Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Marko Jablan (open)
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

Florian

Voor iedereen te lezen

Plaats een reactie

Bericht Florian 010 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:39

„Ik een sukkel? Ik? Wie heeft veel te lang op het station staan wachten en wie is mij niet komen ophalen?”

„Is dat mijn schuld?”

„Nee, zeker de mijne.”

„Waar ben je?”

„Bij een vriend.”

Manuels gezicht laat steeds meer verwarring zien, de man glimlacht onzeker. Florian haalt zijn schouders op en grijnst.

„Mooi voor je. Waar mag ik je dan ophalen?”

„Niet. Ik weet niet eens wie je bent.”

„Alex ... Alex Wanninger.”

„Joachim zou mij ophalen.”

„Waar kan ik je ophalen?”

„Je hoeft mij niet op te halen, als het je niet uitkomt.”

„Jawel, ook al kan ik mij veel leukere dingen voorstellen om op vrijdagavond te doen dan ... ik spreek toch met Florian Krone?”

„Helemaal. Ik stuur je over een paar minuten het adres.”

„Super! Spannend! Ik ben benieuwd.”

„Tot later!”

„Sukkel!”

„Rukker!”

Snuivend van woede beëindigt Florian het gesprek met zijn aanstaande stiefbroer, die waarschijnlijk krankzinnig is of een extreme idioot, zoals hij nog niet eerder heeft meegemaakt in zijn leven. Met trillende hand bergt hij zijn telefoon weer op. Hoe krijgt iemand, die hij nog nooit heeft ontmoet, het voor elkaar om zoveel woede in hem op te roepen?

„Alles in orde met je?”

De rustig uitgesproken vraag van Manuel helpt Florian het trillen van zijn handen onder controle te krijgen. Voor de zekerheid stopt hij ze onder zijn dijbenen.

„Nee ... ik bedoel, ja. Kan je mij het adres van de praktijk geven? Die rukker ... Alex ... mijn nieuwe stiefbroer ... moet mij blijkbaar ergens ophalen.”

Manuel kijkt Florian met een aparte blik aan. Bezorgd. Het komt lief over op de jongen, die daardoor verder kalmeert. Bij zulke ogen kan hij simpelweg niet agressief of woedend blijven.

„Natuurlijk krijg je het adres. We zijn er zo. Lopend waren we er allang geweest. Het is maar tien minuten, maar de auto is makkelijker met zoveel bagage. Was dat je stiefbroer? Heb je een hekel aan hem?”

Er klinkt zoveel warmte in de stem, dat Florian alleen maar kan glimlachen. Hij voelt zich steeds meer op zijn gemak bij deze aantrekkelijke man.

„Op dit moment hoef ik hem niet te zien. Een echt antwoord heb ik eigenlijk niet, want ik ken hem helemaal niet.”

Daarna vertelt hij Manuel over zijn Ma, haar vriend en hun vertrek naar Afrika en over zijn vader, de nieuwe familie en zijn verhuizing. Kortom alles.

„Zo stond ik daar en niemand kwam mij ophalen. Ik was verdrietig en boos tegelijk, ook omdat ik helemaal geen idee heb wat ik kan verwachten. Ik wist gewoon niet meer wat te doen en ontdekte ik tot overmaat van ramp, dat ik het cadeau van mijn beste vrienden in de trein had laten liggen. Daarna scheet Ikea op mijn broek en de rest ken je.”

Ze parkeren voor een oude stadsvilla. Bij de toegangspoort hangt een bord. ‘Dierenkliniek Bavaria’ met eronder het adres en vijf namen van dierenartsen. Schmidt, Fleischer, Gleisner, Reuter, Schmidt.

„Ik stuur mijn geliefde stiefbroer het adres.”

„Goed. Ik neem Ikea alvast mee. Bij de balie hoef je alleen te zeggen, dat je bij mij hoort.”

De laatste woorden echoën na in Florians hoofd. Dat zei zijn moeder altijd tegen Roland. Voor Florian klinkt het alsof Manuel hem als vriend ziet en hij lacht over zijn eigen fantasie. De man is natuurlijk met een vrouw getrouwd en vader van een paar kinderen. Ondertussen is Manuel naar binnen gegaan en komt een oude man met een wit-bruine teckel door de poort aangelopen. Prompt oogst Florian de volgende sceptische blik, terwijl de man in een rechte lijn naar de voordeur loopt. Volgens zijn horloge is het bijna half negen. Hebben ze nu nog spreekuur? Ach, op het bord staan de spreekuren en op vrijdag is dat tot negen uur. Ruime openingstijden! Waarom staat Florian nog hier? Oh ja, hij moet die Alex nog een bericht sturen. Met tegenzin stuurt hij het adres naar het iets minder onbekende nummer zonder verdere toelichting, aanhef of groet.

Daarna gaat hij naar binnen, waar het naar desinfectiemiddel en dieren ruikt. Daar zit een zekere logica achter. Aan de muren hangen foto’s van grasparkieten, honden en nog andere beesten. De eerste indruk is goed. Alles ziet er modern en fris uit. Misschien iets te modern voor Manuel in zijn oude Fiat. Florian vindt hem meer iemand voor een oude, vervallen boerderij en ziet hem al op de hooizolder staan in een hemd en een oude spijkerbroek, compleet bezweet van het omlaag gooien van hooibalen.

„Hallo? Ik vroeg net of ik u kan helpen?”

„Eh ... oh ... sorry ... Ja, ik zoek Manuel ... dokter Schmidt ... ik hoor bij hem ... we zijn samen ... eh ... we zijn samen gekomen, ... eh ... hier bedoel ik ... ”

Pijnlijk! Florian stottert, bloost en schaamt zich over zijn dubbelzinnigheid. De man tegenover kijkt hem onderzoekend aan. Hij heeft een witte jas aan. Blijkbaar is hij een van de andere artsen. De ogen achter een zwarte bril lijken door hem heen te kijken en laten de man op Florian onvriendelijk overkomen, roepen aversie op.

„Oké.”

Meer zegt hij niet en gebaart Florian hem te volgen. Communicatieve dokter. Met het gevoel van een klein kind aan de hand van zijn moeder rent Florian achter de man aan, langs verschillende kamers waar vertwijfelde dieren zich afvragen, waarom ze hier zijn en de jongen met hulpeloze blikken vragen hen te redden. De onvriendelijke arts opent zwijgend een deur voor Florian. Manuel staat voor een tafel en heeft een witte jas en handschoenen aangetrokken. Het ziet er apart uit, maar ook weer passend.

„Ha, daar ben je. Ik vroeg mij al af of je nog zou komen. Kijk, Ikea is wakker. Het gaat alweer beter met haar. Ze heeft haar rechtervleugel gebroken. We moeten afwachten hoe de breuk herstelt. Ik heb haar gelijk medicijnen gegeven tegen wormen, luizen en de standaard inentingen tegen virussen. Met stationsbewoners weet je nooit wat ze met zich meedragen.”

Ikea zit behoorlijk suf op de onderzoekstafel. Haar rechtervleugel is gefixeerd.

„Hallo Ikea, ik ben het, weet je nog. Je hebt mij behoorlijk getreiterd, ondergescheten en ... het spijt me en ik hoop dat je snel weer kunt vliegen. Dat wilde ik eigenlijk zeggen.”

Manuel staat naast Florian. Nu pas merkt Florian, dat dokter Schmidt een kop langer dan hijzelf is. Hij moet omhoog kijken.

„Maak je geen zorgen. Ze is hier in goede handen.”

„Denk je dat ze mij ooit zal vergeven?”, probeert Florian zijn gedeukte imago verder op te poetsen.

„Wie kan je niet iets vergeven?”

Het retorische antwoord bezorgt Florian een warm gevoel, vooral in zijn gezicht. De knipoog van Manuel doet ‘t hem. Het geluid van een schrapende keel laat Florian een stap opzij doen. De onvriendelijke arts staat nog steeds in de open deur en de man staart.

„Marc, ik heb je niet gezien. Kom toch verder. Florian, mag ik je Marc Reuter voorstellen? Hij is mijn collega ...”

„En partner.”

Van een ijzig gezicht krijgt Florian een hand aangeboden, die hem tijdens het schudden stevig vasthoudt. Verbluft kijkt Florian van de een naar de ander. Manuel heeft plotseling een zenuwachtige trek om zijn mond en grijpt nerveus in zijn haar. Goh, Manuel is homo. Dat had Florian totaal niet gemerkt.

„Hallo.”

Wat kan hij anders zeggen?

„Marc, we hebben op het station een gewonde duif gevonden en daarom heb ik Florian en Ikea hierheen gebracht.”

„Interessant.”

Marc houdt Florian scherp in het oog en gaat direct naast zijn collega en partner staan om een hand om Manuels middel te slaan. Waarvoor is deze levende geest bang? Florian heeft geen enkele behoefte om Manuel hier tussen de vaccinatiespuiten en medische instrumenten uit te kleden en snelle seks te hebben. Waar is hij nu weer tussen beland? Hoe had hij moeten weten, dat de man een relatie heeft? Bovendien hebben ze niet geflirt? Of toch? Waarom zou iemand als Manuel iets van een jongen als Florian willen? In de ogen van de jongen is de man ongeveer tien jaar ouder en hij heeft blijkbaar een onvriendelijke en desondanks goed uitziende vriend. De naderende pijnlijke stilte krijgt geen kans zich door te zetten, omdat Florian iets op zijn rug voelt trillen. Het is zijn telefoon, die hij nu snel tevoorschijn haalt, onderuit zijn rugzak.

„Excuus voor de onderbreking.”

„Ga je gang.”

Marcs stem is honingzoet, zijn blik dodelijk.

„Hallo?”

„Ook goedenavond. Heb je het naar je zin daar binnen? Haast je niet, ik hou ervan om te wachten en sta hier graag nog langer. Het ruikt zo heerlijk hier naar hondenuitwerpselen.”

„Doe niet zo zielig, rukker. Ik kom eraan.”

„Geweldig. Je kan mij niet over het hoofd zien. Ik ben de jongen met het vrolijkste gezicht en ...”

Zonder pardon beëindigt Florian de verbinding. Zijn hand trilt alweer. Hoe krijgt dit figuur het voor elkaar hem binnen een paar seconden zo te tergen, dat hij vanzelf explodeert? Die arrogante, sarcastische ondertoon in zijn stem is genoeg om Florian in alle staten te brengen en iets kapot te schieten. Het liefste zijn stiefbroer.

Het past niet bij Florians vredelievende natuur. Hij heeft moeite met agressie, is tegen geweld, verdraagt geen onenigheid en zoekt altijd naar harmonie. Hij is gewoon te emotioneel om direct rationele argumenten klaar te hebben en zijn stem schiet altijd zo uit. Daarom vermijdt hij ruzies. Het kost hem allemaal teveel.

„Alles goed? Was dat weer je broer?”

Manuel wrijft zijn handen over elkaar en kijkt bezorgd, hoewel zijn jaloerse vriend hem onder controle houdt. Florian knikt om de vraag te bevestigen.

„Ja, ik moet gaan.”

„Nu al?”

Marcs commentaar wordt genegeerd. Manuel geeft hem een memovel en een pen.

„Zou je je telefoonnummer willen opschrijven? Zodat ik je kan vertellen hoe het met Ikea is.”

Het laatste deel komt er wat gehaast uit en is meer voor zijn vriend bedoeld dan voor Florian, die braaf zijn naam en nummer opschrijft. Je weet tenslotte maar nooit, waar het goed voor het is.

„Ik loop nog even met je mee. Jouw bagage ligt nog in de auto.”

„Ja, klopt. Eh ... Marc ... tot ziens.”

Het was een woest genoegen voor Florian en hij hoopt oprecht, dat ze elkaar snel weer zien. Ergens tussen hemel en aarde.

„Tot ziens.”

Nog een keer die koude hand, een laatste blik op de nu weer slapende Ikea en dan volgt Florian dokter Schmidt naar buiten. Zwijgend loopt de jongen naast Manuel.

„Weet je, Marc ... is eigenlijk een heel ander iemand. Normaal is hij beleefd, vriendelijk, open ... en leuk. Alleen wanneer hij het gevoel heeft, dat ik ...”

Manuel stamelt en dat verbaast Florian. Wat probeert de man te vertellen?

„Hoe anders? Wat voor gevoel?”

Florian probeert Manuel aan te kijken, die zacht antwoordt.

„ ... dat ik mij voor iemand anders zou interesseren ...”

„Dat is totale onzin. Waarom zou jij interesse in mij hebben?”

Florian schudt zijn hoofd en haalt zijn schouders op. Manuel houdt de buitendeur voor hem open. Florian gaat als eerste naar buiten.

„Ach Florian, ...”

Florian hoort niets meer. Direct voor de deur staat een zwarte Daimler. De bestuurder staat er ontspannen naast. Bij het geluid van hun voetstappen kijkt hij op.

Marko
Berichten: 243
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 149 keer
Ontvangen Bedankjes: 51 keer
Bericht Florian 011 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:44

Hij kan zich niet vrij bewegen. Zijn armen zijn verstijfd en zwaar, zijn knieën bezwijken bijna.

„Florian? Ik haal je bagage alvast uit de auto.”

De jongen heeft geen idee waar Manuels stem vandaan komt, die zacht en gedempt klinkt. Hij moet ver, ver weg zijn, want Florian kan hem nauwelijks verstaan en knikt instemmend, want hoe je je stembanden gebruikt, is hij op dit moment vergeten. De blonde bestuurder leunt nog steeds tegen de Daimler en heeft tot nu toe niets gezegd. Het is net een herhaling van het wachten voor het kruispunt. Ze kijken elkaar alleen maar aan.

„Oké, hou even vast, wil je?”

Manuel zet de bagage voor zijn voeten neer en dwingt daarmee Florian tot beweging.

„Dank je.”

Zijn stem klinkt als schuurpapier, alsof hij de laatste jaren in een klooster volgens de zwijgbelofte heeft geleefd. Manuel staat recht voor de jongen.

„Ik moet weer naar binnen, er wacht nog een gevlekte teckel op mij. Je redt het wel?”

„Natuurlijk.”

Een leugen.

„Ik bel je over Ikea en zo.”

„Doe dat. Bel je mij echt?”

„Ja. Eh ...”

„Bedankt voor alles en tot ziens.”

„Geen probleem, het was leuk. Veel geluk met je nieuwe familie. Als er iets is, kun je altijd langskomen.”

„Bedankt. Dag!”

Een grote hand landt op Florians schouder, die zich acuut verstapt omdat hij op dit moment zich veel prettiger bij Manuel voelt dan bij de jongen met het schouderlange haar. Eigenlijk zou hij liever met Manuel meegaan, maar die draait zich om en verdwijnt achter de buitendeur met een laatste knipoog voor Florian. Ze zijn nu alleen en Florian hoopt, dat de deur weer opengaat, zodat hij zich achter Manuel kan verstoppen. De man is er groot en breed genoeg voor.

De blonde bestuurder zwijgt nog steeds en Florian besluit een einde aan de merkwaardige situatie te maken.

„Hallo, ik ben Florian Krone.”

Hè, waarom schiet zijn stem nu weer uit? Nu weet hij zelf niet eens of dat wel hard genoeg was om verstaanbaar over te komen. Zijn uitgestoken hand wordt genegeerd.

„Fijn voor je. Kunnen we gaan?”

Die stem klinkt precies zoals die idioot aan de telefoon. Shit! Dit is Alex Wanninger. De jongen mag er dan als een blonde engel uitzien – in zijn hoofd ziet Florian het slanke, sportieve lichaam al met vleugels op de rug voor zich – maar heeft al bewezen een vermomde kleine duivel te zijn. Florian bijt van zich af.

„Ja.”

Meer is niet nodig. Beleefdheden zijn bij dit figuur overbodig en het kan hem niets schelen. Bij de bagageruimte wacht hij, totdat Alex die opent.

„De volgende keer, als ik je ergens moet ophalen, wacht je buiten. Ik ben geen taxi, die je zo lang kunt laten wachten als je zelf wilt.”

„Oh, je kan prima voor taxichauffeur doorgaan. Maar maak je vooral niet druk. Als het aan mij ligt, komt er geen volgende keer.”

„Dat zou al te mooi zijn.”

Alex wijst naar het gebouw achter hen.

„Wat deed je hier? Dierenkliniek? Ben je ziek?”

„Grappig. Wat ik hier doe, gaat je niets aan.”

„Wie was die man?”

„Een vriend.”

„Je bent net drie uur in München en je hebt al vrienden?”

„Ik ben nu eenmaal een aardige, nette jongen met een sympathieke uitstraling. Ik heb maar tien minuten nodig om nieuwe vrienden te leren kennen.”

„Dat geloof ik direct.”

Florian trekt de bijrijdersdeur open en ploft neer op de zwartleren stoelen om daarna stug voor zich uit te kijken. Hij wil zich niet meer laten provoceren, dat brengt zijn slechtste kanten naar boven. Alex’ cynische opmerkingen kunnen hem gestolen worden. De laatste stapt nu ook in en heeft wat moeite om te keren op het kleine parkeerterrein. Ze rijden een tijdje zonder elkaar te beledigen. In plaats daarvan klinkt zachte muziek, die de stilte eerder benadrukt dan wegneemt. Dezelfde groep als eerder, andere titel. ‘A letter to Elise’. Hoe komt het, dat ze beiden deze muziek kennen? Al hebben ze een overeenkomst, Florian zegt niets want Alex reageert zonder twijfel met een afwijzende, cynische, gemene opmerking. Het is tien over negen. Hoewel het augustus is, past het weer meer bij de herfst. De laatste dagen heeft het veel geregend en zonder trui of pullover was het veel te koud. Vandaag is de regen weggetrokken en gaat de zon langzaam onder. De schemering is anders hier dan in Hamburg.

In de auto is het donker. Het zou heel romantisch kunnen zijn ... zonsondergang, muziek, schemerlicht. Alleen het dashboard en de straatverlichting geven licht. Florian sluit zijn ogen en snuift de lucht op. Er hangt een typische geur in de auto, die hij niet kan plaatsen. Een aftershave? Het is geen luchtverfrisser. Hij vindt het prettig ruiken. Voorzichtig opent hij een oog en observeert Alex, die helemaal opgaat in het autorijden met zijn ogen naar de spiegels of recht naar voren. Zo lang kan hij nog geen rijbewijs hebben, schiet Florian te binnen. Alex is van zijn leeftijd, dus ook kort geleden achttien geworden. Hij rijdt goed. Geen spoor van onzekerheid en met honderd procent concentratie.

„Waarom staar je naar mij?”

Florian krimpt een beetje. De vraag komt agressief over. Gelukkig is het in de auto donker genoeg om zijn rode wangen te verbergen. Spelend met zijn vingers probeert hij het gevoel betrapt te zijn te verbergen.

„Ik staar niet naar jou, ik kijk naar de stad.”

Goed zo, Florian! Nog zo’n reactie en hij denkt vast, dat je van een andere planeet komt. Zijn afkeurend gesnuif is voor Florian aanleiding een ander onderwerp te zoeken.

„Waarom was er niemand op het station om mij op te halen? Het was zo afgesproken.”

Alex draait zijn hoofd. Het is Florian gelukt om een reactie uit te lokken. In het weinige licht merkt hij toch, dat Alex’ ogen vuur spuwen. Jammer, hij had gehoopt een normaal gesprek te kunnen beginnen.

„Vraag mij wat anders. Ik heb geen idee, waarom niemand je heeft afgehaald. Papa belde mij, dat ik naar het station moest. Meer weet ik ook niet en het kan mij ook niet boeien. Ik heb met het hele gedoe niets te maken. Wat mij betreft, was je in Hamburg gebleven.”

„Dank je wel. Netjes van je.”

Florian probeert zich groot te houden.

„Heb ik gezegd, dat ik netjes ben? Hoor eens, Flo ...”

„Flo?”

Niemand gebruikt Flo om hem aan te spreken. Het is altijd Florian, Flori, kleine Flori of Floris. Maar geen Flo!

„Kun je even luisteren? Pas drie dagen geleden hoorde ik, dat je bij ons komt wonen en eerlijk gezegd heb ik daarvoor nooit over jou gehoord. Daarom kan het mij niets schelen wie je bent en wat je gaat doen. Als je een probleem met papa hebt, dan regelen jullie dat zelf. Ik wil daar allemaal niets van weten.”

Merkwaardig genoeg vindt Florian de onderkoelde reactie veel erger dan de beledigingen van Alex aan de telefoon en hij kan niets verzinnen, wat hij hierop kan antwoorden. Zwijgend staart hij naar buiten en kauwt op de mededeling. Zijn vader heeft het nooit over hem gehad? Ze hebben hun kinderen niet verteld, dat hij bij hen komt wonen? Het was twee weken geleden, dat zijn vader instemde met het voorstel. Alex interesseert het allemaal niet? De huizen trekken aan hem voorbij en Florian probeert de gevellijn te volgen en rustig te blijven. Zijn maag meldt zich weer en dat is een voorbode van een emotionele uitbarsting. Florian voelt zich een watje en probeert zijn terugkerende gevoel van woede en verdriet te verbergen voor Alex.

Het geluid van een overgaande telefoon klinkt uit de luidsprekers in de auto.

„Hallo Tom. Hoe gaat het?”

„Niks te klagen. Waar ben je?”

Een vrolijke stem klinkt door de wagen.

„Ik ben nog onderweg. Ik bel je nog als ik thuis ben, misschien kom ik nog even langs.”

„We zijn bij Hanna. Er is genoeg te drinken en Sonja heeft al een paar keer naar je gevraagd.”

Florian ziet bijna deze Tom door de telefoon lachen. Alex reageert op de laatste opmerking door zijn adem langzaam uit te blazen. Waarschijnlijk weet de arme jongen zich nauwelijks raad met alle liefdesverklaringen en meisjes, die zich aanbieden. Hij ziet eruit als een vrouwenheld. Florian concentreert zich op zijn handen, waarmee hij zijn rugzak stevig vasthoudt en probeert regelmatig te ademen. Huilen is voor later.

„Kun je Sonja vertellen, dat ze mij ...”

„Ach, Alex, doe eens niet zo bot tegen de meisjes. Ik vind Sonja prima in orde.”

„In orde is niet goed genoeg voor mij. Kunnen we er een andere keer over praten, Tom? Ik ben nu niet alleen.”

Alex gromt in Florians richting.

„Oh ja, je nieuwe stiefbroertje. Ziet hij er leuk uit?”

Wat?

„Hij hoort je.”, perst Alex er met gesloten mond uit.

„En wat dan nog? Is hij leuk? Zie je er goed uit?”

Florian is verrast door de directe vraag.

„Eh ... geen idee.”

De jongen aan de telefoon lacht hardop.

„Ik denk, dat hij wel leuk is.”

„Tom, ik bel je later.”

Alex snijdt zijn kennis of vriend de pas af.

„Tot straks, Alex en tot ziens, stiefbroertje.”

Alex verbreekt de verbinding, voordat Florian iets kan zeggen.

„Wie was dat?”

„Een vriend. Tom.”

„Grappig.”

„Om je dood te lachen.”

Goed, Florian begrijpt het al. Alex wil niet met hem praten en daarom concentreert hij zich weer op zijn handen en ademhaling.

„Waarom staan we stil?”

„Omdat we er zijn.”

Alex stopt de motor, maakt zijn riem los en trekt de handrem aan. Zonder muziek en verlichting is het nu echt donker en stil. Florian tast langs de gordel om de knop te vinden en zich te bevrijden. Ze blijven zitten.

Voor zover Florian iets kan zien van het huis, waarvoor ze staan, is het groot, net zoals de tuin. Alles ziet er goed onderhouden uit. Het tuinhek weerkaatst het licht van een lamp halverwege de oprit.

„Hoe lang wil je blijven zitten, Flo?”

„Totdat ik niet meer bang ben.”

Florian voelt aan zijn nek, dat Alex naar hem kijkt.

„Voor het huis hoef je niet bang te zijn ...”

De rest van zijn reactie blijft in de lucht hangen. Florian draait zich naar Alex en ze kijken elkaar zwijgend aan.

Over Florian wordt altijd gezegd, dat je zijn ogen als een open boek kunt lezen. Het is voor hem onmogelijk zijn emoties en gedachten te verbergen.

„Iemands ogen zijn de spiegels van zijn ziel en ik ken niemand waarvoor deze uitdrukking meer waar is dan voor jou.”

Aldus Armin, toen ze het er een keer over hadden. Alex’ ogen zijn grijs als de lucht tijdens onweer en op het eerste gezicht ijskoud en hard als steen. Net alsof hij een rolgordijn heeft, wat voorkomt, dat je ziet wat in hem omgaat. Desondanks heeft Florian hier in de donkere wagen het onbestemde gevoel, dat daar veel meer leven achter schuilgaat dan de diepvrieskou laat vermoeden.

„Nu doe je het weer.”

„Wat?”

„Staren.”

„Doe jij ook.”

Florian merkt, dat hij weer agressief wordt.

„Doe ik niet.”

„Lieg niet. Je staart.”

„Ik observeer je. Dat is iets heel anders.”

„Waarom observeer je mij?”

„Ik wil weten wat voor een freak bij ons intrekt.”

„Ik ben geen freak!”

Goed, dat is een leugen. Florian is nu eenmaal een freak en vindt het prima om dat etiket te dragen. Maar dat geeft deze arrogante, aantrekkelijke jongen nog niet het recht om hem uit te schelden.

„Lex? Ik mag toch Lex zeggen?”

Florian neemt revanche voor de afkorting van zijn eigen naam.

„Als het je gelukkig maakt, noem je mij de kerstman. Het kan mij niets schelen.”

„Goed, kerstman.”

„Overdrijf het niet, Flo.”

„Lex, heb je een tip voor mij?”

„Waarvoor? Ben je gokverslaafd of zo?”

Florian negeert de provocatie.

„Heb je een tip ... hoe ik mij moet gedragen ... daar binnen ... ik ken mijn vader niet ... en je moeder al helemaal niet ... is er iets, waar ze graag over praten ... of wat ze niet willen horen ... of zoiets?”

Alex reageert door over zijn voorhoofd te wrijven. Florian onderdrukt een lach. De vraag is te moeilijk voor de blonde engel. Maar het gebaar roept iets anders in hem op. Hij krijgt zin om Alex te zoenen. Stop!

„Van mij krijg je geen tips. Ik bemoei mij daar niet mee, want het ...”

„... kan mij helemaal niets schelen.”

Alex kijkt weer opzij en moet dan lachen. Voor het eerst sinds ze elkaar hebben gezien. Een aanstekelijke lach, die hem nog mooier maakt in Florians ogen. Acuut wil Florian met hem knuffelen.

„Je leert het wel, Flo!”

Florian krijgt ineens weer dat gloeiende gevoel, alsof het tien graden warmer is geworden, om daarna enorm te schrikken van geklop op het raam en pijn op zijn borst op te merken. Als hij naar buiten kijkt, ziet hij een meisje met net zulk blond haar als Alex heeft, die prompt kreunt en zijn deur opent. Florian kan nu niet langer blijven zitten en stapt ook uit. Met haar handen in haar middel kijkt het meisje Alex woedend aan, die onverstoorbaar de bagage uit de auto haalt.

„Waar was je? Mama en papa zijn bijna doorgedraaid. Je had wel even kunnen bellen ...”

Florian vraagt zich af in wat voor een contactgestoord gezin hij is terecht gekomen. Alex heeft een telefoon. Hij heeft hem zelf gebeld en zijn vriend of kennis Tom ook. Wat is hier aan de hand?

„ ... nu moest ik de hele tijd hun hysterisch gedoe verdragen.”

Florian begint een en een op te tellen. Als ze met Alex over mama en papa praat, dan zal ze meer of minder zijn zus Maria zijn en daarmee ook zijn stiefzus. Hm, misschien kan hij rechercheur worden? Alex reageert totaal niet op haar verwijten, zet de rolkoffer voor Florians voeten neer en loopt zelf naar het huis. Klagend loopt Maria achter hem aan. Ze heeft ongelofelijk lang haar, wat bijna haar hele rug bedekt. In het licht van de lamp langs de oprit ziet Florian meer overeenkomsten tussen broer en zus. Ze delen niet alleen een paar uiterlijke kenmerken, maar zij heeft dezelfde verheven en arrogante uitstraling om haar heen hangen als haar broer. Maria negeert Florian volkomen en Alex doet geen enkele moeite om zijn zus voor te stellen. Florian sleept de rolkoffer achter zich aan richting voordeur en vraagt zich af, waar hij terecht is gekomen. Hij had niet verwacht met een vreugdedans en omarming begroet te worden, maar waar heeft hij deze vijandige en afwijzende ontvangst aan te danken? Ze kennen hem nog niet eens.

„Hoe gaat hem met Tim?”

Alex onderbreekt de klaagzang van zijn zus. Florian bereikt nu ook de glazen voordeur en werpt een blik in de gang of beter gezegd, de ontvangsthal.

„Oh, alweer beter. Zijn arm is gebroken, maar het is niet zo erg als het in het begin eruit zag. Hij heeft gips en daar was hij heel verdrietig over, maar papa heeft een hamster gekocht en daarna was hij veel vrolijker.”

Tim? Is dat niet zijn kleine halfbroer? Zijn ze vergeten hem van het station af te halen, omdat de jongen zijn arm heeft gebroken? Florians geweten meldt zich terug.

„Wat is er gebeurd?”

Zachtjes vraagt hij na en kijkt daarbij Maria aan. Alex geeft toch geen antwoord. Ze heeft dezelfde ogen als haar broer, maar op een bepaalde manier zijn ze leger, vlakker. Hij heeft er niet de goede woorden voor. Tegelijk beseft hij, dat hij nooit met zijn stiefzus in de woonkamer zal zitten met iets warms te drinken en met haar over jongens kan ouwehoeren. Hij zal haar eerder bellen, als hij haar hulp nodig heeft om een lijk te laten verdwijnen. Ze monstert hem, wat hem het vleeskeuringsgevoel bezorgt, en Florian verwacht ieder moment, dat haar ogen steeltjes krijgen en naar voren springen.

„Oh, sorry, ik ben iets vergeten. Maria, dit is Florian, onze nieuwe broer, van wie we allemaal heel veel gaan houden.”

Florian weet zich onder zoveel hoon geen houding te geven en vlucht naar voren. Alex negeert hij en steekt beleefd zijn hand uit.

„Hallo, ik ben Florian Krone. Leuk je te ontmoeten.”

Ze neemt de hand niet aan – heeft dit gezin smetvrees? – en opent de voordeur.

„Boeiend. Ik ben boven, voor het geval mama of papa dat willen weten. Ik heb vandaag genoeg drama meegemaakt.”

Met veel overdrijving draait ze zich op haar naaldhakken om. Wie laat zijn dochter van zestien naaldhakken dragen? Met golvende haren verdwijnt ze naar binnen en schrijdt de trap omhoog. Anna Krone kan dat veel beter.

„Aardig.”

„Ze is een ramp op hakken.”

„Zijn jullie allemaal zo?”

Florian kijkt Alex aan, die ervoor kiest geen antwoord te geven.

„Wat is er met Tim?”

Florian probeert een andere vraag.

„Tim heeft vanmiddag zijn arm gebroken. Maar dat moeten ze je binnen maar vertellen.”

„Goed.”

„Je kan alvast naar binnen gaan.”

„Kom jij niet mee?”

Hoewel hij terloops probeert over te komen, klinkt de vraag in zijn eigen oren redelijk vertwijfeld. Met een lach op zijn gezicht draait Alex zich om.

„Ik wil nog iemand bellen en dat kan ik beter hier buiten doen.”

De blonde jongen wandelt rustig terug naar de Daimler, pakt zijn telefoon en leunt tegen de auto terwijl hij praat. Goed, Alex heeft voor meer mensen geheimen. De voordeur staat op een kier. Eigenlijk zou Florian naar binnen kunnen gaan, maar hij durft niet. Zijn maag protesteert nog te veel en maakt borrelende geluiden. Hij heeft vanmorgen voor het laatst gegeten. Iets houdt hem hier buiten. Hoe gemeen Alex zich ook gedraagt, hoe kort ze elkaar ook kennen, Florian merkt een zekere verbondenheid met Alex op. Hij moet zo snel mogelijk afleiding zoeken voor die fantasieën en steeds sneller malende stroom gedachten in zijn hoofd.

„Daar zijn jullie! We wachten al zo lang op jullie.”

Florian draait zich om naar het geluid en kijkt nu naar een man in de geopende voordeur.

„Hallo Florian!”

Deze stem kent hij. In de deuropening staat de oudere versie van de Joachim op de foto’s.

Marko
Berichten: 243
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 149 keer
Ontvangen Bedankjes: 51 keer
Bericht Florian 012 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:46

Ontspannen leunt Joachim tegen de deurpost van wit hout. Met gekruiste handen voor zijn borst kijkt hij Florian aan. Of kijken ze elkaar aan? In Florians hoofd is dit een moment om zich goed in te prenten, zodat hij nu weet hoe hij er over ongeveer vierentwintig jaar uit kan zien. Joachim is een slanke man, doet hij aan sport? Hij heeft een opvallend vriendelijk gezicht en glimlacht innemend. Ze hebben aan de buitenkant twee dingen gemeen. De kleur haar en de kleur ogen. Alleen is het haar van zijn verwekker keurig kort geknipt. Florian kan zich moeilijk een vader met lang haar voorstellen, hoe trots hij ook is op zijn eigen haarlengte. De jongen merkt een volgende overeenkomst op. Ze zijn beiden op dit moment zenuwachtig en weten niet, hoe zich op te stellen.

De afgelopen twee weken heeft hij vaak over deze eerste ontmoeting nagedacht. De meest wilde scenario’s zijn voorbijgekomen. In de meeste daarvan, voerden ze lange gesprekken met een positief einde. Nu is het echt en anders. Florian is al zijn voorbereide teksten vergeten, zijn hoofd is compleet leeg. Bovendien kauwt hij op zijn onderlip. Een gewoonte, die hem al sinds het kinderdagverblijf achtervolgt. Joachim kijkt hulpeloos richting Alex. Dat kan hij vergeten, want zijn zoon kan het allemaal niets schelen en staat nog te bellen.

De situatie begint pijnlijk te worden en om erger te voorkomen, komt Florian in beweging. Zijn linkerhand grijpt naar de rolkoffer, zodat hij iets vast heeft en zijn rechterhand gaat naar voren om zijn vader te begroeten. Meer dan een handdruk is teveel van het goede.

„Hallo. Eh ... ik ben blij dat we ... elkaar weer zien.”

Nadat ze elkaar intensief hebben aangekeken, grijpt Joachim de uitgestoken hand vast en schudt zelf met beide handen.

„Ik vind het ook heel fijn.”

Florian slikt om de brok in zijn keel weg te werken. De ceremoniële begroeting is niet helemaal zo gegaan, als die in zijn dromen, maar wat maakt het uit? Het is zijn vader. Na bijna vijftien jaar ziet hij zijn vader weer. De man, waaraan hij veel vaker heeft gedacht, dan zijn moeder denkt. De man, aan wie Florian zo veel vragen wilde. Nu heeft hij de gelegenheid daarvoor. Dan maakt het niet meer uit dat ze wat houterig zijn begonnen. Tenslotte kan het alleen maar beter worden. Hoop vervult Florian of is het een gevoel van geluk? Of van aangekomen zijn? Ze houden elkaars hand nog steeds vast.

„Joachim?”

De lokroep van een vrouw maakt een einde aan hun moment. Joachim laat los, draait zich om en roept terug.

„We zijn hier voor, Bettina.”

Achter Florian klinken voetstappen. Alex komt eraan en loopt gelijk door naar binnen. Florian trekt zijn rolkoffer over de drempel en kijkt verbaasd om zich heen. De buitenkant van het huis is allesbehalve schone schijn. De Wanningers hebben geld en laten dat zien. Glazen deuren, een marmeren vloer en dito trap geven aan dat hier een binnenhuisarchitect aan het werk is geweest. Onwillekeurig denkt Florian aan zijn thuis in Hamburg. In vergelijking met dit bouwwerk heeft hij hiervoor in Huize Kakelbont gewoond. Dat huis gaf iedereen, die langskwam, een gevoel van aankomen op je bestemming. Elk meubelstuk, elke vlek op de vloerbedekking vertelde een eigen verhaal. Overal in huis waren er sporen van leven met mooie herinneringen. Florian gelooft nauwelijks, dat hij hier ergens in huis kindertekeningen van Maria op de vloer zal vinden of een van de stoelen een beetje wiebelt omdat de jonge Alex een keer de zaag in een van de poten heeft gezet. Waarschijnlijk mogen de kinderen alleen met gewassen handen en voeten op de designmeubels zitten uit angst, dat ze anders de bekleding met hun chocoladehanden vies maken.

„Kom verder. Laat je bagage maar hier onderaan de trap staan. We zitten in de woonkamer.”

Zijn vader verdwijnt door een van de glazen deuren, Alex kijkt met gebalde vuisten in zijn broekzakken naar Florian, die in alle rust zijn bagage op de aangewezen plek neerzet en voor het gemak zijn rugzak en jas er gewoon bijlegt, ook al ziet hij in een nis een rij jassen hangen. Dan probeert hij er minder verkreukeld uit te zien, door zijn broek recht te trekken en met zijn vingers zijn haar te kammen onder toeziend oog van Alex. De blik van zijn stiefbroer trekt sporen tot in zijn maag.

„Hoe zie ik eruit?”

Natuurlijk merkt Florian pas na het stellen van de vraag, dat het een stomme strikvraag is, waarmee Alex alle kanten op kan en zoals hij de jongen heeft leren kennen, zal het antwoord eerlijk en pijnlijk uitvallen. Misschien moet hij Alex gewoon niets vragen.

„Goed!”

Het onverwachte antwoord verrast Florian en hij kijkt naar Alex om te bepalen, hoe die dit meent. Zijn stiefbroer blijft net zo koel en rustig als hiervoor. Geen spoor van terughoudendheid of schaamte. Met een verlegen glimlach wacht Florian of er nog meer komt, maar het type verdwijnt net door de woonkamerdeur. Zodoende heeft hij geen tijd om het onverwachte compliment te genieten. Gehaast volgt hij Alex, klaar om zichzelf aan de rest van het gezin te presenteren.

De woonkamer is groot en gevuld met meer volwassenen dan Florian had verwacht. Daarom blijft hij even staan om de ruimte in zich op te nemen en tegelijk wil hij niet te opdringerig overkomen. De open haard trekt als eerste zijn aandacht. De schouw is van marmer. Hebben ze een eigen groeve? De kleuren wit en beige overheersen, hoewel sommige banken en fauteuils donkere kleuren hebben. Een van de muren heeft normale ramen, terwijl een andere compleet uit glas bestaat. Erachter is het donker, zodat Florian vermoedt dat hier de toegang naar terras en tuin ligt.

Joachim is ondertussen opgestaan en heeft een hand op zijn schouder gelegd. Florian draait mee met zijn vader en ontdekt op de enige witte bank een mooie vrouw van middelbare leeftijd. In elk geval ouder dan dertig en beslist jonger dan zijn vader. Haar uiterlijk verraadt haar identiteit. Blond, lang haar en grijze ogen. Alex en Maria lijken heel erg op hun moeder. Een kleine jongen naast haar hindert haar eraan om op te staan.

„Bettina, mag ik je Florian voorstellen? Florian, dit is mijn vrouw Bettina.”

De formele kennismaking vergroot Florians onrust. De hand op zijn schouder geeft een lichte druk, zodat Florian naar voren struikelt om zijn stiefmoeder de hand te schudden. Hij raakt daarbij een hoge bijzettafel met een vaas bloemen erop, die natuurlijk begint te wankelen. Dankzij meerdere kreten en Florians snelle reactie blijft de vaas staan. Waarschijnlijk zijn vaas en bijzettafel erg duur, want er wordt opgelucht adem gehaald.

„Sorry.”

Florian fluistert en kan zichzelf wel voor zijn hoofd slaan. Nog geen vijf minuten binnen en nu al bijna de eerste schade aangericht. Wat een binnenkomt ... nee, hier zegt men dat anders. Wat een entree. Met rode wangen grijpt hij Bettina’s hand en merkt de beleefde glimlach op.

„Goed je eindelijk een keer te leren kennen. Joachim heeft al zoveel over jou verteld.”

Florian kan het niet verhinderen om een snelle blik op zijn vader te werpen, die net zo reageert alsof een andere Joachim wordt bedoeld. Eentje, die ver, ver weg woont, waarschijnlijk over de bergen bij de zeven dwergen. Alex’ opmerking in de auto schiet hem te binnen.

‘Pas drie dagen geleden hoorde ik, dat je bij ons komt wonen en eerlijk, daarvoor is nooit over jou gesproken.’

Florian vraagt zich af, waar de tegenspraak precies in zit. Alex staat met zijn rug naar hen voor de glaswand en staart naar buiten. Wat ziet hij daar in het donker? Zijn houding stoort Florian. Hij zou nu graag de ogen van zijn stiefbroer willen zien omdat hij het gevoel heeft, dat het hem nu zou helpen.

„Ga zitten, alsjeblieft. Je zal wel moe zijn van de lange treinreis. Alex, wil je voor Florian iets te drinken halen? Wat wil je? Water, sap, cola of toch liever koffie of thee?”

Bettina zit in de rol van perfecte gastvrouw. Uitnodigend wijst ze naar een van fauteuils en schenkt Florian een bemoedigende glimlach. Ook dat hoort bij haar rol, waarvan de jongen aanneemt, dat ze dit al ontelbaar vaak heeft gedaan. Waarschijnlijk op feesten, bij verjaardagen en natuurlijk andere bijeenkomsten. Ze lijkt alles onder controle te hebben en desondanks herkent Florian haar gespannen onzekerheid achter de innemende glimlach. Alex staat ineens naast hem en kijkt hem met een glad gezicht aan. Florian krijgt een idee, hoe leuk hij het vindt om voor anderen de butler te spelen.

„Alleen water graag.”

Als het allemaal formeel moet, dan dit ook. Hoewel Florian nu weer niet mans genoeg is om Alex daarbij aan te kijken.

„Alleen water, komt eraan.”

Deze droge reactie wordt gevolgd door een halve buiging, waarna hij zich omdraait en verdwijnt, waarschijnlijk naar de keuken. Bettina en Joachim lachen, alsof iemand op de knop ‘lachen’ heeft gedrukt. Het klinkt onaangenaam geacteerd.

„Hij is zo’n grappenmaker.”

Bettina’s meisjesachtige gegiechel moet wel verklaring en verontschuldiging ineen zijn, waarmee ze eerder de anderen dan Florian wil overtuigen. De laatste kijkt nu weer rond en vooral naar losse voorwerpen, waar hij nog meer over zou kunnen struikelen. Het valt mee. Over het echtpaar op de tweezitter tegenover hem, kan hij gelukkig niet struikelen.

„Florian, dit zijn onze vrienden Dokter Matthias Eichel en zijn vrouw Jasmin.”

Ze lijken hem van ongeveer dezelfde leeftijd als Joachim en Bettina te zijn. Jasmin is een goed verzorgde brunette in een zomerjurk en Matthias heeft grijzend haar, een kleine bril en een vriendelijk gezicht, waar vooral trouw uit spreekt. De twee hebben beslist een hoge onderscheiding in de orde van de geperfectioneerde glimlach verdiend. Vermoedelijk weten ze, waarom hij hier is of wie hij is. Florian schudt ze de hand en herkent de nieuwsgierigheid in hun ogen. Ze krijgen geen kans om hem iets te vragen, want Bettina stelt hem al aan de volgende volwassene voor.

„Florian, hier hebben we Elena, onze au-pair. Elena, dit is Florian Krone.”

Het klinkt meer zakelijk dan hartelijk. Op de bank naast Bettina zit een mollig meisje. Ze was Florian tot nu toe niet opgevallen, waarschijnlijk omdat ze zich tussen de kussens van de bank probeert te verstoppen. Haar zwarte haar draagt ze los, het oogwit in haar ogen is een beetje rood en de dikke trui is zelfs voor het weer van vandaag te warm. Dit alles valt Florian op, terwijl hij haar hand schudt met een opgewekt gezicht. Haar handdruk is slap, haar handen zijn klam. Bettina heeft de voorstellingsronde van haar man overgenomen.

„Deze twee mogen we niet vergeten. Florian, dit zijn je kleine broer en zus, Tim en Emma.”

Marko
Berichten: 243
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 149 keer
Ontvangen Bedankjes: 51 keer
Bericht Florian 013 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:47

Ze zitten tussen de au-pair en hun moeder in en kijken hem met grote ogen aan. Emma’s is de vierde in dit huis met blond haar en Tim de eerste met krullend haar. Voor haar vijf jaar is het meisje klein en tenger. In Florians ogen is ze vooral een schitterende verschijning. Tim geeft Florian het gevoel een fotoboek te hebben opengeslagen en een van de oude foto’s van zichzelf te zien. Het is bijna eng, hoeveel ze gemeen hebben. Dezelfde donkerbruine haren met een lichte slag erin, dezelfde bruine ogen. Verlegen kijkt de jongen omlaag als hij Florians verbazing opmerkt en gaat met zijn linkerhand naar zijn rechterarm met wit gips.

„Hoe gaat het met je, Tim?”

Alex stelt de vraag, terwijl hij Florian een glas water voorhoudt, die het glas met een „dankjewel” aanneemt en zich een beetje beledigd voelt, omdat Alex hem geen seconde aankijkt. In plaats daarvan loopt de jongen om de bank, leunt voorover en kietelt zijn kleine broer in de nek. Tims hoofd gaat naar achteren en hij begint vrolijk te lachen.

„Ik denk, dat het allemaal in orde komt. Tim is een hele dappere en sterke jongen, niet waar?”

Matthias heeft een vriendelijke blik voor Tim over en knikt richting diens moeder. De rechercheur in Florian combineert en concludeert, dat Matthias geen econoom, tandarts of slager is.

„Matthias is kinderarts en heeft Tim onderzocht, voordat we hem naar het ziekenhuis hebben gebracht.”

Joachim bevestigt Florians vermoeden. Florian knikt richting de arts – hoe zou hij ook anders kunnen reageren? – voordat hij zijn stiefmoeder aankijkt.

„Hoe is dat gebeurd?”

„Ik ben van de schommel gevallen.”

Tim klinkt opvallend serieus voor een jongen van vijf jaar.

„Nu is alles goed. Je hoeft geen angst meer te hebben.”

Troostend slaat zijn moeder een arm om hem heen.

„Ach Tim, je bent toch al groot en soms gebeurt zoiets. Je bent nu toch niet meer bang voor de schommel?”

Alex streelt door het haar van zijn broer en negeert de afkeurende blik van zijn moeder. Hij gaat zachtmoedig met de kleine jongen om. Elke vorm van kou en spot in het gezicht heeft plaatsgemaakt voor warmte en tederheid. Waarschijnlijk merkt hij Florians blik op, want plotseling staat hij op en is de andere Alex weer terug. Daagt hij Florian uit? De nieuwe bewoner wil zich niet laten kennen en neemt een slok water. Zijn nieuwe stiefbroer is zo eigenaardig, zo tegenstrijdig, dat Florian hem moeilijk kan inschatten. Toch ... vreemd genoeg zou hij het liefste Alex doorlopend naast zich willen hebben. Waar komt dit gevoel vandaan?

„Voor ons wordt het langzaam aan ook tijd.”

Matthias wijst naar zijn horloge, terwijl hij de hand van zijn vrouw vastpakt. Alsof dit het startschot van een wedstrijd is, staat iedereen tegelijk op. Florian zet eerst zijn glas opzij en hoopt geen sporen achter te laten op de glasplaat van deze bijzettafel. Blijkbaar is hij bezig door te draaien. Binnen een half uur in dit huis voelt hij zich al een oude snob en denkt onwillekeurig aan de pogingen van hem en zijn ma om boven de gootsteen paddenstoelen te kweken. Het echtpaar Eichel schudt opnieuw zijn hand.

„Leuk je een keer ontmoet te hebben en het zal je hier vast en zeker bevallen.”

Florian twijfelt over beide beweringen. Bettina en Joachim brengen hun vrienden naar de voordeur, maar pas nadat Elena de opdracht heeft gekregen de tweeling naar bed te brengen. Alex en Florian blijven achter in de woonkamer, totdat Joachim nog een keer zijn hoofd om de deur steekt, „Alex, wil jij Florian kort rondleiden en zijn kamer laten zien? Ik kom zo bij jullie.”

Alex reageert nauwelijks en loopt, met Florian achter zich aan, dwars door de woonkamer naar een andere deur.

„Eetkamer.”

Hij wijst naar een grote tafel met twaalf stoelen. In hetzelfde tempo wordt de volgende deur geopend.

„Keuken.”

Dat had Florian zonder deze toelichting beslist niet gedacht en stelt zich het grijze werkblad en het enorme fornuis als zijn bed voor. Alex wacht niet, maar vliegt een andere, smallere, houten trap op. Florian haast zich om de overloop met vier deuren op de eerste verdieping te ontdekken. Meer krijgt hij niet te zien van deze etage.

„Slaapkamer van mama en papa en de kamer van Tim en Emma.”

Aan de andere kant van de overloop wandelt de blonde jongen de volgende trap op. Verdieping nummer twee.

„Hier hebben Maria, Elena en ik onze kamer. Oh ja, dat is de logeerkamer.”

Ook van deze verdieping ziet Florian niet meer dan de overloop met vijf deuren en vraagt zich af, of hij in dit huis kan verdwalen. Alles ziet er hetzelfde uit. De kamers hebben identieke deuren, de vloeren dezelfde kleur. Voor een van de deuren blijven ze staan.

„Mijn kamer?”

„Zo ongeveer.”

Alex grijnst en opent de deur, waarachter een hal met een steile trap schuilgaat. Geen tapijt op de vloer en alles ziet er onbewoond uit. Op naar de derde verdieping. Het staat buiten kijf, dat dit deel van het huis verborgen blijft voor de gasten van Bettina en Joachim. De trap is stoffig en eindigt bovenaan bij een luik. Na Alex klimt ook Florian naar boven door het luik en kijkt verbaasd om zich heen. Voor wat hij ziet, is er maar een passend woord. Hij heeft promotie gemaakt. Hij is Assepoester geworden.

„Ik dacht altijd, dat glazen muiltjes helemaal niet lekker zitten.”

„Hè?”

Alex kijkt hem vol onbegrip aan en Florian bijt op zijn tanden. Hij kan zich gewoon niet beheersen. Waarom moest deze zeldzame fantasie nu weer hardop naar buiten?

„Niets. Mooi hier.”

Het is de waarheid. Ze staan direct onder het schuine dak en toch is het groot. De ruimte staat wel vol met oude spullen en in een hoek herkent Florian zijn verhuiskisten. Het verhuisbedrijf heeft alles netjes afgeleverd. De vloer en het dak zijn van hout. Door het luik verschijnt eerst zijn bagage, daarna Joachim.

„Het ziet er momenteel nog een beetje chaotisch uit, maar als we eerst de kisten hebben opgeruimd en je nieuwe meubels hebt, dan zal het je hier beslist bevallen. Hiernaast heb je trouwens een eigen badkamer.”

Joachim slaat het stof van zijn broek.

„Als je wilt, gaan we morgen op zoek naar een nieuw bed voor jou. Tot dan moet je helaas op een oude matras slapen.”

„Dat is toch geen probleem.”

Het idee om morgen met zijn vader meubels te kopen, maakt Florian vrolijk. Het betekent tijd voor elkaar, een kans om elkaar beter te leren kennen. De oudere vertelt de jongere verhalen uit zijn jeugd en binnenkort gaan ze samen vissen of wild kamperen of wat andere vaders in de regel met hun zonen doen. Florian weet dat nu eenmaal niet zo goed, hij had tot nu toe geen vader. Maar als ze gaan kamperen, dan nemen ze Alex wel mee, als zekerheid. Als het ’s nachts koud en donker wordt, heeft Florian iemand om zich aan vast te klampen. Oei, zijn fantasie leidt alweer een eigen leven en de sceptische blikken van Alex en Joachim voelt hij in zijn rug. De twee wil hij afleiden, het beste door zichzelf te herhalen.

„Echt niet.”

Joachim staat met zijn handen op zijn heupen en kijkt onderzoekend om zich heen.

„Goed, als je nog iets nodig hebt, zeg het alsjeblieft. Anders alvast goedenacht en tot morgen!”

Onzeker kijken ze elkaar aan. Florian beantwoordt de wens voor een goede nachtrust en dan is Joachim alweer in de vloer verdwenen. Alex heeft ondertussen een van de kisten geopend en de muziek gevonden. Dat zullen vooral de oude cd’s van hem en zijn moeder zijn. Het grootste deel staat op zijn muziekspeler of op zijn laptop of tablet. Beide apparaten heeft Armin voor hem in elkaar gebouwd, zodat ze fatsoenlijk presteren. Florian gaat naast hem staan.

„Best goed.”

Alex houdt een cd van een Britse rockgroep omhoog zonder Florian aan te kijken en pakt de kist verder uit, tot ergernis van de eigenaar.

„Vertel eens, heb je weleens ervan gehoord, dat je niet ongevraagd aan de spullen van een ander mag zitten?”

„Nee.”

„Oh jawel.”

Alex heeft nu een cd van een boyband in zijn hand.

„Wat hebben we hier?”

Florian probeert de cd te pakken, maar tevergeefs.

„Afblijven! Dit is een cd met herinneringen. Ik heb hem tien jaar geleden gekregen.”

Alex lacht alleen en duwt Florian opzij, die nu in tweestrijd staat. Aan de ene kant vindt hij het leuk om Alex wat uit de tent te lokken en aan de andere kant is hij boos. De eerlijke lach wint het op dit moment en de blonde jongen legt de cd terug in de kist.

„Wat zit er in de volgende kist? Ondergoed met teckels erop?”

„Bijna goed en je blijft er vanaf.”

Florian waarschuwt hem, half serieus en half grappend. Alex lacht en wil net antwoorden, als zijn telefoon hem afleidt.

„Ja ... Hallo Tom ... Waar zijn jullie? ... Nog steeds? Ja, ja, ik kom eraan. Tot straks.”

Alex is van de korte gesprekken en kijkt de nieuwe huisbewoner aan.

„Oké, Flo. slaap goed en laat je niet door geesten lastig vallen. Hier onder het dak wonen namelijk een paar boze geesten.”

„Geen probleem, ik heb ’s nachts graag gezelschap.”

Shit! Dat was weer te dubbelzinnig. Alex grijnst alleen en loopt naar het gat in de vloer.

„Goedenacht!”, roept Florian hem achterna.

„Nacht, Flo.”

Daarop is hij ook verdwenen, op weg naar Tom, die eerder een vriend dan een kennis zal zijn. Florian sluit het luik en blijft alleen achter. Tussen de dozen en kisten en het vuil en stof.

In principe is Florian een positief ingesteld mens, die overal het beste uit wil halen. Maar hier ziet hij alleen een oude, houten vloer, een matras en teveel dozen en kisten, die niet allemaal van hem zijn. Ergens tussen zijn spullen is zijn slaapzak meegekomen. Hij begint alles systematisch te ordenen en te openen en is blij wat afleiding voor zijn onophoudelijke stroom gedachten te hebben. Tegelijkertijd ruimt hij de zolder verder op en let erop niet teveel lawaai te maken. Al vrij snel heeft hij het gevoel de chaos te hebben overwonnen. Tijd om de badkamer te in te richten. Die is weliswaar klein, maar helemaal van hem en draagt al snel zijn persoonlijke stempel. Een paar minuten later ligt hij in zijn slaapzak. Boxershorts en een shirt moeten hem warm houden deze nacht. Terwijl hij door het dakraam naar de hemel staart, komt van alles voorbij in zijn hoofd.

Hij mist de sticker op het plafond, maar vooral Ma, Laura, Mario en de anderen. Waarom heeft Joachim zich niet eens verontschuldigd voor het feit, dat niemand op het station hem stond op te wachten of voor vijftien jaar totale afwezigheid? Vanzelf gaan zijn gedachten naar Ikea en de ontmoeting met Manuel, bij wie hij zich helemaal op zijn gemak voelt, terwijl hij de man niet eens kent. Met gesloten ogen ziet hij Bettina voor zich. Ze is wel mooi, maar op een zeldzame manier kunstmatig, onecht, niet de echte Bettina. Maria is een ander woord voor afwijzing. De twee kleintjes, met wie hij de helft van zijn genen deelt, zijn wel echte familie en toch vreemden.

Marko
Berichten: 243
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 149 keer
Ontvangen Bedankjes: 51 keer
Bericht Florian 014 door Marko » donderdag 19 juni 2014 11:47

Florian heeft twee families, valt hem op. Zijn bloedverwanten en de familie in zijn hart. De een heeft hij verlaten omdat hij nieuwsgierig is naar de andere. Vervloekt! Hij wil ze leren kennen. Dat is zijn goed recht en het zal hem ook lukken. Hij wil weten, waarom zijn vader hem al die jaren niet meer wilde zien, waarom Bettina zo verkrampt is, of Maria ook vrolijk en vriendelijk kan zijn en hoeveel zijn kleine broer en zus op hem lijken. Het ergste is, dat Florian vreselijk nieuwsgierig naar Alex is, zonder dat hij er iets aan kan doen. Het blonde haar, het slanke lichaam, de serieuze blik in de grijze ogen met lamellen zijn de laatste dingen, waaraan Florian denkt voordat hij met een stomende hersenpan in slaap valt.

*

München Hauptbahnhof. Met een zware vaas in zijn armen staat Florian naast zijn bagage en wacht op de binnenkomende ICE. De stomme, kitscherige vaas is niet te hanteren en hij heeft doorlopend angst, dat ze uit zijn handen valt. Met piepend lawaai komt de trein tot stilstand. De deuren gaan open. Ma en Roland stappen uit. Florian rent op ze af.

„Wat doen jullie hier?”

„Schat! Geweldig dat jij ons afhaalt.”

„Ma, ik dacht, dat jullie naar Ethiopië waren. Slangen onderzoeken, kinderen redden?”

„Waarom zouden we zo ver weg gaan als de echte ellende zo dichtbij is? Weet je hoeveel mensen hier in armoede leven? Vooral in München?”

„München is een rijke stad.”

„Vol met arme mensen. Bovendien is Roland hier om de witte worst te onderzoeken.”

„En het bier?”

„Ook. Maar het gaat vooral om de worst en welke invloed, die op de voortplanting heeft.”

Sprakeloos en nerveus kijkt Florian van de een naar de ander, als ze plotseling lawaai en geroep achter zich horen. Ma en Roland lopen hand in hand snel weg. Zijn Ma kijkt even om en steekt haar hand naar Florian uit, maar hij heeft een vaas in zijn handen, die niet mag vallen. Bovendien lijken zijn benen nog maar half zo lang te zijn en kan hij Anna en haar vriend niet bijhouden. Andere mensen rennen gillend voorbij. Ma en Roland zijn allang in de menigte verdwenen. Florian blijft een seconde staan om te kalmeren. Met de vaas voor zijn buik geklemd kijkt hij om en ziet nu waarvoor de mensen wegrennen. Een vijf meter grote Ikea rent woedend met gespreide vleugels door het station. Haar snavel wijst omlaag en ze is klaar om aan te vallen. Geschrokken doet Florian een stap naar achteren, waardoor anderen tegen hem oplopen. Het zijn Rosemarie en Walter Landhut.

„Ik heb een hekel aan duiven,” gilt Rosemarie en Walter legt een hand op zijn schouder, „Jongeman? Hallo? Brengt u zich in veiligheid!”

Het echtpaar is alweer verdwenen, terwijl een ander echtpaar hem bijna omver loopt. Hij wankelt op zijn korte benen en twee handen houden de vaas vast. Die handen zijn van Bettina en Joachim.

„Godzijdank, dat jullie er zijn. We moeten hier weg. Ikea is compleet doorgedraaid.”

„Kennen wij u?”

Florian deinst terug voor de lachende etalagepoppen en draait zich om.

„Flori!”

„Mario, Laura, hoe komen jullie hier terecht?”

„Met je moeder en Roland. Heb je ons spandoek, dan kunnen we daarmee wegvliegen en vluchten?”

Verward gaat hij naar Mario.

„Het spijt mij, ik heb jullie spandoek in de trein laten liggen.”

Hoe kun je met een spandoek vliegen?

„Dan doen we het zo.”

Mario grijpt Laura vast en neemt een aanloop. Florian wil ze volgen, maar hij kan met die zware vaas geen stap verzetten. Zijn beste vrienden verdwijnen met een sprong uit het station. Waar kan hij heen? Florian draait zich om en kijkt recht in Manuels bruine ogen. De vaas is gelijk kilo’s lichter.

„We moeten hier weg, Florian, kom mee.”

Manuel trekt Florian uit het gedrang in een nis, waar ze eerst op adem komen. Ze horen Ikea in de hal tekeergaan. Mensen rennen gillend voorbij. Tim en Emma houden zich vast aan Manuels benen en kijken boos naar Florian.

„Ik wilde ze niet alleen in de praktijk laten en met Tim gaat het al veel beter. Zijn arm doet alleen nog een beetje pijn.”

„Ja, omdat hij daar mij geschopt heeft.”

Tim wijst naar Florian, die zich verdedigt.

„Nee, Tim. Jij bent van een schommel gevallen en ik heb die duif daar geschopt.”

„Je liegt! Jij hebt mij met die vaas omver gelopen en toen ben ik tegen een pilaar gevallen en was ik bewusteloos.”

„Manuel?”

„Tim heeft gelijk.”

Verbijsterd laat Florian de drie alleen en probeert alleen de uitgang te bereiken. Dat is een grote fout. Ikea heeft hem ontdekt en rent nu op volle snelheid op hem af. Met haar snavel al wijd opengesperd en hysterische grijze ogen. Florian rent door de hal, maar waar is de uitgang?

„Flo!”

Alex springt uit de Daimler met zijn telefoon aan zijn oor en in zijn andere hand een glazen muiltje.

„Is deze van jou?”

„ ...”

„Is deze schoen van jou?”

„Nee, Alex, nu niet. Help mij eerst met Ikea.”

„Ik kan je pas helpen, als ik weet of deze schoen van jou is.”

Florian kan geen antwoord geven, want Ikea grijpt zijn jas en laat niet meer los. Hangend aan haar snavel in zijn jas zweeft Florian door de lucht. De vaas valt uit zijn handen en breekt uiteen in ontelbare kleine vazen. Hij roept wat hij kan, maar niemand helpt hem.

„Alex, help mij!”

„Je moet eerst de schoen proberen te passen.”

Florian hangt nog steeds in de lucht en kijkt omlaag naar Alex, die in alle rust zijn telefoon opbergt.

„Dat gaat nogal makkelijk nu.”

Opeens voelt hij twee armen, die hem vasthouden in plaats van een snavel aan zijn jas. Hij sluit zijn ogen en wordt op de grond neergezet. Dan draait hij zich om en kijkt in een streng gezicht met een bril. Het is Marc, die vleugels op zijn rug heeft.

„Marc?”

„Waar is Manuel?”

„Laat Florian los! Als hij de schoen past, dan hoort hij bij mij.”

„Alex?”

*

Badend in het zweet en happend naar adem wordt Florian wakker. Wat een waanzinnige droom. Als hij werkelijk wakker is, moet hij zelf lachen om alles. Het is maar goed, dat niemand in zijn hoofd kan kijken en zijn dromen echt voor hemzelf zijn. Anders was hij beslist al ergens opgenomen. Florian schaamt zich voor zichzelf, voor zijn domme gedachten. Wat deed Alex in deze droom? Hij kent de onvriendelijke, arrogante, gemene en mooie jongen net een paar uur en nu al slaat zijn fantasie door. Dit is ziek. Bovendien schijnt Alex zich meer voor het vrouwelijke geslacht te interesseren. Zoals hij met Tom aan de telefoon heeft gesproken, wekt hij de indruk wel raad te weten met meisjes, zonder blijvende schade op te lopen of achter te laten. Logisch, hij is hetero.

Het schijnt te zijn, dat homo’s een ingebouwde sensor hebben, een zesde zintuig, als het erom gaat om andere homo’s te herkennen. Heeft Florian ook zo’n sensor? Zo ja, dan heeft hij slechte ontvangst. Hoewel? Iets in hem reageert op Alex. Maar wat en waarom?

Zijn maag borrelt en hij heeft dorst. Daarom gaat hij eerst rechtop zitten en rekt zich uit. Hoe laat is het eigenlijk? Hij zoekt zijn telefoon. Kort na twee uur ’s nachts. Hij had gehoopt, dat het al later zou zijn. Stilletjes staat hij op om in de keuken iets te eten of te drinken te halen. Het luik gaat knarsend open, maar dat is ook alles. Hoezo geesten hierboven? De trap kan hij wel zonder geluid afdalen en op de overloop van de verdieping onder hem moet hij zich oriënteren. Hoe ging het verder? Oh ja, aan de kant zit de volgende trap. Midden tussen de trappen blijft hij stilstaan en luistert. Inderdaad, hij hoort gedempt iemand huilen en het komt vanachter de dichtstbijzijnde deur. Voorzichtig luistert hij aan de deur. Het gehuil klinkt niet, alsof het snel zal ophouden. Een beetje onzeker klopt hij zacht op de deur en wacht op antwoord. Het snikken stopt en iets later gaat de deur op een kier open. Het is de mollige au-pair van het gezin, Elena.

„Ja?”

Haar zachte stem verraadt haar. Zij was aan het huilen.

„Is alles in orde met jou?”

Had je geen betere vraag kunnen verzinnen, Florian?

„Alles is oké.”

Ze spreekt gebroken Duits, waarop Florian constateert, dat Bettina niet verteld heeft, waar dit meisje vandaan komt.

„Als je hulp nodig hebt of wilt praten ...”

Elena schudt direct haar hoofd als teken, dat ze zich wel redt.

„Goed, dan ga ik weer ... Goedenacht.”

„Goedenacht.”

Hij draait zich om, als zij toch nog iets zegt.

„Florian? Dank je.”

„Is goed. Weet jij waar ik in de keuken iets te eten kan vinden?”

„In de koelkasten.”

„Dank je.”

Ze sluit de deur en Florian tast zich een weg door het donkere huis. Hij is bijna in de keuken, als plotseling het licht aangaat. Hebben ze een bewegingsmelder in de keuken in plaats van een lichtschakelaar? Terwijl Florian zijn ogen laat wennen aan het licht, klinkt van onderaan de trap een kreet van schrik. Duidelijk een meisje.

„Stil!”

Dat is Alex. Het donkerharige meisje naast hem legt snel een vinger op haar lippen en giechelt verontschuldigend.

„Sorry. Hij liet mij schrikken.”

Met haar hand wijst ze de trap op, waar Florian omlaag kijkt naar Alex en zijn gezelschap. Hier heeft iemand iets om mee te spelen mee naar huis genomen. Fijn voor hem, maar Florians lege maag denkt er anders over, waarop hij omlaag loopt.

„Ach, het is alleen mijn stiefbroer. Ik heb je toch over hem verteld?”

„Oh ja, dat heb je. Hallo, ik ben Celine.”

Florian moet nog twee treden omlaag om haar uitgestoken hand aan te nemen. Celine ruikt zoals een parfumverkoopster en wel zo sterk, dat Florian zijn hoofd opzij moet draaien om niet misselijk te worden.

„Hallo.”

„Celine, wil je alvast naar mijn kamer gaan? Ik kom er zo aan.”

Ze knikt en loopt langs Florian de trap op, terwijl ze hem nieuwsgierig bekijkt. Is hij de nieuwe attractie? Zonder haar nog een blik te gunnen, loopt Florian de keuken in en eindigt recht tegenover Alex.

„Is dat je verovering van vandaag?”

Zo, dat is beter dan de volgende cynische opmerking van Alex. Aanval is de beste verdediging, bedenkt hij zich nu. Alex kan zowaar verbaasd kijken.

„Gaat je niets aan, Flo.”

„Vinden je ouders het goed?”

„Gaat je niets aan.”

„Is ze jouw vriendin?”

„Voor de derde keer, het gaat je niets aan. Waarom ben je nog op?”

„Gaat je niets aan, Alex.”

„ ...”

Uitdrukkingsloos kijkt Alex Florian aan. Ze staan ongeveer een meter van elkaar af. Florian vindt Alex veel beter ruiken dan de cosmeticaverslaafde. Hij weet wel, wie van de twee hem meer bevalt en loopt langs Alex de keuken in, op zoek naar de koelkast.

„Ik ben wakker geworden omdat ik honger heb en ik geloof, dat jij naar boven moet. Je wordt verwacht.”

Shit. Zijn stem schiet uit. Pijnlijk weer. Alex loopt de trap op, hoort hij achter zich. Gelukkig. Terwijl hij de keuken inspecteert en alles vindt om een broodje te smeren, vraag hij zich af of hij nu goed heeft gereageerd op Alex. De jongen verwart hem op een andere manier dan hij gewend is. Als hij later, met een glas water naast zich, weer in zijn slaapzak ligt, houdt het hem nog lang bezig.

Marko
Berichten: 243
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 149 keer
Ontvangen Bedankjes: 51 keer
Bericht Re: Florian door Marko » maandag 29 januari 2018 16:39

Tot hier het 'inkijkexemplaar'.

Het e-boek, met een iets andere indeling en een hoofdstuk meer dan de onlineversie, is in de verkoopkanalen onderweg. Bijvoorbeeld hier (klik) of zoek op ISBN 9789402172515. Daarnaast zijn mijn verhalen via KoboPlus te lezen.

Het heeft wat moeite gekost om van dit verhaal een papieren boek te maken. Uiteindelijk zijn het drie delen geworden. Formaat 17 bij 24 centimeter met in totaal 1152 bladzijden, 10 centimeter dik en 2,2 kilo zwaar. Het is niet in de boekhandel verkrijgbaar, daarvoor exclusief via de schrijver ;)
De reden: in de boekhandel zouden dit verhaal op 90 euro uitkomen en als ik het zelf doe, kan het voor 60 euro plus verzendkosten en die zijn tussen de 5 en 10 euro.
Wil je Florian toch op papier lezen, stuur een bericht. ;)

Marko
Berichten: 243
Geregistreerd: vrijdag 14 september 2012 07:50
Woonplaats: Mrkopalj
Heeft Bedankt: 149 keer
Ontvangen Bedankjes: 51 keer
 

Plaats een reactie

Vorige

Terug naar Marko Jablan (open)

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast


cron