Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Man - Man
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

Aan de andere kant...


Algemeen

Plaats een reactie

Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 29 mei 2016 08:58

30. Ik ben homo



“Victor, hoe is het? Koffie?” De man aan het tafeltje achterin de lunchroom, wacht mijn antwoord niet af en wenkt de serveerster.
“Reinoud man, goed je te zien”, begroet ik mijn impresario terwijl ik ga zitten.
“Vertel, waarom wilde je me spreken?”, komt hij meteen ter zake.
“Er zijn wat dingen gebeurd, de laatste tijd”, begin ik, voorzichtig mijn woorden kiezend. “En ik ben bang dat dat wel eens gevolgen kan hebben voor mijn carrière.”
“Hoe bedoel je?”
Ongemakkelijk kijk ik hem aan. “Ik krijg binnenkort de kerkenraad op bezoek en…”
“Oh nee, Victor! Je gaat me toch niet vertellen dat jij iets te maken hebt met die zaak rond Harro Bruinsma?”, roept hij ontsteld uit.
“Wat? Nee… Natuurlijk niet”, reageer ik verontwaardigd. “Hoe kun je zoiets nu van mij denken? Ik…” Mijn hartslag vliegt omhoog.

‘Zeg het nou maar, je doet niks verkeerd’, praat ik mezelf moed in. Ik haal diep adem en kijk hem aan.
“Ik ben homo, Reinoud”, gooi ik eruit.
“Homo?”, sperren zijn ogen open. “Jij? Maar… Hoe kan dat nou? Dat kan toch helemaal niet? En Ciska dan? Shit, Victor. Weet ze het? Ze heeft je toch niet op straat gezet, hè?”
“Rustig”, grinnik ik. “Geen paniek. “Ja, Ciska weet het en nee, ze heeft me niet op straat gezet.”
“Oh, gelukkig”, ontspant hij. ”Maar jeetje, Victor. Nee… Ik snap dat je even wat anders aan je hoofd hebt. Ik ga mijn best doen dit uit de pers te houden, daar kun je op rekenen. Neem jij de tijd om thuis de problemen op te lossen.”
“Nee”, reageer ik vastberaden. “Dat wil ik niet. Ik wil juist dat je er ruchtbaarheid aan geeft.”
“Pardon? Dat lijkt me niet verstandig”, schudt hij zijn hoofd. “Je weet hoe er over homoseksualiteit gedacht wordt.”
“Dat weet ik. Precies daarom wil ik het niet stilhouden.”
“Maar…”
“Ik worstel hier al mijn hele leven mee, Reinoud en ik ben het zo zat”, zucht ik. In het kort vertel ik hem hoe mijn ouders me voorhielden dat God man en vrouw voor elkaar bedoeld had en homoseksuele relaties verbood.
“Ik wilde het niet geloven, ik dacht, als ik ga studeren kan ik doen wat ik zelf wil en dan zal ik laten zien dat ze ongelijk hebben. Maar dat gebeurde niet”, zucht ik. “In tegendeel. Ik ontdekte hoe gereformeerde homo’s hun seksuele lusten onderling botvierden, maar liefde vond ik er niet.”
“Gereformeerde homo’s?”, onderbreekt hij me verbaasd.
Ik knik. “Allemaal mannen zoals ik, Reinoud. Keurig getrouwd, maar ondertussen homo. Niemand die het weet, niemand die vragen stelt.”
“Dat meen je niet”, zakt zijn mond open.
”Dacht jij dat er geen homo’s waren in de gereformeerde kerk?”, kan ik het niet nalaten spottend op te merken.
“Eh.. Nou… Nee…”, hakkelt hij. “Dat niet. Maar die leven toch celibatair?”
“Dat denk jij misschien”, glimlach ik wrang.

“Twee koffie”, zet de serveerster twee kopjes voor ons neer.
“Dank u”, glimlach ik.
In gedachten verzonken, roert Reinoud in zijn kopje.

“Geloof me, Reinoud”, ga ik verder als de serveerster weer vertrokken is. “Niemand houdt een celibatair leven vol. Ik heb het, nadat ik hevig teleurgesteld was door de liefdeloze seks in mijn studententijd, vijf jaar geprobeerd. Ik leefde voor de muziek, God was mijn muze. Hij inspireerde me, Hij hield me overeind in mijn verder lege bestaan dat me er voortdurend aan herinnerde dat ik niet normaal was.”
“Jeetje, Victor”, fluistert hij ontdaan.
“Tja”, haal ik mijn schouders op. “Ik dacht dat ik geen keuze had, toen. Tot ik Ciska tegenkwam. We konden het hartstikke goed met elkaar vinden en groeiden steeds dichter naar elkaar toe. Toen zij voorstelde te trouwen, heb ik het haar eerlijk verteld, maar het maakte haar niet uit. Als God ons voor elkaar bedoeld had, zou het wel goed komen, zei ze en dus trouwden we.”
Zonder al teveel in detail te treden schets ik hem hoe ons huwelijksleven eruit zag en hoe ik me, naarmate de tijd verstreek, steeds ongelukkiger ging voelen.

“En toen veranderde alles”, grijns ik. “In eerste instantie was het vreselijk verwarrend en wist ik niet goed wat ik ermee aan moest. Ik werd verliefd. Op een man. Tot over m’n oren verliefd! Ik kon er niet omheen, hoe hard ik mijn best ook deed.”
“Wacht even”, onderbreekt hij me overdonderd. “ Heb jij een vriend?”
“Ja”, lach ik zenuwachtig.
“Weet Ciska dat?”
Ik knik.
“En dat vindt zij goed?”, brengt hij ongelovig uit.
“Nou ja, goed. Ze begrijpt het. Daarom gaan we scheiden.”
“Scheiden?”, verstikt hij zich in zijn koffie. “Omdat jij een vriend hebt? Is dat nou wel verstandig? Wil je alles opgeven voor… Jemig Victor, weet je dat wel zeker?”
Verbaasd trek ik mijn wenkbrauwen op. “Waarom twijfel jij zo aan mij? Hoe lang kennen wij elkaar nu? Ik zou toch nooit met zoiets komen als ik niet heel zeker van mijn zaak zou zijn?”
“Dat is wel zo,” aarzelt hij, “maar hoe denk je dat er gereageerd wordt als dit bekend wordt? Jongen, wees nou verstandig, hou dit stil.”
“Dat kan ik niet, het klopt niet. Ik wil hém trouw beloven en dat kan ik niet zolang ik met Ciska getrouwd ben.”

Kreunend slaat Reinoud zijn handen tegen zijn hoofd. “Victor, luister”, probeert hij het opnieuw. “Jij bent een publiek figuur. Als jij gaat scheiden omdat je een vriend hebt, maken ze je af. Dat gaat je carrière geen goed doen.”
Vastberaden schud ik mijn hoofd. “Nee. Ik weet zeker dat dat niet zo is. Mensen moeten snappen hoe het is. Iemand moet ze dat vertellen. Ik kan dat, Reinoud. Juist omdat ik een publiek figuur ben.”
“Maar je carrière dan? Ze zullen je erom veroordelen.”
“Daarom wil ik het uitleggen.”
“Wat valt er uit te leggen? Je hebt jezelf gewoon overgeleverd aan je verdorven natuur.”

Overdonderd kijk ik hem aan. “Is dat wat jij denkt?”
“Nou ja, dat is het toch? Het is gewoon onnatuurlijk seksueel gedrag. God heeft het niet voor niets verboden.”
“Ik had toch gedacht dat jij wat… Hoe zal ik het zeggen? Wat ruimere opvattingen zou hebben”, zucht ik teleurgesteld.
“Is het niet zo dan?”, daagt hij me uit.
“Nee. Het is niet zo”, val ik fel uit. “Ik ben verliefd. Net zoals jij ooit verliefd was op je vrouw. Dat ben ik nooit geweest op Ciska, ons huwelijk was een verstandshuwelijk, omdat ik geen homo wilde zijn. Nu volg ik mijn hart. Ciska snapt dat gelukkig, waarom jij niet dan?”

Peinzend neemt hij me in zich op. “Oké”, bindt hij uiteindelijk in. “Ik geloof wel dat je echt verliefd bent. Jij zou nooit zomaar je huwelijk opgeven.”
“Dank je”, lach ik opgelucht.
“Maar hoe stel jij je dit voor? Als de pers er lucht van krijgt dat je een vriend hebt…” Hoofdschuddend neemt hij nog een slok koffie.
“Dáárom heb ik je gebeld”, grijns ik. “Omdat ik dat voor wil zijn. Luister.”

***

“Waar is Manuel?”, kijk ik om me heen als ik de kamer binnenloop.
“Terug naar bed”, antwoordt Ciska terwijl ze Amy, die op haar schoot zit, stukjes kiwi voert. “Hij had hoofdpijn.”
“Hè shit”, zucht ik bezorgd. “Hij maakt zich ook veel te druk. Hij is zo bang dat ik hem weer in de steek laat”, maak ik aanstalten naar boven te gaan.
“Wacht, Vic. Hoe ging het bij Reinoud?”, houdt ze me tegen.
“Goed. Hij schrok, maar nadat ik het uitgelegd heb, begreep hij het wel.”
“Weet je heel zeker dat dit de beste manier is?”
“Wat moet ik anders? De rest van m’n leven doen alsof hij niet meer dan een goeie vriend is?”
“Nou ja”, aarzelt ze. “Het zou wel een hoop gedoe voorkomen.”
“En hoe wil jij dan verklaren dat ik niet meer deel mag nemen aan het Heilig Avondmaal?”, wind ik me op. “Denk je dat mensen zich niet af zullen vragen waarom dat zo is? En dan Ciska? Wil jij de rest van je leven verder in de wetenschap dat iedereen achter onze rug om, over ons praat?”
Stuurs haalt ze haar schouders op.
“Kom op, Ciska. Hou hier meer op”, val ik uit. “Als je moeilijk gaat doen, ben ik weg. Sorry. Ik ga hem niet verstoppen. Er is maar één manier, dat weet jij net zo goed als ik.”
Ze kijkt me aan en zucht. Langzaam biggelt er een traan over haar wang.
Geschrokken ga ik naast haar zitten en sla een arm om haar heen. “Hé, het komt wel goed”, troost ik haar. “God leidt ons, Hij weet hoe het zit. Wij doen niks verkeerd, echt niet.”
“Dat… weet ik… wel”, snikt ze zachtjes. “Maar… ik voel me zo stom.”
“Stom? Waarom?”
“Gewoon”, haalt ze haar neus op. “Wie trouwt er nou met een homo.”
“Ach meisje toch”, sus ik. “Hoe denk je dat ik me voel? Wie er nou zo stom om te trouwen als hij weet dat hij homo is? Kom op, we slaan ons er samen wel doorheen.”
“Je hebt gelijk”, wrijft ze haar ogen droog. “We hebben ‘a’ gezegd, nu moeten we ook ‘b’ zeggen.”
“Zo ken ik je weer”, glimlach ik. “Heb jij de advocaat nog gebeld?”
“De aannemer ook”, knikt ze dapper. “Hij komt morgen langs om de plannen door te spreken.”
“Mooi”, knik ik tevreden. “Dan ga ik nu even bij Manuel kijken”, glunder ik.

***

Zwijgend legt Martin de krant op tafel en gaat zitten. Meneer de Jong, één van de ouderlingen neemt plaats tegenover hem.
“Koffie?”, biedt Ciska gespannen aan.
Twee hoofden knikken kort.
“Wij zouden graag onder vier ogen met jullie praten”, begint meneer de Jong terwijl hij Manuel nadrukkelijk negeert.
“Geen sprake van”, reageer ik beslist. “Manuel blijft erbij.” Demonstratief sla ik een arm om hem heen.
“Victor, doe nou niet zo dwars”, probeert Martin me over te halen.
“Waar maken jullie je nu eigenlijk zo druk om?”, schiet ik in de verdediging. “Als wij er met z’n drieën uit zijn, wat is dan het probleem?”
“Dat je zondigt!”, valt hij uit. Opgewonden pakt hij de krant van tafel en slaat hem open. “Hier!”, duwt hij me de pagina onder mijn neus. “Hoe kun je dit nu doen, Victor? Je tournee uitstellen omdat je gaat scheiden? En dan ook nog zeggen dat je een vriend hebt? Waar ben jij mee bezig?” Hoofdschuddend kijkt hij me aan.

“Kijk eens, koffie”, komt Ciska terug uit de keuken. “Mooie foto van jullie”, lacht ze als ze de foto ziet die bij het artikel geplaatst is.
“Verrek”, grinnikt Manuel. “Die is gemaakt toen we net in Duitsland waren. Weet je nog, Vic?”, stoot hij me aan.
Prompt verschiet ik van kleur. Oh, zeker weet ik dat nog! Dat was vlak voor ik het hem vertelde.
“Geef eens”, trekt Ciska de krant onder mijn neus vandaan. Snel flitsen haar ogen langs de regels. “Mooi artikel, Vic”, knikt ze instemmend. “Tja, Martin, ik ben bang dat er verder niet veel meer te bespreken valt”, geeft ze de krant aan hem terug.

“Jongens”, neemt meneer de Jong het woord over. “Ik moet jullie er op wijzen dat het echt geen schande is hulp in te schakelen bij relatieproblemen. Waarom spreken we niet een afkoelingsperiode af waarin jullie samen met ons op zoek gaan naar wat de Here God voor oplossing kan bieden.”
“Pardon?”, sperren mijn ogen open. “Ik ben homo, meneer de Jong. U denkt toch niet dat zomaar ineens verdwijnt, hoop ik?”
“Nou nee, natuurlijk niet. Maar het kan wel helpen te accepteren dat jullie huwelijk seksueel gezien misschien niet perfect is.”
“Beste meneer de Jong”, probeer ik kalm te blijven. “Dat hebben wij al geaccepteerd en daarom hebben we besloten te gaan scheiden.”
“Maar wat jij en Manuel doen, is zondig”, valt Martin’s ons in de rede. “Daar kun je een huwelijksbelofte toch niet zomaar voor breken?”
“Zo komen we nergens, Martin”, schud ik mijn hoofd. “Of je accepteert onze situatie zoals hij is, of je doet dat niet. Als je het niet accepteert, nemen wij nu afscheid van elkaar. Wendel en Marc kunnen vast wel waarnemen want mij zie je dan niet meer terug. Zeg het maar, wat wordt het?”
“Dus jij wilt alles opgeven? Je huwelijk, je geloof, misschien zelfs je carrière? En dat alleen maar omdat je seksueel wat tekort komt? Zie je dan niet dat je een slaaf bent van je eigen lusten?”

Ik kan het niet helpen, ik weet dat ik hem serieus antwoord moet geven maar van de zenuwen schiet ik in de lach. “Het gaat er bij jou maar niet in dat ik van hem hou, hè?”
“Dat is lust, Victor.”
“Nee, Martin, dat is geen lust, dat is liefde.”
“Zo heeft God het niet bedoeld, dat weet je best.”
“Dat kan wel zo zijn, maar ik heb geen keuze, ik ben homo. Voor de Here God blijft Ciska altijd mijn vrouw, ook al zijn we gescheiden. Ik hou van haar omdat ze de moeder van mijn kinderen is, maar ik kan niet met haar getrouwd blijven want er is iemand anders waar ik van hou en die wil ik trouw beloven.”
“Ja maar God…”
“Niks, ja maar”, onderbreek ik hem resoluut. “Wij kerken voortaan bij Manuel’s kerk. Ik denk dat jullie beter kunnen gaan, nu.”

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Aan de andere kant... door Michael87 » zondag 12 juni 2016 19:58

31. Ik vergeef het je



Terwijl een oorverdovend applaus opzwelt, pak ik zijn hand vast en knijp er even in. “We did it”, fluister ik opgelucht.
Grijnzend kijkt hij opzij. “Buigen, gek!” Tegelijkertijd buigen we diep voorover.
“Ik ben toch blij dat mensen er geen probleem van maken. Iedereen die het maar niks vindt, is kennelijk thuisgebleven.”
Manuel grinnikt. “Dat zijn er dan niet veel want het zit goed vol.”
“Gelukkig wel”, lach ik. “Waarom zouden ze er ook moeilijk over doen? Het gaat toch om de muziek?”
Samen komen we weer overeind, maar het publiek blijft applaudisseren, dus zakken we nog een keer voorover.
“Toegift? De Toccata uit de Suite Gothique?”
Hij knikt.
Beleefd lachend komen we overeind en nemen weer plaats achter het orgel. Prompt verstomt het applaus. Terwijl ik wacht tot Manuel de registers uitgetrokken heeft, leg ik mijn handen op de toesten en concentreer me.

God, wat voelt dit goed! Eindelijk mezelf kunnen zijn. Eindelijk samen, me niet meer hoeven verstoppen. Waarom heb ik hier toch zo lang tegen aangehikt? Waar was ik toch zo bang voor? Bijna iedereen reageerde positief toen ik, inmiddels alweer een twee maanden geleden, uit de kast kroop. Oké, er waren ook negatieve reacties, vooral van mijn eigen familie en mijn oude kerk.
Ik zucht. Jammer dat zij zo star blijven volharden in hun houding. Maar ja, het is niet anders. Ciska snapt het en daar gaat het om.
Er glijdt een glimlach over mijn gezicht. Wat een moordvrouw is ze toch! Als zij zich niet zo onbaatzuchtig op had gesteld, waren mensen mij vast niet zo goed gezind geweest.
“Hé!”, voel ik ineens een hand op mijn schouder. “Begin je nog?”
“Oh sorry”, verontschuldig ik me snel en zet in.

***

“Ben je blij dat het erop zit?” Hand in hand lopen we, na afloop van het concert, terug naar mijn auto.
“Echt wel! Ik zag er best tegenop, ondanks de positieve reacties op Facebook. Maar het viel enorm mee.”

“Victor!”, hoor ik achter me ineens iemand roepen.
Als door een wesp gestoken laat ik Manuel los en draai me om. “Robert? Wat doe jij… Wat doen jullie hier?” Verbaasd kijk ik mijn broers en zussen aan. “Als jullie hier zijn om me te veroordelen”, zet ik direct mijn stekels op.
Voor ik de kans krijg mijn zin af te maken, voel ik twee armen om me heen. “Sorry”, fluistert Lucie, mijn jongste zusje in mijn oor.
“Manuel?”, hoor ik Robert zeggen. “Leuk je te leren kennen, man.”
“Maar…”, stamel ik onthutst terwijl ik Lucie van me afduw. “Hoe… Waarom? Ik snap het niet”, schud ik mijn hoofd. “Ria?”, draai ik vragend naar mijn oudste zus.
Ze lacht. “We hebben gepraat, Victor. We houden van je, ook al leef jij misschien anders dan wij. ”Met betraande ogen kijkt ze me aan. “Kun je ons alsjeblieft vergeven?”
“Ja, natuurlijk”, grijns ik. “Serieus? Zijn jullie hier om me dat te vertellen? Is papa er ook?”
“Ehm… Nee. Sorry”, neemt Robert het over. “We houden het een beetje bij hem weg. Hij is oud, Vic. Hij snapt dit niet. Laat het rusten, zo lang heeft hij niet meer te leven.”
Onmiddellijk voel ik verzet opkomen maar meteen laat ik het ook weer varen. Hij heeft gelijk, papa gaat dit nooit begrijpen. Hij zou zich alleen maar vreselijk veel zorgen maken. Waarom zou ik hem dat nog aandoen op zijn leeftijd?
Ik zucht en knipper met m’n ogen om mijn tranen de baas te blijven.
“Hé!”, wrijft Manuel zachtjes over mijn rug. “Dat zij hier zijn, is toch al mooi?”
Ik knik, pak zijn hand weer vast en knijp er stevig in.
“Kom, dan gaan we ergens wat drinken, kunnen jullie bijpraten”, stelt hij voor.
“Hebben jullie tijd?” Lachend kijk ik mijn broers en zussen aan.
“Wat denk je waarom we hier zijn?”, grijnst Robert terwijl de rest instemmend knikt.

***

“Niet normaal, wat een avond!”, steek ik, tegen half één, de sleutel in het slot van de voordeur. “Dat mijn broers en zussen zomaar ineens voor mijn neus stonden, was wel het laatste wat ik had verwacht!”
“Echt super dat ze er waren”, grijnst Manuel.
“Vooral omdat ze zijn gaan nadenken”, grinnik ik. “Wie had ooit gedacht dat ze zouden inzien dat de bijbel niks zegt over homoseksuele relaties? Dat het alleen maar gaat over tempelprostitutie, misbruik van jongens of hetero’s die een beetje losgeslagen zijn.”
“Ik vond wat Ria zei wel sterk. Toen ze het had over dat een man zijn ouders moet verlaten. Dat dat niet alleen betekent dat hij trouwt, maar ook dat hij zich los moet maken van wat zijn ouders hem geleerd hebben en zijn eigen leven moet gaan leiden.”
“En Lucie dan, toen ze benadrukte dat Jezus niemand afwees om hoe hij is”, grijns ik terwijl ik hem mee naar binnen trek. “Ik ben hier zo blij mee”, duw ik de deur achter ons dicht.
Twee fonkelende, bruine ogen kijken me vol liefde aan. “Ik ben zo blij met jou”, fluistert hij. “Met ons samen.”
Ik strijk met mijn hand door zijn haren. Zijn blonde krullen glijden door mij vingers. “Anders ik wel” lach ik, terwijl ik mijn andere hand op zijn heup leg. Ik duw mijn knie tussen zijn benen en druk hem met zijn onderlijf tegen de deur. “Hier komt echt niemand meer tussen.”
Mijn hart bonkt als een gek als zijn donkere ogen dichterbij komen. Een siddering gaat door me heen als zijn lippen de mijne raken. Warm en stevig, zijn tong liefdevol dansend met de mijne. Kreunend geef ik me eraan over.
Zijn handen strelen mijn rug en trekken me dicht tegen zich aan. Roerloos laat ik het over me heen komen, het enige waartoe ik nog in staat ben, is genieten van de invasie van zijn tong in mijn mond en de warmte van zijn lichaam tegen me aan.
‘Laat dit alsjeblieft nooit ophouden’, flitst het door mijn hoofd. ‘Nooit meer…’
Plotseling verbreekt hij onze kus. “Je mag me wel aanraken hoor”, hijgt hij met schorre stem.
“Ik raak je toch aan?”, fluister ik hees.
“Ik bedoel…” Zijn vingers strelen zacht over de mijne. “Waar je me gisteravond aanraakte”, lacht hij zachtjes.
“Waar was dat dan? Laat het me eens voelen”, grinnik ik.
Glimlachend pakt hij mijn hand vast en duwt hem naar beneden.
“Mmm, wat is dat?”, lichten mijn ogen op. Langzaam zak ik door mijn knieën, mijn vingers ongeduldig trekkend aan zijn gulp. “Dat moet ik eens van dichtbij bekijken”, mompel ik, zwaar ademend.

***

“Zou Ciska al wakker zijn?”, vraag ik mezelf de volgende ochtend hardop af, terwijl ik een slok koffie neem. “Ik denk dat zij wel wil horen wat er gisteravond gebeurd is.”
“Denk je?”, grijnst Manuel ondeugend. “Denk je niet dat dat een beetje te intiem is?”
“Niet dat, gek!”, schop ik hem tegen zijn voet.
Prompt schiet hij in de lach.“ Je mag dan uit de kast zijn, d’r op zit je zo weer!”, grinnikt hij.
“Eikel, lach ik.
“Wel een hele lieve, toch?”, kijkt hij me poeslief aan.
“De allerliefste”, grijns ik. “Kom, we gaan kijken of ze al op zijn.”

“Vic! Hoe ging het?” doet Ciska open. “Goed dus”, lacht ze als ze onze blije gezichten ziet.
“Weet je wie er waren?”, val ik met de deur in huis.
“Geen idee”, haalt ze haar schouders op. “Die schoolvriend van je met zijn man?”
Ik schud mijn hoofd. “Mijn broers en zussen!” Triomfantelijk kijk ik haar aan. “Ze hebben erover nagedacht en ze zijn blij voor me.” Breed lachend sla ik mijn armen om haar heen en knuffel haar stevig.
“Serieus?”, brengt ze gesmoord uit.
“Ze begrepen het gewoon niet”, knik ik terwijl ik haar weer loslaat.
In het kort leg ik uit wat mijn broers en zussen me verteld hebben. “Ik heb het ze vergeven, Ciska”, besluit ik. “Ik ben zo blij dat ze me eindelijk nemen zoals ik ben.”
Ciska bijt op haar lip. “Dat is natuurlijk heel fijn voor je”, begint ze aarzelend. “Maar…”
“Wat is er?”, onderbreek ik haar geschrokken. “Heb ik wat verkeerd’s gezegd?”
“Nee”, schudt ze haar hoofd. “Juist niet.”
“Waarom kijk je dan zo moeilijk?”
“Je hebt het ze vergeven, zeg je”, begint ze, voorzichtig haar woorden zoekend. “Daar ben ik echt blij om, Vic, maar is er niet nog iemand die je moet vergeven?”
“Je bedoelt mijn vader?”
“Nee. Of, ja. Ook wel, natuurlijk.”
“Maak je geen zorgen”, wuif ik haar zorgen weg. “Ik snap dat hij niet meer anders kan denken. Hij bedoelde het goed, dacht echt dat hij me hielp door me voor te houden dat het niet mocht.”
“Ik bedoel eigenlijk iemand anders”, schudt ze haar hoofd.
“Wie dan?”
“Iemand die jij heel goed kent en waar jij al maanden niks meer mee te maken wilt hebben omdat hij iets stoms heeft gedaan.”
Ik denk na. Ineens lichten mijn ogen op. “Bedoel je Harro?”, roep ik verontwaardigd uit.
Ze knikt. “Hij had het zo moeilijk toen Wendy nog niet uit de kast was, Victor. Hij stond er helemaal alleen voor en toen er ineens een jonge vrouw aandacht voor hem had… Tja, hou dan je hoofd er maar eens bij.”
“Dat snap ik wel, maar dan ga je toch niet jatten van een project voor mensen die het niet zo breed hebben?”, mopper ik verontwaardigd.
“Hij wist dat het fout was, maar hij kon geen kant op. Zij verwachtte dure cadeau’s, etentjes en luxe uitstapjes en hij kon de verleiding niet weerstaan. De gelegenheid maakt de dief, Victor. Kom op, wordt het niet eens tijd dat je het hem vergeeft? Hij was je vriend, nota bene!”

Overdonderd staar ik haar aan. Harro vergeven? Dat hij vreemdging, oké. Dat kan ik wel begrijpen, dat heb ikzelf eigenlijk ook gedaan. Maar collectegeld stelen? Dat is toch wel even wat anders, zoiets zou ik nooit doen.

“Het ging zo makkelijk, Victor”, komt Harro ineens achter Ciska tevoorschijn. “Eerst een briefje van tien en toen dat niet opviel, eentje van twintig. Hoe langer het goed ging, hoe meer ik dacht dat niemand het in de gaten had. Helemaal toen er geconcludeerd werd dat mensen minder uitgaven door de crisis.”
“Het was verkeerd, dat wist je best”, brom ik stuurs.
“Klopt”, knikt hij. “Daarom heb ik alles ook terugbetaald. Ik hield het bij, Victor. Elke euro die ik pakte, schreef ik op.”
“Serieus?”, ontdooi ik een beetje.
“Ik heb er zo’n spijt van, vooral omdat ik meestal bij haar was als ik tegen jou zei dat Wendy me nodig had.” Beschaamd slaat hij zijn ogen neer. “Ik heb alles aan elkaar gelogen en geld gestolen, alleen maar omdat zij me het gevoel gaf dat ik belangrijk voor haar was. Kun je me dat alsjeblieft vergeven?”
Verward kijk ik van Harro naar Ciska. “Maar… Waarom? Wat doet hij eigenlijk hier?”
“We kwamen elkaar in de stad tegen, vlak nadat jij terug was van je tournee door Duitsland”, legt Ciska uit. “Ik moest met iemand praten die het begreep. Iedereen vertelde me wel wat het beste was, maar Harro was de enige die ik kende die zelf ook zoiets meegemaakt had.”
“Dat snap ik wel, maar die diefstal, Ciska!”
“Weet je, ik kan het me eigenlijk best voorstellen. Als je thuis nooit de aandacht krijgt waar je behoefte aan hebt, is het niet moeilijk verblind te raken door een leuke, jonge vrouw. Hoe verleidelijk is het dan telkens wat geld achterover te drukken als je haar daarmee aan je kunt binden?”
“Ik zou zoiets nu nooit meer doen, Vic. Echt, je moet me geloven”, benadrukt Harro.
“Alsjeblieft, Vic?”, smeekt Ciska. Langzaam kleurt ze rood.
Ik schud mijn hoofd. “Maar… Waarom? Hebben jullie…”
Ciska wordt nog roder.
“Wacht eens even. Wil jij zeggen… Je gaat me toch niet vertellen dat jij, het toonbeeld van deugdzaamheid, achter mijn rug om… Dat meen je niet!” Mijn mond zakt open van verbazing.
Smekend kijkt ze me aan. “Vergeef hem alsjeblieft, Vic. Doe het voor mij”, fluistert ze met trillende stem.
“Kom op, Vic”, stoot Manuel me grijnzend aan. “Iedereen maakt fouten. Vergeef het hem nou.”

“Ach, jullie hebben gelijk ook”, geef ik mijn verzet op. “Kom hier!” Lachend trek ik Harro tegen me aan en klop hem vriendschappelijk op zijn rug. “Ik vergeef het je. Eigenlijk ben ik hartstikke blij je weer terug te zien”, grijns ik als ik hem weer loslaat. “Hoe is het met je, man?”
“Ik ga schuldbelijdenis doen”, knikt hij. “Dan kan ik het achter me laten. Ik ben zo stom geweest, Vic. Dat ik het niet zag van Wendy en Frieda, ik snap het nog steeds niet.”
“Ik wel”, glimlacht Ciska naar hem. “Ik zag het ook niet. Of meer, ik wilde het niet zien, zelfs niet toen anderen me erop wezen. Ik bleef maar denken dat Vic zoiets nooit zou doen, dat het bij ons anders was.”
Glimlachend slaat Harro zijn arm om mijn ex-vrouw heen. “Ciska en ik begrijpen elkaar, Vic. We hebben elkaar heel goed leren kennen en zijn, sinds jij en Manuel samen zijn, steeds dichter naar elkaar toegegroeid.”
“Serieus?” Hoofdschuddend kijk ik hen aan. “Jij en Ciska? Dat meen je niet!”
“Als jij het goed vindt, tenminste.”
“Natuurlijk!”, grijns ik.


EINDE

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
 

Plaats een reactie

Vorige

Terug naar Man - Man

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast