Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief


Forumindex  • Verhalen, gedichten en andere teksten  • Man - Man
 
Registreren
 
 
 

Verrassende verhalen, gedichten en andere teksten vanuit een gay perspectief

Liebesträume


Algemeen

Plaats een reactie

Bericht Liebesträume door Michael87 » donderdag 19 juni 2014 17:30

Liebesträume


Bestaat er zoiets als liefde die de grenzen van leven en dood overstijgt?
Of is dat slechts verbeelding...


Inhoudsopgave

Deel 1 | Hohe Liebe
Deel 2 | Seliger Tod
Deel 3 | O lieb, so lang du lieben kannst


Dit verhaal is afgerond.
De ePub versie van dit verhaal vind je hier.

reageer op dit verhaal >>>

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Liebesträume door Michael87 » donderdag 19 juni 2014 17:34

Hohe Liebe.mp3
Hohe Liebe, Franz Liszt
(7 MiB) 179 keer gedownload


Deel 1 | Hohe Liebe




Op het bankje tegenover de oude muziekkapel zitten drie oude mannen, druk gebarend, met elkaar te praten. Naast het bankje zit een oude, magere man in een rolstoel. Zijn ogen staan hol en levenloos in zijn oogkassen. Spierwitte haren hangen in dunne slierten om zijn ingevallen gezicht. Zijn trillende handen liggen in zijn schoot.
Het dorpspleintje ademt een rustige sfeer. Op de hoek, waar vroeger de bakkerij zat, zit nu een piepkleine ‘Huit à Huit’, zodat de merendeels oude inwoners van het dorpje, voor levensmiddelen in ieder geval niet zijn aangewezen op de dichtstbijzijnde stad. Sinds de hoogtijdagen van de textielindustrie voorbij zijn, hebben veel mensen, op zoek naar werk, het dorp verlaten. Het gros van de mensen dat achter is gebleven, heeft inmiddels hun oude huisje verruild voor een kamer in het enige ‘Maison de Retraite’ dat het dorp rijk is.

In de verte zwelt het geluid van de in aantocht zijnde bus, die tweemaal daags het dorpje doorkruist, aan. De oude man in de rolstoel kijkt op. De bus stopt en een lange, tengere jongeman stapt uit. Zijn halflange, blonde haar danst in de wind. Dan volgt een tweede jongeman, iets kleiner en donkerder dan de eerste. Verblind door de laagstaande zon knijpt hij zijn ogen tot spleetjes en kijkt, door het kleine brilletje dat op zijn neus prijkt, om zich heen.
De doffe ogen van de oude man lichten op. Onrustig schuift hij in zijn rolstoel heen en weer. Zijn mond zakt een stukje open. Hevig trillend brengt hij zijn handen naar de leuning. Zijn knokkels kleuren wit door de kracht waarmee hij erin knijpt.
Druk in gesprek met elkaar, passeren de beide mannen het bankje zonder de oude man op te merken. In het voorbijgaan draait de oude man zich, voor zover hij dat kan, om.
“Jerôme…”, fluistert hij.
De kleinste van de twee mannen houdt zijn pas in en draait om. Een kort moment kijkt hij de oude man aan. Hij fronst zijn wenkbrauwen, schudt even met zijn hoofd, draait weer om en loopt zijn vriend achterna.


“Hoe ver is het nog?”, vraagt Jeroen.
“Als de informatie op internet klopt, is het vanaf de bushalte nog een kleine twee kilometer lopen", antwoordt Berend. "Daar bij dat kerkje rechtsaf en dan net over een brug, aan de linkerkant. Daar moet het zijn.”
Zwijgend lopen de mannen verder. Een paar maanden geleden hebben ze elkaar via een fotosite leren kennen. Beiden geïnteresseerd in het fotograferen van oude huizen, verlaten dorpen, vervallen fabrieken en meer van dat soort dingen, besloten ze samen op pad te gaan. En zodoende lopen ze nu hier. Want net buiten dit dorpje, ligt een fraai, al jaren verlaten, landgoed en dat willen ze, in al haar vergane glorie, vastleggen.
“Ik zou hier zo een hele week kunnen rondlopen. Neem nou zo’n oude spoorlijn”, merkt Jeroen op als ze een oude spoorbrug passeren, “dan moet er vast ook ergens een oud stationnetje zijn.”
Aan de andere kant van de brug staat Jeroen ineens stil. Verbaasd kijkt hij naar een grote poort die aan de overkant van de weg voor hem opdoemt. Een oude muur met daarachter hoge bomen, afgewisseld met dicht struikgewas, strekt zich uit zover hij kan zien.
“Het is net of ik dit ken… Is het hier?”, vraagt hij terwijl hij de weg al oversteekt. “Kom je?”, roept hij ongeduldig terwijl hij over zijn schouder kijkt.
“Wacht even”, roept Berend terug. “Ik wil dit vastleggen, het licht valt precies goed.” Meteen doet hij zijn rugzak af en haalt zijn camera tevoorschijn.

Niet veel later lopen de twee mannen tussen de hoge bomen van de oprijlaan door. Over een drooggevallen vijver links van hen, ligt een verweerde brug. Het geheel wordt omgeven door een volkomen overwoekerde tuin.
Alsof ze het afgesproken hebben, halen ze tegelijkertijd hun camera’s tevoorschijn. Heel even kijken ze elkaar aan en lachen. Het volgende moment hebben ze beiden alleen nog maar oog voor hetgeen ze door de lens van hun camera zien.
“Dit is echt prachtig”, zucht Jeroen dromerig. “Hier zou ik wel willen wonen…”
“Kom… verder”, spoort Berend hem aan.
Ze vervolgen hun weg. Rechts staat een oud, roze gebouwtje. De toren aan de ene kant doet vermoeden dat het ooit dienst heeft gedaan als kapel.
“Naar binnen?" Vragend kijkt Jeroen Berend aan.
Berend schudt zijn hoofd. “Eerst de villa, goed? Kunnen we daarna hier nog wel even kijken.”
“Oké", antwoordt Jeroen met tegenzin. Op de één of andere manier heeft hij heel sterk het gevoel dat dit de plek is waar hij moet zijn. Er is iets merkwaardigs met dit gebouwtje. Hij kan het niet plaatsen maar het gevoel is onmiskenbaar aanwezig.


Via een openstaande deur, aan de achterkant van de villa, gaan Jeroen en Berend naar binnen. Op internet hebben ze al foto's gezien van het oude huis, maar de werkelijkheid overtreft hun stoutste verwachtingen. De kastjes in de keuken staan vol met ingemaakte groenten, ingeblikt vlees en flessen olie en azijn. Met open mond kijken ze rond. Ze maken de ene foto na de andere.
In de kelder liggen flessen wijn onaangeroerd en onder het stof. Voorzichtig pakt Berend één van de flessen. ‘Bott Frères, Pinot Gris, 1927’ staat er op het etiket.
“Wow”, brengt hij vol ontzag uit. “Die flessen hier zijn meer dan tachtig jaar oud, man!” Opnieuw pakt hij een fles. “Hier.. Deze is uit 1918… Dat dat hier nog nog ligt… Onvoorstelbaar…”
Vol ontzag lopen de beide mannen verder. Ze beklimmen de statige, brede trap naar de bovenverdieping. Opgemaakte bedden, linnengoed keurig opgevouwen in de kasten… Het is alsof de bewoners van het één op het andere moment vertrokken zijn. Alsof de tijd stil is gezet op het moment dat ze het huis verlieten.
"Snap jij waarom zo'n huis zo achtergelaten is?", vraagt Jeroen aan Berend die naast hem druk bezig is close-up opnames van de linnenkast te maken.
"Misschien plotseling iemand overleden?", reageert hij, zonder te stoppen met fotograferen.
"Maar dan is er toch wel familie? Iemand moet dit toch geërfd hebben? Dit is gewoon bizar…"
"Stond er niks over op internet?", vraagt Berend.
Jeroen schudt zijn hoofd. "Nee, dat was juist het gekke. Ik ben wel foto's tegengekomen, niet eens zoveel trouwens, maar informatie over de bewoners en waarom het verlaten is… niks!"
"Misschien kunnen we morgen eens in het dorp rondvragen. Ik kan me niet voorstellen dat niemand weet wat hier gebeurd is", oppert Berend.
"Goed idee. Want dit is gewoon absurd!", reageert Jeroen.

Weer beneden lopen ze de grote salon binnen. Links staat een oude vleugel. De rechterpoot is kapot waardoor hij helemaal scheef is gezakt. Gefascineerd opent Jeroen de klep. Zijn vingers glijden over de toetsen, maar het verwaarloosde instrument brengt geen fatsoenlijke klank meer voort.
De uren verstrijken zonder dat ze er erg in hebben. De zon verdwijnt achter de horizon, waardoor het huis een mysterieuze uitstraling krijgt.
"Nog even in die kapel kijken?", vraagt Jeroen als de ingevallen duisternis fotograferen niet echt zinvol meer maakt. "Gewoon, om te kijken of het de moeite waard is er morgen naartoe te gaan…"
Berend knikt terwijl hij zijn camera opbergt.


Voorzichtig duwt Jeroen de deur van het roze gebouwtje open.
Berend richt zijn zaklamp op de met brokken steen bezaaide vloer. "Oppassen, je zou je benen nog breken", waarschuwt hij.
Ze staan in het torentje. Rechts een smalle stenen trap. Hier en daar ontbreken hele delen van treden.
"Wow, kijk daar eens", stoot Berend Jeroen aan. Hij wijst naar een geëmailleerde potkachel.
“Jammer dat het al donker is…", zucht Jeroen. "Morgen dan maar." Behoedzaam loopt hij verder. "Wat is dit geweest?", vraagt hij, verbaasd rondkijkend.
Berend schijnt met zijn zaklamp rond. Zwart geschilderde muren waartegen grote, zware eikenhouten kasten met honderden laatjes staan. In het midden een soort grote toonbank. Terwijl Jeroen nieuwsgierig het ene laatje na het andere opentrekt, beklimt Berend voorzichtig de gehavende trap.
"Kom eens… Dit moet je zien!", roept hij van boven.
Nieuwsgierig klimt Jeroen omhoog. In een grote, hoge ruimte staat, in het licht van de volle maan, een oud orgel.
"Wow", brengt hij vol ontzag uit. Een rilling trekt langs zijn ruggengraat bij het zien van de lege orgelkast. Alle pijpen zijn eruit gehaald. Het toetsenbord gaat verscholen achter een kabinet. Nieuwsgierig loopt hij er naartoe.
"Wat ís dit?", zegt hij verwonderd terwijl hij de klep van het kabinet openmaakt.
'Welte Mignon' staat er op het koperen plaatje aan de binnenkant. Onder de klep zit een mechanisme, waarin een oude, gescheurde rol met allemaal gaatjes is bevestigd. ‘Liebesträume no. 1, Hohe Liebe, Franz Liszt’ staat er op de kapotte rol. Verbaasd leest hij de tekst nog een keer. No. 1? Bestaat dat ook? Hij kent alleen no. 3. Die muziek heeft hem van kinds af aan geboeid. Waarom, weet hij eigenlijk niet. Jammer dat de rol kapot is en het mechanisme niet meer werkt. Hij had no. 1 graag willen horen…

De beide mannen zijn het erover eens, dit gebouwtje is zeker de moeite van het fotograferen waard. Ze besluiten hier te overnachten en pakken hun slaapmatjes en slaapzakken uit. Moe van de enerverende dag vallen ze al snel in slaap.


wordt vervolgd...

reageer op dit verhaal >>>

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Liebesträume door Michael87 » donderdag 19 juni 2014 17:37

Seliger Tod.mp3
(4.43 MiB) 201 keer gedownload


Deel 2 | Seliger Tod




Op zijn kamer zoeken de trillende vingers van de oude man tussen de foto’s in de schoenendoos die hij op zijn schoot heeft.
Een van de mannen op het bankje heeft hem teruggebracht naar het huis. Hij was graag eerder gegaan maar moest noodgedwongen wachten. De kracht in zijn armen die nodig is om zelf zijn rolstoel voort te bewegen, heeft hij niet meer.
Plotseling verschijnt er een glimlach op zijn magere gezicht. Hij trekt een oude, vergeelde foto uit de doos. Met ingehouden adem bekijkt hij de twee mannen die naast elkaar op de foto staan. Links, dat is hijzelf, tachtig jaar geleden. Wat zag hij er toen nog goed uit! Zeventien was hij toen die foto was gemaakt. En rechts, dat is…
“Jerôme…", zucht hij weemoedig.
Ingespannen tuurt de oude man naar de foto in zijn hand. Zijn gedachten gaan terug naar het verleden. Naar de dag waarop ze afscheid van elkaar namen. Ze hadden de liefde bedreven, hij weet het nog goed. De herinnering brengt een twinkeling in zijn ogen. Een lichte blos verschijnt op zijn bleke, ingevallen wangen.
Jerôme was naar New York gegaan om zich daar als fotograaf en filmmaker te vestigen. Hij had hem beloofd zo snel mogelijk terug te komen om hem te halen. Het was de laatste keer geweest dat hij hem gezien had…
Verwoed onderdrukt hij zijn opkomende tranen. Hij mist hem nog elke dag… Diep in zijn hart weet hij best dat Jerôme niet meer leeft. Dat is onmogelijk, dan zou hij nu honderdzes zijn…
Berustend drukt hij op het belletje dat aan zijn rolstoel hangt. Niet veel later komt iemand van het verplegend personeel en helpt hem in bed. Met de foto dicht tegen zich aan, valt hij in slaap.


Hij staat voor de 'Welte Mignon'. Zijn lange, zwarte jas met rond weggesneden voorpanden, heeft hij keurig over de stoel voor de secretaire gehangen. Voorzichtig plaatst hij een muziekrol in het speelkabinet en start het apparaat. Duidelijk hoorbaar wordt de wind in de drie blaasbalgen die het mechanisme aandrijven, geblazen. De eerste klanken van ‘Liebesträume no. 2, Seliger Tod' van Franz Liszt vullen de ruimte als de 'Welte Mignon' het orgel bespeelt. Plotseling voelt hij twee armen om zich heen. Een glimlach glijdt over zijn gezicht op het moment dat zachte lippen zijn nek beroeren. Een zucht ontsnapt zijn mond. Verlangend draait hij zich om. Het licht van de volle maan schijnt door de grote ramen in het dak op het gezicht van de hem zo geliefde jongen. Strelend glijdt zijn duim langs zijn wang.
"Eindelijk…", zucht hij. Teder beroert hij zijn lippen. Zijn handen glijden door de halflange, blonde haren van de jongen en vervolgen hun weg langs zijn rug naar beneden. Langzaam schuiven zijn vingers onder de grijs gestreepte spencer en trekken zijn ongesteven overhemd uit zijn broek. Zijn warme handen strelen de blote rug van de jongen.
“Mijn lief…", fluistert de jongen als ze hun kus verbreken. "Ik kan niet lang blijven…" Zijn vingers zoeken de knopen van zijn vest. Ongeduldig kleden ze elkaar uit. Geen van beiden neemt de moeite hun kleding netjes op te vouwen.
Liefdevol neemt hij hem in zijn armen en trekt hem tegen zich aan. Naakt wiegen ze, strelend en kussend, op de maat van de lieflijke klanken van 'Seliger Tod' tegen elkaar. De jongen vlijt zijn hoofd tegen zijn borst.
In één soepele beweging tilt hij hem op, één arm onder zijn knieën, de andere onder zijn rug. Voorzichtig draagt hij hem naar de chaisse longue in de hoek. Zijn jonge lichaam trilt van opwinding als hij hem liefdevol neerlegt en op zijn zij naast hem gaat liggen. Steunend op zijn elleboog buigt hij zich over de jongen en kust hem opnieuw. Met zijn vrije hand streelt hij zijn borst. Via zijn buik daalt hij af naar beneden. De jongen kreunt verlangend.

"Ik moet nu echt gaan", fluistert de jongen, als ze niet veel later in elkaars armen liggen. Zijn vingers woelen door zijn haren.
“Kun je me niet meenemen?”, vraagt hij smekend terwijl hij zachtjes zijn arm streelt.
De jongen schudt zijn hoofd. "Ik zou niks liever willen, mijn lief, maar het gaat niet. Ik kom zo snel mogelijk terug om je te halen…"

Door een waas van tranen kijkt hij de jongen, van achter het raam, na. Op de brug draait hij nog eenmaal om en zwaait, om dan uit het zicht te verdwijnen.



"Hé slaapkop, wordt eens wakker.” Berend schudt aan zijn schouder. "Ik heb honger. Kom, naar het dorp, eten."
Jeroen rekt zich uit, kruipt uit zijn slaapzak en trekt zijn sokken en spijkerbroek aan. "Wat doen we? Halen we broodjes of gaan we ergens zitten om wat te eten?", vraagt hij.
"Heb jij in het dorp iets anders gezien dan ik?", grinnikt Berend. "Ik geloof niet dat je hier ergens buiten de deur kunt eten, laat staan ontbijten. Laten we maar gewoon wat broodjes bij die ‘Huit à Huit’ halen.”
"Strak plan“, knikt Jeroen instemmend.

"Wil je nog kijken of iemand iets over het landgoed weet?", vraagt Berend als ze een half uur later in de rij bij de kassa staan.
“Oh shit ja!", reageert Jeroen. “Da’s waar ook…”
De daad bij het woord voegend, spreekt hij de dame aan die voor hen in de rij staat. De dame vertelt dat het landgoed lang geleden bewoond werd door de eigenaar van de nabijgelegen textielfabriek. Hij en zijn vrouw zijn plotseling overleden waardoor het landgoed in handen kwam van hun enige zoon. Op een dag is hij met de noorderzon vertrokken en sindsdien is het verlaten.
"Misschien moeten jullie eens met François praten", zegt ze. "Hij was destijds de protégé van de zoon en heeft nog jaren na zijn vertrek voor het landgoed gezorgd. Hij weet er vast meer over te vertellen."
“Fantastisch!", reageert Jeroen enthousiast. "Waar vinden we die François?"
"Voor zover ik weet, woont hij nog steeds in het 'Maison de Retraite', tegenover de kerk", antwoordt de vrouw. "Vraag maar naar François Bonnet", voegt ze eraan toe.
Ze bedanken de dame vriendelijk, rekenen de boodschappen af en lopen het kleine winkeltje uit.

"Het lijkt wel alsof we in een macabere film terecht zijn gekomen, waarin de wereld is overgenomen door bejaarden", grinnikt Jeroen als ze even later het dorpsplein oversteken.
Voor hen schuifelen twee dames, voetje voor voetje, richting de 'Huit à Huit'. Van links komt een oude man met een boodschappenwagentje aangelopen.
"Vind je het gek? D'r is hier voor een normaal mens toch ook niks te doen?"
"Toch lijkt het me wel wat. Elke ochtend op je dooie akkertje naar de 'Huit à Huit' voor de dagelijkse boodschappen en het laatste nieuws en verder in alle rust van je ouwe dag genieten", mijmert Jeroen.
"Dus jij zou hier je laatste jaren wel willen slijten?", vraagt Berend spottend.
"Ikke wel", lacht Jeroen terug. "Maar dan wil ik wel in die oude villa wonen."
"Jij bent gek! De staat waarin dat huis verkeerd… Dat kost kapitalen om op te knappen, man! Om nog maar niet te spreken van de tijd…”
"Ach, leuk project toch. Ik heb nog een heel leven voor me, tijd zat", grinnikt Jeroen. "Zou het te koop zijn?", voegt hij er geïnteresseerd aan toe.
"Misschien weet die François dat wel", oppert Berend lachend.
"Laten we dan maar eens kijken of we hem te spreken kunnen krijgen", stelt Jeroen voor.


'Maison de retraite' staat er met sierlijke letters op de gevel van het oude gebouw. Het heeft wat weg van een klooster of een oud ziekenhuis. De voordeur staat uitnodigend open. Het meisje achter de balie biedt hen een kopje koffie aan en vraagt om even plaats te nemen, ze zal iemand roepen.

"Goedemorgen." Een vriendelijk dame van rond de vijftig komt op hen aflopen. "U komt voor meneer Bonnet?"
De mannen knikken.
"Dan ben ik bang dat ik vervelend nieuws voor u heb", gaat de dame verder. "Meneer Bonnet is afgelopen nacht in zijn slaap overleden."
Jeroen verslikt zich bijna in zijn koffie. "Pardon?", vraagt hij verschrikt.
"Excuses dat wij u niet op de hoogte hebben gebracht. We dachten dat meneer Bonnet geen familie of vrienden meer had. Vanmiddag ligt hij opgebaard in de kapel. Als u wilt, kunt u dan terugkomen om afscheid te nemen.” Om beurten kijkt ze de mannen aan.
Jeroen knikt.
"Ok, laten we dan maar gaan", stelt Berend voor.


Een paar uur later staan ze opnieuw voor de deur van het 'Maison de Retraite'. Dezelfde dame die hen vanochtend te woord heeft gestaan, gaat hen voor naar de kapel. Voor een grote, donkere, eikenhouten deur staat ze stil.
"Hier is het", wijst ze vriendelijk. "Als u behoefte heeft aan koffie… Daar staat een koffiemachine. Neemt u gerust een kopje", voegt ze eraan toe. "Dan laat ik u nu alleen. U vindt de weg terug wel zonder hulp, denk ik, of niet?"


wordt vervolgd...

reageer op dit verhaal >>>

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
Bericht Re: Liebesträume door Michael87 » donderdag 19 juni 2014 17:40

O lieb, so lang du lieben kannst!.mp3
(5.18 MiB) 180 keer gedownload


Deel 3 | O lieb, so lang du lieben kannst!




Op de achtergrond klinken de zachte klanken van 'Liebesträume no. 3'. Met ingehouden adem loopt Jeroen naar de opgebaarde man. Spierwitte haren, netjes gekamd, ingevallen, bleke wangen en zijn handen gevouwen op zijn buik. De man komt hem vaag bekend voor. Tussen zijn vingers houdt hij een vergeelde foto.
"Huh?", roept Jeroen verbaasd. Voorzichtig trekt hij de foto tussen de vingers van de man vandaan en kijkt nog eens goed.
"Wat is dat?", vraagt Berend terwijl hij op hem afloopt.
Zwijgend overhandigt Jeroen hem de oude foto. “Kijk eens naar die man rechts”, wijst hij.
"Wat is daarmee?" Berend werpt een vluchtige blik op de foto.
"Kijk eens goed", maant Jeroen.
"Hè?", reageert Berend verbaasd. "Die man lijkt sprekend op jou! Hoe kan dat?"
"Geen idee." Jeroen pakt de foto terug. In de rand staat wat geschreven. ‘François et Jerôme, 1930’, ontcijfert hij het priegelige handschrift.
“Jerôme?”, vraagt hij verbaasd.
Hij bekijkt de man op de foto nauwkeuriger. Het is alsof hij naar zijn spiegelbeeld kijkt! Alleen die kleren en dat brilletje… Dan valt zijn oog op de jongen links van de man.
"Maar dat is… François?", brengt hij ongelovig uit. Volkomen van de kaart staart Jeroen van de oude, vergeelde foto in zijn hand naar de opgebaarde man.
"Wat is er met jou?", vraagt Berend bezorgd. "Je kijkt alsof je een geest hebt gezien…”
Jeroen reageert niet. Een traan glijdt over zijn wang. Hij streelt de koude, gerimpelde huid van François’ handen.
“Hé! Ik vroeg je wat.” Berend stoot hem aan.
“Eh.. Oh, sorry…”, hakkelt Jeroen. Nog niet helemaal van de schrik bekomen, kijkt hij Berend aan.
“Die jongen op die foto…”, begint hij aarzelend. “François… Ik heb vannacht over hem gedroomd.”
“Huh?", reageert Berend verbaasd. “Hoezo, over hem gedroomd?”
“Precies wat ik zeg."
Zorgvuldig zijn woorden kiezend, hij heeft geen zin Berend alle details te vertellen, vertelt Jeroen hoe hij in zijn droom voor het orgel, dat nog helemaal in goede staat verkeerde, stond. Hij vertelt hoe hij de muziekrol van de 'Liebesträume no. 2' van Liszt in de 'Welte Mignon' plaatste en hoe François, toen de muziek begon te spelen, als jongen van een jaar of zeventien naar hem toekwam en vertelde dat hij niet kon blijven maar terug zou komen om hem te halen.
“Bizar”, reageert Berend op zijn verhaal. "Dus jij hebt over een jongen gedroomd die, samen met een man die sprekend op jou lijkt, op een tachtig jaar oude foto staat?"
"Ja… En dat is niet het enige", gaat Jeroen verder. "Herinner jij je die oude man in die rolstoel gisteren, bij de bushalte? Ik meende toen even dat hij me riep. Dat was François…"
"Hij zal wel gedacht hebben dat hij een geest zag", grinnikt Berend.
"Ja, lach maar", reageert Jeroen. "Ik vind het maar vreemd." Even aarzelt hij, dan stopt hij de vergeelde foto in zijn kontzak. "Kom, terug naar het landgoed. We hebben nog een paar uur voor het donker is."


"Kom eens naar boven!”, roept Berend. "Dit moet je zien, man!"
"Wat moet ik zien?", roept Jeroen terwijl hij omhoog kijkt. Berend staat op het balkon dat, achter in de ruimte waarin het oude orgel staat, als een soort tussenverdieping in de lucht lijkt te zweven.
"Kom nou maar", maant Berend ongeduldig.
Voorzichtig klimt Jeroen de gammele houten trap op.
“Moet je kijken wat ik gevonden heb”, roept Berend opgewonden. “Een ouwe doka! Hier man, allemaal oude glasnegatieven”, wijst Berend. "En foto's…"
Verbaasd kijkt Jeroen om zich heen en raapt dan één van de negatieven op.
“Jemig…”, brengt hij overdonderd uit. Overal liggen, merendeels zelfs ongeschonden, glasnegatieven. “Die dingen zijn bijna honderd jaar oud, man!”
Terwijl Jeroen tussen de glazen negatieven rondscharrelt, rommelt Berend tussen oude, vergeelde foto’s.
“Jeroen…”, zegt hij opeens aarzelend.
Jeroen draait zich om. “Ja?”
Zwijgend overhandigt Berend hem een oude foto.
"Hoe komt die nou hier?", vraagt Jeroen verbaasd.
“Gewoon, tussen de andere foto's", reageert Berend ongeduldig. Kijk eens naar die man rechts", wijst hij opgewonden. "Die man lijkt sprekend op jou!"
Van zijn stuk gebracht door Berend's vreemde reactie, kijkt Jeroen hem aan. "Ja hallo, dat weten we toch al. Dit is precies dezelfde foto als vanmiddag. Hoe kan die nou ineens hier liggen?"
"Welke foto?", vraagt Berend niet begrijpend.
Stomverbaasd staart Jeroen hem aan. "Wil jij nou beweren dat je niet weet welke foto ik bedoel? Zit je me voor de gek te houden?"
"Ik zou niet durven! Waar zouden wij een foto moeten hebben gezien?"
"Weet je niet meer dat we bij François waren? Hij had dezelfde foto in zijn hand. Ik heb je nog verteld dat ik over hem gedroomd heb… Hier, kijk…”
Jeroen grijpt naar zijn kontzak. Leeg… Hij fronst zijn wenkbrauwen. De andere dan… Maar ook daarin, geen foto…
"Waar heb jij het over? Die man was overleden toen we aankwamen, die hebben we helemaal niet gezien! Jongen, jij spoort niet helemaal", grinnikt Berend.
Happend naar lucht zakt Jeroen tegen de muur op de grond. Alle kleur is uit zijn gezicht verdwenen. Niet begrijpend kijkt hij naar de vergeelde foto in zijn hand.
"Hé? Alles goed?", Berend buigt zich over hem heen.
“Hoe kan dit nou?”, vraagt Jeroen verbijsterd.
“Heb je hier vannacht misschien al rondgeslopen”, oppert Berend voorzichtig. “Dat je bent gaan dromen over die foto omdat je hem al gezien had…”
Langzaam schudt Jeroen zijn hoofd. “Nee, ik kan me niet herinneren dat ik hier eerder ben geweest.” Hij kijkt de oude doka nog eens rond. “Laten we het maar gewoon vergeten”, wuift hij de vreemde situatie weg. "Kom, we gaan verder."
Berend trekt Jeroen omhoog. Zonder op hem te wachten, loopt hij de trap af. Peinzend loopt Jeroen hem achterna. Hij weet toch zeker dat hij die foto eerder heeft gezien. En dat ze bij François zijn geweest toen hij opgebaard in de kapel lag. ‘Liebesträume no. 3, O lieb, so lang du lieben kannst’ had gespeeld…


In gedachten verzonken daalt hij de trap af. Nog even en dan vertrekt hij. Zodra hij zijn zaken op orde heeft in New York, zal hij terugkomen om alles hier af te handelen en François op te halen. Want ondanks dat ze negen jaar in leeftijd schelen, weten ze beiden dat ze bij elkaar horen. Glimlachend kijkt hij naar de jongen die voor de 'Welte Mignon' staat. Zijn witte overhemd hangt een stukje onder zijn grijs gestreepte spencer uit. Hij is zo heerlijk frivool! Voorzichtig plaatst François een muziekrol in het speelkabinet en start het apparaat. Duidelijk hoorbaar wordt de wind in de drie blaasbalgen die het mechanisme aandrijven, geblazen. De klanken van ‘Liebesträume no. 1, Hohe Liebe' vullen de ruimte als de 'Welte Mignon' het orgel bespeelt.
Liefdevol slaat hij zijn armen om François heen en kust zijn nek. Glimlachend draait de jongen zich om.
"Jerôme…", zucht hij. Hij legt zijn hand tegen zijn wang. Het licht van de volle maan schijnt door de grote ramen in het dak op het gezicht van de hem zo geliefde man. Teder beroert hij zijn lippen.
“François…", fluistert hij als ze hun kus verbreken. "Ik zal je zo missen…" Zijn handen glijden door de halflange blonde haren van de jongen en vervolgen hun weg langs zijn rug naar beneden. Zijn vingers schuiven onder het loshangende overhemd en strelen de zachte, warme huid van zijn rug. De jongen huivert. Langzaam kleden ze elkaar uit. Hun kleding leggen ze, keurig opgevouwen, op de stoel voor de secretaire.

Verlangend neemt hij François in zijn armen en trekt hem tegen zich aan. Naakt wiegen ze, strelend en kussend, op de maat van de lieflijke klanken van ‘Hohe Liebe’ tegen elkaar. De jongen vlijt zijn hoofd tegen zijn borst.
In één soepele beweging tilt hij hem op, één arm onder zijn knieën, de andere onder zijn rug. Voorzichtig draagt hij hem naar de chaisse longue in de hoek. François’ jonge lichaam trilt van opwinding als hij hem liefdevol neerlegt. Teder kust hij zijn borst. Langzaam daalt hij, via zijn buik, af naar beneden. Zacht hoort hij de jongen kreunen.

"Ik moet nu echt gaan", fluistert hij, als ze niet veel later in elkaars armen liggen. Zijn vingers woelen door zijn haren.
“Kun je me niet meteen meenemen?”, vraagt François hoopvol terwijl hij zachtjes zijn arm streelt.
Hij schudt zijn hoofd. "Ik zou niks liever willen, mijn lief, maar dat gaat niet. Ik kom zo snel mogelijk terug om je te halen…"

Op de brug draait hij nog één keer om en ziet hoe François hem van achter het raam nakijkt en zwaait. Weemoedig keert hij weer om en vervolgt zijn weg.


“Hé dromer, kom je nog?”, roept Berend van onderaan de trap.
“Huh?”, verwonderd kijkt Jeroen om zich heen. Hij staat nog steeds op het balkon. Terwijl de lieflijke klanken van ’Hohe Liebe’ nog naklinken in zijn hoofd, dwalen zijn ogen af naar de versleten chaisse lounge in de hoek. Hij glimlacht…


EINDE

De ePub versie van dit verhaal vind je hier.

reageer op dit verhaal >>>

Michael87
Berichten: 220
Geregistreerd: maandag 16 juni 2014 19:07
Woonplaats: Bretagne
Heeft Bedankt: 45 keer
Ontvangen Bedankjes: 104 keer
 

Plaats een reactie

Terug naar Man - Man

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast