Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Man - Man
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

Aan de andere kant...


Algemeen

Plaats een reactie

Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 10 januari 2016 09:59

20. Zo kan ik toch ook niet verder?



“Waarom ben je eigenlijk met Ciska getrouwd?” Hand in hand lopen we over het strand richting het kleine vissersdorpje verderop. “Was je verliefd op haar?

Was ik verliefd op haar? Nee. Sterker nog, ze had me volkomen overrompeld toen ze voorstelde onze relatie maar eens officieel te maken. Waar had ze het over? Welke relatie?
Oké, Ze kookte ondertussen elke avond voor ons beiden, maar dat was vooral praktisch. En ik had haar een paar keer meegenomen naar een concert, maar dat was omdat zij interesse toonde in mijn muziek. Natuurlijk vond ik haar aardig. We konden het goed met elkaar vinden. Maar verliefd?

Langzaam schud ik mijn hoofd. “Ik ben nog nooit verliefd geweest op een vrouw”, antwoord ik. “Ook niet op Ciska.”
Manuel schiet in de lach. “Ik begrijp niks van jou, weet je dat? Waarom trouw jij met een vrouw als je niet verliefd op haar bent en je weet dat je homo bent?”
“Je moest eens weten hoe vaak ik mezelf die vraag al heb gesteld sinds ik jou ken”, grinnik ik. “Toen leek het me een goed idee. Mijn broers en zussen zijn allemaal getrouwd en hebben kinderen. Dat wilde ik ook. Ik wilde gewoon normaal zijn.”
“Hoezo? Er is toch niks mee om homo te zijn?”, vraagt hij verbaasd.
“Dat vind jij misschien, maar dat voelde ik, in ieder geval toen, toch anders.”
Manuel fronst zijn wenkbrauwen. “Waarom? Je had het toch prima voor elkaar?” Hij laat mijn hand los, raapt een steen op en gooit hem in het water. “Vaste betrekking als organist, concerteren in binnen- en buitenland. In principe kon je doen wat je wilde.”
“Klopt”, pak ik ook een steen op. “Alleen toen ik Ciska leerde kennen, kwam er iets bij. Ik was dan misschien niet verliefd op haar, zij wel op mij. Het was gewoon fijn, die aandacht. Niet meer alleen zijn. Op de één of andere manier voelde het alsof iedereen me ineens met andere ogen bekeek. Niet langer alsof er iets mis was met me.”
“Er ís ook niks mis met jou. Tenminste, niet omdat je homo bent. Wel omdat je je hebt laten wijsmaken dat er iets mis is met homo zijn”, grinnikt hij.
“En bedankt”, reageer ik quasi verbolgen terwijl ik de steen met kracht in het water gooi. “Fijn om te weten dat er, hoe dan, iets mis met me is.”
“Zo bedoel ik het niet, gek”, grijnst hij. “Ik snap heus wel dat je het gevoel had dat je niet anders kon.
“Dat was het niet, volgens mij. Ik was het gewoon zat.”
“Wat? Het alleen zijn?”
Ik knik. “Mijn ouders toonden overdreven veel begrip voor mijn situatie. Ze waren zo blij dat ik tot inkeer was gekomen en besloten had alleen te blijven. Aan alle kanten probeerden ze me te steunen. Gek werd ik ervan!”, zucht ik, terugdenkend aan de voortdurende argwaan van mijn ouders zodra ik maar een weekend niet thuiskwam omdat ik wel eens wat met vrienden wilde doen. Overal moest ik verantwoording over afleggen, met wie ik omging, wat ik deed, waarom ik niet elke zondag naar de kerk ging. Echt irritant werd het toen ze er een gewoonte van begonnen te maken onverwacht bij me op de stoep te staan. Zogenaamd om dat ze in de buurt waren, maar ik wist wel beter. Ze wilden controleren of ik niet stiekem een vriend had. Ze bedoelden het goed, dat wist ik wel, ze wilden gewoon voorkomen dat ik nog een keer in een situatie terecht zou komen zoals met Eelco.

“Jouw ouders wisten het?”, hoor ik hem hem verbaasd vragen. “Al voor je met Ciska trouwde?”
“Oh ja. Mijn vader vermoedde het al toen ik een jaar of twaalf was”, knik ik terwijl ik opnieuw een steen opraap en in het water gooi. “Hij was ervan overtuigd dat hij het bij kon sturen als hij me maar voorhield hoe mooi de liefde tussen man en vrouw was en hoe slecht al het andere was.””
“En dat geloofde jij?”, klinkt hij spottend.
“Nou ja, het is meer dat ik niet beter wist, denk ik. Iedereen die ik kende, dacht zo, dus ik ook. Daarom was ik er ook van overtuigd dat er iets mis was met mij. Die gevoelens waren fout, dat wist ik, maar ik genoot er ondertussen wel van. Hoe gestoord ben je als je telkens opnieuw toegeeft aan iets waarvan je weet dat het verkeerd is? Ik schaamde me daar voor, Manuel. Dus toen Ciska wilde trouwen, zag ik dat als dé kans op een normaal leven. Eindelijk niet langer die overdreven aandacht en dat medeleven, iedereen zou denken dat ik het overwonnen had.”
“Jemig”, hoor ik hem zachtjes zeggen.

Onopvallend gluur ik opzij. Wat denkt hij nu? Dat ik één of andere sukkel ben die klakkeloos aanneemt wat iedereen zegt? Of die te schijterig is om voor zichzelf te kiezen en daarom liever zijn vrouw bedriegt?
Hij heeft nog gelijk ook. Ik durf die stap gewoon niet te zetten. Ik moet er niet aan denken! Dan krijg ik weer iedereen over me heen. Moet ik weer aan iedereen rekenschap afleggen over mijn leven. Dat ga ik echt niet nog een keer doen, zeker niet na vorig jaar!
Als Ciska onze vuile was nou netjes binnen had gehouden, maar nee, de hele familie moest het weten. Om me te steunen, als ik het moeilijk had met mijn verkeerde gedachten, zei ze. Want iedereen begreep best hoe zwaar het was.
Ja, ja… Alleen keek mijn schoonvader me sinds die tijd nauwelijks nog aan. Zelfs een hand schudden was hem te veel. Niet dat hij me iets kwalijk nam, hoor. Nee, dat was het niet. Hij walgde gewoon van me, hij vond me een viespeuk.
En mijn eigen vader was zwaar teleurgesteld in me. Hij begreep het niet, zei hij. Hij dacht dat ik tot inkeer was gekomen, dat ik aan den lijve had ondervonden hoe slecht het was. Hoe kon ik dan opnieuw zo ten prooi vallen aan mijn eigen lusten?
God, wat schaamde ik me, de hele familie wist dat ik stiekem had zitten rukken bij homo porno. Iedereen toonde begrip natuurlijk, maar ondertussen hoorde ik ze zowat denken… Dus liet ik me als een mak schaap door hen leiden en beloofde braaf beterschap. Wat kon ik anders? Ik voelde me zo smerig.
Ik zucht diep en knipper flink met mijn ogen in een poging mijn tranen de baas te blijven.

“Maar je kunt jezelf toch niet je hele leven wegcijferen?”, haalt Manuel’s stem me uit mijn gedachten.
Stuurs haal ik mijn schouders op. “Ik kan ook niet mijn hele leven met een schuldgevoel leven, laat staan met de wetenschap dat iedereen me een smeerlap vindt.”
“Heb je daarom zo weinig contact met je familie?”
Ik knik.
“Als je maar weet dat ik je geen smeerlap vind.” Liefdevol slaat hij zijn arm om me heen. “Voor mij ben jij gewoon Victor, de man aan wie ik mijn hart verloren heb”, fluistert hij teder voor hij een kus op mijn hoofd drukt.
Overmand door een mengeling van liefde en verdriet, vlei ik mijn hoofd tegen zijn schouder. Hevig geëmotioneerd slik ik de brok in mijn keel weg en kijk naar hem op. Zijn prachtige, donkere ogen zetten me in vuur en vlam terwijl zijn gezicht langzaam dichterbij kom. Kreunend van verlangen open ik mijn lippen…

***

“Eerst even douchen?”, grinnik ik veelbetekenend als we een paar uur later mijn kamer binnenlopen.
“Prima plan”, grijnst Manuel terwijl hij de deur achter zich dichtdoet.
“Momentje”, verontschuldig ik me als mijn telefoon gaat. “Hé, Cis”, neem ik op. “Alles goed?”

“Wat?”
“Harro is op staande voet ontslagen”, hoor ik haar nogmaals zeggen.
“Maar… Waarom?”
“Martin heeft hem gisteren betrapt. Het schijnt dat ze al een tijdje verdenkingen hadden. Ze hielden hem in de gaten.”
“Hoezo? Wat dan?”
“Hij drukte collectegelden achterover”, hoor ik mijn vrouw zeggen. “Telkens een paar briefjes van tien en twintig, zodat het niet opviel. Ook gisteren bij de rondleiding bij het orgel.”
“Nee.” Krijtwit laat ik me op het bed zakken.
“Wat is er?”, fluistert Manuel, terwijl hij naast me komt zitten en een arm om heen slaat.
“Harro”, fluister ik. “Hij is op staande voet ontslagen.”
“Echt?” Ongelovig kijkt hij me aan. “Waarom?”
“Wat zeg je, Vic?”, vraagt Ciska.
“Nee, niks. Manuel zit hier naast me en vraagt wat er aan de hand is. Ik praat hem zo wel bij. Jemig”, zucht ik ontdaan. “Ik kan het niet geloven. Waarom?”

Het blijft even stil aan de andere kant.
“Ciska? Ben je er nog?”, doorbreek ik de stilte.
“Ja”, klinkt het aarzelend. “Luistert Manuel mee?”, vraagt ze ineens.
“Nee”, zeg ik naar waarheid.
“Oké”, want ik weet niet of dit wel voor zijn oren bestemd is”, begint ze voorzichtig.
“Hoezo?”
“Ik had gelijk”, valt ze met de deur in huis. “Hij gaat vreemd.”
“Wat? Harro? Jij bent gek! Hoe weet je dat?”
“Er werd over gepraat na de kerk.”
“Allemachtig”, mompel ik. Dan was die armband dus helemaal niet voor haar…”
“Wat zeg je?”, vraagt Ciska. “Ik kan je haast niet verstaan.”
“Niks, laat maar”, zeg ik snel, me net op tijd realiserend dat Ciska helemaal niet weet dat ik bij de juwelier ben geweest. “Hoe is Wendy eronder?”, vraag ik bezorgd. “Dit zal haar vast geen goed doen.”
Weer blijft het stil aan de andere kant van de lijn.

“Cis? Er is toch niks met Wendy, hè?”
“Dat is maar hoe je het bekijkt”, antwoordt ze aarzelend. “Ik weet niet goed wat ik ermee moet, Vic.”
“Waarmee?” Ineens ben ik op mijn hoede. Iets in de manier waarop ze praat, verontrust me.
“Wendy.”
“Hoezo? Heb je het idee dat ze domme dingen gaat doen? Als dat zo is, moet je hulp inschakelen, hoor”, druk ik haar op het hart.
“Ze heeft al hulp”, klinkt het stuurs. “Frieda is bij haar.”
“Die oude buurvrouw?”
“Hm, hm.”
“Dan hoef je je toch geen zorgen te maken?”, lach ik opgelucht.
“Dat weet ik zo net nog niet”, aarzelt ze.
“Ciska, hou eens op”, val ik plotseling uit. “Zeg wat je wilt zeggen en doe niet zo dramatisch!”
“Wendy is lesbisch, Victor”, gooit ze er ineens uit. “Frieda ook. Dáárom is ze vorig jaar gescheiden. Die twee hebben al meer dan een jaar wat met elkaar. Dáárom wilde ze niks meer van Harro weten. Ze heeft hem er gewoon toe gedreven! Het is allemaal haar schuld!”

Van het één op het andere moment breekt het zweet me uit. Wendy lesbisch? Oh mijn God, ineens snap ik waarom ze zich al zolang neerslachtig en lusteloos voelt!
“Nou, nou”, probeer ik mijn vrouw wat milder te stemmen. “Zo simpel ligt het natuurlijk niet.”
“Oh nee?”, roept ze verontwaardigd uit. “Ze had er toch niks mee hoeven doen? Jij vecht er toch ook tegen? Waarom kan zij dat dan niet? Ziet ze dan niet dat ze Satan toestaat levens te verwoesten? Alleen maar omdat zij zo nodig…”
“Ciska, stop!”, onderbreek ik haar geïrriteerd. “Ik wil het er nu niet met je over hebben. Neem maar van mij aan dat het niet zo simpel is als jij denkt. Hou op met oordelen, je lijkt je vader wel”, geef ik een fikse steek onder water. “Ik moet ophangen, we moeten eten.” Boos druk ik haar weg en stop mijn telefoon in mijn broekzak.

“Wat heeft hij gedaan?”, vraagt Manuel voorzichtig.
“Haar vader?”
“Nee, Harro, natuurlijk. Waarom is hij ontslagen?”
“Collectegeld gejat. Volgens Ciska omdat hij vreemdgaat.”
“Echt?” Manuel’s ogen sperren open.
“Blijkbaar had hij geld nodig om zijn vriendin te verwennen, of zo. Weet je nog dat wij hem tegenkwamen bij de juwelier?”
“Denk je dat die armband voor haar was?”, vraagt hij verbaasd.
“Vast niet voor Wendy!”, reageer ik spottend.
“Jezus!”
“Manuel!”
“Oh, sorry. Jemig dan”, grinnikt hij. “Maar eh… Niet zo netjes van hem, terwijl zijn vrouw ziek thuis zit”, gaat hij verder.
“Nou… Dat blijkt een beetje anders te zitten”, draai ik op mijn zij. Leunend op mijn elleboog kijk ik hem aan. “Het schijnt dat Wendy al een hele tijd een vriendin heeft. Volgens Ciska is ze lesbisch.”
“Wat?”
“Ciska is des duivels! Volgens haar is het allemaal Wendy’s schuld. Zij heeft haar huwelijk verwaarloosd en daarmee Harro aangezet tot diefstal en bedrog.”
“Au, en toen werd jij pissig?”
“Vind je het gek!”, val ik uit. “Ze heeft altijd meteen een oordeel klaar, net haar vader. Ze mag dan denken dat ze zo begripvol is, zodra iets niet in haar straatje past, is begrip ver te zoeken. Ik ben er zo klaar mee!”
“Denk je niet dat het er mee te maken heeft dat dat waar Ciska zo verontwaardigd over is, eigenlijk precies hetzelfde is als wat jij doet?”, oppert hij voorzichtig. “Dat jij je schuldig voelt omdat jij ook je huwelijk op het spel zet?”
“Nee”, schud ik resoluut mijn hoofd. “Dat is het niet. Ik ben gewoon kwaad op mezelf. Omdat ik me constant door haar laat manipuleren. Omdat ik bang ben dat ze me net zo veroordeelt als Wendy en ik me dan opnieuw om laat praten.”
“Wat?”, schiet hij overeind. “Ga je het haar vertellen? Echt?”
“Heb ik een keuze?”, lach ik nerveus. “Zo kan ik toch ook niet verder?”


wordt vervolgd...

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 24 januari 2016 08:45

21. Allemaal schijn



“Shit.” Geïrriteerd trek ik mijn telefoon weer uit mijn broekzak. “Daar zal je het hebben”, knik ik naar Manuel als ik Martin’s naam in de display zie staan.
“Martin”, neem ik op.
“Victor. Alles goed?”, probeert onze dominee het gesprek luchtig te beginnen.
“Prima”, brom ik.
“Ciska heeft het je zeker al verteld, of niet?”, klinkt hij gespannen.
“Ik snap er niks van. Ze zei dat jij hem betrapt hebt?”
“Gisteren, ja. Na afloop van de orgelmiddag. Ik vind het vreselijk, Vic, maar we konden niet anders dan hem op staande voet ontslaan.”
“Dat snap ik, maar…”
“Hij is welkom in de kerk, hoor”, haast Martin zich te zeggen. “Maar een functie bekleden? Dat is uitgesloten.”

Plotseling breekt het zweet me uit. Mijn baan! Shit, ben ik die kwijt als hij erachter komt dat Manuel en ik…?
Mijn hart bonkt in mijn keel. Zou de kerk zo moeilijk doen? Het gaat ze toch geen moer aan wat ik met Manuel doe?
Waarom doen ze eigenlijk zo? Wat is nou precies het probleem? Waarom maken ze zich zo druk om mijn zielenheil in plaats van dat van hunzelf? Is het dan zo verkeerd wat ik wil?
Oké, ik had niet met Ciska moeten trouwen, maar als ik het sec bekijk, heb ik dat alleen maar gedaan omdat iedereen het van me verwachtte. Niemand die riep dat het verkeerd was, sterker nog, ze moedigden me aan!
Ik zucht diep. Ik had gewoon alleen moeten blijven…

“Kun jij, als je weer thuis bent, niet een keer met haar gaan praten?”, dringt Martin’s stem weer tot me door.
“Praten?”, reageer ik verward. “Met wie? Waarover?”
“Wendy natuurlijk”, reageert Martin ongeduldig. “Haar vertellen over jezelf, hoe jij ermee omgaat. Misschien als ze van jou hoort dat het kan, dat ze inziet dat ze aan haar huwelijk moet werken in plaats van zich te laten verleiden door vleselijke lusten”
“Oh nee!”, roep ik geschrokken. “Geen sprake van.” Verdomme, wil hij nou dat ik haar ga vertellen dat het mij allemaal zo goed lukt? Die is gek! Vleselijke lusten! Pfff! Die man weet niet waar hij het over heeft!
“Ik weet wel dat je er niet trots op bent, maar je hebt het nu toch heel goed onder controle, of niet?”, negeert hij mijn gesputter. “Zie het als je Christenplicht, Victor. Jouw verhaal kan een huwelijk redden, of vind je dat niet de moeite waard?”

Mijn verhaal een huwelijk redden? Ik kan beter met Harro gaan praten en hem zeggen dat ik hem niks verwijt, dat ik het best snap. Misschien kan ik hem uitleggen hoe ik me voel, zodat hij Wendy een beetje gaat begrijpen want hij zal best kwaad op haar zijn.

“Denk er maar eens over na”, besluit hij zijn betoog.
“Zal ik doen”, brom ik met tegenzin.
“Mooi”, klinkt hij tevreden. “En verder heb je natuurlijk een vervanger nodig voor Harro. Nou dacht ik, zou dat wat voor Manuel zijn? Ik bedoel, jullie zijn inmiddels goed op elkaar ingespeeld. Misschien kun je het er eens met hem over hebben.”
Nerveus schiet ik in de lach. “Doe ik. Maar eh, ik moet ophangen, we hebben gereserveerd voor het eten.”

“Oh God”, kreun ik terwijl ik mijn telefoon naast me op het bed leg. “Ik dénk er alleen nog maar aan voor mezelf te kiezen en het lijkt wel of meteen alles op alles gezet wordt me bij de kudde te houden. Waarom moet ook uitgerekend nu bekend worden dat Wendy lesbisch is?” Opgefokt kom ik overeind.
“Wat is er dan, Vic?” Bezorgd kijkt Manuel me aan.
“Ach, niks”, wuif ik het weg. “Het is gewoon die houding. Ik ben het zo zat! Kom, we gaan eten”, trek ik hem omhoog. Lachend sla ik een arm om hem heen. “En hij stelde voor dat jij Harro’s plaats als mijn vaste registrant inneemt.”
“Oh, echt?”, grijnst hij. “Dat zou wel gaaf zijn.”
“Reken er maar niet op, jongen”, laat ik hem weer los. “Zodra bekend wordt dat wij een relatie hebben, ben ik persona non grata en valt er weinig meer te registreren. Ga je mee? Als we nog langer wachten, zijn we te laat. Douchen kan straks wel.”
“Serieus?”, loopt hij me achterna. “Raak jij je baan kwijt als wij een relatie hebben?”
“Daar ga ik wel vanuit, ja”, antwoord ik droog terwijl ik op het knopje van de lift druk.
“Jemig…”
“Tja, jongen, ik werk voor een kerk die de ‘homoseksuele praxis’ afwijst”, grijns ik ongemakkelijk.
“Maar je kunt je carrière toch niet zomaar opgeven voor mij, Vic, dat wil ik niet, hoor.”
“Niet voor jou, voor mezelf”, verbeter ik hem. “Ik raak mezelf steeds meer kwijt in mijn huwelijk. Het wringt voortdurend en zet me aan tot dingen die ik niet wil. Ik wil niet liegen, ik wil geen dingen verzwijgen. Ik haat het om me voortdurend schuldig te voelen over iets waar ik geen controle over heb. Ik sta alleen in ons huwelijk, kan bij haar niet kwijt wat erin me omgaat. Ze dwingt me in manieren van denken die passen in haar straatje, heeft verwachtingen die ik niet waar kan maken. Ik kan het echt niet meer, Manuel.”
“Shit, Vic.” Zachtjes wrijft hij over mijn rug.
Zwijgend stappen we de lift in.

“Ik moet woonruimte zoeken, en een baan, misschien lesgeven of zo”, pak ik de draad van ons gesprek weer op als we aan tafel plaatsnemen.
“Misschien kunnen we samen iets zoeken”, oppert hij.
“Samen?”, schiet ik in de lach. “Hoe stel jij je dat voor? Als Ciska merkt dat wij een relatie hebben, maakt ze me af! Dan denkt ze beslist dat ik alleen maar bij haar weg wil om bij jou te kunnen zijn en zal ze alles en iedereen inzetten om me tot inkeer te brengen. Nee, jongen, ik moet het zuiver houden, eerst de boel met haar afhandelen, daarna komen wij.”
“Je hebt gelijk”, knikt hij peinzend. “Ik moet sowieso thuis eerst maar eens vertellen dat ik op jongens val. Niet dat ik denk dat ze er een probleem van maken, maar om nou plompverloren te melden dat wij een relatie hebben en jij gaat scheiden, lijkt me nou ook weer niet zo slim.”
“Ach, misschien valt het allemaal wel mee, kunnen Ciska en ik er in goed overleg uitkomen”, stel ik de situatie bewust rooskleuriger voor dan hij is. “Als de scheiding eenmaal achter de rug is, kunnen we jouw ouders vast wel uitleggen hoe het in elkaar zit. Kom, eten”, duw ik hem de menukaart in de hand. “Ik heb honger als een paard.”

***

“Meneer Bos!” Met een brede grijns op zijn gezicht grijpt de grote, breedgeschouderde man, mijn uitgestoken hand.
Lachend trek ik hem naar me toen en klop hem op zijn rug. “Herr Kleemann!”, grijns ik als ik hem weer loslaat. “Goed om jou weer te zien.”
“Dat is lang geleden, Vic”, lacht hij. “Hoe is het?”
“Goed”, antwoord ik automatisch. “Met jou? Nog steeds vrijgezellig?”, grinnik ik, wetend hoe erg hij gesteld is op zijn vrijheid.
“Ikke wel, aan mijn lijf geen polonaise.” Nieuwsgierig gluurt hij naar Manuel. “Harro’s vervanger, is het niet?” steekt hij zijn hand uit. “Bernd Kleemann. Oud-studiegenoot van Victor en nu kantor van de Paulus Kirche.”
“Manuel Mulder”, schudt Manuel hem de hand.
“Je doet het goed, las ik in de krant”, lacht Bernd. “Mooie foto ook, van jullie samen.”
“Dank u”, lacht Manuel.
“Is dit de opstap naar een eigen carrière?”
Manuel lacht bescheiden. “Daarvoor ben ik nog lang niet goed genoeg.”
“Maar het is wel je doel?”
Hij knikt. “Victor geeft me les.”
“Oh?” Verbaasd richt Bernd zich tot mij. “Sinds wanneer geef jij les?”
“Sinds ik hem ken”, grinnik ik. Langzaam voel ik mijn hoofd rood worden.
Bernd fronst zijn voorhoofd. “En wat maakt hem zo bijzonder?”
“Hij raakte mijn ziel”, glimlach ik.
“Ah, op die manier”, grinnikt Bernd. “Dan wil ik jou ook wel eens horen spelen”, knipoogt hij naar Manuel. “Kom, dan laat ik je het orgel zien.”

“Wat heeft die ineens overdreven veel belangstelling voor jou”, fluister ik als we achter Bernd aan, richting het podium waarop de speeltafel klaar is gezet, lopen.
“Jaloers?”, plaagt hij.
“Halve gare”, por ik hem in zijn zij.
“Ik meen het”, grijnst hij. “Die gast kleedt me zowat met zijn ogen uit.”
“Jij bent gek!”, schiet ik in de lach. “Bernd is kantor!”
“Nou en? Jij bent organist. Dat zegt toch allemaal niks?”
Weifelend kijk ik hem aan. “Denk je?”
Grijnzend haalt hij zijn schouders op.

“Kom, Manuel, laat eens wat horen”, wenkt Bernd.
Glimlachend kijk ik toe Manuel de stapel bladmuziek uit zijn koffertje haalt en er doorheen bladert. Ik weet wat hij zoekt, hij weet wat ik hem zo graag hoor spelen. Hij heeft de bladmuziek eigenlijk niet meer nodig, maar het voelt wel veilig, natuurlijk. Voor hij het boek tegen de lessenaar zet, draait hij even naar me toe en lacht.
‘Love you’, vorm ik met mijn lippen.
Hij grijnst, legt zijn handen op de toetsen en zet de eerste, voorzichtige tonen van de Danse Macabre in.
Bernd draait zijn hoofd mijn kant op en knikt goedkeurend. Trots als een pauw grijns ik. Dat is mijn vent!

***

Net als bij mijn vorige concerten, zit de kerk ook deze avond stampvol. Terwijl Bernd mij introduceert, wachten Manuel en ik in de consistoriekamer. Glimlachend kijk ik opzij, pak zijn hand vast en knijp er liefdevol in. Onvoorstelbaar hoe onze verstandhouding is veranderd! Twee maanden geleden voelde ik me zo gespannen en onzeker als hij in mijn buurt was. En nu? Nu voelt het alleen maar fijn en vertrouwd!
Jammer dat het morgen afgelopen is. Ik zou er heel wat voor over hebben als ik niet naar huis zou hoeven. Ik zucht. Hopelijk begrijpt Ciska het een beetje en doet ze niet al te moeilijk.

“Dames en heren, Victor Bos!”, hoor ik Bernd zeggen.
“We moeten”, fluistert Manuel en duwt me naar voren.
Het publiek met een hoofdknik begroetend, loop ik, op de voet gevolg door Manuel, naar voren en neem plaats achter het orgel.
Heel even voel ik zijn hand op mijn schouder. Glimlachend kijk ik opzij en leg mijn vingers op de toetsen. Dan zet ik het Allegro uit de zesde Symfonie van Widor in en vergeet alles om me heen.

***

Terwijl de kerk na afloop van het concert langzaam leegstroomt, komt Bernd onze kant op. “Victor”, roept hij enthousiast. “Elk jaar kijk ik uit naar je concert, maar dit jaar! Man, je hebt jezelf overtroffen!”
“Dankzij Manuel, Bernd”, lach ik terwijl ik Manuel naar me toe trek. Trots sla ik een arm om hem heen en kijk hem glimlachend aan.
“Gaan jullie nog even mee een terrasje pakken?”, wil Bernd weten.
“Prima plan”, lach ik.

Met enige moeite weten we een vrij tafeltje te bemachtigen op één van de overvolle terrassen langs de rivier. Ondanks dat de schemering al begint te vallen, is het nog steeds drukkend warm.
“Zo, jongens, gezellig”, lacht Bernd vergenoegd terwijl hij de ober wenkt. “Je zou eens wat vaker deze kant op moeten komen, Vic. We zien elkaar veel te weinig. Biertje?”, kijkt hij ons om beurten aan.
Manuel knikt. “Lekker.”
“Ik weet het, ik weet het”, knik ik. “Ja, lekker. Het is druk, Bernd. Met de kinderen en zo…”
“Je had ook naar mij moeten luisteren”, grinnikt hij. “Het vrijgezellenleven bevalt mij nog altijd prima! Drie bier”, bestelt hij als de ober onze kant op komt.
Ik lach als een boer met kiespijn.
“Wat is er, jongen?”, kijkt hij bezorgd. “Troubles in Paradise?”

Ik aarzel. Zal ik het hem vertellen? Als er iemand is die ik vertrouw, is hij het wel. Ergens zou het best fijn zijn er met iemand over te praten die er niet direct bij betrokken is. En hij kent Ciska niet persoonlijk.
Zou hij het snappen? Of heeft hij ook meteen zijn oordeel klaar? Nee, zo is hij niet…

“Bernd”, begin ik aarzelend. “Als ik jou iets in vertrouwen vertel, kun jij dan beloven het voor je te houden?”
Verschrikt kijkt Manuel opzij. “Vic, nee…”
“Rustig, jongen”, glimlach ik.
Verbaasd kijkt Bernd ons aan. “Je gaat me toch niet vertellen dat je iemand vermoord hebt, hè?”, grinnikt hij.
“Serieus, Bernd. Kan ik je vertrouwen?”
“Tuurlijk”, haast hij zich te zeggen. “Dat je dat nog moet vragen.”

Langzaam ontwikkelt zich een flinke knoop in mijn maag. Mijn hart bonkt in mijn keel. Als ik nu doorga, is er geen weg meer terug, dan is er iemand die het weet. In gedachten sta ik op de hoge duikplank. Ik verzamel moed, loop naar het puntje van de plank, haal diep adem en zet af…

“Ik wil scheiden”, gooi ik eruit.
“Scheiden?”, herhaalt hij overdonderd. “Van Ciska?”
Nerveus schiet ik in de lach. “Van Ciska, ja. Van wie anders? Ik heb maar één vrouw.”
“Maar, Vic…” Verbijsterd kijkt hij me aan. “Waarom? Ik dacht dat jullie zo gelukkig samen waren?”
“Allemaal schijn, Bernd.”
“Heb je een ander?”
Ik schud mijn hoofd. “Nee. Of eigenlijk… ja. Maar ook weer niet”, hakkel ik onsamenhangend. “Geen vrouw”, grijns ik ongemakkelijk. “Hem”, knik ik met mijn hoofd richting Manuel.
“Wat?”, spert Bernd zijn ogen open.

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 07 februari 2016 11:46

22. Daar ga ik aan kapot



“Jeetje, Victor, je gaat toch niet zomaar scheiden omdat je een affaire met hem hebt?”, knikt hij naar Manuel.
“Nee”, antwoord ik rustig. “Dat ga ik inderdaad niet doen. Op de eerste plaats heb ik geen ‘affaire’ met ‘hem’. Ik hou van hem en hij van mij”, glimlach ik, Manuel aankijkend. “En op de tweede plaats doe ik dit niet zomaar. Ik heb er goed over nagedacht, Bernd. Ik hou mezelf en Ciska voor de gek en daar worden we beiden niet gelukkig van. Ik ben homo, Ciska wist dat voor we trouwden. Ik heb het geprobeerd, maar het gaat gewoon niet.”
“Allemachtig”, pakt hij het glas bier, dat de ober net voor hem neergezet heeft, en neemt een flinke slok. “Ik weet niet wat ik zeggen moet, Victor. Dit overvalt me enorm.”
“Dat deed het mij ook”, lach ik nerveus. “Ik zag hem en ik was verkocht.”
Gespannen kijkt Manuel van mij naar Bernd. Bemoedigend knijp ik even in zijn been.
“Manuel”, richt Bernd zich ineens tot Manuel. “Zou jij het erg vinden alvast naar het hotel te gaan? Ik wil Vic graag even onder vier ogen spreken.”
Vragend kijkt Manuel mijn kant op. Ik knik geruststellend.

“Waar ben jij in Godsnaam mee bezig?”, valt Bernd uit zodra Manuel buiten gehoorsafstand is. “Een knul van nog geen twintig, Vic! Die jongen is over een tijdje op jou uitgekeken en dan sta je daar met lege handen. Je vrouw, je kinderen, je hele familie, alles weg! En je carrière, wat denk je dat daarmee gebeurt als jij gaat scheiden om met die jongen in zonde te leven?”
Hoofdschuddend kijkt hij me aan.
“Bernd, je begrijpt het niet”, probeer ik het uit te leggen. “We houden van elkaar.”
“Ach, kom nou, Vic” roept hij verontwaardigd uit, “Je maakt jezelf wat wijs.”
“Hoe weet jij dat nou?”, schiet ik in de verdediging.
“Die jongen is nieuwsgierig en jij voelt je gevleid door zijn aandacht. Man, het is alleen maar seks, zie je dat nou niet?”, gaat Bernd gewoon door. “Daar geef je toch je huwelijk niet voor op?”

Langzaam schud ik mijn hoofd. “Nee, Bernd, je ziet het verkeerd. Ik geef mijn huwelijk en mijn carrière niet op voor seks, ik geef het op omdat ik mezelf wil kunnen zijn”, zeg ik ijzig kalm. “Ik wil geen leven vol leugens, want dat is wat het nu is. Ciska verwacht dat ik er niks mee doe en dat kan ik niet. Ik wil haar niet bedriegen en toch doe ik het. Ik kan er niet met haar over praten omdat dat haar zo’n verdriet doet. Ons huwelijk is één grote schijnvertoning. Ik wil dat niet meer.”
“Maar je carrière dan, Vic?” Overdonderd kijkt hij me aan. “Je gaat me toch niet vertellen dat je dat ook niet meer wil?”
“Nee, als ik iets zou kunnen doen om mijn carrière te redden”, zucht ik terneergeslagen. “Maar ik maak me geen illusies, Bernd. Mijn publiek is overwegend behoudend. Scheiden zullen ze nog wel accepteren, maar scheiden omdat ik een relatie met Manuel heb? Dat gaat vast te ver.”
“Waarom overweeg je dan niet in het geheim met hem af te spreken? Niemand zal er iets achter zoeken als jullie samen optrekken, jullie zijn collega’s en vrienden. Maak toch geen slapende honden wakker, jongen.” Samenzweerderig legt hij een hand op mijn arm. “Geloof me, dat is het niet waard.”
“Ach man, je weet niet waar je het over hebt.” Geïrriteerd trek ik mijn arm terug. “Ik ga niks meer verbergen. Ik hou van hem, het interesseert me geen moer wat anderen daarvan vinden. Dan laten ze maar vallen.”
“En je geloof dan? Een relatie met hem staat haaks op je geloof, Vic”, kijkt hij me indringend aan.
“Stiekem met hem afspreken zeker niet?”, merk ik meesmuilend op.
“Dat zou je nog kunnen scharen onder momenten van zwakte”, haalt hij zijn schouders op. “Daar kun je altijd vergiffenis voor vragen.”
“Oh nee, dat ken ik”, reageer ik verbolgen. “Manuel is geen moment van zwakte, Bernd. Ik hou van hem, ik wil met hem verder.”
“En hoe ga je dan leven? Waarvan wil je de alimentatie betalen? Hoe moet het met jullie huis? Waar moet Ciska wonen met de kinderen? En jijzelf? Hoe wil je dat doen als je je baan kwijt bent?”
Overdonderd kijk ik hem aan.
“Denk je nou echt dat je leven zoveel beter wordt als je bij Ciska weggaat?”, gaat hij onverstoorbaar verder. “Geloof me, Victor, je problemen worden alleen maar groter als jij gaat scheiden en openlijk een relatie met hem hebt”, schudt hij zijn hoofd. “Denk er alsjeblieft goed over na. Verliefdheden gaan voorbij, wil je daarvoor alles op het spel zetten? Je huwelijk, je familie, je carrière, je kerk?”

Teleurgesteld door de starre houding van mijn vriend, schuif ik mijn stoel naar achteren en sta op. “Ik moet gaan, Bernd”, knik ik kortaf. “Manuel wacht op me. Denk je aan wat ik je gevraagd heb? Dit blijft onder ons, hè? Ik wil niet dat Ciska, op wat voor manier dan ook, iets te horen krijgt voor ik de kans heb gehad met haar te praten.”
Hij knikt. “Doe geen domme dingen, Vic”, drukt hij me op het hart als ik bij hem vandaan loop.

Verdorie, ik had mijn mond moeten houden! Hoe kon ik nou denken dat hij het zou begrijpen? Hij is nooit getrouwd geweest. Hij doet lekker waar hij zin in heeft zonder rekening met een ander te hoeven houden. Hoe kan hij dan weten hoe het voelt nooit jezelf te kunnen zijn?
Aan de andere kant, hij heeft wel een punt. Als ik geen werk meer heb, en mijn publiek me laat vallen, hoe moet ik Ciska en de kinderen dan onderhouden? En mezelf?
Terwijl ik de mogelijkheden overdenk, knaagt er diep van binnen een andere opmerking die Bernd maakte. ‘Die jongen is over een tijdje op jou uitgekeken en dan sta je daar met lege handen.’
Wat als hij gelijk heeft? Dan ben ik alles kwijt. En niet alleen ik, ook Ciska en de kinderen. Mag ik zo egoïstisch zijn?

***

Met een steen op mijn maag van heb ik jou daar, steek ik de keycard in de gleuf en open de deur. Manuel ligt, met zijn handen onder zijn hoofd, op bed.

“En?”, vraagt hij stuurs. “Wat mocht ik niet horen?”
Zuchtend haal ik mijn schouders op, schop mijn schoenen uit en ga op de rand van het bed zitten. “Ik weet het niet meer, Manuel. Ik wil je niet kwijt maar…”
“Shit, Vic”, schiet hij overeind. “Je maakt het toch niet uit, hè?”
Ik pak zijn hand vast en kijk hem aan. “Ik moet realistisch zijn, Manuel”, begin ik dapper.
“Nee! Nee, Vic!”, schudt hij me door elkaar.
“Manuel, luister even. Alsjeblieft”, trek ik hem tegen me aan. “Ik heb een gezin waar ik voor moet zorgen. Hoe moet ik dat doen als ik geen werk heb? Hoe moet ik woonruimte voor mezelf betalen? Hoe, Manuel? Vertel jij het, ik weet het niet.” Wanhopig kijk ik hem aan. “Misschien kun jij beter iemand zoeken die ongebonden is. Iemand met wie je een toekomst op kunt bouwen, iemand van je eigen leeftijd.”
“Dus dat is het, je vindt me te jong!”, valt hij boos uit.
“Hoe kom je daar nou weer bij?”, reageer ik verontwaardigd. “Het heeft niks met je leeftijd te maken, echt niet. Als ik alleen zou zijn, zou ik geen seconde twijfelen, maar ik heb verantwoordelijkheden, Manuel. Het kan gewoon niet.”
Langzaam wellen er tranen op in zijn ogen.
“Hé”, fluister ik. “We kunnen toch vrienden blijven?”
Met waterige ogen kijkt hij me aan. “Ik weet het niet, Vic”, brengt hij moeizaam uit. “Ik geloof niet dat jij en ik vrienden kunnen zijn. Ik zou me er voortdurend bewust van zijn wat we niet zijn, denk ik”, fluistert hij.

Alle kleur trekt uit mijn gezicht. Hij heeft gelijk, ik weet het. Oh God, ik wil hem niet kwijt! Het zweet breekt me uit, mijn mond voelt kurkdroog. Ik slik een paar keer. “Manuel…”, breng ik met schorre stem uit. “Als we… Ik…”, hakkel ik. Radeloos kijk ik hem aan.
“Wat wil je nou, Vic?”, snikt hij opstandig. “Jij bent degene die niet verder wil als we weer thuis zijn. Ik weet niet of je het in de gaten hebt, maar ik hou van jou. Ik denk niet dat ik het aankan allee…”
“Ik weet het, jongen”, onderbreek ik hem. “Je moest eens weten hoe graag ik zou willen dat het anders is, maar het is niet zo. Ik moet…”
“Waarom dan niet, Vic?”, valt hij me stuurs in de rede. “Waarom ga je door met iets waar je niet gelukkig van wordt?”
Moedeloos kijk ik hem aan. “Ik weet het allemaal niet meer”, zucht ik verslagen. “Het is ook zo verwarrend. Eerst Eelco…”
“Wie is Eelco nou weer?”, veegt hij zijn wangen droog.
“Mijn huisbaas. Toen ik studeerde”, leg ik uit. “Keurige gereformeerde man, stuk ouder dan ik, nooit getrouwd, niks op aan te merken, dachten mijn ouders. Alleen bleek hij homo te zijn en werd ik verliefd op hem”, grinnik ik.
“Serieus? Dus dat was de man waar jij wat mee hebt gehad hebt?”
Ik knik. “Eén van de… Hij zat behoorlijk diep in de kast, maar ondertussen deed hij precies waar hij zin in had. Hij trok me mee, nieuwsgierig als ik was en voor ik het wist was ik ineens het speeltje van een stel kastnichten van middelbare leeftijd.”
“Jemig, Victor!”, schrikt hij. “En ik maar denken dat jij zo’n keurige man was!”
“Het was niet mijn keuze, hoor”, verdedig ik me snel. “Eelco vond het geil andere mannen met mij bezig te zien.”
“Gadverdamme, wat een smeerlap! Waarom liet je dat toe als je het niet wilde? Je had toch gewoon ‘nee’ kunnen zeggen?”
“Waarom? Ik vond het vreselijk spannend!”, grinnik ik.
“Serieus?” Ongelovig kijkt hij me aan.
“Tja, jongen, voor mij was het alsof er een wereld open ging toen ik ontdekte dat Eelco homo was. Ik wist niet beter dan dat ik er niet aan toe mocht geven, maar Eelco keek daar heel anders tegenaan.”
“Pff, een beetje schijnheilig doen, zeker? Zolang niemand het weet, is er niks aan de hand.”
“Nee, nee, dat is te makkelijk voor iemand die gereformeerd is opgevoed”, lach ik. “Hij bekeek het eigenlijk heel simpel.”
“Oh?”
Ik knik. “Toegeven aan homoseksuele gevoelens, omdat je op een moment van zwakte de verleiding niet kunt weerstaan, is niet anders dan de verleiding andere zonden niet te begaan niet kunnen weerstaan, zei hij. Dat overkomt iedereen. Het enige wat je kunt, is berouw tonen, vergiffenis vragen en proberen niet opnieuw te zondigen. Een relatie aangaan, is natuurlijk wat anders. Dan kies je er heel bewust voor in zonde te leven, doe je geen moeite niet te zondigen en toon je geen berouw, daar kun je dus ook geen vergeving voor krijgen. ”
“Je meent het!”
“Tja,” lach ik, “zo had ik het ook nog nooit bekeken. Het klonk zo logisch…”
“Ik geloof waarachtig dat ik het nog snap ook”, schudt hij verbaasd zijn hoofd. “Tenminste, als ik me probeer voor te stellen hoe jij opgegroeid bent.”
“Ik vond het doodeng in het begin, hoor”, grinnik ik. “Vreselijk spannend, stiekem doen wat God verboden had. Bloedgeil was ik, en overal voor in! Vergeving vragen moest ik toch, wat maakte het dan uit waarvoor?”
“Holy shit, Vic! Weet Ciska dit allemaal?”
“Ben je gek!”, grijns ik. “Ik denk dat ze een rolberoerte krijgt als ze dat soort dingen van me zou weten.”

Ineens op zijn hoede, schuift hij een stukje opzij. “Is dat wat jij wil, Vic? Af en toe toegeven aan wat je niet kunt laten, iedereen een rad voor ogen draaien, hopen dat God je vergeeft en ondertussen vooral niet te veel nadenken over wat je voelt, laat staan over wat ik voel! Net als Eelco deed?”
“Nee”, stamel ik geschokt. “Oh God, Nee! Hoe kun je mij met Eelco vergelijken? Ik hou van jou! Eelco gaf geen moer om mij, ik was zijn fuckbuddy. Ik wilde het niet zien toen, maar het was wel zo. Jongen, jij bent zoveel meer voor mij.”
“Snap jij nou niet dat juist dát het onmogelijk voor ons maakt vrienden te blijven?”, fluistert hij zacht.
“Dat weet ik wel”, zucht ik vertwijfeld. “Ik weet alleen niet hoe het anders moet. Ik heb jou niks te bieden, als Ciska het weet, ben ik alles kwijt. Het voelt alsof ik muurvast met mijn voeten in beton sta.”

Peinzend kijkt hij me aan. “Als ik nou eens op zoek ga naar woonruimte?“, stelt hij aarzelend voor. “Voor de buitenwereld zijn we collega’s en goeie vrienden en wat er bij mij thuis gebeurt, hoeft niemand te weten.”
Verschrikt sper ik mijn ogen open. “Een dubbelleven? Ik weet niet of ik dat kan. Hoe moet ik Ciska dan nog recht in de ogen kijken?”
“Dan houdt het op”, zucht hij verdrietig. “Ik kan niet met jou samenwerken en bevriend zijn als ik niet op z’n minst een klein lichtpuntje heb. Daar ga ik aan kapot, Vic”, voegt hij er zachtjes aan toe.

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 21 februari 2016 16:16

23. Oh God, help me!



“Het voelt zo alsof ik haar dan bedrieg”, probeer ik uit te leggen.
“En dit niet?”, vraagt hij spottend.
“Nee. Dit is anders. Ciska is hier niet, maar straks thuis? Hoe stel jij je dat voor?”
“Kun je het niet op zijn minst een kans geven, Vic?”, smeekt hij. “Je kunt toch ondertussen op zoek gaan naar een goeie baan zodat je bij haar weg kan? En ik vind ook heus wel ander werk. Samen redden we het echt wel.”

“Manuel… Ik…” Vertwijfeld sluit ik mijn ogen en denk na.
Wat wil ik nu eigenlijk? Terug naar Ciska en de rest van ons huwelijk in een leugen leven?
Ik kreun. Oh nee, dat kan ik niet. Dat wíl ik ook niet.
Maar mijn carrière dan? Verdomme, ik kan toch niet alles op het spel zetten?

Ik open mijn ogen en glimlach naar de man waar mijn hart naar uitgaat. “Nee”, zeg ik resoluut. “We gaan het anders doen. Ik wil geen dubbelleven. Dat kan ik niet, daar ga ík aan kapot, ook al is het misschien tijdelijk. We moeten een beetje geduld hebben, allebei een beetje water bij de wijn doen.”
“Hoe bedoel je?”
“Ik ga op zoek naar woonruimte,” begin ik uit te leggen, “en als ik dat gevonden heb, vertel ik Ciska dat ik wegga.”
“En hoe ga jij dat betalen? Als je je baan kwijt raakt, heb je geen inkomen, weet je nog?”, herinnert hij me aan mijn eerdere opmerking.
“Weet ik”, lach ik. “Daarom moet ik zorgen dat ik mijn werk niet kwijtraak. Scheiden op zich vormt geen bedreiging, zolang niemand weet dat wij een relatie hebben, loopt mijn carrière geen gevaar.”
“Je wilt het haar niet vertellen, van ons?” Verbaasd kijkt hij me aan.
“Nee”, grijns ik triomfantelijk.
“Sorry, ik volg het niet meer.” Niet begrijpend schudt hij zijn hoofd. “Jij zei net dat je geen dubbelleven wil.”
Ik grinnik. “Laat me dan ook uitpraten. Tot ik woonruimte heb, kunnen jij en ik niet meer zijn dan goeie vrienden en collega’s. Ik wil niet moeten liegen tegen Ciska zolang ik nog met haar samen ben, dat voelt niet goed. Maar als ik eenmaal weg ben, gaat het haar niks meer aan. Snap je?”, grijns ik. “Wat denk je? Zou je dat op kunnen brengen?”
Opgewonden pakt hij mijn handen vast. “Natuurlijk! Man, al moet ik twintig jaar op je wachten!”, grijnst hij breeduit.
“Ik waarschuw je, jongen” temper ik zijn blijdschap. “Dit betekent niet dat ik, als ik bij Ciska weg ben, wel openlijk voor onze relatie uit kan komen. Tenminste, niet als ik mijn carrière niet op het spel wil zetten. Voor de buitenwereld zijn wij niet meer dan hele goeie vrienden en collega’s. En misschien ooit, huisgenoten”, voeg ik er glimlachend aan toe.
Heel even kijkt hij beteuterd maar dan lacht hij alweer. “Geeft niks. Zolang we maar samen zijn.”
“Weet je dat zeker?”
“Heel zeker. Het gaat er niet om wat anderen weten, het gaat erom wat wij samen hebben”, lacht hij. “We vinden onze weg wel.”
Opgelucht sla ik een arm om hem heen. “Over samen zijn gesproken”, grinnik ik met een ondeugende twinkeling in mijn ogen. “Dit is voorlopig wel onze laatste avond samen, blijven we de hele avond praten of eh…”
Grijnzend duwt hij me achterover en kruipt over me heen.

***

“Man, wat zal ik je missen”, zucht ik als ik mijn auto voor zijn ouderlijk huis heb geparkeerd. ”Niet meer lekker tegen elkaar aan kruipen voor we ga slapen…”
“Jij hebt Ciska tenminste nog naast je, ik heb niemand”, pruilt hij.
“Ssst”, leg ik mijn wijsvinger tegen zijn lippen. “We moeten het even volhouden. Ik moet het netjes afhandelen met Ciska en dat kost tijd. Woonruimte, weet je nog?”, glimlach ik.
Hij zucht. “Maar daarom vind ik het nog wel niet leuk.”
“Ga jij thuis eerst maar eens vertellen dat je geen meisje mee gaat brengen”, druk ik een kus op zijn lippen.
“Ik hou van je, Vic”, glimlacht hij dromerig als we onze kus verbreken.
“Ik ook van jou”, streel ik zacht langs zijn wang. “Maar nu uitstappen, voor je moeder zich afvraagt wat er aan de hand is.”
“Kom je nog even mee naar binnen?”, probeert hij het afscheid uit te stellen.
Ik grinnik. “Nee, jongen. Ciska wacht op me. Ga nou maar, maandag zien we elkaar voor je les.”

***

Met enige tegenzin stap ik uit en loop naar de achterdeur. Ik haal diep adem, ban elke gedachte aan Manuel uit mijn hoofd en doe de deur open.
“Papa!”, vliegt Claire op me af.
Lachend zet ik mijn koffer neer, leg de kledinghoes met mijn concertkleding op de tafel en til mijn oudste dochter op. “Clairtje! Ben je blij dat papa weer thuis is?”, geef ik haar een dikke kus op haar wang.
“Jaaahhhh!!!”, roept ze vrolijk terwijl ze haar armpjes om mijn nek slaat.
“Dag schat”, kus ik mijn vrouw. “Waar is Amy? Slaapt ze?”, kijk ik om me heen.
“Ze zal zo wel weer wakker worden”, knikt ze. “Lus je koffie? Of wat anders? Je zult wel honger hebben”, moedert ze als vanouds.
“Weet je waar ik nou zin in heb?”, grijns ik terwijl ik Claire weer op de grond zet. “In zo’n overheerlijke Hollandse boterham. Met een gebakken eitje. Dat brood in Duitsland komt me na drie weken zo mijn neus uit!”
“Als jij je spullen naar boven brengt,” lacht ze, wijzend op de kledinghoes, “dan zorg ik voor een gedekte tafel. Kom je mama helpen, Claire?”

Terwijl Ciska langs me loopt, voel ik even haar hand op mijn rug. “Vic?”, zegt ze zachtjes.
Op mijn hoede draai ik mijn hoofd opzij. “Ja?”
“Ik ben blij dat je er weer bent, ik heb je gemist”, glimlacht ze.
“Ik jou ook”, geef ik haar een kus op haar wang. Snel pak ik de kledinghoes van de tafel en maak me uit de voeten.

***

“Huichelaar!” Zachtjes voor me uit foeterend, loop ik de trap op, naar mijn studeerkamer. “Je hebt haar geen moment gemist.”
Ik zucht en klap mijn laptop open. Dit moet niet te lang gaan duren. Hopelijk is het niet al te lastig om woonruimte te vinden. Terwijl ik mijn browser opstart, vliegen inkomende mails voorbij.
“Bernd?” Met een dubbel gevoel klik ik zijn mail aan en begin te lezen.

Hoi Victor,

Ik heb het gevoel dat ik je enige uitleg verschuldigd ben na mijn felle uitval van gisteren. Je overviel me enorm met je mededeling dat je van Ciska wil scheiden. Misschien reageerde ik wat impulsief, had ik beter na moeten denken over wat ik tegen je zei maar ik schrok enorm toen je me vertelde dat je een affaire met je registrant hebt. Victor, ik zal niet ontkennen dat Manuel een heerlijke jongen is en ik kan me heel goed voorstellen dat je hem niet kunt weerstaan, maar daarvoor je huwelijk en je carrière op het spel zetten, gaat wel een beetje ver.
Ik ken inmiddels heel wat mannen in situaties zoals die van jou. Allemaal hebben ze geleerd de tering naar de nering te zetten. Ze hebben netwerken, Victor. Er zijn genoeg mannen in wiens huis mannen zoals jij onopgemerkt contact kunnen hebben met leuke jongens zoals Manuel. Waarom jezelf wijsmaken dat je van die jongen houdt en daarvoor alles opzij zetten? Jij weet toch net zo goed als ik dat het maar om één ding draait?
Denk goed na voor je alles opgeeft, het is niet nodig. Ik kan je in contact brengen met mannen in jouw buurt waar je ongemerkt mee af kunt spreken.

Groeten,
Bernd


Met stomheid geslagen lees ik zijn mail nog een keer. Zegt hij nou indirect dat hij ook homo is of begrijp ik het verkeerd? Wat is dit? Waarom is ineens iedereen homo?
Hij kan me in contact brengen met mannen. Gadverdamme! Hoe kan hij dat nu voorstellen? Bernd! Mijn God, ik dacht dat ik hem kende! Hij is geen steek beter dan Eelco. Een beetje aanpappen met jongens zoals Manuel. Ze van alles beloven, natuurlijk en ze flink verwennen zodat ze zo lang mogelijk blijven. En dat praat hij dan goed onder het mom van een zwak moment.
Denkt hij nou echt dat dat is wat ik met Manuel wil? Is dat wat iedereen denkt? Verslagen leun ik met mijn hoofd in mijn handen.
Plotseling veer ik op. Ik zal ze eens laten zien dat het anders zit! Snel type ik een zoekopdracht in Google in. Het aanbod valt mee, twee verhuurmakelaars in de regio die leuke woningen aanbieden.

Terwijl ik het online inschrijfformulier van één van de twee invul, bekruipt me de beangstigende gedachte dat iemand die mij kent mijn inschrijving misschien wel beoordeelt. Wat als via via bij Ciska terecht komt dat ik woonruimte zoek?
Verdorie, hoe kom ik hier weg zonder dat ze voor die tijd argwaan krijgt? Want als ze het weet, sleept ze Martin er natuurlijk weer bij en kan ik geen kant meer op, daar kan ik gif op innemen. Hij begint natuurlijk geheid weer over dat ik mijn homoseksuele gerichtheid in stand hou door er zo mee bezig te blijven, dat ik niet genoeg investeer in ons huwelijk en dat we er samen aan moeten werken omdat ik Ciska een belofte heb gedaan.
Wat moet ik daar tegenin brengen? Als ik niet oppas, flap ik er nog uit dat ik een relatie met Manuel heb en dan ben ik nog verder van huis!
Nerveus trommel ik met mijn vingers op mijn bureau. Misschien kan ik het maar beter meteen vertellen, ze komt er toch wel achter.
Ik zucht diep. Kon ik maar ergens heen.
Ineens lichten mijn ogen op en haal ik mijn telefoon uit mijn binnenzak.

***

Tien minuten later kom ik, met Amy op mijn arm, de keuken binnen.
“Ze was wakker, ik dacht, laat ik haar meteen maar meenemen”, zet ik onze jongste in de kinderstoel. “Het ziet er heerlijk uit”, lach ik, terwijl ik aan tafel plaatsneem.

“Ga jij voor, schat?”, vouwt Ciska haar handen.
“Eh… Ik eh…”, stamel ik, volkomen overdonderd door haar vraag.
Mijn hemel, wat moet ik nu zeggen? Ik kan tegenover God toch niet net doen alsof er niks aan de hand is?
“Doe jij maar, mijn hoofd zit nog bij de tournee”, verzin ik een slappe smoes. Snel vouw ik mijn handen en sluit mijn ogen.

Terwijl Ciska de Heere God dankt dat Hij mij veilig bij haar en de kinderen terug heeft gebracht, knaagt mijn geweten. Drie weken lang heb ik het vakkundig weggeduwd maar nu kom ik er niet meer onderuit. Ze is zo blij dat ik weer thuis ben en ik kan maar aan één ding denken, hoe kom ik hier zo snel mogelijk weg?
Ik zucht diep. Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig?
“Amen”, schrik ik op uit mijn overpeinzingen als Claire Ciska enthousiast bijvalt wanneer ze het gebed beëindigt.

Als een doodnormaal gezinnetje keuvelen we over koetjes en kalfjes. Het voelt onwerkelijk, alsof ik een vreemde ben die hier niet thuishoort. Een toeschouwer die toekijkt hoe mijn vrouw met de kinderen bezig is.
Dit is haar leven, besef ik ineens. Zij geniet hiervan, dit maakt haar gelukkig.
Waarom maakt het mij dan niet gelukkig? Het zijn toch ook mijn kinderen? Hoe kan ik die nu zomaar in de steek willen laten?
Ontroerd kijk ik toe hoe Amy kleine stukjes brood in haar mond stopt. Dat is toch wel mijn kleine meisje! En Claire, wat wordt ze al groot!

Ik zucht. Wat moet ik nu? Blijven om hun? En dan? Accepteren dat ik nooit mezelf kan zijn? Dat ik nooit eerlijk kan zijn over mijn diepste verlangens? Accepteren dat ik hem kwijt ben…
‘Shit, Vic, hou het zuiver’, foeter ik in gedachten. ‘Dit doe je niet voor hem. Als dat zo is, heeft Bernd gelijk, dan ben je niet goed wijs.’

“Vic”, voel ik Ciska’s hand op mijn arm. “Is er iets? Je bent zo stil.”
Verschrikt kijk ik op. “Nee, nee, d’r is niks”, lieg ik met een stalen gezicht. “Ik zat te denken, misschien kunnen we zo wel wat leuks gaan doen. Gezellig naar de kinderboerderij of zo”, verzin ik snel.
“Jaah!”, juicht Claire terwijl ze van haar stoel af glijdt en naar de gang rent om haar schoenen te pakken.
“Goed idee”, glimlacht Ciska.
“Kom, Amy”, grijns ik. “We gaan naar de eendjes.” Opgelucht, omdat ik mijn aandacht op de kinderen kan richten, til ik mijn jongste dochter uit de kinderstoel.

***

“Kijk eens, Claire”, geef ik haar een stuk oud brood. Op mijn hurken zit ik naast haar en help haar stukjes van het brood te scheuren en in het water te gooien.
Ineens komen overal vandaan eenden aangevlogen. Opgewonden trekt Claire de zak met brood uit mijn handen en wil hele stukken brood in één keer het water in gooien.
Lachend hou ik haar tegen. “Nee, Claire, kleine stukjes, dan krijgen ze allemaal wat.”
Ciska, die Amy op één van de wipkippen die her en der verspreid staan, heeft gezet, kijkt op en lacht.
Mijn hart krimpt samen als onze blikken kruizen. Oh God, help me! Wil ik dit echt allemaal opgeven? Weet ik dat heel zeker?

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 06 maart 2016 10:09

24. Waarom voel ik me dan zo klote?



“We moeten praten Vic”, valt Ciska met de deur in huis als de kinderen op bed liggen.
“Praten?” Verward kijk ik haar aan. Waarom wil zij praten? Heb ik iets verkeerd gedaan? Ben ik wat vergeten? Koortsachtig pijnig ik mijn hersenen.
Shit, Wendy! Natuurlijk! Martin heeft haar vast gevraagd me over te halen haar op andere gedachten te brengen. Een verbeten trek verschijnt om mijn mond. “Als je maar weet dat ik het niet doe”, brom ik.
Ze fronst haar voorhoofd. “Wat niet doe?”
“Wendy, natuurlijk. Ik vertik het, Ciska, ik ga haar echt niet vertellen dat ze aan haar huwelijk moet werken”, wind ik me op. “Ik snap haar maar al te goed. Jij denkt misschien dat het zo simpel is, maar geloof me, dat is het niet.”
“Denk je dat ik dat niet weet? Ik ben niet achterlijk, Victor. Denk je dat ik niet in de gaten had waarom jij zo kwaad was toen je die bijbeltekst op je laptop ontdekte?”
“Hoezo?”, hap ik geschrokken naar adem. Het zweet breekt me uit, mijn hoofd gloeit. “Dat heb ik je toch uitgelegd? Wat had Manuel wel niet moeten denken als hij dat gezien had?”
“Ach, hou toch op. Stop nou maar op met liegen, ik geloof je toch niet. Ik heb een paar vrouwen ontmoet via Refoweb. Vrouwen die ook getrouwd zijn met een man die homo is.”
“Je hebt wat?” Verbaasd sper ik mijn ogen open.
“Je hoort me wel”, herhaalt ze. “Ik heb andere vrouwen gesproken die met een homo getrouwd zijn.”
“Oh nee!”, roep ik verontwaardigd, terwijl ik opspring. “Ik ga geen therapie doen, als je dat soms denkt. Ik wil het niet meer, Ciska, het is genoe…”
“Wie heeft het hier over therapie?”, onderbreekt ze mijn tirade.
Abrupt blijf ik staan. “Wat wil je dan?” Uitdagend kijk ik haar aan. Het bonken van mijn hart is bijna hoorbaar.
“Het moet afgelopen zijn, Vic”, begint ze resoluut. “Ik wil niet dat jouw geaardheid constant tussen ons staat.”
“En hoe had jij dat in gedachten?”, val ik haar cynisch in de rede.
Verdorie, wat heeft ze zich nu weer laten wijsmaken? Hoe vaak heb ik haar niet gezegd dat ik niet wil dat ze er met anderen over praat? Iedereen weet precies wat ik moet doen en zij gelooft alles, behalve wat ik zeg! Wat denkt ze wel niet? Dat ik, omdat zij het niet wil, mijn gevoelens zomaar uit kan schakelen?
“Ik had nooit op een huwelijk moeten aandringen, Vic”, gaat ze vastberaden verder. “We hadden nooit moeten trouwen.”
“Wil je scheiden?” Stomverbaasd laat ik me weer op de bank zakken. Oh mijn God, laat dit waar zijn! Als ze wil scheiden…

“Nee”, schudt ze, ineens hevig geëmotioneerd, haar hoofd. “Ik wil terug wat we vroeger hadden, we waren zulke goeie vrienden.” Met betraande ogen kijkt ze me aan, haalt diep adem en gaat verder. “Als die homo dingen voor jou zo belangrijk zijn, dan moet je dat maar gewoon doen”, zucht ze gelaten. “Zolang ik er maar niks van merk.”
“Pardon?” Van schrik sperren mijn ogen open. “Ik moet wat?”
“Je hoort me wel”, lacht ze nerveus. “Ik wil geen leugens en bedrog meer, Victor. Geen smoesjes om stiekem met iemand af te kunnen spreken, geen geheim telefoonabonnement…”
“Smoesjes om met iemand af te kunnen spreken?”, onderbreek ik haar verbaasd. “Geheim telefoonabonnement? Waar héb jij het over?”
“Ontken het nou maar niet”, houdt ze voet bij stuk. “Of denk je dat het mij niet opviel dat je zo vaak laat thuiskwam?”
“Ik weet echt niet waar jij het over hebt”, schud ik verbaasd mijn hoofd.
“Verdorie, Victor”, foetert ze. “Waarom blijf je volhouden dat er niks aan de hand is? Ik ben toch niet gek? Leg jij anders maar eens uit waar je de zaterdag voor onze trouwdag was?”
“De zaterdag voor onze trouwdag?”, herhaal ik verbaasd. “Toen moest ik spelen”, flap ik er, zonder nadenken uit.
“Oh ja? Weet je dat zeker? Waarom zat Manuel die middag dan achter het orgel?”
“Oh shit”, fluister ik geschrokken. “Ben jij in de kerk geweest?”
Ze knikt triomfantelijk. “Ik was met de kinderen in de stad en dacht, kom, we gaan papa verrassen. Maar papa was er niet…”
”Shit, Ciska. Sorry. Ik heb Manuel op het laatste moment gevraagd of hij kon invallen omdat een oude schoolvriend belde of ik zin had langs te komen”, verklaar ik snel.
Hoofdschuddend kijkt ze me aan. “Waarom blijf je nou liegen, Victor? Dat is toch nergens voor nodig? Het enige wat ik van je vraag, is of je discreet wil zijn.”
“Ik lieg niet!”, schiet ik in de verdediging. Verdorie, wat denkt zij nou? Dat ik met wildvreemde mannen afspreek en Manuel daarvoor als dekmantel gebruik?

“Ik had al een tijdje het idee dat je je weer met die homo dingen bezighield”, gaat ze onverstoorbaar verder. “Herinner je je die avond dat ik vergadering van het project had nog? Je was zo opgewonden als ik weet niet wat toen ik weer thuiskwam. Eerst had ik het nog niet in de gaten, was ik alleen maar blij dat het eindelijk weer eens lukte want sinds jij geen homoseksuele prikkels meer hebt, ben jij niet één keer hard genoeg geweest om gemeenschap te hebben. Pas later drong tot me door wat dat betekende.”

Beschaamd sla ik mijn ogen neer. Shit, ze heeft gelijk, er was maar één reden waarom ik die avond zo geil was geweest…
Gespannen bijt ik op mijn lip. Kan ik het haar niet beter gewoon vertellen? Onopvallend gluur ik door mijn wimpers. Zou ze het echt menen of is dit een truc om me aan het praten te krijgen en krijg ik alsnog de wind van voren als ik eerlijk ben?

“En dan de avonden dat je Manuel les geeft”, hoor ik haar zeggen. “Zolang duren die lessen toch niet? Wat doe jij dan al die tijd, als Manuel al naar huis is?”
Verschrikt kijk ik op. “Ik… We… Je denkt toch niet dat ik…”, stamel ik. “Nee, Ciska… Echt niet”, schud ik mijn hoofd.
“Oh nee?”, klinkt ze spottend. “En je laatste concert voor de tournee dan? Half één was je pas thuis! Zo laat was het toch niet afgelopen? Jij dacht natuurlijk dat ik sliep, maar ik heb je wel gehoord toen je thuiskwam, hoor. Wat heb jij na dat concert dan gedaan?” Uitdagend kijkt ze me aan. “Nou? Heb je zo’n app op je telefoon? Hoe heet dat? Grindr? Spreek je stiekem met mannen af voor seks?”
“Gadverdamme, Ciska. Hoe kun je dat van me denken!”, roep ik verontwaardigd uit. “Ik heb…”
“Stop!”, draait ze haar hoofd weg. “Ik wil het niet weten. Doe wat je niet laten kunt, maar hou mij er buiten.”

Overdonderd laat ik me achterover zakken in de kussens van de bank. Mijn slapen bonzen, het bloed suist in mijn oren.
“Toen jij zo boos werd over die bijbeltekst, wist ik het zeker”, hoor ik mij vrouw zeggen. “Je reageerde als een kind dat wordt betrapt op het moment dat hij uit de snoeppot wil stelen. In eerste instantie was ik boos, voelde ik me bedrogen. Maar toen jij zo fel reageerde op het verhaal van Wendy, ben ik eens gaan nadenken. Susan heeft het me al zo vaak gezegd…”
“Susan? Heb je het er met haar over gehad? Nee, hè?”, kreun ik getergd.
“Wat denk jij nou, Victor? Dat ik één of ander naïef vrouwtje ben? Ons liefdesleven stelt al een jaar niks meer voor, denk je dat ik dat makkelijk vind? Natuurlijk praat ik daar met mijn zus over.”
“Sorry”, verontschuldig ik me snel. “Je hebt gelijk, jij moet je ook kunnen uiten. Maar wat zei ze dan?”, vraag ik gespannen.
“Dat ik niet goed wijs ben. Dat je homo bent en dat dat echt niet zomaar verandert. Dat ik mezelf wat wijsmaak als ik blijf denken dat dat wel gebeurt en dat ik je beter ruimte kan geven, als ik je niet kwijt wil”, somt ze op.
“Serieus?” Ongelovig kijk ik haar aan.
Ciska knikt. “Ik heb haar altijd voor gek verklaard en gezegd dat ze niet wist waar ze het over had, dat jij er niks mee wilde doen, dat ik je vertrouwde en we er samen aan wilden werken.”
“Dat wilde ik ook echt”, zeg ik zachtjes. “Maar het gaat gewoon niet”, geef ik met tegenzin toe.
“Het geeft niet, Vic”, sust ze. “Jij bent homo, het wordt tijd dat ik dat accepteer. Je voelt je niet tot vrouwen aangetrokken. Beetje raar als ik dan blijf verwachten dat je je wel tot mij aangetrokken voelt, of niet? Ik heb in ieder geval geen zin mijn hele leven iets na te streven wat niet haalbaar is.”
“Het spijt me”, fluister ik met tranen in mijn ogen.
“Schat, ik neem het je niet kwalijk”, stelt ze me gerust. “Susan heeft gelijk, ik heb geen keuze als ik je niet kwijt wil, dat zeiden die vrouwen op Refoweb ook. Ik heb er goed over nagedacht, Vic. Wij waren zulke goeie vrienden. Dat is veel meer waard dan een moeizaam huwelijk omdat jij je lichamelijk niet tot mij aangetrokken voelt, toch?”
Ik knik verslagen.
“Dus, voor de buitenwereld verandert er niks, zijn wij nog steeds gelukkig getrouwd”, gaat ze kordaat verder. “Maar hier in huis zijn we vrienden. En de ouders van Claire en Amy, natuurlijk”, glimlacht ze. “Het huis is groot genoeg, jij neemt gewoon de logeerkamer. Wat je daar doet, is tussen jou en de Heere, zolang je maar zorgt dat de kinderen en ik er niet mee geconfronteerd worden.”

Ik zucht vertwijfeld. Wat moet ik hier nu mee? Als ze me dit een paar maanden geleden had voorgesteld, had ik een gat in de lucht gesprongen, maar nu? Ik kan toch niet met Manuel doorgaan als we geen toekomst samen hebben? Ik kan toch niet van hem vragen altijd op de achtergrond te blijven? Dat gaat toch niet?

“Denk je niet dat we beter kunnen scheiden?”, breng ik voorzichtig naar voren.
“Scheiden?”, reageert ze geschrokken. “Je wilt je gezin toch niet in de steek laten, alleen maar voor seks? Daarom geef ik je nu net ruimte. Wat God verbonden heeft, mag een mens niet scheiden, Victor. We hebben elkaar een belofte gedaan, in voor- en tegenspoed, tot de dood ons scheidt. Van tafel en bed scheiden, oké , maar een echtscheiding? Nee, dat is geen optie”, schudt ze heel beslist haar hoofd.
“Ja maar…”
“Niks, ja maar. Je spullen staan al in de logeerkamer, verder wil ik het er niet over hebben.”

Volkomen van mijn stuk, neem ik een slok koffie. “Jakkes, dat is hartstikke koud”, trek ik een vies gezicht.
“Wil je wat anders? Een borrel misschien? Ik kan zelf ook wel wat sterkers gebruiken.”

***

Klaarwakker lig ik op mijn rug in het logeerbed. ‘Ciska wil niet scheiden’, hamert het in mijn hoofd. Ze heeft nog gelijk ook, we hebben elkaar een belofte gedaan en die mag ik niet zomaar breken. Ik zucht.
Hoe moet dit nou? Moet ik blij zijn met de ruimte die ze me geeft?
Als het waar zou zijn wat ze denkt, ja, dan misschien wel. Maar ik wil helemaal geen losse contacten, ik wil Manuel. Zou hij nog verder willen als er geen toekomst voor ons samen is?
Zuchtend draai ik op mijn zij. Misschien moet ik het hem eerst maar eens vertellen.
En dan? Wat als hij dan, net als ik vroeger bij Eelco, jarenlang, tegen beter in, blijft hopen dat ik van gedachten verander? Oh God nee, dat mag niet gebeuren, dan wordt hij vreselijk gekwetst, dat wil ik niet.
Of wat als hij over een tijdje iemand anders tegenkomt? Iemand die hem wel een toekomst kan bieden? Kan ik dat, met hem verder in de wetenschap dat ik hem elk moment kwijt kan raken? Wil ik dat mezelf aandoen? Durf ik mezelf dan nog voor hem open te stellen of verzandt onze liefde dan in oppervlakkige seks?

Tranen prikken achter mijn ogen. Driftig knipper ik met mijn oogleden en slik de brok in mijn keel weg.
Ik moet eerlijk tegen hem zijn, het kan gewoon niet. Ik heb een vrouw en kinderen, die mag ik niet in de steek laten. Zeker niet nu ze zich zo onbaatzuchtig opstelt. Wat moet dat moeilijk voor haar zijn…
Ik zucht. Misschien moet ik maar gewoon doen wat ze van me verwacht en af en toe met iemand afspreken, puur voor seks. Of Bernd schrijven dat ik geïnteresseerd ben in zijn aanbod. In ieder geval moet ik Manuel uit mijn hoofd zetten, ik mag hem niet gebruiken om mijn seksuele behoeften te bevredigen.
Mijn hart krimpt samen bij de gedachte hem nooit meer te zien maar tegelijkertijd weet ik dat ik geen andere keuze heb.

Twee korte bliepjes kondigen een sms’je aan. Terwijl ik mijn ogen droog wrijf, pak ik mijn telefoon.
‘En?’, lees ik op het scherm.
Snel type ik een berichtje terug. ‘Alles in orde voor nu. We hebben gepraat, ik bel je morgen.’

Met een dubbel gevoel leg ik mijn telefoon weer op het nachtkastje. Alles in orde voor nu. Is dat zo? Waarom voel ik me dan zo klote?

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 20 maart 2016 08:52

25. Het spijt me



“Ik moet het kort houden, we gaan zo naar de kerk”, neem ik mijn telefoon op.
“Alles goed, Victor?”, klinkt het bezorgd aan de andere kant.
“Jawel.”
“Hoe nam ze het op?”
“Ik heb me bedacht”, geef ik schoorvoetend toe.
“Wat zeg je? Hoe kan dat nou? Gistermiddag was je zo stellig, ik dacht dat je je besluit al genomen had. Hoe…”
“Ze was me voor”, lach ik zuur. “Ik heb haar onderschat, ze had het in de gaten.”
“Oh jee, was ze kwaad?”
“Welnee, ze begreep het eigenlijk heel goed”, doe ik mijn best het luchtig te houden. “Ze heeft andere vrouwen gesproken wiens man ook homo is en die hebben haar aangeraden me ruimte te geven als ze ons huwelijk een kans wil geven.”
“Je meent het!”, klinkt het verbaasd. “En daar ga jij in mee?”
“Het huwelijk is heilig, Ruben, dat weet jij net zo goed als ik. Echtscheiding is een laatste redmiddel voor als je er samen echt niet meer uitkomt. Maar Ciska komt me tegemoet, ze begrijpt dat ze me ruimte moet geven als we bij elkaar willen blijven.”
“Als we bij elkaar willen blijven?”, herhaalt Ruben vragend. “Je zegt we. Wil jij echt samen blijven of voel je je alleen maar verplicht?”
“Ik eh…”, hakkel ik, overdonderd door zijn rechtstreekse vraag.

Shit, is dit echt wat ik wil? Heb ik een keuze? Stel dat ik een scheiding wel doorzet, dan stort toch alles in? Dan sleep ik Ciska en de kinderen mee in de ellende, dat wil ik toch niet? Nee, Ciska’s voorstel is zo gek nog niet, het is gewoon het beste dat erin zit.

“Ja, ik wil dat ook”, antwoord ik vastberaden. “We hebben het altijd fijn gehad samen, die vriendschap wil ik niet kwijt”, houd ik hem voor wat Ciska mij gisteravond voorhield. “Ons enige probleem was dat ik me tot mannen aangetrokken voel, maar nu zij dat accepteert, is ook dat geen probleem meer”, antwoord ik opgewekt. “Ik kan doen wat ik wil, heeft ze gezegd. Zolang zij en de kinderen er maar niks van merken.”
“Serieus?”, klinkt het ongelovig. “Dus je blijft hem gewoon zien, maar dan met toestemming van je vrouw? En Manuel ziet dat zitten?”
“Geen idee”, grinnik ik. “Ik niet, in ieder geval.”
“Niet? Waarom niet? Dat je het niet stiekem wilt, kan ik begrijpen, maar als je vrouw het toch goed vindt?”
“Wat heb ik hem te bieden, Ruben? Niks toch? Die jongen is nog geen twintig, hij moet iemand van zijn eigen leeftijd zoeken. Iemand waar hij samen een leven mee op kan bouwen.” Hardnekkig negeer ik de steek van jaloezie in mijn hartstreek en ga verder. “Ik wil niet dat hij blijft hopen dat ik ooit van gedachten verander. Ik wil me niet schuldig voelen omdat ik hem niet kan geven wat hij zoekt. Ik kan hem toch niet alleen maar gebruiken om mijn eigen behoeften te bevredigen?”

Het blijft stil aan de andere kant van de lijn.
“Ruben? Ben je er nog?”
“Hm, hm. Ik denk na. Dus je gaat hem vertellen dat je besloten hebt niet bij Ciska weg te gaan en hem niet meer kunt zien?”
“Inderdaad. Ik wil hem geen hoop geven, Ruben. Ik ga hem niet aan het lijntje houden zoals Eelco vroeger bij mij deed. Hij wist dondersgoed dat ik alleen maar bij hem bleef omdat ik hoopte dat hij ooit echt voor me zou kiezen. Omdat ik zo graag wilde dat hij schijt zou hebben aan zijn familie en de kerk en openlijk toe zou geven dat hij van me hield. Maar dat gebeurde niet, oh nee! In plaats daarvan trapte hij me telkens weer op mijn ziel”, gooi ik al mijn frustratie over Eelco eruit. “Jij denkt toch niet serieus dat ik Manuel hetzelfde aan wil doen? Nee, jongen, dat kan ik niet. Daarvoor hou ik veel te veel van hem.”

“Jemig, Victor”, klinkt het zachtjes. “En waar blijf jij in dit hele verhaal? Je doet wat Ciska wil omdat je haar niet wilt kwetsen en tegelijkertijd kwets je jezelf. En Manuel. Jongen toch, waarom? Zodat je als vrienden met je vrouw jullie kinderen op kunt voeden? Zodat niemand merkt dat jullie huwelijksproblemen hebben? Of wil je niet dat iemand weet dat jij op mannen valt? Waarom Victor? Leg me dat eens uit?”, dringt hij aan. “Jij mag dan denken dat je de juiste beslissing neemt, ik denk dat je een hele grote fout maakt. Hier wordt niemand gelukkig van. Jij niet, Manuel niet en ook je vrouw niet.”
“Wat moet ik dan? Ze wil er niet mee geconfronteerd worden”, reageer ik stuurs. “Hoe moeten we elkaar dan zien? Stiekem afspreken in een hotel? Of ergens op een achteraf plekje? Wat denk je dat er dan gebeurt? Kleren uit en op elkaar duiken! Denk je dat dat is wat ik wil?”
“Dat bedoel ik ook niet, maar… Ach, laat ook maar. Als je je ooit bedenkt en toch onderdak nodig hebt, weet dat je welkom bent, oké?”
“Dat gaat niet gebeuren, Ruben”, reageer ik, overtuigd van mijn besluit. “Maar ik zal het onthouden.”
“Het logeerbed is zo opgemaakt, Vic”, benadrukt hij zijn aanbod. “Je hoeft maar te bellen.”
“Dank je. Maar ik moet ophangen, we moeten gaan.”

***

Zuchtend leg ik mijn telefoon op mijn bureau. Naar de kerk, dat is wel het laatste wat ik nu wil! Iedereen begint na afloop natuurlijk over mijn tournee en Martin wil vast weten of Manuel Harro’s positie over wil nemen.
Zou hij dat nog willen? Is dat verstandig? Kunnen wij professioneel met elkaar omgaan? Vrienden, nee, dat gaat niet, maar collega’s? Misschien werkt dat wel. Hoewel… dan krijg ik hem beslist niet uit mijn hoofd. Nee, ik moet sterk zijn, hem geen hoop geven en het mezelf niet nog moeilijker maken.
Misschien kan ik maar beter meteen door de zure appel heen bijten. Met tegenzin hijs ik mezelf overeind en loop naar beneden.

“Cis, ik ga niet mee, hoor. Ik ben doodmoe en voel me helemaal niet lekker. Die tournee is me niet in de koude kleren gaan zitten”, klaag ik, overdreven zuchtend, als ik de kamer binnenkom. “Ik moet echt nog een paar uur slapen. Wil je zeggen dat ik me niet goed voel?”
“Je wordt toch niet ziek, hè?”, moedert ze terwijl ze haar hand tegen mijn voorhoofd legt.
Ik glimlach zwakjes. “Nee, het is vermoeidheid. Morgen is het wel over.”
Ciska knikt. “Ik wilde na afloop van de dienst eigenlijk even bij Susan langs”, aarzelt ze.
“Geen probleem, moet je doen”, moedig ik haar aan. “Praat maar met je zus, dat lucht op.”
“Vind je het niet erg?” Onderzoekend kijkt ze me aan.
“Tuurlijk niet. Ga maar en doe haar de groeten.”
“Zeker weten?”
“Heel zeker”, schenk ik een beker thee in. “Ik kruip weer in bed. Tot straks.”

Terug in de logeerkamer wacht ik gespannen tot Ciska en de kinderen vertrekken. Zodra ik de auto het grindpad af hoor rijden, pak ik mijn telefoon.
‘Ciska is met de kinderen naar haar zus. Kun je komen? We moeten praten’, type ik in.
‘On my way’, verschijnt er prompt op het scherm, gevolgd door een smiley.

Met een bedrukt gevoel leg ik mijn telefoon weer weg, kleed me uit, loop naar de badkamer en zet de douche aan. Terwijl ik me inzeep, dwalen mijn gedachten af naar al die keren dat we samen onder de douche hebben gestaan.
Verlangend naar zijn handen die me strelen, wrijf ik over mijn borst. Mijn tepels staan hard overeind en dat is niet het enige. Ik kreun als ik mijn voorhuid naar achteren schuif. Oh God, was hij maar hier.
‘Shit Victor, doe dit nou niet. Loop jezelf nou niet op te geilen’, foeter ik. Snel spoel ik me af, zet de kraan uit en droog me af.

Spijkerbroek? Schattend kijk ik naar de broek over de stoel. Op zondag? Dat zou Ciska nooit goed vinden, zondag’s draag je geen werkkleding. Maar Ciska is er niet. Ik grinnik en pak de broek van de stoel.
Aan de andere kant… Mijn zondagse pak onderstreept wel precies wat ik Manuel wil zeggen. Donkerblauw met een krijtstreepje. Keurig, niks homo-achtigs aan. Vastberaden hang ik de spijkerbroek terug.

“Vic!”, hoor ik Manuel beneden roepen.
“In mijn studeerkamer”, roep ik, stijf van de zenuwen, terug. Gespannen houd ik de deur in de gaten. Mijn hart krimpt samen van verdriet als ik eraan denk dat dit de allerlaatste keer is dat ik hem zal zien.
Haastige voetstappen komen dichterbij. Dan zwaait de deur open en komt hij binnen.
“Vic?”, aarzelt hij als hij mij als een houten Klaas ziet staan.
Verdrietig kijk ik hem aan. “Manuel… Ik…”, stamel ik getergd.
“Shit! Je doet het niet”, roept hij uit. “Ik wist het wel, je doet het niet!” Wanhopig pakt hij me bij mijn schouders vast en schudt me door elkaar. “Alsjeblieft Vic, vertel me dat het niet waar is!”

Ik krimp in elkaar en sluit mijn ogen. Oh God, sta me bij, ik wil dit niet! ‘Heere, geef me de kracht sterk te zijn, help me te vechten tegen mijn eigen wil. Nog niet eens voor mijn bestwil, maar voor het zijne.’

“Verdomme man, je houdt van me! Wat moet ik nou zonder jou?”, kreunt hij radeloos.
Ik open mijn ogen en haal diep adem. “Juist daarom, Manuel”, begin ik met trillende stem. “Ik kan mijn gezin niet in de steek laten, wat heb ik jou dan te bieden? Af en toe stiekem afspreken?” Ik kijk hem aan. “Is dat wat jij wil? Nee toch? Maar meer zit er niet in, jongen”, schud ik meewarig mijn hoofd. “Het kan gewoon niet, ik moet je laten gaan, hoe moeilijk ik dat ook vind.” Liefdevol strijk ik een lok van zijn voorhoofd. “Je komt er wel overheen. Je vindt vanzelf iemand die er wel helemaal voor je kan zijn.”
“Maar ik wil jou, Vic. Ik wil niemand anders”, fluistert hij met tranen in zijn ogen.
Zijn armen glijden om me heen terwijl hij me tegen zich aantrekt. Zijn borst voelt warm en stevig. Mijn adem stokt als zijn gezicht langzaam dichterbij komt.
“Ik kan toch niet zonder jou? Jij toch ook niet zonder mij?”, fleemt hij. “Zeg me dat ik moet stoppen, Vic”, fluistert hij zachtjes in mijn oor. “Zeg het me en ik laat je met rust.”

Mijn knieën knikken, mijn hart bonkt in mijn keel. Ik weet dat ik hem van me af moet duwen maar ik kan het niet. Als vanzelf glijden mijn handen om zijn nek glijden en begraven mijn vingers zich in zijn weerbarstige krullen. “Ik wil niet dat je stopt”, fluister ik hees. “Eén keer nog… Maar dan…moet het… stoppen…”, hijg ik zacht.
Voorzichtig beroeren zijn lippen de mijne. Een rilling van verlangen gaat door me heen. Langzaam kust hij me, zijn tong liefdevol op zoek naar de mijne, zijn armen stevig om me heen. Kreunend geef ik me aan hem over en duw me stevig tegen hem aan.
“Kom”, fluister ik schor terwijl ik me loswurm en zijn hand vastpak. “Naar de logeerkamer.”

***

Overmand door een mengeling van geluk en verdriet lig ik in zijn armen. Mijn keel knijpt dicht bij de gedachte dat dit de laatste keer was. Vechtend tegen mijn tranen sluit ik mijn ogen.
Weet ik wel zeker dat ik de juiste beslissing heb genomen? Hoe kan ik nu gelukkig met Ciska zijn als mijn hart hem toebehoort? Wat stelt ons huwelijk dan nog voor? Verdomme, ik wil hem helemaal niet kwijt, ik hou van hem! Maar de kinderen dan? Ik wil toch niet dat ze opgroeien in een gebroken gezin?
‘Niet nadenken’, probeer ik mijn gedachten te stoppen. ‘Even nog niet nadenken.’ Zachtjes streel ik zijn buik. ‘Laat hem nog heel even de enige voor me zijn…’
Ineens kom ik overeind. “Ik ben zo terug”, slik ik de brok in mijn keel weg als hij me vragend aankijkt.

“Herinner je je dit nog?” Met moeite mijn emoties onder controle houdend, ga ik op de rand van het bed zitten en open het kleine doosje dat ik uit mijn bureaula heb gepakt.
“De sleutel van je hart”, fluistert hij gesmoord. “Shit Vic, die wilde je toch aan Ciska geven?”
“Nee, jongen, die sleutel is van jou”, knipper ik driftig met mijn ogen. “Jij hebt hem gevonden, jij bent de rechtmatige eigenaar, niemand anders”, laat ik mijn emoties gaan. Tranen biggelen over mijn wangen als ik het kettinkje met het zilveren sleuteltje om zijn nek hang. “Wees er alsjeblieft zuinig op”, fluister ik geëmotioneerd. “Koester het, Manuel, het staat voor het beste dat me ooit is overkomen.”
“Vic”, hapt hij naar adem terwijl hij het kleine sleuteltje vastpakt. Met tranen in zijn ogen kijkt hij me aan. “Als je ooit van gedachten verandert…”
“Ssst”, leg ik mijn wijsvinger tegen zijn lippen. “Jij moet niet op mij wachten, jongen, je moet verder. Je hebt nog een heel leven voor je, je komt heus nog wel eens iemand tegen. Ik ben allang blij als je dan glimlachend terug kunt denken aan wat wij hebben gehad.”
“Dus… dit is het?”, slikt hij moeizaam.
“Het spijt me”, fluister ik, opnieuw met een brok in mijn keel.

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 03 april 2016 07:47

26. We hebben niks meer met elkaar



Met moeite open ik mijn ogen. Mijn hoofd bonst. Versuft staar ik naar de hanglamp aan het plafond. Een paar seconden lang bestudeer ik de stoflaag aan de binnenkant maar dan dringt tot me door dat ik helemaal geen hanglamp heb!
Shit, ik lig in een wildvreemd bed, in een wildvreemde kamer en er ligt iemand naast me! Van schrik trek ik het dekbed tot aan mijn kin.
Terwijl mijn hand tastend over mijn lichaam glijdt, neemt mijn hartslag in snel tempo toe. Ik ben naakt, spiernaakt. Oh shit, oh shit! Ik adem gejaagd. Warrige beelden van gisteravond flitsen door mijn hoofd. Een stampvolle kroeg. Benauwd, het was er veel te druk. Bernd wilde naar huis, ik wilde blijven. Waarom was dat ook al weer? Wat is er gebeurd? Hoe ben ik hier gekomen? Wie ligt hier naast me?
Ik pijnig mijn hersenen, maar het blijft één groot zwart gat. Ik zou natuurlijk voorzichtig kunnen gluren, maar ik durf niet. Stel je voor dat het Bernd is! De gedachte alleen al maakt me kotsmisselijk. Kreunend sluit ik mijn ogen. Als ik wil weten wie er naast me ligt, zit er toch echt maar één ding op.
Langzaam draai ik mijn gezicht naar links en tel tot drie. Met ingehouden adem open ik mijn ogen. Een seconde later staar ik in het slapende gezicht van een wildvreemde man.

Vrijwel meteen word ik overspoeld door herinneringen. Hij was ook in die kroeg, weet ik ineens weer. Hij glimlachte naar me, ik grijnsde terug. Flirterig, overdreven, uitdagend. Hij ging steeds dichter tegen me aan staan.
Zenuwachtig had ik een wijntje gedronken, en nog één, en nog één. Zogenaamd toevallig raakten we elkaar aan. Zijn hand gleed langs mijn been, mijn vingers langs zijn billen. Hij fluisterde in mijn oor. Ik verstond er niks van, maar het maakte niet uit. Ik wist wat er ging gebeuren en ik wilde het.
Zijn lippen op die van mij, mijn ademhaling onrustig en gejaagd. Wild, onstuimig. Heel anders dan met…

“Oh shit”, fluister ik ontstelt. “Wat heb ik gedaan?” Blinde paniek overvalt me. Gadverdamme, hoe heb ik dat kunnen doen? Met een wildvreemde nog wel!
Vol walging kom ik overeind en klim uit bed. Hoe laat is het? Gehaast zoek ik mijn spullen bij elkaar en trek mijn kleren aan. Terwijl ik mijn telefoon uit mijn binnenzak vis, maak ik me snel uit de voeten.

“Neem op, neem op”, fluister ik ongeduldig.
“Met Bernd”, klinkt het slaperig.
“Met mij.”
“Victor?”, antwoordt hij gapend. “Ik lag nog te slapen, man, Hoe laat is het?”
“Half tien”, hijg ik buiten adem van het rennen. “Ik heb een probleem, Bernd.”
“Wat is er dan? Waar ben…”
“Ik vertel het je zo wel, ik kom er nu aan”, val ik hem ongeduldig in de rede. Voor Bernd iets terug kan zeggen, hang ik op en houd een taxi aan.

“En toen ben ik er stiekem vandoor gegaan”, besluit ik mijn verhaal. Met een bleek gezicht staar ik hem aan.
“Je bent met hem mee naar huis gegaan?” Bernd’s ogen sperren open van verbazing. “Meen je dat nou?”
Schuldbewust knik ik. “Ik had echt heel veel gedronken”, protesteer ik zwakjes.
“Maar je kent die gast niet eens! Heb je wel een condoom gebruikt?”
“Weet ik niet”, piep ik. “Oh shit!” Verschrikt kijk ik hem aan. “Zometeen heb ik een soa!”
“Of erger”, merkt hij droogjes op.
Alle kleur trekt uit mijn gezicht. In paniek staar ik hem aan.
“Je hebt heus geen aids”, haast hij zich te zeggen. “Het zou wel heel toevallig zijn dat uitgerekend jouw eerste date besmet is met hiv.”
“Waarom niet? Weet jij veel wat hij allemaal uitspookt”, piep ik benauwd.
“Niet meteen het ergste denken, je hebt vast gewoon een condoom gebruikt”, probeert hij me gerust te stellen. “Maar ik zou me wel even laten testen, als ik jou was.”
“Natuurlijk laat ik me testen, zo snel mogelijk.” Verdoofd laat ik me op de bank zakken. “Een soa… Of nog erger”, fluister ik vol afschuw.

“Je moet ook niet zomaar met de eerste de beste meegaan.” Bernd komt naast me zitten en slaat een arm om me heen. “Waarom helpen wij elkaar niet gewoon? We vertrouwen elkaar, begrijpen elkaars situatie. Geen liefde, geen verplichtingen, alleen af en toe elkaars gezelschap.”
Ik glimlach zuur. “Lief aangeboden, Bernd. Echt, ik stel het op prijs, maar dat is niks voor mij. Ik voel me nu al zo’n smeerlap.” Mijn lip trilt. “Alsof ik hem ontrouw ben geweest.”
Bernd zucht. “Zit je nu nog steeds met die jongen in je hoofd? Kom op, Vic, het is al bijna twee maanden geleden, zet je erover heen, man.”
Stuurs duw ik hem van me af en sta op. “Sorry”, mompel ik terwijl ik de kamer uitloop. “Dat kan ik niet.”

Overstuur haast ik me richting het station. Tranen prikken achter mijn ogen, mijn hoofd knalt uit elkaar. Verdomme, ik had nooit zoveel moeten drinken, dan was het ook niet zo uit de hand gelopen.
Ik zucht. Eerst mezelf maar eens laten testen, straks heb ik echt een soa opgelopen van die gast. Hoe heette hij ook al weer? Iets met een S, of een J…
Verslagen zoek ik een rustig plekje in de trein en tuur naar buiten.
Het zal toch wel anoniem kunnen? Niet dat ik naar onze eigen huisarts moet. Oh, God nee, dat kan echt niet! Hoe verklaar ik dat in hemelsnaam? Waarom ben ik ook zo stom geweest? Ik had met Bernd mee naar huis moeten gaan in plaats van me door…
Jesse, veer ik op. Hij heet Jesse! En hij heeft wel een condoom gebruikt! Van pure opluchting schiet ik in de lach.

Langzaam zet de trein zich in beweging. Steeds sneller glijdt het landschap voorbij. Ciska zal wel opkijken dat ik zo snel terug ben. Moet ik haar niet even bellen? Misschien schop ik haar plannen wel in het honderd als ik ineens onverwacht op de stoep sta. Ze drong wel erg aan dat ik er eens een paar dagen tussenuit moest, alsof ze me weg wilde hebben.
Ik zucht. Natuurlijk wilde ze me weg hebben. Echt gezellig ben ik de afgelopen maanden niet geweest. De meeste avonden zat ik in mijn studeerkamer. Alleen, verdrietig, proberen hem te vergeten, wegvluchtend in de muziek.
En zij maar vragen of alles goed met me was. Ik snauwde haar toe dat ik het druk had, dat ik me groen en geel ergerde aan mijn nieuwe registrant die er geen biet van begreep. Oh zeker, hij kan de noten lezen en hij kent de registers, maar hij voelt de emotie niet zoals Manuel deed, hij voegt niks toe.
Ciska toonde begrip, zei dat Manuel en ik elkaar ook zo goed aanvoelden en dat ze wel snapte dat ik hem miste. Ik praatte met haar mee, in een poging het gapende gat in mijn hart voor haar verborgen te houden.

Met betraande ogen staar ik naar buiten. Nog een paar uur, dan ben ik weer thuis. Zal ik hem bellen? Wat moet ik dan zeggen? Dat ik me bedacht heb, dat ik toch bij Ciska wegga? Aarzelend haal ik mijn telefoon uit mijn binnenzak.
En dan? Hij wil vast niks meer van me weten en zelfs al dat wel zo is, zou hij begrijpen wat ik gedaan heb? Zou ik het begrijpen als het andersom was?
Weifelend tik ik op zijn naam.

“Shit jongen, het spijt me zo”, kreun ik als zijn lachende gezicht op het schermpje verschijnt. “Kun je me alsjeblieft vergeven?”, fluister ik met tranen in mijn ogen. “Ik mis je zo…”
Verdrietig staar ik weer naar buiten, Manuel’s lachende gezicht nog steeds in mijn hand. Ik zucht diep. Ruben heeft zo gelijk, hier wordt niemand gelukkig van.

Dit kan zo niet langer. Resoluut stop ik mijn telefoon terug. Het klopt gewoon niet, wat Ciska denkt, het draait niet alleen om seks. Ruben en Sjoerd hebben gelijk, de Heere God heeft seks bedoeld als een uiting van liefde. Niet zoals bij Ciska en mij, als een verplichting, omdat het erbij hoort binnen een huwelijk. En ook niet zoals vroeger met Eelco of vannacht met Jesse.
Ik ril bij de gedachte. Hoe heb ik dat in vredesnaam kunnen doen?

Zijn ogen, schiet het ineens door me heen. Dezelfde donkere ogen als…
Onwillekeurig kreun ik. Het was alsof ik hem, na een hele lange tijd, eindelijk weer bij me had. Alsof ik hem eindelijk weer tegen me aan voelde en hem eindelijk weer kon kussen en strelen.
Alle alarmbellen gingen af, ik wist dat ik weg moest, want hij was Manuel niet. Onvast zwaaiend op mijn benen hield ik een taxi aan, gooide mijn jasje op de achterbank en kroop er achteraan.
‘Welterusten’, hoorde ik ineens naast me toen ik de deur dicht wilde trekken.
‘Ga weg, ik wil dat je gaat! Ga naar huis, laat me met rust. Ga, ga, ga!’, wilde ik uitschreeuwen, maar ik kreeg geen woord over mijn lippen.
“Gaat meneer nog instappen?”
Shit, de taxichauffeur! Door hem was hij ingestapt, het was zijn schuld!
Elke vezel in mijn lijf was zich bewust geweest van zijn been dat tegen mijn been duwde toen hij naast me schoof op de achterbank. Zijn handen gleden langs mijn lichaam, zijn lippen kusten me. Alles tolde om me heen. Ik kon er geen weerstand aan bieden.
God, wat was ik dronken.

Beschaamd kijk ik om me heen. Aan de andere kant van het gangpad zit een oudere dame rustig een tijdschrift te lezen.
Nee, dit moet ik echt nooit meer doen, dit is absoluut niet wat de Heere van mij wil. Dit is ook niet wat ik wil. Ik wil geen schijnhuwelijk en daarnaast seks met wildvreemden. Ik wil een partner met wie ik alles kan delen en waarvoor ik niks verborgen hoef te houden.
Ik moet met Ciska praten, direct, dit kan zo niet langer. En daarna met Manuel, hopelijk geeft hij me nog een kans. En zo niet, dan kom ik misschien nog wel eens iemand anders tegen. Hoe dan ook, als ik bij Ciska blijf, wordt niemand gelukkig.
Een glimlach glijdt over mijn gezicht als ik mijn telefoon opnieuw uit mijn binnenzak haal.

“Victor?”, klinkt het verbaasd. “Ga me niet vertellen dat je je bedacht hebt”, lacht Ruben.
“Maak het logeerbed maar op”, grijns ik vastberaden.

***

“Ciska?” Bloednerveus loop ik, een paar uur later, de kamer in.
“Victor? Ben je nu al thuis?” Verbaasd kijkt ze op van haar boek. “Was het niet gezellig?”
“Jawel. Nee… Nou… Dat doet er nu even niet toe”, reageer ik geïrriteerd. “Waar zijn de kinderen?”
“Amy slaapt en Claire speelt bij de buren. Hoezo?”
“We moeten praten.”
“Is er wat gebeurd? Hebben jij en Bernd…?”
“Huh? Wat? Ach, hou toch op. Ik heb niks met Bernd”, zucht ik terwijl ik ga zitten.
“Oh?”, slaat ze haar boek dicht. “Is hij geen homo dan? Ik dacht dat jij daarom…”
“Ciska…” Ik kijk haar lang aan. “Ik kan dit niet meer. Ik wil geen liefdeloos huwelijk. We zijn allebei nog jong. Wil jij je hele leven als broer en zus samen leven? Is dat hoe jij denkt dat de Heere God het huwelijk bedoeld heeft? Kom op, Ciska. Dat klopt toch niet?”

“Je bent verliefd”, onderbreekt ze me, verbazingwekkend kalm. “Ik wilde het niet weten, maar ik wist het wel. Alle signalen heb ik weggedrukt, iedereen verklaarde me voor gek, Susan, die vrouwen online. Ze waarschuwden me maanden geleden al. En ik maar volhouden dat jij niks met een man wilde. Dat het hooguit wat porno kijken was en misschien chatten. Maar ik wist het”, knikt ze berustend.
Verbouwereerd staar ik haar aan. “Je wist het? Maar… Hoe dan?”
“Wendy.”
“Wendy? Heb jij Wendy gesproken?”
Ze knikt opnieuw. “Eigenlijk wist ik het al door jouw reactie aan de telefoon. Zo fel, ook tegen Martin. Alsof het over jezelf ging.”
“Natuurlijk”, zucht ik theatraal. “Ik had kunnen weten dat je naar hem toe zou gaan.”
“Nee, nee”, schudt ze haar hoofd. “Hij kwam naar mij toe. Hij had het over een gesprek dat jullie een paar maanden geleden hebben gehad. Door jouw reactie op Wendy maakte hij zich daar ineens wat zorgen over.” Ze kijkt me indringend aan. “Het is waar, hè?”, zegt ze zachtjes. “Je bent verliefd, of niet?”
Ik knik ongemakkelijk. Sorry“, fluister ik timide.
“Wil je met hem verder?”
Ik haal mijn schouders op. “Als hij dat nog wil. We hebben niks meer met elkaar, hij weet niet eens dat ik…”
“Niet? Waarom niet? Ik heb je toch ruimte gegeven?” Verbaasd kijkt ze me aan.
Ik glimlach wrang. “Omdat ik met handen en voeten gebonden was. Aan jou, aan de kinderen, aan mijn carrière. Ik had hem toch niks te bieden, Ciska? Of denk jij werkelijk dat het alleen maar om seks draait?”
“Maar wat wil je dan, Victor?”
“Mijn vrijheid terug. Mezelf kunnen zijn, hopen dat hij me nog een kans wil geven. In ieder geval niet op deze manier verder”, antwoord ik vastberaden.

Mijn borst trilt. “Momentje”, haal ik mijn telefoon uit mijn binnenzak. “Met Victor”, neem ik op.
“Is dat hem?”, fluistert Ciska.
“Wat zegt u?”, gebaar ik haar stil te zijn.

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 17 april 2016 08:38

27. Ik wil het echt niet meer



Krijtwit hang ik op. Mijn slapen bonzen, het bloed suist in mijn oren. Heel even sluit ik mijn ogen.
“Wat is er?” Bezorgd kijkt Ciska me aan. “Toch niks met je vader, hè?”
“Nee, niet m’n vader. Manuel… Hij…”, hijg ik overstuur. “Het was zijn moeder. Hij ligt… in het ziekenhuis.”
“Zijn moeder? Waarom belt die jou? Jij geeft hem toch geen les meer?”
Verdwaasd schud ik mijn hoofd. “Hij vroeg naar me.”

Ineens lichten mijn ogen op. Hij vroeg naar me! Shit man, hij vroeg naar me! Betekent dat… Zou hij me…?
“Ik moet erheen, Ciska. Sorry. Kunnen we straks verder praten?” Gehaast grijp ik mijn autosleutels en wil weglopen.
“Wacht, ik ga mee”, pakt ze de babyfoon van de tafel. “Sylvia kan wel even oppassen.”
“Nee”, hou ik haar tegen. “Dat hoeft niet, blijf jij maar thuis.”
“Niks ervan, jij zit met je kop ergens anders. Zo kun je niet rijden. Of wou je straks naast hem liggen?”
Acuut verschiet ik van kleur.
“Ik ben zo terug”, loopt ze de achterdeur uit voor ik verder kan protesteren.

Nerveus ijsbeer ik door de kamer. Moet ik haar niet vertellen hoe het tussen ons zit?
Abrupt sta ik stil. Hoe het tussen ons zit? We hebben toch helemaal niks meer? Wie zegt dat hij me terug wil?
Maar waarom vroeg hij dan naar me? Zou hij mij net zo missen als ik hem? Hoopt hij dat…
“Ga je mee?”, duwt Ciska de achterdeur weer open. “Sylvia haalt Amy uit bed als ze wakker wordt. We kunnen gaan.”
“Ciska… Manuel… Hij… Ik…”, hakkel ik.
“Kom nou maar”, trekt ze me ongeduldig aan mijn arm. “Hoe eerder we er zijn, hoe eerder jij gerust bent.”

***

“Mevrouw Mulder?” Aarzelend loop ik op de vrouw af die, met haar rug naar me toe, bij de koffiemachine staat.
“Victor!”, draait ze zich om. “Wat ben ik blij jou te zien!” Vriendelijk lachend komt ze naar ons toe lopen. “Je vrouw?”, kijkt ze Ciska aan.
Ik knik kort.
“Ciska Bos”, schudt ze Manuel’s moeder de hand.
“Hoe is het met hem? Het is toch niet ernstig, hè?”, vraag ik bezorgd.
“Het valt mee, gelukkig. Hij heeft zijn arm gebroken en een flinke hersenschudding”, stelt ze me gerust.
Opgelucht haal ik adem. “Wat is er precies gebeurd?”
“Geen idee”, haalt ze haar schouders op. “De politie zei dat hij ineens tussen twee geparkeerde auto’s vandaan kwam. Hij was uit geweest gisteravond, zou bij zijn nieuwe vriend blijven slapen. Geen idee waarom hij…”
“Zijn nieuwe vriend? Zegt u nu… Is Manuel homo?”, valt Ciska haar in de rede. “Wist jij dat, Vic?”, draait ze zich verbaasd naar me toe.

Zijn nieuwe vriend? Wat zegt ze nou? Het koude zweet breekt me uit. Shit, zie je wel! Zit ik mezelf van alles in m’n kop te halen terwijl hij allang verder is gegaan. Hoe kan ik zo stom zijn! Tranen prikken achter mijn ogen.

“Hé?”, stoot Ciska me aan. “Wist jij dat Manuel homo is?”
“Ik… Eh…”, slik ik moeizaam. ‘Ik ben te laat, ik ben te laat’, hamert het in m’n hoofd terwijl ik haar vertwijfeld aanstaar.

“Oh, sorry”, verontschuldigt Manuel’s moeder zich als ze onze verbijsterde gezichten ziet. “Ik had er even niet bij stil gestaan dat jullie dat natuurlijk maar niks vinden, vanwege jullie geloof. Stom, had ik moeten weten, dat was per slot van rekening waarom zijn eerste vriend het uitmaakte.”
“Pardon? Zijn vriend maakte het uit vanwege zijn geloof?” Ciska’s mond zakt open van verbazing.
“Ik heb hem nog zo gewaarschuwd toen hij het vertelde”, knikt Manuel’s moeder. “Zo’n gelovige man, dat is natuurlijk vragen om problemen. Homoseksuele relaties mogen gewoon niet in die strenge kerken. En Manuel maar denken dat die man echt voor hem zou kie…”
“Was die man soms getrouwd?”, onderbreekt Ciska haar ineens terwijl ze mij strak aankijkt.
“Niet nu, Ciska”, kreun ik getergd. “Alsjeblieft… Mag dat straks?”
“Ja”, knikt Manuel’s moeder. “Inderdaad, hoe raad je het zo? Ik vond het zo sneu voor Manuel, hij was zo gek op die man. Vreselijk toch, als je je verplicht voelt bij je gezin te blijven terwijl je homo bent? Hij wilde het zijn vrouw wel vertellen maar…”
“…hij kon het niet”, maakt Ciska haar zin fluisterend af.
“Ciska… ik…”, hakkel ik schuldbewust.
“Laat maar, Vic. Ik geloof dat ik het al snap”, zucht ze berustend. “Ik ga maar, jij hebt mij hier niet meer nodig. Heb je geld bij je? Voor de bus?”
Ik knik. “Sorry”, fluister ik timide. “Ik wilde het je thuis al zeggen.”
Geruststellend legt ze haar hand tegen mijn wang. “Het is goed, jongen. Ga maar naar hem toe. Praten doen we later wel.”

“Wat was dat?” Verbaasd kijkt Manuel’s moeder Ciska na.
“Ik denk dat zojuist tot haar doorgedrongen is dat ons huwelijk echt voorbij is”, zucht ik met tranen in mijn ogen.
“Jullie gaan scheiden? Ach, wat spijt me dat nou”, legt ze troostend een hand op mijn arm.
“Omdat ik homo ben”, zeg ik zachtjes.
“Omdat jij homo bent?”, herhaalt ze niet begrijpend. “Hoezo?” Ineens lichten haar ogen op. “Wacht eens even, je wil toch niet zeggen dat jij…?”
Ongemakkelijk kijk ik haar aan. “Het spijt me zo”, verontschuldig ik me met een brok in mijn keel. “Het is nooit mijn bedoeling geweest hem verdriet te doen, maar ik kon het niet. Ciska… de kinderen…” Tranen stromen plotseling over mijn wangen.
“Och, jongen toch”, slaat ze een arm om me heen. “Laten we eerst maar eens naar hem toegaan, de rest komt later wel.”

“Mevrouw Mulder”, aarzel ik. “U zei…”
Dapper slik ik mijn tranen weg. Ik moet het weten voor ik hem zie. “Hoelang heeft hij al een nieuwe vriend?”
“Maak je daar maar niet druk om, hij vroeg naar jou, niet naar die vriend.” Bemoedigend knijpt ze in mijn arm. “Ik vond het al zo vreemd”, glimlacht ze hoofdschuddend.

Stijf van de zenuwen loop ik naar binnen. Opgelucht stel ik vast dat hij er best goed uitziet. Zijn rechterarm zit in het gips, maar verder lijkt hij in orde.
Stilletjes ga ik naast hem zitten. Voorzichtig pak ik zijn linkerhand en druk er een kus op.
“Hij is heel even wakker geweest”, vertelt zijn moeder. “Hij was zo in de war, dacht dat ik jou was. Daarom dacht ik, ik bel je maar.”
Ik knik. Zachtjes streel ik zijn hand.

“Sorry”, verontschuldig ik me als mijn maag rommelt. “Ik moet zo even ergens wat eten. Ik zat in Duitsland vanochtend. Ben halsoverkop naar huis gegaan, heb de hele dag nog niks gegeten.”
“Blijf jij maar zitten”, glimlacht zijn moeder als ik op wil staan. “Ik haal wel een broodje voor je. Ze hebben hier vast wel een restaurant.”

En dan is het stil. Het enige geluid in de kamer is zijn rustige ademhaling. Ik sluit mijn ogen en haal een paar keer diep adem. Langzaam trekt de spanning uit m’n schouders en glijden de zorgen van de afgelopen tijd van me af.
Glimlachend open ik mijn ogen en kijk naar de rustig slapende man waar mijn hart zo naar verlangt. Voorzichtig druk ik een kus op zijn lippen en leg mijn hoofd tegen zijn schouder.
Voor het eerst in maanden voel ik me gelukkig. Hij is weer bij me, het gaat goed komen, ik voel het! Straks zitten we weer samen achter het orgel, kunnen we weer samen lachen, samen praten, huilen, vrijen… Alles! Nergens hoef ik me voor te schamen bij hem, hij begrijpt me zonder woorden.

‘En Ciska dan? Je zult toch het één en ander netjes af moeten ronden’, probeert mijn geweten mijn gelukzalige stemming te verpesten. En met succes. Langzaam glijdt er een traan over mijn wang. Waarom doet iedereen toch zo moeilijk? Is het nou werkelijk zo erg? Met Jesse ja, dat is niet goed. Maar Manuel?
Ik zucht diep.

“Vic...” klinkt het ineens.
Abrupt schiet ik omhoog. M’n hart bonkt in m’n keel. “Manuel? Oh mijn God, Manuel!”, grijns ik van pure opluchting terwijl ik mijn ogen droog wrijf. “Jongen, wat ben ik blij dat je er weer bent.” Voorzichtig geef ik hem een knuffel.
“Waar ben ik? Wat doe jij hier?”, fluistert hij schor terwijl hij omhoog probeert te komen. “Ahhhh”, grijpt hij naar z’n hoofd.
“Rustig”, schiet ik overeind. Voorzichtig schud ik zijn kussen wat op. “Wacht, laat me iemand roepen”, druk ik op het belletje naast zijn bed. “Ze hebben hier vast wel wat tegen hoofdpijn.”
“Dorst”, fluistert hij hees.
“Wil je wat drinken?”, kijk ik om me heen.
“Zoekt u iets?”, komt één van de zusters binnen.
“Een bekertje. Hij heeft dorst. En hoofdpijn.”
“Ik zal een paracetamolletje halen. Bekertjes staan in het kastje boven de wastafel”, wijst ze.

Terwijl de zuster een pilletje haalt, vul ik een bekertje water en ga op de rand van het bed zitten. Behoedzaam sla ik een arm om hem heen en help hem een beetje overeind. Grijzend van oor tot oor laat ik hem een paar slokje drinken. Man, wat voelt dit goed! Eindelijk zijn we weer samen. Nooit, echt nooit laat ik hem nu nog gaan!
“Thanks, Vic”, fluistert hij. “M’n keel leek wel schuurpapier.”

“Kijk eens”, komt de zuster weer binnen. Verbaasd trekt ze haar wenkbrauwen op.
Vlug trek ik mijn arm achter hem vandaan, schuif van het bed op de stoel en pak het kleine pilletje van haar aan. “In één keer of moet ik het voor je oplossen in water?”, doe ik alsof er niks bijzonders aan de hand is.
“Geef maar.” Onhandig leunend op een elleboog probeert hij zelf overeind te komen.
“Zal ik u wat rechtop zetten?”, stelt de zuster voor. Ze loop om het bed heen, pakt de afstandsbediening en laat het hoofdeinde van het bed langzaam omhoog komen.
“Thanks”, bedankt Manuel haar terwijl hij het pilletje in zijn mond stopt en een paar flinke slokken water neemt.
“Als u verder nog iets nodig heeft, belt u maar, hoor.”

“Man, wat ben ik blij dat ik je weer zie!”, grijns ik zodra de deur van zijn kamer dichtvalt. Ik pak zijn hand vast en knijp er even flink in.
Hij kijkt me strak aan. “Waarom ben je hier eigenlijk?”
De lach op mijn gezicht verstart als ik de kille ondertoon in zijn stem hoor.
“Je moeder belde me…”
“Mijn moeder? Is die ook hier dan?”
Ik knik. “Ze is een broodje voor me aan het halen. Ik had nog niks gegeten vandaag.”
“Maar dan snap ik nog steeds niet waarom ze jou belde.”
“Omdat zij dacht dat jij dacht dat zij mij was. Ach, laat maar”, wuif ik het weg als ik de verbaasde uitdrukking op zijn gezicht zie. “Ze dacht dat je me wilde zien.”
“Oh, shit. Sorry Vic”, mompelt hij ineens geschrokken. “Ik dacht dat ik droomde… Ik wil het niet nog…”
“Laat maar, Manuel”, onderbreek ik hem gelaten. “Je moeder zei al dat je een nieuwe vriend hebt”, probeer ik mijn teleurstelling te verbergen. “Ik kan het wel aan.”
“Nieuwe vriend? Bedoel je die jongen van gisteravond? Die had ik op Bullchat leren kennen, dat stelde niks voor”, kleurt hij rood.
“Heb je geen vriend dan?” Hoopvol kijk ik hem aan.
“Doe dit nou niet, Victor”, schudt hij zijn hoofd. “Je weet dat het niet kan. Misschien kun je maar beter gaan.” Demonstratief draait hij zijn hoofd opzij.
“Manuel, luister naar me, alsjeblieft!”
“En dan, Victor?”, draait hij zich weer naar me toe. “Begint het weer van voren af aan? Samen op tournee, doen alsof je vrouw en kinderen niet bestaan en als we thuiskomen, schuif je me weer aan de kant?” Zijn ogen glinsteren verdacht. “Denk je dat ik van steen ben, of zo?”

Mijn hart krimpt samen als ik de gekwetste uitdrukking op zijn gezicht zie.
“Ik ben zo stom geweest”, fluister ik. “Ik had je nooit moeten laten gaan. Ik heb het geprobeerd, je vergeten, maar ik krijg je niet uit m’n kop, mis je zo verschrikkelijk. En toen…”
Van emotie slaat mijn stem over.
“Ik was bij Bernd, gisteravond”, ga ik dapper verder. “We zijn de stad in geweest… Ik… wilde je vergeten… Ik was… zo dronken”, hakkel ik. “Ik werd wakker naast een wildvreemde”, sla ik beschaamd mijn ogen neer. “Toen drong het eindelijk tot me door. Ik kan jou niet vergeten, ik hou van je. Ik heb er zo’n spijt van”, fluister ik gesmoord. “Wil je me alsjeblieft nog een kans geven?” Smekend kijk ik hem aan.
“En Ciska dan?”, klinkt het stuurs.
“Ik wil scheiden. Ik had het haar net verteld toen je moeder belde.”
Weifelend knijpt hij zijn ogen samen. “Ik dacht dat jij niet wilde dat je vrouw en kinderen er de dupe van zouden worden?”
“Dat zijn ze al”, haal ik berustend mijn schouders op. “Ciska en ik leven langs elkaar heen. Ze staat oogluikend toe dat ik contact met mannen heb, maar dat wil ik helemaal niet. De sfeer in huis is om te snijden, bij alles wat ik doe, hoor ik haar denken.”
“Serieus?”
“Ik wil het echt niet meer, Manuel.”

“Hoe is het hier?”, steekt zijn moeder ineens haar hoofd om de deur. “Ha, je bent wakker”, lacht ze als ze Manuel ziet.

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 01 mei 2016 20:32

28. Zou het kunnen werken?



Nerveus wacht ik tot de optrekkende bus gepasseerd is. Met mijn ogen strak gericht op het huis aan de overkant, steek ik de straat over.
Voorbij. Vier jaar van mijn leven. Ik slik de brok in mijn keel weg en zucht. Het zal wel verkocht moeten worden.
Tranen wellen op.
Zou ze erg kwaad zijn? Ze reageerde zo lijdzaam in het ziekenhuis, dat voorspelt vast niet veel goeds. Als ze maar niet moeilijk gaat doen over de kinderen, dat ze niet wil dat Manuel er is als de kinderen komen, of zo.
Ik zucht diep, wrijf mijn ogen droog.
Mijn hart bonkt in mijn keel als ik de poort achter me dichttrek. Nog acht stappen… Zeven… Zes… Bij elke stap die me dichter bij het definitieve einde brengt, wordt de knoop in mijn maag groter.
Stijf van de zenuwen duw ik de achterdeur open.

“Ciska?”
“Hier, Vic”, antwoordt ze vanuit de kamer.
“Hoi.” Gespannen ga ik zitten. “Waar zijn de kinderen?”, kijk ik om me heen.
“Bij Susan, ze…”
“Hou jij de kinderen bij mij weg?”, schiet ik verontwaardigd naar voren. “Gun je het me niet eens om afscheid van ze te nemen? Verdomme, Ciska, ik heb hier toch ook niet voor gekozen?”
“Hé, doe eens rustig”, lacht ze. “Waarom zou ik de kinderen bij je weghouden? Susan brengt ze morgen weer terug. Ze bood het aan zodat wij in alle rust kunnen praten.”
“Als je maar niet denkt dat je me op andere gedachten kunt brengen”, brom ik vastberaden.
“Wie zegt dat ik dat wil?”
“Is dat niet wat je wil, dan?”
Ze schudt haar hoofd. “Wat denk je nou Vic? Dat ik de afgelopen tijd niet heb nagedacht? Denk je dat ik er geen verdriet van had dat jij je zo ellendig voelde? Jongen, ik vond het vreselijk.”

“Meen je dat nou?” Verbaasd laat ik me weer achterover zakken.
Ze knikt. “Eerlijk gezegd ben ik allang blij dat er iemand is waar je van houdt. Dat hele idee van jou met wildvreemde mannen… Walgelijk gewoon”, trekt ze een vies gezicht.
Van de zenuwen schiet ik in de lach. “Dat had ik nou ook. Ik kan dat niet, Ciska.” Heel even aarzel ik. “Behalve gisteravond dan”, besluit ik eerlijk te zijn.
“Gisteravond? Maar je zei… Je had toch niks met Bernd?”
“Nee, hou op zeg. Ik zou hem niet meer onder ogen kunnen komen, denk ik.”
“Was je niet bij Bernd dan?”
“Jawel. We zijn de stad in geweest. Heel gezellig. Alleen… Eh… Nou… ik ben… met iemand anders… mee naar huis gegaan”, sla ik beschaamd mijn ogen neer.
“Oh, Victor”, fluistert Ciska ontdaan.
“Ik schaam me zo. Echt. Ik wilde hem vergeten, maar het maakte me alleen maar duidelijk dat ik dat niet kan. Ik hou van hem, Ciska. Het gaat helemaal niet om seks, al zouden we nooit seks met elkaar hebben, dan nog hou ik van hem.”
“Maar jongen”, legt ze een hand op mijn arm. “Dat is toch precies hetzelfde als wat ik bij jou heb? Wat er ook gebeurt, ik blijf altijd van jou houden. Ook als dat betekent dat wij geen seksuele relatie hebben. Het gaat toch niet alleen om seks?”, glimlacht ze.

Onmiddellijk ben ik op mijn hoede. “Cis, we kunnen echt niet als vrienden samen blijven leven”, duw ik haar hand weg. “Ik wil met Manuel verder, ik ga hem niet verstoppen, ik wil niet stiekem met hem af moeten spreken.”
“Dat weet ik. Ik ga je ook niet tegenwerken. Ik wil alleen maar een goeie oplossing voor de kinderen.”
“Echt?”
Ze knikt. “Echt.”
“Ik eigenlijk ook wel”, geef ik schoorvoetend toe. “Weet je dat ik daar het bangst voor was? Dat je het niet goed zou vinden dat de kinderen merken dat Manuel en ik… Nou ja, dat hij weg zou moeten als de kinderen bij mij zijn.”

Peinzend kijkt Ciska me aan. “Ken jij het verhaal van David en Jonathan?”, vraagt ze ineens.
“David en Jonathan? Ja, natuurlijk. Hoezo?”
Ze staat op, pakt de bijbel uit de kast en bladert er even in. “Hier”, geeft ze me het opengeslagen boek. “2 Samuel 1, vers 25 en 26. Lees maar.”

‘Hoe zijn de helden gevallen in het midden van den strijd! Jonathan is verslagen op uw hoogten! Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jonathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der vrouwen’, lees ik hardop voor.

Ik frons mijn voorhoofd. “Wil jij zeggen dat…?”
“Susan wees me erop”, knikt ze. “Zou toch kunnen, Vic? Dat David gewoon deed wat God hem opdroeg, trouwen en een gezin stichten, maar dat hij daarnaast óók een vriend had.”
“Ja maar… Er staat toch nergens dat zij meer dan vrienden waren?”
“Nou en? Dat wil toch niet zeggen dat het niet zo geweest zou kunnen zijn? Misschien deden ze wel hetzelfde als wat Paulus altijd zei, geen aanstoot geven. Dat is toch altijd de manier geweest om met dingen op te gaan die gevoelig liggen?”
“Wat wil je nou eigenlijk zeggen?”
“Dat we niet zo moeilijk moeten doen”, zegt ze vastberaden. “We weten allebei dat het tussen ons nooit goed komt, maar we hebben elkaar, ten overstaan van God, wel beloofd voor elkaar en de kinderen te zorgen. Als jij Manuel nodig hebt om die belofte waar te kunnen maken, moet ik dat dan niet gewoon accepteren? Net zoals Sarah haar slavin Hagar aan Abraham gaf omdat zij hem niet kon geven waar hij naar verlangde?”

“Wacht even”, schud ik stomverbaasd mijn hoofd. Probeer jij mij nou vertellen dat Manuel dan maar hier moet komen wonen?”
“Hm, hm”, knikt ze. “Het huis is groot genoeg. Ik dacht, als we het opsplitsen, jullie een appartement boven en ik met de kinderen hier.”
“Ja maar…”
“Het gaat toch niemand aan hoe wij hier wonen en wat wij doen?”, gaat ze onverstoorbaar verder. “Zolang wij er met z’n drieën geen probleem van maken, is er voor anderen toch niks om aanstoot aan te nemen?”
“Je blijft het maar proberen, hè?”, zucht ik geïrriteerd. “Het kan me niet schelen of mensen er aanstoot aan nemen, snap dat nu eens. Ik hou van Manuel, dat ga ik niet verstoppen. Ik ga niet net doen alsof we alleen maar vrienden zijn.”
“Dat zeg ik toch ook niet? Manuel is een getalenteerde jongeman waar jij je over ontfermd hebt. Jullie delen dezelfde passie, werken samen, reizen samen de wereld over. Echt jongen, zolang wij in hetzelfde huis wonen, zoekt niemand er iets achter dat jullie zo close zijn met elkaar. Zolang jij je maar tegenover de Heere God kunt verantwoorden. Daar gaat het toch om?

Zolang ik het maar tegenover de Heere God kan verantwoorden? Hoe moet ik dat dan doen? Ik kan het niet? Het lukt me niet er mijn hele leven tegen te vechten? Ik geef het op, want ik ben een zwakkeling?
Hoe kan ik dan in hemelsnaam van Hem verwachten dat Hij me vergeeft? Hoe kan ik dan denken dat mensen het zouden begrijpen? Iedereen zal zijn oordeel klaar hebben.
Tranen prikken achter mijn ogen. Ik ben gewoon verloren…

“Waarom zou je je carrière op het spel zetten?”, dringt Ciska’s stem weer tot me door. “Ik leg jullie echt geen strobreed in de weg en voor de kinderen is het ook alleen maar fijn. Dus Manuel komt gewoon hier, als hij uit het ziekenhuis ontslagen wordt.”
Verslagen kijk ik haar aan. “Ik wil naar bed, Ciska. Ik ben doodmoe en morgen wil ik naar het ziekenhuis”, zucht ik. “Ik zal het met hem bespreken, goed?”
“Oh sorry”, verontschuldigt ze zich. “Ik heb je niet eens gevraagd hoe het met hem is.”
“Laat maar Ciska. Doe maar niet alsof je belangstelling hebt. Ik begrijp best dat dit niet makkelijk voor je is.”
“Niks ervan. Manuel is een lieve jongen. Ik neem het je niet kwalijk, Vic. Ik zie jou liever met Manuel dan dat je nog vaker van die dingen doet als gisteravond.”
“Moet je me daar nu weer aan herinneren?”, brom ik.
Ze lacht. “Serieus, Victor. Manuel is belangrijk voor jou, dus ook voor mij.”
“Ik snap jou niet”, schud ik mijn hoofd. “Hoe kan je nu zo onbaatzuchtig zijn? Wat ben jij voor heilige?”
Ze glimlacht. “Ik doe gewoon wat ik denk dat goed is voor ons. Ik wil niet dat Claire en Amy ruziënde ouders hebben. Ik wil niet dat zij de dupe worden van onze fouten.”
“Onze fouten? De mijne bedoel je.”
“Nee”, schudt ze heel beslist haar hoofd. “Susan heeft gewoon gelijk. Jij bent homo en dat verandert niet. Dat had ik me moeten realiseren. We hebben allebei fouten gemaakt, Victor. Maar kom, naar bed jij, Manuel heeft je morgen nodig”, lacht ze.
“Cis… Ik…”
“Het is goed, Vic. Echt.”

***

“Victor! Waar ben je? Ik had je allang hier verwacht”, klinkt Ruben bezorgd als hij opneemt.
“Thuis. Ik kom niet.” In het kort vertel ik hem wat er gebeurd is.
“Ze is zo sterk, Ruben”, besluit ik mijn verhaal. “Ze offert zich helemaal op voor mijn geluk. Hoe kan ik dan zo egoïstisch zijn? Ik ben zo’n slappeling. God vergeeft me dit nooit!”
“Victor, stop”, onderbreekt Ruben mijn zelfbeklag. “Als je zo gaat denken, kom je niet verder.”
“Maar ik ben zo bang dat ik verloren ben. Hoe wist jij zo zeker dat het goed was? Ik bedoel, dat God het goed vond?”
“Omdat ik geloof”, reageert hij prompt.
“Ja, hallo, ik ook.”
Het blijft stil aan de andere kant van de lijn.

“Wat geloof jij eigenlijk precies?”, vraagt Ruben ineens.
“Hoe bedoel je? In God? Bedoel je dat?”
“Precies wat ik zeg. Wat geloof jij?”
“Je bedoelt, of God het afkeurt of dat het mensen zijn die dat doen?”, herinner ik me wat Ciska zei.
“Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel dat jij het altijd over God hebt en nooit over Jezus.”
“Ja maar, het gaat er toch ook om wat God ervan vindt?”
“Is dat zo? Waarom noem jij jezelf dan christen? Betekent dat niet dat je gelooft in de Jezus Christus als Verlosser?”
“Ja, natuurlijk wel. Maar dat wil toch niet zeggen dat je niet hoeft te leven zoals God wil.”
“Maar als dat niet lukt dan?”
“Dat is precies waar ik bang voor ben. Ben je dan verloren?”
“Denk jij dat?”
“Daar ben ik wel bang voor, ja.”
“Misschien moet je wat meer op Jezus vertrouwen. Hij begreep dat mensen niet anders kunnen dan fouten maken, hoe goed ze hun best ook doen. Daarom heeft Hij zijn leven gegeven, Vic. Dáárom.”
“Jawel”, aarzel ik. “Maar ik geef nu wel op, als het ware.”
“Wacht even. Jij zei toch dat je, door je ervaring met je vroegere vriend, zeker wist dat God homoseksualiteit afkeurt en dat je daarom besloot dat het het beter was dat je alleen bleef?”
“Klopt.”
“Maar toen je Ciska leerde kennen en zij wilde trouwen, gaf je dat idee op. Waarom had je toen niet het gevoel dat dat erg was en nu wel?”
“Omdat het beter is te trouwen dan te branden van verlangen”, citeer ik Paulus.
Ruben grinnikt. “Jij bent echt onverbeterlijk! Dus als je verlangt naar een man, kun je maar beter trouwen? Denk je serieus dat Paulus dat gezegd zou hebben tegen een homoseksuele man? Lijkt me logischer dat hij geadviseerd zou hebben een lieve vriend te zoeken.”
“Idioot”, lach ik. “Paulus zou iemand toch nooit aansporen tot zonde?”
“Dat misschien niet, maar hij nam het mensen ook niet kwalijk als ze wel zondigden. Hij snapte dat het soms niet anders kon. Doe jij nu maar gewoon wat jij denkt dat goed is, je weet echt wel waar je het over hebt. Je hebt het geprobeerd, celibatair én met een vrouw. Werd je er gelukkig van?”
“Niet echt”, geef ik toe.
“Jezus predikte liefde, Victor. Is dat niet wat jij voor Manuel voelt? Hoe kan dat dan verkeerd zijn? Twijfel niet, want twijfel komt niet voort uit geloof, zei Paulus. En wat niet voortkomt uit geloof, is zondig.”
“Jij hebt makkelijk praten, toen jij Sjoerd leerde kennen, had je geen vrouw en kinderen. Iedereen zal me met de nek aankijken en…”
“Opgeheven hoofd, Victor”, onderbreekt hij me. “Opgeheven hoofd. Mensen die vinden dat jij, en ook Ciska, opgeven, weten niet hoe het is. Wees blij dat Ciska het begrijpt. Wees blij dat ze steun zoekt bij haar zus, daarmee laat ze zien dat ze je ruimte geeft. Ze wil jou niet belasten met de moeite die dit haar kost.”
“Denk je?”, weifel ik.
“Zeker weten”, klinkt hij heel beslist. “Ciska is duidelijk uit op een goeie verstandhouding. En ik denk dat ze het heel verstandig aanpakt.”
“Misschien heb je wel gelijk”, geef ik schoorvoetend toe.
“Wees er blij mee, jongen. Er zijn zat vrouwen die heel anders zouden reageren. Laat haar zien dat ze dit offer niet voor niks brengt. Zorg dat het werkt met Manuel, maak elkaar gelukkig. En sluit Ciska niet buiten, ze is de moeder van je kinderen. Ik denk dat als je dat doet, God tevreden is met jullie oplossing” verzekert hij me.

Peinzend leg ik mijn telefoon op mijn nachtkastje en kruip in bed.
Zou het kunnen werken? Zou Manuel het zien zitten?

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 15 mei 2016 07:07

29. En ik dan?



“Denk jij dat ik in zonde leef als ik voor Manuel kies?”, val ik met de deur in huis als ik de volgende ochtend aan de ontbijttafel aanschuif.
“Ik denk dat jij geen andere keuze hebt. Ik denk dat God dat wel snapt en het je vergeeft”, antwoordt Ciska. “Koffie?”, houdt ze de thermoskan omhoog.
“Lekker”, schuif ik mijn mok naar voren. “Maar waarom wil je dan niet dat iemand het weet? We kunnen toch een voorbeeld zijn voor andere echtparen in een soortgelijke situatie?”
“Ik weet het niet, Vic”, schudt ze haar hoofd terwijl ze de koffie inschenkt. “Je weet hoe over dit soort dingen gedacht wordt.”
“In onze kerk, ja. Maar er zijn zat kerken waar ze niet zo moeilijk doen. Manuel’s kerk, bijvoorbeeld. Waarom gaan we daar niet een keer kijken?”
“Bedoel je… Wil jij?” Verbouwereerd zet ze de thermoskan neer. “Meen je dat nou?”
“Waarom niet?”, haal ik mijn schouders op terwijl ik een boterham beleg met kaas.
“Ja maar, je kunt toch niet, omdat je op één punt met de kerk van mening verschilt, zomaar weggaan?”
“Ik kan toch ook niet, omdat ik op één punt van mening verschil, de rest van mijn leven toneelspelen?”, neem ik een hap. “Dan kan ik toch beter een kerk zoeken waar ik me beter in kan vinden?”
“Overal is wel wat, Victor”, houdt ze me voor. “Ik denk niet dat het iets oplost. Laten we het nu maar binnenskamers houden. Wat niet weet, wat niet deert.”
Ik zucht. “Wil je er in ieder geval over nadenken?” Smekend kijk ik haar aan. “Ik wil niet mijn hele leven moeten liegen over mijn gevoelens voor hem.”
“Vic, ik…” Vertwijfeld kijkt ze me aan. “Oké dan,” zucht ze uiteindelijk, “ik zal erover nadenken. Maar voorlopig blijft het onder ons.”
“Als Manuel dat goed vind”, protesteer ik zwakjes. “Ik wil hem niet nog een keer kwijtraken.”
“Praat nou maar met hem, hij begrijpt het vast wel”, dringt ze aan. “Mag ik de jam?”

***

“Ciska denkt dat niemand er iets achter zal zoeken. Jij logeert gewoon bij ons omdat je een goeie vriend bent en na de verbouwing huur jij het appartement”, besluit ik mijn verhaal.
“En dat geloven mensen?”, reageert hij cynisch.
“Dat geloven mensen”, knik ik vastberaden. “Waarom zouden ze dat niet doen? Zolang Ciska en ik onder één dak wonen, heeft niemand aanleiding er iets achter te zoeken.”
“Maar jouw familie dan? Die weten dat je homo bent. Denk je niet dat…”
“Die zullen zich best achter hun oren krabben,” onderbreek ik hem, “maar vragen stellen, dat zullen ze niet doen. Daarvoor voelen ze zich veel te ongemakkelijk bij het onderwerp. Ze sluiten hun ogen liever. Tenminste, zolang ze zichzelf voor kunnen houden dat tussen mij en Ciska alles goed is.”
Hoofdschuddend kijkt Manuel me aan. “Ik snap niet dat jij zo kunt leven”, zucht hij. “Heb toch schijt aan iedereen, het is jouw leven.”
“Niet alleen mijn leven, jongen. Ook dat van Ciska en de kinderen. Ik wil ze niet voor het hoofd stoten als dat niet nodig is. Dat zou jij toch ook niet doen met jouw familie?”
“Ik weet het niet, Vic”, aarzelt hij. “Voor de kinderen is het misschien een goeie oplossing, maar…”
“Geef haar wat tijd, Manuel”, pak ik zijn hand vast. “Er is zoveel op haar afgekomen de laatste tijd.”
“Jawel… Maar wat… als ze zich bedenkt?”, piept hij kleintjes.
“Wat? Oh nee! Dan gaan we samen weg, echt!”, roep ik verschrikt uit. “Lieve schat, ik laat je nooit meer gaan, geloof me.”
“Dat is het hem nou net”, zucht hij verdrietig. “Ik geloofde je, Vic. Ik vertrouwde je.” Langzaam glijdt een traan over zijn wang. “Blindelings.”
“Oh shit”, hijg ik geschrokken. “Jongen, ik…”
“Ik hou van je”, fluistert hij gesmoord. “Maar… Ik ben zo bang. Wat als…”
“Ssst”, leg ik mijn wijsvinger tegen zijn lippen. “Dat gebeurt niet meer. Ik wil met jou verder, maar ik moet wel rekening met m’n gezin houden. Ciska moet eraan wennen, ze moet een manier vinden om te gaan met de reacties van anderen”, probeer ik hem gerust te stellen.
“Maar dat is toch jouw probleem niet?”, reageert hij stuurs.
Smekend kijk ik hem aan. “Alsjeblieft, Manuel. Dwing me niet te kiezen. Ik voel me zo al klote genoeg. Praat met Ciska. Als je dan nog twijfelt, doen we het zoals jij wil, oké?”
Weifelend kijkt hij me aan, zijn lippen stijf op elkaar geklemd, zijn voorhoofd gefronst. “Oké dan, maar ik wurg je als je me nog een keer zoiets flikt.”
“Nooit meer, jongen, dat beloof ik je”, zeg ik snel terwijl ik plechtig mijn hand op mijn hart leg.

“Goedemorgen”, zwaait de deur van zijn kamer open. “Van Aken”, stelt de man in de witte doktersjas zich voor. “Hoe voelt u zich? Nog hoofdpijn?”
“Ik voel me kiplekker”, grijnst Manuel terwijl hij mij aankijkt.
“Mooi”, knikt de dokter. “Dan mag u, wat mij betreft naar huis. Ik zal de zuster vragen de ontslagpapieren in orde te maken. Ik zie u over een week terug voor controle. Sterkte ermee”, knikt hij naar Manuels arm.

***

“Jongens, ik vind het heel fijn dat jullie zo lief voor me zijn,” zucht Manuel, “maar ik begin nu toch wel erg moe te worden.”
“Natuurlijk, jongen. Het wordt sowieso tijd dat ik weer eens op huis aan ga”, staat zijn moeder op. “Ciska, nogmaals, ik heb grote bewondering voor je. Niet veel vrouwen zouden dit op kunnen brengen”, geeft ze haar als afscheid een hand. “Echt geweldig dat dit zo kan.”
“Ach,” reageert Ciska terwijl ze glimlachend toekijkt hoe ik Manuel overeind help, “Vic en ik waren zulke goeie vrienden, maar sinds we getrouwd zijn, is daar weinig van overgebleven. Allerlei verwachtingen… Het klopte gewoon niet. Zo is het beter”, knikt ze vastberaden.
Dankbaar kijk ik haar aan.
“Doe je rustig aan, jongen?”, trekt Manuel’s moeder haar zoon tegen zich aan. “En kom van de week even langs samen, dat zal papa leuk vinden”, kust ze hem op zijn wang. “Kunnen jullie meteen wat kleren van jou meenemen.”
Manuel knikt vermoeid.

“Waarom heb je niet eerder gezegd dat je moe bent?”, ondersteun ik hem bezorgd als we de trap oplopen.
“Omdat ik helemaal niet zo moe ben”, grinnikt hij.
“Wat?” Verbaasd kijk ik hem aan. “Oh jij!”, prik ik hem verontwaardigd in zijn zij. “Ik dacht…”
“Ik wilde eindelijk wel weer eens met z’n tweëen zijn”, zucht hij. “Lekker tegen je aan, Vic, de warmte van je huid voelen, je hart horen kloppen… Ik wil je geur opsnuiven, ik wil je proeven, ik wil…”
“Ja, ja… Ik snap het al”, lach ik. “Je moeder wegjagen zodat je mij voor jezelf hebt. Egoïstisch mannetje.”
“…jou”, fluistert hij terwijl hij me naar zich toetrekt, zijn gebroken arm ongemakkelijk tussen ons in.
Ik kijk hem aan, leg mijn hand in zijn nek en kroel zachtjes door zijn krullen. “Wil je het alsjeblieft weer dragen?”, streel ik langs zijn hals. “Het behoort jou echt toe, jongen”, fluister ik gesmoord, vlak voor onze lippen elkaar raken.

Intens gelukkig luister ik naar de rustige ademhaling van de slapende man naast me. Natuurlijk was hij wel moe, eenmaal in bed, zakte hij in no time weg.
Glimlachend streel ik zijn schouder. Ineens spits ik mijn oren. De bel? Zou dat Susan al zijn met de kinderen?
Voorzichtig duw ik Manuel van me af en kom overeind. Vertederd strijk ik door zijn blonde krullen en druk een kus op zijn voorhoofd. “Ik hou van je”, fluister ik geëmotioneerd.
“Vic?”, hoor ik Ciska onderaan de trap roepen.

“Clairtje! Amy!” In de verwachting mijn kinderen te zien, loop ik, vrolijk lachend, de kamer in. Abrupt sta ik stil. “Martin? Wat doe jij hier?”, betrekt mijn gezicht.
Handenwringend staat Ciska tegenover hem.
“Ik maak me zorgen om jullie, Victor.”
“Da’s aardig van je, maar niet nodig”, brom ik.
Onderzoekend kijkt hij me aan. “Ik dacht dat jij een weekend weg was, maar kennelijk is er een andere reden dat jij vandaag niet kon spelen.”
“Ik was ook weg, ik ben alleen eerder thuisgekomen”, schiet ik in de verdediging.
“Je bedoelt, je was gisteren al thuis”, merkt hij op. “Waarom waren jullie vanochtend dan niet in de kerk?”
“Omdat Manuel in het ziekenhuis lag. Hij heeft gisteren een ongeluk gehad en mocht vandaag weer naar huis”, reageer ik ogenschijnlijk kalm. “Ik heb hem opgehaald, maar dat weet jij volgens mij al.”
“En jij weet daarvan?”, richt hij zich verbaasd tot Ciska.
“Ja, natuurlijk”, antwoordt ze, zichtbaar nerveus.

Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes en richt zich weer tot mij. “Ken jij Melanie ten Kate?”, vraagt hij ineens.
“Niet dat ik weet”, schud ik mijn hoofd.
“Ze werkt in het ziekenhuis. Ik hoorde haar praten, na de kerk. Is het waar, Victor?”
“Wat?”
“Doe nou niet alsof ik achterlijk ben”, valt hij geïrriteerd uit. “Je weet best wat ik bedoel. Wat is er tussen jou en Manuel?”
“Als je het dan persé wil weten, hij is mijn vriend.”

“Zie je wel!” Ontsteld richt hij zich weer tot Ciska. “En dat vind jij goed?”
“Wat heb ik daar goed aan te vinden? Ik kan er weinig aan doen, of wel soms?”
“Ja maar… Je kunt toch niet zomaar goedvinden dat zij…?”
“Dat zij wat, Martin? Vrienden zijn?”
Verbouwereerd staart Martin haar aan. “Bedoel je,” draait hij zich naar mij, “alleen vriendschap, geen…?”
“Wat gaat jou dat aan?”, brom ik. “Wat wij samen doen, zijn jouw zaken niet.”
“Wel dus”, zucht hij. “Ik wist het wel. Het spijt me, Victor, maar als jij je door mij niet laat vermanen, heb ik geen andere keuze, dan moet ik dit melden bij de kerkenraa…”
“Niks ervan”, onderbreekt Ciska hem resoluut. “Jij gaat helemaal niks melden bij de kerkenraad. Jullie met je regels en geboden. Alles wat jullie zelf lastig vindt, negeren jullie, maar oh wee, als een man van een andere man houdt, dan zondigt hij, want dan onteert hij zijn lichaam. Jij rookt, verdorie! Alsof dat geen ontering van je lichaam is! En kijk eens hoe zwaar jij bent? Je stopt jezelf vol met ongezonde troep en het interesseert je geen moer! Jij meet met twee maten, Martin Brouwer. Eentje voor jezelf en eentje voor anderen”, foetert ze.
“Pardon?”, zakt Martin’s mond open.
“Je hoort me wel”, kijkt Ciska hem boos aan. “Victor doet helemaal niks verkeerd. Dat hij homo is, daar kan hij niks aan doen en hoe wij daarmee omgaan, zijn jouw zaken niet.”
“Dus… Jij vindt het prima?”
“Ik zal het je nog sterker vertellen,” antwoordt ze vastberaden, “voor het eerst sinds wij getrouwd zie ik hem echt gelukkig. Er is toch niks mooiers dan iemand waar je van houdt, gelukkig zien? Als jij dat niet begrijpt, ken je Jezus niet.”
“Ja maar…”

“Hou nou maar op, Martin”, sla ik een arm om mijn vrouw heen. “Als jij denkt dat je de kerkenraad moet inlichten, moet je dat doen, maar ik laat me door jou niet vermanen voor iets dat voorkomt uit liefde.”
Spontaan kus ik Ciska op haar mond. Prompt schieten we in de lach.
“Dat was de allereerste, echt gemeende kus die ik ooit van je gehad heb”, grinnikt Ciska.
“Klopt”, grijns ik terwijl ik haar even stevig tegen me aantrek.
“Wij hadden nooit moeten trouwen”, zucht ze.
“Jawel”, glimlach ik. “Anders hadden we Claire en Amy niet gehad.”
“Da’s waar.”

Overdonderd kijkt Martin van Ciska naar mij. “Sorry”, schudt hij uiteindelijk zijn hoofd. “Het is zondig, Victor. Ik kan hier mijn ogen niet voor sluiten.”
“Ben je nog niet weg?”, werp ik hem een koele blik toe. “Kom, ik zal je even uitlaten.” Met zachte dwang dirigeer ik hem richting de voordeur en duw hem naar buiten.

***

Zachtjes streel ik zijn arm. “Manuel,” fluister ik, “word eens wakker.” Voorzichtig druk ik een kus op zijn lippen.
“Vic”, kreunt hij terwijl zijn linkerarm achter mijn rug schuift.
“Schuif eens op”, glimlach ik. “We moeten praten.”
“Oh nee, hè?”, betrekt zijn gezicht. “Ik wist het wel.”
“Nee, nee”, stel ik hem gerust. “Er is niks mis, tenminste, niet echt. Martin, onze dominee, was hier. Nieuws gaat snel. Eén van de verpleegster in het ziekenhuis kerkt kennelijk bij onze kerk. Martin heeft haar met iemand horen praten. Over ons.”
“Serieus?”, komt hij half overeind.
Ik knik. “Dus besloot hij maar eens polshoogte te nemen.”
“Oh shit. En toen?”
“Hij dreigde met kerkelijke tucht en toen schoot Ciska uit haar slof. Ze ontplofte zowat”, grinnik ik.
“Echt?”, sperren zijn ogen open.
“Yup. En toen heb ik hem eruit gezet.”
“Dat meen je niet.”
“Dat meen ik wel”, knik ik bloedserieus.
“Shit, Vic. En nu?”
Ik haal mijn schouders op. “Hij gaat de kerkenraad inlichten.”
Ongerust bijt Manuel op zijn lip. “Betekent dat…”
Opnieuw haal ik mijn schouders op. “Zou kunnen. Misschien strijken ze met de hand over hun hart en besluiten ze het oogluikend toe te staan.”
“Denk je?”
“Nee”, schud ik langzaam mijn hoofd. “Ik denk dat ze niet anders kunnen dan een voorbeeld stellen.”
“En ik dan?”, piept hij benauwd. “Moet ik dan weer weg?”
Mijn hart krimpt samen als ik de gekwetste uitdrukking op zijn gezicht zie. “Oh nee! Nee, jongen…”

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
 

Plaats een reactie

Vorige
Volgende

Terug naar Man - Man

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast