Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Man - Man
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

Groen licht


Algemeen

Plaats een reactie

Bericht Groen licht door Amexic » zondag 21 juni 2015 18:53

Deel 1



Ik stond voor het rode licht en maakte van dat moment gebruik om een vliegje uit m'n  oog te wrijven. Drie jongens van een andere school wachtten naast mij op groen. 
'Heb je verdriet?' De opvallend blonde van het gezelschap keek me monsterend aan.
'Nee, ik heb pas ajuin gesneden.'  verzon ik als eerste reactie. Bij groen stak ik mee over. 
'Niet in wrijven, maakt het alleen erger.' zei de blondharige jongen die naast me kwam rijden. 
'k Heb het.' zei ik en toonde hem het zwarte vuiltje uit mijn ooghoek op m'n wijsvinger.
'Mooie fiets heb je.'  
'Pas nieuw.' antwoordde ik kort. Het was een koersfiets. We bezaten geen auto thuis. Dus legde ik noodgedwongen veel verplaatsingen af met de fiets. Mijn ouders konden me nooit met de auto ergens naartoe brengen. Ik was verrast toen ik hem vlak na de examens gekregen had ondanks een onvoldoende voor wiskunde. Gelukkig slaagde ik in de herkansing. Ik had een paar fietsvrienden in het dorp. We gingen regelmatig kilometers vreten. Met mijn oude fiets kon ik niet op tegen hun degelijke gerief. Een reden voor het cadeau, denk ik. Eindelijk kon ik met gelijke wapens strijden. Er werd flink gedemarreerd wanneer we er op uit trokken. Voor het eerst kon ik een spurt winnen. Nu, met het mooie weer in september, fietste ik met m'n nieuwe aanwinst naar school in plaats van met het openbaar vervoer te rijden al had ik een schoolabonnement. Bijna 20 km had ik voor de boeg en ik geraakte sneller ter bestemming dan met de bus. Mijn ouders zagen me met lichte tegenzin de fiets naar school nemen. 
'Voorzichtig zijn hé.'
'Waar zit je op school?' vroeg de jongen. 
'Het college.' antwoordde ik. 'Het college' was een begrip in de stad en had de naam elitair te zijn. M'n vader, arbeider, paste niet in het kraam 'elitair' dus ik ook niet. 
'Wat studeer je?' 
'Latijn-wiskunde, laatste jaars.'
 'Wauw.'  
''k Had een herkansing voor wiskunde van de zomer.' milderde ik. 'En jij?' 
'Wij zitten op de sportschool.' Dat wist ik, aan hun uniform te zien. 'Wij doen wetenschappen, ook laatste jaars.'
 'Hoort daar een sport bij?' 
'Dirk zwemt, hij wees naar de linkse jongen voor ons, Peter handbalt en ik en ik doe atletiek. In de winter is dat voor mij veldlopen en daarna loop ik op de piste.' verduidelijkte de jongen. Een eind verder sloegen de eerste twee schoolmakkers rechtsaf en ik reed nog een paar kilometer met de blonde verder tot hij linksaf moest. Hij praatte honderduit. Ik had genoten van het gesprek. De jongen die ik toen was, bleef nog erg verlegen maar vervelende stiltes waren me deze keer niet overkomen. 
Enig kind zijn, het rijk voor je alleen hebben, het lijkt een zegen. Mijn ouders, brave mensen, niet de kans gehad om te studeren, wensten mij een betere toekomst dan zijzelf. Ik eindigde steeds als de eerste van de klas in de lagere school. Zo kwam ik in het college terecht en was helaas dagelijks enkele uren onderweg met de bus. Ik heb het hele middelbaar op de toppen van de tenen gelopen. De afstand tot de school, de studierichting en steeds de volle aandacht van m'n ouders... verpestten deels mijn jeugd. Nee, eerlijk, ik heb een goede jeugd gehad. Maar: 'Hoe was 't op school? Is er iets, je wordt zo rood.'  dat soort dingen vroegen m'n ouders te pas en te onpas. Het bloed steeg naar m'n hoofd bij het minste. Vreselijk. Op school overkwam me dat natuurlijk ook. Men deed er lacherig over in de klas en dan kroop ik in de grond. Het derde en vierde middelbaar waren het ergst. Mijn sluimerende grote geheim zat daar mogelijk voor iets tussen. Op die leeftijd hebben jongens in het algemeen weinig vaste grond onder de voeten. Toch voelde ik me best goed in de groep. Ik had enkele troeven die belangrijk waren in een groep jongens. Dat besef ik nu, toen niet.
Die ene jongen passeerde ik enkele weken later op een ochtend onderweg naar school. Ik snelde hem voorbij zonder iets te zeggen. Het was nog steeds september. Ik zag zijn witte kop maar had hem al achter me gelaten voor ik hem herkend had. Het duurde weer even voor ik de drie jongens  na school weer eens inhaalde en geremd door hun naast-elkaar-rijden naast de blonde strandde. Steven bleek hij te heten. 
'Ha ,den ajuin' wierp één van zijn gezelschap me toe. Ik voelde me ongemakkelijk en vond geen antwoord. 
'Hoe was 't op school?' pareerde Steven. 
'Saai.' zei ik. 
'Dat hoort zo, bij ons ook.' Weer trok een gesprek zich op gang. Het werd hilarisch bij het aansnijden van het onderwerp bijnamen van leerkrachten. De spotnaam van die pater op ons college 'de monolong' werd erg gesmaakt door het drietal. De man speelde een long kwijt na dwanggarbeid in de steenkoolmijnen tijdens de laatste wereldoorlog. In de grond vond ik het 'er over' dat hij zo genoemd werd. Maar lekker grof zijn, moet kunnen bij  jongens onder elkaar.
Mijn busabonnement zou dat laatste schooljaar weinig gebruikt worden. In verhouding regent het weinig. Ik mocht een fatsoenlijke rugzak kopen voor het torsen van de schoolboeken. Ze haalden het einde van het schooljaar, doorleefd en tot mijn spijt toch meermaals vochtig geworden; ik ben nogal zorgzaam. Ik keek dagelijks uit naar de jongen maar zag hem zelden en meestal slechts vluchtig. Veel meer dan het woord 'hoi' wisselden we niet uit.
Op een zaterdag nam ik deel aan een volleybaltornooi. De seniorenploeg van mijn oom mankeerde een speler. Ik speelde competitie bij de junioren. Die dag vervoegde ik de 'oude mannenploeg' van onze vereniging. Bij het verlaten van de kleedkamer botste ik op Steven.
 'Ik ken je.' bracht hij uit. 
'Speel jij ook volleybal?' 
'Niet echt. We doen mee met de leiding van onze jeugdbeweging.'
Mijn oom haalde me weg bij de jongen. 
'Tijd om in te spelen voor de wedstrijd.' Toetsen, smashen, opslaan...  
Ik kwam snel goed in het spel. De mannen van onze ploeg speelden degelijk en onverstoorbaar. Winst of verlies scheen hen niet te deren. Ik kreeg vaak goede passen en kon regelmatig een goede smash plaatsen. 
Ik zag Steven voor de middagpauze naast het veld verschijnen. We wonnen. 
'Je speelt echt goed.' vleide hij, 'Maar waarom speel je bij zo'n ouwe ploeg?' Ik legde de situatie uit. 'Eet je met hen of kom je bij ons zitten?' 
Ik ging in op zijn aanbod en at mijn boterhammen samen met de ploeg van de Chiroleiding. Ze lieten me niet links liggen maar betrokken me bij de ambiance. Ik zat op de perfecte plaats: naast Steven. Achteloos gleed mijn blik over zijn mooie zo goed als onbehaarde armen die enkele tinten lichter waren dan de mijne. Lichtblauwe aders kronkelden over zijn gladde huid. Heel even, ik durfde amper, richtte ik mijn blik naar beneden. Een onwaarschijnlijk kort broekje, wat toen de standaard was, bedekte slechts centimeters van zijn slanke blanke benen.
Hij was een vlotte jongen, veel aan het woord en toch rustig. Anders dan mezelf, bij mij is het net omgekeerd.
We speelden geen match tegen deze  jongens; ze zaten in een andere poule, de recreatieve. Tijdens een pauze ging ik supporteren. Ze bakten er niet zoveel van maar maakten veel lol. Steven toonde zich een sportieve kerel zonder een echte volleyballer te zijn.
Tegen vijven zocht ik de kleedkamer op  en trof de jongens daar. Ze hadden pas gedoucht. 
'Lekkere douche, daar word je een nieuwe van.' zei Steven. 
'Ik was me thuis. Heb geen handdoek bij.' Ik douchte trouwens ook nooit in onze clubdouches al deed de meerderheid dat wel. 
'Rij je nog een eind mee?' vroeg Steven. 
'Nee, ik ben met m'n oom vandaag.' 
'Tot volgende week dan misschien?' 
'Ja, tot volgende week.'

Amexic
Berichten: 16
Geregistreerd: maandag 15 juni 2015 16:37
Woonplaats: Zoersel
Ontvangen Bedankjes: 22 keer
Bericht Re: Groen licht door Amexic » zondag 21 juni 2015 18:54

Deel 2



De maandagmorgen stond hij me op te wachten langs het fietspad. 
'Ik dacht, hij komt hier toch voorbij en dan kunnen we samen rijden.' zei Steven. 
Dat verraste me aangenaam. Veel meer dan een terugblik op het tornooi had ik niet te vertellen. 'De belevenissen op school', een belangrijk deel van ons leven, zou veel toekomstige onderwerpen opleveren.
We reden vanaf toen  's morgens samen. Op woensdagmiddag kreeg ik meestal het gezelschap van zijn 2 vrienden. Dirk bleef me hardnekkig met 'ajuin' begroeten. Ik wist me geen raad met zijn spottende houding, toch mocht ik hem. Toen hij me weer eens ajuin noemde, beet Steven: 
'Het wordt tijd dat je iets originelers bedenkt dan ajuin, het wordt storend. Wat dacht je van Pieter?'  
Ik voelde me rood worden. Ik kon zelf scherp uit de hoek komen maar meestal won mijn verlegenheid. Ik apprecieerde het dat Steven het voor me opnam maar schaamde me dat ik weer eens niet voor mezelf opgekomen was. 
Sinds dan noemde Dirk me gewoon Pieter. Hij liet ook het vervelende treiterende toontje achterwege.

Op school mocht ik er bij zijn. Dat wilde zeggen: ik werd getolereerd door de haantjes van de klas. Door mijn schuchterheid zou ik een dankbaar slachtoffer kunnen geweest zijn voor pesters. Ik weet waarom dat zelden gebeurde. Je kon van mij een raak antwoord verwachten, iets wat me spontaan ontglipte. Zo'n guerilla aanval van mij veroorzaakte vaak hilariteit in de klas. Ik kon mensen in verlegenheid brengen en tegelijk ook mezelf. Ik had iets heel dubbels. Goed zijn in sport, over voldoende hersens beschikken... het waren eigenschappen waar je in een groep jongens respect mee kon afdwingen. Het ging beter met me in het laatste jaar, meer zelfvertrouwen had ik gekregen, meer volwassenheid waarschijnlijk ook. Maar ik bleef een gesloten boek die zich door niemand liet lezen.
We waren wat meer vrijgevochten als laatstejaars. De school ontgroeide ons zo goed als, dat gaf een speciale sfeer. En zoals altijd bleven we sterk in groep, dat had je op een jongenscollege. Met z'n allen tegen één, meestal werd die ene een leerkracht.
In deze groep voelde ik me thuis. De echte vrienden waren niet de haantjes van de klas. Jan beschouwde ik als een echte vriend, niet zomaar iemand waar ik gewoon mee kon opschieten. Ik herkende me in hem. Ja, hij gedroeg zich ook nogal timide maar vocht er tegen. Ik kon heel goed met hem praten. Hij had nonchalant krullend bruine haren en lichte ogen, speciaal.
Niet dat hij de adonis was waar ik achterover van viel maar in de eerste plaats was Jan mijn beste schoolvriend. Voor hem had ik respect. 'Fysiek' viel ik voor Chris. Chris was de   perfectie in mijn ogen. Mijn ogen dwaalden in de klas dikwijls naar hem af. Hij was donkerder van huid dan de meesten onder ons zonder van vreemde origine te zijn. Mooie zwarte ogen ook. Chris behoorde niet tot mijn groepje vrienden. Onmogelijk om tot hem door te dringen. Iedereen bleef tenslotte onbereikbaar. Het is gemakkelijk er jaren later over te schrijven want iedereen had de schijn hetero te zijn. Ik had een meer dan een vaag vermoeden dat ik anders was. Maar hoe kan je zoiets nu wéten? Weten! Peter had prachtig gladde armen, een fijn gebouwde jongen. Dat hij rookte vond ik een afknapper, die gedachte zat in mijn hoofd. Dan had je Ludwig, het zwarte schaap van de klas. Ik heb het nooit voor hem opgenomen, een beetje laf van mij. Een heel mager jongentje eerst, wat te laat aan zijn puberteit begonnen. Ik herinner me zijn sprietige beentjes eerste, tweede, derde, vierde middelbaar... Wonder boven wonder had hij zich  toch nog ontwikkeld tot een behoorlijk uitziende jongeman. Zoals gezegd deed hij dienst als het zwarte schaap. Je mag nooit onmondig zijn, hij kon zich niet verweren. Onder jongens gelden andere regels?  Homo noemden sommigen hem. Ik heb het nooit aangedurfd Ludwig te verdedigen. Misschien hadden ze gelijk. Ik heb het nooit echt geweten. Je kent dat, op de speelplaats praatgroepjes maken. Ludwig stond daar wel ergens op de achtergrond bij. Ik herinner me dat zijn kin, achter me staand, op mijn sleutelbeen liet rusten en het bevreemdende gevoel dat dat bij me achterliet. Een stap naar voor zetten of hem laten begaan? 
Maar Ludwig interesseerde me niet, te weinig persoonlijkheid. 

Steven had een broer waar hij goed mee overweg scheen te kunnen. Hij bekloeg het zich altijd het kleine broertje te zijn geweest. Zijn broer was 4 jaar ouder. De laatste jaren zat die op kot. 
'Ik ben intussen ook enig kind, net als jij en het bevalt me.' lachte Steven.
Ik vond het maar niks enige zoon te zijn. Mijn ouders voedden me nogal streng katholiek op. Het is geen verwijt. Voor alles moest ik verantwoording afleggen. 'Is er iets gebeurd op school?' Dat controlerende, ik haatte dat. Als ik al eens uitging kwam gegarandeerd vooraf de vraag: 'Om hoe laat ben je thuis?' Als ik 12 uur voorstelde, probeerden zij er 11 uur van te maken. Brave ouders heb ik, ze meenden het heel goed met me, dat was nog het meest ergerlijke van het 'enig kind' zijn. Daar kan je als zoon niet tegen op of je moet een serieuze rebel zijn.
's Woensdags bleef ik soms met Steven  napraten op de plek waar hij linksaf moest. Ik wilde liefst zo veel mogelijk in zijn gezelschap vertoeven. Je kon heerlijk met hem praten. Maar ik lette altijd op de tijd. Mijn ouders mochten niet ongerust worden als ik te lang zou blijven plakken. 
Ook in de winter gebruikte ik de fiets, mijn oude fiets dan wel om de betere koersfiets de nattigheid en het slijk te besparen. Ik nam af en toe de bus bij te gortig weer. Als Steven dan ook het openbaar vervoer nam, had ik hem nooit voor mij alleen.
Ineens was hij verdwenen. Ik wachtte  's woensdags een paar keer op de vrienden. Die waren telkens al gepasseerd of met de bus gekomen. Het werden lange weken, bijna drie. Dan zag ik Steven eindelijk terug.  
'k Heb de mazelen gehad. Zo ziek ben ik nog nooit geweest.'
'Ik was ongerust.' gaf ik toe. 
We wisselden onze telefoonnummers uit, verstandig voor onverwachte  gebeurtenissen zoals zijn ziekte of om iets af te spreken.
Het schooljaar kabbelde verder. Steven verwierf een plek in mijn leven. Wij konden super goed met elkaar overweg. Met Stevens vrienden klikte het ook.
Over Peter viel weinig te vertellen maar Dirk vond ik een toffe kerel nadat ik me eerst onwennig voelde in zijn nabijheid.  
Mijn ouders vonden het wat raar dat ik contact had met jongens van een andere school als ik over het drietal vertelde. Ze hadden geen reden tot klagen: ik kwam altijd netjes op tijd thuis van school. En ik rookte niet stiekem sigaretten onderweg of dronk nauwelijks alcohol als ik eens uitging.
Het stoorde me dat ze een zweem van wantrouwen koesterden . Ze hadden het goed met me voor maar overbeschermden me. We waren katholiek thuis, kerkelijk zelfs. Ik paste helemaal in dat verhaal: misdienaar geweest, katholieke school... Maar ze hadden thuis iets conservatiefs in zich waar ik me niet in herkende.

Op een zondag in februari, ik verveelde me, besliste ik om toch naar de veldloopwedstrijd te gaan kijken die Steven die dag liep. Hij had het langs zijn neus weg verteld. De mist was langzaam opgetrokken en tegen de middag vroor het nog licht, grijze rijp bedekte het gras. Het werd me thuis uiteraard afgeraden om met zo'n weer te vertrekken. Ze konden me niet overtuigen.
Het was best een eind fietsen, verder dan naar school. Veel te vroeg stond ik langs het parcours. Ik zou straks supporteren voor Steven maar wilde niet vooraf door hem opgemerkt worden. Dus stelde ik me buiten de drukte van de start en aankomstplaats op. Hij liep om half drie. Ik keek eerst naar enkele jongere reeksen. Ik was echt veel te vroeg. Er werd gezwoegd op het parcours dat er deels slijkerig bij lag.
Mijn zenuwen stonden gespannen van het moment dat ik hoorde dat zijn leeftijdscathegorie vertrok. Bij de eerste passage zag hij me gewoon niet, de groep liep nog samen. Bij de tweede doortocht zat hij  goed vooraan en zag hij me zwaaien. Een glimlach veranderde zijn door inspanning getekende gezicht. Ik werd er warm van. Tegelijkertijd stonden mijn voeten onaangenaam af te koelen op de drassige grond. Ik schreeuwde het uit toen duidelijk werd dat Steven met twee andere jongens voor de winst ging. Zijn hoofd was rood aangelopen en zijn met slijk bespetterde benen kleurden rozerood van de kou. Brr. Ik stond te verkleumen terwijl de lopers enkel een kort broekje en een shirt droegen. 
Ik begaf me naar de aankomst en zag Steven als tweede  in een slopende eindspurt verwikkeld. Mijn hart bonkte in de keel van de spanning. Hij werd tweede. Ik stond onmiddellijk bij hem aan de finish. Hij viel me ademloos op de schouder. 
'Proficiat.' feliciteerde ik hem terwijl het me spijtte dat hij tweede werd. Mijn koude handen voelden de warmte van zijn lichaam door zijn loopshirt heen. Iemand reikte Steven een vest aan. 
'Goed gelopen' zei de man die de vest aanreikte en: 'Niet blijven staan hier, het is te koud.' 
'Bedankt om te komen, wat een verrassing.' zei Steven tegen mij toen hij terug adem gevonden had, 'Dit is mijn vader.' 
Ik stelde mezelf voor. 
'Hij heeft het vaak over jou. Ga je mee iets drinken? Steven kan zich intussen gaan omkleden.' nodigde Stevens' vader me uit. Ik volgde de man naar de kantine. 'Wat drink je?' 
'Een pintje.' antwoordde ik impulsief. Eigenlijk had ik beter een warme chocomerk gedronken bij dit kille weer. Stevens vader vroeg me wat over school en mijn studies en over wat ik volgend jaar van plan was. Dat wist ik nog niet. 
'Voor mij ook een pintje.' klonk het van achter mij.  Steven had een snelle douche genomen, zijn haren waren nog nat. 
'Geen alcohol na een wedstrijd.' antwoordde zijn vader gespeeld streng. Hij stopte Steven wat geld toe en die haalde zich toch een biertje.
Ik bleef nog heel even voor de prijsuitreiking. 
'Zal ik je naar huis brengen, je fiets kan in de koffer?' stelde Stevens vader voor. 
Ik bedankte. Er vielen fijne mistdruppeltjes uit de grijze lucht die je op den duur nat maakten. Ik had nog een hele trip voor de boeg. Gelukkig had ik handschoenen aan. Het schemerde toen ik thuis kwam.

Amexic
Berichten: 16
Geregistreerd: maandag 15 juni 2015 16:37
Woonplaats: Zoersel
Ontvangen Bedankjes: 22 keer
Bericht Re: Groen licht door Amexic » zondag 21 juni 2015 18:55

Deel 3



Steven kon het de volgende maandag niet laten me nogmaals te bedanken. Hij appreciëerde duidelijk mijn aanwezigheid op de wedstrijd. 
'We doen binnenkort een Chirofuif. Kom je dan?' vroeg hij. 
'Dat moet ik thuis vragen.'  Ik ging toen nauwelijks uit en wist dat me thuis onderhandelingen te wachten stonden. Ze begrepen inderdaad niet wat ik op een Chirofuif een paar dorpen verder te zoeken had. 
'Je gaat zelfs niet naar een fuif hier in het dorp. Je hebt daar niets te zoeken.' Er kwamen allerlei argumenten aan te pas: zo laat met de fiets de baan op, ga met je vrienden op pad in de plaats van met vreemden... 
Steven reageerde teleurgesteld op het njet van m'n ouders.
'Als ze het niet veilig vinden, kan je ook bij ons thuis blijven slapen.' 
Dat idee kon onmiddellijk in de prullenbak wist ik. Ik kreeg na veel aandringen toestemming op voorwaarde dat ik tegen 12 uur thuis was. Dat was belachelijk vroeg maar ik accepteerde het eeuwige compromis. De avond van de fuif vertrok ik zeer vroeg naar Steven zoals ik met hem had afgesproken. 
'Ben je nu al weg? Je hebt nog niet gegeten.' 
Ik zou bij Steven eten en daarna met hem naar de fuif vertrekken.
Hij woonde in een beboste wijk. De vrijstaande woning had een mooi aangelegde tuin. Wij hadden ook een ruime tuin die hoofdzakelijk diende voor het kweken van groenten.
'Jij moet Pieter zijn.' verwelkomde de jongeman die de deur opende mij. Duidelijk Stevens broer: hetzelfde blonde haar, dezelfde lach... alleen... blauwe ogen. Steven had er bruine, apart vond ik dat bij zo'n blonde kop. 
Hij loodste me mee naar de keuken. Steven was de tafel aan het dekken. 'Perfect op tijd.' zei z'n moeder. 'Zaterdag is frietendag bij ons. Je bord staat klaar.' De sfeer was informeel ondanks het duurdere huis dan het onze.
Raf, zo heette Stevens broer, zat in z'n laatste jaar unief. Daar ging het gesprek eerst over. 'Hij komt alleen naar huis voor de was en zit tegenwoordig zo veel mogelijk bij z'n lief' lachte Steven. Voorts kwam de voorbereiding van de fuif aan bod. Ik voelde me op mijn gemak en liet de 'frieten met stoofvlees' smaken.

We waren bij de eersten op de fuif want Steven had werk voor de boeg. Enkele jongens herkende ik van het volleybaltornooi. Eerst was er nog tijd voor een babbel maar het volk stroomde toe en al snel stond ik op m'n eentje tussen een hoop onbekenden. Dirk en Peter zag ik ook. Dirk werd de hele avond in beslag genomen door een meisje. Ik zag ze nooit zoenen of zo maar ze dansten wel samen. Peter amuseerde zich in gezelschap van onbekende vrienden. Steven had het te druk, die stond aan de tap. Veel meer dan eens zwaaien naar mij of een korte babbel zat er niet in. Ik stond verloren aan de rand van de dansvloer rond te kijken met een flesje bier in de hand. Om niet als een sukkel aan de kant te staan, begaf ik me af en toe op de dansvloer maar ik amuseerde me niet. Ik kon trouwens amper dansen. Ze draaiden dan nog eens volksdansen die de halve jeugdbeweging op de dansvloer deed storten terwijl ik dan in een af andere kringdans betrokken geraakt wat stond mee te huppelen. Na 11 uur meldde ik Steven dat ik ongeveer naar huis moest. 
'Wacht even, ik ga met je mee.'  We stonden wat te dralen in het donker bij mijn fiets. 
'Je hebt je niet zo goed geamuseerd hé' 
'Nee,' bekende ik, 'Ik kende hier niemand. ' 
'Sorry, verkeerd ingeschat door mij. Ik dacht dat ik meer tijd voor je zou hebben.' Ineens omhelsde hij me: 'Toch blij dat je gekomen bent.'
Het duurde maar even. Hij kuste me vluchtig op de wang voor hij me losliet. Ik beantwoordde zijn zoen. We hoorden de achtergrondgeluiden van de fuif en stonden zwijgend dicht bij elkaar. Ik was overdonderd. Er waren geen woorden voor. Had ik te hoge verwachtingen? 
Ik wandelde even op een nog heel dunne lijn van verlangen.
Onderweg naar huis fietste ik me te pletter. Niet om op tijd thuis te komen. Die enkele pintjes bier die ik ophad droegen  bij tot de euforische sfeer waarin ik verkeerde en tot de snelheid waarmee ik fietste. 
Mijn ouders sliepen nog niet toen ik thuis arriveerde. 
'Hoe was het?' 
'Saai, ik kende er bijna niemand.' 
Ik loog nooit maar ze kregen de halve waarheid.
Dat we met z'n vieren op woensdagmiddag samen richting thuis reden leek intussen alsof het altijd  zo geweest was. Sinds de fuif was de vriendschap tussen mij en Steven alleen nog hechter geworden. Ik wilde zo veel mogelijk bij hem zijn. Zijn gevoel voor humor stimuleerde mij om zelf grappig uit de hoek te komen. Het ging er dikwijls vrolijk aan toe.
Dat Steven tijdens eerste week van de Paasvakantie op atletiekstage vertrok viel me tegen. Zelf ging ik op monitorencursus in de tweede week zodat het plan om eens af te spreken in de kast verdween. Vorig jaar had ik deel A van de cursus gevolgd. Ik vertrok toen heel bedeesd en kende aanvankelijk geen enkele medecursist. Ik had een serieuze horde moeten nemen om mijn remmingen los te gooien. De uitgelaten sfeer had me na enkele dagen helemaal in de greep. Op de cursus was een binnenlands zomerkamp met 11-jarige jongens gevolgd in juli. Ook dat was reuze meegevallen. Het had me meer zelfvertrouwen gegeven. Daar zat mijn werkpunt toch wel. Dit jaar keek ik erg uit naar de B-cursus. Ik liet er zelfs de Rome reis met de klas voor liggen. Na de B-cursus schreef ik me in voor een Zwitserland vakantie met 14-jarige jongens tijdens de komende zomer, georganiseerd door dezelfde Belgische reisorganisatie.
Steven had een leuke atletiekstage gehad. Ikzelf was de eerste schooldag na de vakantie absoluut nog in de stemming van de afgelopen cursus en gaf hem amper de kans om zelf te vertellen.
Het laatste trimester was een korte. Dat we onze school weldra gingen verlaten hing in de lucht. Gelukkig heb ik het in me om mijn best te doen, want de teugels waren niet zo sterk meer gespannen.
De toekomst kreeg aandacht. Ik zou biologie gaan studeren in Antwerpen. Dat had ik me ook aan Steven laten ontvallen. Het maakte de keuze ineens concreter. Misschien zou ik dan ooit les zou kunnen geven. Dat bleef nog redelijk vaag. Steven zou kiné gaan studeren of lichamelijke opvoeding, dat lag bij hem een beetje voor de hand. Hij noemde Gent als studentenstad.
'We spelen zaterdag onze laatste competitiematch.' had ik me ook laten ontvallen Ik wilde Steven niet pushen. 'Het wordt mijn laatste match. volgend jaar gaan de trainingen niet meer lukken als ik op kot ga.'
Hij was er. Ik speelde vreselijk nerveus. De stand in het klassement lag vast. Maar te weten de Steven toekeek, bracht me uit evenwicht. Soms sloeg ik een denderende smash, onbeheerst maar toevallig binnen, dan weer serveerde ik lullig in het net. Steven dronk na de wedstrijd even iets met onze ploeg en ik wuifde hem braafjes uit, toch blij dat hij kwam na mijn hint. Ik dacht terug aan de winterse veldloopwedstrijd.  Ik had hem nu een smakkerd kunnen geven. Helaas, er liep hier te veel bekend volk rond. Daarna begon het feest. Ik was niet de enige die de ploeg zou verlaten. Voor de eerste keer in mijn leven kwam ik aangeschoten thuis (en ze waren niet gelukkig).
'Je hebt volleybaltalent' vleide Steven me de maandagmorgen. 
'Valt mee. Spijt dat het gedaan is. En jouw atletiek, doe jij verder?'  
'Moet lukken. 'k Kan  me  in Gent aansluiten en daar trainen. Dat is nog niet beslist. Eerst komt er een lekker lange vakantie.' 
Zijn Chirokamp en mijn Zwitserse jeugdvakantie vielen beide gelukkig in dezelfde periode begin juli .  


'Als wij met z'n tweeën eens op vakantie gingen, zou je dat zien zitten?' 
'Natuurlijk!' antwoordde ik spontaan. We fantaseerden veel tot het plan concreet werd. De Elzas of het Zwarte Woud leek ons wel wat. Tenten meenemen zagen we niet zitten. '
Van jeugdherberg tot jeugdherberg met de fiets? Zie je dat zitten?' vroeg ik. Een klasgenoot had dat vorig jaar zo gedaan en sprak er heel lovend over. Steven stemde er mee in.
' Ze gaan thuis moeilijk doen over onze plannen.' voorspelde ik. 
'En wat vonden je ouders van onze plannen?' vroeg Steven de volgende dag onmiddellijk. 
'Ik heb het nog niet gevraagd.' 
'Je moet er niet mee wachten tot we vertrekken hé.' Daar had hij gelijk in. 
'Heb jij het dan al besproken?' 
'Natuurlijk. Ik heb een ja.'  
Ik benijdde Steven. Die was zo mondig en nam alles zo gemakkelijk op. Ik trok thuis dus mijn stoute schoenen aan. Ik zag het gezicht van mijn moeder verstrakken bij het horen van 'samen met Steven.' 
'Waarom wil je met die vreemde jongen op reis? Als je met Marc en Hans zou gaan, daar kan ik inkomen.'  
Marc en Hans waren de vrienden, dorpsgenoten van achter de hoek waar ik  mee optrok en vaak mee ging fietsen in de zomer. 'Steven is geen vreemde, we rijden al een heel schooljaar samen naar school.' verdedigde ik me.
'Voor ons is hij in ieder geval een vreemde. Hoe kunnen we hem inschatten als we hem nog nooit te zien kregen?' 
'Als we de reis voorbereiden, dan laat ik hem wel eens naar hier komen.' De discussie was daarmee voorlopig van de baan. 
'De enige kans om groen licht te krijgen, is bij ons op bezoek komen. We gaan dan ineens onze tocht uitstippelen.' lichtte ik Steven in. 
Hij was uiteraard bereid om op mijn vraag in te gaan en op een zaterdag stond hij aan de deur.
Steven gedroeg zich uiterst beleefd tegen mijn ouders en was duidelijk niet op zijn gemak, zo kende ik hem niet. Ik keek geamuseerd toe al begreep ik best waarom hij zich uitsloofde. Hij beantwoordde netjes alle vragen die hem gesteld werden. De redding kwam uit de hemel. Ze kenden de pastoor uit zijn parochie en Stevens familie bleek nogal betrokken te zijn in de plaatselijke kerkgemeenschap. Zonder de officiële zegen gekregen te hebben van m'n ouders, namen we de Michelin kaart en het boekje van de jeugdhergen dat Steven bij zich had. Ze lieten ons verder gerust. Er werd die dag niet over een toestemming gerept. 
'Je mag van ons.' begon mijn moeder de volgende dag, 'Je bent tenslotte 18. We zullen goede afspraken moeten maken.' 
Die goede afspraken konden me niets meer schelen. Ik kon een gat in de lucht springen.

Amexic
Berichten: 16
Geregistreerd: maandag 15 juni 2015 16:37
Woonplaats: Zoersel
Ontvangen Bedankjes: 22 keer
Bericht Re: Groen licht door Amexic » zondag 21 juni 2015 18:56

Deel 4



De eindexamens legden enkele weken alle dromen stil. Ik hoefde  geen schrik te hebben voor een slecht resultaat dit jaar.  
Een last viel van m'n schouders op de proclamatie. M'n cijfers stemden me tevreden.
Ik mocht probleemloos met Steven afspreken van m'n ouders. 
'Tegen het avondeten thuis?' 
'Oké!' Zo gemakkelijk kon dat zijn.
Steven begroette me met een stevige zoen. Dat voelde goed, niets meer, niets minder. Hij was alleen thuis. 
'Kom we gaan naar buiten.' Gewoon op het gazon liggen..'  We bleven vanzelfsprekend niet binnen bij zo'n heerlijk weer. We trokken onzeT-shirts uit. Ik sloot de ogen tegen de  zon. We taterden over vanalles en nog wat en de tijd gleed voorbij.
Er kriebelde iets op m'n arm. Ik sloeg ernaar en keek op. Niets te zien. Eens ik de ogen sloot, begon het kriebelen weer. Ik betrapte Steven met een twijgje in de hand. Het spelletje herhaalde zich. Ik liet hem begaan ook toen in de plaats van het takje zijn vingers de zachte huid van m'n buik beroerden. Hij nam mijn hand en legde die uitnodigend op zijn buik. 
'Doe maar.' 
Eindelijk kon ik doen wat ik al lang wilde. Mijn afgeknipte uitrafelende jeans bood weinig ruimte aan mijn groeiend verlangen. De mode was kort, de maat smal. Hij kwam dicht tegen me aan liggen. Zijn adem blies in m'n oor. 
'Gaan we naar binnen? De buren kunnen ons hier zien.' 
Ik volgde hem en we zaten kort daarna in de zetel, te ver van elkaar.
We zwegen ongemakkelijk. Mijn jeans knelde in de mik en de strak opgespannen veer in m'n short smeekte om meer ruimte.  
'Iets drinken?' probeerde Steven aarzelend. Het gesprek stokte helemaal. 
'Nee, dank je. 't Is tijd eigenlijk om naar huis te gaan.'  
Ik verwenste mezelf deze uitspraak toen ik even later op de fiets zat. We waren beter op het gazon blijven liggen.
De hardheid in de broek verdween. De knagende pijn die van mijn ballen uitstraalde tot in mijn rug werd alleen maar erger. Contact met het fietszadel werd een marteling. 
'Leuke namiddag gehad?' vroeg moeder. 
'Ja.'  
'Je bent zo stil.' 
Ik verbeet de pijn die slechts langzaam weg zou ebben.

Steven en ik gingen beiden op kamp begin juli. Eind juni had ik een drukke agenda. Ik schreef in op de unief en huurde een kot. In de kampvoorbereiding kroop veel tijd. M'n oude fiets lapte ik op: nieuwe banden, nieuwe remblokjes... Ik kocht fietstassen, stippelde onze fietstocht verder uit en regelde een inschrijving bij de jeugdherbergcentrale.  
En dan vertrok ik  naar Zwitserland. Ik bracht een valies vol herinneringen en vuile was terug mee naar huis. Acht van de twaalf veertien-jarige jongens die ik met een andere moni onder mijn hoede had, waren boerenzonen. Ze kloegen niet bij de beklimming van een extra steil bergpad zoals jongens van de stad dat soms doen. En als er kon gevoetbald worden op het sportterrein kwam alles goed. Zalige groep. De moeheid liet zich voelen bij thuiskomst maar was vermengd met een heel diep gevoel van voldoening.
Twee dagen later arriveerde Steven van zijn kamp en deelde hij enthousiast  zijn ervaringen in een lang telefoongesprek.  Met  weergoden die ons gunstig gestemd waren, vertrokken we een paar dagen later op ons avontuur. De fietstassen zaten volgepropt met  een mimimum aan kledij en wat proviand. We zouden onderweg, dachten we, wel een wasserette vinden.
'Elke dag bellen hé. Voorzichtig tijdens de afdalingen hé.  Zie dat je goed eet en op tijd drinkt...'
Ik vervloekte nogmaals mijn lot als enige zoon. maar de vrijheid wenkte eens we onze straat uit reden. Ik zou dagelijks naar huis telefoneren, dat was normaal. Steven zou dat ook doen. We reden die eerste dag tot ver in Limburg tot de honger ons dwong om te stoppen. De pedalen wilden niet vlot meer ronddraaien toen mijn brandstof opgebruikt was. We hadden op alle gebied nog veel te leren. 
De Maasvallei is een steile. Steven wachtte vanzelfsprekend op mij bovenaan de helling. Hij had zeven versnellingen, ik slechts drie, een excuus dat me de hele reis van pas zou komen wanneer ik sportief het onderspit moest delven.  
'Man, wat zie jij prachtig bruin.' merkte Steven op. 
Ja, die Zwitserse bergzon had me lekker gebruind op de blootgestelde plaatsen. Maar de voordien onbeschenen centimeters bovenbeen die vandaag de volle laag zon kregen, vertoonden  een rode gloed. Zonnecrème vergaten we beiden. Steven kon die nog meer gebruiken dan ik, dat kon je ' s avonds aan zijn rode vel merken. 
'Voel je je niet verbrand?'
'Dat valt best mee.'
De eerste slaapplaats lag onder Luik, Tilff.  Gestrande caravans zagen we er in de Maas liggen na het onweer dat we gemist hadden.  Ik spoelde 's avonds het zout en vuil van mijn huid.  
In die tijd bestonden er aparte slaapvertrekken voor jongens en meisjes.  We deelden de kamer  dus met een aantal  jongens. De sfeer zat goed. 'Van waar komen jullie en waar gaan jullie morgen naar toe?' waren veel gebruikte gespreksopeners.

Inpakken en wegwezen: zonder tijd te verliezen vertrokken we de volgende twee weken  s' ochtends na het ontbijt. De zon prikte de eerste dagen op die gevoelige centimeters bovenbeen  waar de naad van mijn korte broek over schuurde.  
We keken onderweg iets te vaak op onze Michelinkaart of vroegen de weg  in ons beste middelbare-school-Frans of in gebrekkig Duits.
Een paar keren ging het bijna mis. Ik ben de voorzichtige van ons twee. Steven vond het zonde van de geleverde inspanning om te remmen tijdens afdalingen. Tijdens de bochtige afdaling naar Malmédy verraste een putje in de weg mijn vriend en zag ik hem ei zo na het bos naast de weg induikelen.  Een andere keer knalde er bij mij een remblokje af en weerklonk het knerpende geluid van remmen met metaal op metaal.
Telkens  bereikten we bezweet en voldaan de volgende jeugdherberg. Fietstassen er af en de deugddoende douche in. Waarschijnlijk bezat ik net iets meer preutsheid. Terwijl ik handdoek en proper ondergoed mee in de douchecabine nam, kwam Steven in vol ornaat de douche uit en droogde zich voor mijn ogen af.  Zijn prachtig blanke ronde poepje bracht me in vervoering maar ook zijn voorkant bespaarde hij me niet. Er valt weinig te zeggen over die daar ontspannen bengelende piemel. Zijn naaktheid en zijn perfecte lichaam deden me dromen.  Zoals wielrenners kweekten we een bruin geblakerde kop, armen en benen. Ons lijf  bleef maagdelijk wit  . Ik was weg van de witte haartjes op Stevens armen en benen die nu contrasteerden met zijn goudbruine huid. Na enkele douchessessies nam ik Stevens gewoonte over en droogde me voortaan buiten de douche af.  Ik merkte dat hij naar me keek, wat stiekem mijn bedoeling was. Er waren steeds andere jongens aan het douchen op het spitsuur voor etenstijd. Nee, ik liep geen gevaar om een stijve te krijgen. In het zwembad krijg je die trouwens ook niet bij het bekijken van knappe jongens.
De herinnering aan het Luxemburgse stadje Clervaux staat voor eeuwig in mijn geheugen gegrift.  Net voor de regen arriveerden we. We keken door het open venster van de slaapzaal naar het losbarstende onweer. De echo van de donder galmde door de smalle vallei. Twee Nederlandse jongens schoven bij het avondmaal aan.  
'Gaan jullie straks met ons de stad in?'
 ' Graag.' 
Na het  onweer veroorzaakte de opnieuw warme zon nevelslierten op het natte asfalt. We brachten onze avond door met  Jan en Wim, die uitgebreid hun ervaringen deelden. Verloren rijden zoals hen overkwam, dat waren wij niet van plan!  Ik zat de hele tijd stiekem naar Jan, de blonde te kijken. Hij had erg mooie helder blauwe ogen en een fijn, guitig gezicht. 
 We genoten op een terras van de avondzon en trakteerden over en weer. Dat was ik niet gewoon. Na vier pilsjes keerden we terug naar ons verblijf.   De jongens gingen slapen. Maar Steven had zin in een avondwandeling. 
'Knappe jongen, die Jan,' becommentarieerde ik. 
'Vind ik ook .'  
Het duister was gevallen maar de maan zorgde voor enig licht. We beklommen de vele trappen in het bos tot aan de abdij. Eens de ogen gewend aan de duisternis, lukte het om zonder struikelen boven te geraken.
Daarboven bij de abdij... de stilte, de gloed van de volle maan ... het zicht op het stadje.. we hadden vrolijk getaterd onderweg. Het bier, weet je. Toen werd het stil. Moeilijk onder woorden te brengen. We keken beiden in de verte. Het overkwam me. Tranen vulden mijn ogen en enkele snikken ontsnapten uit mijn mond voor ik mezelf herpakte. Het gevoel samen hetzelfde te ervaren. Steven sloeg een arm om me heen. 
Hij klonk bezorgd: 'Wat is er?' 
'Niets, helemaal niets, gewoon...' Ik kon niet onder woorden brengen hoe gelukkig ik me op dat moment voelde. Geluk kan je onverwacht overvallen. 
We keerden in stilte terug, de ogen geconcentreerd op de trappen in het te donkere bos. Hij had me onmogelijk kunnen begrijpen. Mijn uitbarsting moet vreemd overgekomen zijn maar ik schaamde me niet.  
De volgende dag, ergens bij een tussenstop hervatte Steven: 'Waar zat je gisteren mee?'  
'Niets.' zei ik, 'Het overkwam me gewoon.'
Hij zweeg. 'Er is iets.' begon hij na een tijd opnieuw. ' Ik kan het niet meer voor mezelf houden.' zei hij. 'Ik ben erg op je gesteld geraakt.' Hij kuste me vol op de mond. 'Vind je dit erg?' 
Ik moest slikken. 'Ik ook, heel erg zelfs.' wist ik er uit te wringen. 
Voor het eerst gaf ik mijn grote geheim prijs.  Hij had het me gemakkelijk gemaakt. We fietsten  zonder veel woorden verder, ieder in zichzelf gekeerd tot honger aan een volgende halte herinnerde. Daar nam hij me in z'n armen. We kusten zoals na de fuif maar dan minder ingehouden. Een lichte tinteling beroerde m'n kruis.
Het weer bleef zonnig en heet. Na een week zaten we door onze beperkte voorraad propere kleren. In de herberg van Diekirch konden we een wasmachine gebruiken. We startten 's anderendaags met onze halfnattte kledij in de fietstassen gepropt bij gebrek aan mogelijkheid om de kleding te laten drogen. We vonden een geschikte parking met gloednieuw zwart asfalt om onze was te drogen te leggen. We zaten even naast elkaar op een bank. Steven kwam al snel schrijlings op mijn benen zitten en kuste me op de mond. 
' Niet doen.' protesteerde ik. 
'Waarom niet?'  'Er wandelt daar iemand.' 
'Ken jij die dan?' Hij kuste me opnieuw en wurmde zijn tong tussen mijn lippen. Ik liet het toe en beantwoordde zijn initiatief. Intussen droogde onze was.
De verloren tijd probeerden we in te halen. Of was het competitiedrang? Dit glooiende landschap zonder steile hellingen en zachte afdalingen lag me. Mijn fiets bezat slechts drie versnellingen. Ik zei dat al.  Netjes namen we om de beurt de kop maar wel aan een verschroeiend tempo. Het zweet dat van m'n voorhoofd sijpelde, prikte in de ogen. Stevens benen glommen. We arriveerden die dag vroeger dan anders. Ik duizelde bij het van de fiets stappen en hoofdpijn sluimerde. Te weinig gedronken onderweg. Dom.
In Saarbrücken bereikten we ons verste punt.  We betaalden er destijds nog in Duitse Mark. Wat er fysiek tussen ons gebeurde had weinig om het lijf. Het beperkte zich tot  enkele pauzes onderweg. De schrik om betrapt te worden, zat er vooral bij mij diep in. We deden iets verbodens, hoe goed het ook voelde. Ik mag het niet minimaliseren. Iets kleins kan heel groot voelen. We waren allebei onervaren. Waar zijn zachte handen over mijn dijen  gleden, staat in mijn hoofd gegrift als coördinaten op een stafkaart. Waar we  uit het zicht tussen de varens aan een bosrand lagen...  M'n T-shirt krulde hij omhoog tot ik de armen omhoog deed om het te laten uittrekken. Zijn shirt gooide hij bij het mijne.  
'Wat ben je van plan?' 
'Niets.' Hij gaf een zoen in mijn nek en sabbelde aan mijn oorlel. 'Je bent om op te eten.' fluisterde hij.  
Onze shorts hielden we aan al stak de gedachte op om zijn broeksknoop te beroeren.  Zijn hart hoorde ik luid bonken toen ik een oor op zijn borst legde.  Ik was hopeloos verliefd. 

Amexic
Berichten: 16
Geregistreerd: maandag 15 juni 2015 16:37
Woonplaats: Zoersel
Ontvangen Bedankjes: 22 keer
Bericht Re: Groen licht door Amexic » zondag 21 juni 2015 18:57

Deel 5



Als voorlaatste jeugdherberg kozen we die van St-Vith, een splinternieuwe. Twee -of  vierpersoonskamers!  We keken elkaar aan. Stevens glimlachte. 
'Kamer van twee?' 
'Natuurlijk'. Een klein supplement voor een tweepersoonskamer maakte niets uit. Ik zo was zuinig geweest dat mijn portefeuille nog veel briefjes bevatte.
Het  sanitair werd gedeeld met de aanliggende kamer.  Door de eigen tussendeur te openen, sloot je de toegang af van de aangrenzende kamer. Vernuftig. Eerst douchen dan eten, zoals altijd.  
'Wie eerst?' 
''Ga jij maar.' zei Steven. 
Ik stak mijn ondergoed in het vuile-was-zakje en nam een handdoek uit de baggage. Snel de douche in.  De privacy die we hadden, bezorgde me een stijve tijdens het wassen. Die verdween niet bij het afdrogen, integendeel.
'Jouw beurt.'  Met de handdoek om mijn middel diepte ik proper ondergoed  op uit m'n tas.  Hij treuzelde. 
'Wat probeer je voor mij te verbergen?'  Hij snokte even aan de handdoek. Mijn piemel  zwiepte net niet te voorschijn. 
Hij liet me gerust en verdween in de badkamer.  Ik kleedde me aan. Die kanjer liet zich met moeite temmen en naar beneden plooien. Steven kwam uit de douche, zijn haren nonchalant afdrogend.  Je kon dit geen bescheiden piemel noemen, zoals dat kleine ding waar ik me op focuste toen ik hem voor het eerst naakt zag.  Zo was hij, voor niks verlegen... aan de buitenkant.  
'Kom we gaan eten, ik heb reuzehonger.' 
Ik interpreteerde zijn uitspraak als dubbelzinnig.  
'Hoe ga je dat grote ding in je onderbroek krijgen?'  'Zo.'  
Hij trok een verse onderbroek aan. Zijn eikel stak triomfantelijk boven de rand van het broekje uit. 
'Ik zit met een groot probleem.' zei Steven glunderend tijdens het avondeten.  'Een dik probleem.' verduidelijkte hij om het nog meer in de verf te zetten. 
'Wat is je probleem?' daagde ik hem uit. 
'Dat durf ik niet zeggen.' 
'Waarom begin je er dan over?'
Hij negeerde mijn vraag. 'Ik heb het gevoel dat het nooit meer over gaat.' vervolgde Steven. 
'Kan ik je helpen?' stelde ik voor. 
' Zou vriendelijk van je zijn Je hebt mijn toestemming.'
We gingen zo door tot  het dessert. Het dubbelzinnige kort-op-de-bal-spelletje  zweepte me op . Ik merkte op : 'Voorzichtig, ze kunnen ons misschien verstaan.' Er zaten Duitsers naast ons. 
Steven: Verstaan jullie wat wij aan het zeggen zijn?'
De Duitsers die in gesprek waren, keken verwonderd.  Ze  begrepen er duidelijk geen snars van. We schoten in de lach.
'Hé dat is toeval.' Weer keken de Duitsers verstoord op toen bekende gezichten, de twee  Nederlandse jongens,  naast ons neerstreken. Ze waren nog uitbundiger dan bij de eerste ontmoeting. Jan en Wim, we waren hun namen vergeten. 
'Gaan jullie straks met ons iets drinken?' 
We keken elkaar aan.  'Misschien.' wijfelde Steven. 
'Toe, Wim trakteert. Hij is jarig vandaag.'   Wim gaf zijn vriend een por. 
'Ik ben niet jarig. Maar wij trakteren.' zei hij dan. 'Om 7 uur bij de receptie?'  
Ze moesten nog eten, ons dessert was intussen op. 
We lieten de drukte van de eetzaal achter ons. Dit was niet  ons plan. 
'We maken het niet te laat met die Hollanders.' stelde Steven voor. 
'Nee, liever niet.'
Ze verschenen stipt op het afgesproken uur. Er viel niets te beleven in het stadje maar we nestelden ons op het terras van een café. 'Rochefort 10' zag ik in krijt op een bord geschreven.
'Pour moi un Rochefort 10.' De drie anderen bestelden hetzelfde. Ik werkte het bier naar binnen maar lustte het eigenlijk niet. Straf spul dat wel. De tweede ronde nam ik voor mijn rekening. 
' Une bière blonde pour moi!' 
'Rochefort?' 
Even was ik in verwarring. 'Oui.' zei ik dan.  Ze hadden dus ook een blonde variëteit. Proberen, misschien smaakte dit beter.
Mijn gezelschap hield het op bruin.
'De blonde vind ik lekkerder.' stelde ik vast. 
'Ik ook' beaamde Steven, 'Santé.'  En hij hief zijn glas met het donkere bier. Hij grijnsde. Ik keek hem fel aan. 
Jan en Wim protesteerden toen we opstapten na twee consumpties. 'Wat sneu dat jullie er al vandoor gaan.' 
Ze konden ons niet overhalen. We waren vrolijk onderweg, toch een beetje onder invloed van het straffe bier. 
'Je vindt de blonde dus lekkerder.' daagde ik uit. 
'Hij zag er in elk geval beter uit.' 
Ik nam Steven in een wurggreep en we struikelden over elkaars voeten.
Hij zoende me onbeschaamd. 'Niet hier.' We temperden onze uitbundigheid bij het binnenstappen van de jeugdherberg. Mijn hart bonkte in mijn keel zelfs toen we nog maar in de gang liepen.
De sleutel in het slot van onze kamer...deur open, deur toe... kamerslot. Steven zoende me onmiddellijk na de klik van het slot. Kort, geen tongzoen en hij keek me lang aan op een heel vreemde serieuze manier.   Ja, T-shirts uit.  Schoenen uit... sokken. Het gebeurde haast machinaal.  
De omhelzing, die voelde vertrouwd.  Ik verlangde naar dit moment.  De plop van het losmaken van mijn broeksknoop kan ik nog steeds oproepen.  
Mijn rits, nergens voor nodig zo langzaam,  stripte hij  tandje per tandje ... Dan was de short weg, naar beneden gezakt.   Ik schopte ze baldadig naar de andere kant van de kamer. Ik stroopte op mijn beurt zijn broek af en trok Steven dicht tegen me aan. Zijn geslacht drukte tegen het mijne slechts gescheiden door twee laagjes witte stof. Hij zuchtte.
We lagen op bed even later, mijn bed , het onderste van de stapelbedden.
Mijn moeder zwoer bij het degelijke merk Eskimo onderbroeken. Je moet die in de wasmachine kunnen afkoken vond mijn moeder. 'Gekleurde onderbroeken zijn niet hygiënisch.'  
Hij was zacht, mijn Steven. Ik streelde  zijn rug. Ik pulkte aan zijn onderbroek  alsof dat een grens was. Mijn vingers volgden de ronding van zijn  poep onder de rek helemaal tot aan het pijpje.
Beetje bij beetje frutselde ik de naad omlaag. Hij lichtte zijn kont een beetje toen de stof haperde. Yes, naar beneden.  Zijn paal raakte mijn dij. 
Dat we naakt zouden zijn, lag voor de hand.
Er zat veel groeikracht in mijn piemel die de vrijheid kreeg toen hij mijn broekje naar mijn knieën leidde.  
Ik omvatte de zijne met mijn hand. Hij voelde warm en hard. Zijn ademhaling versnelde. 
'Niet doen.' 
Een doe-het-zelver als ik wist genoeg.  Ik trok mijn hand terug. 
'Zo snel al?'
We namen afstand. Hem niet strelen lukte slechts heel even.  Onze mond, onze tongen en onze lijven vonden elkaar  opnieuw.  Steven verkrampte.  Stopte met ademen. Te laat!  Iets nats en warms glibberde op mijn buik.
We lagen onbeweeglijk. De geur van vers sperma drong in mijn neus.
'Sorry.' zei hij zachtjes terwijl mijn ballen op het punt stonden hun inhoud tegen zijn bil te pompen. Ik verliet op dat moment even deze wereld.  Hij kroop over me heen en veegde met  een uit z'n short opgescharrelde zakdoek de smurrie van m'n buik en van zichzelf. 
We douchten samen de rest van het witte spul er af, plasten en poetsten onze tanden. 
Een nieuwe erectie ontlook bij Steven in de douche al, net als bij mij. Een langdurige deze keer.
We vervingen mijn onderlaken door het zijne. Hij zou niet boven mij slapen in het stapelbed. 
Op het propere laken kroop zijn kruis tegen me aan terwijl zijn hand mijn rug streelde.
Veel slaap zou die nacht verloren gaan maar niet aan het tellen van schaapjes. We moeten dan toch in slaap gesukkeld zijn.
Steven lag op zijn zij tegen me aan en had een arm op mijn borst liggen. Het was al licht, ik keek naar het plafond en naar Steven. Zo mooi lag hij daar. Ik voelde zijn warmte. Extra bloed voedde mijn ochtenderectie. Loomheid maakte plaats voor nieuw verlangen. Ik zou me stil moeten houden om hem niet te wekken. 
De ochtendzon priemde door het raam. Ik keek naar mijn opgerichte geslacht en voelde me naakter dan ooit. Ik draaide me heel voorzichtig op mijn zij. Hij snoof even en vleide zich dicht tegen me aan . Sliep hij nog? Zo leek het aanvankelijk.
Nee, hij was wakker! Er pookte iets tegen mijn staartbeen en een hand begon over mijn borst te kriebelen. Ik keerde me om. 
'Goeiemorgen.'
We knuffelden elkaar heerlijk. 
'Blijven we liggen?'  
'Kan niet. We moeten op tijd vertrekken.'
We vertrokken toch met vertraging. Opstaan was moeilijk. 
Een heftig onweer onderweg ging 's avonds over in langdurige regen. Doorweekt bereikten we onze laatste jeugdherberg. 
Opnieuw een kamer met twee versieren bleek wishfull thinking.
De nieuwe ochtend deed ik met tegenzin mijn nog zompige schoenen aan. Het deed er niet toe; het miezerde. Ze zouden opnieuw nat worden.
Mijn ouders waren blij dat ik veilig thuis arriveerde en dat we het zo goed hadden gehad. Ik vertelde uitgelaten de avonturen die ik kwijt wilde.

Amexic
Berichten: 16
Geregistreerd: maandag 15 juni 2015 16:37
Woonplaats: Zoersel
Ontvangen Bedankjes: 22 keer
Bericht Re: Groen licht door Amexic » zondag 21 juni 2015 18:58

Deel 6



Op mijn roze wolk herbeleefde ik de ervaringen van de voorbije weken. Alles viel stilaan terug in de normale plooi. Ik had een vakantiejob in augustus en stapelde de hele week zakken veevoeder op paletten.
In 't weekend ging ik zo vaak mogelijk naar Steven. We deden niet veel: wat praten, een spelletje dammen, daar waren we beiden goed in... 's Zaterdags at ik dan mee frieten.
Zijn broer ontbrak meestal. Die ging binnenkort samenwonen. Zijn plaats aan tafel nam ik in. Enkele keren kwam Steven naar mij thuis.
En toen, de avond voor ik weer eens naar Steven ging, kwam zijn telefoontje.
'Ze weten het van ons. Je moet dat weten voor je morgen komt.'  
'Wat weten ze van ons?'  
'Ik heb het ze verteld.' Steven klonk gejaagd. 
'Wat heb je verteld?' 
'Ik kan het niet allemaal aan de telefoon vertellen.' 
Daar moest ik het mee doen. 'Ze weten het van ons.' Zelfs wist ik best wat 'het van ons' zou kunnen betekenen. Verdorie, ik was verliefd op deze jongen, dat besefte ik ook wel.
'Zal ik morgen wel komen?' Zijn ouders zouden thuis zijn. 
'Je moet komen. Ze zijn niet kwaad op jou, je moet geen schrik hebben.' Het kon me niet sussen aan de telefoon.
Ik sliep die nacht zo goed als niet. Met lood in de schoenen belde ik bij Steven aan. Zijn broer deed open die keer. 
'Kom binnen. Mijn broertje zit op hete kolen.' zei hij zonder een krimp te geven. Hij lachte me uit.
Steven en zijn moeder trof ik in de keuken. '
Hoi' bracht Steven uit. 
'Dag Pieter.' zei zijn moeder. Er vielen stiltes in het kunstmatige gesprek. Ik kon in de grond kruipen. 
'Met zo'n mooi weer kunnen jullie beter in de tuin gaan zitten.' redde zijn moeder de situatie. 
Even later lagen we buiten  in de ligzetels'Waarom heb je het verteld?' De woorden klonken te verwijtend uit mijn mond. Ik wist er geen raad mee. 
'Mijn broer heeft het geraden.' 
"Dat is niet normaal tussen jullie. Ben je misschien homo?" vroeg hij en van die dingen. Ik kon het niet ontkennen.
En toen wisten mijn ouders onmiddellijk het grote nieuws. Zij waren niet verwonderd. Blij ben ik niet maar toch wel opgelucht. Ze zijn niet kwaad op ons hoor.'
'Je mag je bij ons thuis voelen.'  gaf zijn moeder me mee toen ik naar huis ging. Vond ik lief. Ze doorzag ongetwijfeld mijn reddeloosheid.
Heel raar maar ik voelde me schuldig. We hadden iets verbodens gedaan hoe goed het ook voelde. Steven had uit de biecht geklapt. Het voelde zo goed, wij met ons tweetjes. Nu was dat om zeep.
Thuis repte ik met geen woord over alles.
Het academiejaar begon, een periode van grote verandering voor ons beiden. Met acht studenten deelde ik een statig huis in de stad. Ik bezette het kleinste kamertje onder het dak omdat dat  het gekoopste uitviel: bed, lavabo en kast, een kleine tafel en een stoel. Een groot dakraam bood me ruim daglicht. Ik werd lid van onze studentenvereniging, zette voorzichtige stapjes in het studentenleven of ging af en toe iets drinken met kotgenoten. Maar ik volgde trouw elke les en herhaalde plichtsbewust de geziene leerstof. Zo ben ik. 
Steven wachtte ik de vrijdagavond op in het station. Dan waren we een uurtje per week samen. Meer zat er vaak niet in. Ik had me laten verleiden om toch te blijven volleyballen op een lager niveau weliswaar en zonder te trainen.
Men had me graag in de ploeg want ik presteerde eigenlijk best goed. De zaterdagnamiddag of -avond werd op die manier in beslag genomen. Steven bleef in leiding in de jeugdbeweging. Zijn zondagnamiddag ging er aan op. Niet ideaal. 
'Kom je me eens opzoeken in Gent?' 
'Maar ik heb elke dag les.' 
'Je kan toch gemakkelijk eens een keertje brossen?' Dat zag ik niet zitten. Lessen missen was taboe voor mij. 
'Later misschien, als ik een keer geen les heb.' 
'Ik heb donderdag geen les.' zei hij op een andere keer, 
'Kan ik woensdagavond komen en blijven slapen?' Het maakte me onrustig. Ik verlangde reeds lang naar nog eens intiem samen zijn met Steven maar twijfelde.
Ze zouden op kot kunnen ontdekken dat ik een vriendje had. Ik huiverde bij de gedachte. Ze mochten mijn geheim niet te weten komen. Eén van de jongens op kot noemde me 'sloefke.' Dat kwam omdat ik altijd sloefen aan de voeten droeg binnen, van die bompasloefen.
Ik ben een wat te brave jongen. Ik vermoedde dat mijn bijnaam daar ook mee te maken had. Ik wimpelde Steven af. 
'Het valt moeilijk, ik heb nog heel wat werk.' 
'Niet dan.' Hij keek duidelijk terleurgesteld.
De weken gleden voorbij en ik raakte helemaal aangepast aan het studentenleven. Ik kwam af en toe bij Steven thuis op bezoek maar de sfeer was veranderd. Sinds Steven's 'uit de kast komen' gedroeg ik me stroef. Hij had ons geheim nog niet mogen prijsgeven. Ik was er niet klaar voor.
Het was vrijdagavond en Steven kwam van de trein. We gaven elkaar een vluchtige kus. Dat deden we altijd zelfs in het openbaar. Het station beschouwde ik relatief anoniem.
'We gaan nog iets drinken.' 
Dat deden we anders nooit voor we naar huis reden. 
'Het wordt niets ons.' opende Steven nadat onze cola gebracht was. Ik viel compleet uit de lucht. 
'Waarom niet?' meer woorden vond ik niet.
'Voor jou is af en toe met me op de bus zitten blijkbaar voldoende. Meer hoeft niet voor jou en ik kan beter geen energie steken in een lege relatie.' Ik stond paf. We zaten wel naast elkaar op de bus maar er werd geen woord uitgewisseld.
'Het beste met je.' zei hij toen ik opstond om van de bus te stappen. Ik vertikte het om hem te bellen dat weekend. Tijdens de week kon ik hem niet bereiken al wilde ik dat wanhopig graag. Ik wachtte tevergeefs op hem in het station.
Geen Steven. Hij moest een andere trein genomen hebben. Om mij te vermijden?

Amexic
Berichten: 16
Geregistreerd: maandag 15 juni 2015 16:37
Woonplaats: Zoersel
Ontvangen Bedankjes: 22 keer
Bericht Re: Groen licht door Amexic » zondag 21 juni 2015 21:09

Deel 7



Ik belde hem diezelfde avond onmiddellijk toen ik thuis kwam. Zijn moeder nam op.
'Steven!' riep ze, 'telefoon'. Hij was thuis.
'Kunnen we nog eens afspreken?' Die zin verwoordde alles wat ik wilde.
'Waarom?' antwoordde hij koel. Ik smeekte hem. Ik moet erg wanhopig geklonken hebben.
We spraken af aan het station de komende zondagavond. Hij vertrok naar Gent op zondag al. Ik nam normaal pas de maandagmorgen een vroege bus.
'Vertrek je nu reeds?' vroeg mijn moeder.
'Ja, ik moet nog een cursus inkijken en die ligt op kot.' loog ik. Ik heb een hekel aan liegen.
Ik hoopte hem op de bus te zien. Geen Steven. Het wachten in het station duurde oneindig lang en mijn handen waren klam en koud.
'Hoi.' klonk het van achter mij.
'Ik had je niet zien komen.'
Ik gaf hem geen kus. Hij mij ook niet.
'Gaan we naar 't Groot Ongenoegen?'
Ik was opgelucht dat hij met me mee wilde gaan. We gingen naar hetzelfde café waar hij het uit maakte. Het plekje waar we de vorige keer zaten was bezet, hoefde voor mij niet vrij te zijn.
Ik stortte een woordenvloed over hem uit: 'Ik voel wél iets voor jou. Ik kan je niet missen. De hele week heb ik aan je gedacht tot ik wanhopig werd.' Dat soort dingen liet ik op Steven los.
'Dat laat je in ieder geval nauwelijks merken. Je geeft de indruk dat je er niet voor wil gaan.'
'Ik wil er wel voor gaan.' Ik ging met hem mee naar het station en pakte zijn hand. Hij wilde de laatste trein halen.
'Je kan bij me blijven slapen.'
'Nee.' zei hij. 'Ga ik niet doen.' We stonden op het perron. Ik drukte hem tegen me aan tot ik hem moest loslaten, wilde hij zijn trein halen.
'Tot vrijdag?'
'Tot vrijdag, het gekende uur.'
De woorden klonken hard uit zijn mond. Hij maakte me blij met de strohalm 'het gekende uur' waar ik me de rest van de week aan vastklampte.
De hele week leefde ik naar het moment van zijn aankomst in het station toe. Zijn bescheiden kusje bij het weerzien maakte me blij.
'Zondag geen Chiro.' vertelde hij op de bus.
'Dan hebben we alle tijd.' besloot ik. 'Wanneer spreken we af?'
Mijn moeder vond het maar niks dat ik zondagmiddag naar mijn kot vertrok.
'Ik ben er alleen nog om je was te doen.'
' 't Is maar voor één keer. Steven heeft geen Chiro en wij gaan Antwerpen in.'
' Oh met Steven.' merkte ze op. Met propere kleren en proviand voor een paar dagen stapte ik op de bus en zette me naast Steven die plaats voor me gehouden had.
'Al gegeten?'
'Ja, een beetje te vroeg.'
We gingen niet rondhangen in de stad, het was er het weer niet voor. Ik nam Steven mee naar het caféetje waar ik met de jongens van ons kot soms kwam kaarten.
'Dag Pieter." begroette de cafébaas me.
"Hij kent je?'
'Ja dit is ons stamcafé. Mijn kot is hier vlakbij.'
We zetten ons aan een tafeltje bij het raam. In de week kon het soms druk zijn, nu zaten er een paar oude mannen aan de toog. De baas kwam de bestelling opnemen.
'Een pintje?'
'Nee, vandaag iets speciaals.'
Ze hadden hier veel soorten bier. Ik had er intussen een aantal geprobeerd.
'Geef maar een Orval.'
'En jij jongeheer...?'
'Dit is mijn vriend Steven.'
'Ik heb je hier nog nooit gezien.' zei de man.
'Ik studeer in Gent.' antwoordde Steven.
Hij bestelde hetzelfde als ik.
'Raar flesje.' Hij bekeek het buikige flesje en las het etiket.
'Dit is een trappistenbier.' besloot ik het over-koetjes-en-kalfjes gesprek.
Ik moest kleur bekennen. Ik wist best hoe afstandelijk ik me de laatste tijd had gedragen. Ik was doordrongen van de gedachte: 'Het is mijn schuld.'
Steven kreeg mijn hele verhaal te horen. Hoe ik mijn schooltijd beleefd had. Dat ik me mijn hele leven al anders gevoeld heb dan de rest; ik ben linkshandig. Mijn verliefdheid op Chris, die onbereikbaar voor me bleef op de middelbare school. De schrik dat iemand dat zou door hebben. Dat hij, Steven, toen in mijn leven verschenen was en hoe ik dat beleefd had. Mijn ouders op de achtergrond. Er zaten nog enkele biertjes tussen, ik raakte behoorlijk op dreef. Steven luisterde vooral.
Ik vertelde hoe onze vakantie me veranderd had, me de zekerheid gegeven had dat ik homo was. Dat woord sprak ik nooit eerder uit tegen iemand. Ik vertelde over de onzekerheid die zijn uit de kast komen bij mij veroorzaakt had. Over hoe ik me schaamde tegenover zijn ouders al was daar geen reden toe.
Ik wilde geen lessen missen. Ik wilde er door geraken. 't Was niet dat hij niet welkom was geweest op mijn kot. De angst die ik had gehad dat mijn kotgenoten zouden te weten komen dat ik homo was...
Alles wat ik nog nooit gezegd had, passeerde de revue.
'Sorry', zei ik, ' ik ben een moeilijk geval. Bij jou gaat alles gemakkelijk. Jij vertelt het je ouders en floeps, alles komt in orde. en ik, ik durf niets.'
'Ik ben alleen maar je vriend.' antwoordde Steven, ' Ik ben niet groter of sterker dan jij. Ik heb het ook niet gemakkelijk gehad, al denk je dat. Maar je bent zo gesloten. dat maakt het zo moeilijk.Het spijt me dat ik je in de steek heb gelaten.'
We praatten de hele namiddag vol en dronken aan een gezapig tempo. Ik ben geen grote drinker. Ik wil altijd de controle over mezelf houden dus hou ik er niet van me te laten gaan. Maar zonder alcohol zou het me nooit gelukt zijn mijn ziel zo bloot te geven, binnenmens die ik ben. Tenslotte stonden we allebei op straat, redelijk in de wind.
'Ik heb goesting in een vettige friet.' stelde Steven vast.
'We gaan eerst naar mijn kot, dan kan ik mijn baggage dumpen.' We werden verwelkomd door Johan.
' Ho,wat ben je vroeg. Ik ben blij dat ik mensen zie. Sinds vrijdag sprak ik geen kat meer.'
Johan's ouders waren gescheiden. Zijn kot beschouwde hij een beetje als zijn thuis. Soms wist ik, bleef hij het weekend daar in plaats van naar één van zijn ouders te versassen.
'Dit is mijn vriend Steven', stelde ik Steven voor. 'Ik laat hem de stad eens zien.'
'Ik ging net de spaghetti in het water gooien. Eten jullie mee? Dan gaat het hele pak er in. Maar saus voor ons met drie zal krap te zijn.'
'Ik eet rode kolen.' zei ik 'Of is iemand kandidaat?' Mijn moeder had een portie rode kolen meegeven met worst en patatten.
'Ik wil wel.' zei Steven.'
'Gelukkig,' besloot ik, 'want het is de overschot van deze middag. Ik heb mijn portie al binnen.'
Johan verslikte zich in zijn spaghetti. We waren moppen beginnen tappen tijdens het eten.
'Zin om nog iets te gaan drinken?' stelde Johan voor.
'Zullen we niet eerst de afwas doen?'
'Doe ik straks wel.' Ik spoelde toch de borden af zodat de restjes niet konden vastklitten. We hadden beter ineens afgewassen.
'Zijn jullie der weer.' stelde de cafébaas vast. We dronken twee pintjes én een colaatje, drie zou echt te veel geweest zijn en begaven ons terug naar mijn kot. Johan trok zich op zijn kamer terug en ik nam Steven mee naar binnen op mijn kleine kamertje waar zijn tas nog stond. Ik kuste hem stevig, niet vluchtig zoals de laatste tijd het geval geweest was.
'Blijf je slapen?'
Hij keek naar mijn bed.
'Smal geval. Ik kan morgen een vroege trein nemen.' Hij zette zich op mijn bed en veerde enkele keren op en neer. 'Gaat lukken. Slaap jij op de grond?'
'Dat had je misschien gewild! Je mag gebruik maken van alle faciliteiten. De douche en de WC is beneden. Je vindt de weg wel hé.'
Hij diepte terstond een handdoek op uit zijn tas en ik gaf hem een fles shampoo. Terwijl hij beneden zijn ding deed, friste ik me gemakkelijkheidshalve op aan de lavabo. Hij klopte wat later op de deur. Ik had intussen mijn pyjama aangetrokken en stond me in te zepen om me te scheren.
'Heb je je vanmorgen niet geschoren?'
'Jawel, maar ik wil niet prikken.'
'Gaan we zo vroeg al slapen?'
'Gaan we er dan nog nog eentje drinken?'
'Natuurlijk niet.'
Ik presenteerde Steven mijn Gilettemesje: 'Jij ook?' Hij nam het aan, schoor zijn dagstoppels terwijl ik plaats opeiste om mijn tanden te poetsen.
'Als je niet vies van me bent, mag je mijn tandenborstel gebruiken.'
'Wablief?'
Ik articuleerde de zin opnieuw met m'n tandenborstel in de mond.
Terwijl hij even later zijn tanden poetste, lag ik in bed in mijn flanellen pyjama op hem te wachten.
'Gaan we echt al slapen?'
'Proberen. Gewoon naast mij komen liggen en we zullen zien.'
Ik had het deken over me heen getrokken terwijl Steven zich uitkleedde. Zijn kleren plooide hij netjes op en legde ze op tafel.
Enkel zijn onderbroek hield hij aan. Ik kreeg het warm van hem zo schaars gekleed te zien en knelde mijn piemel tussen mijn benen.
'Doe jij het licht uit? De schakelaar zit naast de deur. Een nachtlampje heb ik niet.'
Het dakvenster liet te weinig licht door om Steven zijn weg te zien zoeken. Ik had plaats voor hem gemaakt en het deken opengelegd. Het deken trok ik over ons. Met mijn arm over hem heen trok ik hem lekker dicht tegen me aan. Ik herkende mijn shampoo in de zoete geur van zijn haren.
'Van in de lagere school val ik op jongens. Ik worstelde niet om te winnen maar om het contact met de jongens compleet onwetend wat dat betekende.' zei ik. 'Sinds ik jou ken ben ik helemaal zeker.'
Een gezonde spanning die me niet overheerste, verhelderde mijn benevelde geest. We keuvelden lekker over onze jeugd. Met een suggestief rukje aan mijn pyjamavest gaf Steven aan dat hij die uit wilde. Na wat geschuifel lukte het me liggend om ze over mijn hoofd te torsen. Mijn piemel ontsnapte van tussen mijn benen en klaar voor de start werd hij onmiddellijk hard.
'Heb jij ooit een vriendje gehad?'
'Nee.' antwoordde ik verrast.
'Jij?'
'Niet echt.'
'Dus toch wel eigenlijk?'
'Eerst werd ik hopeloos verliefd op een ontzettend knappe jongen die een jaar hoger zat. Er is nooit iets van gekomen want ik durfde zelfs geen gesprek met hem aanknopen. Mijn gevoelens voor hem zijn langzaamaan overgegaan toen ik besefte dat dit mijn type niet was. In het vijfde werd het serieuzer. Met een goede vriend, klasgenoot is het tot aanraken gekomen. Een arm strelen en zo. Hij liet dat toe, beantwoordde dat zelfs. Hij gaf me de illusie dat ik verder mocht gaan. Ik droomde er op los. Op een bepaald moment duwde hij me weg met de boodschap: 'Ik ben zo niet.' Ik was er kapot van. Ik smeekte hem het niet verder te vertellen. Aan die belofte heeft hij zich gelukkig gehouden. Sindsdien gedroeg hij zich koel tegen me. Toen jij de laatste tijd afstandelijk tegen me begon te doen, dacht ik dat het tussen ons ook niets werd. Misschien had de sfeer je tijdens onze vakantie over de streep getrokken, een vakantieliefde, dacht ik. Misschien had je geëxperimenteerd.
Dan kon ik het je beter zelf zeggen vond ik, voor jij me het deksel op de neus gaf... Sorry, ik heb je pijn gedaan hé.'
Ik begreep hem helemaal.
Steven draaide zich plots naar me toe en zijn blinde zoen kwam op mijn neus terecht. Zijn hand vond zonder aarzelen mijn piemel en we lagen snel daarna naakt.
'Heb jij iets om het proper te houden?.
'Er liggen zakdoeken of washandjes in de kast.'
Steven stond op en knipte het licht aan. Hij stond onbeschaamd in de kast te turen. Zelf zou ik nog een aantal maanden tijd nodig hebben om niet meer die belachelijke drang te moeten onderdrukken mijn handen voor m'n edele delen te houden in dit soort situaties. Steven stond gewoon in in mijn kast te kijken met zijn eikel als derde oog alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was.
'Zie je ze niet? Vlak voor je. Ze bijten bijna.'
De aanblik van zijn geslacht dat fier naar voren priemde en het besef dat ik hem in die toestand bracht, wonden me op. Ik ben geen piemelfanaat. Zijn ronde poepje en die slanke benen bekoorden me meer. Steven behoorde niet tot het type 'struise kerel'. Maar de natuur en daarbovenop zijn sportiviteit hadden hem voorzien van een heerlijk poepje en dat aardig stel benen.
Hij vond washandjes.
'Deze?'
'Ja. Je bent een slechte zoeker.'
'Licht aan of uit?'
'Doe maar uit.'
Zijn huid voelde fris aan toen hij terug tegen me aankroop.
In de gang kraakte een sleutel luid in het slot. Ik schrok maar besefte dat niemand van ons afwist.
'Dat is Filip.' zei ik zachtjes in Stevens' oor. Filip bezette de kamer tegenover mij. We bleven een tijdje roerloos liggen voor we verder genoten van elkaar. De washandjes kwamen van pas.
'Ik ga even plassen.'
'Je kan hier in de lavabo, doe ik soms ook.' fluisterde ik.
'Dat is vies, ik ga wel beneden.'
'Als je goed naspoelt is het proper.' probeerde ik nog. Maar ik voelde me betrapt en kreeg het schaamrood op de wangen. Steven verdween naar het toilet terwijl ik de twee washandjes zo goed mogelijk uitwaste.
Ging dat beter met koud of warm water? Ik spoot wat shampoo in de twee washandjes, liet ze goed schuimen en bekeek het resultaat.
Slapen met twee in zo'n klein bed zou moeilijk zijn ook zonder de nabijheid van Steven in beschouwing te nemen.
Zonder ontbijt vertrok Steven in alle vroegte. Hij sloop zo stil mogelijk de trap af. Ik nestelde me nog een paar uur zalig in bed, eindelijk rust.
'Je hebt post.' .... Luc gooide een brief binnen toen ik woensdagavond van de les binnenkwam. 'Een brief van je lief.' Er stond geen afzender op de achterkant, enkel, met rode balpen, een klein hartje. Luc had het hartje zeker opgemerkt, niet erg, er stond geen naam bij. Ik kreeg nooit post op kot.
'Toen ik jou voor het eerst zag...' begon de brief die drie A4's in beslag nam. Ik had nooit beseft dat ik Stevens aandacht van in het begin getrokken had. Een mens bekijkt de wereld in de eerste plaats door zijn eigen bril!
En ik die dacht dat Steven het gemakkelijk had en ik moeilijk... Ik las de brief verschillende malen na elkaar en voor ik ging slapen nogmaals.
'Maar ik ben niet groter, niet sterker dan jij. Ik ben maar je vriend op je weg al een heel jaar lang. En ik kan alleen maar hopen dat je dit weet: je hoeft nooit alleen te vechten of te huilen want ik wil je vriend zijn op jouw weg.' Hij sprak die gedachte een paar dagen tevoren uit maar op papier herlas ik het nog en nog en nog...
Deze eerste van een hele reeks romantische brieven bewaar ik voor eeuwig in mijn nachtkastje verstopt onder een aantal attributen die zich in de meeste nachtkastjes ophopen, in de loop der jaren. De andere brieven heb ik weggegooid.
'Tot vrijdag (én zaterdag?')' besloot hij de brief.
De hele week voelde ik me prima. Ik ging een keer niet volleyballen op zaterdag maar at bij Steven thuis. Hij hoefde geen moeite te doen om me een keer de volleybalwedstrijd te laten annuleren.
'Dag Pieter, lang geleden dat je nog eens bij ons kwam' zei z'n moeder, ' Onze Steven heeft het moeilijk gehad de laatste tijd. Ik ben blij dat alles terug in orde is.'
'Mamaa... 't Is genoeg.' onderbrak Steven haar. De sfeer zat goed. Ik zou er voor gaan had ik besloten. Ik wilde hem nooit meer verliezen.
Ik had mijn lesje geleerd.

Amexic
Berichten: 16
Geregistreerd: maandag 15 juni 2015 16:37
Woonplaats: Zoersel
Ontvangen Bedankjes: 22 keer
Bericht Re: Groen licht door Amexic » zaterdag 04 juli 2015 13:22

Deel 8

Ik probeerde Steven opnieuw naar mijn kamer te loodsen de zondagavond.
'Je weet niet wat je me aandoet.'
'Heb ik je vorige week mishandeld?'
'Mag ik een week passen?'
'Vooruit dan. Beloof dat je volgende week blijft slapen.'
'Beloofd.' Steven stak zwerend twee vingers in de lucht. 'Ik heb een vooruit geschoven examen. Een trein later kan ik gerust nemen.'
We dronken een pint in een bruin café in de buurt van het station.
'Kus me.' beval Steven me op het perron. Het werd een innige kus, eentje die opviel .
Ik voelde de blikken van passanten; zag zelfs iemand achterom kijken. Het kon me niet schelen in de anonimiteit van het station.
Opgewekt begaf ik me naar mijn kot.
Steven hield woord. Twee weken later troonde ik hem mee naar mijn stek. We namen een voor Steven zo vroeg mogelijke bus.
'k Heb nog niet gegeten. Recht van de Chiro de bus op. Ik rammel.' zei hij onderweg.
'Gaan we onze baggage afgooien op mijn kot? Er is een frituur vlakbij. Lukt dat nog?'
'Ik hoop het.' zuchtte Steven gemaakt.
We troffen Johan in de keuken toen ik snel mijn eten in de koelkast propte.
'Ha de mannen.' Hij schudde Steven en mij uitzonderlijk vormelijk de hand.
'Ik ging net eten. Jullie ook?'
Nee, we gaan even naar 'Don Potatos.'
'Oh. Nee ik blijf hier. Blijf je weer slapen?' richtte hij zich tot Steven.
'Zal wel. Ik ben in ieder geval uitgenodigd.' lachte Steven naar mij.
'En slaapt dat goed in zo'n smal bed?'
'Nee! Hij belet me te slapen maar dat stoort me totaal niet.'
Ik zag Johans' ogen iets groter worden en zijn mondhoeken een beetje krullen.
'Ha, ik had al zoiets gedacht.'
Even later zaten we met een grote friet en een curryworst voor onze neus.
'Moest dat nu? Ik vind het niet leuk dat je verklapt dat we iets met elkaar hebben. Morgen weet het hele kot het.'
'Ze zouden het toch te weten komen vroeg of laat. Dus wat is je probleem?' kaatste Steven de bal terug.
Ik wilde niet moeilijk doen tegen Steven en zweeg verder. Ik was tenslotte blij dat hij de mijne was vanavond.
Mijn verlangen naar hem was groter dan ooit toen ik hem mijn kamertje binnen liet. Toch nog even om de beurt douchen.
Gelukkig zag ik Johan nergens. We gingen heerlijk vrijen, mijn plan, bijna ondraaglijk lang.
'Je bent zo stil. Is er iets?' fluisterde Steven halverwege in mijn oor.
'Nee.' zei ik en beet in zijn oorlel.
Opnieuw glipte Steven de volgende morgen in alle vroegte mijn kamer uit.
Het duurde tot de maandagavond voor ik Johan kon opzoeken.
Ik klopte op zijn deur. Vooraf had ik geoefend wat ik zou zeggen.
'Binnen.' riep hij veel luider dan nodig was.
'Ga zitten.' Johan gedroeg zich altijd heel joviaal. Ik zette me voorzichtig in zijn zetel. Johan plofte op zijn bed neer. Hij had een ruimere kamer dan de mijne. De zetel alleen al zou me willen doen ruilen met mijn benepen kamertje.
'Het gaat over Steven.' begon ik. 'Hij is mijn vriend.'
'Dat heb ik intussen wel door.'
'Wil je dat hier op kot niet doorvertellen?'
'Ik vertelde het net aan Filip en aan Guido.'
Ik heb ongetwijfeld beteuterd gekeken.
'Maar nee. Dit is jouw zaak. Je moet het zelf vertellen als je dat wil. Ik bemoei me daar niet mee.'
Goed dat ik Johan had, bedacht ik op mijn kamer. Hij noemde me ook nooit 'sloefke.' Ik wilde niet dat Peter het wist. Hij zou me in verlegenheid brengen.
En de anderen? Ik kon het niet inschatten. Waarom moest Steven altijd de flapuit spelen?
Ik zou er zelf voor uit komen als de tijd daar voor rijp was. Ik woonde op dit kot, Steven hoefde hier niet de kat de bel aan te binden.
De situatie werd schizofreen. Johan wist het. Dat mocht zelfs van mij.
In de eerste plaats kwam Steven en ik. De rest van de wereld had daar geen zaken mee.
Thuis!
'Je bent veranderd.' merkte mijn moeder op een ietwat negatieve ondertoon op.
'Ik ben niet veranderd. Ik ben nog altijd dezelfde.' ontkende ik.
'Vroeger vertelde je altijd vanalles over school en nu komen we niets meer te weten.'
De vrijheid, ik had ze cadeau gekregen tegelijk met het huren van mijn kot. Ik had ze genomen.
Ze stonden daar buiten mijn ouders, voor een stuk. Dit was mijn leven.
Ik besefte waarom mijn moeder die opmerking maakte, diep vanbinnen.
De nieuwe vrienden, mijn studiegenoten... mijn vierde wereld.
Er waren plannen gesmeed: na de examens trokken we er met een groepje op uit voor enkele dagen...

Amexic
Berichten: 16
Geregistreerd: maandag 15 juni 2015 16:37
Woonplaats: Zoersel
Ontvangen Bedankjes: 22 keer
Bericht Re: Groen licht door Amexic » zondag 12 juli 2015 18:11

Deel 9


De Kerstvakantie besteedde ik net als Steven aan de voorbereiding van mijn eerste examenreeks. Kerstmis en Nieuwjaar brachten we beiden met onze familie door.
Er kon natuurlijk een bezoekje af over en weer.
'Na de examens gaan we met een aantal studenten van ons jaar enkele dagen naar Ettelbrück.' vertelde ik Steven. 'We zijn met minstens 10.'
'Leuk. Kan ik met jullie mee?'
'Dat gaat niet, we gaan alleen met ons groepje'
'Waarom niet?' preutelde Steven.
'Omdat dat zo beslist is.'
'Ik had je graag voor enkele dagen op mijn kot uitgenodigd. Hoe lang ben je weg?'
'Voor vijf dagen: van zaterdag tot woensdag.'
'Dan kan je vanaf donderdag bij mij in Gent komen logeren.'
'Het gaat onmogelijk zijn om dat thuis uitgelegd te krijgen.'
'Met je vrienden ga je voor dagen op pad en je hebt er een probleem mee om mij in Gent af te spreken?'
'Je bent gewoon jaloers. Ik mag toch eigen vrienden hebben. Jij hebt zelf je eigen vrienden.'
'Nee, ik ben niet jaloers. Het gaat er om dat je het lef niet hebt je ouders over ons te vertellen.'
'Ze gaan daar heel moeilijk over doen.'
'Kan waar zijn, kan niet waar zijn. Je kan dat niet weten als je er niet over begint.'
'Je weet niet hoe ze zijn.'
'Denk je dat de mijne zo verschillend zijn van de jouwe? Je maakt het jezelf moeilijk door het te verzwijgen.'
'Ik kan het ze nu niet vertellen zo vlak voor de examens. Mijn plannen voor Ettelbrück kan ik waarschijnlijk ineens opbergen als ze het weten.
Sta je al ver met de blok?'
'Je moet niet van onderwerp veranderen. 't Is goed, we hebben het er later nog over. Nee, 't Is niet goed maar ik zal maar zwijgen.'

Er viel een blok van m'n schouders na de examens. Afwachten. Een paar waren goed gegaan, enkele minder. De prof van scheikunde zei op het einde van het mondelinge examen: 'Dat was niet veel hé, meneer Van Ginhoven.' Van dat examen hoefde ik niet veel goeds te verwachten. Ik had me laten inpakken. Ja, ik had goed gestudeerd. De prof stelde extra vragen en in plaats van mijn vel duur te verkopen klapte ik toe en stond met m'n mond vol tanden.
Ettelbrück bracht de nodige ontspanning. we waren met 13, enkele meisjes ook. Yves bracht zijn gitaar mee. We schoven wat stapelbedden tegen elkaar om één grote matras te hebben We zongen uit volle borst 'Almost Heaven van John Denver en 'The needle and the damage done' van Neil Young. Het mocht vals klinken.
'We gaan één van de meisjes schaken, stelde Luc voor toen de drie dames hun slaapkamer hadden opgezocht.
'Ria.' beslisten we. Ria was een tenger meisje. Haar konden we het gemakkelijkst aan, dachten we. Maar de twee anderen boden hevig weerstand. De meisjes konden niet op tegen onze jeugdige kracht en overtal. Ria werd haast gevierendeeld voor we haar onze kamer in sleurden.
De uitbater van de jeugdherberg, een Italiaan, viel onze slaapzaal binnen en dreigde er mee ons buiten te zetten na zoveel kabaal. Ria lag intussen verstopt onder een bed.
Italië had die avond een voetbalwedstrijd tegen België verloren. De vrouw van de uitbater kalmeerde de situatie. 'Mijn man is een beetje over zijn toeren. Jullie mogen blijven hoor.
Maar probeer het wat stiller te maken.' Ria die de hele tijd roerloos op de koude vloer onder het bed gelegen had, kon terug te voorschijn komen.
Overdag maakten we lange wandelingen in de winterse bossen.
Chris probeerde de aandacht naar zich te trekken maar lag niet goed in de groep.
Vincent leerde ik beter kennen. Hij was een stille jongen. Stille jongens trekken me aan. Soort zoekt soort zeggen ze.
Hij praatte heel beredeneerd en beschaafd. Yves , een schriele kleine jongen toonde zich de animator. Overal hoorde je zijn stem.
Ik genoot van de korte vakantie.

Steven liet me mijn verhaal doen toen ik de dag na aankomst bij hem thuis op bezoek ging.
Over de examens repten we amper.
Ik bleef eten, dat hoorde zo bij Steven thuis.
'Heb je je ouders intussen ingelicht over jullie relatie.' wilde Stevens' vader onverwacht weten.
'Nog niet.'
Ik werd vuurrood, compleet verrast.
'Je ouders geven om je en doen alles voor je voor zover ik weet, waarom vertel je het hen niet?
Er kunnen nadelen aan zitten maar ook voordelen. Denk daar eens over na. Het is een vorm van volwassenheid, er voor durven uitkomen. Je kan het toch niet blijven verstoppen?'
Pieter keek toe maar bleef afzijdig. Hij ging nog even mee buiten toen ik naar huis ging.
'Hij bemoeit zich met alles. Je moet het je niet aantrekken.'
Ik mocht Stevens vader van de eerste keer dat ik hem ontmoette. Dat was op de veldloop wedstrijd.
Met het woord volwassenheid raakte hij een gevoelige snaar. De man had gelijk.

Mijn vader was nog niet thuis van het werk. Mijn moeder stond te koken.
'Mama, ik moet je iets vertellen. Ik heb een vriend.'
Ja, en hij heet Steven.' vulde ze aan. 'Is er iets met Steven?'
'Dat is niet wat ik wil zeggen.
Nee er is niet met Steven. Wij zijn homo.' Het grote woord was er uit.
Ze stopte met patatten schillen.
'Ik heb altijd gedacht dat iets niet normaal was met die jongen. Wij hebben altijd ons best voor je gedaan, altijd kwam je op de eerste plaats en nu kom je met zoiets te voorschijn.' barstte ze los.
'Hij heeft je verleid.'
'Steven heeft me niet verleid, ik wist al voor ik hem kende dat ik op jongens viel.'
'Waaraan hebben we dit verdiend?' Er volgde een hysterische litanie.
Het deed me pijn wat ze me allemaal naar het hoofd slingerde. Ik trok me terug op mijn kamer. Het voelde raar. Blij kon ik niet zijn maar mijn ei had ik gelegd. Verdrietig was ik ook niet ondanks de scheldpartij van mijn moeder.
Wezenloos zat ik een tijd op mijn bed. Ik sloop de trap af en belde Steven.
'Ik heb net mijn moeder van ons verteld.'
Hij reageerde heel enthousiast: 'Eindelijk. En hoe is het gegaan?'
Op dat moment verscheen mijn moeder in de gang.
'Denk niet dat ik doof ben. Bazuin maar alles wat ik gezegd heb door aan je mooie vriendje.'
Bam. Ze knalde de deur toe.
'Wat was dat?'
'Mama is woest. Dat was de deur die ze toe knalde.'
'O nee,' zei Steven. 'Het zit er dus tegen. Had je dat verwacht?'
'Ik wist echt niet wat ik moest verwachten.'
We hielden het gesprek kort. 'Veel sterkte.' wenste hij me voor ik inhaakte.
Steven bellen had me deugd gedaan. Ik trok weer naar mijn kamer en luisterde muziek om m'n zinnen te verzetten.
M'n vader was thuisgekomen.
'Kom je eten of blijf je op je kamer?' riep moeder.
Schoorvoetend daalde ik de trap af.
De soep werd zwijgend gegeten. Hij wist het zag ik. Hij keek niet op van zijn bord.
Zijn kaakspieren spanden zich. Dat gebeurde wanneer hem iets dwars zat.
Een prater was mijn vader niet, hoe moeilijker het onderwerp, hoe zwijgzamer hij werd.
'Dit had ik nooit van je gedacht.' zei hij alleen maar. Daarna ging hij in de living de krant lezen.
Mijn moeder deed de afwas terwijl ik afdroogde.
Ze was gekalmeerd. 'Je bent onze enige zoon en we willen alleen maar het beste voor je. 't Is gelukkig een vriendelijke jongen.'
Meer zei ze er niet meer over. Dat was haar manier om te laten blijken dat ze spijt had van de lelijke dingen die ze gezegd had.
Ik kende haar. Ze kon erg opvliegend zijn en dan roepen en tieren. Als de storm ging liggen, kreeg ze gegarandeerd spijt van wat ze gezegd had.
'Mag ik morgen even naar Steven?'
'Je doet wat je niet laten kan. Ik kan je niet tegen houden.'
Voor de tweede keer belde ik Steven: 'Ik kom morgen even langs.'
'Gaat het zo'n beetje?'
'Ze is gekalmeerd. Mijn vader heeft nog niets gezegd.'

Amexic
Berichten: 16
Geregistreerd: maandag 15 juni 2015 16:37
Woonplaats: Zoersel
Ontvangen Bedankjes: 22 keer
Bericht Re: Groen licht door Amexic » dinsdag 25 augustus 2015 06:21

Deel 10


'Post voor jou.' Mijn moeder gaf me een aan mij geadresseerde enveloppe met het logo van de universiteit. Ze ging er bij zitten en wachtte.
Zenuwachtig ritste ik met een aardappelmesje de brief open. Een veertien voor biologie, een acht voor fysica, een zes voor scheikunde, ..een twaalf, een tien en een negen.
Dat viel tegen. De zes snapte ik. Met de twee andere onvoldoendes erbij had ik al drie herexamens.
Ik wachtte op verwijten aan het adres van Steven. Dat ik mijn tijd beter aan meer studeren had besteed en niet aan mijn vriend verspild of zo. De verwijten kwamen niet.
Een grote teleurstelling maakte zich van mij meester. Mijn ogen werden vochtig maar ik kon de tranen binnen de oogleden houden.
'Zo spijtig van die acht en die negen. De zes had ik verwacht. Ik moet er dus drie opnieuw afleggen.'
'Je hebt goed je best gedaan.' besloot mijn moeder. Dat had ik ook.
'Je gaat in juni alles op alles moeten zetten.'

'Hoe gaat het thuis? vroeg Steven onmiddellijk toen we onderweg naar ons kot waren.
'Mijn vader heeft nog geen zinnig woord tegen me gesproken. Mijn moeder doet normaal buiten af en toe een rare opmerking.
'Ik zal nooit kleinkinderen hebben.' merkte ze op. Alsof dat ineens belangrijk is geworden.'
'Ik ben heel content dat je het hebt gezegd. Het komt allemaal goed.'
'Misschien.' antwoordde ik zonder overtuiging.
'Je kan altijd bij ons terecht. Mama zei zelfs dat je gerust bij ons kan blijven slapen als het uitkomt. De kamer van mijn broer staat toch leeg.'
Hij was extra lief. 'Zonde van je examens.'
'Ja. Jij weet dus nog altijd niets.'
'De uitslag zal er één van de dagen zeker zijn.'
'Ga je met me mee vanavond?'
'Ik moet mijn kot opruimen?'
'Waar is dat goed voor?'
'Het is een puinhoop. Mijn ouders komen op bezoek als mijn uitslag binnen is. We gaan dan op restaurant of zo.
Je hebt me blij gemaakt.' zei Steven nog eens voor hij op de trein stapte.

'Hoe waren de examens?' Het leek wel een vergadering op kot. Iedereen wilde het van elkaar weten.
Ik viel niet uit de toon door 'slecht' te antwoorden.
'Als je de tweede reeks goed doet, is het haalbaar' troostte Johan me. 'Ik had er in mijn eerste jaar vier aan m'n been.'

Reuze benieuwd vroeg ik Steven toen ik hem terugzag : 'En?'
'Geslaagd voor alles.' Ik voelde me tevreden alsof ik het resultaat zelf behaald had. Ik gaf hem een smakkerd.
Het kon me op spontane momenten zoals deze niet schelen dat de mensen op de bus naar ons keken.
'Misschien moet je nog eens bij mij thuis komen. Kan je morgen?' temperde ik zijn vrolijkheid.
'Ze gaan me slaan.'
'Zot.'
'Ik kom op voorwaarde dat je eindelijk naar Gent komt.'
'Goed. Wanneer?'
Het krampachtig mijn relatie met Steven voor mijn ouders verstoppen, die last was van me afgevallen.
'Volgende week is lastig want ik heb nog een ander voorstel. Kom je onze Chiro ploeg versterken op het volleybal tornooi van 'de Witte Merel?'
Precies een jaar geleden speelden we hetzelfde tornooi.
'Met plezier.'
'De week daarna is het Krokusvakantie. Jij hebt toch ook geen les hé?'
'Nee.'
'Als je dan naar Gent komt, hebben we tijd zat.'
'Afgesproken.'
'Dan kan je me helpen want ik ga schilderen.'
'Schilderen?' vroeg ik onbegrijpend.
'De muren.' verduidelijkte Steven. 'Er hangt nu vreselijk lelijk behangpapier.'

Hij kwam met de fiets, netjes op het afgesproken uur bij ons thuis. Ik was wat zenuwachtig.
Dat bleek onnodig. 'Iets drinken?' vroeg m'n moeder onmiddellijk. Steven bedankte.
' Iets warms zal je deugd doen, want het is koud buiten.' drong ze aan.
Het werd een warme chocomelk voor ons beiden.
Steven gedroeg zich opvallend beleefd. Hij sprak netjes, nauwelijks dialect, anders dan wij onder elkaar gewoon waren.
De eerste keer dat hij bij ons thuis kwam, deed hij net zo. Het klonk belachelijk.
Mijn moeder ontving hem super vriendelijk. Ik vreesde een scheve opmerking af en toe. Er kwam niets.
Ik zei niet veel en luisterde naar hun gesprek, goede luisteraar die ik ben. Ze moest van alles weten over Steven.
Regelmatig had ze het over onze Pieter zus en onze Pieter zo.
'Ik heb hem alles geleerd. Ook als man moet je het huishouden kunnen doen. Hij heeft moeten kuisen van mij en ik heb hem leren koken.'
Ik wisselde een blik uit met Steven. Dat ik kon koken wist ik zelf niet. Ja, ik kon vlees bakken en patatten schillen en van die dingen.
Mijn vader liet zich niet zien. Die had zich in het tuinhuis terug getrokken om iets in elkaar te knutselen.
'Ik heb geen eieren genoeg. Ga jij er even halen? En breng ook nog een paar bananen mee.' zei moeder.
Steven ging met me mee. We gingen te voet.
'Eindelijk eens luchten.' lachte ik naar Steven. ' Het werd vervelend dat kruisverhoor van mama.'
'Viel mee. Het ging toch goed?'
In de plaatselijke superette overviel me een ongemakkelijk gevoel toen ik enkele bekenden opmerkte. Iedereen kende iedereen in ons dorp.
Zouden ze iets merken? Het was een waanidee dat ze ons nakeken. Met een andere jongen in een winkel rondlopen, kon geen vragen oproepen.
Ze konden onmogelijk iets weten.
'Je blijft toch eten? Het zijn gewoon pannenkoeken vandaag.' Vanzelfsprekend antwoordde Steven bevestigend op mijn moeders vraag.
Toch was het Stevens eerste keer dat hij bij ons bleef eten.
Ik dekte de tafel terwijl moeder het beslag maakte.
'Begin er maar aan, anders worden ze koud.' zei ze na enkele baksels. 'Roep jij papa?'
Steven en ik hadden reeds verschillende exemplaren verorberd toen mijn vader verscheen.
Steven stond op om hem een hand te geven.
'Mijn handen zijn vuil.' Hij gaf geen hand ook niet nadat hij ze gewassen had.
Mijn vader was niet zo vormelijk dat hij mensen gemakkelijk een hand gaf. Het zou toch getuigd hebben van beleefdheid als hij het wel had gedaan had.
Dat kon nog perfect na het wassen. Ik hoopte dat het niets met Steven te maken had.
Mijn moeder hield het gesprek gelukkig levendig maar de temperatuur was toch een paar graden gezakt.
'Ik gebruik altijd wat meer melk in mijn beslag dan zijn ze minder droog.'
'Ze zijn echt lekker mevrouw.'
'Je moet me niet steeds mevrouw noemen. Het is Julia.'
Toen Steven vertrok had vader niet veel meer gesproken dan ja, nee en tot ziens.
'Steven is nog wat verlegen.' stelde moeder vast.
Steven verlegen? Ik lachte in mezelf. Ik dacht van niet.

Ze waren al allemaal in de zaal, Steven incluis. De Chiro leiders verwelkomden me alsof ik jarig was.
'Hoi.' begroette ik Steven. 'Hoi. Is dat alles! Ik had wat meer vuur bij jullie verwacht.' grapte er één. Steven gaf me een stevige knuffel waarna de vrolijke bende in de handen klapte.
Ik had er niet bij stil gestaan dat Steven over ons verteld had. Ik speelde dit jaar in de recreatieve poule van het tornooi. Mijn oom en zijn competitieploeg hadden zich niet ingeschreven.
Ik voelde me een beetje de sterspeler. Ik scharrelde ballen op die niemand van onze ploeg kon pakken voor ze de grond raakten. Als ik eens een goede pas kreeg, kon ik een smash knallen.
Ik amuseerde me opperbest. Het lol maken primeerde bij deze jongens en dat we enkele matchen wonnen zette de kers op de taart.
Tijdens de pauzes legden ze me duchtig op de rooster. Het begon met: 'Hoe lang zijn jullie al een koppel?' Er zaten ook vragen bij als: 'Is Steven een goede minnaar?'
'Hij kan heel zacht zijn.' antwoordde ik. Ze schoten in een luide lach.
'Kan hij ook hard zijn?' De mollige jongen die Arjen heette, gooide het in de groep toen het lachsalvo stopte.
Ze bulderden het uit. Ook steven lachte zich in tranen.
Ik had geen spiegel nodig om te weten hoe rood ik aanliep. Ik voelde het zweet op m'n voorhoofd.
Arjen klopte me op de schouder. 'Je hebt zelf de voorzet gegeven. Eén-nul.
We hadden veel te lang dingen 'met ons tweetjes' gedaan. Het deed me deugd om zijn vrienden er bij te hebben.
Het deed me ook plezier hoe Steven door de jongens op handen gedragen werd.
We streden in de kleine finale voor plaats 3 en 4 en haalden de derde plaats.
'Handdoek bij deze keer?' vroeg Steven in de kleedkamer.
'Neen.'
'Je mag de mijne lenen. Dat is een grote. Maak hem niet te nat en laat nog wat douchegel over.'
Dus stond ik even later met de rest van de ploeg onder de douche. Ik voelde me extra naakt omdat ze wisten dat wij homo waren.
Geen mens bleek me te bekijken. Wat maakte ik me zorgen? Alle piemels hingen slap, uiteraard ook die van Steven. Lang geleden dat ik hem zo slap zag.
Dirk had veel borsthaar en zelfs op zijn schouders tierde het haar welig. Dat vond ik onaantrekkelijk. Arjen was gekleed gewoon mollig maar dat buikje en die aanleg tot borsten had ik niet vermoed. Voor Dieter zou ik kunnen vallen, heel mooie jongen. Hij had een vriendelijk en fijn getekend gezicht. Een fijn gebouwd lichaam paste daar bij. Donkere haartjes ontsproten op zijn armen en benen. Borsthaar ontbrak bij hem maar een stevige pluk zwart schaamhaar omringde zijn piemel. De huid van zijn schouders glansde van het water.
Ik brandde zijn genietbare verschijning op mijn netvlies.
Ik verdween voor Steven uit de douche. Hij bleef nog even onder de waterstraal staan tot ik me ongeveer afgedroogd had.
We dronken er nog eentje in de kantine. Onze trofee, een klein bekertje koesterden we alsof we op de eerste plaats waren geëindigd.
Ik reed mee tot bij Steven om dag te zeggen voor ik me naar huis begaf.
'Mooie jongen Dieter.' zei ik onderweg.
"Een prachtkerel!' bevestigde Steven me. ' Eén letter verschil: Pieter-Dieter. Hij heeft alles. Hij is niet alleen een schoonheid, hij is ook erg sympathiek.'
Ik kreeg een steek van jaloezie. Stevens antwoord had ik zelf uitgelokt.
Ik ging kort mee binnen. Alleen zijn moeder was thuis.
'Zondag de bus van acht uur niet missen hé.' riep hij me na.
'Natuurlijk niet, onnozelaar.'

Amexic
Berichten: 16
Geregistreerd: maandag 15 juni 2015 16:37
Woonplaats: Zoersel
Ontvangen Bedankjes: 22 keer
 

Plaats een reactie

Volgende

Terug naar Man - Man

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast