Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Marko Jablan (open)
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

Florian

Voor iedereen te lezen

Plaats een reactie

Bericht Florian door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:09

Florian

Florians leven verandert, wanneer zijn moeder een drastische beslissing neemt. Wat brengt zijn nieuwe leven hem?

Een langzaam en detailrijk verhaal.
© storyline 2003 Paula† en Marko Jablan; © Duitse versie 2009 Katja en Paula†; © Nederlandse versie 2014-2018 Marko Jablan.
Genres: Coming of Age, Sprookje, Epos, Gay Romance
Waarschuwingen: Yaoi-motief, humor, sarcasme, cynisme, clichés


Hier de originele, eerste afleveringen. Inmiddels is Florian af en als e-boek verkrijgbaar.

Marko
Berichten: 237
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 148 keer
Ontvangen Bedankjes: 45 keer
Bericht Florian 001 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:11

„Afrika?“

„Oost-Afrika!“

„Jungle, apen, reuzenslangen?“

„Ethiopië heeft geen jungle, het is meer een woestijnlandschap.“

„Woestijn ... maar dat is toch ... zo ... heet?“

Geen sterk argument en dat weet Florian, maar hij komt zo gauw op niets beters.

„Flori, daar leven kinderen in onvoorstelbare armoede. Ze hebben niet genoeg te eten, geen schoon drinkwater, geen dokter in de buurt en het enige waar jij aan denkt, is ... hitte?“

Zijn moeder kijkt hem verwijtend aan.

„Wil je die kinderen van de honger laten omkomen, omdat jij het te warm vindt? Wil je dat, Florian, nou, vertel eens, wil je dat?”

Waarom kan zijn moeder zoveel makkelijker argumenteren dan hijzelf? Shit, wat voor antwoord geef je op zulke retorische vragen? De verleiding is groot om snel en brutaal met ‚Ja‘ te reageren, al is het tegelijk koud en gevoelloos. Hoe kun je over kinderen met hongerbuiken heen praten? Daar kan niets tegenop.

„Floris!“

Help. Anna Krone heeft zojuist alle stappen overgeslagen, waarmee ze normaal probeert Florian te laten doen wat zij wil. Van Florian via Flori naar kleine Flori en tenslotte Floris. Ze trekt haar lange plooijurk nog een keer recht en gaat voorzichtig naast Florian op bed zitten. Haar zoon kan niet meer om de zichtbare boodschap heen. De stof heeft die typische, Afrikaanse kleuren. De jurk is bruin en rood, heeft een vrolijk effect. Zijn ogen gaan nog verder open als hij de dikke, houten parels aan de lange halsketting ziet.

„Ma!“

„Wat is er?“

„Waarom draaf je altijd tot in het extreme door?“

„Waarmee?“

Ze pakt haar ketting vast, waardoor er geluid van haar polsen afkomt. Flori ontdekt nu de eindeloze rij gouden armbanden, die gezellig tegen elkaar tingelen, en kijkt haar nog een keer aan. De boodschap komt over.

„Ik bereid mij alvast voor op de gebruikelijke dingen in Ethiopië! Dit soort kleding dragen vrouwen daar en ik wil mij tenslotte zo snel mogelijk aanpassen aan de plaatselijke gewoontes. Hoe noem je dat ook al weer? ... Nou ja, ik wil in elk geval niet als rijke vrouw uit het westen overkomen.“

Ze probeert haar ergernis te verbergen.

„Ma, volgens mij heb je teveel films over Afrika gezien. Je weet helemaal niets van Ethiopië. Daar dragen ze toch de tweedehands kleding uit het westen? Of andere kleuren?“

Anna staat op en streelt nog even over de overgedimensioneerde jurk, waardoor de armbanden rinkelen. Geweldig, het is Florian gelukt om zijn moeder boos te krijgen. Dat is een prestatie op zich!

„Natuurlijk heb ik alles over het land en de cultuur en de rest gelezen, bekeken, gehoord. Misschien ken ik nog niet alle namen van de plaatsen of rivieren, weet ik nog niet welke kever je wel en niet kunt eten, maar ik kan je wel verzekeren, Florian, dat die kinderen hulp nodig hebben, daar ben ik van overtuigd. Zelfs als ik daar alleen maar de hele dag water ga halen, dan heb ik toch gedaan wat ik kon om het die arme kinderen wat makkelijker te maken. In elk geval een heel klein beetje.“

Ondertussen is ze bij de deur aangekomen en draait zich nog een keer om.

„Bedankt voor je vertrouwen in mij!“

Dan drukt ze de deurkruk omlaag en verdwijnt.

Is dit het slot? Is de voorstelling voorbij? Valt het doek? Dan was het een geweldig slot en juicht het publiek. Nog een paar fotografen, inclusief grote lenzen en flitslampen, die wat laatste foto’s maken. Ergens in het publiek wordt een beeldje omhooggehouden, een prijs voor de actrice en hoofdrolspeelster. Is het een Grammy of een Oscar? Zijn Oscars voor muziek en Grammy’s voor film? Of is het een andere prijs? Het beeld is in elk geval mooi en Anna heeft de prijs voor drama echt verdiend.

Wat moet Florian hier nu mee? De jongen zucht, laat zich achterover op zijn bed vallen en staart naar het plafond, waar een stokoude sticker van een trouwe, witte teckel hem toelacht. Al drie jaar lang probeert Florian de stomme sticker weg te halen. Tot nu toe is er meer kalk van het plafond losgekomen dan stukjes sticker. Hopeloos welke ideeën jongens van twaalf jaar hebben. Stickers op het plafond plakken. Nu, bijna zes jaar later, begrijpt Florian zelf niet meer waarom hij zo graag die sticker op het plafond wilde hebben.

Als vanzelf dwalen zijn gedachten terug naar het fenomenale vertrek van zijn moeder uit zijn kamer. Ze is gewoon geweldig. Zelfs haar stem werd steeds zachter en begon tenslotte te trillen. Aan haar is echt een actrice verloren gegaan. Ze beheerst elke emotie tot in perfectie!

Een harteloze, achterbakse, gemene zoon is Florian niet, zelfs als het zo lijkt en hij met liefde zijn moeder achter het behang kan plakken, als het nodig is. Of met haar jurk de sticker op het plafond kan camoufleren. Hij heeft alleen een heel klein probleem met zijn moeder. Florian kent haar nu eenmaal veel te goed!

Van alle mensen op de hele wereld, inclusief ondervoede, Afrikaanse kinderen, is er niemand van wie Florian meer houdt. Ze is een fantastische vrouw, die geniet van het leven, gevoelig is, open naar de wereld kijkt, nieuwsgierig, hulpvaardig, grappig en vol liefde. Ze neemt anderen graag op sleeptouw en stort zich vol overgave in elk nieuw avontuur.

Florian is een beetje verslaafd aan haar, al zal hij dat nooit hardop zeggen. Ze hebben alles samen gedaan, doorstaan. Bij zijn geboorte was zij net begonnen met studeren. Zij was eenentwintig en de vader drie jaar ouder. De man kreeg na zijn opleiding gelijk een goede baan als verkoper bij een bank, zodat zijn ouders het op de een of andere manier gelukt is om baby, werk en studie te combineren. Alleen was er geen tijd meer om volwassen te worden.

Toen Florian drie jaar was, zijn zijn ouders gescheiden. Hij bleef bij zijn moeder, want hoe kon zijn vader alleen voor een kleine jongen zorgen? Toen de man naar München verhuisde, meldde hij zich steeds minder vaak. Sinds een jaar of zes, zeven ontvangt Florian nog maar een keer per jaar een teken van leven van zijn verwekker in de vorm van een verjaardagskaart. Desondanks wil Florian geen medelijden. Medelijden heeft hij niet nodig en brengt hem niet verder. Ergens vindt hij het wel oké om alleen met zijn moeder te zijn. Ze zijn heer en meester over hun leven en hoewel het soms chaotisch verloopt, hebben ze heel veel plezier met z’n tweeën.

De laatste verjaardagskaart van zijn vader brengt Florian desondanks uit zijn evenwicht.

„Ik heet Florian!“

Bijna in trance fluistert hij zijn naam. Op de kaart staat ‘mijn liefste zoon Thorsten’ geschreven.

„Yo, geweldig! Had je achttien jaar nodig om je naam te leren?“

Kalle’s sarcasme hoort zelfs een dove zonder gehoorapparaat. Ze zitten in hun keuken, omdat Anna een klein feestje heeft georganiseerd. Niets voor een uitgebreid verslag aan de wereld, gewoon de familie Krone op Florians verjaardag.

Het is een kleine verzameling van aparte mensen, die voor Florian meer familie zijn dan zijn werkelijke familie, omdat ze om elkaar geven en een gevoel van saamhorigheid oproepen. Van afstand gezien is het een groep bonte levenskunstenaars, die Anna en Florian in de loop der tijd hebben leren kennen en van wie ze zijn gaan houden.

Kalle is een soort hippie op leeftijd, dit jaar waarschijnlijk tweeënvijftig lentes jong, die zijn drang naar vrijheid vormgeeft door altijd twee verschillende sokken te dragen.

De beste vriendin van zijn moeder heet Inge. Inge kent iedereen of denkt iedereen te kennen. Af en toe belt ze compleet onverwacht op om te vertellen wie ze nu weer heeft gezien of gesproken. De laatste keer was het de koning van Spanje, die ze in de supermarkt de schappen zag vullen. Waarom een koning als vakkenvuller bijverdient, kon ze weer niet verklaren. Maar ze wist tweehonderd procent zeker, dat het de koning van Spanje was.

Oma is echte familie, Ulla is de moeder van Anna. Waarom je met de achternaam Krone je dochter Ulla noemt, is Florian nooit duidelijk geworden. In elk geval is oma vier keer getrouwd en gelukkig ook weer op tijd gescheiden. In haar eigen woorden is het huwelijk vooral een gezamenlijke complot van liberalen, communisten, royalisten en nationalisten tegelijk. Florian houdt het erop, dat de ex-mannen van oma nogal verschillende politieke overtuigingen hadden.

Naast oma zit Armin, die in zijn vrije tijd sciencefictionfilms naspeelt. Dat wil zeggen, dat hij ook naar zijn werk – softwareontwikkelaar – zilveren laarzen draagt of met lichtgevende zwaarden zijn collega’s achtervolgt. Verder rijdt hij graag motor en was diep beledigd, toen hij voor zijn helm met ingebouwde blauwe lampjes een bekeuring kreeg.

Over Vivienne’s leeftijd twijfelt Florian nog. Sinds zijn tiende vieren ze haar vijfendertigste verjaardag elk jaar opnieuw. Het past bij haar beroep van haute couture ontwerpster, waar ze overigens goed geld mee verdient en net zo veel roem als mannen mee oogst. Hoewel afkomstig uit Sachsen, spreekt ze met een geperfectioneerd Frans accent.

Roland maakt de keukentafel compleet. Zo lang hoort hij nog niet bij de familie. Sinds drie jaar is hij Anna’s vriend, die in hem de enige echte, de ware, de perfecte man ziet. Florian is wat minder lyrisch over Roland. Hij ziet de rustige, sympathieke man met donkerblonde lokken en baard graag langskomen, vooral omdat hij zich tegenover Florian nooit als vader probeert te gedragen en zijn moeder helemaal opleeft bij Roland.

Roland is Anna’s bron van geluk en die bron vertrekt binnenkort naar Ethiopië om daar in opdracht van een universiteit veldonderzoek naar het gedrag van een zeldzame vlieg of mug te doen. Of was het nu een slak of een vrouwtjesolifant? Florian weet het niet meer zeker, wel dat zijn moeder mee wil gaan om tegelijkertijd de halve bevolking van de ondergang te redden.

Florian weet wel, dat hij eigenlijk heel blij voor zijn moeder zou moeten zijn, omdat ze nog steeds verliefd en gelukkig is, maar hij brengt het niet op. Hij kan zelfs niet trots glimlachen als zijn moeder zich verliest in haar mijmeringen, hoe ze de plaatselijke oorlogen kan voorkomen, de kindsoldaten minder soldaat en meer kind wil laten zijn, een ziekenhuis wil bouwen en een bron slaan. Hij heeft haar gevraagd om een foto van de bron met haar ernaast en niet erin. Een echte pessimistisch is hij niet, eerder een realist. Tenminste, wat zijn moeder betreft.

Florian weet hoe snel zijn moeder zich ergens in laat meeslepen en hoe verkeerd dat kan uitpakken. Toen hij acht jaar was, wilde ze dompteur worden omdat ze de dieren zo goed aanvoelde en begreep volgens haar toenmalige vriend. Zodoende leidde Florian drie maanden lang het leven van een circuskind. In dezelfde tijd heeft zijn moeder geprobeerd een kleine, bruine teckel de meest simpele trucs aan te leren. Tijdens een voorstelling eindigde alles in een chaos, omdat de hond er opeens met de aanwijsstok vandoor ging en daarmee trots rondrende met Anna achter zich aan. De mensen vonden het geweldig, dachten aan een goed geoefende grap, maar zijn moeder was enorm teleurgesteld. Dezelfde avond zijn ze nog vertrokken. Naar huis.

Vivienne kan ook meeslepend en overtuigend zijn. Met Florian als model heeft ze Anna geleerd kleding te maken voor alle leeftijden, maten en mensen. Zijn Ma was zo trots op haar creaties, dat Florian zich in alle bochten moest wringen om die mooie, nieuwe, half doorzichtige broek niet op school te laten zien. Dat was vier jaar geleden.

Het nieuwste plan van Anna is blijkbaar haar persoonlijke missie om Afrika te redden. Deze keer gaat alles een stap verder dan meters stof in de woonkamer of hennepplantjes in het bloemperk in de voortuin. Ze gaat echt mee met Roland. Florian weet helemaal niet wat hem overkomt en hoe zijn leven er binnenkort uitziet.

„Jij gaat natuurlijk mee.“

Ma vervangt de verjaardagskaart van zijn verwekker, waar Florian nog steeds compleet verbijsterd naar staart, door een bordje met een groot stuk gebak. Florian merkt nu dat zijn familie ondertussen over de Afrikaanse toekomst praat. Oma schraapt haar keel en haar ogen spuwen vuur.

„Hoe stel je je dat voor, Anna? Moet je zoon zijn eindexamen uitstellen voor een van je bevliegingen?“

Natuurlijk weet Florian dat het onderwerp veel discussie zal opleveren. De reactie van zijn moeder is al helemaal volgens het boekje. Ze staat op, zet haar handen op haar heupen en kijkt haar moeder met dezelfde moordlustige blik aan, die zijn oma ook zo goed beheerst.

„Bevlieging? Mama, dit is anders. Toen ik mijn haren een keer rood heb geverfd, was dat een bevlieging. Maar .... naar Afrika gaan ... het land roept mij.”

Ze heeft zichzelf in trance gepraat en zwaait wild met haar armen om haar woorden nog meer kracht bij te zetten en het werkt. Iedereen kijkt haar aan zonder iets te zeggen. Opnieuw schijnt ze de beste argumenten te hebben gevonden. Oma vindt zichzelf als eerste terug.

„Goed. Mooi. Misschien heb je gelijk. Misschien is het werkelijk je roeping om in de een of andere woestijn aan malaria te sterven.“

Anna’s wenkbrauwen schieten al omhoog en haar armen vormen een kruis. Oma is niet onder de indruk.

„Maar roept het land ook je zoon?“

Florian hoeft niet op te kijken om te weten, dat alle hoofden in zijn richting draaien en slikt. Wil hij werkelijk de school afbreken en ergens in een vreemd land een compleet ander leven leiden? Dit idee vindt hij al moeilijk genoeg om nog verder te denken aan roeping of aantrekkingskrachten. Hij viert, min of meer opgewekt, zijn achttiende verjaardag. Hoe moet hij nu al weten hoe hij zijn leven wil leven, wat het lot nog allemaal voor hem heeft voorbereid en als er iemand ergens al toekomstplannen voor hem heeft, dan had diegene zich wel iets eerder mogen melden, zodat hij nu tenminste zou weten wat hij wil.

Marko
Berichten: 237
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 148 keer
Ontvangen Bedankjes: 45 keer
Bericht Florian 002 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:14

Terwijl hij, met een papieren feesthoedje op zijn hoofd, zijn verjaardagsgebak naar binnen schuift en tegelijkertijd zijn moeder en oma elkaar verwijten maken, dwaalt Florians blik weer af naar de kaart, die zijn verwekker aan ‘mijn liefste zoon Thorsten’ heeft gestuurd. De druk op zijn voorhoofdsholte wordt steeds sterker, zodat hij nog maar de helft hoort van de discussie over zijn toekomst, waar iedereen een mening over heeft. Het kan hem niets schelen, eerlijk gezegd. Langzaam staat hij op en gaat naar buiten, even lucht happen om geen hoofdpijn te krijgen. Zo goed voelt hij zich niet meer. In de tuin groeit alles door elkaar.

„Waarom zou je ingrijpen in de natuur of alles willen veranderen? Dat is toch tegennatuurlijk?“, zegt Kalle altijd, wanneer Florian klaagt over het vele onkruid, waaronder het tuinpad verborgen is. Kalle heeft er een duidelijke mening over, „Ingrijpen of snoeien ... dat is heel slecht voor je aura.“

Florian heeft sowieso het gevoel, dat hij op voet van oorlog met zijn aura leeft. In de tuin gaat hij op zijn vaste plek zitten en staart voor zich uit. Het kost hem moeite om alles op de rij te zetten. De pijn op zijn borst wordt groter en houdt aan, ondanks een paar keer diep in- en uitademen.

„Waarom ben je zo verdrietig, idioot?”, scheldt hij zichzelf uit en blijft zonder antwoord op zijn eigen vraag alleen achter op de bank onder de enorme kersenboom, die in het voorjaar zo mooi bloeit. Misschien komt het door zijn moeder, die voor iedereen een plek in haar hart heeft en daardoor eerst aan anderen denkt in plaats van zichzelf of aan Florian en wat hij zou willen. Of komt het toch door die rare verjaardagskaart van iemand, waarvan hij nauwelijks meer weet, dat de man opnieuw getrouwd is en een nieuw gezin heeft. Florian hoopt, dat hij tenminste de namen van zijn nieuwe kinderen kent.

„Hey, Florian!“

Een bekende stem haalt Florian terug op de wereld. Verbaasd kijkt hij naar de restanten van de bloem in zijn hand om direct zich heel verlegen te voelen. Hoe komt die bloem daar?

„Hallo Jens!“

Florians stem piept, maar dat valt Jens niet op. Florians stem schiet meestal uit wanneer hij met Jens praat. De laatste weet waarschijnlijk niet eens hoe Florian normaal klinkt en komt dichterbij de lage schutting, die de tuinen van zijn ouders en van Florian scheidt. Hij is blijkbaar net aangekomen. Zijn Volkswagen staat op de oprit, ziet Florian. De oprit is overigens niet met berenklauw overwoekerd, dat laat mevrouw Einsele nooit van haar leven toe. Ontspannen leunt hij op het heuphoge hekwerk en speelt met zijn autosleutels in zijn hand. Zijn grote, zwarte zonnebril heeft hij naar boven geschoven, tussen zijn korte, wilde, donkerblonde haar. Met een grijns staart hij naar Florian, die er nog meer verlegen van wordt. Of warm. Jens ziet er gewoon heel erg goed uit.

Florian heeft er geen enkele moeite mee om toe te geven, dat hij homo is en op jongens valt. Vooral op heel goed ontwikkelde jongens, zoals deze voor hem, die nog steeds naar Florian staart. Zijn grijns gaat over in een lach en Florian kost het moeite deze blik te weerstaan.

„Jullie vieren jouw verjaardag?“

Hij glimlacht. Florian voelt opnieuw zijn borstkas, maar nu zonder pijn. De glimlach laat zijn hart weer normaal slaan en dat is goed. Hoe weet Jens Einsele, Florians geheime jeugdliefde sinds zijn dertiende, wanneer hij jarig is?

In Florians geest vloeien de beelden in elkaar over. Jens, die in zijn studentenhuis voor een grote kalender staat – vanzelfsprekend met alleen een handdoek als kleding – en glimlachend naar de dag van vandaag kijkt, die heel groot gemarkeerd is met een rode cirkel, nee beter, met een hartje. Florian is jarig vandaag.

Het zal er wel dom uitzien in Jens’ ogen. Florian, dagdromend op de oude, houten tuinbank onder de kersenboom, waar alle vogels zich aan de kersen tegoed mogen doen, met een afwezige en gelukzalige glimlach op zijn gezicht. Jens blijft een tijdje stil, totdat hij zwaaiend met een hand weer Florians aandacht krijgt.

„Alles goed daar? Hoe is jullie kleine feestje? Heb je ook feestballonnen en slingers?“

Slingers? Hoe bedoelt hij dat? Nu pas merkt Florian dat Jens niet naar hem maar naar zijn hoofd kijkt of beter gezegd, naar wat hij op zijn hoofd draagt.

„Oh!“

Snel trekt hij de feestmuts van zijn schedel. Het papieren hoedje was hij helemaal vergeten. Wat draagt elke andere jongen als hij voor zich uit droomt in eigen tuin? Vast iets anders dan een stuk papier in felle kleuren. Super! Zo kom je sexy over. Florian realiseert zich nu, waarom Jens hem de hele tijd zo lachend heeft aangekeken en hoe hij wist, dat ze een verjaardag vieren vandaag. Ineens heeft hij weer de controle over zijn lichaam terug, dat is tenminste een pluspunt. De hormonen zijn gekalmeerd, de feromonen uit de lucht. Een beetje teleurgesteld gaat zijn blik van het feestartikel naar Jens.

„Ja, dat is ook zo, ik ben vandaag jarig en wij, ik bedoel mijn familie en ik, vieren dat nu een beetje.“

Jens glimlacht.

„Dan kan ik je ook wel feliciteren met je verjaardag.“

Florian moet opstaan om de uitgestoken hand aan te nemen. Hij is nerveus en hoopt dat hij nergens zweet. Jens’ hand is groot en warm. In zijn krachtige handdruk voelt Florian zich klein en verloren, hoewel ze ongeveer even groot zijn. Maar het voelt ergens ook goed aan. Zo goed, dat Florian niet merkt, dat Jens verder praat.

„Sorry, wat zei je?“

„Ik vroeg hoe oud je nu bent?“, herhaalt Jens zijn vraag met een lach.

„Achttien.“

„Echt? De tijd vliegt ... ik zie je nog zo voor mij staan, toen je hier ’s nachts stond te wachten op een uil ... oh ja, je dacht dat je post kreeg van de een of andere tovenaarsschool ... hoe oud was je toen?“

„Man, toen was ik tien. Dan mag je op uilen wachten!“

Jens lacht en streelt Florian met een snelle beweging over diens hoofd. De aanraking roept kippenvel op, hoewel zijn houding Florian als een baksteen op de maag ligt. Hij probeert het met een scheef hoofd.

„Ja, ik wilde toen heel graag naar een toverschool, maar zoals je al zei, de tijd vliegt en sindsdien is er heel veel gebeurd en nu ben ik volwassen.“

Florians trots moet het opnemen tegen een spottende glimlach en de bekende blik, waarmee volwassenen graag naar kleine kinderen kijken, als ze vertellen van hun plannen om de wereld te veroveren. Een beetje beledigd maakt Florian zich groter en het werkt. Jens krijgt een schuldige blik en herhaalt zijn eerdere gebaar, nu veel langzamer en aangenamer.

„Ik weet het, Flori, sorry. Voor mij blijf je de kleine, leuke buurjongen, die ’s nachts in de tuin op uilen wacht. Dat begrijp je toch wel?“

De opmerking komt hard aan. Florian heeft het gevoel alsof er een vuist in zijn buik landt. Desondanks knikt hij, gehaast, en doet een stap terug van de schutting.

„Natuurlijk ... ik ga weer eens naar binnen, ben tenslotte vandaag de jarige ... tot ziens ... Ciao!“

Ondersteund door een opgestoken hand beëindigt Florian deze ontmoeting en draait zich snel om. Achter zich hoort hij Jens’ verbaasde stem, die hem nog een mooie dag wenst en zijn moeder de groeten doet. Florian heeft nog geen zin om weer bij zijn familie te zitten. Snel loopt hij door naar de gang en rent de trap op, naar zijn kamer op de eerste verdieping. Uit de woonkamer klinkt ondertussen gezang. Blijkbaar hebben zijn moeder en zijn oma weer de vrede getekend, zoals altijd, en is de groep nu begonnen aan hun karaoke-deel. Ze zingen luid en vals.

„ ... I‘m still standig, better than I ever did. Looking like a true surviver, feeling like a little kid ...!”

Dat is Kalle, die in de microfoon brult en zijn stem in stereo aan het hele huis teruggeeft.

Florian sluit de deur achter zich om zich zijn rug op zijn bed te laten vallen, midden in zijn kamer onder het raam. Met zijn handen onder zijn hoofd gaan zijn ogen weer naar die stomme sticker van een witte teckel. Jens’ uitspraak in hem nog altijd de kleine, leuke buurjongen te zien, raakt hem dieper dan hij had verwacht. Echt verliefd op Jens is hij nooit geweest. Het was meer die typische kalverliefde, die elke jongen of meisje wel eens meemaakt. En toch ... voelt Florian zich pijnlijk in zijn hemd gezet. Of heeft zijn ego een barst opgelopen?

Als je Florian vraagt hoe oud hij was, toen hij ontdekte meer op jongens dan op meisjes te vallen, haalt hij zijn schouders op. Hij heeft het altijd geweten en kan makkelijk met meisjes overweg. Ze zijn tegen hem meestal lief, een goede gesprekspartner, heerlijk om mee te knuffelen of te lachen. Kortom, hij gaat graag met meisjes om, maar wordt er niet verliefd op. Een vrouwelijk type is hij niet, ook geen nichterige jongen met een voorliefde voor de kleur roze of voor witte broeken, die net een maat te klein zijn of iemand, die bij een romantische scène in een film helemaal meeleeft. Daar laat Florian geen misverstand over bestaan. Bier drinkt hij gewoon uit de fles en verder houdt hij van voetbal en horrorfilms. Maar net zo makkelijk kan hij uren besteden aan zijn beste vrienden en hij houdt vooral van lieve jongens met een sportief uiterlijk, een mooi gezicht om je lippen bij af te likken en een zelfbewuste houding. Eigenlijk alles wat hij zelf niet is of waarvan hij gelooft het niet te hebben.

Op zijn vijfde was Florian voor het eerst verliefd. Zonder het te beseffen was Moritz met zijn zongebruinde uiterlijk en blonde haar enorm aantrekkelijk voor Florian. Moritz kon hard rennen en had er plezier in om dieren te vangen, het liefste kikkers, die dan verdwenen in de lunchbox van de juf. Tot grote bewondering van Florian, die dat zelf niet durfde. Op een dag pakte een iets grotere jongen Florians tractor af. Moritz sloeg de jongen in zijn buik, die daarop als een baby begon te huilen en naar de juf rende om alles te vertellen. Moritz moest toen voor straf alleen in de hoek zitten en mocht niet meer met de rest spelen. Voor Florian was Moritz een held, omdat hij zijn straf zonder protest en trots over zich heen liet komen en daarom sloop hij naar hem toe, ging vlak naast hem zitten en fluisterde, dat hij van hem hield. Dat weet Florian zelfs vandaag nog, net zoals wat hij daarna deed. Hij meende het serieus en zonder op antwoord te wachten, gaf hij Moritz een zoen op zijn wang. De jongen schrok zich wild en veegde zijn wang schoon om daarna naar de juf te rennen en te vertellen wat voor gekke dingen Florian deed.

Marko
Berichten: 237
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 148 keer
Ontvangen Bedankjes: 45 keer
Bericht Florian 003 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:15

Toen zijn moeder hem die middag ophaalde, werd ze eerst door de juf in beslag genomen met het dringende advies met hem over dit onderwerp te praten. Een jongen hoort tenslotte geen andere jongen te zoenen. Anna was geschokt. Niet over Florian maar over de reactie van de volwassenen op haar zoon. Inderdaad heeft ze dezelfde avond met Florian over het onderwerp gesproken, maar niet zoals van haar werd verwacht. Florian kreeg eerst een portie troost van zijn moeder, omdat hij heel verdrietig was en niet begreep, wat hij verkeerd gedaan had. Moritz had hem ook niet meer willen zien. Huilend vertelde hij zijn moeder, dat hij van Moritz hield en later met hem wilde trouwen. Zijn moeder legde hem uit, dat er mensen zijn, die anderen niet accepteren, die anders zijn dan zij zelf.

‚Sommige mensen hebben simpelweg angst voor dingen, die ze niet begrijpen en voor emoties, die ze niet begrijpen. Flori, het is niet belangrijk van wie je houdt. Het is alleen belangrijk dat je van iemand kunt houden, dat je gelukkig bent ... vergeet dat nooit!‘

Hij heeft het nooit vergeten, hoewel dit eerste hoofdstuk uit het boek der liefde hiermee wel was afgesloten. Pas toen hij dertien was, ging het boek weer open. Florian ontdekte, dat hij weinig te melden had, als het over korte rokken en grote borsten ging – het favoriete onderwerp van de andere jongens in zijn klas. In plaats daarvan zat hij liever met Laura en Mario op de tribune van het sportcomplex om het jeugdelftal van de voetbalvereniging bij de training te bekijken. Jens was aanvoerder en de held van het team. Niet alleen op het voetbalveld, ook in de gangen van het schoolgebouw trok de sporter van zeventien alle aandacht naar zich toe. Behalve goede cijfers had hij sinds een jaar of wat een vaste vriendin, die er geen probleem mee had om op elke denkbare plek met hem te knuffelen of in Laura’s woorden hem demonstratief af te lebberen. Florian keek erg tegen hem op. In eerste instantie vanwege zijn voetbaltalent, later om zijn populariteit. Sinds Jens steeds vaker een rol speelde in Florians dromen, meestal bezweet en in ondergoed of in een kleedruimte, begreep Florian dat er misschien meer aan de hand was. In een van die dromen kreeg Florian een kus van Jens en werd de volgende morgen wakker met een vochtige pyjamabroek en een goed buikgevoel. Zo begreep Florian zelf, dat hij een beetje verliefd was ... op een jongen.

Daarmee is ook alles gezegd. Florian kan niets schokkends vertellen over discriminatie. Daar heeft hij geen last van. Spot en hoon drijven aan hem voorbij, net zoals geweld of depressies. De gewone problemen op school en thuis van jongens en meisjes, die uit de kast komen, kent hij niet. Evenmin kan hij vertellen over urenlange vrijwillige eenzaamheid, waarin anderen nadenken over de zin van het leven als homo of lesbienne. Hij kan zichzelf niet voorliegen, het is veel makkelijker om toe te geven dat hij op jongens valt.

Toen hij zijn moeder en oma vertelde, dat hij met negenennegentig procent zekerheid homo is, keken beide vrouwen hem aan alsof hij zojuist had verteld, dat planten harder groeien na een regenbui. Zijn vrienden waren niet echt verbaasd en omdat hij in zijn klas goed met iedereen kon opschieten, was het onderwerp binnen een lesuur gegeten en gedronken.

Florian kan ongeveer net zoveel vertellen over verliefd zijn, vrijpartijen tijdens feesten en opwindende seksspelletjes na school als een monnik, namelijk niets. Het is er gewoon niet van gekomen, ook al woont hij in een grote stad met enorm aanbod aan homohoreca. Datingsites op internet interesseren hem niet. Hij zit er ook niet mee om als achttienjarige nog geen seks met iemand anders gehad te hebben. Daar is niet trots op, maar het bevalt hem beter dan van het ene bed in het andere bed te springen, zoals de hobby van sommige jongens in zijn klas is.

Iets doen omdat het zo hoort of iedereen het doet, past hem niet. Zo’n stille vorm van groepsdwang is niet aan hem besteed. Wel kent hij het verlangen naar een vaste vriend, naar een verliefd gevoel in zijn buik en naar tederheid. Hij weet, dat hij niet lelijk is. Dat krijgt hij regelmatig te horen van alle meisjes en vrouwen om hem heen. Zijn lange, donkerbruine haar heeft daar niets mee te maken, eerder zijn atletische manier van bewegen – terwijl hij totaal asportief is.

„Je hebt gewoon de goede genen gekregen“, herhaalt zijn moeder keer op keer in de verwachting, dat Florian haar daarvoor in alle toonsoorten bedankt. Dat doet hij niet, omdat hij ontevreden is over zijn lengte. Florian is de kleinste van zijn klas. Goed, er zijn nog een paar meisjes, die kleiner zijn, maar die lopen meestal op hakken, zodat hij alsnog kleiner lijkt. Laura interesseert het niet en heeft een vast antwoord paraat, wanneer hij klaagt over uitblijvende groei.

„Hou toch eens op over je lengte. Niemand ziet hoe lang of kort je bent, als ze jouw ogen zien!“

Meestal laat ze hier een jaloerse zucht op volgen. Want ja, Florians ogen zijn bijzonder. Donkerbruin, groot, glanzend. Oftewel trouwe hondenogen, die onschuldig, naïef, innemend, lief overkomen. Dit soort woorden heeft Florian vaak genoeg gehoord over zijn ogen om ze voor waar aan te nemen. Al blijft er een beetje twijfel over, net genoeg om zich af te vragen of zijn uitstraling met stralend blauwe of mysterieuze groene ogen hetzelfde zou zijn. Zijn trouwe hondenblik heeft hem in elk geval niet op weg geholpen met het opbouwen van een liefdesleven.

Florian is gemiddeld. Hij is dom noch stom, moet moeite doen voor school, is wel in voor een grap maar geen feestbeest, eerder een familiemens, vooral spontaan en laat zich graag ergens in meeslepen. Er zijn ergere mensen op de wereld dan Florian. Desondanks bestaat zijn liefdesleven tot nu toe de licht vervaagde herinnering aan Moritz en zijn kikkers. Waar het aan ligt, kan hij niet goed verwoorden. Misschien is hij gewoon te schuchter, te verlegen als het erop aankomt. Hij vindt het lastig om wildvreemde jongens aan te spreken, te leren kennen en hoe je met anderen flirt, weet hij al helemaal niet. Het overkomt hem.

Zoals die keer, toen hij met zijn vrienden Laura en Mario in een warenhuis in de binnenstad moest zijn. Laura zat weer in de fase, waarin ze aan alles en iedereen twijfelde, vooral aan zichzelf. Dat was altijd goed voor opmerkingen bij de kledingrekken, die samengevat er op neerkwamen, dat elk stuk kleding haar lelijker maakte of lelijk was. Daarom wilde Florian weten, waarom ze eigenlijk hier naar toe waren gegaan, als ze toch geen passende kleren kon vinden. Het leverde een discussie op, waarop Florian alleen naar de afdeling met de sportkleding ging. Niet om zelf iets sportiefs te kopen, maar om naar goed getrainde en aantrekkelijke jongens te kijken. Sportieve types vind je nu eenmaal ook op plaatsen, die alleen in de verte met sport te maken hebben. Het was rustig, daarom bleef er niets anders over dan naar de foto’s op de verpakkingen te kijken in plaats van naar echte jongens. Starend naar de bewerkte foto met opgeblazen kruis, merkte Florian pas, dat het iets drukker was geworden en hij zelf werd geobserveerd, aan zijn nekharen, die altijd reageren als iemand naar hem kijkt. Hij draaide zich om en zag niets anders meer dan de blauwe ogen van een jongen, die nu schuin voor hem stond. Met een glimlach, die alles prijsgaf, wees de jongen naar de foto.

„Mooie boxershorts!“

Florian voelde zich betrapt en rood worden van schaamte. Het ondergoed ging weer terug in het rek. Waar haalde die jongen het lef vandaan om hem zo te bekijken? Beledigd draaide hij zich om op zoek naar iets anders.

„Niet de goede maat, vorm of kleur?“

De jongen was hem aan het plagen. Florian begreep niet wat de jongen wilde. Het was toch niet verboden om ondergoed in de verpakking iets beter te bekijken? Het ging er niet stuk van.

„Nee, niet mijn smaak. Ze zijn ... te zwart.“

Alweer kwam hij niet op de goede woorden, die hij meer binnensmonds uitsprak dan goed verstaanbaar en probeerde zich te verstoppen achter een andere verpakking, nu met grijze shorts.

„Beter?“

„Ja, beter. Ze zijn niet zo ...“

„Zwart?“

De spot in de stem kwam verkeerd over bij Florian, die woedend werd. Wat dacht die jongen eigenlijk wel? Florian had niemand nodig om zich te blameren, dat doet hij liever zelf. Brutaal!

„Jap. Ze zijn niet zo zwart.“, beet Florian terug om daarna met het ondergoed weg te lopen om opgewonden bij Mario en Laura terug te komen en ze te vertellen van die jongen, die hem wilde provoceren.

„Flori, soms ben je werkelijk naïef.“, merkte Laura op, terwijl ze zelf met een blouse, die een kwartier geleden nog meer dan lelijk was, naar de kassa liep, „Ik geloof eerder dat die jongen met jou flirtte ... zo komt het tenminste op mij over.“

Waarna Florian zich afvroeg of Laura gelijk had. De jongen zag er goed uit en zijn ogen ... shit! Gemiste kans.

Het is maar een van de vele voorbeelden, waarbij Florian niet merkt, dat een andere jongen in hem geïnteresseerd is. Meestal is hij te traag, te onoplettend, te verlegen of juist te kritisch, waardoor elke kleine flirt tot mislukken gedoemd is. Zodoende is hij nu officieel volwassen zonder enige ervaring met een jongen te hebben.

Met Laura heeft hij wel geleerd hoe je moet zoenen. Ze waren twaalf jaar en speelden op zolder allerlei scènes uit films na. Het was vooral nat, heel erg leuk en allesbehalve romantisch.

Zijn Ma en haar vriendinnen vinden het allang de hoogste tijd, dat Florian een vriendje scoort. Maar het gebeurt niet en dat is reden om je zorgen te maken. Als moeder mag je dat. De bezorgdheid leidde tot een kleine ontvoering, ergens rond zijn zeventiende verjaardag. De vrouwen sleepten hem mee naar de wijk met de meeste discotheken, bars of hoe dat soort plaatsen ook heten. Het was een ervaring op zich. Niet elke jongen gaat met zijn moeder en haar paradijsvogels naar een homoclub. Florian wilde het liefste ter plekke sterven. Of tenminste flauwvallen, zodat hij per ambulance kon vluchten. Of met de ambulancebroeder, nog beter. In elk geval hadden Anna, Inge en Vivienne een avond als nooit tevoren. Als ze niet op de dansvloer stonden, dan waren ze wel cocktails aan het drinken en tegelijk probeerden ze Florian te koppelen aan het ene of andere type. Sommige waren lelijker dan de nacht, anderen te mooi voor de zonsopgang. Een van de hoogtepunten was een juichkreet van Anna, toen een wandelende steroïdenbom Florian in zijn billen kneep. De volgende dag was Florians liefdesleven geen meter opgeschoten. In plaats daarvan verzorgde hij Anna en haar entourage met liters kamillethee.

Met dit soort ervaringen is hij toch mooi achttien geworden en ligt nog steeds op zijn rug op zijn bed als er op de deur wordt geklopt.

„Binnen!“

Anna opent de deur en laat haar lieve glimlach zien.

„Waaraan denkt mijn kleine dromer?“

Seks, mooie jongens, zoenen, Jens, kleedruimtes, seks, buikspieren, seks, mooie billen, seks, een mooie acteur in een naaktscène ...

„Niets bijzonders!“

Zijn moeder steekt een hand uit.

„Kom je mee? We wachten op jou.“

Florian staat op, zodat hij pal voor zijn Ma staat en laat zich protestloos omarmen. Het deed hem goed om vastgehouden te worden en blijkbaar had hij het nodig. Het gevoel, dat alles anders wordt, dringt zich op. Alleen weet Florian nog niet goed wat of wie er verandert. Hijzelf? Anna? Hun leven?

Marko
Berichten: 237
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 148 keer
Ontvangen Bedankjes: 45 keer
Bericht Florian 004 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:18

Rond de grote eettafel in de keuken zit iedereen ... en zwijgt. Anna, Ulla, Kalle, Roland, Inge, Vivienne, Armin en de jarige Florian. De stilte duurt inmiddels al vijf hele minuten volgens de wandklok boven het aanrecht. Driehonderd seconden, waarin niemand ook maar een woord heeft gezegd. Een totale zeldzaamheid in dit huis, waar stilte met begraafplaatsen wordt geassocieerd. Florian loert op zijn horloge. Ze zijn onderweg naar zeven minuten feestelijke rust. Zijn moeder huilt zachtjes en Roland geeft haar een papieren zakdoek. Florians blik kleeft aan de tafel vast. Hij kan er niet tegen om zijn Ma te zien huilen. Helemaal niet als hij zelf die tranen heeft veroorzaakt.

Bijna een uur lang hebben ze over alle mogelijkheden gediscussieerd hoe Anna naar Afrika kan gaan en Florian zijn school kan afmaken. Wonen bij zijn oma is een idee. Ze deelt een huis met drie andere, oudere vrouwen. Het is een ontzettend mooi huis met genoeg kamers, maar beslist geen plek voor een jongen van achttien. Als Florian eerlijk is, dan wil hij ook niet bij zijn oma en de drie andere heksen van de nacht leven.

Onderdak bij de beste vriendin van zijn moeder is onmogelijk. Inge heeft een klein appartement, te klein om Florian genoeg ruimte te geven en zelf genoeg privacy over te houden.

Vivienne woont boven haar atelier en is vaak wekenlang op reis of heeft bezoek voor één nacht, langer verdraagt ze haar mannen niet om zich heen. Florian weigert zo beleefd mogelijk bij haar te gaan wonen. Hij zou alleen een blok aan haar been zijn en dat is precies het laatste van hoe hij zich wil opstellen.

Dan spreekt het idee om bij Kalle in te trekken hem meer aan. Aan de rand van de stad op een kleine camping met allerlei alternatieve types in een woonwagen kan het leven mooi zijn. Maar ja, elke avond een joint voor het slapen gaan, zal hem geen diploma opleveren. Florian rookt niet.

Armins leven bestaat uit computers. Daarin is minder plek voor gevoelige, levende wezens zoals Florian.

Alleen in dit huis blijven wonen, is ook onmogelijk. Alleen al het onderhoud kost teveel. Zijn Ma moet het – zeer tegen haar zin – wel verkopen. Dat is een rationeel argument. Over het andere argument is geen enkele discussie nodig. Florian is niet iemand, die graag alleen woont. Misschien kijken anderen van zijn leeftijd er vreselijk naar uit om op eigen benen te staan, een eigen voordeur te hebben, een nieuw leven te starten, onafhankelijk en vrij te zijn. Florian heeft hier niet zo’n behoefte aan, omdat hij allang alle vrijheid krijgt, die hij nodig heeft.

Een studentenhuis spreekt hem ook niet zo aan. Afgezien van de kosten, met een bijbaan naast zijn school zou hij het net kunnen betalen, wordt hij een beetje panisch van het idee opeens overal alleen voor te staan. Alleen ontbijten, alleen naar school gaan, alleen thuiskomen in een leeg huis. Hij mag dan officieel nu volwassen zijn, in dit opzicht wil hij nooit volwassen worden. Met bekenden om zich heen voelt hij zich goed en hij heeft stomweg behoefte aan een paar mensen naast zich, die hij blind kan vertrouwen.

Het afgelopen uur heeft wel duidelijkheid gebracht. Florian gaat onder geen voorwaarde mee naar Afrika, hoe groot de uitdaging ook is. Het gevoel daar geen toekomst te hebben is groter dan de drang om met zijn Ma en haar vriend te vertrekken. Met het resultaat, dat zijn moeder nu huilt en de anderen zwijgend nadenken. Kalle is de eerste, die na acht minuten de stilte verbreekt. Zijn stem klinkt extreem hard. Iedereen schrikt op.

„Hoe zit het met hem?“

Geërgerd kijkt Florian naar Kalle, net zoals de andere leden van de familie. Het duurt even voordat ze begrijpen wie Kalle bedoelt. Met een lichte mate van verbijstering kijkt Florian naar de verjaardagskaart, die Kalle vasthoudt en waarmee hij nu zwaait.

„Wat zou er met hem moeten zijn?“, bijt Anna terug, „Joachim heeft de laatste jaren alleen desinteresse voor Thorsten getoond. Ik geloof niet, dat Thorsten heel gelukkig bij Joachim zou worden.“

Florian voelt zich opnieuw geraakt, als zijn Ma de naam gebruikt, die op de kaart van zijn vader staat. De stekende pijn op zijn borst negeert hij, zo goed het gaat. Kalle zwaait nog steeds met de kaart, waar Florian nu bijna in trance naar staart.

„Kom op, Anna, je hebt ons al verteld, dat hij opnieuw getrouwd is. Dan heeft hij beslist een huis met plek voor Flori en is het tijd dat ze elkaar weer eens zien. Bovendien zijn er vast en zeker goede scholen en universiteiten in München voor Flori ... Nou ja ... het is maar een idee.“

Kalle zwijgt weer en legt de kaart terug op tafel.

„We weten al jaren dat het onderwijs in Bayern en Sachsen beter is dan hier in Hamburg of in Bremen. Het komt elk voorjaar opnieuw langs in het nieuws.”

Oma steunt Kalle. Verder durft niemand iets te zeggen. Iedereen kijkt naar Florian en Anna. Ze weten allemaal, dat voor Anna dit voorstel heel moeilijk verteerbaar is. Tegelijk is het een logische gedachte. Joachim is Florians verwekker. Wie weet krijgt Florian in München niet alleen een goede opleiding met een kans op een rijke toekomst, maar ook een compleet gezin met een vader en een moeder volgens het trouwboekje en vooral echte broers en zussen. Het idee bevalt hem wel, al brengt het gezicht van zijn Ma hem snel terug in de realiteit. Haar verbijstering is zojuist overgegaan in ongekende weerstand.

„We hebben het vijftien jaar prima zonder hem gered. Ik ga niet op mijn knieën hem om een gunst vragen, alsjeblieft. We verzinnen wel wat anders. Flori vindt wel ergens een kamer of een huis.“

„Flori wil helemaal nergens een kamer of een huis vinden.“

Tot hier heeft Florian zich buiten de discussie gehouden. Met het effect, dat iedereen nu opschrikt en naar hem kijkt. Langzaam staat hij op. De stoel schuift over de houten vloer, wat een irritant geluid oplevert.

„Wat bedoel je, Florian?“

Zijn Ma praat zacht en klinkt beledigd. Florian krijgt alweer bijna spijt van zijn protest, maar het gaat nu om hemzelf, om zijn eigen toekomst, zijn eigen leven. Iets waar zijn moeder pas aan dacht, nadat ze zich in haar hoofd had gezet om Afrika te redden.

„Ik weet hoe je over Joachim denkt en je hebt gelijk, hij was er nooit voor mij of eigenlijk heb ik geen vader. Maar nu is het anders. Jij gaat weg met Roland. Misschien heb ik de kans om hem te leren kennen, nog een keer opnieuw te beginnen. We weten niet eens of hij wel plek voor mij heeft, in zijn huis, in zijn gezin. We kunnen het direct weer vergeten, als hij niet wil. Maar misschien wil hij wel, verheugt hij zich erop mij te zien. Ergens ben ik wel nieuwsgierig naar wie Joachim is.“

Helemaal lekker kwam het er niet uit. Florian is steeds zachter gaan praten. Hij schaamt zich voor zijn emotionele uitbarsting en de natte ogen van zijn Ma vergroten zijn gewetensnood. Plotseling kijkt ze omlaag en knikt meerdere keren.

„Oké, Flori,“ slikt ze nog een keer en dwars door nieuwe tranen heen geeft ze toe, „Als het zo belangrijk voor je is, dan zal ik hem bellen. Maar ik hoop wel, dat je weet waaraan je begint ... en wat je mij ermee aandoet.“

Bij de laatste woorden moet Florian een beetje lachen. Het dramatalent van zijn Ma steekt weer de kop op en eigenlijk plaagt ze hem. Anna zoekt in de keukenla naar het telefoonnummer en loopt daarna naar de telefoon in de gang. Ze hebben namelijk nog een antieke telefoon met een snoer, omdat zijn moeder kans ziet elke andere telefoon kwijt te raken. Niet veel later klinkt haar onderkoelde stem.

„Hallo Joachim, Anna hier.“

Ach, de man neemt zelf de gesprekken aan.

„Nee, ik ben de andere Anna ... je ex-vrouw ... ja, die ... met mij goed en met Flori ook. Hij was heel blij met je kaart.“

Zou Joachim Anna’s sarcasme wel opmerken? Florian vindt het niet te missen.

„Met jou ... Hoe is het met je vrouw en de kinderen?“

Florian krijgt buikpijn van de overbeleefde houding van zijn Ma. Hij loopt weg, kan er niet bij zijn wanneer zijn Ma zijn vader de vraag voor zal leggen. Nu al zit er een knoop in zijn maag. Anna werpt hem in het voorbijgaan een half vragende, half bezorgde blik toe. Florian produceert een voorzichtige glimlach en wijst naar het toilet, waarop ze begripvol knikt. Joachims stem heeft hij door de telefoon horen brommen.

Uiteindelijk vindt Florian zichzelf terug op zijn bed en probeert de snelheid van zijn gedachten bij te houden. Uit zijn herinneringen probeert hij de stem van zijn verwekker, vader op te roepen. Het mislukt, maar het is ook ongelofelijk lastig om een wildvreemde stem te reproduceren. Ergens is het beangstigend. Florian denkt aan een volle, rustige, diepe basstem. Zeker weet hij het niet.

Marko
Berichten: 237
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 148 keer
Ontvangen Bedankjes: 45 keer
Bericht Florian 005 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:19

Er zijn niet veel foto’s van de drie als gezin. Zijn Ma heeft tijdens de scheiding een complete doos met foto’s verbruikt als aanmaakhout voor de houtkachel. Op de weinige foto’s, die Florian kent, staat een aantrekkelijke man, nog jong, met vol en donker haar, opvallende jukbeenderen en een typerende hoekige kin. Zijn oma heeft door de jaren heen altijd van die kin gezwijmeld. Vrouwen. Florian lijkt niet echt op Joachim. Alleen zijn haarkleur heeft hij overduidelijk van zijn vader meegekregen. Het idee van Joachim Wanninger als zijn vader roept onduidelijke emoties in hem op. Momenteel is het meer zijn verwekker dan zijn vader. Veel weet hij niet over deze man, met wie hij jarenlang zo goed als geen contact heeft gehad en bij wie hij nu misschien gaat wonen. Het is iemand uit Bayern, die naar Hamburg is verhuisd en daar zijn Ma heeft ontmoet. Niet op de Reeperbahn, al verdenkt Florian zijn moeder ervan het verhaal mooier voor te stellen dan het in werkelijkheid is gebeurd. Volgens zijn oma hebben de twee elkaar in een klein café aan de haven ontmoet. Een heftige, intensieve liefde met Florian als het levende bewijs daarvan. Volgens de verhalen bleef de man in Hamburg zonder echt gelukkig te zijn. Of het aan de moeizame relatie met zijn Ma lag, weet Florian niet. Misschien had hij gewoon heimwee naar de bergen en de Bayerse keuken. In elk geval is hij na de scheiding redelijk snel teruggegaan naar München. Florian kent niet eens de naam van zijn nieuwe vrouw. Iets met een B. Voor zijn part Birgit, Boukje of Brenda. Ze had al kinderen, als zijn geheugen hem niet bedriegt. Twee stuks, die ongeveer van zijn leeftijd zouden zijn. In elk geval kreeg ze met zijn verwekker, vader een paar jaar geleden een tweeling.

„Dat gebeurt er als je een hormoonbehandeling neemt!“, roddelde zijn Ma bij het nieuws van de geboorte, „ ... maar ja, als je geen geduld hebt, dan krijg je er ... twee!“

Volgens dezelfde roddels is zijn vader in zakelijk opzicht een geslaagd man. Hij schijnt altijd al een man te zijn geweest, die een carrière belangrijker dan een gezinsleven vond. Vertwijfeld zoekt Florian naar meer herinneringen, probeert het beeld verder in te kleuren, maar meer dan lege, witte vlakken komen er niet tevoorschijn. Zijn verwekker blijft een grote, zwarte schaduw op de achtergrond. Misschien komt het door de verhalen en herinneringen van zijn Ma, die in de voorbije jaren als een muur tussen Florian en Joachim hebben gestaan. Of was het de driejarige Florian zelf, die niet begreep, waarom zijn vader er plotseling niet meer was en nooit heeft geleerd om te gaan met het gevoel van verlaten te zijn. Hij komt er niet uit, voelt zich moe en verward, heen en weer geslingerd tussen de hoop op een nieuwe start en de angst om afgewezen te worden.

Later komt zijn Ma naast hem op bed zitten. Met hese stem vertelt ze, dat hij naar München kan verhuizen. Joachim heeft met zijn vrouw gepraat. Ze zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid tegenover Florian, die hierdoor nog verder verward raakt. Zien ze het als hun plicht? Of voelen ze zich gedwongen? Hebben ze er wel zin in? Zijn ze wel familie? Florian weet niet of een lach- of huilbui dichterbij is.

Dezelfde avond weten Mario en Laura wel wat ze denken. Ze zijn gekomen om zijn verjaardag te vieren, maar treffen de jarige compleet buiten zijn gewone doen aan. Florian vindt het heel moeilijk om hen het nieuws te vertellen en nadat het hoge woord eruit is, daalt de feeststemming tot onder het vriespunt. Mario heeft het laatste kwartier geen woord meer gezegd. Laura zoekt afleiding in andere dingen en trekt het etiket van haar fles bier. Dat doet ze altijd en meestal zonder het zelf te merken. Na een feest kun je precies zien waar Laura heeft gezeten of gestaan. Daar staan de flessen zonder etiket.

„München is toch cool? ... Het Oktoberfest, dat is toch heel veel bier, worst, leren broeken, jodelen ... eh ... en schlagers?“, vraagt ze terwijl ze het verfrommelde etiket naar de prullenmand gooit en mist. Florian zou pas opkijken als ze in een keer raak gooit.

„Eigenlijk ga ik niet naar München omdat ik zo graag bier drink of een keer het Oktoberfest wil meemaken ... maar ik wil daarheen om mijn vader te leren kennen en ... ach, ik weet het ook niet.“

Florian herhaalt, wat zijn moeder hem heeft verteld. Laura kijkt er anders tegenaan.

„Hij moet gewoon aan het idee wennen straks een andere zoon erbij te krijgen ... geef hem een beetje tijd, jullie hebben hem compleet overvallen. Als je straks in München bent en een beetje je draai hebt gevonden, dan zie je het vast anders.“

Dit is Laura op haar best. Altijd rustig, bedachtzaam, verstandig. Ze is op het griezelige af intelligent. Er zijn maar weinig dingen, die ze niet weet en ze heeft overal een passend antwoord op. Florian weet soms niet wat hij zonder haar zou doen. Mario is compleet anders. Hij handelt meer naar zijn buikgevoel, is altijd eerlijk en vooral impulsief. Florian zal zijn openheid missen, zijn humor, maar ook zijn spontane, kleine woede-uitbarstingen.

„Onzin, dat is echt onzin. Het is gewoon shit,“ is dan ook Mario’s reactie.

Hij trekt het kussen achter zich vandaan en gooit het naar Florian.

„Hé, wat is er met jou?“, briest Florian terug en omarmt het kussen.

Hij weet wel waarom Mario zo reageert. Als hij naar München gaat, blijven zijn vrienden hier in Hamburg. Florian zou ze liever meenemen.

„Mario, ik vind het ook niet leuk, dat we elkaar dan bijna niet meer kunnen zien, maar het gaat niet anders. Ergens vind ik spannend om in een andere stad nog een keer helemaal opnieuw te starten. Het idee dat het kan, weet je?“

Florian fluit even. Dan merkt hij weer dat rare gevoel in zijn buik op, waarvoor er beslist een betere reden is dan het bier. Hij geloof wel in een nieuwe start. Wie weet, wat de toekomst nog in petto heeft voor hem. Of anders het lot ... hij denkt te vaak aan een door het lot bepaalde toekomst en dat soort onzin. Misschien is hij alleen aangeschoten, zo voelt het zeker aan. Of dronken?

„Opnieuw beginnen ...“

Laura spreekt de woorden langzaam uit, meer tegen zichzelf dan tegen een ander. Daarna neemt ze een slok, houdt de bovenkant van de fles tegen haar kin en blaast erin om het geluid van een panfluit op te roepen. Een kunstje, wat ze het laatste jaar bijna tot in perfectie beheerst. Ondertussen blijft haar blik op Florian rusten.

„Als jij het over een nieuwe start hebt, denk je dan aan iets speciaals? Een mooie jongen in een leren broek bijvoorbeeld?“

Ze daagt hem uit en blaast weer in de fles. Je zou er bijna op kunnen mediteren.

„Zijn toch zat homo’s hier in Hamburg. Daarvoor hoeft hij niet naar München.“

Mario wil helemaal niet, dat Florian vertrekt en kijkt Laura boos aan. Florian lacht. Als ze merken, dat Mario het meent, lachen hij en Laura nog harder. Mario geeft op.

„Oké, goed, ga toch naar München en neuk je door half Bayern. Ik wil er niets van weten.“

Florian kruipt naar hem toe, legt een arm om hem heen en zijn hand op Mario’s hoofd.

„Jij bent mijn aller-allerbeste vriend ... en jij,“ Laura schuift op naar Florian en leunt tegen hem aan, „mijn aller-allerbeste vriendin. Het maakt niet uit waar ik ben of in de toekomst heen ga, ik hou van jullie en zal jullie nooit vergeten.“

Het eindigt in een groepsknuffel, zoals wel vaker tussen de drie. Laura snikt even en Mario draait zijn hoofd opzij, zodat de anderen zijn gezicht niet kunnen zien.

„Ik ga jullie vreselijk missen,“ fluistert Florian heel zachtjes.

„Wij jou ook. Je bent ook zo’n dromer,“ reageert Laura en Mario stemt in. Ze blijven een tijdje zo naast elkaar zitten op zijn bed.

„Wanneer begint het circus?“

Mario is de eerste, die de aangename stilte verbreekt.

„Over twee weken. In Bayern is het dan nog vakantie en dat komt goed uit. Ma wil het huis zo snel mogelijk verkopen en dan naar Ethiopië. We hebben nog twee weken.“

Daarna blijft het weer minutenlang stil.

„Hoe zit het eigenlijk met de buurman ... hoe heet hij ook al weer?“

Laura glimlacht. Ze stapt radicaal over op een ander onderwerp in een poging de melancholische sfeer te verdrijven. Florian is overdonderd, hij weet niet waar ze op uit is.

„Bedoel je Manfred Einsele?“

Laura beweegt haar ogen en verbergt een opkomende lach.

„Nee, sufferd. Zijn zoon, de voetballer, waar je in de onderbouw zo gek van was.“

Mario grinnikt nu ook, terwijl Florian acuut verkleurt. Hij hoeft maar een beetje in verlegenheid te worden gebracht om te blozen. Zijn oma vindt altijd, dat hij er dan zo gezond uitziet.

Marko
Berichten: 237
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 148 keer
Ontvangen Bedankjes: 45 keer
Bericht Florian 006 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:20

„Ik was niet verliefd. Hij ziet er goed uit ... zag er goed uit, bedoel ik, en ja, hij was makkelijk om mee om te gaan ... wat bedoel je?“

„Makkelijk in de omgang?“

Laura pakt ondertussen haar lange, zwart geverfde haar vast om het over een schouder naar achteren te laten vallen, terwijl ze Florian met haar waarheid confronteert.

„Hoe vaak stonden we hele middagen langs het voetbalveld te kijken, omdat jij per se erbij wilde zijn als hij in de modder stond te wroeten.“

„Dat is niet worstelen in de modder, dat is voetbal! Daar hoef je niet zo triomfantelijk bij te kijken. Moet ik je echt aan Roland herinneren?“

„Auw.“

Mario is kort en krachtig. Een jaar geleden was Laura eindeloos verliefd op een andere Roland dan de vriend van zijn Ma. Hij wist alles van auto’s en zodoende moesten Florian en Mario Laura vele zaterdagen gezelschap houden voor de garage van Roland, totdat hij klaar was met zijn auto te wassen, te polijsten of te lakken. De trieste waarheid was, dat hij meer van zijn auto hield dan van Laura. Waarschijnlijk zelfs meer dan van elk ander levend wezen op aarde. Daarom hield Laura hem na een half jaar voor gezien en ramt nu haar elleboog in Florians zij.

„Dat is gemeen. Goed, tussen mij en Roland was het zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn, maar wij hadden tenminste een echte relatie.“

„Dat is waar. Het was Roland, jij en de Audi!“

Woedend grijpt Laura een kussen en gaat daarmee los op Mario, terwijl Florian bijna zijn bierfles omgooit als hij lachend Laura’s armen ontwijkt. Dit soort dingen zal Florian missen. Mario smeekt ondertussen om genade. Zijn lachtranen laten Laura ophouden.

„Maar vertel, Flori, heb je ... ik kan niet op zijn naam komen ... heb je hem nog wel eens gezien?“

Laura is zo handig om het gesprek weer op het voorlaatste onderwerp terug te brengen en kijkt hem nieuwsgierig aan. Florian test haar door eerst een slok bier te nemen.

„Zijn naam is Jens ... ja, af en toe zie ik hem als hij zijn ouders bezoekt ... en hij studeert iets in Berlin of daar in de buurt. Hij heeft nu vakantie of in elk geval is hij hier, ik heb hem vandaag even gezien.“

„Ach, heb je hem ook gesproken? Kent hij jou nog als voetbalfan en is hij homo?“

Florian en Mario kijken elkaar begrijpend aan. Laura is soms opvallend nieuwsgierig. Florian neemt de tijd en opent de volgende flessen bier met een roze flesopener. Het was een cadeau van zijn moeder, die vindt, dat iedere homo tenminste een ding in de kleur roze moet hebben om het cliché te bevestigen.

„Ja, we hebben hebben even gepraat en nee, hij heeft mij niet verteld waarom hij hier is en wat hij verder doet. Wat nog meer? Voor hem ben ik de buurjongen, die ’s nachts in de tuin op uilen wacht en ik weet niet of hij homo is, waarschijnlijk niet. Wil jij mijn flesopener hebben als aandenken, Laura?“

Florian leunt achterover en de flesopener verdwijnt in Laura’s tas. Tijdens de volgende slok bier vindt Florian zichzelf nog gefrustreerder klinken dan vanmiddag in de tuin, vooral omdat hij nu alles hardop heeft uitgesproken. Klaar, over, uit, sluiten.

„Wat had je met uilen?“

Mario heeft geen idee.

„Toverschool?“, Laura reageert zuinig voordat ze weer alle aandacht op Florian richt, „Ach, Flori, dat was beslist vervelend voor jou.”

Haar goedbedoelde medeleven is voor Florian het laatste, wat hij vandaag nodig heeft. Snel schakelt hij door naar zijn ideeën, hoe zijn moeder in Afrika vertwijfeld naar een föhn zoekt of naar toiletpapier. Ongemerkt vliegt de tijd voorbij.

„Nou, Flo, tot moggûh!“

Mario brult en Laura reageert direct met een sis om Mario’s volumeknop omlaag te krijgen. Zijn beste vriend zwaait met beide armen en Laura heeft moeite om de kerel vast te houden. Florian heeft een paar keer gevraagd of ze de stomdronken Mario samen naar huis konden brengen en Laura heeft net zo vaak geantwoord, dat Florian in zijn toestand de weg terug niet zou vinden. Waarmee ze gelijk heeft. Het is ondertussen half drie ’s nachts en Florian is allang voorbij de fase van aangeschoten zijn. Met moeite houdt hij zich vast aan het tuinhek. Zelfs al ziet niemand hem nu, hij heeft geen zin over een scheve stoeptegel te struikelen en de straat van dichtbij te inspecteren. Waarom heeft hij zoveel gedronken? Hij heeft zelf een hekel aan dronken mensen en nog meer aan zichzelf in dronken toestand. Ach, het was meer dan een verjaardag, het was ook een afscheidsfeestje voor drie. Dan moet het kunnen.

„Wow, de wereld heeft vandaag haast ... alles draait.“

Zachtjes in zichzelf pratend loopt hij terug. Alles om niet te vallen.

„Flori? Hé, wat doe jij nog hier? Alles in orde met je?“

„Shit.“

Florian draait zich om naar Jens en blijft met moeite rechtop staan.

„Wat zei je?“

Jens kijkt hem verbouwereerd aan en Florian verslikt zich. Te vaak is hij zo spontaan, dat hij ook de dingen zegt, die andere mensen alleen denken.

„Eh ... niets ... niets ... ik heb niets gezegd ... eh ... goedenacht en tot ziens!“

Jens kijkt hem wantrouwend aan. Hij heeft een leren jas aan, een andere broek dan vanmiddag, en ziet er te goed uit. Komt hij net thuis of gaat hij nog uit?

„Heb je gedronken?“

„Nee, heb jij gedronken?“

„Flori, je bent dronken!“

„Nee! Jij bent dronken! Compleet!“

Jens kijkt Florian nog steeds aan met een gezicht, dat twijfelt tussen lachen of woede.

„Kom, ik breng je wel naar de deur. Je bent in staat om die paar meter te verdwalen.“

„Ik verdwaal nooit! Kijk, daar woon ik ... dat weet ik gewoon!“

De lach breekt door. Jens slaat een arm om Florian en als de jongen nauwelijks reageert, tilt hij Florian vierkant op om hem voor zijn voordeur op zijn voeten neer te zetten. Florian weet niet wat hem overkomt. Zijn benen doen niet wat hij wil en dat ligt waarschijnlijk aan meer dan de alcohol. Hij zoekt steun en leunt tegen de deur. Met Jens zo dichtbij krijgt hij het warm.

„Jij ruikt naar bier ... en naar rook ... en aftershave ... en ... naar nog iets.“

Geschrokken kijkt Florian op. Wie was dat? Jens of hij? Jens is even verrast, glimlacht dan en pakt Florians pols vast, die wat ongecontroleerde beweegt en nog steeds wankelt op zijn benen.

„Bier en rook? Ik was met een paar vrienden uit. Stinkt het zo erg?“

„Nee, gaat wel! Je ruikt ... goed“, Florian schudt zijn hoofd en is blij dat het donker is, zodat het niet uitmaakt of hij nu bloost of niet. Jens twijfelt, voelt aan Florians wang en streelt even over zijn hoofd.

„Dank je wel. Ik denk, dat je beter naar binnen kunt gaan. Jij bent behoorlijk dronken en ik moet morgen vroeg op.“

„Hoezo?“

„Ik ga morgen op vakantie, drie weken aan het strand niets doen met een paar vrienden.“

„Oh, ik ga binnenkort ook weg en ... ik ben vandaag jarig, oh nee, eigenlijk gisteren nu ...“

Jens kijkt hem geïnteresseerd aan en probeert de zin achter de onzin te ontrafelen.

„Maakt niet uit ... maar krijg ik nog een cadeau van jou?“

„Hè?“

Jens lacht nu echt, hard, oprecht en hij lacht Florian uit, die prompt teruggrijpt op zijn protesthouding. Met gekruiste armen en een trotse uitdrukking kijkt hij Jens aan, die het lachen nu vergaat en alle moeite doet om serieus te blijven. Het werkt altijd.

„Goed, een cadeau. Wat voor wensen heeft de jarige?“

Jens klinkt nu weer zacht, diep met een aparte ondertoon. Florian haalt zijn schouders op.

„Een paar spelletjes voor mijn console, maar overvraag ik je niet daarmee?“

Florian weet zelf niet hoe hij dit bedoelt, Jens vindt het komisch.

„Nee, jongen, ik ben een arme student.“

Zijn lach klinkt nu vriendelijk en eerlijk.

„Kan ik je niet iets geven, wat niets kost? Ik kan een ster voor je vangen of een boeket bloemen uit je eigen tuin plukken.“

Nu lacht Florian en hij ziet Jens al in gedachten voor zich op zijn knieën door de tuin kruipen om een boeket samen te stellen.

„Heb je geen andere wensen? Iets wat ik wel zou kunnen?“

De nabijheid van de ander valt Florian opnieuw op. De warme uitstraling, de geur, de heldere ogen, de wenkbrauwen met korte en lange haren erin.

„Een echte zoen?“

Grote ogen staren Florian aan. Wat heeft hij nu weer gemist? Florian kijkt geërgerd naar Jens.

„Wil je, dat ik je zoen?“

Jens fluistert. Shit. Hoe weet ... Florian heeft hardop gedacht. Daar moet hij toch meer op letten. Het lijkt wel een vloek, die over hem is uitgesproken. Ergens hoopt hij dat de tegels bij de deur op miraculeuze wijze zich openen, zodat hij in een zwart gat kan verdwijnen. Totdat hij op zijn wangen twee warme handen voelt, die zijn hoofd voorzichtig rechtop houden. Daarna voelt hij Jens’ neus tegen zijn eigen neus.

Het is inderdaad een aparte ervaring. Meeslepend, voorzichtig en tegelijk beslist en zonder een spoor van aarzeling kust Jens zijn buurjongen. Florian krijgt het gevoel te zweven en volgt automatisch Jens’ bewegingen.

„Florian!“

Nee, niet nu, vooral niet nu.

„Florian!“

Anna brult door het hele huis, terwijl Florian het net leuk begon te vinden. Hoe weet ze waar hij is? Of heeft ze hem en Jens gehoord?

„Florian! Sta je weer te kotsen?“

Waar is die tegel met dat zwarte gat eronder? Jens laat hem geschrokken los en doet een paar stappen achteruit.

„Het spijt mij, maar ik kan beter gaan.“

Jens draait zich om en sprint naar het tuinhek. Daar stopt hij even en kijkt naar Florian en het huis. Anna is nog binnen. Ze kijken elkaar aan. Florian komt weer bij zijn zinnen.

„Bedankt!“

„Happy Birthday!“

Met deze woorden verdwijnt Jens in de donkere nacht.

Marko
Berichten: 237
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 148 keer
Ontvangen Bedankjes: 45 keer
Bericht Florian 007 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:23

„Gaat u ook naar München?“

Florian kijkt op en in het gezicht van de oudere man, die net naast hem is gaan zitten. De trein is net voorbij Kassel, waar de man en zijn vrouw, de laatste zit nu tegenover Florian, zijn ingestapt. Hiervoor had Florian de vier stoelen voor zichzelf en dat vond hij prima.

„Ja.“

Hij knikt en probeert het masker der beleefdheid aan te trekken, hoewel hij nog liever een ronde zou willen huilen. In de stemming voor een gesprek met onbekenden is hij zeker niet.

De laatste twee weken waren chaotisch. Verdriet om het naderende afscheid en zin in een nieuwe toekomst wisselden elkaar af. Florian en Anna hebben bergen werk verzet. De hele inboedel moest de deur uit. Het is onvoorstelbaar hoeveel spullen ze tijdens hun gezamenlijk leven hebben verzameld. De familie heeft zoveel mogelijk geholpen. Ze zijn heel erg goed in het troosten van moeder en zoon, vooral wanneer sommige dingen teveel herinneringen opriepen. Of het nu een zelfgemaakte toverlantaarn was of een handdoek, waar nog de geur van de zee in zat. Anna probeerde haar verdriet voor Florian te verbergen en Florian lachte harder dan anders als zijn Ma in dezelfde kamer was, zodat ze zich geen zorgen zou maken. Uiteindelijk wisten ze toch precies hoe het met de ander ging. Ze hadden beiden angst voor de aanstaande scheiding.

„Het is niet zo, dat jullie elkaar nooit meer zien. Flori kan in de vakanties jullie bezoeken. Dan kan daarna een mooi opstel schrijven over de mooiste vakantie ooit.“

Geweldig, op je achttiende nog een opstel over de vakantie schrijven! Hoe kom je erop? Florian weet niet, naar wie hij zal kijken en kiest voor Inge, die zijn huilende moeder over haar rug streelt.

„Jij en Roland komen met vast en zeker met kerstmis thuis. Dat is al heel snel.“

Snel? Het is hoogzomer!

„Of Vivienne en ik gaan een keer naar München. Ik wilde altijd al het oude Rathaus zien, waar de FC Bayern altijd zijn kampioenschappen viert. Of Flori bezoekt ons hier in Hamburg. Of we spreken halverwege af, in Leipzig of zo.“

Florian onderbreekt haar gedachten, „Ligt Leipzig halverwege München en Hamburg?“

„Geen idee, ik wil ook nog een keer naar Leipzig. De Semperoper schijnt heel mooi te zijn,“ haalt Inge haar schouders op. Haar richtingsgevoel is uniek.

„De Semperoper staat in Dresden,“ corrigeert zijn moeder snikkend en lachend tegelijk.

„Nee, in Dresden staat toch die kerk? Hoe heet die ook al weer?“

„Frauenkirche!“

„Die bedoel ik. Schijnt ook heel mooi te zijn. Ach, Anna, we moeten echt een keer naar Dresden.“

Florian heeft de twee alleen gelaten. Hoe het Inge altijd weer lukt om binnen een paar minuten van het ene onderwerp naar het andere te springen, blijft onnavolgbaar. Het is haar in elk geval gelukt om zijn moeder af te leiden en daarom wil hij er niets over zeggen.

Ongemerkt rijdt de trein weer op volle snelheid. Florian zit samen met Rosemarie en Walter Landhut in ICE 789 naar München. Rosemarie heeft een hekel aan reizen met de trein en een nog grotere hekel aan vliegen, net zoals aan lange files op de Autobahn. Sowieso heeft ze een hekel aan wachten of te laat komen, maar meer nog aan stress en drukte. Florian heeft nog geen kwartier gezelschap gekregen en verbaast zich over alles wat hij in deze korte tijd al te weten is gekomen. Het interesseert hem voor geen meter, waar Rosemarie een hekel aan heeft. Op dit moment babbelt ze over een vakantie op Tenerife, die – hoe kan het ook anders – vreselijk was. Veel te heet en al die buitenlanders en mensen, die geen Duits spreken. Voor de vorm knikt Florian, probeert begripvol te kijken en vooral niet te luisteren.

Nog geen drie uur geleden stond zijn moeder, samen met alle anderen, op het perron. Laura en Mario waren er ook bij met een groot spandoek, wat nu opgerold bij zijn koffer ligt. Ze hebben huilend elkaar omarmd. Zelfs Kalle hield het niet droog en wreef met zijn hand regelmatig achter zijn zwarte zonnebril. Vele beloftes en aanwijzingen later is Florian dan ingestapt. Hij weet niet meer, hoe lang hij heeft gewuifd, in elk geval tot lang nadat het perron uit beeld was verdwenen.

Het was goed om iedereen te zien, die voor hem iets betekent. Bijna iedereen, want de afgelopen weken heeft hij niets meer van Jens gezien of gehoord. De dag na zijn verjaardag was de Volkswagen al verdwenen voor het huis van zijn ouders. Jens had ook gezegd, dat hij vroeg wegging. Min of meer zonder een helder doel voor ogen heeft Florian bij de familie Einsele aangebeld en met een onsamenhangende smoes bij Jens’ moeder zijn telefoonnummer achtergelaten, want op internet kon hij Jens niet vinden. Wel Manfred Einsele, maar daar wil hij niets van of mee.

De daaropvolgende nachten, tussen de half ingepakte verhuiskisten en -dozen, heeft Florian zich afgevraagd, wat hij verkeerd zou kunnen hebben gedaan. Kan hij zo slecht zoenen? Hij is er niet eens aan toegekomen om uitgebreid op Jens’ aanrakingen in te gaan. Met dank aan Anna! Hoewel Jens wel het initiatief nam, kan hij zich toch overdonderd hebben gevoeld? Of zich achteraf vreselijk hebben geschaamd? Of was het alleen zijn verjaardagswens, die Jens heeft ingewilligd? Tegen de tijd, dat het verhuisbedrijf voor de deur stond en al zijn spullen in een kleine vrachtwagen inlaadde, had Florian zich al neergelegd bij de situatie. Hij heeft gekregen wat hij wilde, niets meer, niets minder. Ergens is het goed, zoals het is. Maar waarom moet hij er dan zo vaak aan denken?

„Ik kan er niet tegen, wanneer ’s morgens om tien uur alle ligbedden rond het hotelzwembad al bezet zijn. Daarom gaat Walter ’s morgens, als we wakker worden, altijd eerst naar het zwembad en reserveert onze ligbedden met handdoeken. Het moet tenslotte niet gekker worden, we hebben ook voor die stoelen betaald en ik vind het ronduit vreselijk om aan het strand in het zand te liggen. Het duurt dagen, voordat ...“

Verward kijkt Florian op. Wat? Waar heeft ze het over? Oh ja, Rosemarie heeft een hekel aan de wereld, aan het leven. Beleefd knikt hij, ontspant zich en hoopt de resterende tijd tot München de klaagzang te overleven.

„En u? Wat gaat u doen in München?“, wil Walter Landhut op vriendelijke toon weten. Florian kijkt naar buiten en vraagt zich af, waarom oude mannen altijd naar oude mannen ruiken. Hij vindt dat leeftijd geen excuus is om je minder vaak te wassen of de aftershave te vergeten. Hoewel ... misschien kan de man er niets aan doen en begin je vanaf een zekere leeftijd vanzelf minder fris te ruiken. Een beetje zoals kaas rijpt. Oude kaas heeft ook een sterkere geur dan jonge kaas. Florian! Hoe komt hij hierop?

„Jongen? Hallo? Ik vroeg wat u in München gaat doen?“

Florian schrikt en trekt een verontschuldigend gezicht, „Het spijt me, ik was even in gedachten ... eh ... ik bezoek mijn vader ... eigenlijk ga ik bij hem wonen.“

„Scheidingskind?“

Rosemaries stem verraadt een superieur gevoel van medeleven. Florian knikt koeltjes. Hij verwacht, dat ze straks verder praat over hoeveel beter het vroeger wel niet was, toen man en vrouw nog in een eeuwig leven samen geloofden en voor Gods altaar beloofden elkaar lief te hebben en te eren tot de dood hen zou scheiden.

„En dat meen ik oprecht. Tot in de dood! Dat hebben we elkaar gezworen. Niet waar, Walter? Dat willen we ook, Walter en ik,“ blijkt Rosemarie binnen een minuut erg voorspelbaar.

„U vindt het vervelend, wanneer je een belofte breekt?“

Florian blijft koel glimlachen, maar de oude vrouw schijnt het niet op te vallen. Instemmend gaat haar hoofd heen en weer, daarna haalt ze adem en gaat verder waar ze gebleven is.

Florian kijkt naar buiten, waar het landschap in hoog tempo aan hem voorbijtrekt. Of razen ze zelf door het landschap? Hij ziet alleen groen, weiland en bomen, en vindt het mooi. Florian leunt tegen het glas. Het is koel, net zoals de hele coupé. Vervelende airconditioning, hij wordt beslist verkouden. Rosemarie praat en praat. Florian knikt om de zoveel minuten een keer, zodat ze niet begint over hoeveel beter zij en Walter zijn opgevoed dan de jeugd van tegenwoordig. Zo’n verhaal kan Florian niet boeien. Hij doet zijn best minder aan zijn moeder of de anderen of Laura en Mario te denken, omdat hij bij elke gedachte een brok in zijn keel krijgt. Met cola smeert hij zijn keel om daarna met zijn hand zijn mond af te wrijven. Jens! Ook aan hem wil Florian niet meer denken en prompt zit de oudere buurjongen vast in zijn hoofd. Ongelooflijk hoe iemand, die hij twee weken geleden alleen van afstand bewonderde, zo belangrijk kan worden, dat hij hem nu mist. Goed, Laura en Mario mist hij meer. Maar de herinnering aan het dronken gestuntel bij de voordeur blijft mooi.

„Jongen? Hallo? Droomt u alweer?“

Walter houdt een zakje met karamelsnoep omhoog. Glimlachend schudt Florian zijn hoofd. Hij weet zelf niet of zijn ‘nee’ nu over het snoepgoed of de vraag gaat.

„Verheugt u zich op uw vader?”

Rosemarie kijkt hem oplettend aan, als ze de vraag stelt. Heeft hij er zin in? In de afgelopen twee weken heeft zijn Ma drie keer met zijn vader, verwekker gebeld. De man heeft niet naar Florian gevraagd. Een keer heeft Florian hem zelf aan de lijn gehad en het gesprek was welgeteld drie zinnen lang.

„Florian Krone.”

„Eh ... hallo Florian, hier is Joachim. Is je moeder in de buurt? Ik wilde afspreken wanneer het verhuisbedrijf bij jullie kan langskomen.“

„Natuurlijk, een ogenblik graag, ik ga haar zoeken. Dag!”

„Dag!“

Goed, het waren vier zinnen. Of netto twee. In elk geval ziet Florian een beetje tegen de ontmoeting op. Vooral omdat hij bij hem gaat wonen, bij zijn vader en diens gezin. Hij kan niet weggaan als ze ontdekken, dat ze elkaar totaal niet kunnen uitstaan, nadat ze een uur of wat met elkaar hebben gebabbeld.

„Ja, eh, ik kijk er naar uit.”

Vanzelfsprekend verheugt Florian zich erop om bij een wildvreemd gezin in te trekken. Daar heeft hij ook zijn leven lang naar uitgekeken en kan het nauwelijks meer afwachten tot het zover is. Zijn vader en Bettina, inmiddels is Florian de goede naam te weten gekomen, wonen met hun vier kinderen in een betere wijk in München. Bettina had al twee kinderen, voordat ze met Joachim trouwde. Alex, die ongeveer net zo oud is als Florian en Maria, die twee jaar jonger is. De tweeling Tim en Emma is net vijf geworden. Wat weet hij nog meer over de familie Wanninger? Goede vraag en het antwoord is niets. Ergens diep triest, maar dat zal snel veranderen. Florian maakt kennis met ze, gaat met de kleintjes spelen, met Maria romantische films kijken en over jongens kletsen, met Alex naar feesten en voetballen. Met Joachim en Bettina kan hij over alle andere onderwerpen praten.

Godzijdank, de trein is vlak voor München Hauptbahnhof. Na bijna zes uur in de trein wil Florian er wel uit en zijn hartslag schiet omhoog. Met klamme handen stopt hij zijn muziekspeler en detectiveroman in zijn rugzak. De andere passagiers zijn ook druk. Drie rijen verder schreeuwt een moeder tegen haar zoon van vier, die zijn pluche beer voor geen goud in een koffer wil doen en de zakenvrouw in haar chique grijze kostuum worstelt met haar veel te zware rolkoffer, terwijl een echtpaar met overgewicht achter haar klaagt, dat niemand doorloopt. Rosemarie vertelt nu de hele coupé, dat ze een hekel heeft aan het trekken en duwen bij het uitstappen. Wat een verrassende mededeling. Florian luistert niet meer en zo verdwijnen het echtpaar van minstens tweehonderd kilo, de fulminerende zakenvrouw, de gestreste moeder met haar zoon vanzelf uit zijn waarneming.

Langzaam rijdt de trein het station binnen. Het perron is vol wachtende mensen. Sommigen hebben bloemen in de hand, anderen een bord met een naam erop. Wie van die mensen wacht op Florian? Hij kijkt naar de gezichten en zoekt naar iets bekends. Onzin, hoe moet hij iemand herkennen, die hij nog nooit eerder heeft gezien? Of staat zijn vader te wachten? Zal hij weten, dat die ene man zijn vader is, als ze elkaar zien? Hoe voel je je daarbij? De zenuwen zoeken een uitweg en zijn maag protesteert onaangenaam.

„Jongen? Hallo? U bent echt een dromer. Is uw vader er al?”

Walter Landhut legt een bevende hand op Florians schouder en kijkt zo naar buiten.

„Ik weet het niet.”

„Dan heeft u hem nog niet gezien?”

„Ik weet het niet!”

Geërgerd kijkt de oude man hem aan, maar wordt direct afgeleid door zijn vrouw, die hem commandeert eindelijk hun koffers omlaag te tillen. Met veel gepiep komt de trein eindelijk tot stilstand. Het sissen van de remmen is nog niet voorbij als de eersten al uit de trein springen. Florian blijft rustig zitten, laat alle anderen langslopen en staart naar buiten. Zoveel vreemde gezichten en geen een daarvan komt hem op de een of andere manier bekend voor. Plotseling wordt hij bang. Nog nooit eerder in zijn leven heeft hij zich zo alleen, zo ontzettend verloren gevoeld. Hij zoekt houvast door zijn rugzak tegen zich aan te houden en wil niet uitstappen, is van gedachten veranderd en wil terug naar Hamburg, naar zijn Ma. Voor een ogenblik voelt hij zich weer een kind van vijf, zes jaar om daarna terug te keren naar de realiteit, die hem een nieuw leven brengt.

Marko
Berichten: 237
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 148 keer
Ontvangen Bedankjes: 45 keer
Bericht Florian 008 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:24

Met een zucht staat hij op, hangt zijn rugzak over zijn schouders en tilt de zware rolkoffer naar beneden om daarna zich aan te sluiten in de rij mensen, die wachten totdat ze kunnen uitstappen. Het duurt lang, voordat hij het perron ziet zonder glas ertussen. Twee oude vrouwen voor hem hebben in zijn beleving drie kwartier nodig om een been voor het andere te zetten en nu blijven ze nog precies voor de deur op het perron staan. Het is een van zijn grootste hobby’s, oude vrouwen ontwijken. Met de nodige moeite kan hij precies langs de vrouwen uitstappen, een duif springt nog snel weg.

Eindelijk staat hij op het perron en doet een paar passen naar voren, zodat hij niet meer in de weg staat. Het is hier net zo’n drukte als in de trein. Het perron is vol en iedereen lijkt enorm veel haast te hebben. Kinderen worden meegesleurd door hun ouders, mensen in pak lopen en bellen tegelijk, anderen rennen om hun aansluiting te halen en daar tussen lopen wat militairen recht in de armen van hun ouders of vriendinnen. Met nog een stap achteruit is Florian ervan overtuigd niet doodgedrukt te worden door de mensenmassa. Tegelijk staat hij goed in het zicht, klaar om zijn vader te begroeten. Het ellendige gevoel van eerder komt weer terug. Met zijn handen brengt hij zijn haar weer in model, ontdekt dat hij zweethanden heeft en probeert ze aan zijn broekspijpen te drogen.

Hij heeft er eerder niet bij stilgestaan, maar hoe begroet je iemand, die je eigenlijk niet meer kent? Hoe zal hij zijn vader aanspreken?

‘Yo! Kom eens hier, oude kerel’ is het niet helemaal.

‘Dag meneer Wanninger, het is mij een eer kennis met u te maken ... en is dat uw vrouw? Wat een mooie vrouw’ zal het zeker niet worden.

‘Pa? Hier ben ik dan, de verloren zoon.’ Dat komt beter uit. Of toch niet? Hij heeft totaal geen idee hoe hij zal reageren. Misschien is het beter af te wachten wat Joachim doet. Goed idee, maar wat zal zijn vader doen?

Opnieuw gaat zijn fantasie met hem op de loop en komen beelden langs van allemaal verschillende vaders, die met hun complete aanhang op sleeptouw, hem mee naar huis willen nemen. Een dikke man, met hangbuik en kaalgeschoren, laat hem bijna stikken in hun omarming en transporteert de geur van okselzweet. Een zekere Joachim Wanninger in een zwart maatkostuum schudt hem de hand en heet Florian van harte welkom in de hoofdstad van Bayern. Een campingvader, compleet met gouden ketting en sigaret vastgeplakt aan de onderlip, neemt hem van onder tot boven in zich op. Zijn stiefzoon, het kruis van de broek hangt op kniehoogte, knakt zijn vingers en de stiefdochter maalt met veel geluid een stukje kauwgum. Haar navelpiercing is het meest waardevolle aan haar kleding. Of wordt het een katholiek, kleinburgerlijk gezin met alle kinderen naast elkaar opgesteld in aflopende grootte? Terwijl de kleintjes blokfluit spelen, zingen de groteren een zelfgeschreven begroetingslied waarin ze God voor Florians bestaan danken.

Onwillekeurig lacht Florian om zijn eigen gedachten. De beide oude vrouwen, die hem eerder zo in de weg stonden, kijken hem aan, alsof hij gek is geworden. Hij weet het, begrip is ver weg als je in het openbaar zonder duidelijke aanleiding in lachen uitbarst. Aan dat soort regels heeft hij lak. Zijn moeder zegt bij dit soort onderwerpen altijd, dat alleen bijzondere mensen echt buitengewoon waardevol zijn. Ergens heeft ze gelijk en toch doet Florian normaal zijn best niet de aandacht van iedereen naar zich toe te trekken. Met weinig succes, vrijwillig of onvrijwillig valt hij meestal op.

Het duurt lang, voordat het rustiger wordt op het perron. Nog een paar groepen mensen staan op het perron en praten met elkaar. Een blik op een van de klokken leert hem, dat de trein een kwartier geleden is aangekomen. Dat is nog geen reden voor paniek. Voor de derde keer checkt hij zijn treinkaart. Alles is gebeurd, zoals het staat afgedrukt. Spoor achttien, kwart voor zes was de aankomst. Hij staat ook op de goede plek, aan het begin van het perron.

Vijf minuten later staat Florian nog steeds naast zijn koffer op dezelfde plek te wachten.

Ergens klopt dit met zijn buikgevoel. De volgende paniekaanval dient zich aan. Wat als ze elkaar verkeerd begrepen hebben? Misschien wacht zijn vader in de hal of is er nog een spoor achttien? Het is zo’n groot station. De eerste mogelijkheid lijkt hem waarschijnlijker. Na een ronde door de centrale hal gaat hij naar een informatiebalie en laat zijn vader omroepen.

„Attentie! Hier volgt een oproep voor de heer Joachim Wanninger. Wil Joachim Wanninger naar informatiebalie vijf komen? Herhaling ...”

Man, je zoon wacht op je. Je zoon, die zich steeds minder goed voelt, niets meer tegen dat weeë gevoel in zijn maag kan doen. Florian wacht opnieuw een kwartier.

„Zal ik het nog een keer proberen?”, vraagt de vriendelijke jongedame van de informatiebalie op een toon vol medelijden, waardoor Florian denkt, dat hij er werkelijk als een verloren jongen uit moet zien. Langzaam schudt hij zijn hoofd. Is zijn reis naar München voor niets geweest?

„Nee, dank u voor het omroepen.”

Met een vriendelijke glimlach neemt hij afscheid en gaat weer naar het perron. De hele tijd heeft hij zijn telefoon vastgehouden. Niemand heeft hem geprobeerd te bellen en het nummer van zijn vader ‘is niet bereikbaar’. Bij de derde keer wacht Florian op de mogelijkheid om een bericht achter te laten.

„Ja, hallo, hier is Florian ... je zoon ... ik sta nog steeds op het station ... spoor achttien ... en het zou netjes zijn ... als iemand mij zou kunnen ophalen ... zou ik fijn vinden ... dag.”

Zoon? Ja, hij weet niet of Joachim meer Florians kent. Netjes? De man had er al lang moeten zijn!

Terwijl hij aarzelend een bericht achterlaat, loopt een duif heen en weer voor zijn voeten. Het is een moddervet beest, dat heel goed naar Florian kijkt. Hij merkt, dat het beest hongerig naar hem staart uit haar zwarte, kleine ogen. Of is het een hij? Hoe zie je bij duiven of het een mannetje of vrouwtje is? Zou het beest een mens zijn, zou het nu al kwijlen bij het vooruitzicht een lekker hapje te krijgen. Florian heeft niet eens iets eetbaars in zijn handen, alleen een beker koffie, die hij ergens tussen de centrale hal en het perron heeft gekocht. Misschien is het gevleugelde beest verslaafd aan koffie. Florian stampt eens met zijn voet en het beest springt een handbreedte opzij. Brutaal. Nou ja, zolang zij maar niet haar snavel in Florian zelf zet. De uitdagende houding van het beest roept agressie op. In een plotseling opkomende vlaag van woede doet Florian een stap naar de grijze stationsbewoner. Ze fladdert een beetje opzij. Nadat Florian echt uithaalt met zijn voet, stijgt ze op als een zwaar beladen vliegtuig en zoekt een veilige plek ergens hoog boven hem. Gewonnen!

Met een overwinningsgevoel draait Florian zich om en gaat weer bij zijn bagage staan. Een stel kleine kinderen, die met hun ouders, op een bank naast een vuilnisbak zitten, staren hem vol ongeloof aan. Verderop werpen een paar oudere mensen, hun koffers zijn de helft van hun lengte, hem wantrouwende blikken toe. Opnieuw is het Florian gelukt en is nu gespreksonderwerp van een half perron. Hij hoopt, dat ze van zijn kleine optreden hebben genoten.

Met rode wangen gaat hij op een andere bank zitten. Hij schaamt zich, dat hij zijn woede heeft afgereageerd op een duif. Het vliegende ongedierte is onschuldig aan zijn slechte humeur. Oké, ze is opdringerig en ongeduldig, maar niet de oorzaak van zijn kolkende stemming. Ondertussen is het half zeven geweest. Ook ruim drie kwartier na zijn aankomst is zijn vader nog niet opgedoken, laat staan dat hij zijn telefoon heeft aangezet. Voor de zoveelste keer probeert hij hem te bereiken, maar komt niet verder dan de automatische stem van het telefoonbedrijf. Heeft de man geen andere nummers? Waarom heeft zijn moeder daar niet naar gevraagd?

Bij de gedachte aan Anna merkt Florian weer pijn op zijn borst. Ze vraagt zich beslist al af, waarom hij nog niets van zich heeft laten horen. De reden is eenvoudig. Als hij nu haar stem zou horen, dan breken alle dammen door. In plaats daarvan zoekt hij troost in de gedachte, dat zijn Ma nu in hun gezellige keuken zit – de keuken wordt als laatste leeggeruimd – en door zijn oma wordt gekalmeerd. Florian heeft vast en zeker nu geen tijd om te bellen, omdat hij net kennismaakt met Joachim en zijn nieuwe familie. Ze hebben elkaar veel te vertellen, ze laten hem hun huis zien, hij ziet zijn nieuwe broers en zussen en bewondert zijn nieuwe kamer. Florian ziet de gezichten voor zich. Zijn Ma omringd door oma, Inge, Kalle, Vivienne, Armin, Roland en misschien ook Laura en Mario.

Laura en Mario? Met een luide vloek springt hij op en kijkt rond. Nee, de trein is verdwenen en in die trein ligt nog het spandoek van zijn beste vrienden. Woedend vliegt de beker koffie in de vuilnisbak en daarna komen de andere emoties naar buiten. Een paar minuten later is hij blij, dat het perron bijna leeg is. Welke jongen van achttien wil nu toeschouwers, als hij een moment voor en van zichzelf heeft? Huilen is nu eenmaal meer iets voor meisjes.

„Gedraag je niet als een jongen, maar als mens.”

Deze wijsheid van zijn moeder redt hem op dit moment. Het doet er niet zoveel toe of je een jongen of meisje bent. Als je moet huilen, huil dan, met of zonder willekeurige vreemden op een perron op een groot station ergens in het zuiden van Duitsland. De mens Florian is op dit moment in alle staten. Verdrietig, vertwijfeld en vooral heel erg woedend. Verstandige mensen lopen op zulke momenten met een royale boog om Florian heen.

Flatsch!

Dezelfde volvette duif als eerder vliegt laag over Florian en landt twee meter bij hem vandaan. Geschrokken kijkt hij op en inspecteert zijn kleding. Het zal toch niet waar zijn? Het is waar! De vliegende bommenwerper heeft het echt gedaan. Nu zit er een vieze, witte vlek op zijn broek. De ontdekking laat hem opspringen en met veel kracht uithalen naar het beest. Waar hij zoveel kracht vandaan haalt? Het beest vliegt door de lucht en knalt dan tegen een pilaar om daarna bewegingsloos op de grond te vallen. Wat heeft hij nu weer gedaan? Normaal zijn die beesten toch altijd sneller? Florian heeft nooit eerder iemand een duif zien schoppen en fluistert tegen zichzelf, terwijl hij naar het beest loopt.

„Shit! Ik heb haar gedood. Ik ben een kleine duivendoder. Oh God, dat is beslist slecht voor mijn aura.”

„Niet aanraken!”

Hij blijft roerloos gehurkt zitten. Heeft iemand gezien, wat hij heeft gedaan? Nou ja, dat kan er ook nog bij.

„Handen weg! Duiven kunnen alle mogelijke ziektes overbrengen. Moment ... kijk, met de krant kunnen we haar aanraken.”

Licht verstoord kijkt Florian opzij naar de man, die naast hem knielt en de duif in een stuk krantenpapier wikkelt. Fotomoment voor zijn geheugen. Brede schouders, bruine ogen, wangen met lachrimpels, grote handen. Zo te zien heeft hij ervaring met duiven. Met zijn vingers tast hij de duif door het papier af, voordat hij zich naar Florian draait.

„Dat wilde ik niet, eerlijk, ik wilde het beest niet doden ... ik heb nooit iets gedood ... behalve een spin of een mug ... en misschien mieren, als ik per ongeluk op ze ben gestaan of ...”

Florian zit helemaal in zijn verontschuldigingsmodus. De ogen van de man boren zich diep in zijn geweten.

„Het zag er niet als toeval uit.”

Florian merkt de plagende toon in de stem niet op, daarvoor is hij teveel afgeleid door de vriendelijke glimlach. Hij hapt naar adem, weet geen woord meer uit te brengen. De man maakt indruk op hem. Zou hij misschien Joachim zijn?

„Rustig maar. Ik denk, dat het er erger uitziet dan het is. Je slachtoffer leeft nog. Waarschijnlijk is ze alleen bewusteloos.”

„Eerlijk? Godzijdank!”

Een duivendoder is Florian bij nader inzien toch niet en hij haalt opgelucht adem.

„Toch zullen we haar zo snel mogelijk onderzoeken.”

„Onderzoeken?”

Florian is bijdehand als altijd.

„Ja. Ik ben dierenarts en de praktijk is hier dichtbij ... kom je mee of wacht je op iemand?”

Wachten? Hij? Tegenover hem staat of een ontzettend mooie dierenarts of Joachim. Waarom zou Florian niet meegaan? Ogenblik, wat heeft zijn Ma altijd verlangd als het om vreemde mannen gaat? Het maakt Florian op dit moment niets uit. Officieel is hij volwassen, vrij, onafhankelijk. De duif heeft het wel verdiend om mee te gaan. Voor de zekerheid kijkt hij op zijn telefoon. Joachim heeft niet gebeld. Florian knikt, grijpt zijn bagage vast en loopt met de man mee. Hij draagt de duif en kijkt de jongen naast hem aan.

„Hoe heet je eigenlijk?”

„Flori ... Florian Krone.”

„Mooie naam. Ik ben Manuel Schmidt!”

„Hallo ... Manuel?”

Marko
Berichten: 237
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 148 keer
Ontvangen Bedankjes: 45 keer
Bericht Florian 009 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:33

Manuel neemt Florian mee naar zijn auto, die naast het station staat. De oude wagen staat op een plek, waar het verboden is om te stoppen. Alsof de man gedachten kan lezen, volgt de verklaring.

„Ik heb vrienden naar de trein gebracht en eigenlijk zou ik hier allang weer weg zijn, maar toen zag ik de wereldkampioen in duiven werpen ...”

Met een vrolijke gezicht opent de man de Fiat voor Florian, die er nog een glimlach weet uit te persen om te laten zien, wat hij van zijn nieuwe titel vindt. De bewusteloze duif vindt een plek achter de bestuurdersstoel, daarna verdwijnt Florians bagage achterin. In alle rust stapt Florian in en doet zijn gordel om, terwijl Manuel nog even naar het gevogelte kijkt, dan naar Florian en vervolgens de motor start. Via de spiegels houden de beiden oogcontact, hoewel Manuel meer aandacht voor het verkeer heeft. Florian vraagt zich ondertussen af, wat zijn Ma van deze actie zou vinden. Bij een wildvreemde man instappen, zonder een idee te hebben, waar ze heengaan, zou alle alarmbellen laten afgaan.

Nog steeds observeert Florian de bestuurder. Hij ziet er niet als een kinderlokker of een verkrachter. Florian heeft al op de achterbank gekeken, maar daar lag niemand om hem met een doek buiten gevecht te stellen en in bewusteloze toestand naar een kliniek te brengen omdat zijn organen meer waard zijn dan hijzelf in complete toestand. Mocht de man hem willen beroven en ergens aan de rand van de stad achterlaten, dan zal hij teleurgesteld zijn. Florian heeft nauwelijks geld bij zich en komt tot de conclusie, dat Manuel dik in orde is. De man heeft werkelijke een zachte, vriendelijke uitstraling, ondanks een driedagenbaard, woeste haardos en brede schouders. Een type om ’s nachts van te dromen. Florian mag dan slecht in flirten zijn, maar een mooie man trekt altijd zijn aandacht. Zeker mannen zoals deze Manuel, die nu opzij naar hem kijkt en zich verbaast over de stille lach op Florians gezicht, die direct probeert serieuzer te kijken, wat weer een lachende dierenarts oplevert.

„Hoe gaat het met ons kleintje?”

„Veel beter nu, dank je. Vandaag had ik echt een dag als geen andere. Eerst ...”

„Ik bedoelde de duif.”

Florian heeft geen spiegel nodig om te weten, dat hij nu rode wangen heeft. Beslist bordeauxrood. Manuel kijkt hem nog een keer aan en lacht opnieuw. Florian is blij, dat hij tenminste iemand kan opvrolijken en draait zich in zijn stoel om. De gevleugelde vriendin is nog buiten westen.

„Ikea slaapt, ze heeft waarschijnlijk een hersenschudding.”

Naast hem vliegen twee wenkbrauwen omhoog.

„Ikea?”

„Ik heb haar zo gedoopt.”

De naam viel Florian spontaan in en waarom niet? De naam past gewoon bij deze vliegende bommenwerper.

„Hoe kom je op Ikea? Is dat een gebruikelijke naam voor een duif?”

„Weet ik niet. Ik ken niet zoveel duiven. Als ik eerlijk ben, heb ik een hekel aan duiven.”

„Goh, dat had ik nooit van jou gedacht.”

„ ...”

„Maar om nog een keer op de naam terug te komen. Ikea?”

„Ach. Kun jij geen naam verzinnen? Hoe zou je je duif noemen?”

„Geen idee. Duifje of duif.”

„Yo, dat is creatief. Ik ben onder de indruk.”

„Goed, dan wordt het Ikea. Ikea, het arme slachtoffer.”

De toevoeging treft doel. Florian had al verwacht, dat het onderwerp nog een keer langs zou komen. Als dierenarts is de man zonder twijfel en principieel tegen dierenmishandeling.

Nerveus kijkt Florian voor zich uit. Het verkeer in de binnenstad komt stapvoets vooruit. Ze staan al een tijdje voor een kruising, waar het licht net weer op rood springt. Een grote groep voetgangers krijgt groen en steekt over, sommigen met haast en onder de langzamere wandelen ook een paar toeristen. Toeristen zijn overal hetzelfde. Ze hebben een apparaat om foto’s mee te maken, een opgevouwen stadsplattegrond en onhandige rugzakken of ze hebben iets voor hun buik hangen. Toeristen zijn een equivalent voor buideldieren. Door het geopende raam valt Florian opeens muziek op. Hij herkent de titel, ‘Lost’, en kijkt naar rechts. Naast hen staat een zwarte Daimler, waarvan het raam omlaag is gedraaid. De bestuurder laat zijn arm ontspannen naar buiten hangen. De mouwen horen bij een coltrui met aan de pols een stijlvol horloge. Groot formaat, dus van een man en dan wil Florian ook de rest zien. In de auto zit iemand, die beslist nog geen twintig jaar is. Een chauffeur? Hij heeft een interessant profiel, het gezicht kan hij niet goed zien. Rechte neus, geen littekens. De jongen heeft lang, blond haar, bijna tot op zijn schouders. Opeens kijkt de bestuurder naar links, zodat Florian het gezicht kan zien. Automatisch verslinden zijn hersenen de indrukken. De heldere ogen, iets tussen grijs en blauw in, slokken hem op. Ze blijven elkaar aankijken. Dan verdwijnt de Daimler met de bestuurder uit beeld en hapt Florian naar adem. Wat is gebeurd? Waar is de andere auto gebleven en waar is hijzelf?

„Alles in orde?”

Het duurt nog een paar seconden, voordat Florian terug op aarde is. Het licht is op groen gesprongen en Manuel brengt de auto veilig over de kruising. Florian schraapt zijn keel en vraagt zich af wat er zojuist is gebeurd. Hij weet, dat zich wel vaker als idioot gedraagt, maar dit slaat alles.

„Eh ... ja ... ik ben wel in orde ... denk ik.”

„Ken je hem?”

„Wat? Wie?”

„De bestuurder van die Daimler, net naast ons.”

„Oh, die ... ik weet het niet ... hè, wat zeg ik nu weer? Nee, natuurlijk ken ik hem niet.”

Florian begint te zweten. Het weeë gevoel in zijn buik is anders, hij heeft er geen woorden voor. Manuel vraagt niet verder. De man is zo vriendelijk en hulpvaardig en Florian voelt zich als de hofnar voor noodgevallen.

„Eigenlijk wil je nog bedanken ... ik bedoel, voor je hulp bij Ikea en zo. Ik weet niet wat ik anders gedaan zou hebben. In elk geval bedankt.”

„Geen probleem. Het is mijn beroep, weet je nog. Ik ben nu eenmaal gewend om elk levend wezen te helpen en bij pogingen tot moord telt dat dubbel.”

Ze lachen beiden. Florian weet, dat Manuel hem plaagt, maar houdt last van zijn slechte geweten. Onrustig wiebelt hij op de stoel heen en weer.

„Eh ... meestal ben ik wel goed bezig. Ik hou van dieren. Vooral van honden, ook van katten en ik had vroeger een konijn.”

„Heb je die ook geschopt?”

„Nee en als je mij niet serieus neemt, zeg ik niets meer.”

„Nou, je bent ook snel beledigd.”

Florian vlucht in zijn protesthouding. Tot nu toe is iedereen voor zijn onschuldige, wijd opengesperde ogen gevallen.

„Florian, het spijt me. Ga alsjeblieft verder. Jij had een konijn?”

„Ja, hij heette Conrad.”

„Conrad, het konijn?”

„Nu doe je het weer.”

„Nee, eerlijk. Goed, ik zeg niets meer.”

„Goed. Ik was gek met dat beest, maar hij is niet oud geworden.”

„Waaraan is hij dan gestorven?”

„Niemand heeft hem geschopt, als je dat bedoelt.”

„Ik zei niets, ik vroeg gewoon hoe ...”

„Hij heeft chocolade gegeten. Met hazelnoot en noga.”

„Heb jij je konijn chocolade gegeven?”

„Nee, dat was Christine Flachmann. Stom kind. Ze zat bij mij in de klas.”

„Hebben jullie je huisdieren meegenomen naar school of zoiets?”

„Nee, we gingen met de klas naar de dierentuin.”

„Mochten jullie huisdieren meenemen op een klassenuitje?”

„Nee, dat mochten we niet, dat heb ik gewoon gedaan.”

„ ...”

„Manuel, ik was acht jaar oud en we zijn met z’n allen met de metro naar de dierentuin gegaan. Conrad had in zijn leven niets anders gezien als zijn kooi en onze tuin. Ik wilde hem alleen wat meer van de wereld laten zien. Het is toch spannend voor een konijn om een reuzenslang achter glas te bekijken en hij had het best naar zijn zin. Hij zat de hele tijd in mijn rugzak of op mijn schouder of op mijn schoot, tenminste als de juf niet keek, en in de dierentuin heb ik hem extra lang bij de andere konijnen gelaten. Maar op de terugweg heeft Christine hem dan chocolade gevoerd en de volgende dag was hij dood. Dat is alles.”

Florian was echt gek met het konijn en heeft zich lang schuldig gevoeld. Als hij Conrad niet had meegenomen, dan had het beest langer geleefd. Plotseling merkt hij het onderdrukte proesten naast zich op. Het zal toch niet waar zijn? Vertelt hij over de chocoladedood van Conrad en krijgt de man achter het stuur eerst een lachbui. Met verbijstering kijkt Florian opzij, terwijl Manuel zijn lachen niet meer kan onderdrukken.

„Wat is er zo grappig aan? Heb je het einde niet begrepen? Mijn konijn was dood. De volgende morgen, toen ik hem zijn krachtvoer en groente wilde brengen, lag hij dood in zijn kooi.”

Manuel stopt met lachen, schraapt zijn keel en maakt oogcontact. Zijn uitdrukking is vriendelijk, eerlijk, op de een of andere manier heel aangenaam.

„Het spijt me. Echt, Florian, het spijt me. Weet je, ik denk dat jouw Conrad een geweldig leven had. Welk konijn kan nu vertellen, dat het in de dierentuin is geweest en daar ook nog levend vandaan is gekomen?”

„Ja, dat heeft mijn Ma ook gezegd om mij te troosten.”

Shit! Ma! Hij heeft nog niet eens een berichtje gestuurd. In Hamburg denken ze nu waarschijnlijk, dat de trein is ontspoord of Florians nieuwe pseudofamilie hem als smakelijk aperitief voor het avondeten heeft geconsumeerd. Florian zoekt zijn telefoon, die hij sinds zijn duifactie in zijn rugzak heeft gestopt. Drie gemiste oproepen van een onbekend nummer. Misschien heeft zijn supervader zich eindelijk gerealiseerd welke dag het vandaag is en wat van hem verwacht wordt. Maar zijn Ma is nu veel belangrijker en ze krijgt een kort bericht.

‘Goed aangekomen, ben helemaal op, bel je morgen, doe iedereen de groeten, mis jullie, Flori’

Zo is liegen veel makkelijker.

„Sorry, ik moet even bellen.”

Manuel knikt gelijk met begrip.

„Ga je gang.”

Florian belt het onbekende nummer. Hij is nieuwsgierig en zijn maag doet van harte mee. Zo meteen krijgt hij zijn vader aan de lijn. Wat kan hij zeggen? De situatie is echt te stom voor woorden en geen goede start van een harmonische relatie tussen vader en zoon. Zijn broek moet zijn bezwete handen drogen. Na vijf keer neemt zijn vader op.

„Yo, super, dat je eindelijk terugbelt. Weet je wel hoeveel problemen je mij bezorgt? Waar ben je, kerel?”

Sprakeloos staart Florian naar het scherm. Het gebeurt niet vaak, dat hij geen reactie heeft. In principe nooit. Meestal valt hem wel iets in of wil hij iets kwijt, al is het soms compleet ernaast. Deze keer zit hij met een mond vol tanden en kijkt verbluft naar Manuel naast hem, die alleen zijn wenkbrauwen optrekt. Florian schakelt over op de luidspreker.

„Hallo? Hé, ben je er nog? Wat is er aan de hand? Wat ben jij voor een sukkel?”

Het is zeker niet zijn vader. De stem klinkt anders. Jonger. Zijn vader was aan de telefoon altijd beleefd, zelfs volgens zijn Ma. Deze stem komt eerder brutaal, respectloos, koud, arrogant over.

Marko
Berichten: 237
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 148 keer
Ontvangen Bedankjes: 45 keer
 

Plaats een reactie

Volgende

Terug naar Marko Jablan (open)

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast


cron