Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Man - Man
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

Liefde


Algemeen

Plaats een reactie

Bericht Re: Liefde door Geoff » dinsdag 01 juli 2014 13:46

10.

‘Nog vier dagen!!!’
Dan schrikt Tim wakker. Wanneer houdt deze droom op?
‘Pas als ik vertel, dat ik homo ben?’, denkt Tim bij zichzelf.
‘Nou, dan word het tijd, dat hij die slapeloze nachten maar eens gaat accepteren. Want vertellen durft hij het toch niet. Maar goed, als hij het wel vertelt, wat dan? Dan is het nog niet zeker dat Jasper hem leuk vindt.’
‘O, wat haat ik mijn leven.’ denkt hij bij zichzelf.
“Waarom is het leven zo ingewikkeld?”, zegt Tim hardop tegen zichzelf in de spiegel.

Een half uurtje later zit hij op de fiets op weg naar school. Als hij heel eerlijk is, dan zou hij het liefste thuis blijven. Maar dan moet hij Jasper missen. Hij vindt het al vervelend als ze weekend of vakantie hebben. Van hem mogen ze die dingen afschaffen. Dan zou hij Jasper zeven dagen per week zien. Dat vindt hij helemaal hij niet erg. Maar de rest van de school en wereld wel.

“Goedemorgen!”, Tim remt af en komt precies tot stilstand naast Koen.
“Laat dat goede er maar vanaf.”, zegt Tim.
“Laat me raden. Je hebt zeker weer zo slecht geslapen?”
“U mag door voor de wasmachine.”, probeert Tim lollig te zijn.
“Wordt het dan niet eens tijd om het te vertellen aan je ouders? Misschien dat dan eens rustig slaapt.”
“Misschien heb je gelijk maar het is niet makkelijk. Soms sta ik op het punt om het te vertellen. Maar dan klap ik dicht.”
“Je moet het gelijk zeggen. Er niet bij na denken. Je weet wat ik gezegd heb, hè?”
“Ja, dat weet ik, maar ik moet het alleen doen.”
“Oké.”

Als ze op school aankomen zetten ze snel hun fiets in de stalling en lopen de school binnen. De dag kruipt voorbij voor Tims gevoel. Koen haalt telkens aan het einde van elke les zijn vriend, zoals gebruikelijk, terug op aarde. Tijdens de grote pauze hangen weer bijna alle meisjes van de school om hen heen. Ze balen en mopperen er op los omdat Koen al bezet is voor het schoolfeest. Een aantal vragen Tim voor de zoveelste keer. Maar hij blijft steeds nee zeggen. Sommige willen het maar niet begrijpen. Totdat één van de meisjes zegt: “Ach, Tim is homo, anders had hij allang wel ja gezegd tegen één van ons.”
Dit is over de top! Tim pakt kwaad zijn spullen bij elkaar en loopt weg. De meiden kijken met ze allen naar Koen. Na een poosje vraagt het zelfde meisje of het waar is, dat Tim homo is. Koen antwoordt hier heel kort maar krachtig op met een “Nee!”

Na dat de laatste bel is gegaan, staan de vrienden op en verlaten het lokaal. Als ze even later met hun fietsen aan de hand de stalling uitkomen, zegt Koen: “Sorry Tim, maar ik had beloofd om bij Sofie langs te gaan om kennis te maken met haar ouders.”
“Is goed, man. Spreek je wel weer.”
“Oké, ik zie je sowieso morgen.”
“Tot morgen.”

Ze gaan ieder hun eigen weg. Als Tim de hoek om is, besluit hij om eens via de buitenweg naar huis te fietsen. Het is wel zo een veertig minuten om fietsen, maar het maakt hem niks uit. Hij fietst wel vaker via die weg. Vooral als Koen niet meefietst. Langs die weg staan op diverse plekken bankjes. Verder is bijna tot geen verkeer. Hoogstens het treinverkeer, dat over het spoor langs die weg, voorbij rijdt. Maar verder is het altijd stil. Hij komt er graag omdat het er lekker stil is. Hij denkt dan na over van alles. Zijn gevoelens, school en ga zo maar door. Hij komt dan helemaal weer tot rust. Wat hij momenteel wel kan gebruiken.

Want na die opmerking in de kantine, maakt zijn hoofd overuren. ‘Hoe is ze het te weten gekomen?’, denkt hij bij zichzelf. ‘Vandaag of morgen weet de hele school het.’
Oké, Koen had tijdens Nederlands het aan hem verteld. Dat hij gezegd had, dat Tim geen homo is, maar liefdesverdriet heeft omdat zijn vriendin het heeft uitgemaakt. Tim begint weer wat te lachen, zoals ook toen Koen hem het vertelde. Hoe komt Koen er weer op? Echt, hij boft maar met zo’n vriend. Maar het zit hem toch niet lekker. Hij heeft het idee, dat hij wordt bekeken door iedereen van de klas. Beter gezegd, door de hele school. Nou ja, behalve Jasper, want die was er vandaag niet. Als hij het goed had begrepen, moest Jasper vanmiddag naar de dokter in het ziekenhuis. Maar voor wat, wist hij niet meer. Dat had Sofie niet verteld. Maar het zal vanwege dat ongeval bij gym laatst geweest zijn.

‘O, ik word er gek van al die drukte in mijn hoofd.’
‘Misschien moet ik mijn maar voor de trein springen. Dan krijg ik te minstens rust in mijn hoofd.’
‘Ben ik gelijk van alle problemen af.’
‘Dan hoef ik niet meer terug naar die school.’
‘Hoef ik het mijn ouders niet te vertellen dat ik homo ben.’
‘Alleen ik zie Jasper nooit meer.’
‘Misschien is het wel beter dan.’
‘Die hopeloze verliefdheid. Is ook niet alles.’

In de verte hoort hij een trein aankomen. Hij staat op en loopt richt het spoor. Maar hij blijft zo een meter of vijf van het spoor staan. Inmiddels is de trein al uit het zicht verdwenen.

‘Waarom zou ik andere mensen ophouden in dagelijks leven.’
‘Kan beter in het kanaal springen met een blok beton om mijn voeten.’
‘Zo weet ik zeker dat ik verdrink.’
‘Niemand die mijn zou missen.’
‘Nou ja?’
‘Buiten mijn ouders, Koen en zijn ouders om. Zou niemand mijn missen.’
‘Want waarom zou ik mijn leven verder laten vergooien aan een hopeloze verliefdheid?’
‘Doe mezelf dan alleen maar de rest van mijn leven pijn.’
‘Oké, nu doe ik andere onnodig pijn.’
‘Maar voor mijn hoeft het niet meer.’
‘Ja, ik weet het moet het gewoon zeggen en voor durven uit te komen.’
‘En dan kom ik er voor uit en wat dan?’
‘Dan wordt ik wel dood gemept of wat dan ook.’
‘Dus dan ik het net zo goed nu doen.’
‘Dan hoeft een andere het niet te doen.’

Tim staat nog altijd zo een vijf meter van het spoor vandaan. Inmiddels zijn er al een stuk of tien treinen voorbij gekomen. Dan ineens schrikt hij van zijn telefoon.

“Ik weet niet of je het weet, maar het eten staat al op tafel.”
“Hoe laat is het dan wel niet?”
“Al na zes uur.”
“Oei, al zo laat.”
“Ja, al zo laat. Kom maar snel naar huis voor het eten koud is.”
“Is goed mam. Ik kom er al aan.”

Hij hangt op en kijkt nog eens naar het spoor. Hij hoort in de verte een trein naderen. Dan zet hij een stap naar voren. Maar besluit dan om zich om te draaien en naar huis te gaan. Eenmaal thuis aangekomen, gaat hij gelijk aan tafel zitten en begint dan weer voor de zoveelste keer met tegenzin te eten. Zijn ouders merken, dat er iets is. Uit het niets vraagt zijn vader: “Jongen, is er iets? Want je bent al weken afwezig en eten doe je ook al niet echt.”
“Er is niks aan de hand. Heb het gewoon druk met school.”
“Nou, over school gesproken. Je mentor heeft gebeld.”
“Die vroeg of wij wisten wat er met je was. Want je bent dan wel op school, maar tijdens de lessen let je niet op.”, meldt zijn moeder bezorgd, “Je weet dat je met alles bij ons terecht kan.”
“Ja, dat weet ik.”
“Het is maar dat je het weet. Dus wat is er aan de hand met je?”
“Gewoon druk met van alles. Ik wil alles tegelijk. En dat gaat blijkbaar niet.”
“Oké, maar je weet het, hè? Je kan altijd bij ons terecht.”, zeggen ze ouders beide bezorgd.
“Dat weet ik pap en mam.”

Als Tim een paar uur later in bed ligt valt hij in een onrustige slaap.
‘Zo jij wou er dus bijna een eind aan maken.’
‘Ja, ik zag en zie nog altijd geen andere uit weg.’
‘Nou ik wel. Door het tegen je ouders te zeggen.’
‘Ja, Koen, nou weet ik het wel.’
‘Nou als je het weet, doe het dan ook.’
‘Hoe vaak moet ik nou zeggen, dat het niet zo makkelijk is als het lijkt.’
‘Er een einde aan maken, is ook niet alles.’
‘Dat weet ik ook wel. Maar misschien is het wel beter zo.’
‘Nee, zo moet je niet denken, Tim.’
‘Hoe dan wel? Ah fijn, een heerlijk ongelukkig leven heb ik, zeg.’
‘Tim, denk eens normaal.’
Dan ineens is Koen weg en staat die weer bij het spoor. Hij hoort een trein aan komen. Zodra de trein nadert springt hij snel op het spoor.

Met ruk zit Tim overeind in zijn bed. Het was maar een droom, allemaal. Hij gaat weer liggen, maar slapen lukt niet echt. Hij besluit om zijn bed uit te gaan en start zijn computer op. Als die even later rustig zoemt, gaat hij op zoek naar het document, wat hij laatst heeft gemaakt. Hij klikt het open en begint het te lezen. Dan begint hij wat dingen aan te passen en te veranderen. Na ruim een half uur slaat hij het document op en sluit hij de computer af. Hij stapt zijn bed in en kijkt nog even naar zijn wekker, het is pas half drie ’s nachts. Hij valt na een minuut of vijf weer in slaap.

‘Tim je kan ons alles vertellen.’
‘Dat weet ik.’
‘Tim je kan op mij rekenen.’
‘Dat weet ik.’
‘Tim, je hebt nog maar drie dagen!!!’, zeggen zijn ouders en Koen tegelijk.

© Geoff (dkz09), 2014

Geoff
Berichten: 46
Geregistreerd: zondag 22 juni 2014 13:48
Woonplaats: Amsterdam
Heeft Bedankt: 2 keer
Ontvangen Bedankjes: 40 keer
Bericht Re: Liefde door Geoff » donderdag 03 juli 2014 18:51

11.

“Dit meen je niet, hè?”
“Een negeneneenhalf voor die tekst.”
Sofie en Tom kunnen het nog altijd niet geloven. Hun vriend heeft voor een tekst zo’n hoog cijfer gehaald! Tom had een zeven en Sofie, die wel eens verhaaltjes schrijft, heeft maar een achteneenhalf. Niemand had hoger dan Jasper. Hij zelf was er wel trots op. Wie had het ooit gedacht dat hij een zo hoog cijfer zou halen? Terwijl hij dyslectisch is.

Maar ja, een hoog cijfer helpt niet met zijn gevoelens voor Tim. Want na die droom van gisternacht, waarin hij met Tim had liggen zoenen, was het nog meer onrustig in zijn hoofd geworden. Hij had al ’ns een keer gezoend met Tim, zonder dat hij wakker werd, of dat de wekker ging. Misschien was het wel een beloning, omdat hij die tekst had gemaakt over de liefde. Maar afgelopen nacht had hij geen mazzel. Op het moment, dat ze zouden zoenen, ging zijn telefoon. Het was een sms’je van Tom met de melding: ‘Je hebt nog twee dagen, Jasper!!’ Daarna heeft hij geen oog meer dicht gedaan. Waarom moest Tom hem daar voor midden in de nacht lastigvallen? Toen hij er vanochtend op weg naar school over begon, had Tom alleen maar ‘sorry’ gezegd en bood ook gelijk zijn excuses aan.

“Ah, geeft toch niet, Tom.”
“Wat geeft niet?”, vraagt Sofie.
“O, niks bijzonders.”, zegt Tom.
“Niks bijzonders, nou wordt het nog mooier!” protesteert Jasper.
“Ik kan het niet meer volgen.”, zegt Sofie licht geïrriteerd.
“Nou, meneertje daar vond het nodig om midden in de nacht een sms’je te sturen.”
“Tom, waarom stuur je Jasper nou midden in de nacht een sms?”
“Sofie, het wordt nog mooier want weet je wat meneertje in zijn sms’je had gezet?”
“Nou vertel, wat stond er in?”, hengelt Sofie nieuwsgierig.
“Nou, dat ik nog maar twee dagen heb.”
“Waarom val je hem daar ’s nachts mee lastig, Tom?”, vraagt Sofie.
“Nou, ik werd wakker en ineens besefte ik me, dat hij nog maar twee dagen heeft, om Tim mee te vragen.”, kalmeert Tom.
“Tom, hoe vaak moet Jasper het nog zeggen, dat hij dat niet doet?”, merkt Sofie op.
Hier kijken de twee vrienden van op. Voor het eerst zegt Sofie iets, wat waar is. Sofie merkt, dat de jongens haar aankijken.
“Heb ik iets van jullie aan of zit mijn haar niet goed?”, vraagt Sofie.
“Nee, dat is het niet.”, zucht Tom.
“Je zegt alleen een keer iets heel wijs.”, meldt Jasper.
“En dat zijn we niet van je gewend.”, vult Tom aan.
“Inderdaad, dat zijn we niet gewend van je.”, echoot Jasper.
“Maar Jasper, aan één kant heeft Tom wel gelijk.”
“En bedankt, Sofie.”
“Maar het is wel zo, Jasper, wij hebben gelijk.” beslist Tom.
“Ja inderdaad, wanneer ga je nou eens je droomprins vragen?”
“Dat doe ik nooit. Jullie weten ook waarom.”
“Maar Jasper, dit is niet meer de basisschool.”
“Nee, dit is de middelbare school. Dus nog tien keer erger als de basisschool.”
“Dat zal wel mee vallen, Jasper.”, kalmeert Tom.
“Hoe kan jij dat nou weten?”, vraagt Jasper.
“Ze zijn hier wel wat jaartjes ouder dan op de basisschool.”, probeert Tom zijn vriend gerust te stellen.
“Daar heeft Tom wel gelijk in, Jasper.”, zegt Sofie om Tom te helpen.
“Maar toch doe ik het niet. Stel dat ik een blauwtje loop. Of dat ze hier nog zo kinderachtig zijn.”, zegt Jasper, terwijl hij het iets al dan niet te kwaad krijgt.
Tom en Sofie merken het en besluiten hun mond er verder over dicht te houden. Voordat er echt een grote ruzie ontstaat. Van één kant snappen ze Jasper wel. Maar van de andere kant, wat zou er kunnen gebeuren? Ze zullen hier toch niet mega kinderachtig zijn? De rest van de dag word er geen woord meer over gesproken.

Als de schooldag er op zit, lopen de vrienden gezamenlijk de school uit. Sofie rent gelijk weg zodra ze één voet buiten het gebouw zet.
“Tot morgen!”, roept ze nog snel naar haar vrienden, want haar bus komt net de hoek om gereden.
Jasper en Tom lopen op hun gemak richting hun fietsen. Als ze even later bij het pleintje komen, waar ze afscheid nemen, praten ze nog even door.
“Hey Jasper, ik snap je wel, maar ik vind het een beetje sneu voor je, als daar alleen aan de kant staat.”
“Tom, ik snap het wel. Maar maak je geen zorgen om mij. Ben het wel gewend.”
“Maar Jasper, wie weet, gebeurt er die avond wel iets bijzonders.” plaagt Tom zijn vriend.
“Ach, daar ga ik maar niet vanuit. Dan valt het alleen maar mee.”
“Daar heb je wel een punt. Maar ik ga er vandoor.”
“Is goed. Zie je morgen.”
“Tot morgen.”
Als Jasper even later thuis is, loopt hij gelijk naar zijn kamer, waar hij direct zijn computer opstart, voordat hij zich op bed laat vallen. Na enkele minuten klinkt er een pling door de speakers. Hij staat op en loopt naar de computer en ziet dat hij een mailtje van Niels heeft gekregen.

‘Hoi Jasper,
Kwam je mailadres tegen in de papieren van de musical. Vandaar dit mailtje.
Het is al een paar dagen geleden dat we elkaar gesproken hebben. Ik was benieuwd of jij die jongen al gesproken hebt? Heb het er met Bart (mijn vriend weet je nog :P) over gehad. En hij zei hetzelfde als ik. Gewoon op die jongen afstappen en al is het alleen maar hoi, wat je tegen hem zegt. Dat maakt niet uit, maar je hebt in ieder geval iets tegen hem gezegd. Dan zie je wel hoe het gesprek en contact verder verloopt.
Je hoeft nergens bang voor te zijn. Laat de wereld de rambam krijgen. Wees trots op wie je bent. Maar goed. Als je nog eens wilt praten mag je altijd naar mij toe komen. Je mag mij ook gewoon terugmailen. Nou ik hoor en/of zie je nog wel eens.
Groetjes Niels
PS. Ook de groetjes van Bart.’

Als Jasper net klaar is met lezen, roept zijn moeder dat er eten is. Hij besluit om na het eten gelijk Niels terug te mailen. Als Jasper na het eten terug op zijn kamer is, besluit hij eerst even snel zijn huiswerk te maken. Na een klein uurtje is al het huiswerk af. Dan klikt hij de mail van Niels weer open, klikt op de knop beantwoorden en begint hij te typen.

‘Beste Niels,
Heb die jongen niet aangesproken. Durf het gewoon niet. Want telkens als ik hem zie, dan sla ik dicht. Sofie en Tom beginnen er ook steeds over, dat ik hem moet vragen voor het feest. Maar ik zie het niet zitten. Omdat ik niks durf te zeggen. Heb ook geen zin om voor schut te staan voor de hele school. Met de kans dat ik dan gepest en getreiterd word. Nou, daar dank ik persoonlijk voor. Ben op de basisschool al genoeg gepest. Maar in mijn dromen durf ik wel van alles. Droom elke nacht over hem. De ene nacht helpen we elkaar met huiswerk en de andere nacht dansen we met elkaar. Alleen zoenen lukt nooit, want dan word ik wakker. Door middel van de wekker of ik word wakker geroepen. Of ik schrik gewoon wakker. Alleen laatst was het ons wel gelukt om te zoenen. Het voelde zo echt. Maar toen ik wakker werd, wist ik honderd procent, dat ik het gedroomd had. Maar ja, dromen zijn bedrog, zegt iedereen. Maar het gekke is: In het echt durf ik niks tegen die jongen te zeggen en in mijn dromen durf ik wel alles. Echt, snap er niks meer van. Verliefd zijn is niet leuk en mooi. Het is juist stom en vervelend. Kom wel naar de musical kijken en daarna even op het schoolfeest wachten tot Tom en Sandra uit gedanst zijn en we weer richting huis gaan.
Groetjes Jasper.
PS. Doe ook de groetjes aan Bart :P
PSS. Vindt het mailen helemaal geen bezwaar.’

Daarna drukt Jasper op de knop verzenden. Als de mail verstuurd is, gaat hij naar beneden om thee te drinken. Als hij zijn thee op heeft, gaat hij zich douchen en tandenpoetsen. Als hij een halfuurtje later in zijn bed stapt, denkt hij nog eens na over wat Tom, Sofie en Niels allemaal hebben gezegd. Misschien hebben ze wel gelijk. Je weet nooit hoe iemand is. Maar ja, je leest bijna overal, dat homo’s en lesbiennes, die voor hun geaardheid uit komen op school, altijd worden gepest en geslagen. Daar heeft hij gewoon geen zin in. Na een tijdje valt hij in een onrustige slaap - alweer.

‘Heey Jasper.’
‘Heey Tim. Hoe is het?’
‘Goed en met jou?’
‘Gaat wel. Maar ik wil je iets vragen.’
‘Je mag mij alles vragen. Dat weet je.’
‘Waarom durf je niks tegen mij te zeggen?’
‘Dat doe ik toch wel?’
‘Ja, maar ik bedoel, waarom durf je mij in het echt niet aan te spreken?’
‘Ik sla altijd dicht als ik je zie. Maar waarom spreek je mij eigenlijk nooit aan in het echt?’
‘Om dezelfde reden als jij.’
Hun monden komen dichter bij elkaar.
Dan ineens gaat de telefoon van Jasper.

© Geoff (dkz09), 2014

Geoff
Berichten: 46
Geregistreerd: zondag 22 juni 2014 13:48
Woonplaats: Amsterdam
Heeft Bedankt: 2 keer
Ontvangen Bedankjes: 40 keer
Bericht Re: Liefde door Geoff » donderdag 03 juli 2014 18:56

12.

“Je hebt nog maar alleen vandaag.”, roept Koen, terwijl Tim aan komt fietsen.
“Ja en?”, vraagt Tim wat bozig terwijl hij doorfietst. Koen moet een sprintje maken om naast zijn vriend verder te trappen.
“Sorry, wist niet dat je kwaad werd.”
“Geef niet. Ik moet juist sorry zeggen.”
“Hoe bedoel je?”
“Ik had niet zo mogen uitvallen tegen je.”
“Dat maakt toch niet uit.”
“En daarbij, ik heb nog twee dagen, want ik heb morgen overdag ook nog. Maar je hebt gelijk, ik heb eigenlijk alleen vandaag nog en er zijn nog wel twee dingetjes, die jij en ik vergeten.”
“O ja, wat vergeten we dan?”
“Om te beginnen, ben ik nog niet out bij mijn ouders.”
“WAT!!! Heb je het je ouders nog steeds niet verteld?”, onderbreekt Koen hem.
“Nee, ik durf niet en daarbij heeft het geen haast meer. Want Jasper zit morgen, net als vandaag, de hele dag in het theater. Dus kan ik hem niet meer vragen en hoef ik het mijn ouders ook nog niet te vertellen. ”
“Waarom zou Jasper vandaag en morgen de hele dag in het theater zitten?”
“Hij speelt de hoofdrol in de schoolmusical, weet je nog?”
“O ja, dat is ook zo, ik dacht dat ik het gezegd had.”
“Wat? Ik volg je even niet meer, Koen. Misschien iets minder met Sofie omgaan.”, plaagt Tim zijn vriend.
“Sofie vertelde, dat Jasper drie weken geleden uit de musical is gestapt.”
“WAT!!! En dat vertel je mij nu pas!”, schreeuwt Tim nog net niet naar Koen.
“Ja, sorry, ik was het vergeten.”
“Ach, wat maakt het uit, die kaarten kan ik toch niet terug brengen.”
Tim had kaarten voor hem en Koen gekocht voor de schoolmusical. Zo kon hij de hele avond naar Jasper kijken. Maar ja, nu deed Jasper niet meer mee.
“Misschien moet je wat minder aan Sofie denken.”, plaagt Tim zijn vriend.
“Hoor wie het zegt. Jij wint het nog van mij, meneer de dagdromer!”, plaagt Koen terug. “Maar Tim, je hebt dus nog een kans om hem te vragen en je ouders het te vertellen.”
“Koen, hou er even over op. Want we zijn al bijna bij school.”
“Oké, ik zal er wel over op houden.”
“Dank je, Koen.”
“Althans, tot na school.”, zegt Koen serieus.
Tim kon er wel een beetje om lachen. Zo was Koen nou eenmaal. Hij wist precies, wanneer hij wel iets kon zeggen en wanneer niet. Tim wist ook wel waar het na school over zou gaan. Daar ging het tenslotte al het hele schooljaar over. Koen bleef van mening dat Tim het gewoon zijn ouders moest vertellen. Sinds ze via Sofie hebben vernomen dat Jasper homo is, moest hij van zijn vriend gewoon op Jasper afstappen. Maar hij durfde niets en is bang dat de hele school hem zou pesten. Maar hij was ook bang voor de reacties van zijn ouders.

De hele dag doet hij zijn best om zijn aandacht te focussen op de lessen, om te ver komen, dat zijn ouders weer worden gebeld door school. Maar het lukt maar half om bij de lessen te blijven. Tijdens elke les dwalen zijn gedachten af naar Jasper, zijn ouders en wat Koen weer eens voor honderdste, beter gezegd voor de miljoenste, keer zou gaan zeggen. Na wat voor Tim een week duurde, ging eindelijk de laatste bel. Als Tim en Koen even later op hun fiets stappen, zien ze Jasper en zijn vrienden lopen. Sofie zwaait heel verliefd naar Koen en die zwaait net zo verliefd terug.
“Je mag van best naar haar toe gaan om een kus te halen.”
“Nee, ik zie haar vanavond, want ik ben uitgenodigd door haar ouders om te komen eten.”
“Zo, jullie laten er ook geen gras over heen groeien.”, lacht Tim naar zijn vriend terwijl ze beginnen te fietsen.
“Ach, is toch wel zo netjes.”
“Dat is waar. Maar waarom ga je niet gelijk met haar mee?”
“Omdat ze nog met haar mama boodschappen moet doen. En daarbij ben ik pas om half zes vanavond welkom.”
“Wat ga je dan tot die tijd doen?”
“Met jou mee naar huis en eens flink op je inpraten, zodat je vanavond het nog aan je ouders vertelt en morgen Jasper vraagt.”
“Dat kan ik mij niet herinneren.”
“Nou, dan is het maar goed, dat ik het heb onthouden. Hè?”
“Daar geef ik geen antwoord op.”

Als ze even later bij Tim op de kamer zijn, hoopt Tim, dat hij Koen snel en te slim af kan zijn door gelijk aan het huiswerk te beginnen. Maar helaas voor hem, Koen heeft zijn vriend door.
“Tim, vertel het je ouders nou gewoon. Dan ben je er vanaf.”
“Uhm, wat moeten we ook al weer doen voor geschiedenis?”
“Luister je wel?”
“Volgens mij moesten we van hoofdstuk zeven de opdrachten acht tot en met twaalf maken.”
Dan pakt Koen kwaad het geschiedenisboek van Tim af en gooit het op het bed van Tim.
“Nu ga je eens goed luisteren, Tim.”
“Waarom doe je dat nou? Dat boek moet nog mee tot de zomervakantie.”
“Tim, stil en luister eens naar mij. Want ik begin een beetje mijn geduld te verliezen.”
Tim kijkt nu echt geschrokken naar zijn vriend. Hij heeft door dat Koen het nu echt meent. Hij doet wat Koen hem vraagt en is stil en luistert netjes en beleefd naar Koens preek.

“Tim, ik snap je niet. Je bent begin dit schooljaar er achter gekomen, dat je homo ben. Het kwam door één persoon. Je kon vanaf dat moment alleen maar over hem hebben en aan hem denken. Ik ben de eerste aan wie je verteld hebt, dat je homo bent. Ik heb toen al gezegd, dat je het aan je ouders moest vertellen. Je zei toen van 'ja ja, dat komt wel een keer'. Maar inmiddels zijn we ongeveer vijf maanden verder en je ouders weten nog steeds van niks. Ik heb je vaak genoeg aangeboden om je te helpen. Ik heb zelfs aan Sofie gevraagd of Jasper homo is. Ik snap en begrijp best, dat het moeilijk is voor je. Maar ooit moet je die stap zetten. Je kan niet je hele leven blijven liegen tegen je ouders. Die hopen nu, dat je ooit thuis komt met een meisje, waar je stapelgek op bent en in de toekomst mee gaat samenwonen en misschien wel, dat je gaat trouwen met je vriendin en dat jullie dan kinderen krijgen, zodat ze opa en oma worden. Zou je willen, dat ze hun hele leven zich op iets gaan verheugen, dat toch niet gaat gebeuren? O, wacht even, meneer gaat wel ooit samenwonen, maar dan met zijn vriendje, die hij geheim houdt voor zijn ouders. Dus wat ga je doen? Ja, ga je liegen tegen je ouders of vertel je ze de waarheid? Daar hebben die mensen recht op. Ik zeg je één ding: ze zullen altijd van je blijven houden. Ik ken je ouders inmiddels wel. Zoals ik het in kan zien, zullen ze je echt wel accepteren. Geloof mij nou maar. En als je het niet voor mij doet, doe het dan voor Jasper. Dat is toch je grootste liefde?”

Tim kan geen woord uit brengen. Hij is zelfs nog meer geschrokken dan hij was, voordat Koen aan zijn preek begon. Want hij heeft gewoon gelijk. Maar toch weet Tim het niet helemaal zeker. Hij wil zijn ouders niet voorliegen. Maar hij durft het ook weer niet te zeggen. Toch misschien de angst dat zijn ouders hem uit huis gooien. Omdat ze hem niet accepteren. Maar als hij Koen moet geloven, zouden zijn ouders hem juist accepteren.
“Aarde aan Tim of sta ik tegen de muur praten?”
“Ik moet het even laten bezinken.”
“Begrijp mij niet verkeerd. Ik probeer je iets duidelijk te maken.”
“Dat weet ik ook wel.”
“Dus, wat ga je doen?”
“Ik weet het gewoon inmiddels helemaal niet meer.”
“Tim, je kan je niet altijd blijven verschuilen. Ooit moet je die stap zetten.”
“Dat weet ik ook wel.”
“Maar ik ben er vandoor, want anders ben ik te laat bij Sofie.”
“Dan zou ik maar eens gaan, anders maak een slechte eerste indruk bij je schoonouders.”
“Als jij belooft, dat je eens een besluit gaat nemen over het gene, wat ik je net zei?”
“Zal ik doen. Ik kan je alleen niks beloven.”
Na deze woorden gaat Koen weg richting Sofie en haar ouders. Tim blijft alleen achter. Hij staat op en loopt naar zijn bed om zijn geschiedenisboek te pakken. Een paar tellen later zit hij aan zijn bureau met zijn geschiedenisboek open. Daar blijft het bij. De preek van Koen wordt opnieuw in zijn hoofd afgedraaid. Als hij de toespraak voor de tiende keer afdraait, roept zijn moeder dat er eten is. Het dringt een klein beetje door tot Tim. Hij staat op, loopt totaal in gedachten naar beneden en gaat aan tafel zitten, waar het eten al klaar staat.
“Jongen is er iets? Je zit zo in gedachten?” vraagt zijn vader bezorgd.
“Uhm, het eten is weer lekker, mam.”, antwoordt Tim.
“Nou, die is echt ergens anders met zijn gedachten, schat.” zegt meneer Vos, alsof Tim er niet bij is.
“Dat denk ik ook. Kon ik nou maar eens in zijn hoofd kijken, gewoon om te zien wat er in hem om gaat.”, zegt mevrouw Vos bezorgd.
“Hij is al maanden zeer veel in gedachten verzonken. Misschien moet we eens met Koen praten of met leerkrachten van school.”
“Met Koen praten heeft niet zoveel zin. Dat heb ik al eens geprobeerd. Maar ik kreeg er niks uit. De ouders van Koen hebben ook pogingen gedaan. Maar Koen laat niks los en zij krijgen bij Tim er net zoveel uit als wij.”, zegt mevrouw Vos tegen haar man.

Als ze klaar zijn met eten, gaat Tim weer naar boven. Hij besluit zich om eerst te douchen. Door het stromende water komt hij weer enigszins weer terug op aarde. Als hij zo een kwartiertje later terug is op zijn kamer, besluit hij zich toch maar eens wat te verdiepen in het geschiedenisboek, dat op zijn bureau nog altijd open ligt. Maar zodra hij zich er over buigt, dwalen zijn gedachten weer af naar Jasper, zijn ouders en vooral naar de preek van Koen. Na bijna een uur is hij het zo zat, dat hij zijn tanden gaat poetsen en naar bed gaat. Zodra hij goed en wel in bed ligt, komen zijn ouders zijn kamer binnen.
“Tim, kunnen we even praten?”, vraagt zijn moeder.
‘Ze hebben het toch niet door. Of heeft Koen zijn mond open?’
“Uhm, ja hoor, dat kan.”, antwoordt Tim.
“We weten niet wat er met je is, maar je doet al dagen of beter gezegd maanden raar.”, begint zijn vader.
“En als wij vragen, of er iets is, dan zeg je alleen maar, dat je gewoon druk met school bent.”, vult zijn moeder aan. “Je weet donders goed, dat je met ons over alles kan praten.”
“Ja, dat weet ik.”, bevestigt Tim.
“Heeft het misschien met een meisje te maken, dat je leuk vindt?”, vraagt zijn moeder voorzichtig.
‘Nee, hè. Hier had Koen hem nog voor gewaarschuwd.’
“Nee, mam, het heeft niks met een meisje te maken. Ik vind het gewoon een zwaar jaar op school.”
“Of heeft het met een jongen te maken?”, vraagt zijn vader net zo voorzichtig als zijn moeder. Tim schrikt een klein beetje hier van. Heeft hij net 'meisje' op de verkeerde manier uitgesproken? Zijn ouders merken het niet.
“Nee, Ik ben niet verliefd. Zoals ik al net zei, het is gewoon een heel zwaar jaar, dit.”
“Oké, jongen. Ga maar lekker slapen, want voor je morgenavond terug bent van dat schoolfeest, is het ook al middernacht.”, zegt zijn moeder. Dan lopen zijn ouders zijn kamer uit en zeggen tegelijk: “Slaap lekker jongen.”
“Jullie ook welterusten.”

Als de deur dicht is, doet Tim het licht uit en valt na enkele minuten in een onrustige slaap.
‘Heey dit was een kans om het te zeggen.’
‘Laat me even met rust Koen.’
‘Oké, maar het was wel het moment om te zeggen.’
‘Ja, ja, ja, nu weet ik het wel.’

© Geoff (dkz09), 2014

Geoff
Berichten: 46
Geregistreerd: zondag 22 juni 2014 13:48
Woonplaats: Amsterdam
Heeft Bedankt: 2 keer
Ontvangen Bedankjes: 40 keer
Bericht Re: Liefde door Geoff » vrijdag 04 juli 2014 13:54

13.

“Eén hele goedemorgen op deze schitterende Valentijnsdag. ”, meldt de stem van de radio, “Ik wens alle luisteraars een liefdevolle en romantische dag toe.”
‘Nee hè?’, denkt Jasper bij zichzelf, als hij de wekker uitzet, ‘Is het jaar nu al om? Ik heb geen zin om mijn bed uit te komen. Ik blijf gewoon in bed en draai mijn nog eens om en wie weet val ik in slaap en wordt ik pas morgenochtend wakker.’

Jasper staat op, loopt richting de gordijnen en zet zijn computer aan. Dan schuift hij de gordijnen open en opent het raam. Hij besluit even met zijn hoofd naar buiten te hangen. Om rustig wakker te worden. Dan schrikt hij van het bekende pling geluidje. Als hij bij zijn computer gaat kijken, ziet hij dat hij gisteravond laat nog een mail heeft ontvangen van Niels. Hij klikt op het mailsymbool.

‘Hoi Jasper.
Om te beginnen de groetjes terug van Bart. Heb ook al tegen hem gezegd, dat ik hem extra in de gaten hou (morgen)avond. Vind het leuk, dat je gezellig komt kijken naar de musical en ook nog even op het schoolfeest komt kijken. Maar ja, wat moet ik zeggen over die dromen en niks durven te zeggen tegen die jongen? Ik weet het even niet meer. Je hebt gelijk, dromen zijn bedrog en daarom durf je vaak bepaalde dingen wel in je dromen, maar niet in werkelijkheid. Dat je in werkelijkheid niks tegen die jongen durft te zeggen, zou ik normaal gesproken lafheid noemen. Maar ik snap je wel. Je bent vroeger veel gepest. En dit wil je het liefste voorkomen. Dat snap ik volkomen, maar je kan je niet altijd maar aanpassen aan de rest van de wereld. Want waarom moet jij je blijven aanpassen aan de rest? Laat de rest zich maar aan jouw aanpassen. Bart geeft ook nog wijze raad: Wees trots op wie je bent. Ook al kan een ander het niet accepteren. Die is het dan niet waard. Nou ik zie en spreek je (morgen)avond weer. Want het is al laat en morgen word het een lange dag.
Groetjes van Bart en mij.’

Jasper kan er wel om lachen, als hij het mailtje heeft gelezen. Hij denkt er over om terug te mailen, maar dat heeft weinig zin. Niels is vandaag de hele dag druk met de schoolmusical. Die zit na afloop van de première in het theater van de school vast. Dus die ziet de mail dan toch pas, als hij thuis komt. Hij sluit zijn computer af, pakt zijn kleding, schoolspullen en sluit het raam. Hij gaat richting de badkamer om zich om te kleden. Als hij even later de aan ontbijttafel zit en een boterham naar binnen propt, komt zijn moeder beneden.

“Fijne Valentijnsdag jongen.” zegt zijn moeder.
“Jij ook mam.” zegt hij netjes terug.
Want ja, zijn moeder weet niet, dat hij eigenlijk een hekel heeft aan deze dag. Als hij zijn ontbijt op heeft, trekt hij zijn jas en schoenen aan. Hij wenst zijn moeder een fijne dag en gaat weg. Onderweg denkt hij nog eens na over de wijze raad van Bart. Die Bart heeft van één kant gelijk. Net als Niels. ‘Hij moet zich toch niet altijd blijven aanpassen aan de rest?’, denkt hij bij zichzelf. Dan ineens wordt hij uit zijn gedachte gehaald door Tom, die hem roept. Twee teller later staat hij naast zijn vriend stil.

“Ik dacht dat jij deze dag over zou slaan?”, vraagt Tom plagerig aan Jasper.
“Dat wou ik ook, maar mijn wekker dacht er anders over.”, zegt Jasper teleurgesteld.
“Dan weet je ook, wat voor dag het is vandaag?”, zegt Tom lollig.
“Ja, dat weet ik. De dag, waarop jij geen beste vriend meer hebt.”, zegt Jasper droog terug.
“O, echt? Ik dacht de hele tijd, dat pas volgende week was.”, lacht Tom terug, als ze beginnen te fietsen.
“Nee. Ik moet je helaas teleurstellen. Het is echt vandaag. Dus bij deze.”, lacht Jasper hardop.
“Nou, mooi is dat.”, zegt Tom verdrietig.
“Ik weet natuurlijk, wat voor dag het vandaag is.”, zegt Jasper.
“Oké, maar wat voor dag is het dan vandaag?”, vraagt Tom vrolijk.
“Dat weet je zelf ook wel. De dag, waarop jij denkt Sandra te kunnen zoenen. Maar dat gaat je niet lukken. Daar zorg ik persoonlijk voor.”, zegt Jasper.
“Nou, jij gunt je ex-beste-vriend ook niks.”, zegt Tom opnieuw verdrietig maar ook tegelijk opgewekt.

Als ze bij school zijn aangekomen en hun fietsen in de stalling zetten, komt Sofie naar hen toe gelopen. Ze begint meteen over hoe geweldig het gisteravond wel niet was, toen Koen bij haar thuis kwam eten. Jasper luistert er maar met een half oor naar, want hij is inmiddels weer in gedachten verzonken. Hij denkt terug aan, wat Bart heeft gezegd. Hij is trots op, wie hij is. Zijn moeder, zus, Tom en Sofie accepteren hem. Of de rest van de school het zou accepteren, weet hij niet. Oké, Niels accepteert het. Maar het zou raar zijn geweest, als die het niet zou accepteren. Hij zelf is ook homo. Oké, hij zat dan wel niet meer op school. Hij loopt nu stage bij meneer Kostuum en volgt de opleiding dramadocent. Nou, dan zit hij bij meneer Kostuum wel goed. Want die is zelf al drama genoeg.

Als de eerste bel gaat, schrikt hij op uit zijn gedachten en loopt samen met zijn vrienden de school in. Sofie blijkt nog niet klaar te zijn met haar verhaal. Het enige wat hij ervan meekrijgt, is dat haar ouders Koen hebben goedgekeurd, zoals ze het zelf zo noemt. Als ze hun plekje gevonden hebben in het lokaal van mevrouw Londen, gaat de tweede bel. Dan pas houdt Sofie haar mond. Maar zodra de eerste pauze aanbreekt, begint ze weer met haar verhaal. Maar het ontgaat Jasper opnieuw, want hij ziet Tim en Koen een paar tafels verder zitten. Met zowat alle meiden van de school om zich heen. Hij vindt het knap dat Sofie niet jaloers is. Omdat bijna alle meiden achter Koen en Tim aan zitten.

Hij is wel jaloers, omdat er altijd meiden om hem heen hangen. Maar ja, het is niet anders. Hij durft niks te zeggen. Dus zal hij zich er maar bij moeten neerleggen. Als de bel gaat, staat hij op en loopt samen met zijn vrienden richting het biologielokaal. Maar zoals het hele schooljaar gaat, gaat het vandaag ook weer zo. Jasper zit steeds in gedachten verzonken. Normaal over Tim en dat is nu ook zo. Maar nu ziet hij steeds Tim voor zich, die staat te dansen met verschillende meisjes. Ook ziet hij steeds voor zich, hoe Tim sommige meisjes zoent. Hij wordt er gewoon misselijk van. Het liefste zou hij thuis willen blijven vanavond. Maar dat gaat niet, hij heeft Niels beloofd, dat hij zou komen kijken naar de musical.

‘Waarom ben ik vanochtend opgestaan?’ vaagt Jasper zichzelf af als hij thuis is, ‘Ik had gewoon in bed moet blijven. Ik haat deze dag gewoon. Als het aan mij ligt, wordt hij afgeschaft.’

Maar helaas, hij kan er niks aan doen. Hij zal zich erbij moeten neerleggen. Elk jaar opnieuw op dezelfde datum. Hij kon zich vanochtend bedwingen, om niet over zijn nek te gaan. Zijn zus was helemaal in to Tom. Ze had wel honderd keer gevraagd aan Jasper, hoe laat Tom naar hun toe kwam en wat Tom aan zou doen. En ga zo maar door. Hij werd er gewoon gek van. Ondanks dat hij vanochtend zo een ontelbare keren hetzelfde antwoord gegeven had: “Hij komt om zeven uur en nee, ik weet niet wat hij aantrekt. Maar als je het zo graag wilt weten wat hij aantrekt, dan pak je de telefoon en bel je hem op of je vraagt het straks op school.”

Hij had het één keer zo boos gezegd, dat zijn zus had gezegd; “Je hoeft niet kwaad te worden.”
Hun moeder bemoeide zich er zelfs mee. Ze had tegen Sandra gezegd, dat ze moest ophouden met zeuren over vanavond. Want het begon erg te irriteren en Jasper had op zijn uitbarsting moeten letten. Zijn moeder had gezegd: “Ik kan er ook niks aan doen, dat je veels te druk met school hebt, waardoor je de rol in de schoolmusical hebt teruggegeven.”

Jasper had bijna gezegd, waarom hij eigenlijk met de musical gestopt was. Maar kon zich nog net op tijd zijn woorden inslikken. Want als hij het zou vertellen, waar zijn zus bij was, dan was zij begonnen met hem te plagen tot in de eeuwigheid. Vooral omdat hij geen stappen durfde te ondernemen, wat betreft Tim. En God, wie weet zou zijn zus wel even op Tim afstappen en zeggen dat haar broer verliefd op hem is. Zijn moeder zou hem advies geven. Hetzelfde advies als Tom, Sofie, Niels en Bart ook al hadden gegeven. Maar daarnaast zou zijn moeder zich weer gelijk zorgen gaan maken over hem. Dat deed ze ook toen hij haar vertelde, dat hij homo is. Ze begon gelijk van ‘Ach dat wist ik al. Ik heb nooit iets gezegd, omdat ik vond dat je het zelf moest ontdekken en er zelf over moest beginnen.’, zoals hij op dat moment deed en ‘Dat hij altijd voorzichtig moest zijn. Het altijd veilig moest doen. Niet zomaar met elke jongen mee gaan. Dat hij altijd bij haar terecht kan als hij ergens mee zit en ga zo maar door.’
‘Ze moest eens weten waar hij nu mee zit.’, denkt hij bij zichzelf.

Ze zou dan gelijk weer haar bezorgde kant laten zien, ‘Wat weet je van die jongen? Is ook homo of is hij biseksueel? Hoe oud is hij? Zit hij bij jouw in de klas en/of zelfde jaar? Weet je het zeker? Hou er rekening mee dat hij gewoon hetero is en een vriendin heeft en ga zo maar door.’
Hij weet, dat ze het lief en goed bedoelt. Maar soms is het wel erg overdreven. Zoals een paar weken geleden, toen hij een epileptisch aanval had kreeg bij gym en in het ziekenhuis was beland, omdat er iemand een bal zijn kant had opgeschopt. Die bal kwam keihard tegen zijn maag aan, waardoor Jasper op de grond viel en het zwart werd voor zijn ogen. Hij kwam pas bij, toen hij in de ziekenwagen lag. Hij heeft toen twee nachten in het ziekenhuis gelegen en daarna een week lang thuis met een zware hersenschudding.

Zijn moeder had extra vrij genomen van de werk om voor hem te zorgen. Ze kwam bijna elke tien minuten kijken, hoe het met hem ging en of hij iets nodig had. Hij werd er gek van. Vooral die maandagochtend wilde hij naar school. Maar van zijn moeder mocht hij niet. Ze vond, dat hij nog beter een weekje thuis kon blijven. Maar toen Sandra had beloofd op haar broertje te letten, mocht hij eindelijk naar school.

Hij weet wel, dat zijn moeder het goed bedoelt. Maar soms zou hij willen, dat ze zich niet zo bezorgd deed, als er iets met hem of zijn zus aan de hand is. Maar zo zijn alle moeders nu eenmaal. Want dat is ook bij Tom en Sofie thuis. Als ze maar een keertje te veel niezen of hoesten, staan hun moeders al gelijk met de thermometer klaar om te kijken, of ze geen koorts hebben. Niet alleen hun moeders zijn zo, ook hun vaders zijn erg bezorgd om hun kinderen. Als Jasper daar aan denkt, krijgt hij tranen in zijn ogen. Hij mist zijn vader elke dag.

Hij was maar twee jaar en zijn zus was vier jaar oud, toen hun vader plotseling uit hun leven werd genomen. Zijn vader was alleen naar de chinees gegaan om eten te halen. Alleen is hij nooit meer terug gekomen. Toen hij na een uur nog niet terug was, maakte zijn moeder zich zorgen. Tot in eens de deurbel ging. Zijn moeder deed de deur open en schrok zich een hoedje. Er stonden twee agenten voor de deur. Ze kwamen niet voor de gezelligheid. Ze hadden een nare mededeling. Zijn moeder moest eerst iemand bellen om te vragen, of die wilde komen om op de kinderen te letten. Zijn moeder had bij de buren aangebeld en gevraagd of hij en Sandra even bij hen mochten spelen. Een van de agenten vroeg, of de buurvrouw even tijd had om samen met hun moeder mee te naar binnen te gaan. Toen zijn moeder en de buurvrouw in hun huis op de bank zaten, begon een van de agenten te vertellen, waarom ze waren gekomen.

Er was een ongeluk gebeurd op een kruispunt. Er was een fietser aangereden door een dronken automobilist. De automobilist was zo dronken, dat hij niet gemerkt had, dat hij iemand had aan gereden. Die gek was gewoon door gereden. Mensen, die het hadden zien gebeuren, hadden de politie gebeld. Iemand had zelfs het kenteken van de auto onthouden en doorgegeven aan de politie. Ook had iemand zich over de fietser ontfermt. Toen de ambulance was gearriveerd, was het al te laat. De fietser was overleden.

Die fietser was zijn vader. De buurvrouw heeft zowel de ouders van zijn vader als die van zijn moeder gebeld. Die kwamen meteen. Jasper en Sandra zijn toen een tijd gaan logeren bij de ouders van hun moeder. Zijn moeder had het hun wel verteld. Hij en Sandra hebben toen allebei dagen lang gehuild. Zijn moeder was weken van de kaart.

Toen hij acht was, heeft zijn moeder het hele verhaal verteld aan hem. Want toen het gebeurde, was hij pas twee jaar. Hij begreep het niet zo. Ze gaan nog elke zondag naar het graf van zijn vader. En met Oud en Nieuw gaat hij met zijn zus en moeder altijd naar de ouders van zijn vader. Ze blijven daar dan altijd drie nachten slapen. Want ze gaan er op de negenentwintigste december heen en komen pas op twee januari terug. Hij kijkt er altijd naar uit. Soms gaat hij in de zomervakanties er ook wel eens heen met zijn zus. Het zijn echt lieve mensen.

Maar hij was laatst alleen naar het graf van zijn vader gegaan. Hij heeft toen alles aan zijn vader verteld. Van dat hij verliefd was op Tim. Maar dat hij het niet durfde te zeggen tegen zijn mama, zus en vooral niet tegen Tim. Omdat hij bang is dat Tim niet op jongens valt. Hij had zelfs het idee dat zijn vader naast hem stond en een knuffel gaf.

“Jasper er is eten!”, roept mevrouw Gunther onder aan de trap.
Als hij zijn bord leeg heeft, gaat hij naar boven. Hij pakt zijn spullen bijeen en gaat de badkamer in. Daar kleedt hij zich om en poetst zijn tanden. Als hij een half uur later uit de badkamer komt, is zijn zus ook net klaar. Zij heeft een eigen badkamer. Jasper is er wel jaloers op. Maar van de andere kant, nu hoeft hij geen uren te wachten tot zijn zus klaar is. Als ze allebei naar beneden gaan, gaat de deurbel. Als Jasper de deur open doet, kijkt hij in het gezicht van Tom die met een bos bloemen voor de deur staat.

“Nou wat lief van je, Tom, speciaal voor mij? Dat had je niet hoeven doen.”, zegt Jasper lollig.
“Sorry, ik moet je teleurstellen, ze zijn voor Sandra.”’
“Nou, dan is het uit en wil ik je nooit meer zien.” zegt Jasper gespeeld boos.
“Ik heb ook iets voor jou.” zegt Tom serieus.
En hij geeft zijn vriend een kus op de wang. Jasper begint te lachen.
“Zo zo zo, jij denkt, ik neem zowel de zus als de broer?”
“Ja, sorry ik kan er niks aan doen. Ik dacht dat ik me kon inhouden, maar nu ik jullie allebei zo zie, kan ik me niet meer bedwingen. Ik ben de gelukkigste jongen van de wereld.”
“Hoezo?” vraagt Sandra.
“Nou ik heb niet alleen een date met jou. Maar ook met je broer, bedacht ik me net. Want ik neem jullie allebei mee.”, lacht Tom.
Nu moeten Sandra, Jasper en mevrouw Gunther ook lachen. Als ze eenmaal zijn uit gelachen, zegt Tom: “Kom op of we komen nog te laat.”

Maar voor ze weg kunnen, zegt mevrouw Gunther: “Wacht even, er moet eerst een foto gemaakt worden. Als Tom nou in het midden gaat staan en Jasper aan die kant en Sandra aan de andere kant. Ja zo, even lachen naar het vogeltje.”
En op het moment dat mevrouw Gunther het knopje in drukt, geven zowel Sandra als Jasper allebei Tom een kus op zijn wang. Daarna stappen ze op hun fietsen en gaan richting school.

© Geoff (dkz09), 2014

Geoff
Berichten: 46
Geregistreerd: zondag 22 juni 2014 13:48
Woonplaats: Amsterdam
Heeft Bedankt: 2 keer
Ontvangen Bedankjes: 40 keer
Bericht Re: Liefde door Geoff » vrijdag 04 juli 2014 13:56

14.

“Happy Valentine’s day.”, zegt de stem uit de radiowekker, “En om deze romantische dag van jaar heerlijk te beginnen, is hier een heerlijk romantische nummer van ...”
‘Waarom moet het al zo vroeg?’, denkt Tim bij zichzelf, als hij de wekker uitzet. Normaal heeft hij geen probleem met Valentijnsdag. Maar dit is voor het eerst, dat hij het liefste de hele dag in bed wil blijven. Waarom weet hij ook niet. Normaal geniet hij van deze dag. Elk jaar krijgen hij en Koen zoveel rozen. Maar dit jaar heeft hij er niet zo’n zin in om zoveel rozen te krijgen. Het liefste zou hij een roos krijgen van Jasper. Of nog beter, zelf een roos aan Jasper geven. Nee, wacht, niet één roos, maar wel honderden rozen. Maar ja, als hij dat zou doen, dan weet de hele school gelijk, dat hij homo is.

Als Tim een half uur later op zijn fiets zit op weg naar school, dwalen zijn gedachten af naar Jasper. Hij vraagt zich af of Jasper vanavond op het schoolfeest zal zijn. ‘Aangezien hij niet meer in de schoolmusical speelt ... dus de kans is klein, dat hij zal komen. Ach, wat maakt het uit of Jasper er nu wel of niet is. Hij durft toch geen actie te ondernemen.’
“Hey dagdromer, ben je daar eindelijk?”, roept Koen.
In één klap is Tim weer terug op de aarde.
“Ik ben toch op tijd?”, zegt Tim zelfverzekerd.
“Nou, ik staat hier al tien minuten.”
“Dat doe je zelf.”
“Ja, dat is waar, maar toch ik heb haast.”
“Waarom die haast?”, vraagt Tim een beetje verbaasd.
“Ik wil op school zijn, voor Sofie er is. Ik heb namelijk een kaart voor haar, die ik in haar kluis wil doen.”
“Ben je die gisteravond vergeten te geven?”
“Nee, die ben ik niet vergeten. Maar voor het geval je het vergeten bent, het is vandaag Valentijnsdag.”
“Dat weet ik, maar ik wou dit jaar en alle komende jaren het overslaan.” zegt Tim enigszins grappig.
“Hey, het is nog niet te laat, je kan Jasper vandaag nog vragen.”
“Koen, hoe vaak moet ik het nog zeggen? Eerst wil ik uit de kast zijn bij mijn ouders.”
“Het wordt tijd dat je het ze zegt?”
“Weet ik.”
“Als je het weet, waarom doe je het dan niet?”, vraagt Koen zijn vriend.
“Ik durf het niet. Ben bang, dat ze teleurgesteld zullen zijn.”
“Waarom zouden ze teleurgesteld zijn in je?”, vraagt Koen als ze de school naderen.
“Nou ik ben hun enigst kind. Ik zal ze nooit kleinkinderen kunnen schenken.”
“Dat kan je wel. Heb je ooit gehoord van adoptie? Maar wie zegt, dat je ouders opa en oma willen worden? Misschien willen ze vooral, dat je gelukkig bent.”
“Jij wel, maar kunnen we er nu over op houden? Je moet nog een kaart bezorgen.”
“Ja dat is waar. Zou jij mijn fiets ook willen weg zetten? Dan doe ik die kaart snel in Sofie der kluisje.”
“Is goed. Al snap ik al dat gedoe niet. Ze weet toch al, dat die kaart van jou komt.”
“Maakt niet uit. Is gewoon het idee en gebaar.”
“Ja ja, ik heb het begrepen.”

Als ze even later bij Engels zitten, krijgt Tim maar weinig mee, van wat mevrouw Londen vertelt. Het gaat, zoals het al maanden gaat, aan hem voorbij. Hij denkt vooral na over wat Koen vanochtend heeft gezegd. Eigenlijk weet hij niet of zijn ouders per se opa en oma willen worden. Daar hebben ze het nooit over thuis. Ze hebben het eigenlijk nooit over de toekomst van hem. Maar ja, of zijn ouders kleinkinderen willen, weet hij niet. Hij weet eigenlijk zelf niet eens, of hij ooit kinderen wil.

“Aarde aan de dagdromer. De les is afgelopen!”, zegt Koen.
“Ja ja, ik kom er al aan.”, zegt Tim wat geschrokken.
Als hij spullen in tas heeft gedaan, staat hij op en loopt samen met Koen richting het geschiedenislokaal. Als ze eenmaal hun plek hebben in genomen, gaat de bel. Meneer Narhek begint met de gebruikelijke absentie. Zodra hij met de uitleg begint, dwalen Tim zijn gedachten weer af.
‘Zou Jasper kinderen willen?’, vraagt hij zichzelf af.
‘Als dat zo is, dan wil ik ook kinderen.’
‘Ik wil ze alleen met Jasper.’
‘Want die zou het prima doen als vader.’
‘Jasper doet alles prima.’
‘Nou ja, alles?’
‘Behalve Engels, dat gaat niet zo goed bij Jasper.’
‘Maar dat geeft niet, daar ben ik zelf erg goed in.’
‘En ach, Jasper is wel gelukkig goed in wiskunde.’
‘Waar ik dan zelf weer echt slecht in ben.’

“Tim, de les is afgelopen.” deelt Koen zijn vriend mee.
Tim schrikt op uit zijn gedachten.

Zo gaat het ook de rest van de dag. Tot zelfs in de pauzes. Als dan eindelijk de laatste bel gaat voor die dag, lopen ze samen richting hun fietsen. Maar halverwege worden ze tegengehouden door Dennis, die elk jaar, samen met nog een aantal andere schoolgenoten, de rozen verkoopt en bezorgt met Valentijnsdag.
“Hoi, ik heb hier een flinke bos rode rozen voor Tim.”, zegt Dennis.
“Van wie zijn ze?”, vraagt Tim onschuldig.
“Dat is geheim. Dat is het hele idee van deze dag. Maar ik kan je vertellen dat bijna alle meiden van de school wel een roos voor jouw hebben besteld.”, deelt Dennis netjes mee.
“Weet je wat mag doen met al die rozen?”, vraagt Tim.
“Ja, aan jou geven.” antwoord Dennis heel zelfverzekerd.
“Mis! Je mag ze lekker in de vuilnisbak dumpen of hou ze lekker zelf. Maar ik moet ze niet.”, zegt Tim en loopt door naar zijn fiets.
“Wat heeft die vandaag?”, vraagt Dennis aan niemand in het bijzonder.
“Uhm, denk dat hij nog altijd het erg moeilijk heeft. Zijn vriendin heeft het een tijdje geleden uit gemaakt.”
“Oké, maar dan hoeft hij niet zo te reageren. Maar wat moet ik hier nou mee doen?”
“Geef ze aan de feestcommissie. Misschien kunnen ze het nog gebruiken voor de versieringen voor vanavond. Maar even wat anders, is er dit jaar niks voor mijn bij?”
“Ja, dat is misschien een idee en ja, ik heb ook nog een roos voor jou. Maar wel een speciale.”
“Hoezo een speciale?”
“Nou diegene wou geen rode roos, maar een witte roos.”
“Zeg maar niks meer, ik weet van wie die komt. Dan weet ik wat voor boeket ik vanavond mee moet nemen.”
“Sorry, maar kan het even niet meer volgen.”
“O, ik ga met Sofie vanavond naar het schoolfeest. Maar ze zou mij nog wel laten weten, wat voor kleur ze het liefste in haar boeket heeft. Dat weet ik nu dus.”
“Nou oké, veel succes en plezier vanavond. Ik ga maar eens richting de feestcommissie.”
“Oké, jij ook nog succes en veel plezier vanavond.”
Dan loopt Koen de kant op van Tim, die al met zijn fiets in zijn handen staat.
“Tim, ik moet nog wat kopen voor Sofie. Dus ik ga er vandoor. Dan kan ik misschien nog wat huiswerk maken. Maar ik ben vanavond op tijd bij jou.”
“Is goed. Maar moet je Sofie niet ophalen?”
“Ja wel, maar dat doe ik na dat ik jou heb opgehaald.”
“Oké, zie je vanavond.”
Koen stapt op zijn fiets en rijdt weg. Als Koen uit het oog is, stapt Tim ook op zijn fiets en gaat richting huis. Hij besluit om weer eens via de buitenweg te fietsen. Halverwege stopt hij weer bij hetzelfde bankje. Hij legt zijn fiets neer en gaat op het bankje zitten. Hij moet eerst even nadenken. Even weer rust en orde krijgen in zijn hoofd. Nadenken over, wat de afgelopen weken allemaal gebeurd is.

‘De slapeloze nachten, die hij al maanden heeft.’
‘Dat is de laatste weken alleen maar toegenomen.’
‘Het ongeval met Jasper bij gym.’
‘De mededeling van Koen, dat Jasper homo is.’
‘Wat Koen weer van Sofie had vernomen.’
‘De opmerking van één van die meiden.’
‘De bezorgdheid van zijn ouders.’

“Wat moet ik nou?” vraagt hij zichzelf hard op af.
Hij staat op en loopt weer richting het spoor en blijft zo een vijf meter van het spoor staan. In de verte hoor hij een trein naderen.

‘Ik kan het mijn ouders vertellen.’
‘Nee, ik moet het mijn ouders vertellen.’
‘Dan weten ze het gewoon.’
‘Maar wat moet ik dan met Jasper doen?’
‘Kan hem vanavond wel vragen, als hij op het schoolfeest is.’
‘Maar als ik dat doe...’
‘Dan weet de hele school dat ik homo ben.’
‘En wat als Jasper geen homo blijkt te zijn.’
‘Want wie zegt, dat Sofie de waarheid zegt.’
‘Oké, ze is de beste vriendin van Jasper maar toch.’
‘Maar dan nog, wie weet zei ze maar iets.’
‘Dan die opmerking van ...?’
‘Hoe heet ze ook al weer? Het was iets met een M.’
‘Oh ja, Marianne.’
‘Waarom zei ze ineens, dat hij homo is.’
‘Oké, ze heeft wel gelijk, maar toch.’
‘Gelukkig had Koen het voor hem opgenomen.’
‘Zoals daar net op het schoolplein bij Dennis.’
‘Hoe Koen het soms verzint.’
‘Is mij een raadsel.’
‘Maar ja, Koen heeft gelijk.’
‘Ik moet het mijn ouders gaan vertellen.’

Dan draait Tim zich om en loopt terug naar zijn fiets. Bij zijn fiets aan gekomen kijkt hij nog eens naar het spoor. Hij hoort een trein aan komen.

‘Kan ook voor de trein springen.’
‘Dan is alles opgelost.’

Maar hij stapt toch op zijn fiets en gaat richting huis. Thuis aangekomen loopt hij gelijk door naar zijn kamer en zet zijn computer aan. In de tijd dat de computer aan het opstarten is, loopt hij naar zijn kledingkast, want hij weet nog niet, wat hij aan zal doen. Het ene na het ander kledingstuk vliegt de kast uit.

‘Wat gek, mijn kleding komt iedere keer uit de kast.’
‘Maar zelf durf ik niet.’

Als hij na een half uur eindelijk een outfit heeft gekozen, ruimt hij de rest van de kleding op, die door zijn hele kamer ligt. Dan loopt hij naar zijn computer. Als hij eenmaal zit en zich heeft aangemeld, gaat hij op zoek naar het document. Hij klikt het aan. Ondertussen zet hij ook zijn printer aan. Hij leest het document voor de zoveelste keer nog over en verandert her en der nog het een en ander.

“Tim er is eten!”, roept mevrouw Vos van onderaan de trap.
“Ik kom er aan mam.”, roept hij terug.

Hij drukt snel op printen. Als het is afgedrukt, sluit hij de computer af, zet de printer uit, vouwt het papier in vieren en doet het in envelop waarop hij ‘papa en mama’ op schrijft. Hij likt de envelop dicht en legt het voor alle zekerheid nog maar even onder zijn stapel boeken. Dan staat hij op en loopt naar beneden. Als hij de keuken in komt, zitten zijn ouders al aan tafel. Zodra hij zit, begint moeder met opschepen van het eten.

“Zo jongen en wie is de gelukkige?”, vraagt zijn vader voorzichtig.
“Hoe bedoel je, pap?”
“Nou, met wie ga je vanavond op het feest dansen?”
“Weet niet. Ik zie het wel.”
“Heb je dan geen date?”
“Nee, alleen Koen komt mijn ophalen en dan halen we Sofie op.”
“Sofie is dat het vriendinnetje van Koen?”
“Ik denk het wel.”
“Hoezo denk je van wel?”
“Omdat ze veel afspreken. Hij is er gisteravond zelfs uitgenodigd voor eten.”
“Dan zal het wel zijn vriendinnetje zijn.”
“Ja, maar pap, als je het niet erg vindt, hou ik mij daar niet zo mee bezig.”
“Is goed, jongen.”

Als het ze klaar zijn met eten, gaat Tim gelijk naar boven. Om zich klaar te maken voor vanavond. Hij duikt zijn kamer in, graait zijn kleding van zijn bed en gaat dan richting badkamer. Waar hij zijn tanden poetst en zich helemaal in orde maakt voor vanavond. Als hij een halfuur later weer in zijn kamer is, pakt hij de kaartjes voor de musical en doet ze in zijn zak. Gelukkig zit Sofie naast hen. Anders had ze een probleem gehad met Koen. Dan hoort hij de deurbel. Zijn vader roept, dat het Koen is.

“Ja, ik kom er aan. Nog even de kaartjes pakken.”, roept hij naar beneden. Hij pakt gauw de envelop van onder de stapel boeken en zet de envelop rechtop tegen zijn beeldscherm van de computer. Hij doet zij licht uit, behalve zijn nachtlampje. Dan gaat hij naar beneden, waar hij gelijk zijn schoenen en jas aantrekt.

“Nou veel plezier jongens.”, zegt meneer Vos.
“Maak het niet te laat, hè.”, roept mevrouw Vos.
“Ja, komt helemaal goed.”, zeggen ze beide tegelijk.

Als even later op hun fiets zitten en richting Sofie fietsen, kan Koen het niet laten om te vragen.
“Heb je het je ouders nou verteld?”
“Nee.”
“Tim hoelang wil je het nog uitstellen?”
“Niet meer zolang. Geloof mij nu maar, ik vertel ze het op korte termijn.”
“Dat roep en zeg je al weken.”
“Koen geloof mij nu maar.”
“Oké, maar als ze het volgende week nog niet weten, dan vertel ik het ze.”
“Is goed.”

Als ze even later de straat van Sofie in fietsen, vraagt Koen of Tim aan het begin van het tuinpad wil wachten. Tim snapt zijn vriend. Ook al weet Sofie, dat hij ook mee fietst. Als Koen vijf minuten later aan belt, doet de vader van Sofie open.

“Ah ben je daar eindelijk?”, plaagt de vader van Sofie Koen.
“Ik ben ruim op tijd, ben zelfs te vroeg.”
“Ah, jongen laat je niet de maling nemen door mijn man.”, zegt de moeder van Sofie, die net de trap afkomt.

Zodra zij beneden is, komt Sofie de trap afgedaald. Koen kan met moeite zich goed houden. Sofie ziet er prachtig uit. Ze heeft rode jurk aan. Haar haren zijn steil naar beneden. Ze heeft witte hoge hakken aan. En in haar haren heeft ze een witte haarband waar een hoedje op vast zit. Hij overhandigt haar de bos witte rozen, die ze met veel plezier in ontvangst neemt. Als haar moeder een foto van hen heeft gemaakt, komen ze beide richting Tim. Als Koen op zijn fiets zit, wordt Sofie door Tim geholpen om achterop bij Koen te zitten. Koen heeft er speciaal voor Sofie vanmiddag nog een kussen op vastgebonden. Als Koen en Sofie eenmaal wegrijden, springt Tim gauw op zijn fiets en trapt hen achterna. Op weg naar de première en het schoolfeest.

© Geoff (dkz09), 2014

Geoff
Berichten: 46
Geregistreerd: zondag 22 juni 2014 13:48
Woonplaats: Amsterdam
Heeft Bedankt: 2 keer
Ontvangen Bedankjes: 40 keer
Bericht Re: Liefde door Geoff » zaterdag 05 juli 2014 15:44

15.

Als Jasper, Sandra en Tom bij school aankomen, is het al aardig druk. Nadat ze hun fietsen hebben weggezet, lopen ze richting het theater voor de première van de schoolmusical ‘Het verdrietige Valentijns hart’. Meneer Kostuum heeft hem zelf geschreven, geproduceerd en geregisseerd. Dus dat belooft wel wat. Jasper weet wel, wat men kan verwachten. Maar dat is ook niet zo gek - ze waren al sinds oktober bezig met de repetities. Oké, hij heeft drie weken geleden de handdoek in de ring gegooid. Want het ging al sinds het begin van dit kalenderjaar niet meer zo goed tijdens de repetities. Hij moest steeds meer aan Tim denken. Terwijl hij tijdens de eerste drie maanden daar bijna geen last van had. De eerste weken was het juist een afleiding. Maar daarna begonnen zijn gedachten vaak toch af te dwalen naar Tim. Toen na de kerstvakantie de repetities werden hervat, kon hij alleen maar aan Tim denken. Waardoor hij al zijn teksten vergat. Hij weet nog heel goed, dat meneer Kostuum er niet om kon lachen, ook al heeft hij meneer Kostuum zoveel mogelijk proberen te vermijden. Ach, meneer Kostuum had gelukkig dezelfde dag nog iemand anders gevonden voor zijn rol.

“Hey Jasper kom nou!”, zegt Sandra, die al met Tom hun plekken hebben ingenomen in de zaal.
“Ik kom, ik kom.”, zegt Jasper wat geïrriteerd.
“Reageert hij altijd zo?”, vraagt Sandra zachtjes aan Tom.
“Ja, vooral als hij met zijn gedachten ergens anders is.”
“Laat me raden? Als hij aan die Tim denk?”, vraagt ze zachtjes.
“Ja, ik hou van je, Sandra.”, zegt Tom, die een gebaar met zijn hoofd maakt.
Sandra vindt het raar en kijkt dan naast haar. Dan ziet ze dat haar broertje naast haar zit.

“Nou, hopelijk is Sofie nog op tijd.”, zegt Jasper in het algemeen.
“Hij komt samen met Koen, weet je nog?”, reageert Tom.
“Ja, dat weet ik. Maar toch.”
“Dus hij zal zowel komen.”
“Moet je dan niet bij de ingang op haar wachten?”
“Waarom zou ik dat doen?”
“Uhm, misschien omdat jij de kaartjes hebt?”
“Nee, die heb ik niet meer. Die heeft ze zelf.”
“Waarom dan?”, vragen Sandra en Jasper lollig tegelijk.
“Ja, dag, ik ga het niet nog een keer zeggen.”, zegt Tom wat licht geïrriteerd.
“Volgens mij komt ze met Koen.”, zegt Jasper vrolijk tegen zijn zus.
“Zou je denken?”, vraagt zijn zus half lachend terug.
“Nou ik weet het niet zeker.”
“We zullen het wel zien.”
“Kunnen jullie nou stoppen, kleuters?”, vraagt Tom bijna smekend.
“Nou Sandra, nu hoor je het ook eens van een ander.” zegt Jasper nog steeds vrolijk.
“Hij bedoelt jouw broertje.”, kaatst zijn zus terug.
“Jullie allebei, bedoelde ik. Maar vooral Jasper.”
“En bedankt!”, zeggen broer en zus tegelijk.
Maar wel op een manier, dat het lijkt, alsof ze gekwetst zijn. Hierop begint Tom te lachen, waardoor ook Jasper en zijn zus moeten lachen.
“Maar goed, ze mag wel opschieten. Het begint zo.”, zegt Jasper als ze uitgelachen zijn.
“Als je het over de duivels hebt.”, zegt Tom en wijst in richting van het gangpad.

Als Jasper naar het gangpad kijkt, ziet hij niet alleen Sofie en Koen, maar ook Tim.
‘Oh mijn god.’
‘Houd het dan nooit op?’
‘Hopelijk zit hij naast mij.’
‘Nee, liever niet.’
‘Anders durf ik niet te bewegen.’, denkt Jasper bij zichzelf.
Maar gelukkig komt Sofie als eerste de rij ingelopen, met achter haar aan Koen en daar achter Tim.
“Hoi allemaal.”, groet Sofie de broer, zus en vriend.
“Hoi.” zeggen de drie in koor.
“Jullie zijn net op tijd.”, merkt Jasper tegen Sofie op.
“Ja, sorry, we hadden wat oponthoud onderweg.”
“Oké, maar gelukkig zijn jullie nog op tijd.”, houdt Jasper de vrolijke sfeer vast.
“Zeg dat wel.”
Dan beginnen ze te lachen. Maar lang kan dat niet, want ze schrikken van een stem uit de speakers.

“Goedenavond en welkom bij de première van de musical ‘Het verdrietige Valentijns hart.”
“Wij verzoeken jullie vriendelijk om jullie mobiele telefoons uit te zetten.”
“Het maken van foto’s, geluid en beeldmateriaal is niet toegestaan.”
“Het orkest staat onder leiding van Mick Klinker.”
Waarna een applaus klinkt uit de zaal. Terwijl de lichten in de zaal langzaam uitgaan, begint het orkest te spelen en gaat het doek open.
Na zo’n bijna drie uur met een pauze ertussen, neemt de cast het applaus in ontvangst. De bloemen worden uitgedeeld door docenten. Daarna komen meneer Kostuum, Niels en de andere medeverantwoordelijke het podium op voor hun applaus, ook zij krijgen bloemen. Dan buigt iedereen op het podium nog laatste keer en sluit het doek. Zodra de lichten aangaan, loopt iedereen de zaal uit. Sofie, Koen en Tim zijn ook meteen opgestaan en weggelopen, terwijl Jasper, Sandra en Tom nog bij hun plaatsen staan. Ze wachten tot het grootste deel de zaal heeft verlaten.
Als ze even later de aula in lopen, heerst er een drukte van een jewelste. Overal langs de kant staan verliefde stelletje te zoenen. Op de dansvloer word er flink gedanst.
“Hey Jasper, je vindt het toch niet erg als Sandra en ik gaan dansen?”, vraagt Tom.
“Nee, ga lekker dansen. Ik wilde toch wat te drinken halen.”, antwoordt Jasper terug.
“Oké, we zien je zo weer.”

Daar gaan Tom en Sandra. Ze mengen zich in de dansende menigte. Dan loopt Jasper in de richting van de bar en kijkt of hij ergens Sofie ziet staan. Maar ineens blijft hij stil staan, zo’n tien meter van hem vandaan staat Tim te dansen met een meisje. Jasper kijkt snel de andere kant op en loopt verder naar de bar. Even later staat hij met een drankje aan de zijkant van de dansvloer en wordt er een schuifelnummertje opgezet. Bijna iedereen begeeft zich naar de dansvloer of begint aan de zijkant te schuifelen. Hij ziet Tom en Sandra samen schuifelen. Dan ineens ziet hij ook Sofie en Koen schuifelen. Dan schuifelt, zo’n meter of drie voor hem, Tim voorbij - nu met een ander meisje.

‘Wat doe ik hier in Gods naam?’ vraagt hij zich af.
‘Dit wou ik dus voorkomen.’
‘Waarom ben ik niet gewoon na de voorstelling gelijk naar huis gegaan?’
‘En ja, hoor hij staat al weer met een andere te schuifelen.’
Jasper is zo diep in zichzelf verzonken, dat hij niet doorheeft, dat Niels en en een andere jongen naast hem zijn komen staan.

“Hey Jasper.”, zegt Niels met zijn hand zwaaiend voor Jaspers ogen.
“Uhm, Ha die Niels.”, zegt Jasper wat warrig tegen Niels, die naar de andere jongen kijkt.
“Jij moet Bart zijn?”
“Dat is juist.”, zegt Bart.
“Nou, aangenaam, ik ben Jasper.”, zegt Jasper een beetje overbodig, maar zo heeft het nu eenmaal geleerd van zijn moeder.
“Wat vond je van de musical?”, vraagt Bart.
“Wel prima.”
“Schat, ik heb je verteld, dat Jasper in eerste instantie de hoofdrol zou spelen.”, zegt Niels.
“O ja, sorry, was ik even vergeten.”, verontschuldig Bart zich.
“Geeft niet.” zegt Jasper.
“Maar hoe staat het met die jongen, die je echt leuk vindt?”, vraagt Niels.
“Heb je al iets tegen hem gezegd?”, vraagt Bart er gelijk achter aan.
“Nee, heb nog niks tegen hem gezegd.”, reageert Jasper teleurgesteld, “Heeft ook geen zin.”
“Hoezo?” vragen Niels en Bart tegelijk.
“Omdat hij staat te dansen met meisjes.”
“Maar dat hoeft nog niks te zeggen, dat weet je.”, zegt Bart.
“Ook als die steeds met een ander meisje staat te dansen.”, zegt Jasper terug.
“Waarom heb je dan niks tegen hem gezegd?”, vraagt Niels.
“Omdat ik geen zin heb om voor schut te staan voor de hele school.”
“Denk je dat echt?”, vraagt Bart.
“Ja, dat denk ik echt.”
“Dat zal wel mee vallen.”, probeert Bart hem over te halen.
“Ben vroeger al veel gepest, en heb daar niet opnieuw zin in, om weer het slachtoffer te worden van pesterijen.”, zegt Jasper.
“Oké, dat snap ik wel.” zegt Bart terug.
“Schat, doe even rustig.”, zegt Niels.
“Weet je wat, ik ga wel wat te drinken halen.”, zegt Bart.
“Is goed, schat.”, antwoordt Niels. Dan richt Niels zich tot Jasper, “Jasper, luister, Bart bedoelt het goed.”
“Dat weet ik ook wel.”
“Maar hij kan er gewoon niet tegen als mensen zich in de kast blijven verstoppen.”
“Dat heb ik inmiddels ook wel gemerkt.”
“Maar ik snap je wel en dat weet je.”
“Tenminste één iemand die mij begrijpt.”
“Het kan komen, doordat wat ik mee gemaakt hebt, nu jij meemaakt.”
“Of het kan komen omdat we allebei homo zijn.”, fluistert Jasper terug.
Hier op beginnen ze te lachen. Dan komt Mick aan lopen.
“Niels, kan je even met mee lopen?”, vraagt Mick.
“Wat is er dan?”, vraagt Niels.
“Er is iets aan de hand in de theaterzaal.”
“Waarom ga je dan niet naar meneer Kostuum?”, vraagt Niels.
“Dat is het juist.”, zegt Mick.
“Ik kan je even niet meer volgen.”
“Meneer Kostuum is gevallen in de theaterzaal en hij zei dat ik jou moest halen.”
“Nou dan ga ik er maar heen.”
“Jasper?”, vraagt Niels.
“Ja zeg het maar?”
“Weet jij waar Bart gebleven is?”
“Die ging wat te drinken halen.”
“O ja, dat is ook zo.”
“Maar waarschijnlijk haalt hij het aan de andere kant van de wereld.”, zegt Jasper vrolijk.
“Nou, wil je als je hem ziet, zeggen dat ik in de theaterzaal ben.”
“Is goed, geef ik door, als ik hem zie.”
Dan lopen Mick en Niels richting de theaterzaal.

Jasper denkt er over na om op zoek te gaan naar Bart. Maar zodra hij dat wilt doen, komen Sandra en Tom hand in hand naar hem toe gelopen. Ze zien er gelukkig uit. Zodra de tortelduifjes bij hem staan, worden er weer tempo nummers opgezet.

“Zo zijn jullie het nou al zat?”, plaagt Jasper.
“Nee, maar we kregen dorst.”, zeggen de twee in koor.
“Daar is de bar.” zegt Jasper en wijst naar de geïmproviseerde bar aan de andere kant van de zaal.
“En als je toch heen gaat, ik lust nog wel een water.”, probeert Jasper vrolijk te blijven.
“Ja ja ik heb het al weer begrepen.” zegt Tom en loopt richting de bar.
Als hij even later terug is met een water en twee cola’s, proosten ze met zijn drieën.

“Heb jij Sofie nog gezien?” vraagt Tom aan Jasper.
“Ja, die staat al de hele avond op dansvloer met Koen.”, antwoordt Jasper terug.
“Maar wij hebben ze net niet gezien.”, zegt Sandra.
“Dat komt omdat ze daar verderop wat staan te drinken.”, zegt Jasper en wijst naar de ander kant van aula. Maar dan ziet Jasper dat Tim inmiddels bij Sofie en Koen staat. Er staat er nog meisje bij, die haar arm om Tim heeft gelegd en hem probeert te zoenen. Jasper merkt aan zichzelf, dat hij even niet helemaal lekker wordt.

“Jongens, ik ga even naar buiten.”, zegt hij tegen zijn zus en Tom.
“Is goed.”, zegt Tom.
“Zal ik even met je mee lopen?”, vraagt Sandra aan haar broertje.
“Nee, is niet nodig.”, geeft hij terug.
“Weet je het zeker?”, vraagt zijn zus bezorgd en voor de zekerheid nog een keer.
“Ja, ik weet het heel zeker, ik wil gewoon even een frisse neus halen.”, zegt Jasper.

Hij loopt weg richting de ingang op weg naar buiten. Zodra hij buiten is, loopt hij naar een bankje en laat zich er op neer ploffen.

Dan begint hij heel zachtjes te huilen.

© Geoff (dkz09), 2014

Geoff
Berichten: 46
Geregistreerd: zondag 22 juni 2014 13:48
Woonplaats: Amsterdam
Heeft Bedankt: 2 keer
Ontvangen Bedankjes: 40 keer
Bericht Re: Liefde door Geoff » zaterdag 05 juli 2014 15:46

16.

“Hey wacht even mijn ketting is er af.”, roept Tim.
“Nee, he?”, reageert Koen, als hij remt.
“Ik zeg het voor de lol, nou goed!”, zegt Tim wat bozig.
“Wat zijn we snel aangebrand.”, blijft Koen vrolijk.
“Gaan jullie maar vast.”, zegt Tim.
“Nee, we wachten wel op je en Koen kan je helpen.”, beslist Sofie.
“Dat hoeft niet gaan jullie nou maar vast.”, ontwijkt Tim, terwijl hij zijn fiets omdraait.
“Tim, samen uit is samen thuis en daarbij ik laat jou hier niet alleen achter.”, zegt Koen vastberaden.
“Wat jullie willen.”, moppert Tim nog, terwijl hij bezig is met zijn ketting er weer op te leggen.

Vijf minuten later is de fiets van Tim weer gemaakt en stappen ze alle drie weer op de fietsen. Sofie wordt opnieuw geholpen door Tim bij het achterop springen bij Koen. Daarna springt Tim snel op zijn fiets en maakt een kort sprintje tot hij naast Koen en Sofie fietst.
“Straks op school maar even mijn handen wassen.”, mijmert Tim.
“Lijkt mijn een goed plan.”, zegt Koen met een blik op Tims handen.
“Als we nog tijd zat hebben?”, vraagt Tim in het algemeen.
“We hebben daar nog tijd zat voor.”, antwoordt Sofie.
“Als jouw vrienden maar niet boos zijn.”, twijfelt Tim tegen Sofie.
“Waarom zouden ze boos moeten zijn?”, vraagt Sofie.
“Nou, omdat ze op jou staan te wachten met je kaartje.”, herinnert Tim haar.
“Nee, hoor dat staan ze niet.”, blijft Sofie overtuigd van zichzelf.
“Ik snap het even niet meer.”, zegt Tim enigszins verward.
“Gewoon heel simpel, Tim, Sofie heeft haar kaartje.”, zegt Koen.
“Oké, dan heb ik niks gezegd.”, zegt Tim.

Als een kleine tien minuten later bij school arriveren, is het een drukste van jewelste. Als ze hun fietsen weg zetten, staat Tim wat te emmeren met zijn slot.
“Lopen jullie maar vast naar binnen, ik kom er zo aan.”, zegt Tim.
“Toch niet weer je ketting?”, vragen Sofie en Koen in koor.
“Nee, mijn slot wil weer eens niet.”, lacht Tim.
“Wordt het niet eens tijd voor een nieuw slot?”, vraagt Koen.
“Ach, vraag er wel eentje voor mijn verjaardag.”, lacht Tim terug.

Koen en Sofie lopen alvast naar binnen, zoals Tim hun gevraagd heeft. Als hij na vijf minuten de strijd met zijn fietsslot heeft gewonnen, gaat hij ook naar binnen, waar Koen en Sofie netjes op hem wachten.
“Zullen we de zaal maar binnen gaan?”, vraagt Tim als hij bij de twee staat.
“Zou jij niet eerst even je handen wassen?”, vraagt Sofie een beetje streng.
“O, ja dat zou ik nog doen.”, antwoordt Tim.
“Ga dat dan doen, wij wachten wel.”, commandeert Koen. Hij is ook net zo streng als Sofie.
“Oké, ben zo terug.”, zegt Tim braafjes en loopt richting de toiletten.

‘Waarom word je daar nou altijd zo vies van.’, verliest Tim zich in zijn gedachtewereld.
‘Wat haat ik dit.’
‘Waarom moest die ketting er juist nu af vallen?’
‘Maar hopen dat ik het er af krijg.’
‘Voor hij mij met zulke vieze handen ziet.’
‘Want zag ik dat nou net goed?’
‘Ben ik niet in de war met vanochtend?’
‘Nee, want Sofie was bij hem en Koen.’
‘Die was er vanochtend niet bij.’
‘Dus hij is er.’
‘Maar zit hij in de zaal of is hij in de aula?’, denkt Tim bij zich zelf.

“Hey dagdromer, zijn je handen nu nog niet schoon?”, vraagt Koen, die zijn vriend weer terug naar de aarde haalt.
“Uhm.”, zegt Tim en kijkt naar zijn handen, “Ja, die zijn eindelijk schoon.”, blijft hij verlegen.
“Kom dan, anders zijn we te laat.”
“Mag ik eerst even mijn handen drogen?”, vraagt Tim netjes en loopt richting de handdroger om zijn handen te drogen.
“Ja, natuurlijk maar schiet wel op.”
“Ja, ik ben al klaar.”
“Ja, kom dan anders zijn we te laat.”, zegt Koen gehaast.

Als ze even later de theaterzaal in lopen, kijkt Tim om zich heen of hij ergens Jasper ziet zitten. Maar het zit al aardig vol. Sofie loopt vooruit. Hij heeft de kaartjes aan haar geven. Dan staat ze stil bij een rij.
“Dit is de rij, waar wij zitten jongens.”, zegt Sofie.
“Weet je het zeker?”, vraagt Koen lollig.
“Ben je leukste thuis?”, vraagt Sofie net zo speels terug.
“Weet niet, moet je maar eens vragen aan mijn ouders.”, zegt hij terug.
“Blijven we hier staan of gaan we nog zitten?”, vraagt Tim.
“Uhm laten we maar gaan zitten.”, zegt Koen.
“Ja, want Tom, Sandra en Jasper zitten er al.”, zegt Sofie.

Dan kijkt Tim ineens de rij in en ziet Jasper al zitten.
‘Yes, hij is er ook.’, denkt hij bij zichzelf.
‘Wat als ik naast hem mag zitten?’
‘Daar heb ik geen zin in.’
Maar gelukkig besluit Sofie naast Jasper te gaan zitten. Dan Koen en dan komt hij pas. Dan raken Jasper en Sofie aan de praat en lachen wat. Maar lang lachen ze niet. Want dan klinkt er ineens een stem uit de speakers en begint de musical. Zo’n drie uur later is het afgelopen.
‘Waarom is Jasper er mee gestopt?’, mijmert Tim voor zich uit, ‘Hij had dan zo’n applaus gekregen.’

“Hey dagdromer, zullen we?”, vraagt Koen.
“Uhm, ja is goed.”, komt Tim weer terug in het nu en hier.
Dan loopt Tim richting de uitgang van de zaal met Koen en Sofie achter zich aan. Als ze met zijn drieën de aula binnen lopen, is het een enorme drukte, vooral bij de bar. Sofie en Koen besluiten om gelijk te gaan dansen. Tim kijkt ze na en voor hij het weet, hangen er weer een bende meisjes om heen.
‘Waarom ben ik niet gewoon naar huis gegaan?’, denkt hij bij zich zelf.

“Wil je met mijn dansen Tim?”, vraagt Anne.
“Nee, ik heb even geen zin om te dansen.”, blijft Tim netjes en beleefd.
Dan loopt Tim in de richting van de bar. Als hij even later met een drankje langs de dansvloer staat, komen Koen en Sofie naar hem toe.
“Hey Tim, waarom ben jij niet aan het dansen?”, vraagt Sofie.
“Even geen zin en had dorst, vandaar het drankje.”
“Drinken, dat moet ook gebeuren.”, zegt Koen lollig, terwijl hij een slook uit Tims glas neemt.
“Maar schatje, gaan wij weer dansen?”, vraagt Sofie aan Koen.
“Is goed.”, antwoordt Koen, terug kijkend naar Tim.
“Joh, ga gewoon dansen, ik ga dat ook misschien zo doen.”, zegt Tim.

Dan lopen Sofie en Koen de dansvloer weer op. Tim kijkt ze na en drinkt zijn glas leeg. Als hij het glas op een tafel heeft gezet, komt Anne weer naar hem toe gelopen.
“Wil nu wel dansen?”, vraagt ze aan Tim.
“Ja, is goed.”
“Ik wou je net vragen om te gaan dansen.”, zegt een ander meisje, dat er bij is komen staan.
“Ik ook.”, zegt weer een ander meisje. Tim ziet nog zo’n stuk of tien meisjes, die hetzelfde willen.
“Als we nou allemaal om de beurt met hem dansen.”, stelt Anne voor.

Daar zijn alle meisjes mee eens. Ook is iedereen mee eens dat Anne als eerste mag. Want tenslotte vroeg zij als eerste aan Tim of hij met haar wilde dansen. Tim en Anne lopen de dansvloer op en beginnen te bewegen. Als het nummer is afgelopen, wordt Anne afgewisseld door één van de andere meisjes. Zo gaat het een hele tijd door. Tim vindt het leuk, hij kan goed dansen. Als hij met Annelies aan het dansen is, ziet hij Jasper, Tom en Sandra de aula binnen lopen.
‘Wat ziet hij er toch knap uit.’, denkt Tim bij zichzelf.
Hij houdt Jasper in de gaten. Maar Jasper verdwijnt in de mensenmassa. Als het nummer is afgelopen, probeert Tim te kijken of hij ergens Jasper ziet. Maar helaas, hij kan hem niet vinden. Dan wordt er een schuifelnummertje opgezet en komt Dorien zijn kant op. Het is nu haar beurt om met hem te dansen. Al heeft Tim daar nu geen zin in. Maar voor hij iets kan zeggen of doen, heeft Dorien haar handen al om hem heen geslagen en staan ze te schuifelen. Dan ineens komt Jasper wel dicht hun kant op. Of gaan hij juist zijn kant op. Maar gelukkig schuifelen ze weer een eindje weg van Jasper. Als het nummer is afgelopen, laat Dorien los en tikt af. Dan loopt Tim weer richting de bar om wat te drinken te halen. Maar dan komen Sofie en Koen zijn kant op gelopen met drie drankjes.
“Koen, wist niet dat je helderziende was.”, zegt Tim lollig.
“Ach, wij hadden dorst gekregen van al het dansen.”, antwoordt Sofie.
“En we dachten, dat jij dat ook wel had.”, vult Koen haar aan.
“Dan hebben jullie dat goed gedacht.”, zegt Tim en neemt een flinke slok van zijn cola.
“Nou, wij gaan weer de dansvloer op.”, zeggen Sofie en Koen tegelijk, als ze hun drankjes op hebben.
“Is goed, ik ga even rustig zitten.”, meldt Tim en neemt de glazen van de twee aan.
Als hij eenmaal zit, struint hij met zijn ogen de aula af om te zien of hij ergens Jasper ziet. Dan ineens aan de andere kant van de aula ziet hij Jasper staan, die staat te praten met twee oudere jongens. De ene kent hij wel. Die stond net op het podium en kwam ook de gymzaal binnen, toen Jasper een epileptisch aanval had. Als hij het goed had onthouden, heet die jongen Niels en is de assistent van meneer Kostuum. Maar wie die andere is, weet hij niet. Dan kijkt Tim naar de dansvloer om te kijken of hij ergens Koen en Sofie ziet dansen. Hij ziet wel Tom en Sandra dansen. Maar Koen en Sofie ziet hij niet zo snel. Dan kijkt hij weer in de richting van Jasper en ziet, dat Jasper alleen nog staat te praten en lachen met die Niels. Die andere jongen staat er niet meer bij. Maar hij ziet, dat er een andere jongen komt aan lopen. Die mengt zich kort in het gesprek en dan loopt die jongen samen met Niels weg.

“Hey Tim zullen wij nog een dansje doen?”, vraagt Dorien, die naast hem is komen staan.
“Uhm waarom ook niet.”, antwoord Tim terug en in zichzelf, ‘Als er nu maar weer niet een schuifelnummer word opgezet.’
Maar gelukkig er word een temponummer opgezet. Na zo’n tien minuten vindt Tim het wel welletjes. Hij loopt weg van Dorien in de richting van Koen en Sofie, die met een volgend drankje staan.
“Zo, zo, was je weer aan het dansen met Dorien?”, vraagt Koen aan zijn vriend.
“Ja, ze vroeg of ik nog een keer met haar wou dansen.”

“O hier ben je.”, zegt Dorien, die hem heeft gevolgd, inmiddels naast hem staat en haar arm om hem legt. Dan probeert ze Tim een kus te geven. Alleen Tim wendt zijn gezicht van haar af.

“Waar gaat Jasper nou naar toe?”, vraagt Sofie ineens.
“Het lijkt er op dat hij weg gaat.”, zegt Koen.
“Of hij gaat naar de wc.”, zegt Sofie weer.
“Gaan we ons nu druk maken om iemand anders?”, vraagt Dorien ineens.
“Hou jij je kop dicht en ga weg.”, zegt Tim boos.
Dorien schrikt hier zo van, dat ze Tim gelijk loslaat en kwaad wegloopt.

“Tim gaat het?”, vraagt Koen voorzichtig.
“Ja, het gaat zijn gangetje.”
“Ga anders naar hem toe.”, stelt Koen voor.
“Hang het aan de grote klok.”, zegt Tim.
“Hoe bedoel je?”, vraagt Koen verbaasd.
“Sofie?”, vraagt Tim.
“O, zij is even naar Tom en Sandra gelopen.”, geeft Koen aan, waar zijn vriendin uithangt.
“O, sorry had het niet gemerkt.”, zegt Tim.
“Geef niet, maar ga naar hem toe.”, zegt Koen.
“Waarom?”, vraagt Tim.
“Omdat ik merk, dat jij naar hem toe wilt. Dus ga gewoon, Tim.”, zegt Koen.
“Oké’, dan ga ik.”
“Maar eerst even een sms’je versturen.”, zegt Tim en hij pakt zijn telefoon tevoorschijn.
“Dat kan toch ook straks.”, zegt Koen.
“Nee, je weet toch, wat ik al maanden zeg.”, helpt Tim zijn vriend herinneren.
“Ja, dat weet ik.”, antwoord Koen terug.
“Dus moet ik eerst even sms’en.”
“Ga je het ze via een sms vertellen?”, vraagt Koen voorzichtig.
“Nee, ik vraag of ze willen kijken of ik mijn computer heb uitgezet.”
“Waarom ga je ze dat vragen?”, vraagt Koen.
“Omdat er een envelop tegen mijn computerscherm staat voor hen.”, legt Tim uit.
“Ah, ik snap hem.”, zegt Koen.
“Nou dan ga ik maar, wens me geluk.”, zegt Tim.
“Het komt allemaal goed.”, zegt Koen en steek zijn beide duimen in de lucht.

Dan loopt Tim de zaal uit en typt het berichtje in. Dan wacht hij nog even met versturen. Hij leest eerst het bericht nog eens over.

Tim drukt dan op verzenden.

‘Kunnen jullie kijken of mijn computer uit staat?
Liefs Tim.’

© Geoff (dkz09), 2014

Geoff
Berichten: 46
Geregistreerd: zondag 22 juni 2014 13:48
Woonplaats: Amsterdam
Heeft Bedankt: 2 keer
Ontvangen Bedankjes: 40 keer
Bericht Re: Liefde door Geoff » zondag 06 juli 2014 09:54

17

“Meneer Kostuum waar bent u?”, roept Niels, die de donkere theaterzaal binnenloopt.
Het is stil in de zaal.
“Mick, waar is meneer Kostuum?”, vraagt Niels, als meneer Kostuum geen antwoord geeft.
“Mick waarom zeg je niks en waarom is het zo donker?”, vraagt Niels, als hij geen reactie krijgt van Mick.
“Meneer Kostuum waar bent u?”, roept Niels nog maar een keer.
Maar weer geen reactie.
“Is er iemand hier?”, roept hij dan maar.
Niemand reageert. Niels weet niet, wat hij hier doet. Net op het moment, dat hij weg wil gaan, springt een spot boven het toneel aan. Een witte cirkel vormt zich op het toneel. Dan hoort hij romantische muziek uit een film. Dan ineens ziet hij een schim op het toneel bewegen.
“Wie is daar?”, vraagt Niels, maar het blijft stil.
“Ik vraag het nog maar één keer. Wie is daar?”, roept Niels, maar de schim beweegt niet.

Het blijft een tijdje stil. Niels voelt zich niet op zijn gemak. Hij kan niet ontdekken, waar de muziek vandaan komt. Hij durft ook niet richting het toneel te lopen, waar nog altijd een witte cirkel te zien is. Dan... ineens beweegt de schim op het podium. Tot de schim aan de rand van de cirkel blijft staan. Alleen een deel van de schoenen en benen zijn zichtbaar.
“Wie is daar?”, vraagt Niels opnieuw.

De romantische muziek klinkt nog steeds. Maar stopt na een tijdje. Dan begint de schim te praten.
“Elke dag ben ik de gelukkigste jongen van de wereld.”, zegt de schim.
“Ben jij dat Bart?”, vraagt Niels.
“Het lijkt steeds of ik je gisteren voor het eerst durfde aan te spreken.”, gaat de schim verder.
“We hebben veel leuke en minder leuke dingen beleefd.”
“Sinds vier jaar heb ik je vierentwintig uur zeven dagen per week bij mijn.”
De schim laat tussen elke zin pauzes vallen. Niels luistert.
“Sinds vier word ik elke ochtend wakker naast je.”
“En als ik jou dan zie.”
“Dan kan ik het gewoon nog steeds niet geloven, dat wij bij elkaar zijn.”
“Ik kan mijn geen leven zonder jou voorstellen.”
“Zou je naar het toneel willen komen?”, vraagt de schim aan Niels.
Niels doet, wat de schim hem vraagt. Zodra hij bij het toneel staat, vraagt de schim of hij op het toneel wil komen. Als Niels twee tellen later op het podium staat, gaat de schim verder.
“Lieve Niels, dit toneel hier, dat is jouw passie.”
“Drama, theater is het gene waar jij gelukkig van wordt.”
“En als jij gelukkig bent dan ben ik dat ook.”, zegt de schim, terwijl hij zich beweegt.
De schim staat nu recht tegenover Niels. Maar Niels ziet nog steeds niet wie het is, ook al heeft hij wel een idee gekregen.
“Niels, zou je tot aan de lichtcirkel willen lopen?”
Niels doet opnieuw, wat hem gevraagd wordt. Nu hij recht tegenover de schim staat, kan hij nog altijd niet zien, wie het is, ook al heeft hij een vermoeden. Dan start ineens die romantische muziek weer.

“Al zeven jaar zijn we samen.”, begint de schim.
“Waarvan we al vier jaar samenwonen.”
“Ook al heb jij het soms druk.”
“Voor mijn heb je altijd de tijd.”
“Ik hou je ook met beide benen op de grond.”
“Elke dag hou ik meer en meer van je.”
“Daarom heb ik een besluit genomen.”, zegt de schim en na wat geritsel, gaat de schim op zijn knieën in de lichtcirkel. Dan ziet Niels, dat het Bart is. Maar voor Niels iets kan zeggen, is Bart al weer aan het woord.
“Omdat theater jouw passie is.”
“Leek mijn dit de beste plek.”, zegt Bart liefdevol naar Niels terwijl hij een vierkant doosje achter zijn rug opent. Voor hij het geopende doosje van achter zijn rug vandaan haalt, slikt Bart nog een keer en stelt dan de vraag.

“Aller liefste Niels, wil je met me trouwen?”
“Ja, natuurlijk!”, zegt Niels emotioneel.
Dan haalt Bart de ring uit het doosje en schuift deze om de vinger van Niels. Op dat moment vallen er rode rozenblaadjes naar beneden. Vanaf de zijkant klinkt er gejuich en applaus. Daar staan meneer Kostuum en Mick allebei met een grote glimlach op hun gezicht.

Zo vrolijk en blij als het in de theaterzaal is, zo is het buiten het schoolgebouw totaal anders. Geen vrolijkheid en blijheid, maar juist het rumoer vanuit het schoolgebouw en de geluiden van de omgeving. Ergens bij een bankje op het schoolplein komt gesnik vandaan.

‘Daar zit hij.’
‘Huilt hij nu?’, denkt Tim bij zichzelf, als hij buiten staat.
‘Wat moet ik doen?’
‘Op hem afstappen of gewoon weer naar binnen gaan?’
‘Maar ja, ik heb die sms al verstuurd.’
‘Dus terug naar binnen is geen optie.’
‘Kan toch moeilijk op hem afstappen?’
‘Ik moet wel, er is geen weg terug.’
‘Ja, oké, ik moet me omdraaien en terug naar binnen gaan.’
‘Maar die sms kan ik niet terug halen.’
‘Waarom is het zo’n puinhoop in mijn hoofd?’, vraagt Tim zich af.

Plotseling beginnen zijn voeten zich te bewegen. Zonder dat hij het doorheeft, loopt hij in de richting van het bankje. Bij elke stap, die hij dichterbij zet, wordt het snikkende geluid steeds duidelijker. Dan ineens blijft Tim stil staan. Zo’n meter of drie voor het bankje, waar Jasper op zit.

‘Waar ben ik mee bezig?’ denkt Tim bij zich na.
‘Ik weet niet eens, wat ik tegen hem moet zeggen.’
‘Wat heb ik naar dit moment uitgekeken.’
‘En nu het zover is, weet ik niet eens, wat ik moet zeggen.’
‘Maar dat is toch wel vaker?’
‘Dan is daar dat ene moment, waar je alleen maar van kan dromen.’
‘En dan weet je gewoon niet, wat je moet zeggen.’

Ineens schrikt Jasper op. Hij hoort geritsel achter zich en spitst zijn oren. Hij heeft het idee, dat er iemand vlak bij hem staat. Maar dan voelt hij de wind.
‘Ach het is de wind maar.’, denkt Jasper bij zichzelf, ‘die het vuil over het plein blaast.’
‘Nee, volgens mij is er wel iemand.’
‘Wat dat geluid maakt de wind niet.’
‘Het leek wel of iemand op een krant of papier stapte.’
‘Maar het lijkt mijn stug, dat er iemand buiten is.’
‘Het is binnen gezellig en warm.’
‘En hier is het tegenovergestelde.’
Dan hoort hij weer het geluid.
“Wie daar ook is, ga weg!”, roept Jasper.
“Wil even helemaal niemand zien of spreken!”, roept hij er achteraan.

Hier schrikt Tim van. Hij weet totaal niet, wat hij nu moet doen. Heel voorzichtig zet Tim een paar stappen naar achteren.
‘Wat moet ik nou?’ denkt Tim, ‘Hij wil niemand in zijn buurt.’
‘Oh mijn god wat is dit toch moeilijk.’
‘Zouden mijn ouders de brief gelezen hebben?’
‘Hoe zullen ze er op reageren?’
‘Maar wat moet ik nu?’, vraagt Tim zich af.

Zo een kilometer of acht van school is er romantiek en warmte in het huis van de familie Vos. De ouders van Tim profiteren lekker van de tijd, terwijl hun zoon niet thuis is. Althans, tot de mobiele telefoon van mevrouw Vos afging.
“Schat, stond zijn computer uit?”, vraagt mevrouw Vos, als ze haar man naar beneden hoort komen.
“Ja, die stond uit.”, meneer Vos komt hoofdschuddend terug.
“Oké, maar wat heb je daar in je hand?”, vraagt mevrouw Vos haar man.
“Dit stond tegen zijn beeldscherm van zijn computer.”
“Maar wat zit er in?”, vraagt mevrouw Vos.
“Dat weet ik niet. Maak jij het maar open.”, zegt meneer Vos, terwijl hij de enveloppe aan zijn vrouw geeft.
Ze maakt de envelop open en haalt de brief eruit. Dan begint ze stilletjes te lezen. Als ze de brief heeft gelezen, staan er tranen in haar ogen. Ze geeft de brief aan haar man, die de brief op zijn beurt leest.

‘Lieve Pap en Mam,

Jullie hebben wel gemerkt, dat ik de laatste tijd erg in mijzelf was gekeerd. Dit heeft met iets te maken. Ik draag al maanden een geheim met mij mee. Eigenlijk bedoel ik, dat ik al mijn hele leven een geheim met me meedraag. Heb dit geheim zelf een paar maanden geleden ontdekt. Om voor jullie wat duidelijker te zijn: Ik heb dit geheim in september aan het begin van dit schooljaar ontdekt.
Alleen Koen weet hier van. Omdat ik het hem verteld heb. Nou ja, verteld. Hij heeft het uit mij moeten halen. Ik schaamde mij er eerst voor. Maar na een paar weken heb ik het aanvaard. Het is misschien nog wat vaag, daarom kom ik maar ter zake.

Ik ben homo en ben al sinds het begin van dit schooljaar verliefd op een andere jongen van school. Hij heet Jasper en zit in hetzelfde jaar als Koen en mij, maar wel in een andere klas. Maar ik weet niet zo goed, hoe ik het moet aanpakken. Want ik ben bang dat Jasper geen homo is. Koen zegt, dat Jasper ook homo is. Want dat heeft Sofie verteld aan hem. En Sofie is een goede vriendin van die Jasper. Maar ik vertrouw het niet helemaal.

Maar goed, ik heb besloten niet langer meer te liegen tegen jullie. Jullie moeten weten, dat ik het erg moeilijk heb gehad met het aanvaarden van mijn geaardheid. Heb zo erg getwijfeld aan mijzelf, soms zelfs eraan gedacht om zelfmoord te plegen. Omdat ik bang ben voor jullie reactie, maar ook die van de andere mensen om mij heen. Maar ook omdat ik bang ben, dat ik gepest zal worden, omdat ik homo ben.

Ondanks dat jullie er altijd voor mij zijn, net als Koen en zijn ouders, voel ik mij toch altijd alleen. Maar ik heb besloten, dat ik vanavond Jasper aan ga spreken. Weet alleen nog niet hoe. Maar ik wil niet langer meer bang zijn. En me verstoppen voor wie dan ook.

Ik hou nog altijd van jullie. Hopelijk accepteren jullie mij, zoals ik ben. Want ik ben nog altijd dezelfde Tim. Alleen val ik op jongens.

Veel liefs van,
Tim Vos
Jullie zoon.’

“Dat wisten we toch al lang.”, zegt meneer Vos zachtjes voor zich uit.
“Je hebt gelijk schat.”, zegt zijn vrouw tegen niemand speciaal.
“Weet je wat?”
“Wat moet ik weten?”, vraagt mevrouw Vos aan haar man, terwijl ze haar neus snuit.
“We gaan naar Tim toe.”, besluit meneer Vos.
“Is dat wel zo handig? We kunnen ook een sms sturen.”, stelt mevrouw Vos voor.
“Waarom wil je niet naar hem toe?”, vraagt meneer Vos.
“Denk je nou echt, dat hij op onze komst staat te wachten?”, reageert zijn vrouw.
“Denk het niet, dat van die sms is wel een goed idee.”
“Wat zal ik er in zetten?”, vraagt mevrouw Vos.

Tim haalt zijn telefoon uit zijn broekzak, als deze geluid maakt. Als hij op zijn telefoon kijkt, ziet hij, dat hij een berichtje heeft gekregen van zijn moeder. Maar op het moment dat hij het wil lezen, kijkt hij eerst in de richting van Jasper. Dan merkt hij, dat Jasper hem met tranen in zijn ogen aankijkt.

“Hoi.”, zegt Tim, terwijl hij zijn telefoon weer in zijn zak doet.

© Geoff (dkz09), 2014

Geoff
Berichten: 46
Geregistreerd: zondag 22 juni 2014 13:48
Woonplaats: Amsterdam
Heeft Bedankt: 2 keer
Ontvangen Bedankjes: 40 keer
Bericht Re: Liefde door Geoff » zondag 06 juli 2014 10:02

18.

‘Zei hij nou zojuist iets tegen mij?’, denkt Jasper.
‘Help!, ik moet iets terug zeggen.’
‘Maar wat moet ik zeggen?’, vraagt Jasper zich af.

“Ga weg! Laat me met rust!”, roept Jasper ineens en van schrik draait hij zich snel om.
“Is er iets?”, vraagt Tim voorzichtig.
“Kan je niet luisteren? Ga weg!”, roept Jasper opnieuw, nu met de eerste tranen in zijn ogen.
“Waarom moet ik weggaan?”, vraagt Tim
“Omdat ik alleen wil zijn!”, roept Jasper terug.
“Je hoeft niet te schreeuwen.”, zegt Tim op een lieve, rustige toon.
“Omdat jij niet kan luisteren. Ga gewoon weg en laat mijn alleen met al mijn problemen!”, roept Jasper weer, terwijl hij nu echt huilt.

Dan raapt Tim alle moed bij elkaar en loopt richting het bankje. Richting Jasper met als doel Jasper te troosten. Maar zodra hij bij het bankje staat en wil gaan zitten, schreeuwt Jasper, dat hij moet oprotten.
“Ik ga niet weg.”, zegt Tim beslist.
“Sorry, maar ik was hier al veel eerder.”, zegt Jasper kwaad, “Dus ga alsjeblieft ergens anders zitten. Er zijn hier genoeg bankjes op dit klote plein.”
“Dat klopt maar…”, zegt Tim.
“Ja maar wat?”, vraagt Jasper nog altijd kwaad en snikkend.
“Daar zit geen leuke jongen zoals hier.”, zegt Tim zachtjes.
“Wat wil je dat ik zeg?” ... Ja, ik ben homo! ... Dus ga nu maar gauw naar binnen en haal je vrienden maar ... Dan kunnen jullie mij in elkaar slaan ... Of ach weet je wat ik gooi me zelf voor de bus of nee nog beter voor de trein ... Dan is die homo van school pleite en ben ik verlost van dit klote leven.”, roept Jasper aan één stuk door.
“Weet niet wat je allemaal in je hoofd haalt? ... Ik ben verliefd op je ... Ja, ik ben ook homo!”, zegt Tim in één keer achter elkaar terug.
“Dat zeg je alleen maar om nog meer over mij te weten komen ... Zodat je dat lekker door de hele school rond kan bazuinen ... Dus donder op en haal al je vrienden, dan kunnen jullie mij in elkaar slaan.”, schreeuwt Jasper.
“Ik zeg de waarheid ... Denk je dat ik zo maar zeg, dat ik homo ben ... Alleen Koen weet dat en mijn ouders sinds vanavond ... En nu hoor jij daar ook bij.”, verdedigt Tim zich.
“Nou waar wacht je nog op, sla mij dan in elkaar, daar ben je toch op uit!”, roept Jasper.
“Jij luistert echt niet, hè?”, zegt Tim.
“Ik kan goed luisteren, maar denk je echt, dat ik jou geloof?”, roept Jasper terug, “Je zegt maar wat, in de hoop dat ik meer zal zeggen ... Zo dat jij dat kan rondbazuinen.”
“Misschien dat je dit wel wilt geloven. Ik ben verliefd op je.”, reageert Tim terug.

Dan kijkt Jasper even de kant op van Tim en ziet dat Tim tranen in zijn ogen heeft. Of denkt hij dat, omdat zijn eigen ogen waterig zijn. Maar dan draait hij snel zijn hoofd weg van Tim en begint weer te roepen.
“Ja ja en dat moet ik geloven ... Wat wil je dat ik zeg?”, probeert Jasper zijn paniek te verbergen.
“Wat ik wil, is dat je eens stopt met dat geroep, want ik zit naast je.”, zegt Tim.
“Ik roep zodat je vrienden het ook kunnen horen ... Zo hoef je niet het hen niet allemaal te zeggen, voor jullie mij in elkaar gaan slaan.”, roept Jasper keihard.
“Waar haal jij dat nou steeds vandaan?”, vraagt Tim, “Denk je soms dat ik gek ben.”
“Ik ben altijd gepest, dus leer mij mensen kennen.”, roept Jasper achter elkaar aan.
“Je moet mijn vertrouwen, ik ben echt verliefd op je.”, zegt Tim terwijl hij een arm om Jasper heen slaat.
Maar Jasper staat op en zet een stap naar voren.

‘Wat kan ik nog meer doen om hem te overtuigen dat hij er naast zit.’
‘Hij blijft maar koppig doen.’, denkt Tim bij zich zelf.

“Ga toch weg en laat mijn alleen ... Of ga je vrienden halen, dan kunnen jullie mij in elkaar slaan ... Of weet je wat, ik maak het jullie makkelijk, gooi mijzelf voor de trein.”, herhaalt Jasper zichzelf.
“Zeg dat nou niet ... Heb dat zelf al bijna een paar keer gedaan!”, roept Tim nu ineens terug.
“Waarom zou jij dat doen?”, roept Jasper terug.
“Omdat ik mij geen raad wist met mijzelf en mijn gevoelens voor jou!”, roept Tim.
“Je staat hier gewoon te liegen ... Want je danst al de hele avond met die meiden ... Dus laat je vrienden maar komen, dan kan jij lekker verder met dansen.”, roept Jasper.
“Ik wil helemaal niet met die meiden dansen! ... Want ik wil het liefste met jouw dansen!”, roept Tim.
“Hou toch op met die onzin te praten ... Ik weet precies wat jullie willen ... Een homo in elkaar slaan ... Nou haal je vrienden dan ... Dan kunnen jullie er eentje in elkaar slaan!”, schreeuwt Jasper in adem door.
“Denk je dat nou echt?”, vraagt Tim, die intussen ook rechtop staat.
“Waarom praat je anders met mij?”, roept Jasper.
“Omdat ik eindelijk na maanden de moed bijeen geraapt heb, om met je te praten ... En omdat ik verliefd op je ben ... Jij bent mijn grote liefde!”, antwoord Tim.
“Je liegt, dat je barst!”, roept Jasper.

Tim weet even niks te zeggen.
‘Wat moet ik doen om hem duidelijk te maken dat ik niet lieg.’
‘Maar de waarheid vertel ik al de hele tijd.’, denkt Tim bij zich.
‘Er moet toch een manier zijn.’
‘Ja, dat is het waarom heb ik daar niet eerder aan gedacht.’

“Jasper, kijk mij eens aan?”, vraagt Tim, terwijl hij zijn hand op Jaspers schouder legt.
“Laat mij nou met rust!”, roept Jasper.
“Jasper, alsjeblieft, kijk mij aan.”, vraagt Tim, terwijl hij Jasper zelf probeert om te draaien.
“Jasper, ik ben echt verliefd op je en daar lieg ik niet over.”, Tim kijkt Jasper in het gezicht, “Ik spreek de waarheid, geloof mij nou.”, zegt Tim, terwijl hij ook zijn andere hand op Jaspers andere schouder legt, “Want als ik zou liegen, dan zou ik dit niet doen.”, Tim trekt Jasper naar zich toe.

Zodra Jasper tegen hem aan staat, geeft Tim hem een kus op de mond. Hier schrikt Jasper van en duwt zich van Tim af. Want dit gebeurde maar twee keer in zijn dromen.
Maar dit is echt.
Als hij dan Tims geschrokken gezicht ziet, slaat hij meteen zijn armen om Tim heen en trekt hem naar zich toe en geeft hem een zoen terug, die Tim al te graag beantwoordt. Na een tijdje stoppen Jasper en Tim, ze kijken elkaar verrast aan.

“Geloof je nu wel dat ik de waarheid vertel?”, vraagt Tim.
“Ja, ik geloof je helemaal.”, antwoordt Jasper door zijn tranen heen.
“Je hoeft niet te huilen.”, troost Tim.
“Het spijt mij gewoon, dat ik zo gemeen was net.”, antwoord Jasper terwijl hij zijn neus op haalt.
“Dat geeft niet.”
“Maar ik moet je ook iets bekennen.”, zegt Jasper.
“Dat je ook verliefd op mij bent?”, vraagt Tim hoopvol.
“Ja en ook, dat ik het koud heb.”, antwoordt Jasper lacherig.
“Weet je wat ik ga mijn jas halen ... Wacht jij maar even hier, ben zo terug.”, zegt Tim en geeft Jasper een kus.
Dan loopt hij naar binnen om zijn jas te halen en besluit om gelijk even dat sms’je te lezen van zijn ouders.

‘Lieverd je bent en blijft onze zoon.
Had het eerder gezegd gek.
We houden van je.
Xxx pap en mam.’

Bij de familie Vos stijgt de spanning en stress.
“Hij heeft nog steeds niet gereageerd.”, zegt mevrouw Vos.
“Misschien heeft hij het niet gemerkt.”, stelt haar man haar rustig.
“Ik wil toch maar naar zijn school gaan.”
“Want ik ben er niet gerust in.”
“Misschien heeft hij zichzelf iets aan gedaan.”, zegt mevrouw Vos bezorgd.
“Dan gaan we er toch heen.”, antwoordt meneer Vos, die al hun jassen pakt.
“Ja graag.”, zegt mevrouw Vos, als ze haar jas en schoenen aan doet.
Even later zitten ze in de auto en zijn ze op weg naar de school van hun zoon. Als ze halverwege zijn, krijgen ze een sms van hun zoon.

‘Ik hou ook van jullie xxx.’

Jasper staat buiten te wachten op Tim. En denkt nog steeds aan net. Wie had dat durven dromen dat hij en Tim met elkaar zouden praten. Laat staan dat ze ook zouden zoenen. Maar wat Jasper en Tim niet hebben gezien of gemerkt is, dat er tijdens hun gesprek en hun zoenpartij de pestkoppen van de school naar buiten zijn gekomen en zich in de bosjes verstopt hebben. Zodra Tim binnen is, komen ze de voorschijn en gaan op Jasper af, die met zijn rug hun kant op staat. Dan ineens hoort Jasper iemand dichterbij komen. Diegene stopt vlak achter hem en doet zijn handen voor de ogen van Jasper.
“Tim, ben jij dat?”, vraagt Jasper.
“Vuile homo die je er bent!”, roepen een paar jongens.
Voor Jasper het beseft, wie het zijn, voelt hij een harde stomp in zijn maag. En tegelijk ook een harde schop tegen zijn benen. Dan slaat iemand met een stok op zijn hoofd, waardoor Jasper in elkaar zakt en op de grond belandt. Het groepje jongens laten het hier niet bij. Ze gaan door en met slaan en schoppen. Tussendoor klinken hun dronken stemmen:
“Hey, vieze homo!”
“Mietje!”
“Vuile Flikker!”
“Griezel!”
“Dit vind je wel lekker hè, zoveel jongens, die aan je zitten?!”
“Wil je meer?!”

© Geoff (dkz09), 2014

Geoff
Berichten: 46
Geregistreerd: zondag 22 juni 2014 13:48
Woonplaats: Amsterdam
Heeft Bedankt: 2 keer
Ontvangen Bedankjes: 40 keer
Bericht Re: Liefde door Geoff » maandag 07 juli 2014 19:40

19.

“Hey Tim wat kijk jij vrolijk!”, zegt Koen als hij zijn vriend weer ziet.
“Ah, Koen ik had je niet gezien.”, antwoord Tim.
“Je bent vrolijk sinds lange tijd … Heeft het iets met je weet wel wie?”, vraagt Koen.
“Echt is het zo te merken aan mijn?”, vraagt Tim aan zijn vriend.
“Ja, man je straalt gewoon helemaal … Maar kan ik daar uit op maken dat jij en Jasper hebben gepraat?”, vraagt Koen nieuwsgierig.
“Half gepraat en half geschreeuwd.”, antwoord Tim netjes.
“Hoe bedoel je?”
“Nou hij wilde niet geloven dat ik verliefd op hem was … Hij dacht zelfs dat ik hem in elkaar wilde slaan.”
“Dat meen je niet … Maar hoe komt het dan dat jij toch zo vrolijk ben?”
“Nou omdat mijn ouders mijn accepteren en omdat…”, zegt Tim met een brede glimlach op zijn gezicht.
“Dat zei ik toch dat ze je zouden accepteren … Maar waarom ben je dan nog meer zo vrolijk?”, vraagt Koen heel erg nieuwsgierig.
“Hij wilde het eerst niet geloven … Toen heb ik hem gedwongen mijn aan te kijken … Toen heb ik gezegd dat als ik zou liegen dit niet zou doen … Toen heb ik hem gezoend.”, verteld Tim glunderen.
“Je hebt wat?”, roept Koen nog net niet.
“Je hebt mijn wel gehoord … Kan zeggen dat het geweldig was.”
“Die info hoef ik niet te weten.”, zegt Koen lacherig.
“Nou je verstond het toch niet?”, vraagt Tim plagerig.
“Maar zeg grappenmaker hebben jullie dan nu ook iets? … En waar is Jasper eigenlijk?”
“Uhm dat weet ik niet maar denk het wel en Jasper is nog buiten.”
“Wat doe jij dan hier?”, vraagt Koen.
“Mijn jas halen want Jasper heeft het koud.”
“Waarom komt hij dan niet naar binnen?”
“Geen idee, denk omdat er verder niemand is.”, antwoord Tim.
“Ah, hier ben je schat.”, zegt Sofie als ze aankomt lopen.
“Ik zag Tim ineens.”, antwoord hij aan Sofie en geeft haar ook gelijk een kusje.
“Wat ben jij ineens vrolijk.”, zegt Sofie zodra ze ook Tim ziet staan.
“Daar heeft meneer een hele goede reden voor … Toch Tim?”
“Uhm niks bijzonders.”, zegt Tim.
“Ja, nu wil ik het helemaal weten.”, zegt Sofie.
“Als je beloofd niks door te vertellen … Dan wil ik het best vertellen.”, zegt Tim tegen Sofie.
“Ik beloof dat ik niks zal door vertellen.”, zegt Sofie.
“Ik heb net gezoend.”, zegt Tim zo cool mogelijk.
“Toch niet met die Dorien hé?”, vraagt Sofie.
“Nee niet met Dorien … Moet er niet aan denken.”, zegt Tim met een vies gezicht.
“Met wie dan?”, vraagt Sofie ongeduldig.
“Als je het echt beloofd aan niemand te vertellen.”, zegt Tim nogmaals.
“Ja, ik beloof het aan niemand te vertellen.”, zweert Sofie plechtig met twee vingers in de lucht.
“Nou vooruit dan maar ... kom eens met gezicht dan fluister ik het in je oor.”, zegt Tim.
Sofie doet wat Tim haar vraagt. Als haar oor bij Tim zijn mond is. Fluistert hij het in haar oor. Dan kijkt Sofie meteen verbaasd en blij op. En kijkt van Tim naar Koen en terug.

“Toen ik jouw vroeg of Tim homo was … Had je gezegd dat hij hetero was.”, fluistert Sofie naar Koen.
“Ik had het hem beloofd er met niemand over te praten … Want zelfs zijn ouders wisten het tot ongeveer een uur geleden nog van niks … En zoals ik jouw beloofde om niks over Jasper te vertellen … Zo had ik dat ook Tim beloofd.”, antwoord Koen terug.
“Nou echt een geheim kan je niet bewaren … Hij vertelde het mijn gelijk de volgende dag.”, verteld Tim.
“Ik zou jouw nog eens iets in vertrouwen vertellen.”, zegt Sofie gespeeld boos.
“Maar Sofie ik wou het eerst niet geloven … Dacht dat Koen het verzonnen had … In de hoop dat ik misschien dan eindelijk bij mijn ouders uit de kast zou komen … Maar ook Jasper zou vragen voor dit feest.”, legt Tim haar.
“Maar goed, hebben jullie nu iets … En waar is Jasper eigenlijk?”, vraagt Sofie.
“Uhm denk het wel en die staat buiten te wachten … Ik was mijn jas gaan halen want hij heeft het koud.”, zegt Tim terwijl zijn jas omhoog houdt.
“Nou kom op dan … Dan gaan we met zijn drietjes naar hem toe.”, oppert Sofie.
“Eigenlijk wil ik graag alleen zijn met Jasper.”, zegt Tim zachtjes.
“Dat snap we ook … Maar ik wil hem alleen even feliciteren en dan ga ik met Koen weer naar binnen.”, zegt Sofie.
“Nou vooruit dan.”, zegt Tim.

En met zijn drieën lopen ze richting de uitgang. Sofie en Koen kunnen het nog altijd niet geloven dat hun beste vrienden verliefd op elkaar zijn. Tim kan op zijn beurd nog steeds niet geloven dat hij en Jasper gezoend hebben. Dat zijn ouders hem gewoon accepteren en dat hij opzicht erg open was naar Sofie net. Maar zodra ze door de deur naar buiten lopen. Blijven ze alle drie geschrokken staan.

“Sofie ga terug naar binnen en ga hulp halen en waarschuw Tom.”, zegt Koen.
“Is goed.”, zegt Sofie en draait zich om en rent terug naar binnen.
“Tom!!!!!!!!”, roept Sofie zodra ze Tom in het fichier krijgt.
“Wat is er Sofie?!”, roept Tom.
“Jasper in word geslagen elkaar.”, deelt Sofie verwarden uit.
“Wat wordt mijn broertje in elkaar geslagen.”, roept Sandra geschrokken uit.
“Ja, ik moet hulp halen van Koen.”, hijgt Sofie die helder probeert te denken.
“Is Koen daar nu alleen?”, vraagt Tom.
“Nee, Tim is er ook bij … Tim en Jasper hebben gezoend … Maar Tim was terug naar binnen gegaan om zijn jas te halen … Want Jasper heeft het koud … Toen zijn Koen en ik mee gelopen … En toen we buiten kwamen zagen we hoe Jasper door een groepje in elkaar geslagen werd.”, vertelt Sofie.
“Sofie ga jij een leerkracht halen … Dan ga ik ook naar buiten.”, oppert Tom en rent richting de uitgang.
“Ik ga met je mee … En Sofie haal Niels want daar stond Jasper net nog mee te praten.”, roept Sandra nog naar haar toe en rent achter Tom aan.

Als Sandra en Tom buiten komen zien ze een geschrokken Tim staan. En zien dat Koen probeert het groepje weg te krijgen van Jasper. Tom denkt geen moment na. En rent er ook op af. Sandra blijft bij Tim en slaat haar arm om hem heen.
“Ik had gehoopt dat ik op een andere manier jouw zou leren kennen.”, zegt Sandra met een beetje humor.
Maar ze krijgt geen reactie van Tim. Sofie is binnen nog altijd op zoek naar Niels. In eens krijgt ze een helder ogenblik. Ze rent richting de theaterzaal. Zodra ze de zaal binnen rent. Ziet ze dat Niels samen met iemand in een romantisch omhelzing op het podium staat. Ze hebben niet door dat zij binnen gekomen is. Dan in eens schrikken Niels, Bart, meneer Kostuum en Mick op.
“Jasper word buiten in elkaar geslagen!!!”, roept Sofie.
“O, nee dat meen je niet.”, roept Niels die van schrik Bart los laat.
“Ik meen het wel … Heb het met eigen ogen gezien.”, gilt Sofie.
“Mick bel één één twee en waarschuw ook de andere docenten en de rest kom mee.”, roept Niels.

Mick doet wat hem gevraagd word en belt één één twee. Meneer Kostuum, Bart, Sofie rennen achter Niels aan naar buiten. Buiten aangekomen. Blijft Sofie bij Tim en Sandra staan. Terwijl meneer Kostuum, Bart en Niels door rennen naar het groepje. Op het moment dat de drie heren zich er tussen veringen. Stopt er auto bij het plein en stappen twee mensen uit. Die zien gelijk dat er iemand in elkaar geslagen word.
“Het is toch niet Tim die in elkaar geslagen word?”, vraagt mevrouw Vos zich hard af.
“Geen idee maar ik ga één één twee bellen.”, zegt meneer Vos.
“Ik wil zeker weten dat het niet Tim is.”, zegt mevrouw Vos.
“Tim is het niet want die staat daar bij de ingang.”, zegt meneer Vos terwijl hij naar de ingang wijst.

Mevrouw Vos rent gelijk richting haar zoon. Terwijl meneer Vos richting het groepje rent. Waar Niels en meneer Kostuum, Bart, Koen en Tom bezig zijn om die jongeren weg te trekken bij Jasper. Als mevrouw Vos zich bij Tim, Sofie en Sandra staat. Laat Sandra Tim los en maakt plaats voor de vrouw. Die meteen haar armen om Tim heen slaat.
“Oh Tim waarom heb je niet eerder gezegd dat je op jongens valt.”, zegt mevrouw Vos tegen haar zoon.
“Wie bent u?”, vragen Sofie en Sandra te gelijk.
“O, Ik ben de moeder van Tim en jullie zijn?”
“Dit is Sandra en ik ben Sofie.”, stelt ze haar zelf en Sandra voor.
“Ben jij de vriendin van Koen?”, vraagt mevrouw Vos aan Sofie.
“Ja, dat klopt.”, antwoord Sofie.
“En wie ben jij dan?”, vraagt mevrouw Vos aan Sandra.
“Ik ben de zus van Jasper.”, antwoord Sandra.
“Tim is dat de zus van de Jasper die jij leuk vindt? … Jongen zeg nou iets.”, zegt mevrouw Vos.
“Hij zegt niks mevrouw … Hij staat hier al die tijd versteend te kijken.”, zegt Sandra.
“Maar wat is er aan de hand?”, vraagt mevrouw Vos.

Maar op het moment dat Sofie antwoord wil geven. Gaat de deur open komen meneer Blakkere en mevrouw Klaver naar buiten. Meneer Blakkere schiet zijn collega’s en de andere te hulp. En mevrouw Klaver ontfermend zich over Sandra, Sofie, Tim en zijn moeder. Ook mevrouw Klaver wilt weten wat er aan de hand is.
“Ik kwam met Koen en Tim naar buiten … Toen zagen we hoe Jasper in elkaar geslagen werd … Ik ben hulp gaan halen terwijl Koen er op af ging … Binnen heb ik eerst Tom in geseind … Waarop die ook naar buiten ging samen met Sandra … Toen ben ik Niels gaan halen … Want dat had Sandra gezegd.”, verteld Sofie het verhaal.
“Maar wat deed Jasper dan alleen buiten?”, vraagt mevrouw Klaver.
“Jasper was het binnen zat … Wou wat frisse lucht … Hij is toen naar buiten gegaan.”, verteld Sandra
“Tim is daarna ook naar buiten gegaan … Die is op Jasper af gestapt … En enigste wat ik verder weet is dat ze hebben gezoend en dat Tim toen weer naar binnen is gegaan om zijn jas te halen omdat Jasper het koud had … En daar kwamen Koen en ik hem tegen en zijn toen met hem naar buiten gelopen … En de rest weten jullie al.”, vult Sofie aan.

Verder op het pleintje is het gelukt om de vechter bazen van Jasper te krijgen. Met Moeite weten meneer Kostuum, meneer Blakkere, meneer Vos en Bart ieder een dronken vechter baas in bedwang te houden. Niels, Tom en Koen schrikken zich rot. Net op het moment dat Niels zich over Jasper wilt ontfermen. Remmen er een aantal politie auto’s met piepend banden voor het plein af. Agenten springen uit de auto’s en rennen het plein. En nemen gelijk de dronkenlappen over van de heren die ze vast houden. Dan vraagt een agent wat er allemaal gebeurd is. Terwijl een collega vraagt waar de ambulance blijft. Ook loopt er agent richt de dames en Tim. Dan in eens komt Tim in beweging en rent in rechte lijn op Jasper af en laat zich naast Jasper op de grond vallen. En geeft Jasper voorzichtig een kus op zijn hoofd. En begint te huilen van schrik.
“Jullie klootzakken!!!!!”, schreeuwt Tim.

Dan maakt Jasper wat geluid. En fluistert bijna onverstaanbaar; “Tim rot op.”
“Ik ga niet weg.”, zegt Tim terug.
“Ga weg want je hebt gelogen”, zegt Jasper zachtjes.

© Geoff (dkz09), 2014

Geoff
Berichten: 46
Geregistreerd: zondag 22 juni 2014 13:48
Woonplaats: Amsterdam
Heeft Bedankt: 2 keer
Ontvangen Bedankjes: 40 keer
 

Plaats een reactie

Vorige
Volgende

Terug naar Man - Man

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast