwam snel: 'Ik snap het helemaal. Ze wilde het stukje appel los zien te krijgen.'

'Ja. En dat lukte gelukkig. Maar vanaf dat moment hap ik nergens meer iets vanaf. Ben ik doodsbenauwd … '

Cas glimlachte om de woordspeling die Sjeng volgens hem niet expres had gemaakt.

'… dat ik me weer verslik.'

'Als ik zeg dat het een trauma geworden is, druk ik me dan goed uit?'

'Ja. En echt … mijn moeder heeft me zelfs mee genomen naar een kinderpsycholoog hoor, maar … dat werkt allemaal niet bij mij.'

'Moet heel vervelend zijn, voor jou.'

'Hmm. Het heeft consequenties.'

'Maar het tijdig aangeven, maatregelen nemen zoals jij doet, werkt dus wel voor jou.'

'Dat wel. Maar ik ben altijd degene die raar aangekeken wordt als ik met anderen pizza ga eten bij de Domino's en ik als enige om een vork en mes vraag. En ze weten waarom ik het doe, maar toch steeds weer die blikken.'

'Goed dat je je daar niet aan stoort, Sjeng! En verder nog aanpassingen voor jou wat betreft dat slikken?'

'Ik bestel samen met Lianne altijd een halve pizza. Beiden nemen we daar dan een helft van. Zij omdat ze vanwege haar gewicht niet te veel naast de maaltijden wil eten en ik omdat ik dan net zo snel klaar ben als de anderen. Snel eten doe dus ik niet. Ik kauw alles heel zorgvuldig en eet met kleine hapjes.'

'Lekker lang tafelen dus met jou!' merkte Cas op met een lachend gezicht in de hoop het wat luchtig te kunnen houden.

'Niet iedereen vind dat leuk.'

'Sorry. Ik ga misschien wat te snel voorbij aan jouw probleem.'

'Doet er niet toe. Het is mijn probleem.'

'Maar wel iets waar anderen rekening mee moeten houden toch?'

'Mijn oma doet dat wel. Mijn vader minder. Die heeft altijd haast als we al samen eten. En dan … '

'Laat hij jou dan alleen aan tafel zitten?' Cas zag het knikken en schoot vol. Die kerel …

'Je medicijn!' meldde Trees zich weer en gaf Sjeng een klein bekertje met daarin wat vloeistof. 'De smaak is niet echt lekker, maar inslikken gaat wel makkelijk.'

'Dank je.' Sjeng dronk het kleine bekertje leeg en trok een enorm vies gezicht. 'Nondedju!'

'Ik had je gewaarschuwd. Mocht de pijn weer toenemen, waarschuw dan meteen. Ik heb een fles van een liter meegekregen, dus je kunt even vooruit.'

'Echt?'

'Nee, jongen, ik maakte een grapje.' Trees haalde een computer op wielen, trok een stoel aan en stelde het apparaat zo in dat ze erbij kon gaan zitten. Even van de benen was goed voor haar. Ze stopte haar kaartje in een gleuf om zich te identificeren. 'En dan ga ik nu even je gegevens bekijken en je de nodige vragen stellen. Oké?'

Zeggen dat het niet goed zou zijn had geen zin, vermoedde Sjeng. Bovendien zou het dan nog langer duren voor hij hier weg was.

'Je bent niet vaak klant in het ziekenhuis geweest,' zei ze toen tegen Sjeng.

'Wanneer ben ik hier geweest dan?' Sjeng vond het vreemd dat hij hier medisch gezien bekend was.

'Zestien jaar geleden voor het eerst. Toen werd je hier geboren.' Snel las ze verder. 'En daarna een paar keer voor bloedonderzoek, en driemaal een bezoek aan de oorarts.'

Hij wist waarom zijn moeder ervoor gekozen had om in het ziekenhuis te bevallen. "Met zoveel familie om je heen," had ze gezegd, "was er gewoon geen andere keuze mogelijk." En dat had hij altijd een heel mooie uitspraak gevonden. Dat familiegevoel had hij ook opgemerkt op het laatst. Dat laatste bloedonderzoek was nog niet zo lang geleden geweest. Zijn huisarts had daarop aangedrongen. Alles was goed geweest. De andere data in de computer zeiden hem niets. Zeker die bezoeken aan een oorarts niet. 'Kun je zien waarom ik naar die oorarts moest?'

'Ik kijk even. Ja, zie het al. De verschillende kleur van je kijkers kan veroorzaakt zijn door een erfelijke ziekte. Het heet het syndroom van Waardenburg. En dat heeft nogal eens slechthorendheid en doofheid tot gevolg. Je moeder heeft daar onderzoek naar laten doen.'

'Het is wel erfelijk. Mijn opa van moeders kant had het ook. En zijn opa ook. Een van mijn voorouders werd Guus Twee-Oog genoemd. Dus …'

'Die erfelijkheid lijkt me dus wel bewezen. Maar dat syndroom kon echter niet aangewezen worden. Jouw opa, die ook Johannes heette officieel, is toen ook onderzocht.' Zo had ze gelezen inmiddels. 'Die bril staat Ben heel goed, Cas!'

'Ja! Vind ik ook. Mag ook wel, want het duurde enorm lang voor hij zijn keuze had gemaakt.'

'Merkt hij al verschil?"

'Yep. De eerste dagen klaagde hij over "trekken aan zijn ogen", maar daar was hij voor gewaarschuwd. De dagelijkse hoofdpijn heeft hij gelukkig niet meer.'

'Beter! En jij bent dus goed gezond geweest in al die jaren!'

Sjeng begreep dat het laatste weer tegen hem gericht was. 'Blijkt'

'Wanneer heb je voor het laatst gegeten, Sjeng?'

'Vanmorgen. Ontbijt.''

'Daarna niets meer?'

'Nee.' En vervolgens kwam er een flink aantal vragen voorbij. Ze vroeg hem naar medicijn-, alcohol- en drugsgebruik. Of hij misselijk was geweest. Of hij had overgegeven. Of hij duizelig was geweest. Hij antwoordde, schudde of knikte met zijn hoofd als antwoord op de vragen.

'Standaardvragen, Sjeng. En ik moet ze allemaal invullen tenzij ik gewoon weet dat het in jouw geval onzin is.'

'Zoals?' wilde hij dan toch wel weten.

'Bijvoorbeeld de vraag of je zwanger bent.'

Sjeng schoot in de lach.

'Goed om je te zien lachen, jongen! Maar dat soort vragen heb ik dus gewoon overgeslagen. Niet omdat jij het bent, maar ik wil cliënten met zo'n vraag gewoon niet lastig vallen. Sommige collega's werken gewoon de hele anamnese af en dat is prima natuurlijk, maar ik doe het anders.

'Beter, lijkt me.'

'Ik weet het niet. Zij houden zich keurig aan het protocol, ik wil dat nog wel eens iets aanpassen. Nog een paar en dan zijn we klaar.' Ze kreeg de antwoorden en verwerkte deze laatste informatie in de computer. En dan moest ze toch nog die allerlaatste vragen stellen om duidelijkheid te verkrijgen. Ze moest dat ene zeker weten, opdat er vervolgstappen gezet zouden kunnen worden als de artsen het met haar eens waren. 'Sjeng, het is gebruikelijk dat we een verantwoordelijke volwassene informeren als hun kind hier terecht komt.'

'Ik wil niet dat je mijn vader belt!' klonk het ontzettend fel.

'Als alternatief zag ik een ander nummer. Dat is het nummer van je oma zo weet ik, maar zij is niet aanwezig op dit moment.'

'Zij heeft vakantie en alsjeblieft, bel haar ook niet. Zij … die vakantie is belangrijk voor haar en als je haar gaat bellen, zal zij zich vreselijk ongerust maken en … alsjeblieft.'

'Zijn er andere familieleden?'

'Die zijn er. Maar … tegelijkertijd ook niet.' Hij legde uit wat hij bedoelde. Aan zijn moeders kant waren er een oom en tante, een oudere broer en zus van zijn moeder. Er was al jarenlang gedoe in de familie om het een of ander.

'En dat is dus ook geen goede oplossing,' besloot Trees. 'Ik weet voldoende, Sjeng. Het spijt me dat ik dat laatste vragen moest. Ik ga kijken waar de arts blijft.'

Lucky Eye
Berichten: 190
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 16:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 222 keer
Bericht Re: BRENG LICHT IN HET DONKER door Lucky Eye » woensdag 23 december 2020 06:30

Hoofdstuk 3

'Dat laatste was vervelend, nietwaar?' opende Cas het gesprek.

'Ja. Familie zou leuk moeten zijn. Toch?'

'Ja. Maar zo werkt het helaas niet altijd. Het is niet altijd een garantie dat het leuk is.' En dat wist hij zelf maar al te goed. 'Wel aangeven als er iets is, nog meer is, hè!' zo maande Cas de jongen. 'Ze zijn hier ontzettend knap, maar gedachtelezen hoort niet bij de opleiding.'

'Doe ik. Euh … als het echt noodzakelijk is dat er een volwassen verantwoordelijke gebeld moet worden, dan zouden ze kunnen bellen met Matthieu van Houthem.'

'En wie is dat?' Cas kreeg te horen dat het de adviseur van Sjeng en zijn oma was, de man die hen begeleid had na het overlijden van zijn moeder en dat nog steeds deed, omdat Sjeng nog niet meerderjarig was. Matthieu was daartoe bij testament aangewezen.


* * *


Met haar hoofd vol gedachten liep Trees weg. Dit soort zaken vond ze altijd vervelend. Ze wist echter ook dat ze het niet te persoonlijk moest maken. Iets dat ze bij haar opleiding had geleerd, maar dat lang niet altijd makkelijk was. En zeker niet in dit geval. Nog maar net buiten de gordijnen zag ze de deur aan het eind van de SEH opengaan en Rinze Wiltinghe en Anne Terpstra al pratende binnenkomen. Dit keer hield ze zich wel aan dat wat ze geleerd had: artsen die overlegden moest je niet storen. En dus ging ze weer terug. 'Ze zijn onderweg!' zei ze en ging alvast weer achter haar computer zitten. Ze kende beide artsen erg goed. Anne al heel wat jaren. Ze waren zo'n beetje tegelijkertijd begonnen hier in het ziekenhuis. En Else was altijd de derde in hun clubje geweest. Samen hadden ze opleidingen gevolgd die verplicht waren voor iedereen, in de ondernemingsraad gezeten – iets dat Anne inmiddels voor de zoveelste keer (met steeds een aantal jaren pauze) deed – en met Anne had zij ook de afscheidsdienst in het ziekenhuis samen met anderen voor Else georganiseerd. Rinze en zij hadden tijdens een enorm saaie nachtdienst heel goed met elkaar gepraat en daarbij vertrouwelijkheden uitgewisseld, gewoon omdat dat er toevallig van was gekomen. Ze wist van hem dat hij in zijn jeugd ernstig gedoe had gehad met zijn strenggelovige vader. Zo erg dat hij toen hij eenmaal achttien was diens achternaam – Van der Weide – had ingeruild voor die van zijn moeder. Zij had hem op haar beurt verteld over haar moeite met de scheiding en de problemen met Hugo tijdens zijn jeugd. Rinze had zes jaar gestudeerd hier. Eerst drie jaar voor de specialisatie huisarts en toen hij dat had afgerond en nergens in de buurt een praktijk had kunnen krijgen er nog eens drie jaar aan vastgeknoopt voor de studie spoedeisende geneeskunde. En daarin had hij wel meteen een baan gevonden. Hij was niet alle dagen op de SEH aanwezig. Hij zat in de ondernemingsraad – door toedoen van Anne, gaf les aan de universiteit en adviseerde de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) over de opleiding tot SEH-arts. De artsen waren verschillend. Van Anne wist ze dat die altijd voortvarend te werk ging. Rinze was op dit moment de behandelend arts en zou het gesprek aan het bed en met haar straks beginnen, maar die startte altijd wat langzaam op. En daarom verbaasde het haar ook niets dat Anne het gordijn opzij trok en meteen begon te praten. Maar … dat Rinze ook meteen een opmerking – bijna identiek aan die van zijn oudere collega – plaatste was wel opmerkelijk.

'Hé, ken ik jou?' vroeg Anne.

'Hé, jou ken ik!' reageerde Rinze toen hij de jongen op de behandeltafel zag en herkende.

'Ja!'

'Als ik zeg dat het leuk is om jou te zien, dan sla ik een flater en dus doe ik dat niet,' grapte Rinze, terwijl hij Sjeng de linkerhand schudde.

'En ik? Hoe zit het met mij,' drong Anne aan.

'Ik weet het niet, mevrouw!' Maar … toch twijfelde Sjeng. De vrouw kwam hem heel bekend voor ineens.

'Leg uit, Rinze!'

'Euhh … oké … corrigeer me als ik het fout heb, Sjeng, want het is nogal verwarrend. Mijn schoonmoeder … '

'Schoonvader,' sprak Sjeng met een glimlach.

'Verdorie! Meteen al fout! Mijn schoonvader en de opa van Sjeng, die al niet meer leeft helaas, zaten vroeger samen op school. En de vriendschap tussen mijn schoonouders en de oma van Sjeng is steeds gebleven. Zo'n twee keer per jaar komt Truu naar Euverem en dan komt Sjeng vaak mee.'

'Ja. En ik ga dan vaak met Matthieu, de zwager van Rinze, een eind wandelen.'

Trees herkende de naam van de zwager van Rinze en moest glimlachen. Matthieu van Houthem was haar advocaat geweest, destijds bij de scheiding. Hij was haar aangeraden door Else. Zij kende hem al van jongs af aan. Ooit had zij verteld dat ze verliefd op elkaar geweest waren. Er was echter niets van gekomen.

'Het is heel mooi daar,' mengde Cas zich in het gesprek.

'Ja. Ontzettend mooi!'

'Oké, ga ik me nu toch nog voorstellen. Ik ben Anne Terpstra. Friezin van geboorte, maar via mijn studie verzeild geraakt in deze mooie provincie en hier blijven hangen. Gebeurt vaker. Rinze komt oorspronkelijk uit Overijssel en is hier ook verdwaald geraakt en nooit meer weggegaan. Rinze is op dit moment je behandelend arts. Maar dat kan wijzigen, als wij dat nodig achten. Ik heb tijdens de ontstane consternatie inmiddels op het scherm gekeken en weet nu dat ik je echt ken. Trees ook trouwens.'

Sjeng keek op. Zij had er niets van gezegd.

'Jouw moeder was onze zeer gewaardeerde collega Else Soet. Vandaar die trekken die ik meende te herkennen. Er zijn duidelijke overeenkomsten tussen jou en je moeder, Sjeng!'

'Ja. Dat klopt.' Hij had het vaker gehoord. 'Mijn moeder werkte hier vroeger als kinderarts.' En hij wist ook weer waar hij Anne van kende.

Bij binnenkomst van de artsen had Cas plaats gemaakt bij het bed, maar zag van enige afstand toch heel duidelijk hoe de onderlip van de jongen getrild had toen hij dat vertelde. Shit! Zo jong nog en dan al … meteen moest hij denken aan …

'Je moeder was een geliefd collega, Sjeng. Neem dat van mij aan. Weet je dat er zelfs een plein hier in het ziekenhuis naar haar genoemd is?'

De jongen wist het, maar gaf aan dat hij totaal niet meer wist hoe het eruit had gezien. Ook dat er destijds gedoe om was geweest, kon hij zich herinneren. 'Ik weet het. Ben er geweest met mijn oma.'

Een herinnering schoot door Anne haar hoofd. De uitnodiging was destijds in eerste instantie naar de vader van Sjeng gegaan. Die had eerst niet gereageerd. Later toen de hoofd van de afdeling gebeld had, had hij te horen gekregen dat Johannes Wilhems geen tijd had. In overleg hadden ze toen besloten om de moeder van Else uit te nodigen en die had Sjeng gelukkig meegenomen.

Nog steeds bestudeerde Cas het gezicht van de jongen. Hij had iets nieuws gezien: boosheid? Het was geweest voordat hij zijn woordelijke reactie was begonnen.

'Hoe gaat het met je vader en met jou?'

'Met hem wel goed, denk ik. Met mij minder anders was ik hier niet.'

'Duidelijk antwoord, jongen! Met andere woorden "Hup! Aan het werk!" Gaan we. Rinze, jouw cliënt!'

'Op het blote oog is al te zien dat je schouder uit de kom is,' begon de SEH-arts.

Voor de zoveelste keer hoorde Sjeng dit nu en er ontstond enige wrevel bij hem. Waarom schoten ze niet op! 'Kunt u dat niet gewoon op z'n plek terugduwen, dan kan ik naar huis.'

'Zo werkt dat niet. Dit zal volgens onze normale procedure behandeld worden. Trees heeft je eerst een lijst met vragen gesteld. Nu gaan dokter Terpstra en ik het lichamelijk onderzoek uitvoeren. Die twee samen zorgen voor eventueel nader onderzoek en in geval van een schouder uit de kom hoort daar in elk geval het maken van een röntgenfoto bij. Dus … zomaar terugduwen … daar doen we niet aan. Bovendien hebben we voor dat terugduwen specialisten in huis op dit moment. En geloof me, zij kunnen dat veel en veel beter dan dat ik dat kan. Heb dat wel geleerd, maar … als er een specialist in huis is, maak ik daar graag gebruik van. Hou er rekening mee dat je hier nog wel even bent. Aan haast doen we hier niet.'

'Met haast,' zo nam Anne de draad van het verhaal over, 'heb je kans dat wij dingen over het hoofd zien en daar heb jij niets aan. Voor er ook maar iets gedaan wordt met schouder en arm willen we bijvoorbeeld weten of er iets beschadigd is.'

'Wat kan er beschadigd zijn?'

Rinze noemde het op: 'Drie dingen: de kom van je schouder, de kogel van je bovenarm, of beide. Je kent de termen?'

'Ja. Heb ik gehad met biologie.'

'Een model halen is dus niet nodig?'

'Nee.'

'Jammer,' was Anne van mening, 'had gezien dat ons skelet magere Hein in de buurt was. Maar … Rinze, ga alsjeblieft verder.'

Wiltinghe vond het absoluut niet erg om met Anne samen te werken. Hij wist inmiddels wat haar werkwijze was. Die kwam neer op veel praten. Daarmee wist ze heel vaak te voorkomen dat een cliënt in paniek raakte. 'Ik zag in de computer dat je polsen, onderarmen en rug ook blauw zijn. Hoe is dat gekomen?'

'Van de trap gevallen.' Had Trees dat er niet bij kunnen zetten!

'Goed. Gaan Anne en ik nu zelf kijken? Trees wil je die jurk even losmaken?'

Sjeng moest lachen, omdat hij het ook een jurk had genoemd.

'Die dingen hebben ze maar in één maat hier volgens mij.'

'Nee, er is ook een kindermaatje, dokter, maar dat zou voor Sjeng een naveltruitje opgeleverd hebben.'

'Niets mis mee, toch?' vond Anne.

'Dokter!' riep Trees gespeeld geschrokken uit.

Ze deden hun best om het allemaal niet al te zwaar te maken, zo begreep Sjeng. Beide artsen trokken handschoenen aan en namen de tijd voor het lichamelijk onderzoek. Ze keken niet alleen, maar voelden af en toe ook met hun vingers op de zich al blauwkleurende huid van zijn onderarmen. Aan zijn rug – waarvoor hij even helemaal rechtop moest gaan zitten en iets voorover buigen – besteedden ze de meeste tijd. 'Nondedju!' vloekte hij een paar maal toen ze naar zijn mening iets te hard op zijn ribben drukten. Ook zijn benen bekeken ze en ook daar waren diverse blauwe plekken te zien.

'Knoop maar weer dicht, Trees,' gaf Rinze te kennen. 'Sjeng, omdat wij elkaar te goed kennen, lijkt het mij het beste dat dokter Terpstra de verantwoordelijkheid voor jouw behandeling op zich neemt. Mee eens?'

'Ik vind het goed.' Hij wilde hier weg. Moest hier weg!

'Ik hoop dat de resultaten van de onderzoeken goed mogen zijn en laat me in elk geval informeren.'

'Rinze?'

'Ja?'

'Dat wij elkaar goed kennen … dat hoeft toch niet te betekenen dat … anderen in jouw familie dit te weten komen. Toch?'

'Dat heet vertrouwelijkheid, Sjeng. Van dat wat ik hier meemaak, vertel ik thuis niets. En als ik wel iets vertel is het zodanig dat niemand kan herleiden om wie het precies gaat. Wees gerust.'

'Dank je!'

'Hé, ga ik! Sterkte!' Ter afscheid schudde hij de hand van de jongen.

'Niet te ver weggaan, Rinze! Straks nog even overleg,' fluisterde Anne hem in het voorbijgaan toe. 'Oké, Sjeng! Neem ik het over. Schrijf je mee op de computer, Trees? En alles met voorrang, alsjeblieft!'

Sjeng hoorde een aardige lijst voorbijkomen, was verbaasd en bracht dat meteen onder woorden. 'Is alleen een foto voor die schouder uit de kom niet voldoende? Dit duurt … '

'Heb je een dringende afspraak, jongeman!'

'Nee. Dat niet.'

'Dan doen we het zoals ik wil. Jij bent hier nu mijn cliënt. Ik ben verantwoordelijk. En ik wil dat jij goed onderzocht wordt. Als ik je hier snel wegstuur en jij krijgt in de loop van de avond ergens last van dat ik niet onderzocht heb, krijg ik het op mijn kop. En dat risico,' haar wijsvinger ging in de lucht en priemde ze daarna in de richting van Sjeng, 'want het is een gevaar voor jouw gezondheid begrijp dat goed, wil ik niet lopen! Begrepen!'

'Ja. Het spijt me.' Sjeng voelde de tranen branden achter zijn ogen. Zijn onderlip trilde.

'Ik bedoel het niet verkeerd, Sjeng. Ik wil alleen maar heel erg zorgvuldig zijn. Geen enkel risico lopen met jouw gezondheid die waardevol is.'

'Ja. Ik begrijp het.'

'En bovendien mats ik je ook nog eens, want die voorrang bij alle onderzoeken is geen standaardprocedure. Als alles achter de rug is, krijg ik daarvan een melding en dan kom ik terug. Is dat goed?'

Sjeng knikte.

'Tot straks dan! Als je klaar bent, Trees, kom je dan even naar de koffiekamer?'

Vlot tikkend op haar computer bracht Trees de laatste instructies in en verstuurde ze. Nu was het afwachten hoe snel alles in werking gezet zou worden. 'Ben even naar Anne!' gaf ze aan en verdween. De koffiekamer was achter het kantoortje van Marleen. Zij had Rinze en Anne inmiddels voorzien van koffie en vroeg Trees of zij ook iets wilde drinken. Trees gaf aan niets te willen gebruiken en bedankt Marleen.

'Bedankt, Trees, voor die waarschuwing vooraf,' opende Rinze.

'Graag gedaan. Ik had het idee dat zoiets voor jou wel eens moeilijk zou kunnen zijn.'

'Is het ook. Altijd weer, maar ik kan het wel een plaats geven in de regel. Nu … dit keer … is dat lastiger, omdat ik Sjeng ken. Persoonlijk ken. Maar dat geldt voor jullie natuurlijk ook. Vandaar ook mijn keuze om niet zijn behandelend arts te zijn.'

'Inderdaad goed, Rinze. Maar … anders … gezien de link met Else, had ik dit ook naar mij toe getrokken. Maar … terug naar dit geval. Ik neem aan dat jij het met mij eens bent dat deze kwetsuren absoluut niet afkomstig zijn van een val van een trap.'

'Ben ik met je eens.' Het was goed om het weer "zakelijk" te maken, vond Rinze. 'Een val van een trap levert andere verwondingen op,' en vervolgens noemde hij een rijtje op.

'Mee eens, Trees?' vroeg Anne naar de mening van de verpleegkundige.

'Helemaal! Maar nu?'

'Heb jij de procedure eerder bij de hand gehad, Rinze?'

'Zijdelings. Maar nooit helemaal. Wel ooit eens nagespeeld tijdens de opleiding, maar niet in de praktijk dus.'

'Dan gaan wij dat straks samen afhandelen. Dat moet tegenwoordig via de manager SEH. Dus dan gaan wij naar De Haan.'

'Die is er niet, meer,' bracht Trees haar in herinnering.

'Vervangen door Derk Petersen,' vulde Rinze aan.

'Knappe man?'

'Waar jij al niet aan denkt zeg!'

'Nou?' drong Anne aan terwijl ze haar twee collega's aan bleef kijken.

'Ja. Het is een knappe man,' gaf Trees dan toch antwoord. 'En hoewel ik eigenlijk niet wil oordelen, kun je met hem beter samenwerken dan met zijn voorganger. Hij luistert tenminste en is bereid dingen van mensen op de werkvloer aan te nemen.'

'Goed dat ze De Haan vervangen hebben dus.'

'Ja. Die verziekte op het laatst zowat alles,' kwam ook Rinze met zijn mening.

'Ik wil voorstellen dat Sjeng opgenomen wordt in een gezin. En … ik zou het ontzettend graag zelf willen doen, ma… '

'Doe je dat vaker?' vroeg de SEH-arts verbaasd.

'Ja. Een paar keer per jaar, zo ongeveer. Maar … weet je wat, Rinze, als jij nou eens die nieuwe informeert, dan voeg ik me zo snel mogelijk bij jullie.'

Rinze vond het prima, groette beiden en stapte op.

Toen de dames met z'n tweeën waren, opende Trees met een vraag: 'Wat is er trouwens met die doos gebeurd destijds?'

'Tja … daar vraag je me zowat. Ik weet het niet. Zal ik eens rondvragen?'

'Doe dat.'

'Maar wat ik je verder nog wilde zeggen en vragen,' en vervolgens ontspon er zich een lang gesprek tussen de twee vriendinnen.



Hoofdstuk 4

Toen Trees terug kwam, was een laborante net bezig bloed af te nemen bij Sjeng. Ze zag dat hij zijn blik had afgewend. Verstandig. Als je niet goed tegen zoiets kon, moest je er zeker niet naar gaan kijken. Ze ging naast Cas zitten en duwde met haar schouder tegen de zijne. 'Ze zijn vlot!'

'Ja. Je was nog maar net weg toen zij al kwam.'

'Waarschijnlijk in de buurt geweest voor een ander klusje en dan gaat het in één moeite door, in plaats dat ze eerst weer teruggaan naar het lab. Wil jij hem straks helpen met plassen?'

'Ik?'

'Ja. Jij!'

'Moet je me wel uitleggen hoe dat moet, want er zal wel iets bijzonders moeten gebeuren toch?'

'Yep. Zolang er nog geen uitslagen zijn, hebben we liever dat hij blijft liggen, of half zitten zoals nu. En dus moet hij in een urinaal plassen.'

'Oh!'

'Ken je het?'

'Ik weet wat het is. Maar …'

'Wat nou!'

'Zoiets zou ik echt niet kunnen.'

'Waarom niet?'

'Ik heb neerwaartse druk nodig. Anders kan ik echt niet plassen.'

'Flauwekul!'

'Tja … noem het maar zo, maar zo werkt het wel voor mij.

'Ze zijn heel praktisch gevormd. Werkt echt goed hoor!' Ze keek naar Cas en zag nog steeds dat gezicht met de vele vraagtekens. 'Weet je, ik haal er één op.' Ze stond op en verdween.'

'Klaar!' gaf de laborante aan nadat ze een watje op het kleine wondje, dat ze gemaakt had, had gedrukt en dat had vastgezet met een stukje Leukopor. Ze haalde de band rond Sjengs bovenarm eraf. 'De uitslag krijg je straks van je arts. Tot ziens, Sjeng!'

'Bedankt, mevrouw.' Hij wachtte even tot ze met haar karretje door de gordijnen verdwenen was en vroeg toen: 'Moest Trees alweer weg?'

'Ja. Ze haalt een urinaal voor je.'

'En dat is?' klonk het uit de mond van Sjeng en Cas – iets wijzer nu – kon het hem uitleggen.

'Maar zoiets lukt me echt niet!'

'Waarom niet?'

'Neerwaa… '

Cas begon hardop te lachen.

'Wat heb jij nou!'

Hij legde uit wat hij met Trees had besproken en dat zij het probleem absoluut niet snapte. 'Misschien werkt het bij vrouwen net iets anders als bij mannen,' gaf Cas als mogelijke verklaring.

'Maar … het zal natuurlijk best voorkomen dat mannen en jongens hier langer moeten blijven en dan … nou ja … in zo'n urinaal moeten plassen, omdat ze niet uit bed mogen.'

'Kwestie van oefenen? Wennen?'

Toen Trees terug kwam, zag ze dat beiden hun schouders ophaalden. 'En waar zijn de heren het over eens?'

'Als eerste dat we allebei neerwaartse druk nodig hebben bij het plassen. Ten tweede dat het waarschijnlijk een kwestie van oefenen is, omdat we begrepen dat het voorkomt dat cliënten van het mannelijk geslacht soms hun bed niet uit mogen en dan toch zo'n urinaal moeten gebruiken.'

'Yep. Dat laatste daar ben ik het mee eens. Ik leg het uit.'

'Maar… ' protesteerde Sjeng.

'Straks ga ik wat anders doen. Cas helpt je. Ik leg het alleen maar uit.'

Dat voelde als een hele opluchting voor Sjeng. En tegelijkertijd vond hij het kleinzielig. Waarom zou hij zich niet laten helpen door een verpleegkundige? Een vrouw in dit geval?

'Deze urinaal heeft platte kanten. Op één van die kanten leg je hem tussen je benen,' deed ze voor. 'Zo kan hij niet wegrollen. Vervolgens plas je via de opening in de fles. Makkelijk toch?'

'In theorie wel,' mopperde Cas. 'De praktijk moet het nog bewijzen.'

'Wellicht is het het makkelijkst als je op je linker zij gaat liggen, Sjeng, maar op je rug kan het ook.' Ze legde Cas uit hoe hij de behandeltafel kon verstellen. Kozen ze voor de zijligging dan moest die zo plat mogelijk en anders kon hij in deze stand blijven staan. 'Staan mag in elk geval niet, omdat de uitslagen nog niet binnen zijn. Begrepen?'

'Ja.'

De pieper van Trees maakte een soort van alarmgeluid en ze stoof weg, nadat ze Cas de urinaal in zijn handen had gedrukt.

'Wat was dat?'

'Spoedsituatie, denk ik'

Achter het gordijnen hoorden ze rennende mensen en opdrachten die gegeven werden.

'Niet aan denken, Sjeng, laten wij ons bezig houden met onze taak.'

'Ga je gang, hulpverpleegkundige!'

'Kijk, een nieuwe carrière voor mij! Zou mijn moeder toch nog trots op me zijn … wellicht.'

Sjeng keek vreemd op. Het had heel wrang geklonken. Moest hij ernaar vragen? Beter van niet misschien.

'Oké,' zo begon Cas terwijl hij zichzelf hardop instructies gaf, 'welke stand gaan we proberen.'

'Eerst maar deze,' was de jongen van mening, 'dan kunnen we die tafel laten staan zoals die staat. Maar … misschien wel beter om mijn short helemaal uit te doen.'

'Hoezo?'

'Ik wil niet het risico lopen dat die nat wordt! Stel je voor dat wij beiden onhandig zijn en dat het misgaat. Dan … '

'Ik begrijp het. Goede keuze van jou, Sjeng!' Toen de strakke boxer uit was, ging Cas verder. 'Oké. Dan nu de urinaal. Met de platte kant,' er zaten aan deze uitvoering wel drie platte kanten, 'op de behandeltafel en de slurf in de richting van je kruis.'

'Shit! Wat een gedoe zeg! Kijk dan! Dat zit toch niet op dezelfde hoogte!'

Cas keek en zag het probleem. 'Dan probeer ik de andere platte kant.' Nu lag de ingang lager in elk geval, zou de jongen niet omhoog hoeven te plassen, maar hij kon zich heel goed voorstellen dat het niet lekker lag. Ze keken elkaar aan en schoten in de lach.

'Dit werkt niet, Cas! Echt niet!'

'Proberen we het op die andere manier.' Eerst stelde Cas de tafel bij. Daarna hielp hij Sjeng op zijn linker zij. Diverse keren klonk het "nondedju" uit zijn mond. Bewegen deed hem pijn, zo begreep Cas maar al te goed. Toen de beweging uitgevoerd was, plaatste Cas de urinaal. Dat leek een stuk beter. Moest makkelijker zijn.

Sjeng deed zijn best. Maar … het wilde niet echt lukken. Zijn blaas was vol genoeg. Dat voelde hij heel duidelijk. Maar … het kwam gewoon niet.

'Geef het even tijd. Probeer je te ontspannen,' probeerde Cas om daarna zijn mond te houden. Hij draaide zich even om, zodat de jongen toch wat privacy had.

'Het werkt niet, Cas! Ik moet hoognodig, maar … het lukt gewoon niet.'

'Dan gaan we smokkelen. Niet aan Trees vertellen!' Hij gaf zijn instructies. Stelde de behandeltafel weer zoals hij eerder had gestaan en toen hielp hij Sjeng zodat deze op de rand van de tafel kwam te zitten. Vervolgens de behandeltafel zo laag dat hij met de voeten op de vloer kon staan, maar wel met voldoende steun onder zijn billen. 'Ik hou de fles eronder,' zei Cas terwijl hij op zijn knieën op de grond ging zitten, 'en jij doet je ding. Oké?'

'Ja.' Tot zijn grote opluchting – want zijn blaas zat echt best vol – lukte het toen wel. 'Wauw! Dat lucht op.' Voorzichtig schudde hij zijn piemel af tegen de rond van de urinaal.

'Kijk eens, missie geslaagd!' sprak Cas opgewekt terwijl hij in de benen kwam. Hij zette de gevulde plasfles weg. 'Short weer aan?'

'Ja.'

Cas hielp en allengs de klus had hij het idee gekregen dat er tussen hem en Sjeng een band was ontstaan. Dat voelde goed. En natuurlijk berustte die binding ook op een samenzweerderig iets: ze hadden de voorschriften mooi aan hun laars gelapt!

'Dank je, Cas. Zonder jouw hulp zou het nooit gelukt zijn.'

'Misschien zijn verpleegkundigen handiger dan ik ben, maar … voor mij geldt het resultaat.'

'Voor mij ook!'

Cas ging weer zitten en nog maar net met zijn achterste op de stoel, meldde er zich iemand die de urine kwam ophalen.

'Zo gaat ie goed,' was Sjeng van mening, 'onderzoek twee ook in gang gezet.'

'Nog een paar te gaan, jongen, en dan ben je er vanaf.'

'Ja … als er niets bijzonders is in elk geval.'

'Ga ik vanuit.'

'Waarom?'

'Omdat ik het gevoel heb dat jij je aardig goed voelt. Nou ja … merk wel dat je pijn hebt bij het bewegen en zo.'

'Ja. Mijn rechterarm boven bij de schouder doet het meeste pijn. En er is inderdaad overal spierpijn. Mijn ribben zijn aan de achterkant ook heel pijnlijk.'

'Geen wonder na twee valpartijen! En die spierpijn zul je morgen bij het uit bed komen ook opmerken. Als we straks klaar zijn, waar moet ik je dan heen bre… '

'Foei! Dat was even pezen! Een aanrijding op de rondweg in dichte mist.'

'Mist? Daar was eerder geen sprake van!'

'Schijnt plotseling opgekomen te zijn. Heeft ons twee zwaargewonden die inmiddels voorbereid worden voor de OK en een paar lichtgewonden bezorgd. En bij jullie alles goed gegaan?'

'Geplast en het is inmiddels opgehaald,' gaf Sjeng aan.

'Dus toch gelukt? En geen probleem vanwege die niet aanwezige neerwaartse druk?'

'Geen enkel probleem,' loog Sjeng, 'Kwestie van ontspannen en vervolgens goed concentreren.'

'Kijk eens, Cas! Neem een voorbeeld aan die jongen!'

'Ja. Zal ik doen, Trees.'

Trees zag de knipoog die de twee met elkaar uitwisselden niet omdat ze, uit gewoonte, tijdens het praten alweer met iets anders was begonnen en op het scherm van haar computer had gekeken. 'Ah, je wordt zo opgehaald voor de andere onderzoeken.'

Een man van de "transportafdeling" – zo noemde hij het zelf – kwam en stelde zich voor als "Rob". Trees hielp hem met het omhoog brengen van het "hekwerk" links en rechts en zorgde nog voor een deken. Daarna reed hij Sjeng weg.

'Tot straks!' zo nam hij afscheid.

'En?' vroeg Trees toen ze wist dat de jongen op geruime afstand was.

'Shit! Best lastig. Hij houd zich heel erg goed.'

'Ja. Bewonderenswaardig goed.'

'Maar zo … moeilijk in het begin. Hij had zoiets … tja … onverschilligs over zich. Hij wilde zich absoluut niet laten helpen na die val van de muur. Wilde ook niet hier naartoe en toen ik hem wel zover kreeg, mede door het aandringen van mevrouw Beerenbroeck, toen moest ik hem garanderen dat hij hier niet zou hoeven blijven. Kon ik natuurlijk niet!'

'Natuurlijk niet.'

'Maar … nou ja … uiteindelijk is hij na die preek van die arts bijgedraaid, zo heb ik het idee.'

'Ze is goed. Kan heel fel uit de hoek komen, maar relativeert dat nadien meteen weer door haar zorg om de cliënt tot uitdrukking te brengen.' Even zwegen ze beiden. Voor hen was het even op adem komen. Toch verbrak Trees de stilte snel. 'Er is nog niets dat je moet weten.' Ze sprak heel lang. Probeerde alles zo goed mogelijk uit te leggen, vanaf zijn twee telefoontjes tot en met het afsluitende gesprek met Anne en Rinze. Het tweegesprek met Anne noemde ze niet. 'En dat is dus onze gezamenlijke conclusie.'

'Geen twijfel mogelijk?'

'Nee. Een val van een trap is anders. De verwondingen zijn dan anders. Laat ik het zo zeggen: iemand heeft hem dit aangedaan. En … hij heeft zich om de een of andere reden niet verdedigd. Alleen maar dit gedaan.' Ze deed voor wat ze bedoelde.

Cas voelde het kippenvel op zijn rug en armen. Hij begreep het. De jongen had geprobeerd vitale delen als zijn hoofd, borstkas en buik te beschermen. 'Toen je zojuist terug kwam, wilde ik hem net vragen waar ik hem heen moest brengen als we hier klaar waren. Ik heb die vraag niet af kunnen maken.'

'Er wordt melding gedaan op dit moment bij Veilig Thuis. Anne heeft dat op zich genomen en Rinze kijkt mee omdat hij het nog niet eerder heeft hoeven doen. Ik wacht op een telefoontje, want er is afgesproken dat ik voor de opvang zal zorgen. En dat betrekt jou er ook bij. Vind je dat erg?'

'Natuurlijk niet! Kom zeg! We kennen elkaar toch! Hebben dat vaker gedaan samen.' Hij keek naar Trees en zag de tranen over haar gezicht lopen. Meteen sloeg hij zijn armen om haar heen en drukte hij haar stevig tegen zich aan. 'Oh … Trees …'

'Ik wee… weet niet hoe ik het heb ineens … heb dit zo vaak gezien, maar nu … nu kan ik het even niet aan.'

'Rustig, maar. Het komt allemaal goed. Heeft het ermee te maken dat je zijn moeder hebt gekend? Hier van het ziekenhuis?'

'Ja zou kunnen. Denk het wel. '

'Ik vind het in elk geval heel erg mooi dat wij voor Sjeng kunnen zorgen de komende dagen. Twijfel je eraan dat die opvang niet goed gaat komen? Ik bedoel … dat wij het niet mogen doen?'

'Nee. Ik weet hoe Anne is. Heel duidelijk. Heel vaak raadden ze eerst opvang in een groep aan, maar Anne zal daar meteen aan voorbij gaan en haar voorkeur uitspreken voor een gezin.'

Ja. Ze waren een gezin. Met hun kleine gezinnetjes – zij met Hugo en hij met Ben – vormden ze vaker een groter gezin. In de weekenden, met vakanties en op feestdagen. En in de weekenden dat Trees moest werken was Hugo altijd bij Ben en hem. De oma van Ben was er ook regelmatig. Zou met de kerstdagen er ook zijn. Zijn huis was groter dan dat van Trees en daarom verbleven ze dan daar. Hij schrok op van de telefoon van Trees. Haar eigen mobiele, hoorde hij aan de ringtone.

Snel pakte Trees het toestel uit haar broekzak. Ze zag het nummer in het scherm en even sloeg de paniek toe. Meteen herstelde ze zich ook. Waarom zou het slecht nieuws zijn? 'Met Trees!'

'Ha die Trees! Met Mohammed. Jullie hadden een gevalletje op de spoedeisende hulp.'

'Klopt!'

'Anne twijfelt niet. Jij?'

'Nee. Totaal niet.'

'Jullie weten onze procedure voor opvang. Maar willen daarvan afwijken. Ik kan daarin meegaan. Maar … moet wel zeker weten dat er geen familie is bij wie hij terecht zou kunnen.'

'Volgens mij is er alleen maar een oma van de kant van zijn moeder. Maar we hebben haar telefoonnummer gecheckt en zij is op vakantie op dit moment. Bovendien woonde ze, toen de moeder van de jongen overleed, al in een appartement bij een zorginstelling.'

'Zorgt dus nog wel voor zichzelf, maar kan hem niet opvangen.'

'Ja. Zo zit het. En er zijn een oom en tante, maar dat contact is slecht, heb ik begrepen van Sjeng.'

'En heb begrepen dat jullie zijn moeder dus kenden als collega.'

'Ja. Hij is de zoon van Else Soet, een kinderarts die verbonden was aan ons ziekenhuis. Zij overleed vijf jaar terug.'

'Oké. Geen naaste familie die de opvang kan regelen, dan is het is voor mij geen probleem dat jij de opvang verzorgt.'

'Dank je, Mohammed. Echt bedankt!'

'Twijfelde je eraan of ik het zou goedkeuren?'

'Twijfel is iets menselijks. Toch?'

'Maar wel bijzonder voor jou, lijkt me. Tenminste … ik ken jou als iemand die altijd heel kordaat en zeker is.'

'Zie je ook een keer iets anders van mij, Mohammed.'

'Ja. Bedankt daarvoor, Trees. Altijd goed om jou beter te leren kennen. Euhhh … de procedure is jou verder wel bekend. Natuurlijk willen wij graag met Sjeng praten, maar … dat lukt ons niet voor de kerst en … het is ook de vraag of dat voor het nieuwe jaar zal gebeuren. Inmiddels moeten wij wel de overgebleven ouder, de vader, op de hoogte brengen dat zijn zoon door ons opgevangen wordt op dit moment. Weet je een nummer van hem?'

'Ja. Ik heb het opgeschreven.' Ze noemde het tiencijferige nummer dat begon met 06 dat zij eerder in het bijzijn van Marleen had gebeld.

'Bedankt! Scheelt mij zoekwerk.' Mohammed was nog niet uitgepraat. Gaf de nodige aanwijzingen en instructies, waarvan hij wist dat Trees ze kende, maar het was puur om zelf volledig te zijn. 'Oké, dat was het dan. Zorg ervoor dat wij contact met je kunnen opnemen. Nog vakantieplannen?'

'Wij zijn altijd aan de late kant daarmee. Je weet hoe ik dat bedoel, hè?'

'Ja. Ik weet dat jij en Cas Geijsbers iets hebben.'

'Nou! Dat ook weer niet!'

'Jullie hebben een praktische afspraak.'

'Ja. Dat klinkt beter!'

'En wanneer wordt dat iets anders?'

'Mohammed!' Trees hoorde aan de andere kant van de lijn luid gelach. 'Ik zal het je laten weten als het zover is.'

'Bedankt. Stel ik op prijs. Mocht je nog vragen hebben, dan kun je mij altijd rechtstreeks bellen. Zeven dagen in de week, 24 uur per dag en ook op de feestdagen. Jij bent aan jouw kant verantwoordelijk voor Sjeng en ik aan mijn kant.'

'Duidelijk.'

'Succes, Trees, en heel fijne feestdagen!'

'Jij ook! En nogmaals bedankt!'

'Doei!

'Doei!'

'En?' vroeg Cas meteen.

'Het is goed. We kunnen hem straks mee naar huis nemen.' Opnieuw kwamen er tranen en opnieuw liet ze zich door Cas troosten.

Lucky Eye
Berichten: 190
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 16:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 222 keer
Bericht Re: BRENG LICHT IN HET DONKER door Lucky Eye » woensdag 23 december 2020 06:34

Hoofdstuk 5

Het wachten op de terugkomst van Sjeng duurde lang. Voor Trees en Cas alle tijd om zich rustig voor te bereiden op hun nieuwe klus en bij te praten. Ook belden ze beiden met hun thuisfront. Ze gaven aan dat ze niet precies wisten wanneer ze thuis zouden zijn en dat er een gast mee zou komen. Ben kreeg de vraag of hij even wilde kijken of het bed op de logeerkamer opgemaakt was. Hugo kwam met de vraag of ze nog op vakantie zouden gaan. Trees liet het in het midden. Eerst kijken hoe het met Sjeng ging, was het beste. "Maar," zo had ze haar zoon laten weten, "pak toch maar alles in. Je weet nooit."

Op een gegeven moment begon het Trees toch te lang te duren. 'Weet je wat, ik ga me alvast omkleden. Kunnen we straks, als alles goed is, tegelijkertijd weg.' Op een reactie van Cas wachtte ze niet. Zich uitchecken deed ze nog niet, want dat zou betekenen dat ze niet meer in het computersysteem zou kunnen. Binnen een kwartier was ze terug. 'Nog steeds niet!'

'Nee,' verzuchtte Cas.

'Ik heb honger. Jij?'

'Dat wel, maar ik wacht tot hij terug is.'

'Zal ik anders wat halen?'

'Doe maar niet. Kom bij me zitten en probeer wat rustiger te worden.'

'Nee. Ga even kijken hoe het staat met de onderzoeken.' Ze stak haar pas in de computer en die kwam tot leven. 'Hoe kan dat nou! Alle onderzoeken zijn al achter de rug. Alsof … alsof hij een ommetje is gaan maken of zo. Hij zou toch niet … '

'Hé, haal je geen gekke dingen in je hoofd! Je hebt me verteld dat Anne ervoor gezorgd heeft dat Rob de hele tijd bij hem blijft. Ook omdat zij niet het risico wilde lopen dat hij … je weet wel.'

'Ja. Dat is ook zo, maar … waar blijven ze dan? Wacht! Ik hoor iets!' Trees rende weg.

Cas stond op en liep kalm achter haar aan. Meteen buiten de gordijnen zag hij dat de medewerker van de transportafdeling er aankwam. Rob hief een vinger op en legde die tegen zijn lippen. Was Sjeng in slaap gevallen?

'Hij slaapt,' fluisterde Rob toen ze dichterbij gekomen waren.

Een opmerking die geheel overbodig was, want het was duidelijk te zien dat Sjeng sliep.

'Hij was heel erg moe. Zeker na onze omweg en de ontmoeting met dokter Bartels.'

'Zijn jullie naar de Poli van het Kind geweest?'

'Ja. Sjeng had me gevraagd of dat kon en … ' Ineens vroeg Rob zich af of hij er goed aan had gedaan. '… ik dacht dat het wel kon. Is het een probleem? Had ik het niet moeten doen?'

'Nee,' sprak Trees geruststellend en om dat nog eens duidelijker te maken legde ze een hand op de bovenarm van Rob. 'Het is goed zo.'

'Hij wilde het plein zien dat naar zijn moeder is genoemd. En toen wij daar waren, liepen we dokter Bartels tegen het lijf. En dan weet je het wel.'

Inderdaad. Trees wist wat er dan gebeurde. Dokter Bartels was het hoofd van die poli. Heel deskundig, maar ook heel breedsprakig. Aan een gesprek met hem breide je niet zomaar een eind.

'En dokter Bartels heeft hem dit,' Rob wees op een doos die op het bed stond, 'gegeven.'

Was die doos al die tijd in het ziekenhuis gebleven? Stom dat niemand daar aan had gedacht, schoot het Trees door het hoofd. Maar … in elk geval goed dat die doos nu – ongetwijfeld door het rondvragen van Anne – boven water was gekomen.

'Er zitten allerlei herinneringen in aan zijn moeder. Dokter Bartels was heel blij dat hij die doos eindelijk een goede bestemming kon geven.'

'Hoezo eindelijk?' wilde Cas weten.

'Die herinneringen zijn verzameld op de dag dat het plein werd … nou ja … de naam kreeg van Sjengs moeder. Heel veel mensen hebben een bijdrage geschreven of gemaakt. Sjeng en zijn vader waren er ook voor uitgenodigd, maar zijn vader kon niet. Later heeft Bartels nog een paar keer gebeld met de vader van Sjeng. Iedere keer kreeg hij te horen dat de man langs zou komen, maar dat kwam er nooit van. Uiteindelijk heeft Bartels een echte afspraak met hem gemaakt, maar ook toen kwam hij niet. Als laatste bood Bartels nog aan dat hij de doos wel wilde brengen. Maar … de vader van Sjeng was heel kort geweest. Wilde verder met zijn leven, zo had hij gezegd, en niet blijven zitten met herinneringen.'

'Wauw! Dat is grof!'

'Ja, toch?' was Rob dezelfde mening toegedaan. 'Het zou toch een kleine moeite geweest zijn om die doos aan te nemen? Nou weet ik wel dat als Bartels dat zou doen, het misschien lang zou duren, maar … Oké. Bartels was in elk geval heel blij dat die doos nu een goede bestemming heeft. En ik … ik ga verder. Vind je het goed als ik me hier even afmeld? Dan weten ze dat ik weer beschikbaar ben.'

'Prima, Rob! En bedankt dat je deze klus zo goed en heel invoelend naar Sjeng toe hebt uitgevoerd.'

'Graag gedaan, Trees,' reageerde Rob licht blozend, terwijl hij zijn pas in de computer stak. 'Oké. Gedaan. Ik hoop dat de uitslagen allemaal goed zullen zijn en dat met Sjeng alles goed gaat komen. Succes!'

Trees en Cas gingen dicht bij het bed zitten.

'Hij lijkt heel ontspannen.'

'Ja. En zo hoort het toch?'

'Ja, Trees, zo hoort het. Maar … zo gaat het niet altijd helaas. Ook niet voor jonge mensen.'

'Nee. Daar weet je alles van. Dat gedoe met Ben hakt er voor jullie beiden ook flink in. Goed dat je stappen hebt genomen.'

'Ja. Noodzakelijk. Hoe is het trouwens met Hugo?'

'Hoe bedoel je?'

'Nou ja … hij is soms zo kort de laatste tijd. Alsof … nou ja … weet het niet precies.'

'Klopt wel. De laatste tijd is hij gewoon nurks. Kan ik soms niets zeggen, of meteen springt hij er bovenop. Is hij niet de Hugo die ik ken.'

'Gaat dat al lang aan?'

'Hmmm … lastig … een week of zes, kan korter zijn.'

'Kan het geen ongesteldheid zijn,' merkte Cas grappend op.

Trees schoot in de lach, maar sloeg snel een hand voor haar mond, omdat ze Sjeng niet wakker wilde maken.

'Wat is dat nou voor een stomme opmerking,' klonk het ineens erg slaperig.

'Hebben we je wakker gemaakt?'

'Dat … dat niet,' bromde Sjeng. 'Het was moeilijk om wakker te worden, maar ik hoorde jullie al wel praten. Weet niet waarover, maar dat geeft niet. Moet toch weer wakker worden.'

'Blijf maar even rustig liggen en als het goed voelt om je ogen dicht te houden is dat prima. Geef jezelf de tijd om rustig wakker te worden.'

'Maa…. over Hugo … dat hoorde ik wel goed en die opmerking was stom.'

'Sorry, Sjeng. Was niet mijn bedoeling,' verontschuldigde Cas zich.

'Hugo is een jongen … en wij worden niet ongesteld.'

'Een fout grapje, Sjeng, mijn excuses.'

'Maar,' zo deed Trees een poging Cas bij te staan, 'het is soms best wel lastig met jongeren. Soms lijkt het alsof jullie problemen hebben, en als er dan naar gevraagd wordt houden jullie de kaken stijf op elkaar.'

'Ja,' reageerde Sjeng, om daarna te zuchten. 'Maar jullie weten toch hoe je daar dan mee om moet gaan? Cas heeft zijn zoon Ben, jij Hugo.'

'Ben is niet mijn zoon, Sjeng.'

Het zorgde ervoor dat hij ineens goed wakker was. Had hij dan iets verkeerd begrepen. Cas had toch gezegd dat hij ervaring had met een jongvolwassene. Of iets dergelijks.

'Ben is mijn neef. De zoon van mijn broer, maar hij woont wel bij mij op dit moment.'

'En al veel langer,' voegde Trees toe.

'Hoe komt dat zo?' wilde Sjeng weten.

'Zijn vader werkt soms … '

'Bijna altijd!'

'… vaak in het buitenland. En gedurende die perioden … '

'Bijna altijd!'

'… woont Ben bij mij. Een afspraak die ik met mijn broer en Ben heb gemaakt.'

'Oké. Dank je.' De cynische toon waarop Trees haar opmerkingen tussendoor had geplaatst waren hem niet ontgaan. Er speelde meer, dat was hem duidelijk. 'Mag ik rechtop zitten?'

'Ja, natuurlijk. 'Trees zorgde ervoor. 'Hoe is het met de pijn? Welk cijfer?'

'Begint op te lopen. Weer een 8, denk ik.'

'Haal ik iets voor je op.'

Cas vroeg: 'Hoe gingen de onderzoeken? Hebben ze nog iets gezegd?'

'Het enige dat ze zeiden, en dat deden ze allemaal als ik vroeg of ze iets bijzonders konden zien, was: "De arts zal de uitslagen met je bespreken." Leren ze dat tijdens de opleiding of zo?'

Trees had het gehoord en schoot in de lach. 'Kijk! Hier je medicijn! En ja, dat leren we. Het wordt er haast ingeramd tijdens de opleiding! We moeten ervoor zorgen dat er maar één aanspreekpunt is. Daarom dat zinnetje. Als ik iets zou zeggen en de arts beweert iets anders, dan wordt het voor de cliënt alleen maar verwarrend. Dat willen we voorkomen.'

'Oké. En ik ben nog onderuit gegaan.'

'Wat?' Beiden hadden ze het tegelijkertijd geroepen.

Sjeng zag twee verschrikte gezichten. 'Ik raakte niet de grond hoor! Ze ving me gelukkig op. Er moest een staande foto van mijn ribbenkast gemaakt worden. Ik was al wat wankel toen ik ging staan. Voelde me ook misselijk. Vanmorgen heb ik ontbeten, maar daarna niets meer gehad. Dat was het probleem, volgens de mensen daar. En toen ging ik dus onderuit. Ze hebben me iets gegeven om op te drinken.'

'Glucosewater.'

'Het was heel zoet. Vies zoet, beter gezegd.'

'En tegen je misselijkheid?'

'Eén van de mensen daar gaf me een doekje met daarop lavendel volgens mij. Het rook daar in elk geval naar. Kijk!' zei hij terwijl hij links van hem iets oppakte en naar zijn neus bracht. 'Het ligt nier nog en het ruikt nog steeds. En dat zorgde ervoor dat ik me beter voelde.'

'Maar de foto's zijn wel gelukt?'

'Weet het niet.'

'Ik kijk even in de computer.' Opnieuw meldde Trees zich aan. Ze zocht en vond al snel dat wat ze wilde weten. 'Ja. De foto's zijn wel gelukt.'

'Ze wilden in elk geval niet nog een keer proberen om een staande foto te maken.'

'Logisch. Ze wilden je niet nog meer belasten.'

'Maar … wat moet ik straks?'

'Hoe bedoel je?'

'Cas?' Sjeng wachtte een reactie af en toen die gekomen was, ging hij pas verder. Hij bracht onder woorden dat wat Cas hem eerder had willen vragen, maar toen was die in zijn zin blijven steken. 'Dat bedoel ik dus?' Hij was gaan beseffen dat zijn vluchtpoging slecht georganiseerd was. Nou ja … niet helemaal. Maar op sommige fronten wel. Hij had bijvoorbeeld helemaal geen kleren meegenomen. En dat was enorm stom! Zijn telefoon had hij wel heel bewust ontmanteld. Alle gegevens eraf en op een kaartje en terug naar de fabrieksstand. Maar … hij wist niet of dat voldoende was. Al een tijdje had hij het idee dat zijn vader hem via het een of ander kon volgen. Het was niet meer dan een gevoel geweest. Maar die ochtend had hij het bevestigd gekregen. Zijn bankpas, identiteitskaart en pas van de zorgverzekering had hij wel meegenomen. Hij had bij zijn oma willen slapen. Voor één nacht. Niet langer. Hij wist dat ze niet thuis was, maar hij had een sleutel. Voor dat de buurvrouw de planten water kwam geven, had hij dan weer weg willen zijn, omdat hij niet wilde dat zijn oma zich zorgen zou maken om hem. Hij moest haar nog bellen, maar … hij wilde eigenlijk wel zeker weten dat zijn vader hem niet meer zou kunnen traceren.

'Wat ik toen vroeg, is achterhaald door iets anders,' antwoordde Ben heel kalm. 'Mijn eerste ingeving was om te zeggen dat het straks allemaal uitgelegd gaat worden door Anne, maar … dat vind ik niet fair. Je krijgt het van mij te horen en waar nodig zal Trees het aanvullen.'

Sjeng luisterde aandachtig. In het begin in elk geval. Dat wat hij hoorde was waarheid, maar toch wilde hij het ontkennen. 'Geloven jullie me niet!' riep hij boos uit toen Cas gezegd had dat er werd getwijfeld aan zijn val van de trap.

'Wij willen je heel graag geloven, Sjeng, maar … ' viel Trees in, 'ik heb hier zo ontzettend vaak mensen gezien die van de trap zijn gevallen, dat ik het verschil tussen dat en iets anders wel kan herkennen. En ik niet alleen. Ook Rinze en Anne zagen dat verschil meteen.'

'Maa… '

'Iemand heeft jou iets aangedaan, Sjeng! En dat mag niet! Je hebt ervoor gekozen om je niet te verdedigen. Je hebt alleen maar gezorgd dat de belangrijkste onderdelen van je lijf zo goed mogelijk beschermd werden.' Ze deed het voor.

Sjeng slikte. Keek even weg. Sloot zijn ogen, maar opnieuw deed hij ze ook meteen weer open. Nondedju! Hij zag het nog steeds!

'En daarom,' zo ging Cas verder, 'is het beter dat je niet terug naar huis gaat. Dat was je ook niet van plan, zo had ik het idee. Je wilde daar in elk geval weg en vond het enorm vervelend dat ik je plannen in de war schopte, door erop aan te dringen dat je mee zou gaan naar het ziekenhuis. Toch?'

Hij knikte. 'Ja,' bevestigde hij vervolgens.

'Tijdelijk ga je met mij mee naar huis. Trees is aangewezen als degene die jou officieel opvangt. In vakanties, weekenden en op feestdagen zijn wij met onze kleine gezinnetjes vaker bij elkaar en dat doen we nu ook. Vandaar dat je met mij meegaat.'

'En dan?'

Trees voerde het verhaal verder. Gaf aan dat Veilig Thuis op een gegeven moment met hem zou willen praten, maar dat het eerst een kwestie zou zijn van herstellen, bijkomen en opknappen.

'Moet ik praten?'

'Het zou wel goed zijn. Ze krijgen dan een beeld van wat er is gebeurd. Wat de aanleiding is geweest'

'En als ik dat niet wil?"

'Tja … dan houdt het op.'

'Moet ik dan terug naar huis?'

'Ik weet het niet. Ben daarin volledig eerlijk naar jou toe. Ik weet het niet.'

'Maar … weten zij wat jullie gezien hebben hier?'

'Ja. Ons rapport is al doorgestuurd. Er is al de beslissing genomen om jou tijdelijk uit huis te plaatsen. Als de uitslagen binnen zijn en het nodig is, dan zullen ze nog meer gegevens van ons krijgen. Ze worden zo volledig mogelijk gedocumenteerd.'

'Is dat niet voldoende dan?'

'Ik weet het niet.'

Die twijfel vond Sjeng lastig. Veel liever wilde hij horen dat het wel of niet voldoende was. Daar kon hij iets mee. Nou ja … misschien ook niet. De twijfel bij hem zelf vond hij ook niet prettig. Enorm stom eigenlijk! Hij had zeker geweten dat hij daar weg moest, maar meer ook niet. Hij moest Matthieu bellen, schoot het hem door het hoofd.

'Sjeng? Ben je er nog?'

'Ja. Sorry. In gedachten.'

'Wat vind je ervan dat je met ons meegaat?'

'Het is goed. Beter. Ik … ik heb het verrekte slecht georganiseerd allemaal. Had het beter moeten voorbereiden, maar … het kwam allemaal zo plots. Ineens … ineens ging … Nee. Laat maar. Even niet nog.'

'Het is goed, jongen! Waar komt die doos vandaan?' Met het vragen naar de bekende weg – de informatie van Rob was duidelijk geweest – probeerde Cas Sjeng af te leiden. Eerst zag hij een glimlach en toen boosheid op het gezicht van de jongen. Gelukkig kwam de glimlach toch weer terug.

'Een doos vol met herinneringen aan mijn moeder. Die stond hier nog bij het hoofd van de afdeling dokter Bartels. Ik ben met Rob naar de poli van mijn moeder geweest. Weet niet of het mocht, maar ik wilde heel graag dat plein zien. Het kwam me allemaal heel onbekend voor. Ben er destijds wel geweest met mijn oma, maar … had toen andere dingen aan mijn hoofd.'

'En logisch!'

'Het ziet er echt heel mooi uit. Ruim. Licht. Precies zoals mijn moeder het zou willen. Ze was … heel open.' Snel veegde hij een traan weg. Dat de anderen het zouden zien, maakte hem niet uit. Nog steeds had hij heel veel verdriet om haar. Ook omdat … Hij werd onderbroken door de komst van Anne. Precies op het juiste moment.

'Hoe gaat het, jongeman?'

'Wel aardig. Voor de pijn heb ik net weer iets gekregen. Die verdwijnt en komt dan later weer terug.'

'Zul je een tijdje last van blijven houden. Ik schrijf straks een recept voor. Het is het beste om de pijn voor te blijven.'

'Hoe bedoelt u?'

'Dat "u" is niet nodig. Gewoon om de zoveel uur iets nemen. Niet wachten in elk geval tot de pijn oploopt, want dan duurt het weer een tijd tot het medicijn zijn werk doet.'

'Maar krijg ik er dan niet te veel van?'

'Dat valt wel mee. Niet moeilijk over doen in elk geval. Hebben Trees en Cas het met jou besproken?' Ze keek de twee aan.

'Ja.'

'Moeilijk?'

'Ja.' Bewust hield hij het kort. Uitweiden vond hij niet nodig. Zou hem alleen maar kwaad maken op … en dat wilde hij niet.

'De uitslagen. Alles ziet er goed uit. Gelukkig ving iemand je op tijdens het maken van één van de foto's. Behalve de schouder uit de kom geen problemen. Geen reden dus om jou hier te laten overnachten. Ook niet ter observatie. Geen hotelservice dus voor jou.'

Sjeng moest glimlachen. Ze bracht het leuk. 'Mag ik … je iets vragen?'

'Altijd!'

'Je was er destijds toch bij? Toen op het einde?'

'Ja. Daarom vind ik het ook … ' even zocht Anne naar de juiste woorden, '… een enorme toevalligheid dat ik jou nu juist hier tref en dat ik, net als vele anderen hier in het ziekenhuis, voor jou heb kunnen zorgen.'

'Bedankt! Ook nog voor toen, want ik weet niet of ik dat toen wel heb gedaan.'

'Toen had je andere dingen aan je hoofd, Sjeng. Nu terug naar je arm en schouder. Ik heb de foto's meteen doorgestuurd naar mijn collega Greveling. Hij is orthopeed.'

'Wat is jouw specialisatie?'

'Interne geneeskunde.'

'Internist dus.'

'Helemaal juist! Greveling is onderweg. Neemt jonge collega in opleiding mee. Ze willen iets nieuws proberen.'

'Ben ik een proefkonijn?'

'Nee. De jonge arts heeft onlangs bij zijn studie een methode aangeleerd gekregen om … nou ja … beter dat ze het zelf uitleggen. Ik zou de verkeerde woorden gebruiken. Die doos, heb je die van dokter Bartels gekregen?'

Cas moest glimlachen. Ook zij gebruikte de doos om de aandacht van Sjeng even af te leiden, zo voelde hij. Ze ging dicht bij hem zitten en praatte met hem. Ze hadden iets gezamenlijks. De deksel van de doos werd er door Sjeng met één hand afgehaald. Hij bekeek de inhoud en liet deze ook aan Anne zien. Toen werden Trees en hij er ook bij geroepen. 'Kijk eens! Die doos zit echt helemaal vol!'

'Wij hier in het ziekenhuis en cliënten en hun ouders, we hebben allemaal ons best gedaan om iets over je moeder te zeggen. Nog iets aan haar te schrijven. En dat was heel goed voor onze verwerking. Voor die van mij in elk geval wel.'

Trees viel haar bij.

'Neem je tijd om het rustig door te nemen allemaal,' raadde Anne Sjeng aan.

'Zal ik doen.' En hij vroeg Anne of ze de deksel weer op de doos wilde doen.

'Ah! Kijk!' zei Anne toen de gordijnen open gingen. 'Daar heb je de specialisten. Heren, hier is uw cliënt. Als jullie het goed vinden, blijf ik er nog even bij. Ben gewoon heel erg benieuwd naar dat wat jij me hebt verteld, Karel.'

Het tweetal stelde zich voor aan Sjeng en gaf een hand aan Cas omdat hij hen niet bekend was. De jonge man gaf ook Trees een hand.

'Jij niet alleen, Anne! Ik ben net zo benieuwd. Jongeman, William is al bijna helemaal klaar met zijn opleiding. Onlangs heeft hij scholing gehad waarbij hij een methode heeft geleerd om een schouder terug in de kom te zetten. Maar … ik zal het verder aan hem overlaten. Enige wat ik nog wil zeggen is dit: in opleiding zijn heeft soms enorme voordelen. Ik heb ervaring. Veel ervaring en dat is ook handig, maar nieuwe dingen aanleren, iets dat ik natuurlijk ook wel doe door bij- en nascholing, is van groot belang. Maar … jouw cliënt collega!'

Even was het schutteren voor de arts in opleiding. Maar toen hijj aan het bed stond en de anderen enige afstand hadden genomen, ging het hem goed af. Eerst maakte hij een gewoon praatje. Hij had het onder andere over de aanstaande kerst. De drukte in de winkelstraten en de vraag of het nog een witte kerst zou worden dit jaar. Toen hij Sjeng om zijn mening vroeg was zijn antwoord duidelijk.

'Denk het niet. Veel te nat.'

'Helemaal mee eens. En nu naar jouw geval. Ik zie dat je armen flink blauw zijn. Je bent van een muur gevallen, heb ik begrepen. En dat leverde dus niet alleen een schouderluxatie op.'

'Jip-en-janneketaal, William.'

'Ik weet echt wel wat hij bedoeld, hoor!' nam Sjeng het voor de leerling op.

William zag dat zijn leermeester wilde reageren, maar was hem voor. 'De correctie was aan mij gericht, Sjeng. Ik ben nog steeds in opleiding en het is heel goed dat dokter Greveling mij op dat soort dingen wijst. Het woord luxatie is jou bekend, maar is dat voor anderen wellicht niet. Voor mij is dit een leermoment. Vandaar de opmerking.' Even pauzeerde hij en toen ging hij verder met: 'Die val leverde dus meer op dan een schouder uit de kom.'

'Nee. Eerder vandaag viel ik van de trap.' Meteen na die uitspraak keek Sjeng naar Cas, Trees en Anne die bij elkaar stonden aan de andere kant van het bed. Hij voelde zich rot. Ze wisten dat het niet waar was, en toch lepelde hij heel gemakkelijk het onware weer op. Maar … zij dachten er waarschijnlijk anders over, want hij zag bij hen alledrie een glimlach op het gezicht en van Cas kreeg hij een knipoog. Ineens voelde hij zich warm worden van binnen. Opnieuw had hij het gevoel te moeten huilen, maar hij deed het niet.

'Flinke pechdag, dus!'

'Ja.'

'Maar ik heb gezien dat alles goed onderzocht is en dat de resultaten prima zijn. Dus blijft alleen die schouder uit de kom over. De afgelopen week heb ik een manier aangeleerd gekregen om dat weer goed te krijgen.'

'Is het experimenteel?'

'Nee. Het is niet nieuw, maar het lijkt erop alsof die techniek soms vergeten wordt. En dat terwijl het toch heel goed werkt. '

'Wat is het verschil met de, laat ik maar zeggen, oude methode?'

William kreeg het iets benauwd. Deze jongen was wel verrekte nieuwsgierig.

'Wees blij dat je zo'n mondige en moedige cliënt hebt, William! Je kunt vandaag meerdere dingen beoefenen,' was de orthopeed van mening.

'Ja. Vraag gerust, Sjeng. De oude methode zal ik je uitleggen.'

Sjeng luisterde aandachtig en had zijn bedenkingen erbij.

William sloot af met: 'Nadeel van de oude methode is dat het nogal pijnlijk kan zijn en dat er soms door cliënten gekozen wordt voor verdoving.'

'Doe mij dan maar die nieuwe methode. Experiment, proefkonijn, of niet, het maakt mij niet uit.'

Er werd gelachen. Sjeng lachte mee. Het zorgde voor een stuk ontspanning.

'Weet je wat,' zei William, 'dan gaan we gewoon beginnen. Leg ik je als je straks naast het bed op een stoel zit eerst precies uit wat ik ga doen. En daarna behandel ik je. Oké?'

Sjeng vond het goed.

'Oh … nu mis ik wel een verpleegkundige,' merkte William op.

'Ik ben er,' zei Trees. 'Wel niet verkleed als verpleegkundige en al ver buiten mijn diensttijd, maar ik help.'

'Dank je. Hoe heet je?'

'Trees, William, en ik hoop je nog vaak tegen te komen hier.'

Het blozen van William ontging Sjeng niet. Hij vond het leuk. Trees hielp hem eerst uit zijn blauwe jurk en daarna, nadat ze de behandeltafel, weer eens goed had afgesteld, voorzichtig op eigen benen. Het voelde nog steeds wat wankel, maar Trees ondersteunde hem goed. Hij zag dat William snel een stoel zonder leuningen aanschoof. Hij ging zitten. Zuchtte, blij als hij was dat hij weer zat.

'Alles goed?' informeerde William.

'Ja. Beetje wankel als ik op de benen sta. En wat gammel in de maag.'

'Lang niet gegeten, heb ik begrepen.'

'Ik heb honger inderdaad.'

'Ga ik verder, want zodra ik klaar ben, mag jij eten! Jij gaat straks zover mogelijk naar voren zitten op je stoel, waarbij je ervoor zorgt dat je goed rechtop zit. Probeer maar even.'

Hij schoof naar voren. Nog iets verder.

'Zet je voeten maar iets uit elkaar voor de stabiliteit.'

Sjeng had het idee dat hij goed en stevig zat.

'Ik ga het nu voordoen met je goede arm, zodat jij weet wat de procedure is. Straks bij je geblesseerde arm zal ik je natuurlijk ook stap voor stap begeleiden. Er zijn twee dingen heel belangrijk bij deze methode. Ten eerste moeten we met een cliënt te maken hebben die niet overgevoelig is voor pijn. Als ik dit doe,' en hij legde zijn vinger heel licht op de schouder van Sjeng, 'en de cliënt schreeuwt het uit van de pijn, dan is het onbegonnen werk. Ten tweede moeten ik ervoor zorgen dat de cliënt zich goed kan ontspannen.'

De jongen zag hoe William op z'n knieën naast de stoel ging zitten. Met gespitste oren luisterde Sjeng naar dat wat kwam. Eerst kwam er nogmaals een bedankje dat hij mee wilde werken. Hij kreeg het verzoek om diep in en uit te ademen en, als hij het wilde, zijn ogen te sluiten. 'Waarvoor is dat?'

'Voor de ontspanning.'

'Oké.' Hij sloot zijn ogen en was blij dat er geen beelden kwamen. Toen moest hij zijn linker arm buigen bij de elleboog en licht tegen zijn lijf aandrukken.

'Zorg ervoor dat je rechtop blijft zitten. Heel belangrijk.'

Hij paste zijn houding aan. Was inderdaad iets ingezakt.

'Open je ogen en leg je hand op mijn schouder, waarbij je ervoor zorgt dat de arm zo dicht mogelijk bij je lichaam blijft. Geen beweging naar buiten maken dus.' Hij deed Sjeng voor wat hij bedoelde. 'Is dat duidelijk?'

Sjeng aarzelde iets. 'Ja. Duidelijk.' Vervolgens mocht hij zijn ogen weer sluiten en legde William weer uit wat hij ging doen. Hij legde een arm over … 'Stop! Stop!' Sjeng deed zijn ogen open en keek verwilderd om zich heen.

William voelde ook paniek. Even wist hij niet wat hij moest doen, maar toen trok hij het toch weer naar zich toe. 'Het spijt me dat ik paniek bij jou heb veroorzaakt.'

'Nee! Dat is het niet! Trees? Cas? Alsjeblieft!'

Meteen kwamen ze in actie. De één ging links en de ander rechts van hem zitten. 'Wat kan ik voor je doen, Sjeng? vroeg Cas. .

'Alleen maar even dichtbij me zijn. Allebei. M'n ogen dicht doen ging eerst heel goed, maar toen … toen … '

'Je zag iets dat je niet liever niet wilde zien,' vulde Cas in. Het "Ja" vervulde hem met verdriet. Maar hij wist dat hij nu sterk moest zijn voor Sjeng. 'Het geeft niet, Sjeng! Het is een stuk verwerking.'

William stond bij Anne en keek toe. Hij vond het rot dat de jongen zich niet goed voelde. 'Rot ook voor zijn ouders,' zei hij tegen Anne. 'Ik wist absoluut niet dat Trees zijn moeder was.'

'Ik leg je straks alles uit, William.'

Sjeng bedankt Cas en Trees en gaf aan dat hij verder wilde, maar had wel graag dat Trees en Cas in de buurt bleven.

'Ja. We gaan achter je staan. Is dat goed?' De vraag was zowel voor Sjeng als voor William.

'Ja. Is goed. Gaan we verder waar we waren, of van voren af aan, Sjeng?'

'Opnieuw beginnen graag.'

'Nee,' maakte de orthopeed duidelijk. 'We laten dat oefenen met links achterwege, William. De cliënt gaat voor. Mijn inschatting is dat Sjeng moe is. En dus ga je dit nu afronden.'

'Uitstekend, dokter.'

Het maakte Sjeng niets meer uit. Wel oefenen of niet oefenen. Hij voelde de hand van Trees op zijn linkerschouder en keek even naar haar.

'Het is het beste, Sjeng.'

Met een knikje gaf hij aan dat hij het begreep. .

William instrueerde Sjeng door de handelingen heen. Heel rustig. Heel kalm. Hij liet de keuze aan hem of hij wel of niet zijn ogen sloot. Toen hij zag dat Sjeng zijn ogen open hield, koos hij ervoor hem op een andere manier tot ontspanning te brengen. Gelukkig kende hij een alternatief. Het werkte. De glimlach op het gezicht van Sjeng was het bewijs daarvan. Toen de rechterarm van Sjeng op zijn schouder lag, legde hij zijn rechteronderarm er overheen. Daarna kwam er een waarschuwing. 'Ik ga je nu masseren. Maar omdat je arm vreselijk blauw is, kan het zijn dat dat niet prettig voor je is. Een grote mate van ontspanning helpt.' Eerst de schouderspieren. Dat ging goed. Toen de deltaspier die de verbinding tussen arm en romp maakt. Hij deed het zo voorzichtig mogelijk, maar merkte dat het toch pijnlijk voor de jongen was. Hij drong aan op meer ontspanning als dat mogelijk was en liet Sjeng nogmaals opnieuw zijn houding bijstellen. Als laatste de biceps. Toen kwam het erop aan. En toen ineens hoorde hij Sheng "AH!" roepen. 'Deed het pijn?'

'Nee. Het was meer dat … alsof ik twee botten over elkaar hoorde schuiven.'

'Het zit goed, Sjeng. Breng je arm nu weer voorzichtig terug. Ja, zo doe je het goed. En probeer nu voorzichtig met je rechterhand je linker schouder aan te raken. Doe het vooral heel rustig en kalm.'

'Maar. Is het al gedaan dan?'

William knikte. Het had opnieuw gewerkt. 'Ja.'

Sjeng deed wat er van hem gevraagd was en begon toen zachtjes te huilen. De tranen liepen hem over het gezicht. Cas en Trees zaten meteen weer dicht bij hem, zo merkte hij.

'Dankjewel, Sjeng, dat ik dit op jou mocht oefenen in bijzijn van dokter Greveling. Heel erg bedankt.'

Trees trok hem de blauwe jurk weer aan. Anne haalde de deken van het bed en legde die over hem heen.

'Kom!' zei ze. 'We gaan met z'n vieren naar een familiekamer. Ik heb er één geregeld. Er is daar eten en drinken voor jullie.'

Trees en Cas hielpen Sjeng voorzichtig overeind.

'Maar jij wel in een rolstoel, jongeman,' wees Anne hem op de rolstoel die ze al aangeschoven had.

Sjeng vond alles goed. Anne duwde hem en de anderen liepen naast hem. De familiekamer was dichtbij. Er stond koffie, thee, melk, karnemelk en chocolademelk. Hij had dat laatste graag willen drinken, maar het leek hem beter van niet. 'Ben bang dat ik er misselijk van word,' lichtte hij toe.

'Thee?' vroeg Anne.

'Ja. Prima. Dank je.'

Trees had een boterham met kaas in kleine stukjes voor hem gesneden en ging vlak naast hem zitten. Ze gaf hem een vork.

'Heeft Cas het je verteld?'

'Ja. Het is goed dat we informatie uitwisselen. Wat hij weet, moet ik weten en andersom ook. Wel zo handig.'

Hij kon het er alleen maar mee eens zijn en knikte. Het brood smaakte hem heerlijk. Zijn maag gaf meteen lawaai. 'Ik ben helemaal vergeten om William te bedanken.'

'Kun je later nog wel regelen, jongen,' meende Anne. 'Straks praat ik nog even met hem. Zal ik het overbrengen?'

'Ja. Mag. Maar … ik doe het later zelf ook.'

'Heel goed van je. Hé, ik laat jullie alleen. Ga alles afronden, regel nog even dat de medicijnen snel gebracht worden en dan naar huis. Zorg goed voor jezelf, Sjeng!'

'Ja. Ik zal mijn best doen.'

'En ondanks alles wens ik jou, en jullie natuurlijk ook, heel prettige kerstdagen.'

'Bedankt. Jij ook,' zei hij zacht snikkend en voelde een kus van haar op zijn haren.



Hoofdstuk 6

De auto van Cas reed voor op de plaats waar normaal gesproken alleen maar ambulances mochten komen. Sjeng had zijn overhemd over het blauwe jurkje aangetrokken, maar – nadat Cas hem had gezegd dat het maar een kort ritje zou worden – ervoor gekozen om zijn jas uit te laten; te veel gedoe anders met die mitella. Die hij wel heel erg fijn vond trouwens. Het gaf veel steun. De patiëntenfolder had hij aan Trees gegeven. Later maar doorlezen en anders overlaten aan haar. Trees opende de deur voor hem en hij stapte hij. Samen met Cas zorgde ze ervoor dat zijn riem vast kwam en met een "Tot straks!" sloot ze de deur. Cas trok op en reed weg. Sjeng had maar al te goed begrepen dat Trees het nog druk had. Ze zou Hugo ophalen en dan samen met hem de stad in gaan om onder andere kleren en toiletspullen voor hem te kopen. Hij had aangegeven dat hij geld had en haar alles zou terugbetalen. Zij had hem uitgelegd dat zij alles mocht declareren. Ze zou naar Jack&Jones gaan voor de kleren. Daar kwam hij vaak. Toiletspullen maakten hem niet zoveel uit. Een deo was voldoende. Doucheschuim en shampoo zou Cas ongetwijfeld in huis hebben. Scheren hoefde hij zich nog niet; scheelde het kopen van een scheermes, mesjes en scheergel. Hij was moe en leunde achterover in de stoel. Kreeg van Cas te horen dat die verder achterover kon, maar dat wilde hij liever niet. Dan zou hij vast en zeker in slaap vallen en dat wilde hij voorkomen. Hij wilde zijn ogen openhouden. Bijna iedere keer dat hij dat tot nu toe gedaan had – met uitzondering van die keer dat hij wakker geworden, nadat Rob was weggegaan en dat eerste moment toen William met hem aan het oefenen was geweest – was dat beeld weer verschenen. Op zijn verzoek had Trees nog foto's gemaakt van zijn kwetsuren. Het leek hem handig. Misschien als bewijsmateriaal. Hij wist het niet. Arjen, de baliemedewerker van de spoedeisende hulp die Marleen had vervangen inmiddels, had zijn medicijnen gebracht in een zakje. Trees had gevraagd of ze het mocht openen. Hij had het prima gevonden. Het was paracetamol en een slaapmiddel geweest. Dat laatste had hij liever niet, maar hij begreep dat hij moest rusten. Moest slapen. En dan maar liever met. Want zou hij het op eigen kracht moeten doen, dan zou hij zijn ogen moeten sluiten en dan … Cas vroeg hem niets. Reed zorgvuldig door het avondverkeer dat best druk was. Hij wist helemaal niet waar Cas woonde. Het maakte hem ook niet uit. Als hij straks maar een bed had. Niet meteen, zo wist hij. Hij had het met beiden gehad over zijn plannen voor die ochtend. Het was zijn bedoeling geweest om naar de kapper gegaan. De dag ervoor had hij een afspraak gemaakt. Maar … dat was er dus niet van gekomen. En dus had Trees de vraag gesteld of hij zijn haren nog geknipt wilde hebben voor de kerst. Ja. Eigenlijk wel. Het was al tijden veel en veel te lang, maar … dat was een uiting van rebellie geweest. Het moest er wel af. Trees had iemand geregeld. Dus straks … ergens, hij wist niet precies wanneer, zou er een kapper komen. En dan moest hij daarna snel douchen, want hij kon niet tegen het gekriebel van haar dat in zijn kleren zat. En dat terwijl hij zijn arm rechts niet boven schouderhoogte mocht bewegen. Het was een duidelijke waarschuwing geweest. Nou was hij gelukkig links. Maar … tijdens het douchen gebruikte hij – zeker voor het wassen van zijn haar – toch altijd wel beide handen. Lastig. Misschien kon iemand hem helpen. En … hij zou zich laten helpen. Niet moeilijk doen in elk geval. De richting waarin ze reden, kon hij niet volgen. Het maakte hem ook niet uit. Cas wist het en dat was het belangrijkste. Ze lieten Maastricht achter zich en na verloop van tijd opende Sjeng het gesprek. 'Cas?'

'Ja?'

'Als er zakelijke dingen geregeld moeten worden of zo, mogen jij en Trees dat dan ook doen voor mij. Nu ik bij jullie ben?'

'Denk het wel. Zal het overleggen met Trees.'

'Mijn oma is niet thuis, dat weten jullie. Normaal regelen zij en Matthieu dat soort dingen.'

'Oké.' Waarom niet zijn vader?

'Je zou dus met Matthieu kunnen bellen.'

'Doen we als dat nodig is. Ik heb zijn nummer.'

'Echt?'

'Ja. Toen ik een advocaat nodig had adviseerde Trees mij om Matthieu te bellen. En jouw moeder gaf zijn nummer aan Trees toen die, jaren geleden alweer, ging scheiden. Hij is ons bekend dus.'

'Dat maakt dingen alleen maar gemakkelijker.'

'Zeker!' Cas reed de oprit op en zag dat het hek openstond. Goed werk van Ben, zo concludeerde hij. In zijn eigen auto had hij een knopje op het dashboard om het hek te openen, maar in deze bedrijfswagen niet. Hij reed de auto tot vlak voor de garage. Later zou hij hem naar binnen rijden. Hij stapte uit en merkte dat Sjeng rustig bleef zitten. Verstandig. Hij opende het portier en gaf aan dat hij de veiligheidsriem los zou maken. Dat was lastig. Helemaal over hem heen leunen was geen optie, want de geblesseerde rechterarm zat in de weg en dus stapte hij weer in en maakte zittend vanaf de bestuurdersstoel de sluiting los. Daarna stapte hij weer uit. Sjeng was rustig blijven zitten. Het uitstappen ging goed en de eerste stappen ook. 'Voel je je goed, nu je op je benen staat?'

'Ja. Het eten heeft me goed gedaan!' stelde hij.

'Ja. Mij ook, man! Ik had echt iets nodig! Kom, we gaan naar binnen! Kijk, Ben heeft de deur al geopend.'

'Hoi! Ik ben Ben,' zo begroette de jongen Sjeng. Hij had zijn rechter hand uitgestoken, maar trok die snel terug toen hij de mitella zag. 'Euhhh … linker of een boks met links?'

'Dat laatste maar.'

Cas zag hoe de jongens dat uitvoerden en moest glimlachen. Best handig eigenlijk!

'Ik ben Sjeng, en … ik kom een tijd… ik kom logeren bij jullie.'

'Ja. Heb ik begrepen. De logeerkamer is klaar.'

'Dank je!'

'Kleine moeite hoor!'

Ben ging Sjeng voor naar binnen en vroeg of hij iets wilde eten of drinken.

Sjeng hoorde de vraag amper. Hij was afgeleid vanwege de kerstboom met de gekleurde lichtjes.

'Het is je gelukt, Ben! Heel erg mooi geworden,' was het eerste dat Cas zei toen hij binnenkwam.

'Ja. Gelukt. Meestal,' zo begon hij Sjeng uit te leggen, 'versieren we de boom samen, maar vandaag lukte het niet. De oude, haast antieke, lampjes begaven het en dus moesten we nog de stad in om nieuwe te kopen. Ik heb gekozen voor gekleurde. Vind je dat mooi?'

'Ja. Die heb ik thuis ook. Vind het mooier dan witte lampjes.'

'Ik ook dus. Voor Cas maakte het niet uit.'

'De boom is echt mooi, Ben.'

'Dank je. Het is een "verzamelboom". Er hangen dingen in van mij thuis, van Cas van vroeger en ook dingen van Trees en Hugo.'

'Maakt het nog mooier, vind ik.'

'Ja. Het heeft iets.' Hij keek de jongen aan en glimlachte naar hem. 'Cas? Wanneer gaan we eten?'

'Eten doen we straks als Hugo en Trees er ook zijn.'

'En wat eten we?'

'Zullen we samen pasta maken?' stelde Cas voor.

'Altijd goed! Lust jij dat ook, Sjeng?'

'Ja. Vind ik heel lekker. Hoe maken jullie dat klaar? Euh… met welke ingrediënten, bedoel ik?' Sjeng hoorde de opsomming die Ben opnoemde en begon te watertanden. Iets anders dan hij gewend was, maar het zou zeker goed zijn. Cas wees hen erop dat de planning wel goed moest zijn. Het eten zou klaar moeten zijn, als Hugo en Trees er ook zouden zijn. Dat zou best nog eens lastig kunnen worden.

'Zal ik je dan eerst laten zien waar je slaapt?' stelde Ben voor.

'Ja, is goed!' Hij volgde Ben de kamer uit en in de hal een trap op. Op de overloop wachtte Ben tot ook hij boven was. Daarna werd hem de badkamer en het toilet aangewezen.

'Cas slaapt daar en dat is mijn slaapkamer. Hugo slaapt bij mij.'

'En Trees?'

'Die heeft haar kamer op zolder. Wil je dat ook zien?'

'Nee. Hoeft niet.'

'En dit is jouw kamer,' zei Ben nadat hij de deur had geopend.

'Wauw! Slaap ik in jullie bibliotheek?'

'Euh… zit iets anders.' Ben vertelde dat Cas dit huis drie jaar geleden had gekocht. Tijdens de bezichtiging was het huis nog grotendeels ingericht geweest. De kinderen van de overleden eigenaar – een heel oude man – moesten het nog ontruimen. Deze kamer diende inderdaad als bibliotheek. 'Cas en Trees vonden het prachtig dat de wanden van boven tot onder gevuld waren met boeken. De kinderen van die man, vonden het alleen maar lastig. Het moest allemaal weg, volgens hen. Zij vonden dat enorm zonde en stelden voor dat ze deze kamer zouden laten zoals hij was. En … dat is hij gebleven tot nu toe.'

'Man! Prachtig! En doodzonde om alles zomaar weg te gooien!'

'Het had hun interesse duidelijk niet.'

Sjeng liep langs de wand. 'Kijk! Enorm veel boeken van Astrid Lindgren en Roald Dahl! En … ook andere jeugdboeken.' Hij zag alle delen van de serie "De Grijze Jager". 'Wauw! Prachtige logeerkamer, Ben! Bedankt!'

'Als het kussen niet goed is, moet je dat aangeven. Er zijn nog andere in huis.'

Sjeng duwde het kussen in met zijn linkerhand en toen hij het weghaalde, veerde het weer keurig in model. Niets mee mis.

'Euhhh … ik heb een speciale voorziening aan je rechterkant gemaakt.'

'Hoe bedoel je?'

'Om te voorkomen dat je vannacht probeert op je rechterzij te draaien. Dat kan niet vanwege je schouderblessure. Kijk!' Hij sloeg de sprei weg en liet zien wat hij bedoelde. 'Het zijn nekrollen op een rijtje, meer is het niet.'

'Maar wel heel effectief!' was Sjeng van mening.

'Uit ervaring opgedaan. Hugo heeft een paar jaar geleden ook zijn schouder uit de kom gehad.'

'Hoe kwam dat?' Het bleek dat het ging om een valpartij bij voetbal. Een sport die Ben helemaal niet aansprak. Iets dat Sjeng niet met hem eens was. Hij vond voetbal leuk. Had het heel lang gedaan en wilde het best wel weer oppakken als alles weer wat rustiger was. Ben tegenspreken – hij had hem ook niet gevraagd om een mening – deed hij echter niet.

'Zullen we naar beneden gaan?'

'Ja. Euhhh … nog één vraagje. Er komt een kapper, weet ik van Trees. Daarna wil ik douchen, maar … douchen kan wel eens een probleem worden met maar een arm beschikbaar. '

'We helpen je daarbij! Geen probleem!'

'Bedankt!'

'Hé, zeg! Niet steeds bedanken hoor! Je bent hier bij ons en wij zijn gewend om goed voor elkaar en onze gasten te zorgen. Het lijkt haast een hotel hier! Nou ja … in een hotel zal je niet snel hulp krijgen bij het douchen, denk ik, maar … zie het maar als een zorghotel. Bestaat dat?'

Sjeng moest lachen. 'Ik begrijp wat je bedoelt. Maar … ben wel heel blij dat ik hier kan zijn de … ' Hij had een tijd in willen vullen, maar slikte dat in. Hij wist het niet. Moest afwachten. Heb je verstand van telefoons, Ben?'

'Een beetje, maar dat zal hetzelfde zijn als wat jij ervan weet, denk ik. Hugo weet er veel meer van. Wil je iets bijzonders weten.'

'Mijn telefoon heb ik teruggezet in de fabrieksstand. Is dan echt alles eraf wat er op is gezet?'

'Oh gut! Weet ik niet. Je zou denken van wel toch?'

'Lijkt mij ook.'

'Weet je, ik stuur Hugo zo een berichtje. Hij weet dat vast.'

'Be … nee, dat mocht ik niet meer doen.'

'Je bent een snelle leerling, Sjeng!' Kom! We gaan naar beneden. Kleine rondleiding daar en dan kijken of we bezig kunnen met het eten. Maar je hoeft niet te helpen hoor, als je dat niet wilt.'

'Ik kan best helpen, hoor! Met één hand kan ik ook wel dingen doen, toch?' De bezichtiging van de benedenverdieping ging snel. De voorkamer was met schuifdeuren – die volgens Ben altijd openstonden – afgescheiden van een achterkamer die werd gebruikt als eetkamer. Daarnaast was aan de ene kant de keuken en aan de andere kant een uitbouw. Daar stond een zwarte en glimmende vleugel. 'Wauw!'

'Vind je hem mooi?'

'Ja. Wie speelt daar op?'

'Ik.'

'Knap hoor.'

'Ach … heb les gehad en weet hoe het moet.'

Het klonk heel bescheiden en Sjeng had het idee dat dat een karaktereigenschap was van Ben. Het helpen met het voorbereiden van het eten ging prima. Terwijl Cas – die de auto inmiddels binnen had gezet – en Ben begonnen met het snijden van de diverse ingrediënten, dekte Sjeng de tafel. En dat moest heel erg rustig, want een stapel borden oppakken met één hand was een onmogelijkheid. En dus ging het van de kast naar de tafel met telkens één bord. Het beviel hem goed. Bracht een stukje rust. 'Shit!' Ineens was de rust weg. 'Ik moet Ama bellen! Mag ik … '

'In de hoek bij de boekenkast,' wees Cas hem.

'Ama?' vroeg Ben aan Cas.

'Oud Maastrichts dialect voor oma.'

'Oh. Nooit geweten!'

Sjeng ging ernaar toe en zag het vaste telefoontoestel staan. Hij pakte hem niet op maar liep terug naar de keuken. 'Euhhh… ik wil eigenlijk niet dat mijn oma weet wat er aan de hand is. En als ze een vreemd nummer ziet, dan gaat ze ongetwijfeld vragen stellen.'

'Eens even kijken hoe we dat regelen,' vroeg Cas zich hardop af.

'Een eigen mobiele telefoon heb je niet?' vroeg Ben.

'Oh! Je telefoon en portemonnee heb ik nog,' en dat gezegd hebbende haalde Cas ze beide tevoorschijn.

'Maar die gebruik ik liever niet. Die heb ik dus in fabrieksstand teruggezet, zoals ik je net vertelde, Ben. En … ik moet eerst weten of die veilig is.'

'Heb je het vermoeden dat er iets mee uitgehaald is?' wilde Cas weten.

Ja. Dat was het. Maar hij wilde het eigenlijk niet vertellen. Hij had het vermoeden dat er een trackingapp of zoiets op had gezeten.

Het stilzwijgen van Sjeng had Ben de tijd gegeven om met een oplossing te komen. 'Oh! Dan weet ik het!' En met dat schoot hij weg om even later terug te keren met een oud telefoontoestel van hemzelf. 'Als we jouw kaartje hier in doen,' en hij voerde het meteen uit toen hij het kleine kaartje op tafel zag liggen, 'dan kun je bellen en ziet je oma jouw nummer.'

'Dank je, Ben!'

Hé, kappen daarmee!'

'Ik doe mijn best, Ben!' Hij liep terug, ging in de fauteuil zitten, pakte de telefoon op en tikte het nummer van zijn oma in.

'Wat leuk dat je belt, jungske!'

'Hoi, Ama! Alles goed!'

'Zeker wel! En met jou?'

'Ja. Ook alles goed. Ik bel wat laat … '

'Maar dat geeft toch helemaal niet! Ook als je een keertje zou overslaan niet hoor!'

'Dat doe ik niet. Elke dag even contact met elkaar vind ik fijn, Ama!'

'Ik ook, jungske, maar echt alles goed?'

Voelde zij iets aan? Hoorde ze aan zijn stem dat hij moe was? 'Ja. Alleen een beetje moe. Druk bezig geweest,' omzeilde hij de waarheid.

'Dan straks maar op tijd gaan slapen.'

'Zal ik doen. Maar hoe is het met je zus? Nog steeds zo mopperig?' Zijn oma moest lachen en gaf een uitgebreide toelichting. Hij hoorde dat zijn oma en haar zus een kamer in het Van der Valk hotel bij Groningen hadden. Dat ze die avond naar een kerstshow zouden. Hij vond het fijn dat ze zo veel plezier had. En dus zou hij nu absoluut niet over zijn problemen gaan praten.

'Hé, lieve Sjeng, lief jungske, ik moet zo afbreken. Martha staat op haar telefoon te tikken. Ze is bang dat we te laat komen voor het eten.'

'Ga maar, Ama! Veel plezier en doe de groeten van mij aan je zus.'

'Attent van je, Sjeng, zal ik doen!'

'En ik zal echt niet vergeten te bellen hoor!

'Dat is lief van je, Sjeng. We zijn maar met z'n tweeën. Dat hebben we heel vaak tegen elkaar gezegd . En … dan zijn we er voor elkaar. Toch?'

De herinnering deed hem pijn. 'Ja!'

'Jouw woorden, lieve Sjeng. We zijn er voor elkaar!''

'Ama, ik ga nu ophangen. Ik bel je elke dag, zoals altijd. Als je mij wilt bellen mag dat ook natuurlijk!'

'Hou je haaks, jungske!'

'Doe ik, Ama! Jij ook toch?'

'Ja! Dikke kussen, Sjeng!'

'Allemaal weer terug! Doei, Ama!'

'Doei, Sjeng!' Hij drukte haar weg, snifte wat en veegde met de mouw van zijn shirt de tranen van zijn gezicht.

'Alles goed, Sjeng?'

Hij schrok. Zag dat Cas in de hoek van de bank zat. 'Mijn Ama. Vind het vreselijk om tegen haar te liegen, maar … als ik het vertel dan … dan bezorg ik haar vreselijk veel verdriet … en dat wil ik ook niet.'

'Een duivels dilemma dus.'

'Ja.'

'Spreek je dialect met haar?'

'Niet echt. Ik kan het niet goed spreken. Wel verstaan. Mijn moeder sprak vaak dialect met haar en en tja … dan leer je het wel begrijpen. En ik ken nog wel wat woorden, maar niet genoeg om er een goede zin mee te maken. Maar ik blijf haar wel "Ama" noemen, omdat ik dat altijd zo gedaan heb.'

'Ja. Logisch toch!' Het leek hem toe dat Sjeng meer wilde zeggen, maar op dat moment zag hij autolichten op de ruit van de woonkamer en wist hij dat Trees en Hugo eraan kwamen. 'Euhh … als je nog even rustig met me wilt praten, dan kunnen we beter even naar mijn werkkamer gaan. Trees en Hugo komen eraan en met twee personen extra kan het ineens heel druk zijn.'

'Zeker met Hugo in de buurt,' verzuchtte Ben.

'Is hij ADHD dan?'

'Bij testen er nooit uitgekomen, volgens mij, maar … hij kan hééééél erg druk zijn. Dus bereid je maar vast voor.'

'En hoe doe ik dat?'

'Euhhh … tja … daar zeg je zowat.'

Cas raadde hem aan om het maar gewoon over zich heen te laten komen en vooral niet op alle gemaakte opmerkingen te reageren. De deur vloog open en beladen met tassen kwamen Trees en haar zoon binnen. Het eerste dat Sjeng opviel was de overeenkomst van haarkleur tussen beiden. Meteen kwam er een gedachte bij hem op. Een idiote gedachte! Hoe kon hij daar nou aan denken! Daarna bleef hij eerst alleen maar staren. Hij had het gevoel dat hij dat met open mond deed. Hugo was enorm mooi! Echt … te wauw! En ja … Sjeng viel op jongens. Had dat zelf al jong doorgehad en zijn moeder gevraagd of het raar was dat hij jongens leuker en mooier vond dan meisjes. Zij had hem gerustgesteld en gezegd dat daar helemaal niets mis mee was. Later had hij haar verteld dat hij verliefd was op een jongen in zijn klas. Een verliefdheid die hij nooit had uitgesproken. En zo was het hem vaker gebeurd. Jongens vond hij leuk, mooi, lief. Maar … verder was het niet gegaan. Nog nooit.

'Hé, makker! Alles goed?' zei Hugo tegen Sjeng, nadat hij zijn hoodie had uitgetrokken omdat het volgens hem veel te warm was in huis.

Met uitgestrekte arm kwam de mooie jongen op hem af. Sjeng ging staan en stelde voor om er een boks met links van te maken, zoals hij eerder met Ben had gedaan.

'Ach ja! Stom van me! Nooit aan gedacht! Prima oplossing!' En vervolgens voerde hij de boks uit. 'Deed het zeer?'

'Euhhh … de boks? Nee hoor!' Sjeng snapte er niets van. Ze hadden elkaar amper geraakt.

'Sorry, dat bedoelde ik niet. Het herstel van je schouder uit de kom. Dat bedoel ik. Typisch ik … niet altijd even duidelijk.'

'Geeft niets. Heb ik ook wel. Maar dat terugzetten … daar heb ik eigenlijk niets van gevo… '

'NIETS! ECHT NIET!'

Hij vertelde dat hij alleen maar gevoeld had hoe botgedeelten over elkaar hadden geschoven.

'Gatver,' kwam Ben er bij. 'Dat moet toch enorm rot zijn!'

'Nee. Niet echt. Gewoon raar. Een vreemd geluid en gevoel.'

'Heb je mazzel gehad, dude! Bij mij deed het ontzettend pijn!'

'Oké. Ben vertelde dat je dat had opgelopen met voetbal.'

Een uitvoerige beschrijving van een aanval van Hugo en de verdediging van een tegenstander volgde. Uiteindelijk gevolg was een keiharde tackle geweest waardoor Hugo gelanceerd was en bij de landing verkeerd terecht was gekomen.

'Vraag hem nooit meer naar voetbal, Sjeng, want dan krijg je dit soort uitvoerige verhalen, waarvan je je moet afvragen hoeveel procent er waar is. En verder heeft hij soms helemaal niets in te bre… '

'Hé, rotjoch! Hou je daarmee op! Probeer ik een goede indruk te ma…'

'Tja … wat zal ik zeggen.'

Trees onderbrak het gesteggel van de twee door te zeggen dat ze Sjeng eventjes wilde lenen en nam hem mee naar het gedeelte dat eetkamer werd genoemd. Ze zag een brede glimlach op het gezicht van Sjeng. Desondanks begon ze toch met een verontschuldiging en zei: 'Je moet je niets aantrekken van het gekrakeel dat die twee soms maken hoor! Ze bedoelen het goed.'

'Ja. Dat was me wel opgevallen.'

'Hoe bedoel je?'

'Nou ja … als mensen elkaar echt … euh … aanvallen is niet het goede woord, maar misschien begrijp je wat ik bedoel.' Hij zag haar knikken. 'Dan kijken ze er anders bij. Bij Hugo en Ben was heel duidelijk het plezier in hun ogen te zien. Daarom wist ik dat het bij hen een plagerijtje over en weer was.'

'Scherp opgemerkt, Sjeng! Heel goed van je!'

'Maar waarom dacht je dat ik dat niet doorhad?' wilde Sjeng weten.

'Een inschattingsfoutje van mijn kant. Maar ik zal het uitleggen. Je bent thuis alleen geweest altijd. En … '

'Ohh, nou snap ik het. Bedankt! Je dacht dat ik dit soort gekrakeel, zoals jij het noemde, niet gewend ben.'

'Ja. Dat idee had ik, maar ik zat er dus naast.'

'Enerzijds wel, anderzijds niet. Mijn moeder en ik vonden het leuk om flink te ouwehoeren met elkaar. En daarbij spaarden we elkaar niet.'

Trees keek hem aan en zag een enorm mooie glimlach op zijn gezicht verschijnen. Het moest voor hem prachtig zijn om die herinnering met haar te delen, zo legde ze voor zichzelf uit.

'De laatste jaren mis ik dat natuurlijk.'

'En je vader dan?' Heel bewust vroeg ze het. Wellicht zou ze bot vangen, maar … niet geschoten was altijd mis.

Sjeng voelde hoe de glimlach die er geweest was van zijn gezicht verdween. Hij slikte een keer. 'Die is anders.' En daar liet hij het bij.

Ze wist wanneer ze zich terug moest trekken. Dit keer zou ze niet verder komen. En daarom richtte ze zich op dat wat ze hem had willen vertellen. 'Ik heb boodschappen gedaan, zoals je kunt zien.'

'Dat was duidelijk. Jullie kwamen zwaar beladen binnenzetten!'

'Was enorm blij dat ik Hugo mee had genomen als pakezel. We hebben je hele lijstje afgewerkt.'

'Maa… '

'Nee. Geen mitsen en maren. Ik heb alles kunnen krijgen in jouw maat en gewenste pasvorm. Ik wil echter, een gewoonte van mij, eerst alles wel even wassen. Nieuwe kleren kunnen soms zo vreemd ruiken.'

Sjeng kon het er alleen maar mee eens zijn. Ruiken was nog eufemistisch uitgedrukt.

'En daarom zal ik Ben, hij heeft dezelfde maat als jij zo schat ik in, vragen of hij je straks spullen voor de nacht wil lenen. Een T-shirt met lange mouwen, een boxer, een pyjama- of joggingbroek en sokken. Vind je dat goed?'

'Ja. Maar … ik kan het hem zelf ook wel vragen hoor.'

Ze kreeg het gevoel dat Sjeng totaal geen moeite had met de omgang met de andere jongens. En dat was alleen maar goed. 'Ja. Nog beter, Sjeng! Je mag het hem gerust zelf vragen.'

De bel bij de voordeur ging. Dit keer had niemand opgemerkt dat er autolichten op het erf verschenen waren. Hugo haastte zich naar de voordeur. Voor Sjeng het bewijs dat hij zich hier thuis voelde. Logisch ook natuurlijk, want ze hadden hem uitgelegd dat ze vaker met elkaar hier waren. En dan was er ook nog een oma: de oma van Ben. Ineens was er een herinnering aan iets dat Cas gezegd had. Maar die verdween ook heel snel weer. De kapster was gearriveerd en nadat ze even met Trees had gepraat begon ze haar spullen op tafel uit te stallen en trok ze één van de stoelen aan.

'Wie ga ik knippen?' vroeg ze.

'Eerst ik maar!' meldde Hugo zich.

'Maar … waarom,' hakkelde Trees!

'Gewoon omdat ik het kort wil. Heel kort. Drie millimeter!'

'Overal?' werd hem gevraagd door de kapster.

'Ja. Boven en aan de zijkanten zelfde lengte, alsjeblieft.'

'Hugo!' probeerde Trees nog een keer.

'Mijn haren, Trees, mijn lijf, mijn keuze!'

Sjeng zag iets van verslagenheid op het gezicht van Trees en vond het rot voor haar. Maar … aan de andere kant kon hij zich de keuze van Hugo wel voorstellen. Hij was … ineens wist hij niet meer of ze een leeftijd van hem hadden genoemd. Hij was in elk geval ouder dat Ben en hij, concludeerde Sjeng. En bovendien deed zijn leeftijd er niet toe. Hij mocht toch zeker wel zijn eigen keuzes maken! Wel vond hij het bijzonder dat hij Trees gewoon bij haar voornaam noemde.

'Oké, ik zeg al niets meer,' gaf Trees zich gewonnen. Wel vond ze het heel goed dat Hugo als eerste geknipt wilde worden. Had hij dat wat zij gezegd had over Sjeng en het kriebelen van zijn haren na een knipbeurt toch onthouden.

Toen Hugo klaar was, toonde de kapster – die Hilde heette – het resultaat aan iedereen. Trees had haar bedenkingen, Ben en Cas vonden het prima en Sjeng vond het verbijsterend goed staan. Niet dat hij dat zei. Hugo maakte dat hij zich soms vreemd voelde. De jongen was gewoon ontzettend mooi. En de strakke spijkerbroek die hij droeg, en die nooit zijn eigen keuze zou zijn, stond hem gewoon geweldig! Alle beenspieren waren goed te zien. En dat … ahum … Op uitnodiging van Hilde ging hij zitten. Hij gaf haar aan wat er veranderd moest worden.

'Zelfde stijl, maar dan wel een stuk korter,' zo concludeerde zij.

En dat was juist. Zijn haardracht was de laatste tijd thuis een regelmatig terugkerend punt van gesprek geweest. En omdat zijn vader erover begonnen was, had hij zich voorgenomen om een knipbeurt zo lang mogelijk uit te stellen. En dat alleen om zijn vader te laten zien dat hij zelf wel zou beslissen wanneer hij naar de kapper zou gaan. Al heel snel voelde hij de minuscule haartjes onder de boord van zijn shirt. Het kriebelde enorm. De kapster merkte het en vroeg of hij er erg last van had. 'Ja. Ik kan daar absoluut niet tegen.' Met de belofte op te schieten, ging ze vlot verder en was ze naar zijn idee heel snel klaar. De spiegel toonde hem zijn eigen gezicht en dat voelde na lange tijd weer goed.

'Een stuk knapper! vond Trees.

Sjeng moest ervan blozen. En toen was het tijd om te douchen. Ben had aangeboden te helpen en daarbij gezegd "we helpen je" en dus ging Hugo ook mee. Toen ze naar de hal liepen, werd hen achterna geroepen dat het snel moest gebeuren, want het eten zou over een kwartier op tafel staan en dat het krukje van oma gebruikt moest worden.

'We doen ons best,' antwoordde Hugo laconiek.

'En Sjeng! Niet je rechter arm gebruiken! Laat je helpen!'

'Ja, mam!' gekscheerde Hugo, maar meteen begreep hij dat het niet op zijn plaats was. 'Sorry, het spijt me, Sjeng!'

'Geeft niet, kan gebeuren. 'Kan ik straks wat kleren voor de nacht van jou lenen, Ben?' vroeg Sjeng aan Ben die achter hem liep.

'Ja. Loop maar mee naar mijn kamer, dan laat ik je zien wat ik heb.' Op zijn slaapkamer opende Ben de kastdeur en wees Sjeng waar wat lag. Hij vond het leuk om te zien dat de gast in huis hetzelfde koos als hij gewend was te dragen in bed: een boxer, pyjamabroek, T-shirt en sokken.'

'Je twijfelt,' zo merkte Ben op.

'Ja. Dat T-shirt. Lijkt me lastig in elk geval om aan te trekken.'

'Ik heb wel een pyjamajas die bij de broek past, hoor? Maar wil je daar ook nog iets onder dragen?'

Sjeng twijfelde opnieuw. Misschien beter van wel. Hij had het wat koud. 'Doe maar.'

Ben stelde een cardigan voor en hij liet zijn collectie, keurig op een stapeltje liggend, zien.

'Het zit onder die pyjamajas, dus de kleur maakt niet echt uit.'

'Hé! Tuurlijk wel! Altijd zorgen dat je kleding goed zit.'

Er werd gelachen. Tenminste door twee van de drie. Hugo begreep er helemaal niets van. Sowieso niet dat Ben zo verschrikkelijk veel verschillende kleren wilde hebben. Nou ja, zo besloot hij zijn gedachten, hij was anders dan Ben. Maar dat ene wilde hij nog wel kwijt in de richting van Sjeng. 'Draag jij ook sokken in bed!'

'Ja. Alleen in de winter hoor. Nou ja … hangt er gewoon van af.'

'Gadver! Het lijkt me dat je daar zweetvoeten van krijgt.'

'Jij misschien,' kaatste Ben terug. 'Ik niet en Sjeng waarschijnlijk ook niet. Toch?'

'Absoluut geen last van!'

Ze liepen gedrieën naar de badkamer en begonnen zich uit te kleden. Als eerste deed Sjeng de mitella af. Meteen voelde hij een druk op zijn arm die niet prettig was. Toen hij voorzichtig probeerde de knoopjes van zijn shirt met één hand los te krijgen, wees een inmiddels geheel blote Hugo hem terecht.

'Hé, je moest je laten helpen, riep Trees ons na.'

'Ja. Ben niet doof hoor, maar … wel eigenwijs.'

'Kom hier, makker, en laat mij dat doen.'

Sjeng wist niet waar hij moest kijken. Zijn hoofd voelde enorm warm aan en was waarschijnlijk vuurrood. Maar al heel snel besloot hij dat gewoon doen het beste zou zijn. Tijdens het douchen na het voetballen, had hij tenslotte ook altijd gewoon met jongens onder de douche gestaan. En op school na de gymles ook. Niets bijzonders dus. Maar … toch …

Hugo deed goed zijn best. Hielp de jongen uit zijn kleren en al snel stonden ze onder het stromende water. Met Ben maakte hij afspraken over wie welke taak op zich zou nemen. En hij gaf Sjeng de tip om zijn ellenboog te ondersteunen met de andere hand en gebruik te maken van het krukje dat in de hoek van de inloopdouche stond.

Hij vond het stom dat hij daar niet aan had gedacht. Cas had hem dat ook gezegd eerder. Toen was het meer nodig dan nu, maar meteen toen hij het deed, voelde het een stuk beter. De druk was eraf. Hij keek dan naar de een en dan naar de ander. Ze waren heel verschillend van lichaamsbouw, maar allebei mooi en … beiden niet helemaal slap. Op het moment dat hij dat opmerkte, keek hij naar beneden naar zijn eigen ding. Oké! Die was nog minder slap. Ineens schoot hij in de lach.

'Wat heb je?' wilde Hugo weten.

'Nee, laat maar.'

'Kom op, joh, gewoon zeggen! Knal het eruit!'

'Nee. Nou ja … voel me gewoon wat stom hier, omdat ik overal bij geholpen moet worden.'

'Service die snel genoeg ophoudt, hoor! Dus geniet er maar van.'

En dat deed hij. Het uitzicht was wondermooi. Bepaalde dingen wilde hij echter wel zelf doen en de jongens waren kies genoeg om hem voor de keuze te stellen om het zelf te doen of geholpen te worden.

Cas was door Trees naar boven gestuurd met de opdracht om de drie onder de douche vandaan te halen, want anders zou het eten verpieteren. Staand bij de deur hoorde hij het water nog stromen. 'Hé! Duurt het nog lang!'

'Nee!' riep Hugo.

'Zijn jullie bijna klaar?'

'Jahhh!' gaf de oudste van de drie als antwoord. Om daar vervolgens fluisterend aan toe te voegen: 'Nog een paar rukjes.' En het gebaar dat hij daarbij maakte was voor de twee anderen duidelijk genoeg. Ze schoten in de lach.

Cas had het antwoord gehoord en daarna het gelach. Pubers, hij begreep er soms helemaal niets van.

Lucky Eye
Berichten: 190
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 16:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 222 keer
Bericht Re: BRENG LICHT IN HET DONKER door Lucky Eye » woensdag 23 december 2020 06:37

Hoofdstuk 7

Meteen toen ze beneden gekomen waren, was Hugo met zijn telefoon begonnen. En toen er gegeten moest worden, had hij gevraagd of hij ermee door mocht gaan onder het eten. Trees had het, "bij wijze van uitzondering" zo had ze gezegd, goed gevonden. Sjeng had geen idee wat Hugo allemaal uitspookte, maar hij had er alle vertrouwen in dat hij later zijn telefoon weer veilig zou kunnen gebruik. Hij had niet veel gegeten. Hij was moe geweest. Voordat ze begonnen had hij ook aan Ben en Hugo uitgelegd dat hij een erg trage eter was en wat daar de oorzaak van was. Het leek alsof ze het niets bijzonders hadden gevonden. Ze hadden geen verdere opmerkingen gemaakt in elk geval. En wat het meest bijzonder was, het had geleken alsof iedereen ineens langzamer had gegeten. Hij wist natuurlijk niet wat hun normale tempo van eten was … maar … hij had het wel heel opvallend gevonden. Tijdens de maaltijd werd er gepraat met elkaar. Er was regelmatig gelach te horen. Het voelde voor hem alsof hij er helemaal bij hoorde. En toch … was dat niet zo natuurlijk. Hij was de gast. De jongen die tijdelijk uit huis was geplaatst. Hij wist waarom. Zij niet. Hij wilde ook absoluut niet terug. Nooit! Nou ja … hij wilde wel terug naar het huis. Daar hoorde hij, daar waren de herinneringen aan zijn moeder. Haar zentuintje met het mooie kapelletje. De plaats die hij nu niet kon onderhouden, omdat … hij er even niet kon zijn. Zou ze het hem kwalijk nemen?

'Sjeng?'

Hij schrok wakker.

'Was je in slaap gevallen?'

'Ja. Denk het wel.'

'Ik denk dat het goed voor jou is om te gaan slapen,' formuleerde Trees het heel voorzichtig.

'Ja. Is goed.' Hij zorgde ervoor dat hij goed wakker was en, na een "welterusten" in de richting van Hugo en Ben, liep hij met Trees en Cas mee naar boven. In de badkamer poetste hij zijn tanden. Hij was blij dat hij links was. Zou er niet aan moeten denken om dat met zijn rechterhand te moeten doen. Ze hadden het dekbed voor hem opengeslagen en hij kon zo in bed stappen.

'We hebben een oude, maar wel goed werkende, babyfoon naast je bed gelegd. Straks geef ik je je slaapmedicatie, maar het kan natuurlijk altijd zijn dat je wakker wordt. Ga dan niet zelf je bed uit. Het huis is vreemd voor jou. Bovendien kan het zijn dat je door dat middel wat gedesoriënteerd bent.'

'Jip-en-janneke-taal, Trees!' bromde Cas.

Sjeng moest lachen.

'Hij maakt een grapje, Sjeng! Vraag is of het een leuk grapje is, maar dat vecht ik nog wel met hem uit!'

'Ik blijf in bed liggen. Erewoord. Ga geen stomme dingen doen.'

'Goed. Is er nog iets dat we voor je kunnen doen?'

'Een boek. Ik wil graag nog even wat lezen straks. Ben ik zo gewend.'

'Voorkeur?' vroeg Cas, toen hij bij de boekenwand stond.

'Van Astrid Lindgren iets,' gaf hij zijn voorkeur op. 'Iets naar links, nu naar boven,' dirigeerde hij de zoekende.

'Iets bijzonders van haar?'

'Nee, pak maar wat.'

'Met dit knopje,' en Trees wees het aan op de wand, 'gaat het licht in de kamer uit en aan.

Ineens was er lawaai. De deur van de kamer naar de hal die met een klap dichtgegooid werd, stampende voetstappen op de trap en een andere deur die dichtgeslagen werd.

'Oh. Ik ga alvast weg, Sjeng. Even kijken wat er is. Hé, lekker slapen! Tot morgen!'

'Tot morgen, Cas. En … ik weet dat ik niet meer "dankjewel" of "bedankt" mag zeggen, maar ik doe het toch. Bedankt voor alles wat je voor mij hebt gedaan vandaag.'

'Het is goed, Sjeng! Ik heb je graag geholpen!'

'En … wil je mevrouw Beerenbroeck nog even willen bellen en haar zeggen dat alles goed is met mij? Ik wil niet dat zij zich zorgen maakt.'

'Doe ik. Tot morgen!'

'Oké. Hier is je paracetamol.' Trees gaf het hem aan en toen ze het lege maatbekertje terugkreeg het volgende. 'En het slaapmiddel.'

Sjeng had beide opgedronken. Die paracetamol smaakte nog steeds vies.

'Gezien eerder vandaag, zou ik je willen aanraden om niet zelf je ogen dicht te doen. Wacht gewoon tot ze vanzelf dichtvallen. Lijkt me beter.'

'Mij ook, Trees. Vandaar ook dat boek. Ik ben het inderdaad gewend om altijd nog iets te lezen in bed, maar vandaag is er ook die andere reden. En ook jij bedankt. Die voorkeursbehandeling in het ziekenhuis was wel heel bijzonder. En … die doos … ik ben zo blij dat ik hem heb gekregen.' Hij beet zich op zijn onderlip. 'Echt … al die herinneringen … '

'Je moeder was een ontzettend fijne collega, Sjeng! Meer dan dat! Een echte vriend!'

'Ja. Zo zag ik haar ook vaak. Niet als een moeder … nou ja … dat ook natuurlijk, maar het was veel meer.'

'Hé, ga lekker slapen straks. Welterusten en tot morgen!'

'Mag ik nog één vragen stellen?'

'Ja. Maar als je merkt dat je al begint weg te zakken, gewoon dat voorrang geven.'

'Doe ik.'


* * *

Cas was de slaapkamer van Sjeng uitgelopen en meteen naar de slaapkamer van Ben gegaan. Of Ben, of Hugo was de veroorzaker van de herrie geweest. Hij klopte op de deur.

'Ga weg!'

Het was overduidelijk de stem van Hugo. Weggaan, was Cas niet zondermeer van plan. Hij opende de deur en stak zijn hoofd naar binnen. 'Alles goed, Hugo?'

'Nee! Natuurlijk niet! Denk je dat ik zoveel lawaai maak als alles goed is!'

Het was niet echt een vraag, zo merkte Cas op. 'Wil je er over praten?'

'Nee. Laat mij maar even rustig betijen.'

'Goed. Doe ik dat. Maar … als je wilt praten, dan kan dat altijd, hè!'

'Weet ik. Maar nu even niet.'

'Is goed. Welterusten!' Cas trok zich terug en zag dat Trees de slaapkamer aan de andere kant van de overloop uitkwam. Hij liep naar haar toe en fluisterde: 'Hugo lijkt overstuur te zijn. Maar hij wilde niet praten. Wil jij het nog proberen?'

'Eerst maar eens horen wat Ben te vertellen heeft. Vind je niet?'

'Ja. Kan goede oplossing zijn. Is Sjeng nog aan lezen toegekomen?'

'Toen ik wegging had hij het boek wel opengeslagen, maar … ik denk niet dat hij ver komt.'

Zwijgend liepen ze voorzichtig de trap af. Ze gingen terug de woonkamer in en zagen Ben alleen aan de afgeruimde eettafel zitten. Nadat ze waren gaan zitten vroeg Trees wat er was gebeurd.

'Eerst niets! Helemaal niets! Hij was klaar met Sjengs telefoon, we hadden de boel afgeruimd, de vaatwasser gevuld en aangezet en toen we weer gingen zitten, sloot hij zich ineens helemaal af. Je weet wel hoe hij dat kan doen.'

Trees wist het inderdaad. Hugo ging dan met zijn hoofd op de tafel liggen en sloeg zijn armen daaromheen. Weg in zijn eigen kleine, beschermde wereldje. Had hij van klein af aan al gedaan.

'Ik probeerde hem … aan het praten te krijgen, maar ineens stoof hij op. Verweet mij dat ik alleen maar over stomme dingen praatte en stormde de kamer uit.'

'Trek het je niet aan, Ben, je weet hoe hij kan zijn. Maar … nu we toch hier bij elkaar zitten … ik vind het zelf rot om over Hugo te praten als hij er niet bij is … maar … de laatste tijd zit hij met iets. Weet jij daar iets van?'

Ben vond het moeilijk. Hugo was een echte vriend. Misschien wel zijn enige. En van roddelen hield hij niet. Maar … die verandering had hij ook wel opgemerkt. 'Ik weet iets. En dat heeft alles met mij te maken. Iets dat speelt tussen ons beiden. Iets waarover wij het niet eens zijn geworden. Maar … er is ook nog iets anders. En daar weet ik niets van.'

Cas had de voorzichtige woordkeuze van zijn neef heel goed begrepen. De boodschap was duidelijk: "Niet verder naar vragen!" 'Oké, Ben. Bedankt.'

'Jullie komen er vast wel uit samen,' probeerde Trees Ben gerust te stellen.

'Denk het niet! Het is zo wezenlijk verschillend dat … dat onmogelijk is. Hij … nee ik … ik heb mijn grenzen. Hem die heel duidelijk verteld en … misschien ben ik gewoon te star in dat soort dingen … '

'Hè! Het is goed dat jij je eigen grenzen bewaakt, Ben! Doen we allemaal! En af en toe botsen we tegen elkaars afbakeningen op. Kijk wat je er dan samen mee kunt. Het lijkt mij,' zo ging Trees verder, 'dat jullie vriendschap er niet onder zal lijden. Dat heb ik tenminste niet gemerkt tot nu toe en anders … ' Anders zal ik er eens met hem over praten, had ze willen zeggen, maar dat deed ze niet. Ze maakte er iets anders van. 'Nee … kan me gewoon niet voorstellen dat dat zal veranderen.'

Ben zuchtte diep. 'Waarom is het leven soms zo moeilijk?'

Cas schoof naar hem toe en sloeg zijn arm om hem heen. 'Ach, lieve jongen, ik weet het niet.' En dat was antwoord genoeg. Hij had niet overal een antwoord op. Zo zat hij niet in elkaar. En tot nu toe was dat ook nooit een probleem geweest voor Ben en hem. Maar nu … nu zou hij heel graag iets willen zeggen dat een glimlach op het gezicht van Ben zou toveren. De glimlach die hij zo graag zag en die hij zo vaak kreeg te zien.

'Geeft ook niet, Cas! Er komt wel een oplossing. Op de één of andere manier. Ben ik van overtuigd.'

'Gelukkig maar, jongen,' was Trees van mening.

'Wel erg van Sjeng, hè!'

'Ja.'

'Misschien speelde dat ook wel mee bij Hugo.'

'Hoe bedoel je?'

'Tijdens het douchen hadden we lol. Maar ik zag ook dat Hugo regelmatig een heel bezorgde trek op zijn gezicht had als hij naar Sjeng keek. Logisch. Sjeng is echt bont en blauw. Vooral op zijn rug. Heeft hij echt geen ribben gebroken of zo?'

'Ze zijn voor zover ze hebben kunnen zien niet gebroken.'

'Hoe bedoel je dat?'

'Verse breuken zijn soms moeilijk te onderscheiden. Daarom moet je vaak na een week weer terugkomen om nog eens foto's te laten maken. Dan zijn er soms ineens wel breuken zichtbaar.'

'Maar … stel je voor dat hij wel iets gebroken heeft, krijgt hij daar dan geen last van?'

'Gelukkig kan ik de symptomen herkennen, Ben.'

'Ja. Gelukkig wel.' Maar toch was hij nieuwsgierig genoeg om door te vragen. 'Hoe blijkt zoiets dan?'

'Met gebroken ribben is goed diep ademhalen enorm pijnlijk. Kijk dus niet op de komende dagen als ik Sjeng af en toe vraag om goed door te ademen. Als ik merk dat hij te oppervlakkig ademhaalt, dan wijs ik hem daarop. En als het hem dan extra pijn oplevert is dat een waarschuwing.'

'Maar … kunnen ze iets doen aan gebroken ribben?'

'Nee. Kwestie van helen.'

'Verdomme! En nu? Hoe gaat het verder?'

Trees en Cas legden het Ben uit en toen ze daarmee klaar waren, gaf Ben aan dat hij naar bed zou gaan. Van Trees kreeg hij het advies om Hugo maar even met rust te laten.

Ze bleven met z'n tweeën over en een tijdje werd er niet gepraat. 'Ben je moe?' vroeg Cas.

'Ja. Vreselijk moe. Maar we moeten nog twee dingen doen, had je me gezegd.'

Maar voordat ze die konden uitvoeren, ging de telefoon: Anne. Ze wilde weten hoe het met Sjeng was.


* * *


De trap oplopend, vroeg Ben zich af of de goedbedoelde raad van Trees het beste was. Hij moest in elk geval iets zeggen, was hij van mening. Hij poetste zijn tanden en ging voorzichtig zijn slaapkamer binnen. Als Hugo sliep wilde hij hem niet wakker maken. Hij stapte in het donker in bed. Hij luisterde naar de stilte die niet volledig stil was. Hij hoorde niet de rustige ademhaling van Hugo die er anders 's nachts was, als ze hier samen sliepen. Eerst hield hij zijn mond. Maar nadat Hugo zich een paar keer zuchtend had omgedraaid, verbrak hij dan toch zijn zwijgen. 'Hugo? Is er iets dat ik voor je kan doen?'

'Nee. Het spijt me dat ik zo bot tegen je deed.'

'Is goed. Kan gebeuren.'

'Ja. Maar niet tegenover jou.'

'Maar ik ben deel van jouw problemen, toch?'

'Nee. Ik maak die problemen zelf. Dat jij er bij betrokken bent … ach … weet ik ook veel. Maar er is meer.'

'Ja. Heb ik wel gemerkt. Maar ik wacht tot jij ermee komt.'

'Dank je. Ik wil er even nog niet over praten. Wil het eerst duidelijk hebben voor mezelf. Snap je?'

Dat was best een moeilijke vraag. Soms was het goed om dingen zelf uit te puzzelen. Maar op andere momenten had hij het zelf ook fijn gevonden om lucht aan zijn verhalen te geven. Dan was hij naar Ben en Trees gegaan vaak. Die combinatie van twee personen beviel hem meestal goed. Natuurlijk waren er ook dingen geweest die hij alleen met Ben of Trees had besproken, maar … die twee samen … was voor hem een goede uitlaatklep. Ze waren gewoon verschillend. Hadden soms beiden een andere kijk op dingen en … dan bleek de oplossing voor hem vaak ergens in het midden te zitten: de middenweg. 'Ja. Gedeeltelijk snap ik het wel. Maar … voor mij is het soms anders. Snap je dat ook?'

'Ja. Jij bent meer iemand van een goed gesprek. Ik wil het zelf uitzoeken en dan met een pasklaar antwoord komen.'

'Niets mis mee, maar … '

'Wat maar?'

'Volgens mij, mijn mening, kan praten soms helpen. Ik weet lang niet alles.'

'Jij niet?'

'Ik heb kennis. Opgedaan. Aangeleerd. Maar het gaat lang niet altijd om dat wat ik weet. Veel vaker gaat het, zo denk ik in elk geval, om dat wat je ermee kunt doen. En dat … dat weet ik vaak niet. Omdat ik er geen ervaring mee heb. Kan ook niet. Ik ben nog maar zestien. Jij nog maa… '

'Al achttien!'

'Ja! Wauw! Enorm verschil!'

'Rotjoch!'

'En dan vind ik het fijn om dat wat er in mijn hoofd speelt en blijft malen te delen met iemand die meer ervaring heeft.'

'Je oom en mijn moeder.'

'Of één van beiden. En geloof me, vaak genoeg krijg ik te horen dat ook zij het niet weten. Dat zij niet een antwoord hebben voor me. En ook dat is goed! Hoeft ook niet! Maar dat praten geeft me weer lucht. Laat me heel vaak zien, dat ik ook anders tegen dingen aan kan kijken. Voor mij werkt het. Hoeft niet te zijn dat het voor jou werkt.'

'Ik zit anders in elkaar.'

'Weet ik en dat is goed.'

'Niet altijd. Anders zou jij niet deel van mijn problemen zijn.'

'Het spijt me dat ik z… '

'Nee! Niet doen! Niet zeggen! Ik ben het probleem. Ik maak dingen moeilijk. Niet jij! Maar laten we proberen om te gaan slapen. Oké?'

'Ja. Welterusten, Hugo!'

'Slaap lekker, Ben!' Van slapen zou nog niets komen, wist hij maar al te goed. Als er iets in zijn hoofd maalde, werd het een slapeloze nacht. En er was nu veel en veel te veel dat een tennisspel in zijn kop leek te spelen.

'Denk je nog dat we op vakantie gaan?'

'Weet het niet. Trees heeft alle opties opengehouden. We hebben alles meegenomen in elk geval.'

'Eerst maar afwachten hoe het met Sjeng gaat.'

'Dat zei Trees ook.' Even was het stil. Toen schoot hem toch nog iets te binnen. 'Hé, Ben?' Het bleef stil. Ben moest in slaap gevallen zijn. Hugo zuchtte diep en draaide zich voor de zoveelste keer om. Even later ging hij weer op zijn rug liggen en legde hij zijn linker onderarm over zijn ogen in de hoop dat de beelden zouden stoppen. Niet dat het hielp. Hij hoorde hoe Trees en Ben naar boven kwamen en in de badkamer hun tanden poetsten. Even later de voetstappen van haar op de trap naar de bovenste verdieping van het huis en zijn deur die zachtjes gesloten werd, maar altijd vreselijk piepte. Opnieuw een andere houding. Zelfde resultaat. Geen. Normaal had hij het nooit koud in bed. Nu wel. Hij rommelde in zijn tas onder het bed en haalde een T-shirt en een joggingbroek tevoorschijn in het donker. Het hielp niet. Nog steeds kreeg hij het niet warmer. Hoewel hij er een vreselijke hekel aan had, dan toch maar sokken aangetrokken. Opnieuw graaien. Maar ook dat zorgde er niet voor dat hij het warmer kreeg. Een nieuwe diepe zucht. Hij moest het kwijt. Stapte voorzichtig uit bed en sloop de kamer uit en naar de slaapkamer van Trees. Daar klopte hij aan.

'Ja?'

Hugo opende de deur en vroeg of hij met haar mocht praten.

'Altijd, jongen!'

'Maar het is al wel laat, Mam, en … '

Ze glimlachte. Af en toe noemde hij haar toch zo en dat vond ze fijn. 'Maakt niets uit, Hugo. Ik heb altijd tijd voor jou en … als ik dat eens niet heb, dan moet je me beloven dat je me aan deze uitspraak houdt! Afgesproken?'

'Ja, Mam!'

'Kom erbij zitten,' zei ze terwijl ze zelf rechtop kwam en haar benen buiten bed bracht. Uitnodigend klopte ze op de rand van het bed en toen hij naast haar was gaan zitten, legde ze haar arm om zijn stevige schouders. Haar zoon was een prachtig mooie, jonge man. Hij deed een opleiding aan de academie voor lichamelijke opvoeding en was fanatiek wat betreft voetbal. Hij had al een paar keer mogen spelen in het eerste team – nog nooit een hele wedstrijd, maar dat was een kwestie van tijd – en alle keren had zij met Cas en Ben langs de kant gestaan. Van voetbal zijn carrière maken dat wilde hij niet, omdat hij zich had beseft dat het leven dan wel erg eenzijdig zou kunnen zijn. En … dat was iets dat hij absoluut niet wilde. Hij wilde zich niet op één ding vastleggen. Zij vond dat alleen maar een heel verstandig besluit van hem en was daarom heel blij dat hij ook zijn studie serieus nam. Ineens voelde ze hoe koud hij was. 'Heb je het koud?'

'Ja.'

'Waarom zeg je dat dan niet, man!'

'Geeft niet!'

'Echt wel! Kom verbouwen!' Samen zorgden ze voor kussens tegen de muur, daarna gingen ze er tegenaan zitten om vervolgens het dekbed om hen heen te slaan. 'Beter?'

'Ja, Mam, beter! Ik ben zo'n stommerd!'

'Hé, heel slecht begin van een gesprek. Je begint bij het oordeel, de veroordeling van jezelf. En bovendien … waarom zou je dat doen? Dat oordelen?'

'Omdat ik dingen gewoon verkloot soms!'

'Weet je. Doen we allemaal toch wel.'

'Jij?'

'Ik ook. Verkloot ook wel eens dingen.'

Hugo moest glimlachen. 'Niet zo praten, Mam! Past niet bij jou. Ik kan een voorbeeld nemen aan Sjeng. Die vloekt tenminste op een heel nette manier met zijn "nondedju".'

Trees moest lachen. 'Ja. Bijzonder hè!'

'Ja. En dat vooral omdat hij alle reden heeft om te vloeken. Toch?'

'Hoe bedoel je?'

'Nee. Laat maar even.'

Ze gaf haar zoon de tijd. Wilde hem vooral niet haasten. Hij moest dat wat hij wilde brengen doen op de manier die hij daarvoor koos. Tenzij … ze hem moest aanmoedigen. En toen het haar te lang stil bleef, deed ze daar een poging toe. 'Zeg, lieverd, wat is er aan de hand met jou. Al een aantal weken lang ben je niet helemaal jezelf. Mij is dat opgevallen, maar ook anderen.'

'Wie?'

'Cas en Ben natuurlijk!'

Ja. Logisch.

'Ben wijt het aan iets dat er speelt tussen jullie bei… '

'Nee! Dat is het niet! Het is mijn fout! Het ligt echt niet aan ons beiden! Ik ben de stommerd in het geheel. Ik verkl… '

'Niet opnieuw, Hugo! Dat is het niet. Er zijn jou geen verwijten gemaakt. Noch door Cas, noch door Ben. We voelen allemaal dat het bij jou even niet helemaal goed zit. En dat is niet het enige. Er is meer. We hebben dat gemerkt.'

'Hmmm.'

'Laat me even terugrekenen.' In haar hoofd ging ze de afgelopen weekenden bij langs. Het laatste weekend had ze geen dienst gehad. Het weekend daarvoor wel. Toen was Hugo naar Peter – haar ex en zijn vader – geweest. Wacht … ze ging iets sneller terug. Vier weken daarvoor … Ja. Dat was het! Vanaf dat moment, ook een bezoek aan zijn vader, was het mis. Ze gaf hem haar conclusie en zag dat hij niet reageerde. 'Is er iets gebeurd in dat weekend?'

Opnieuw bromde Hugo alleen maar wat.

'Kom op, lieverd! Laat me niet raden. Hebben jullie woorden gehad? Ruzie?'

Hugo zuchtte diep. 'Er is iets gebeurd. Maar … ik heb het niet op een rijtje nog. Weet niet precies wat ik ermee moet. Maar ja … het beïnvloedt mijn gedrag wel. Voel me er rot onder, omdat ik niet weet wat ik ermee moet. Maar … ik wil dat eerst zelf zoveel mogelijk zien op te lossen. En weet je … dat jij dit nu weet … dat voelt al goed voor me.'

'Blij toe, Hugo! Ik zal niet verder vragen. Weet dat jij ermee zult komen als jij het eraan toe hebt. Is dat goed?'

'Ja. Maar je moet me wel beloven dat je het er niet met Peter over zult hebben!'

Haar zoon kende haar goed. 'Ik beloof het je. Zal geen contact met hem opnemen. Maar … maak het jezelf niet al te moeilijk, alsjeblieft. Ook halve antwoorden zijn antwoorden. En … als we er samen, in welke samenstelling dan ook, over praten kunnen wellicht die halve hele worden.'

'Ja. Dat is soms zo.' Echt overtuigd was hij nog niet, want … zij had er ook mee te maken. En … dat was misschien nog wel het meest moeilijk.

'Knuffel?'

'Ben ik daar niet te groot voor?'

'Raar joch! Kom hier!' Ze trok hem naar zich toe en knuffelde hem.

'En dan nog iets,' zei hij gesmoord door haar stevige omhelzing. 'Hoe zit het met Sjeng?'

Daar was dan dat wat Ben had vermoed. 'Wat bedoel je precies?'

'Wat er met hem gebeurd is, natuurlijk!'

'We weten dat niet precies, omdat hij er niet, nog niet, over wil praten.'

'Hmmm.'

'Herkenbaar?'

'Ja. Wij hebben dat soms. Pubers. Jongvolwassenen. Gewoon … omdat … weet ik veel!'

'Het geeft niet, Hugo! Het hoort er gewoon bij. Denk je dat ik vroeger alles … met mijn pleegouders besprak? Echt niet! Ik wilde het ook zelf allemaal oplossen. En nu … nu wou ik soms nog wel dat ze er waren. Om even iets met hen te bespreken.'

'Ach, Mam! Dat voelt zo verdrietig!'

'Mijn eigen ouders waren veel te jong toen ze overleden. Mijn pleegouders waren heel goede vervangers. Ik praatte heel veel met mijn pleegmoeder. Maar pleegouders verdwijnen weer uit je leven. Gelukkig heb ik er anderen voor in de plaats gekregen. En daar ben ik blij om.'

'Peter?'

'Ach … niets kwaads over je vader, maar … '

'En nu komt er toch iets dat niet zo leuk is over hem,' daagde Hugo haar uit.

'Hij … hoe zal ik het zeggen.'

'Jaaaa,' drong hij aan.

'Hij kon niet echt goed luisteren. Praten wel, maar … vooral over zichzelf. Hij is pedant.'

'Dat woord ken ik niet, moet je me even uitleggen.'

'Sorry, schat. Pedant betekent onder andere dat je je zo gedraagt dat het lijkt alsof je jezelf belangrijker vindt dan ieder ander. Aanmatigend. Aanstellerig. Alweterig. Arrogant.'

'Ho maar, Mam! Dat is inderdaad Peter ten voeten uit. Hij is mijn vader, maar … tja … Weet je … je hebt eigenlijk nooit iets vervelends, iets naars over hem gezegd. En … de laatste tijd heb ik me vaak afgevraagd of dat recht deed aan hem. Het kan toch niet zo zijn dat altijd alles goed was tussen jullie.'

'Je hebt gelijk. Dat was het ook niet. We hadden onze verschillen van mening. Duidelijk. Maar … ik heb jou er nooit lastig mee willen vallen. Het was iets tussen hem en mij.'

'Niet helemaal. Ik was ook partij. Ik was deel van ons gezin.'

'Ja. Je hebt gelijk. Maar … onze scheiding … dat was iets van ons twee. Had niets met jou te maken.'

Hugo keek haar aan. 'Zeker weten?'

Ze knikte en beaamde het. 'Ik vraag me wel eens af waarom kinderen zo vaak het idee hebben dat zij schuld hebben aan de scheiding van hun ouders.'

'Logisch toch?'

'Leg uit!'

'In ons geval waren we met z'n drieën. Jij en Peter eerst alleen. Daarna kwam ik erbij. En een aantal jaren later ging het mis. Ik was er als laatste bijgekomen. En … ik trok toen heel snel de conclusie dat jullie voor dat ik er was gelukkig waren met elkaar. Pas toen ik kwam …'

'Oké. Ik snap het. Als je maar goed onthoudt dat onze scheiding niets met jou te maken had!'

Hij zuchtte. Het was niet helemaal waar, maar toch zei hij: 'Duidelijk, Mam. Maar dan nog iets. Als hij zo pedant was, waarom heb je dan iets met hem gekregen?'

'Tja … ' een zucht volgde. 'In mijn ogen was je vader vroeger niet pedant. Niet met al die betekenissen in elk geval die ik zo-even opnoemde. In mijn ogen was hij zelfverzekerd. En dat was iets … dat ik totaal niet was.'

'Maa… '

'Laat me nog maar even praten, Hugo,' onderbrak ze de vraag van haar zoon. 'Mijn ouders zijn bij een helikopterongeluk omgekomen toen ik zes was. En daarna kwam ik in een pleeggezin terecht, omdat er geen familie was die mij kon opvangen. Ik was een afwachtende puber. Keek tegen alle andere pubers op. Vooral omdat die zo anders waren dan ik. Leerde in mijn pleeggezin ook niet echt voor mezelf opkomen. Daar was het meer … moeilijk te zeggen, omdat ik natuurlijk best wel dankbaar was en ben dat zij er toen waren voor mij … maar … het was zo anders dan thuis. En … dat viel toen ineens weg. Bij mijn pleegouders was het "ogen in het bord en eten!".'

'Wauw! Streng!'

'Ja. Moest natuurlijk ook wel, want we zaten altijd met een hele koppel aan tafel. Maar … dat superstrenge … dat zorgt er wel voor dat je je als kind niet goed kunt ontplooien. Tenminste … zo werkte het bij mij.'

'Daarom heb ik dus ook een vrije opvoeding gekregen?'

'Ja. Eén van de redenen. Misschien ben ik daarin doorgeschoten.'

'Jullie.'

'Hmmm… wie weet. Maar … ik keek dus enorm op tegen Peter. De zelfverzekerdheid spatte er bij hem vanaf. En … dat trok mij aan. Daarnaast … was hij natuurlijk ontzettend knap.'

'Echt?'

'Hé, kijk naar jezelf, man! Met uitzondering van je rode haar, dat je van mij hebt, lijk je ontzettend veel op Peter. Hij was ook kna… '

'Zeg je nou bewust "was"?'

Trees moest lachen.

'Vertel!'

'Peter is toch niet meer knap te noemen! Hij is dik. Heeft een onderkin. Nou ja … niet mijn idee van een knappe man. Ik ben niet echt een ster in de keuken, dat weet je. En dat en het feit dat ik vaak op het werk was en daar bleef eten, zorgde er voor dat hij nooit iets overdadigs kreeg thuis. Als hij voor zichzelf moest zorgen, liet hij zich gewoon verhongeren!'

'Echt?'

'Ja. Peter was behoorlijk afhankelijk van mij wat dat betreft. En bij Charlotte heeft hij het wat dat betreft duidelijk beter. En dat is hem aan te zien.' Opnieuw moest ze lachen. 'Maar jij hebt dat mooie uiterlijk van hem, toen hij jong was, mijn lieve zoon!'

'Ho maar! Ik wil niet pedant worden, Mam!'

'Nee. Dat zal je ook niet lukken. Voordien grijp ik wel in.'

'Goed, Mam! Echt doen, hoor! En Cas … hoe was die op de middelbare school?'

'Heel anders. Een … ' Even viel ze stil. Ze wist niet of ze het moest vertellen. Besloot uiteindelijk om te vertellen hoe hij destijds voor haar was geweest. 'Ik ontmoette hen beiden pas in het tweede jaar, na de brugklas dus. Eerst was Cas een rebel. Hij schopte overal tegenaan. Dat veranderde. Hij … nou ja … weet niet wat het geweest is. Hij werd een outsider, plaatste zichzelf over buiten, maar … bleef wel betrokken. Ik kon altijd goed met hem praten. Hij … hij kon luisteren en dat was fijn.'

'Heel sociaal dus?'

'Hmmm … weet het niet. Hij was het pas als een ander bij hem kwam. Hij ging nooit zelf ergens op af. Was teruggetrokken zelfs. Werkte ontzettend veel. Had diverse baantjes. Ging niet naar de kroeg, trok niet met vrienden op.'

'Oké, maar nu is hij wel anders. Hoe kan dat?'

'Omdat hij veranderd is, denk ik. Dat mogen we gelukkig toch allemaal? Ik heb me ook aangepast. Daar waar ik vroeger niet zelfverzekerd was, heb ik dat nu wel veel meer. Tenminste … dat krijg ik vaak te horen. En … zo voel ik me ook.'

Dat laatste was iets waar Hugo over na moest denken. 'Terug naar Sjeng. Waarom denk je dat hij niet wil praten?'

'Omdat dat voor hem moeilijk is.'

'Maar is dit mishandeling?'

'Ik heb het vermoeden van wel. Hij vertelde dat hij van de trap was gevallen, maar … ' ze herhaalde het lijstje dat Rinze die middag had opgenoemd, om aan te geven dat een val van een trap heel andere verwondingen geeft.

'Shit! En … dan is het toch vaak iemand in de nabije omgeving.'

'In heel veel gevallen wel.'

'Zijn vader?'

'Ik weet het niet.'

'Maar meer familie is er toch niet?'

'Ik ga niemand beschuldigen, Hugo. Ik weet het niet. Ik weet alleen dat het vreselijk is. Hij heeft zo ontzettend veel blauwe plekken.'

'Ja. Zagen we onder de douche. Echt vreselijk!'

'Hé! Hij is sterk. Heel erg sterk, zo heb ik het idee. Probeer jij dat ook te zijn, lieverd.'

'Heb jij dat ook gedaan?'

Even was er twijfel. Het was een dubbel gevoel. Ja. Enerzijds was ze sterk geweest. Ze had zich gericht op dat wat gedaan had moeten worden. Maar … op het eind was ze toch gebroken. Langzaam begon ze te vertellen. Haar werk. Dat wat ze gezien had. Het overleg met Anne en Rinze. Het gesprek met haar vriendin daarna. De tranen die ze gehuild had bij Cas. De troost die hij haar geboden had.

'Hij is een echte vriend, Mam!'

'Ja. Zeker!'

'Wanneer wordt het meer?'

'Hoe … '

'Gewoon, Mam! Je bent al zo lang alleen! En … ik zou het zo fijn vinden als jij iemand hebt als Cas. Hij is heel goed voor jou. Jij bent goed voor hem. Hij is … wij zijn met z'n vieren zo'n leuk stel. Mijn idee. Je hoeft er niets mee natuurlijk. Maar … ik zou het wel heel fijn vinden.'

Ze trok hem opnieuw naar zich toe en liet haar tranen komen. 'Dank je, lieverd, voor je openheid. Voor je mening. Heel belangrijk dat je die geeft. Bedankt.'

'Hoe gaat het nu verder met Sjeng?'

Ze vertelde hem hetzelfde dat zij en Cas eerder aan Ben hadden verteld. Een verhaal vol van onzekerheden. Maar … ze moesten het er mee doen. Voorlopig.

Lucky Eye
Berichten: 190
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 16:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 222 keer
Bericht Re: BRENG LICHT IN HET DONKER door Lucky Eye » donderdag 24 december 2020 06:09

Donderdag 24 december
Hoofdstuk 8


Toen Sjeng de volgende ochtend wakker werd, was er een gevoel van opluchting in hem; hij had goed geslapen en tijdens die periode van rust geen nare beelden of nachtmerries gehad. Daarna voelde hij pas de lichte hoofdpijn. Een verklaring was snel gevonden: het slaapmiddel. Hij had het idee dat als hij even rechtop kon zitten het beter zou zijn. Hij probeerde het, maar … het lukte niet. De spierpijn in zijn bovenlijf was zo vreselijk dat hij even naar adem hapte. Toen zijn hart wat minder snel klopte, probeerde hij zich op zijn linkerzij te draaien. Maar ook dat lukte niet. 'Nondedju! Nondedju!' vloekte hij. Maar ja … dat hielp natuurlijk helemaal niets. Dan maar rustig blijven liggen. Hij dacht terug aan zijn hoofdpijn. Het medicijn kon oorzaak zijn, maar het kon natuurlijk ook iets anders zijn. Gisteren was het een bijzondere dag geweest. Druk. Vol van emoties. Mensen. Herinneringen. Tegelijkertijd wist hij ook dat er goede dingen geweest waren. Hij had het heel fijn gevonden Anne weer te zien. Eerst had hij haar niet kunnen plaatsen, maar later was het hem duidelijk geworden. De ontmoeting met Rinze was verrassend geweest. Hij kende hem alleen van zijn bezoekjes aan de vrienden van zijn oma. Die liepen altijd uit en dan kon er altijd meegegeten worden. Zijn oma had hem uitgelegd dat dat kwam omdat Toine en Hanna twaalf kinderen hadden en dat het bij hen nog steeds een zoete inval was. Wel een leuk idee, vond hij. Geen probleem maken als er ineens extra mensen waren, maar gewoon stoelen aanschuiven. Dat was hier ook gebeurd natuurlijk. De jongens hadden niet raar opgekeken dat er ineens iemand bij was gekomen. Ongetwijfeld waren ze daarover gebeld, maar toch … het had allemaal heel gewoon geleken. Niemand ook die hem vragen had gesteld. De blikken onder de douche had hij wel opgemerkt. En ook de gezichten die ze daarbij getrokken hadden. Het was hem duidelijk dat ze geschrokken waren. Logisch natuurlijk! Als … als iemand zoiets doet … dan … Vervolgens merkte hij het boek op dat opengeslagen op zijn buik lag. Shit! Het was een gebonden boek, maar de binnenkant zou wel beschadigd kunnen zijn. Dat was gelukkig niet het geval. Hij besloot te blijven liggen tot hij hoorde dat één van de anderen wakker was, tenzij hij heel nodig zou moeten plassen. Dan zou hij op de knop van de babyfoon drukken. Hij pakte het boek op. Gisteravond was hij begonnen, maar niet ver gekomen. En dus zou hij opnieuw beginnen. Die gedachte deed hem denken aan een songtekst van Stef Bos. Zijn moeder had diverse cd's van hem gehad en in het laatste jaar waren ze samen naar een concert van hem geweest. Hoe ging die tekst ook alweer? Even wist hij het niet, maar toen kwamen dan toch de woorden. Af en toe haperde hij ergens en was het zoeken.

Gooi de ramen open
Laat de wereld binnen
De winter geeft zich over
De lente kan beginnen

Streep door het verleden
Toekomst aan het woord
De strijd die is gestreden
De gebeden zijn verhoord

Er is nog niets verloren
Al is er veel vergaan maar


Het is niet ver meer lopen


Ik kijk niet om
Ik blijf niet staan
Ik begin van voor af aan


Dit is geen overtuiging
Ik dien geen hoger doel
Ik weet niet waar ik heen ga
Maar ik ga op goed gevoel



Niet helemaal volledig. Gedeelten ontbraken. Toepasselijk was het wel. En ja, zo wilde hij het graag doen. Opnieuw beginnen. Maar hij wist nog niet precies hoe. Kon hij ook nog niet weten toch? Hij was nog maar zestien. Stond nog aan het begin van zijn leven. Wist het nodige, maar lang niet alles. Hij moest Matthieu bellen.


* * *


Hugo werd naast zijn moeder in het tweepersoonsledikant op de zolderkamer wakker. Ze sliep nog en daarom stapte hij heel voorzichtig uit bed. Ze had rust nodig. Gisteren was een drukke dag geweest. Op zijn tenen, in sokken, sloop hij naar de deur toe. Die piepte gelukkig niet toen hij hem opende en achter zich weer dicht deed. Het eerste wat hij deed was controleren of hij zweetvoeten had gekregen van die sokken aan in bed. Zittend op de overloop bracht hij één voor één zijn voeten in de richting van zijn neus, maar … het rook absoluut niet. Beter! Hij liep – geheel tegen zijn gewoonte in – heel langzaam en voorzichtig de trap af. Hij wilde niet dat Ben en Cas wakker zouden worden. Sjeng ook niet. Maar die bleek al wakker te zijn, want toen hij op de eerste verdieping was hoorde hij ineens: "Hé! Hallo!" Het klonk niet luid, maar wel duidelijk genoeg voor hem. Hij liep naar de deur van de bibliotheek annex logeerkamer en opende deze. 'Je bent wakker.'

'Ja. Nog niet zolang. Maar ik moet er wel uit om te plassen. En ik heb honger.'

'In die volgorde dan maar?'

'Ja. Maar laten we wel naar beneden gaan, want ik wil niemand wakker maken.'

'Mijn idee. Daarom sloop ik ook naar beneden.'

'Je zult ongetwijfeld je best gedaan hebben, Hugo, maar ik hoorde je wel hoor!'

'Moet jij wel superoren hebben, man! Ik heb echt … '

'Geloof je! Maar … mijn blaas staat op knappen,' overdreef hij. 'Maar … je zult me wel even moeten helpen overeind te komen, want eerder probeerde ik het zelf, maar dat ging totaal niet.'

'Oké. Help ik je.' Rustig gaf Hugo aan hoe het hem het beste leek. Hij zag hoe Sjeng knikte. En … het lukte. De pijn op het gezicht van de jongen was duidelijk te zien, maar hij zat in elk geval overeind. Later moest hij zijn moeder vragen of er niet een betere manier was. 'En nu rustig je benen uit bed.'

'Nondedju!'

'Gaat het!' vroeg Hugo bezorgd.

'Ja. Maar als alles me vandaag zoveel moeite kost, dan ben ik tegen het middaguur compleet af!'

'Zorg er dan wel voor dat je voldoende rust krijgt, makker!' Hugo hielp hem in de benen en ook dat kostte Sjeng de nodige moeite, bemerkte hij. 'Oké, je staat!' benaderde hij het positief. Hij gaf hem tijd om op adem te komen. Daarbij lette hij nadrukkelijk op of Sjeng wel goed doorademde. Daar had zijn moeder hem voor gewaarschuwd. Het leek hem dat dat oké was. 'Wil je een ochtendjas aan?'

'Ja. Maar niet meteen, want anders moet ik hem straks weer losmaken in de wc.'

'Oh ja. Niet aan gedacht. Neem ik hem mee naar beneden.' Hugo ging Sjeng voor naar beneden en hield hem goed in de gaten. Hij bewoog erg houterig. Beneden opende hij alvast de deur van het toilet in de hal voor. 'Moet ik je helpen?'

'Nee, niet nodig. Dit krijg ik wel alleen naar beneden. Maar een spijkerbroek doe ik vandaag niet aan. Die knoop bij elk bezoek aan het toilet open- en dichtmaken, gaat me niet lukken in met één hand.'

'We kunnen helpen!'

'Een joggingbroek van Ben lenen, lijkt me handiger.'

'Kan ook!' Hij bleef wachten. Hoorde duidelijk dat Sjeng echt nodig moest. 'Net op tijd?' vroeg hij toen de jongen naar buiten kwam.

'Viel mee. Zo ernstig was het nou ook weer niet.'

Hugo hielp Sjeng in de ochtendjas en daarna bracht hij de mitella aan. Samen liepen ze naar de woon-/eetkamer en informeerde wat voor ontbijt hij wilde hebben. Hij vroeg om drie boterhammen en maakte een keuze uit het beleg dat er was.

'Zal ik het in stukjes voor je snijden?'

'Ja. Graag.'

'Dat nette vloeken van jou,' vroeg Hugo terwijl hij aan het aanrecht bezig was, 'hoe kom je daaraan?'

'Van mijn moeder. Op de basisschool had ik een periode dat ik het, om de één of andere reden, leuk vond om te vloeken. En dan vlogen de GVD's in het rond. Mijn vader,' hij vond het rot om over hem te praten, maar het was soms gewoon niet te vermijden, 'is aardig streng katholiek en elke keer als ik in zijn bijzijn vloekte, kreeg ik een donderpreek en straf van hem. Mijn moeder stelde me toen voor om op een andere manier te vloeken. Vandaar dat "nondedju". Het wordt een schertsvloek genoemd. Maar … is toch gewoon een krachtterm.'

'Het klinkt heel erg netjes.'

'Het is Frans oorspronkelijk en betekent zoiets als "In de naam van de Heer" en dus toch een ijdel gebruik van de naam van God.'

'Oh ja, en dat mag niet op grond van het zoveelste gebod.'

'Het derde.'

'Je bent goed op de hoogte.'

'Ik heb niets met geloven.'

Het had heel pertinent geklonken en Hugo was niet van plan erop in te gaan. Zelf was hij niet opgevoed met geloof en geloven in een god. Zijn ouders waren ruimdenkend. Op de openbare basisschool had hij wel levensbeschouwing gehad en daar waren alle geloven – een hele rits in elk geval – voorbij gekomen. Hij zette een bord voor Sjeng neer en gaf aan dat de derde boterham zou komen als de eerste twee op waren, omdat zelfs het allergrootste platte bord te klein was voor drie stuks. Zelf nam hij plaats achter een kom met fruit, muesli en yoghurt.

'Eet je dat altijd?'

'Ja. Vind ik lekker. Maar alleen 's morgens hoor!' Eerst aten ze beiden alleen maar. Hugo wilde niet praten, omdat hij bang was dat hij Sjeng dan af zou leiden en dat hij zich dan zou kunnen verslikken.

'Geloof jij wel?'

'Ik weet het niet. Moeilijk. Ben er niet mee opgevoed. Mijn ouders zijn beiden vrijdenkers, denk ik. Eerder boeddhisten dan christenen. Maar … weet ik ook eigenlijk niet. Komt niet vaak ter sprake. Ben jij wel christelijk opgevoed?'

'Ja. Vanwege mijn vader. Mijn moeder was ook meer een vrijdenker, zoals jij het noemde. Toen ze trouwden was er een priester voor mijn vader en iemand van het Humanistisch Verbond voor moeder. Ze had dat zo gewild. Niet alleen zijn kant moest benadrukt worden. En toen ze mij lieten dopen, was er natuurlijk ook een priester, maar mijn moeder hield zelf ook een praatje.'

'Knap van haar!'

'Ze wilde zichzelf zijn. En dat deed ze ook. Maakte haar eigen keuzes.'

'Ik weet nog dat we daar waren tijdens het afscheid, mijn moeder en ik. Best moeilijk.'

Sjeng knikte alleen maar.

'Ook dat ik bij haar kwam, weet ik nog. Zij als kinderarts, bedoel ik. Ze was goed in haar werk. Ze wist heel snel mijn vertrouwen te winnen en dat wilde wat zeggen.'

'Hoezo?'

'Ik was niet makkelijk vroeger. Vanwege … tja… het was gewoon zo. Laat ik het daar maar op houden.'

'Ook goed lijkt me. Ik neem me steeds voor om niet alles wat ik doe te analyseren. Schiet je, naar mijn mening, niets mee op.'

'Verstandig!"

'Ik weet niet of het dat is, maar het scheelt je wel kopzorgen.'

Hugo moest lachen. En gaf meteen daarna aan dat hij Sjeng niet uitlachte.

'Nee. Zo voelde dat ook niet voor mij. Het leek me eerder alsof je je erin herkende. Je dat ook zo voelde, wat betreft die kopzorgen.'

'Ja.' Meer zou hij er niet over zeggen.

Het korte antwoord betekende dat het gesprek stil viel. Sjeng vond het prima. Ander onderwerp dan maar. 'Zijn hier vaak gasten zoals ik over de vloer?'

'Af en toe. Niet al te vaak.'

'En is dat dan altijd kort of ook wel langer?'

'Meestal kort. Maar ik herinner me ook wel iemand, een meisje, die bleef tot ze achttien werd. Toen ging ze met behulp van instanties op zichzelf wonen. Met Kerstmis krijgen we nog altijd een kaart van haar en mijn moeder en zij bellen nog vaak.'

'Leuk dat dat contact er is gebleven.'

'Ja. Niet dat mijn moeder het daarom doet of zo hoor!'

'Euhh… hoe bedoel je?'

'Nou ja … ze … wij … we hoeven er niets voor terug. Het is gewoon iets wat we doen.'

'Gewoon vind ik het niet. Eerder heel bijzonder! Je moet het maar kunnen. Ineens een vreemdeling over de vloer die … nou ja … ben zelf ook niet makkelijk. Anderen zullen dat ook niet geweest zijn.'

'Ga jezelf niet te veel de grond inboren, dude! Je bent gemakkelijk genoeg.'

'Ja hoor! Heb overal hulp bij nodig! Maar toch ben ik gemakkelijk genoeg.'

'Zorg ervoor dat je jezelf blijft. Heel belangrijk.'

Dat was een waarheid als een koe, zo vond Sjeng. Een thema in zijn leven. Iets dat hij mee had gekregen als heel persoonlijke boodschap op het laatst. Hij kon dat moment nog steeds heel erg goed oproepen.

'Toch?' drong Hugo aan toen hij geen antwoord kreeg.

'Ja. Was even weg. Herinneringen. Je hebt gelijk.' Even hield Sjeng zijn mond, omdat Ben binnen kwam. Toen maakte hij toch af wat hij wilde zeggen met: 'Altijd proberen om jezelf te zijn.'

Ben plofte op de stoel aan het hoofd van de tafel aan de kant van de tuin neer en bromde: 'Mogge.' Hij hoorde de ochtendgroet van de twee anderen.

'Maar even niets zeggen,' raadde Hugo Sjeng aan. 'Licht ontvlambaar vanwege een ochtendhumeur.'

'Oh.'

'Iets mis mee!' klonk het scherp.

'Euh… nee.'

'Hadden jullie het niet over "jezelf zijn"? Nou dit ben ik ook. Voor tien uur 's ochtends niet te genieten. Dus … En trouwens? Zijn jullie altijd jezelf? Jij Sjeng?'

Hij voelde zich aangevallen ineens. Daar waar hij gisteren had geweten dat het speels was, was het dat nu niet. Het voelde rot. 'Ik doe mijn best om me zelf te zijn. Lukt waarschijnlijk niet altijd.'

'Nee. Dacht ik al.'

'Hoezo?' was Hugo benieuwd.

'Ik schat jou in als iemand die het liefst eerlijk door het leven gaat,' richtte hij zich tot Sjeng zonder een blik op de vragensteller te werpen.

'Euhh … ja. Lijkt me het meest pretti… '

'En toch vertelde jij je oma gisteren niet dat je in het ziekenhuis was geweest!'

'Hè! Zijn keuze!' nam Hugo het voor Sjeng op.

'Bemoei je er niet mee! De opmerking was voor hem niet voor jou! Voor jou heb ik er ook wel één hoor, als je wilt. Wanneer ben jij jezelf? Als puntje puntje puntje of als puntje puntje puntje?'

Sjeng begreep er niets van, maar zag op het gezicht van Hugo dat die zich geraakt voelde.

'Je bent af en toe een ontzettende eikel, Ben! Een dikke lul!'

'Niets mis mee toch! Vin… '

'Kop dicht!' brulde Hugo, stond op van zijn stoel en liep de kamer uit. Vervolgens was het een herhaling van gisteravond wat betreft geluiden.

Sjeng had de jongen nagekeken en pas nadat het geluid was verstomd keek hij naar Ben. Die lag met zijn voorhoofd op tafel. 'In antwoord op jouw vra… '

'Laat maar! Ik heb het verkloot. Mijn schuld. Niet nodig dat je antwoord geeft.'

'En toch doe ik het. Ik besta uit verschillende facetten. Eerlijkheid is daar één van. Nieuwsgierigheid is een ander. Zo zijn er veel meer. En dat gaat niet alleen voor mij op, maar ook voor jou. Zo-even was een "ontzettende eikel" en "een dikke lul", zoals Hugo opmerkte. Je bent iemand die een ochtendhumeur heeft. Maar … en ik hoef geen antwoord van je, beschouw het als een retorische vraag, zijn die drie elementen bij elkaar alles wat jij bent?' Toch wachtte Sjeng even op een reactie. Toen die niet kwam, ging hij verder. 'Ik weet wel zeker van niet. Terug naar het telefoongesprek met mijn oma, want daar maakte je tenslotte een opmerking over. Heel bewust heb ik haar niets verteld over mijn bezoek aan de spoedeisende hulp. Niet omdat ik bewust niet eerlijk wil zijn, maar omdat ik ook zorgzaam ben. Een ander facet van mij. Zij heeft vakantie op dit moment.' Hij vertelde waar zij was en met wie. 'Als ik verteld had van mijn ziekenhuisbezoek, dan had zij zich gisteravond nog met een taxi terug naar huis laten rijden. Zo is mijn oma. En dat wilde ik dus niet. Vandaar mijn niet vertellen van de waarheid. En daar zul je het mee moeten doen.' Hij pakte zijn vork op en ging verder met eten.

'Mijn excuses.'

Sjeng zorgde ervoor dat het kleine stukje brood – Hugo had een plak brood in zestien stukjes verdeeld – goed gekauwd en doorgeslikt werd voor hij reageerde met: 'Je hebt mij niet bezeerd, Ben. Alleen maar gevraagd hoe het zat.'

'En nu?'

Indachtig de liedtekst van Stef Bos begon Sjeng met: ' Ik kijk niet om/Ik blijf niet staan/Ik begin van voor af aan.'

'Oh.'

'Niet mijn tekst. Een liedtekst.'

'Dat is soms net poëzie.'

'Ja. Helemaal met je eens.'

'Van wie?'

Sjeng noemde de naam van de tekstschrijver.

'Denk dat ik dan Hugo maar eens ga opzoeken. Kijken wat of er iets te lijmen valt. En als dat niet lukt, zul je het straks wel zien aan een blauw oog in mijn gezicht.'

'Echt niet! Het lijkt me niet dat Hugo zoiets doet.'

'Nee. Zo is hij niet. Mag ik je nog een vraag stellen?' Ben keek op en zag de jongen naast hem knikken. 'Die wond op je wang. Hoe kom je daaraan?'

'Het is mijn keuze om niet te antwoorden op jouw vraag. Zegt niets over jou, of je vraag, maar alles over mij.' Even was het te dichtbij gekomen.

'Prima. Ga ik naar Hugo.'

'Succes!' Sjeng keek Ben na die met lome tred de kamer uitliep. Bijna bij de deur aangekomen, ging die open en kwam Cas binnen.

'Goedemorgen, Ben!' Cas keek er niet van op dat er geen groet terugkwam. Hij kende zijn neef en diens stemming in de ochtend. Eerst ging hij bij Sjeng aan tafel zitten. 'Goedemorgen, Sjeng! Hoe gaat het?'

'Met mij wel aardig. Goed geslapen in elk geval. Wel problemen bij het opstaan. Vanwege de spierpijn overal kon ik niet zelfstandig overeind komen, maar Hugo heeft me prima geholpen en later ook nog brood voor me gesmeerd.'

'En daarna weer naar boven gestampt, zo hoorde ik.'

'Ja.'

'Iets tussen die twee?'

'Lijkt er wel op.'

'Pubers.'

'Jongvolwassenen,' meende Sjeng te moeten corrigeren.

'Je hebt gelijk. Volwassenen in dop. Het is een leerproces en daarbij vallen nou eenmaal spaanders. Nietwaar?'

'Juist.'

'Oké. Mijn ontbijt,' en daarmee stond hij op en liep naar het aanrecht. 'Hier staat nog een boterham.'

'Die is nog bedoeld voor mij. Wil je hem straks meenemen?'



Hoofdstuk 9

Tegen half elf die ochtend zaten ze als familie bij elkaar voor de koffie. Er werd druk gepraat. Sjeng genoot. Hij was dit niet gewend, maar vond het wel heel erg leuk. Zijn ouders hadden moeite gehad met kinderen krijgen. Heel vaak was het voor hem mislukt. En toen het uiteindelijk wel goed gegaan was, hadden artsen aangeraden dat er niet nog meer kinderen mochten komen. Hugo had zijn telefoon volledig geïnstalleerd, nadat hij weer beneden was gekomen met Ben. Ze hadden niets gezegd, maar het was duidelijk dat het weer goed was tussen hen beiden. Het leek zelfs alsof het beter was dan voorheen. Maar dat was misschien een gevoel, iets dat hij graag wilde zien. Zijn telefoon had wel degelijk verborgen materiaal bevat. Iets waarmee hij in de gaten gehouden kon worden. Zijn vermoeden was juist geweest. Hij keek op van een vraag van Trees. Ze vroeg hem of ze even met hem alleen mocht praten. Hij vond het goed en liep achter haar aan naar een kamer aan de andere kant van de hal. Het bleek een soort van kantoor te zijn.

'Ga zitten!' nodigde Trees de jongen uit. Toen hij voorzichtig – waarschijnlijk vanwege de spierpijn – was gaan zitten, ging ze verder. 'Gisteren heb je met Cas afgesproken dat wij contact mochten opnemen met Matthieu van Houthem.' Ze keek hem nadrukkelijk aan.

'Ja. Klopt. Leek me handig.'

'Dat hebben we gedaan. Hij was natuurlijk voorzichtig met het doen van mededelingen. Wilde de vertrouwensrelatie die er is tussen jou, je oma en hem niet beschadigen. Maar gaf wel aan dat contact zal opnemen met Mohammed. Hij is de contactpersoon die geregeld heeft dat jij bij ons blijft voorlopig.'

'Oké. En dan?'

'Dan pas wil hij informatie doorgeven aan ons.'

'Dat kan sneller!' Meteen pakte hij zijn telefoon uit zijn broekzak.

'Hé! Dat is niet mijn bedoeling, Sjeng! Ook niet nodig! Ik weet dat Matthieu doet wat hij kan.'

'Oh.'

'Ik ken hem.'

'Ja. Heb ik gehoord van Cas.'

'Hij is goed in zijn werk en daarnaast een goede vriend.'

Sjeng had dat ook altijd zo gevoeld.

'Wel had hij nog iets … en daarmee ben je welllicht niet zo blij,' ze keek Sjeng aan, maar ging toch meteen verder. 'Hij was van mening dat we toch jouw oma moesten informeren.'

Even vlamde de woede in hem op. Even leek het … Nee … wacht nou eerst. Kijk wat er gebeurd is, zo sprak hij zichzelf toe. 'Ik doe mijn best om rustig te blijven,' verklaarde hij. 'Ik had mijn best gedaan om haar te ontzien.'

'Ja. Dat weten we. Hebben we ook verteld aan Matthieu, maar hij wees erop dat zij beiden verantwoordelijk zijn. Ik weet niet hoe dat precies zit, en dat hoef ik ook niet te weten. Maar … ik voelde me door dat wat hij zei wel genoodzaakt je oma te bellen. Begrijp je?'

'Ja.' Het was iets dat hij niet meer kon veranderen. Sputteren en er boos om worden zou flauwekul zijn. Het was al gebeurd.

'Ik heb het goed ingekleed. Ze leek heel rustig nadien. Natuurlijk was ze geschrokken, maar ook heel praktisch meteen. En … mede daarvoor heb ik je gevraagd om even met mij alleen te praten.'

En daarna kwam iets dat hem hogelijk verbaasde. Zijn ogen werden groter, zijn mond viel open. En toen Trees uitgepraat was, kon hij alleen maar uitbrengen: 'Echt?'

'Ja. Echt. We gaan straks op vakantie en je oma gaat mee.'

Sjeng kon het nauwelijks bevatten. Het was zo ontzettend lang geleden dat hij echt op vakantie was geweest. Wel ging hij vaak uit met zijn oma en af en toe ook wel eens een paar dagen met een overnachting ergens … maar vakantie …

'Cas heeft goed vervoer kunnen regelen, want dat is belangrijk voor jou.'

'Wat dan?'

'Ach, jongen, ik heb geen verstand van auto's. Het is in elk geval iets dat heel goede stoelen heeft. Een noodzakelijk iets voor jou. Je moet goed kunnen zitten en ook slapen als je daar behoefte aan hebt. Het is de bedoeling dat we naar Tegernsee gaan. Ken je dat?'

'Nee.' Een uitleg kwam. Een meer ten zuiden van München. Trees en de anderen waren daar eerder eens geweest met de kerst en het was hen daar toen heel erg goed bevallen.

'Er zijn volop activiteiten voor iedereen. Jij zult het kalm aan moeten doen. Maar zelfs dan is er genoeg te beleven. En bovendien nemen we volop spelletjes mee. Hou je daarvan?'

'Speel vaak Rummikub en Yathzee met mijn oma. Maar … we zijn maar met z'n tweeën, hè!'

'Ja. Begrijp het. Zie je het zitten?'

'Echt wel! Bedankt, Trees! En zeker dat het je gelukt is om mijn oma over te halen.'

'Het was heel gemakkelijk, Sjeng, ze wilde per se bij jou zijn, ook als dat een vakantie naar het buitenland betekende. Straks gaan we alles dat gepland is uitvoeren, Cas haalt het andere vervoer op en daarna de oma van Ben en jouw oma, die is dan inmiddels weer thuis.'

'Maa … ?'

'Cas heeft geregeld dat ze vanmorgen om zeven uur met een auto is opgehaald bij haar hotel in Groningen. Ze zal nu ongeveer wel weer thuis zijn. Kan ze rustig nog wat spulletjes pakken.'

'Wauw!'

'Op 30 december heb je een afspraak in het ziekenhuis, dus dan moeten we weer terug zijn.'

'Geen probleem, toch?'

'Nee. Geen probleem. Kom, gaan we naar de anderen. Cas heeft hen inmiddels bijgepraat.'

Terug in de woonkamer merkte Sjeng meteen de uitgelaten sfeer. Iedereen vond het leuk om op vakantie te gaan. Hij kreeg verhalen te horen over de eerdere keer dat ze daar geweest waren. Iedereen wist wel iets bij te dragen. 'Hoe lang duurt de reis?' wilde hij toch graag weten.

'Zes uur ongeveer,' kwam Cas met het antwoord zonder iets geraadpleegd te hebben.

'Weet je dat uit je hoofd?'

'Ja.'

'Hij is een wandelende computer wat reisgegevens betreft.'

'Een afwijking en niets anders dan dat.'

Het gehakketak, met duidelijk vriendschappelijke ondertoon, vond Sjeng leuk. Hoorde erbij. Hij glimlachte. 'Euhh … prima! Moet kunnen dan toch?' was er toch ineens twijfel.

'We rijden natuurlijk niet achter elkaar door. Tussenstops zijn belangrijk. Maar in de auto zit je als een koning,' verzekerde Cas.

Dat laatste was cryptisch bedoeld, maar de toelichting van Trees was duidelijk geweest.

'Maar dan moeten we nu wel plannen smeden!'

En zo werd gedaan. Er werden taken verdeeld en Sjeng voelde zich enorm bezwaard dat hij, naar eigen mening, maar verrekte weinig kon doen. Hugo moest nog iets regelen en zou dus even weg zijn. Niet lang, zo verzekerde hij de anderen, op voorwaarde dat hij de auto van Trees mocht lenen. Cas zou de auto van de zaak waarin hij gisteren gereden had, omruilen voor het nieuwe vervoermiddel met een troon erin. Ben en Sjeng zouden Trees helpen met het inpakken van allerlei spullen. En toen de koffie op was, gingen ze aan het werk.


* * *


Hugo was nerveus voor het gesprek dat hij zou hebben met zijn vader. Gisteren had hij gebeld of hij kon komen. Hij had gesproken met Charlotte en dat was goed geweest. De nieuwe vrouw van Peter had een goede invloed op zijn vader. Ze had gezegd dat het goed was dat hij kwam en zou ervoor zorgen dat de kinderen uit de buurt waren, zodat er rustig gepraat kon worden. En toch … toch was hij nu ontzettend zenuwachtig. Hij kende zichzelf. En hij kende zijn vader. Dat laatste beter dan hem lief was. En juist dat had eerder voor problemen gezorgd. Zodanig dat hij toen bij hem weg was gegaan en de afgelopen keer dat hij bij hem een weekend zou doorbrengen daar ook niet was geweest. Zijn moeder wist van niets. Een geheim dat hij met zich meedroeg en hem zwaar op de maag lag.


* * *


Suus van Walraven keek raar op toen er een haar vreemde, idiootgrote auto langs de stoeprand voor het huis parkeerde en haar het zicht op het parkje aan de overkant ontnam. Gebelgd stond ze op en slaakte een luide vloek. 'Godverdomme! Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om hier te parkeren! Iemand die hier niet eens wo… ' Het laatste woord maakte ze niet af toen ze Cas het tuinpaadje op zag lopen. Was het zijn auto? 'Wauw, jongen!' begon ze meteen nadat ze de deur voor hem had geopend. 'Gaan we met dat monstrueuze gevaarte op vakantie!?'

'Speciaal vervoer voor speciale gasten, Suus!' Ze kusten elkaar op de wang.

'Heb gehoord dat jullie weer eens een gast in huis hebben. Gaat dat goed?'

'Ja. Het lijkt er heel erg op dat hij het bij ons naar zijn zin heeft.'

'En dat is belangrijk toch?'

'Zeker! En nu gaan we op vakantie!'

Suus gaf aan dat haar koffer in de logeerkamer stond en Cas liep naar boven om die op te halen. Toen hij weer beneden was, had zij inmiddels haar jas aangetrokken en stond ze met de sleutel klaar om af te sluiten. 'Heerlijk, Cas! Lekker weer op vakantie!'

Cas ging haar voor naar de auto en legde de koffer in de bagageruimte. 'Kom je naast me zitten of neem je liever plaats in de luxe passagiersruimte.'

'Ik mag kiezen? Dan wil ik beide wel even zien natuurlijk!'

Niet dat hij anders had verwacht. Op verjaardagen deed ze dat ook altijd. Als haar gezegd werd wat voor gebak er was, wilde ze het altijd zien. Vaak kwam het voor dat ze geen keuze kon maken en dan wilde ze van alles een klein stukje hebben. Nooit een probleem. 'Oké, eerst achter dan maar.' Cas opende de schuifdeur en schoof het ingebouwde opstapje naar buiten, zodat zij makkelijk in kon stappen.

'Wauw! Wat luxe zeg!' Ze ging zitten om de stoelen uit te proberen en was er helemaal weg van. 'Dit zit bijna net zo goed als mijn stoel thuis, Cas!'

'Ja. Goed werk, hè!'

'En nu voorin bekijken.'

Hij ging haar voor. Uitstappen was niet nodig. Een schuifdeur gaf toegang tot het piepklein halletje.

'Toilet aan boord?'

'Ja. Deze wagen is bedoeld om CEO's met hun staf snel over de autobahn te vervoeren en dan is stoppen onderweg voor een p-pauze alleen maar onhandig. Chemisch toilet dus. En ook een piepklein keukentje voorzien van van alles en nog wat.' Een tweede schuifdeur bracht hen naar het voorcompartiment. Cas zag de verbazing op haar gezicht. Hij nam plaats achter het stuur en zij ging in de stoel naast hem zitten.

'Hoeveel kost zo'n vehikel?'

'Te veel voor jouw AOW en aanvullende pensioen, Suus!'

Ze lachte voluit. 'Malle, jongen! Is geen privébezit, neem ik aan.'

'Goed gezien. Zakelijk eigendom. Maar wel te lenen als je mede-eigenaar bent.'

'Handig! Ik denk dat ik hier blijf zitten. Als we echt op weg gaan, zit ik wel liever achter.'


* * *


Het inpakken was al snel gedaan. Sjeng had toch nog flink wat kunnen doen, zo vond hij. En toen was het wachten geweest op de terugkeer van de anderen. Als eerste kwam Cas terug met een enorme wagen, die hij voor het raam van de woonkamer parkeerde. Toen Ben zijn oma had zien uitstappen, was hij meteen naar buiten gerend. Sjeng was hem rustig gevolgd om zijn eigen oma te begroeten.

'Oma!' riep Ben toen hij buiten was. De auto op de achtergrond leidde hem totaal niet af. Hij had niets met auto's. 'Oma!' riep hij nog een keer en omhelsde haar stevig. 'We gaan toch op vakantie! Leuk hè!'

'Ja, jongen! Dat vind ik ook. Maar niet zo hard knijpen, hoor! Je oma is dan wel niet van porselein, maar toch! Heb je die prachtige bus van Cas gezien?'

'Ja. Maar jij bent veel belangrijker!'

'Oh, wacht! Even mevrouw Soe… '

'Truu heet ik, jongen! En niet mevrouw Soet.'

'Je mag ook oma Truu zeggen hoor!' meende Bens oma.

'Tuurlijk! Klinkt prima!' Truu Soet zag in de deuropening haar kleinzoon staan. De mitella, de wond op zijn wang, de donkere plekken onder zijn ogen, ze waren allemaal het bewijs van dat wat gebeurd was. Vermoedelijk. Want Sjeng had niets verteld, zo wist ze van Trees. Ze had haar op het hart gedrukt om het praten niet te forceren en dat ook uitgelegd. Ze begreep het: het moest vanuit hem zelf komen. Ze liep op hem toe en sloeg uiterst voorzichtig haar armen om hem heen. 'Jungske!' En toch kon ze zich niet groot houden toen. De tranen kwamen als automatisch.

'Het is goed, Ama! Alles is goed!'

'Hoe kun je dat nou zeggen! Kijk eens naar jezelf!'

'Ik heb voor de spiegel gestaan, Ama, en … nou ja … heb er wel eens beter uitgezien, maar … alles is goed. En mocht er toch nog iets aan schorten, dan zorgen we ervoor dat het wel goed komt. Toch?'

'Je bent net als je moeder een eeuwige optimist, jungske!'

'Vakantie, Ama! Echt op vakantie!'

'Ja! En dat nadat ik net weg ben geweest! Nog nooit meegemaakt!'

'Is die auto mooi?'

Ze draaide zich om. 'Echt, prachtig! Kijk Ben en zijn oma gaan net naar binnen om het te bekijken. Ga je met hen mee?'

'Nee. Ik wil naar binnen. Moet even zitten. Wil weten wat je allemaal uitgespookt hebt in Groningen met je zus. Ga je mee?'

Ze volgde haar kleinzoon naar binnen. Als hij zijn plan had getrokken, zo wist ze, dan hielp er geen praten tegen.


* * *


Na hun uitgebreide begroeting waren Ben en Suus achter in de auto gestapt. Cas zorgde voor een rondleiding. Legde Ben de voordelen voor hem en Hugo uit, zoals bijvoorbeeld een ingebouwde PlayStation!'

'Wauw! Echt!'

'Ja. Je hoeft alleen je eigen spelletjes mee te nemen, want die heb ik natuurlijk niet.'

'Te gek!'

'En voel eens hoe die stoelen zitten,' zei Suus, waarna ze meteen Ben in een zetel duwde en naast hem ging zitten. 'Alles goed, Ben?'

'Ja, oma. Het gaat goed.'

'Echt?'

'Nou ja … er spelen dingen. Dat weet je. Maar … we doen wat we kunnen,' hij keek naar Cas. 'De advocaat zoekt allerlei dingen voor ons uit, zodat we voorbereid zijn op alles.'

'Rot, jongen! Heel vervelend!'

'Wees gerust, oma, ik ga echt niet weg!'

'God verhoede dat, jongen, want dan heb ik helemaal niemand meer!'

'Het komt goed, oma! Daar ben ik van overtuigd.'

'Dan is het goed, lieve Ben! En … hoe is het met jullie gast?'

'Aardig goed volgens mij. Nou ja … ' en hij vertelde heel eerlijk dat hij gisteravond onder de douchte flink geschrokken was.

'En … heeft hij er iets over uitgelegd?' vroeg ze nadat hij alles verteld had.

'Nee. Nog niet. We moeten hem de tijd geven. Hij zal alleen praten, denk ik, wanneer hij eraan toe is.'

'Ja. Dat is vaak het beste. Kom, stel je me aan hem voor?'


* * *


Sjeng was met zijn oma naar binnen gegaan, waar Trees hen beiden koffie had ingeschonken en zich vervolgens uit de voeten had gemaakt met de smoes – zo had hij het idee – dat ze nog iets moest regelen. Veel meer had hij het gevoel dat ze hen even wat tijd alleen wilde geven. Oma was meteen begonnen met vertellen. Hoe mooi de stad Groningen was, over de musea die ze bezocht hadden en over het kerstconcert van de vorige avond.

'Was het dan niet erg vroeg opstaan vanmorgen?'

'Ik ben altijd vroeg op. Dat weet je toch. En nu had ik een extra motivatie. Toen de chauffeur voorreed, zat ik al bij de receptie te wachten.'

'Het spijt me, Ama, dat ik jouw plannen in de war heb gestuurd!'

'Dat moet zo niet zeggen, jungske. Je moet zeggen: "Ama ik heb een prachtige extra vakantie voor je geregeld!" zullen we het daar op houden?'

Hij begreep haar. Niet moeilijk doen, luidde de boodschap. 'Ja. Beter, Ama!' Er waren geluiden in de hal en toen kwamen Ben en zijn oma binnen.

'En jij moet, Sjeng, zijn,' kwam ze met uitgestoken rechterhand op hem af. 'Oh, dat gaat niet,' herstelde ze zich snel. 'De linkerhand kwam en werd door hem geschud.

'Ja, mevrouw.'

'Ik ben geen mevrouw hoor! Je mag me Suus noemen, of oma Suus zoals de jongens vaak doen en oma is ook goed. Maar … laatste is misschien niet handig, want je eigen oma is er ook.'

'Mijn oma noem ik altijd "Ama" en het is dus geen probleem.'

'Kijk eens! Snel opgelost! Hoe gaat het met je?' en ze wees daarbij naar zijn mitella.

'Naar omstandigheden goed. Ben flink stram en moet zorgen in beweging te blijven, want anders dat wordt erger.'

'Dus afwisseling tussen staan, zitten en lopen is goed voor je.'

'Ja, dat hebt u goed gezien!'

'Dat "u" mag je ook weglaten, hoor! Zegt niemand tegen mij … nou ja … de pastoor, maar die is gewoon veel en veel te beleefd. Hem krijg ik dat echt niet uit zijn hoofd.' Ze schaterde van het lachen.

Sjeng vond oma Suus een leuk mens. Hij zou haar willen betitelen als een moderne oma. Ze was gekleed in een strakke spijkerbroek en een bontgekleurd shirt met daarbij een effen sjaaltje. Zijn eigen oma was anders. Meer conventioneel. Was dat het juiste woord? Hij wist het even niet. Zij was in elk geval van de jurken, pakjes en rokken. De enige overeenkomst wat betreft kleding tussen beide oma's was het schoeisel: stevige stappers.

'Oké, alles gepakt!' riep Trees met luide stem. Van diverse kanten kreeg ze een reactie. 'Maar waar blijft Hugo?' Niemand kon haar een antwoord geven. Hij had toch echt gezegd dat hij even weg moest en nu … duurde het al veel te lang. Ze pakte haar telefoon om hem te bellen.

'Doe nog maar even niet,' stelde Cas haar voor nadat hij een hand op haar bovenarm had gelegd. 'Geef hem nog wat tijd. We hebben niet echt haast toch?'

'Nee. Kan nog wel even,' gaf ze zich gewonnen en vroeg of er nog iemand wat wilde drinken. Samen met Suus zorgde ze voor koffie, thee en water.

Toen iedereen weer zat, had Sjeng nog een vraag. 'Hoe zit het nou precies met de familieverhoudingen. Suus is jouw oma, Ben. Maar ook de moeder van Cas?'

'Gelukkig niet!' klonk het opgelucht uit Cas' mond. 'Mijn moeder is overleden. En toen dat gebeurde werd de wereld, die van mij in elk geval, er een stuk vrolijker op.'

'Niet zo cynisch, Cas!' vermaande Suus hem. 'Nee, jongen,' gaf ze Sjeng antwoord, 'Cas is een broer van de vader van Ben. Ik de moeder van de moeder van Ben. Zo zit het.'

Duidelijk voor Sjeng. Maar ook helder was het hem – mede gezien een eerdere opmerking van Cas in het ziekenhuis – dat het tussen hem en zijn moeder, niet goed had gezeten.


* * *


Het had langer geduurd dan hij had verwacht. Gelukkig was Charlotte er geweest. Toen hij en Peter opnieuw met verhitte hoofden tegenover elkaar hadden gestaan, had zij met haar vuist op tafel geslagen en hen gecommandeerd weer te gaan zitten. Beiden hadden ze dat gedaan. Na een korte adempauze was ze met een voorstel gekomen: een tijdelijke "wapenstilstand" in de hoop dat de relatie tussen vader en zoon weer genormaliseerd kon worden. Hugo had getwijfeld. Toen hij erachter was gekomen dat … had het als verraad aan hem en zijn moeder gevoeld. Maar … hij wist ook dat je dingen achter je moest kunnen laten. Dat was toch volwassen gedrag? En dat was hij! Kon hij zijn, in elk geval. Zijn vader had inmiddels al ingestemd met het voorstel van zijn vrouw. Maar hijzelf had nog wel een voorwaarde gesteld door te zeggen: "Ik hoop dat je niet nog meer skeletten in de kast verborgen hebt voor mij. Want als dat zo is, dan wil ik het liever nu meteen weten." Peter had hem bezworen dat er verder niets was. De blik in de ogen van zijn vader was echter niet helemaal … tja … hoe moet je zoiets precies omschrijven. "Ook niet als het gaat om Trees?" had hij nadrukkelijk gevraagd. Peter had zijn hoofd geschud. Er was dus niets. Des te beter. Dan zou die wapenstilstand mogelijk kunnen leiden tot een herstel van hun relatie.

Terug in de auto zag hij op zijn telefoon dat het al met al veel langer had geduurd dan verwacht. Hij belde met Trees en bood haar meteen zijn verontschuldigingen aan. 'Mam! Het spijt me. Het heeft langer geduurd dan ik dacht.'

'Ach, jongen! Dat kan gebeuren. Kom maar naar huis. Dan kunnen we op weg gaan.'

Ja. Dat was eigenlijk wel een mooie beeldspraak. Met dit afgesloten met zijn vader, kon hij op weg gaan. Eén ding opgeruimd. Maar … nog niet helemaal. Hij wilde het nog wel bespreken met zijn moeder.

Toen hij de oprit naar het huis van Cas opreed, schoten zijn ogen wagenwijd open. Wat was dat voor een wagen? Er was gezegd dat het speciaal vervoer zou zijn, maar … daarbij had hij gedacht aan een busje voor een aantal personen, maar … dit leek veel groter. Hij stapte uit en ging meteen de wagen van Cas in. 'Wauw! Heftig!'

'Vind je hem mooi?'

'Enorm! En … ' Vervolgens kwamen er heel veel vragen over de technische specificaties van de auto die Cas één voor één wist te beantwoorden. 'Mag ik er ook in rijden?'

'Zeker! Wordt zelfs geëist! Trees, jij en ik kunnen elkaar mooi afwisselen achter het stuur.'

'Geweldig!

'Ben je er eindelijk!' bromde Ben om meteen daarna een glimlach te laten zien aan Hugo.

'Rotjoch!' Een plagerige stomp volgde. '

'Vind je dit wat?'

'Echt wel, man! Dit is … ' Hugo had er gewoon geen woorden voor.

'Trees wil dat jullie ophouden met je op te geilen aan dit stuk blik.'

'Ben!' riep Cas hevig geschrokken over het taalgebruik van zijn neef uit.

'Tja … niet helemaal haar woorden, maar je begrijpt zo wel wat ik bedoel.'

Lucky Eye
Berichten: 190
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 16:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 222 keer
Bericht Re: BRENG LICHT IN HET DONKER door Lucky Eye » donderdag 24 december 2020 06:13

Hoofdstuk 10

Eerst zaten de jongens helemaal achter in de wagen en speelden ze spelletjes op de PlayStation. Lol was ingebouwd. Een gamecontroller van de Play Station 4 bedien je met twee handen en … Sjeng had er maar één ter beschikking. Daarom speelde ze met twee tegen één: Ben met Sjeng tegen Hugo. En ja … met twee zo'n gamecontroller bedienen is hilarisch. Er ging van alles fout. Het goed samenwerken kostte de nodige tijd, maar dat gaf allemaal niet. Nadat de eerste hindernissen genomen waren, werd Sjeng de "handicap" – zoals hij het zelf noemde – van Hugo. Opnieuw grote schik. Ben maakte gebruik van de onhandigheid van de andere twee en won het ene na het andere spelletje. Tussendoor namen ze eten en drinken dat mee aan boord was genomen. Zo'n drie kwartier na vertrek voelde Sjeng de pijn in zijn lijf ineens heel erg hevig. Het zorgde ervoor dat hij begon te zweten. Zijn ademhaling werd oppervlakkiger en zonder dat hij ook maar iets hoefde aan te geven, gingen de alarmbellen bij zijn maten. Hugo pakte meteen zijn telefoon, Ben gaf instructies met de bedoeling dat Sjeng vooral goed zou blijven doorademen in de hoop een paniekaanval te kunnen vermijden. Trees kwam meteen naar achteren en zo goed het ging in een rijdende auto, brachten ze de jongen naar een andere stoel.

'Wat is er gebeurd, Sjeng?' vroeg Trees.

'Alles ging goed, nondedju!'

'En toen?'

'Het leek alsof de pijn ineens vreselijk toenam. Ik kreeg het er benauwd van.'

'Ik zie het. Het zweet staat je op het voorhoofd.'

'Maar hoe kan dat nou?'

'Welk cijfer geef je de pijn nu?'

'Een tien.'

'Te veel. Dan krijg je nu extra para… '

'Maar voor vertrek heb je me nog net iets gegeven!'

'Ja. Ik hou het bij, weet je.'

'Maar wat kan er gebeurd zijn, dat het … zo uit de hand is gelopen!'

'Geen zekerheid van mijn kant, maar wel een mogelijkheid. Je hebt samen met Ben en Hugo een spelletje gespeeld. Jullie hadden duidelijk lol. Hartstikke goed, maar … waarschijnlijk heeft dat er ook voor gezorgd dat de aandacht voor je pijn even naar de achtergrond is verdwenen. Hartstikke goed normaal gesproken, maar … nu even niet.'

'Ik ga wel rusten. Wil niet nog meer paracetamol!'

'Ik kan je natuurlijk niet dwingen het te nemen, maar weet je nog wat Anne heeft gezegd over het gebruik ervan?'

Hij wist het. "De pijn voorblijven," had ze gezegd. En dat was dus niet gelukt. Hij moest dus niet zeuren, maar gewoon slikken. 'Oké. Doe maar.'

'Goede beslissing, Sjeng!' complimenteerde Hugo hem.

'Hier drink maar op. En daarna ga je rusten of beter nog gewoon slapen.'

'Maar niet met een slaapmiddel, hoor!'

'Niet nodig. Denk dat je moe genoeg bent. Al met al, ook mijn fout, heb je iets te weinig rust genomen vandaag. Komt ook door de omstandigheden. Onze plannen om op vakantie te gaan, de hele aanloop ernaar toe. Noem maar op.'

'Ik ga slapen.'

'Is goed.' Ze legde een deken, die Ben haar had aangereikt, over hem heen en Hugo zorgde ervoor dat de stoel in ligstand werd gezet. 'Slaap lekker, lieve jongen!'

Hij keek opzij en zag beide oma's. Zag ook heel duidelijk dat ze bezorgd waren.

'Je niet rot gaan voelen, omdat wij ons wat zorgen maken, jungske!' begon Truu. 'Het zegt niets over jou, maar alles over ons.'

'Maa… '

'Jij veroorzaakt het niet. Onthoud dat goed! Dat wij ons zorgen maken komt door ons gedrag. En dat bepaal jij niet. Natuurlijk heb jij er invloed in. We zijn geen zombies. Maar … sturing geven aan ons gedrag, ook aan onze bezorgdheid, kun jij niet, jungske.'

'Bedankt, Ama, dat had ik even nodig. Een korte donderpreek van mijn oma waarbij de bliksemschichten in haar ogen te zien waren.' Hij glimlachte naar haar en kreeg er van beide oma's één terug. Hij draaide zijn hoofd de andere kant op en viel al snel in slaap.

Trees was niet van plan terug naar voren te gaan en vroeg Hugo of hij bij Cas wilde gaan zitten. Die vond dat absoluut geen probleem. Ze wenkte Ben naar voren toe en ging met hem bij de oma's zitten. Eerst praatten ze wat met elkaar en daarna stelde de jongen voor om te kaarten. Met veel plezier speelden ze het ene na het andere spelletje en toen ze merkte dat het voertuig snelheid minderde, en ze aannamen dat er gestopt zou worden, onderbraken ze hun spel. Toen de auto ingeparkeerd was en tot stilstand was gekomen, kwamen Hugo en Cas naar het passagiersgedeelte. Er werd overlegd. Iedereen gaf aan wel bij Sjeng te willen blijven, maar Trees en Truu waren niet van plan van zijn zijde te wijken. En zo hezen de anderen zich in hun winterjassen en begaven ze zich naar buiten, naar de Raststätte.

'Hij slaapt diep, hè?' opende Truu het gesprek.

'Ja. Heel diep. Hij heeft het nodig.'

'Weet je inmiddels wat er precies is gebeurd?'

'Nee. Niets meer dan dat wat ik je gisteravond kon vertellen. Hij praat nog niet.'

'Hij is een stijfkop, maar wel mijn meest dierbare.'

Trees hoorde de snik in haar stem en sloeg een arm om haar schouder om haar vervolgens iets naar zich toe te trekken. 'Dat begrijp ik ontzettend goed, Truu.'

'Geloof jij in leiding?'

'Van bovenaf? Van God of zo?'

'Hoor in de vraagtekens al je twijfel en geloof me, daar is helemaal niets mis mee.'

'Ik weet het gewoon niet.'

'Weet je, dat doet me denken aan iets waar Else het wel eens over had. Zij geloofde niet meer traditioneel. Laat ik het maar zo noemen. Ze las ontzettend veel. Reisde de hele wereld over. Stak overal haar licht op. Ook over religie. Dat wat mensen bewoog. Ze combineerde. Zo maakte ze een zentuintje en zette daar ook een kapelletje in. Een exacte replica, waarvoor ze twee keer naar het noorden van Finland reisde, van een Russisch Orthodox gebedshuisje. Ze kwam tot de slotsom dat alle religies wijsheden bevatten. Noemde het, omdat ze vaak gemeenschappelijke uitgangspunten tegenkwam, een universele wijsheid.
Maar … ik dwaal af … wat wilde ik nou ook alweer zeggen!'

Haar laatste opmerking herhalend, bracht Trees haar weer op het juiste spoor.

'Ja! Dat was het, die opmerking van jou. Else vertelde me eens over een zeer goed bekend staande zenmeester. Leerlingen uit de hele wereld kwamen bij hem. Ze stelden hem dan veel vragen. Eén van de meest gehoorde antwoorden was dan: "Don't know!"

Trees schoot in de lach. 'Echt?'

'Ja. En … de mening van Else was dat hij helemaal gelijk had. Wat weten wij nou helemaal! En tja … dat bracht mij ook wel aan het twijfelen. Zekerheden. Hebben we die? Weten we echt dingen zeker?'

'Weinig,' reageerde Trees na een korte stilte. 'Zeer weinig,' maakte ze het nog kleiner.

'Inderdaad. Maar dat geeft ook ruimte. De mogelijkheid om te kunnen twijfelen. Dingen van allerlei kanten te bekijken.'

'Heel mooie uitleg, Truu, bedankt!'

'Hé, niet van mij! Van mijn dochter.'

'Ja. Een heel mooi mens.'

'Nog iets als het mag.'

'Altijd!'

Maar even kwam het er niet van. Cas kwam terug met twee bekers heet water voor de thee die de dames besteld hadden en een tas met daarin diverse broodjes.

'Heb van alles wat meegenomen. Theezakjes zitten er ook bij, maar als jullie smaak er niet bij zit, dan ligt er ook nog wel wat in het keukentje. Zal ik dat even halen?'

'Nee, joh! Ga terug naar de anderen, want voordat je het weet begint Suus een sing-in aan de Autobahn!'

'Nee toch!' En meteen haastte hij zich terug.

'Dat laatste snap ik even niet,' vroeg Truu om uitleg.

'Suus is vroeger operazangeres geweest. Haar man was violist. Samen reisden ze de hele wereld over. Overal stonden ze samen. Pas toen er zich een kind, de moeder van Ben, aandiende vestigden ze zich in Nederland.'

'Mooi zeg! Heel artistiek dus.'

'Ja. En vorig jaar begon ze op maandag 22 december met anderen, uit koren die zij op dit moment nog leidt, te zingen in winkelcentra. Zij begon en anderen vielen bij. Het leek allemaal heel … woord even kwijt … alsof het niet gepland was, maar dat was het wel degelijk wel. Flash mob, heet zoiets in het Engels. Ze zongen een paar liedjes en daarna viel het koor weer uiteen. In die drie dagen voor kerst trok zij door Maastricht en wijde omgeving. Ze vond het prachtig.'

'Maar dat was het toch ook! Het moet heerlijk zijn om zoiets te doen!'

'Ja. Dat is het juiste uitgangspunt. Maar … wij maakten ons wel eens wat zorgen om haar.'

'Ook dat begrijp ik.'

'Maar … terug naar dat wat je nog wilde zeggen, voordat Cas terug kwam.'

'Oh. Ja. Even weer zoeken hoor. Nee, even toch nog iets anders. Cas en jij. Hebben jullie een relatie samen?'

Trees schoot in de lach. Dit was de zoveelste keer dat er een opmerking in die richting was gemaakt. 'Ik lach je niet uit hoor,' verduidelijkte ze meteen en vervolgens lichtte ze het toe. 'Misschien,' zo beëindigde zij de toelichting, 'moet ik er iets mee doen.'

'Ach … ik weet niet. Blijf bij je gevoel. Lijkt me veel belangrijker.'

Haar gevoel. Dat was lastig. Heel vaak zette ze die knop op UIT. In haar werk in elk geval wel. Nou ja … toen Sjeng was binnengebracht, was haar dat niet gelukt. Privé had ze dat op een gegeven moment ook moeten doen, toen ze los moest zien te komen van haar ex. En nu? Tja … Ze vroeg Truu om een gunst en zag de oudere vrouw knikken.

'En nu terug naar wat ik nog wilde vragen, voor ik het weer vergeet. Het gaat over Else. Nadat bij haar die kanker was gediagnosticeerd leek het alsof ze met iets zat. Diverse keren heb ik haar ernaar gevraagd, maar ze was altijd heel duidelijk. Het was iets van haar.'

Trees verzonk in gedachten. Die exacte woorden had zij ook van Else gekregen. Anne en zij hadden dat stille, dat teruggetrokkene ook opgemerkt. Haar ernaar gevraagd en … precies dezelfde woorden gekregen.

'Weet jij misschien wat het was? Jullie waren goede vriendinnen.'

'Het spijt me. Wij, Anne en ik, kregen ook geen antwoord op onze vragen. Ze hield het binnenskamers.'

Truu keek naar haar slapende kleinzoon. 'Soms denk ik wel eens dat hij het weet.'

'Zou zij het hem verteld hebben dan?'

'Nee. Dat zou ze nooit doen. Hij was nog zo jong toen. Als hij het weet, dan heeft hij dat … op welke manier dan ook … zelf ontdekt.' Ze zuchtte diep. 'En als dat zo is … dan loopt hij al zo ontzettende lang met dat geheim rond … '

Ze voelde dat ze Truu even moest afleiden. Bovendien wilde ze graag terug naar hun eerdere gespreksonderwerp. 'We hadden het eerder over leiding. Van boven af, of niet.'

'Ja. Ik weet het dus niet meer. Maar geloof jij in toeval dan?'

'Nee!' het klonk fel. 'Daar geloof ik ook niet in. Het is mij veel en veel te veel toeval dat Sjeng toevallig bij mij op de spoedeisende hulp wordt binnengebracht gistermiddag. Zoiets bestaat gewoon niet. Natuurlijk werk ik vaak. Maar … dat hij dan via iets wat een passagier van Cas ziet, bij mij terecht komt … dat kan geen toeval zijn.'

'Beschermengelen? Ik heb een buurvrouw, we noemen elkaar allemaal buurman en buurvrouw in het huis, die gelooft daar heilig in. Ze heeft haar kamer volstaan met allerlei beeldjes en afbeeldingen van beschermengelen. Ze hebben allemaal een naam, zijn verbonden aan een bepaalde eigenschap, kleur, noem maar op. Ze haalt het onderwerp regelmatig aan. Heeft dat er dan voor gezorgd dat Sjeng in jouw handen kwam?'

Een diepe zucht was het enige dat ze kon slaken in eerste instantie. Ook dat wist ze namelijk niet. 'Ik denk dat ik het antwoord geef van die beroemde zenmeester: "Don't know!" En … tja … dat is het eigenlijk.'

'Misschien wel … nee … gewoon het allerbeste antwoord.'



Hoofdstuk 11

Toen Cas zich voor de tweede keer meldde, zorgde hij ervoor dat de oppassers toch nog even naar buiten gingen om te wandelen. Natuurlijk hadden ze geprotesteerd, maar hij was niet plan geweest om te buigen. Ze hadden zich bij de andere drie gevoegd en hadden samen, met de verlichting van zaklampen, langs de bosrand gewandeld. Verkwikt waren ze weer teruggekomen en hadden ze de reis voortgezet. Hugo was achter het stuur gekropen en Cas was naast hem gaan zitten.

Pas toen ze aan een tweede stop toe waren, waarbij ze warm wilden eten, had Trees heel voorzichtig Sjeng wakker gemaakt. 'Hé, slaapkop!'

'Huh… '

'Het is goed om wakker te worden. We hebben allemaal honger en jij volgens mij ook wel.'

'Ja. Maar moet wel eerst goed wakker worden, hoor!'

'Tuurlijk. Cas is wat aan het regelen voor ons.'

'Kent hij het hier dan?'

'Hij heeft overal zijn adresjes. Rijdt deze route naar Zuid-Duitsland en Oostenrijk vaker.'

'Handig.'

Ze waren naar het restaurant gegaan. Cas had hen opgewacht en naar boven gedirigeerd. De oma's en hij met de lift, de anderen met de trap. De zaal van het restaurant op de eerste verdieping was, ondanks dat het de dag voor kerst en al bijna avond was, flink gevuld. Iedereen kon kiezen wat hij wilde. Binnen een half uur zaten ze allen te genieten van een goede maaltijd. Het was gezellig.

'Ben? Ik heb gehoord dat je oma operazangeres is.'

'Geweest,' antwoordde hij oma Truu.

'Voor mij nog steeds hoor. Maar … heb jij iets van dat artistieke, muzikale geërfd misschien?'

'Ik speel piano.'

'Vleugel heet dat ding, zeg je me altijd!' bemoeide Hugo zich ermee.

'Jij je zin. Dat doe ik. Heb ik altijd gedaan. Van klein af aan. Heb nog steeds les.'

'Maar je leraar kan je bijna niets meer leren, kreeg ik laatst van hem te horen.'

'Misschien waar, Cas, maar … ik wil nog geen ander. Hij is goed.'

'Zeg ook niet dat je een ander moet nemen.'

'Wat ga je na het VWO doen? Want dat doe je toch?'

'Ik wil graag naar het conservatorium.'

Truu had dat een logische keuze gevonden en dat gaf ze ook aan.

Toen iedereen verzadigd was, stapten ze op voor het laatste stuk. Een gedeelte dat waarschijnlijk wat langer zou gaan duren. Iets na München zouden ze de Autobahn moeten verlaten en over provinciale wegen verder. Er werd sneeuw verwacht. Als dat te vroeg zou beginnen, zouden ze moeten stoppen om de sneeuwkettingen om te leggen. Maar … zover was het nog niet.

Des te dichter ze bij München kwamen des te drukker het werd. Enerzijds gingen mensen naar de stad toe en anderzijds kwamen ze eruit. De radio meldde steeds meer oponthoud: files, vertragingen, omleidingen en afsluitingen ten gevolge van ongelukken. Cas gaf Hugo aan dat hij een parkeerplaats moest zoeken. Toen die gevonden was en de auto volledig tot stilstand was gekomen, pakte Cas zijn telefoon erbij en bekeek de kaart van München en omgeving.

'Is doorrijden onmogelijk?' vroeg Hugo.

'Niet onmogelijk, maar ik heb geen zin om stil te komen staan. Ze melden nu al grote vertragingen. Het lijkt me beter om de snelweg al ver voor München te verlaten en dan binnendoor een weg te zoeken. Kijk je even mee?'

Hugo vond het fijn dat Cas hem erbij betrok. Hij voelde zich gewaardeerd.

'Kijk,' wees Cas op het beeldscherm aan, 'we zitten nu hier. En als we dan daar de Autobahn verlaten, kunnen we via … '

Hij begreep wat Cas bedoelde en volgde diens vinger terwijl hij langs de plaatsen gleed die hij noemde. 'Ja. Goed alternatief. Rijden is altijd beter dan stilstaan.'

'Helemaal mee eens, Hugo. Neem ik het van je over of rij jij verder?'

Voor Hugo was die keuze makkelijk. Als hij er naast zou gaan zitten, zou hij kaart moeten lezen en … dat vond hij niets. 'Ik rij wel, als jij dat goed vindt!'

'Prima, jongen! Rijden maar!'

Pas tegen negen uur die avond kwamen ze aan in Tegernsee. De route binnendoor was goed gegaan, maar ook daar was het druk geweest. Het bleek dat meer mensen voor een alternatieve route hadden gekozen.

Toen Sjeng wakker was geworden, was Trees meteen bij hem gaan zitten. Ze had hem gevraagd hoe hij zich voelde. Het was beter dan eerder, zo had hij aangeven. De spierpijn was nog steeds hinderlijk aanwezig. Stilzitten was het beste, maar niet handig. Dan zou het in beweging komen alleen maar vervelender worden. Toen Trees weer bij de oma's en Ben was gaan zitten, probeerde hij iets op te vangen van de omgeving, maar dat was haast onmogelijk. Toch ging hij ermee door. Het onmogelijke was een uitdaging. Iets waarvoor je niet te snel moest capituleren, was hij van mening. Die gedachte bracht een glimlach op zijn gezicht. Het was een uitspraak van zijn moeder geweest. Iets dat zij, zoals ze had verteld, ook vaak had toegepast in haar leven. VWO was volgens haar leraren niet mogelijk voor haar en dus had ze laten zien dat zij het fout hadden. Ook de artsenopleiding was haar ontraden. En toch had ze het gedaan, het met succes afgesloten en had daarin haar beroep gevonden en daarin met ontzettend veel plezier gewerkt. Onmogelijk was maar een term. Niet per se een waarheid. Hij merkte dat de auto langzamer begon te rijden. Het was even flink hobbelig. 'Nondedju!' vloekte hij hardop.

'Sorry, Sjeng,' verontschuldigde Trees zich.

'Niet nodig. Kon vast niet anders.'

De auto stopte. Cas deed de zijdeur open en kwam meteen met zijn excuses. Sorry voor het laatste stukje, maar … de weg was weg.' Hij zag verbaasde gezichten. 'Ja. Is echt zo. Morgen als het licht is, gaan jullie maar kijken. Kom uitstappen! De eigenaar en zijn vrouw staan op ons te wachten. Ons welkomstcomité.'

Ze deden hun jassen aan. Sjeng werd daarbij geholpen, maar dicht ging het ding natuurlijk niet. De oma's werden geholpen bij het uitstappen en ook Sjeng kreeg een hand toegestoken. Hij had willen bedanken, maar de blik in de ogen van Hugo was duidelijk geweest. In vlot Duits voerde Cas het gesprek met de eigenaar.

Sjeng keek om zich heen toen hij uit de auto was. De lucht was donker. Een bijna volle maan scheen helder.

"Oh lieber Junge,' hoorde Sjeng de vrouw ineens zeggen. "Ist dir nicht kalt?" Hij gaf aan dat het wel meeviel.

"Aha. Die Slinge ist im Weg. Deshalb kann deine Jacke nicht richtig geschlossen werden." Ja, dat was het probleem. Zijn jas kon niet goed dicht vanwege zijn mitella. Ze riep naar iemand die aangerend kwam. Een jongen kwam naar hen toe en hij kreeg een opdracht van zijn moeder. Het was voor hem niet te verstaan wat ze zei, want waar ze eerder met hem in schoolduits had gepraat, deed ze dat met haar zoon in een dialect. De jongen was snel terug en reikte hem iets aan. 'Wat moet ik hiermee,' vroeg hij in het Duits. Ze maakte hem duidelijk dat het een poncho was en dat hij die mocht lenen. Hij begreep wat ze bedoelde. Dat kledingstuk trok je aan door het over je hoofd te trekken. Knopen of een rits ontbraken en ja … inderdaad heel handig voor hem. 'Danke,' zei hij. Het was duidelijk dat zij een bedankje niet nodig vond.

Achter de eigenaren aan gingen ze het huis binnen via de hal. Daar was de kapstok. Het liep helemaal door naar achteren. Daar was een deur. Die gaf toegang tot de keuken, werd uitgelegd. Via de zijdeur daar vlakbij kwam je in de tuin.

'Wat mooi!' slaakte Truu een verrukte kreet, toen ze als eerste de woonkamer binnenkwam.

'Ja, Ama, echt heel erg mooi,' moest Sjeng bekennen. Overal hout: vloer, wanden, meubelen. 'Kijk, Ben! Een piano! En een kerstboom! En ook deze had gekleurde lichtjes.

Ben liep meteen naar de piano toe. Hij sloeg de klep open. Stof had er niet op gelegen. Hij liet zijn vingers over de toetsen gaan. Klonk goed nog steeds goed. Hij had er eerder op gespeeld.

Trees werd door de vrouw meegenomen naar het keukengedeelte. De koel- en vrieskast gingen open en ze zag dat beiden goed gevuld waren. De toezegging dat er altijd meer gebracht kon worden, leek haar overbodig. Daarna was de voorraadkamer aan de beurt. Eén ding wist Trees toen zeker: deze kerst zouden ze zeker niet verhongeren, ook al waren ze met z'n zevenen. Nou ja, bedacht ze zich toch enigszins, Hugo was natuurlijk wel een enorm goede eter.

Sjeng en de oma's werden in een stoel gezet. Ze mochten onder geen beding meehelpen met het uitladen van de auto. Toen de anderen weg waren, kwamen ze echter toch meteen in de benen. "Zodra zij weg zijn," had Suus gezegd, "gaan wij zorgen voor koffie, thee en wat erbij." En dat hadden ze gedaan.

De hele avond was het gezellig. Praten met elkaar, herinneringen ophalen, spelletjes doen. De vraag of ze naar de nachtmis zouden gaan, was ingeleid door de vrouw van de eigenaar die gekomen was om te vragen of Suus – net als drie jaar eerder – in de dienst zou willen zingen. Ze hadden het afgeslagen. De dag na kerst dan? Even hadden Suus en Ben, haar begeleider, een blik uitgewisseld en toen beiden geknikt. De vrouw was verrukt weggegaan. Tegen de klok van elf was Suus begonnen met het zingen van kerstliederen, waarbij Ben haar had begeleid op de piano. Sjeng had het prachtig gevonden. Ze zong in het Nederlands, Engels, Duits en er was ook een taal die hij niet verstond. Het maakte echter niet uit, want de melodie was hem wel bekend. Alles was leuk, maar … op een gegeven moment viel er toch een soort van droefheid over hem. Het gemis. Hij miste zijn moeder. Hij had zo graag bij haar willen zijn. En … al dat gedonder van de afgelopen tijd had hij niet gewild! Waarom had het zo moeten gaan? Midden in een lied stond hij op en liep naar de hal. Niemand volgde hem gelukkig. Waarschijnlijk dachten ze dat hij naar het toilet moest. Hij trok de poncho die ze hem gebracht hadden aan. Het was een goed gevoel om iets te kunnen doen zonder hulp van anderen. Hij ging naar buiten. Liep in de richting van het meer. Tenminste … Cas had vanuit de woonkamer gewezen dat die daar ergens moest zijn. Hij zag een bankje. Ging zitten. Even alleen.


* * *


'Waar blijft ie nou?'

'Weet het niet, Ben. Ga wel even kijken,' reageerde Trees. Ze stond op en liep naar de hal. De wc was niet bezet. Ze zag dat de poncho ontbrak. Even was ze in twijfel. Zou ze hem achterna gaan? Nee, besloot ze. Hij had even wat ruimte nodig.

'En?' bestormde hij Trees meteen nadat ze weer teruggekomen was.

'Sjeng heeft waarschijnlijk even behoefte om alleen te zijn. Lijkt me goed dat we dat respecteren.' Trees ging weer zitten.

'Ben ik het niet mee eens! De hele tijd ging het toch goed?'

'Hij heeft veel geslapen, man! Hoe kun je dan zeggen dat het goed ging!'

'Mijn mening, Hugo! Hoef jij het niet mee eens te zijn,' klonk het bijtend.

'Sorry. Heb niets gezegd.'

'Wat vind jij, Truu?' vroeg Suus.

'Ik weet het niet. Voor beide is iets te zeggen. Of … nou ja … weet het niet.' Ze keek naar Trees en zag haar glimlach. Het was inderdaad zo. Wanneer wist je nou iets helemaal zeker?

'En toch ga ik naar hem toe!' maakte Ben zijn besluit kenbaar. Hij wachtte niet op reacties, maar ging naar de hal. Schoot zijn jas aan en ging via een zijdeur de tuin in. Het was verrekte donker. Heel in de verte zag hij lichtjes. Huizen aan de overkant van het meer? Hij wist het niet. Aan de donkere lucht waren grijze wolken te zien. Het was nog steeds niet gaan sneeuwen. Op goed geluk liep hij verder de tuin in. Hij zag het silhouet van Sjeng die op een bankje zat. 'Mag ik erbij komen zitten?'

'Ben geen goed gezelschap even. Dan ben je gewaarschuwd.'

'Hoeft ook niet. Ben ik ook niet altijd.' Hij wachtte tot Sjeng opschoof en nam naast hem plaats. 'Bedankt.'

'Hoef je niet te zeggen.'

'Vond van wel.'

'Oké.'

'Weet niet waarom je weggelopen bent. Ik bedoel … net uit de kamer. Maakt ook niet ui… '

'En toch kom je me achterna.'

'Ja. Mijn keuze.'

'Hmmm.'

Lang bleef het stil. Ben had het koud. Hij was zijn handschoenen vergeten aan te trekken. . Hij keek opzij. Benijdde Sjeng, want diens handen zaten lekker onder die poncho. 'Is dat ding warm genoeg?"

'Echt wel! Heel erg dikke stof.'

Het gesprek viel stil. En het bleef stil. Te stil naar de mening van Ben. 'Ik … ik wil natuurlijk best hier in stilte blijven zitten, maar … ook weer niet.'

'Lekker duidelijk.'

'Niet echt, nee. Maar … praten lijkt me beter. Tenminste … ik zal praten. Voel je vooral niet verplicht om ook maar één woord te zeggen. Het is niet mijn bedoeling om jou uit te dagen tot praten. Jouw keuze. Duidelijk?'

'Ja. Je doet maar,' antwoordde hij schamper. Meteen voelde hij zich enorm rot. Hij had geen enkele reden om Ben zo te behandelen. Hij en Hugo waren alleen maar goed voor hem geweest en nu … nondedju!

'Was jouw moeder ziek toen ze overleed?'

'Ja. Kanker.'

'Naar.'

'Tja … dat ze overleed natuurlijk wel. Maar … het was ook goed. Gek om dat zo te benoemen, maar zo voel ik het wel. Het was iets waarvan we wisten dat het zou komen op korte termijn. En dus konden we veel praten. Niet lachen!'

'Doe ik niet.'

'We hebben veel gepraat. Veel geregeld. Gekeken hoe zij haar afscheid wilde. Dingen doorgepraat. En dat was goed. Hoe ging het bij jouw moeder?'

'Heel plotseling. Heeft ook voordelen.'

'Welke?'

'Ik zou er niet aan moeten denken dat ik had gezien hoe zij pijn had, moest lijden. Dat is toch vreselijk!'

'Ja. Maar gelukkig had mijn moeder maatregelen genomen.' En hij vertelde Ben dat zijn moeder had gekozen voor euthanasie. Dat zij bepaald had wanneer het einde er zou zijn.

'Oké. Verstandig van haar.'

'Ja. Natuurlijk deed ze dat ook voor mij. Ze wilde niet dat ik haar aftakeling zou zien. Dat beeld … wilde ze me besparen en daar ben ik heel erg blij om.'

'Overleed ze thuis?'

'Nee. Haar keuze. Ze wilde het bewust niet thuis doen, omdat dat de plaats was waar ik … naar terug moest. Ze koos voor het ziekenhuis: haar tweede thuis. Ze noemde dat altijd zo. En daar … daar hebben ze alles ontzettend goed geregeld.' Hij snifte en veegde een traan weg.

'Altijd moeilijk, hè, om erover te praten.'

'Ja. Misschien moet ik het niet vragen, maa… '

'Ik antwoord wel. Stel je vraag.'

'Hoe ging dat bij jouw moeder precies?'

'Mijn moeder was altijd thuis als ik uit school kwam. En als dat een keer niet lukte, zorgde ze ervoor dat ik uit school gehaald werd door iemand die ik goed kende: mijn oma of een buurvrouw. Maar … bijna altijd was ze gewoon thuis. Wachtte ze op mij met een pot thee en een koekje. Was er ruim tijd om met elkaar te praten. Heb het dus van haar. Dat praten. Toen … ' Even zuchtte hij diep. Slikte een paar keer. 'Toen ik die dag thuiskwam, riep ik zoals altijd bij de deur van de bijkeuken "Ben thuis!" Ze vond dat altijd grappig, omdat … nou ja … stom … '

'Nee! Echt niet, man! Je naam zat er in. Dat bedoel je toch?'

'Ja. Een grapje tussen haar en mij. Maar … die dag reageerde ze niet. Anders riep ze altijd iets terug. Ik liep naar de achterkamer en …. daar zat ze op haar stoel. De theepot op het lichtje. Haar hoofd op de tafel. Ik wist meteen dat het mis was. Belde mijn vader. Hij belde 112 en Cas. Die was er als eerste. Ik was bij haar gaan zitten.' Zachtjes begon hij te huilen.

Meteen toen Sjeng dat hoorde, schoof hij in de richting van Ben en sloeg hij zijn linkerarm om hem heen. 'Je hoeft het niet te vertellen.'

'Nee. Ik vertel het gewoon zoals het is. Ik was tien. Hoe oud was jij?'

'Ze overleed in december. Tussen Sinterlaas en kerst. Ik was op 1 juli elf geworden.'

'Ik was tien. Ik was op mijn stoel gaan zitten en had voor ons beiden een kopje thee ingeschonken en er een koekje bijgelegd. Zo eentje met een laagje chocola eronder.'

Sjeng wist welke hij bedoelde en glimlachte. 'Hé, zo was het goed voor jou, Ben!'

'Ja. Dat was het. Daarom had ik dat gedaan. Cas was er als eerste. Had ik al gezegd, geloof ik. Hij kwam eerst heel rustig op zijn knieën bij me zitten. Vroeg me of ik wist wat er aan de hand was. Ik wist het. Toen … toen pas begon ik te huilen. En ja … je ziet het … af en toe doe ik dat nog steeds.'

'Niets mis mee. Als we niet meer zouden kunnen huilen om het veel te vroege overlijden van onze moeders, dan zou er iets mis zijn.'

'Je hebt gelijk. Maar … ben nu wel helemaal afgeleid van waarvoor ik hier naar toe kwam.'

'Maakt mij niet uit.'

'Mij wel, man! Ik heb een missie!' Ben moest om zijn eigen woorden lachen. 'En dus … ga ik verder. Hij veegde de tranen weg. Ik weet dat er problemen bij jou zijn. Die blauwe plekken op je lijf zijn niet vanzelf gekomen.'

Sjeng huiverde. Het was niet de kou.

'Maar … je bent niet de enige met een probleem. Dat is wat ik wil zeggen.' Het zou niet voldoende zijn. Hij moest het duidelijker maken. 'Hugo en ik hebben een probleem. Een probleem dat ik veroorzaak. Ik … '

'Val jij op jongens?'

'Ja. Jij ook.'

'Wist je het meteen?'

'Het was een gevoel. Meer niet.'

'Ben je verliefd op Hugo?'

Even voelde het alsof hij hier compleet zonder kleren zat. Naakt omdat alle schillen van hem af waren gevallen. Het pantser weg. 'Ja. Ik ben verliefd op Hugo. Hopeloos verliefd, heet dat omdat hij … '

'Hij is niet homo.' Een antwoord kwam niet. Hij probeerde het door een vraag te stellen. 'Is hij hetero?'

'Vraag het hem maar. Ik ga niet zijn antwoorden geven.'

'Oké. Het spijt me als ik … te dicht bij ben gekomen. Kan me voorstellen dat het zo voelt.'

Dat was het inderdaad waarom hij dat gevoel volledig zonder bescherming te zijn had gevoeld. En toch zei hij: 'Het geeft niet. Eens moest het eruit komen. Het was onverwacht nu, maar … ook goed.'

'Mooi dat je het zo kunt bekijken, Ben!' Hij trok zijn arm wat aan.

'Maar …dat is niet het enige. Hugo heeft meer. Ik heb meer. Hij … er is iets met hem.'

'In het ziekenhuis hoorde ik Trees en Cas er ook over praten. Zij zei dat hij nurks was.'

'Zo uit hij dat inderdaad. Kun je geen land met hem bezeilen. Lijkt hij op mij als ik mijn ochtendhumeur heb, maar dan gewoon overdag. Veel vervelender.'

Sjeng moest lachen.

'Het heeft iets met zijn vader te maken. Opnieuw een gevoel. Maar ook een goed bekijken van mijn agenda. Het begon namelijk nadat hij een keer bij Peter was geweest. En dan … mijn grootste probleem. Twee jaar voor mijn moeder overleed, werd ik ineens geconfronteerd met een oom: Cas. Hij was er plotsklaps. Had nooit geweten dat ik een oom had. Mijn vader had dat nooit verteld.'

Vreemd, dacht Sjeng.

'Jarenlang had Cas door Europa en daar buiten gezworven. Overal gewerkt. Overal geleefd. Daarom kan hij zich ook met heel veel talen goed redden en kent hij op heel veel plaatsen mensen. Ineens was hij er dus. Hij werd mijn vaste oppas als mijn ouders een avond of een weekend weggingen samen. Via hem leerde ik ook Hugo kennen. Hugo was meestal bij hem als Trees weekenddienst had. Cas en ik kregen al heel snel een enorm goede band.

'Ja. Dat is te merken.'

'Ook natuurlijk omdat we in de loop van tijd steeds meer bij elkaar waren. Op elkaar waren aangewezen. Nou ja … ik op hem natuurlijk. Hij kon zich altijd wel alleen redden. Ik niet. Het probleem heeft te maken met … Nee. Het probleem is mijn vader. Dat is de juiste manier van zeggen. Na het overlijden van mijn moeder was hij er gewoon niet voor mij. Hij … had zoveel verdriet, dat hij mij vergat. Totaal geen aandacht aan mij schonk. Het was … alsof ik niet bestond voor hem. Hij was een zombie. Cas regelde alles in die tijd. Woonde bij ons in. Zorgde voor alles. Maakte eten. Deed het huishouden. Zorgde dat ik mijn huiswerk maakte. Overhoorde me. Bracht me naar school en haalde me weer op. Alles deed hij. En dat voelde ontzettend geborgen. Hij bracht de warmte die ik zo nodig had toen. Niet mijn vader. Na een jaar of zo begon mijn vader weer wat te leven. Het leek alsof hij ontwaakte uit een nare droom. Maar … voor mij was het nog niet over. Mijn vader begon weer te werken. Hij liet zich voor twee maanden uitzenden naar Shanghai. Cas woonde nog bij ons toen en bleef. Mijn vader kwam terug, maar bijna meteen was hij weer weg. Iets langer. En zo … zo bleef het de jaren daarna gaan. Af en toe even thuis en dan weer weg. Vaker weg. Langer weg. Afgelopen zomer zag ik hem voor het eerst na een jaar weer terug. Hij belt wel af en toe tussendoor en ik bel hem ook. De laatste tijd gaat dat wat lastiger, omdat … ik ben te ver in het verhaal. Ga even terug. In de zomervakantie was hij er twee weken, omdat hij met zijn nieuwe vriendin …

Even bleef Sjeng hangen in het verhaal van Ben. 'Sorry, ik was even weg in gedachten. Wil je teruggaan naar wat je zei over die nieuwe vriendin van je vader?'

'Ja. Tuurlijk. Hij kwam in de zomervakantie hierheen met zijn nieuwe vriendin. Twee weken was hij hier en voor de rest toerden ze door Europa. Je weet misschien wel hoe Amerikanen, want dat is ze, dat doen: Europa in vijf dagen en dan menen ze alles gezien te hebben.'

'Hoe vind je het dat hij een vriendin heeft?'

'Goed voor hem. Maar niet voor mij. In die dagen dat hij hier was, vertelde hij me dat hij wil dat ik met hem meega naar Amerika.'

'WAT???'

'Precies mijn reactie, Sjeng. Hoe haalt hij het in zijn hoofd! Vanaf mijn tiende heeft hij mij steeds meer aan mijn lot overgelaten, ervoor gezorgd dat een ander de zorg voor mij op zich nam en toen … toen wilde hij ineens weer de liefhebbende vader spelen. En ik vertik het! Ik …

'Hé, ik kan me voorstellen dat dat voorstel vreselijk is geweest, Ben, maar probeer alsjeblieft rustig te blijven.'

'Ja. Dat is het beste. En dat gaat ook heel goed, hoor! Cas en ik hebben inmiddels geïnformeerd naar juridische stappen. Matthieu van Houthem, je kent hem heb ik begrepen, zoekt het voor ons uit. Hij is kundig. Weet wat hij doet. Doet geen loze beloftes. Als hij iets niet weet, zegt hij dat ronduit. En daar ben ik blij mee. Zijn laatste bericht was dat er voldoende gronden zijn waarop we de wens van mijn vader kunnen bestrijden. En daar houd ik me nu aan vast. Dat is mijn drijfveer om gewoon door te gaan. Net doen alsof ik een heel gewoon leven leidt, zonder dat er iets op de achtergrond speelt.'

'Moet moeilijk zijn.'

'Ik kan aardig acteren. Niet?'

'Misschien. Maar … het lijkt me rot.'

'En jij? Is het voor jou niet rot? Die blauwe plekken?'

Sjeng zuchtte. 'Ik … '

'Ik heb je gezegd dat je geen enkel woord hoeft te zeggen. Ook nu niet, nadat ik jou heb uitgelegd wat er bij mij speelt. Dat is niet mijn bedoeling geweest. Misschien … nou ja … Ik hou van gedichten. Ik ken er een groot aantal uit mijn hoofd. Gekkigheid van mij. Mag ik je er één voordragen?'

'Ga je gang.'

'Het is in het Engels.'

'Begrijp ik voldoende en anders moet je maar dingen toelichten.'

'Het is van Mary Oliver en heet "Wild Geese". Het gaat zo:
You do not have to be good.
You do not have to walk on your knees
For a hundred miles through the desert repenting.
You only have to let the soft animal of your body
love what it loves.
Tell me about despair, yours, and I will tell you mine.
Meanwhile the World goes on.
Meanwhile the sun and the clear pebbles of the rain
are moving across the landscapes,
over the prairies and the deep trees,
the mountains and the rivers.
Meanwhile the wild geese, high in the clean blue air,
are heading home again.
Whoever you are, no matter how lonely,
the World offers itself to your imagination,
calls to you like the wild geese, harsh and exciting –
over and over annoucing your place
in the family of things.'

'Oké. Mooi. Heel mooi.'

'Ik heb op internet wel verklaringen gelezen, maar … ik vind dat iemand zelf naar de betekenis van zoiets moet zoeken. Voor mij is … nee. Ik had een missie, zei ik je eerder. En dat wordt heel mooi verwoord in de laatste regels. Die ganzen die steeds weer roepen dat je een plaats hebt in de familie van dingen. Dat … dat is het wat ik je eigenlijk wil zeggen. Meer niet. Ze roepen dat ook naar jou, Sjeng. Je staat niet op jezelf! Jij bent onderdeel van.'

'Oké.' Maar dan was er toch nog dat ene waarmee hij in de knoop zat. 'Maar … stel je nou eens voor dat … dat het mijn eigen schuld is. Mijn schuld da…'

'Laat je nakijken! Je bent … ' even twijfelde hij. 'Ik weet niets. Niet wat er gebeurd is, maar … als ik moet gokken dan … je bent door iemand in elkaar ingeslagen. Bij huiselijk geweld is meestal een naast familielid de dader. In jouw geva… '

'Ik weet het!'

'Dus … hoe zou het ooit jouw schuld kunnen zijn?'

'Ik had mijn mond moeten houden! Ik heb dingen gezegd die ik niet had moeten zeggen!'

'Flauwekul! Als ik … als ik … ' het was zoeken. 'Als ik Cas stijf zou vloeken, hem van alles en nog wat zou … je begrijpt wel wat ik bedoel. Zelfs als ik gewelddadig zou worden in zijn richting, dan nog … dan nog zou hij eruit stappen. Niet zo reageren als ik op dat moment zou doen. Hij is de volwassene! Hij hoort het overzicht te bewaren en te weten dat hij eruit kan stappen! Daarvoor is hij verantwoordelijk. Niet ik. Niet jij. Niet wij. Wij … wij schieten tekort daarin. Hebben nog niet het vermogen om dingen te overzien. Oh ja … we zijn heel wereldwijs met onze zestien jaren levenservaring … maar niet heus. En dus … dus had jouw vader zijn handen thuis moeten houden. Had hij jou niet … nooit zo mogen behandelen. Geen enkel excuus.'

'Dank je. Dat had ik nodig. Ook die bevestiging dat ik, dat jij, dat wij nog zo onmachtig zijn soms. Dat we dan dingen roepen die we beter hadden kunnen laten. Bedankt, Ben.' En toch zakte de moed hem weer in de schoenen.

'Ik krijg het koud. Te koud. Ik weet niet wat jij gaat doen, maar ik ga naar binnen.' Ben stond op en nam een paar stappen, weg van het bankje. Hij draaide zich om. 'Alsjeblieft, Sjeng, blijf hier niet zitten in je eentje. Laat je opnemen in een familie. Praat daar, omdat het daar veilig is om te praten. Sorry … ik heb veel meer gezegd dan ik had willen zeggen.' Hij liep weg in de richting van het huis.

'Wacht!' Sjeng probeerde overeind te komen, maar het lukte hem niet. 'Nondedju!'

'Wat is er?'

'Ik kom niet overeind. Niet alleen in elk geval. Wil je me helpen?'

'Altijd.' Hij ging terug naar het bankje en hielp Sjeng in de benen. 'Kom haak in.'

'Waarom?'

'Gewoon omdat ik dat zeg. Niet steeds alles ter discussie stellen.'

Sjeng stak zijn arm door die van Ben en zei: 'Ik begrijp dat ik moet gaan praten. Maar niet hier alleen met jou, want dan moet ik het later nog een keer herhalen en dat wil ik niet. Ik vertel het één keer en dat moet voldoende zijn.'

Ze liepen over het tuinpad in de richting van het huis. De maan, die toen ze aangekomen waren helder aan de lucht had gestaan, was nu verscholen achter dikke wolken die grijs afstaken tegen de donkere lucht.

'Ik hoop dat de spierpijn niet nog erger zal worden,' bromde Sjeng.

'De tweede dag schijnt het meest erg te zijn.'

'Morgen dus.'

'Nee, vandaag. Hoor, de kerstklokken luiden. Prettige kerst, Sjeng!'

'Prettige kerst, Ben!'



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is, maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, december 2020
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Lucky Eye
Berichten: 190
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 16:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 222 keer
Bericht Re: BRENG LICHT IN HET DONKER door Lucky Eye » vrijdag 25 december 2020 06:26

Vrijdag 25 december
Hoofdstuk 12


De twee jongens stonden stil op het pad en luisterden naar de klokken. Toen het geluid weg begon te sterven, vervolgden ze hun pad. Dichter bij het huis gekomen, begon Sjeng weer te praten. 'Zeg … je bent hopeloos verliefd, zoals je zei. Betekent dat dat je niet op iemand anders verliefd kunt worden?'

'Lastig. Weet het niet.' Maar toch … '

'Zou het me kunnen voorstellen. Je moet dat ene eerst verwerken.'

'Zou jij verliefd op mij kunnen worden?'

'Echt wel!' Het was er uitgeschoten voor hij er erg in had.

'Dank je, Sjeng!'


* * *


In de woonkamer hadden ze na het vertrek van Ben lang gepraat met elkaar. Met z'n allen of in kleinere groepjes. Toen de kerkklokken in het dorp begonnen te beieren, wensten ze elkaar een prettige kerst.

Cas voelde zich wat verlaten ineens. Hij miste Ben. En ook Sjeng. De eerste was een groot aantal jaren geleden alweer in zijn leven gekomen en de tweede nog maar kort terug. En toch … toch miste hij die twee.

Trees wilde Hugo tegen zich aan trekken voor een knuffel, maar Hugo wilde daar niets van weten.

'Moten we die twee niet ophalen?'

'Ik weet het niet jongen. Misschien moeten we ze nog wat tij… '

'Nee! Ze horen er bij! Ik baal ervan dat ze er niet gewoon zijn! Ik haal ze op!' Met het voornemen doof te zijn voor wat wie dan ook zou zeggen, banjerde hij naar de hal. Al mopperend pakte hij zijn jas en trok die aan, deed de rits omhoog. Ineens hoorde hij stemmen bij de zijdeur. Hij had niet de bedoeling om hen af te luisteren, maar kreeg de laatste woorden wel mee. Hij wilde net de klink van de deur naar beneden duwen, toen die uit zichzelf leek te bewegen. Hij schrok enorm.

'Kwam je ons halen?' vroeg Ben.

'Ja, natuurlijk, stelletje rotzakken! Wie blijft er dan ook zolang weg! Denk je dat kerst zonder jullie leuk is! Dan hoor je samen te zijn!'

'Mijn schuld, Hugo. Het spijt me. Ik had lang tijd nodig om te beslissen wat ik moest doen.'

'En? Nu wel duidelijk?'

'Ja.'

'Dan is het je vergeven! Maar kom op, jassen uit en naar binnen jullie! En zitten bij de open haard, want jullie zijn zowat bevroren!'

'Niet overdrijven!'

'Hup naar binnen! Mond dicht en gewoon eens luisteren!'

'Sorry, moeder,' grapte Ben.

'Rotjoch!'

'Kijk, we zijn weer compleet,' fluisterde Trees in Cas' oor.

'Ja, het kroost kibbelt weer gezellig,' smiespelde hij terug.

Het vuur van de open haard en een beker glühwein die oma Suus hem had gegeven, zorgden ervoor dat Sjeng goed doorwarmde. Volgens hem waren zijn wangen enorm rood. 'Moeten we hier nog lang blijven zitten,' vroeg hij zachtjes aan Ben.

'Nee, joh. Nog eventjes. Ik ben in elk geval al flink doorgestoofd. Jij?'

'Ik ook. De vlammen slaan me zowat uit. Toch maar even vragen? Stel je voor dat Hugo weer boos op ons wordt.'

'Ja. Beter misschien. Mogen we hier al weer weg, Hugo?' Een gebrom was het enige dat ze van hem te horen kregen.

'Daar kun je niet echt iets mee. Kom, we gaan bij de anderen zitten!'

Sjeng nam plaats op een hoge stoel tussen de beide oma's, waar hij eerder ook gezeten had. Ben plofte neer in de hoek van de bank waarop Hugo, Trees en Cas ook zaten. De spanning nam toe voor hem. De anderen wisten natuurlijk niet dat hij besloten had om te praten, maar het voelde voor hem wel alsof iedereen naar hem keek. Het was flauwekul. Niemand keek naar hem. Maar zodra hij het woord zou nemen … zou dat anders zijn. "Ik ben hier veilig. Voel me hier veilig" liet hij de woorden in zijn hoofd resoneren, voordat hij dan toch begon met: 'Ik wil jullie graag iets vertellen.' Het begin was er. 'Ik … het is niet makkelijk om te vertellen. Maar wel goed om te doen. Dankzij de hulp van Ben, doe ik het dan toch. Lang heb ik gedacht dat ik het nooit zou zeggen, omdat ik het idee had er zelf schuld aan te zijn. Maar iets dat Ben zei, zorgde ervoor dat ik het nu anders kan zien.' Hij pakte de hand van zijn oma beet. 'Ama, dat wat ik wil delen zal jou verdriet doen. En dat spijt me. Maar … het is wel deel van het geheel.'

'Het geeft niets, jungske. Vertel het zoals jij het wilt.'

'Ik wil wel graag dat het opgenomen wordt. Kan dat? Want ik vertel het maar één keer. Als iemand … maakt niet uit wie … later met mij wil praten, zal hij het met die opname moeten doen. Ik doe het niet nog een keer!'

'Geen probleem,' gaf Hugo aan. Hij pakte zijn smartphone en klikte er iets op aan.

'Sjeng, misschien is het goed om vooraf te zeggen wie je bent en waarover je wilt praten: een korte inleiding als het ware,' was Trees van mening.

'Oké.' Heel snel schoten de woorden door zijn hoofd. Goed was goed genoeg. Het hoefde niet perfect, zo sprak hij zichzelf toe. Hugo gaf hem een teken en hij begon. 'Op woensdag 23 december 2015 werd ik, Sjeng Wilhems, door Cas Geijsbers naar het ziekenhuis in Maastricht gebracht met een schouder uit de kom ten gevolge van een val van de muur rondom ons … mijn thuis. Op de spoedeisende hulp zagen ze bij lichamelijk onderzoek dat er meer aan de hand was. De … euh … er is een aanleiding. Die gaat een flinke tijd terug, maar is wel belangrijk. Daarover ga ik nu vertellen.' Even stopte hij. Hij zag de duim die Cas opstak. Het voelde goed. Hij zuchtte. Zorgde ervoor de hand van zijn oma beet te houden. 'Mijn moeder,' – Hij zag uit zijn ooghoek dat zijn oma een kruisje sloeg. Niet een automatisme, wist hij. Elke keer als Ama haar naam, of een verwijzing naar haar, hoorde werd er even heel bewust aan haar gedacht – 'en vader waren aardig gelukkig met elkaar. Natuurlijk hadden ze af en toe wel iets. En als dat zo was, konden ze beiden flink tekeergaan. Beiden waren ze geen heiligen. Als klein kind maakte ik me dan altijd heel snel uit de voeten. Later verliet ik wel de ruimte waar we waren, maar bleef buiten de deur wachten. Een stuk nieuwsgierigheid. Ik wilde weten waar ze het over hadden. Ruzie, zo ontdekte ik ooit, hadden ze eigenlijk altijd al wel gehad. Voor hun huwelijk al. Mijn moeder was … Ama, jij zegt het altijd zo mooi.'

'Wat bedoel je, jungske?'

'Dat ze niet meer naar de kerk ging.'

'Else,' het kruisje werd weer gemaakt, 'was niet meer traditioneel gelovig.' Bedoel je dat, Sjeng?'

'Ja, Ama. Bedankt! Niet meer traditioneel gelovig. Zo geloofde niet meer zoals haar grootouders en ouders, maar geloofde nog zeker wel. Liefde, daarin geloofde ze. Ze was wijs. Onderzocht van alles en nog wat. Ze geloofde ook in mensen. Geloofde in haar vrienden.' Hij keek naar Trees en zag een traan over haar wang lopen. 'Mijn vader was anders. Rooms Katholiek opgevoed en dat op orthodoxe wijze. Ze hielden van elkaar. En dus kwam er een huwelijk. Maar … hij wilde een priester erbij en voor haar hoefde dat niet. Ruzie ook toen vast al wel. Ze kwamen eruit. Voor haar sprak er iemand van het Humanistisch Verbond. Moet een lange dienst geweest zijn met twee preken.'

Hugo schoot in de lach. 'Sorry,' riep hij meteen erna.

'Geeft niets, Hugo! Heb ik ook wel vaak gedacht en … bovendien … dat wat ik ga zeggen hoeft niet allemaal zwaar te zijn. Dus … als jullie iets in willen brengen, doe dat dan gerust.' Hij zag knikjes. 'Kinderen krijgen was een probleem voor mijn ouders. Het wilde niet lukken. Diverse miskramen. Twee kinderen voor mij die beiden maar een paar dagen hebben geleefd.' De kruisjes bleven komen en hij zag dat oma Suus het ook deed. Een stuk kameraadschap dat tijdens de rit hierheen moest zijn ontstaan. Hij voelde goed voor hem: steun voor zijn oma. 'Van mijn moeder weet ik dat mijn vader de schuld daarvan op mijn moeder schoof. Zij Zij werkte te veel, volgens hem. Ze moest meer rust nemen. Verplicht rust nemen van hem … terwijl … artsen dat absoluut niet nodig vonden. Als die dat gezegd hadden, dan zou ze dat absoluut gedaan hebben. Ze vertrouwde op haar collega's. Het ziekenhuis was haar tweede thuis. Mijn vader was ouderwets. Mijn moeder noemde zich Else Soet. Gebruikte haar eigen achternaam. Vreselijk vond hij dat. Ze was zijn vrouw tenslotte en zou dan ook zijn naam moeten dragen. Ze deed het niet. Maakte stampei op het gemeentehuis als op een nieuwe identiteitskaart of paspoort de vermelding stond "echtgenote van" of iets dergelijks. Ze was zichzelf. Niet … vul maar in.'

'Moedig,' gaf Suus haar mening weer.

'Ja. Zo was. Mijn naam was ook een strijdpunt. Mijn vader wilde zichzelf vernoemen, hoewel hij eigenlijk liever een dochter had gehad.'

'Vreemd,' vond Ben. 'Willen vaders niet altijd liever een zoon?'

'Misschien. Die van mij niet. Maar ik moest wel zijn naam dragen: Johannes. Voor mijn moeder was het geen probleem. Haar vader, mijn Ampa, heette namelijk ook Johannes, maar iedereen kende hem als Sjeng. En dus wilde mijn moeder dat ik die roepnaam ook kreeg. Dat stond mijn vader niet aan. Hij was geen geboren Limburger en vond die Limburgse namen maar flauwekul. Het sloeg volgens hem nergens op. Uiteindelijk stemde hij stemde toe. Met tegenzin. En het idee hebbend dat hij er wel omheen kon. Lukte niet. Op mijn geboortekaartje liet mijn moeder heel nadrukkelijk zetten dat mijn roepnaam Sjeng was.'

'Is dat niet gebruikelijk?' vroeg Ben.

'Niet altijd,' gaf Trees aan. 'Ik heb die van jou gezien, Ben, en daar staat geen roepnaam op.'

'Oh.'

'Bij mij werd dat ook niet vermeld,' liet Cas weten.

'Maar … was dat niet lastig?'

'Wat, Hugo?'

'Jouw opa heette dus Sjeng en jij ook.'

'Nee. Ligt iets anders. Als er een nieuwe Sjeng komt, verandert de naam van de oudere – vader of opa – in Sjang.'

'Oké! Nooit geweten, man!'

'Toch wel handig dat praten. Kunnen we dingen leren, blijkt. Ik ga verder. Mijn moeder was duidelijk. In alles. Dat leidde dus vaak tot ruzie. Ze hield van mijn vader. Daar ben ik van overtuigd. Maar … ' Hij had het moeilijk. Het werd lastig. Dit was niet meer dan een inleiding. 'Ik ben op 1 juli geboren. Mijn namen zijn: Johannes, Aaron naar één van de heiligen die bij die dag horen, en Maria dat krijg je er gratis bij. Aardig ouderwets. Maar niets mis mee. Alleen als je de drie voorletters achterelkaar zet.' Hij zag hoe anderen deden wat hij had gezegd en wilden lachen. Ze hielden zich echter in 'Kom op zeg! Lachen! Is toch best grappig!' En toen hoorde hij het gelach. Eerst voorzichtig, maar allengs uitbundiger. 'Gelukkig heb ik het nooit gezien alsof iemand mij uitlachte. Bovendien kan het erger. Ooit zag ik ergens een naamboordje. De goede man heette: H.A.M. Worst.' Nu was er wel meteen uitbundig schateren te horen. Sjeng genoot. Het waren prachtige mensen. Allemaal. 'En ja … als je dan vergelijkt … Mijn vader was best een goede vader.'

Ben viel meteen de verleden tijd op waarin Sjeng sprak.

'We hielden allebei van voetbal. En dus ging ik voetballen. Zijn enige voorwaarde was dat ik dat bij zijn oude club deed. Prima. Elke zaterdag ging hij met me mee: uit of thuis, het maakte niet uit. Ik was blij met hem aan de kant. Hij was geen schreeuwer. Liet me gewoon mijn gang gaan binnen de lijnen. Onderweg naar huis gaf hij wel eens tactische tips. En daar kon ik wat mee.' Een nieuwe zucht. 'Euhh … even opbreken? Even een kleine pauze?'

'Ja. Is goed,' reageerde Trees meteen.

'Eten!' klonk het uit Hugo's mond, nadat hij de pauzeknop op zijn opnameapp had ingedrukt. Samen met Ben en de oma's verdween hij naar de keuken.

Cas en Trees kwamen naast Sjeng zitten. 'Gaat het, jongen?' vroeg de eerste.

'Ja. Maar … '

'Je wilde wel even op adem komen,' vulde Trees in.

'Goed gezien. Even afleiding. En dat niet alleen voor mij.'

'Heel goed van je.'

'Bedankt voor jullie steun. Ik weet dat ik het vast niet mag zeggen, maar … ik had het nooit verteld als … als ik me hier niet op mijn gemak had gevoeld. En … daar hebben jullie en de anderen voor gezorgd. Vandaar dat bedankje.'

'We zijn onszelf. Niets meer en niets minder.'

'En dat is genoeg. Voldoende voor mij om het te vertellen. Ruik ik kroketten?'

'Zou zo maar kunnen, Sjeng. De eigenares liet me een volle diepvries zien waarin ik naast diverse worsten ook frikandellen en kroketten zag. Allemaal met de oven te bereiden.'

'Mmmm … ik ga even kijken!' Hij stond op en liep naar achteren.

'Cas?'

'Ja?'

'Als alles rustig wordt deze nacht dan … dan wil ik graag met je praten.'

'Oh?'

'Alleen jij en ik. Goed?'

'Ja. Natuurlijk. Maar … niet iets ernstigs toch?' Ineens was hij verontrust.

'Nee. Dat niet.'

'Gelukkig!' En het klonk echt heel erg opgelucht.


* * *

Nadat er drinken ingeschonken was, de minder vette hap op tafel was gezet, iedereen iets had genomen, bijna iedereen zijn mond had verbrand, ging Sjeng verder.

'Het ging goed mis in de zomervakantie, nadat ik tien was geworden. Mijn moeder had zich al een paar weken niet lekker gevoeld. Was vrijwel meteen naar een collega gegaan in het ziekenhuis. Voordeel dat ze daar werkte. Met mijn vader ging ze de uitslagen ophalen van allerlei onderzoeken. Ik bleef thuis met mijn opa en oma. Opa was er toen nog.' Hij kneep in de hand van zijn oma.

'Ja. Gelukkig nog wel.'

'Het bleek kanker te zijn. Toen ze thuis waren, kwam alleen mijn moeder naar de woonkamer toe waar wij drieën waren. Ze ging zitten, trok mij naar zich toe en vertelde dat ze kanker had, maar dat het te opereren was. Ik was in paniek. Wist zeker dat ze dood zou gaan.' Hij voelde de druk van zijn oma's hand in die van hem. 'Zij weersprak dat. Gaf aan dat na de operatie er een vervolgtraject zou komen, maar dat de artsen het positief inzagen. Het maakte me wat rustiger. Mijn opa en oma gingen naar huis. 's Avonds zat ik zoals bijna altijd met mijn ouders aan tafel. Aan het eind van de maaltijd begonnen ze te praten met elkaar. Het werd al snel bekvechten. Ik stond op en liep weg. Mijn moeder boos op mijn vader, omdat hij begonnen was met een gesprek dat zij liever met hem alleen had willen voeren. Ik ging niet naar mijn kamer. Bleef, zoals ik al eerder zei, met de deur achter me dichtgetrokken zitten om naar hen te luisteren. De operatie hield in dat een borst van mijn moeder verwijderd moest worden. Mijn vader was daar furieus over. Hij wilde het niet. Ze zei hem dat als dat niet gebeurde … ze dood zou gaan. Wilde hij dat dan? Hij wilde een vrouw! En een vrouw had twee borsten.'

'Verdomme! Wat een klootzaak!' uitte Hugo zich met een van woede trillende stem.

'Ja. Een klootzak! Dat is hij! Hij zei haar, dat als die borst geamputeerd zou worden zij geen vrouw meer voor hem zou zijn.' Hij hoorde zijn oma zachtjes snikken. Haar verdriet werd groter en groter. Het werden lange uithalen. Het klonk verscheurend. 'Het spijt me zo, Ama!' snikte hij nu ook. 'Ik… '

Hugo drukte de pauzeknop in.

Trees en Suus kwamen op de grond bij Truu zitten.

Ben haalde Sjeng weg bij hen en zei: 'Hé, even op adem komen! Even proberen alles te los te laten.' Ze stonden dicht bij de haard, daar waar ze eerder gezeten hadden. Hugo kwam er ook bij.

'Gaat het?'

'Niet echt. Ik wist dat dit zou komen. Had Ama gewaarschuwd vooraf, maar … het was niet voldoende. Ik ha… '

'Nee. Je hebt het goed gedaan, Sjeng! Je had het niet verteld als het niet absoluut noodzakelijk was voor je verhaal! Onthoud dat goed! En zo zal je oma het ook zien! Kijk … mijn oma wenkt naar ons.'

Met z'n drieën liepen ze terug naar de anderen. Cas was er ook bijgekomen.

'Lief jungske,' zo begon Truu. 'Waarom heb je dit nooit eerder verteld!'

'Ik … ik wist dat het je verdriet zou doen, Ama. Daarom.'

'Wist je moeder dat jij het had gehoord?'

'Nee.'

'Ach, schat! Al die jaren heb je dit met je meegedragen. Helemaal alleen.'

'Het was het beste, oma. Als Mama geweten had dat ik het had gehoord dan … dan had het haar zoveel verdriet gedaan. En … dat kon ze er niet bijhebben. Ze had voldoende op haar bordje. Nou ja … '

'Er is nog meer?'

'Ja.'

'Ben je eraan toe om verder te gaan?'

Hij had alleen maar geknikt. Was weer gaan zitten. De bank was nu leeg. De vier personen die daar gezeten hadden, zaten nu op kussens op de grond bij de drie rechte stoelen. Allemaal dicht bij elkaar. 'Hugo zei het net al. Mijn vader was een klootzaak. Meteen nadat mijn moeder aangegeven had dat zij die operatie toch zou doorzetten, liet hij haar vallen. Hij werkte lang. Kwam 's avonds niet thuis voor het eten. Kwam pas laat binnen en was dan of aangeschoten of dronken. Ongetwijfeld een stuk verw… nee. Gewoon hufterig gedrag. Hij ging niet met haar mee toen ze opgenomen moest worden. Dat weet je, Ama.'

'Ja. Wij drieën gingen met haar mee. Waren er ook toen ze weer bijkwam. '

'Op een dag liep ik met jou,' hij keek naar zijn oma, 'en Mama op het Vrijthof. Ineens zag ik hem. Jullie niet, merkte ik meteen. Hij liep daar met een heel opzichtig geklede vrouw. Hij zoende haar.'

'Shit! Had hij een ander?'

Het was Hugo geweest. 'Ja. Vanaf het moment dat mijn moeder hem duidelijk had gemaakt dat zij voor het leven koos, voor een borstamputatie, was het voor hem alsof hij geen huwelijkse plichten meer had. Maar hij zag het ongetwijfeld anders.'

'Echt? Hoe dan?'

'Een inschatting van mij. Een mening. Niet hij had haar verlaten, maar zij hem door te kiezen voor die, in eerste instantie levensreddende operatie. Ik moet even wat drinken.' Het werd hem aangereikt door Trees en toen de beker tussen hun handen wisselde, voelde hij haar hand tegen die van hem. Een bevestiging. Een teken dat zij er was voor hem. Het voelde zo verrekte goed, dat hij er tranen van in zijn ogen kreeg. Dit tweede deel, het gedeelte van het verraad van zijn vader, had hij kunnen vertellen zonder een traan te laten, maar nu kwamen ze dan toch. Opnieuw voelde hij armen om hem heen. Ze drukten iets te strak tegen zijn schouder, maar die lichamelijke pijn was veel minder dan de pijn die hij van binnen voelde. Opnieuw voelde.




Hoofdstuk 13

Vooraf:
Dank aan GrensGeval voor het aanleveren van de Limburgse tekst die in dit hoofdstuk (en later nog een keer) wordt gebruikt!



Het werd weer rustiger. Kalmer in hem. De druk op zijn schouder viel weer weg. Trees kwam aan met paracetamol. Volgens hem kreeg hij nu meer dan anders. Bezwaar maken deed hij niet. Iedereen ging weer zitten. Volle mokken in de buurt.

'Truu?' begon Trees. 'Zou dit het zijn waarover wij onderweg met elkaar gepraat hebben?' Ze legde de anderen snel uit wat ze bedoelde.

'Ja. Ik denk het wel. Die verandering, dat stille, was er vanaf het moment dat ze wist dat ze een borst zou kwijtraken. Dit is het. Jammer dat ik het pas nu te weten kom.'

'Een keuze van Mama, Ama! Iets dat we moeten respecteren. Ze heeft het jou, Ampa en mij bewust niet willen vertellen. Wilde verdriet bij ons voorkomen.'

'Ja. Dat begrijp ik, maar … ik had haar zo graag willen steunen in haar verdriet. Er voor haar zijn. Ze moet zich zo … zo vreselijk alleen hebben gevoeld.'

'Nee! Dat denk ik niet! Ze wist dat wij ervoor haar waren. Altijd! Jullie waren geweldig! Gingen haar ophalen toen ze na de operatie naar huis mocht. En later ook. Altijd waren jullie paraat. Ook voor mij. Een superopa en superoma. Hij ging mee naar voetbal dat jaar tot … '

'Het is misschien raar gezegd, maar … ik ben nog steeds heel blij dat hij niet meegemaakt heeft dat Else kwam te overlijden. Hij … toen hij stierf ging het goed. Dachten we allemaal dat het goed ging. En dat was een enorme troost voor hem.

'Even op een rijtje voor mij,' kondigde Ben aan. 'Je moeder werd geopereerd in de zomervakantie van 2009.' Hij zag Sjeng knikken. 'In december 2010 tussen Sinterklaas en kerst, vertelde je me in de tuin, overleed ze.'

'12 december.'

'Oké. 12 december 2010. En je opa dus tussen, laat ik maar zeggen, juli 2009 en de datum van haar overlijden?'

'Ja. 27 november 2009. Hij was op,' verduidelijkte Truu. 'Het ziek worden van Else had er flink ingehakt bij hem. Zijn hart gaf het plots op. Natuurlijk had hij medicijnen voor zijn hart en liep hij bij een cardioloog, maar … alles was onder controle.'

'Zal ik verder gaan?'

'Alleen als jij daartoe in staat bent,' gaf Cas duidelijk aan. 'We kunnen ook opbreken nu en morgen in de loop van de dag verder praten met elkaar.'

'Nee. Ik wil het liever nu doen. De rest … kan snel denk ik.' Hij keek om zich heen en zag iedereen knikken. 'Goed. De ziekte van mijn moeder kwam terug. Een jaar nadat ze haar eerste diagnose had gekregen ongeveer. Dit keer was het wel erg. Uitzaaiingen overal. Geen redden aan. Geen hoop meer. Ze koos voor euthanasie. Overleggen met mijn vader was niet meer nodig. Ze leidden hun eigen leven. Naast elkaar, niet meer samen. Hij sliep in de studeerkamer.'

'Logisch! Met zo'n gast wil je toch niet meer in één bed liggen!'

Sjeng vond de felheid van Hugo goed om te horen. Hij maakte van zijn hart geen moordkuil, zo leek hem toe. 'Die euthanasie koos ze ook voor mij. Ze wilde niet dat er gewacht zou moeten worden tot … het spijt voor mijn woorden … tot haar lichaam, uitgemergeld als het dan zou zijn, het eindelijk zou opgeven. Ze wilde een stuk waardigheid, zodat mij haar overlijden niet als iets engs bij zou blijven. Ook haar keuze voor het ziekenhuis was een bewuste keuze. Thuis zou thuis moeten zijn en niet de plek waar zij was overleden. In het ziekenhuis maakten ze er iets heel bijzonders van. Die avond waren Ama en ik bij haar. Anne was er ook. Mijn moeder sprak nog met Ama en mij, maar ook met ons beiden even apart. Ze zei iets in het dialect. Ik kan dialect verstaan. Spreken is moeilijker voor mij, maar ik zal het wel proberen. Het ging ongeveer zo: "Zörg dérveur daste dig zėllef blifs, jungske. Laot dig door neemes zékke daste mós verangere. Es eemes dat wil, zaet dat niks euver dig. Mér euver wie bekrompe dea angere is". Wil jij het vertalen, Ama?'

'Natuurlijk, jungske. Ze zei dus: "Zorg ervoor dat je jezelf blijf, jongen. Laat je door niemand zeggen dat je moet veranderen. Als iemand dat wil, zegt dat niets over jou. Meer over hoe bekrompen de ander is".'

'Wauw, dat is mooi,' sprak Ben die duidelijk onder de indruk was. Hij keek naar Cas en Trees. De tranen schoten in zijn ogen. Trees reikte hem, voor Hugo langs, haar hand.

'Ja. Dat was inderdaad heel erg mooi. Maar … ik heb het zo geprobeerd. Maar … Even terug nog. Natuurlijk was er op het laatst verdriet. Maar ik hoefde niet ontzettend veel te huilen. Dat had ik voor die tijd al gedaan, toen ik te horen kreeg dat ze zou gaan sterven. Die tijd ervoor was voor mij veel meer beladen. Weten dat je moeder er niet meer zal zijn op een gegeven moment, was voor mij vreselijk. Die avond zelf niet. We hadden vooraf alles met z'n drieën geregeld.'

'Jij, je moeder en je oma,' merkte Cas ter bevestiging op.

'Ja. De drie musketiers, maar dan ook echt met z'n drieën. Zo noemde mijn moeder het in die tijd. Toen ze was overleden, voerde Anne ons naar een zijkamertje. Daar bleven we een tijdje. Toen ze ons terugbracht, lag mijn moeder in haar witte kist. Ze had die zelf uitgekozen. Hij was heel erg mooi. Ze zou opgebaard worden in de kapel van het ziekenhuis, tot de dag van haar crematie.'

'Waar was je vader?' vroeg Hugo.

'Hij schitterde door afwezigheid,' bitste Truu. 'Hij was er gewoon niet. Het ging niet zoals hij had gewild en dus was hij niet van plan een rol in het geheel te spelen. Hij had haar thuis willen opbaren, hij wilde dat er een priester bij zou zijn op het laatste zodat ze de laatste sacramenten zou kunnen krijgen en dat alles. Mijn dochter wilde dat absoluut niet. We hadden voor de uitvaartdienst een kerkje uitgekozen, alleen omdat zij die mooi vond en het op een schitterende locatie lag.'

'Maar hij was er wel bij, toch?'

'Ja. Hij was er wel bij. Sjeng vond het absoluut niets, maar … tja … we moesten wat. Grote ruzie vooraf nog tussen Sjeng en zijn vader vanwege wat hij aan moest. Johannes wilde dat hij in het net ging. Ik vond het prima dat Sjeng gewoon gekleed ging. Hij was nog maar elf! Maar … ik legde me erbij neer. Sjeng had het er veel moeilijker mee.'

Ineens begreep Trees waarom Sjeng er op die dag zo vreselijk had uitgezien. Het was niet het verdriet, nou ja … gedeeltelijk natuurlijk ook wel, maar veel meer het feit dat hij niet zichzelf mocht zijn op die dag. En even later hoorde ze hem haar gedachten in woorden gieten.

'En dat kon ik gewoon niet verdragen! Ik moest van hem iemand anders zijn! Een joch in een net pak! Iemand die ik niet kende! Het ging radicaal in tegen dat wat mijn moeder me op het laatst had gezegd!'

'Toen ik merkte dat we het dispuut zouden verliezen, maakte ik Sjeng duidelijk dat je af en toe een gevecht zult moeten verliezen. Maar dat dat niet wil zeggen dat je alles op zult geven.'

Hugo herinnerde zich iets dergelijks. Hij wist niet meer precies wie, maar die had gezegd: "Dit gevecht hebben we verloren, maar de oorlog nog niet."

'In het ziekenhuis was het heel erg mooi na het overlijden van mijn moeder. Toen ze in de kist lag, reden we haar naar de kapel. Meteen buiten de kamer stonden er overal links en rechts van het pad mensen met kaars. Ik vond het zo ontzettend mooi! Alleen in de lift niet. Beneden ook weer mensen met kaarsen, de hele weg naar de kapel toe. Daar was het één en al kaarslicht. Zo mooi! Heel indrukwekkend.'

'Iedereen wilde meewerken,' vulde Trees aan met verstikte stem. 'Chirurgen, schoonmakers, mensen van de boekhouding, secretaresses, het maakte niet uit welk beroep ze uitoefenden in het ziekenhuis, alle geledingen waren vertegenwoordigd. In de lift mochten geen kaarsen en daarom hadden we het trappenhuis van boven naar beneden opgevuld met collega's. Iemand maakte van buiten het ziekenhuis een foto en die heb ik later gezien. Heel erg mooi.' Ze pakte de hand van Cas.

'Ja. Dat was het. Eigenlijk was die dag de mooiste. De dag van het werkelijke afscheid werd voor mij negatief ingekleurd, vanwege dat stomme pak!' Hij schoot in de lach. Zag dat anderen ook moesten lachen.

'Na die tijd,' ging Truu even later verder, 'was er nog het nodige gedonder op zakelijk gebied. Mijn dochter en schoonzoon waren op huwelijkse voorwaarden getrouwd. Zij had het huis al voordat ze ging trouwen. Mijn man drong er bij haar op aan om niet in gemeenschap van goederen te trouwen. Eerst wilde zij er niets van weten, maar na verloop van tijd zag zij er waarschijnlijk toch iets in. Johannes was faliekant tegen. Wilde zelfs de hele boel afblazen.'

'Echt?' vroeg Sjeng verbaasd.'

'Ja. Hij vond het een stukje wantrouwen ten opzichte van elkaar. Zij bleef volhardend. Gaf niet toe en ze trouwden toch.'

'Waren ze gelukkig?' wilde Trees weten.

'Ja,' antwoordde Sjeng. 'Ze waren heel gelukkig samen. Heb al verteld dat ze botsten op bepaalde terreinen en dat deden ze dan beiden vol overgave, maar … ze waren gelukkig. Dat heb ik altijd gezien en gevoeld. Ondanks dat ze verschillend waren, heel verschillend soms, hoorden ze bij elkaar. En toch … toch was er, toen ze ziek werd, dat verraad.'

'Niet voor te stellen,' vond Ben.

'En dat maakte het juist zo moeilijk, Ben! Ik kon het me gewoon niet voorstellen! Had hij jarenlang dan een rol gespeeld? Hadden ze elkaar altijd voor de gek gehouden?'

'Is seks dan zo belangrijk dan je je eigen partner inruilt voor … voor een hoer!' liet Hugo zijn gevoel spreken. 'Sorry,' verontschuldigde hij zich meteen. 'Dat had ik niet zo moeten zeggen. Misschien was die vrouw niet een … nou ja.'

'Het geeft niet, Hugo. Het is iets wat ik me ook vaak heb afgevraagd,' gaf Sjeng te kennen. 'Ook omdat hij later wel eens zo iemand mee naar huis nam.'

'Sjeng! Dat had je me moeten vertellen!

'Echt niet, Ama! Ik kon het niet! Onmogelijk gewoon!'

Truu boog het hoofd. Enerzijds had haar kleinzoon gelijk. Maar aan de andere kant … Ze herpakte zich. 'Terug naar dat zakelijk. In het testament van Else liet ze alles na aan Sjeng. Niets vermaakte ze aan Johannes.'

'Dus je hebt een huis?' vroeg Hugo met een verbaasde klank in zijn stem.

'Ja. Een huis met een stuk grond er omheen. Een prachtig huis. Een huis waar ik naar terug wil, maar … ik weet dat het niet kan. Ik wil hem nooit meer zien!'

'Matthieu zoekt van alles voor jou uit, jungske! Hij vindt een weg!' Ze zuchtte diep en ging verder met: 'Johannes vocht het testament een paar keer aan. Volgens hem waren diverse verbouwingen aan het huis mede met zijn geld bekostigd en dus was het volgens hem deels van hem. Hij kon het niet hard maken. Alle facturen stonden op naam van mijn dochter en waren betaald van haar bankrekening. Twee keer werden zijn eisen afgewezen.'

'Maar hij woont er wel,' merkte Cas op.

'Ja. Een kwestie van … een term die ik kwijt ben. Maar hij is nou eenmaal verantwoordelijk voor Sjeng tot hij achttien is. Dan vervalt dat automatisch.'

'Samenwonen met mijn vader was lastig voor me. Ik haatte hem. Ik haat hem. Maar wist dat het niet anders kon. Matthieu had het me goed uitgelegd. Het werd afzien. Voorzichtig langs hem heen bewegen. Het leek alsof hij ook niet anders wilde. Vroeger had hij altijd al een hekel gehad aan mijn trage manier van eten, kon hij amper het geduld opbrengen om aan tafel te blijven zitten. Na het overlijden van mijn moeder liep hij gewoon weg en bleef ik alleen zitten.'

'Verdomme!' brieste Hugo.

'Rustig, lieverd,' probeerde Trees haar zoon wat te kalmeren.

'Maar zoiets is toch gewoon te gek voor woorden!'

Waar was de grappende, lollige Hugo? vroeg Sjeng zich af. Hij was ineens zo betrokken Zo woest, soms ook. 'Helemaal gelijk, Hugo! Dat was het ook. Maar … ik wende er aan. Deed op het laatst ook geen moeite meer. Maakte iets te eten voor mezelf en ging ermee naar mijn kamer. Het langs elkaar heen bewegen, daar werden we steeds beter in. Maar … af en toe … lukte het me niet. En dat zorgde er uiteindelijk voor dat het misging.'

Trees wist dat het er nu op aan zou komen. Dit ging over wat er op die woensdag – of iets eerder – was gebeurd.

'Als je mensen in wilt delen naar hun seksuele geaardheid, dan hoor ik bij de homoseksuelen. Ik ben homo.' Sjeng boog zijn hoofd. Dit was zijn coming out.

'Jungske! Alsjeblieft! Nooit je hoofd laten hangen! Kijk me aan!' Truu zag dat hij gelukkig reageerde. 'Weet dat ik altijd van je zal houden! Het maakt toch niet uit dat je zo bent! Je bent mijn allerliefste!' Ze spreidde haar armen en drukte hem heel dicht tegen zich aan toen hij dicht bij haar was gekomen. Beiden huilden ze. Ze hoorde anderen huilen.

Hugo moest ook huilen. Hij snapte er helemaal niets van. Wat was er mis mee dat Sjeng zo was? Waarom hoorde dat in dit verhaal thuis? 'Je moet het me beter uitleggen, Sjeng, want ik snap er even helemaal niets meer van,' sprak hij met benepen stem. 'Alsjeblieft?'

'Ja,' zei Sjeng, nadat hij zijn tranen had weggeveegd en zich weer los had gemaakt van zijn oma, 'ik zal het uitleggen. Ik ben altijd zo geweest. Werd verliefd op jongens op de basisschool. Maar in die tijd, en nog steeds trouwens, deed ik er niets mee. Mijn moeder wist het, omdat ik er met haar over had gepraat. We waren altijd open naar elkaar toe. Ik had haar gevraagd of het vreemd was dat ik op jongens verliefd werd. Zij vond van niet en dat bevestigde mij. Gaf me een goed gevoel. Ik wist dat ik er mocht zijn. Precies zoals ik was.' Hij was de draad van zijn verhaal kwijt. Zijn eigen emoties en die van anderen die hij gehoord, gezien en gevoeld hadden daarvoor gezorgd. Hij slaakte een putdiepe zucht.

'Probeer rustig te blijven ademen,' liet Suus zich voor het eerst horen. 'Je doet het heel erg goed, Sjeng. Ik kan me voorstellen dat het vreselijk moeilijk is om dit te willen vertellen allemaal. Gevoelens kunnen we soms opzij zetten. Maar als ze dan later weer terugkomen, lijkt het soms alsof ze veel sterker zijn geworden. Ik zou je willen aanraden om terug te gaan naar dat wat jij bij je intro hebt gezegd.'

Hij keek haar aan. Snapte niet precies wat ze bedoelde en gelukkig zag ze dat op zijn gezicht en hoefde hij het niet te zeggen.

'Je zei toen dat Cas je met een schouder uit de kom naar het ziekenhuis had gebracht. Dat ze daar iets anders hadden geconstateerd. Vertel ons daarover als je wilt. Leg ons uit wat er toen gebeurd is en wat daar de aanleiding voor is geweest.'

'Dank je, oma Suus. Ja. Ik was dat even kwijt. Op een gegeven moment heb ik het … ik weet niet meer precies wanneer het aan mijn vader verteld. Hem verteld dat ik homo was. Ik moet graven om te ontde… ik heb het al. Iets op tv. Hij ergerde zich aan een komiek. Die was volgens hem "van het handje". Ik kende die uitdrukking niet. Vroeg naar de betekenis ervan. Hij zapte naar een ander kanaal. Ik werd kwaad, want ik vond die uitzending wel leuk. We kregen er ruzie over en … ik lijk op mijn moeder. Ook dan. En tegelijkertijd heb ik ook dat heel erg open willen zijn van haar. Woede en een geheim met je meedragen, is niet echt een goede combinatie. In onze ruzie van toen knalde ik het er uit, nadat hij me dan toch had uitgelegd wat de betekenis van zijn opmerking was. Hij … leek het vrij rustig op te vatten. Het enige wat hij zei was: "Als je het maar niet aan de grote klok hangt!" Ik begreep wat hij daarmee wilde zeggen: hij keurde het af. Sinds ruim een jaar heeft hij een vriendin.' Heel even keek hij naar Ben. Diens vader had ook een iemand ontmoet met wie hij nu in Amerika woonde. Hij zag een glimlach op het gezicht van Ben. Dat voelde goed. 'Zij is wel leuk. Zorgt voor een andere sfeer. Onze kennismaking was echter beladen. Ik zag heel duidelijk dat ze schrok van de verschillende kleuren van mijn ogen. Ze herstelde zich en informeerde ernaar. Na mijn uitleg, vroeg ze me of ik wel eens gedacht had aan een gekleurde contactlens. Had ik dus niet. Was ook duidelijk naar haar toe. Dat wilde ik niet. Ik ben zoals ik ben. Met ogen die twee verschillende kleuren hebben.'

'Ik vind dat heel bijzonder,' was Suus van mening.

'Terug naar de vriendin van mijn vader. Ze heet Carola, trouwens. Op een gegeven moment vroeg zij mij ernaar.'

'Vroeg ze jou of je homo was?'

'Ja. Niet zo direct, maar het was me duidelijk dat mijn vader het er met haar over had gepraat.'

'Is zij net als je vader ook zo orthodox rooms?'

'Nee. Dat is heel bijzonder. Zij is aanhanger, laat ik het maar zo noemen, van een evangelische gemeente in Maastricht.'

Trees noemde de eerste naam die in haar opkwam en zag Sjeng knikken.'

'Waarom? Ken je dat?'

'Ja. En hun standpunten met betrekking tot homoseksualiteit ook.'

'Die zijn bijzonder inderdaad.'

Ben vroeg om uitleg en kreeg die van Trees.

'Ze zien homoseksualiteit als een zie… '

'Wat een flauwekul! Complete waanzin!'

'Ja, helemaal met je eens, Ben, maar zij bezien het wel zo. Het is een ziekte en dus hebben zij er een manier voor om ervan te genezen. Een langdurige therapie.'

'En dat wilde zij met mij bespreken. Ik hield de boot af. Gaf geen thuis. Later kwam mijn vader er nog op terug. Ook toen stond ik stevig genoeg in mijn schoenen om het af te wijzen. Later … werd ik nieuwsgierig. Misschien ook een stukje ondeugd in mij.' Hij grijnsde.

'Zo van … euh … ' Cas was bezig iets te formuleren in zijn hoofd, 'euhh … laat ik maar eens gaan kijken wat het is?'

'Helemaal juist, Cas! Zoiets kwam in me op. Niet vanuit het idee dat ik niet goed was. Absoluut niet! Nieuwsgierigheid. Misschien ook kijken hoe ik het kon ondermijnen die gedachten van hen. Sinds hij die vriendin heeft, zijn ze vaker bij ons thuis. In het weekend vaak. We eten dan met z'n drieën en … dat voelde eerst heel raar. Mijn vader vroeg me echter heel beleefd en vriendelijk of ik er ook bij wilde zijn. En … ik ben geen onbehouwen boer. Weigerde het dus niet. Als zij er was, was het best gezellig. Ze kan uitstekend koken, maakte werk van het dekken van de tafel … het voelde ineens weer anders. Misschien ook dat ik het daarom wel wilde onderzoeken. Maar … dat plagerige van mij … iets dat ik heb van mijn moeder … ' heel even keek hij naar zijn oma, zag haar glimlach en de pretlichtjes in haar ogen, '… en Ama. Dat was er ook. Ik weet dat we aan tafel het een keer hadden over de wonderen van Jezus. Die heb ik op de basisschool natuurlijk gehoord bij het lezen van verhalen uit de kinderbijbel. Mooie verhalen. Eén van die verhalen ging dus over hoe Jezus een grote menigte mensen van voedsel voorzag met alleen maar … ' hij deed alsof hij zocht in zijn geheugen, voelde zich vrolijk worden … 'met alleen maar drie broden en vier vissen.'

'Vijf broden en twee vissen,' meende Suus te moeten verbeteren.

Sjeng schoot in de lach.

Hugo was degene die het eerst begreep waarom Sjeng moest lachen. 'Rotjoch!' klonk het verontwaardigd, waarna ook Suus en de anderen onbedaarlijk moesten lachen.

'Zo … zo … ' ging Sjeng verder nadat hij uitgelachen was, 'deed ik het ook bij haar toen. Ik haalde bewust die stomme grap met haar uit. Alleen maar om haar mij te laten verbeteren. Ik wist echt wel hoeveel broden en vissen er waren. Nou ja, ' klonk het toen ineens ernstiger, 'misschien had ik het niet moeten doen. Het is niet goe… '

'Stoppen, jungske! Af en toe een grap met elkaar uithalen, daar is helemaal niets mis mee. Als de verhoudingen tussen mensen goed zijn, is dat alleen maar goed. Volgens mij doen die twee,' en ze wees naar Ben en Hugo, 'dat ook regelmatig. Toch?'

'Ja,' verzekerde Hugo de oma van Sjeng. 'We dagen elkaar graag uit. En ja … grapjes ten koste van een ander, maar altijd met een luchtige ondertoon, horen daar zeker bij.'

'Op een keer vroeg ze me aan tafel of ik al seks had gehad met iemand. Ik antwoordde naar waarheid dat dat nog niet het geval was. Legde haar uit waarom niet. Het leek me toe alsof dat een hele opluchting voor haar was, maar bij mij gingen de alarmbellen af. Iets in haar houding waarschuwde mij.'

'Meende je te kunnen zien, dat zij het idee had dat jij nog te redden was?'

'Ja, Trees. Dat gevoel was het. Ze had een missie: mij bekeren.'

Suus kwam er met een vraag tussendoor en vroeg hoe het nou zat met dat roomse van Sjengs vader. Het antwoord was snel gegeven.

'Hij gaat met haar mee naar die evangelische beweging.'

'Is hij bekeerd?'

'Tja … weet niet of dat officieel zo is, of dat nodig is, maar … hij gaat met haar mee. Hij evangeliseert zelfs op straat met die beweging. Een keer toen ik in de stad was, zag ik hem staan met anderen. Hij riep me bij mijn officiële voornaam. De naam die hij alleen gebruikt. Ik deed of ik het niet had gehoord. Was een goed excuus trouwens, want het was hartstikke druk om me heen.'

'Dank je, Sjeng. Was even voor mijn nieuwsgierigheid.'

Met dat laatste woord bracht ze hem weer keurig terug naar zijn verhaal. Hij keek haar vorsend aan, maar aan niets op haar gezicht kon hij zien of ze dat nou bewust had gedaan of niet. 'De gesprekken richtten zich vaker op mij en mijn homoseksualiteit. En dus … ging het op een gegeven moment ook over die therapie. Uiteindelijk stemde ik op een keer toe, maar niet om te genezen, maar omdat ik wilde weten wat het inhield. Er werd een afspraak gemaakt. Zij ging met mij mee. De man was heel vriendelijk. Geen woord over verkeerd bezig zijn, of zondig zijn. Niets. Er werd een serie afspraken vastgelegd, waar ik alleen naar toe zou gaan. Het formulier moest ondertekend worden door mijn vader, omdat hij mijn vader was. Als wettelijke vertegenwoordiger heeft hij het ouderscha… '

'Dat was de term waar ik naar zocht!' riep Truu uit.

'Ouderschap. Hij tekende en met het formulier ging ik terug. De sfeer was toen anders. Scheelde ook wellicht dat ik nu alleen met hem was. De man zei dat in een kamertje in het gebouw een gebedstrio was: drie mensen die samen zouden bidden voor mij. Vond dat vreemd. Zei het ook. Zei dat ik de eerste keer niets over zonde had gehoord en waarom er dan voor mij gebeden zou moeten worden. Hij legde het uit. Haalde allerlei verzen uit de bijbel aan die moesten bewijzen dat homoseksualiteit wel degelijk zondig was. Ik kende ze. Had me erin verdiept. Was goed beslagen ten ijs gekomen. Probeerde ze te weerleggen, maar … hij was beter in het discussiëren dan ik. Bovendien was het niet echt discussiëren. Tegenover alles wat ik inbracht, had hij wel bijbelvers.'

'Stom! Dat is toch geen praten met iemand, als je steeds de woorden van iemand of iets anders aanhaalt!'

'Dat bedoel ik maar, Hugo. Geen echte discussie. Voor mij in elk geval niet de juiste manier. Zei ik de man ook. Dat zorgde ervoor dat hij stilviel. Nadat hij zich herpakt had ging hij verder. Hij legde de therapie uit. Ik kreeg kippenvel. Het voelde voor mij als een soort indoctrinatie, maar ik liet hem uitspreken, onderbrak hem niet meer. Toen de sessie voorbij was, gaf ik hem aan dat ik niet terug zou komen. Hij vertelde me heel rustig dat er een contract lag, en dat hij mijn vader ervan op de hoogte moest stellen. Ik vond het goed. Thuis kreeg ik natuurlijk de wind van voren. Ik liet het over me heen komen. In het weekend praatte Carola er ook met mij over. Ze heeft iets … nou ja … kom niet op het woord. Het was in elk geval iets waardoor ik me liet overhalen het nog eens te proberen. Ik zegde dat toe. Ging erheen. Maar niet naar binnen. Bleef in het parkje in de buurt zitten. Ik ging gewoon weer naar huis, vanwege het besef, dat ik mijn eigen keuzes zou maken. Dat ik dat al een aantal jaren had gedaan. Daar tevreden mee was. Dat … ik hem niet meer nodig had, eigenlijk. En dat was dinsdagavond.'

En de dag erna was het verkeerd gegaan, zo wist Cas. Hij keek om zich heen en zag ook bij de anderen de spanning die ook hij voelde.

'Woensdagochtend was ik vroeg op. Het was dan wel vakantie, maar ik wilde vast beginnen met het voorbereiden van onze tuin op de "Kribkes route".'

'Ken ik niet,' reageerde Ben.

'Een traditie bij ons in de buurt, en ook wel op andere plaatsen in Zuid-Limburg, waarbij je een kribbe in je tuin opstelt die dan bezichtigd kan worden door buurtbewoners en anderen,' legde Truu uit. 'Mijn dochter deed dat vroeger altijd en Sjeng is daarmee doorgegaan. Hun figuren bij de kapel in de tuin zijn van hout en levensgroot.'

Sjeng moest slikken. Dit jaar voor het eerst niet. De tuin zonder licht. De figuren allemaal nog in de opslag. Het voelde alsof hij een belofte aan zijn moeder had verbroken. Nee, sprak hij zichzelf toe: het ligt niet aan mij. 'Ik trof mijn vader in de keuken. Hij begon er opnieuw over. Wilde dat ik terug zou gaan. Verweet me dat ik niet eens ernaar toe was gegaan. Dat ik in een parkje in de buurt was gebleven. Opnieuw alarmbellen. Hoe wist hij dat? Hugo heeft het uitgezocht voor me.'

'Een aardig goed verborgen app op de telefoon van Sjeng, waarmee hij gevolgd kon worden.'

'Hij had kunnen zien dat ik er niet geweest was. Zijn woorden zorgden ervoor dat ik reageerde. Zijn boosheid zorgde ervoor dat ik boos werd. Ook vanwege die rotzooi die hij op mijn telefoon had geplaats! Hij had mij niet te bespioneren! En ja … zei het al eerder … als ik echt boos word, dan … dan wordt ik blind. Zie ik niets. Ik knalde er dingen uit die ik niet had moeten zeggen en die ik niet zal herhalen.'

'Doe dat alsjeblieft wel,' was het niet opnieuw Suus die hem voorzichtig in een bepaalde richting wilde duwen. 'Het is goed voor jouw verwerking, als je dat wel doet. Laat het horen! Knal het eruit!'

Zijn gezicht werd rood. Zijn ademhaling ging gejaagd. Zijn hart bonsde in zijn borstkast. 'Ik heb je gezien met een hoer!' wierp ik hem voor de voeten. 'Je hebt Mama gezegd dat zij geen vrouw meer voor je was als zij die operatie door liet gaan! Je kwam in die tijd bijna altijd dronken thuis! Is daar geen therapie voor? Moet je daar niet eens over praten met Carola? En wat als zij ooit borstkanker krijgt? Laat je haar dan ook vallen?' Een zucht ontsnapte aan hem. 'Mijn fout! Ik had het nooit zo moeten zeggen! Ik had op mijn tong moeten bijten!'

'Nee!' was Suus heel stellig. 'Je hebt het enige gedaan dat goed was op dat moment. Je hebt die put die jij jaren geleden had toegedekt eindelijk opengemaakt. En dan … ja … dan krijg je zoiets als dit wat jij beschreef. Geen fout van jouw kant! Alleen maar een gevolg van. Van dat wat hij heeft gedaan! Niet jij!'

'Maar … als ik mijn mond had gehou… '

'Wat dan? Beeld je eens in wat er dan zou zijn gebeurd?'

Sjeng deed een poging. 'Ik weet het niet,' gaf hij het op.

'Probeer het nog eens. En nog eens. En nog eens, tot je wel een beeld voor ogen ziet.'

'Dan zou het allemaal bij hetzelfde zijn gebleven, dan … dan … was er nooit een einde aan gekomen!' schreeuwde hij.

'Ja, lieve jongen, dat bedoel ik dus. Dat is de spijker op zijn kop! Dan had je er nog steeds in gezeten. Door jouw reactie, heb je iets uitgelokt, waar jij geen weet van had dat het zo zou gebeuren, maar … het is wel jouw weg naar een ander perspectief geworden.'

'Ik kan het niet meer volgen,' gaf Hugo te kennen.

'Als je steeds maar in een zelfde kringetje blijft ronddraaien, Hugo, dan komt er nooit een eind aan. Dat is het vervelende met een cirkel. Je blijf steeds op hetzelfde spoor zitten,' legde Trees uit. 'En … die neiging hebben we soms allemaal. Ik ben ook veel te lang in mijn huwelijk met Peter blijven zitten. Had er veel eerder moeten uitstappen, maar dat voelde eng. En .. als ik Suus goed begrijp, bedoelt ze dat. Doordat Sjeng boos werd, en de woorden sprak die hij tegen zijn vader zei, is die cirkel doorbreken, is er de mogelijkheid ontstaan om iets nieuws te beginnen.'

'Helemaal juist, Trees, dat bedoel ik. Maar … daarbij wil ik niet voorbij gaan aan de ellende die het jou heeft opgeleverd, Sjeng, want daarover heb je nog niets gezegd. Vertel ons ook dat, alsjeblieft.'

Keurig terug op het spoor van zijn intro. Zo voelde het voor Sjeng. 'Ja. We stonden woest tegenover elkaar. Zijn eerst slag zag ik aankomen. Ik heb zelfverdediging gedaan. Wist die af te weren en was zo nondedju zelfingenomen met me dat het gelukt was in de praktijk, dat ik niet zag dat hij zich al hersteld had en me alsnog wist te raken in mijn gezicht.'

De wond op zijn wang, wist Trees.

'Daarna bleef hij maar meppen en schoppen. Hij is veel groter en sterker dan ik ben. Het enige dat ik nog kon doen, was de grond opzoeken en me zo klein mogelijk maken.'

Cas beet op zijn onderlip. Trees had het hem voorgedaan.

'Toen het eindelijk ophield, deed het me overal pijn. Hij trok me aan mijn haren mee naar boven. De trap op, m'n kamer in. Opende de deur van mijn inbouwkast en gooide me naar binnen. Ik hoorde hem stampen op de eerste verdieping. Hij kwam terug en deed de deur van de kast op slot. Ook de deur van mijn kamer, zo hoorde ik. Hij ging naar beneden. Kwam later terug en zette een koelbox en flessen water bij me neer. "Kom eerst maar tot bezinning! Dan praten we later verder!", zei hij me.'

'Dank je, Sjeng. Dat je dit alles met ons hebt willen delen.'

'Voor mij is het nog niet uit,' was Hugo van mening en Ben viel hem bij.

'Begrijp ik. Eerst bleef ik rustig zitten of liggen beter gezegd. Daarna kwam het denkwerk. Ik moest weg. De hele ochtend bleef hij thuis. Pas na de middag hoorde ik hem met zijn auto weggaan. Toen kwam ik in actie. De deuren in ons huis zijn solide, maar ik wist dat de panelen erin de zwakste schakel waren. Wat hij niet wist, was dat ik halters in mijn kast had. Ja, ik oefen met gewichten en daar is nog steeds helemaal niets van te zien.' Hij moest lachen om zijn eigen wrange grap en kreeg opnieuw bijval.

'Geeft niets, jongen,' zei Suus. 'Ik ken er nog zo één,' en ze knikte in de richting van haar kleinzoon.

'Hé, niet roddelen in gezelschap,' merkte Ben op.

'Nee, lieverd! Nooit!' En toen tot Sjeng op fluistertoon: 'Dat je oefent daar is niets mis mee, als je maar nooit vergeet dat je mooi bent zoals je bent.'

Hij glimlachte breed. Het voelde alsof hij er een oma bij had gekregen. Ze had hem heel mooi door deze moeilijk taak geloodst. 'En met die halters lukte het me vrij eenvoudig om die panelen eruit te slopen. Eerst die van mijn kast. Daarna die van mijn slaapkamer. Met een slaapzak om me heen zorgde ik ervoor dat ik me niet verwondde aan de splinters. In de keuken heb in een ruit ingetikt. En daar ook weer die slaapzak gebruikt. Alles zonder me nog erger te verwonden dan ik al was. Daarna naar het hek. Ik wist de code. Maar … hij had hem veranderd. Zijn poging om mij op te sluiten was goed uitgevoerd. Ik bedacht me echter niet. Haalde spullen bij elkaar om op te muur te klimmen en me aan de andere kant eraf te laten glijden, en … daar ging het mis. Ik viel naar beneden. En … de rest weten jullie.' Hij zuchtte een paar keer diep. 'Ik ben blij dat ik het verteld heb. Ben, ik ben heel blij dat je mij in de tuin hebt opgezocht. Dat je mij jouw verhaal hebt verteld. Dat zorgde ervoor dat ik de stap durfde te zetten, het ook te doen. Oma Suus, bedankt dat je me uitgedaagd hebt om alles te vertellen en niets achter te houden. Jullie allemaal bedankt, omdat jullie de tijd genomen hebben om naar mij te luisteren. Me te helpen, te troosten als dat nodig was. En dat was het af en toe. Zo is het goed. Zo moet het goed zijn voor anderen. Mijn vader heeft me mishandeld en … ik ga nooit meer naar hem terug. Wil ook geen enkele poging doen om met hem te praten. Ik wil het niet goedmaken. Kan het niet goedmaken met hem. Wat er dan moet gebeuren? Ik … wacht wel af. Matthieu is met iets bezig, zo vertelde je eerder, Ama. Hij zal een weg vinden voor mij.'

Lucky Eye
Berichten: 190
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 16:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 222 keer
Bericht Re: BRENG LICHT IN HET DONKER door Lucky Eye » vrijdag 25 december 2020 06:29

Hoofdstuk 14

Er was opluchting. Bij iedereen, zo leek het. Hugo had de opnameapp uitgezet toen Trees hem daarop had gewezen. Het was tijd voor eten, zo vond Cas. Niemand sprak hem tegen. Niemand leek het al tijd te vinden om naar bed te gaan. Het was een vreemde kerstnacht.
De tafel in de voorkamer werd met gesmeerde broodjes, warme chocolademelk, koffie en thee beladen. Sjeng had zijn eigen afdeling met gesmeerde en in stukjes gesneden boterhammen. Een voorraad die hij dacht nooit op te krijgen. Iedereen nam wat. Toen voelde het voor Sjeng ineens alsof de spanning toenam.

'Is die stoel van jou de praatstoel?' vroeg Hugo.

'Huh … hoe bedoel je!'

'Nou … was die stoel een goed hulpmiddel om te praten?'

'Ik weet niet wat je precies bedoelt, maar … kan wel zeggen dat de twee secondanten,' en hij keek links en rechts naar een oma, 'enorm geholpen hebben.'

'Mag ik daar dan zitten?'

Trees keek haar ogen uit. 'Hugo?'

'Ja, Mam?'

'Euhh … nee … weet het even niet meer.'

'Ik heb iets te vertellen. En … nou ja … het brood is nog lang niet op en volgens mij is nog helemaal niemand aan slapen toe. Dus … een prachtige gelegenheid om het gewoon te doen. Zullen we dan maar?' stelde hij Sjeng voor.

'Ja. Mits je mij een stoel van achteren haalt.'

'Oh ja … natuurlijk.' Hugo liep naar de eettafel en haalde daar een stoel voor Sjeng op, om die vervolgens naast de bank te zetten. Zelf ging hij tussen de oma's inzitten. Beiden reikten ze hem meteen een hand. 'Wauw! Dit voelt werkelijk heel erg goed, maar … ik ga niet de hele tijd hand in hand zitten hoor! Dat is teveel van het goede voor mij. Af en toe vind ik het wel fijn en ik laat het aan jullie fijngevoeligheid over om op te merken wanneer dat nodig is.' De verbonden handen werden ontkoppeld.

'Ga je nou nog een keer praten!'

'Ja, Ben, rotjoch! Ik ga praten. En het gaat ook over jou.'

'Oww. Dat had ik niet zien aankomen.'

'Geen roddels hoor. Gewoon de zuivere waarheid.'

'Lieverd! Hugo! Toe nou, begin nou gewoon.'

Hugo wist dat hij beter kon stoppen met dollen als zijn moeder zo'n opmerking maakte. 'Ja, Mam. Ik ga beginnen.' Maar toen was het best lastig. Gewoon moeilijk. Een por van zowel links als rechts, spoorde hem aan. 'Ben en ik zijn heel goede vrienden. Echter … de laatste tijd waren er wat problemen.' Hij zag dat Ben wilde protesteren. 'Nee, Ben, ik wil hierover praten. Het gaat niet alleen jou en mij aan, maar … zo vind ik … deze hele bijzondere groep mensen. Met mijn gedrag van de laatste weken was van alles aan de hand. Een paar maal kreeg ik van mijn moeder te horen dat ik nurks was. Ik kende het woord niet toen zij het de eerste keer gebruikte. Heb het opgezocht. Bars, brompot, brombeer en dat soort woorden las ik op internet. Een niet gezellig persoon, in elk geval. En dat wil ik niet zijn. Dus … heb ik me geprobeerd in te houden, maar … daar ben ik dan weer niet goed in. Als er iets is, dan moet ik me kunnen uiten. En … in praten ben ik niet echt goed.'

'Helemaal mee eens,' bemoeide Ben zich ermee, 'zoveel zinnen heb ik je nog nooit achter elkaar horen zeggen!'

'Cas, kun je die jongen niet wat in bedwang houden!'

'Ben! Hier! Tussen Trees en mij in!'

De jongen voldeed met duidelijke pret aan het "bevel" van zijn oom en kreeg van hem te horen: "En als je je niet gedraagt, dan … dan … nou ja … dat zie je dan wel."

'Zo. Eén probleem opgelost. Nou die van mij nog.' Even moest hij slikken. 'Euhhh… onze vriendschap is heel erg goed. Op een gegeven moment merkte ik dat er bij Ben meer was. Ik wist dat hij op jongens was. Dat was nooit een probleem. Maar … toen ik merkte dat hij verliefd op mij was en dacht dat ik dat ook op hem was, kreeg ik het benauwd. Ik was toch niet zo?' Heel duidelijk had hij het vraagteken benadrukt. 'Ik wilde niet zo zijn, kon niet zo zijn. Ik … ben soms best bang. En toen ook. Ik wilde niet tot een minderheid behoren. Die hebben het vaak niet makkelijk. Op school was dat vroeger ook al zo. Mensen met een bril op, mensen met rood haar – ikke dus ook, mensen die dik waren. Allemaal minderheden die vooral op de basisschool gepest werden. In het voorgezet onderwijs is dat pesten wel over, maar val je gewoon buiten de groep. Laten ze je links liggen. Heel af en toe heb je van die groepjes waar al die minderheden elkaar dan weer vinden, maar … niet overal. En … ik wilde dat dus niet. Ik was gewoon. Ik was Hugo. Ik … wilde niet bijzonder zijn. Want … dat ben je dan toch wel. Toen we erover praatten – Ben en ik – want dat wilde hij, heb ik hem gezegd dat ik geen homo was. Dat ik biseksueel was. Want … samen onder de douche, sorry voor de eerlijkheid, had ik altijd een harde gekregen als ik hem zag. En dat had hij natuurlijk wel gezien. Dus … volgens hem moest er iets zijn. Ik noemde dat dus zoals ik zei, maar dat alleen omdat ik dat andere niet wilde. Stom van me. Heel stom.' Hij zag hoe Trees hem wilde onderbreken, maar was haar voor. 'Ik weet dat je liever hebt, dat ik dat niet zeg, maar … zo voelt het wel voor mij. Ik ging ook dingen doen, omdat ik me nou eenmaal zelf dat etiket had opgeplakt. Nog stommer. Maar misschien ook niet. Ik wilde weten hoe het was. Hoe het was om seks te hebben met een meisje. En … geloof me, Mam, ik heb ze altijd goed behandeld. Ik heb tegen geen enkele gezegd dat ik verliefd op ze was. Want … daar was absoluut geen sprake van. Ze waren leuk, aardig, mooi, maar meer was het niet. De seks viel me tegen. Ik was een stuntel. Wist dat wel met humor te verbloemen, zodat het hen niet al te veel opviel, maar … het was geen succes.'

'Hoeveel?'

Bens vraag. Eerlijk als hij wilde zijn, zou hij antwoorden. 'Twee. Het waren er twee. Het zorgde er voor mij wel voor dat het helderder werd in mijn hoofd. Alsof er een lampje ging branden ergens. En dat belichtte heel duidelijk mijn probleem. Ik kan niet weglopen voor dat wat ik ben. Ik ben Hugo, ik ben homo en ik ben verliefd op Ben.'

Ben drukte zich heel dicht tegen Cas aan en voelde dat die meteen zijn armen als in bescherming om hem heen sloeg.

'Het spijt me dat ik er zoveel moeite me had, Ben. Het spijt me oprecht. Het spijt me nog veel meer dat ik jou verdriet heb gedaan, want ik weet dat ik dat heb gedaan. Heel bewust toen tijdens dat gesprek tussen ons beiden. Maar … ik kon niet anders op dat moment. Het benauwde mij.'

'En nu? Is dat benauwende gevoel er nog steeds?' wilde Truu weten.

'Het lijkt me nog steeds niet prettig om op school of op de voetbal te vertellen dat ik homo ben. Maar … ik ga het wel doen. Ik weet zeker dat er … mensen zullen zijn die het afkeuren, die me zullen laten vallen, maar … dat is dan maar zo. Ik ben Hugo, ik ben homo, ik ben wie ik ben. En ik houd van je, Ben! Heel veel en, alsjeblieft, ik wil dat je heel even naar me kijkt. Alsjeblieft!' Hij wachtte tot Ben in beweging zou komen. Het duurde even, maar toen richtte Ben zich toch op, veegde de tranen van zijn gezicht en keek hij Hugo aan. 'Bedankt. Ik hou van jou. Weet dat jij het een hopeloze liefde noemde. Hoorde het je zeggen tegen Sjeng toen ik jullie op wilde halen. En ja …dat leek het ook te zijn. Ik hou van je en nou kan het lijken alsof het probleem uit de wereld is, maar dat is het niet. Niet helemaal in elk geval.' Hij keek de kring rond en zag overal de vraagtekens. 'Het gebeurt vaker. Soms los je een probleem op en vervolgens heb je er een nieuwe bij. Nu ook. En ik voel, nee volgens mij beter gezegd, ik weet dat het voor jou ook zo is. Ja of ja?

'Ja.'

'Dank je, Ben, voor je oprechtheid.' Dit was genoeg.

'Dit is vaag,' merkte Suus op. 'Maar … heb het idee dat het nog verder gaat.'

'Ja. Maar Ben en ik moeten hier nog eens goed over praten. Samen. Met z'n tweeën. Volgende onderwerp.'

'Ho! Zo snel kan ik niet schakelen hoor,' meende Sjeng. 'Geef ons in elk geval even tijd om bij te komen van deze onthullingen. En … ik moet nodig naar de wc.' Hij stond op en liep weg. In de hal ging hij naar het toilet. Het was veel meer een excuus geweest om weg te zijn, even op zichzelf. De onthulling van Hugo had hem geraakt. Hij had blijheid gevoeld voor Ben, omdat diens hopeloze liefde ineens niet zo uitzichtloos meer was. Er was hoop voor hem. En toen kapte Hugo het toch nog ineens af. In elk geval, zo had het voor hem gevoeld. Een rare wending, waar hij zich even geen raad mee wist. Hij deed zijn plas en stond weer op. Hij droeg joggingbroeken in de regel alleen als het koud was in bed, maar nu vond hij dat kledingstuk enorm handig. Terug naar de kamer, waar inmiddels diverse gesprekken waren ontstaan. Allemaal met een luchtige ondertoon, meende hij te kunnen onderscheiden toen hij naar de tafel liep om een nieuwe boterham te pakken. Hij vroeg Suus of ze die op zijn bord wilde schuiven. Hugo had gezegd dat er nog meer was en dus zou deze pauze niet meer dan een onderbreking zijn. Een intermezzo. Hij ging met zijn bord bij het raam aan de achterkant van het huis staan en keek of hij dingen in de tuin kon onderscheiden. Dat lukte maar moeilijk. Ineens zag hij iets. 'Het sneeuwt!' riep hij uit. Meteen schoten er anderen naar hem toe. Ook zij keken naar buiten en herhaalden zijn uitroep. Ja, deze kerst sneeuwde het. Na de eerste opgetogenheid over de sneeuw, kreeg hij het toch te benauwd. De sneeuw herinnerde hem teveel aan zijn moeder. Aan vakanties in Oostenrijk. Hij voelde hoe een arm om hem heen werd geslagen. Het was Cas.

'Herinneringen?'

'Ja. Mooie. En die doen soms pijn.'

'Kan ik me voorstellen.'

'Hoe zat het tussen jou en je moeder,' vroeg Sjeng ineens.

'Owww … dat is een lastige. Hoe kom je daar zo op?'

'Vanwege een paar opmerkingen die jij maakte. De eerste in het ziekenhuis en later nog één toen ik vroeg hoe het nou precies zat met oma Suus.'

'Ja. Ik laat me nog wel eens gaan, zonder erbij na te denken.'

Hugo vroeg om de aandacht. Gaf aan dat hij verder wilde gaan.

'Mijn uitleg zal later moeten, Sjeng.'

'Is goed. Hoeft ook niet natuurlijk. Was alleen maar een vraag.'

'Maar wel eentje die ik zal beantwoorden. Het is een rare nacht, nietwaar?'

'Ja.' Samen met Cas liep hij terug. De anderen zaten al. Ze namen hun plek weer in.

'Ik ga verder en opnieuw is dit een verhaal dat niet alleen over mij gaat.'

'Wordt dit ook weer een verhaal zonder een echt eind?' wilde Trees weten.

'Hangt er vanaf of de persoon op wie, dat wat ik ga vertellen betrekking heeft het af wil maken.'

'En wie is dat, want dan kan die zich vast voorbereiden.'

'Jij, Mam!'

'Wat? Ik?'

'Ja. Jij. Wij beiden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ooit was daar nog een derde bij, maar die … doet niet meer mee.' Dat was wel een leuke omschrijving. 'Niet het afgelopen weekend maar twee weken daarvoor, zou ik bij Peter zijn. Ik ben daar niet geweest. Ik heb gelogeerd bij een vriend die ik ken van voetbal. Twee weken daarvoor was ik wel bij Peter en … toen kregen we onenigheid. We zouden een tuinhuisje in elkaar gaan zetten. Je weet dat ik best technisch inzicht heb.'

'Ja,' beaamde Cas voor zijn beurt, want de vraag was niet aan hem gericht geweest.. 'Dat heb je zeker. Meer dan ik soms en daarom vind ik het altijd heel erg fijn als we samen met een klus bezig gaan. Als ik met jou samenwerk, weet ik zeker dat het goed gaat komen.'

'Lief van je, Cas, om dat zo te zeggen.'

'Ja, Mam, heel erg lief van hem. Geeft ook aan hoe Cas in elkaar zit. Geen vooroordelen. Niet de één weet het altijd beter dan de ander. Mijn vader is anders. We waren bezig. Werkten leuk tot we verschil van mening kregen. De bouwtekening was niet helemaal duidelijk. Hij wilde het op een bepaalde manier doen. Ik was van mening dat het ook anders ook. We kregen ruzie. Stonden schreeuwend tegenover elkaar. Ik heb een kort lontje. Ik weet het. Niet altijd handig. Beter gezegd, erg lastig. Want … als ik boos word, verlies ik het overzicht. Is er alleen nog maar dat boze in me. En… nou ja … niet goed. Toen echter wist ik me te herpakken. Ik zorgde ervoor dat ik weer rustiger werd. Heb ik geleerd van jouw moeder, Sjeng!'

'Oké,' iets anders wist hij even niet uit te brengen.

'Ik bracht het volume van mijn stem terug en praatte weer op normale manier tegen hem. Hij was nog steeds verhit, zag ik duidelijk. Heel rustig vroeg ik hem of hij dan in elk geval in kon zien, dat de werkwijze die ik voorgesteld had ook een mogelijkheid was. En toen knalde het bij hem. Onbedoeld had ik waarschijnlijk het vuur juist aangewakkerd. Hij gooide me van alles voor de voeten. Gaf aan dat ik nog steeds dat onmogelijke kind van vroeger was.'

Trees sloeg een hand voor haar mond.

'Dat ik altijd en eeuwig gelijk wilde hebben. Dat ik … dat ik zijn huwelijk had getorpedeerd. Dat ik de er de schuld van was dat hij van jou gescheiden was, Mam. Dat wat hij altijd ontkend had tegenover mij – heb het enorm vaak gevraagd aan zowel jou als aan hem - bleek een leugen te zijn. En daarom wil ik straks van jou graag weten of ook jij mij een onwaarheid hebt opgedist al die jaren. Maar … niet eerder dan dat ik jullie hebt verteld dat Peter en ik inmiddels een wapenstilstand zijn overeengekomen. Zijn huidige vrouw, Gisella, heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Zij heeft ervoor gezorgd dat wij met elkaar in gesprek bleven, ook nadat het weer even flink had geknald tussen ons. Ik ben akkoord gegaan met die pauze in onze gevechtshandelingen. Ook omdat ik het absoluut niet verkeerd vind om met hem in contact te blijven. Heb echter wel een voorwaarde gesteld. Ik heb hem gevraagd om niets achter te houden van dat wat er in het verleden is gebeurd. Volgens hem was er niets meer. Heb ook heel bewust gevraagd, of er geen verborgen dingen waren in zijn verhouding met jou, Mam. En … dus … zou jij verder willen vertellen?'

Trees voelde niet alleen de ogen van Hugo op zich gericht. Ze wist dat alle anderen dat ook deden. En logisch. Het tweede gedeelte van het verhaal van haar zoon, was niet meer dan een inleiding geweest. Een voorspel op dat wat zij te vertellen had. Ze kon twee dingen doen. Maar eigenlijk ook niet. Hugo wilde de waarheid weten. En die zou ze hem niet onthouden. 'Ja. Ik zal verder gaan, maar ik blijf wel hier zitten. Die praatstoel, daar geloof ik niet in. Als eerste terug naar wat Peter jou verweet. Dat jij de schuld was van onze scheiding. Zijn manier van kijken. Niet de mijne. Voor mij ben jij niet, absoluut niet, de schuld van onze scheiding en daarom heb ik je dat altijd ook zo gezegd. Dat hij een andere mening is toegedaan, zegt alles over hem en niets over mij. Peter … tja … hoe moet ik het zeggen. Peter was, ik praat in de verleden tijd over hem, want het kan best zijn dat hij veranderd is inmiddels. Hij was iemand van de regeltjes. Je doet dit, en vervolgens dat. Iemand reageert zo en dus de ander zo. Op die manier waren dingen voor hem overzichtelijk. Toen jij je aandiende, Hugo, werd het moeilijk voor hem. Een kind hoort 's nachts te slapen, was zijn mening. Jij deed dat lang niet altijd. Jij had een hekel aan schema's. Gooide ze om. En mij leek het het beste om mee te waaien met de wind, zodat in elk geval de mast niet zou breken. Dat werkte goed. Voor mij en jou. Voor hem minder. Zijn regelmaat was weg. Hij kon zijn voetbalsokken niet meer vinden. Hij … was hopeloos. Nog meer dan voorheen, want toen zorgde ik dat altijd alles op de juiste plek lag. Maar … met een kind erbij had ik het daar even moeilijk mee. Voor mij was het ook opnieuw mijn leven inrichten. Hij was ervan uitgegaan dat een kind er gewoon bij kwam en dat alles hetzelfde zou blijven. Hij mocht van mij op zaterdag naar de voetbal. Geen probleem. Hij mocht de hele dag bij zijn cluppie blijven en 's avonds lam thuiskomen. Geen probleem. Maar … hij moest niet proberen om mij te zeggen wat ik moest doen! Jij was mijn kind! Daar moest hij vanaf blijven! En wilde hij zich wel met de opvoeding bezig houden, dan wel op een manier die goe … nee … niet het goede woord … een manier die heilzaam was voor jou.'

Voor Truu was het ineens alsof er een licht in haar opging. Waar had ze dat woord eerder gehoord? Ze kwam er niet zo snel op. Herhaalde het een paar keer in haar hoofd, opdat het niet al te diep weg zou zinken.

'Peter is door zijn moeder altijd klein gehouden. Ze regelde alles voor hem en toen wij trouwden nam ik dat als automatisch over. Verkeerd natuurlijk, maar … soms gaan dingen zoals ze gaan. Toen jij geboren werd, had ik iemand nodig die naast me stond. En die rol kon of wilde hij niet spelen. Hij was het niet gewend om … luiers te verschonen. Hij spoot met een luchtverfrisser door de kamer als jij een volle luier had.'

'Echt!'

'Ja. In plaats van jou op te pakken en te verschonen, bestreed hij de geur.'

'Wat een lul!'

Normaal gesproken zou Trees haar zoon gewezen hebben op zijn taalgebruik, maar niet nu. 'Het krijgen van een kind, iets dat hij ook had gewild – het was onze gezamenlijke keuze geweest, viel hem zwaar. Ineens stond hij niet meer in het middelpunt van de belangstelling. Met een baby heb je dat nou eenmaal. Alles draait om het kind. En dat is logisch, want zo'n kleine is compleet afhankelijk. Je was niet makkelijk. Het was best zwaar. Maar … je was ook ontzettend lief. En dat maakte voor mij alles veel makkelijker. Als je dat gevoel als moeder hebt, dan … dan kun je de hele wereld aan. Ook als je het alleen moet doen. Ik wel in elk geval. Peter er aan de haren bijslepen, zou niet gewerkt hebben. Het moest vanuit hem zelf komen. En … dat gebeurde niet. Terug naar jouw vraag, Hugo. Ik blijf bij de mening dat onze scheiding niet door jou is veroorzaakt. Voor mij is dat duidelijk.'

'Maar ik was lastig! Ik was … zoals hij zei … een ontzettend grote last.'

'Zijn mening. Niet die van mij. Je was moeilijk. Maar … ik had er alle hoop op dat het beter zou worden. Ging op zoek naar mogelijkheden. Praatte met collega's, praatte met Else en zij zei: "Kom maar mee!" Ik ging mee naar haar kantoor. Ik praatte van me af. Gaf haar duidelijkheid en haar reactie was heel gewoon: "We zullen eens naar Hugo kijken." Er was hoop. Maar Peter wilde die onderzoeken, die consulten, die gesprekken niet afwachten. Hij legde een tijdbom onder ons huwelijk. Het moest binnen een bepaalde tijd beter zijn en anders zou hij weggaan.'

'Nondedju! Sorry … niet aan mij om te oordelen.'

'Het geeft niets, Sjeng. Je bent onderdeel van dit geheel en dus is het prima dat je reageert. En dat vloeken dat heb ik toen ook gedaan. Veel grover nog. Maar … het hielp niet. Voor mij was het toen al over en uit. Dat halve jaar had voor mij niet gehoeven. Heb ik hem ook gezegd, maar hij … pedant als hij is … '

'Dat betekent: arrogant, aanmatigend, alweterig en … euh … nog iest,' haalde Hugo tevoorschijn uit zijn geheugen. 'Geleerd van mijn moeder,' kwam er met een brede glimlach achteraan.

'En dat is alleen nog maar de letter A, Hugo. Het betekent ook: belerend, betweterig, eigenwijs, elitair en nog heel veel meer,' vulde Ben aan.

'Dank je, Ben. Ik leer graag.'

'Ik bereide me voor op de scheiding in dat halve jaar. Praatte er over met Anne en Else. Kreeg van jouw moeder, Sjeng, het telefoonnummer van Matthieu en hij begon alvast voorwerk te doen. En dat zorgde ervoor dat ik goed beslagen ten ijs kwam. Maar … even terug nog. Nogmaals, lieve zoon van me, die scheiding ligt niet aan jou. Het ligt aan hem. Peter kon het niet opbrengen om af te wachten. Gaf de artsen niet de tijd die nodig was. Gaf jou niet de tijd die jij nodig had.'

'Dank je, Mam. Dat is dan duidelijk. En dat ande… '

'Sorry, hoor, maar … ik ben eigenlijk wel benieuwd of het wel beter ging na de consulten met mijn moeder. Vond zij iets?'

'Ja. Ze ging praten met Hugo. Eerst met mij samen, maar later alleen met hem. Ze wist tot hem door te dringen.'

'Ze was gewoon heel goed,' vulde Hugo aan. 'Ze stelde me op mijn gemak en dan … nou ja … dan praat ik eerder. Vertel ik eerder dingen. Ik kon haar vertellen dat er onrust in mij was. Altijd. Altijd drukte in mijn hoofd. Altijd … het gevoel dat ik beter moest zijn dan ik was. Altijd. En daar ging ze mee aan de slag. Ze leerde me hoe ik tot rust kon komen.'

'En daarnaast liet ze allerlei testen uitvoeren. Die leverden weinig op.'

'Maar dat tot rust kunnen komen, was al heel belangrijk voor mij.'

'Dat was het, Hugo. Toen je moeder niet verder kwam, verwees ze ons anderen. Een arts in het aanvullende circuit?'

Ben gaf aan dat die term niet duidelijk was voor hem.

'Meestal noemt men dat alternatief.'

'Oh, ja. Dat ken ik wel.'

'Voor mij is het niet alternatief, maar aanvullend. Onze medicijnen zijn heel vaak gebaseerd op de werking van kruiden. De kruidenvrouwtjes uit de middeleeuwen, die als heks bestempeld werden en gedood, hadden een enorme kennis van de natuur. En gelukkig is niet alles verloren gegaan. We gingen naar iemand die Else ons noemde. De vrouw onderzocht Hugo op haar manier en stelde voor suiker zoveel mogelijk te laten staan.'

'Zit in heel veel voedingsmiddelen, dus dat haal je er niet uit. Wel mocht ik toen niet meer chocola, spekkies en dergelijke hebben.'

'Lastig?'

'Best wel! Maar toen ik het drie weken had geprobeerd voelde ik me stukken beter. Eerst niet natuurlijk. Een soort van afkickverschijnselen. Het was ontgiften.'

'Het resultaat mocht er zijn. Hugo was veel rustiger.'

'Dus … als Peter het wat meer tijd had gegeven, dan … '

'Dan was die scheiding er wellicht nooit gekomen,' meende Hugo te kunnen besluiten.

'Nee,' sprak Trees hem tegen. 'Die was er sowieso wel gekomen.'

'Oh???'

'Nogmaals, de problemen tussen ons lagen niet aan jou, Hugo! Er was meer.'

'Maar … '

'Ja. Ik weet wat hij jou gezegd heeft. Maar … hij heeft … nee … laat ik bij mezelf blijven. Ik zie het anders.'



[/size=125]Hoofdstuk 15[/size]

Je kon een speld horen vallen na de laatste opmerking van Trees. Hugo zat er ontredderd bij. Zijn vader had hem verzekerd dat er verder niets was. En toch … had zijn moeder zo-even gezegd … niet met zoveel woorden, maar … het was duidelijk wat ze bedoelde. Toch?

'Het spijt me, lieverd, maar je hebt mij gevraagd de waarheid te vertellen en dat doe ik dan ook. Er speelde veel meer tussen Peter en mij. Maar daarvoor moet ik wel terug in de tijd.'

'Laten we nog wat te eten en drinken nemen,' stelde Cas voor.

Iedereen ging even staan. Pakte een broodje – Sjeng één van de boterhammen die voor hem gemaakt waren – en schonk iets in, liep daarna een rondje door de kamer. Soms waren er even korte gesprekjes tussen twee of meer, maar grotendeels was er stilte. Beladen stilte.

Toen iedereen zijn plaats weer had ingenomen, ging Trees verder. 'Mijn ouders overleden toen ik zes was. Mijn vader had een helikoptervlucht voor twee gewonnen met een prijsvraag. Ik wilde heel graag mee, maar dat mocht vanwege veiligheidsredenen niet. Mijn ouders ging dus samen. Ik ging die dag gewoon naar school. Bleef altijd over op school. Kon in die tijd ook al. Maar de meester vroeg of ik met hem mee wilde naar de directeur. Dat betekende meestal niet veel goeds. Dus enigszins geïntimideerd liep ik met hem mee. Naast de directeur was er een vreemde mevrouw. Ik ging zitten en de meester ging weer weg. Er werd mij verteld wat er was gebeurd. Een ongeluk. Mijn ouders dood. De mevrouw zou mij naar de buurvrouw brengen, die tijdelijk op mij zou passen. Er zou gezorgd worden voor een ander thuis voor me. Hoe zoiets voelt? Ik kan het niet meer goed beschrijven. Het is te diep weggestopt.'

Hugo wist ervan. Had het vaker van zijn moeder gehoord, maar toen had het vaak geklonken als een opsomming van feiten. Nu … nu was ze op zoek naar haar gevoel. Was het anders. Hij ging naar haar toe en ging op zijn knieën bij haar zitten.

'Ik geloof niet in toeval. Ik geloof niet in sturing van bovenaf door de een of andere godheid. Dingen gebeuren. Ook dit met mijn ouders. Is het ergens goed voor geweest? Ik zou het niet weten. Wie weet. Ik houd me vaak voor dat als dit niet was gebeurd, ik jou misschien nooit zou hebben gekregen, lieve jongen.' Ze haalde haar hand over de extreem korte haren van haar zoon. 'En dat is een geweldig troostrijke gedachte.'

'Heel mooi dat je het zo kunt zien, Trees,' vond Suus.

'De buurvrouw paste een week op mij. Ze deed haar best, maar was geen kinderen gewend. En toch … stuurde ze me heel lang daarna nog kaartjes. En ik hield contact met haar. Eerst kwam ik in een kindertehuis. Ik vond het vreselijk daar. Rumoerig vooral. Vechtpartijen waren aan de orde van de dag. Je moest je plaats zien te verwerven. Ik was blij dat ik daar na een jaar weg kon. Werd in een pleeggezin geplaats bij de familie Kremer op een boerderij. Er waren kippen, schapen, paarden, koeien en duiven. Ze hadden zelf een paar kinderen en daarnaast veel pleegkinderen. Die eigen kinderen hadden altijd het idee dat ze meer waren dan de anderen. De ouders lieten dat zelf absoluut niet merken. Voor hen was iedereen gelijk. Een mooie instelling. Ik was de jongste toen ik daar kwam. De oudste was bijna 21. Die vertrok heel snel na zijn verjaardag, want op die leeftijd was je meerderjarig. Ik ging naar de school in het dorp dichtbij. Merkte dat ik op de eerste dag al een etiket had gekregen. Ik was er één van de Kremershoeve. En die stonden niet goed bekend. Ik had oudere pleegbroers en die … die haalden nog wel eens wat uit. Maar … zodra er ook maar iets aan de hand was, dan werd er eerst gekeken naar "die van de Kremershoeve".

Cas keek even weg. Even had hij het moeilijk.

'Ik had weinig zelfvertrouwen. Weet niet precies waaraan dat heeft gelegen. Zat er misschien gewoon niet in. De basisschool was moeilijk voor me. Ging met een lage CITO-score nar het voortgezet onderwijs, maar in de brugklas bleek dat er meer in zat dan eerst werd gedacht. Na dat eerste jaar ging ik naar de havo. Ik zat op school, en vanaf het tweede jaar ook in de klas, bij Peter en Cas. Ik voelde me aangetrokken tot Peter, omdat hij wel zelfvertrouwen had. Dat wat ik miste, had hij in overvloed. En … mijn idee was … als ik me nu maar in zijn kring begeef dan … straalt er misschien iets van hem af op mij. Enerzijds werkte dat zo. Ik werd in zijn kring opgenomen. Ik werd verliefd op hem. Hij op mij. Na de havo deed hij eerst nog twee jaar vwo en toen technische universiteit bouwkunde. Ik stopte met leren. Hadden we zo afgesproken. Ik zou gaan werken, zodat ik geld kon verdienen voor ons samen. Dat ons samen was er niet meteen. Ik bleef totdat ik meerderjarig werd, op 21-jarige leeftijd toen, bij de familie Kremer. Daarna wilde ik heel graag samen met Peter ergens gaan wonen, maar … er waren te weinig huizen beschikbaar. En dus woonden we in bij zijn ouders. Niet een ideale situatie. Peter begon toen in september met zijn studie aan de technische universiteit Eindhoven. Ik werkte al die jaren bij de HEMA. Mijn schoonmoeder was een vreselijke vrouw. Meehelpen in de huishouding vond ik gewoon. Had ik bij de familie Kremer ook altijd gedaan, omdat meisjes dat geacht werden te doen. Maar Peters moeder maakte een soort van huishoudster van mij. Vaak vroeg ik me af wat zij overdag deed. Niet veel in elk geval, want het meeste werk werd mij toegeschoven. Ik deed wat ik kon, maar vond het vreselijk als ze mijn afstoffen ging controleren met een witte handschoen aan.'

'Wat een mens!' klonk het geschrokken uit Hugo's mond. 'Moet ik haar kennen?'

'Peters vader overleed één jaar voor jij geboren werd. Zij twee jaar na jouw geboorte. En het kan dus heel goed zijn dat je geen herinneringen aan haar hebt. Beter misschien ook maar. Ze had altijd en eeuwig kritiek. Niets was goed. Ik in elk geval niet voor haar zoon en jou voedde ik ook niet goed op.'

'Verdedigde hij jou?'

'Nee.'

'Wat een lul!'

'Peter maakte er een potje van. Het studentenleven – hoewel hij gewoon elke dag, nou ja … bijna elke dag van Eindhoven terug naar Maastricht kwam – beviel hem wel. Mij minder, want net als met de jaren op het vwo deed hij er een jaar langer over dan strikt noodzakelijk. Lag niet aan zijn intelligentie, maar meer aan zijn inzet. Ik was het samenwonen met zijn ouders na twee jaar meer dan zat. Ik had wat geld geërfd van mijn ouders. Ze waren niet rijk. Het was op een rekening voor mij gezet toen ik 21 was. Ik ging zoeken naar woonruimte. Vond iets voor ons beiden. Klein maar goed. Richtte met mijn geld de flat in. Peter was in de wolken. Vond het prachtig. Ik bleef werken. Geld verdienen voor ons huishouden. Maar … het knaagde ergens bij mij. Ik wilde meer. Wilde werken aan mijn toekomst. Eeuwig bij de HEMA blijven, wilde ik niet. Ik wilde mensen helpen. Keek rond. Koos voor de verpleging. Liet me informeren. Begon toen ik 24 was. Oud eigenlijk wel in vergelijking met anderen, maar dat maakte niet uit. Ik had een studiebeurs, mede omdat Peter toen ook nog studeerde. Het tegelijkertijd studeren en een eigen huishouding hebben was een kostbare situatie. Maar voor mij heel belangrijk. Het voelde voor mij als een stukje gewonnen zelfvertrouwen. Geloven in mezelf. Ik vond de studie leuk. Had omgang met leuke mensen. Peter en ik leefden vaak langs elkaar heen. Het … superverliefde was er bij mij een beetje af, zo voelde het. Hij kon ook enorm moeilijk doen soms. Zat ik met anderen thuis bij ons te studeren, moest hij ineens iets op tv zien. Tja … flink van me af bijten, deed ik toen nog niet. Langzaamaan ontwikkelde ik mij. De praktijk in het ziekenhuis was goed voor me. Ik kreeg verantwoordelijkheden en groeide. Daarmee werd ik ook steeds onafhankelijker van Peter. Werk was er na mijn opleiding meteen voor mij. Voor Peter niet. Die was een tijd zonder baan. Mijn eerste werk was gewoon als verpleegkundige op de zaal. Dat ik onregelmatige diensten had, vond Peter heel vervelend. "Heb je dan nooit tijd voor mij!" gooide hij me voor de voeten. We waren vaak genoeg samen. En … dan was het goed. Maar … het bleef wel zo dat hij steeds de boventoon voerde, hij degene was die op zijn luie reet zat … hij had daar een verklaring voor. Hij moest beschikbaar zijn om zo snel hij een baan had meteen te kunnen beginnen. En dus … nam hij geen tijdelijke baantjes deed. Zat hij thuis en deed niets. Niet eens de boodschappen of het huis aan de kant houden. Koken kon hij niet. Wilde hij ook niet leren. "Vrouwenwerk!" De was ophangen was te min voor hem. Ik schikte me. Hij vond gelukkig werk. Een probleem opgelost. Toen ik me wilde specialiseren, en dus opnieuw een studie wilde doen, was hij duidelijk: "De kosten zijn voor jou! Ik betaal geen cent daaraan mee!" Dan niet. Het ziekenhuis betaalde wel mee en dat was veel belangrijker. Natuurlijk was een gedeelte van de kosten voor mij. Ik kreeg elke maand geld. Aan het eind van de eerste maand van mijn studie kreeg ik van hem een overzichtje onder de neus gedrukt. Ik moest een bepaald bedrag op zijn rekening overmaken. Mijn deel van de gezamenlijke kosten voor onze huishouding. Toen ontplofte ik. Ik weet niet meer wat ik allemaal gezegd heb, maar zijn lijkbleke gezicht nadien vergeet ik nooit meer.' Ze had het gezegd met een grimmige grijns op haar gezicht.

'Goed, Mam! De boodschap was dus aangekomen.'

'Ja. Zo kun je het wel zeggen. Hij bond in. Mopperde wel steeds meer en meer. Informeerde nooit eens hoe het was op het werk of bij mijn opleiding, maar ik moest wel steeds al zijn successen aanhoren. Als hij op dat moment niet had voorgesteld of we het eens over kinderen konden hebben, dan … dan was ik van hem gescheiden. Ik was het zat. Meer dan zat, maar … dat …. dat zorgde ervoor dat ik toch bij hem bleef. Had hij dan toch iets … iets dat ik nog niet gezien had? Urenlang praatten we er met elkaar over. Hij zag de vaderrol helemaal voor zich. En ik kreeg het idee dat hij eindelijk eens interesse in iets had dat niet Peter heette. Het kinderen krijgen, viel nog niet mee. Zo simpel als wij het ons hadden voorgesteld, bleek het niet te zijn. Ik was 31 toen jij je aandiende en een jaar ouder toen jij geboren werd. Ik helemaal in de wolken en Peter ook … zo leek het. Even pauze, moet naar het toilet.'

Tijdens de onderbreking was er eerst opnieuw stilte. Iedereen nog vervuld van het verhaal van Trees, leek het. Hugo had diepe denkrimpels in zijn hoofd. Ben meende er een grapje over te moeten maken, maar dat pakte niet helemaal goed uit. Hij bood zijn verontschuldigingen aan en toen trok Hugo toch naar hem toe. Praatten ze lang op fluistertoon met elkaar. Sjeng zag dat de eerst betrokken gezichten toch weer begonnen te glimlachen. Een goed teken.

'Oké, even de draad weer oppakken,' zei Trees nadat ze weer was gaan zitten. 'Euh … ja … een wolk van een baby, maar … niet op de gewone manier geboren. Je lag dwars.'

'Ah, dat ken ik,' grapte Ben.

'Rotjoch!' kwam de bijna standaardreactie.

'Diverse keren draaiden ze je op de afdeling gynaecologie om, maar steeds ging je ook weer verkeerd liggen.'

'Het hoofd moet toch het eerst naar buiten?'

'Ja. Dat is de bedoeling, Hugo. Waarom deed je het toen niet?' Ze zag zijn beteuterde gezicht en ging snel verder. 'Grapje, jongen. Het was gewoon zoals het was. Maar dat dwarsliggen was wel gevaarlijk. Je was een forse baby en ze waagden het er niet op. Dus kwam er een keizerssnee.'

Sjeng keek op, was ineens alert en toen hij naar Ben keek, zag hij dat die ook zo'n houding had. 'Euh … ik ben ook zo geboren.'

'Ja. Ik weet het, Sjeng. Bij jou was het omdat de artsen wilden zorgen dat het dit keer wel goed zou gaan. Ze haalden je vier weken eerder.'

'Rare overeenkomst tussen ons dan, maar bij mij ging het ook zo,' gaf Ben te kennen. 'Niet dat ik dwarslag, want zo ben ik niet, maar … mijn moeder kreeg last van zwangerschapsvergiftiging. Weet niet precies wat het is, maar … doet er ook niet toe.'

'Bijzonder, hoor!' merkte Truu op en keek de jongens één voor één aan. 'Ja. Heel bijzonder.' Ze had iets opgemerkt, maar opnieuw kon ze het niet helemaal in woorden vatten. Laat maar, sprak ze zichzelf toe. Maar ineens was er dat andere, waardoor ze gegrepen werd. Ze legde heel even haar linkerhand op haar hart en sprak in zichzelf: "Vertel me wat ik kan doen."

'De artsen waren na jouw geboorte duidelijk, Hugo. Ik mocht niet opnieuw zwanger worden. Ze vonden het niet vertrouwd. En dus moest daarvoor gezorgd worden. In het ziekenhuis waren ze duidelijk: de man steriliseren was het meest makkelijk. Kijk niet zo moeilijk, Hugo!'

'Lijkt me niets.'

'Bij een vrouw is het ingrijpender. En het herstel duurt langer.'

'Dan is de keuze toch makkelijk?' was Sjeng van mening.

'Ja. Voor jou wel, Sjeng. Voor hem niet. Hij wilde niets van sterilisatie weten. Mijn taak. Zoals alles mijn taak was. Hij deed niets. Alleen de afschriften van de bank keek hij door, om te kunnen controleren of ik niet te veel uitgaf. Verantwoorden voor onze uitgaven deed ik me niet. Zei hem dat hij dan zelf maar de boodschappen moest gaan doen. Zelf zijn eigen kleren kopen.'

'Deed hij dat niet?' verbaasde Ben zich hardop.

'Nee. Ik kocht alles voor hem. Deed alles voor hem en dat … dat brak me steeds meer op. Ik had een baan, een huishouden, een kind en een man die nog steeds een kind was en complete verzorging nodig had. Hij stapte uit zijn kleren en liet ze liggen op de badkamervloer. Natuurlijk zei ik daar steeds wat van, maar volgens hem was het een kleine moeite voor mij om het op te rapen. In een vakantie, waarin we thuisbleven, ging ik in staking. Ik imiteerde zijn gedrag door niets te doen. Liet zijn kleren liggen waar hij eruit gestapt was. Deed geen boodschappen. Na een paar dagen begon hij toch op te ruimen. Toen onze voorraad eten op was, zei hij: "Moet je niet eens boodschappen doen?" Ik gaf aan dat ik vakantie had en zei hem dat hij het maar moest doen. Hij ging bij me zitten en deed zielig. Wist zogenaamd niet wat er gehaald moest worden. Ik kwam hem deels tegemoet. Maakte een lijstje. En nog ging hij geen boodschappen halen. Toen wist ik zeker dat ik het niet lang meer met hem zou uithouden. Ik … ' ze zuchtte diep … 'misschien was het verkeerd van mij, maar toen al – na jouw geboorte dus in elk geval, Hugo – besloot ik dat ons huwelijk eens zou stranden, tenzij ... een hoop die ik eigenlijk nooit heb gehad … hij zou veranderen. Ik zorgde ervoor in elk geval voorbereid te zijn. Overlegde met Anne en Else. Kreeg het telefoonnummer van Matthieu. Nam contact op. Hij vond het bijzonder dat ik bij voorbaat al contact opnam. Was hem nog nooit eerder overkomen. Maar zo zei hij: "Het is goed om beslagen ten ijs te komen."

'Dus toen al … wist je dat het verkeerd zou gaan.'

'Ja. Het is opmerkelijk te noemen dat ik hem toch nog weer een kans gaf eigenlijk. Matthieu weer afbelde. Ik heb je verteld hoe hij als vader was. Gedeeltelijk in elk geval. Zijn niet voor jou willen zorgen, maar een luchtverfrisser in de kamer spuiten, mag duidelijk zijn. Hij deed niets. Alleen maar mopperen, klagen en zeuren. Wat dat betreft lijkt hij heel veel op zijn moeder. Hij besloot uiteindelijk dus de scheiding aan te vragen, toen hij niet wilde wachten op resultaten van jouw bezoeken aan Else. Die resultaten kwam. Te laat voor hem.'

'Hij liet me gewoon vallen dus.'

Trees vond het niet nodig dit te bevestigen. Haar zoon moest zijn eigen conclusies trekken.

Hugo keek zijn moeder heel goed aan. 'Er is nog meer. Ik zie het aan je ogen.'

'Ja. Sorry trouwens dat mijn verhaal niet netjes op volgorde is …. ik … ik spring af en toe heen en weer en dat moet verwarrend zijn voor jullie.'

'Geeft niets, Trees. Je verhaal vertellen op jouw manier. Dat is belangrijk,' deed Suus een poging haar te ondersteunen.

'Matthieu was niet volledig van de voorgrond verdwenen bij mij. Ik had hem dan wel afgebeld op gegeven moment, maar … legde een map aan op mijn computer met daarin allerlei gegevens. We waren in gemeenschap van goederen getrouwd en dus … was alles gedeeltelijk ook van mij. Toen hij dus die scheiding had aangevraagd, kon ik Matthieu van heel veel informatie voorzien.'

'Slim!' merkte Ben op.

'Het was maar goed dat ik dat had gedaan, want Peter had geprobeerd om geld van de zaak, die deels dus ook van mij was, weg te sluizen.'

'Hij bedroog je dus gewoon!'

'Ja. Het ging om een enorm groot bedrag.'

'Dat is niet het enige, Mam! Er is nog meer! Vertel me alles!' Hugo was fel geweest, maar hij wilde het onderste uit de kan halen. Volledige openheid van zijn moeder verkrijgen.

'Het was iets tussen hem en mij.'

'Nee! Dat pik ik niet! Ik wil alles weten! Heb hem de gelegenheid gegeven alles te vertellen en volgens hem was er niets! Nou … larie dus, gezien jouw verhaal! Er was ontzettend veel nog dat hij mij had kunnen vertellen. Alles wat jij gezegd hebt, had hij mij ook kunnen vertellen. Deed hij niet, maar … ik wil niet dat je nu nog iets achterhoudt voor mij. Alsjeblieft, Mam!'

'Ik ben blij dat hij de beslissing nam om te scheiden. Ik stelde het steeds weer uit, zo leek het. Gaf hem kansen. Iedere keer weer. Stom! Ook toen. Hij … nee … anders … ik liet me dus steriliseren omdat … je weet het … mocht niet meer zwanger raken. Nadien moest ik herstellen. Konden we een tijdje geen seks hebbe… '

'Had hij iemand anders!?!?!?' Het knikken van zijn moeder was voldoende. Hugo sprong in de benen. "GODVERDOMME! GODVERDOMME!'

Ben was ook opgestaan en probeerde zijn vriend tegen zich aan te trekken. Even leek het erop alsof hij daar niets van wilde weten, alsof hij hem van zich af zou duwen, maar hij liet zich overwinnen en brak. Ben was ook meteen in tranen toen. Cas en Trees sloten hun armen om de twee heen.

Sjeng moest ook huilen. De tranen liepen hem over de wangen. Hij voelde een voorzichtig tikje tegen zijn geblesseerde arm.

'Kom bij me zitten, jungske!' zei Truu.

Hij ging naar haar toe, ging voor haar op de grond zitten en voelde hoe ze haar armen om hem heen sloeg.

'Rustig, maar. Het komt wel weer goed. Verdriet mag er zijn. Ook nu .. nu we verdriet hebben om onze vrienden. Nu we ons eigen verdriet ook zo duidelijk voelen.'

'Ik … ik … ' zo begon Trees op een gegeven moment te stamelen. 'Ik wil niet dat we mijn verhaal afsluiten met zo groot verdriet. Ons leven daarna, dat van jou en mij' – ze had haar armen stevig om Hugo heengeslagen – 'is nadien alleen maar mooier geworden! Zonder Peter was het voor mij beter.' Ze moest lachen. 'Dat het rijmt, klinkt stom. Maar het was beter. Veel beter. Alleen ervoor staan als moeder was niet erg. Absoluut niet zwaarder dan met de ballast die hij was. Matthieu regelde alles. Was een geweldige advocaat en steun voor mij. Financieel hebben we het nooit moeilijk gehad, Hugo. Het was goed om met jou een gezin te vormen.'

'Maar ik was lastig.'

'Maar ook ontzettend lief. En dat lastige … dat loste zich goed op, zoals je zelf ook weet. Je vond een manier om daarmee om te gaan.'

Hugo was ook weer rustig geworden. Hij bedankte Cas, Ben en zijn moeder en ook de anderen die, hoewel ze op hun plaats waren blijven zitten, deel uitmaakten van deze familie. Zijn familie. En zijn vader …

'En … het is misschien moeilijk om er nu over te beginnen, maar … schrijf Peter niet meteen af, Hugo. Misschien zou je … '

'Ik ga erover nadenken. Maar niet nu. Is dat goed?'

'Een vaderfiguur is wel belangrijk, lieverd.'

'Ja. Maar als zijn enige daad in mijn opvoeding eruit bestaan heeft dat hij met een spuitbus rondging als ik in mijn luier had gepoept … dan ken ik wel iemand die meer de rol van vader heeft vervuld in mijn leven dan mijn eigen vader. Ik ga erover denken. Zal het ook bespreken met jullie.'

'Meer zal ik niet van je vragen. Ik weet dat je wijs bent.'

'Af en toe,' schamperde Ben met een olijk gezicht.

'Rotjoch!'

'Hé, ophouden, jullie!' baste Cas.

'Dank je, Cas. Ik ga afsluiten. Een korte samenvatting. Ik ben het schoolvoorbeeld van een mens die in wording is. Nou ja … misschien niet helemaal. Wellicht had ik het allemaal wat sneller kunnen doen.'

'Niet juist,' merkte oma Truu op. 'Je hebt de tijd genomen die jij nodig had voor die ontwikkeling. Had je het sneller gedaan, dan was je nu misschien in therapie geweest bij een psycholoog. Daar hoeft niets mis mee te zijn, laat ik duidelijk zijn. Maar … ik bedoel, iedereen ontwikkelt zich op zijn of haar eigen wijze. Doe je dat te snel, dan heb je kans dat je jezelf verliest. Je jezelf niet zult herkennen. Dus … je hebt het uitstekend gedaan, lieve Trees. Een dikke duim voor jou!' En ze voegde de daad bij het woord.

'Dank je, lieve Truu,' sprak Trees met tranen in haar ogen. 'Heel wijs. En … ' de tranen wegvegend, 'ik wil deze avond niet alleen maar vervelende dingen zeggen. Ik heb ook nog iets hoopvols, iets … dat opnieuw een teken is van ontwikkeling.' Ze ging staan, stak haar hand in haar broekzak, haalde er iets uit, maar liet dat aan niemand zien. 'In mijn vuist zit iets dat heel bijzonder is. Ik wil verder. Verder met mijn prachtige,' en met haar gespreide armen omvatte ze iedereen, 'familie. Maar … met één in het bijzonder.'

'Ik natuurlijk,' meende Hugo.

'Rotjoch!'

'Hé, dat is mijn tekst, Mam!'

'Houd je mond! Ik ben met iets belangrijks bezig!'

'Sorry, Mam.'

'Cas. Ik bedoel jou.'

Cas viel zowat van de bank. Alle ogen waren op hem gericht. Vond hij niet fijn. Had hij nooit wat gevonden. 'Euhh … '

'Vanaf het moment dat Sjeng in ons leven kwam, kreeg ik van verschillende mensen de vraag hoe het nou zat tussen jou en mij.'

Hugo stak zijn vinger op.

Sjeng volgde.

Truu die de vingers van de twee in de lucht zag gaan, voegde zich er bij.

'Ja. Jullie drie en nog een ander. In het antwoord dat ik gaf, bleef ik in de meeste gevallen vaag. Maar … daar bleef het niet bij. In mijn hand heb ik iets dat voor jou is.' Ze ging op één knie zitten en zei: 'Lieve Cas, wil je met mij trouwen?' Ze opende haar hand en liet hem het gehaakte bandje zien dat Truu voor haar had gemaakt.

De mond van Cas was opengevallen. Hij sloot hem weer en beet op zijn onderlip. Het was … zo onverwacht … zo overweldigend … zo mooi. 'Ja. Ik wil.'

Trees pakte het bandje op en schoof dat over zijn ringvinger. 'Ik hou van je, Cas! Ontzettend lang al, maar … durfde er niets mee. Pas vanaf mijn gesprek met Truu weet ik dat ik veel eerder …

'Nee, het is goed dat je het nu doet, Trees. Nu is het moment.'

'Je ziet, Cas, ik ben nog steeds lerende. Nog steeds in ontwikkeling. Weet dat ik nog lang niet perfect ben, dat ik dat waarschijnlijk ook nooit zal worden.'

'Gelukkig niet,' fluisterde Hugo in Bens oor. 'Ik heb een zogenaamd perfecte vader. Stel je voor dat zij ook nog eens zo zou zijn.'

'Lieve Trees. Ik ben ook zo'n … soort. Niet perfect. Mijn moeder… nee … even niet. Ander spoor. Ik hou ook heel erg veel van jou. Al jarenlang. Maar … nooit had ik de durf om jou te vragen. Ik was bang … dat je … "nee" zou zeggen. En dan … wat moesten we dan? We hadden het goed zoals het was. Met elkaar. Met Hugo en Ben erbij. Maar .. nu kan het alleen maar beter worden. Nog beter? Kom!' Hij ging staan, trok haar overeind, nam haar in zijn armen om haar daarna op haar mond te kussen.

Er werd op vingers gefloten, gejuicht, gejoeld, geklapt.

Lucky Eye
Berichten: 190
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 16:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 222 keer
Bericht Re: BRENG LICHT IN HET DONKER door Lucky Eye » vrijdag 25 december 2020 06:31

Hoofdstuk 16

De rust was weergekeerd. De oma's zaten achter een advocaatje, Trees had het glas wijn in haar hand, Hugo en Cas een flesje bier en de twee jongsten hielden het bij cola. Toen de kus was beëindigd – volgens Hugo had die veel te lang geduurd – waren de drankjes gehaald – zodat er geproost kon worden, nootjes, pinda's en chips op tafel gezet . En nu … was het bijkomen geblazen. Was er iemand moe? Nee, nog steeds niet. De bijzonder gebeurtenissen hadden ervoor gezorgd dat iedereen nog volop wakker was.

'En dan is het mijn beurt,' begon Cas. 'Zo voelt het in elk geval voor mij, en dat is goed. Af en toe … misschien veel te vaak en op onmogelijke momenten, zoals zo-even, heb ik het even over mijn moeder. Die opmerkingen zijn meestal wrang van toon. Niemand van jullie weet precies wat er jaren geleden allemaal is gebeurd, waarom ik zo'n tijd uit Nederland weg ben geweest. Weinig mensen weten daarvan. Tijd om dat eens toe te lichten. Zeker omdat we familie van elkaar zijn. Nu … nadat ik van Trees een aanzoek en een ring, een prachtige ring, heb gekregen helemaal. En voor je naasten heb je geen geheimen.' Hij nam een slok, keek de kring rond en liet zijn blik even over een ieder heen gaan. Het juiste moment. Hij zette zijn flesje weg. 'Mijn vader was een hardwerkende timmerman die veel van zijn vak hield. In mijn huis … moet ik nu ons huis zeggen?'

'Nee,' was Trees van mening. 'We zijn nog niet getrouwd, Cas, dus het huis is nog van jou alleen.'

'Oké. Maakt eigenlijk ook niet uit. In ons thuis … klinkt dat beter?'

'Zeg! Schiet nou eens op, man!'

'Ja, Hugo, ik ga al verder! Veel meubels van mij zijn door mijn vader gemaakt en dat was voornamelijk handwerk. Ik was blij dat ze er waren toen ik mijn eerste huis en later het huidige moest inrichten. Mijn moeder wilde dat mijn vader vooruit zou komen in het leven. Maar … hijzelf niet. Zijn vak was goed genoeg voor hem. Hij deed ooit een cursus Engels op aanraden … nou ja … onder dwang van haar en hij voelde zich die weken doodongelukkig. Het was niets voor hem. Zelf deed mijn moeder niets. Nee … dat is niet juist. Ze deed heel veel. parochiewerk, roddelen met de andere vrouwen in het dorp en natuurlijk het huishouden. Dat vooruit komen in het leven ging alleen voor mannen op. Heel ouderwets gedacht dus. Zo was ze: conservatief. Ik was als kind al behoorlijk dwars. Op de lagere school – zo heette dat toen – had ik al naam en faam. Maar … net zoals Trees het eerder zei over dat etiket van haar pleegfamilie, het was lang niet altijd terecht. Sommige gasten bij mij op school maakten er zelfs misbruik van. Zij haalden rotzooi uit en wij, twee andere jongens en ik, kregen de schuld. De pastoor speelde gelukkig voor mij vaak een bemiddelende rol. Hij zorgde ervoor dat de dorpsagent goed onderzocht of het echt onze schuld was, voor hij met straf aan kwam zetten. Een mooie man! Die er ook voor zorgde dat ik niet naar de seminarie gestuurd werd.'

'Wat is dat?'

'Een opleiding voor geestelijken,' legde Ben aan Hugo uit. 'In de katholieke kerk meestal in de vorm van een internaat.''

'Mijn moeder wilde dat voor mij. Ze zag dat als een prachtige kans op carrière voor haar jongste. De oudste die zou wel goed terechtkomen. Die had alles om vooruit – weer dat stomme woord – te komen in het leven, maar … voor mij zag ze dat niet. Dus …hup afschuiven op de kerk. In tranen bezwoer ze de pastoor – informatie die ik van mijn vader heb – dat ze al voordat er sprake was van een tweede zwangerschap het kind toegezegd had aan God.'

'Was Oma Geijsbers zo vroom?' wilde Ben weten.

'Weet het niet. Misschien zag ze ook gewoon voor zich dat ik zou mislukken. Dat ik voor galg en raad opgroeide, volgens haar dan.'

'Ze had wel haar hele kamer volstaan met heiligenbeeldjes. Ze wist de namen, de datum waar ze bij hoorden en de eigenschappen.'

'Net zoals mijn vriendin,' sloot Truu aan, 'met haar beschermengelen, waarover ik je vertelde, Trees!'

'Ja. Beschermengelen lijken wel wat op de heiligen,' was Cas van mening. Te pas en te onpas worden ze aangeroepen. Ze zouden bescherming bieden, maar … waarom niet aan iedereen? Ik weet nog een reportage op tv over een grote terroristische aanslag in Indonesië. Een Australische vader sprak zijn dank uit naar de beschermengel van zijn dochter, want zij had het overleefd. Er waren heel veel doden te betreuren. Hadden die geen beschermengel?' Hij viel stil.

'Ga alsjeblieft verder, Cas,' probeerde Trees hem weer aan het praten te krijgen toen het een tijdlang stil was gebleven.

'Ja. Sorry voor de onderbreking. Dat soort dingen … zegt me gewoon helemaal niets. En ik kan er enorm kwaad over worden. Moet ik niet doen. Heeft geen zin. Maar toch … gebeurt het vaak. Waar was ik … ' Even haalde hij dingen terug in zijn hoofd. 'Mijn moeder wilde van mij dus een pastoor of priester maken. Ze besprak het met de dorpspastoor, maar die wilde er niets van weten. Zelfs niet na de woorden van mijn moeder dat ze het God had toegezegd. Zijn woorden waren iets in de trant van "Dat wil je God toch niet aandoen! Die jongen! Totaal niet geschikt!" Enerzijds best krenkend natuurlijk voor mij, maar aan de andere kant bereikte hij wel wat ik wilde. En dus ging ik gewoon naar de grote stad, naar een gewone school. De dorpse achtergrond was geen probleem. Maastricht was een stad die groeide en veel leerlingen uit de wijde omgeving aantrok. Ik deed het redelijk goed, maar haalde niet het niveau van mijn broer Ger – de vader van Ben. Mijn moeder maakte altijd en eeuwig onderscheid tussen hem en mij. Trok altijd partij voor hem. Hij was heel duidelijk haar lievelingetje. Sommige kinderen verzetten zich daar tegen, maar Ger niet. Die vond het maar wat prachtig. Maakte er gebruik van. Net als de anderen op school die kattenkwaad uithaalden en wisten dat ik vaker een berisping daarvoor had gehad. Zo deed hij dat soms ook. Als we met ons rapport thuiskwamen, dan bladerde mijn moeder terug in het boekje van Ger en vergelijk mijn lijst met die van hem. Hij was twee jaar ouder. En ja … hij had altijd betere cijfers dan ik. Zo ging het met alles. Ik telde niet echt mee. Mijn vader betrok me wel overal bij en leende mij een luisterend oor. Als ik problemen had met mijn moeder – en dat was ontzettend vaak – dan ging ik naar zijn schuur om met hem te praten. Hij werkte meestal gewoon door, maar ik wist dat hij luisterde. Als ik uitgepraat was, dan pas kwam hij bij me zitten en kwam met een wijsheid. Vaak draaide het om hetzelfde. Iets als … je kunt mensen niet maken zoals je wilt, jungske.' Hij keek naar Sjeng en Truu. 'Ook hij noemde me altijd zo. Mijn broer niet. Die noemde hij bij zijn roepnaam of hij zei "jongen" tegen hem. Kwam ook omdat mijn moeder het dialect in huis wilde uitbannen. Wij moesten vooruit komen en dan had je weinig aan het dialect. Mijn vader sprak dialect met mij en ik verstond het prima. Nog steeds. Verschilt natuurlijk wel uit welk gedeelte van Limburg iemand komt, maar … er zijn vaak toch wel overeenkomsten.' Hij keek even de kring rond. 'Op het voortgezet onderwijs stond ik in het begin bekend als een rebel. Vaak dwars. Van mijn moeder moest ik elke zes weken naar de kapper, maar dat deed ik niet. Het geld gebruikte ik voor iets anders. Ik had baantjes. Verdiende geld en gaf het net zo hard weer uit op vrijdag- en zaterdagavond in de kroeg. Ik rookte en dronk op jonge leeftijd veel te veel. Maar … er kwam een kentering.' Hij keek naar Sjeng. Had het idee dat, wat hij nu wilde vertellen best eens moeilijk voor hem zou kunnen zijn,en bracht dat ook onder woorden.

'Het geeft niet,' zo zei de jongen. 'Jij moet jouw verhaal kunnen vertellen net zoals ik dat gedaan heb en de anderen ook. Zonder dingen achter te houden.'

'Dank je, Sjeng. Jouw mening is belangrijk voor mij wat dit betreft.' Hij zuchtte een paar keer diep. Die herinnering was altijd pijnlijk. Hij verstopte hem meestal zo diep mogelijk, maar nu zou hij het bewust naar boven halen. 'Mijn moeder was haar portemonnee kwijt op een gegeven moment en ik kreeg de schuld. Natuurlijk. Was ik wel gewend. Zij, mijn broer en ik zoeken. Het werd gevonden, zonder inhoud, op mijn slaapkamer. Ik weet niet meer precies wat ze heeft gepakt daar op mijn slaapkamer, het moet iets zijn dat er heeft gelegen, maar voor ik ook maar iets door had, begon ze op me in te slaan. Ger schrok hevig, probeerde haar bij mij weg te halen, maar dat lukte niet. Euhh … vergeten te vertellen. Mijn moeder was niet een kleintje. Ze was een … zoek naar de naam daarvoor …

'Bedoel je een struise vrouw?' kwam Truu hem tegemoet.

'Ja. Dat is het. Zwaargebouwd, stevig, groot. En daarom lukte het mijn broer dus niet. Hij rende naar de werkplaats van mijn vader en die heeft haar bij mij weg gekregen. Hij droeg me naar zijn auto en reed naar de stad, naar het ziekenhuis.' Hij zuchtte diep en veegde opkomende tranen weg. 'Ze heeft er nadien nooit over gepraat. Bleef wel van me af. Maar … ging onverdroten verder met haar onderscheid maken tussen mijn broer en mij. Ik deugde nergens voor. Waar mogelijk raakte ze me met haar scherpe tong. Eén keer merkte ze zelfs op: "Had ik je toen maar dood geslagen!" En dat is dan je moeder.'

'Wauw! Vreselijk, Cas!' uitte Hugo zijn medeleven, die gevolgd werden door opmerkingen van de anderen.

'Ja, het was vreselijk. En … er is meer. Meer hetzelfde als met jou, Sjeng. Toen Trees je vroeg naar al die blauwe plekken bij jou, zei je dat je van de trap was gevallen. Dat was ook de lezing die over dit voorval van mij werd opgehangen. De waarheid werd toegedekt. Mijn vader had die avond vreselijke ruzie met mijn moeder. Hij was in de regel de rust zelve, maar toen niet. Hij kwam op voor mij. Er werd echter nooit meer over gesproken.'

'Maar … die portemonnee,' begon Ben, 'hoe kwam die nou op jouw kamer?'

Cas beet op zijn onderlip. Liever wilde hij het niet vertellen. Hij keek zijn neef niet aan. Staarde naar de neuzen van zijn schoenen.

'Je mag het gerust vertellen, Cas. Ik denk dat ik weet hoe het zit.'

'Dat is knap! Ik snap er namelijk helemaal niets van!' gaf Hugo te kennen.

'Ik zal het vertellen, maar … begrijp me goed … het is niet bedoeld om … jou en … je weet wat ik bedoel.' Het moest voor de anderen ongetwijfeld vaag zijn, maar niet voor Ben. Hij zag hem knikken en hoorde dat hij het begreep. 'Het was mijn broer. Een dik jaar later vertelde hij me dat hij het had gedaan. Niet uit zichzelf, maar door bemiddeling – de biecht – bij onze pastoor. Die had hem niet weggestuurd met zoveel weesgegroetjes of zo … maar hem opgedragen eerlijk te zijn naar mij toe. Net als anderen gebruik hadden gemaakt van mijn eerdere tussen aanhalingstekens misdrijven, had hij dat ook gedaan.'

'Nondedju! Nondedju!'

'Godverdomme!

Ben voelde zich verward. Hij had het aan voelen komen, maar … snapte er helemaal niets van. 'Maar … hoe kan het dan … dat jij, als hij hier is zo gewoon met hem omgaat. Je laat nooit blijken dat er zoiets vreselijks tussen jullie heeft plaatsgevonden.'

'Hij is niet degene die het mij heeft aangedaan, Ben! Niet hij heeft me in elkaar geslagen.'

'Tja … zo lust ik er nog wel één!' knalde Hugo eruit. 'Hij was wel de aanleiding! Hij had die portemonnee weggepakt, de inhoud eruit gehaald en vervolgens het lege ding op jouw kamer gelegd. Dan … '

'Nee! Opnieuw terug naar jou, Sjeng, als je het goed vindt.'

'Ja. Want ik begrijp welke kant je op wilt. Mag ik?'

Cas vond het prima dat de uitleg van Sjeng zou komen.

'Ik had het idee, Ben weersprak dat in de tuin en later Suus ook hier in de kamer, dat het mijn schuld was dat mijn vader me in elkaar had geslagen. Ik had woorden gezegd die ik beter niet had kunnen zeggen. Het was mijn schuld. Zo voelde het voor mij. Ben wist me dat al grotendeels uit het hoofd te praten en later deed Suus dat nog een keer. Niemand sprak haar woorden tegen hier. Met andere woorden: het was niet mijn schuld. Het was zijn schuld, dat hij de controle verloor en mij … je weet wel. Hij was de volwassene, hij had beter moeten weten, hij had nooit geweld tegen mij mogen gebruiken. Met de broer van Cas is het dan precies hetzelfde. Natuurlijk had hij die portemonnee … was niet goed … maar zij gebruikte het geweld.'

'Ja. Dat bedoel ik dus. Bedankt, Sjeng.'

'Hoe oud was je toen, Cas?' vroeg Truu.

'Hij zat in de tweede klas van de havo bij mij. Hij was ineens een paar weken niet op school.'

'Ik was nog dertien. Net in de tweede,' zei Cas met een zucht. 'Twee weken bleef ik thuis. Nog een keer terug naar het ziekenhuis voor nacontrole. Herstelde goed. Maar kan me ontzettend goed voorstellen hoeveel last jij er nu van hebt, Sjeng. Maar het wordt beter. Elke dag een beetje beter.'

Sjeng glimlachte naar hem. De band die hij eerder in het ziekenhuis al met Cas had gevoeld, merkte hij nu nog veel beter op. Een vreselijke overeenkomst die zorgde voor verbondenheid.

'Er werd nooit meer over gepraat, met uitzondering dan dat mijn broer het eerlijk aan mij vertelde.'

'Ik heb het niet gehoord, of het is niet verteld, maar was er een aanleiding voor hem?' vroeg Suus.

'Een stuk jaloezie. Mijn moeder wilde niet dat hij een baantje had. Hij moest al zijn tijd besteden aan het leren. Hij moest goed, beter, best, perfect worden. En dus … omdat hij geen baantje had, had hij minder geld te besteden dan dat ik dat had. Hij had zijn zakgeld, maar … dat was niet veel. We waren niet rijk thuis. Hij zag dat ik dingen kon doen, met het geld dat ik verdiende en dat stak. Verder. Mijn vader liet een telefoon aanleggen in zijn werkplaats. Mijn moeder vond het verkwisting. Hij discussieerde er niet over met haar. Hij en ik praatten vaak met elkaar en op een gegeven moment zei hij tegen mij: "Jungske, ik weet dat je niet lang thuis zult blijven. Op een dag is het genoeg voor jou. Dan ga je de wijde wereld in. Ik heb voor jou een bankrekening geopend en daar geld opgezet. Elke week stort ik er iets bij. Dat wat ik kan missen." Ik schoot vol. Klemde me aan hem vast en bezwoer hem dat ik nooit weg zou gaan. Hij duwde me iets van hem af en keek me diep in mijn ogen. "Je weet wel beter, jungske!" En ja … dat wist ik. Die mishandeling was voor mij het breekpunt. Ik wilde niet thuisblijven en hij had dat heel goed aangevoeld. Hij liet me beloven dat ik altijd contact zou blijven houden met hem. Speciaal daarom had hij die telefoon laten aanleggen. En … dat heb ik gedaan. Zodra ik van plan was ergens een aantal dagen of langer te blijven, belde ik hem op en gaf hem een telefoonnummer door, zodat hij ook met mij kon bellen. Als ik weer verder ging, vertelde ik hem dat ook. Altijd als ik weer belde, hoorde ik de blijheid in zijn stem. De avond dat ik wegging was mijn moeder bezig met iets in de kerk. Ik ging naar mijn broer en liet hem mij beloven dat als er iets met Pa zou gebeuren hij mij zou bellen. Ik gaf hem aan waar mijn telefoonnummer lag: de bovenste la rechts in het bureau in de werkplaats. Dat had ik ook met mijn vader afgesproken. Toen ging ik weg. Mijn vader reed me naar Luik. Daar had hij een eerste logeeradres voor mij geregeld. Hij had gedaan wat hij kon voor mij. Toen eind jaren negentig de mobiele telefoons op de markt verschenen, kocht ik er meteen een. Geen gedoe meer met veranderende telefoonnummers voor mijn vader. We konden elkaar altijd bereiken en deden dat ontzettend vaak. Toen hij ernstig ziek, longkanker, in het ziekenhuis werd opgenomen, belde Ger me. Ik kwam terug. Was die laatste dagen bij hem. Zorgde ervoor mijn moeder niet te treffen. Werd daar handig in. In de nacht dat ik overleed waren Ger en ik bij hem.' Hij brak. De tranen stroomden hem over zijn wangen.

Trees trok hem tegen zich aan, bood troost, maar hield het zelf ook niet droog.

'Hij was een goede vader,' bracht Cas snikkend uit. Hij droogde zijn tranen en keek om zich heen. Het was een slagveld: iedereen was aan het huilen. Nooit zijn bedoeling geweest, maar het was goed. Een teken dat ze met elkaar verbonden waren. 'De uitvaartdienst kon ik niet meemaken. Toen zij me zag, ging ze door het lint. Hysterisch was ze. Ik ben weggegaan. Ger belde me ook toen zij slecht was. Dit keer kwam ik niet terug. Ik bleef waar ik was. Ger heeft alle spullen van hen opgeslagen en pas toen ik terugkwam toen … hebben we dingen verdeeld. Jaren later kwam ik wel terug en dat om me definitief weer in dit kleine, o zo mooie land te vestigen. Ik ontmoette de vrouw van mijn broer, ik ontmoette Ben. Beiden had ik heel even gezien toen ik terug was voor mijn vader. Je was nog heel klein, Ben. En nu … heb ik alles wel gehad, volgens mij.'

'Ik heb een foto gezien van de dag dat mijn moeder haar diploma kreeg. Jij staat daar niet op.'

'Klopt. Ik ben weggegaan nadat ik mijn laatste examen had gemaakt. Heb die diploma-uitreiking niet afgewacht. Mijn diploma gekregen van Ger, die hem had bewaard voor me, toen ik weer definitief terug was.' Hij zuchtte. 'Er zijn nog heel veel dingen die ik vergeten ben te vertellen. Na dat voorval met mijn moeder, veranderde ik. Werd stiller. Niet meer zo rebels. Was graag op mezelf. Hielp anderen als ik kon, maar was niet op de voorgrond. Stopte met roken en drinken, ging niet meer uit met vrienden. Al het geld dat ik verdiende zou ik nodig hebben. Die verandering heb jij ongetwijfeld herkend, Trees.'

'Ja. Het was duidelijk. Toen je na die twee weken weer op school kwam, was je ineens anders.'

'Nog één ding ter afsluiting. Ik ben een zwerver geweest. En nog steeds … voelt dat zo voor mij. Ik … heb moeite om me ergens te vestigen. Het voelt voor mij alsof ik nog steeds niet geland ben. Mijn eerste woning, een flat, verliet ik toen ik bij Ben en Ger introk. Later kocht ik mijn eigen huis. Dat moet nodig opgeknapt worden, maar … ik begin er nooit aan. Het … nou ja … ik weet het niet.'

'Je kunt niet alles uitleggen, wat er in je leven gebeurt,' meende Suus. 'Dingen gebeuren om ons heen en daar hebben wij totaal geen invloed op. We lopen ons pad, zonder dat wij ons doel kunnen bepalen. Dat doel … misschien komt het in zicht, en wellicht ook niet.'

'Wijs, Suus. Heel wijs. Maar … het lopen op dat pad vind ik wel ontzettend fijn. Dat dat straks officieel samen met Trees gaat worden, is zo ontzettend mooi! En niet alleen met haar. Maar ook met jou Hugo, met jou Ben, met jou Sjeng, met jou Truu, met jou Suus. Een familie.'

Het klonk mooi, zo vond Sjeng. Maar hij had wel zijn twijfels. 'Euhh … sorry hoor … maar … weet jij meer dan ik, Cas?'

'Hoe bedoel je?'

'Heb jij informatie gekregen van Matthieu? Is er al iets bekend, iets geregeld?'

'Nee. Nog niet. Woensdagavond heb ik hem gebeld. Alles in zijn handen gelegd.'

'Maar waarom wil je dat weten, Sjeng?'

'Nou … het voelt heel erg goed dat inclusieve van Cas, maar … ben ik daar werkelijk deel van?'

Even wist Cas niet wat hij moest zeggen. De twijfel die Sjeng voelde, begreep hij heel erg goed. 'Een stemmetje … ergens in me … klinkt vaag, ik weet het … maar dat zegt me dat het goed gaat komen. Ook voor jou, Sjeng!' Hij zag dat de jongen begon te huilen. Hij stond op en liep naar hem toe. 'Kom, ga staan! Ik help je! Ik ga mijn armen om je heen slaan, omdat jij bij mij hoort. Dat was me al duidelijk toen ik met jou in het ziekenhuis was en jij die mevrouw aan de balie duidelijk maakte dat ik met jou naar binnen zou gaan. "Niemand anders," zei je. Dus … sla ik mijn armen om je heen, omdat jij bij me hoort. Als ik te hard knijp, moet je dat zeggen! Oké?'

Sjeng zou niets zeggen. Ook al zou Cas hem zowat platdrukken, hij zou niets zeggen. Alleen maar genieten van dat warme, intense gevoel van erbij horen.



Hoofdstuk 17

Een tijdje werd er nog gepraat over het nieuwe geluk voor Cas en Trees. Hugo had zich hardop afgevraagd of Cas nu zijn nieuwe vader zou zijn. Het antwoord van Cas was duidelijk geweest: "Als je maar niet, pa, of pap, of paps of zo gaat noemen!" Het gezicht dat hij daarbij had getrokken, had bij Trees op de lachspieren gewerkt, en … zoals vaker gebeurt … als er één begint te lachen, dan volgen er meer.

Suus vroeg of zij deze bijzondere kerstnacht mocht afsluiten. Ze keek rond en zag nergens iemand die bezwaar had. Dat had ze ook niet verwacht. Iedereen had hier in de groep zijn zegje kunnen doen. Hoewel zij en Truu niet echt iets uit hun eigen leven hadden gedeeld, waren er momenten geweest waarop zij zich hadden laten horen. En zo was het goed. 'Ik … wil benadrukken dat ik heel erg blij ben met zoveel ontzettend mooie mensen die bij mij horen. Ik zou graag willen dat we allemaal gaan staan.' Ze wachtte tot iedereen in de benen was gekomen. Hugo was naar Sjeng toegegaan om hem te helpen, maar ze zag dat hij maar weinig hoefde te doen. 'Het is mijn bedoeling om een grote kring te maken. Dus laten we daarvoor straks de ruimte opzoeken. Ergens … ' en ze wees het aan '… daar tussen de woonkamer en de eettafel. Voor de kerstboom. Als we daar dan zijn geven we elkaar een hand. Die grote kring is bedoeld om aan te geven dat we zoveel mogelijk van deze prachtige aarde willen omvatten en insluiten. Maar … overdrijf het niet! Zorg ervoor dat er niet te veel spanning om je armen komt te staan, want anders bezorg ik je spierpijn en dat wil ik niet op mijn geweten hebben. En … iemand moet even heel dicht bij Sjeng aan zijn rechterkant gaan staan.' Ze zag dat Hugo zich meteen aanbood door zijn hand op te steken. 'Prima, Hugo, dan zorg jij voor de verbinding met Sjeng.' Als een echte dirigent verwees ze haar kudde naar de ruimte die ze eerder aangewezen had. 'Ja. En geef elkaar nu een hand.'

Hugo legde zijn linkerarm om de middel van Sjeng, keek hem even aan en knipoogde.

Sjeng glimlachte naar hem.

'We zijn verbonden met elkaar. Samen zijn we deze kerstnacht ingegaan. Ben heeft in de tuin bij Sjeng het kerstvuur ontstoken. Zijn licht laten schijnen, zijn verhaal verteld. Truu weet er inmiddels van. Ik heb het haar uitgelegd. En na Sjeng namen er meer mensen het woord, lieten ze het licht schijnen op hun werkelijkheid, heden of verleden. De verhalen regen zich aaneen, als het ware. Het waren verslagen van diepe duisternis soms. Echte ellende die het leven van jullie zo donker heeft gekleurd op bepaalde momenten. En … en toch … was er ook licht. En dat brengt me dan naar de kerstnacht zoveel jaren geleden. Ik ga eraan voorbij of het echt gebeurd is of niet. Maar in die donkere nacht is het vast niet zo romantisch geweest als vaak wordt verbeeld. Als vrouwen vroeger een kind kregen, dan was er nu altijd hulp aanwezig. In die tijd waren dat vrouwen die je kende. Vriendinnen, buurvrouwen. Maria stond er echter alleen voor. Natuurlijk was Jozef er … maar hij was een man en … niets ten nadele van dat geslacht … maar voor sommige taken zijn ze niet zo goed toegerust. En bovendien … ik heb menig aanstaande vader later vaak horen zeggen dat ze zich enorm onmachtig hadden gevoeld op het moment van de bevalling, omdat ze helemaal niets konden doen. Dat er verdriet, vertwijfeling was, omdat ze zagen hoe hun vrouw, vriendin, pijn leed en zij … waren onmachtig er iets aan te doen. De os en de ezel dienden meer voor de decoratie dan dat Maria er steun van kon verwachten. Een kind baren, helemaal alleen in je eentje moet vreselijk zijn geweest. Donker. Duister. De herders lagen in het veld. Ze hadden een zwaar beroep. Het waren geen "de herdertjes lagen bij nachte". We hebben het teveel geromantiseerd. Ze sliepen buiten bij hun schapen. Hielden ongetwijfeld om beurten de wacht, omdat er gevaar dreigde in het donker. In het duister. En ineens … nou ja … ik heb zelf een kind gekregen en dat ging bepaald niet gemakkelijk … maar … het kind in de stal werd geboren. De duisternis bij Maria verdween, want zo werkt het vaak. Als het kind er eenmaal is, dan voel je als vrouw vooral vreugde. Maar niet alleen maar dat hoor! Er zijn ook nog de ongemakken die zich laten gelden. Maar bovenal is er die vreugde. Ineens … de zorgen bij Jozef die het zo donker voor hem maakten, want hij was natuurlijk vreselijk bezorgd om Maria, verdwenen. En ineens … werd die donkere nacht, in het veld bij de herders, doorbroken door het licht en het lied van een engelenkoor. En … zo voelde het voor mij ook, toen ik jullie verhalen hoorde. Er was soms ineens licht. Het werd al lichter voor sommigen toen ze besloten om dat te delen waarop ze geen licht hadden laten schijnen. Waarmee ze het zo ontzettend moeilijk hadden. En ja … ik weet het … het blijft soms nog enorm moeilijk.' Ze keek haar naar haar kleinzoon. Moest zich even verbijten, toen ze zijn brede glimlach zag. Ze keek naar Sjeng en zag ook bij hem een glimlach. 'Voor niet alles is er een oplossing gekomen. Maar … jullie hebben, met elkaar, wel licht gebracht in het donker. En dat … dat is onze taak in het leven, tenminste … zo zie ik het. Het is onze opdracht om licht te brengen in het donker. En … als je een leuke groep om je heen hebt, zoals wij dat hier met elkaar hebben, dan … als jij licht brengt in jouw donker, dan schijnt dat licht ook voor anderen. Hier zag ik dat deze kerstnacht gebeuren. Ben stak het lichtje aan. Gaf het door aan Sjeng. Die zorgde ervoor dat Hugo op de praatstoel wilde gaan zitten. Hugo vroeg Trees om het licht verder te dragen. En na Trees was het de beurt aan Cas om zijn licht te richten op een gedeelte van zijn leven.' Ze zuchtte. 'Liefde, dat is wat ik ontzettend veel heb gevoeld deze nacht. We waren er voor elkaar. We huilden samen. Boden troost aan elkaar. Hebben gelachen met elkaar. Samen … dat is zo goed! Voelt zo … heilzaam! Dank jullie allemaal voor dat wat jullie hebben verteld. Dat jullie je licht hebben laten schijnen. En ja … onzekerheid zal er nog zijn. Maar … met elkaar kunnen we ook dat aan! Daar ben ik van overtuigd! Zolang we maar niet vergeten, dat we er nooit alleen voor staan. We vormen met elkaar een gezin, een familie en daar … daar komt helemaal niemand tussen! Bedankt dat jullie naar mij hebben willen luisteren.'

Lucky Eye
Berichten: 190
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 16:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 222 keer
Bericht Re: BRENG LICHT IN HET DONKER door Lucky Eye » vrijdag 25 december 2020 06:35

Hoofdstuk 18

Het wassen of douchen werd door iedereen overgeslagen. De tanden werden wel gepoetst, maar toen dook toch echt iedereen zijn bed in. De jongens lagen met z'n drieën op een kamer. Drie matrassen op de grond, omdat niemand boven in het stapelbed had willen liggen. Dicht bij elkaar was gezelliger. In bed gelegen, werd er nog wat gepraat. Maar Hugo merkte dat zijn gesprekspartners al snel verdwenen waren. Logisch ook. Hij draaide zich op zijn zij en was weg.

De oma's deelden ook een kamer. Ook daar werd nog gepraat. Nog even haalden ze dingen op aan de nacht die al spoedig zou veranderen in ochtend.

Trees en Cas sliepen voor het eerst samen in één bed. Ook als dat aanzoek van Trees er niet was geweest, zouden ze dat hebben gedaan. Een vierde slaapkamer was namelijk niet aanwezig en deze had nou eenmaal een tweepersoonsbed. Voor het eerst sliepen ze hand in hand in.


* * *


'Jah … jah … ' bromde Cas toen hij zijn telefoon hoorde zoemen. 'Shit!' Meteen was hij klaarwakker, pakte het toestel op en keek naar het scherm. Wie belde er nou om … 06:48 … hij tikte op de groene toets en fluisterde dat degene aan de andere kant even moest wachten. Hij stapte uit bed, liep naar de stoel in de hoek van de kamer, pakte zijn kleren op en liep daarmee de slaapkamer uit en de trap af naar beneden. Pas in de hal liet hij weer van zich horen. 'Matthieu? Waarom bel je op zo'n … '

'Sorry hoor, maar ik dacht dat jullie wel wat goed nieuws konden gebruiken. En ja … ik ben nou eenmaal vroeg op altijd. Het is prachtig hier in de dal. Nog heel donker. De sterren staan te flonkeren aan de lucht. De ochtendster is bijna te zien.'

'Tja … prachtig hoor, maar … '

'Hoe is het weer bij jullie?' Hij keek raar op zijn neus toen hij een flink bonk hoorde. 'Wat doe je!'

'Iets stoms. Ik viel ondersteboven. Probeerde m'n broek aan te trekken, maar was wat onhandig.'

'Wel goed wakker zeker nu!'

'Ja. Euhh … ik loop even de woonkamer in.' Nog niet helemaal aangekleed ging hij naar binnen en schrok. De oma's zaten bij de open haard te eten. Hij wilde zich verontschuldigen, maar Truu kapte dat meteen af.

'Ach, jongen! Beiden hebben we wel vaker een man in niet geheel geklede staat gezien, hoor! Dus kom gewoon binnen en doe wat je wilt doen.'

Hij wees op zijn telefoon en liep naar de raam aan de kant van de tuin. 'Wat is er aan de hand, Matthieu?'

De oma's waren er meteen met de aandacht volledig bij.

'Goed nieuws. Ik liep zo-even het huis uit en trof bij de weg een koerier op een motor. Hij overhandigde mij een enveloppe, nadat ik hem mijn identiteitskaart had laten zien. Ik zal je een korte samenvatting geven.' Omdat er geen reactie kwam, vroeg Matthieu of er nog geluisterd werd.

'Ja. Ben er nog, alleen even wat onthutst. Een koerier op eerste kerstdag? Zo vroeg?'

'Alles kan, waarde vriend. Dit is wat er in het kort instaat.'

Cas luisterde en des te verder Matthieu kwam, des te breder zijn glimlach werd. Dit was prachtig nieuws! 'Wauw! Dit is een doorbraak, Matthieu!'

'Ja. Een heel goed uitgangspunt om het goed voor elkaar te krijgen. Ik ga ermee verder straks en neem zo snel mogelijk weer contact met je op. Mocht je iets leuks gaan doen, vergeet dan in elk geval je telefoon niet mee te nemen. En ik heb ook nog goed nieuws voor Ben en jou. Heb veel gelezen. Bij veel collega's rondgevraagd en allen zijn het erover eens: geen enkele rechter zou de wensen van jouw broer met betrekking tot Bens verhuizing naar de Verenigde Staten in de komende zomervakantie goedkeuren. Ben is dan zeventien en voor dat ene jaar, want een jaar later is hij al meerderjarig, zal niemand dat doen. Kijk … tweemaal goed nieuws voor jullie! En dat al zo vroeg op de dag.' Een reactie bleef uit. 'Ben je er nog?

'Ja. Ben even helemaal sprakeloos. Compleet van m'n stuk gebracht.'

'Met dat eerste ga ik verder als mijn ochtendwandeling erop zit.'

'Maar … heb jij geen kerstverplichtingen vandaag?'

'Echt wel, maar … ik kan niet de hele dag alleen maar eten en gezellig zijn, hoor! Dat lukt me niet. Af en toe trek ik me gewoon even terug en in die rustige momenten, ga ik dingen uitzoeken. Doe je de groeten aan alle anderen?'

'Ja. Maar … er is nog iets dat je mag weten.'

'Wauw! Dat is mooi, man!' reageerde Matthieu verrast, nadat Cas uitgesproken was. 'Geeft mij ook weer nieuwe … euhh … ik ga het uitwerken. En … nee laat maar. Eerst moet ik het uitwerken. Veel plezier vandaag. Doe je de groeten aan iedereen?'

Cas beloofde het hem en verbrak de verbinding. Hij legde de telefoon neer en werd meteen bestookt met vragen. 'Ho, dames! Ik ga me eerst even aankleden. Dan ga ik wat te eten maken en dan kom ik bij jullie zitten.'


* * *


Eén voor één werden de jongens wakker. Ben het eerst. Eerst bleef hij rustig liggen. Het leek alsof het nog steeds donker was buiten. Kwam het door de gordijnen, of zou het nog steeds sneeuwen. Hij kroop onder het dikke dekbed vandaan, liep naar het raam en deed het gordijn iets opzij. Aan het sneeuwen was nog steeds geen eind gekomen. Er lag al een behoorlijk pak.

'Sneeuwt het nog steeds?' klonk het slaperig en krakerig uit de mond van Sjeng.

'Ja. Als dat zo doorgaat, raken we ingesneeuwd hier.'

'Echt?'

'Nee, joh! Ik maak maar een grapje.'

'Zo vroeg op de morgen al!' werd de derde wakker.

'Ja. En ik ben nog wel degene met het ochtendhumeur! Maar vandaag niet. Vandaag … ach … ik weet het niet … ' verzuchtte Ben. 'Als je zo naar buiten kijkt … dan lijkt het alsof er helemaal geen problemen zijn. Alles is zo … zo mooi wit. Zo … '

Als het zo mooi was, en het er zelfs voor zorgde dat Ben geen ochtendhumeur had, dan wilde Sjeng het zelf ook zien. Heel voorzichtig, bang dat de spierpijn zich weer flink zou laten gelden na een periode van slaap, kwam in beweging. En … verrek … het ging goed! Het lukte hem om helemaal alleen in de benen te komen.

'Dat ging goed, zeg!' prees Ben hem.

'Ja. Gelukkig wel.' Hij voegde zich bij hem en ja … hij kon zich … tja … hoe zeg je zoiets … het welbehagen? ... kon het beter op kerst? Hij kon zich Bens stemming helemaal voorstellen. Het was buiten ontzettend mooi. 'Is dat Cas!'

'Ja! Hij is aan het wandelen geweest.'

Ook Hugo stond inmiddels bij het raam. 'Ja! Malloot! Wie doet nou zoiets!'

'Hij! Prima toch!' meende Ben.

'Het moet hartstikke koud zijn, man! Hier bij het raam is het al koud!'

'Trek dan ook eens gewoon een pyjama aan in bed. Dan heb je het ook niet koud!'

'In bed had ik het niet koud, rotjoch!'

'Hé, ophouden jullie!' wees Sjeng zijn kamergenoten terecht. 'Het is kerst en dan hoor je je te gedragen!'

'Twee hele dagen per jaar?' grapte Hugo.

'Geloof me, Sjeng, met hem is soms geen land te bezeilen.'

'Geloof me, Sjeng,' aapte Hugo zijn vriend na, 'met Ben is vandaag wel een land te bezeilen.'

'Niet grappig, Hugo. Slaat ook nergens op, trouwens.'

'Kom laten we gaan zitten. Ik wil mijn dekbed ver over me heentrekken voor ik bevries.'

'Waarom?' wilde Sjeng weten.

'Omdat ik het koud heb!'

'Nee! Dat niet! Waarom moeten we gaan zitten! Waarom kunnen we niet naar beneden gaan!'

'Omdat we nog wat te bepraten hebben. En dat in klein gezelschap, zonder de anderen erbij.'

'Oh ja,' bromde Ben.

Sjeng had ook een idee waar het over zou kunnen gaan. Maar hij vond het niet echt een leuk gespreksonderwerp. Het voelde voor hem vreemd. Bovendien … kon hij het fout hebben. Toch liep hij achter Ben aan terug naar hun matrassen.

Hugo zat inmiddels helemaal ingepakt op dat van hem. Toen de andere twee waren gaan zitten, opende hij met: 'Vannacht hebben we gepraat. Ook ik.'

'Eindelijk.'

'Me niet steeds onderbreken, Ben, want anders komen we nergens! En ik weet dat oma Suus zei dat dat misschien ook niet nodig is, maar … met dit … weet ik dat zo net niet.'

'Moet je duidelijk worden,' vond Ben.

'Ja. Weet het. Maar … dat is best lastig.'

Sjeng voelde zich iets beter ineens. Als Hugo het ook niet makkelijk vond, dan … ja … dan voelde dat beter. Hij keek naar het gezicht van Ben en probeerde hem te peilen. Hmmm … lastig …

'Laat ik dan maar beginnen,' sprak Ben. 'Jij had het erover dat je verliefd was op mij. Ik ben dat nog steeds op jou. Heel mooi. Maar jij gaf aan dat er een nieuw probleem was ontstaan en dat het voor mij ook zo was.'

Ineens wist Sjeng het weer. Die rare keuze die Hugo Ben geboden had: "Ja of ja."

'Het gaat om jou, knakker!' kwam Hugo ineens direct uit de hoek.

'Oh!' Dat had Sjeng niet aan zien komen. Maar uit het veld geslagen was hij evenmin. 'Moet je me wel uitleggen hoe je dat bedoelt, want ik snap het nog niet echt.'

Hugo zuchtte. Tja … hoe begin je zoiets.

Ben was meer kordaat. 'Wij bedoelen dat … we jou allebei heel erg leuk vinden. Toen ik je voor het eerst zag en ik je een hand wilde geven, voelde het voor mij meteen heel erg goed.'

'Oww.'

'Mij verging het precies zo,' vulde Hugo aan. 'Je maakte indruk op me. Enorme indruk en … als zoiets gebeurt, dan … wordt ik vaak druk. Verlies ik even het evenwicht, laat ik het maar zo zeggen, en moet ik mijn best doen dat weer te herstellen.

'Oké. Nou … voor mij was het ook zo. Ik … was twee keer echt van mijn stuk.' Hij begon te lachen. 'En nu zitten we met z'n drieën te schutteren hier.'

'Ja. Omdat het toch wel vreemd is, nietwaar?' gaf Ben aan. 'Zeker toen je die laatste vraag stelde voor we naar binnen gingen.'

Sjeng wist die vraag nog maar al te goed en het antwoord des te beter. 'Ja … ik … wilde die gewoon stellen. Wilde weten of … nou ja … '

'Je daagde me uit. Toch?'

'Ja.'

'En ik was eerlijk.'

'En achter de deur hoorde ik zowel vraag als antwoord.'

'Als je het al wel wist, waarom begin je daar dan niet mee!' reageerde Ben heftig.

'Een gesprek afluisteren is niet netjes!'

'Deed je het expres dan?' wilde Sjeng weten.

'Nee. Het kwam toevallig zo uit dat jullie … nou ja … jullie kwamen net terug en ik wilde jullie ophalen. Toeval.'

'Bestaat niet volgens je moeder.'

'Ik weet het. Maar wat is het dan wel?'

'Don't know.'

'Wat bedoel je daar nou mee, Sjeng!'

'Iets wat mijn moeder vroeger vaak zei als ik met een vraag kwam en zij het antwoord niet wist.'

'In het Engels nog wel?'

'Ja. Het was een uitspraak van een zenmeester. Leerlingen vanuit de hele wereld kwamen naar hem toe met hun vragen en vaak kregen zij dit antwoord van hem.'

'Maar daar schiet je dan toch niets mee op!' merkte Hugo gepikeerd op.

'Nee.'

'Maar dat is ook de bedoeling. Of niet, Sjeng!'

'Ja. Dat is de bedoeling. Ik denk dat hij wilde zeggen, ga niet af op mijn mening, op mijn antwoord, maar …zoek het zelf op, zoek het zelf uit.'

'Wauw … en dan is zo'n stom antwoord ineens heel erg wijs,''

'Ja, Hugo, en dus is het niet een stom antwoord,' meende Ben te moeten zeggen.

'Je begrijpt wel wat ik bedoel!'

'Ja … en ik ook inmiddels wat jullie beiden bedoelen,' was er Sjeng een licht opgegaan, 'En als jullie het niet gewoon gaan zeggen, dan doe ik dat wel. Natuurlijk praat ik vanuit mezelf. Iets anders kan ik niet. Ik ben in die heel korte tijd dat ik jullie nu ken verliefd geworden. Niet op de één, niet op de ander, maar op jullie beiden. Dat voelt ontzettend raar. En tegelijkertijd weet ik absoluut niet wat dat is: verliefdheid. Wat is verliefdheid? Hoe voelt het om verliefd te zijn? Ik heb het nog nooit eerder gehad. Geen vergelijkingsmateriaal. Totaal nieuw. En … hoe kan ik nou van twee tegelijkertijd houden! Dat maakt dingen ontzettend … moeilijk. Dus … ja goed idee, Hugo, om daar met elkaar over te praten … tenminste,' toch ineens die twijfel weer, 'als ik het bij het rechte eind heb, dat dit ook voor jullie geldt.'

'Voor mij wel.'

'Idem dito.'

'Kun je dat niet gewoon zeggen!'

'Kop dicht, Hugo! Probeer nou eens een keer serieus te zijn en niet overal op in te hakken meteen.'

'Zeg! Allebei ophouden, want anders ga ik er een scheidsrechter bijhalen! De oma's bijvoorbeeld.'

'Nee!'

'Nee!'

'Dus … redden jullie het met mij, zonder elkaar steeds aan te vallen?'

'Een gewoonte.'

'Ja. Niet meer dan dat.'

'Maar wel vervelend! Soms dan.' Hij kon niet anders dan glimlachen. Soms was dat gekibbel gewoon heel erg leuk.

'Je vind het best leuk, dus!'

'Ja, dat valt mij nu ook op!'

'Ach … jongens … ja, ik vind het leuk … maar … nu even niet. Ik weet niet wat ik aan moet met dat gevoel van mij en … vraag jullie om hulp. En bovendien hebben jullie nog steeds niet op mijn verklaring gereageerd.'

'Wat had je ook alweer gezegd?' vroeg Hugo, waarna hij in lachen uitbarstte.

'Nondedju! Stop nou met die onmogelijke act, stelletje clowns!'

'Ja, Hugo, stoppen nu!' Ben wist wanneer het genoeg was. 'Tijdens dat praten van Hugo vannacht stelde hij mij een vraag die voor iedereen als onmogelijk moet hebben geklonken. Dat "Ja of ja" als antwoordmogelijkheden van hem, was voor mij niet onduidelijk. Bij de deur, vlak voor we naar binnen wilden gaan, heb ik je iets gezegd. Misschien niet in deze precieze woorden, maar … als die hopeloze verliefdheid er niet was, dan zou ik verliefd op jou kunnen worden. Toch?'

Zijn stemvermogen werkte even niet en daarom knikte Sjeng alleen maar.

'Die hopeloze liefde is er niet meer. Hugo vertelde dat hij verliefd op mij is. En … ik ben het ook op jou.'

'Maar … is dat dan niet hopeloos te noemen?'

'Nee,' begon Hugo zijn mening te verwoorden. 'Het is alleen maar een enorme uitdaging. Eentje die niet gemakkelijk zal zijn, maar ik loop er niet voor weg. Ik ben Hugo, ik ben homo, en verliefd op twee heel mooie jongens tegelijkertijd.'

Ben was onder de indruk van dat wat zijn vriend had gezegd. Het was simplistisch, maar juist daarom misschien ook zo ontzettend indrukwekkend. En daarom kopieerde hij diens tekst bijna volledig, door te zeggen: 'Ik ben Ben, ik ben homo, en verliefd op Hugo en Sjeng tegelijkertijd.'

Het eerste wat in Sjeng opkwam om te antwoorden was: Ik ben Sjeng en ik snap helemaal niets van verliefdheid. Want … zo voelde het nog steeds voor hem. Het was verwarrend. Nog steeds niet duidelijk. En daarom bedacht hij zich ook niet, maar gooide zijn eerste ingeving er ook zo uit, om af te sluiten met: 'En nu? Wat komt er nu?'

'Tja … ' Hugo had willen beginnen, maar viel stil.

Ben was nog in gedachten. Hij probeerde dingen op een rijtje te krijgen. Zou een poging wagen om het hopelijk duidelijker te maken voor Sjeng. 'Voor mij … en ook ik kan alleen maar uit mezelf spreken, meer is niet mogelijk, voor mij is verliefdheid een machtig mooie manifestatie.'

Hugo vond het laatste woord onduidelijk. Precies zoals Ben soms was, maar hij was verstandig genoeg om dit keer zijn mond te houden.

'Een … overweldigend … gevoel. Laat ik het daar op houden. Het … gaat niet alleen maar om het seksuele. Dat speelt natuurlijk ook een rol, maar … als ik honderd mag worden, zal ik nog steeds verliefd zijn op jou,' en hij wees eerst op Sjeng en toen op Hugo wees. 'Of we dan nog in staat zijn om seks te hebben is afwachten. Misschien zijn we dan allemaal wel zo verrekte stram van de … nou ja … wat je allemaal kunt krijgen als je ouder wordt … dat seks helemaal niet meer leuk is. Dat het zoveel energie kost, dat … we dat gewoon niet meer kunnen opbrengen. Maar … die verliefdheid … dat verliefd zijn … dat wil ik erin houden! Dat enorme … dat zal blijven. Ben ik duidelijk voor jou, Sjeng, of … of heb ik het alleen maar nog moeilijker gemaakt?'

Sjeng zuchtte. Verliefdheid was dus een gevoel. Een manifestatie, zoals Ben had aangegeven. Hij had het heel mooi gezegd. 'Maar … kan het zijn dat die verliefdheid voor de één anders is dan voor de ander?'

'Wil je het uitleggen?' vroeg Hugo heel rustig en kalm.

'Toen ik Ben zag vond ik hem meteen heel erg mooi. Toen hij me rondleidde in het huis, kreeg ik een inkijkje wat zijn interesses waren. Hij zei het niet met zoveel woorden, maar ik zag zijn ogen stralen in de bibliotheek – mijn slaapkamer. En ook beneden toen ik een opmerking maakte over zijn vleugel. Interesses die ik deel. Het lezen helemaal. De muziek deels. Ik vind het prachtig om ernaar te luisteren. Gisteravond … ' even was hij in de war met de tijd. 'Ja … dat is juist … Gisteravond ook toen jij je oma begeleidde. Het was zo mooi om jouw vingers over de toetsen te zien gaan. Zo … geen woorden voor.'

'En bij mij?' wilde Hugo, enorm nieuwsgierig geworden, toch wel weten.

'Bij jou was het anders. Was er meteen … sorry dat ik het gewoon zeg … meteen dat lijfelijke. Meteen die seksuele opwinding. Het zorgde ervoor dat ik … '

Hugo reikte met zijn hand naar die van Sjeng en pakte hem beet. 'Zeg het gewoon, Sjeng. Kies jouw woorden.'

'Ik kreeg meteen een erectie. En … vroeg me af … ' hij voelde dat hij begon te kleuren, '… ik vroeg me af of jouw schaamhaar ook rood was. Stom hè?'

'Nee, zo was het voor jou. Op dat moment,' gaf Ben aan. 'En daar is helemaal niets mis mee. Gevoelens kunnen inderdaad verschillen, zoals jij omschrijft. Maar … ik denk dat je ook zult merken dat ze in de loop van tijd, als we elkaar beter en beter en nog beter leren kennen, ook kunnen veranderen.'

Hugo dacht terug aan iets dat zijn moeder over Cas gezegd had en dat mensen mochten veranderen.

'Ja. Dat is ook zo. Gebeurde vannacht al. Ineens merkte ik dat Hugo veel meer was dan alleen maar … die prachtige mooie jongeman die bij mij opwinding veroorzaakte. Je was … ineens ook anders voor mij, Hugo.'

'Laten we dat erin houden!'

'Ja,' verzuchtte Ben, 'je zei het me eerder al, Sjeng. We zijn meer dan één facet.'

'Hé, dat heb ik niet mee gekregen.'

Ben gaf Hugo een korte weergave van dat gesprek met Sjeng aan de keukentafel.

'Ja, mooi gezegd, man! En ik haak daarop in. Diamanten. We zijn als diamanten. Die hebben veel facetten. Iedere keer als je erin kijkt, zul je zien dat de reflectie net iets anders is dan bij het eerdere gedeelte dat je bekeek.'

'Ja. Zo is het helemaal. Bedankt. Het brengt me duidelijkheid. Onze liefde, hoe bijzonder ook, mag er zijn. Ook voor mij.'

'Maar … ik zit nog wel met de praktische kant,' zei Hugo. 'Bijvoorbeeld … hoe leggen we dit uit aan de anderen?'

Er werd zachtjes op de deur geklopt. "Zijn jullie al wakker?" was er te horen.

'Ja, kom maar binnen, Mam!'

'Goedemorgen, jongens!' zei Trees toen ze de kamer binnengekomen was. 'Euhh … hebben jullie tijd om iets te eten? Met elkaar? Euhh … er is goed nieuws.'

'Wat dan?' wilde Ben weten.

'Kom maar naar beneden. Cas kan het beter vertellen dan ik.'



Hoofdstuk 19

De monden vielen open toen Cas het goede nieuws tijdens het eten bracht.

'Echt?' vroeg Sjeng om bevestiging.

'Ja. Je vader heeft bij Matthieu een brief laten bezorgen.'

Hugo was net zo verbaasd als Cas eerder was geweest over tijdstip en datum.

'Het is een soort van verklaring. Hij geeft daarin aan dat wat er gebeurd is in de ochtend van 23 december alleen aan hem te wijten is. Hij bekent daarmee schuld. Geeft ook aan dat hij bereid is om alles te doen om tot een oplossing te komen. Dat hij zich zal schikken naar dat wat jij wilt.'

Sjeng was sprakeloos. Wist totaal niet wat hij moest zeggen. Hij zuchtte diep. Hij voelde hoe zijn oma zijn hand pakte en er zachtjes in kneep.

'Dat is geweldig, Sjeng! Dat is … zo heel erg mooi!'

'Maar … wat nu?'

'Matthieu werk eraan vandaa … '

Opnieuw verbazing bij Hugo. 'Heeft die man geen leven! Werkt hij altijd!'

'Ja. Afwijking van hem,' gaf Trees aan.

'Matthieu is ermee bezig. Ook vandaag. Hij belt terug. Trees? Ik heb hem ook verteld van jouw aanzoek.'

'Prima, toch! Iedereen mag het weten!'

'Maar … ' begon Sjeng opnieuw om ook weer stil te vallen.

'Laat het los, jungske,' raadde Truu hem aan. 'Laat het over aan Matthieu. Hij zal met een pasklare oplossing komen. Een goede manier, zodat jij verder kunt gaan.'

Maar eigenlijk was dat niet wat hij bedoelde. Toch zei hij: 'Ja. Ik laat het los.'

'En dan jij, Ben!'

Ineens voelde Ben dat ernaar hem gekeken werd. Voelde het rot? Nee! Cas had tenslotte gezegd dat er goed nieuws was. En dat kon alleen maar betekenen dat …

'Je zult in Nederland moeten blijven! We raken je niet kwijt!'

Het was geweldig. Het was … zo ontzettend mooi. Hij was even helemaal van de wereld. 'Maar … hoe kreeg hij dat voor elkaar?'

Cas vertelde wat Matthieu hem die ochtend had uitgelegd. De leeftijd van Ben had de doorslag gegeven. Als Ben duidelijk zou maken dat hij absoluut niet naar de Verenigde Staten wilde, en dat hij als hij van zijn vader wel moest na één jaar terug naar Nederland zou gaan, dan zou geen rechter de wens van zijn vader inwilligen.

'Wauw! Deze kerst is echt wondermooi!' Hij keek naar Sjeng. Keek naar Hugo. Keek de anderen aan en voelde dat de glimlach op zijn gezicht alleen maar breder werd.

'Niet zo grijnzen, makker! Anders scheur je je mondhoeken nog uit!' plaagde Hugo hem. 'Maar … ik ben wel heel erg blij dat je kunt blijven!'


* * *


Na de maaltijd liet Sjeng zich naar bed sturen. Ondanks het feit dat hij weinig had gedaan die ochtend was hij toch moe. Kwam ongetwijfeld door de spierpijn die er nog steeds was. Wel had hij het idee dat het beter ging dan eerder. Met aankleden hadden ze hem wel moeten helpen. Geen wonder. Die arm mocht nog steeds niet gebruikt worden. Morgen, had Trees gezegd, zou ze met hem gaan oefenen. Hij keek ernaar uit.

Ook de oma's namen hun rustmoment. Gingen naar hun slaapkamer en probeerden echt te slapen. In het begin praatten ze met elkaar. Beiden waren ze blij dat hun kleinzoons goed nieuws hadden gekregen. Er was hoop. Het zou goed komen, zo had Matthieu aan Cas gezegd. Suus had iets gemist in de brief van Sjengs vader en bracht dat ter sprake. Ze miste een spijtbetuiging. "Dat kun je wel vergeten," had Truu koel geantwoord. "Dat hij dit heeft gedaan is al heel wat. Maar spijt, daar zul je hem nooit over horen."

Tegen vier uur was Bens telefoon gegaan. Op het scherm kijkend, zag hij dat het zijn vader was. Hij nam op, liep meteen de gang in, om zijn jas te pakken en naar buiten te gaan. Hij zag dat Hugo hem volgde. Vond hij goed van hem. 'Hoi, Pap!'

'Hi, Son!'

Meteen voelde Ben zich getergd. De man woonde een paar jaar in Amerika en kwam dan al met dat soort dingen aan zitten. "Hi, Son!" En dat accent! Vreselijk gewoon! Natuurlijk, daar zou hij elke dag Amerikaans-Engels praten, maar … je moedertaal verleer je toch niet zo snel? Als hij keek naar Cas niet in elk geval. Die had heel wat jaren meer in het buitenland vertoefd en had bij terugkomst gewoon normaal Nederlands kunnen praten. 'Prettige Kerst, Pap!'

'Jij ook, Son!'

'Kun je niet gewoon, jongen of zoon zeggen, of mijn naam gebruiken?'

'Sorry, wist niet dat het zo gevoelig bij jou lag.'

'Weet je het nu.'

'Volgend jaar vier je kerst bij mij in de States, Ben!'

Hij had eruit willen gooien dat dat nooit zou gebeuren, maar hield zich in. Aan tafel had iedereen Cas moeten beloven dat het goede nieuws voorlopig binnenskamers zou blijven. En dus beet hij flink op zijn tong.

'Ben je er nog, Ben?'

'Ja. We zijn in Tegernsee, Pap,' ging hij verder alsof hij de opmerking van zijn vader niet had gehoord. 'Het is hier hartstikke mooi. Een dikke laag sneeuw en het sneeuwt nog steeds. Morgen gaan we naar een schaatswedstrijd. Cas en ik als toeschouwers en Hugo, die patser, wil meedoen!' Hij kreeg een stomp. 'Hij kan het goed, Pap! Hangt van de concurrentie af of hij iets kan winnen.'

'Leuk dat jullie het fijn hebben daar. Maar … is het voor jou nog steeds een probleem om hier naar mij toe te komen?'

'Ja.'

'Maar waarom? We hebben het er toch al vaker over gehad!'

Ben explodeerde zowat. Had de man dan nooit naar hem geluisterd! 'Pap, ik woon hier. Ik leef hier. Heb hier mijn vrienden, mijn opleiding, mijn muziek, het conservatorium waar ik na het vwo naar toe wil.'

'Dat alles kun je hier ook krijgen, Son! Amerika is het land van mogelijkheden. Alles kan hier! The Juilliard School is één van de allerbeste conservatoria ter wereld! Daar zou je heen kunnen, Ben! Daar ben ik van overtuigd!'

'Dat is meer dan vier uur rijden waar jij woont vandaan, Pap!'

'We vliegen hier, Son!'

Stom van hem. Hij had zich in de kaart laten kijken. Had het wel degelijk een keer opgezocht. En ja … die stomme Amerikanen vlogen veel te veel!

'Maar allemaal flauwekul, Pap! Nederland heeft mogelijkheden genoeg!'

Hugo probeerde zijn vriend wat te kalmeren. Maakte gebaren in de hoop dat Ben het zou begrijpen. Hij moest zich niet op de kast laten jagen door dat stomme, drammerige gedrag van zijn ouwe heer.

'Niet te vergelijken met … '

'Geen reclame met de Kerst, Pap!' kapte hij zijn vader af. 'Als het aan mij ligt, blijf ik liever hier.'

Gelukkig, dacht Hugo. De kalmte was weer enigszins terug bij Ben, maar het was duidelijk zichtbaar dat hij nog steeds flink gespannen was.

'Ik zou echt heel graag willen dat je hierheen komt, Ben! Eindelijk weer samen met jou!'

'Ja. Lang geleden, hè!'

'Dat klinkt alsof je me iets kwalijk neemt, jongen! En dat is niet terecht! Ik heb ervoor gezorgd dat je heel lang in Nederland kon blijven. Heb ervoor gezorgd dat er iemand was die voor jou zorgde.'

'Dat deed hij uit vrije wil, Pap! Cas … ' Nee. Hij moest het niet zeggen en dus hield hij zich in.

'Ik wil het beste voor jou, Ben!'

'Dan laat je me gewoon hier in Nederland, Pap! Dat is het beste voor mij.'

'Volgens mij kan ik dat beter beoordelen dan jij, jongen! En bovendien … ben je nog minderjarig. Ik beslis voor jou.'

Allerlei weerwoorden spookten door zijn hoofd, maar hij hield ze allemaal binnen. Niet één sprak hij uit. Hij moest rustig blijven. Hugo was hem tot steun. Stond dicht bij hem. 'Oké, Pap. Ik wil het er verder vandaag niet over hebben.'

'Ik kom er binnenkort wel weer op terug, want er moeten dingen geregeld worden.'

'Je doet maar, Pap. Heel fijne kerstdagen! En de groeten aan Ann en haar kinderen.'

'Dank je, jongen. Ik zal het doorgeven. En jij ook de groeten voor allen die bij jou zijn.'

Ben drukte zijn vader weg en liet een putdiepe zucht horen.

'Wat een eikel!' kwam Hugo meteen met een reactie. 'Die man is er zo van overtuigd dat hij gelijk hee… '

'Stop, Hugo! Ik wil het niet meer over hem hebben. Ik wil genieten van vandaag, van de wetenschap dat het goede nieuws van Matthieu goed nieuws blijft en dat niet laten … verdomme, kom even niet op het juiste woord!'

'Hé, ik begrijp wat je bedoelt, man! We laten hem gewoon in zijn sop gaar koken! We weten dat hij geen poot heeft om op te staan.'

Opnieuw klonk de ringtone van Bens telefoon. Het was een lang nummer dat hij niet herkende. Toch pakte hij op. 'Met Ben!'

'Hello, Ben!'

Hij had haar een paar keer gesproken de afgelopen zomervakantie, maar herkende haar stem meteen. In een goed bedoelde poging Nederlands te spreken, waarop hij absoluut geen commentaar zou leveren, wenste ze hem prettige kerstdagen. Het was Ann, de aanstaande van zijn vader. Dat zij Nederlands probeerde te praten, zijn taal, vond hij erg mooi van haar. Het voelde voor hem, alsof zij wel moeite voor hem wilde doen. In het Engels wenste hij haar hetzelfde. Ze vroeg hem of het goed was dat ze verder Engels zouden spreken. Geen punt voor hem.

'Ik hoorde het gesprek tussen jou en je vader. Tenminste dat wat hij zei. En ik begrijp het niet. Spreek geen Nederlands. Had wel het idee dat hij boos werd op gegeven moment. Kun je het mij uitleggen?'

Oké! Dat was lastig. Maar … waarom ook niet. 'Ja. Ik kan het je uitleggen. Heel in het kort komt het erop neer dat mijn vader wil dat ik naar de Verenigde Staten kom om bij jullie te wonen. En … ik wil dat niet. Ik heb hier mijn … ik heb hier alles wat ik wil! Ik wil hier niet weg!'

'Ik begrijp het. Bedankt voor je uitleg. Maar … ik begrijp niet waarom hij mij dan steeds gezegd heeft, dat jij enorm enthousiast was om hier naar toe te komen.'

'Absoluut niet! Echt niet, Ann! Ik wi… ' Hij schoot vol. De tranen liepen over zijn wangen. Verdomme! 'Het spijt me, ik moet even ophangen. Bel zo terug!' Hij tikte haar weg en met een luide schreeuw wierp hij zijn telefoon ver in de tuin.

Hugo was in twijfel. Wist even niet wat hij het eerst of het laatst moest doen. Troostte hij het eerst Ben of redde hij de telefoon. Snel trok hij Ben tegen zich aan en nam hem mee naar het bankje, zette hem daar neer en rende toen naar de plek waar hij de telefoon had zien landen. Meteen pakte hij hem op en schudde de sneeuw er af. Niets aan de hand. De vers gevallen sneeuw was zacht en dat had ervoor gezorgd dat de telefoon niet beschadigd was. Met grote passen liep hij terug naar Ben.

'Stom van me! Het spijt me, Hugo!'

'Hoeft niet! Niet nodig. Ik kan het me goed voorstellen. Heb dat wat zij zei meegekregen. Je vader is een idioot!'

'Nee! Hij is gewoon een vent, een vader, die liegt! En dat is nog veel erger!'

Helemaal begrijpen deed hij het niet, maar dat zou hij niet zeggen. Maar natuurlijk had Ben gelijk en hij kon zich zijn frustratie helemaal voorstellen: een vader die liegt – hij had er ook zo één – was gewoon vreselijk!

'Verdomme! Waarom heeft hij dat zo tegen haar gezegd! Ik … ik wil daar niet heen!'

'Nee. Duidelijk. Maar … ik wil me nergens mee bemoeien, maar maak het haar duidelijk. Geef aan dat je vader haar gewoon iets op de … euh ... nou heb ik daar last van. Weet ik het even niet.'

'Ik begrijp wat je bedoelt, Hugo. En ja … ik ga haar bellen. Bedankt voor het redden van mijn telefoon.'

'Ik ben gek op telefoons, weet je toch!'

Ben haalde het eerdere gesprek terug en tikte op het scherm. Vrijwel meteen werd er opgenomen. Hij maakte Ann heel duidelijk dat hij niet naar de Verenigde Staten wilde.

'Oké, dan is dat duidelijk. Ga ik met je vader praten en wees gerust. Als jij niet wilt, wat ik me heel goed kan voorstellen, blijf jij gewoon daar waar jij je thuis hebt. Daar ga ik voor zorgen. Ga je nog leuke dingen doen vandaag?'

'Ja. We gaan zo uit eten. We zijn in Tegernsee, dat is in Duitsland, waar we een huis huren en de verhuurder heeft ons uitgenodigd.'

'Smakelijk eten dan straks, Ben! En maak je alsjeblieft geen zorgen meer over dat wat je vader wil.'

'Dank je, Ann. Heel hartelijk bedankt.'

'Graag gedaan, Ben. Ik wil mensen gelukkig zien. En daar zorg ik voor! Tot ziens, Ben!'

'Tot ziens, Ann! Hij zag de mededeling "gesprek beëindigd" verschijnen op zijn scherm en haalde opgelucht adem.

'Dit is goed, hè?'

'Ja. Hugo. Dit is heel goed bericht.'

'Kom op dan, man! Lachen!


* * *

Die avond zaten ze bij de familie Müller aan tafel. Naast hen waren er de vier leden van het gezin Müller en nog vier gasten. Natuurlijk was de voertaal Duits. Sjeng vertaalde regelmatig iets voor zijn oma die recepten aan het uitwisselen leek te zijn met de oma in die familie. Ook werd hem regelmatig gevraagd om iets op te schrijven. Wat betreft het eten hoefde Sjeng zich geen zorgen te maken. Zijn oma zat links van hem en mevrouw Müller, die ze Emma mochten noemen, aan de andere kant. Als hij zijn bord al een keer leeg gegeten kreeg, werd die meteen weer gevuld. Uit het vlees – kalkoen en nog iets dat hij niet goed kon herkennen, maar dat wel heel erg goed smaakte – hoefde hij de botjes niet te verwijderen. Zou natuurlijk ook onhandig zijn met die ene arm van hem. Hij genoot met volle teugen van het eten en de gezelligheid aan tafel. Dit was kerst zoals een familie dat vierde.

Pas tegen tien uur gingen ze terug naar hun huis. Het sneeuwen was opgehouden. Moe maar voldaan, ging iedereen ergens zitten.

'Nog iets drinken?' vroeg Trees.

Reacties kwamen er amper. En degenen die wel reageerden, gaven aan helemaal niets meer te willen.

'Laatste berichten van Matthieu,' zei Cas. Dat zorgde ervoor dat iedereen rechtop ging zitten. 'Jouw zaak, Ben, lijkt uit de wereld te zijn met de interventie van Ann. Maar … definitief is dat natuurlijk pas als je vader dat zelf gaat vertellen. Sjeng, wat jou betreft heeft Matthieu alles uitgewerkt. In het kort komt het erop neer dat het ouderschap, het ouderlijk gezag dus, voor jouw achttiende verjaardag zal worden beëindigd.'

'En dat kan?'

'Ja. Matthieu weet wat hij doet. Het gaat erom dat jouw vader het gezag verliest, omdat de rechter dat bepaalt. Jij en je vader zullen hulp die geboden gaat worden om de gerezen problemen op te lossen moeten weigeren. Dan zal de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld worden. Er zal een onderzoek volgen. De raad zal uiteindelijk de kinderrechter vragen om het gezag van jouw vader te stoppen. Zeker gezien de medewerking die jouw vader heeft toegezegd, heeft Matthieu alle hoop dat het goed gaat komen.'

'Oké. Is er iets dat ik moet doen?'

'Het kan zijn dat jij tijdens dat onderzoek gehoord moet worden. Matthieu zal je daarop voorbereiden.'

'Hmmm, dat heb ik liever niet.'

'Ik snap het, lieve jongen,' sprak Truu haar kleinzoon aan. 'Maar je moet verder kijken dan dat ene dat jij liever niet wil. Je moet oog hebben voor de toekomst.'

'Ja. Begrijp het. Denk dat het wel goed gaat komen. Dank je, Ama!'

'Maar … hoe gaat zoiets dan verder?' wilde Hugo weten.

Cas begreep de vraag niet helemaal en vroeg wat hij precies bedoelde.

'Het ouderschap van Sjengs vader stopt. En dan? Hij is dan nog steeds geen achttien. Neemt iemand dat dan over?'

'Ja. De rechter zal het aan iemand anders overdragen. Dat is gebruikelijk.'

'Aan wie?' vroeg Sjeng.

'Matthieu zal onze woordvoerder zijn. Hij zal voorstellen dat Trees en ik dat gaan doen.'

'Echt?'

'Ja.'

'Willen jullie dat?'

'Ja, Sjeng. Dat willen we. Trees en ik hebben dat eerder vanavond al besproken met elkaar.'

'Wij willen dat heel graag, Sjeng. Zo graag dat Cas en ik op heel korte termijn met elkaar zullen gaan trouwen.'

De verbazing werd door bijna iedereen tegelijkertijd geuit.

'Maar waarom zo snel! Kan het niet wat … nou ja,' stamelde Hugo, 'dan hebben we haast geen tijd om iets goed voor te bereiden.'

'Het spijt me, Hugo, maar het meest belangrijke is dat voor Sjeng dingen goed geregeld gaan worden. Matthieu is van mening dat als wij getrouwd zijn, de kans dat wij het ouderschap over hem krijgen vele malen groter is. En dus gaat dat voor. Ik hoop dat je dat zult begrijpen.'

'Ja. Dat doe ik. Natuurlijk doe ik dat. Laat niemand denken dat ik dat niet belangrijk vind. Het was … nou ja … ik wilde wat leuks doen als jullie zouden gaan trouwen en dacht dat ik daar nog heel veel tijd voor zou hebben. Dus niet. Maar … het geeft niet. Echt niet, Sjeng! Jij bent het belangrijkste.'

'En dan nog iets. Morgen hebben we onze uitjes. Die gaan gewoon door. Zondagochtend zullen Suus en Ben optreden in het kerkje hier, zoals ze hebben toegezegd. Maar zodra dat afgelopen is, gaan wij meteen naar huis. Op maandag heb ik een afspraak gemaakt met Matthieu om samen met hem, Trees en Sjeng alles door te nemen. Onze ondertrouw, verplicht in ons land, schijnen we digitaal te kunnen regelen. Hij weet hoe dat moet. Wij niet. Dus … de vakantie zal korter zijn dan we gedacht hadden. Het spijt me.'

'Mijn schuld. Sorry.'

'Hé, had ik het al niet eens gezegd net! Jij bent het belangrijkste, Sjeng! Dus niet zeuren! We gaan zondag gewoon terug, want dat is nodig. Geen discussie. Geen sorry. Geen excuses, of wat dan ook. Gewoon … punt uit!'

Lucky Eye
Berichten: 190
Geregistreerd: zaterdag 07 februari 2015 16:42
Woonplaats: Zwolle
Ontvangen Bedankjes: 222 keer
 

Plaats een reactie

Volgende

Terug naar Lucky Eye

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten